RIS309389 Feitenrapport deel III Jeugdzorg
Tekst van het document
ZORGEN VOOR DE JEUGD Feitenrapport onderzoeksdeel III
8 juli 2021 RIS309389
COLOFON Leden De heer Manus Twisk, voorzitter Mevrouw Pauline Reeuwijk De heer Robert-Jaap Voorn
Aan dit rapport hebben meegewerkt Arjan Wiggers (secretaris) Coen Eisma (projectleider/senior onderzoeker) Katelijne Brongers (onderzoeker) Robin Bredo (stagiaire)
Contactgegevens Rekenkamer Den Haag Postbus 16079 2500 BB Den Haag T: 070 353 2048 Bezoekadres Stadhuis Gemeente Den Haag Spui 70 2511 BT Den Haag
Datum 8 juli 2021
RIS-nummer RIS309389
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Aanpak en leeswijzer
4
2.
Overzicht gemeentelijke rapportages
6
2.1
Beleidsinhoudelijke rapportages
6
2.2
Rapportages planning en control cyclus
10
3.
Informatie over het aantal jeugdigen en kosten in rapportages
11
3.1
Het aantal jeugdigen in jeugdzorg
11
3.2
De kosten van jeugdzorg
16
4.
De duiding van gepresenteerde informatie in rapportages
20
5.
Jaarlijkse informatievoorziening aan de raad
26
6.
Onderlinge consistentie van rapportages
27
7.
Bijlagen
30
7.1
Bijlage 1: Normenkader en beoordeling
30
7.2
Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording
35
7.3
Bijlage 3: Overzicht van de documenten
37
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In dit feitenrapport wordt onderzoeksvraag 2 beantwoord:
In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg?
Onderzoeksvraag 1 is in H10-verband onderzocht en de resultaten hiervan zijn terug te lezen in het feitenrapport gezamenlijk rekenkameronderzoek Jeugdzorg H10. Dit feitenrapport heeft enkel betrekking op de praktijk in Den Haag. Onderzoeksvraag 2 beantwoorden we aan de hand van een vooraf vastgesteld normenkader. Dit normenkader is afgestemd met de overige H10-rekenkamer(commissie)s die participeren in dit onderzoek. Zie bijlagen 1 en 2 voor het normenkader en onderzoeksverantwoording.
1.2 Aanpak en leeswijzer In dit rapport presenteren we de uitkomsten van de toetsing van de voortgangsrapportages (zowel beleidsinhoudelijke rapportages als rapportages uit de P&C cyclus) aan het normenkader dat is opgesteld om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden (bijlage 1). In hoofdstuk 2 geven we een toelichting op de verschillende gemeentelijke rapportages die informatie bevatten met betrekking tot de onderzoeksvraag (informatie over de kosten van jeugdzorg en het aantal jeugdigen in jeugdzorg) en de rapportages die zijn meegenomen in de beoordeling. In hoofdstuk 3 beoordelen we norm 1: paragraaf 3.1 gaat in op de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in jeugdzorg en paragraaf 3.2 gaat in op de ontwikkeling van de kosten van jeugdzorg. Hoofdstuk 4 heeft betrekking op de duiding van de gepresenteerde informatie in de rapportages (norm 2) en in hoofdstuk 5 is de beoordeling opgenomen of de raad minimaal éénmaal per jaar informatie ontvangt die grotendeels voldoet aan norm 1 en 2. Als laatste beoordelen we in hoofdstuk 6 of de rapportages onderling consistent en eenduidig zijn. In de toelichting op onze bevindingen maken we in dit rapport gebruik van voorbeelden uit gemeentelijke rapportages. Deze voorbeelden zijn terug te vinden in tekstkaders.
Voor elke norm geeft de rekenkamer bij de bevinding in de hiernavolgende hoofdstukken een overkoepelend oordeel volgens onderstaande kleurcodes. Voldoet volledig aan de norm
Groen
Voldoet grotendeels aan de norm
Geel
Voldoet in beperkte mate aan de norm
Oranje
Voldoet niet aan de norm
Rood 4
Zie de onderzoeksverantwoording in bijlage 2 voor een uitgebreide toelichting op de aanpak.
5
2. Overzicht gemeentelijke rapportages Het college voorziet de raad van informatie over de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg door middel van verschillende beleidsinhoudelijke rapportages en documenten uit de planning en control cyclus (P&C-cyclus). De verschillende documenten kennen elk hun eigen doel met betrekking tot informatievoorziening aan de raad. Beleidsinhoudelijke rapportages informeren de raad vanuit een beleidsmatig perspectief en de documenten uit de P&C-cyclus doen dit vanuit een financieel perspectief. Daarnaast informeert het college de raad in een aparte rapportage over genomen maatregelen met betrekking tot de beheersing van de kosten. In onderstaande tabel staat een overzicht van de verschillende soorten documenten en de frequentie waarmee ze gedeeld zijn met de raad in de jaren 2015 tot en met 2019. Rapportage Beleidsplan Jaarrapportage jeugd Halfjaarrapportage jeugd Kwartaalrapportage
2015 2016 2017 2018 2019 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 2 -
Voortgangsrapportage beheersing kosten Programmarekening Programmabegroting Voorjaarsnota Halfjaarbericht 4-maandsrapportage 8-maandsrapportage Totaal
-
1 1 1 1
-
1 1 1 1
9
1 1 1 1 -
7
2
2
1 1 1 1
1 1 1 -
6
1 1 9
10
Tabel 1 Frequentietabel met verschillende aan de gemeenteraad verstuurde rapportages In de beantwoording van de onderzoeksvraag beoordeelt de rekenkamer enkel de voortgangsrapportages waarin informatie staat over de aantallen jeugdigen in jeugdzorg (i.e. jaar-, halfjaar-, kwartaal-, voortgangsrapportage en de voortgangsrapportages kostenbeheersing) en de documenten uit de P&C-cyclus waarin de daadwerkelijke kosten van jeugdzorg staat (i.e. programmarekening). In de volgende twee paragrafen geven we een korte beschrijving van de verschillende, met de gemeenteraad gedeelde, rapportages. Eerst geven we een beschrijving van inhoudelijke rapportages, daarna van de documenten uit de P&C-cyclus
2.1 Beleidsinhoudelijke rapportages Totstandkoming rapportagestructuur In de onderzochte periode heeft, sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015, een ontwikkeling plaatsgevonden in de informatiepositie van het college over de aantallen 6
jeugdigen en de kosten voor jeugdzorg. Zo zijn landelijke systemen als het berichtenverkeer en declaratieverwerking heringericht. Dit zorgt ervoor dat de raad door de jaren heen steeds beter geïnformeerd kon worden. De wijzigingen en verbeteringen in de systemen heeft er toe kunnen leiden dat cijfers of percentages niet direct vergelijkbaar zijn met de jaren ervoor. 1 Naast het ontwikkelingsproces, heeft de gemeente ook een leerproces doorgemaakt in de wijze van rapporteren door het voortschrijdend inzicht in de actualiteiten. Zo is bijvoorbeeld het budgettaire tekort pas ná 2015 ontstaan, wat heeft geleid tot een andere focus in de rapportages. In 2014 is in een notitie richting de raad een voorstel verwoord over monitoring en verantwoording van jeugdhulp in 2015. Hierin is aangegeven dat ter monitoring van de gestelde doelen er zes kernprestatie-indicatoren (KPI) zijn gedefinieerd. Samen met aanvullend kwalitatief onderzoek zou de gemeente hiermee in staat zijn om ‘de werking van het stelsel te monitoren.’ 2 Verder wordt de raad in de notitie over de opbouw van de voortgangsrapportages (een deel over de voortgang en een deel over de KPI’s) en de regelmaat van publicatie geïnformeerd. 3 De zes kernprestatie-indicatoren waarmee het college wil monitoren of de gestelde doelen worden bereikt, zijn als volgt: 1.
Budget-uitputting: de stand van zaken van het gebruik van het jeugdhulpbudget, afgezet tegen het totaal en onderverdeeld in op Zorg in Natura en PGB; 2. Van zwaar naar licht: de mate van realisering van de innovatie doelstelling en onderverdeeld in jeugdteams en de verschuiving van 3e- naar 2e-lijns zorg; 3. Klanttevredenheid: de mate van tevredenheid over de hulpverlening, met betrekking tot jeugdteams en overige jeugdhulp; 4. Effectiviteit van trajecten: de mate van doelrealisatie, met betrekking tot jeugdteams en overige jeugdhulp; 5. Kinderen in zorg: het aantal unieke Haagse jongeren met aanbod jeugdhulp met nadere onderverdeling; 6. Werkvoorraad en wachtlijst: de gemiddelde wachtlijst en/of wachttijd bij de jeugdteams en overige instellingen.
