CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309265 Bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing VVGB Laan van Ypenburg naast 64

Commissie Ruimte 7 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken24.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor het groepsrisico is een berekening gemaakt voor zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie. Uit deze berekening is gebleken dat in de huidige en toekomstige situatie het groepsrisico voor de A13 kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit geldt tevens ook voor het knooppunt A13. Een verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarmee achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. Voor de wegvakken Z29 en Z8 en de verbindingsbogen geldt een plasbrandaandachtsgebied (PAG). De projectlocatie is hier niet binnen gelegen.

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor realisatie van dit project.

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 27

GELUID Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit:  woningen;  onderwijsgebouwen;  ziekenhuizen;  verpleeghuizen;  verzorgingstehuizen;  psychiatrische inrichtingen;  kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.

Relatie tot ontwikkeling Het beoogde bedrijfspand is geen geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Toetsing aan de Wet geluidhinder is daarmee niet aan de orde. Hier wordt dan ook niet nader op ingegaan.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

HOOGSPANNINGSLEIDINGEN Algemeen Voor sommige kabels en leidingen is het belangrijk deze op te nemen in het bestemmingsplan. Het gaat dan niet om de algemene nutsleidingen, maar om de leidingen waarbij bijvoorbeeld een veiligheidszone geldt of leidingen die een risico zijn als ze bij werkzaamheden geraakt worden. Bepaalde leidingen moeten vanuit regelgeving of rijksbeleid in een bestemmingsplan worden opgenomen. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen (zie ook paragraaf 4.4 waar hier reeds op is ingegaan). Bij andere leidingen bepaald bevoegd gezag of dit wenselijk is, dit is bijvoorbeeld steeds vaker het geval bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Dergelijke leidingen kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van de omgeving. De (planologische relevante) leidingen dienen als zodanig te worden bestemd en daarbij dient de afstand die moet worden vrijgehouden van bebouwing ter bescherming van de leiding, te worden aangeduid. Dit betreft de zogeheten beschermingszone. Naast planologisch relevante leidingen kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die planologisch niet relevant zijn, maar waar met de beheerder van de kabels en leidingen afstemming dient plaats te vinden over het beschermen dan wel verleggen van in en nabij een ontwikkellocatie gelegen kabels en leidingen.

Bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoogspanningsverbindingen Bij transport van stroom door een hoogspanningsverbinding ontstaat een magneetveld. De sterkte ervan hangt vooral af van de hoeveelheid stroom die wordt vervoerd en van de afstand tot de verbinding. Over de Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 28

mogelijk nadelige gevolgen van deze velden voor de gezondheid bestaat onduidelijkheid. Onduidelijk zijn vooral de langetermijneffecten van blootstelling aan de veldsterkte die optreedt in woningen die zich in de buurt van het hoogspanningsnet bevinden.

Relatie tot ontwikkeling Op de kaart voor hoogspanningsleidingen https://webkaart.hoogspanningsnet.com/index2.php#6/51.998/5.164 is te zien dat de projectlocatie is gelegen nabij een verbinding met een bedrijfsspanning van 150 kV. Het voorgenomen initiatief betreft de realisatie van een bedrijfspand op een bedrijventerrein. Bij het realiseren van nieuwe woningen, scholen en kinderopvangplaatsen is het advies zoveel mogelijk te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla, maar daar is in dit geval geen sprake van. Figuur 15. Uitsnede HoogspanningsNET Netkaart

Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor realisatie van de beoogde ontwikkeling.

LUCHTKWALITEIT Algemeen In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 29

verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.

Relatie tot ontwikkeling In onderhavig geval is sprake van de realisatie van een bedrijfspand. Dit kan niet één op één vergeleken worden met de realisatie van woningbouw of kantoorlocaties. Voor de volledigheid is op basis van de berekende verkeersgeneratie (zie paragraaf 4.9) de NIBM-rekentool ingevuld. Op basis daarvan kan eveneens geconcludeerd worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en de ontwikkeling daarmee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Figuur 16. NIBM-rekentool (geraadpleegd op 4 februari 2021)

In aanvulling op het bovenstaande wordt opgemerkt dat binnen de ontwikkeling geen gevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) mogelijk worden gemaakt. Ook om deze reden is een aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek niet nodig. Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentratie voor een bepaald jaar is ter plaatse van een specifieke locatie. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze jaargemiddelde concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5. Onderstaande figuur toont de grootschalige achtergrondconcentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via NSL Monitoringstool op 28 januari 2021). Figuur 17. Jaarlijkse achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM 2,5 ter plaatse van de projectlocatie (bron: nsl-monitoring.nl) Jaar GCN-achtergrondconcentratie locatie ID 139811 NO2 (µg/m3)

PM10 (µg/m3)

2020

28,8

19,1

11,0

2030

18,4

17,0

9,1

Grenswaarden

40

40

25

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

PM2,5 (µg/m3)

Pagina | 30

Uit figuur 17 blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van de projectlocatie, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is niet van zodanige omvang dat een overschrijding van de grenswaarden hierdoor te verwachten is.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

NATUUR Algemeen Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000gebieden.

Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen gold hier de regeling Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie.

Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.

Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van de ontwikkeling is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De rapportage van februari 2021 is bijgevoegd in de bijlage 5 bij voorliggende onderbouwing. Daarnaast is door ecologisch onderzoek uitgevoerd op 2 februari 2021, zie bijlage 3. De resultaten worden in deze paragraaf per onderdeel beschreven. Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 31

Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Meijendel & Berkheide’ en is gelegen op een afstand van circa 8 kilometer vanaf de projectlocatie. Vanwege de uitspraak van de Afdeling in het kader van de PAS is met betrekking tot herontwikkeling een Aerius c.q. stikstof-berekening noodzakelijk om aan te tonen dat deze ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op habitatsoorten in het Natura 2000-gebied (negatief effect is uitgesloten bij een depositie van minder of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar). Mocht het project leiden tot een stikdepositietoename van meer dan 0,00 mol/ha/jaar, dan is mogelijk een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en een passende beoordeling. Uit de stikstofberekening komt naar voren dat er volgens de AERIUS-calculator 2020 geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr zijn. Deze berekening heeft betrekking op zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Soortenbescherming Ecologisch onderzoek dient aan te tonen in hoeverre het braakliggend terrein ter plaatse een geschikte verblijfplaats voor beschermde soorten vormt. Middels een quickscan kan inzichtelijk worden gemaakt welke flora en fauna ter plaatse van de projectlocatie voorkomen. Ook wordt in dat kader beoordeeld welke functies het gebied voor deze soorten heeft, bijvoorbeeld een functie als foerageergebied of een verblijfsfunctie voor vogels en/of vleermuizen.

