RIS308772 Bijlage 1a Programma-actieplan Duindorp 2021-2022
Tekst van het document
Maar dat betekent wel dat de wensen die de jongeren nu hebben ten aanzien van volledig eigenaarschap en vrijheid van handelen in een eigen jeugdhonk, aangepast moeten worden aan de geldende gebruiksregels die gelden in het betreffende pand. Vreugdevuren en andere evenementen Een tweede bouwsteen voor het herstel van vertrouwen is het maken van goede afspraken over evenementen in en voor de wijk, rondom de jaarwisseling maar ook op andere momenten in het jaar, zoals de traditionele 4 mei herdenking, de succesvolle jaarmarkt en andere wijk- en buurtevenementen. Het organiseren van evenementen is onderzocht in deelstudie III “gunnen en vergunnen”, waarbij de beleving van bewoners naast de feiten is gelegd. We erkennen het belang van het vreugdevuur voor de eigen identiteit en het zelfbewustzijn van Duindorpers. Het uitgangspunt is dat het vreugdevuur in Duindorp, en ook op andere plekken in de stad, in principe doorgang moet kunnen vinden, mits dit veilig kan en de openbare orde niet in het geding komt. Naar aanleiding van de aanbevelingen in het rapport ‘Vliegvuur op Scheveningen’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft het college ervoor gekozen de vreugdevuren met ingang van de jaarwisseling 2019-2020 te vergunnen.
In een vergunning worden specifieke eisen neergelegd waaraan moet worden voldaan en wordt inzichtelijk wie welke verantwoordelijkheden en taken heeft op welk moment.
22 /14
Op dit moment lopen er gesprekken met de organisatoren van de verschillende vreugdevuren in de stad, waaronder Duindorp, ten behoeve van de jaarwisseling 2020-2021. Bezien zal moeten worden of uiteindelijk kan worden overgegaan op verlening van alle benodigde vergunningen, ontheffingen en toestemmingen. Voor deze gesprekken geldt dat het college, net als voor de jaarwisseling 2019-2020, bereid is de organisatoren te ondersteunen in de voorbereiding van de vergunningaanvragen, rekening houdende met ieders verantwoordelijkheid. Voor de andere evenementen in de wijk geldt dat er per evenement wordt gekeken of er formele of informele betrokkenheid van de gemeente nodig is en in welke vorm, zoals de reguliere werkwijze is in Den Haag. Als er een of meerdere vergunningen nodig zijn voor een evenement zullen de aanvragers daar zoveel mogelijk in begeleid worden met een positieve insteek. 2. Versterking van het pedagogisch klimaat; onderwijs en opvoeding In het onderzoek naar sociale spanningen (deelstudie IV) is te lezen dat het onderwijs een belangrijke rol speelt bij de sociale spanningen in Duindorp. Cruciaal is dat achterstanden niet meer worden doorgegeven aan volgende generaties. Kinderen moeten in Duindorp kunnen opgroeien tot zelfstandige, redzame en verantwoordelijke volwassenen die de uitdagingen van hun tijd aankunnen.
Er is een jaar geleden een aanpak gestart die zich vooral op het pedagogisch klimaat richt (Positive Behavior Support PBS in de wijk). Kern daarvan is dat kinderen en jongeren wordt geleerd zich optimaal te ontwikkelen in de samenleving. Met elkaar rekening houden, elkaar accepteren en belonen van gewenst gedrag staan daarbij centraal. Die aanpak wordt voornamelijk vormgegeven door de twee basisscholen, het kinderwerk van Welzijn Scheveningen en Centrum voor Jeugd en Gezin. Het succes is vooralsnog beperkt, omdat kinderen en jongeren thuis en op straat heel andere waarden, normen en boodschappen meekrijgen dan op school of in het Trefpunt. Voor een optimaal succes en inbedding breed in de Duindorpse samenleving heeft deze aanpak meer kracht nodig. Onder meer door duurzaamheid, uitbreiding van het aantal partners dat bij de aanpak betrokken is en vooral door extra inzet op de betrokkenheid van ouders. Uitbreiding van het professionele kinder- en jongerenwerk is nodig zodat de activiteiten binnen het onderwijs van daaruit aangevuld en versterkt kunnen worden. Daarnaast gaan we werken aan verbreding van de aanpak, bijvoorbeeld door het betrekken van sportverenigingen - zoals SV Duindorp - en kerken. Ook de politie krijgt een rol, zodat kinderen een evenwichtiger beeld krijgen van de politie en deze niet zoals nu als een “natuurlijke vijand” gaan beschouwen.