1
Feitelijk wederhoorreactie, ambtelijke organisatie, 28 januari 2021
2 RIS279663 Raadsmededeling ‘Voortgang Transitie jeugd en format Voortgangsrapportage tevens afdoening moties rv 90.2014/7 en rv 90.2014/16’, bijlage ‘Voortgangsrapportage jeugdhulp in 2015’, College van Burgemeester en Wethouders, 19 december 2014, p. 1. 3
RIS279663 Raadsmededeling ‘Voortgang Transitie jeugd en format Voortgangsrapportage tevens afdoening moties rv 90.2014/7 en rv 90.2014/16’; bijlage ‘Voortgangsrapportage jeugdhulp 2015’, College van Burgemeester en Wethouders, 19 december 2014.
7
Over deze KPI’s wordt in meerdere rapportages door de jaren heen gerapporteerd. Voor de beoordeling van het normenkader zijn in dit onderzoek vier KPI’s relevant: •
•
•
Ten eerste geeft de toelichting onder de KPI ‘budget-uitputting’ inzicht in het gebruik van het jeugdhulpbudget wat relevant in voor de beoordeling van norm 1b (paragraaf 3.2). Onder de KPI’s ‘van zwaar naar licht’ en ‘kinderen in zorg’ wordt geïnformeerd over het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdteams en 2e- en 3e-lijns jeugdzorg, wat relevant is voor norm 1a (paragraaf 3.1). Ten tweede informeert de KPI ‘effectiviteit van trajecten’ over de reden van afsluiting van trajecten en het aantal terugkerende gebruikers. De reden van afsluiting is relevant voor beoordeling van norm 2 (hoofdstuk 4) waar de duiding van de gepresenteerde informatie wordt beoordeeld. De overige twee KPI’s (klanttevredenheid en werkvoorraad en wachtlijst) geven geen informatie die aansluit bij het normenkader.
Jaarrapportages Jaarlijks publiceert het college een jaarrapportage waarin het college verslag doet van de behaalde resultaten van het beleidskader in het betreffende jaar. Van 2015 tot 2018 gold het beleidskader ‘Met de jeugd. Voor de jeugd’. Begin 2018 is het nieuwe beleidskader voor 2018-2020 ‘Haagse Jeugd, samen aan zet’ vastgesteld. Sinds 2016 hanteert het college een nieuwe vormgeving voor de jaarrapportages. In 2018 en 2019 is het beleidsveld Jeugd in de jaarrapportage samengevoegd met het beleidsveld Wmo. Het college stemt met de raad af over welke onderwerpen de raad geïnformeerd wordt in de rapportages. Zo is op 30 januari 2019 door het college een informele werkbespreking georganiseerd voor raadsleden voor een nieuw vorm te geven jaarrapportage Jeugd en Wmo. Met de raadsleden is besproken welke informatie wel en niet in de rapportage komt. De (half)jaarrapportages moeten onder andere leesbaar zijn en een algemeen beeld geven van de behaalde resultaten. 4 (Half)jaarrapportages bieden vooral inzicht in bereik, aantallen, ingezette ondersteuning, effect en klanttevredenheid. Voor de financiële kant is minder aandacht, omdat dit al in de begroting en jaarrekening staat. 5 De raad heeft middels technische vragen aangegeven dat het overzichtelijker zou zijn als deze rapportages gecombineerd zouden worden, om verbanden te kunnen leggen.
Het college geeft in haar reactie hierop aan dat beide rapportages een ander doel hebben en een andere cyclus volgen. 6
4
RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2018’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 april 2019.
5
Feitelijk wederhoorreactie, ambtelijke organisatie, 28 januari 2021
6
RIS306091 ‘Beantwoording technische vragen Jaarrapportage 2019 Jeugd en Wmo’, Technische vraag 40, 27 augustus 2020.
8
Halfjaarrapportages In een halfjaarrapportage worden de behaalde resultaten over het eerste halfjaar weergegeven. Deze bieden over het algemeen minder informatie dan de jaarrapportages. Als verklaring hiervoor wordt aangegeven dat een deel van de informatie/indicatoren alleen op jaarbasis beschikbaar is. 7 In 2016 is gewerkt aan een nieuwe vormgeving van de rapportages. Een eerste voorproef hiervan betreft de halfjaarrapportage 2016.
Kwartaalrapportages In 2015 en 2016 heeft het college kwartaalrapportages uitgebracht. Deze rapportages worden wisselend kwartaalrapportage of voortgangsrapportage genoemd. Deze hebben betrekking op het voorgaande kwartaal. In de commissievergadering Samenleving op 1 september 2016 heeft de wethouder Kenniseconomie, Internationaal, Jeugd en Onderwijs toegezegd om over te gaan op een halfjaarlijkse voortgangsrapportage. 8 Hierna heeft de raad geen kwartaalrapportages meer ontvangen.
Voortgangsrapportages kostenbeheersing De voortgangsrapportages kostenbeheersing informeren de raad over de maatregelen die worden genomen om financiële beheersbaarheid te realiseren. Vanaf november 2017 is een ambtelijke taskforce opgericht om beter grip te krijgen op de begrotingsuitvoering voor Wmo en Jeugd. 9 Deze taskforce is er ook op gericht om de tussentijdse informatievoorziening te verbeteren. De wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid heeft toegezegd om met ingang van september 2018 de Rekeningencommissie driemaandelijks te informeren over de voortgang. De wethouder verwacht ‘dat de taskforce niet langer dan een jaar nodig zal zijn, omdat de gemaakte afspraken met zorgaanbieders daarna voldoende zijn verankerd in het proces.’ 10 Deze ambtelijke taskforce is met andere woorden opgezet om verbeteringen in de financiële beheersbaarheid te realiseren op zowel het gebied van jeugdhulp als Wmo. Hiervoor is een beheersing van de kosten en tussentijdse sturing belangrijk. De taskforce brengt in beeld welke sturingsmogelijkheden er zijn en treft maatregelen. 11 Deze driemaandelijkse rapportage aan de Rekeningencommissie is in september 2018 voor de eerste keer gepubliceerd, en in december 2018 verscheen de tweede rapportage. Over het jaar 2019 zijn drie voortgangsrapportages gepubliceerd. In
7
RIS298569 ‘Halfjaarrapportage 2017’, Gemeenteraad, 5 december 2017 p. 6.
8
RIS294938 ‘Besluitenlijst van de openbare vergadering van de commissie Samenleving’, 1 september 2016
9
RIS299742 ‘Verslag van de vergadering van de Rekeningencommissie (RC) van 16 mei 2016’, p. 10; Presentatie ‘1e voortgangsrapportage beheersing kosten Wmo en Jeugd’, 26 september 2018. 10
RIS2999938 ‘Verslag van de vergadering van de Rekeningencommissie (RC) van 14 juni 2018’ p. 3.
11
RIS300428 Commissiebrief ‘Beheersing kosten jeugdhulp en wmo’ College van Burgemeester en Wethouders, 4 september 2018.
9
2019 heeft een collegewisseling plaats gevonden, waardoor over de kostenbeheersing en maatregelen om in lijn met de begroting te komen opnieuw onderhandeld werd, met een vertraging in publicatie van een rapportage tot gevolg.
2.2 Rapportages planning en control cyclus Het college informeert de raad in rapportages uit de P&C-cyclus over de financiën van jeugdzorg. 12 De planning en control-cyclus geeft inzicht in waar de gemeente staat in relatie tot haar doelstellingen. Dit wordt uitgewerkt in verschillende producten: de begroting, 4- en 8-maand rapportage (vóór 2019 was dit halfjaarbericht) en een programmarekening.
Programmabegroting In de programmabegroting staan de beleidsdoelen van het college voor het komende jaar en welke middelen daarvoor nodig zijn. Met betrekking tot jeugdzorg worden hierin de verwachte kosten gegeven.