Op basis van een quickscan wordt een inschatting gemaakt van de effecten van de ingreep op de potentieel aanwezige beschermde soorten en deze worden aan de hand van de Wet natuurbescherming getoetst. Alleen wanneer uit de quickscan volgt dat de aanwezigheid van beschermde soorten niet kan worden uitgesloten is nader onderzoek noodzakelijk. Uit de uitgevoerde quickscan flora en fauna volgt dat het projectgebied in potentie geschikt is voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Uit het onderzoek volgt dat:  alleen ‘vrijgestelde’ soorten verblijvend aanwezig zijn, waarvoor geen ontheffing is vereist.  voor de verwachte aanwezige niet-jaarrond beschermde broedvogels werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen dienen plaats te vinden. Dit seizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. Buiten het broedseizoen is een ontheffing niet nodig.  het projectgebied geen essentieel leefgebied voor jaarrond beschermde nesten van vogels betreft. Daarnaast wordt ook voor foeragerende vleermuizen geen negatief effect verwacht ten gevolge van het project.

Conclusie Het aspect natuur vormt, indien werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden van niet-jaarrond beschermde broedvogels buiten broedseizoen plaatsvinden, geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

VERKEER EN PARKEREN Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. De genoemde verkeersaspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld.

Relatie tot ontwikkeling Parkeren Conform de parapluherziening dient aan het actuele parkeerbeleid te worden voldaan (zie ook paragraaf 3.3.3). In figuur 18 is een uitsnede opgenomen van de parkeernormen die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling.

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 32

Figuur 18. Normen voor kantoren, bedrijven en voorzieningen, Nota parkeernormen Den Haag

Gezien de ligging van de projectlocatie in zone 2, betreft de parkeernorm voor kantoren zonder baliefunctie 1,00 per 100 m2 bvo. Aangezien circa 1.000 m2 bvo aan kantoren wordt gerealiseerd, geldt hiervoor een parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen (1,00 per 100 m2 = 10 per 1.000 m2) met een bezoekersaandeel van 5%. De overige 2.915 m2 wordt in gebruik genomen ten behoeve van een distributiecentrum. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de parkeernormen die gelden voor een ‘bedrijf’. De parkeerbehoefte daarvoor betreft 20,4 parkeerplaatsen (0,70 per 100 m2 = 20,4 per 2.915 m2). In totaal zijn daarmee circa 30 (10 + 20,4) parkeerplaatsen benodigd. In de parkeerbehoefte kan op de projectlocatie worden voorzien. In onderstaande figuur zijn de beoogde parkeerplaatsen opgenomen. Het resterende deel van de parkeerplaatsen komen ter beschikking voor omliggende bedrijven. Figuur 19. Kaveltekening, Groothuis bouwgroep (d.d. 18 december 2020)

Fiets Naast het voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de auto dient ook te worden voorzien in genoeg stallingsruimte voor de fiets. In de Nota parkeernormen Den Haag wordt voor fietsparkeren verwezen naar de Leidraad Fietsparkeren van het CROW (publicatie 291). Ter plaatse van de projectlocatie wordt voorzien in 20 fietsparkeerplaatsen en 5 en scooterparkeerplaatsen. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is de CROW (publicatie 381) geraadpleegd. Hierbij hebben de volgende invoergegevens als uitgangspunt gediend:  kantoor (1.000 m2);  distributiecentrum (2.915 m2).

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 33

Volgens de CROW-normen geldt voor zowel het kantoor als voor het distributiecentrum een verkeersaantrekkende werking van 4,9 bewegingen per 100 m2 bvo. Voor het kantoor van 1.000 m2 is de totale verkeergeneratie daarmee 49 vervoersbewegingen per etmaal. Voor het distributiecentrum geldt een verkeersgeneratie van 143 vervoersbewegingen per etmaal. De totale verkeergeneratie per etmaal betreft 192. Gezien het feit dat de functie, en daarmee de verkeersaantrekkende werking van de functie, is toegestaan wordt ten aanzien van deze vervoersbewegingen geen knelpunten verwacht. Ontsluiting De ontsluiting van de projectlocatie vindt plaats via de Laan van Ypenburg, Laan van Hoornwijck, Laan van Delfvliet, richting de A13. Hiermee is de locatie goed bereikbaar. Figuur 20. Ontsluitingssituatie (bron: google.maps.nl)

Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

WATER Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Beleid waterbeheerder In het Waterbeheerplan 2016-2021 (WBP5) heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor ‘droge voeten’, ‘stevige dijken’ en ‘schoon water’ zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2021. Delfland zet in op integraal waterbeheer in het sterk verstedelijkt deel van Nederland. Samen met de gemeenten en andere partners werkt Delfland aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 34

zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners. Delfland werkt ook aan het waterbewustzijn om de kosten van het waterbeheer waar mogelijk te verlagen en het draagvlak te vergroten voor het zelf nemen van maatregelen. In 2012 heeft het Hoogheemraadschap de Handreiking watertoets voor gemeenten vastgesteld en daarna regelmatig geactualiseerd. De handreiking is specifiek geschreven voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. Met deze handreiking wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het Hoogheemraadschap van Delfland procedureel en inhoudelijk omgaat met de watertoets. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de landelijke en provinciale regelgeving. Met de watertoets wordt gestreefd naar een goede inpassing van water in ruimtelijke planvorming. Voorkomen moet worden, dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het watersysteem. Waar mogelijk moeten kansen worden benut om het watersysteem te verbeteren.

Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van Het Hoogheemraadschap van Delfland. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Grondwater oor geheel Den Haag zijn modelmatig de effecten op de grondwaterstand berekend bij klimaatverandering, bij stopzetten onttrekking DSM Gist in Delft en bij een beperkte zeespiegelstijging van 25 cm. Uit de modelberekeningen komt naar voren dat de afzonderlijke invloeden een cumulatief effect hebben. In Ypenburg is voldoende oppervlaktewater aanwezig waardoor geen grotere kans op hogere grondwaterstanden te verwachten is. Voor ontwatering van Ypenburg is drainage aangelegd in de openbare ruimte, deze wordt door de gemeente onderhouden en zo nodig vervangen. Het onderhoud bestaat uit het met een bepaalde regelmaat doorspuiten van de drainageleidingen. Hier geldt dat de matige grondslag in Ypenburg (en Wateringse Veld & Leidschenveen) de komende jaren punt van aandacht blijft (2011-2015). In deze gebieden zijn grote hoeveelheden drainageleidingen in de ondergrond aangebracht die ten behoeve van een systematisch preventief onderhoud nog beter in kaart moeten worden gebracht.

Tegelijkertijd wordt de werking van de systemen intensief gemonitord om bij slecht functioneren tot ingrijpen over te gaan. Ter plaatse van het plangebied zijn reeds bedrijfsactiviteiten toegestaan. Mede aangezien niet in een kelder wordt voorzien ligt het niet in de lijn der verwachting dat het plan effect heeft op het lokale grondwatersysteem dan wel de bodem. Op 18 december 2020 is door Grondslag bodemkwaliteitsbureau milieukundig bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2). Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NENpakket. In het grondwater is een lichte verhoging gemeten aan barium. Dit kan worden gezien als een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoeklocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Waterkwantiteit Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd om extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt het hoogheemraadschap het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevige neerslag door klimaatverandering.

De watersleutel van het hoogheemraadschap berekent daarom de benodigde watercompensatieopgave

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 35

Op basis van de huidige berekening is uitgegaan (conform de kaveltekening van Groothuis Bouwgroep van d.d. 18 december 2020) van een totaaloppervlakte van het plangebied van 4459 m2. Ter plaatse van het perceel zijn reeds bedrijfsactiviteiten planologisch toegestaan. Gezien voorgaande zou het terrein in de huidige situatie reeds verhard kunnen worden. Aangezien het niet in de lijn der verwachting ligt dat het hele terrein verhard is wordt er in dit geval van uitgegaan dat 87% verhard is en 13% onverhard. In de toekomstige situatie is 2.236 m2 aan bebouwing beoogd, 1.133 m2 aan open bestrating en 419 m2 aan groen toegevoegd. Open bestrating wordt gezien als waterpasseerbare verharding. Daarvoor geldt dat “Indien waterpasseerbare verharding wordt toegepast als mitigerende maatregel boven op een normaal wegcunet mag deze als 50% verhard en 50% onverhard in de watersleutel worden opgenomen. Dit is een mitigerende maatregel die kan worden toegepast om meer neerslag te infiltreren. Echter zonder aanvullende maatregelen voldoet waterpasseerbare verharding niet aan de richtlijn voor vasthoudmaatregelen, omdat bij hevige neerslag de bergingscapaciteit niet kan worden gegarandeerd.” In de toekomstige situatie wordt gezien voorgaande uitgangspunten 986 m2 als onverhard terrein ingericht (419 + (1133/2)).

Op basis van deze gegevens is de watersleutel ingevuld (zie ook bijlage 6) en figuur 21 waarin de resultaten van de watersleutel samengevat zijn weergegeven. Figuur 21. Watersleutel Het Hoogheemraadschap van Delfland

Uit de berekening van de Watersleutel blijkt dat sprake is van een kruimelgeval en daarom watercompensatie niet noodzakelijk is. De beoogde bebouwing zal op het bestaande maaiveld worden gerealiseerd. Problemen ten aanzien van wateroverlast zijn niet bekend. Aangenomen wordt dat sprake is van voldoende drooglegging. Beschermde gebieden De projectlocatie is niet in of nabij (de beschermingszone van) een waterkering gelegen. De projectlocatie is nabij secundair water gelegen, maar de beschermingszone hiervan raakt niet aan de projectlocatie. In figuur 22 is een uitsnede opgenomen van de ligging van dit secundair water ten opzichte van de projectlocatie (rood omlijnd).

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 36

Figuur 22. Legger Delfland, Het Hoogheemraadschap van Delfland

Gezien de ligging buiten de beschermingszone van een waterkering of oppervlaktewater, ontstaan geen belemmeringen. Riolering In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan Den Haag 2016-2020’ is voor het regenwater, grondwater, stedelijk water en afvalwater een programma opgenomen. Voor afvalwater geldt dat de programmering bestaat uit de vervanging van de riolering waar dit technisch onvermijdelijk is, vanuit de integrale beheerprojecten in combinatie met andere projecten en wijkgericht. Het grootste deel (70%) van de riolering is gemengd. Zowel het afvalwater van huishoudens en bedrijven als het regenwater van daken en wegen wordt ingezameld met één leiding. De rioleringsgebieden die ná 1970 zijn vernieuwd of aangelegd zijn grotendeels uitgerust met een gescheiden rioolstelsel. Van deze gebieden wordt dus het afvalwater afgevoerd naar de waterzuiveringsinstallatie (AWZI) en het regenwater naar het lokale watersysteem (oppervlaktewater). Bij het aanleggen van een nieuw rioolstelsel wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. De beoogde bebouwing zal gebruik maken van het huidige aanwezige (gescheiden) rioleringssysteem. Het hemelwater dat op het terrein valt zal via de open verharding dan wel het groen de bodem infiltreren. Hier worden geen knelpunten voorzien.

Klimaatadaptatie Door een deel van het perceel als groen in te richten en een deel met open bestrating wordt het infiltreren van hemelwater in de bodem gestimuleerd.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 37

(VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.

Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van een bedrijfspand op een bedrijventerrein aan de Laan van Ypenburg in Den Haag. Een dergelijke ontwikkeling kan niet worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Daarbij wordt opgemerkt dat de beoogde functies reeds zijn toegestaan; er hoeft alleen een planologische procedure te worden doorlopen vanwege het realiseren van de bedrijfsbebouwing. Gezien voorgaande geldt geen directe m.e.r.beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie en m.e.r.-beoordelingsbesluit Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld, zie ook bijlage 7. Deze aanmeldnotitie wordt gelijktijdig met voorliggende ruimtelijke onderbouwing aan de omgevingsvergunningaanvraag toegevoegd.

