RIS308972 Bijlage 1 - Voorjaarsnota
Tekst van het document
Dit is 50% van de investeringsruimte MIP zoals benoemd in paragraaf 3.6 Erfpacht, Reserve grondbedrijf en vrijval REIS Mocht er een surplus op het product Erfpacht ontstaan, dan blijft dit surplus beschikbaar voor nieuwe ruimtelijk-economische investeringen. Mocht de stand van de RGB boven het maximaal beschikbaar weerstandsvermogen uitkomen, dan blijft het surplus beschikbaar voor nieuwe ruimtelijk-economische investeringen. Mocht er sprake zijn van vrijval aan middelen REIS dan blijven de middelen beschikbaar voor nieuwe ruimtelijk-economische investeringen. Financiële gevolgen: Op basis van de huidige inzichten en de toekomstige ontwikkelingen, worden geen voordelen verwacht bij erfpacht. Wat betreft de stand van de Reserve Grondbedrijf aan het eind van de vijfjaarsprognose is de verwachting eveneens dat vooralsnog geen sprake is van vrije ruimte. Verder zijn de balansposten die
19
betrekking hebben op ruimtelijk-economische investeringen geanalyseerd. Een eerste schouw op deze posten levert een incidentele vrijval op van €0,6 mln. (zie paragraaf 3.5). Besteding middelen voor het REIS en afbouw afdracht Reserve Grondbedrijf In de komende programmabegroting wordt de Ruimtelijk Economische Investeringsstrategie 2020-2030 (REIS) opgenomen. Dit betreft een investeringsprogramma voor de korte en middellange termijn waarbij de schouw van ruimtelijk economische thema’s in samenhang plaatsvindt. Hierbij zullen de gereserveerde middelen worden betrokken als dekkingsbron. De besluitvorming over REIS zal separaat plaatsvinden. Een deel van de vrijgekomen middelen wordt specifiek bestemd voor de afbouw van de afdracht uit de Reserve Grondbedrijf (RGB). Jaarlijks wordt € 4,1 mln. uit deze reserve onttrokken ten behoeve van de algemene middelen op het programma Stadsontwikkeling. Deze afspraak bestaat sinds 2004, toen de gemeente grootschalig grondexploitaties voerde op nieuwbouwlocaties. De komende jaren wordt een krimp voorzien van het grondbedrijf c.q. de RGB. De jaarlijkse afdracht is daarmee op termijn niet vol te houden. Bij de begrotingsvoorbereiding 2021-2024 is daarom het college overeengekomen de afdracht gefaseerd af te bouwen door vanaf kalenderjaar 2021 50% van de voor REIS gereserveerde structurele middelen hiervoor aan te wenden.
Hiermee wordt een groter deel van de structurele lasten in de begroting structureel gedekt. Dit past bij het voorzichtigheidsbeginsel. De weerstandscapactieit van de achterliggende projecten wordt versterkt en tenslotte betekent een lagere afdracht dat er meer perspectief blijft op een goed gevulde RGB. Wanneer de reserve hoger is dan benodigd, komt het surplus beschikbaar voor verdeling via het REIS. Gezien de omvang van de beschikbare structurele middelen, komt een bedrag oplopend tot structureel € 0,73 mln. per 2025 beschikbaar voor de afbouw van de winstafdracht grondbedrijf. De jaarlijkse afdracht neemt daarmee af van € 4,1 mln. tot € 3,37 mln. per 2025. Voor het REIS komt ca. € 1,4 mln. incidentele dekking en € 0,73 mln. structurele dekking beschikbaar. Deze structurele dekking geeft een investeringsruimte van circa. € 9 mln. (bij een gemiddelde afschrijvingstermijn van 15 jaar).
4.2
Totaaloverzicht afspraken Groei-met-Groei
Bedragen x € 1.000
incidenteel
structureel
Afspraken Groei-met -Groei
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
Algem ene afspraak Groei-m et-Groei
-1 .3 88
0
-1 .001
-1 .001
-1 .001
-1 .001
-1 .4 62
IV) Afspraken Groei-met -Groei
-1.388
0
-1.001
-1.001
-1.001
-1.001
-1.462
-
-
-500
-500
-500
-500
-731
Waarvan inzet afbouw afdracht RGB
20
Opgaven: coronacrisis en overige opgaven Dit hoofdstuk bevat een aantal majeure, beleidsmatige aandachtspunten en ontwikkelingen die impact hebben op het financiële meerjarenbeeld van de gemeente als geheel. Deze zijn aanvullend op de exogene ontwikkelingen op de algemene posten die voorgaand zijn benoemd. De opgaven hebben direct weerslag op de gemeentelijke financiën van Den Haag. 5.1 Financiële impactanalyse coronacrisis 2021 In de afgelopen periode is een update van de impactanalyse van de coronacrisis uitgevoerd voor 2021. Deze impactanalyse baseert zich op een scenario dat het land in de eerste helft van 2021 grotendeels in lockdown is en het leven zich daarna langzaam weer normaliseert. Voor het opstellen van de analyse is voortgebouwd de inzichten uit de jaarrekening en de vorige impactanalyse. In de analyse wordt niet alleen stilgestaan bij de financiële effecten, maar ook bij de dekking hiervan. Het Rijk heeft de gemeentes vorig jaar flink geholpen bij het opvangen van de financiële effecten. Wegvallende inkomsten en het uitvoeren van extra coronagerelateerde taken zijn gecompenseerd. Ook dit jaar verwachten we de noodzakelijke steun vanuit het Rijk die reël is in relatie tot de schade voor de gemeente. Het Rijk heeft toegezegd dat in iedergeval over de eerste twee kwartalen van 2021 gemeenten reëel worden gecompenseerd.