4- en 8-maandsrapportage/halfjaarbericht Vóór 2019 middels een halfjaarbericht en sinds 2019 middels een 4- en 8-maandsrapportage wordt de stand van zaken gegeven over het lopende jaar. Hierin kunnen ook prognoses voorkomen op de programmarekening. Dit stelt het college in staat om beleidsmatig of financieel bij te sturen en de begroting bij te stellen. 13 Als de uitgaven zich ontwikkelen conform verwachting hoeft hierover niet te worden gerapporteerd. Is de afwijking groter dan 2,5 mln. euro, dan moet dit kort worden toegelicht. 14 In deze rapportages wordt niet of zeer beperkt gerapporteerd over de ontwikkeling van het aantal jeugdigen en kosten.
Programmarekening Volgens de planning en control-cyclus wordt jaarlijks een programmarekening vastgesteld door de raad. Met de programmarekening legt het college verantwoording af over het afgelopen jaar. De programmarekening bevat per programma een beleidsmatige toelichting en een financiële verantwoording. 15 In de programmarekening staan de daadwerkelijke lasten van het betreffende jaar en deze is daarom als enige document van de planning en control-cyclus meegenomen in de beoordeling van rapportages.
12
Feitelijk wederhoorreactie 28 januari 2021.
13
‘Begroten en verantwoorden uitleg cyclus’, Werknet, https://denhaag.sharepoint.com/sites/werknet/portalen/inkoopfinjz/Paginas/Begroten-en-verantwoorden-Uitleg-cyclus.aspx bezocht op: 28 september 2020. 14
Feitelijk wederhoorreactie 28 januari 2021.
15
‘Begroten en verantwoorden uitleg cyclus’, Werknet, https://denhaag.sharepoint.com/sites/werknet/portalen/inkoopfinjz/Paginas/Begroten-en-verantwoorden-Uitleg-cyclus.aspx bezocht op: 28 september 2020.
10
3. Informatie over het aantal jeugdigen en kosten in rapportages 3.1 Het aantal jeugdigen in jeugdzorg Norm
Beoordeling
Norm 1a: De rapportages aan de raad bevatten minimaal informatie over de ontwikkeling vanaf 2015 van het aantal unieke jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt, uitgesplitst naar: i.Soort verwijzer (gemeente, huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instellingen, medisch specialist, rechter/justitie, geen verwijzer en verwijzer onbekend); ii.Soort specialistische zorg (crisisinterventieteam (CIT), Gecertificeerde instellingen (GI), Ambulant, Residentieel, Topspecialistisch); iii.Soort hulpvorm (jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, Jeugd-LVB, Jeugd Gedwongen kader, Wijkteam); iv.Persoonsgebonden budget (PGB).
Bevindingen Het college informeert de gemeenteraad elk jaar over het aantal jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt in relatie tot de soort verwijzer, het soort specialistische zorg, het soort hulpvorm en het aantal jeugdigen dat via een PGB zorg ontvangt. In veel gevallen betreft het echter percentages in plaats van absolute aantallen. Hierdoor is het moeilijk om cijfers over de jaren heen met elkaar te vergelijken en zicht te krijgen op ontwikkelingen door de tijd. Een uitzondering hierop is het aantal jeugdigen dat PGB ontvangt. Hierover wordt elk jaar in absolute aantallen gerapporteerd. De gemeenteraad wordt daarnaast niet of nauwelijks geïnformeerd over de meerjarige ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt. Het aantal PGB’s van het betreffende jaar wordt meestal met het voorgaande jaar vergeleken. Meerjarige informatie over het soort verwijzer mist.
Toelichting op de bevindingen Het aantal jeugdigen in relatie tot de soort verwijzer Voor deze categorie heeft de rekenkamer beoordeeld of het college aan de gemeenteraad heeft gerapporteerd over de ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt in relatie tot de soort verwijzer. In elke inhoudelijke rapportage die het college aan de gemeenteraad heeft gestuurd, staat informatie over het soort verwijzer in relatie tot het aantal jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt. In de meeste documenten worden alleen percentages genoemd, waardoor het voor de gemeenteraad niet mogelijk is om cijfers uit verschillende rapportages met elkaar te vergelijken en de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in relatie tot de verwijzer door de 11
jaren heen te volgen. De Jaarrapportage 2017 is de enige rapportage waarin de ontwikkeling (in percentages) over meerdere jaren zichtbaar is, zowel over de verwijzers naar jeugdteams als over verwijzers naar specialistische jeugdhulp. In andere rapportages is geen meerjarige ontwikkeling opgenomen. Voorbeeld In de Jaarrapportage 2018 staat over gespecialiseerde jeugdhulp bijvoorbeeld een grafiek met het ‘type verwijzer uit verzoeken om toewijzing in percentages’ (zie onderstaande afbeelding). Hierin wordt een procentuele verdeling gemaakt tussen verschillende types verwijzer (o.a. huisarts, gemeente en gecertifieerde instelling). Deze grafiek betreft enkel de percentages over het jaar 2018. In een voetnoot wordt aangegeven dat in eerdere rapportages de percentages gebaseerd waren op de 12 grootste jeugdzorgaanbieders, en in 2018 is het gebaseerd op alle aanbieders. Dit maakt het vergelijken met voorgaande jaren dus niet mogelijk. In de rapportage is wel vermeld dat de informatie niet vergelijkbaar is. 16
16 RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage 2018 Jeugd en Wmo’, College van Burgemeester en Wethouders, 10 april 2019, grafiek 29.
12
Het aantal jeugdigen per soort specialistische zorg Voor deze categorie heeft de rekenkamer beoordeeld of het college de gemeenteraad geïnformeerd heeft over het aantal jeugdigen dat specialistische zorg ontvangt en het soort specialistische zorg dat geleverd wordt. Het college stuurt minimaal eenmaal per jaar informatie naar de raad over het aantal jeugdigen dat specialistische zorg ontvangt. Daarin wordt ook een (procentuele) onderverdeling in de verschillende soorten zorg gemaakt. De ontwikkeling van deze cijfers ten opzichte van voorgaande jaren wordt niet elk jaar beschreven. Als dit wel gebeurt, is dat enkel in percentages. Voorbeeld De Halfjaarrapportage 2018 is op deze norm als goed beoordeeld. In de rapportage is onder andere een ontwikkeling te zien van het aantal jeugdigen in specialistische jeugdhulp van de eerste helft van de jaren 2015 t/m 2018 in absolute aantallen. Daarnaast wordt in een grafiek het percentage gebruikte trajecten (trajecten die zijn afgenomen door jeugdigen) per soort aangegeven over de jaren 2015 t/m 2018. 17
17 RIS300853 Commissiebrief ’Halfjaarrapportage Jeugd 2018’ College van Burgemeester en Wethouders, grafiek 14 en 18, p. 45-46.
13
Vervolgens staat in de Jaarrapportage 2018 het aantal jeugdigen in specialistische jeugdhulp enkel in een grafiek waarin procentueel het aandeel Haagse jeugdigen in specialistische jeugdhulp ten opzichte van het totaal inwonersaantal in Den Haag staat. Over zowel 2017 als 2018 staan in de grafiek percentages, echter in de legenda staat enkel over 2018 het absolute aantal. Het is daarmee niet inzichtelijk hoeveel unieke cliënten er in 2017 waren. 18
Vervolgens wordt verderop in de rapportage een verdeling van het aantal gebruikte trajecten weergegeven, procentueel verdeeld per soort, alleen over het jaar 2018. Daaronder staat een grafiek met een verdeling van het gebruik van trajecten per hulpvorm in 2018, dit betreffen wel absolute aantallen. 19 In de Jaarrapportage 2018 is er daarmee vrijwel geen ontwikkeling zichtbaar over meerdere jaren. Daarnaast staat de informatie ook in een andere vorm dan in de halfjaarrapportage over hetzelfde jaar.
18
RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage Jeugd en Wmo’ College van Burgemeester en Wethouders, 10 april 2019, grafiek 27, p. 29.
19 RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage Jeugd en Wmo’ College van Burgemeester en Wethouders, 10 april 2019, Grafiek 30 en 31, p. 31.
