RIS308972 Bijlage 1 - Voorjaarsnota
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2021
Inhoudsopgave
VOORWOORD .............................................................................................................................. 3 LEESWIJZER .................................................................................................................................. 4 VAN DE BEGROTING, VIA DE JAARREKENING NAAR EEN ACTUELE VOORJAARSNOTA .............. 5 1.1 VERTREKPUNT: BEGROTING 2021-2024 EN JAARREKENING 2020 ....................................................... 5 EXOGENE ONTWIKKELINGEN – BATEN ................................................................................... 7 2.1 GEMEENTEFONDS ........................................................................................................................ 7 2.2 GEMEENTELIJKE BELASTINGEN ........................................................................................................ 8 2.3 VERBONDEN PARTIJEN .................................................................................................................. 9 2.4 TOTAALOVERZICHT EXOGENE ONTWIKKELINGEN – BATEN.................................................................. 10 EXOGENE ONTWIKKELINGEN - LASTEN................................................................................. 11 3.1 LOON- EN PRIJSCOMPENSATIE ......................................................................................................
11 3.2 AREAAL .................................................................................................................................... 12 3.3 RENTEONTWIKKELINGEN ............................................................................................................. 13 3.4 HERIJKING WEERSTANDSVERMOGEN – ALGEMENE RESERVE............................................................... 14 3.5 HERIJKING RESERVES GROEI-MET-GROEI ........................................................................................ 16 3.6 INVESTERINGSRUIMTE MIP.......................................................................................................... 17 3.7 VENNOOTSCHAPSBELASTING ........................................................................................................ 18 3.8 TOTAALOVERZICHT EXOGENE ONTWIKKELINGEN – LASTEN................................................................. 18 AFSPRAKEN GROEI-MET-GROEI ........................................................................................... 19 4.1 GROEI-MET-GROEI ..................................................................................................................... 19 4.2 TOTAALOVERZICHT AFSPRAKEN GROEI-MET-GROEI ..........................................................................
20 OPGAVEN: CORONACRISIS EN OVERIGE OPGAVEN ............................................................... 21 5.1 FINANCIËLE IMPACTANALYSE CORONACRISIS 2021 .......................................................................... 21 5.2 OVERIGE OPGAVEN .................................................................................................................... 22 CONCLUSIE EN VOORUITBLIK............................................................................................... 24
2
BIJLAGE I
OVERZICHT PROGRAMMABEGROTING 2021-2024..................................................... 25
BIJLAGE II
OVERZICHT CENTRALE RESERVES .......................................................................... 25
BIJLAGE III
TOELICHTING OP DE GEMEENTELIJKE RISICO’S ...................................................... 26
Voorwoord Voor u ligt de voorjaarsnota 2021. Deze nota laat zien wat het financiële kader is van de gemeente Den Haag voor de komende jaren. Het betreft een kader met veel uitdagingen en onzekerheden. Bij de presentatie van de jaarrekening over 2020 kon de gemeente terugkijken op een buitengewoon jaar. De corona-pandemie heeft de wereld, en dus ook Den Haag, op zijn kop gezet. Ook de komende periode zal financiële stuurmanskunsten vragen om een solide beleid te kunnen voeren: We zien hierbij allereerst de directe invloed van de corona-pandemie op de gemeentebegroting in 2021, zoals de afname van inkomsten en de realisatie van coronagerelateerde kosten. Voor de inschatting van deze kosten en de vergoedingen die hiervoor beschikbaar kunnen komen, is een financiële impactanalyse bij deze nota opgesteld. Nu de vaccinatiecampagne goed op stoom is gekomen, zien we perspectief dat het leven in Den Haag op termijn weer normaliseert. Dit is goed voor de stad. Tegelijk zie we het gevaar van de crisis na de crisis. De nasleep van de coronapandemie zal ook maatschappelijke en financiële effecten kennen: denk hierbij aan de gevolgen van uitgestelde zorg, GGZ-problematiek en toenemende werkloosheid. De gemeente ontvangt structureel onvoldoende middelen om zorg, jeugdhulp en bijstandsverlening op voldoende niveau uit te kunnen voeren.
Uit recent onderzoek van het Rijk en de VNG blijkt dat gemeenten in totaal voor € 1,7 mld. structureel te weinig middelen hebben om de jeugdzorg te kunnen uitvoeren. Op de bijstand is de rijksuitkering gemiddeld € 25 mln. tot € 30 mln. te laag. De Raad voor het Openbaar Bestuur schrijft in zijn advies “Rust, reinheid, regelmaat” dat de gemeentefinanciën onder druk staan doordat er sprake is van een disbalans in de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten. Door deze disbalans tussen taken, organisatie, bevoegdheden en bekostiging is er te weinig ruimte voor decentrale overheden om eigen beleidskeuzes te maken en wordt hun slagkracht beperkt. Den Haag dringt er daarom samen met andere steden bij het kabinet en de formerende partijen op aan om een substantieel bedrag te reserveren zodat wij de voorzieningen voor onze inwoners op niveau kunnen houden. Alleen dan kan de disbalans in financiële verhoudingen worden hersteld. Hiernaast speelt de dreiging van een herverdeling van het gemeentefonds die mogelijk vanaf 2023 wordt ingevoerd. Voor de grote steden, Den Haag in het bijzonder, pakt de conceptverdeling negatief uit. De minister van BZK heeft aangekondigd in juni een nieuw verdeelvoorstel gereed te hebben. Tenslotte is de kabinetsformatie nog niet afgerond. Keuzes en budgettaire gevolgen voor de gemeente zijn nog onbekend.
Zo werkt een keuze om landelijk te bezuinigen door in het gemeentefonds. De uitdagingen die zijn geschetst, maken het moeilijk op een verantwoorde manier aannames te doen voor komende begrotingsperiode. De nasleep van de coronapandemie geeft een uitdaging, maar laat zich niet nu niet via een simpele rekensom in euro’s voor de gemeentebegroting vertalen. Daarnaast is niet bekend in hoeverre het Rijk extra over de brug komt om de taken voor jeugdhulp, zorg en bijstandsverlening op voldoende niveau uit te kunnen voeren om zo de balans in financiële verhoudingen te herstellen. Ook weten we nog niet of en hoe het gemeentefonds wordt herverdeeld. Deze keuzes zullen door een nieuw kabinet worden gemaakt. De gemeente kiest daarom de voorjaarsnota beleidsarm in te vullen. De huidige uitgangspunten in de begroting worden zoveel mogelijk gehandhaafd. In de toelichting wordt extra aandacht gegeven aan de structurele onzekerheden die spelen en de budgettaire gevolgen hiervan. Nieuwe ontwikkelingen na het verschijnen van de voorjaarsnota worden meegenomen in een geactualiseerd begrotingskader. Binnen dit financieel uitdagende perspectief zien we het belang om, waar dit kan, te blijven investeren in de stad, zodat we sterker uit de crisis komen.
De uitdaging voor de komende jaren is om door te gaan op de ingezette koers: een stabiel, solide en solidair financieel beleid die bijdraagt aan de ontwikkeling van Den Haag. In het vervolgtraject van de begrotingsvoorbereiding worden de verschillende financiële opgaven en mogelijke oplossingen tegen elkaar afgewogen. Dit brengt lastige keuzes met zich mee. De uitkomst van de gemaakte keuzes zal landen in een sluitende ontwerpbegroting 2022-2025, die de raad in september ontvangt. Anne Mulder, Wethouder Financiën
3
Leeswijzer Met de voorjaarsnota schetst het college het budgettaire beeld voor de meerjarenbegroting van de gemeente Den Haag. Dit dient als uitgangspunt voor de verdere begrotingsvoorbereiding. Bij de ontwerpbegroting doet het college de gemeenteraad voorstellen voor het te voeren beleid in de komende jaren en om voorziene ontwikkelingen en tegenvallers van een oplossing te voorzien. Wij hebben oog voor de gevolgen voor de stad, bij het zoeken naar oplossingen. In de voorjaarsnota presenteren we de exogene ontwikkelingen ten opzichte van de huidige, door de raad vastgestelde, meerjarenbegroting. Hieruit volgt het vertrekpunt voor de ontwerpbegroting 2022-2025. In de tabellen zijn de plussen voordelig voor het meerjarenbeeld, en de minnen nadelig. Het beeld wordt waar nodig geactualiseerd in het verdere proces van de begrotingsvoorbereiding. De voorjaarsnota is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 geeft het financiële vertrekpunt vanuit de programmabegroting 2021 en behandelt kort welke inhoudelijke ontwikkelingen uit de jaarrekening 2020 doorwerken in de voorliggende voorjaarsnota. Vervolgens staan we stil bij de ontwikkelingen die de gemeentelijke financiën beïnvloeden, waarop de gemeente niet direct kan sturen. Dit beperkt zich tot de factoren die rechtstreeks betrekking hebben op de algemene middelen van de gemeente.
