CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308929 jeugdoverlast in Loosduinen bijlage

Commissie Bestuur 1 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken13.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

veiligheid door samenwerking

AANPAK HANGJONGEREN IN GEMEENTEN

aanpak hangjongeren in gemeenten

aanpak hangjongeren in gemeenten

4

aanpak hangjongeren in gemeenten

aanpak hangjongeren in gemeenten

5

Inhoudsopgave

achtergrond 1.1 Aard van het probleem 1.2 Typen jeugdgroepen 1.3 Omvang 1.4 Hangplekken

9 9 10 12 13

projectaanpak Hangjongeren 2.1 Regierol gemeente 2.2 Fasering projectaanpak Hangjongeren

17 17 17

actoren 3.1 Ouders 3.2 Buurtbewoners en ondernemers 3.3 Scholen 3.4 Jongerenwerk 3.5 Gemeente 3.6 Politie 3.7 Halt 3.8 Openbaar Ministerie 3.9 Woningcorporaties

25 25 25 26 26 27 27 28 28 28

Maatregelen 4.1 Bewustwording 4.2 Inrichting hangplekken 4.3 Toezicht 4.4 Preventie 4.5 Repressie

31 31 34 37 40 46

Colofon

50

6

aanpak hangjongeren in gemeenten

Voorwoord

Hangplekken zijn van alle tijden; de behoefte om vrienden te ontmoeten, samen wat te kletsen en te lachen op een ‘eigen’ plek, een ‘vrijplaats’ voor de jeugd, heeft altijd bestaan. De meeste hangjongeren zorgen niet voor problemen in de openbare ruimte. Wanneer toch overlast van hangjongeren wordt ervaren, is dit vaak afhankelijk van de mate waarin buurtbewoners of passanten tolerantie tonen. Maar er zijn ook plaatsen waar het gedrag van jongeren de spuigaten uitloopt. Op deze hangplekken zijn alcohol- en drugsgebruik, geschreeuw, ruzies en het beledigen van voorbijgangers aan de orde van de dag. De aanpak van hangjongeren is een traject dat een gemeente alleen succesvol kan oppakken als alle betrokken partijen zich gezamenlijk inzetten. Een effectieve aanpak vraagt van de gemeente een helder en gecoördineerd beleid (hoofdstuk 2), waarbij iedere partij zijn verantwoordelijkheid neemt (hoofdstuk 3). In deze publicatie leest u hoe de verantwoordelijkheid in de praktijk uitpakt. Wanneer maatregelen (hoofdstuk 4) goed op elkaar zijn afgestemd, versterken de onderdelen van de aanpak elkaar. De regievoering is bij de gemeente in vertrouwde handen. De aanpak van hangjongeren hoort tenslotte thuis in het lokale veiligheidsbeleid van de gemeente. Het CCV wil gemeenten graag bij hun aanpak ondersteunen. Daarom hebben we de kennis die in het land is opgedaan, in deze uitgave gebundeld.

Dat varieert van het vormgeven van zogenaamde ‘groene hangplekken’ door jongeren, toezicht door ouders, tot het toepassen van een samenscholingsverbod. De samenstelling van een effectieve maatregelenmix zal per gemeente verschillen. Het zijn maatregelen en instrumenten die in de praktijk hun waarde hebben bewezen. Ze zijn eenvoudig door zowel grote als kleine gemeenten te kopiëren. Dus, waarom zelf het wiel uitvinden, als een collega-gemeente al ervaring heeft opgedaan met een adequate oplossing? Deze publicatie verwijst op verschillende pagina’s naar onze website. Op www.hetccv.nl kunt u terecht voor meer cijfermateriaal, beleidsstukken en informatie over de instrumenten die kunnen helpen bij de aanpak van hangjongeren. Bezoekers kunnen er informatie halen, maar ook brengen. Wij zijn erg benieuwd naar ervaringen van gemeenten die de instrumenten en maatregelen al toepassen. Deze informatie kunnen wij weer gebruiken om de aanpak verder te ontwikkelen en eventueel aan te vullen.

aanpak hangjongeren in gemeenten

Ook blijven wij graag op de hoogte van nieuwe initiatieven om de overlast van hangjongeren tegen te gaan. Ik wil gemeenten dan ook oproepen om hun initiatieven door te geven via het contactformulier op onze site. Zo blijft de informatie op onze website actueel en kunnen wij onze missie blijven uitvoeren: gemeenten helpen naar doen!

Michel de Vroege Programmaleider Veilig Samenleven Het CCV

7

8

aanpak hangjongeren in gemeenten

aanpak hangjongeren in gemeenten

9

hoofdstuk 1

achtergrond

1.1

Aard van het probleem

‘Buurt geterroriseerd door hangjongeren’, ‘Jongerengroepen massaal in gevecht’, ‘Hangjongeren steeds moeilijker in toom te houden’. De krantenkoppen liegen er niet om. De term ‘hangjongeren’ deed in de jaren 90 van de vorige eeuw voor het eerst zijn intrede en werd daarmee ook als probleem op de veiligheidsagenda gezet. Toch betekent dit niet dat het om een heel nieuw fenomeen gaat, integendeel. Rondhangende jongeren zijn van alle tijden. Na de Tweede Wereldoorlog, toen jongeren meer geld en vrije tijd tot hun beschikking kregen, verschenen deze groepen steeds vaker in het straatbeeld. In de jaren 60 werden ze bijvoorbeeld ‘nozems’, ‘pleiners’ en ‘dijkers’ genoemd: jongeren die zich minder gemakkelijk de wet lieten voorschrijven en de straat als gemeenschappelijk ontmoetingspunt kozen. Ook toen al, soms tot ergernis van buurtbewoners. ‘Volwassenen’ lijken er moeite mee te hebben dat jongeren schijnbaar doelloos en nutteloos rondhangen. Rondhangende jongeren denken daar zelf heel anders over. Voor hen staat de ontmoeting met leeftijdsgenoten, uit het zicht van hun ouders, voorop. Dat dit vaak samengaat met uitdagend gedrag, kan worden toegeschreven aan hun ontwikkelingsfase. Assertief gedrag, tonen wat je lichamelijk kunt en het imponeren van de andere sekse maken daar onderdeel van uit.

Sommige opvattingen gaan nog een stap verder en stellen dat ‘hangen’ een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van jongeren in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar, zoals het leren aangaan van sociale contacten en vriendschappen. Grensoverschrijdend gedrag zou daar ook bij horen. Want hoe kun je experimenteren en grenzen verkennen zonder over grenzen heen te gaan? 1 Met grote vormen van criminaliteit hebben hangjongeren meestal niets te maken. Misschien dat er soms een enkele jongere uit zo’n groep het criminele pad op dreigt te gaan, maar van een meerderheid is zelden of nooit sprake. Een ander thema dat vaak met rondhangen wordt geassocieerd, is de toename van geweld in de maatschappij: uitgaansgeweld, geweld tussen rivaliserende groepen, gebruik van (vuur)wapens. Met name in het weekeinde, wanneer er vaak sprake is van overmatig gebruik van alcohol en/of andere stimulerende middelen, komt dit soort explosief geweld voor. Maar ook bij deze problematiek zijn hangjongeren zelden betrokken. 2

1 Hangen, dat zouden meer mensen moeten doen, tijdschrift 025, P. de Bil, 2004 2 Rondhangende jongeren, onderdeel van de WODC/OM-publicatie ‘Aanpak criminaliteit’, J.J. Noorda en R.H. Veenbaas, 2006

10

aanpak hangjongeren in gemeenten

Hoe dan ook, met geluidsoverlast, vervuiling en vandalisme maken hangjongeren zich in de buurt bepaald niet populair. Dergelijk gedrag van jongeren veroorzaakt overlast – het geeft buurtbewoners een onveilig gevoel – of zij ervaren het als een inbreuk op het woon- en leefgenot. Hoe overlast van jeugd wordt ervaren, kan sterk per straat, buurt of wijk verschillen. Dat heeft te maken met de vorm en frequentie van het gedrag en de tolerantiegrenzen van de omgeving. Soms stapt een bewoner zelf op de groep af om te vragen om rust. Vaker wordt, uit angst voor de reactie van de jongeren, de politie of gemeente gebeld met het dringende verzoek een einde te maken aan de overlast. Het is langzamerhand niet meer vanzelfsprekend om problemen zelf op te lossen. Wat dat betreft, is er de afgelopen decennia wel een belangrijk verschil opgetreden. In plaats van sterke sociale controle is het nu vaak: ieder voor zich. Het is niet meer de hele gemeenschap – inclusief de ouders van de jongeren – die zich tegenover hen uitspreekt. Buurtbewoners hebben minder contact met elkaar. Een groeiend aantal mensen kent zijn eigen buren niet eens. Een klagende omwonende is voor de jongeren dan ook vaak een anonieme volwassene. Doordat hangjongeren gezien worden als crimineeltjes in plaats van pubers die grenzen aftasten, durven bewoners hen nauwelijks aan te spreken. Jongeren merken dat ook.