14
Het aantal jeugdigen per soort hulpvorm Voor deze categorie is beoordeeld of het college de gemeenteraad geïnformeerd heeft over het aantal unieke jeugdigen naar ‘soort hulpvorm’. Dit onderdeel is verder uitgesplitst naar wijkteams, jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ en Jeugd Gedwongen Kader. In de rapportages van de gemeente wordt hier niet apart over gerapporteerd maar zijn deze categorieën verdeeld over eerstelijns zorg (wijkteams en jeugd- en opvoedhulp) en tweedelijns zorg waaronder Jeugd-GGZ en Jeugd Gedwongen Kader ook valt. In dit hoofdstuk valt onder ‘soort hulpvorm’ de eerstelijns zorg (wijkteams en jeugd- en opvoedhulp) onder de noemer ‘jeugdteams’ (zie bijlage 2 voor een toelichting op de beoordeling). In elk jaar heeft het college de gemeenteraad minimaal eenmaal geïnformeerd over het aantal jeugdigen dat via jeugdteams zorg ontvangt, en de historische ontwikkeling hiervan. In 2015 en 2016 werden door jeugdteams alleen gezinsdossiers geregistreerd en niet unieke jeugdigen. In enkele rapportages wordt het aantal gezinstrajecten van jeugdteams wel vergeleken met het aantal unieke jeugdigen in jeugdhulptrajecten. Voorbeeld In de Voortgangsrapportage eerste halfjaar 2016 wordt het aantal gezinstrajecten van jeugdteams vergeleken met aantal jeugdigen in gespecialiseerde jeugdhulptrajecten.
Deze grafiek staat in een paragraaf met de titel ‘aantal gezinstrajecten (jeugdteam) ten opzichte van het aantal individuele trajecten in de gespecialiseerde jeugdhulp’. 20 In de grafiek worden de gezinstrajecten (waar meerdere jeugdigen bij betrokken kunnen zijn) en het aantal unieke jeugdigen in gespecialiseerde jeugdhulp in één taartdiagram opgenomen, waardoor onterecht de suggestie wordt gewekt dat deze eenheden bij elkaar opgeteld kunnen worden. Zie hieronder de betreffende grafiek.
20 RIS295676 Commissiebrief ‘Voortgangsrapportage eerste halfjaar 2016’ College van Burgemeester en Wethouders, 24 november 2016, p. 13.
15
Vanaf november 2016 wordt het aantal unieke jeugdigen dat hulp ontvang van jeugdteams wél geregistreerd. Het aantal gezinstrajecten van 2015 en 2016 is echter niet te vergelijken met het aantal unieke jeugdigen vanaf 2017, omdat het gaat over verschillende eenheden. Ondanks deze verschillende eenheden heeft de gemeente deze vergelijking in verschillende rapportages wel gemaakt. Voorbeeld Onder andere in de Jaarrapportage 2018 wordt in een grafiek het gebruik van jeugdhulp uit jeugdteams weergegeven, waarbij over de jaren 2015 t/m 2018 zowel het aantal gezinsdossiers als ook het aantal unieke cliënten in absolute aantallen wordt weergegeven. Op de pagina ervoor wordt onder het kopje ‘gegevensverzameling’ wel vermeld dat de wijziging van registratie ertoe leidt dat voor sommige gegevens geen goede vergelijking mogelijk is met de jaren 2015 en 2016. Deze kanttekening is echter niet opgenomen bij de grafiek. 21
Het aantal jeugdigen met een persoonsgebonden budget De rekenkamer heeft beoordeeld of het college de gemeenteraad geïnformeerd heeft over het aantal jeugdigen dat via een PGB zorg ontvangt. Het college informeert de gemeenteraad minimaal éénmaal per jaar over het aantal jeugdigen dat via een PGB zorg ontvangt. Deze informatie wordt daarbij af en toe vergeleken met de cijfers uit het voorgaande jaar of de voorgaande jaren.
3.2 De kosten van jeugdzorg Norm
Beoordeling
Norm 1b: De rapportages aan de raad bevatten minimaal informatie over de ontwikkeling vanaf 2015 van de kosten van jeugdzorg; i.Soort verwijzer (gemeente, huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instellingen, medisch specialist, rechter/justitie, geen verwijzer en verwijzer onbekend); ii.Soort specialistische zorg (crisisinterventieteam (CIT), Gecertificeerde instellingen (GI), Ambulant, Residentieel, Topspecialistisch); iii.Soort hulpvorm (jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, Jeugd-LVB, Jeugd Gedwongen kader, Wijkteam); iv.Persoonsgebonden budget (PGB).
21 RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage Jeugd en Wmo’ College van Burgemeester en Wethouders, 10 april 2019, grafiek 13, p. 22-23.
16
Bevindingen Het college informeert de gemeenteraad slechts gedeeltelijk over de ontwikkeling van de kosten van jeugdzorg. Over de ontwikkeling van de kosten van specialistische zorg en de jeugdteams wordt de gemeenteraad in de loop van de jaren steeds meer geïnformeerd. Deze informatie is echter op hoofdlijnen en niet opgesplitst naar specifieke soorten zorg. Sinds 2019 zijn in de programmarekening de kosten voor jeugdzorg die door middel van PGB’s wordt gefinancierd niet meer gespecificeerd en samengevoegd met PGB’s in het kader van de Wmo. Over de kosten van jeugdzorg gerelateerd aan het soort verwijzer is de gemeenteraad nooit geïnformeerd.
Toelichting op de bevindingen De kosten in relatie tot de soort verwijzer Bij deze norm is gekeken of het college rapporteert over de kosten in relatie tot de verwijzer van de jeugdzorg. Het college heeft de gemeenteraad in afgelopen jaren in geen enkele rapportage geïnformeerd over de relatie tussen de feitelijke kosten en het soort verwijzer naar jeugdzorg. Dit impliceert dat - op basis van de rapportages die aan de gemeenteraad verstuurd zijn - de gemeenteraad zich geen beeld heeft kunnen vormen van de relatie tussen de kosten van jeugdzorg en het soort verwijzer. In de inhoudelijke rapportages wordt middels de monitoring van de kernprestatie-indicator ‘Van zwaar naar licht’, waarbij de nadruk ligt om meer naar lichtere vormen van jeugdzorg te verwijzen, ook inhoudelijk informatie gegeven over het verwijsgedrag van een deel van de verwijzers. Op deze wijze wordt de raad geïnformeerd over de opvallendste ontwikkelingen. Ook middels de voortgangsrapportages beheersing kosten jeugdhulp en Wmo wordt de raad geïnformeerd over de het verwijsgedrag. Zo verwijzen bijvoorbeeld gecertificeerde instellingen veelal naar residentiele (dure) vormen van jeugdhulp . In deze rapportages wordt deze ontwikkeling enkel inhoudelijk, en niet cijfermatig toegelicht.
22 De kosten per soort specialistische zorg Bij deze norm is beoordeeld of het college de gemeenteraad geïnformeerd heeft over de kosten van de verschillende soorten specialistische zorg. Van 2015 tot half 2016 is in de voortgangsrapportages het benutte jeugdhulpbudget van zorgaanbieders weergegeven. Hierbij is geen specificatie van de soorten zorg gegeven. In de
22 RIS300428 Commissiebrief ‘Beheersing kosten jeugdhulp en wmo’ College van Burgemeester en Wethouders, 4 september 2018, p. 3.
17
inhoudelijke voortgangsrapportages wordt sinds half 2016 voor financiële ontwikkelingen verwezen naar de documenten uit de P&C-cyclus. In 2019 wordt in de Halfjaar- en Jaarrapportage voor de financiële informatie verwezen naar de periodieke voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd. In deze voortgangsrapportage kostenbeheersing is de informatie over de financiën beperkt, in tegenstelling tot de documenten in het kader van de P&C-cyclus. Sinds 2015 worden enkel in de programmarekening de lasten van de verschillende soorten specialistische jeugdzorg vermeld. Hierbij wordt naast een vergelijking met de begroting van het lopende jaar conform de gangbare begrotingssystematiek een vergelijking met de lasten van het voorgaande jaar gemaakt. Vanaf de programmarekening van 2018 is ook een meerjarige ontwikkeling van de totale kosten jeugdhulp weergegeven, door ook de lasten van meerdere voorgaande jaren op te nemen. De kosten per soort hulpvorm In de analyse die de rekenkamer heeft uitgevoerd, is de soort hulpvorm geïnterpreteerd als de inzet van jeugdteams. Bij deze norm is gekeken of het college de gemeenteraad geïnformeerd heeft over de kosten van de jeugdzorg die via de jeugdteams, waaronder wijkteams en jeugd- en opvoedhulp, wordt verleend.
