RIS309372 Bijlage projectdocument ROC Oude Middenweg Henri Faasdreef 2021
Tekst van het document
De hoogst berekende geluidbelasting van deze weg bedraagt Lde = 53 dB. De maximale ontheffingswaarde (Lde ≤ 53 dB) wordt hiermee niet overschreden. Binnenstedelijke wegen Ten gevolge van de binnenstedelijke wegen met geluidzone wordt de voorkeursgrenswaarde (Lde = 48 dB) alleen overschreden door de Zoetermeerse Rijweg. De hoogst berekende geluidbelasting van deze weg is Lde = 53 dB). De maximale ontheffingswaarde (Lde ≤ 58 dB) wordt niet overschreden. De Henri Faasdreef (30 km/uur) hoeft formeel niet te worden getoetst aan de grenswaarden van het Besluit geluidhinder omdat deze weg geen geluidzone heeft. Railverkeer (HTM en RET) De spoorverbinding van de Randstadrail levert een geluidbelasting van maximaal Lde = 62 dB. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeer (Lde = 53 dB) wordt daarmee overschreden. De maximale ontheffingswaarde (Lden = 68 dB) wordt nergens overschreden. Spoorweg O.L. De geluidbelasting van het spoorverkeer van/naar het onderhoudsbedrijf Leidschendam leidt tot een geluidbelasting van maximaal Lde = 51 dB. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeer (Lde) wordt niet overschreden. Voor voorliggend plan dienen hogere waarden te worden aangevraagd. De maximale ontheffingswaarde wordt voor zowel wegverkeer als spoorwegverkeer nergens overschreden.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling die middels onderhavig rapport mogelijk gemaakt dient te worden. Luchtkwaliteit In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3 ). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit.
De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: • Woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; • Kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. In onderhavig geval kan geconcludeerd worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en daarmee niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
19/23
Goed woon- en leefklimaat Op www.atlasleefomgeving.nl is te zien dat ter plaatse van de projectlocatie de grootschalige achtergrondconcentraties in 2017 van stikstofdioxide NO2 27,326 µg/m3, van fijnstof PM10 19,63 µg/m3 en van fijnstof PM2,5 11,594 µg/m3 zijn. De grenswaarde voor toetsing voor stikstofdioxide NO2 is 40 µg/m3, voor fijnstof PM10 is 40 µg/m3 en voor fijnstof PM2,5 is 25 µg/m3 de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Wanneer de maximale bijdrage van het extra verkeer hierbij wordt opgeteld, zal de concentraties van zowel fijn stof als stikstofdioxide ruim onder de grenswaarden blijven. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van de projectlocatie, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. 8.2 Duurzaamheid Den Haag streeft naar een klimaatneutrale stad in 2030. Deze ambitie is vastgesteld in de Kadernota ‘Duurzaamheid’ (RIS301829) door het college van Burgemeester en Wethouders. Dit document is een strategisch kader dat zorgt voor samenhang tussen bestaand beleid en lopende programma’s. De kadernota bundelt het onderwerp ‘duurzaamheid’ rond de thema’s Energie, Stedenbouw, Mobiliteit, Openbare Ruimte, Internationale stad en Duurzame gemeentelijke organisatie.
De belangrijkste documenten met duurzaamheidsplannen staan in de onderstaande documenten: • • • • • • •
Gebiedsgericht Milieubeleid (RIS144782) Kadernota duurzaamheid (RIS301829) Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) Nota Stadsnatuuur (RIS305824) Nota Haagse Bomen 2008-2017 (RIS152415) nieuwe nota ligt volgens mij al voor de Raad Nota Natuurinclusief Bouwen (RIS288182) Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS301953)
De ambities op het gebied van klimaat en energie zijn verwoord in de Kadernota ‘Duurzaamheid’ (RIS301829) en het Stedelijk Energieplan (RIS306869). Het verduurzamen van de Haagse energiehuishouding met als speerpunten ‘distributie van duurzame warmte’, ‘opwekking van duurzame energie’ en ‘energiebesparing’ dragen bij aan het realiseren van deze ambitie. In dat kader wordt de initiatiefnemer gevraagd een duurzaam bouwen prestatie-instrument te hanteren bij voorkeur de ‘Gemeentelijke Praktijk Richtlijn (GPR) duurzaam bouwen’. Voor het thema energie (energieneutraal) is bij voorkeur een 10 gewenst, en de overige thema’s behoren minimaal een 8 te scoren. Zie voor aanvullende informatie: www.gprgebouw.nl. Bouwbesluit Nieuwbouw dient te voldoen aan het bouwbesluit en aan de BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Vanaf 1 januari 2021 is de EPC vervangen door de BENG. Het ROC Mondriaan dient hier dus ook aan te voldoen. Verdere bouwkundige uitwerking is echter geen onderdeel van de scope van dit projectdocument. GPR-gebouw beleid GPR staat voor Gemeentelijke Praktijkrichtlijn Duurzaam Bouwen. De gemeente Den Haag voert als beleid dat minimaal voldaan moet worden aan een GPR-waarde van 7 voor woningbouw en een GPR-waarde van 8 voor utiliteitsbouw. Deze GPR-waarde is niet afdwingbaar.