De meesten zouden juist graag een gesprek willen aangaan. Veel jongeren hebben namelijk het gevoel dat ze niet serieus worden genomen. Een veel gehoorde opmerking van hun kant is dat er nergens iets voor ze te doen is en dat ze overal worden weggestuurd. Binnen de kortste keren beginnen de omwonenden weer ‘moeilijk te doen’. Soms is dat terecht, geven de jongeren toe. Maar de groepen blijken vaak niet in staat om de overlast te voorkomen zonder hulp van professionals.

1.2

Typen jeugdgroepen

De diversiteit van groepen in het straatbeeld is groot. In 2004 heeft de politie de zogenaamde shortlistmethode geïntroduceerd 3 . Hierbij worden de groepen onderverdeeld op basis van de mate van maatschappelijk onacceptabel gedrag: 1 Aanvaardbare jeugdgroep Het gaat hierbij om jongeren die zich in groepen begeven, maar zich gedragen binnen de normen die de sociale omgeving stelt. Zij veroorzaken weinig hinder of overlast, maar kunnen wel bijdragen aan een verminderd veiligheidsgevoel bij omwonenden. 2 Hinderlijke jeugdgroep Deze groep hangt rond in de buurt, is af en toe luidruchtig en trekt zich niet zoveel aan van de omgeving. Soms loopt het uit de hand, maar de overlast is snel in de kiem te smoren en vaker toeval dan gepland. Incidenteel maken deze jongeren zich schuldig aan vernielingen. Over het algemeen is het een groep die nog voldoende ‘autoriteitsgevoelig’ is en aangesproken kan worden op zijn gedrag.

3 Jeugdgroepen in beeld: Stappenplan en randvoorwaarden. voor de shortlistmethodiek, H. Ferwerda en A. Kloosterman, 2004

aanpak hangjongeren in gemeenten

11

3 Overlastgevende jeugdgroep Deze groep is meer nadrukkelijk aanwezig. De jongeren treden af en toe provocerend op, vallen omstanders wel eens lastig (uitschelden of intimideren), brengen regelmatig vernielingen aan en trekken zich veel minder aan van andere mensen. Deze ‘lichtere’ vormen van criminaliteit waar ze zich aan schuldig maken, worden doelbewust gepleegd. Ze zijn minder goed te corrigeren. Ze doen er ook meer aan om te zorgen dat ze hiervoor niet gepakt worden. De jongeren vertonen vaak (beginnende) problemen, bijvoorbeeld met overmatig alcohol- of drugsgebruik. In de eerste twee groepen komen deze zaken wel eens voor, maar in veel mindere mate. Een deel van de overlastgevende groep heeft bovendien te maken met problemen thuis en/of op school, en soms is er zelfs invloed vanuit het criminele circuit. 4 Criminele jeugdgroep Deze groep bestaat (in ieder geval gedeeltelijk) uit jongeren die op het criminele pad zijn geraakt. Ze zijn al vaker met de politie in aanraking gekomen. Kenmerkend voor dergelijke groepen is dat ze criminaliteit plegen voor het financiële gewin. De feiten zijn ook ernstiger, ze schrikken bijvoorbeeld niet terug voor het gebruik van geweld. Bovenstaande typologie heeft betrekking op de kern van deze groepen. In de praktijk is vaak sprake van een mix van verschillende categorieën van jongeren.

Deze publicatie gaat in op de groepen 1, 2 en 3: de aanvaardbare, hinderlijke en de overlastgevende jeugdgroep. Deze jeugd­ groepen zijn vaak buurtgebonden. De hinder en overlast die zij veroorzaken, lijken op het eerste gezicht misschien niet heel spectaculair. Maar bij elkaar opgeteld, kunnen zij toch tot heel wat irritatie leiden. Een lijst met veel voorkomende klachten 4 : • Geluidsoverlast: brommers, mobieltjes, geschreeuw en harde muziek. • Vervuiling: blikjes, glas en andere rommel worden niet in de prullenbak gedeponeerd en achteraf ook niet opgeruimd. • Vernielingen en graffiti: vernieling van auto’s, speeltoestellen, straatmeubilair en graffiti op openbare gebouwen en muren. • Jongeren die nog tot laat rondhangen op straat: soms tot diep in de nacht zijn ze aanwezig en versperren ze de weg. Omstanders kunnen zich daardoor onveilig of bedreigd voelen en wegblijven. • Het oneigenlijk gebruik van bijvoorbeeld een speelplek van kleine kinderen. • Belemmering van privacy. Jongeren die op een woonerf rondhangen, kijken bewoners soms het eten uit de mond. Of zij maken met hun geluidsoverlast een conversatie of tv-kijken praktisch onmogelijk. • Openbaar alcohol- en drugsgebruik. Sommige volwassenen ergeren zich aan verkeerde voorbeeldwerking. • Agressie en gebrek aan aanspreekbaarheid. De jongeren zijn soms moeilijk op hun gedrag aan te spreken.

Afspraken die bijvoorbeeld met de politie zijn gemaakt, worden niet altijd nagekomen. Mensen die kritiek uiten, kunnen de wind van voren krijgen. Soms gaat dat zelfs gepaard met dreigementen, zoals: ‘We weten waar je auto staat’. 4 Rondhangende jongeren, onderdeel van de WODC/OM-publicatie ‘Aanpak criminaliteit’, J.J. Noorda en R.H. Veenbaas, 2006

12

aanpak hangjongeren in gemeenten

1.3

Omvang

Problematiek rondom hangjongeren komt in bijna elke Nederlandse gemeente voor. Over de precieze omvang van de overlast zijn geen landelijke cijfers beschikbaar. Deze is ook moeilijk meetbaar, omdat het vaak ook een subjectief gevoel van onveiligheid bij de omwonenden betreft. De Veiligheidsmonitor Rijk wijst wel uit dat overlast door groepen jongeren naar verhouding de meest gesignaleerde vorm van ‘overige overlast’ 5 in de woonbuurt is. In 2007 geeft tien procent van de inwoners aan dat dit in hun buurt vaak voorkwam. Iets minder dan één op de zes inwoners (16 procent) geeft aan zich wel eens onveilig te voelen op plekken waar jongeren rondhangen. Uit het behoefteonderzoek Veilige Gemeenten 6 blijkt dat gemeenten het meest te kampen hebben met de volgende veiligheidsthema’s: verloedering en overlast, verminderde leefbaarheid en wijkveiligheid. Hangjongeren kunnen bij al deze thema’s een negatieve rol spelen. Een globale indicatie van het aantal hinderlijke, overlastgevende of criminele groepen is dat in de grote en middelgrote steden op de ongeveer 5.000 inwoners één van deze groepen voorkomt. De verhouding tussen deze drie typen groepen is ongeveer 7 : 2 : 1 7 . Daarbij is er een aantal verschillen tussen het platteland en de grote steden op te merken. Het platteland

Op het platteland en in kleinere steden zijn vooral hinderlijke jeugdgroepen en in mindere mate overlastgevende jeugdgroepen aanwezig. In de overlastgevende groepen speelt overmatig alcoholgebruik en/of drugsgebruik regelmatig een rol. Vooral in kleinere steden met veel sociale controle maakt dit soms een vast onderdeel uit van de jongerencultuur. Dit kan diverse ongewenste gevolgen met zich meebrengen, zoals verslaving, handel, overlast en criminaliteit. Voorbeelden daarvan zijn bekend uit vissersplaatsen rond het IJsselmeer, zoals Volendam en Urk en een aantal plaatsen in de ‘Bible Belt’ (een gebied dat loopt van Zeeland, via Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland naar Overijssel en hoofdzakelijk bewoond wordt door gereformeerde of hervormde gezinnen). Een typerend verschijnsel voor het platteland vormt groepsvorming rond caravans en keten. Jongeren komen daar in hun vrije tijd samen. In deze ‘hokken’ wordt door de jongeren over het algemeen veel gedronken. Wat deze locaties betreft, hanteren gemeenten vaak een gedoogbeleid. Alleen wanneer er sprake is van excessen en overlast in de openbare ruimte, leidt dit tot opheffing van de voorziening. Meer informatie over hokken- en ketenbeleid is beschikbaar via: www.hetccv.nl