De financiële vertaling van deze exogene ontwikkelingen is gebaseerd op wat op dit moment bekend is. In hoofdstuk 2 komen de drie onderwerpen aan de orde die betrekking hebben op de baten-kant (inkomsten) van de gemeente. Dit zijn het gemeentefonds, de gemeentelijke belastingen en de dividenden uit gemeentelijke deelnemingen. In hoofdstuk 3 komen de vijf onderwerpen aan de orde die betrekking hebben op de lasten-kant (uitgaven) van de gemeente. Het betreft de ontwikkeling loon- en prijscompensatie, areaal (groei van de stad), de rentelasten en de investeringsruimte. Ook is in beeld gebracht hoe het staat met de weerstandscapaciteit van de gemeente en de actuele risicoinschatting van gemeentebrede risico’s. Tenslotte wordt stilgestaan bij ontwikkelingen van de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 presenteert de “groei-met-groei”-systematiek. Met ingang van de Programmabegroting 20172020 werkt de gemeente met deze financieringssystematiek, waarmee de opbrengsten van de groei van de stad deels ten goede komen aan de investeringen die verdere groei van de stad accommoderen. Hoofdstuk 5 bevat een aantal majeure, beleidsmatige aandachtspunten en ontwikkelingen die impact hebben op het financiële meerjarenbeeld voor de komende jaren van de gemeente als geheel.
Deze zijn aanvullend op de exogene ontwikkelingen op de algemene posten en hebben direct een weerslag op de gemeentelijke financiën van Den Haag. In dit hoofdstuk is speciale aandacht voor de gevolgen van de coronacrisis en de ontwikkeling van de structurele aandachtspunten uit de jaarrekening 2020. Tenslotte volgen in hoofdstuk 6 de conclusie en een vooruitblik. In de bijlagen is aanvullende informatie opgenomen. Het betreft cijfermatige overzichten van de programmabegroting 2021-2024 en de centrale reserves, én een uitgebreide toelichting op de verschillende gemeentelijke risico’s.
4
Van de begroting, via de jaarrekening naar een actuele voorjaarsnota 1.1 Vertrekpunt: begroting 2021-2024 en jaarrekening 2020 Het financiële vertrekpunt voor het budgettair kader wordt gevormd door de programmabegroting 20212024. De programmabegroting 2021-2024 is meerjarig sluitend met een saldo van € 0 mln (zie bijlage I). Bedragen x € 1.000 Vert rekpunt
incidenteel
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
Begroting 202 1 -2 025
0
0
0
-
-
-
2025 -
Vert rekpunt
0
0
0
-
-
-
-
Het inhoudelijke vertrekpunt voor de voorjaarsnota is de programmarekening 2020. Het resultaat bedraagt ca. € 72 mln. voordelig. Het resultaat is incidenteel, terwijl de gemeente onderliggend geconfronteerd wordt met structurele uitdagingen. Incidenteel resultaat 2020 De begroting is in het najaar van 2020 aangepast op de effecten van de coronapandemie: dekking is beschikbaar gesteld voor meerkosten en lagere inkomsten in 2020. De nadelen hebben zich grotendeels, maar niet volledig voorgedaan, waardoor ten opzichte van de extra inzet een voordeel is ontstaan. Daarnaast zien we dat veel begrote activiteiten en projecten over de gemeentebegroting niet konden plaatsvinden in 2020. Dit was het gevolg van de beperkende maatregelen. Hierdoor zijn minder uitgaven gerealiseerd en is in 2020 een voordeel gerealiseerd. Dit betekent echter wel, dat de komende periode meer uitgaven worden gemaakt om deze achterstanden in te lopen. Een deel van het voordeel in 2020 heeft ook een technische oorzaak: enkele in het verleden gevormde risicovoorzieningen zijn vrijgevallen, maar tegelijk moeten deze middelen wel voor hetzelfde doel behouden blijven. Dit betreft dus geen vrij besteedbaar geld. Op het jaarrekeningresultaat zijn vervolgens diverse correcties, op basis van de financiële spelregels en bestaande bestuurlijke afspraken, voorgesteld.
Het resultaat is grotendeels bestemd aan de algemene reserve (ca. € 20 mln.), de programmareserves (ca. € 21 mln.) en de reserve Grondbedrijf (ca. € 9 mln.). In het raadsvoorstel Resultaatbestemming 2020 (RIS 10103321) is dit nader toegelicht. Bij de begrotingsvoorbereiding worden deze reserves beoordeeld op toereikendheid en de mogelijkheid deze in te zetten. Structurele opgaven De structurele opgaven waar de gemeente zich mee geconfronteerd ziet zijn eveneens toegelicht in de jaarrekening. Dit betreffen de volgende opgaven: Bijstandsverlening De gemeente heeft in 2020 een voordelig resultaat behaald op bijstand (van ca. € 19 mln.) omdat het Rijk vanwege de pandemie de bijdrage aan gemeenten (macrobudget) heeft opgehoogd. Omdat de verwachte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2020 zich nog niet heeft voorgedaan, is ten opzichte van de begroting een voordeel ontstaan. Daarbij moet worden aangetekend dat Den Haag nog steeds een tekort heeft op de bijstandslasten. Naast het beschikbaar gestelde budget door het Rijk is € 7,4 mln. uit eigen middelen bijgepast in 2020. Ook voor de komende periode kan zo’n effect optreden waarbij het tekort op bijstandsverlening tijdelijk lager is. Echter, als regelingen als de Tozo en de NOW worden stopgezet, verwachten we dat het tekort voor de gemeente weer oploopt tot het normaal begrote niveau van structureel € 25 tot € 30 mln.
Het voordeel in 2020 is geen structureel voordeel, maar een incidenteel voordeel. Veel gemeenten kampen met deze problematiek. De gemeente heeft een beroepsprocedure lopen bij de raad voor beroep met als inzet dat het budget voldoende kostendekkend is. In eerste termijn heeft de rechter de gemeente in het gelijk gesteld en het rijk gevraagd met een nieuwe beschikking te komen. De zaak ligt bij de rechter voor het vervolg. Samen met andere gemeenten en via Divosa wordt overleg gevoerd met het Rijk om te komen tot een meer kostendekkende oplossing voor de verdeling van de bijstandsbudgetten. Met het oog op de toekomstige instroom door de coronacrisis blijft de Haagse inzet om het gat tussen de rijksvergoeding en de werkelijke uitgaven te minimaliseren.
5
Jeugdzorg en Wmo De gemeente is er voor alle inwoners van Den Haag die zorg en ondersteuning nodig hebben op het gebied van de Wmo en de jeugdzorg. Jaarlijks is hier ruim € 400 mln. voor begroot. Den Haag – en bijna alle Nederlands gemeenten – staan voor uitdagingen door meerkosten op deze onderdelen door de gestegen zorgvraag en de te lage vergoedingen die door het Rijk beschikbaar worden gesteld. De gemeente heeft verbeterlijnen en een besparingsopgave voorgesteld. In 2020 is deze taakstelling grotendeels (voor € 16,6 mln.) behaald met behoud van kwaliteit van zorg en ondersteuning. Het kunnen sturen op de kosten voor jeugdhulp is (met behoud van passende zorg en ondersteuning) mogelijk, maar wel in beperkte mate. Vooral door een incidentele bijdrage van het rijk is het resultaat op dit onderdeel in 2020 beperkt gebleven. Uit een recent onderzoek van het Rijk en de VNG blijkt dat gemeenten in totaal voor € 1,7 mld. structureel te weinig middelen hebben om de jeugdzorg te kunnen uitvoeren. De gemeente heeft hiermee het Rijk nadrukkelijk verzocht om de benodigde extra structurele middelen. Het college blijft druk uitoefenen, totdat deze structurele oplossing er is. Gemeentefonds In de begroting gaat de gemeente Den Haag van uit dat de stad even snel groeit als het land.
