CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309433 Bijlage 1 - trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Commissie Leefomgeving 2 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken20.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Status Versie Rapport Datum

definitief 003 M.2016.1018.00.R001 24 juli 2017

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Colofon Opdrachtgever

Gemeente Den Haag Ingenieursbureau Den Haag Postbus 12651 2500 DP DEN HAAG

Contactpersoon

de heer R. Koppes

Project Betreft Uw kenmerk

Gemeente Den Haag - Trillingen trams rond Kerkplein Rapportage trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof -

Rapport Datum Versie Status

M.2016.1018.00.R001 24 juli 2017 003 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag

Informatie

ing. T. (Tim) Vergoed 088 346 78 58 tvr@dgmr.nl

Auteur

ing. T. (Tim) Vergoed 088 346 78 58 tvr@dgmr.nl

Verantwoordelijk

ir. J. (Rob) Witte 088 346 78 04 wi@dgmr.nl

Verwerkt door

WI | BRA

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

2

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Beoordelingskader 2.1 Beoordeling schade aan gebouwen (SBR-A) 2.2 Beoordeling trillingshinder (SBR-B)

6 7 8

3. Wijzigingen voertuigen en ligging spoor

10

4. Meetmethodiek 4.1 Trillingsmeters 4.2 Nabewerking data SBR-A Nabewerking data SBR-B

12 12 13 13

5. Resultaten 5.1 Nutshuis 5.2 Grote kerk 5.3 ’t Goude Hooft 5.4 Het oude stadhuis 5.5 Dagelijkse Groenmarkt 37 (Hommerson Casino) 5.6 Dagelijkse Groenmarkt 29 5.7 Buitenhof 5 5.8 Nieuwstraat 1-5

15 15 17 20 23 25 28 30 32

6. Samenvatting metingen 6.1 Schade 6.2 Hinder 6.3 Maatregelen

36 36 36 37

7. Conclusie en vervolg

39

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Berekeningsresultaten Opslingering in gebouwen

3

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

1. Inleiding Rond het Kerkplein, Dagelijkse Groenmarkt en het Buitenhof loopt tramlijn 16. Deze tramlijn ligt relatief dichtbij enkele oude gebouwen met een belangrijke cultuurhistorische waarde. Op dit moment wordt lijn 16 bediend met het tramtype GTL-8. Vervoersmaatschappij HTM is op dit moment bezig het tramtype GTL-8 uit te faseren en te vervangen door nieuwe tramtypes Avenio en RegioCitadis. Het is bekend dat deze tramtypen meer trillingen veroorzaken dan de GTL-8 en bovendien een hoogfrequenter spectrum hebben.

https://dgmr.sharepoint.com/sites/documentenarchief/gedeelde documenten/m/2016/101800/m2016101800r001v3.docx 27-07-2017

In opdracht van de gemeente Den Haag en vervoersmaatschappij HTM heeft DGMR onderzocht wat de trillingen in de huidige situatie zijn (op de in figuur 1 aangegeven locaties) en welke trillingen te verwachten zijn bij het in gebruik nemen van de nieuwe tramtypen. Deze trillingen zijn vervolgens getoetst aan de richtlijnen SBR-A (schade aan gebouwen) en SBR-B (hinder door personen).

figuur 1: de ligging van de meetpunten rond tramlijn16

In deze rapportage wordt antwoord gegeven op de volgende vragen: 1 Wat zijn de huidige trillingen ten gevolge van de GTL-8? 2 Wat zijn de verwachte trillingen als gevolg van de Avenio en RegioCitadis? 3 Voldoen deze waarden aan de richtlijnen SBR-A en SBR-B?

4

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Beoordeling van trillingen De beoordeling van trillingen zijn niet absoluut. Bijvoorbeeld kan hinder worden geclassificeerd als aanvaardbare hinder of zal iemand met een hoge gevoeligheid trillingen waarnemen die voor andere personen niet waarneembaar zijn. Volgens de SBR-A richtlijn hebben de grenswaarden een veiligheidsmarge en zal gemiddeld pas schade optreden bij een zekere overschrijding. Verderop wordt aangegeven dat een 1% veiligheidsmarge wordt aangehouden. Voor de SBR-B is dit 5%. Dit houdt in dat ondanks dat voldaan wordt aan de eisen er een kleine kans bestaat dat er toch schade of hinder kan optreden. Het is daarom niet absoluut vast te stellen of op locaties wel of geen schade of hinder zal voorkomen.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Tekstfragmenten uit respectievelijk SBR-A en SBR-B.

5

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

2. Beoordelingskader De Stichting Bouw Research (SBR) heeft richtlijnen uitgebracht die ook als zodanig gehanteerd moeten worden. Immers een richtlijn is geen wettelijk kader. Er bestaan drie typen SBR-richtlijnen, deze zijn:  SBR-A: schade aan gebouwen.  SBR-B: hinder voor personen in gebouwen.  SBR-C: storing aan apparatuur. In huidig onderzoek wordt er getoetst aan SBR-richtlijnen A en B. De andere richtlijn (C) wordt buiten beschouwing gelaten. De richtlijnen worden alom geaccepteerd als toetsingskader, maar zijn niet vastgelegd in een wettelijk kader. De meting en beoordeling van de trillingen gebeuren in drie loodrecht op elkaar staande richtingen (in de x-,y- en z-richting).

figuur 2: drie trillingsrichtingen

In de beoordeling van de trillingen wordt getoetst op de trillingssnelheid in mm/s. Naast deze eenheid wordt ook gebruikgemaakt van de trillingen in dB re 10-6 mm/s. Om uit de trillingen het trillingsniveau te bepalen wordt de volgende formule gebruikt: 𝐿𝑣 = 20 ⋅ log

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Waarin v0 10-6 mm/s is.

𝑣 𝑣0

6

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

2.1 Beoordeling schade aan gebouwen (SBR-A) De SBR-A richtlijn maakt gebruik van richtwaarden die gericht zijn om schade aan gebouwen te voorkomen. Overschrijding van deze richtwaarden dient dan ook te worden vermeden. Indien de richtwaarden worden overschreden, is dit aanleiding voor overleg tussen de betrokken partijen om deze overschrijding op te lossen. Onder schade aan een bouwwerk wordt een verandering van de eigenschappen of van de positie van (een onderdeel van) een bouwwerk verstaan, met één of meer van de volgende gevolgen:  Een verlies van functie, zoals het bezwijken van dragende onderdelen.  Een vermindering van de integriteit van het onderdeel of van het bouwwerk als geheel over zijn dragende functie, waarbij sprake is van een significantie vermindering van de veiligheid op de korte of langere termijn (vermindering van de verwachte levensduur).  Een vermindering van de economische waarde of de gebruikswaarde, zoals bij scheurvorming in afwerklagen of betegeling. Omdat SBR-A kijkt naar de schade aan gebouwen zijn er drie categorieën van bouwwerken. Categorie 1:  In goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie, indien deze bestaan uit gewapend beton of hout.  Onderdelen van een bouwwerk die geen deel uitmaken van de draagconstructie (bijvoorbeeld scheidingsconstructies), indien deze bestaan uit gewapend beton of hout.

 Draagconstructies van bouwwerken, geen gebouw zijnde, die bestaan uit metselwerk zoals pijlers van viaducten, kademuren en dergelijke. Categorie 2:  In goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie van een gebouw, indien deze bestaan uit metselwerk.  In goede staat verkerende onderdelen van een gebouw die niet tot de draagconstructie behoren, zoals scheidingsconstructies die bestaan uit niet-gewapend beton, metselwerk of uit brosse steenachtige materialen.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Categorie 3:  Onderdelen van oude en monumentale gebouwen met grote cultuurhistorische waarde.  In slechte staat verkerende gebouwen uit metselwerk of  In slechte staat verkerende onderdelen van gebouwen. Het bouwwerk verkeert in een slechte bouwkundige staat als:  De sterkte van de draagconstructie in belangrijke mate is verminderd door reeds aanwezige schade.  De onderlinge samenhang van onderdelen of de sterkte van verbindingen tussen onderdelen zodanig is dat deze door trillingen kan bezwijken of in belangrijke mate kan verzwakken.