5 Overige overlast: dronken mensen op straat, mensen worden op straat lastiggevallen, tasjesroof, drugsoverlast, overlast door omwonenden en overlast door groepen jongeren. Veiligheidsmonitor Rijk, 2007 6 Naar een Veiliger Gemeente. Stand van zaken Lokaal Integraal Veiligheidsbeleid en de behoefte aan ondersteuning bij gemeenten, L. Nikkels, D.de Graaff R. Schildmeijer, TNS NIPO Consult, 2005 7 Jeugdgroepen in district 5 (Amsterdam-West), P.A. Slort en H.W. Ligteringen, Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, 2005

aanpak hangjongeren in gemeenten

13

De grote stad

In grootstedelijke buurten met achterstandsproblematiek komen vaak alle typen jeugdgroepen voor. Soms hebben de spanningen een etnische component. Oudere autochtone buurtbewoners voelen zich niet meer thuis in hun buurt. 8 Ze hebben weinig begrip voor het groepsgedrag van allochtone jongeren die veel meer op straat rondhangen dan autochtone leeftijdsgenoten en minder aan het verenigingsleven deelnemen. Overmatig drank- en drugsgebruik is in stedelijke buurten met veel allochtone jongeren minder vaak aan de orde. Deze jongeren ‘gebruiken’ over het algemeen minder dan hun autochtone leeftijdsgenoten. Daarbij moeten wel twee kanttekeningen worden geplaatst. Het gebruik van softdrugs, dat in groepsverband ook voor de nodige overlast kan zorgen, vormt hierop een uitzondering. Daarnaast lijken allochtone jongeren op het gebied van drankgebruik de laatste jaren een ‘inhaalslag’ te maken.

1.4

Hangplekken

Hangplekken zijn er in alle soorten en maten. De volgende inschaling 9 kan behulpzaam zijn bij het vormen van gemeentelijk(- beleid) en lokaal veiligheidsbeleid. Hoe meer sterren, hoe meer maatregelen van politie en gemeente vereist zijn. Eén ster: ‘natuurlijke’ ontmoetingsplekken

Jongeren ontmoeten elkaar op een plek en op een wijze die ze zelf gekozen hebben. Dit zijn ‘gewone’ hangplekken, die overal in de gemeente te vinden zijn. Gedacht kan worden aan trapveldjes en andere ‘natuurlijke’ ontmoetingsplekken. De plek is in principe geschikt. Kleine irritaties of onvolkomenheden kunnen worden opgelost door middel van enkele basisafspraken met jongerenwerkers of de politie, bijvoorbeeld over het tijdstip waarop het rustig moet zijn. De gemeente hoeft deze plekken niet speciaal als hangplek te kwalificeren, maar houdt ze wel in beeld. Twee sterren: officiële hangplekken

Onder officiële hangplekken worden herkenbare, beheersbare plekken met aanzienlijke concentraties jongeren (vanaf ongeveer tien tot vijftien) verstaan. De jongeren veroorzaken hier zo nu en dan overlast. De hangplekken zijn bekend bij buurtbewoners en instanties. Soms zijn er wat extra voorzieningen nodig, zoals een bankje, verlichting en eventueel een overkapping. Drie sterren: ernstige overlast

Jongeren komen samen op een plek die hiervoor eigenlijk niet geschikt is. De jongeren vervelen zich en hebben het gevoel dat ze overal worden weggestuurd of weggekeken. Van ernstige overlast is sprake wanneer hangjongeren op een plek niet meer worden geduld. Op dergelijke locaties onderneemt de gemeente niets, maar worden jongeren direct door de politie weggestuurd.

8 Met lood in de schoenen, angstgevoelens in de woonomgeving, secondant#3/4, K. Wittebrood en J. Oppelaar, 2007 9 Rondhangende jongeren, onderdeel van de WODC/OM-publicatie ‘Aanpak criminaliteit’, J.J. Noorda en R.H. Veenbaas, 2006

14

aanpak hangjongeren in gemeenten

Indien de politie overlastgevende jongeren wegstuurt, is het is wel van groot belang dat er een alternatieve plaats is waar die groepen naar toe kunnen of zelfs opgevangen kunnen worden. Het is belangrijk samen met jongeren naar een oplossing te zoeken. Als de jongeren meedenken over oplossingen voor de problemen die zij veroorzaken, heeft dit een grotere uitwerking dan wanneer de oplossingen door anderen worden opgelegd. Die oplossing kan bestaan uit een nieuwe ontmoetingsplek. Wel moeten er in die (nieuwe) voorzieningen duidelijke huisregels gelden, zodat het voor de jongeren duidelijk is wat wel en wat niet mag. Ook het aanbieden van andere activiteiten (zoals sport of ontmoetingbijeenkomsten voor buurtbewoners) behoort tot de mogelijkheden. Op basis van wederzijds contact en gezamenlijke activiteiten, blijven jongeren en buurtbewoners bij incidenten voor elkaar aanspreekbaar. Jongerenwerkers en de wijkagent zijn onmisbaar in de begeleiding.

aanpak hangjongeren in gemeenten

15

16

aanpak hangjongeren in gemeenten

aanpak hangjongeren in gemeenten

17

hoofdstuk 2

projectaanpak Hangjongeren

2.1

Regierol gemeente

De aanpak van hangjongeren is een traject dat een gemeente alleen succesvol kan oppakken als alle betrokken partijen zich gezamenlijk inzetten. Een effectieve aanpak vraagt van de gemeente een helder en gecoördineerd beleid, waarbij iedere partij zijn verantwoordelijkheid neemt. Wanneer maatregelen goed op elkaar zijn afgestemd, versterken de onderdelen van de aanpak elkaar. De regievoering is bij de gemeente in vertrouwde handen. De aanpak van overlast door hangjongeren hoort tenslotte thuis in het lokale veiligheidsbeleid van de gemeente. De regierol omvat vijf taken: 1. Inzicht krijgen in de problemen en knelpunten op het gebied van hangjongeren. 2. Maatregelen formuleren die in samenwerking met betrokken partijen worden uitgevoerd. 3. Prioriteiten aanbrengen binnen de aan te pakken probleemgebieden en de maatregelen. 4. De samenwerking tussen de betrokken partijen (inclusief de gemeente zelf) in goede banen leiden. 5. Een goede verdeling van de inzet van de betrokken partijen (bij de te nemen maatregelen) waarborgen.

2.2 Fasering projectaanpak Hangjongeren

SCHEMATISCHE WEERGAVE PROJECT AANPAK HANGJONGEREN

Samenwerking (§ 2.2.1) Projectorganisatie (§ 2.2.2) Probleeminventarisatie (§ 2.2.3) Plan van aanpak (§ 2.2.4) Uitvoering maatregelen (§ 2.2.5) Evaluatie (§ 2.2.6) Borging activiteiten (§ 2.2.7)

18

2.2.1

aanpak hangjongeren in gemeenten

Samenwerking

Een gedegen aanpak van hangjongeren vereist de inzet van verschillende partijen. Het is daarbij aan de gemeente om de samenwerking te organiseren. Een gemeente kan gebruikmaken van de bestaande netwerken of juist nieuwe verbanden tot stand brengen. Bij het opstellen van een projectaanpak Hangjongeren zijn, naast de gemeente, diverse partijen betrokken (zie § 2.2.2 en hoofdstuk 3). Deze partijen kunnen voorafgaand aan het project een samenwerkingsovereenkomst opstellen. Het doel van de overeenkomst is te komen tot commitment op bestuurlijk niveau bij de verschillende betrokken partijen en dit ook vast te leggen. In de overeenkomst verklaren de deelnemende partijen wat hun overwegingen zijn (zowel individueel als collectief) om samen te werken en dat ze hiervoor de benodigde tijd en middelen ter beschikking stellen. De samenwerkingsovereenkomst kan kort en bondig zijn. In ieder geval moeten de volgende onderdelen in de verklaring staan: • De partijen en hun vertegenwoordigers. • Overweging: aangeven wat het doel voor de samenwerking is, waar de partijen aan willen werken. • Intentie: aangeven dat de partijen bereid zijn te werken aan deze doelen. • Ondertekening door alle partijen en datum. Voorbeelden van samenwerkingsovereenkomsten zijn beschikbaar via: www.hetccv.nl Vervolgens moet een samenwerkingsstructuur worden vastgesteld.