Ook is gekeken naar de mogelijkheid om dekking binnen het eigen beleidsprogramma in te zetten en inzet in het kader van het Sociaaleconomisch Herstelplan. De analyse geeft een inschatting van de stand van zaken en geen nog niet vaststaande feiten. Daarvoor zijn er nog te veel onzekerheden over de ontwikkelingen in de komende periode. Deze analyse is in detail toegelicht in de bijlage bij deze voorjaarsnota. Per programma is de analyse als volgt: Bedragen x € 1.000 Programma 1 .Gem eenter aad 2 . College en bestuu r 3 . Duur zaam heid, m ilieu en energietransitie 4. Openbar e or de en v eiligheid 5. Cu ltuur en Bibliotheek 6. Onderwijs 7 . Wer k en inkom en 8. Zorg, welzijn, Jeugd en Volksgezondheid 9. Buitenru im te
Dekking Saldo voorzien -50 50
Bruto effect
-
-
-
-
-47 2
222
-2 50
-900
325
-57 5
-8.401
8.3 2 3
-7 8
-3 .62 0
3 .62 0
-
-3 6.400
3 6.400
-
-1 8.7 08
1 6.458
-2 .2 50
-5.61 7
1 .52 4
-4.093
1 0. Spor t
-4.91 3
4.91 3
-
1 1 . Econom ie
-2 .47 5
1 .3 7 5
-1 .1 00
1 2 . Mobiliteit
-1 1 .967
1 1 .667
-3 00
-2 .52 2
502
-2 .02 0 -500
1 3 . Stadsontwikkeling en wonen 1 4. Stadsdelen, integratie en dienstv erlening 1 5. Financien
-1 .050
550
-4.7 3 5
4.1 3 5
-600
1 6. Ov erhead
-3 .1 3 8
848
-2 .2 90
-1 04.968
90.91 2
-1 4.056
Totaal
De grootste posten uit de analyse betreffen de volgende: € 20 mln. wegens toename bijstandsverlening (programma 7: Werk en inkomen). € 17 mln. voor drie grote posten op programma Werk en Inkomen (programma 7), te weten: risico onvoldoende compensatie TOZO, woonkostentoeslag voor mensen die woonlasten niet langer kunnnen dragen en het coronaproof maken van productiefaciliteiten sociale werkplaats. € 11 mln. afname parkeerinkomsten (programma 12: Mobiliteit). € 6 mln. verspreiding daklozen cf. RIVM-richtlijnen (programma 8: Zorg en Welzijn).
21
In het bovengenoemde totaal van € 105 mln. zijn de volgende twee onderwerpen niet meegeteld: Uitvoering van de overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (€ 50-75 mln.). Een risico m.b.t. de toereikendheid van de vergoeding TOZO vormt wel onderdeel van de analyse. Kosten voor de GGD met betrekking tot testen en traceren van corona en het vaccineren (€ 70 mln.). Hier staat in beginsel een kostendekkende vergoeding tegenover. Naar verwachting kan het grootste deel van de kosten worden gedekt uit rijksvergoedingen en door aanwending van beschikbare dekking binnen de programma’s en de reserve sociaaleconomisch herstelplan. Er resteert een negatief saldo van ongeveer € 14 mln. In de analyse zijn enige posten nog niet gekwantificeerd, zoals het risico op meerkosten afvalinzameling. Deze risico’s komen bovenop dit negatieve saldo. Ook geldt dat als voorziene rijksdekking niet beschikbaar komt, het saldo verslechtert. Vorig jaar is in de reserve buffer impact coronacrisis een bedrag van ca. € 22 mln. beschikbaar gesteld voor risico’s van de coronacrisis in 2021. Op basis van de huidige impactanalyse voldoet dit bedrag. Er is nu geen aanleiding om extra gemeentemiddelen aan de buffer toe te voegen, maar anderzijds is er ook geen ruimte deze dekking voor andere doelen in te zetten.
In de komende maanden zal meer duidelijk worden over het verloop van de coronacrisis in 2021 en de extra kosten en inzet die dit vergt. Ook verwachten we meer informatie over vergoedingen van het Rijk. Hiervoor is de meicirculaire, die uiterlijk begin juni wordt gepubliceerd, een belangrijke bron. Deze informatie komt pas beschikbaar na het opstellen van de voorjaarsnota en kan hierin niet meer worden meegenomen. In de ontwerpbegroting 2022-2025 wordt uiteraard stilgestaan bij het actuele beeld van de impact van de coronacrisis en de actuele vergoedingen die hiervoor beschikbaar worden gesteld.