De bevolkingsgroei van Den Haag was in 2020 echter aanmerkelijk lager dan gedacht en dat betekent ook de gemeentefondsuitkering € 8,6 mln. lager was. Dit werkt meerjarig door en geeft een structureel nadeel dat in de opgave van deze voorjaarsnota wordt meegenomen (zie hoofdstuk 2). Het Haagse aandeel in het gemeentefonds is ongeveer € 1,3 mld. Het gemeentefonds is een van de belangrijkste inkomsten voor de gemeente Den Haag. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het voornemen per 2023 de verdeling van het gemeentefonds volledig te herzien. Volgens de eerste (tussen)resultaten zou de herverdeling enorm ongunstig zijn voor de grote steden, voor Den Haag in het bijzonder. Het gaat potentieel om een structureel nadeel van ruim € 60 miljoen. De implicaties van de daadwerkelijke herverdeling zijn ook grotendeels afhankelijk van de uitkomsten van de kabinetsformatie. Ook is het mogelijk dat het Kabinet nadere afspraken maakt over de normering van de omvang van het gemeentefonds (de huidige ‘trap op, trap af’ systematiek staat onder druk) en de opschalingskorting aan gemeenten herziet. Deze keuzes beïnvloeden de Haagse uitkering. Coronapandemie in 2021 en de structurele doorwerking De start van het vaccinatieprogramma geeft vertrouwen dat het leven in Den Haag in de loop van 2021 weer kan normaliseren.
Anderzijds is het financiële vertrekpunt voor de gemeente uitdagender dan in 2020. Dat komt omdat de financiële risico’s nog steeds omvangrijk zijn, maar de gemeente minder weerstandsvermogen heeft dan vorig jaar om deze op te vangen. De voorjaarsnota bevat een financiële impactanalyse van de crisis voor 2021. Deze analyse schetst het beeld van de financiële effecten die we zien op de verschillende begrotingsprogramma’s. De effecten worden afgezet tegen de dekking die hiervoor beschikbaar is of naar verwachting beschikbaar wordt gesteld. Het verschil tussen dekking en het saldo van de effecten geeft een indicatie van de buffer die in 2021 beschikbaar moet worden gehouden om tegenvallers op te vangen in het lopende jaar. Als het leven weer normaliseert, ontstaat een nieuwe situatie met nieuwe uitdagingen. Daarbij moet gedacht worden aan een boeggolf die veroorzaakt wordt door onder andere uitgestelde zorg, GGZproblematiek en toenemende werkloosheid. Dit is de crisis na de crisis. Hierbij is er een risico dat baten (zoals parkeren, toeristenbelasting en dividenden) structureel lager komen te liggen dan het niveau waar de huidige begroting vanuit gaat zonder dat daar een evenredige rijksvergoeding tegenover staat. Dit geldt eveneens voor de hoogte van de gemeentefondsuitkering die meebeweegt met de uitgaven van het Rijk.
Een bezuiniging op die uitgaven leidt tot een lagere gemeentefondsuitkering. Met deze uitdagende, en niet altijd eenduidige, vertrekpunten kom de voorjaarsnota 2021 tot stand. In de komende hoofdstukken worden de structurele uitdagingen toegelicht en wordt onderbouwd hoe deze financieel worden verwerkt in de cijfers voor de komende begroting, danwel als risico voor de gemeentebrede risicoparagraaf.
6
Exogene ontwikkelingen – Baten 2.1 Gemeentefonds Het gemeentefonds is veruit de grootste inkomstenbron van de gemeente en kent een accresrelevante basis van circa € 1,2 mld. Het gemeentefonds groeit of krimpt mee met de werkelijke rijksuitgaven. Dit heet de trap-op-trap-af-systematiek. De groei of krimp van het gemeentefonds heet in vaktermen het accres. Het accres is een impliciete compensatie voor drie ontwikkelingen: de inflatie - daardoor stijgen immers de rijksuitgaven, zodat ook het gemeentefonds groeit; groei van het land - het Rijk moet elk jaar voor meer inwoners voorzieningen leveren, waardoor de rijksuitgaven verder stijgen; krapte of ruimte op de rijksbegroting. Onderstaande tabel presenteert de effecten van het gemeentefonds voor de komende jaren voor Den Haag op basis van de huidige inzichten. Bedragen x € 1.000
incidenteel
Gemeentefonds Lagere groei v an de stad
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
0
0
-6 .600
-6 .600
-6 .600
-6 .6 00
-6.6 00
Accres nieuw e jaarschijf
0
0
0
0
0
0
24 .000
Bijst elling gemeent efonds
0
0
-6.600
-6.600
-6.600
-6.600
17 .400
Jaarrekening 2020: lagere groei van de stad In de begroting gaat de gemeente ervan uit dat de stad even snel groeit als het land in alle opzicht: inwoners, woz-waarde, jongeren etc. In 2020 was de bevolkingsgroei van Den Haag lager dan gedacht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek bevestigde dat op 5 januari 2021 in het persbericht 'Bevolkingsgroei grotere steden stokt door lagere immigratie'. Grotere steden hadden daar meer last van dan gemiddeld. Door de lagere groei heeft Den Haag minder uitkering uit het gemeentefonds ontvangen dan begroot. Dit tekort is verwerkt in de jaarrekening 2020 en heeft een structurele doorwerking (- € 8,6 mln.). Ook heeft Den Haag in 2020 een nabetaling ontvangen omdat over eerdere jaren te weinig is uitgekeerd (+ 2,0 mln.). Dit werkt eveneens structureel door. Per saldo is het structurele tekort € 6,6 mln. Accres nieuwe jaarschijf 2025 Voor de nieuwe begrotingsjaarschijf van 2025 wordt een accres van € 24 mln. geraamd. Dit is gebaseerd op een verwachte stijging van de gemeentefondsuitkering van 2% in dat jaar. Dit is de basisraming voor de groei die de gemeente hanteert (zie tabel hieronder). Handhaven accres 2021 tot en met 2024 Voor het lopende jaar, 2021, staat het accres vast. Het Rijk en VNG zijn overeengekomen dat de oorspronkelijke raming de basis vormt voor de uitkering.
De geeft gemeentes enige rust binnen de financiële onzekerheden als gevolg van de coronacrisis. Vanaf 2022 geldt dit principe niet langer en staat de omvang van het accres nog niet vast. Omdat de ontwikkeling van het gemeentefonds veel onzekerheden kent, is er geen goede grondslag voor bijstelling en handhaaft de gemeente de basisraming van de begrote accressen. Deze is als volgt: Accresraming Begroot
2 02 2
2 02 3
2 02 4
2 02 5
3%
2%
2%
2%
Op het moment van opstellen van de voorliggende voorjaarsnota is de meicirculaire van de rijksoverheid nog niet gepubliceerd. Deze volgt uiterlijk begin juni. Hierin worden de landelijke inzichten van de accresraming geactualiseerd. Indien dit reden geeft tot bijstelling van de gemeentelijke raming van de gemeentefondsuitkering, wordt dit meegenomen bij de ontwerpbegroting 2022-2025 die in september aan de raad wordt aangeboden.
7
Risico op bijstellingen gemeentefondsuitkering De ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering is onzeker. Zoals in hoofdstuk 1 is toegelicht, zijn er veel ontwikkelingen rondom het gemeentefonds die potentieel een structureel karakter hebben. Het betreft met name de volgende actualiteiten: Keuzes van het nieuwe kabinet over de herverdeling van het gemeentefonds, de normering van het gemeentefonds (wel/niet aanhouden ‘trap op, trap af’) en het al dan niet handhaven van de opschalingskorting. Onzeker beeld over het economische vooruitzicht van Nederland. De nasleep van de coronacrisis kan leiden tot landelijke bezuinigingen. Dit werkt door in de omvang van de uitkering van het gemeentefonds. De gemeentefondsuitkering betreft ongeveer de helft van de inkomsten van de gemeente. Daarmee heeft een lagere uitkering een groot effect op de begroting. Een verlaging van de uitkering met 1% kost de gemeente jaarlijks ongeveer € 12 mln. In de gemeentebrede risicoparagraaf (zie paragraaf 3.4 en bijlage III) is daarom een tweetal risico’s voorzien met betrekking tot het gemeentefonds: het risico van de herverdeling van het gemeentefonds en het risico op een lager accres bij landelijke bezuinigingen als gevolg van de coronacrisis.