Van de overige vormen (jeugd-GGZ en Jeugd Gedwongen Kader) zijn de vormen jeugd-GGZ en Jeugd Gedwongen Kader beoordeeld bij ‘soort specialistische zorg’ (zie vorige paragraaf). Bij de jeugdteams is dezelfde ontwikkeling zichtbaar als bij het soort specialistische zorg, waarbij in 2015 in de voortgangsrapportages de kosten van jeugdteams is weergegeven middels de kosten en aantal FTE’s. Sinds 2015 zijn in de programmarekening de lasten van de inzet van jeugdteams vermeld. Hierbij is naast een vergelijking met de begroting van het lopende jaar conform de gangbare begrotingssystematiek een vergelijking met de lasten van het voorgaande jaar gemaakt. Ook voor de kosten van jeugdteams wordt sinds de programmarekening van 2018 een meerjarige ontwikkeling weergegeven, door tevens de lasten van meerdere voorgaande jaren op te nemen. De kosten van het persoonsgebonden budget De kosten van jeugdzorg die via PGB’s wordt verleend volgt in de P&C-cyclus tot en met 2018 dezelfde ontwikkeling zoals die is beschreven bij specialistische zorg en zorg die via jeugdteams is verstrekt. Sinds 2019 zijn deze kosten samengevoegd met de kosten van zorg die in het kader van de Wmo via PGB’s is verleend. Door deze samenvoeging zijn deze kosten in de P&C-cyclus niet meer te specificeren en te vergelijken met voorgaande jaren.
In de inhoudelijke voortgangsrapportages informeert het college de gemeenteraad in de meeste gevallen wel over het totale bedrag van toegekende PGB’s en het bedrag dat is besteed aan inkoop zorg middels PGB. Dit betreft telkens bedragen over de betreffende periode van de rapportage. De ontwikkeling over een langere periode is niet inzichtelijk. 18
Programmabegroting In de programmabegroting wordt jaarlijks een meerjarenbegroting gegeven per programma. Van 2015 tot en met 2018 viel jeugdzorg onder het programma Jeugd. Sinds 2019 valt jeugdzorg onder het programma Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid. In onderstaande grafiek zijn de begrote kosten in de meerjarenbegroting voor het programma Jeugd uit de programmabegrotingen van 2015 tot en met 2018 in beeld gebracht. De meerjarenbegroting maakt inzichtelijk wat de gemeente Den Haag aan kosten verwacht in de komende jaren voor het programma Jeugd, waar jeugdzorg onder valt. Het jaar 2019 is hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat programma Jeugd is samengevoegd met andere domeinen waardoor niet inzichtelijk is welk bedrag is begroot voor specifiek programma Jeugd.
Vierjarenbegroting per programmabegroting programma Jeugd In bovenstaande grafiek is te zien dat voorafgaand aan de decentralisatie van de jeugdzorg, in de programmabegroting van 2015, werd verwacht dat de kosten in de jaren na de decentralisatie zouden dalen. In 2016 is deze verwachting bijgesteld: met 10 miljoen euro naar boven en een licht stijgende trend in de opvolgende jaren. Daarnaast is de begroting in 2017 wederom bijgesteld naar boven, in 2018 is licht naar beneden begroot ten opzichte van 2017 met een licht stijgende trend in de opvolgende jaren.
19
4. De duiding van gepresenteerde informatie in rapportages Norm
Beoordeling
Norm 2: aan de gepresenteerde informatie wordt helder/goed duiding gegeven a. Gegevens staan in één of meerdere overzichtelijke tabellen/grafieken/etc.; b. Per tabel/grafiek wordt uitleg gegeven; c. Nadere uitleg over de informatie staat in de rapportage zelf of in een begeleidingsbrief bij de rapportage; d. Er is een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie; e. De duiding sluit goed aan op de cijfers; (de oorzaken van) beduidende ontwikkelingen van de aantallen en kosten worden goed toegelicht; f. Afwijkingen van de begroting en eerdere voortgangsrapportages worden expliciet benoemd en verklaard.
Bevindingen In alle inhoudelijke rapportages (behalve de rapportages ‘Voortgangsrapportage beheersing kosten Jeugd en Wmo’) worden grafieken en/of tabellen gebruikt om cijfermatige informatie over jeugdzorg weer te geven. In de tekst staat over het algemeen een toelichting op de gepresenteerde informatie in deze grafieken/tabellen. In enkele inhoudelijke rapportages wordt gerapporteerd over de effectiviteit van trajecten in termen van ‘positief’ of ‘met succes’ afgesloten trajecten. Deze benamingen kunnen suggereren dat de uitkomst van het traject is dat er geen jeugdzorg meer nodig is. Uit verdere bestudering van de informatie blijkt echter dat het traject conform afspraak doorlopen is, maar dat dit niet hoeft te betekenen dat na het afronden van het traject de jeugdzorg kan worden beëindigd. Met betrekking tot de inhoudelijke en financiële informatie wordt de gemeenteraad enkel in de programmarekening jaarlijks op hoofdlijnen geïnformeerd over verbanden tussen inhoudelijke en financiële ontwikkelingen. Hierin worden ook afwijkingen op de begroting toegelicht. Meerjarige ontwikkelingen worden niet toegelicht in de programmarekening. In de programmarekening wordt een helder verband gelegd tussen inhoudelijke en financiële ontwikkelingen, waarbij vanaf 2018 ook wordt ingegaan op de ontwikkeling van het aantal jeugdigen en de tarieven.
Door het algemene karakter van de programmarekening is het alleen mogelijk om op hoofdlijnen te achterhalen wat de belangrijkste oorzaken van de kostenstijgingen zijn. Een verdere specificering naar producten of type problematiek wordt slechts beperkt gegeven.
20
Toelichting op de bevindingen Gegevens in tabellen en grafieken In elke inhoudelijke rapportage wordt informatie weergegeven in grafieken en tabellen (hierna: grafieken). De voortgangsrapportages over de kostenbeheersing Jeugd en Wmo, die niet behoren tot de reguliere inhoudelijke informatievoorziening, bevatten geen grafieken. Elke grafiek in de rapportages bevat een titel waarmee inzichtelijk is welke informatie wordt weergegeven. In een groot deel van de gevallen worden grafieken in de lopende tekst ingeleid of toegelicht. Hierbij worden bijvoorbeeld de opvallendste cijfers of ontwikkelingen benoemd. Een uitzondering hierop vormt de halfjaarrapportage 2019; deze rapportage bestaat uit vrijwel alleen grafieken zonder inhoudelijke toelichting. Over de jaren heen is, gelijk met de inhoudelijke veranderingen, de weergave/het uiterlijk van de grafieken veranderd. In meerdere gevallen is ook de inhoud van de grafieken gewijzigd. Dit maakt het lastig om verschillende rapportages met elkaar te vergelijken. Voorbeeld Onderstaande grafieken zijn voorbeelden van grafieken die inhoudelijk en qua uiterlijk door de jaren heen veranderen. In de grafieken is te zien dat in 2015 en 2017 het 1e en 2e lijn professioneel netwerk als aanmelder wordt genoemd, in 2019 is dit anders en wordt als aanmelders huisarts, gecertificeerde instelling en specialistische jeugdhulpaanbieder gebruikt.
Daarnaast wordt in 2017 in één grafiek zowel de aanmelders van nieuwe gezinsdossiers als ook aanmelders ‘vragen informatie en advies’ meegenomen. In de halfjaarrapportage 2018 wordt toegelicht dat vanaf 2017 specifiek de aanmelders bij de jeugdteams in beeld zijn, in de periode daarvoor was er nog geen onderscheid tussen het jeugdteam en de informatie- en adviesvragen. 23 Dit zou betekenen dat dit in de grafiek van 2015 ook nog samengenomen is, wat echter niet uit de grafiek blijkt.
23
RIS300853 Commissiebrief ’Halfjaarrapportage Jeugd 2018’ College van Burgemeester en Wethouders, p. 25.