De relatie tussen school, welzijn en ouders moet worden versterkt. Essentieel is dat wat binnen de school wordt opgebouwd niet thuis en op straat weer wordt afgebroken. Betrokkenheid van ouders bij het onderwijs is dan ook een noodzakelijke succesvoorwaarde. Een belangrijke conditie daarvoor is dat ouders erkend worden in hun rol als opvoeder en dat de inzet is gericht op het versterken van hun opvoedkundige kwaliteiten. Dit is de meest essentiële opgave: lukt al het andere maar dit niet dan is de aanpak mislukt. Dat betekent dat substantieel op verbetering van ouderbetrokkenheid en opvoedkunde moet worden ingezet. Een belangrijke bijdrage aan de versterking van het opvoed- en opgroeiklimaat en de verbinding tussen bewoners kan worden geleverd door samen te werken aan concrete projecten, zoals het stimuleren van het gebruik van de Tesselweide. In zulke projecten werken scholen, kinder- en jeugdwerk en bewoners samen aan een gezamenlijk doel. Kinderen van bewoners vooral uit de nieuwbouwcomplexen gaan vooralsnog meestal naar een school buiten de wijk. Dat bemoeilijkt het onderlinge contact, tussen de kinderen en tussen hun ouders. We stimuleren dat scholen in Duindorp en scholen buiten de wijk waar Duindorpse kinderen naar toe gaan gezamenlijk activiteiten ontwikkelen Die activiteiten moeten niet vrijblijvend of eenmalig zijn.
23 /14
We willen een structurele samenwerking waarbij meerdere malen per jaar gezamenlijke activiteiten worden ontwikkeld, zodat de leerlingen elkaar leren kennen, vertrouwen en waarderen en de ouders een evenwichtig beeld krijgen van de scholen uit Duindorp. Dit is op zichzelf een belangrijk doel, maar het vertrouwen en een evenwichtiger beeld kunnen er op termijn ook voor zorgen dat ook ouders uit de nieuwbouwcomplexen er meer voor gaan kiezen om hun kind in de wijk naar school te laten gaan. Zoals gezegd hebben beide basisscholen moeite om leerkrachten aan zich te binden. Het imago van Duindorp speelt hierbij een rol. De wijkaanpak en met name de specifieke aanpak voor het aantrekkelijker maken en het verbeteren van het imago van de scholen in Duindorp helpen erbij om een positiever beeld neer te zetten en meer leerkrachten te vinden en behouden. Daarnaast is er sinds kort een wijkgerichte aanpak om het lerarentekort aan te pakken, waarbij ook inzet op Duindorp zal zijn. 3. Multiprobleemgezinnen Aanpak van de groep multiprobleemgezinnen is het derde speerpunt. We schrijven hen niet af, we schrijven hen ook niet voor hoe ze moeten leven maar we helpen hen om zelf hun eigen problemen op te lossen.
Dat doen we met inzet van bestaande instrumenten en aanpakken, maar ook met meer inzet van professionals die langere tijd voor de wijk beschikbaar blijven zodat ze een relatie met de bewoners kunnen opbouwen en met meer aandacht voor groepsspecifieke drempels. Daarvoor zijn professionals nodig die de wijk kennen, outreachend werken, vertrouwen kunnen krijgen en ook geven, en creatieve oplossingen vinden in het omgaan met en het voldoen aan wetten en regels. Voor elk multiprobleemgezin wordt een plan van aanpak opgesteld, of als dat er al is geactualiseerd. De gezinnen krijgen een sociaal casemanager die het hele traject hun aanspreekpunt blijft en die hen actief begeleidt naar en tussen de verschillende partijen die onderdelen van hun problematiek oppakken, zoals de verslavingszorg, de schuldhulpverlening en de jeugdzorg. De casemanagers zorgen er ook voor dat de gezinnen een sociaal netwerk in de wijk op- of uitbouwen waarop zij kunnen terugvallen in aanvulling op (en op termijn in plaats van) professionele begeleiding en dat tevens hun verbinding met de wijk vormt. Kern van de aanpak is respect: zij draait niet om heropvoeding maar om het maken van eigen levenskeuzes, het nemen van verantwoordelijkheid en het versterken van opvoedingsvaardigheden. We starten niet bij nul maar sluiten aan bij een ontwikkeling die al loopt.
Net als bij het tweede speerpunt gaat het erom de bestaande en al ingezette koers meer kracht mee te geven. Er is al gestart met een innovatieve en outreachende aanpak waarbij bewoners thuis worden opgezocht door hulpverleners. We volgen de resultaten daarvan op de voet. We zijn overtuigd van de noodzaak van een intensieve aanpak van langere adem. We hebben te maken met een doelgroep die niet redzaam is, veel elkaar versterkende problemen heeft en weinig vertrouwen heeft in alles wat overheid is. Dat vraagt om intensieve en outreachende hulpverlening, intensiever dan inmiddels in de stad gebruikelijk, waarbij eerst vertrouwen moet worden gewonnen. We halen er meer partijen bij. Vanaf februari 2020 is ook de Helpdesk Geldzaken aangehaakt. Door de dienstverlening laagdrempelig aan te bieden, worden bewoners beter bereikt en wordt ingezet op preventie of stabilisatie van de schuldproblematiek. Belangrijk aspect van de aanpak van multiprobleemgezinnen is het zoeken naar een oplossing voor de werkloosheid. We bekijken of werkgelegenheidsprojecten die aansluiten bij de belevingswereld van Duindorpers daarin een schakel moeten vormen. Bijvoorbeeld projecten gericht op watersport, visserij of toerisme. Belangrijke randvoorwaarde is dat ze levensvatbaar moeten zijn en leiden tot duurzame werkgelegenheid.
