CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309372 Bijlage projectdocument ROC Oude Middenweg Henri Faasdreef 2021

Commissie Ruimte 1 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Grondexploitatie ROC Mondriaan10.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Projectdocument ROC Mondriaan – Oude Middenweg

1/23

Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding herontwikkeling ................................................................................................................................ 3 1.2 Ligging en kenmerken van de locatie ................................................................................................................ 3 1.3 Voorgeschiedenis .................................................................................................................................................. 4 1.4 ROC Mondriaan.................................................................................................................................................... 5 1.5 Scope van het projectdocument.......................................................................................................................... 5 2. Maatschappelijke effecten ................................................................................................................................ 6 3. Projectkader en randvoorwaarden ...............................................................................................................

7 3.1 Programmatische uitgangspunten & kaders ..................................................................................................... 7 3.2 Juridisch-planologische kaders en overige beleidsmatige kaders ................................................................. 8 4. Programma en ruimtegebruik ........................................................................................................................ 9 5.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................................... 9 5.2 Functioneel concept ........................................................................................................................................... 10 5.3 Bouwhoogtes ...................................................................................................................................................... 10 5.4 Schematische inrichting openbare ruimte ...................................................................................................... 10 6. Verkeer en parkeren .........................................................................................................................................

11 6.1 Omschrijving ontsluiting locatie ...................................................................................................................... 11 6.2 Parkeren (auto en fiets) ..................................................................................................................................... 11 7. Uitvoeringsaspecten Grondexploitatie ...................................................................................................... 15 7.1 Uitgifte ................................................................................................................................................................. 15 7.2 Uitplaatsing, sloop & herhuisvesting .............................................................................................................. 15 7.3 Bodem .................................................................................................................................................................. 15 7.4 Archeologie ......................................................................................................................................................... 16 7.5 Flora en Fauna ....................................................................................................................................................

16 7.7 (Bouw- en) Woonrijp maken ............................................................................................................................ 17 7.8 Beheer openbare ruimte.................................................................................................................................... 17 8. Milieu en duurzaamheid ................................................................................................................................. 18 8.1 Milieu ................................................................................................................................................................... 18 8.2 Duurzaamheid ................................................................................................................................................... 20 9. Financiële consequenties ................................................................................................................................ 22 10. Planning ............................................................................................................................................................... 22 11. Communicatie ....................................................................................................................................................

22 11.1 Proces van communicatie en aanpak.............................................................................................................. 22 11.2 Betrokken stakeholders en standpunten ....................................................................................................... 23 12. Procedures .......................................................................................................................................................... 23 12.1 Uitgebreide Wabo ............................................................................................................................................. 23

2/23

1. Inleiding 1.1 Aanleiding herontwikkeling Voorliggend projectdocument geeft de kaders en uitgangspunten weer voor de beoogde ontwikkeling van de locatie aan de Oude Middenweg/Henri Faasdreef in Leidschenveen. De aanleiding voor de ontwikkeling betreft de wens voor het ontwikkelen van een permanente onderwijshuisvesting op de locatie van de huidige tijdelijke vestiging van het ROC Mondriaan. De kavel waarop de tijdelijke onderwijslocatie gevestigd is, is onderdeel van een groter ontwikkelgebied aan de Oude Middenweg in Leidschenveen. Het gehele verworven perceel is ruim 3,7 ha groot. Van deze 3,7 ha is het de bedoeling dat er 7.745m2 uit gegeven gaat worden aan het ROC Mondriaan. Er zijn nog geen concrete ontwikkelplannen voor de gehele ontwikkellocatie ‘Oude Middenweg’. Daarentegen heeft het ROC Mondriaan aangegeven interesse te hebben in het voor zijn rekening en risico ontwikkelen en realiseren van een bouwplan voor een vaste onderwijslocatie op de percelen grond gelegen aan de Oude Middenweg te Den Haag, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie BD, nummer 6584 (gedeeltelijk) en 5934 (gedeeltelijk), 2352 (gedeeltelijk), 2353 (gedeeltelijk), 2663 (gedeeltelijk) en 6613 (gedeeltelijk).

Deze ontwikkelingen hebben de aanleiding gevormd om met de twee partijen, Stichting ROC Mondriaan en de gemeente Den Haag, de mogelijkheden voor planontwikkeling op de locatie nader te verkennen. Om de permanente vestiging van ROC Mondriaan succesvol en voortvarend te ontwikkelen is ervoor gekozen om een Nota van Uitgangspunten (NvU) op te stellen en gelijk daarna een projectdocument (met geheime grondexploitatie) voor alleen de ontwikkelkavel voor het ROC Mondriaan. De NvU is op 29-102020 vastgesteld (RIS 306633). Het deel van het ROC Mondriaan wordt dan juridisch-planologisch losgeknipt. Belangrijke aspect hierbij is dat de kaders en uitgangspunten, zoals opgesteld in de NvU en dit projectdocument, de ontwikkelingsmogelijkheden van de gehele ontwikkelkavel niet beperken of verslechteren.

1.2 Ligging en kenmerken van de locatie De locatie ligt aan de noordoostzijde van de stad Den Haag, in Leidschenveen, en heeft circa 20.000 inwoners. De locatie voor het ROC Mondriaan is onderdeel van de gehele ontwikkellocatie welke het gebied ingeklemd tussen de Oude Middenweg, Henri Faasdreef en Zoetermeerse Rijbaan betreft. Aan de overkant van de Zoetermeerse Rijbaan liggen de buurten ‘Rivieren’ en ‘De Lanen’, de locatie is het laatste puntje van de centrumzone ’s Gravendreef. De centrumzone loopt van het winkelcentrum Leidschenveen, langs de voorzieningenstrook, ’s Gravendreef College en sporthal naar het ROC Mondriaan. De Oude Middenweg is de westgrens van de centrumzone en het bedrijventerrein Forepark (TNT-post verdeelcentrum). Aan de zuidzijde van de ontwikkellocatie loopt de spoorbaan van de Randstadrail, evenwijdig aan de Henri Faasdreef. De Zoetermeerse Rijbaan is de hoofdader door Leidschenveen die loopt van Zoetermeer richting de A4. De ontwikkellocatie van het ROC Mondriaan ligt aan de zuidzijde van dit gebied en beslaat de huidige locatie van de tijdelijke vestiging.

3/23

Afbeelding 1. Ligging in de stad

De gehele ontwikkellocatie ‘Oude Middenweg’ lijkt nu nog afgezonderd te liggen, maar dat zal veranderen als daar in de toekomst invulling aan wordt gegeven. In 2018 is er een verkenning opgesteld waarbij er een gemengd programma van wonen, werken en onderwijs is onderzocht. Dit zorgt ervoor dat elk moment van de dag levendig kan zijn en de Oude Middenweg een buurt wordt met een eigentijds karakter; huiselijk en intiem, die een sterke verbinding heeft met de centrumfuncties. Echter, er is na 2018 geen vervolg gegeven aan deze verkenning vanwege prioritering. In oktober 2020 is de locatie Oude Middenweg voorgelegd aan de Programmeertafel om te bezien of het mogelijk is een gemeentelijke visie en daarop aanvullend een programma te verkennen. Een eerste stap hierin wordt nu voorbereidt. 1.3 Voorgeschiedenis Het samenwerkingsverband ‘Ontwikkelingsbedrijf Leidschenveen’, kortweg: OBL was verantwoordelijk voor de realisatie van de wijk Leidschenveen en is in 2014 opgeheven. (besluit: DSO/2014.1140 uitvoering liquidatie OBL d.d. 2 december 2014 geheim ingevolge art. 55 gemeente wet j. art. 10,lid 2, sub b en f WOB). De laatste kavels die in het bezit waren van het OBL zijn als gevolg van de liquidatie verdeeld over de aandeelhouders.