Op basis van de resultaten van de aanmeldnotitie kan bevoegd gezag bepalen dat een milieueffectrapportage gelet op de aard en omvang van het project en de daarmee gepaard gaande milieugevolgen niet nodig is en dat kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 38

5

BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Voor deze ontwikkeling wordt de uitgebreide Wabo-planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor eenieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedure wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 39

BIJLAGE 1. MASTERPLAN TECH PARK DEN HAAG

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 40

Masterplan

Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Inhoud

1. 2. 3. 4. 5.

Van bedrijventerrein naar Tech Park Den Haag Aanwezige kwaliteiten Verbetering openbare ruimte Invulling resterende kavels Parkeren

Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

1. Ambitie: van bedrijventerrein naar Tech Park Eigenschappen van een hoogwaardig tech park

aandacht voor een verzorgde buitenruimte, veel ruimte voor groen

gebouwen streven een zekere identiteit na, zowel collectief als individueel

3

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

individuele gebouwen, verspreidt over een ruim opgezet terrein

Opzet van terrein biedt overzicht en bevordert verbinding

2. Aanwezige kwaliteiten Kwaliteiten van het terrein Historie van het terrein (vliegveld, Fokkerterrein),

Parkeren in groene ‘pockets’, vermijdt dat er

geeft de park identiteit

teveel ‘blik’ in zicht is

Gebouwen hebben veelal een

Ruime opzet, gebouwen houden

Ligging aan A4, gebouwen als

eigen, hoogwaardige identiteit

gepaste afstand van de weg

‘etalage’ voor park. Geen duidelijke achterzijdes van gebouwen

4

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

2. Aanwezige kwaliteiten Kwaliteiten van het terrein

Parkeren in groene ‘pockets’, auto’s enigszins uit zicht

Bij individuele gebouwen is parkeren zeer beperkt aanwezige aan de

Aandacht voor een verzorgde, groene buitenruimte

aankomstzijde van het gebouw. Houdt het beeld opgeruimd

Ruimtelijke opzet van het terrein

Gebouwen hebben enige afstand van weg. Herkenbare kavelscheiding geeft gebouw een eigen plek binnen de park, en daarmee meer karakter en aanzien, als ware een ‘sokkel’

5

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

3. Versterken van openbare ruimte Aanpassingen op park

Versterken uitstraling van entreezone Versterken van groenstructuren langs ‘landingsbaan’

Vervangen en verduurzamen van verouderde inrichting openbare ruimte (signing, verlichting)

6

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Hoogteaccent markeert park, etaleert de park Renoveren van hoofdgebouw zal in grote mate bijdragen aan het versterken van het aanzien en de identeit van de park als geheel

richting de A4. Nader invulling aan te geven

3. Versterken van openbare ruimte Entreezone Versterken van ruimtelijke structuur en versterken van ‘landingsbaan’ door middel van groen en bijzondere verlichtingselementen

Tech Park Den Haag RAL7016

Vergroenen van parkeerplaatsen, minder blik in zicht

7

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

3. Versterken van openbare ruimte Entreezone Versterken van ruimtelijke structuur en versterken van ‘landingsbaan’ door middel van groen en bijzondere verlichtingselementen

Tech Park Den Haag Antraciet (RAL7016)

8

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

3. Versterken van openbare ruimte Wayfinding Markering van hallen Voorstel: letter / nummer op gevel antraciet (RAL7016)

Huidige wayfinding nog in goede staat, gele kleur echter niet meer van deze tijd. Voorstel: antraciet (RAL7016)

9

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Markering van separate kavels niet op gevel maar door los object voor gebouw. Eventueel inclusief bedrijfsnaam, kan enkel kavelletter.

3. Versterken van openbare ruimte Verduurzamen van terreinverlichting

LED armaturen (StreetStick 539)

Huidige straatverlichting voldoet vanuit functioneel oogpunt, maar sluit wat betreft uitstraling niet aan op een technologische, duurzame park. Vervangen en verduurzamen van terreinverlichting draagt bij aan een sterkere, duurzame identiteit, en kan op langere termijn besparen op energie en dus kosten. Afhankelijk van ambitieniveau kan aan de volgende stappen gedacht worden: • Schilderen van lichtmasten, antraciet (RAL7016) om beter aan te sluiten bij overige inrichtingselementen in openbare ruimte • Vervangen van armaturen door LED-armaturen. Nieuwe armaturen kunnen eventueel dynamisch geregeld worden, waarbij lichtintensiteit beter aansluit bij omgevingslicht en gewenste hoeveelheid licht. • Volledig vervangen van lichtmasten, met LED-armaturen • Toepassen van zonne-energie voor verlichting van terrein. Zonnepanelen kunnen eventueel gecombineerd worden met een reclamemast of ander hoogte-accent nabij snelweg

LED armaturen icm zonne-energie (Antares 4000 Grid)

10

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

3. Versterken van openbare ruimte Aanpassingen op park

Renoveren van hoofdgebouw brengt cohesie in park, en zal in grote mate bijdragen aan het versterken van het aanzien en de identeit van de park als geheel

Invulling van dergelijke renovatie nader te onderzoeken!

11

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

3. Versterken van openbare ruimte Hoogteaccent en blikvangers

12

Positie hoogte-accent,

Duurzame energieopwekking,

signing in combinatie met duurzame energieopwekking

voor terreinverlichting

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Signing, markeren van gevestigde bedrijven

4. Invulling resterende kavels Uitgangspunten voor te bebouwen kavels

Vracht

Gebaar richting A4 vanuit architectuur

Parkeren primair aan deze zijde

Kavel niet volgebouwd (> 10% groen) > 4 meter groenstrook aan zijde aankomst Hier bij voorkeur géén parkeren, of slechts beperkt bezoekersparkeren in zicht