7

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Naast het type gebouw wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen trillingsbronnen. a Bronnen die incidenteel kortdurende trillingen veroorzaken door een stootvormige excitatie. Het aantal malen dat het trillingsverschijnsel voorkomt is zo gering dat vermoeiing van constructiematerialen niet kan optreden. Bijvoorbeeld: explosies, botsingen. b Bronnen die herhaalde kortdurende trillingen veroorzaken bij een stootvormige excitatie. Hieronder wordt verstaan bronnen die zo vaak voorkomen dat vermoeiingseffecten in de bouwmaterialen kunnen optreden. Bijvoorbeeld: heiwerkzaamheden, weg- en railverkeer. c Bronnen die continue trillingen veroorzaken. Hieronder wordt verstaan alle bronnen die niet onder de voorgaande twee categorieën kunnen worden ingedeeld of bronnen waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in de onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Bijvoorbeeld: machines met roterende onderdelen. Of er schade aan het gebouw plaatsvindt is afhankelijk van Vd (rekenkundige trillingssnelheid) en Vr (rekenkundige grenswaarde). De schade afkomstig van een trilling aan het gebouw is zeer onwaarschijnlijk als Vd kleiner is dan Vr. De toetsing is gebaseerd op de dominante frequentie in het gemeten signaal. Op de fundatie wordt ook getoetst aan schade door zetting conform figuur 3 uit de SBR-A. Deze is afhankelijk van de dominante frequentie.

2.2 Beoordeling trillingshinder (SBR-B) Trillingshinder wordt beoordeeld aan de hand van de maximaal optredende trillingen en het gemiddelde aan trillingen, vergelijkbaar met het maximale geluidsniveau en het langtijdgemiddelde geluidsniveau bij de beoordeling van geluid. Voor een aantal type trillingen en verschillende gebouwfuncties (wonen, onderwijs e.d.) staan in de richtlijn grens- en streefwaarden voor maximaal optredende trillingen en gemiddelde trillingen. Voor herhaald voorkomende trillingen wordt er getoetst volgens figuur 3 met de streefwaarde uit tabel 1.

vmax < A1

ja

nee

Voldoet

neevmax < A2

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

ja Vper < A3

ja

nee Voldoet niet

nee figuur 3: procedure beoordeling van Vmax en Vper

8

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

tabel 1: streefwaarde voor herhaald voorkomende trillingen voor bestaande situaties. Trillingen in mm/s en in dB referentie 1 nm/s Gebouwfunctie Gezondheidszorg Wonen Onderwijs en kantoor Bijeenkomst Kritische werkruimte

Dag en avond (07:00-23:00) A1 A2 A3 0.2 / 106 0.8 / 118 0.1 / 100 0.2 / 106 0.8 / 118 0.1 / 100 0.3 / 110 1.2 / 122 0.15 / 104 0.3 / 110 1.2 / 122 0.15 / 104 0.1 / 100 0.1 / 100 -/-

A1 0.2 / 106 0.2 / 106 0.3 / 110 0.3 / 110 0.1 / 100

Nacht (23:00-07:00) A2 A3 0.4 / 112 0.1 / 100 0.4 / 112 0.1 / 100 1.2 / 122 0.15 / 104 1.2 / 122 0.15 / 104 0.1 / 100 -/-

Waarbij de streefwaarden zijn aangegeven door: A1 onderste streefwaarde voor de trilling sterkte Vmax [mm/s]/[dB] A2 bovenste streefwaarde voor de trilling sterkte Vmax [mm/s]/[dB] A3 streefwaarde voor de trilling sterkte Vper [mm/s]/[dB] Overschrijding van de streefwaarden leidt tot een reële kans op hinder (tabel 2). Hoewel de waarden internationaal gezien redelijk streng zijn, zijn er nog steeds mensen die de trillingen onder de streefwaarden als hinderlijk kunnen ervaren. tabel 2: hinderkwalificatie streefwaarde Vmax [mm/s] < 0,1 0,1 - 0,2 0,2 - 0,8 0,8 - 3,2 – > 3,2

LVmax [dB] < 100 100 – 106 106 – 118 118 - 130 > 130

Algemene hinderkwalificatie Geen hinder Weinig hinder (bestaande situaties) Matige hinder Hinder Ernstige hinder

Voor het veranderen van het type trams wordt uitgegaan van een gewijzigde situatie. Deze manier van beoordelen is geen wettelijke verplichting. De wijze van beoordeling is in onderstaande figuur weergegeven. Bepaal vmax in de ongewijzigde situatie

Voldoet vmax aan de streefwaarden bestaand?

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

ja Streven: vmax en vper na wijziging niet meer dan vmax en vper voor wijziging. vmax en vper hoeven niet lager te zijn dan streefwaarden nieuw

nee Streven: vmax en vper voldoen na wijziging aan streefwaarden bestaand

Als streven niet wordt gehaald: voldoet niet figuur 4: procedure beoordeling van Vmax en Vper

9

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

3. Wijzigingen voertuigen en ligging spoor Tijdens de start van het onderzoek werd tramlijn 16 uitgevoerd met het tramtype GTL-8 (figuur 3, roodbeige kleurstelling). Dit tramtype wordt op termijn vervangen door de RegioCitadis (figuur 4) en de Avenio (figuur 5).

figuur 5: tramtype GTL-8 (met rood-beige kleurstelling)

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

figuur 6: tramtype RegioCitadis met blauw-witte kleurstelling

figuur 7: tramtype Avenio, met rood-zwarte kleurstelling

De tramtypen Avenio en RegioCitadis zijn zwaarder dan de GTL-8 en hebben bovendien een andere wielophanging.

10

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Hierdoor is het trillingsspectrum van circa 50 tot 100 Hz enkele dB’s hoger, maar ook lager bij de lagere frequentie ten opzichte van de GTL. In figuren 6 en 7 zijn de verschilspectra van deze tramtypen (ten opzichte van de GTL) opgenomen op basis van vele passages van verschillende type trams, gemeten op een drietal locaties in Den Haag (op elke locatie kwamen verschillende type trams langs). Een kanttekening bij deze spectra is wel dat de trillingsniveaus bij een hogere snelheid dan op het Kerkplein zijn gemeten. Door gebruik te maken van onderstaande niveaus kan worden gesteld dat uitgegaan is van een ‘worst case’ situatie.

figuur 8: toename bij ingebruikname Avenio

figuur 9: toename bij ingebruikname RegioCitades

De veranderingen in de ligging van het spoor kunnen aanleiding geven tot veranderingen van de trillingen in de omgeving. Echter, deze verschillen zullen minimaal zijn uitgaande van een lijnbronbenadering en een Rayleigh (oppervlakte) golf. De afname wordt dan slechts bepaald door de bodemdemping (analoog aan luchtdemping bij geluid). Deze aannames zijn door ons geverifieerd bij metingen op 11 locaties rond het spoor te Nijmegen. De bodemdemping ligt in de orde van 3% afname per meter. Dit is voor de kleine afstanden, waar het hier om gaat, niet relevant.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

De locaties van wissels, kunnen aanleiding zijn tot het ontstaan van puntbronnen. De afname voor een Rayleigh (oppervlakte) golf is met (r/r0)^0,5; waarbij r0 de oorspronkelijke meetafstand is. Een afwijking van 20% van de oorspronkelijke meetafstand geeft een theoretisch effect van 10%. De wijziging in de locaties van wissels varieert nauwelijks ten opzichte van de huidige locaties, zie figuur 1. Het effect van wijzigingen is zo klein dat deze daarom verder niet meegenomen in de uitwerking van de metingen.