Zodoende heeft de gemeente Den Haag het ontwikkelgebied aan de Oude Middenweg (voorheen: kavels A t/m D ’s Gravendreef) verworven per 30 juli 2014 (besluit: DSO/2014.566 geheim ingevolge art. 55 gemeente wet j. art. 10, lid2, sub b en f WOB). De gronden zijn toegevoegd aan de strategische vastgoedportefeuille bij de Centrale Vastgoedorganisatie van de gemeente Den Haag. De liquidatie van OBL vond plaats midden in de vastgoedcrisis. Op dat moment was de vraag naar vastgoed nihil. Nieuwbouw stond laag op de agenda van ontwikkelaars. Anno 2018/2019 was de vraag naar bouwgrond zo groot dat er sprake leek van grond-schaarste. De afgelopen jaren is diverse malen geprobeerd tot een programmatische invulling te komen met een haalbare Grex. De doelen die met de gronduitgifte bereikt moeten worden, komen voort uit de Agenda Ruimte voor de Stad, die ook door het nieuwe college is onderschreven. De belangrijkste doelen zijn het voorzien in de groeiende woningbouwbehoefte van Den Haag, het voorzien in de groeiende vraag naar kleinschalige bedrijfsruimten, het bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Den Haag en tenslotte een saldoneutrale grondexploitatie.

4/23

Het onderzoek naar een (financieel) haalbare programmatische invulling heeft nog niet tot een gedragen besluit geleidt. De projectopdracht uit 2019 voor de locatie ‘Oude Middenweg’ was het houden van een ontwikkelcompetitie op basis van een programmatische bandbreedte voor wonen en werken waarbinnen ontwikkelaars programmatische accenten kunnen leggen. Het programma moet een grondwaarde opleveren die leidt tot een sluitende grondexploitatie. Daartoe zijn verschillende varianten doorgerekend. De conclusie was dat een financieel haalbare grondexploitatie op basis van de beleidsmatige uitgangspunten niet mogelijk was. Factoren die daarbij een rol spelen zijn: • Eisen t.a.v. waterberging; • Eisen t.a.v. betaalbare woningbouw; • Wens om het ROC Mondriaan permanent op de locatie te vestigen; • Parkeren; • Ontsluiting. Oplossingsrichtingen zijn programmatische aanpassingen in kwantiteit want minder programma genereert minder parkeerplaatsen en dus minder kosten. Deze oplossingsrichtingen zijn destijds niet verder uitgewerkt wegens prioritering. Het ROC Mondriaan heeft in 2018 aangegeven tijdelijke vestiging om te zetten in een permanente vestiging. Om dit te bewerkstelligen en een duidelijke scheiding te maken in het proces voor het realiseren van het ROC Mondriaan is daarom dit aparte GREX en projectdocument opgesteld voor de beoogde ontwikkeling van het ROC Mondriaan.

Daarnaast heeft dit het proces bespoedigd in plaats van te wachten op de uitkomsten van de ontwikkelcompetitie. 1.4 ROC Mondriaan Het ROC Mondriaan is gevestigd aan de zuidkant van de gehele ontwikkelkavel aan de Henri Faasdreef, in een tijdelijk onderkomen. Deze tijdelijke school is neergezet in 2009 omdat de nieuwbouw nabij het randstadrailstation in Leidschenveen vertraging op liep. Het tijdelijk schoolgebouw is eigendom van de Stichting ROC Mondriaan. De gemeente Den Haag is eigenaar van de grond en de Stichting ROC Mondriaan huurt deze grond sinds 2009. Voor het gebruik van de grond is in het verleden een grondhuurovereenkomst (d.d. 7 juli 2009) met het OBL gesloten. De rechten en plichten uit deze overeenkomst zijn als gevolg van de liquidatie van OBL in 2014 overgegaan naar de gemeente Den Haag, de Centrale Vastgoed Organisatie. De grondhuurovereenkomst loopt tot en met 31 december 2021 doordat de huurovereenkomst -zonder opzegging- elk jaar wordt verlengd met een jaar. De tijdelijke publiekrechtelijke vergunning loopt na 10 jaar af op 31 december 2021. De meest recente afspraken over de overgang van tijdelijke naar permanente huisvesting, tussen de Stichting ROC Mondriaan en de gemeente Den Haag op de locatie Oude Middenweg (adres Henri Faasdreef) zijn vastgelegd in de Allonge II d.d. 26 januari 2016.

Vanwege het groeiend aantal leerlingen is de tijdelijke vraag naar onderwijsruimten inmiddels een structurele vraag geworden. Daarom wil het ROC Mondriaan graag op deze locatie een permanent schoolgebouw realiseren voor circa 2.000 leerlingen (met een programma van ca.10.000 m2 BVO excl. 3.000 m2 parkeren). Het ROC Mondriaan geeft de voorkeur aan deze locatie, boven een andere plek op de kavel, omdat anders de loopafstand naar het station te groot wordt. Vooruitlopend op de vergunningsprocedure heeft het ROC Mondriaan besloten om de tijdelijke vestiging al weg te halen van de locatie zodat er bij een vergunningverlening direct gestart kan worden met de bouw. De nieuwe school zal maximaal vier onderwijslagen bevatten. Dat betekent dat eerst de tijdelijke school gesloopt moest worden alvorens de nieuwbouw kan verrijzen. Tot slot dient de grondexploitatie sluitend te zijn. Het grondbod voor de ontwikkeling van de nieuwbouw voor het ROC Mondriaan is €2.089.144,-.

1.5 Scope van het projectdocument De scope van de ontwikkeling binnen dit projectdocument beperkt zich tot de locatie van het ROC Mondriaan zoals aangegeven in afbeelding 3. De met dit projectdocument beoogde ontwikkeling van het permanent vestigen van ROC Mondriaan op de aangegeven locatie wordt echter wel gezien als een opmaat en impuls voor de aanpak van het gebied rondom het ROC Mondriaan. Dit gebied is eerder beschreven als de ontwikkellocatie ‘Oude Middenweg’. Hier liggen kansen voor upgrading van het braakliggende terrein ten noorden van het ROC Mondriaan. Dit wordt gezien als een 2e fase en valt buiten de scope van dit projectdocument. Echter, omdat de beoogde ontwikkeling van ROC Mondriaan in de toekomst onderdeel gaat uitmaken van de ontwikkellocatie ‘Oude Middenweg’ wordt er in dit projectdocument incidenteel verwezen naar de kaders en plannen voor de gehele locatie ‘Oude Middenweg’.

5/23

Afbeelding 2. Projectgebied ROC Mondriaan

2. Maatschappelijke effecten Met de voorgenomen ontwikkeling van het permanent vestigen van het ROC Mondriaan wordt een bijdrage geleverd aan Programma 13 Stadsontwikkeling en wonen uit de programmabegroting 2019-2022. Doel van programma 13 is ‘een duurzame groei en vitalisering van de stad’. Subdoel van programma 13 is ‘bouwgrondexploitaties’. Daarnaast wordt er met de permanente vestiging van het ROC Mondriaan invulling gegeven aan programma 6 Onderwijs uit de programmabegroting 2019-2022. Een van de ambities van dit programma is ‘voldoende en toekomstbestendige onderwijs gebouwen’. Het project draagt bij aan meerdere beleidsdoelen uit het collegeprogramma, te weten: - Creëren werkgelegenheid/versterken economische structuur (banen): Op dit moment is er slechts sprake van tijdelijke werkgelegenheid door het ROC Mondriaan. Door de beoogde uitbreiding en permanente vestiging van het ROC Mondriaan wordt dit type programma permanent aan de buurt gekoppeld. - Verminderen CO2, non-fossiel (duurzame stad): Alle beleidsdocumenten die door het College van B&W zijn vastgesteld leveren een bijdrage tot een duurzame stad. Deze zullen ook van toepassing zijn op de uitbreiding van het ROC Mondriaan. Voorbeelden zijn natuurinclusief bouwen, een hogere GPRgebouw (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) dan het Bouwbesluit voorschrijft, ontwikkeling rondom HOV (zie ook hoofdstuk 8.