21
Afbeelding 1 Weergave van een grafiek over de aanmeldingen bij jeugdteams, uit respectievelijk Jaarrapportages 2015, 2017 en 2019
Een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie In de jaarlijkse programmarekening worden verbanden tussen inhoudelijk en financiële informatie gelegd. Met betrekking tot de kosten voor Jeugd staat dit in de paragraaf `Waar bestaan de kosten uit?`, waarin per activiteit een toelichting op de financiële resultaten wordt gegeven. Dit kan bestaan uit een inhoudelijke toelichting, eventuele verklaringen voor een afwijking van de begroting en duidingen op het ontstane voor- of nadeel van de betreffende activiteit op de begroting. Vanaf 2018 wordt daarbij expliciet onderscheid gemaakt in onder andere volume-effecten en prijseffecten. Onder volume-effecten vallen oorzaken als het aantal cliënten en de hoeveelheid zorg per cliënt, en onder prijseffecten vallen oorzaken als veranderingen in het tarief van de zorg. In de Programmarekening 2018 wordt bijvoorbeeld toegelicht dat een volume-effect onder andere wordt veroorzaakt door een nieuwe instroom aan jeugdigen met zwaardere 22
problematiek, waarbij de kosten binnen de Jeugdwet vallen. Daardoor is het aantal dagdelen dat kinderen in kinderdienstencentra zijn gestegen. Dit resulteerde in 2018 in extra kosten a 1,7 miljoen euro, ten opzichte van 2017. 24 In dit voorbeeld wordt dus een afwijking op de begroting toegelicht waarbij een helder verband wordt gelegd tussen een toename van het aantal jeugdigen, de zwaarte van de problematiek en het financiële effect hiervan. In 2015 en begin 2016 werd in de inhoudelijke voortgangsrapportages financiële informatie gegeven met betrekking tot onder andere het jeugdhulpbudget, PGB’s en de arbeidskosten (FTE’s) van de jeugdteams. In deze rapportages is geen verband gelegd met de gegeven inhoudelijke informatie. In de voortgangrapportages ná 2016 wordt geen informatie gegeven over de kosten van jeugdzorg. Er is expliciet aangegeven dat deze informatie in de P&Cdocumenten staat. De duiding sluit aan op de cijfers In de toelichting die wordt gegeven in de jaarlijkse programmarekening, sluit de duiding van de inhoudelijke verklaring aan op de kosten van de specifieke activiteiten. In voortgangsrapportages wordt gerapporteerd over de effectiviteit van trajecten. Een van de zes kernprestatie-indicatoren betreft de effectiviteit van trajecten.
Volgens de ‘Voortgangsrapportage jeugdhulp in 2015’ is de omschrijving van deze indicator ‘mate van doelrealisatie’ en wordt een nadere onderverdeling gemaakt tussen jeugdteams en overig aanbod jeugdhulp. 25 In de bijlage van de ‘Jaarrapportage jeugdhulp 2015’ zijn twee indicatoren opgenomen waaraan de effectiviteit van trajecten worden gemeten: • •
De reden van afsluiting van een traject; Het ervaren nut van het traject door de klant (onderdeel van het klanttevredenheidsonderzoek). 26
In de voortgangsrapportages en de begeleidende brieven van vijf rapportages tussen 2015 en 2019 wordt aangegeven hoeveel gezinsdossiers/trajecten (jeugdteam) of trajecten (gespecialiseerde jeugdhulp) met een positief resultaat zijn afgesloten. Jeugdteams In de Jaarrapportage 2015 is over het laatste halfjaar voor 639 afgesloten trajecten van jeugdteams een reden van afsluiting ingevuld. Dat is 37% van het totaal aantal afgesloten trajecten in de betreffende periode. Van deze trajecten is 88% met een ‘positief resultaat’
24
RIS302204 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2018’, Gemeenteraad, 16 april 2019, p. 108.
25 RIS279663 Raadsmededeling ‘Voortgang Transitie jeugd en format Voortgangsrapportage tevens afdoening moties rv 90.2014/7 en rv 90.2014/16’; bijlage ‘Voortgangsrapportage jeugdhulp 2015’, College van Burgemeester en Wethouders, 19 december 2014. 26
RIS279663 Raadsmededeling ‘Voortgang Transitie jeugd en format Voortgangsrapportage tevens afdoening moties rv 90.2014/7 en rv 90.2014/16’; bijlage ‘Voortgangsrapportage jeugdhulp 2015’, College van Burgemeester en Wethouders, 19 december 2014, p. 28-29.
23
afgesloten. Uit een bijbehorende grafiek is op te maken dat de redenen voor het positief resultaat ‘gezamenlijk besluit GC en gezin dat alleen verder kan’ en ‘vervolgtraject geborgd’ zijn. 27 Hieruit kan worden opgemaakt dat een geregistreerd ‘positief resultaat’ betekent dat een traject volgens plan is afgesloten, maar wanneer een vervolgtraject is geborgd betekent dat per definitie dat een gezin of jeugdige nog steeds gebruik maakt van jeugdzorg. Daarnaast zijn ‘het gezin wil geen bemoeienis meer’ en ‘niet geborgd vervolgtraject’ redenen voor een niet-positief afgesloten traject. Het aantal trajecten dat met een positief resultaat is afgesloten is in Q4 toegenomen met 9% ten opzichte van Q3 2015. Een met positief resultaat afgesloten traject betekent dus niet dat een jeugdige geen jeugdzorg meer behoeft. De gemeente meet met betrekking tot de KPI ‘effectiviteit van trajecten’ dus niet in hoeverre een jeugdige geen hulp meer nodig heeft middels een jeugdzorgtraject. In de Jaarrapportage 2018 worden vijf andere redenen voor afsluiting van gezinsdossiers gegeven, namelijk: ‘beëindigd volgens plan’, ‘voortijdig afgesloten: eenzijdig door cliënt’, ‘voortijdig afgesloten: in overeenstemming’, ‘voortijdig afgesloten: wegens externe omstandigheden’ en ‘voortijdig afgesloten: eenzijdig door de aanbieder’.
Onder een positief afgesloten gezinsdossier vallen de redenen ‘beëindigd volgens plan’ - het vooraf afgestelde plan is afgerond, - en ‘voortijdig afgesloten in overeenstemming’. In de rapportage staat niet aangegeven over hoeveel procent van de gezinsdossiers een reden van afsluiting is opgegeven. 28 Het is hierbij onduidelijk in hoeverre een traject dat voortijdig in overeenstemming is afgesloten effectief is geweest. Gespecialiseerde jeugdhulp Met betrekking tot de gespecialiseerde jeugdhulp zijn er volgens de regionale jeugdhulpmonitor in 2015 4.600 afgesloten trajecten gespecialiseerde jeugdhulp en is voor 48% (2.187 trajecten) een reden van afsluiting opgegeven. Daarvan zijn 1.679 trajecten afgerond met een positief resultaat, een percentage van 77%. In een bijbehorende grafiek staan de volgende redenen voor afsluiting: ‘beëindiging volgens plan’, ‘afgebroken door cliënt’, ‘afgebroken door zorgaanbieder’ en ‘externe omstandigheden’. 29 De reden van afsluiting ‘beëindiging volgens plan’ wordt als positief afgesloten beschouwd. Het is echter uit de grafiek en de toelichting niet op te maken of dit ook betekent dat de jeugdige geen verdere jeugdzorg meer nodig heeft.
In 2018 worden de volgende reden van afsluiting van trajecten gehanteerd: ‘beëindigd volgens plan’, ‘voortijdig afgesloten: eenzijdig door cliënt’, ‘voortijdig afgesloten: in overeenstemming’, ‘voortijdig afgesloten: wegens externe omstandigheden’, ‘voortijdig
27
RIS293749 Commissiebrief ‘Jaarrapportage 2015’, College van Burgemeester en Wethouders, 12 april 2016, grafiek 26, p. 29.
28
RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2018’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 april 2019, p. 25. 29
RIS293749 Commissiebrief ‘Jaarrapportage 2015’, College van Burgemeester en Wethouders, 12 april 2016, grafiek 29, p. 31.
24
afgesloten: eenzijdig door de aanbieder’. In 2018 is 73% beëindigd volgens plan. In deze rapportage wordt niet aangegeven hoeveel procent van de trajecten gespecialiseerde zorg positief is afgesloten. 30 In 2015 werd van slechts 37% van de jeugdteamtrajecten en 48% van de specialistische trajecten een reden voor afsluiting opgegeven. Voor gespecialiseerde jeugdzorg betrof dit in 2017 49% en in 2018 slechts 21%. Voor het lage percentage in 2018 wordt als reden gegeven dat het percentage "[…] is gebaseerd op aanlevering van vier van de grootste 12 jeugdhulpaanbieders. In 2.124 gevallen is geen reden voor het einde ingevuld. Het percentage is dus gebaseerd op dit kleine deel van het totaal aantal trajecten.” 31 Afwijkingen worden expliciet benoemd en verklaard De systematiek van de begrotingscyclus zorgt ervoor dat afwijkingen in de kosten ten opzichte van de begroting jaarlijks zichtbaar zijn. Afwijkingen worden – zoals hiervoor is omschreven – toegelicht en verklaard. Er wordt in de programmarekeningen voornamelijk duiding gegeven aan de cijfers met betrekking tot het betreffende begrotingsjaar. Meerjarige ontwikkelingen komen bij de duiding nauwelijks aan de orde. Zo wordt in de programmabegroting of de programmarekening niet toegelicht hoe de meerjarige ontwikkeling is van de kosten van de verschillende vormen van jeugdhulp en wat hieraan ten grondslag ligt.