5.2 Overige opgaven In de eerste paragraaf van deze voorjaarsnota zijn structurele aandachtspunten genoemd die belangrijk zijn voor de meerjarige begrotingsuitvoering van de gemeente. Een actuele schouw van de opgave en onzekerheden met betrekking tot het gemeentefonds (paragraaf 2.1) en Corona (vorige paragraaf) zijn daarbij al toegelicht. De overige structurele aandachtspunten komen hier aan bod. Jeugdzorg en Wmo De gemeente is er voor alle inwoners van Den Haag die zorg en ondersteuning nodig hebben op het gebied van de Wmo en jeugdzorg. Den Haag en andere gemeenten staan voor uitdagingen door de gestegen zorgvraag en de te lage vergoedingen die door het Rijk beschikbaar worden gesteld. De gemeente voert daarom enerzijds lobby voor een grotere rijksbijdrage en zet anderzijds in op besparingen, met behoud van passende zorg en ondersteuning. Halfjaarlijks wordt een voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd met de raad gedeeld. Uitvoering jeugdzorg Gemeenten komen landelijk circa € 1,7 mld. tekort voor de uitvoering van de jeugdzorg (zie paragraaf 1.1). De sturingsmogelijkheden op de uitvoeringskosten van de jeugdzorg zijn beperkt, met name omdat de gemeente afhankelijk is van ketenpartners voor doorverwijzingen. Bij jeugdzorg zijn verschillende lokale en regionale lijnen in gang gezet om de uitgaven en budgetten meer in balans te brengen. Dit vereist een lange adem.
Incidenteel ontvangt de gemeente extra Rijksbijdragen. Naast een eerdere toekenning van € 11,3 mln. voor 2021, is een aanvullende landelijke bijdrage van € 613 mln. voor 2021 beschikbaar gekomen. Deze is voor de aanpak van een aantal acute knelpunten die deels het gevolg zijn van de corona-pandemie. Op dit moment is nog niet bekend hoeveel Den Haag krijgt van dit landelijke bedrag (circa € 20 mln.) en in hoeverre deze middelen het tekort verkleinen. Dit is omdat middelen ook specifiek ingezet moeten worden voor onder andere tijdelijke uitbreiding van crisiscapaciteit jeugd-ggz, aanpak van wachtlijsten en praktijkondersteuners jeugd-ggz bij huisartsen. Zonder de extra landelijke bijdrage zou het tekort op jeugdzorg in 2021 ongeveer € 20 mln. bedragen. Het uitgangspunt is nu dat de jeugdzorg in 2021 uitgevoerd kan worden zonder tekort, ook omdat de reserve verzachtingsgelden als buffer dient voor als het invullen van de taakstelling meer tijd vergt. Via de P&C
22
cyclus en de voortgangsrapportage wordt de raad periodiek geïnformeerd over de ontwikkeling van de kostenbeheersing. De bijdragen van het Rijk in 2021 zijn incidenteel en bieden nog niet de noodzakelijke oplossing voor de structurele financiële problemen. Daarnaast geeft het geen antwoord op de gezamenlijke inhoudelijke uitdagingen om tot een goed functionerend stelsel voor kinderen en jongeren te komen. Zonder aanvullende bijdragen van het Rijk voor het landelijke tekort van € 1,7 mld., komt de uitvoering van de jeugdzorg in Den Haag op het huidige niveau uit op een tekort van orde grootte: € 33 mln. Er zijn nog geen bijdragen vanaf 2022 toegekend. De gemeente verwacht dat het Rijk voor 2022 en verder met een structurele oplossing voor dit vraagstuk komt. Daarom gaat de gemeente nu niet over tot aanvullende bezuinigingen voor dit tekort. Over het tekort op de jeugdzorg loopt een arbitrageprocedure en worden gesprekken gevoerd tussen Rijk en VNG. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten nemen. Uitvoering Wmo Over 2020 is circa € 16,6 mln. van de benodigde € 20,6 mln. taakstelling Jeugd en Wmo behaald. Naar verwachting is hiervan € 11 mln. een structurele afname van de kosten, betreffende de Wmo. Het precieze structurele effect is lastig te kwantificeren, omdat niet duidelijk is welk deel wordt veroorzaakt door de coronapandemie.
Inzet op de afgesproken verbeterlijnen blijft nodig om de gewenste structurele besparing te realiseren. De raad wordt hierover met de genoemde voortgangsrapportages op de hoogte gehouden Bijstandsverlening: Veel gemeenten, waaronder Den Haag, ondervinden nadelige effecten van de systematiek en rekenregels van de verdeling van de BUIG-middelen door het rijk. De gemeente draagt structureel bij uit eigen middelen omdat de rijksvergoeding voor Bijstandsverlening niet voldoende is. Dit is in paragraaf 1.1. nader toegelicht. In de komende jaren zien we het reële risico dat de toename van mensen in de bijstand zal oplopen als gevolg van de nasleep van de pandemie en daarmee ook een groter beroep wordt gedaan op eigen middelen om de bijstand te bekostigen. De Haagse inzet is om het gat tussen de rijksvergoeding en de werkelijke uitgaven te minimaliseren, maar de bewegingsruimte hierbij is beperkt. De gemeente blijft zich daarom inspannen het verdeelmodel aangepast te krijgen zodat er meer recht wordt gedaan aan de Haagse situatie. Negatieve reserves Na verrekening van het jaarrekeningresultaat 2020 en met inbegrip van de vastgestelde dotaties en onttrekkingen in 2021 heeft één programmareserve een negatieve stand: programmareserve: 14 – Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening. Deze staat bijna 1,5 mln. negatief.
In overeenstemming met de Verordening Financiële Beheer en beleid (artikel 5:7 lid 6) komt de portefeuillehouder(s), van een programmareserve met een negatieve stand namens het college, met een voorstel om deze reserves binnen maximaal twee begrotingsjaren (vanaf het begrotingsjaar waarin het tekort is gerealiseerd) tenminste op nihil te krijgen. Het benodigde herstelplan vergroot de financiële opgaven op dit programma, met name op het onderdeel dienstverlening en wordt betrokken bij de verdere begrotingsvoorbereiding. In bijlage II wordt een overzicht geboden van de stand van de concernbrede reserves.