Hierin wordt de wijze van samenwerken geconcretiseerd in relevante afspraken. Voor het opstellen van de samen­ werkingsstructuur is het belangrijk dat de overlegpartners (lees: vertegenwoordigers van de partijen) van hun achterban mandaat tot handelen hebben. Anders dreigt er een overleg­structuur te ontstaan die vleugellam is. Dit geldt in het bijzonder ook voor de vertegenwoordigers van de gemeente. Een vertegenwoordiger met bevoegdheden en mogelijkheden om direct toegang te krijgen tot diverse sectoren, is waarschijnlijk het meest effectief. De vertegenwoordigers die de samenwerkingsovereenkomst tekenen, zijn dikwijls ook degenen die de samenwerkingsstructuur opstellen en vastleggen. 2.2.2

Projectorganisatie

Nadat de samenwerkingsovereenkomst is ondertekend en de samenwerkingsstructuur is vastgelegd, kan een projectgroep worden gevormd. Projectleider

De projectorganisatie is essentieel voor de voortgang van het proces. Als eerste moet een projectleider worden aangesteld. De projectleider vormt een belangrijke spil in het project. Hij is de ambassadeur van het project en het centrale coördinatie- en aanspreekpunt. Het is raadzaam om de projectleider onder te brengen bij een gemeentelijke organisatie (bijvoorbeeld de veiligheidscoördinator). Deze neutrale organisatie heeft bij de uitvoering van het project een regiefunctie. Door voor deze functie een aantal uren vrij te maken, krijgt het project een goedlopende ‘motor’.

aanpak hangjongeren in gemeenten

19

Voorbeelden van taken van een projectleider:

• Zorgdragen voor de afstemming en bewaking van de uit te voeren activiteiten. • Rapporteren, overleggen en zorgdragen voor afstemming met alle betrokkenen. • Implementeren van het project. • PR en voorlichting. • Verantwoordelijkheid voor het projectbudget. • Optreden als contactpersoon. Het is raadzaam om, naast de projectleider, een projectsecretaris aan te wijzen. De project­ secretaris ondersteunt de projectleider bij zijn taken. Dit bevordert de voortgang en snelheid van het project. Voorbeelden van taken van een projectsecretaris:

• Geeft secretariële ondersteuning aan de projectcoördinator. • Bewaakt de planning. • Geeft ondersteuning bij de verwerking en de rapportage van onderzoeksresultaten. • Houdt contact met de leden van de projectgroep. • Houdt contact met andere initiatieven in het land. Projectgroep

De projectgroep is de paraplu waaronder alle betrokken organisaties bijeenkomen. Het is van belang om een goede balans te vinden tussen de kwantiteit en de kwaliteit van de projectgroep. Zorg dat alle betrokken partijen in de projectgroep vertegenwoordigd zijn, maar waak ervoor dat er niet teveel deelnemers zijn. Zo blijft er een werkbare situatie bestaan. De projectleider fungeert als voorzitter van de projectgroep. Een gemeenschappelijke aanpak kan motiveren. Een partij haakt namelijk niet snel als enige af. Dat zou de schijn kunnen wekken dat deze geen, of onvoldoende waarde hecht aan de problematiek rond hangjongeren. Het is voor de projectgroep van belang te weten welke taken de verschillende partijen precies uitvoeren. De doelmatigheid van de inspanningen wordt vergroot, wanneer goed in beeld is wie welk aanbod levert op het gebied van de aanpak van hangjongeren. Dat voorkomt dubbel werk en biedt ruimte voor afstemming en/of samenwerking binnen en tussen de partijen. Misverstanden kunnen voorkomen worden door van tevoren duidelijke afspraken te maken over de te hanteren begrippen. Daarna kan de projectgroep de uitkomsten van de probleeminventarisatie vertalen naar een plan van aanpak. Partijen die in de projectgroep zitting kunnen nemen (zie hoofdstuk 3: Actoren):

• Gemeente • Politie • Openbaar Ministerie • Jongerenwerk • Bureau HALT • Scholen • Gezondheidszorg

20

aanpak hangjongeren in gemeenten

• Woningbouwcorporaties • Ondernemers • Buurtbewoners en ouders Taken projectgroep:

• Plan van aanpak opstellen. • Gezamenlijk opzetten en uitvoeren van de maatregelen uit het plan van aanpak. • Zorgen voor kwaliteitsbewaking en deskundigheidsbevordering. • Levend houden van het onderwerp bij de participerende organisaties, bijvoorbeeld door het verstrekken van voortgangsrapportages. • Evalueren en bijsturen van het project. 2.2.3

Probleeminventarisatie

Voor een effectief plan van aanpak is het noodzakelijk dat de projectgroep inzicht heeft in de problematiek. Deze probleeminventarisatie en de afbakening van het probleem zijn kritieke stappen voor een succesvolle aanpak. Zij vormen het startpunt van de gezamenlijke inspanning. De kwaliteit van de analyse bepaalt het uiteindelijke resultaat. De eerste analyse vormt tevens de nulmeting voor het project. Deze gegevens kunnen vergeleken worden met latere metingen. Hierdoor worden de resultaten van het project meetbaar. Bronnenonderzoek

Dit onderzoek moet inzicht verschaffen in de omvang en ontwikkelingen van de diverse groepen hangjongeren. Daarnaast geeft het een beeld van de overlast en onveiligheidsgevoelens die door omwonenden worden ervaren. Gegevens van de politie en het jongerenwerk kunnen de projectgroep van deze informatie voorzien. Aan de hand van de omvang, de locaties, de overlast en tijdstippen waarop de groepen ‘hangen’ kan bepaald worden welke maatregelen (zie hoofdstuk 4) het beste kunnen worden ingezet. Deze maatregelen worden opgenomen in het plan van aanpak. Naast de bovengenoemde bronnen, zijn er ook andere instanties of organisaties die aanvullende informatie kunnen hebben. Hier valt te denken aan bureau Halt, ondernemers, scholen, etc. Wanneer een gemeente beschikt over cijfers uit de lokale (veiligheids)monitor is het raad­ zaam deze als aanvulling te gebruiken op de gegevens van de politie en het jongerenwerk. De veiligheidsmonitor verschaft namelijk informatie over het slachtofferschap en/of de veiligheidsbeleving van bewoners op een bruikbaar analyseniveau (straat, buurt, gebied). De monitor is een goede aanvulling op de politiecijfers omdat het informatie geeft over de zogenaamde black number: de gegevens waar geen aangifte over wordt gedaan en die dus niet bekend zijn bij de politie. Meer informatie over veiligheidsmonitors is beschikbaar via: www.hetccv.nl

aanpak hangjongeren in gemeenten

21

Veldonderzoek

Om de probleeminventarisatie verder te onderbouwen, is het raadzaam om de hangplekken te bezoeken. Tijdens dit ‘veldonderzoek’ of ‘schouw’ kan ingezoomd worden op de fysieke elementen die van invloed (kunnen) zijn. Vragen die hierbij gesteld kunnen worden, zijn: hoe is de plek ten opzichte van omliggende huizen (of winkelpanden) gesitueerd, is er mogelijkheid tot sociale controle, geeft de plek aanleiding tot vandalisme, etc. 2.2.4

Plan van aanpak

De uitkomst van de probleeminventarisatie is bepalend voor het opstellen van een plan van aanpak. Op basis van deze informatie wordt het mogelijk om doelstellingen, maatregelen (zie hoofdstuk 4) en activiteiten te definiëren. Het concretiseren van de doelen (en daarmee de maatregelen en activiteiten) is noodzakelijk. Dit maakt de doelen meetbaar voor evaluatie. Omschrijf de doelstellingen SMART: • Specifiek: ze moeten aangeven wat er precies wordt gedaan, helder en duidelijk. • Meetbaar: ze moeten een norm aangeven om te kunnen meten of het doel werd gehaald. • Acceptabel: ze moeten door alle betrokken partijen worden gedragen, zodat het engagement er is om energiek en met voldoening aan het project deel te nemen. • Realistisch: ze moeten met acceptabele inspanningen bereikt kunnen worden; leg de lat niet te hoog, maar ook niet te laag. • Tijdsgebonden: ze moeten de termijn vermelden waarop het gewenste resultaat moet worden bereikt.

Voorbeeld van een geconcretiseerde doelstelling: aanpak geluidsoverlast

Voor hangplek X wordt geluidsoverlast als een bron van ergernis ervaren. De omwonenden hebben dit probleem aangekaart en zij willen dat hier nu echt eens wat aan gedaan wordt. De onderstaande doelstelling kan dan gedefinieerd worden: De aanpak moet eraan bijdragen dat het aantal geregistreerde gevallen van geluids­overlast op hangplek X tussen 01-03-2008 en 01-06-2008 met minimaal 15% afneemt. Streef bij het formuleren van de doelstellingen niet een te hoog ambitieniveau na. Het stellen van onrealistische doelen (bijv. 100% i.p.v. 15%) zorgt alleen maar voor teleur­ stelling. Daarnaast is het van belang dat iedere partij zich kan vinden in de doelstellingen.