11

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

4. Meetmethodiek 4.1 Trillingsmeters De metingen zijn uitgevoerd met een trillingsmeter van Profound (VIBRA-sbr). Deze trillingsmeter bestaat uit een geofoon (trillingsopnemer) en een kastje dat de data verwerkt en opslaat. De trillingsopnemers zijn op twee verschillende wijzen gemonteerd: a Met behulp van een hoekstuk dat via een schroef-plug verbinding aan de muur bevestigd is. b Op de vloer met behulp van een voetstuk dat door de vloerbedekking gestoken is en met voldoende massa naast de trillingsopnemer.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

figuur 10: trillingsopnemer op muur

figuur 11: trillingsmeter op vloer

De volgende instellingen zijn ingecalculeerd op de trillingsmeters, tenzij er een goede reden was om af te wijken van deze waarden:  Intervaltijd: 2s  Save level: 0.1 mm/s  Categorie type: cat.none  Meting: SBR  Traces: 9 per uur Uitgegaan is van een meetduur van een week per locatie, zodat een duidelijk beeld van de situatie wordt verkregen. Dit in overeenstemming met de richtlijnen van SBR. Er zijn alleen indicatieve metingen uitgevoerd, met uitzondering van de Grote Kerk. Dit houdt in dat alleen op fundatie zo dicht mogelijk bij de bron is gemeten (veiligheidsfactor 1,6). Dit ondanks dat er in gebouwen ook op meerdere hoogtes is gemeten, maar de metingen op hoogte zijn vaak uitgevoerd op een niet stijf punt.

12

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

4.2 Nabewerking data SBR-A De trillingsmeters kunnen geen onderscheid maken tussen trams, vrachtwagens en andere verstoringen. Om de passages van trams uit de meetdata te kunnen filteren, is een eenvoudig eventfilter gemaakt. Dit filter is als volgt ontworpen: 1 Selecteer een event op locatie 1. 2 Zoek of er op locatie 2 een event is dat binnen een bepaald tijdsbereik valt. 3 Is de dominante frequentie van beide events groter dan 1 Hz en kleiner dan 100 Hz. Het tijdsbereik van de eventfilter is afhankelijk van de afstand tussen de meetpunten. Als de meetlocaties in hetzelfde pand zitten is het tijdsbereik -1 tot 1 seconden. Op grotere afstand kan het tijdsbereik bepaald worden uit de horizontale afstand tussen de meetlocaties en de snelheid van de trams. Na filtering van de data worden de overgebleven events door het volgende proces verwerkt:

FFT naar octaafbanden •De eventdata in FFT wordt omgezet naar octaafbanden •Dit resulteerd in een veq-spectrum

Veq naar vtop •Met behulp van de gemeten vtop-waarde wordt het veq-spectrum omgezet naar een vtop-spectrum

Omrekenen naar ander voertuigtype •Over het spectrum wordt een correctiespectrum voor de Avenio en RegioCitades gelegd. Dit resulteerd in een nieuw spectrum voor andere voertuigtypes

Bepaling dominante frequentie •De dominante frequentie van de trilling wordt bepaald met behulp van de methode beschreven in de SBR-A richtlijn bijlage IV.

Bepaling Vd •De rekenwaarde voor de trillingen wordt bepaald met behulp van de SBR-A richtlijn

Beoordeling

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

•De trillingsniveaus worden beoordeeld in 3 situaties: •GTL-8 (huidige situatie) •Avenio •RegioCitadis

Nabewerking data SBR-B Voor het bepalen van de beoordelingswaarden voor hinder is de volgende werkwijze gebruikt:  De vmax waarden komen voor de GTL rechtstreeks uit de meetinstrumenten, waarbij gecontroleerd is of dit daadwerkelijk afkomstig was van een trampassage.  Waar op de fundatie is gemeten is met opslingering rekening gehouden, zie hieronder.  Vervolgens wordt de totaalwaarde geëxtrapoleerd op basis van de spectra, voor de Avenio en RegioCitadis trams in navolging van de bepaalde spectra per locatie voor schade (zie bijlage 1). Hierbij is de weegfunctie Hv(f) eveneens toegepast op de gemeten/bepaalde spectra. De verhoudingen tussen de trillingen van de verschillende type trams is gebruikt om de hinder vanwege de GLT te extrapoleren naar de hinder vanwege andere type trams. 13

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Voor het berekenen van de vper is het aantal keren dat een tram voorbijkomt van belang per periode, zie onderstaande tabel. Hierbij is uitgegaan van de volgende gegevens:  Lengte tram 37 m (Regio Citadis)  Reken lengte passage 1,5*lengte tram  Snelheid tram 10 km/uur (gemiddelde snelheid tram 30 km/uur volgens dienstregeling, voor voetgangersgebied uitgegaan van beperkte snelheid) tabel 3: gegevens voor bepaling vper Aantal richtingen Aantal passages Factor (vper= vmax/factor)

Dag 1 79 5,2

2 158 2,6

Avond 1 17 6,5

2 34 3,8

Nacht 1 12 11

2 24 5,5

Hierbij wordt ervan uitgegaan dat in de toekomstige dienstregeling deze aantallen niet relevant wijzigen. De enige situatie waar in twee richtingen wordt gereden is nabij meetpunt Buitenhof 5.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Om metingen op de fundatie te kunnen doorrekenen naar de vloer is gebruikgemaakt van ‘The determination of railway vibrations levels in practice’ door Van Leeuwen en Van Zwienen, zie ook bijlage 2.

14

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

5. Resultaten In de volgende paragrafen worden de resultaten van de metingen en berekeningen behandeld. Per gebouw wordt kort de bouwkundige staat (voor de SBR-A norm) beschreven en worden de meetlocaties beschreven. Hierna volgt een korte analyse van de meetdata en wordt een overzicht van de berekende resultaten gegeven. De uitgebreide bepaling van de resultaten is opgenomen in bijlage 2. De resultaten worden weergegeven als dominante frequentie (belangrijk voor de bepaling van de grenswaarde volgens SBR-A), de grenswaarde die daaruit volgt en de gemeten dan wel berekende trilling. De resultaten worden gekwalificeerd met behulp van een zogenaamde stoplichtmethode.

● ● ●

SBR-A

SBR-B

Geen schade te verwachten

Voldoet aan criterium gewijzigde situatie

10% onder de grenswaarde

Voldoet niet aan gewijzigde situatie. Wel aan bestaande situatie.

Overschrijding van de grenswaarde

Voldoet niet aan de bestaande situatie.