Milieu en Duurzaamheid). - Aantrekkelijke stad (kwaliteit buitenruimte): De locatie ligt in de Randstedelijke zone van de stad. Leidschenveen-Ypenburg is een Vinex-wijk dat zich kenmerkt door een hoge dichtheid van bebouwing maar ook door de aanwezigheid van groenvoorzieningen. De Oude Middenweg is onderdeel van de bomenstructuur (RIS294705) en kruist de Ecologische zone langs de Zoetermeerse Rijbaan, aan de overzijde van de ontwikkellocatie. De locatie van het ROC Mondriaan draagt met zijn onderwijsfunctie bij aan de beoogde functiemenging op de gehele locatie ‘Oude Middenweg’. Dit kan bijvoorbeeld met de link tussen onderwijs en eventuele leerstageplaatsen bij zowel huidige als eventueel toekomstige bedrijven in Leidschenveen-Ypenburg. Bovengenoemde sluit aan bij het nieuwe coalitieakkoord ‘Samen voor de stad’ (RIS304121). Immers, de functiemenging op gebiedsniveau biedt mogelijkheden om ruimte te besparen. Meerdere voordelen van functiemenging zijn: - Toename van levendigheid. Verspreid over de dag zijn er mensen aanwezig. De aanwezigheid van het ROC Mondriaan zorgt tijdens schooltijd voor de aanwezigheid van mensen op de locatie. - Het ROC heeft de ambitie om zowel leraren als studenten te stimuleren om zoveel mogelijk gebruik te maken van de nabijheid de OV punten zoals station Leidschenveen.

Hierdoor hebben zij een lage parkeerbehoefte en zo minder verkeersbewegingen en dragen hierdoor bij aan de Mobiliteitstransitie.

6/23

Daarnaast wordt er in het coalitieakkoord ‘Samen voor de stad’ gesproken over het ontwikkelen van goede vakopleidingen, ambachtsscholen en leerwerktrajecten. Ook dienen opleidingen goed aan te sluiten op de arbeidsmarkt waarbij een goede samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven cruciaal is. De ontwikkeling van het ROC Mondriaan en de beoogde toekomstige ontwikkeling van een gebied met functiemenging en dus ook bedrijven past bij deze visie.

3. Projectkader en randvoorwaarden 3.1 Programmatische uitgangspunten & kaders De programmatische uitgangspunten vinden hun basis in de belangrijkste actuele beleidskaders: Agenda Ruimte voor de Stad, de Haagse Mobiliteitsagenda en de propositie Nieuwe Generatie Stadswijken. Hierna wordt vanuit de revelante invalshoeken ruimtelijke kaders, en de programmatische uitgangspunten op basis van de genoemde beleidskaders. Ruimtelijk en programmatische kaders De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: 1. De ontwikkeling naar een nieuwe circulaire economie 2. De vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving 3. De roep om slimme stadsontwikkeling 4. De opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om ruimte voor innovatieve milieus, met ontmoetings- en experimenteerruimte, en aantrekkelijke vestigingsmilieus voor starters, studenten, creatievelingen, kenniswerkers en (stedelijke) gezinnen en ondernemende mensen.

Met Agenda Ruimte voor de Stad kiest Den Haag voor ‘slim groeien’. Dit is nodig in een stad die volgens de prognoses tot 2040 groeit met zo’n 80.000 nieuwe inwoners, maar geen ruimte heeft voor uitbreiding buiten de bebouwde kom. Door slim te groeien wordt Den Haag aantrekkelijker, leefbaarder en duurzamer. Slim groeien betekent onder andere compacter bouwen in het centrum op goed bereikbare plekken, gecombineerd met meer groen in de buitenruimte functiewijzigingen van leegstaande gebouwen naar andere functies waaronder woningen. Parkeren voor fietsers en auto’s Uitgangspunt voor het bepalen van de auto parkeereisen is de Nota Parkeernormen (RIS181571). Dit beleid is in 2015 aangevuld en op onderdelen gewijzigd (RIS291425). In dat beleid is rekening gehouden met de verschillen in stedelijkheid. De parkeerbehoefte voor dit initiatief bedraagt 1,05 (zone 2) per 100m² BVO voor de onderwijsfunctie HBO/ ROC. Conform dit beleid zouden voor dit initiatief 105 parkeerplaatsen voor een onderwijsvestiging van 10.000m² BVO (excl. parkeren) gelden. Echter, de behoefte van het ROC Mondriaan liggen op 85. In hoofdstuk 6 wordt een onderbouwing gegeven waarom er in dit geval van de parkeernorm kan worden afgeweken. Voor het fietsparkeren is het ‘Gewijzigd voorstel van het college over beleidsregels Fietsparkeernormen 2016’ (RIS294386) normgevend.

Hierin komt een norm naar voren van 6,3 plaats per 100m², wat neerkomt op 630 fietsparkeerplaatsen voor een onderwijsvestiging van 10.000m² BVO (excl. parkeren). Daarnaast is de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (2019) richtinggevend. Dit is de basis voor gesprekken met de stad over een agenda Haagse Mobiliteitstransitie die begin 2020 klaar is. De mobiliteitstransitie houdt onder meer in dat de auto een minder grote rol gaat spelen in de openbare ruimte in ruil voor met name lopen, fietsen en openbaar vervoer, waardoor er meer ruimte ontstaat voor andere functies. Wat betreft de invloed van de ontwikkeling van de gehele kavel op de Zoetermeerse Rijweg is het noodzakelijk dat het functioneren van de rotonde in beeld wordt gebracht voor de definitieve situatie. Vanuit de visie van de mobiliteitstransitie zou het heel goed zijn als er minder met auto’s gereisd wordt en zoveel mogelijk met OV en fiets. Echter, de auto is voor deze locatie een aantrekkelijk vervoersmiddel, omdat de locatie erg goed bereikbaar is met de auto vanwege de nabijheid van de rijkswegen A4 en A12. Daarom blijft het uitgangspunt voor het bepalen van de auto parkeereisen de Nota Parkeernormen (RIS181571).

7/23

In de Discussienota Haagse Mobiliteitsagenda (RIS297140, juni 2017) staan mogelijke keuzes over de mobiliteit en bereikbaarheid van Den Haag tot 2040. Belangrijk is het aanmoedigen van manieren van vervoer die zuinig met de ruimte omgaan en goed zijn voor de stad en zijn inwoners. Voorbeelden zijn lopen, fietsen en openbaar vervoer (OV). Omdat de doelgroep van het ROC Mondriaan voornamelijk studenten zijn dienen deze manieren van vervoer goed verzorgt te zijn.