Volgens het gemeentelijk beleid mogen initiatiefnemers ook een vergelijkbaar meetinstrument gebruiken mits minimaal een vergelijkbare ambitie geleverd wordt. De GPR-gebouwen is van toepassing op scholen en aangezien scholen vallen onder de utiliteitsbouw dient het ROC Mondriaan te voldoen aan een GPR-score van 8. Daarnaast heeft de gemeente Den Haag veel ambities op het gebied van duurzaamheid. Deze zijn niet verplicht voor nieuwbouw, maar op hoofdlijnen is de duurzaamheidsambitie voor de beoogde ontwikkeling: - GPR minimaal 7 voor woningbouw en 8 voor utiliteitsbouw en BENG maximaal 0,4, maar streven naar een zo veel mogelijk energie neutrale ontwikkeling; - Gasloos bouwen: de (resterende) energievraag moet middels een duurzame bron worden geleverd; In het kader van de opgave voor een klimaatneutrale stad wordt voor heel Den Haag gekeken naar de energietransitie (Stedelijk Engergieplan RIS306869). Bij de verdere planuitwerking moet door initiatiefnemer contact worden gezocht met het team Energietransitie van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling om de mogelijkheden te onderzoeken om met de locatie ‘Oude Middenweg’ bij het energieplan aan te sluiten. - Natuurinclusief bouwen: Deze ambitie is vastgelegd in de nota Natuurinclusief Bouwen (RIS288182) en uitgewerkt in het puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS 301953). 20/23
Het puntensysteem is hier van toepassing. Dit houdt in dat er bij nieuwe bouwwerken proactief rekening gehouden wordt met een positief effect op de natuur. Het is niet alleen het voldoen aan huidige flora- en faunawetten, maar ook het bijdragen aan een meerwaarde voor de natuur. Voorbeelden zijn groene daken, groene gevels en neststenen in de gevels. Speciale aandacht moet worden besteed aan de natuurinclusiviteit van de buitenruimte c.q. het groen op maaiveldniveau met speciale aandacht voor huismussen. Duurzaamheidsmaatregelen ROC Mondriaan Het ROC Mondriaan heeft de volgende duurzaamheidsmaatregelen toegepast in hun plan: • Bouwkundig: o Compact gebouw o HSB gevel + gevelafwerking losmaakbaar van draagconstructie o Materiaalkeuzes in gebouw o Opwarming gebouw beperken voor buitenzonwering • Flexibiliteit o Generiek grid, scheiding hardware/software, flexibiliteit indeelbaarheid plattegrond o In-/uitbreidbaarheid gebouw • Gezondheid o Licht lucht groen: zicht en uitzicht op groen ook in het hart van het gebouw o Veel daglicht in hart door daklichten, binnentuin en patio in hart gebouw o Relatie binnen-buiten aula-schoolplein o Onderwijslokalen in buitenring van gebouw voor optimale hoeveelheid daglicht en frisse lucht • Natuurinclusief o Waterberging op schoolplein in ecologische wadi o Nestkasten in gevel o Groendak + groen in de gevel o keuze beplanting schoolplein,
inheemse soorten • Frisse Scholen o voldoende hoogte o voldoende te openen delen per onderwijslokaal Installaties Installatie voldoet aan Frisse scholen 2015 Klasse B 30,6 m³/h p.p. en max. CO2 van 950 ppm. De ventilatie wordt per lokaal geregeld op basis van een gemeten CO2. Voor de warmte- en koude opwekking zijn 2-stuks 4-pijps warmtepompen opgesteld er is geen bijstook middels gas of elektrische piekketel. De 4-pijps warmtepompen kunnen gelijktijdig warmte en koude leveren en zal dit ook doen door warmte en koude onderling uit te wisselen zonder onnodig actief te koelen of te verwarmen. De installatie is uitgelegd op hoge temperatuur koeling (HTK) en lage temperatuur verwarming (LTV). Het toepassen van HTK en LTV heeft een gunstig effect op het rendement van de warmtepomp/koelmachine. De luchtbehandelingskast zijn voorzien van een sorptie warmtewiel die een hoog thermische en hygroscopisch rendement hebben. Duurzame en energiezuinige ledverlichting, geschakeld op basis van aanwezig en/of daglicht. Een zo groot als mogelijk deel van het totale hoogste dakvlak wordt gebruikt voor het aanbrengen van PV panelen voor de eigen elektriciteit productie. Oplaadvoorzieningen t.b.v. elektrische auto’s, scooters en fietsen. BENG-eisen Het gebouw voldoet ruim aan de BENG-eisen die de overheid heeft gesteld. De BENG is onderverdeeld in 3 BENG-criteria: 1. De maximale energiebehoefte; 2.