Nadat de doelstellingen zijn bepaald, is het aan de projectgroep om concrete maatregelen te bepalen. Een plan van aanpak dient zowel preventieve als repressieve maatregelen te bevatten. Alleen door deze beide soorten maatregelen te treffen, kan op langere termijn een positief effect worden bereikt, zo blijkt uit de praktijk. Dit maatregelenmenu vormt de basis van het plan van aanpak.

22

aanpak hangjongeren in gemeenten

De maatregelen kunnen over het algemeen niet allemaal tegelijkertijd worden uitgevoerd. Er moet een keuze worden gemaakt bij het inzetten van maatregelen en middelen. Dit kan bepaald worden door de urgentie van bepaalde knelpunten of de mogelijkheden (middelen) die de projectgroep heeft om de knelpunten op te lossen. Uit het plan van aanpak komt tevens naar voren door wie en op welke wijze er wordt samengewerkt. De laatste stap in het plan van aanpak is het vastleggen van evaluatiemomenten en -criteria. Er moet duidelijk worden omschreven wanneer en op welke wijze wordt geëvalueerd. Dat geldt zowel voor de resultaten die maat­ regelen moeten opleveren (de doelen) als voor de samenwerking binnen de projectgroep zelf.

VOORBEELD INHOUDSOPGAVE PLAN VAN AANPAK HANGJONGEREN

• De motieven voor het project (de samenvattende informatie over de problemen en achtergronden). • Een schets van de huidige situatie (de probleeminventarisatie). • De doelstelling van het project. • De regierol en de samenwerkingsstructuur. • De begin- en einddatum van het project. • De beslismomenten en beslisser (wie is verantwoordelijk en wie is bevoegd). • Het benoemen van concrete maatregelen en doelstellingen. • De condities, randvoorwaarden. • De definities van het eindproduct. • De samenwerkingsstructuur (opbouw samenwerkingsverband). • De evaluatiemomenten en -criteria. • Het implementatietraject. • Een financiële paragraaf.

2.2.5

Uitvoering maatregelen

Na het opstellen van het plan van aanpak kunnen de maatregelen worden uitgevoerd. De uitvoeringsfase is ongetwijfeld de lastigste fase. Het komt dan aan op daadwerkelijk realiseren van de gekozen maatregelen. 2.2.6

Evaluatie

Een evaluatie wordt uitgevoerd om na te gaan of de gekozen maatregelen daadwerkelijk effect hebben. Het achterliggende doel is verbetering: met elkaar vaststellen wat er goed ging en wat er voor verbetering vatbaar is. De uitkomst van de evaluatie is een lijst met verbeterpunten en acties hoe de verbeterpunten worden uitgevoerd. De evaluatie levert zo de bouwstenen voor het wederom uitvoeren van een veiligheidsanalyse, met de intentie om een aangepast plan van aanpak op te stellen. Het is aan te bevelen de resultaten van de aanpak periodiek te meten. In het plan van aanpak is aangegeven op welk moment er geëvalueerd wordt. Deze periodieke metingen kunnen met behulp van een effectevaluatie gedaan worden. Maak hierbij gebruik van dezelfde bronnen als bij de nulmeting.

aanpak hangjongeren in gemeenten

23

Bespreek de evaluatie ook met de doelgroep of andere betrokkenen, zodat feedback mogelijk is. Wanneer het project is afgelopen, betekent dit niet dat er niet meer geëvalueerd moet worden. Het structureel opnemen van de aanpak betekent ook dat het verzamelen van gegevens over de effecten van de aanpak een continu proces blijft (zie ook § 2.2.7). De handleiding Evaluatie preventieprojecten (CCV, 2006) is een handig hulpmiddel bij de evaluatie. De handleiding is te downloaden of gratis te bestellen via de website van het CCV: www.hetccv.nl/webwinkel. 2.2.7

Borging activiteiten

Een project is per definitie eindig. De activiteiten om de overlast van hangjongeren tegen te gaan, moeten uiteindelijk worden ingebed in de vaste werkzaamheden van de betrokken partners. Zowel voor de lange als voor de korte termijn. Zo krijgt de aanpak een structureel karakter. Voor een goede borging van de activiteiten is het van groot belang om al in een vroeg stadium na te gaan hoe de aanpak, na afloop van het project, kan worden voortgezet. Eén manier om de maatregelen minder vrijblijvend te maken, is door ze op te nemen in het Integraal Veiligheidsplan van de gemeente. In het veiligheidsplan wordt, zo mogelijk, een combinatie aangegeven van een preventieve, repressieve en een situationele aanpak. Afzonderlijke buurtplannen en convenanten kunnen nader op de maatregelen ingaan. Voorbeelden van maatregelen, plannen van aanpak, integrale veiligheidsplannen, buurtplannen en samenwerkingsovereenkomsten zijn beschikbaar op www.hetccv.nl/hangjongeren

Lokale Veiligheidsplanner

Om het traject van probleeminventarisatie tot en met de evaluatie te structureren, kan gebruik gemaakt worden van de Lokale Veiligheidsplanner. Dit CCV-instrument maakt het mogelijk dat verschillende partijen gezamenlijk én gelijktijdig werken aan het ontwikkelen van een lokale aanpak. Hierbij heeft iedere partij een volwaardige inbreng. De aanpak kan zich richten op tal van veiligheidsvraagstukken, met name op overlastsituaties in de openbare ruimte. Dat maakt deze methode uitermate geschikt om hangplekproblematiek integraal aan te pakken. De voordelen van de Lokale Veiligheidsplanner zijn: • Alle noodzakelijke projectstappen worden één voor één doorlopen. • Deelnemers spelen een actieve rol en zijn zelf verantwoordelijk voor de inbreng. • Deelnemers doen naast fysiek overleg ook online mee. • De overleggen hebben een duidelijke gestructureerde agenda en uitkomst. • Afspraken worden vastgelegd, en de resultaten worden zorgvuldig gemonitord. • Op ieder moment is voor alle deelnemers online te zien hoever het project gevorderd is. Meer informatie over de Lokale Veiligheidsplanner is beschikbaar via: www.hetccv.nl

24

aanpak hangjongeren in gemeenten

aanpak hangjongeren in gemeenten

25

hoofdstuk 3

actoren

Wanneer rondhangende jongeren en buurtbewoners er samen niet uitkomen, is tussenkomst van derden gewenst. In situaties die ernstig uit de hand zijn gelopen, kan het nodig zijn instanties in te schakelen die (direct) paal en perk kunnen stellen aan de overlast. Het verdient echter de voorkeur om in een eerder stadium mensen te betrekken die oog hebben voor beide kanten van het verhaal. Zo kan er naar een oplossing gezocht worden die iedereen tevredenstelt. Vroeger werd dan nogal eens een beroep gedaan op een, door beide partijen gerespecteerde, buurtbewoner. Maar zulke informele tussenpersonen zijn de laatste jaren steeds meer uit het straatbeeld verdwenen. Steeds vaker wordt deze rol vervuld door beroepskrachten. Dat neemt niet weg dat niet-professionals nog steeds een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van buurtbemiddeling (zie hoofdstuk 4: Maatregelen).

3.1

Ouders

Het oplossen van de problemen rond hangjongeren is niet alleen een taak van de gemeente, politie en jongerenwerk, maar ook een van de ouders. Bij hun opvoedkundige taak hoort het aan hun kinderen duidelijk maken wat wel en niet op straat wordt getolereerd. Opvoeding is echter een normatieve aangelegenheid. Ouders verschillende in de manier waarop zij hun kinderen willen (en kunnen) grootbrengen. Niet iedere ouder weet wat zijn kind op straat doet. Vaak wordt het probleem bij de ouders pas duidelijk als zij er van anderen over horen (professionals of buurtbewoners) en de vraag krijgen voorgelegd wat zij hier, als opvoeders, aan gaan doen. Als zij worden geconfronteerd met de overlast die hun kinderen bezorgen, reageren zij vaak geschokt of ontkennend. Het is daarom belangrijk om ouders bewust te maken van de problemen die hun kinderen veroorzaken. Ook moeten zij gestimuleerd worden om op de hoogte te blijven van het doen en laten van hun kinderen.