2.2 Gemeentelijke belastingen Onderstaande tabel geeft de ontwikkelingen van de belastinginkomsten weer. De effecten van de coronacrisis zijn hierin niet meegenomen, deze vormen onderdeel van de impactanalyse Bedragen x € 1.000
incidenteel
structureel
Belastingopbrengst en
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
Groei en inflatie OZB 2 02 5
0
0
0
0
0
0
3 .500 4 56
Groei toeristenbelasting 2 025
0
0
0
0
0
0
Inflatie hondenbelasting 2 022
0
0
0
29
29
29
29
Precariobelasting (liggende schepen)
0
0
1 40
1 40
1 40
1 40
1 40
Ontw ikkeling parkeerbelasting
0
0
-4 04
41 6
41 6
41 6
41 6
Bijst elling belast ingen
0
0
-264
585
585
585
4.541
Groei en inflatie OZB 2025 De stad groeit. Het aantal huizen en andere gebouwen in Den Haag neemt toe. Als gevolg van deze toename zijn er meer gebouwen waarover onroerende zaakbelasting (OZB) wordt geheven. Dit geeft een verwachte meeropbrengst van € 1,3 mln. in 2025. Daarnaast wordt de opbrengst van de OZB in de nieuwe begrotingsjaarschijf 2025 geïndexeerd voor inflatie (2%). Dit geeft een meeropbrengst van € 2,2 mln. De meeropbrengst van groei en inflatie in 2025 betreft daarmee in totaal € 3,5 mln. Geen bijstellingen tot en met 2024 De groei van de stad tot en inflatie voor de periode tot en met 2024 maken al onderdeel uit van de lopende begroting. In 2020 is nagenoeg het begrote bedrag aan inkomsten gerealiseerd. Er is vooralsnog geen reden de OZB-opbrengst als gevolg van de groei van stad naar boven of naar beneden bij te stellen op basis van de jaarrekeningcijfers. Wel houdt de gemeente vinger aan de pols omdat niet is uit te sluiten dat de Coronapandemie een structurele doorwerking kan hebben op de begrote inkomsten. Groei toeristenbelasting 2025 De tarieven voor toeristenbelasting zijn bij het coalitieakkoord 2019-2022 gefixeerd voor de periode tot en met 2022. Over de periode daarna is nog geen besluit genomen. De verwachte groei in aantal overnachtingen voor de periode tot en met 2024 maakt wel onderdeel uit van de begroting.
Voor het nieuwe begrotingsjaar 2025, wordt rekening gehouden met een normale groei van 3% van het aantal overnachtingen per jaar. Inflatie hondenbelasting 2022. Voor hondenbelasting is indexatie van de tarieven in 2022 nog geen onderdeel van de begroting. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een tariefsbijstelling van 1,45%. Dit levert een meeropbrengst.
8
Precariobelasting liggende schepen. De gemeente heft precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. Per 2022 mogen gemeenten geen precario meer heffen voor nutsnetwerken (zoals kabels voor telecommunicatie). In de staande begroting is hier al rekening mee gehouden en de precario-opbrengsten zijn eerder naar nihil bijgesteld per 2022. De precariobelasting voor liggende schepen is niet afgeschaft, maar vormt door de bijstelling geen onderdeel meer van de begroting. Dit wordt hierbij gecorrigeerd. De verwachte inkomsten bedragen € 0,14 mln. structureel Parkeerbelasting Met betrekking tot de parkeerinkomsten worden – buiten de effecten van de coronacrisis (zie hieronder) geen grote bijstellingen voorzien. Een kleine bijstelling vindt plaats omdat de realisatiecijfers van 2019 als basis worden genomen (- € 0,4 mln. per 2021 ) en een prijsindexatie van 1,45% per 2022 is begroot (+ € 0,8 mln.) Impact coronacrisis op belastinginkomsten 2021 De gepresenteerde cijfers in bovengenoemde teksten en tabellen zijn exclusief de verwachte effecten van de coronpandemie. Deze zijn benoemd in de financiële impactanalyse in de bijlage. Kort samengevat: Met betrekking tot parkeerbaten wordt een afname van parkeerinkomsten van ongeveer € 11,6 mln. voorzien in 2021. De huidige verwachting is dat deze inkomstenderving wordt vergoed door het Rijk.
Met betrekking tot toeristenbelasting wordt een inkomstenderving van € 5,6 mln. verwacht (hiervan was € 3 mln. al in de voorjaarsnota 2020 benoemd). Ook hiervoor geldt dat de huidige verwachting is dat deze wordt vergoed door het Rijk. Voor de overige belastinginkomsten wordt op basis van de ervaringen uit 2020 geen afname voorzien. De gemeente monitort de ontwikkelingen en stelt de verwachtingen voor 2021 (en de periode daarna) zonodig bij. In de paragraaf weerstandsvermogen (zie bijlage III) is een risico opgenomen met betrekking tot een structurele daling van inkomsten als gevolg van de crisis na de crisis.
2.3 Verbonden partijen Van diverse deelnemingen ontvangt de gemeente dividend. De hoogte van het dividend is afhankelijk van de winst van de onderneming in kwestie en verschilt van jaar tot jaar. Jaarlijks wordt de verwachte dividendopbrengsten geactualiseerd op basis van de in het lopende jaar ontvangen bedragen en de meerjarenperspectieven van de betrokken deelnemingen. Bedragen x € 1.000 Verbonden part ijen
incidenteel
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
Div idend HMS
0
0
0
0
0
0
0
Div idend HTM
0
-3 .000
0
0
0
0
0
Div idend Stedin
7 61
-5.54 1
0
0
0
0
0
Div idend BNG
7 00
0
0
0
0
0
0
Bijdrage Veiligheidsregio Haaglanden
1 .57 2
0
0
0
0
0
0
Div idend Stadsherstel
0
0
0
0
0
0
0
Div idend Meewind
0
0
0
0
0
0
0
3.033
-8.541
0
0
0
0
0
Bijst elling v erbonden part ijen
2025
HTM Door het verminderd reizigersaantal wordt de bedrijfsvoering van HTM zwaar getroffen. Inkomsten zijn gedaald, terwijl uitgaven nagenoeg gelijk blijven omdat trams en bussen (in aangepaste dienstregeling) blijven rijden om mensen op bestemming te blijven. Wegens het belang van een collectief vervoerssysteem voor de samenleving, kan HTM rekenen op financiële ondersteuning vanuit het Rijk en MRDH. Hierdoor waren de financiële gevolgen over 2020 te overzien. Afhankelijk van de ontwikkeling van de coronapandemie en steunmaatregelen van het Rijk in 2021, is het resultaat over dit jaar in het meest gunstige scenario licht positief. Een dividenduitkering van het resultaat
9
uit 2021, dat in 2022 aan de gemeente wordt uitgekeerd, is niet realistisch en waarschijnlijk ook niet toegestaan in de voorwaarden van de rijksvergoedingen in 2021. Het is nu niet goed in te schatten hoe de dividendverwachting zich op langere termijn ontwikkelt, de gemeente houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Stedin Het nettoresultaat van Stedin over 2020 viel hoger uit dan begroot. Dit kwam met name doordat de rentelasten lager zijn uitgevallen dan begroot. De gemeente ontvangt hierdoor een hoger dividend in 2021. De prognoses van Stedin laten zien dat het nettoresultaat over 2021 lager uitvalt dan begroot. De energietransitie in Nederland vereist substantiële investeringen in het verzorgingsgebied van Stedin. Deze door maatregelen van de rijksoverheid gedreven investeringen leggen steeds meer druk op het financiële profiel van Stedin. Voor het doen van deze investeringen moet Stedin leningen aantrekken waardoor haar rentelasten toenemen. Daarnaast ziet Stedin de onderhoudskosten toenemen. Het lagere resultaat in 2021 leidt tot lagere dividendinkomsten voor de gemeente Den Haag in 2022. Naar verwachting vallen de dividendinkomsten in 2022 circa € 5,5 mln. lager uit. BNG De BNG bank stelt - conform haar dividendbeleid - 50% van het nettoresultaat over 2020 beschikbaar voor dividenduitkering aan haar aandeelhouders.
De winst wordt in 2021 als dividend aan de gemeente uitgekeerd en voor Den Haag betekent dat er € 2,3 mln. aan dividend wordt ontvangen. Dit is € 0,7 mln. hoger dan de begroot. De uitkering van het dividend is onderworpen aan mogelijke toekomstige aanbevelingen van de Europese Centrale Bank over dividenduitkeringen door banken in het perspectief van de coronacrisis. Dat kan inhouden dat geen dividenduitkering plaats mag vinden. Veiligheidsregio Haaglanden De veiligheidsregio Haaglanden heeft over 2020 een positief resultaat van circa € 3 mln. gerealiseerd. Dit hangt samen met achterblijvende kosten als gevolg van de coronacrisis en de krappe arbeidsmarkt. Het resultaat wordt in 2021 verdeeld over de deelnemende gemeentes (RIS 10101649). Hiernaast kan een post onvoorzien op de gemeentelijke balans vrijvallen. In totaal komt hiermee € 1,572 mln. beschikbaar voor het budgettaire beeld.