5.1 Nutshuis Het voormalige bankgebouw van de Nutsspaarbank (Nutshuis) is gebouwd in 1919 en is geregistreerd als rijksmonument. Hierdoor heeft het gebouw een cultuurhistorische waarde en valt daarmee onder de gebouwcategorie 3 (monumentale panden) uit de SBR-A richtlijn.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Bij het Nutshuis is op de fundering gemeten in de rekwisietenruimte, de trillingsopnemer is aan de betonnen muur bevestigd zoals weergeven in figuur 12. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 4.1.

figuur 12: bevestiging van de trillingsopnemer in de fundering van het Nutshuis

De trillingsopnemer is zodanig bevestigd dat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrecht op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting 15

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op de fundering van het Nutshuis zeer duidelijk de trams onderscheiden kunnen worden en er geen verstoring van de apparatuur plaatsvindt. De trillingen worden even na 6 uur ’s ochtends waargenomen en stoppen vlak voor half 1 ’s nachts. Dit komt overeen met de dienstregeling van lijn 16. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 13.

jan figuur 13: trillingen tussen 24 januari en 26 januari

De trillingen op het Nutshuis vinden plaats in de X- en Z-richting. In de Y-richting zijn geen events waargenomen. Resultaten De resultaten voor het Nutshuis in de huidige situatie en in de toekomstsituatie zijn weergeven in onderstaande tabel. tabel 4: beoordeling trillingen op de fundering van het Nutshuis (conform SBR-A) Dominante frequentie (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 71

Y 62.5

Z 16

Avenio X 78.5

Y 62.5

Z 62.5

RegioCitades X Y 78.5 62.5

Z 39

5.88 0.74 ●

5.67 0.17 ●

2.46 0.48 ●

6.09 1,1 ●

5.67 0.47 ●

5.67 0.76 ●

6.09 0.86 ●

4.42 0.55 ●

5.67 0.33 ●

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Gezien de dominante frequentie van maximaal 78,5 Hz met een beoordelingswaarde van 1.1 (niet gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren, dus overschatting), is er zeer geringe kans op zettingsschade. Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van het Nutshuis. 5.1.1 Hinder De kans op hinder in het Nutshuis kan worden ingeschat door uitgaande van de veff,max metingen op de fundering de overdracht in rekening te brengen naar de verdiepingsvloer. Dit levert rond de 10-62 Hz (hoogste niveau van aanstoting, zie bijlage 1) een versterking op van circa 3.5 keer (zie bijlage 2). De factor voor de trillingen vanwege de Avenio en de RegioCitadis zijn respectievelijk 1.6 en 1.2 voor deze lokale situatie ten opzichte van de GTL. Getoetst wordt aan bijeenkomstruimte, met A1=0,3; A2=1,2 en A3=0,15 (tabel 3 uit SBR-B te gebruiken bij een gewijzigde situatie) voor de dagperiode (kleinste deelfactor, zie tabel 3 van dit rapport).

16

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Tramtype Veff, max/vper Beoordelingsnorm uit SBR-B

GTL-8 0.64/0.04 ●

Avenio 1.02/0.06 ●

RegioCitadis 0.76/0.04 ●

Omdat de trillingen toenemen in het hoogfrequente gebied (rond de 80 Hz) is mogelijk sprake van een flinke toename van laagfrequent geluid. Hierdoor ontstaat naast de mogelijke trillingshinder ook hinder vanwege laagfrequent geluid. Formeel wordt niet voldaan aan de streefwaarden voor een gewijzigde situatie. Op deze resultaten moet aangemerkt worden dat de extrapolatie van de trillingsniveaus gebaseerd is op relatief lichtere woningen. Het nutshuis is een gebouw met zware marmeren vloeren, waardoor voor het nutshuis een overschatting berekend wordt. Navraag bij de huidige gebruikers kan een genuanceerder beeld geven. 5.2 Grote kerk De Grote Kerk (of Sint-Jacobskerk) is gebouwd in 1423 en is geregistreerd als rijksmonument. Hierdoor heeft het gebouw een cultuurhistorische waarde en valt daarmee onder de gebouwcategorie 3 (monumentale panden) uit de SBR-A richtlijn. Naast een stenen fundering heeft de kerk een houten kap. Omdat deze constructie relatief licht is en zich op grote hoogte bevindt, is de kap gevoelig voor opslingering. Daarom is gekozen om in kerk naast de fundering ook in de houten kap te meten.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

5.2.1 Fundering De trillingsopnemer in de fundering van de kerk is geplaatst in de gemeenschappelijke kelder van de kerk en het aanpandige restaurant. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 4.1. Een foto van de bevestiging van de trillingsopnemer is opgenomen in figuur 14.

figuur 14: bevestiging van de trillingsopnemer in de fundering van de Grote Kerk

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrecht op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting

17

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op de fundering van de kerk zeer duidelijk de trams onderscheiden kunnen worden en er vrijwel geen verstoringen plaatsvinden. De trillingen worden even na 6 uur ’s ochtends waargenomen en stoppen vlak voor half 1 ’s nachts. Dit komt overeen met de dienstregeling van lijn 16. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 15.

figuur 15: trillingen tussen 24 januari en 26 januari

Opvallend is dat de trillingen met name in de richting parallel aan het spoor worden waargenomen. Resultaten In tabel 5 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en Regiocitadis berekend. In bijlage 2 is de volledige analyse voor de trillingen op de fundering van de kerk opgenomen. tabel 5: beoordeling trillingen op fundering van de Grote Kerk (conform SBR-A) Dominante frequentie (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 44.5

Y 39.5

Z 39.5

Avenio X 89.3

Y 49.5

Z 78.5

RegioCitades X Y 100 49.5

Z 49.5

4.88 0.84 ●

4.46 1.06 ●

4.46 0.73 ●

6.38 1.01 ●

5.29 2.22 ●

6.09 1.50 ●

6.67 0.84 ●

5.29 1.00 ●

5.29 1.48 ●

Gezien de dominante frequentie van maximaal 100 Hz met een beoordelingswaarde van 0.84 (niet gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren, dus overschatting), is er zeer geringe kans op zettingsschade.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van de fundering van de kerk. 5.2.2 Houten kap In de houten kap van de Grote Kerk is gemeten op de horizontale balken in de kap. Deze balken maken onderdeel uit van de draagconstructie van de houten kap. De trillingsopnemer is recht boven de trillingsopnemer in de fundering geplaatst. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 4.1. Een foto van de bevestiging van de trillingsopnemer is opgenomen in figuur 16. Een meer vast punt was vanwege bereikbaarheid niet mogelijk. Hierdoor ontstaat mogelijk een overschatting van de ernst van de situatie.

18

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

figuur 16: bevestiging van de trillingsopnemer in de houten kap van de Grote Kerk

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrechts op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Meetresultaten In figuur 17 zijn twee etmalen uit de meetperiode weergeven. Uit deze data volgt dat gedurende het hele etmaal relatief veel verstoringen in de Y-richting (blauwe lijnen) plaatsvinden. In de X- en Zrichting is echter wel duidelijk de dienstregeling waar te nemen. Door de pieken te matchen met de pieken die op de fundering zijn gemeten zijn verstoringen door bijvoorbeeld wind uit de meetdata gefilterd.

figuur 17: trillingen tussen 24 januari en 26 januari

Resultaten In tabel 6 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.3 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. In bijlage 2 is de volledige analyse voor de trillingen in de kap van de kerk opgenomen.

19

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

tabel 6: beoordeling trillingen in de houten kap van de Grote Kerk (conform SBR-A, beperkte meting) Dominante freq. (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 12.5 5.3 0.65 ●

Y 12.5 5.3 2.12 ●

Z 12.5 5.3 0.81 ●

Avenio X 12.5 5.3 0.39 ●

Y 12.5 5.3 2.07 ●

Z 12.5 5.3 0.93 ●

RegioCitadis X Y 12.5 12.5 5.3 5.3 0.42 2.31 ● ●

Z 12.5 5.3 0.86 ●

Conclusie Uit de meetdata volgt dat in de huidige en toekomstige situatie de beoordelingswaarde niet overschreden worden. Het is verstandig om de afweging te maken om:  Aanvullende metingen uit te voeren conform de SBR-A methode uitgebreid, wanneer de nieuwe voertuigen gaan rijden óf gedurende een testdag metingen uit te voeren.  Maatregelen te nemen voordat de nieuwe voertuigen gaan rijden. 5.2.3 Hinder De Grote Kerk wordt gebruikt voor feesten en bijeenkomsten en heeft daarmee een bijeenkomstfunctie. De gemeten vmax waarde op de fundering bedraagt 0,3 en 0,21 voor de vper. De overdrachtsfactor van 4,5 keer van fundering naar vloer (zwaar gebouw bij circa 40 Hz) is hier van toepassing. De factor voor de trillingen vanwege de Avenio en de RegioCitadis zijn respectievelijk 1,6 en 1,2 voor deze lokale situatie ten opzichte van de GTL. Getoetst is aan bijeenkomstruimte, met A1=0,3; A2=1,2 en A3=0,15 (tabel 3 SBR-B te gebruiken bij een gewijzigde situatie).