Afbeelding 3. verkeersafwikkeling/ontsluiting locatie ROC Mondriaan (Nota van Uitgangspunten)

3.2 Juridisch-planologische kaders en overige beleidsmatige kaders Het vigerend bestemmingsplan is bestemmingsplan ‘Leidschenveen’. Het projectgebied ligt deels op gronden bestemd als ‘maatschappelijk-onderwijs’ en deels op gronden welke bestemd zijn als ’gemengd-uit te werken bestemming’. Op de gronden welke bestemd zijn als ’gemengd-uit te werken bestemming’ is onderwijs niet toegestaan. Bovendien ligt een kleine strook van het projectgebied op gronden welke als ‘groen’ zijn bestemd. Qua bouwmogelijkheden zijn er beperkingen in bouwhoogte, bouwvlak en maximaal bebouwingspercentage. In het deel van het projectgebied dat is bestemd als ‘maatschappelijk-onderwijs’ ligt een bouwvlak met een maximum bouwhoogte van 7 meter. In het deel van het projectgebied dat is bestemd als ’gemengd-uit te werken bestemming’ geldt een maximum bouwhoogte van 30 meter en mag maximaal 50 % bebouwd worden. Om de ontwikkeling van de school ruimtelijk en programmatisch optimaal in te passen moet afgeweken worden van de bouwregels in het gebied dat bestemd is als ‘maatschappelijkonderwijs’. Ook moet afgeweken worden van het gebied dat is bestemd als ’gemengd-uit te werken’ zodat de oprichting van een schoolgebouw mogelijk wordt. Indien gebouwd wordt in de strook welke is bestemd als ‘groen’ zal ook van deze bestemming moeten worden afgeweken.

8/23

Afbeelding 4. Uitsnede uit plankaart bij vigerend bestemmingsplan

Voor eisen met betrekking tot welstand wordt verwezen naar de Welstandsnota Den Haag 2017 (RIS297760). De ontwikkelingen op de locatie zijn onderhevig aan de reguliere Welstandstoetsing. De randvoorwaarden voor de (her)inrichting van de (semi)openbare ruimte zijn vastgelegd in het Handboek Openbare ruimte (2013). Voor het inrichtingsplan vormt de essentiekaart het uitgangspunt voor het profiel van de Oude Middenweg.

4. Programma en ruimtegebruik Het planvoorstel voor deze locatie kent een opzet met circa 2.000 leerlingen en circa 10.000 m2 bvo (exclusief 3000 m2 parkeren) voor onderwijs. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op het programma en ruimtegebruik. Op de locatie is het ROC Mondriaan (locatie Henri Faasdreef) momenteel reeds gevestigd. Een deel van de toekomstige projectlocatie is bebouwd. Hier staat een schoolgebouw, bestaande uit twee verdiepingen. Het gebouw heeft een oppervlakte van 5.381 m2. De leerlingen van ROC Mondriaan in Leidschenveen groeien (gemiddeld 9,5% per jaar). Om de verwachte groei de komende jaren te kunnen accommoderen wordt de tijdelijke huisvesting (ca. 5.000 m² bvo) aan de Henri Faasdreef vervangen door permanente nieuwbouw van ruim 14.000 m² bvo inclusief de noodzakelijke voorzieningen voor parkeren en het stallen van fietsen en scooters. Circa 10.664 m2 betreft onderwijsvloeren en de gebouwgebonden buitenruimte/ parkeren betreft circa 3.382 m2, totaal circa 14.046 m2 bvo. De hoofdlocatie van de campus is het gebouw aan de Aspasialaan. De nieuwbouw aan de Henri Faasdreef wordt een dependance van de hoofdlocatie.

5. Stedenbouwkundig plan en kaders In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke structuur, het functionele ontwerp en bijbehorende bouwhoogtes en de inrichting openbare ruimte.

5.1 Ruimtelijke structuur Het stedenbouwkundig ontwerp van de ontwikkellocatie ‘Oude Middenweg’ dient te voldoen aan de uitgangspunten zoals die in de Nota van uitgangspunten beschreven zijn. Het bouwvlak is tot stand gekomen door rekening te houden met de stedelijke bebouwingsstrook, de landschappelijke context, de nodige ruimte voor het toekomstig profiel langs de Oude Middenweg en de ruimtelijke functionele vraag vanuit het programma. Het schoolgebouw moet worden gebouwd binnen het bouwvlak. Het bebouwingsvlak komt voort uit de rooilijnen van de bestaande bebouwing aan de Henri Faasdreef en de positie van de beoogde bebouwing aan de Oude Middenweg. De gevel van het schoolgebouw ligt in dezelfde rooilijn als de gevels van de bestaande gebouwen aan de Henri Faasdreef en de Sporthal Leidschenveen aan de Klaas Voskuildreef. De positie van de gevel van het schoolgebouw aan het schoolplein is flexibel. Daarnaast wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor het schoolplein, dat georiënteerd is op de groen-stedelijke openbare ruimte. 9/23

De bebouwing in de stedelijke bebouwingsstrook is vierlaags. Het schoolgebouw heeft een maximale bouwhoogte van 18 meter. De minimale bebouwingshoogte bedraagt 12 meter. Het schoolgebouw wordt uitgevoerd als een stoer en robuust blokvormig volume. Beeldkwaliteit Samenhang met de omgeving staat voorop. Ten behoeve van de stedenbouwkundige samenhang wordt de volumeopbouw en de uitstraling van de gebouwen in de omgeving toegepast op het schoolgebouw. De bebouwing draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de omgeving. De architectuur van de bouwblokken in de directe omgeving dient hierin ter inspiratie. De uitstraling van de school is fris en de nadruk ligt op een eigentijdse baksteenarchitectuur. Het schoolgebouw wordt uitgevoerd als een stoer en robuust blokvormig volume. Er mogen inkepingen in het blokvormige bouwvolume gemaakt worden zolang dit niet ten koste gaat van de blokvorm van het volume als geheel. Openingen spelen in op de omgeving. Aan het schoolplein worden belangrijke collectieve ruimtes gepositioneerd. Deze collectieve ruimtes staan in direct contact met het schoolplein en de groen-blauwe openbare ruimte. Het schoolgebouw is alzijdig ontworpen, waarbij aan alle zijden een aantrekkelijk gevelbeeld wordt gemaakt. Hiermee worden gesloten gevels op maaiveld voorkomen.

Om de robuustheid van het bouwblok te benadrukken worden de gevels alzijdig, samenhangend met elkaar ontworpen. Metselwerk in aardetinten met frisse accenten krijgt hierin een plaats om aan te sluiten op de omliggende bebouwing. De buitengevel van de inpandige parkeergarage maakt integraal onderdeel uit van het gevelontwerp. De plint geeft uitdrukking aan de menselijke maat, en is zoveel mogelijk geopend naar de buitenruimte. De plint is zorgvuldig ontworpen, van voldoende hoogte en kent een transparante of open gewerkte gevel. De beëindiging van het gebouw is zo vormgegeven dat de technische zaken (zoals liftschachten, klimaatinstallaties en glazenwasinstallaties) zoveel mogelijk uit het zicht zijn onttrokken of zijn geïntegreerd in de architectuur. De hoofdentree is zorgvuldig vormgegeven en is herkenbaar als hoofdentree. De entrees dienen op het trottoir langs de Henri Faasdreef uit te komen, dan wel via het schoolplein. 5.2 Functioneel concept Het plan voorziet in een onderwijslocatie met een oppervlakte van 7.745m2 uit te geven grond en met circa 10.664 m2 betreft onderwijsvloeren en de gebouwgebonden buitenruimte/ parkeren betreft circa 3.382 m2, totaal circa 14.046 m2 bvo. Het programma omvat een schoolgebouw met bijkomende parkeervoorzieningen voor auto’s, fietsers en scooters en buitenruimte.