2.4
Totaaloverzicht exogene ontwikkelingen – baten
Bedragen x € 1.000 Exogene ont wikkelingen - Bat en Gem eentefonds Belasting- en parkeeropbrengsten
incidenteel
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
0
0
-6 .600
-6 .600
-6 .6 00
-6.6 00
1 7 .4 00 4 .541
0
0
-2 64
585
585
585
Verbonden partijen
3 .03 3
-8.54 1
0
0
0
0
0
II) Exogene ont wikkelingen - Bat en
3.033
-8.541
-6.864
-6.015
-6.015
-6.015
21.941
10
Exogene ontwikkelingen - Lasten 3.1 Loon- en prijscompensatie Jaarlijks past de gemeente de begroting aan voor de ontwikkeling van de lonen en de prijzen (trend) om de begroting op peil te houden. Achteraf vindt een nacalculatie plaats op basis van de actuele ontwikkeling van de trend. Zo wordt voorkomen dat te veel, of te weinig wordt uitgekeerd. De financiële bijstelling door loonen prijscompensatie ziet er als volgt uit: Bedragen x € 1.000
incidenteel
structureel
Loon en prijscompensat ie (trend)
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
Trendbijstelling staande jaarschijv en
0
0
-1 2 .01 2
-1 1 .51 1
-1 1 .51 1
-1 1 .51 1
-1 1 .51 1
Trend nieuw e jaarschijf 2 02 5
0
0
0
0
0
0
-27 .9 00
Bijst elling t rend
0
0
-12.012
-11.511
-11.511
-11.511
-39.411
Voor de bijstelling van de trendinschatting neemt de gemeente de meest recente verwachtingen van het Centraal Planbureau (CPB) als ijkpunt. Hiervoor is een uitzondering gemaakt met betrekking tot de loonstijging in 2021. Hier houdt de gemeente vast aan het staande begrotingsbeeld omdat onderhandelingen over loonstijging momenteel plaatsvinden. Nadat de cao is afgesloten, kan de loonbijstelling worden bijgesteld op basis van de definitieve cijfers. Hierin is wel een risico gelegen, omdat de gereserveerd loonruimte voor 2021 beperkt is. Prijsontwikkeling Voor prijscompensatie is jaarlijks een bedrag gereserveerd op basis van 1,5% prijsinflatie. Dit uitgangspunt wordt ook voor de nieuwe jaarschijf (2025) genomen. Voor de jaarschijven 2021 en 2022 wordt de prijsontwikkeling bijgesteld op basis van de actuele prognose van het CPB. Voor 2021 wordt de prijsindexatie verhoogd tot 1,9% en voor 2022 verlaagd tot 1,45%. Dit geeft het volgende meerjarenbeeld: Prijsontwikkeling
2 02 1
Begroot
1 ,50% 1 ,50%
2 02 2
1 ,50% 1 ,50%
2 023
2 02 4
2 02 5
Actualisatie begroting
1 ,9 0% 1 ,4 5%
1 ,50% 1 ,50%
1 ,50%
Bijstelling
0,4 0% -0,05% 0,00% 0,00%
1 ,50%
Loonontwikkeling Loonontwikkeling cao-loon Voor loontwikkeling wordt vanaf 2022 jaarlijks voor looncompensatie een bedrag gereserveerd op basis van 1,5% looninflatie en 0,5% ter compensatie voor extra loonkosten. Dit is ook de basis voor de nieuwe jaarschijf (2025). Er is nog geen cao afgesloten voor de loonontwikkeling in 2021 (en latere jaren) Het CPB raamt een loonstijging van 2% in 2021 en 1,35% in 2022. Dit is een generieke raming die niet is toegespitst op de gemeentelijke loonstijging. Op het moment van het opstellen van de voorjaarsnota vinden de onderhandelingen over de nieuwe cao plaats. Omdat de uitkomsten ongewis zijn, kiest de gemeente ervoor de huidige begroting te handhaven en de daadwerkelijke loonstijging te verwerken nadat de onderhandelingen zijn afgerond. Als dit tijdig gebeurt, kan het definitieve beeld in het begrotingskader 2022-2025 worden verwerkt. De raad ontvangt deze in september. Loonont wikkeling (cao-loon) Begroot
0,56 % 1 ,50%
1 ,50% 1 ,50%
Actualisatie begroting
0,56 % 1 ,50%
1 ,50% 1 ,50%
1 ,50%
Bijstelling
0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
1 ,50%
202 1
2 02 2
2 02 3
2 02 4
2 02 5
11
Indien het cao-loon sneller stijgt dan de begrote reservering betekent dit een nadeel voor de gemeentebegroting. Dit risico is vooral voor de loonstijging 2021 omvangrijk, omdat een stijging van 0,56% op jaarbasis is begroot. In de paragraaf weerstandsvermogen (zie paragraaf 3.4 en bijlage III) is daarom een risico opgenomen. Loonontwikkeling overige looncomponenten Op de overige looncomponenten (stijging werkgeverslasten en extra loonkosten van medewerkers die een periodiek krijgen) wordt de trend in 2021 bijgesteld van 0,5% naar 1,43%. De gemeente heeft hogere werkgeverslasten. Dit komt met name doordat de gemeente hogere pensioenpremie moet afdragen. Dit werkt structureel door. Loonont wikkeling (ov erige componenten) Begroot
0,50% 0,50% 0,50% 0,50%
Actualisatie begroting
1 ,4 3 % 0,50% 0,50% 0,50% 0,50%
Bijstelling
0,9 3 % 0,00% 0,00% 0,00% 0,50%
202 1
2 02 2
2 02 3
2 02 4
2 02 5
Financiele effecten loon- en prijsbijstelling Staande jaarschijven. De verwerkte aanpassingen op de loon en prijsbijstellingen leiden tot een structurele toename van lasten van ongeveer € 11,5 mln (zie de eerste tabel van deze paragraaf). Dit is met name het gevolg van de stijging van werkgeverslasten waarvan de hogere pensioenafdrachten de grootste component betreffen. Hiernaast werkt het hogere prijsniveau voor 2021 structureel door. Tenslotte hebben kleinere actualisaties plaatsgevonden. Zoals toegelicht heeft in dit begrote beeld geen bijstelling plaatsgevonden van de stijging van het cao-loon ten opzichte van de begroting. Deze is voor 0,56% begroot en wordt bijgesteld op basis van de feitelijke loonstijging die bekend is nadat de CAO-onderhandelingen zijn afgerond. Er is daarmee een risico dat dit leidt tot een extra loonkostenstijging in 2021 (met structurele doorwerking). Dit risico van ongeveer € 10 mln. structureel is benoemd in de risicoparagraaf van de gemeente (zie paragraaf 3.4 en bijlage III). Nieuwe jaarschijf (2025) De extra lasten voor de trend betreffen bijna € 28 mln. Tegenover de hogere lasten van de trend staan ook hogere baten uit het gemeentefonds en hogere belastinginkomsten in 2025.
3.2
Areaal
Bedragen x € 1.000 Areaal Actualisatie areaaluitkering 2 02 0 en 202 2
incidenteel
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
0
0
0
1 .3 67
1 .3 6 7
1 .3 6 7
1 .3 6 7
Areaal jaarschijf 202 5
0
0
0
0
0
0
-2.7 67
Bijst elling areaal
0
0
0
1.367
1.367
1.367
-1.400
Den Haag krijgt elk jaar meer inwoners en woningen. Een groeiende stad brengt echter ook meer kosten met zich mee. Uitgaande van ongewijzigd beleid moet de gemeentebegroting daarom meegroeien, zodat de gemeente hetzelfde niveau aan voorzieningen kan blijven bieden. We noemen dit areaal. Met ingang van 2020 is een nieuwe areaalsystematiek ingegaan (RIS 302477). Daarin wordt jaarlijks op basis van een prognose de verwachte groei van het jaar erna vastgesteld en op basis daarvan wordt een voorlopige bijdrage vastgesteld (voorcalculatie). Deze systematiek zorgt ervoor dat de areaalcompensatie overeenkomt met de daadwerkelijke groei van de stad. De volgende actualisatie vindt plaats: We stellen de begrote areaaluitkering bij. Voor 2022 ramen we de meest actuele groeiprognose (Den Haag in Cijfers): een toename van 4970 inwoners en 3735 woningen. Dit geeft een hogere
12
-
3.3
areaaluitkering dan het basisbedrag dat in de begroting is verwerkt. Ook verwerken we de lagere groei in 2020 (4759 inwoners en 1329 minder woningen dan begroot). Per saldo neemt de areaaluitkering hierdoor af met € 1,367 mln. Deze middelen vallen terug ten behoeve van het budgettaire kader. De jaarschijf 2025 wordt voor het eerst aan de begroting toegevoegd en een basisbedrag van ca. € 2,8 mln. wordt in de begroting opgenomen. Conform de systematiek wordt dit in 2024 geactualiseerd op basis van de dan beschikbare groeiprognose voor 2025. De opname van deze jaarschijf geeft extra kosten, maar moet in samenhang worden gezien met de raming van de extra baten (accres) van het gemeentefonds voor dat jaar.