Door het ontbreken van een duidelijk overzicht van structurele en incidentele middelen is dit tevens lastig zelf vast te stellen.
30 RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2018’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 april 2019, p. 31. 31 RIS302326 Commissiebrief ‘Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2018’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 april 2019, p. 31.
25
5. Jaarlijkse informatievoorziening aan de raad Norm
Beoordeling
Norm 3: De raad ontvangt minimaal éénmaal per jaar informatie die grotendeels of volledig voldoen aan norm 1 en 2
Bevindingen Op basis van de beoordelingen van norm 1a, norm 1b en norm 2 is de belangrijkste tekortkoming dat het op basis van de door het college verstrekte informatie niet mogelijk is om meerjarige ontwikkelingen in de jeugdzorg te duiden. Duidingen van het college hebben voornamelijk betrekking op het betreffende boekjaar. Daarnaast krijgt de gemeenteraad cijfers die moeilijk vergelijkbaar zijn en wordt de raad nauwelijks geïnformeerd over de meerjarige ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt in relatie tot het soort verwijzer of financiering door middel van PGB’s. De gemeenteraad ontvangt door middel van de P&C-cyclus wel op hoofdlijnen informatie over de kosten van de jeugdzorg voor met name desbetreffend jaar. De informatievoorziening over de kosten van door PGB-gefinancierde jeugdzorg is echter afgenomen door het in de P&C-cyclus samenvoegen met kosten van door PGB-gefinancierde Wmo-voorzieningen in 2019. Daarnaast informeert het college de gemeenteraad niet over de kosten van jeugdzorg gerelateerd aan het soort verwijzer.
26
6. Onderlinge consistentie van rapportages Norm
Beoordeling
Norm 4: De rapportages zijn onderling consistent en eenduidig voor wat betreft de gepresenteerde informatie. Eventuele veranderingen van onderliggende definities worden duidelijk benoemd
Bevindingen Doordat financiële informatie door middel van de reguliere P&C-cyclus aan de gemeenteraad wordt aangeboden, zijn de P&C-rapportages onderling vrij consistent en eenduidig. Met betrekking tot de inhoudelijke voortgangsrapportages is de onderlinge consistentie en eenduidigheid een stuk minder. Zo worden regelmatig andere definities gebruikt, zonder dat dit expliciet wordt toegelicht. Ook de vormgeving en opbouw van de documenten verschillen onderling sterk. Hierdoor is het voor de gemeenteraad lastig om cijfers uit verschillende rapportages en uit verschillende jaren met elkaar te vergelijken. Deze inconsistente wijze van rapporteren maakt het voor de gemeenteraad lastig om inzicht te krijgen en controle te houden op ontwikkelingen.
Toelichting op de bevindingen In Tabel 1 Frequentietabel met verschillende aan de gemeenteraad verstuurde rapportages hebben wij een overzicht gegeven van de verschillende typen documenten waarmee de gemeenteraad is geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële ontwikkeling met betrekking tot jeugdzorg. Over de kosten van de jeugdzorg rapporteert het college sinds half 2016 in principe alléén via de reguliere P&C-cyclus aan de gemeenteraad. Deze rapportages kennen jaarlijks een vast stramien, waardoor deze onderling relatief goed vergelijkbaar zijn. Over de inhoudelijke documenten is het beeld meer divers. Zo wordt er in verschillende documenten over ogenschijnlijk over hetzelfde gerapporteerd , maar wordt de informatie op verschillende wijzen gepresenteerd. Daardoor is een vergelijking moeilijk te maken . In onderstaande kaders geven we enkele voorbeelden met betrekking tot het niet consistent en niet eenduidig weergeven van informatie gegeven. Opzet De opzet van de inhoudelijke voortgangsrapportages is over de jaren veranderd. In 2015, het eerste jaar na de decentralisatie van de jeugdzorg, geeft het college in de rapportages aan de hand van de kritische/kern prestatie indicatoren (het wisselt per rapportage of ‘kritisch’ of ‘kern’ prestatie indicator wordt gebruikt) inzicht gegeven in onder andere het aantal jeugdigen in jeugdzorg.
Dit wordt weergegeven in tabellen en grafieken waar geen eenduidige vormgeving voor wordt gebruikt. Vanaf de Halfjaarrapportage 2016 hanteert het college een vernieuwde 27
opzet, waarbij de rapportages nog steeds zijn ingedeeld volgens de kritische prestatie indicatoren. Sinds 2018 zijn de beleidsvelden Jeugd en Wmo meer met elkaar vervlochten waardoor sinds de Halfjaarrapportage 2019 de beleidsvelden Jeugd en Wmo worden gecombineerd. 32 Dit leidt ertoe dat de opzet van de rapportage is gewijzigd. In deze Halfjaarrapportage wordt enkel inzicht gegeven in de aantallen en ontwikkelingen middels grafieken en tabellen, de rapportage bevat geen tekstuele toelichting.
Absolute aantallen en percentages Een ander voorbeeld van inconsistentie tussen rapportages voor wat betreft de gepresenteerde informatie blijkt ook uit het feit dat het per rapportage/jaar wisselt of er wordt gerapporteerd over absolute aantallen of percentages. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de grafieken over het aantal gebruikte trajecten per soort in de gespecialiseerde jeugdhulp. Zo staat in de Jaarrapportage 2016 een weergave van absolute aantallen in 2015 en 2016, staat in de Jaarrapportage 2017 een grafiek met een procentuele verdeling van de verschillende soorten zorg over de jaren 2015, 2016 en 2017. Zie onderstaande afbeeldingen uit de betreffende rapportages ter illustratie.
32 RIS303809 Commissiebrief ‘Halfjaarrapportage 2019 Jeugd en Wmo’, College van Burgemeester en Wethouders, 6 november 2019.
28
29
7. Bijlagen Bijlage 1: Normenkader en beoordeling Dit normenkader heeft betrekking op onderzoeksvraag 2. De klankbordgroep heeft het normenkader vastgesteld. Dit is gebaseerd op onderstaande principes: -
-
De raad heeft ‘expliciet als taak om ervoor te zorgen er geen financieel tekort is’. De raad moet hierbij ‘controleren of de afspraken op een doelmatige en rechtmatige wijze zijn nagekomen’. 33 Het uitgangspunt van de Jeugdwet is volgens de staatssecretaris dat de gemeenteraad primair toeziet op de juiste uitvoering van de Jeugdwet. 34 ‘Uit vele (rekenkamer)onderzoeken is duidelijk dat het beschikken over sturingsinformatie één van de ‘succesvoorwaarden’ is voor beleid in het sociaal domein. Dat geldt ook voor jeugdhulp.’ 35
1) De rapportages aan de raad bevatten minimaal informatie over de ontwikkeling vanaf 2015 van: a) Het aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt; i) Soort verwijzer (gemeente, huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instellingen, medisch specialist, rechter/justitie, geen verwijzer en verwijzer onbekend); ii) Soort specialistische zorg (crisisinterventieteam (CIT), Gecertificeerde instellingen (GI), Ambulant, Residentieel, Topspecialistisch); iii) Soort hulpvorm (jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, Jeugd-LVB, Jeugd Gedwongen kader, Wijkteam); iv) Persoonsgebonden budget (PGB). b) De kosten van jeugdzorg; i) Soort verwijzer (gemeente, huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instellingen, medisch specialist, rechter/justitie, geen verwijzer en verwijzer onbekend); ii) Soort specialistische zorg (crisisinterventieteam (CIT), Gecertificeerde instellingen (GI), Ambulant, Residentieel, Topspecialistisch); iii) Soort hulpvorm (jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, Jeugd-LVB, Jeugd Gedwongen kader, Wijkteam); iv) Persoonsgebonden budget (PGB). 2) Aan de gepresenteerde informatie wordt helder/goed duiding gegeven.
a) Gegevens staan in één of meerdere overzichtelijke tabellen/grafieken/etc.; b) Per tabel/grafiek wordt uitleg gegeven; c) Nadere uitleg over de informatie staat in de rapportage zelf of in een begeleidingsbrief bij de rapportage; d) Er is een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie;
33
https://vng.nl/artikelen/rol-gemeenteraad
34
Eerste evaluatie Jeugdwet, ZonMw, p. 145
35 Informatievoorziening aan de gemeenteraad inzake jeugdhulp, Rekenkameronderzoek Gemeente Houten/BMC Yacht group, september 2018.