13

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

4. Invulling resterende kavels concept

Multi-tenant en modulair De resterende kavels kunnen allen bebouwd worden met multi-tenant bedrijfshallen. Naar behoefte van potentiële huurders kunnen hallen (ca. 1000m2) gekoppeld of gesplitst worden. Bij specifieke ruimtelijke of functionele wensen kunnen de hallen modulair aangepast en uitgebreid worden. Zo kan extra functioneel vloeroppervlak (kantoor of anderszins) worden toegevoegd door het plaatsen van een entresol. Voor extra vloeroppervlak met meer exposure richting de A4 kan ook worden gekozen voor een optopping, of een seperaat kantoorgebouw op poten.

loa

14

din

ra t x e

bou

a a l w

g a gef

Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

m

k

llen ld a h t i e c h a ke c u ro d , g e s p : 2 sis 0 m a b 00 1 ca.

it p g

Masterplan

s

e d r ee

w u o b

ij l e og

r ent

e

sol

e

a xtr

k

o o t an

r

4. Invulling resterende kavels materialisatie

Ten behoeve van eenheid en uitstraling van de gebouwen afzonderlijk, en het park als geheel, wordt een beperkt palet aan materialen voorgesteld. Gebouwen zijn in de basis licht van tint, in een combinatie van matte en metallic materialen. Kleuraccenten worden beperkt, en in de gedempte tonen toegepast. Hiermee zoeken de nieuwe gebouwen aansluiting bij de bestaande panden. Donkere materialen kunnen ingezet worden om accenten aan te brengen (plinten, dakranden, etc)

LINKS EN ONDER: EQUITONE

15

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Door gebruik te maken van twee contrasterende materialen kan op eenvoudige wijze toch een hoogwaardige, architectonische expressie worden gerealiseerd die aansluit bij het park. Voor de gesloten delen van de gevel gaat de voorkeur uit naar duurzame, lichtgewicht materialen, zoals Equitone vezelcementplaten. Contrastrerend hiermee kunnen vlakken Rodeca in de gevel worden toegepast om de hal te voorzien van daglicht. De materialen bieden voldoende ontwerpvrijheid om elk gebouw van eigen karakter te voorzien dat niet uit de toon valt binnen het geheel.

BOVEN: GEPROFILEERDE PLAAT, METALLIC KLEURIG

RODECA

4. Invulling resterende kavels referentiebeelden

GEBRUIK VAN ZOWEL MATTE ALS METALLIC MATERIALEN

16

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

CONTRASTERENDE MATERIALEN VORMEN COMPOSITIE

ARCHITECTONISCHE EXPRESSIE

4. Invulling resterende kavels Scenario A

Hal 20

Kavel C

afvoerpunt HWA

afschot afschot afschot afschot

1800m 2

ca. 2x 900m2

TRAFO

Kantoor naar wens in te bouwen

2207m 2 hal Inkoopstation

10kV

Hoofdingang

Hoofdingang

Hoofdingang

2640m

HAL 114

2

ca. 3x 880m2 HAL 108

Kantoor naar wens in te bouwen Hoofdingang

Kavel A 17

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Hoofdingang

Eén grote hal, op te splitsen in drie kleinere hallen. Tevens plaats voor twee kantoorpanden (zie scenario B)

Hoogteaccent / signing

Kavel B

Eén grote hal, op te splitsen in twee kleinere hallen (zie scenario B)

4. Invulling resterende kavels Scenario A

Hal 20

Kavel C

afvoerpunt HWA

afschot afschot afschot afschot

1800m 2

ca. 2x 900m2

TRAFO

Kantoor naar wens in te bouwen

2207m 2 hal Inkoopstation 10kV

Hoofdingang

Hoofdingang

HAL 114

3110m 2

Hoogteaccent / signing

ca. 3x 1040m2 HAL 108

Kantoor naar wens in te bouwen Hoofdingang Hoofdingang Hoofdingang

Kavel A 18

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Eén grote hal, samengesteld uit drie volumes. Op te splitsen in drie kleinere hallen. Tevens plaats voor twee kantoorpanden (zie scenario B)

Kavel B

Eén grote hal, op te splitsen in twee kleinere hallen (zie scenario B)

4. Invulling resterende kavels Scenario B

Hal 20

Kavel C

afvoerpunt HWA

afschot afschot afschot afschot

1800m 2 hal Kantoor naar wens in te bouwen

Logistieke ingang

1185m 2 hal

1020m 2 hal

400m 2

240m 2 kantoor

1185m² productiehal

kantoor

1020m² productiehal

TRAFO

Nieuwe logistieke ingang realiseren

Hoofdingang

Hoofdingang

HAL 114

HAL 108

Hoogteaccent / signing

Kavel B

Twee kleinere hallen met elk eigen kantoor (zie invulling kavel B)

Kavel A 19

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Twee kantoorpanden van vier lagen, elk ca. 2400m2 BVO Parkeren op maaiveld onder gebouw, ntb

4. Invulling resterende kavels kavel A

LAAD - / LOSZONE 1

5

9

13

17

21

25

29

33

37

41

2

6

10

14

18

22

26

30

34

38

42

3

7

11

15

19

23

27

31

35

39

43

4

8

12

16

20

24

28

32

36

40

44

Hoofdingang

45

VOORBEELD: BASISMODEL, BEPERKT KANTOORRUIMTE

46 47 48 49 50 51 52 53

54

Hoofdingang

55 56 57

58 59

60

61

62

63

64

65

Hoofdingang

66

67

68

69

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

entresol, volwaardige glasgevel

uitbreiding aan voorzijde, op kolommen

70

Multi-tenant, modulaire bedrijfshal. Naar behoefte van potentiële huurders kunnen hallen (ca. 880m2) gekoppeld of gesplitst worden. Bij specifieke ruimtelijke of functionele wensen kunnen de hallen modulair aangepast en uitgebreid worden.

20

kantoor, extra bouw-

1:500 0

5

10 m

A3

VOORBEELD: MODULAIR UITGEBREID MET EXTRA FUNCTIONEEL OPPERVLAK

4. Invulling resterende kavels kavel A

LAAD - / LOSZONE

Hoofdingang Hoofdingang Hoofdingang

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35 36

37

38

39 40

Multi-tenant, modulaire bedrijfshal. Naar behoefte van potentiële huurders kunnen hallen (ca. 1040m2) gekoppeld of gesplitst worden. Bij specifieke ruimtelijke of functionele wensen kunnen de hallen modulair aangepast en uitgebreid worden. Door schakering van de drie volumes wordt het vloeroppervlak maximaal benut, en tegelijk tonen de drie hallen zich elk als een individuele unit.