3.2

Buurtbewoners en ondernemers

Buurtbewoners (waaronder ook ouders) kunnen een rol als tussenpersoon vervullen. Indien ondernemers (winkeliers e.d.) overlast ondervinden, kunnen ook zij betrokken worden. Hoewel omwonenden in eerste instantie meestal uit ergernis optreden, zijn zij uiteindelijk als geen ander gebaat bij een oplossing waar iedereen vrede mee heeft. Bijvoorbeeld door een nieuwe ontmoetingsplek te realiseren. Zo kan irritatie worden omgebogen naar een positieve impuls.

26

aanpak hangjongeren in gemeenten

Of het in de praktijk altijd zo eenvoudig werkt, is echter de vraag. Bij hoogopgelopen spanningen tussen jongeren en buurtbewoners/ondernemers is een bredere aanpak nodig. Een ondernemers- of buurtvereniging kan de betrokkenheid van buurtbewoners en andere volwassenen meer structuur geven. Zo’n platform of vereniging kan ook als aanspreekpunt dienen voor professionele ondersteuners, zoals opbouw- of buurtwerkers. Er zijn ook initiatieven bekend van buurtbewoners die gezamenlijk de sociale controle in hun buurt wilden terugbrengen. Surveillerende buurtbewoners zijn daar een bekend voorbeeld van. Ondernemers kunnen de jongeren helpen bij het tegengaan van verveling, door mogelijkheden te scheppen op het gebied van een (bij)baan of stage.

3.3

Scholen

Scholen hebben een belangrijke taak om jongeren kennis en vaardigheden bij te brengen om verantwoordelijk te leren zijn voor henzelf en hun omgeving. Op school komen jongeren met al hun verschillende thuisculturen samen. Alleen dat al kan voor leerkrachten een reden zijn om aandacht te besteden aan het respectvol omgaan met diversiteit en verschillen in waarden en normen. Daarnaast hebben scholen verschillende mogelijkheden om leerlingen en ouders invloed uit te laten oefenen op hun omgeving. Leerling- en ouderparticipatie laten zien dat democratisch gedrag lonend is. Een jongerenraad op school, die daadwerkelijk invloed heeft op de gang van zaken rondom de school, is daar een goed voorbeeld van. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat zo’n raad vaak leerlingen aantrekt die toch al weinig overlast bezorgen. Het is raadzaam om ook jongeren die meer grensoverschrijdend gedrag vertonen erbij te betrekken. Als de jongeren meedenken over oplossingen voor de problemen die zij veroorzaken, heeft dit een grotere uitwerking dan wanneer de oplossingen door anderen worden opgelegd.

3.4

Jongerenwerk

Jongerenwerkers zijn bij uitstek geschikt om een vertrouwensrelatie met jongeren op te bouwen. Dat betekent overigens niet dat zij het altijd met de jongeren eens moeten zijn. Door zich in te zetten voor verschillende belangen, bijvoorbeeld die van jongeren, buurtbewoners, ondernemers en de gemeente, bereiken jongerenwerkers veel meer. Hoe breder het draagvlak, hoe beter. Want hoe meer partijen zich sterk willen maken voor het gemeenschappelijk doel, hoe meer er bereikt wordt. Naast de bemiddeling tussen hangjongeren en omstanders, vervullen jongerenwerkers nog andere taken. Zij kunnen de jongeren op hun gedrag aanspreken en advies geven over hang­ plekken. Daarnaast kunnen zij jongeren ondersteuning bieden, bijvoorbeeld bij het zoeken naar een stageplek of werk en bij problemen in het gezin. Ook kunnen ze jongeren die verslaafd zijn of in aanraking komen met de politie, hulp bieden.

aanpak hangjongeren in gemeenten

3.5

27

Gemeente

Ook de lokale overheid is een belangrijke partij die als tussenpersoon kan fungeren. Het is tenslotte de taak van de gemeente om zowel het welzijn van volwassenen, als het belang van jongeren in het vizier te houden. Als het bijvoorbeeld gaat om de realisatie van een nieuwe ontmoetingsplek, is tussenkomst van de gemeente eenvoudigweg onvermijdelijk. De gemeente is betrokken bij de noodzakelijke procedures (wijzigingen in het bestemmingsplan, inspraak van bewoners, realiseren van fysieke maatregelen etc.). De realisatie van een nieuwe ontmoetingsplek neemt de nodige tijd in beslag. Het is daarom van belang om aan alle betrokken partijen te laten zien dat de gemeente er geen gras over laat groeien. Het is goed om ook op korte termijn actie te ondernemen, bijvoorbeeld door in samenwerking met het jongerenwerk activiteiten te organiseren. Dat zorgt er tevens voor dat de motivatie van jongeren niet verslapt. Om de vaart erin te houden, verdient het de aanbeveling om één wethouder en één of meer ambtenaren verantwoordelijk te maken voor de hangjongerenproblematiek. Voor alle partijen, inclusief de jongeren, moet er bij de gemeente een vast contactpersoon zijn. Deze contactpersoon vervult meteen de functie van ‘aanjager’.

3.6

Politie

Door telefoontjes over geluidsoverlast en/of vandalisme wordt de politie vaak als eerste op hangjongerenproblematiek geattendeerd. Toch zijn de mogelijkheden om op te treden voor de politie beperkt. Meestal is de rust wedergekeerd zodra agenten ter plekke komen. Het is vervolgens moeilijk te beoordelen in hoeverre er werkelijk sprake is van overlast en in hoeverre de klachten door de buurtbewoner overdreven zijn. De rondhangende jongeren wegsturen, biedt ook geen uitkomst. Even later zijn de jongeren er weer of het probleem verplaatst zich alleen maar. Daardoor ontstaat bij buurtbewoners soms het beeld dat de politie niets doet met meldingen van overlast. Terugkoppeling kan dat voorkomen. Door de melder later nog eens terug te bellen om te vertellen wat er is gedaan met de melding, voelt deze zich in ieder geval serieus genomen. Verder kan de politie investeren in het opbouwen een goede relatie met de jongeren. In sommige plaatsen zijn hiervoor speciale jeugdagenten aangesteld. Een jeugdagent is een ‘gewone’ agent die een speciale opleiding heeft gevolgd. De jeugdagent onderhoudt contacten met scholen, ambtenaren, sportclubs, maatschappelijk werkers, jongerenwerkers, wijkraden en andere verenigingen in de buurt. Zo’n netwerk biedt de mogelijkheid om jongeren vanuit verschillende invalshoeken te helpen.

Hebben buurtbewoners last van rondhangende jongeren, dan kunnen ze de jeugdagent of wijkagent inschakelen. Deze zal met de buurtbewoners en de jongeren praten. Zo probeert hij de bewoners en jongeren met elkaar in gesprek te brengen. Doordat deze functionaris veel op straat te zien is en veel direct contact heeft met de buurt, vormt hij een vertrouwd aanspreekpunt voor jong en oud. Eén van de belangrijkste taken van de jeugdagent is om de jongeren duidelijk

28

aanpak hangjongeren in gemeenten

te maken wat wel en niet mag. Daarnaast houdt hij zich onder meer bezig met voorlichting en gastlessen op scholen en met samenwerking in het kader van vroegsignalering.

3.7

Halt

Jongeren van 12 tot 18 jaar die door de politie zijn aangehouden voor bijvoorbeeld overlast of vernieling kunnen worden doorverwezen naar een Halt-bureau. Zij kunnen via een Haltprocedure rechtzetten wat zij fout hebben gedaan, zonder dat zij in aanraking komen met justitie. Om herhaling te voorkomen, legt Halt het accent op positieve gedragsbeïnvloeding. Halt confronteert de jongere met zijn gedrag en maakt duidelijk dat strafbaar gedrag niet acceptabel is. Vervolgens biedt Halt de jongere een alternatief aan. Deze leer-/werkstraf heeft een duidelijke relatie met het delict en de gevolgen daarvan. Onderdeel van de aanpak zijn excuses aanbieden en schadebemiddeling. Voor ouders van kinderen tot 12 jaar die zich schuldig hebben gemaakt aan een licht strafbaar feit, heeft Halt ook een aanbod: de Stop-reactie. De Stop-reactie helpt ouders om op een heldere en zinvolle manier te reageren op wat er is gebeurd. Het kind leert wat het verkeerd heeft gedaan, hoe het andere keuzes kan maken en krijgt de kans zijn fout te herstellen. Zowel bij de Stop-reactie als bij de Halt-afdoening betrekt Halt de ouders/verzorgers en spreekt hen actief aan op hun rol als opvoeder.