Renteontwikkelingen
Bedragen x € 1.000 Rent e-ont wikkelingen
incidenteel
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
Bespaarde rente
0
6 .500
0
0
0
0
0
Rentev oordelen korte en lange financiering
0
0
0
3 00
550
9 00
9 00
Bijst elling rent e-ontwikkelingen
0
6.500
0
300
550
900
900
Bespaarde rente Den Haag hanteert de systematiek van de bespaarde rente. Deze systematiek gaat ervan uit dat alle bezittingen van de gemeente met vreemd vermogen worden gefinancierd. In werkelijkheid financiert de gemeente zijn bezittingen deels met eigen vermogen (reserves en voorzieningen). De bespaarde rente is het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de rente die de gemeente zou moeten betalen als alle bezittingen daadwerkelijk met leningen zijn gefinancierd. De gemeente hanteert deze systematiek om te waarborgen dat de rentelast altijd gedekt is, onafhankelijk van de werkelijke vermogensstructuur van de gemeente. Omdat de gemeente over eigen vermogen beschikt, leidt de systematiek van bespaarde rente tot een rentevoordeel. In de begroting 2013 is besloten de bespaarde rente voor € 3,5 mln. structureel in te zetten omdat de gemeente altijd over reserves zal beschikken. Hierdoor is uiteraard incidenteel minder bespaarde rente beschikbaar. Het resterende voordeel wordt jaarlijks bepaald en betrokken in het budgettaire kader. Bij het bepalen van de omvang van de bespaarde rente dient rekening te worden gehouden met bestaande afspraken. Een deel van de bespaarde rente wordt gebruikt om aan de voorzieningen negatieve plannen grondbedrijf en de Harnaschpolder rente toe te voegen conform de daarvoor geldende spelregels.
Hiermee past de gemeente de voorziening aan het actuele prijspeil aan. Een deel van de algemene reserve is ingezet voor de financiële tegenvallers van de coronacrisis. De omvang van de algemene reserve is gedaald tot onder de kritieke ondergrens. Om het niveau van de algemene reserve weer op peil te brengen is een herstelplan opgesteld (zie de programmabegroting 2021-2024) en is besloten om de vrij beschikbare bespaarde rente in te zetten voor het herstel van de algemene reserve. De bespaarde rente voor 2022 is begroot op € 6,5 mln. en wordt toegevoegd aan de algemene reserve (zie de volgende paragraaf). Rentevoordelen korte en lange financiering In de raadsmededeling ‘Uitbreiding mandaat afsluiten leningen’ (RIS 305846) is opgenomen om in 2020 voor de jaren 2022 tot en met 2024 langlopende leningen aan te trekken met uitgestelde storting (Forward Starting Loans, ook wel “forwards” genoemd). De belangrijkste reden voor het afsluiten van deze forwards is het verder beperken van het toekomstige renterisico’s en het verlagen van de financieringsdruk. Door het afsluiten van de forwards voor de financieringsbehoefte in 2022 tot en met 2024 zijn structurele rentevoordelen behaald. Het gaat hierbij om een structureel voordeel dat oploopt van € 0,3 mln. in 2022 naar € 0,9 mln. vanaf 2024.
13
3.4
Herijking weerstandsvermogen – algemene reserve
Bedragen x € 1.000 Herijking algemene reserv e
incidenteel
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
Toev oeging bespaarde rente
0
-6 .500
0
0
0
0
2025 0
Herijking algemene reserv e
0
-6.500
0
0
0
0
0
Berekening weerstandscapaciteit algemeen De weerstandscapaciteit wordt periodiek beoordeeld. Het geeft aan in hoeverre de gemeente grote tegenvallers op kan vangen, het gaat dus om de robuustheid van de begroting. Een sluitende begroting zonder weerstandscapaciteit zou betekenen dat iedere tegenvaller een probleem gaat opleveren als er geen even grote meevallers tegenover staan. In dat geval zijn de begrotingsprogramma’s en daarmee het beleid van de gemeente permanent gevoelig voor tegenvallers. Een financiële buffer is daarom noodzakelijk. Hoe groot die buffer moet zijn hangt af van de risico’s die de gemeente loopt. De buffer wordt gevormd door een aantal reserves, hierin heeft de algemene reserve een belangrijke rol. Een risico heeft financiële gevolgen waarvan de precieze hoogte nog onduidelijk is en waarvan ook onzeker is of de gebeurtenis zich daadwerkelijk zal voordoen. In de algemene reserve lopen risico’s mee, die exogene oorzaken hebben én een potentieel majeure impact hebben. Ze voldoen aan één of meerdere van deze criteria: dusdanig onzeker vanwege lopende landelijke ontwikkelingen (bv.
herverdeeldiscussies gemeentefonds of compensaties) op betreffende geldstromen; die met wetgeving te maken hebben (niet-zijnde gesloten systemen met tarieven); van dusdanig grote omvang dat een programma het effect financieel niet in het 1e jaar kan dragen; de kans van optreden is niet 100%, immers dan is sprake van een financieel tekort; kan niet met conform boekhoudkundige afspraken met een voorziening worden afgedekt; expliciet wordt besloten door het college. Behalve het aanhouden van een financiële buffer hanteert de gemeente Den Haag aanvullende manieren om de financiële gevolgen van risico's op te vangen: Veel gebeurtenissen zijn weliswaar onverwacht, maar doen zich zo regelmatig voor, dat over meerdere jaren bekeken vrij goed is aan te geven wat de financiële gevolgen daarvan kunnen zijn. Hiervoor reserveert de gemeente bedragen in de begroting of in voorzieningen; Een aantal risico’s kan voor een gedeelte worden opgevangen uit specifieke bestemmingsreserves of programmareserves; Bij investeringsprojecten en grondexploitaties is het gebruikelijk dat een post voor onvoorziene tegenvallers wordt meegenomen in het investeringskrediet, waarbij tevens expliciet gestuurd wordt op risicomanagement; Risico’s kunnen beperkt worden door het afsluiten van verzekeringen, bijvoorbeeld tegen brandschade aan gemeentelijke gebouwen.