De typologie van een school is specifiek en komt voort uit het onderwijsconcept. Kenmerkend voor het ROC Mondriaan is dat drie verschillende onderwijsrichtingen in een gebouw samengevoegd worden. De toekomstige school is een variatie op een gangschool met patio voor de lichtinval. Hierdoor ontstaat een compact gebouw die voldoet aan de gebruikseisen van de initiatiefnemer. 5.3 Bouwhoogtes Het plan bestaat uit een stedelijke wand met 4 bouwlagen. De bouwhoogte van de school dient aan te sluiten aan de bouwhoogte van de reeks gebouwen aan de Henri Faasdreef. Deze is maximaal 18m. 5.4 Schematische inrichting openbare ruimte Vanzelfsprekend geldt het Handboek Openbare Ruimte (verder: HOR). De uitwerking van het ontwerp en de realisatie van openbare ruimte maken geen onderdeel uit van dit projectdocument. Het ontwerp zal getoetst worden aan de gemeentelijke eisen en kengetallen om te weten of het ontwerp past binnen de kostenraming voor het bouw- en woonrijp maken, want uiteindelijk dient de gronduitgifte te leiden tot een sluitende grondexploitatie. Een van de ontwerpeisen voor de openbare ruimte is dat deze zo min mogelijk wordt belast met bijvoorbeeld utilitaire functies voor afval en stallingen. Deze voorzieningen moeten worden meegenomen in het ontwerp van de gebouwen. Dit zou dus ook gelden voor de ontwikkeling van het ROC Mondriaan.

Stedenbouwkundig is het wenselijk dat private buitenruimte overloopt in publieke buitenruimte, door bijvoorbeeld binnentuinen of atriums aan te laten sluiten op de openbare ruimte. Daardoor wordt het ontmoeten en verblijven gefaciliteerd. De vormgeving van de buitenruimte moet worden aangepast aan de gebruikers. De openbare ruimte biedt veilige fiets- en voetgangersroutes door het middengedeelte naar de omliggende fietspaden. Hoe zorgen wij dat wij een goed inrichtingsplan krijgen voor de Oude Middenweg zonder dat het ontwerp uitgeknepen wordt. Stedenbouwkundig matenplan als onderlegger opstellen.

10/23

6. Verkeer en parkeren 6.1 Omschrijving ontsluiting locatie Verkeer De locatie van het ROC is goed bereikbaar met openbaar vervoer, fiets en auto. OV en fiets verdienen de voorkeur vanuit de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (2019). Ten behoeve van de verkeersveiligheid is het van belang dat langzaam- en snelverkeer zoveel mogelijk van elkaar gescheiden zijn. Het schoolgebouw wordt via de kortste route veilig ontsloten. Langzaamverkeer Routes voor voetganger, fietser en automobilist worden gescheiden. Voetgangers kunnen via de Henri Faasdreef de school veilig bereiken. Dit geldt met name ook voor OV-gebruikers, die via die route naar en van de RanstadRailhalte Leidschenveen kunnen lopen. Het is wenselijk dat de looproute over het schoolplein naar de hoofdingang hierop aansluit. Onderzocht moet worden of een ontsluiting van de Oude Middenweg op de Loire noodzakelijk is of niet. De fietsroute van de Vaz Diasdreef richting de Oude Middenweg is in de toekomst bovendien te gebruiken door bewoners van de te ontwikkelen kavels. Samen met nog een fietspad tussen Zoetermeerse Rijweg en Oude Middenweg kunnen deze ervoor zorgen dat bewoners eerder de fiets pakken naar winkelcentrum Leidschenveen om boodschappen te doen dan de auto. Snelverkeer De ontsluiting voor autoverkeer dient via de Henri Faasdreef te geschieden.

De ingang voor de auto kan daarvoor aan de kant van de Oude Middenweg of Henri Faasdreef worden geplaatst. Op deze wijze kruist het autoverkeer dat in en uit de garage rijdt niet meer de bestaande voetgangersroute en geplande fietsstructuur, wat de meest veilige oplossing is, zeker bij grote aantallen voetgangers en fietsers. In geval de ingang aan de Oude Middenweg komt, dient nog definitief te worden bepaald hoe dit in te passen in de omgeving. Automobilisten moeten in dat geval een stukje omrijden. In het licht van de mobiliteitstransitie, waarin de auto op de tweede plaats komt, vormt dat geen bezwaar.

Afbeelding 5. Nabije ligging bij station Leidschenveen (Ruimtelijke Onderbouwing ROC Mondriaan - 14 mei 2021).

6.2 Parkeren (auto en fiets) De parkeernorm van de gemeente Den Haag is opgenomen in de Nota Parkeernormen 2011 (RIS181571). De parkeernorm voor een ROC/HBO is 1,05 parkeerplaats per 100 m² bvo. Dit levert voor de nieuwe ROC een parkeerbehoefte op van 112 parkeerplaatsen (10.664 m² bvo / 100 x 1,05). De normatieve parkeerbehoefte (112 parkeerplaatsen bij 10.664 m² bvo en 1.800 leerlingen) is hoger dan het aantal aanwezige parkeerplaatsen op de nabijgelegen ROC Mondriaan aan de Aspasialaan 19: 100 parkeerplaatsen op eigen terrein bij 18.895 m² bvo en 2.500 leerlingen. Dit komt neer op een norm van 0,53 parkeerplaats per 100 m² bvo. In dit hoofdstuk wordt nader onderbouwd waarom afgeweken kan worden van de gemeentelijke parkeernorm.

11/23

ROC Mondriaan hecht eraan om kritisch te kijken naar de gemeentelijke parkeernorm om de volgende redenen: • ROC Mondriaan stimuleert medewerkers gebruik te maken van de fiets en het openbaar vervoer. Dat bevordert de gezondheid van de medewerkers en is duurzamer. Om dit te bevorderen geldt dezelfde reiskostenvergoeding voor de fiets en auto. • Het is niet toegestaan voor studenten om gebruik te maken van de parkeergarage. Voor studenten zijn er goede alternatieven: hoogwaardig openbaar vervoer (te gebruiken met de OVstudentenkaart), de fiets en de scooter. • Uit ervaringscijfers blijkt dat er ruim voldoende parkeercapaciteit aanwezig is in de parkeergarage bij de Aspasialaan 19, terwijl daar een lagere parkeernorm geldt (0,53 parkeerplaats per 100 m² bvo). ROC Mondriaan wil efficiënt met de schaarse ruimte omgaan en voorkomen dat voor leegstand gebouwd wordt. • Constructief is het niet mogelijk om meer dan 85 parkeerplaatsen in de kelder te maken, hetgeen blijkt uit onderzoek van De Parkeeradviseur (zie bijlage). De constructie van de parkeergarage is geoptimaliseerd aan de hand van de structuur van het schoolgebouw. Bij een optimale parkeerstructuur conform gemeentelijke parkeernorm is het plan voor de school niet haalbaar/uitvoerbaar.