3.8

Openbaar Ministerie

Hangjongeren en vandalisme vormen een terugkerend gespreksonderwerp in het driehoeks­ overleg tussen de burgemeester, politie en Openbaar Ministerie (OM). Strikte handhaving is alleen mogelijk met de stok van het OM achter de deur. In steeds meer gemeenten in Nederland is het OM daarom betrokken bij lokale samenwerkingsinitiatieven rond de aanpak van deze vormen van overlast en jeugdcriminaliteit. Hierbij ligt de nadruk op een snellere en consequentere afhandeling van zaken. Voor elke jongere die een strafbaar feit pleegt, wordt een passend traject opgesteld. Dat kan variëren van een geldboete tot een taakstraf, een zorgtraject of detentie.

3.9

Woningcorporaties

Een woningcorporatie kan een belangrijke speler zijn in de aanpak van hangplekproblematiek. Daar waar het overlast betreft om en nabij huurwoningen heeft een woningcorporatie een verantwoordelijkheid. Om de woon- en leefomgeving van de huurders te verbeteren, zijn zowel fysieke als meer sociale maatregelen mogelijk. Een fysieke maatregel is bijvoorbeeld het beter afsluiten van portieken. In het hoofdstuk Maatregelen staat beschreven op welke wijze bovenstaande actoren een rol kunnen spelen bij de aanpak van hangjongeren.

aanpak hangjongeren in gemeenten

29

Uit de praktijk blijkt dat een succesvolle aanpak start met het erkennen van het recht van jongeren op het gebruik van de ruimte. Daarbij is het belangrijk om, binnen de grenzen van het mogelijke en het fatsoenlijke, hun wensen serieus te nemen. Het is goed mogelijk succes met beperkte menskracht te behalen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van partijen die al in de buurt actief zijn of die al bij de jongeren betrokken zijn. Daarvoor is nodig dat bestaande krachten gemobiliseerd en beter georganiseerd worden. Zoals eerder gezegd zal één organisatie of instelling die regierol op zich moeten nemen om de activiteiten te stroomlijnen. Ook een gerichte registratie (naam, achtergrond, informatie over type probleemgedrag) levert een bijdrage aan het al dan niet slagen van een project. Het maakt de aard en omvang van het probleem inzichtelijk, zodat er een aanpak op maat aan kan worden gekoppeld. We onderscheiden in deze publicatie een aantal oplossingsrichtingen, elk bestaande uit een aantal maatregelen. Het is een keuzemenu waaruit verschillende gerechten kunnen worden gekozen: • Bewustwording • Inrichting hangplekken • Toezicht • Preventie • Repressie De beschreven maatregelen zijn niet per definitie 1-op-1 kopieerbaar. Afhankelijk van de betrokken organisaties, het probleem en het karakter van de gemeente of wijk zal een vertaling moeten plaatsvinden.

30

aanpak hangjongeren in gemeenten

aanpak hangjongeren in gemeenten

31

hoofdstuk 4

Maatregelen

4.1

Bewustwording

Het is van belang dat alle betrokkenen bewust worden gemaakt van de problematiek en de maatregelen die worden genomen. Stap één is het duidelijk benoemen van de overlastgevende hangplek tot overlastplek. Als de jongeren niet weten dat ze overlast veroorzaken, passen ze hun gedrag niet aan. Ouders kunnen hun kinderen alleen aanspreken als ze weten voor welke overlast de jongeren verantwoordelijk zijn. Voor omwonenden maakt het een verschil als ze weten wie de jongeren zijn. Als er een band ontstaat, kan gezamenlijk naar oplossingen worden gezocht. In een groot aantal plaatsen in Nederland zijn vrijwilligers actief in het bedenken en realiseren van creatieve manieren om de dialoog tussen jong en oud op gang te brengen. Ouder weet project

Dit is een project om ouders van hangjongeren die overlast veroorzaken, structureel te informeren over het gedrag van hun kinderen. Ouders zijn immers de eerst verantwoordelijken voor het gedrag van hun kinderen. De overlast op hangplekken wordt door de politie nauwkeurig bijgehouden. Ouders van overlast veroorzakende hangjongeren ontvangen bij een eerste en tweede melding van overlast een brief. Na een derde melding brengt de wijkagent in opdracht van de jeugdrechercheur een huisbezoek aan de ouders. De wijkagent maakt een inschatting van de thuissituatie en kan naar aanleiding hiervan de jongere inbrengen in het jeugdoverleg met de plaatselijke zorgorganisatie. Als er al enige tijd sprake is van een overlastplek, worden omwonenden uitgenodigd voor een buurtbijeenkomst. De politie geeft op deze bijeenkomst aan wat gedaan is en welke afspraken er eventueel zijn gemaakt. Tegelijkertijd kunnen omwonenden hun zegje doen en kan een actuele inventarisatie worden gemaakt van de overlast. Lokale voorbeelden: De Bilt Uitvoering: Politie Kijk voor meer informatie op: www.hetccv.nl/hangjongeren

32

aanpak hangjongeren in gemeenten

Interactief theater

Professionele acteurs maken, naar aanleiding van verhalen van bewoners, een voorstelling. Hierin komen verschillende standpunten over overlast van jongeren, leefbaarheid en veiligheid aan bod. De acteurs houden hangjongeren, buurtbewoners en andere betrokkenen een spiegel voor. Het doel is om alle bewoners tot elkaar te brengen en een dialoog te laten ontstaan. Na de voorstelling wordt de bewoners gevraagd om de scènes om te vormen tot een ideaalbeeld. De stappen die nodig zijn om tot dit ideaalbeeld te komen, kunnen worden voorgelegd aan bestuur en gemeenteraad. De bewoners maken bijvoorbeeld samen een plan voor de inrichting van een hangplek, voor voorzieningen voor ouderen en jongeren en voor omgangsregels in de wijk. Lokale voorbeelden: o.a. Wijchen, Vlaardingen Uitvoering: Jongerenwerk Kijk voor meer informatie op: www.hetccv.nl/hangjongeren Film

In sommige steden hebben jongeren (bijvoorbeeld op initiatief van het jongerenwerk) zichzelf gepresenteerd in een film. In de film laten zij zien wie zij zijn en wat hen bezighoudt. De film wordt vervolgens samen met de buurtbewoners en andere betrokkenen bekeken waarna, op een ongedwongen wijze, een discussie over overlast kan worden gevoerd. Buurtbewoners krijgen door de film een beter en persoonlijker beeld van de jongeren. Dat kan bij sommige bewoners de angst wegnemen om de jongeren op een ander moment ook eens aan te spreken. Lokale voorbeelden: o.a. Laren, Leiden, Vught en Arnhem Uitvoering: Buurtwerk, gemeente Kijk voor meer informatie op: www.hetccv.nl/hangjongeren Gedragscodes

Gedragscodes vormen een goed instrument bij de aanpak van overlastgevende hangjongeren. Gedragscodes zijn afspraken over het gedrag in een bepaalde sociale situatie. Deze afspraken worden mét of door de doelgroep opgesteld. Een gedragscode is hierdoor vooral een praktische maatregel waarbij mensen met elkaar afspraken maken over gewenst en ongewenst gedrag. Daarnaast wordt ook vastgelegd hoe om te gaan met iemand die zich niet aan deze afspraken houdt. Een gedragscode schept voor iedereen duidelijkheid. Bovendien biedt het de politie een handvat voor een lik-op-stuk-beleid. Een hangjongere die zich niet aan de gedragscode houdt, krijgt zonder pardon een boete of een andere straf (mits daar een wettelijke grondslag voor is). De gedragscode kan, bijvoorbeeld in de vorm van een flyer, overal in de wijk verspreid worden.

aanpak hangjongeren in gemeenten

33

Lokale voorbeelden: Verschillende gemeenten Uitvoering: Gemeente, politie en de doelgroep zelf Meer informatie over gedragscodes en een handreiking om gedragscodes op te stellen, zijn beschikbaar via: www.hetccv.nl Workshop ‘Omgaan met hangjongeren’

De workshop ‘omgaan met hangjongeren’ is een initiatief van de Utrechtse welzijnorganisatie Doenja. Deelnemers krijgen tips over de omgang met jongeren die in de buurt rondhangen. De welzijnsorganisatie verwacht dat betere communicatie tussen hangjongeren en buurt­ bewoners veel problemen kan voorkomen. Nu zijn veel bewoners bang om de jongeren op hun gedrag aan te spreken. Tijdens de workshop krijgen zij tips hoe zij overlastgevende jongeren het beste kunnen benaderen. Een voorbeeld hiervan is om altijd in de ik-vorm te spreken. Dus: ‘Ik voel me heel onzeker als ik jullie in het portiek moet passeren’ is beter dan ‘Willen jullie hier weggaan?’. Lokale voorbeelden: Utrecht Uitvoering: Welzijnswerk Meer informatie is beschikbaar via: www.doenjadienstverlening.nl Halt-lesmethodiek ‘Je kan het zelf bedenken’