Het maximale primair fossiel energiegebruik; 3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie. Met de compacte gebouwvorm, hoge luchtdichtheid, thermische isolatie en zonwering ligt de energiebehoefte van het gebouw ca. 30% onder de wettelijke eis voor de BENG-1. De energiezuinige installaties zorgen daarnaast voor een laag fossiel energieverbruik. Hiervoor heeft het gebouw daglicht gestuurde Ledverlichting, een gebalanceerd ventilatiesysteem met WTW en twee buitenlucht warmtepompen. De warmtepompen maken daarnaast gebruik van hernieuwbare energie door de warmte en koude uit de lucht te gebruiken voor het verwarmen en koelen van het gebouw. Bovendien wordt met de PVpanelen op het dak een groot deel van de energiebehoefte opgewekt. Hierdoor verbruikt het gebouw minder dan de helft van de fossiele energie dan conform de BENG-2 mag en wekt het ca. dubbel zoveel energie op dan wettelijke vereist in de BENG-3.
21/23
9. Financiële consequenties Een grondexploitatiebegroting is de financiële vertaling van voorgenoemde plankaders, waarbij de kosten en opbrengsten gefaseerd zijn in de tijd. De grondexploitatiebegroting wordt na bestuurlijke vaststelling jaarlijks geactualiseerd via de programmabegroting. De totale kosten zijn begroot op € 1.820.000 (nominaal), de totale opbrengsten op € 2.089.000 (nominaal). Het nominale saldo komt hiermee op € 269.000 voordelig (nominaal). De faseringsinvloeden tot einddatum (indexering, rente en discontovoet) zijn € 29.000 negatief. Het saldo op eindwaarde bedraagt €260.000 per 31-12-2024 voordelig. De NCW (Netto Contante Waarde) per 1-1-2021 komt hierbij uit op € 240.000 voordelig. Conform de beheerregels Grondbedrijf zal bij het afsluiten van het project het positieve saldo worden toegevoegd aan de reserve Grondbedrijf.
10. Planning -
Behandeling B&W in juli 2021 Behandeling in de Commissie Ruimte september 2021 Vaststelling Raad Q3 2021 Afgifte omgevingsvergunning in Q1 2022 Start bouw Q2 2022 Oplevering Q3 2023
Planningsrisico's 1. De behandeling in het college van B&W in juli 2021 is een planningsrisico. Om deze datum te halen moet het projectdocument 16 juni zijn afgerond, waarna de parafen ronde kan starten. Deze datum hangt af van de tijdige aanlevering van input door ROC Mondriaan. Als dit niet het geval is kan er vertraging optreden in de vaststellingsdatum. 2. De datum van ondertekening grondreserveringsovereenkomst van januari 2022 is een planningsrisico. Deze datum is afhankelijk van de onderhandelingen tussen de gemeente en ROC Mondriaan. 3. De datum van indiening van de omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) is afhankelijk van de vaststellingsdatum van het projectdocument en de grondexploitatie. Als de vaststellingsdatum vertraagt, kan ook de indieningsdatum verschuiven.