Huidig autogebruik ROC Henri Faasdreef 194 Uit onderzoek blijkt dat de huidige studenten van de Henri Faasdreef 194 niet tot nauwelijks met de auto naar de ROC komen: verreweg de meeste studenten komen per openbaar vervoer. 365 respondenten van de School voor Pedagogische en Sociale beroepen hebben gereageerd op een enquête over de vervoerwijzekeuze. Uit de enquête is het volgende gebleken: • Minder dan 5% komt met de auto. Dit komt overeen met het Onderzoek Onderwerp in Nederland (ODIN) van CBS: 5% van alle verplaatsingen naar een onderwijsinstelling met aankomstgemeente (> 300.000 inwoners) komt per auto. • Circa 84% komt met het openbaar vervoer. • Minder dan 4% komt met de scooter en 4% komt met de fiets. • Minder dan 3% komt lopend of wordt gebracht. Uit CBS statistieken blijkt dat het autobezit onder jongeren zeer laag is Dit sluit aan bij de resultaten van de enquête. Bovendien is er een trend waarneembaar onder de groep 18-30 jarigen: het autobezit neemt af, terwijl bij andere leeftijdsgroepen er sprake is van een groei. Onderbouwing parkeerbehoefte Uit parkeerkencijfers van CROW-publicatie 381 (‘Toekomstbestendig parkeren’, december 2018) blijkt dat er sprake is van een lagere parkeerbehoefte voor een ROC. Het parkeerkencijfer voor een ROC ligt tussen de 3,7 en 5,7 parkeerplaatsen per 100 leerlingen.

Een hogeschool/HBO heeft een hogere parkeerbehoefte volgens CROW: 6,6 tot 10,6 parkeerplaatsen per 100 leerlingen. Dat is logisch, omdat studenten van een hogeschool ouder zijn dan die van een ROC: de meeste leerlingen van een ROC zijn jonger dan 18 jaar. De kans is dan groter dat zij in het bezit zijn van een rijbewijs. De gemeente Den Haag heeft stedelijkheidsgraad ‘zeer sterk stedelijk’. De vraag is welk CROW-parkeerkencijfer binnen de range ‘minimum – maximum’ van toepassing is. Goudappel hanteert het gemiddelde parkeerkencijfer, tenzij in de betreffende gemeente sprake is van een lager of hoger personenautobezit. In Den Haag is sprake van een 1,3% lager personenautobezit in vergelijking met alle gemeenten in Nederland met dezelfde stedelijkheidsgraad (zie tabel 3.5): (0,76 – 0,77)/0,77 x 100% = -1,3%. Desondanks is gerekend met het gemiddelde parkeerkencijfer van CROW: 4,7 parkeerplaats per 100 leerlingen.

12/23

Afbeelding 6. Parkeerkencijfers ROC en HBO (Ruimtelijke Onderbouwing ROC Mondriaan - 14 mei 2021).

De parkeerbehoefte is als volgt: 1.800 / 100 x 4,7 = 85 parkeerplaatsen. Dit is hoger dan de feitelijke ‘parkeernorm’ van Aspasialaan 19, die in de praktijk goed werkt (en waar nog een restcapaciteit aanwezig is). Als die parkeernorm zou worden aangehouden (0,53 parkeerplaats per 100 m² bvo) dan is de parkeerbehoefte: (10.664 m² bvo / 100 x 0,53 =) 57 parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 85 parkeerplaatsen aangeboden. Er is daarmee ruim voldoende parkeercapaciteit beschikbaar op eigen terrein. Effecten voor de omgeving Omdat er in verhouding meer parkeerplaatsen worden aangeboden op de Henri Faasdreef dan op de Aspasialaan 19, is de verwachting dat er na realisatie van de ROC geen effect is op de parkeerbezetting in de openbare ruimte in de omgeving van het nieuwe schoolgebouw. Er zijn terugvalopties voor extra parkeercapaciteit/ander parkeerbeleid: • Aanscherpen van het parkeerbeleid: minder medewerkers mogen de auto parkeren in de parkeergarage op eigen terrein. • Binnen 500 meter ligt de locatie Aspasialaan 19 met een parkeervoorziening die nooit volledig bezet is. Hier is dus een (gratis) restcapaciteit beschikbaar voor personeel. • Betaald parkeren in parkeergarage Interparking bij de sporthal. • In de avond betaald parkeren bij winkelcentrum Leidschenveen.

Conclusie autoparkeren ROC Mondriaan is niet voornemens om de normatieve parkeerbehoefte van 112 parkeerplaatsen aan te leggen om de volgende redenen: • Uit de ervaringscijfers van de nabijgelegen ROC op het perceel Aspasialaan 19 blijkt dat het niet nodig is om deze hoeveelheid parkeerplaatsen aan te leggen. • Uit recente parkeerkencijfers van landelijk kennisinstituut CROW blijkt dat 85 parkeerplaatsen ruim voldoende is voor deze ROC. Dit is in verhouding aanzienlijk meer dan de ROC op het perceel Aspasialaan 19. • Er geldt voor personeel een terughoudend beleid voor het gebruik van de auto voor het woonwerkverkeer. ROC Mondriaan stimuleert het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer. Voor het gebruik van de fiets geldt dezelfde reiskostenvergoeding als voor het gebruik van de auto. • Studenten krijgen geen toegang tot de parkeergarage. Studenten kunnen gebruik maken van de fiets, de scooter en het openbaar vervoer. Uit een enquête onder studenten blijkt dat ruim 84% gebruik maakt van het openbaar vervoer. • Het is in de parkeerkelder constructief niet mogelijk om meer dan 85 parkeerplaatsen te realiseren. De gebouwconstructie is ontworpen ten behoeve van een efficiënte ruimteindeling behorend bij onderwijs(lokalen). Deze afmetingen zijn echter minder optimaal voor een gebouwde parkeervoorziening.

Binnen de gebouwconstructie is het maximumaantal parkeerplaatsen ingepast, conform het advies van De Parkeeradviseur. Het is financieel niet haalbaar de gebouwde parkeervoorziening te vergroten op het eigen perceel.

13/23

Het is dus niet de verwachting dat de omgeving een hogere parkeerbezetting zal ervaren als gevolg van de nieuwe ROC: op eigen terrein zijn ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Bovendien is er nog een restcapaciteit beschikbaar op terrein van ROC Mondriaan in de parkeervoorziening van Aspasialaan 19. De speedgate van de parkeergarage op eigen terrein kan in bijzondere situaties, bijvoorbeeld een diplomauitreiking, worden opengesteld. Er is ook een intercom aanwezig bij de speedgate. Hierdoor kunnen ook ouders gebruik maken van de parkeergarage. Dergelijke evenementen vinden plaats buiten de reguliere lessen om (meestal aan het eind van het studiejaar). Er zijn dan weinig docenten aanwezig. In onderstaand figuur is een samenvattende tabel opgenomen met de resultaten. Hieruit blijkt dat de parkeerbehoefte opgelost kan worden binnen op eigen terrein. Fysiek is het niet mogelijk om meer parkeerplaatsen binnen de gebouwde parkeervoorziening te maken (zie onderzoek van De Parkeeradviseur). Dat heeft te maken met de constructie van het schoolgebouw. Concluderend, middels bovenstaande argumenten is een afwijking op de huidige parkeernorm gerechtvaardigd.

Afbeelding 7. Samenvatting parkeerbehoefte ROC Henri Faasdreef (Ruimtelijke Onderbouwing ROC Mondriaan - 14 mei 2021).