23
Conclusie en vooruitblik Met de hiervoor toelichtende actualisatie ziet het budgettair kader, op de algemene begrotingsposten, er voor de meerjarenbegroting 2021-2025 als volgt uit: Bedragen x € 1.000 Budget t air kader
incidenteel 2021
I) Vertrekpunt
structureel
2022
2021
2022
2023
2024
2025
0
0
0
0
0
0
0
3 .03 3
-8.54 1
-6.86 4
-6.01 5
-6 .01 5
-6 .01 5
21 .9 41
III) Exogene ontwikkelingen - Lasten
2 .1 7 5
0
-1 2 .7 91
-1 0.6 2 3
-1 0.3 7 3
-1 0.02 3
-3 9.7 67
IVa) Algem ene afspraak: Groei m et Groei
-1 .3 88
0
-1 .001
-1 .001
-1 .001
-1 .001
-1 .4 62
II) Exogene ontwikkelingen - Baten
Tot aal I + II + III + IVa + IVb
3.821
-8.541
-20.656
-17 .639
-17 .389
-17 .039
-19.288
Het vertrekpunt voor de begrotingsvoorbereiding is hiermee nadelig. De gemeente heeft in de komende begrotingsjaren jaarlijks een stevig tekort dat, zonder maatregelen, per 2025 structureel € 19 mln. nadelig bedraagt op een begrotingomvang van jaarlijks ruim € 2,5 mld. De verslechtering van het begrotingsbeeld komt met name door de volgende elementen: De lagere groei van Den Haag. De gemeentefondsuitkering is structureel met € 6,6 mln. verlaagd. De trendbijstelling met een structurele doorwerking van ca. € 11,5 mln. Dit komt vooral door de extra lasten die de gemeente heeft als werkgever (met name pensioenafdracht) en in kleinere mate door de begrote bijstelling van prijzen. Omdat nog geen cao is afgesloten voor 2021, is de loonstijging onbekend. Deze wordt bijgesteld nadat deze afspraken bekend zijn. Dit geeft een risico op een verdere kostenstijging. In de begroting is een loonruimte van 0,56% voor 2021 voorzien. Er zijn geen omvangrijke structurele meevallers of hogere uitkeringen voorzien die de nadelige effecten opvangen. Binnen dit uitdagende kader zijn ook een tweetal positieve ontwikkelingen zichtbaar De Algemene Reserve van de gemeente betrof bij de jaarrekening nog € 24,6 mln. Na de resultaatbestemming 2020 (RIS 308437) en de toevoeging van bespaarde rente die uit de voorjaarsnota volgt (in 2022), bedraagt de Algemene Reserve € 51,5 mln.
Dit is sterk onder het benodigde weerstandsvermogen, maar de eerste stappen naar herstel van de reserve zijn gezet. Voor de effecten van de coronapandemie in 2021 is een financiële impactanalyse uitgevoerd. De gemeente ziet een aanzienlijke impact voor het lopende jaar. Op basis van de huidige inzichten verwachten we dat met rijksdekking en de beschikbare gemeentelijke middelen, de impact in 2021 kan worden opgevangen. De voorjaarsnota is nadrukkelijk beleidsarm ingevuld. Er zijn veel onzekerheden die het financiële beeld op termijn flink kunnen beïnvloeden. De nasleep van de coronacrisis laat niet via een simpele rekensom in euro’s voor de gemeentebegroting vertalen. Keuzes van het nog te vormen kabinet over de jeugdhulp, zorg, bijstand en de gemeentefondsuitkering zullen de gemeentefinanciën sterk beïnvloeden. In de komende periode worden de financiële opgaven verder getoetst en uitgehard. Nieuwe ontwikkelingen na het verschijnen van de voorjaarsnota worden meegenomen in een geactualiseerd begrotingskader. Het is met deze voorjaarsnota duidelijk dat de omvang van opgave de beschikbare ruimte overschrijdt. Dit betekent dat we de knelpunten en tekorten van passende maatregelen moeten voorzien, om zo de financiële huishouding gezond te houden. Dit vraagt stuurmanskunsten.
De uitdaging voor de komende jaren is om door te gaan op de ingezette koers: een stabiel, solide en solidair financieel beleid die bijdraagt aan de ontwikkeling van Den Haag. Een stad waar we samen sterker uit de crisis komen. In het vervolgtraject van de begrotingsvoorbereiding worden de verschillende financiële opgaven en mogelijke oplossingen tegen elkaar afgewogen. Dit brengt lastige keuzes met zich mee. De uitkomst van de gemaakte keuzes zal landen in een sluitende ontwerpbegroting 2022-2025, die de raad in september ontvangt.