21

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

1:500 0

5

10 m

A3

4. Invulling resterende kavels kavel A alternatief: kantoorpanden

Parkeren op maaiveld onder torens, n.t.b

1

5

9

13

17

20

23

25

2

6

10

14

18

21

24

26

3

7

11

15

19

22

4

8

12

16

Kavel biedt ruimte aan twee kantoorpanden, van elk ca. 2400m2 BVO. Panden staan verschoven van elkaar om uitzicht en lichttoetreding te maximaliseren. Andere configuraties van kantoormeters op deze kavel zijn uiteraard mogelijk, nadere studie noodzakelijk

22

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

1:500 0

5

10 m

A3

4. Invulling resterende kavels

Inkoopstation Inkoopstation 10kV 10kV ENECO

INKOOP

WERELDHAVE

ENECO

INKOOP

WERELDHAVE

002

001

002

001

TRAFO TRAFO

Pand als één grote hal + kantoor

21

Inkoopstation Inkoopstation 10kV 10kV

Scenario A:

33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43

22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32

kavel B, single tenant

kantoor

Hoofdingang Hoofdingang

parkeerplaatsen gereserveerd voor Hittech MPP Hoofdingang Hoofdingang 1

2

13 14

3

4

5

15 16

6

7

8

9

10 11

12

begane grond

17 18 19 20

Hoogteaccent

logistieke toegang

hoofdingang

hal

Lichtstraat (rodeca), voor lichttoetreding in grote hal

2207m² 2207m² productiehal productiehal

400m² 400m² kantoor kantoor

eerste verdieping (entresol)

23

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

1:500 0

5

10 m

A3

4. Invulling resterende kavels Invulling kavel B, multi tenant

ENECO

INKOOP

WERELDHAVE

ENECO

INKOOP

WERELDHAVE

002

6

001

002

5

001

Multi tenant: twee huurders met elk een eigen hal en kantoor

1

2

3

4

Inkoopstation Inkoopstation 10kV 10kV

TRAFO TRAFO

12 10 11 7

8

9

Logistieke Logistieke ingang ingang

Scenario B:

13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23

Nieuwe Nieuwe logistieke logistieke ingang ingang realiseren realiseren

1185m² 1185m² productiehal productiehal

1020m² 1020m² productiehal productiehal

kantoor

kantoor

Hoofdingang Hoofdingang

parkeerplaatsen gereserveerd voor Hittech MPP Hoofdingang Hoofdingang 1

2

13 14

3

4

5

15 16

6

7

8

9

10 11

12

begane grond

17 18 19 20

Hoogteaccent

1185m² 1185m² productiehal productiehal

1020m² 1020m² productiehal productiehal

Lichtstraat (rodeca), zorgt tevens voor visuele scheiding tussen beide hallen

240m² 240m² kantoor kantoor

eerste verdieping (entresol)

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

hoofdingang kantoor

400m² 400m² kantoor kantoor

24

logistieke toegang

1:500 0

5

10 m

A3

hoofdingang

4. Invulling resterende kavels

afschot

Kavel C

afvoerpunt HWA

afschot afschot afschot

Hittech Multin

parkeren primair aan deze zijde organiseren 1

2

3

4

5

6

7

8

9

11

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

Voorzijde zo goed als mogelijk vrij houden van parkeren WAS/KLEEDRUIMTE

BORDES 4800+

12350

1800m 2 hal Kantoor naar wens in te bouwen

TRAFO

TRAFO

TRAFO

TRAFO RUIMTE S SCHAKELKAST

TECHNISCHE INSTALLATIE OP BORDES

S

LUCHTBEHANDELINGSKASTEN

OLIEKETELS

PLATEAU 4000+

parkeerplaatsen gereserveerd voor Hittech MPP

S

21725

T.B.V. VERWARMING WATERKELDER

1X

AUTOCLAAF TECHNISCHE RUIMTE

S

VACUUM

Hittech MPP

S

ROOSTERVLOER 3800+ TECHNISCHE RUIMTE

S

PERSLUCHT 1500 - P

S

Hal 70-78

TECHNISCHE RUIMTE

64825

VIDE

S

DROGER

AFGESLOTEN,NIET TOEGANKELIJK

Hal 70-78

TRAFO

Kavel B VIDE

30750

S

ENECO

INKOOP

002

overheaddeur

HEA160

Inkoopstation

WERELDHAVE

10kV

001

HEA160

Vergaderruimte 34.2 m2

HEA160

Inkoopstation

Kantoor 20.5 m2

TRAFO

10kV

Vergaderruimte 38.1 m2

LBK

S

25

TRAFO (3X)

TRAFO

Pantry B

voorzetwand 75mm voor bestaande wand

S

SCHAKELKAST

TRAFO

TECHNISCHE RUIMTE

S

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

1:500 0

5

10 m

A3

4. Parkeren Telling parkeerbalans

kavel C -0 parkeerplaatsen +20 parkeerplaatsen

Parkeerplaatsaantallen na bebouwing van kavels

Hal 20

afvoerpunt HWA

afschot afschot afschot afschot

Verwijderen: kavel A: -92 kavel B: -26 kavel C: 0

TRAFO

totaal:

Inkoopstation 10kV

Hoofdingang

Hoofdingang

Hoofdingang

HAL 114

Hoogteaccent / signing

HAL 108

Hoofdingang

kavel A -92 parkeerplaatsen +70 parkeerplaatsen

26

Masterplan Tech Park Den Haag Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

Hoofdingang

kavel B -26 parkeerplaatsen +49 parkeerplaatsen

-118

Te realiseren: kavel A: 70 kavel B: 49 kavel C: 20 totaal:

139

Resultaat: +21 parkeerplaatsen Wanneer op kavel A kantoren worden gerealiseerd ipv een bedrijfshal, dan kunnen er additionele parkeerplaatsen op het maaiveld onder de twee kantoorpanden gemaakt worden. Voor exacte aantallen dient er aanvullend onderzoek verricht te worden.