Parkeerbehoefte fiets en scooter De fietsparkeernormen van de gemeente Den Haag zijn opgenomen in de ‘Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016’. De parkeernorm voor een ROC/HBO is 6,3 fietsparkeerplaats per 100 m² bvo. Dit komt neer op (10.664 / 100 x 6,3 =) 672 fietsparkeerplaatsen. Op de locatie Aspasialaan zijn 230 fietsparkeerplaatsen op 2.500 leerlingen. Dit komt neer op 0,092 fietsparkeerplaats per leerling. Dit is lager dan de gemeentelijke parkeernorm. Uit de enquête blijkt dat binnen de vervoerwijzekeuze van studenten de fiets slechts door 4,4% wordt gebruikt. Er is daarmee sprake van een overschatting van de Haagse fietsparkeernorm voor een ROC. Voor de nieuwe locatie zijn 1.800 leerlingen te verwachten. De totale fietsparkeerbehoefte komt daarmee op: 1.800 x 0,092 = 166 fietsparkeerplaatsen. De enquête laat zien dat 4,4% per fiets komt. Dit komt neer op 1.800 x 4,4% = 79 benodigde fietsparkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 335 fietsparkeerplaatsen aangelegd. Er is daarmee sprake van ruim voldoende fietsparkeerplaatsen. De gemeente Den Haag heeft geen beleid voor scooterparkeerplaatsen. Op de Aspasialaan 19 zijn 72 scooterparkeerplaatsen per 2.500 leerlingen (0,0288 scooterparkeerplaats per leerling). Dit komt voor de nieuwe locatie dus neer op een scooterparkeerbehoefte van: 1.800 x 0,0288 = 52 scooterparkeerplaatsen.

Uit de enquête blijkt dat 3,8% van de leerlingen per scooter komt. Dit komt neer op: 1.800 x 3,8% = 68 scooterparkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 72 scooterparkeerplaatsen aangeboden voor scooters/motoren. Er is daarmee sprake van ruim voldoende scooterparkeerplaatsen. Het is mogelijk de extra ruimte voor fietsparkeren deels in te zetten voor scooterparkeren, mocht in de toekomst blijken dat er meer capaciteit nodig is.

14/23

7. Uitvoeringsaspecten Grondexploitatie In dit hoofdstuk worden alle relevante uitvoeringsaspecten behandeld.

7.1 Uitgifte De locatie van het ROC Mondriaan is nu nog eigendom van de gemeente Den Haag. De Stichting ROC Mondriaan zou de grond van de huidige tijdelijke onderwijslocatie graag over willen nemen van de gemeente. Dit projectdocument is het document ten behoeve van besluitvorming voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin uitgangspunten en randvoorwaarden zijn opgenomen met betrekking tot de uitvoerings- en procedurele aspecten, de planning, risico’s en de (deel niet openbare) grondexploitatie met betrekking tot onder andere dit perceel van het ROC Mondriaan en de percelen grond in de nabije omgeving van het ROC Mondriaan. De grond zal in erfpacht worden uitgegeven in (fiscaal) bouwrijpe staat aan de Stichting ROC. Verdere afspraken worden vastgelegd in een grondreserverings- en uitgifteovereenkomst.

Afbeelding 8. Plankaart

7.2 Uitplaatsing, sloop & herhuisvesting Op de locatie is sprake van bestaande bebouwing, te weten de bebouwing van de tijdelijke onderwijslocatie van het ROC Mondriaan. De grond wordt door de Centrale Vastgoedorganisatie sinds 2009 tijdelijk verhuurd. Het huidige contract is per 31 december 2018 geëindigd waarna de huurovereenkomst telkens met 1 jaar stilzwijgend wordt verlengd. Partijen kunnen in overleg tot andere afspraken komen en deze vastleggen in een overeenkomst. Het streven is om de opzegging van de huidige overeenkomst samen te laten vallen met de beoogde uitgifte van de grond aan de Stichting ROC Mondriaan. 7.3 Bodem Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. Door het Ingenieursbureau Den Haag is in 2013 een nulsituatiebodemonderzoek verricht ter plaatse van het (deels) braakliggend terrein aan de Oude Middenweg te Den Haag. In dit onderzoek is tevens het westelijk deel van de projectlocatie onderzocht. De aanleiding voor dit nulsituatieonderzoek was de inrichting van het terrein als (tijdelijke) parkeerplaats voor het WK Hockey 2014. Ter plaatse heeft eind 2014 tevens eindsituatieonderzoek plaatsgevonden.

Op basis van het onderzoek blijkt dat de bovengrond als niet tot maximaal licht verontreinigd beoordeeld wordt en de ondergrond als niet verontreinigd.

15/23

In de periode van eind 2014 tot heden hebben geen activiteiten plaatsgevonden die eventuele bodemverontreiniging tot gevolg heeft gehad. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het aspect bodem ten behoeve van de planologische procedure geen belemmering vormt. 7.4 Archeologie In het bestemmingsplan “Leidschenveen” is beschreven dat in gebieden waar het oorspronkelijke veen nog aanwezig is er een hoge archeologische verwachting is. Dit is voornamelijk langs de Veenweg. Echter, daar waar het veen is afgegraven is de eventueel aanwezige archeologie ook verdwenen. De beoogde locatie van het ROC Mondriaan is gelegen in een gebied waar het veen is afgegraven. Het betreffende gebied is reeds door de gemeente Den Haag onderzocht. Hieruit bleek dat er geen archeologische vindplaatsen te verwachten zijn. 7.5 Flora en Fauna Een belangrijk deel van het groen in Den Haag is onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (Agenda Groen voor de Stad 2016, RIS294705 en RIS 300506). Deze hoofdstructuur bestaat uit groengebieden, en een netwerk aan ecologische verbindingszones. De Oude Middenweg, de grens tussen het Forepark en centrumzone is aangewezen als Hoofdbomenstructuur. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor de bewoners, bezoekers en bedrijven moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichten, vergroenen en verduurzamen.

De opgave is het openbare groen natuurinclusief vorm te geven en zo bij te laten dragen aan een prettig woon- en werkklimaat conform uitgangspunten geformuleerd in de Nota Stadsnatuur RIS 305824). De Hoofdboomstructuur dient niet verward te worden met de ecologische verbindingszones Nota Stadsnatuur (RIS305824). De Leidschenveen-zone loopt evenwijdig aan de Zoetermeerse Rijweg en gaat op in de geluidswal tussen de Rijweg en de buurten ‘De Rivieren’ en ‘De Lanen’. De Zoetermeerse Rijweg kruist de Oude Middenweg. Ten noorden van de Henri Faasdreef / Oude Middenweg loopt wel een zone die onderdeel is van de ecologische verbindingszone. De locatie van het ROC Mondriaan is geen onderdeel van, en niet aangrenzend aan, een Natura2000 gebied. 7.6 Waterhuishouding Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. De gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap van Delfland werken aan een goed waterbeheer door middel van een gezamenlijke Wateragenda Den Haag 2016-2020 (RIS 293272).

In de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' is aangeven hoe het watersysteem in Den Haag anno 2014 functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust te houden. Het Haagse watersysteem is op dit moment grotendeels op orde. Beleid waterbeheerder In het Waterbeheerplan 2016-2021 (WBP5) heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor ‘droge voeten’, ‘stevige dijken’ en ‘schoon water’ zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2021. Delfland zet in op integraal waterbeheer in het sterk verstedelijkt deel van Nederland. Samen met de gemeenten en andere partners werkt Delfland aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners. Delfland werkt ook aan het waterbewustzijn om de kosten van het waterbeheer waar mogelijk te verlagen en het draagvlak te vergroten voor het zelf nemen van maatregelen. Op basis van de Waterbergingsvisie is een bestuursovereenkomst gesloten tussen de gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap van Delftland, dat verantwoordelijk is voor de waterberging.