24
Bijlage I
Overzicht Programmabegroting 2021-2024
Bedragen x € 1.000 Vastgestelde begrot ing 2021 - 2024* Lasten Baten Resultaat voor bestemming Dotaties Onttrekkingen Resultaat na bestemming
2021 2 .6 40.1 82 2 .552 .6 84 87.498 1 51 .4 7 0 2 3 8.9 6 7 0
2022 2 .53 4 .82 4 2 .489 .9 01 44.923 52 .3 3 6 9 7 .2 59 0
2023 2 .51 2 .4 4 2 2 .49 6 .583 15.859 2 5.6 08 4 1 .4 6 7 0
Totale lasten en baten per jaar 2.7 91.652 2.587 .160 2.538.050 (incl. dotat ies en onttrekkingen) * incl. Begrotingsactualisatie effecten Coronacrisis en inzet Eneco-reserves (RI S307129)
Bijlage II
2024 2 .52 3 .7 03 2 .508.4 97 15.205 6 .9 9 6 2 2 .2 01 0
2.530.699
Overzicht centrale reserves
Bedragen x € 1.000 Centrale reserves Reserv e grondbedrijf Algem ene reserv e gdh BR Centrale Bedrijfsv oeringsreserv e BR Onderhoud Sportaccom m odaties BR Onderhoud Vastgoed Program m areserv e 2 - College en Bestuur Program m areserv e 3 - Duu rzaam heid, Milieu en Energietransitie Program m areserv e 4 - Openbare orde en Veiligheid Program m areserv e 5 - Cultuur en Bibliotheek Program m areserv e 6 - Onderw ijs Program m areserv e 7 - Werk en Inkom en Program m areserv e 8 - Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid Program m areserv e 9 - Buitenruim te Program m areserv e 1 0 - Sport Program m areserv e 1 1 - Econom ie Program m areserv e 1 2 - Mobiliteit Program m areserv e 1 3 - Stadsontw ikkeling en Wonen Program m areserv e 1 4 - Stadsdelen, Integratie en Dienstv erlening Tot aal
Voorst el Begrot e Saldo result aat best . mutaties 31-12-2020 2020 2021 4 9.1 6 0 9.4 08 -4 .1 82 2 4 .561 2 0.4 2 3 0 -1 .2 85 1 .801 1 .2 91 2 .4 7 5 1 .1 4 3 -92 8 3 .089 4 .7 4 1 -1 .006 0 42 0 -2 0 1 .01 5 0 1 .1 08 428 -2 1 1 0 3 .000 0 -1 .52 3 1 .997 1 .500 0 5.500 0 0 500 0 0 4 .500 0 -4 2 1 .52 9 0 0 7 64 0 0 2 .500 0 54 6 1 .1 87 0 0 -1 .4 85 0 7 8.069 58.993 -3.536
Saldo 01-01-2021 (na mut at ies) 54 .3 86 4 4 .984 1 .807 2 .690 6.82 4 42 995 1 .3 2 5 3 .000 1 .97 4 5.500 500 4 .500 1 .4 87 7 64 2 .500 1 .7 3 3 -1 .4 85 133.526
25
Bijlage III Toelichting op de gemeentelijke risico’s Bij de voorjaarsnota wordt een herziene berekening van de benodigde weerstandscapaciteit gemaakt. Dit is nader toegelicht in paragraaf 3.4. In deze bijlage worden de verschillende risico’s nader toegelicht. Hierbij is allereerst aandacht voor een bijzonder risico die buiten de inventarisatie van het benodigd weerstandsvermogen valt, maar niet minder relevant is voor de gemeente. Risico buiten de inventarisatie weerstandsvermogen REMU-claim verkoop Eneco. Een ander risico dat buiten deze inventarisatie valt, heeft te maken met de verkoop van Eneco. Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 geprivatiseerd is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De hoogte van claim bedraagt nominaal € 133 mln. De totale claim bedraagt het nominale bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2009.
De rechtbank heeft alle vorderingen afgewezen, vervolgens is er wel hoger beroep aangetekend door de eisers. De juridische inschatting is dat het gerechtshof niet anders zal oordelen, waarmee de kans zeer klein is op dit risico. De gemeente houdt dan derhalve ook geen rekening met dit risico in het weerstandsvermogen. Risico’s ten behoeve van inventarisatie weerstandsvermogen Ten behoeve van deze voorjaarsnota zijn de gemeentelijke risico’s geactualiseerd. De volgende risico’s zijn hierbij geactualiseerd: Het risicoprofiel van het risico jeugdzorg open-einde-regeling (€ 35 mln.) is bijgesteld van een kans van optreden van 80% naar 50%. Dit is omdat het rijk recent extra vergoedingen voor 2021 heeft toegekend en heeft aangegeven dat het stelsel aangepast moet worden omdat het op deze wijze onhoudbaar is. Het risico op hogere kosten inkoop jeugdzorg (€ 10,8 mln.) is vervallen. Het risico is opgetreden en de gemeente betaalt hogere tarieven. De structurele doorwerking hiervan is voorzien in het hierboven genoemde risico. Het risico dat de gemeente niet alle uitgekeerde ToZo-middelen bij het rijk kan declareren, vormt onderdeel van de financiële impactanalyse corona en wordt bij optreden gedekt uit de buffer impact coronacrisis. Deze post hoeven we niet langer te betrekken bij het risicoprofiel van de algemene reserve.