afvoerpunt HWA

afschot afschot afschot afschot

4

4. Parkeren Controle parkeerplaatsen t.b.v. Hittech MPP

reservering kavel C

Reserveringen parkeerplaatsen

10kV

Hoofdingang

Hoofdingang

reservering kavel B

27

Masterplan Tech Park Den Haag

Hoogteaccent / signing

Duijnstede Beheer - A17096.00 - Versie 1.0 - 06.11.2017

32 33 34 35 36 37

TRAFO

27 28 29 30 31

Inkoopstation

26 25 24 23 22 21 20 19 18

reservering kavel B

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

plaatsen t.b.v kavel B:

43

plaatsen t.b.v. kavel C:

20

plaatsen t.b.v. Hittech MPP:

37

BIJLAGE 2 VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Mees Ruimte & Milieu | 21033 1.2.RO

Pagina | 41

PROJECT 33954 MILIEUKUNDIG BODEM- EN VERHARDINGSONDERZOEK NABIJ LAAN VAN YPENBURG 64 TE DEN HAAG

Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl

bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies

Project 33954

Titel

Milieukundig bodem- en verhardingsonderzoek nabij Laan van Ypenburg 64 te Den Haag

Projectleider Adviseur Datum rapport

18 december 2020

Opdrachtgever

Duijnstede Beheer B.V. Vastgoed Beheer & Exploitatie Laan van Ypenburg 126 2497 GC te Den Haag

Contactpersoon

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.

Project 33954

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING EN DOEL

1

2

TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige en toekomstige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaand onderzoek 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie 2.6 Hypothese en onderzoeksopzet 2.6.1 Bodemonderzoek 2.6.2 Verhardingsonderzoek

2 2 2 2 5 6 7 7 8

3

VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater 3.2.3 Verhardingen

9 9 10 10 11 11

4

ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater 4.3 Analyses asbest (in grond) 4.4 Analyses asfalt 4.5 Analyses fundatie (asbest in puin)

12 12 14 14 15 15

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 5.1 Bodem 5.2 Verhardingen 5.3 Algemene conclusies/aanbevelingen

17 17 18 18

BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V

: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst

1

1

Project 33954

INLEIDING EN DOEL Door Duijnstede Beheer BV is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieukundig onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en verhardingen (asfalt/fundatie), op een perceel ten noorden van het adres Laan van Ypenburg 64 te Den Haag. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw) en diverse reconstructiewerkzaamheden. Men is voornemens om op de onderzoekslocatie een nieuw bedrijfspand te realiseren. Rondom het bedrijfspand zullen diverse reconstructiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Het onderzoek heeft tot doel, te bepalen: -

of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (toetsing Wbb); of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming; wat de hergebruiksmogelijkheden zijn van de grond (indicatieve toetsing Bbk); wat de verwerkingsmogelijkheden zijn van het vrijkomende asfalt (indien gewenst); nagaan of het aanwezige fundatiemateriaal (onder het asfalt) verontreinigd is met asbest; wat de globale bodemopbouw is; wat de voorlopige veiligheidsklasse van het werk is (toetsing CROW 400).

Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Het bodemonderzoek is verricht volgens de vigerende richtlijnen uit de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Het verkennend asbestonderzoek (verhardingsmateriaal) is gebaseerd op de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). De parkeervakken ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie zijn aangelegd omstreeks 2008. Dit verhardingsmateriaal wordt aangemerkt als onverdacht op het voorkomen van asbest. Het uitgangspunt is dat het verhardingsmateriaal (met uitzondering van het asfalt) op locatie kan worden hergebruikt. Het onderzoek ter plaatse van het asfalt volgt CROW publicatie 210 - Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt. Indien er onder het asfalt ‘asbestverdacht’ fundatiemateriaal (menggranulaat of metselwerkpuin) wordt waargenomen, is indicatief asbestonderzoek noodzakelijk.

2

2

Project 33954

TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.

2.1

Afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente ‘s-Gravenhage, sectie BK, nummer 2238. De onderzoekslocatie bevindt zich op het bedrijvencomplex Ypenburg (ten noorden van het adres Laan van Ypenburg 64). De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 84.126 en 450.931. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 4.430 m² en bestaat uit een gedeelte van het hierboven beschreven kadastrale perceel waar nieuwbouw wordt gerealiseerd. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.

2.2

Huidige en toekomstige situatie Huidige situatie De onderzoekslocatie is voor het overgrote deel onverhard (grasveld). Aan de randen van de onderzoekslocatie zijn plaatselijk parkeervakken aanwezig. Ter plaatse van de parkeervakken is klinkerverharding aanwezig met hieronder fundatiemateriaal (menggranulaat). De parkeervakken hebben een oppervlakte van ca. 400 m2. Op het meest noordelijk deel van de onderzoekslocatie is een smalle strook asfaltverharding aanwezig (ca. 50 m2). Toekomstige situatie Men is voornemens om op de onderzoekslocatie een nieuw bedrijfspand te realiseren. Er wordt geen kelder gerealiseerd onder het nieuwe bedrijfspand. Alleen aan de noordoostzijde van het pand wordt een laadkuil (ontgraving tot ca. 1,5 m-mv) gerealiseerd. Het is niet exact bekend hoeveel grond hierbij vrijkomt en of deze grond allemaal op de onderzoekslocatie kan worden hergebruikt. Verder zullen rondom het bedrijfspand diverse reconstructiewerkzaamheden worden uitgevoerd, waarbij de parkeervakken anders worden ingedeeld en de parkeercapaciteit wordt uitgebreid. Het uitgangspunt is dat het verhardingsmateriaal (met uitzondering van het asfalt) op locatie kan worden hergebruikt. De asfaltverharding op het noordelijk deel van de onderzoekslocatie wordt vermoedelijk verwijderd. Dit kan worden opgemaakt uit de voorlopige ontwerptekening.

De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.