11. Communicatie 11.1 Proces van communicatie en aanpak Het college van burgemeester en wethouders neemt de reacties van belanghebbenden mee in haar besluitvorming over bouwplanontwikkelingen. De initiatiefnemer moet dan ook kunnen aantonen hoe belanghebbenden worden geïnformeerd en hoe zij reageren op de voorstellen. Dit gebeurt op basis van een door de initiatiefnemer op te stellen communicatieplan, wat ter beoordeling aan de gemeente Den Haag wordt voorgelegd. Daarin moet aandacht zijn voor de fase van planontwikkeling en van uitvoering. Bij particuliere initiatieven ligt de verantwoordelijkheid bij de marktpartij voor het betrekken van de buurt en belanghebbenden bij de ontwikkelingen. De gemeente sluit bij deze informatiemomenten aan. Om initiatiefnemers te helpen bij de communicatie met belanghebbenden heeft de gemeente de “Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven” opgesteld. Deze is als bijlage aan dit projectdocument toegevoegd. Samengevat de stappen in de communicatie aanpak: • Breng alle belanghebbenden in kaart en inventariseer ze. Zoek eerst contact met de direct belanghebbenden. Op www.denhaag.nl vindt u per stadsdeel een overzicht van organisaties in de wijken. Bedenk of u aan bepaalde belangen tegemoet wilt komen door uw plan aan te passen.
• Breng in kaart wat mogelijke gevoeligheden zijn en bepaal hoe communicatie een bijdrage kan leveren om deze op te lossen. Bespreek uw bevindingen met uw contactpersoon bij de gemeente.
22/23
11.2 Betrokken stakeholders en standpunten Bepaal de strategie voor participatie en communicatie op basis van de voorgaande stappen. 1. Organiseer minimaal 2 inloop-, of andere informatiebijeenkomsten, deze moeten openbaar toegankelijk zijn. Het aantal benodigde participatiebijeenkomsten moet in redelijke relatie staan tot het aantal groepen belanghebbenden en aantal gevoeligheden. 2. Betrek belanghebbenden bij de voortgang. Deze locatie is van belang voor meer dan alleen de gebruikers en omwonenden in de directe omgeving. De gemeente kijkt dan ook kritisch naar de kwaliteit en breedte van groep belanghebbenden. 3. Stakeholderslijst.Dit zijn onder andere: a. Bestuur Vereniging Forepark b. BOL: Bewonersorganisatie Leidschenveen c. Bewonersorganisatie ‘s- Gravendreef d. CBS
12. Procedures 12.1 Uitgebreide Wabo De geplande ontwikkeling van het ROC Mondriaan past voor het grootste deel binnen de voor het projectgebied vigerende bestemmingsplan “Leidschenveen”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 september 2016. Echter, een deel van de beoogde locatie past niet binnen het bestemmingsplan. Tot 2016 was de ontwikkellocatie ‘Oude Middenweg’ als kantoorlocatie bestemd; dit was een logische bestemming gezien de situering in het gebied en de geluidsbelasting van de A4. Echter, kantoorareaal aan de randen van de stad past niet meer in het gemeentelijk en provinciaal beleid. Daarom is in 2016 bij de bestemmingsplan herziening de tijdelijke huisvesting van het ROC Mondriaan als M-ON (maatschappelijk – onderwijs) bestemd in het bestemmingsplan “Leidschenveen”. De bestaande contour van de tijdelijke ROC Mondriaan school is opgenomen als bouwvlak, maar de beoogde ontwikkeling voor de permanente locatie beslaat een groter gebied en dient dus te worden uitgebreid zoals is aangegeven in afbeelding 3. Het overige oppervlakte van het plangebied is bestemd als GD-U (gemengde doeleinde – uit te werken). Dit betekent dat binnen het bestemmingsvlak GD-U de volgende functies mogelijk zijn; wonen, cultuur, sport, diensten, horeca, zorg en maatschappelijke functies. Een klein deel van de locatie is als ‘Groen' bestemd.
In GD-U is een max bebouwing van 50% bebouwing toegestaan. Hiervan wordt ook afgeweken. Om de realisatie van de beoogde ontwikkellocatie van de permanente vestiging van het ROC Mondriaan mogelijk te maken is een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit omdat de beoogde locatie nu zowel bestaat uit de bestemming M-ON en GD-U. De procedure die doorlopen dient te worden is een uitgebreide WABO-procedure. Deze procedure dient nog in gang te worden gezet.
23/23