Met het opnemen van vennootschapsbelasting voor reclameopbrengsten (paragraaf 3.7) in het budgettaire kader, vormt dit niet langer een risico. De fiscale risico’s worden daarom verlaagd van € 5 mln. tot € 3,5 mln. Op basis van de recente CPB raming is het risico van loonstijging in 2021 bijgesteld van € 7 tot € 10 mln. Dit heeft een structurele doorwerking Rampen en zware ongevallen (kans 1%, impact € 63,5 mln.) De gemeente spaart niet voor risico's van (natuur)rampen (of ander groot onheil) die Den Haag kunnen treffen (watersnood, extreme weersomstandigheden, epidemieën, etc.). De schade die het gevolg kan zijn van een dergelijke gebeurtenis is aanzienlijk, zo hebben we bijvoorbeeld gezien bij de vuurwerkramp in Enschede. Doordat de kans op 1% is geraamd, is het effect op de benodigde weerstandscapaciteit beperkt. Eigen risico verzekeringen (kans 10%, impact 5,4 mln.) De gemeente heeft een hoog eigen risico op verzekeringspolissen afgesloten, omdat dit per saldo financieel voordeliger is. Deze keuze bevat desalniettemin een risico. Wanneer zich verschillende calamiteiten tegelijk voordoen is de totale eigen bijdrage van de gemeente hoger dan in de reguliere begroting kan worden opgevangen. Bovendien heeft de gemeente ervoor gekozen de fraude- en berovingsverzekering in eigen beheer te nemen omdat de premie hiervan niet opweegt tegen het risico.
Het maximale risico dat de gemeente loopt is € 5,4 mln. De kans dat zich dit risico voordoet is klein. Grote projecten (kans 25%, impact 25 mln.) De gemeente voert projecten om de gestelde beleidsdoelen te behalen. Dit komt altijd tegen een zeker financieel risico dat vooral zichtbaar is bij grote ruimtelijke- en ICT-projecten. In de komende jaren zal de gemeente voor € 1,20 mld. aan investeringen doen (voor ca. 3/4e deel met gemeentelijke middelen gefinancierd) in infrastructuur, scholen, vastgoed, ICT, etc. Binnen projecten vindt risicomanagement plaats. Dit betekent dat risico’s periodiek worden herijkt en dat wordt gestuurd om te voorkomen dat risico’s
26
optreden. Voor onafwendbare risico’s kan aanspraak worden gedaan op het budget onvoorzien dat bij elk project beschikbaar wordt gesteld. In de P&C documenten wordt gerapporteerd over de ontwikkelingen. De raad heeft de mogelijkheid om grote projecten aan te wijzen als GRIP project. Voor deze projecten wordt ieder halfjaar een voortgangsrapportage aangeboden met het verloop van uitgaven, risico’s en reserves. Den Haag stuurt met deze toegelichte methodiek op het tot een goed einde brengen van grote projecten. Dit biedt geen absolute zekerheid, er is altijd een mogelijkheid dat tegenvallers (of meevallers) ontstaan op individuele grote projecten. Dat kunnen bouwkosten betreffen, maar ook de gevolgen voor de exploitatie van nieuwe voorzieningen. Als extra maatregel nemen we daarom een risico op voor grote projecten in het weerstandsvermogen van de gemeente Den Haag. De omvang van het risico bij optreden wordt gewaardeerd op € 25 mln. (dit betreft ca. 2,0% van de investeringsportefeuille) en de kans van optreden wordt ingeschat op 25%. Er is geen verwachting dat projecten niet binnen budget kunnen worden afgerond, maar als dit toch optreedt, kan de gemeente tegenvallers van grote projecten opvangen.
Door met dit risico rekening te houden blijft de gemeente financieel deugdelijk, terwijl tegelijkertijd op voorhand geen onnodig beslag op de schaarse beschikbare middelen hoeft te worden gelegd. COVID-19 en de crisis na de crisis (kans: 50%, impact € 40 mln.) De impact van corona op de gemeentelijke financiën is aanzienlijk. Het Rijk heeft voor 2020 een belangrijk deel van de daadwerkelijke directe schade een aanvullende vergoeding verstrekt of heeft toegezegd dat alsnog te doen waar het inkomstenderving betreft. De impact van corona heeft naar de huidige inzichten een meerjarige impact op de financiële huishouding van de gemeente. Dit geldt zowel voor de baten en de lasten. Voor de korte termijn (2021) zijn gemeenten in VNG verband in gesprek met het Rijk voor een aanvullende vergoeding en is dekking gereserveerd in de risicobuffer Corona (€ 22 mln.). Voor de middellange termijn geldt dat er ook rekening gehouden dient te worden met het risico dat baten (waar onder parkeren, toeristenbelasting, huren, dividenden) structureel lager komen te liggen dan het niveau waar de huidige begroting vanuit gaat, zonder dat daar afdoende extra rijksvergoeding tegenover staat. Ook bestaat het risico dat grotere groepen een groter beroep doen op gemeentelijke ondersteuning, waarbij het niet vaststaat of de gemeente hiervoor afdoende voor gecompenseerd wordt.
Denk hierbij aan de gevolgen van uitgestelde zorg, GGZ-problematiek en toenemende werkloosheid. Dit is de crisis na de crisis. Omdat de coronacrisis nog volop gaande is, is het daarom nu nog niet mogelijk bedragen nader te specificeren. De gemeente schat in dat het meerjarig restrisico voor de komende jaren kan oplopen tot € 40 mln. Stijging marktrente (kans 10%, impact 3,5 mln.) De gemeente sluit langlopende leningen af ter financiering van investeringen. Ultimo 2020 had de gemeente ruim € 1,334 mld. aan langlopende leningen afgesloten. Momenteel is de rente waartegen de gemeente leent historisch gezien relatief laag. Als de rente stijgt, moet de gemeente meer rente betalen. Dit risico wordt beperkt doordat de gemeente meerdere lang lopende lineaire leningen heeft afgesloten, waardoor bij een rentestijging het effect daarvan vertraagd wordt. Op basis van de huidige verwachtingen blijft de rente tot eind 2022 laag. Daarnaast drukt de verkoop van Eneco en de reeds in 2020 afgesloten langlopende leningen met storting in 2022, 2023 en 2024 de gemeentelijke financieringsbehoefte in de komende jaren. Ondanks deze risico beperkende maatregelen en omstandigheden, dient de gemeente rekening te houden met een resterend risico op een stijgende rente.