De relevante risico’s voor de weerstandscapactieit zijn de risico’s die niet of onvoldoende op een andere manier zijn ondervangen. Het risicoprofiel van de gemeente is voortdurend in beweging. Sommige risico’s worden kleiner of verdwijnen, andere risico’s doen zich juist voor. Ook komen er nieuwe risico’s bij. Bij een begrotingsomvang van enige miljarden, geldt dat ook risico’s relatief grote bedragen kennen. In de jaarrekening telden de totale risico’s op tot ruim € 325 mln. De volgende risico’s zijn nadien bijgesteld: Het risicoprofiel van het risico jeugdzorg open-einde-regeling (€ 35 mln.) is bijgesteld van een kans van optreden van 80% naar 50%. Dit is omdat het rijk recent extra vergoedingen voor 2021 heeft toegekend en heeft aangegeven dat het stelsel aangepast moet worden omdat het op deze wijze onhoudbaar is. - Het risico op hogere kosten inkoop jeugdzorg (€ 10,8 mln.) is vervallen. Het risico is opgetreden en de gemeente betaalt hogere tarieven. De structurele doorwerking hiervan is voorzien in het hierboven genoemde risico. Het risico dat de gemeente niet alle uitgekeerde ToZo-middelen bij het rijk kan declareren, vormt onderdeel van de financiële impactanalyse corona en wordt bij optreden gedekt uit de buffer impact
14
-
-
coronacrisis. Deze post hoeven we niet langer te betrekken bij het risicoprofiel van de algemene reserve. Met het opnemen van vennootschapsbelasting voor reclameopbrengsten (paragraaf 3.7) in het budgettaire kader, vormt dit niet langer een risico. De fiscale risico’s worden daarom verlaagd van € 5 mln. tot € 3,5 mln. Op basis van de recente CPB-raming is het risico van loonstijging in 2021 bijgesteld van € 7 tot € 10 mln. Dit heeft een structurele doorwerking
Het actuele risicoprofiel is als volgt: Weging
Max. bedrag
63 ,5
1
63 ,5
5,4
1
5,4
25%
25
1
25
Bestuur
50%
40
1
40
Bestuur
1 0%
3 ,5
1 ,5
5,3
Risico's met een incidenteel karakter
Domein
Kans
Bedrag
Ram pen en zware ongev allen Eigen risico v erzekeringen
Bestuur
1%
Bestuur
1 0%
Grote projecten
Fy siek
Cov id-1 9 en crisis na de crisis Risico's met een struct ureel karakt er Stijging m arktrente Risico jeugdhulp open-einde regeling en VT
Sociaal
50%
3 5,0
1 ,5
52 ,5
BTW-com pensatiefonds
Bestuur
3 5%
12
1 ,5
18
Afnam e WSW i.r.t. rijksbijdrage
Sociaal
80%
2
1 ,5
3
WMO open-einde regeling
Sociaal
60%
10
1 ,5
15 1 0,5
Bijstandsv erlening
Sociaal
20%
7
1 ,5
Aangescherpte norm eringen v oor bouwproject. en v astgoed
Fy siek
25%
2
1 ,5
3
Herv erdeling gem eentefonds
Bestuur
50%
12
1 ,5
18
Accres gem eentefonds
Bestuur
65%
18
1 ,5
27
Loonbijstelling 2021
Sociaal
7 0%
10
1 ,5
15
Fiscale risico's
Fy siek
50%
3 ,5
1 ,5
5,2 5
Tot aal (* € 1 mln.)
306,4
Naast de hierboven genoemde risico’s benoemen we in de risicoparagraaf een risico die buiten de inventarisatie van het weerstandsvermogen valt. Dit betreft: Remu-claim verkoop Eneco (zie bijlage III). Als we op dit moment de risico’s voor het weerstandsvermogen optellen komen we uit op een benodigde algemene reserve van € 306 mln. Een uitgebreide toelichting op de deze risico’s is te vinden in de bijlage III. Opname in de risicoparagraaf betekent geen automatische verrekening met de weerstandscapaciteit als het risico zich daadwerkelijk voordoet. In principe moeten tegenvallers binnen het desbetreffende programma worden opgevangen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat al deze tegenspoed tegelijkertijd optreedt. Er zijn allerlei scenario’s mogelijk. Het onderzoeken van alle verschillende scenario’s is gebeurd met het risicocumulatiemodel. Dit werkt als volgt. In een simulatie is aan de hand van een kansberekening een verdeling van de risico’s gemaakt die laat zien dat het zeer onwaarschijnlijk is dat alle risico’s tegelijkertijd zullen optreden. Om het weerstandsvermogen te baseren op een zekerheidspercentage van 100 procent is dus iets té voorzichtig. Er blijft dan onnodig geld gereserveerd voor een statistisch erg onwaarschijnlijk scenario. In plaats van 100 procent wordt daarom gekozen voor een zekerheidspercentage van 95 procent.
Een belangrijk voordeel van het opnemen van deze risico’s in dit model is dan ook dat rekening gehouden wordt met deze combinatie van kansen. Als voor ieder risico een afzonderlijke reserve zou worden gevormd, zou in totaal een hoger bedrag opzijgezet moeten worden, omdat dan per afzonderlijk risico wordt gerekend. Rekenen met de combinatie van kansen leidt per saldo tot een lager benodigd weerstandsvermogen en hieruit volgt dat de benodigde weerstandscapaciteit € 103,5 mln. bedraagt. Dekking algemene reserve in relatie tot benodigde weerstandscapaciteit De algemene reserve is in 2020 voor de helft ingezet en toegevoegd aan de buffer impact coronacrisis om gevolgen van de coronapandemie op te kunnen vangen. De omvang van de algemene reserve daalde hierdoor tot € 24,6 mln. Bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2020 is een deel van het
15
voordelige resultaat aan de algemene reserve toegevoegd (zie RIS10103221). De algemene reserve heeft een omvang van € 45,0 mln per 1/1/2021. Bij de begroting 2021-2024 is een meerjarig herstelplan voor de algemene reserve vastgesteld. Onderdeel van het herstelplan is de verkoop van gemeentelijk vastgoed dat geen beleidsmatig doel dient en het toevoegen van voordelen door bespaarde rente. Bij deze voorjaarsnota (paragraaf 3.3.) is een bespaarde rente van € 6,5 mln. berekend. Deze wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Naast de algemene reserve heeft de gemeente Den Haag een begrotingspost onvoorzien. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken. Het zorgt zodoende voor extra flexibiliteit. De post onvoorzien is voor 2021 al toegevoegd aan de algemene reserve. Bedragen x € 1 mln.
incidenteel
Benodigd algemene reserve
2021
Stand 1 -1 -2 02 1 (na resultaatbestem m ing)
4 5,0
Toe te v oegen bespaarde rente (2 02 2 )
6,5
Post onv oorzien
Beschikbare weerstandscapaciteit
51 ,5
Benodigde w eerstandcapaciteit
1 03 ,5
Tekort algemene reserve
52,0
Uit het simulatiemodel volgt een benodigd weerstandscapaciteit van € 103,5 mln. op basis van de actuele risico’s. De beschikbare weerstandcapaciteit is 52,0 mln. lager dan nodig om de risico’s te kunnen opvangen. In de berekening van de weerstandscapaciteit is toevoeging uit de bespaarde rente in 2022 al meegenomen. Hiermee blijven de maatregelen uit het herstelplan om de algemene reserve aan te vullen noodzakelijk. In de komende periode wordt gemeentelijk vastgoed verkocht dat geen beleidsmatig doel dient. Boekwinsten worden ten gunste van de algemene reserve gebracht.
3.5
Herijking reserves Groei-met-Groei
Bedragen x € 1.000
incidenteel
structureel
Herijking reserv es Groei-met-Groei
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
Vrijv al reserv es REIS
6 00
0
0
0
0
0
0
Herijking Reserv e Grondbedrijf
0
0
0
0
0
0
0
600
0
0
0
0
0
0
Herijking reserv es Groei-met-Groei
Vrijval reserves REIS: € 0,6 mln. De reserves die in relatie staan tot REIS zijn geanalyseerd. Hieruit blijkt dat € 0,6 mln. kan vrijvallen uit de Reserve Stedelijke Ontwikkeling. De grootste post betreft een budget dat nog gereserveerd stond voor
project Haveltestraat. Dit project is afgerond en het resterende bedrag kan vrijvallen. Herijking reserve Grondbedrijf De afspraak geldt dat als de Reserve Grondbedrijf meerjarig boven de bandbreedte van de benodigde weerstandscsapaciteit uitkomt, het meerdere bij de groei-met-groei afspraak wordt betrokken. De omvang van de reserve is per 1-1-2025 geprognosticeerd op € 33,8 mln. en moet volgens de risicoanalyse tussen de € 29,1 en € 32,9 mln. liggen om risico’s op te vangen (zie programmarekening 2020, paragraaf grondbeleid). Het beschikbare bedrag is iets hoger dan de bovenzijde van de benodigde weerstandscapaciteit (€ 0,9 mln.). Nieuwe risico’s en ontwikkelingen zijn hierin echter nog niet meegenomen. In de komende maanden wordt de Meerjarenpgrognose Grondexploitaties (MPG) 2021 opgesteld over de inzichten en wordt een nieuw meerjarig perspectief van het benodigde weerstandscsapaciteit gepresenteerd. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de ontwerpbegroting (2022-2025). Hierbij worden ook eventuele effecten van de coronacrisis nader geschouwd en verwerkt.
16
Vooralsnog wordt geen rekening gehouden met vrijval Reserve Grondbedrijf. Indien de actualisatie van de MPG aanleiding geeft tot bijstelling van dit inzicht, wordt dit verwerkt en toegelicht in de begroting 20222025.