30
e) De duiding sluit goed aan op de cijfers; (de oorzaken van) beduidende ontwikkelingen van de aantallen en kosten worden goed toegelicht; f) Afwijkingen van de begroting en eerdere voortgangsrapportages worden expliciet benoemd en verklaard. 3) De raad ontvangt minimaal één maal per jaar informatie die grotendeels of volledig voldoen aan norm 1 en norm 2. 4) De rapportages zijn onderling consistent en eenduidig voor wat betreft de gepresenteerde informatie. Eventuele veranderingen van onderliggende definities worden duidelijk benoemd.
Bevat alle informatie uit de norm Bevat grotendeels de informatie uit de norm Bevat in beperkte mate informatie uit de norm Bevat geen informatie uit de norm
Beoordeling van norm 1a Bij deze norm is gekeken of het college de gemeenteraad heeft geïnformeerd over het aantal unieke jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt en een verdere uitsplitsing hiervan naar categorieën (soort verwijzer, soort specialistische zorg, soort hulpvorm en persoonsgebonden budget). Onderstaande tabel geeft weer hoe de verschillende documenten onder norm 1a zijn beoordeeld op de verschillende categorieën, in hoeverre een rapportage hierover informeert (soort verwijzer, soort specialistische zorg, soort hulpvorm en persoonsgebonden budget).
31
Norm
1a I
1a II
1a III
2015 Voortgangsrapportage jeugdhulp eerste kwartaal 2015 2015 Voortgangsrapportage eerste halfjaar 2015 2015 Voortgangsrapportage jeugdhulp tot en met Q3 2015 2015 Jaarrapportage jeugdhulp 2015 2015 Programmarekening 2015 2016 Voortgangsrapportage jeugdhulp Q1 2016 2016 Voortgangsrapportage eerste half jaar 2016 2016 Jaarrapportage Jeugd 2016 2016 Programmarekening 2016 2017 Halfjaarrapportage 2017 2017 Jaarrapportage 2017 2017 Programmarekening 2017 2018 Halfjaarrapportage 2018 2018 Voortgangsrapportage Beheersing kosten jeugdhulp en wmo 2018 2de voortgangsrapportage Wmo en Jeugd 2018 Jaarrapportage 2018 2018 Programmarekening 2018 2019 1e Voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en jeugd 2019 2019 Halfjaarrapportage Jeugd en Wmo 2019 2019 Voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugdhulp Q2 2019 2019 Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2019 2019 Programmarekening 2019
Figuur 1 Beoordeling van rapportages op norm 1a. Zie bijlage X voor toelichting op de categorieën.
Beoordeling van norm 1b Bij deze norm is gekeken of het college de gemeenteraad heeft geïnformeerd over de kosten van de jeugdzorg en een verdere uitsplitsing hiervan naar categorieën (soort verwijzer, soort specialistische zorg, soort hulpvorm en persoonsgebonden budget). Onderstaande tabel geeft weer hoe de verschillende documenten onder norm 1b zijn beoordeeld op de verschillende categorieën. In hoeverre een rapportage hierover informeert (soort verwijzer, soort specialistische zorg, soort hulpvorm en persoonsgebonden budget).
32
1a IV
Norm
1b I
1b II
1b III
2015 Voortgangsrapportage jeugdhulp eerste kwartaal 2015 2015 Voortgangsrapportage eerste halfjaar 2015 2015 Voortgangsrapportage jeugdhulp tot en met Q3 2015 2015 Jaarrapportage jeugdhulp 2015 2015 Programmarekening 2015 2016 Voortgangsrapportage jeugdhulp Q1 2016 2016 Voortgangsrapportage eerste half jaar 2016 2016 Jaarrapportage Jeugd 2016 2016 Programmarekening 2016 2017 Halfjaarrapportage 2017 2017 Jaarrapportage 2017 2017 Programmarekening 2017 2018 Halfjaarrapportage 2018 2018 Voortgangsrapportage Beheersing kosten jeugdhulp en wmo 2018 2de voortgangsrapportage Wmo en Jeugd 2018 Jaarrapportage 2018 2018 Programmarekening 2018 2019 1e Voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en jeugd 2019 2019 Halfjaarrapportage Jeugd en Wmo 2019 2019 Voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugdhulp Q2 2019 2019 Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2019 2019 Programmarekening 2019
Figuur 2 Beoordeling van rapportages op norm 1b. Zie bijlage X voor toelichting op de categorieën.
Beoordeling van norm 2 Onderstaande tabel geeft weer hoe de verschillende rapportages zijn beoordeeld op de subnormen van norm 2 ‘aan de gepresenteerde informatie wordt helder/goed duiding gegeven’ a. Gegevens staan in één of meerdere overzichtelijke tabellen/grafieken/etc.; b. Per tabel/grafiek wordt uitleg gegeven; c. Nadere uitleg over de informatie staat in de rapportage zelf of in een begeleidingsbrief bij de rapportage; d. Er is een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie; e. De duiding sluit goed aan op de cijfers; (de oorzaken van) beduidende ontwikkelingen van de aantallen en kosten worden goed toegelicht; f. Afwijkingen van de begroting en eerdere voortgangsrapportages worden expliciet benoemd en verklaard.
33
1b IV
Norm 2015 Voortgangsrapportage jeugdhulp eerste kwartaal 2015 2015 Voortgangsrapportage eerste halfjaar 2015 2015 Voortgangsrapportage jeugdhulp tot en met Q3 2015 2015 Jaarrapportage jeugdhulp 2015 2015 Programmarekening 2015 2016 Voortgangsrapportage jeugdhulp Q1 2016 2016 Voortgangsrapportage eerste half jaar 2016 2016 Jaarrapportage Jeugd 2016 2016 Programmarekening 2016 2017 Halfjaarrapportage 2017 2017 Jaarrapportage 2017 2017 Programmarekening 2017 2018 Halfjaarrapportage 2018 2018 Voortgangsrapportage Beheersing kosten jeugdhulp en wmo 2018 2de voortgangsrapportage Wmo en Jeugd 2018 Jaarrapportage 2018 2018 Programmarekening 2018 2019 1e Voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en jeugd 2019 2019 Halfjaarrapportage Jeugd en Wmo 2019 2019 Voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugdhulp Q2 2019 2019 Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2019 2019 Programmarekening 2019
2a
2b
2c
2d
2e
Figuur 3 Beoordeling van rapportages op norm 2 Subnormen 2a, 2b en 2c hebben betrekking op de tabellen en grafieken en daarom zijn deze subnormen gezamenlijk beoordeeld. Subnormen 2d, 2e en 2f hebben allen betrekking op het verband tussen inhoudelijk en financiële informatie in de documenten en zijn wel onafhankelijk beoordeeld.
34
2f
Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording Aanpak De rekenkamer heeft verschillende rapportages met betrekking tot jeugdzorg uit het raadsinformatiesysteem (RIS) gehaald en een informatie-uitvraag gedaan bij de ambtelijke organisatie. In totaal heeft dit over de periode 2015 tot 2019 een totaal 37 documenten opgeleverd. Van de verschillende documenten uit de P&C-cyclus zijn alleen de programmarekeningen beoordeeld. Deze documenten zijn conform het normenkader beoordeeld, waarbij de normen opgedeeld kunnen worden naar normen op: •
•
documentniveau: norm 1 en 2 gaan over het beoordelen van de aanwezigheid en inhoudelijke en financiële informatie met betrekking tot jeugdzorg in de afzonderlijke documenten (norm 1) en de duiding die hieraan wordt gegeven (norm 2). Bij de beoordeling van de afzonderlijke documenten is het stoplichtenmodel op de volgende wijze toegepast: o Rood: er is géén informatie opgenomen; o Oranje: er is alleen over dat jaar informatie opgenomen; o Geel: er is informatie over dat jaar opgenomen en beperkte informatie uit voorgaande jaren; o Groen: er is informatie over dat jaar en vergelijkbare informatie over de voorgaande jaren opgenomen. meta-niveau: norm 3 en 4 gaan over de vraag of het geheel van documenten dat de gemeenteraad per jaar toegestuurd krijgt voldoet aan de inhoudelijke, financiële en duidingscriteria zoals benoemd in norm 1 en 2 (norm 3) en of de documenten onderling consistent zijn (norm 4).