Met de lesmethodiek ‘Je kan het zelf bedenken’ richt Halt zich op jongeren uit groep 7 en 8 van de basisschool en de klassen 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. ‘Je kan het zelf bedenken’ benadert thema’s rond jeugdcriminaliteit vanuit het gedrag van de jongeren en spreekt hen aan op hun eigen verantwoordelijkheid. In een zestal lessen komen verschillende thema’s aan de orde, van algemeen tot specifiek. Bij de lessenreeks hoort een film, die met name abstractere onderwerpen als respect, normen en waarden en ‘nee zeggen’ bespreekbaar maakt. Met de leerlingen wordt onder andere gesproken over strafbaar gedrag, waarden en normen, groepsgedrag, ‘nee’ leren zeggen. Lokale voorbeelden: Verschillende gemeenten Uitvoering: Scholen, Halt eventueel i.s.m. politie en/of andere partners Meer informatie is beschikbaar via: www.halt.nl Geld voor geen Geweld

Geld voor geen Geweld richt zich op jongeren in de wijk Venlo-Noord die vernielingen aanrichten en graffiti aanbrengen. In het jongerencentrum en op de scholen hangen vier geweldsmeters, die per kwartaal bijgewerkt worden en waarop wordt aangegeven hoeveel de jongeren hebben verdiend doordat ze geen vernielingen in de openbare ruimte hebben gepleegd. Door jongeren bewust te maken van wat het kost wanneer ze iets vernielen, leren ze om te gaan met hun eigen leefomgeving.

34

aanpak hangjongeren in gemeenten

De initiatiefnemers hopen dat hangjongeren zo opgroeien met een ander leefgedrag. Naast de bewustwording, is het belonen van de jongeren erg belangrijk. De helft van het geld dat bespaard wordt, komt ten goede aan de jongeren. De jongeren bepalen zelf waaraan het geld wordt besteed. Dat kan een speeltoestel zijn, of een activiteit. Het project krijgt steeds meer draagvlak onder de jongeren, omdat ze inzien dat als ze niets vernielen daar ze leuke activiteiten voor terugkrijgen. Geld voor geen Geweld maakt onderdeel uit van het Venlose project Respect in de Wijk. Dit project werd genomineerd voor de Hein Roethofprijs 2007. Lokale voorbeelden: Venlo-Noord Uitvoering: Gemeente, woningstichting, welzijnsinstelling, basisscholen, wijkoverleg, bouwbedrijven, politie Kijk voor meer informatie op: www.hetccv.nl/hangjongeren

4.2

Inrichting hangplekken

Het creëren van officiële jongerenontmoetingsplekken die zijn gericht op één bepaalde groep, blijkt niet te werken. De openbare ruimte is eenvoudigweg niet door één groep te claimen. De belangrijkste eis waaraan een geschikte hangplek moet voldoen, is dat hij aantrekkelijk is ingericht voor jongeren. Gedacht kan worden aan een pleintje en een veldje met een sportgelegenheid en een paar bankjes. Ook het plaatsen van bijvoorbeeld een extra prullenbakje of enkele doelpaaltjes kan bijdragen aan de het behouden van een goede sfeer. Groene hangplekken

‘Naturally cool’ is de naam van een project voor leerlingen van het vmbo, havo en vwo tussen 14 en 18 jaar. Het project betrekt jongeren actief bij hun eigen leefomgeving door hen te stimuleren om na te denken over de inrichting en vormgeving van hun eigen hangplekken. De natuur vormt daarbij een belangrijke inspiratiebron. Hangproblematiek en de behoefte aan groen in de stad worden zo op vernieuwende wijze samengebracht. Aan de hand van een lespakket besteden jongeren diverse lesuren aan opinievorming, buurtonderzoek en visieontwikkeling om vervolgens in onderlinge samenwerking maquettes te maken van de in hun ogen ideale, groene ontmoetingsplekken. Deze maquettes presenteren zij vervolgens aan de gemeente. Van de gemeente wordt dan gevraagd deze ‘ideale hangplek’ ook daadwerkelijk te realiseren. Lokale voorbeelden: o.a. Nijmegen, Enschede, Rotterdam en Amsterdam Uitvoering: Gemeente, onderwijs Meer informatie is beschikbaar via: www.naturallycool.nl

aanpak hangjongeren in gemeenten

35

Mobiele ontmoetingsplaats (MOP)

Een aantal gemeenten maakt gebruik van speciaal ontworpen mobiele hangplekken (MOP’s). Deze zijn bestand tegen vandalisme en kunnen bij overlast vrij eenvoudig met een vrachtwagen verplaatst worden. De MOP’s zijn gemaakt van cortenstaal. Deze staalsoort wordt ook gebruikt voor scheeps­ containers en kan niet doorroesten. De hangplekken zijn 3,80 meter lang, 2,40 meter breed en 2,55 meter hoog. De kosten zijn vergelijkbaar met een gemiddelde bushalte: ongeveer 10.000 euro. Een andere uitvoering van een mobiele hangplek is de zogenaamde rondtrekkende hangplek. Hierbij wordt bijvoorbeeld een omgebouwde bus ingezet. De bus doet alle plekken in de stad waar hangjongeren zich ophouden, aan. De bus is bijvoorbeeld voorzien van muziekinstallaties, (computer)spelletjes, en sportmaterialen om buiten de bus te gebruiken. Om de mobiele hangplek echt van de jongeren zelf te maken, wordt het voertuig door hen ingericht of bijvoorbeeld met graffiti bespoten. Een jongerenwerker, die met de bus meerijdt, kan de jongeren bijvoorbeeld hulp bieden bij het zoeken van werk en wijzen op de gevaren van alcohol en drugs. Lokale voorbeelden: o.a. Amersfoort, Eindhoven, Bunschoten en Enschede Uitvoering: Gemeente, jeugdwerk Kijk voor meer informatie op: www.hetccv.nl/hangjongeren De hangplek van het jaar

‘Hang Around’ is een jaarlijkse landelijke wedstrijd die groepen hangjongeren de kans geeft om zich van hun goede kant te laten zien. Uit vele inzendingen worden tien groepen jongeren geselecteerd die bijzondere acties willen ondernemen om de band met hun buurt of wijk te verbeteren of herstellen. De uiteindelijke winnaar wint met zijn actie de titel ‘Hangplek van Nederland’. Jongeren die aan ‘Hang Around’ meedoen, hebben onder begeleiding van het plaatselijke jongeren­werk een actie bedacht en ook zelf uitgevoerd, waarmee ze zich op een positieve manier presenteerden aan de buurt. De activiteiten kunnen variëren van het organiseren van een buurtfeest tot het opnieuw beschilderen van de hangplek. Lokale voorbeelden: Verschillende gemeenten Uitvoering: Nationale Jeugdraad, Stade Advies Meer informatie is beschikbaar via: www.jeugdraad.nl

36

aanpak hangjongeren in gemeenten

Spel Kids & Space

Kids & Space is een spel, waarbij jongeren (12-18 jaar) betrokken worden bij actuele plannen voor de openbare ruimte. Potentiële hangjongeren worden zo in een vroeg stadium gevraagd mee te denken over hun eigen leefomgeving. Hierdoor ontstaat een betrokkenheid die minder snel tot overlast zal leiden. Het spel wordt in groepen gespeeld aan de hand van een ‘Jongeren Stedenbouwkundig Programma van Eisen’ dat zij eerst zelf hebben samengesteld. In de groep zijn onderhandelaars, rekenaars en bouwers nodig. Op maquettes van het openbare domein wordt een masterplan ontwikkeld. De jongeren presenteren hun plannen uiteindelijk aan elkaar en aan een jury. Tijdens een evaluatie worden de rollen omgedraaid en jureren de jongeren de plannen die de ontwerpers gemaakt hebben. Het spel is afhankelijk van de inzet van de gemeente en de continuïteit van begeleiding. De keren dat het is gespeeld, bleek het een aansprekende methode te zijn. Lokale voorbeelden: Amsterdam Uitvoering: Politie, gemeente, buurtopbouwwerk en/of jongerenwerk Kijk voor meer informatie op: www.hetccv.nl/hangjongeren Jeugdhonk De Toekomst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10175772/1