Gegeven de Haagse situatie houdt de gemeente rekening met een risico van een stijging van de rente over de gemeentelijke leningenportefeuille van 0,25 procentpunt. Jeugdzorg open-einde-regeling (kans 50%, impact €35 mln.) Per 1 januari 2015 heeft de gemeente de verantwoordelijkheid van de jeugdzorg overgenomen van het Rijk. Dit is gepaard gegaan met een budgetkorting. Het Rijk beziet in de komende jaren de verdelingsmethodiek van de budgetten over de gemeenten. Ook is de hoogte van het macrobudget voor jeugdzorg (wel of niet “boeggolf”) onderwerp van gesprek tussen gemeenten en het Rijk. Andersson Elffers Felix (AEF) heeft in 2020 in opdracht van het Rijk en de VNG een onderzoek uitgevoerd naar deze boeggolf. Hieruit blijkt dat gemeenten € 1,6 miljard tot € 1,8 miljard meer uitgeven aan jeugdzorg in 2019 dan dat ze aan middelen vanuit het Rijk hiervoor ontvangen. De jeugdzorg betreft een open-einde-regeling; gemeenten verstrekken de jeugdzorg die nodig is. Dit betekent ook jeugdzorg voor de verwachte toename door corona-effecten op onze jeugdigen en de extra zorg die gezinnen nodig hebben door de toeslagenaffaire van het Rijk. Verwijzingen voor de jeugdzorg worden niet alleen door de gemeente gedaan, maar ook door huisartsen, gecertificeerde instellingen (GI’s), rechters en medisch specialisten. Hierdoor is de mogelijkheid om te sturen op lasten beperkt.
Hiernaast heeft een rechterlijke uitspraak gezorgd voor structureel hogere tarieven voor de inkoop van jeugdzorg van ca. € 10,8 mln. vanaf 2021 (dit was eerder als risico opgenomen en is opgetreden). In 2021 ontvangt de gemeente incidentele bijdragen van het Rijk om de tekorten aan te vullen en extra maatregelen te treffen. Voor 2021 wordt vooralsnog geen tekort voorzien, ook omdat de reserve verzachtingsgelden als buffer dient voor als het invullen van de taakstelling meer tijd vergt.
27
Zonder aanvullende bijdragen van het Rijk, komt de uitvoering van de jeugdzorg op het huidige niveau uit op een tekort van maximaal € 35 mln. De gemeente verwacht dat het Rijk voor 2022 en verder met een structurele oplossing voor dit vraagstuk komt. Hierover loopt een arbitrageprocedure en worden gesprekken gevoerd tussen Rijk en VNG. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten nemen. Hiernaast zet de gemeente in op besparingen, met behoud van passende zorg en ondersteuning. Btw-compensatiefonds (kans 35%, impact 12 mln.) Het Rijk heeft een maximum gezet op het btw-compensatiefonds. Bij meer uitbestedingen of bij grote investeringen van gemeenten, is de kans reëel dat de gemeenten meer btw bij het Rijk declareren dan er in het btw-compensatiefonds zit. Het Rijk dekt dat tekort op het btw-compensatiefonds dan met een uitname uit het gemeentefonds. Pre-corona schatten we het maximale risico voor alle gemeenten samen op 10% van het btw-compensatiefonds van € 3,0 mld. Het Haagse aandeel daarvan is 4,0%. Waarmee het Haagse aandeel op afgerond € 12 mln. komt. Die schatting houden we aan. Veel uitgaven vanwege corona zijn immers btw-plichtig. Afname WSW in relatie tot rijksbijdrage (kans 80%, impact 2 mln.) De Wet op de Sociale Werkvoorziening is in 2015 opgegaan in de Participatiewet.
Hierdoor komen er geen nieuwe instroom WSW-ers meer en daalt het aantal WSW-ers als gevolg van overlijden, pensionering en overige uitstroom geleidelijk. Hiermee samenhangend daalt ook de rijksbijdrage. Het risico bestaat dat deze daling van de rijksbijdrage sneller verloopt dan de afname van het aantal WSW-ers. Het financiële effect van dit risico is ingeschat op € 2 mln. structureel. Wmo Open-einde-regeling, verdeelmodel, uitgestelde zorg (kans 60%, impact € 10 mln.) Bij de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) is sprake van een open-einde-regeling (geschat risico € 10 mln.). Dit betekent dat aan burgers die ondersteuning nodig hebben, zorg moet worden verstrekt. Als gemeente hebben we een zorgplicht. De gemeente moet passende hulp verlenen aan Hagenaars die dit nodig hebben. Vooral bij maatwerkarrangementen wordt het effect van de vormvrije melding en afschaffing eigen bijdrage dagbesteding en begeleiding zichtbaar. En de invoering van het abonnementstarief door het Rijk. Hierdoor wordt aanzienlijk meer gebruik gemaakt van voorzieningen. Daarnaast is (de uitwerking van) rijksbeleid een onzekere factor. Het gaat dan om zaken als eventuele compensatie vanuit het Rijk voor tekorten in het sociaal domein, uitwerking van nieuwe verdeelmodellen van rijksmiddelen en uitwerking van nieuw beleid.