Tramtype Veff, max/vper Beoordelingsnorm uit SBR-B

GTL-8 1.4/0.18 ●

Avenio 2.2/0.30 ●

RegioCitadis 1.6/0.21 ●

Omdat de trillingen toenemen in het hoogfrequente gebied (rond de 80 Hz) is mogelijk sprake van een flinke toename van laagfrequent geluid en daarmee ook hinder.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

5.3 ’t Goude Hooft Het hotel en restaurant ’t Goude Hooft is gebouwd in 1938 en is geregistreerd als rijksmonument. Hierdoor heeft het gebouw een cultuurhistorische waarde en valt daarmee onder de gebouwcategorie 3 (monumentale panden) uit de SBR-A richtlijn. Aanvullend zijn in de hotelkamers metingen uitgevoerd conform de SBR-B richtlijn om de hinder voor de hotelgasten te kwantificeren. 5.3.1 Fundering De trillingsopnemer is bevestigd in de fundering van het hotel. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 4.1. Op deze locatie is wel met een aangepast ‘save level’ gewerkt omdat er op de muur reeds een constante achtergrondtrilling van 0.1 mm/s gemeten werd. Daarom is gekozen voor een ‘save level’ van 0.2 mm/s. Een foto van de bevestiging van de trillingsopnemer is opgenomen in figuur 18.

20

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

figuur 18: bevestiging van de trillingsopnemer in de fundering van ’t Goude Hooft

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x parallel op het spoor y loodrecht aan het spoor z verticale richting

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Meetresultaten Door het verhoogde ‘save level’ zijn relatief weinig trampassages als trace gemeten. De hoogste trampassages worden gedurende de ochtendspits gemeten. Bij deze passages is met name de trilling in de Z-richting dominant. Dit wordt veroorzaakt door een verzakte spoorstaaf ter hoogte van het hotel.

figuur 19: trillingen tussen 25 januari en 27 januari

Resultaten In tabel 7 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. In bijlage 2 is de volledige analyse voor de trillingen op de fundering van ’t Goude Hooft opgenomen.

21

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

tabel 7: beoordeling trillingen op fundering van ’t Goude Hooft (conform SBR-A) Dominante freq. (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 10 2.00 0.33 ●

Y 12.5 2.21 0.21 ●

Z 10 2.00 0.97 ●

Avenio X 25 3.25 2.83 ●

Y 100 6.67 1.76 ●

Z 10 2.00 0.91 ●

RegioCitades X Y 100 49.5 6.67 5.29 0.84 1.48 ● ●

Z 49.5 5.29 1.00 ●

Gezien de dominante frequentie van maximaal 100 Hz met een beoordelingswaarde van 1.76/1.5=1.17 (gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren), is er zeer geringe kans op zettingsschade. Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van ’t Goude Hooft. 5.3.2 Hotelkamer In een van de hotelkamers in ’t Goude Hooft is een trillingsopnemer op de vloer geplaatst. Deze opnemer is geplaatst onder een bank zodat er voldoende vloerbelasting aanwezig was. Tijdens de meting is de hotelkamer af en toe in gebruik geweest.

figuur 20: bevestiging van de trillingsopnemer in een hotelkamer in hotel ’t Goude Hooft

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrechts op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting Dit wijkt 90° af van de meter in de fundering. Om de meetdata te kunnen correleren zijn de X- en Yrichting van de meting in de hotelkamer omgedraaid. Meetresultaten Uit de meetresultaten blijkt dat er constant hoog trillingen in de kamers aanwezig waren. In figuur 21 is een uitsnede gemaakt van de gemeten trillingen gedurende twee etmalen. De verdere resultaten van deze meting zijn daarom zeer beperkt en geven een overschatting van de situatie weer.

22

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

figuur 21: trillingen tussen 24 januari en 26 januari

Resultaten In tabel 8 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. tabel 8: beoordeling trillingen op fundering van ’t Goude Hooft (conform SBR-A) Dominante freq. (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 11.3 5.33 0.73 ●

Y 12.5 5.33 0.98 ●

Z 10 5.33 2.35 ●

Avenio X 89.3 5.33 0.45 ●

Y 49.5 5.33 1.58 ●

Z 78.5 5.33 2.70 ●

RegioCitades X Y 100 49.5 5.33 5.33 0.58 0.79 ● ●

Z 49.5 5.33 2.44 ●

Gezien de dominante frequentie van 78.5 Hz met een beoordelingswaarde van 2.70/1.50=1.8 (gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren), is er slechts een zeer geringe kans op zettingsschade.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van ‘t Goude Hooft. 5.3.3 Hinder In de bestaande situatie is een min of meer continue achtergrondtrilling aanwezig die een overschrijding van de SBR-B richtlijn veroorzaakt. Ook wanneer er geen tram langsrijdt is het trillingsniveau onverminderd hoog. De trillingsfrequentie van 50 Hz lijkt veroorzaakt door elektrische apparatuur (zoals een luchtbehandelingskast of ventilatie). De trillingen van trams zijn daarom ondergeschikt aan de huidige aanwezige trillingen. Hiermee is niet waarschijnlijk dat er extra hinder zal plaatsvinden op het moment dat de Avenio of RegioCitadis gaat rijden. 5.4 Het oude stadhuis Het oude stadhuis van Den Haag is gebouwd in 1564 (en uitgebreid in 1733) en is geregistreerd als rijksmonument. Hierdoor heeft het gebouw een cultuurhistorische waarde en valt daarmee onder de gebouwcategorie 3 (monumentale panden) uit de SBR-A richtlijn. Bij het oude stadhuis is op de fundering gemeten direct onder het bordes, de trillingsopnemer is aan de betonnen muur bevestigd zoals weergeven in figuur 22. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 4.1. 23

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

figuur 22: bevestiging van de trillingsopnemer in de fundering van het oude stadhuis

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x parallel aan het spoor y loodrecht op het spoor z verticale richting

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op de fundering van het oude stadhuis zeer duidelijk de trams onderscheiden kunnen worden en er vrijwel geen verstoring van de apparatuur plaatsvindt. De trillingen worden even na 6 uur ’s ochtends waargenomen en stoppen vlak voor half 1 ’s nachts. Dit komt overeen met de dienstregeling van lijn 16. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 23.

figuur 23: trillingen tussen 24 januari en 26 januari

Resultaten In tabel 9 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend.