Het huidige schoolgebouw is gelegen binnen een daartoe opgenomen bouwvlak die op basis van het vigerende bestemmingsplan volledig bebouwd mag worden. Het nieuwe schoolgebouw wordt beoogd binnen de bestemming ‘Gemengd – Uit te werken’ evenals de enkelbestemming ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk - Onderwijs’. 16/23

Van het gebied ‘Gemengd – Uit te werken’ mag 50% bebouwd worden en ten behoeve van deze uitwerkingsbevoegdheid is in het vigerende bestemmingsplan reeds een watertoets uitgevoerd en is extra water gerealiseerd. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. De afvoer van regen- en vuilwater zal conform de daarvoor geldende eisen worden ontworpen. Er zal gebruik gemaakt worden van de bestaande riolering. Waterkwantiteit De projectlocatie is als volgt bestemd: ‘Gemengd – Uit te werken’, ‘Maatschappelijk - Onderwijs’ en ‘Groen’. De gronden bestemd als ‘Gemengd – Uit te werken zijn 2.205 m2 en onverhard, de groenstrook is 1.224 m2 en onverhard en de gronden van het huidige onderwijsgebouw zijn 4.406 m2 en volledig verhard. Het totale perceel is 7.835 m2. In de huidige situatie is van het gehele perceel 4.406 m2 verhard. Voor de bestemming ‘Gemengd – Uit te werken’ is in het vigerende bestemmingsplan (“Leidschenveen”, vastgesteld op 29-09-2016) reeds een watertoets uitgevoerd en extra water gerealiseerd. Op basis van deze watertoets mag van dit gebied 50% verhard worden. Het perceel van deze bestemming betreft 2.205 m2.

Het huidige schoolgebouw (4.406 m2) is in de huidige situatie volledig verhard. Voor de projectlocatie geldt dat derhalve 5.509 m2 (50% van 2.205 + 4.406) aan verhard oppervlak is toegestaan. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt 6.078 m2 van het gehele perceel (7.835 m2) verhard. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename aan verharding van 569 m2 (6.078 – 5.509). Ten behoeve van het plan is de watersleutel van Delfland ingevuld. Hieruit volgt dat er 119m2 aan watercompensenrende maatregelen getroffen moet worden. De gemeente zal de benodigde watercompenserende maatregelen treffen bij het bouw/woonrijp maken van de openbare ruimte bij de rest van de ontwikkelkavel. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de benodigde compenserende maatregelen getroffen worden en dit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling die middels voorliggende rapportage mogelijk gemaakt dient te worden. Beschermde gebieden en riolering Ten noordwesten van de projectlocatie loopt langs de Henri Faasdreef en de Oude Middenweg een primaire watergang. Ten noordoosten ligt secundair water. De projectlocatie is niet gelegen binnen een beschermingszone. In het plangebied ligt geen waterkering. Conclusie De watercompensatie wordt door de gemeente Den Haag in het kader van het bouw/woonrijp maken en met het oog op de toekomstige ontwikkelingen gerealiseerd.

Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het nieuwe schoolgebouw ROC Mondriaan locatie Henri Faasdreef dat middels onderhavig rapport mogelijk gemaakt dient te worden. 7.7 (Bouw- en) Woonrijp maken De huidige locatie is verhuurd aan ROC, de locatie dient bij overbracht teruggeleverd te worden zoals verhuurd. Uitgangspunt is dat gemeente daarna bouwrijp maakt. Tijdens het opstellen van de uitgifte overeenkomst wordt er met ROC Mondriaan afgestemd om eventuele afwijkingen en andere afspraken te maken. 7.8 Beheer openbare ruimte Voor de (semi) openbare ruimte geldt in dit gebied de residentiekwaliteit. De (semi) openbare ruimte dient te voldoen aan het Handboek Openbare Ruimte (zie 5.4). De inrichting van de openbare ruimte ter plaatse wordt gerealiseerd door Dienst Stadsbeheer, waarna deze voor beheer en onderhoud wordt overgedragen aan Dienst Publiekszaken/Stadsdeel Leidschenveen Ypenburg. Het beheer hiervan wordt afzonderlijk door de initiatiefnemer in het kader van de ontwikkeling geregeld. Het planvoorstel is zodanig geformuleerd dat de totale beheerkosten van de openbare ruimte niet toenemen. Indien er sprake is van wegonttrekking zal hiervoor t.z.t. de nodige procedure (onttrekkingsbesluit) worden doorlopen.

17/23

8. Milieu en duurzaamheid In dit hoofdstuk worden alle relevante milieu en duurzaamheidsaspecten behandeld. 8.1 Milieu Voor wat betreft Duurzaamheid worden voor deze ontwikkeling, de gemeentelijke normen als basis gehanteerd. Duurzame ontwikkeling betekent het realiseren van een omgeving waarin de schade aan milieu en gezondheid zoveel mogelijk wordt beperkt en waarin de vitaliteit van mensen en ecosystemen zoveel mogelijk worden versterkt. In dit gebied zijn de condities hiervoor in principe gunstig. Het plan voor de gehele locatie ‘Oude Middenweg’ is een voorbeeld van zeer compacte stedenbouw, met een intensief grondgebruik, een hoge bebouwingsdichtheid, een hoogwaardig en groene inrichting van de buitenruimte, functiemenging en uitstekende bereikbaarheid met openbaar vervoer. De ontwikkeling van het nieuw te bouwen ROC Mondriaan dient hierin te passen met dus aandacht voor een duurzaam plan. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven.

Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: • Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt ‘vertaald’ als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen. • Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken.

Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd. In de door ROC Mondriaan opgestelde ruimtelijke onderbouwing van dd 14 mei 2021 wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. Geluid Het huidige gebouw van het ROC Mondriaan is min of meer op dezelfde locatie gesitueerd als het toekomstige gebouw. In het nieuwbouwplan zal het gebouw een aantal meter naar het noordwesten opschuiven ten opzichte van de huidige situatie. Het nieuwbouwplan bestaat uit een enkel bouwvolume van ca 75 m breed, 60 m lang en 14,5 m hoog. Het bouwplan is gesitueerd in de nabijheid van meerdere verkeersbronnen die in het onderzoek moeten worden betrokken. Dit betreffen de volgende bronnen: • Spoorwegverkeer: treinverkeer van/naar Onderhoudsbedrijf Leidschendam en randstadrail (HTM en RET); • Rijksweg A4; • Binnenstedelijke wegen met een geluidzone; • Enkele binnenstedelijke wegen zonder geluidzone.

Voor toetsing aan de Wet geluidhinder dient van iedere weg de geluidbelasting op de gevel van de geluidgevoelige functie te worden bepaald. 18/23

Wanneer deze geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde overschrijdt, wordt beoordeeld of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk zijn wordt voor iedere weg separaat een hogere grenswaarde aangevraagd. Voor het bepalen van de benodigde voorzieningen in het kader van het Bouwbesluit (geluidwering gevel) dient de gecumuleerde geluidbelasting van de betreffende wegen te worden aangehouden, waarbij de reductie van artikel 110g van de Wet geluidhinder niet mag worden meegerekend. De wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt worden, conform de Wet geluidhinder, niet meegenomen in het akoestisch onderzoek. Voor deze wegen hoeft dus, bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, geen hogere grenswaarde te worden vastgesteld. De wegen worden, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, wel meegenomen bij het bepalen van de gecumuleerde geluidbelasting voor de toetsing aan het Bouwbesluit en gevelmaatregelen. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is voor de gecumuleerde geluidbelasting uitgegaan van de totale geluidbelasting van het wegverkeer (zonder correctie art. 110g Wgh) en railverkeer. Rijksweg A4 Uit de geluidberekeningen blijkt dat ten gevolge van rijksweg A4 de geluidbelasting op het onderwijsgebouw hoger is dan de voorkeursgrenswaarde (Lde = 48 dB).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10397712/1