2.3

Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - huidige eigenaar; - opdrachtgever; - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl); - www.bodemloket.nl; - Nota bodembeheer gemeente Den Haag 2013-2023, CSO Adviesbureau, 20 augustus 2012; - terreininspectie (plaatsgevonden ten tijde van het veldwerk 26 november 2020)

Project 33954

3

Tot omstreeks 1950 had de onderzoekslocatie een agrarische functie (weiland). Op basis van historisch luchtfoto’s kan worden opgemaakt dat in de periode tussen 1950-1960 de eerste bebouwing aanwezig is ter plaatse van de onderzoekslocatie (zie figuur 1). Uit het historisch kaartmateriaal kan worden opgemaakt dat op het zuidoostelijk deel van de huidige onderzoekslocatie tussen 1970 en 2005 bebouwing aanwezig is geweest. Diagonaal over de huidige onderzoekslocatie heeft in het verleden geruime tijd (1950-2005) een weg gelopen. figuur 1: Historische kaarten (noordelijke deellocaties) Historische kaart 2007 Historische kaart 2005

Historische kaart 1955

Historische kaart 1950

Het middengedeelte van de huidige onderzoekslocatie betrof in de periode tussen omstreeks 1970 en 2000 het ‘Fokker-tankenpark’. Op de onderzoekslocatie waren in deze periode de onderstaande ondergrondse brandstoftanks aanwezig: -

4 x 12 m3 afgewerkte kerosinetanks; 2 m3 dieseltank; 5 m3 benzinetank; 12 m3 acetontank

Project 33954

4

Ook werden op een gedeelte van de huidige onderzoekslocatie (noordoostzijde) vaten opgeslagen, waarvan de aard en omvang onbekend is. Voorafgaand aan de grootschalige grond- en grondwatersanering (2001) op de locatie, zijn alle ondergrondse tanks gereinigd en verwijderd. Er zijn op het perceel, voor ontsmettingsmiddelen gebruikt.

zover

bekend,

geen

bestrijdingsmiddelen

en/of

De parkeervakken ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie zijn aangelegd omstreeks 2008. Indien ter plaatse van de parkeervakken fundatiemateriaal aanwezig is, wordt vooralsnog aangenomen dat dit materiaal als ‘asbestonverdacht’ kan worden aangemerkt. Op basis van voorgaand bodemonderzoek is het bekend dat de bodem licht tot matig puinhoudend is. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest. In de periode tussen 1950-1960 is een sloot gedempt op de onderzoekslocatie. Het is niet bekend met welk materiaal de sloten zijn gedempt. Er dient rekening gehouden te worden met demping met afval-/stortmateriaal. Bij de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal zijn de dempingen verdacht voor een verontreiniging (onder andere: asbest/PAK/metalen). Zover bekend is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Op de onderzoekslocatie zijn in de periode tussen 1991 en 2002 diverse bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd. De onderzoeken worden verder toegelicht in paragraaf 2.4. De onderzoekslocatie is ingedeeld in de bodemfunctieklasse Industrie.

De bovengrond is ingedeeld in zone B8 ‘Leidschenveen, Ypenburg en Wateringseveld-Zuid’ en de ondergrond in zone O2 ‘overige ondergrond’. Zowel de boven- als ondergrond is ingedeeld in de ontgravingsklasse Landbouw/natuur. In de bovengrond kunnen licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en PAK verwacht worden. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt tevens dat de locatie niet is gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Asfalt Voorafgaand aan het verhardingsonderzoek is er een vooronderzoek conform de CROW 210 verricht. Op basis van oude topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) kan niet exact worden achterhaal wanneer het asfalt is aangebracht. Ook zijn vanuit de opdrachtgever geen historische gegevens bekend. Hierom is de onderzoekslocatie beschouwd als aangelegd voor 1995. Voorafgaand aan de werkzaamheden is het asfalt geïnspecteerd.

5

2.4

Project 33954

Voorgaand onderzoek Op de onderzoekslocatie zijn in de periode tussen 1991 en 2002 diverse bodem- en saneringenonderzoeken uitgevoerd. Dit betreft: [1] [2] [3] [4] [5] [6]

Oriënterend onderzoek, Tauw Infra Consult b.v., rapport R3116530.LO1, d.d. april 1991. Nader milieukundig bodemonderzoek Tankenpark Ypenburg Rotterdamseweg 35 te Rijswijk, Lexmond milieu-adviezen b.v., rapport 00.21404/TB, d.d. maart 2001. Saneringsplan Tankenpark Ypenburg Rotterdamseweg 35 te Rijswijk, Lexmond milieu-adviezen b.v., rapport 00.21405/RPA, d.d. maart 2001 Verkennend milieukundig bodemonderzoek Rotterdamseweg 35 (vatenopslag) Rijswijk, Lexmond milieu-adviezen b.v., rapport 01.22181/DZ, d.d. mei 2001. Nader milieukundig bodemonderzoek Tankenpark Ypenburg Rotterdamseweg 35 te Rijswijk, Lexmond milieu-adviezen b.v., project 01.22181/DZ, d.d. mei 2001. Evaluatie sanering Tankenpark Ypenburg Rotterdamseweg 35 te Rijswijk, Lexmond milieu-adviezen b.v., project 00.21406/RPA, d.d. maart 2002.

Uit de diverse onderzoeken is naar voren gekomen dat op het middelgedeelte van de huidige onderzoekslocatie een grootschalige grond- en grondwaterverontreiniging aanwezig was met olieproducten (vluchtige aromatische koolwaterstoffen en minerale olie). Verder is het op basis van de uitgevoerde onderzoeken bekend dat de boven- en ondergrond plaatselijk licht tot matig puinhoudend is. Voor zover bekend is er destijds geen asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de resultaten van de bodemonderzoeken blijkt dat er ca. 1.465 m3 grond en 2.500 m3 grondwater is verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen. De hoeveelheid grond en grondwater verontreinigd tot boven de interventiewaarde bedraagt respectievelijk 625 m3 (grond) en 750 m3 (grondwater). Buiten de contouren van de brandstofverontreinigingen zijn in de bodem (grond/grondwater) maximaal lichte verhogingen gemeten aan diverse zware metalen. Een uitgebreide beschrijving van de diverse onderzoeksresultaten wordt ons inziens niet zinvol geacht, omdat de diverse verontreinigingen in 2001/2002 zijn gesaneerd. In de periode van juni 2001 t/m februari 2002 is de met minerale olie en vluchtige aromaten verontreinigde bodem (grond- en grondwater) gesaneerd [6]. Voorafgaand aan de sanering zijn alle ondergrondse tanks gereinigd en verwijderd. In totaal is ca.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10307922/1