24

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

tabel 9: beoordeling trillingen op fundering van het oude stadhuis (conform SBR-A) Dominante freq. (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 15.5 2.46 0.57 ●

Y 100 6.67 0.94 ●

Z 25.0 3.25 1.08 ●

Avenio X 100 6.67 2.22 ●

Y 100 6.67 5.31 ●

Z 100 6.67 5.78 ●

RegioCitadis X Y 15.5 100 2.46 6.67 0.93 3.38 ● ●

Z 100 6.67 3.30 ●

Gezien de dominante frequentie van maximaal 100 Hz met een beoordelingswaarde van 5.78/1.5=3.85 (gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren), is er kans op zettingsschade als dit gebouw als trillingsgevoelig kan worden gekenmerkt. Trillingsongevoelige gebouwen zijn gebouwen met een staalfundering op een zeer vast zandpakket, waarbij ook verdichting of verkneding van dieper gelegen lagen, gegeven de eigenschappen van de trillingsbron, niet kunnen leiden tot verzakkingen van het funderingselement groter dan enkele millimeters. Eventueel nader onderzoek kan hier uitsluitsel over geven. Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van het oude stadhuis, behoudens mogelijke zettingsschade bij gebruik van de Avenio en de Regio Citadis. 5.4.1 Hinder Het Oude Stadhuis wordt gebruikt voor feesten en bijeenkomsten en heeft daarmee een bijeenkomstfunctie. De gemeten vmax waarde op de fundering bedraagt 0,22 in de z-richting. De geschatte opslingering van 2 is aangehouden van fundering naar vloer (zwaar gebouw bij 10 en 100 Hz). De factor voor de trillingen vanwege de Avenio en de RegioCitadis zijn respectievelijk 2,5 en 1,6 voor deze lokale situatie ten opzichte van de GTL. Getoetst is aan bijeenkomstruimte, met A1=0,3; A2=1,2 en A3=0,15 (tabel 3 SBR-B te gebruiken bij een gewijzigde situatie).

Tramtype Veff, max/vper Beoordelingsnorm uit SBR-B

GTL-8 0.44/0,08 ●

Avenio 1.11/0.21 ●

RegioCitadis 0.70/0.13 ●

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Aan de voorwaarden voor trillingshinder wordt bij gebruik van de Avenio niet voldaan. 5.5 Dagelijkse Groenmarkt 37 (Hommerson Casino) Het pand aan de Dagelijkse Groenmarkt 37 is in 1889 gebouwd en is geregistreerd als gemeentelijk monument. Hierdoor heeft het gebouw een cultuurhistorische waarde en valt daarmee onder de gebouwcategorie 3 (monumentale panden) uit de SBR-A richtlijn. Aanvullend op de meting op de fundering is ook een meting uitgevoerd op de verdiepingsvloer. 5.5.1 Fundering De trillingsopnemer is bevestigd in de fundering van het pand aan de Dagelijkse Groenmarkt. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 3.1. De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x parallel op het spoor y loodrecht aan het spoor z verticale richting

25

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op de fundering van het casino zeer duidelijk de trams in de X-richting onderscheiden kunnen worden en er geen verstoring van de apparatuur plaatsvindt. De trillingen worden even na 6 uur ’s ochtends waargenomen en stoppen vlak voor half 1 ’s nachts. Dit komt overeen met de dienstregeling van lijn 16. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 24.

figuur 24: trillingen tussen 29 januari en 31 januari

Resultaten In tabel 10 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. In bijlage 2 is de volledige analyse voor de trillingen op de fundering van het casino opgenomen. tabel 10: beoordeling trillingen op fundering van het Dagelijkse Groenmarkt 37 (conform SBR-A) Dominante frequentie (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 44.5

Y 39.5

Z 15.5

Avenio X 49.5

Y 49.5

Z 15.5

RegioCitadis X Y 49.5 49.5

Z 15.5

4.88 0.97 ●

4.46 0.36 ●

2.46 0.74 ●

5.29 0.78 ●

5.29 0.81 ●

2.46 0.97 ●

5.29 0.65 ●

2.46 0.81 ●

5.29 0.55 ●

Gezien de dominante frequentie van 49.5 Hz met een beoordelingswaarde van 0.81 (niet gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren, een “worst case” benadering), is er slechts zeer geringe kans op zettingsschade.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van het casino. 5.5.2 Verdiepingsvloer Op de tweede verdieping van het casino is op de vloer van het kantoor gemeten. Dit kantoor is, met uitzondering van dinsdagochtend, tijdens de meetperiode niet in gebruik geweest.

26

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

figuur 25: bevestiging van de trillingsopnemer op de verdiepingsvloer op de Dagelijkse Groenmarkt 37

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrecht op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat in het kantoor van het casino zeer duidelijk de trams onderscheiden kunnen worden en er geen verstoring van de apparatuur plaatsvindt. De trillingen worden even na 6 uur ’s ochtends waargenomen en stoppen vlak voor half 1 ’s nachts. Dit komt overeen met de dienstregeling van lijn 16. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 26.

figuur 26: trillingen tussen 29 januari en 31 januari

In de Z-richting worden wel veel trillingen tijdens de nachtperiode waargenomen. Dit is vermoedelijk achtergrondruis veroorzaakt door inpandige apparatuur. Hierdoor is de verdere uitwerking van deze metingen een ‘worst case’ benadering.

27

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Resultaten In tabel 11 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. In bijlage 2 is de volledige analyse voor de trillingen op de verdiepingsvloer van het casino opgenomen. tabel 11: beoordeling trillingen op verdiepingsvloer van het Dagelijkse Groenmarkt 37 (conform SBR-A) Dominante freq. (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 70.5 5.33 0.74 ●

Y 62.5 5.33 0.17 ●

Z 15.5 5.33 0.48 ●

Avenio X 78.5 5.33 1.09 ●

Y 62.5 5.33 0.47 ●

Z 62.5 5.33 0.76 ●

RegioCitadis X Y 78.5 62.5 5.33 5.33 0.86 0.33 ● ●

Z 39.0 5.33 0.55 ●

Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van het casino. 5.5.3 Hinder Boven het casino, Dagelijke Groenmarkt 37 zijn er kantoren die bij het casino horen. Daarnaast zijn er boven deze kantoren enkele studentenwoningen. Omdat voor wonen strengere normen gelden dan voor kantoren wordt op hinder in de woningen getoetst. In de huidige situatie is de waarde van veff,max 0.47 op de verdiepingsvloer ook tijdens de periode dat er geen trams rijden. De trillingen van trams zijn dus ondergeschikt aan de huidige aanwezige trillingen. Hiermee is niet waarschijnlijk dat er extra hinder plaatsvindt op het moment dat de Avenio of RegioCitadis gaat rijden. 5.6 Dagelijkse Groenmarkt 29 Het pand aan de Dagelijkse Groenmarkt 29 is gebouwd in 1906. Het winkelgedeelte is recent gerenoveerd en het woongedeelte wordt tot mei 2017 gerenoveerd. Voor de beoordeling wordt vooralsnog uitgegaan van gebouwcategorie 3 (strengste normering).

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Bij de Dagelijkse Groenmarkt 29 is op de fundering gemeten, de trillingsopnemer is aan de betonnen muur bevestigd zoals weergeven in figuur 27. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 3.

28

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

figuur 27: bevestiging van de trillingsopnemer in de fundering van de Dagelijkse Groenmarkt 29

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrecht op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op de fundering de trams redelijk te onderscheiden zijn. Echter hebben de werkzaamheden in het pand ook invloed gehad op de metingen. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 28.

figuur 28: trillingen tussen 29 januari en 31 januari

29

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Resultaten In tabel 12 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. tabel 12: beoordeling trillingen op fundering van de Dagelijkse Groenmarkt 29 (conform SBR-A, indicatieve meting) Dominante frequentie (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 44.5

Y 39.5

Z 35.5

Avenio X 49.5

Y 78.5

Z 49.5

RegioCitades X Y 49.5 78.5

Z 44.5

4.88 1.13 ●

4.46 0.33 ●

4.13 1.01 ●

5.29 0.82 ●

6.09 0.92 ●

5.29 1.43 ●

5.29 0.72 ●

5.29 1.09 ●

6.09 0.64 ●

Gezien de dominante hoogste frequentie van 78.5 Hz met een beoordelingswaarde van 0.92 (niet gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren, een ‘worst case’ benadering), is er slechts zeer geringe kans op zettingsschade. Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van de Dagelijkse Groenmarkt 29. 5.6.1 Hinder De woningen aan de Dagelijkse Groenmarkt 29 zijn nog niet gebouwd. Het is daarom niet mogelijk de hinder in de woningen te bepalen met behulp van een meting. De Dagelijkse Groenmarkt 29 wordt gebruikt/gaat gebruikt worden als woning. De gemeten vmax waarde op de fundering bedraagt 0.27. De geschatte factor is aangehouden van 4.5 van fundering naar vloer (zwaar gebouw bij circa 40 Hz). De factor voor de trillingen vanwege de Avenio en de RegioCitadis zijn respectievelijk 1,4 en 1,1 voor deze lokale situatie ten opzichte van de GTL. Getoetst is aan woonfunctie, met A1=0,2; A2=0,4 en A3=0,1 (tabel 3 SBR-B te gebruiken bij een gewijzigde situatie).