3.6 Investeringsruimte MIP Investeringen in de openbare ruimte, gebouwen en automatisering worden opgenomen in het meerjarige investeringsplan (MIP). Jaarlijks bepaalt de gemeente of en hoeveel ruimte in het MIP aanwezig is voor nieuwe plannen. Bedragen x € 1.000
incidenteel
structureel
Inv est eringsruimt e
2021
2022
2021
2022
2023
2024
Vrijv al kapitaallastendekking
1 .57 5
0
21
21
21
21
2025 944
Inv est eringsruimt e
1.57 5
0
21
21
21
21
944
Vrijval op kapitaallasten (lasten voor rente en afschrijving) kan ontstaan als investeringen volledig zijn afgeschreven, door afnemende rentelasten op investeringen wegens daling van de boekwaarde, door vertraging in de uitvoering en bij een goedkopere uitvoering van de investering. Vrijval vindt enkel plaats bij investeringen die met structurele kapitaallasten zijn gedekt. Als investeringen met incidentele middelen zijn gedekt (toegevoegd aan de activareserve), geldt dat voordelen enkel ontstaan bij het voordeliger uitvoeren van projecten. Slechts een deel van de vrijval is heroverweegbaar voor het algemene kader. Voor onderwijshuisvesting en gemeentebrede automatisering geldt de afspraak dat vrijvallende investeringsmiddelen beschikbaar blijven voor nieuwe investeringen binnen deze beleidsvelden. Hiernaast geeft de regelgeving (verordening financieel beheer en beleid, artikel 4:17, sub 8) de mogelijkheid om voor- en nadelen op investeringen te verrekenen. In de begroting wordt hierover besloten. Tenslotte wordt bij het bepalen van de vrije ruimte in het MIP rekening gehouden met uit te voeren noodzakelijke vervangingsinvesteringen. Uit bovengenoemde ontwikkelingen volgt dat er op dit moment binnen het MIP zowel incidentele als structurele ruimte beschikbaar is gekomen. Dit is als volgt opgebouwd. Er is een incidentele ruimte van € 1,575 mln: € 1,325 mln.
als gevolg van de lagere besteding op investeringen in 2020 ten opzichte van de begroting waardoor niet alle gereserveerde kapitaallasten tot besteding zijn gekomen. € 0,25 mln. als gevolg van goedkopere uitvoering van het project Insteekhaven Heerenbrug (haventje Koekamp). Er is een structurele kapitaallastenruimte van € 0,021 mln. die oploopt tot € 0,944 mln. vanaf 2025: € 0,021 mln. Dit is het saldo van voordelen als gevolg van goedkopere uitvoering van de projecten Loper oude Centrum, NoordWestelijkeHoofdroute I en Soestdijkseplein enerzijds en een verwacht nadeel bij de uitvoeringskosten van Noordeinde, Frederik Hendriklaan/Willem de Zwijgerlaan, Koekamp/A12 en Bezuidenhoutseweg/Rijnstraat anderzijds. € 0,92 mln. vanaf 2025 door volledig afgeschreven investeringen in de buitenruimte waar geen vervangingsinvestering is voorzien. Dit bedrag bestaat met name uit investeringen in het programma herinrichting openbare ruimte en programma Mobiliteit, zoals Brug bij Laan van NOI, het Meerjarenplan Fiets en de NRR Randstandrail. Dit betreffen de voorlopige inzichten van investeringsruimte. In de periode van begrotingsvoorbereiding wordt het volledige beeld opgemaakt waarna een definitief voorstel wordt opgenomen in de begroting 20222025. Dan wordt ook aandacht besteed aan de vrijval van middelen bij de financiële afronding van de Rotterdamsebaan.
Bij de begroting 2021-2024 zijn aanvullende afspraken gemaakt voor de bestemming van beoogde vrijval.
17
3.7
Vennootschapsbelasting
Bedragen x € 1.000 Vennoot sschapsbelast ing
incidenteel
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
Vennootschapsbelasting reclam e-inkom sten
0
0
-800
-800
-800
-800
2025 -800
Inv est eringsruimt e
0
0
-800
-800
-800
-800
-800
Sinds 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting op ondernemingsactiviteiten die ze uitvoert. De Belastingdienst heft vennootschapsbelasting over het parkeerterrein Zwarte Pad, de parkeergarage Spui, het gemeentelijk aandeel in de samenwerking (CV) voor de ontwikkeling van Vroondaal en over reclame-opbrengsten die de gemeente realiseert. Den Haag, en veel andere gemeentes, zien reclame-opbrengsten als niet belastingplichtig. Daarom zijn de VNG en gemeentes gerechtelijke proefprocedures gestart om duidelijkheid af te dwingen over dit onderwerp. Dit kan geruime tijd duren. Om betaling van hoge bedragen aan belastingrente te voorkomen, heeft de gemeente de ontvangen aanslagen betaald in 2020 (zie de programmarekening 2020). In de voorjaarsnota nemen we deze afdracht structureel op vanaf 2021. Als de gerechtelijke uitspraak te zijner tijd in het voordeel van de gemeentes uitvalt, geeft dit een voordeel voor het budgettaire kader.
3.8
Totaaloverzicht exogene ontwikkelingen – lasten incidenteel
Bedragen x € 1.000 Exogene ont wikkelingen - Last en
structureel
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
Trend
0
0
-1 2 .01 2
-1 1 .51 1
-1 1 .51 1
-1 1 .51 1
-3 9 .41 1
Areaal
0
0
0
1 .3 6 7
1 .3 6 7
1 .3 6 7
-1 .4 00
Rente-ontwikkelingen
0
6 .500
0
3 00
550
900
9 00
Herijking algem ene reserv e
0
-6 .500
0
0
0
0
0
Herijking reserv es Groei-m et-Groei
6 00
0
0
0
0
0
0
Inv esteringsruim te
1 .57 5
0
21
21
21
21
944
Vennootschapsbelasting reclam e-inkom sten
0
0
-800
-800
-800
-800
-800
III) Exogene ont wikkelingen - Lasten
2.17 5
0
-12.7 91
-10.623
-10.37 3
-10.023
-39.7 67
18
Afspraken Groei-met-Groei 4.1 Groei-met-Groei Met ingang van de Programmabegroting 2017-2020 werkt de gemeente met een financieringssystematiek, ‘Groei-met-Groei (gmg)’, waarmee de opbrengsten van de groei van de stad deels ten goede komen aan de investeringen die verdere groei van de stad accommoderen. De gmg bestaat uit vijf basiscomponenten: Gemeentefonds, vrijval kapitaallasten, surplus Reserve Grondbedrijf, surplus Erfpacht en vrijval ruimtelijke reserves. Hieronder worden per basiscomponent de gemaakte afspraken en de financiële gevolgen gepresenteerd. incidenteel
Bedragen x € 1.000
structureel
Algemene afspraak: Groei-met -Groei
2021
2022
2021
2022
2023
2024
2025
Gem eentefonds Haagse aantallen (50%)
0
0
-9 9 0
-9 9 0
-99 0
-99 0
-9 9 0
-7 88
0
-1 1
-1 1
-1 1
-1 1
-4 7 2
Surplus Erfpacht
0
0
0
0
0
0
0
Vrijv al Reserv e Grondbedrijf
0
0
0
0
0
0
0
Vrijv al Reserv es REIS
-6 00
0
0
0
0
0
0
IV) Afspraak Groei-met -Groei
-1.388
0
-1.001
-1.001
-1.001
-1.001
-1.462
-
-
-500
-500
-500
-500
-731
Vrijv al kapitaallasten (50%)
Waarvan inzet afbouw afdracht RGB
Afspraken en financiële gevolgen Gemeentefonds 50% van de doorwerking van de financiële verrekening gemeentefonds voorgaande jaren door Haagse aantallen exclusief accres vanaf de voorjaarsnota 2016 te bestemmen voor ruimtelijk-economische investeringen. 50% van de verwachte toekomstige groei gemeentefonds door structurele snellere Haagse groei dan 0,25% vanaf de voorjaarsnota 2016 te bestemmen voor ruimtelijk-economische investeringen. Financiële gevolgen: De financiële verrekening van het gemeentefonds voorgaande jaren vormt onderdeel van de programmarekening 2020. Het deel dat betrekking heeft op de afspraken Groei-met-Groei bedraagt bijna € 2,0 mln. Dit is het bedrag van de verrekening van voorgaande jaren (zie ook paragraaf 2.1). Conform bovengenoemde afspraken wordt 50% bestemd voor ruimtelijk-economische investeringen, ofwel structureel vanaf 2021 € 0,99 mln. Vrijval Kapitaallasten 50% van de vrijval kapitaallasten te bestemmen voor ruimtelijk-economische investeringen. Financiële gevolgen: De voorlopig berekende vrijvallende kapitaallasten die betrekking hebben op de afspraken Groei-met-Groei bedragen € 0,788 mln. incidenteel in 2021 en € 0,011 mln. oplopend tot 0,472 mln. structureel.