Tot slot is uit het vervolgonderzoek van zorglokaal onder cliënten voor huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en dagbesteding over de impact van corona op hun dienstverlening naar voren gekomen dat de dienstverlening zo goed als gecontinueerd is gebleven. Het risico blijft echter bestaan dat zorglevering vanwege corona rijksmaatregelen minder passend zijn, wat kan leiden tot uitgestelde zorgbehoefte. Bijstandsverlening (kans 20%, impact 7 mln.) Jaarlijks ontvangt de gemeente Den Haag € 340 mln. Buig-middelen voor het uitvoeren van de Participatiewet. De participatiewet is een open einde regeling. Het Rijk maakt in het september van het betreffende jaar de definitieve bijdrage van het Buig budget bekend. Indien de ontvangen middelen een afwijking hebben van 2% met de afgegeven prognose van het jaar ervoor, betekent dit voor de gemeente een tekort van € 7 mln. Het risico voor de gemeente wordt beperkt door de zogenaamde Vangnetregeling. Dit houdt in dat als de gemeente een excessief, onverwijtbaar tekort heeft, de gemeente een beroep kan doen op een aanvullende rijksuitkering. Aangescherpte normeringen voor bouwprojecten en vastgoed (kans 25%, impact 2 mln.) In 2019 zijn een drietal milieu- en volksgezondheidsnormeringen gewijzigd. Dit heeft invloed op nog te vergunnen woningbouw- en infrastructuurprojecten en op eisen voor bestaand vastgoed.
Het betreffen de volgende drie ontwikkelingen: • Aangescherpte normen voor grondverzet voor PFAS-stoffen die milieu en mens kunnen schaden; • Strengere eisen voor compensatie van stikstofuitstoot bij vergunningsverlening voor bouwprojecten (streep door PAS-beleid); • Advies van de gezondheidsraad om loden waterleidingen te saneren wegens risico's voor volksgezondheid. De ontwikkelingen en het beleid om het problematiek vlot te trekken, zoals verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen, waren in 2019 veel in het nieuws. Over de specifieke Haagse situatie is en wordt de raad afzonderlijke geïnformeerd. De ontwikkelingen staan niet stil. Zo kunnen aangepaste en aan te passen landelijke normen aanleiding geven voor bijstelling van beleid met financiële consequenties voor de gemeente. Keuzes rond de beleidsuitvoering en dekking hiervan, komen aan bod in de jaarlijkse begroting en ondersteunende documenten, zoals de MPG waarin risico inschatting voor gemeentelijke
28
grondexploitaties aan bod komt. Hiernaast kan sprake zijn dat buiten de begrotingsafweging een onvermijdelijk risico zich voordoet dat direct tot meerkosten leidt. Het risico daarvan wordt ingeschat op € 2 mln. met 25% kans van optreden. Herverdeling Gemeentefonds (kans 50%, impact 12 mln.) Het gemeentefonds is een van de belangrijkste inkomsten voor de gemeente Den Haag. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het voornemen per 2023 de verdeling van het gemeentefonds volledig te herzien. Volgens de eerste resultaten zou de herverdeling enorm ongunstig zijn voor Den Haag; het zou gaan om structureel € 60 miljoen. We denken niet dat het dat nadeel zal worden. Ten eerste omdat er een expliciete koppeling is gelegd tussen extra budget voor het gemeentefonds en de herverdeling. Met andere woorden: de herverdeling gaat alleen door als er extra geld aan het gemeentefonds wordt toegevoegd. Voor de Haagse begroting telt dan het saldo van die twee. Ten tweede omdat de argumenten die we aandragen tegen de eerste resultaten, sterk zijn. Zo miskennen de eerste resultaten de fouten in de onderzoeksmethode, die nadelig uitvallen voor de grote steden. Ook miskennen de eerste resultaten de landelijke taken van de gemeente Den Haag, en onze grootstedelijke kosten.
In de risicoparagraaf handhaven we de voorspelling van 50% kans op structureel € 12 miljoen nadeel, voor het totaal van herverdeling en extra budget. Loon- en prijsbijstelling (kans 70%, impact 10 mln.) Voor 2021 houdt de gemeente rekening met een loonstijging van 0,56%. De prognose van het CPB is een landelijke loonstijging van 2%. De cao voor 2021 is nog niet vastgesteld. Indien de loonstijging daadwerkelijk op 2% uitkomt, ontstaat er een gat in de begroting. Dit geeft het risico op een financiële impact van ongeveer € 10 mln structureel (de loonstijging werkt structureel door) met een kans van 70% (kans 65%, impact 18 mln.) Accres gemeentefonds De coronacrisis heeft de economische en financiële situatie totaal op zijn kop gezet. De kans is daarmee aanzienlijk toegenomen dat het Rijk de komende jaren zal (moeten) bezuinigen. In de kabinetsformatie worden afspraken gemaakt over het al dan niet voortzetten van de trap-op-trap-af-systematiek. Het gemeentefonds omvat voor Den Haag ongeveer € 1,2 miljard per jaar. Ondanks de voorzichtige raming van de groei (accres) daarvan blijft de kans reëel dat de groei toch lager wordt. 1,5% lagere groei is € 18 miljoen. We handhaven de raming uit de vorige begroting. Fiscale risico’s (kans 50%, impact € 3,5 mln.) De gemeente heeft regelmatig discussie met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen.
Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende gemeentelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De gemeente beschikt over een team van fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Desalniettemin blijven er verschillen van inzicht bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis.
29