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Tramtype Veff, max/vper Beoordelingsnorm uit SBR-B

GTL-8 1.2/0.23 ●

Avenio 1.7/0.33 ●

RegioCitadis 1.3/0.25 ●

Deze waarden liggen ook al in de huidige situatie boven de grenswaarde (A2) voor de nacht en voldoen niet. Het vermoeden bestaat dat de overdracht binnen het gebouw overschat is. Een directe meting geeft mogelijk een ander resultaat. 5.7 Buitenhof 5 Buitenhof 5 maakt uit van winkelpassage ‘Passage’ en is gebouwd in de periode 1882-1885 en opgenomen als rijksmonument. Hierdoor heeft het gebouw een cultuurhistorische waarde en valt daarmee onder de gebouwcategorie 3 (monumentale panden) uit de SBR-A richtlijn. Na analyse van de meetdata op Buitenhof 5 is gebleken dat het meetpunt in de kelder op een muur die geen deel uitmaakt van de bouwkundige constructie aangebracht was. Hierdoor zijn gedurende de meetperiode geen trillingen opgeslagen. Wel zijn metingen uitgevoerd op de bovenste verdieping van het pand. Op deze verdieping is de trillingsmeter bevestigd op de vloer en zijn de instellingen

30

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

aangehouden als beschreven in hoofdstuk 3. Een foto van de bevestiging van de trillingsopnemer is opgenomen in figuur 29.

figuur 29: bevestiging van de trillingsopnemer op de bovenste verdieping van Buitenhof 5

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrecht op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op de verdiepingsvloer van Buitenhof 5 zeer duidelijk de trams (in de Z-richting) onderscheiden kunnen worden en er geen verstoring van de apparatuur plaatsvindt. De trillingen worden even na 6 uur ’s ochtends waargenomen en stoppen vlak voor half 1 ’s nachts. Dit komt overeen met de dienstregeling van lijn 16. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 30.

figuur 30: trillingen tussen 29 januari en 31 januari

31

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Resultaten In tabel 13 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. tabel 13: beoordeling trillingen op verdiepingsvloer van Buitenhof 5 (conform SBR-A) Dominante freq. (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 15.5 5.33 0.44 ●

Y 15.5 5.33 0.24 ●

Z 19.5 5.33 0.95 ●

Avenio X 62.5 5.33 0.38 ●

Y 15.5 5.33 0.34 ●

Z 15.5 5.33 1.09 ●

RegioCitades X Y 15.5 15.5 5.33 5.33 0.33 0.26 ● ●

Z 15.5 5.33 0.97 ●

Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van het Buitenhof 5. 5.7.1 Hinder De hoger gelegen verdiepingen van Buitenhof 5 worden gebruikt als woningen. Voor het classificeren van trillingshinder in de woningen is gebruikgemaakt van de metingen op de bovenste verdieping van het Buitenhof 5. Getoetst wordt aan woning, met A1=0.2; A2=0.4 en A3=0.1 (tabel 3 uit SBR-B te gebruiken bij een gewijzigde situatie) voor de nachtperiode (strengste beoordeling). De trams rijden hier in twee richtingen langs. Tramtype Veff, max/vper Beoordelingsnorm uit SBR-B

GTL-8 0.32/0.06 ●

Avenio 0.36/0.07 ●

RegioCitadis 0.33/0.06 ●

Het blijkt dat hier de situatie min of meer gelijk blijft voor elk type tram.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

5.8 Nieuwstraat 1-5 Het pand aan de Nieuwstraat 1-5 is gebouwd in 1910 en is geregistreerd als rijksmonument. Hierdoor heeft het gebouw een cultuurhistorische waarde en valt daarmee onder de gebouwcatagorie 3 (monumentale panden) uit de SBR-A richtlijn. Daarnaast is voor de woningen de trillingshinder bepaald volgens de SBR-B richtlijn. 5.8.1 Fundering De trillingsopnemer is op de fundering van de het pand geïnstalleerd. Voor deze locatie zijn de instellingen aangehouden als beschreven in hoofdstuk 3. Een foto van de bevestiging van de trillingsopnemer is opgenomen in figuur 31.

32

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

figuur 31: bevestiging van de trillingsopnemer in de fundering van Nieuwstraat 1-5

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrecht op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op de fundering van het Nieuwstraat niet elke tram waargenomen wordt en er enkele verstoringen plaatsvinden. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 32. Door de pieken te matchen met de trillingen in de kap, is een relatief nauwkeurig tramfilter gemaakt.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

figuur 32: trillingen tussen 6 maart en 8 maart

Resultaten In tabel 14 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.2 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. tabel 14: beoordeling trillingen op fundering van de Nieuwstraat 1-5 (conform SBR-A) Dominante frequentie (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 39.5

Y 78.5

Z 12.5

Avenio X 78.5

Y 78.5

Z 70.5

RegioCitadis X Y 78.5 78.5

Z 12.5

4.46 0.92 ●

6.09 0.62 ●

2.21 0.66 ●

6.09 0.83 ●

6.09 2.05 ●

5.88 1.75 ●

6.09 0.61 ●

2.21 0.89 ●

6.09 1.41 ●

33

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Gezien de dominante hoogste frequentie van 78.5 Hz met een beoordelingswaarde van 2.05/1.5=1.4 (gecorrigeerd voor de veiligheidsfactoren), is er slechts zeer geringe kans op zettingsschade. Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft hoogstwaarschijnlijk geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van Nieuwstraat 1-5. 5.8.2 Verdiepingsvloer Op de bovenste verdieping van het pand aan de Nieuwstraat 1-5 is tegelijkertijd met de fundering een meting uitgevoerd. De meter is geplaatst op een houten balk die deel uitmaakt van de dragende constructie van de kap. Een foto van de bevestiging van de trillingsopnemer is opgenomen in figuur 33.

figuur 33: bevestiging van de trillingsopnemer in de houten kap van Nieuwstraat 1-5

De trillingsopnemer is bevestigd zodat voor de verschillende meetrichtingen geldt: x loodrecht op het spoor y parallel aan het spoor z verticale richting

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Meetresultaten Uit de meetdata volgt dat op in de kap van Nieuwstraat 1-5 veel verstoringen plaatsvinden. Deze worden vermoedelijk veroorzaakt door wind. Een uitsnede van twee etmalen is weergeven in figuur 34. Door de pieken te matchen met de trillingen in de kap, is een tramfilter gemaakt.

figuur 34: trillingen tussen 6 maart en 8 maart

34

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

Verwerking meetdata In tabel 15 zijn de resultaten van de metingen weergeven. Daarnaast zijn met behulp van de in paragraaf 4.3 beschreven methode de trillingen voor de Avenio en RegioCitadis berekend. tabel 15: beoordeling trillingen in de kap van de Nieuwstraat 1-5 (conform SBR-A) Dominante freq. (Hz) Grenswaarde Beoordelingswaarde Risico

GTL-8 X 11.3 5.33 1.47 ●

Y 10.0 5.33 1.44 ●

Z 12.5 5.33 2.39 ●

Avenio X 10.0 5.33 1.40 ●

Y 10.0 5.33 1.55 ●

Z 12.5 5.33 2.19 ●

RegioCitadis X Y 10.0 10.0 5.33 5.33 0.94 1.50 ● ●

Z 12.5 5.33 2.28 ●

In de huidige situatie is er zeer beperkte kans op schade aan de kap op Nieuwstraat 1-5. Daarnaast moet ook opgemerkt worden dat de trillingen ten gevolge van (stevige)wind dominant zijn ten opzichte van de trampassages. Conclusie Het inzetten van zwaarder trammaterieel op lijn 16 heeft geen negatieve gevolgen voor de bouwkundige staat van de kap op Nieuwstraat 1-5. 5.8.3 Hinder Op Nieuwstraat 1-5 is gemeten in de houten kap op de bovenste verdiepingsvloer. Deze meetpositie geeft mogelijk een worstcase benadering omdat de kap een lichtere constructie heeft dan de onderliggende verdiepingsvloeren. Verder is deze meetpositie niet gelijk aan een vloerveld. Daarom is deze meting slechts een benadering van de mogelijk aanwezige hinder.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Uit de meting blijkt dat er nagenoeg constant een trilling aanwezig is die niet toegeschreven kan worden aan het passeren van de tram (nachtperiode veff,max = 0.5, vper =0.13 is een overschrijding van de streefwaarden voor wonen; in de dagperiode is de veff,max = 1, eveneens een overschrijding). De trillingen van trams zijn dus ondergeschikt aan de huidige aanwezige trillingen. Hiermee is niet waarschijnlijk dat er extra hinder zal plaatsvinden op het moment dat de Avenio of RegioCitadis gaat rijden.

35

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

6. Samenvatting metingen 6.1 Schade In tabel 16 zijn de meetlocaties opgenomen en zijn de resultaten conform de stoplichtmethode aangegeven. Op twee locaties zijn de trillingen mogelijk schadelijk voor de houten kappen. Deze locaties liggen in de buurt van de wissel van de calamiteitenroute. tabel 16: resultaten per locatie voor schade Locatie Nutshuis Kerk ’t Goude Hooft Oude stadhuis Dagelijkse Groenmarkt 37 Dagelijkse Groenmarkt 29 Buitenhof 5 Nieuwstraat 1-5

Meetpunt Fundering Fundering Houten kap Fundering Verdiepingsvloer Fundering (zetting) Fundering Kantoor Fundering Verdiepingsvloer Fundering Houten kap

Huidige situatie ● ● ● ● X ● ● ● ● ● ● ●

Bij Avenio ● ● ● ●

Bij RegioCitadis ● ● ● ●

● ● ● ● ● ● ●

● ● ● ● ● ● ●

Uit dit overzicht blijkt dat alleen bij locaties met een houten constructie op de hoogste verdieping een kans is op schade. Daar dit voor de huidige situatie ook het geval is, is de vraag gerechtvaardigd of de wijziging daadwerkelijk tot schade zal lijden. Aan de andere kant geven deze resultaten aan dat voorzichtigheid geboden is. 6.2 Hinder In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de beoordeling aan de streefwaarden bij inzet van de diverse type trams weergegeven. Het al dan niet halen van de streefwaarden is aangegeven met behulp van de zogenaamde stoplichtmethode. tabel 17: resultaten per locatie voor hinder

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Locatie Nutshuis Kerk ’t Goude Hooft Oude stadhuis Dagelijkse Groenmarkt 37 Dagelijkse Groenmarkt 29 Buitenhof 5 Nieuwstraat 1-5

Vaststelling Extrapolatie Extrapolatie Meting Extrapolatie Meting Extrapolatie Meting Meting

GTL (Huidig) ● ● x ● x ● ● x

Bij Avenio ● ● x ● x ● ● x

Bij RegioCitadis ● ● x ● x ● ● x

Uit deze tabel volgt dat de huidige situatie net wel of net niet voldoet. Bij gebruik van de Avenio wordt dit vaak verslechterd naar een overschrijding. Bij de RegioCitadis is de situatie qua hinder ongeveer gelijk aan die van de huidige situatie. Op de Dagelijkse Groenmarkt 29 wordt berekend dat momenteel niet aan de streefwaarden voor een bestaande situatie wordt voldaan. Als de metingen op deze locatie vergeleken worden met naburige panden, rijst het vermoeden dat de trillingsoverdracht naar en in woningen niet geschikt is voor gebouwen op deze locatie. In de huidige situatie is het niet mogelijk om in de woningen te meten omdat de renovatie van het pand nog bezig is. Op de kamer van het Goude Hooft, Dagelijkse Groenmarkt 37 en in de kap van de Nieuwstraat 1-5 is vastgesteld dat de invloed van trams op de trillingen in de woningen te verwaarlozen is. Dit vanwege andere trillingsbronnen. 36

Trillingen rond het Kerkplein en het Buitenhof

In de kamer van het Goude Hooft wordt dit vermoedelijk veroorzaakt door elektrische apparatuur (zoals luchtbehandelingskasten of ventilatie). Op de andere locaties kan niet zonder meer een oorzaak aangewezen worden. Het rijden met andere trams zal hier naar verwachting niet zorgen voor meer hinder. De hinder door mogelijk laagfrequent geluid is niet onderzocht. Maar door de verschuiving van de frequenties richting laagfrequent geluid, is hinder hierdoor mogelijk. 6.3 Maatregelen Directe schade door veranderingen aan het spoor en trams is niet waarschijnlijk. Maatregelen voor beperking van de hinder en als bijproduct laagfrequent geluid, zijn wenselijk. De reductie zou in de orde van een factor 3 a 4 moeten liggen om te kunnen voldoen aan SBR-B. De maatregelen zijn het effectiefst aan de bron: wielen en sporen vlak uitvoeren, liefst met zo weinig mogelijk wissels. Dit is sterk afhankelijk van de onderhoud cyclus van het spoor. Reducties van een factor 2 voor en na slijpen zijn goed mogelijk. Een bijkomende mogelijkheid is het toepassen van Wiel Rail Conditioneringsmiddel (WRC). De herhaling frequentie voor slijpen kan hierdoor sterk worden gereduceerd. Het reduceren van de snelheid is een mogelijkheid die niet effectief is, zoals uit onderzoek blijkt dat DGMR heeft uitgevoerd voor ProRail.

l:\doc\m\2016\101800\m2016101800r001v3.docx 24-07-2017

Het afveren van het spoor door middel van rubbermatten is eveneens een optie. Dit geeft voor de hogere frequenties reducties op die de hinder verminderen. Nadeel van een rubbermat is dat deze een eigen frequentie heeft en dat de trillingen bij deze eigen frequentie zullen toenemen. Dit geeft mogelijk nadelige effecten voor schade, minder (in eerste instantie) bij hinder. Het effect van een rubbermat is moeizaam door te rekenen omdat de belasting van het spoor sterk varieert: onder de wielen of tussen de wielen. Door een hoge belasting onder de wielen wordt de eigen frequentie laag. Rond de 15 a 20 Hz is de laagste frequentie die praktisch kan worden bereikt. Bij minder belasting (tussen de draaistellen in) schuift de eigen frequentie omhoog en kan daardoor oplopen naar de 100 Hz waardoor de hinder kan toenemen. Het is daarom zinvol als dergelijke maatregelen zijn toegepast, deze op effect na te meten op een gedeelte met en zonder deze maatregel, waarbij de omgeving nagenoeg constant is. Hiermee kan een nieuwe overdracht worden vastgesteld, die kan worden toegepast op de situatie rond de kerk. Hiermee kan worden bepaald of deze maatregel effectief is voor de hinder en de eventuele schade aan de monumentale gebouwen. Het afveren van het spoor met railklemmen op een betonplaat zorgt ruim voor de benodigde reducties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10372727/1