24 /14
4. Openbare orde, handhaving en veiligheid Een essentieel element van herstel van vertrouwen is dat voor alle bewoners duidelijk is welke regels er gelden, wie de baas is op straat en wat de gevolgen zijn van grensoverschrijdend gedrag. We begrijpen dat Duindorp een karaktervolle wijk met hier en daar een rauw randje is en dat de omgangsvormen in sommige straten anders zijn dan in de gemiddelde woonwijk. We willen ook niet met gestrekt been elk incident in. Maar het kan niet zo zijn dat de regels en wetten die we als samenleving met elkaar hebben afgesproken in Duindorp niet van toepassing zijn. De verschillende onderzoeken maken duidelijk dat veel Duindorpers zich ergeren aan het gedrag van sommige medebewoners, maar het onveilig vinden om anderen op hun gedrag aan te spreken. Een van de opdrachten aan het netwerk van frontlijn professionals in Duindorp is ongewenst gedrag bespreekbaar te maken en een ontwikkeling te stimuleren die ertoe moet leiden dat wijkbewoners elkaar weer gaan aanspreken en zo nodig ook corrigeren. Daar hoort ook bij dat het gesprek aangegaan wordt met ouders over het gedrag van hun kinderen. Handhaving door de overheid is het sluitstuk. De overheid geeft vooraf duidelijk aan waar de grenzen liggen en treedt op waar dat nodig is. Herstel van vertrouwen vergt van alle kanten inspanning, bij grensoverschrijdend gedrag wordt daarom zichtbaar ingegrepen.
Tegelijk is voor het onderling vertrouwen tussen groepen bewoners van belang om de dialoog aan te blijven gaan over wat Duindorp Duindorps maakt, over normen en normstelling. Dit gesprek tussen verschillende bewoners, mits goed georganiseerd, kan onderling begrip brengen en leiden tot verbinding tussen groepen die momenteel langs elkaar heen leven. Wonen en woonruimteverdeling Stadsbreed is er een tekort aan (betaalbare) woningen, juist in een wijk als Duindorp waar men erg gehecht is aan de eigen omgeving wordt dat extra duidelijk. Onder invloed van de vastlopende woningmarkt in de regio en de toenemende populariteit van het nabijgelegen Scheveningen stijgen de prijzen in de vrije huur- en koopmarkt. Het aandeel sociale huurwoningen is teruggelopen als gevolg van een omvangrijke herstructureringsoperatie. Die heeft ertoe geleid dat verouderde sociale huurwoningen zijn gesloopt en vrije sector koop- en huurwoningen zijn teruggebouwd. De vrije sector nieuwbouw wordt voornamelijk bewoond door mensen die niet uit Duindorp komen. Zij zijn sterker georiënteerd op “de stad” dan op “het dorp”: zij maken gebruik van voorzieningen buiten de wijk en hun kinderen gaan ook buiten de wijk naar school. Voor een deel van de resterende sociale huurwoningen geldt dat zodra de huidige bewoners verhuizen de huurprijs zal worden opgetrokken tot het vrije sectorniveau.
Conclusie is dat de sociale woningvoorraad in Duindorp, die al flink in omvang afgenomen is, onder spanning staat. In de onderzoeken over Wonen (deelstudie I) en Sociale spanningen (deelstudie IV) komt naar voren dat dit met name voor bewoners met een bescheiden inkomen die al meerdere generaties aan de wijk zijn verbonden, dit een groot probleem is en een groot deel van de pijn veroorzaakt. Voor de resterende sociale huurwoningen moeten woningzoekenden uit de wijk concurreren met de vele andere groepen die aangewezen zijn op een sociale huurwoning. Voor veel Duindorpers is het niet meer vanzelfsprekend dat zij een huurwoning in de wijk kunnen krijgen, waar zij geboren en getogen zijn. Gevolg is dat veel volwassenen kinderen bij gebrek aan andere opties thuis blijven wonen, wat ook weer voor spanningen zorgt. Woonruimteverdeling is daarom een hot issue in Duindorp. Het onderzoek naar wonen (deelstudie I) vat de discussie daarover goed samen. Veel wijkbewoners vinden het bestaande systeem onrechtvaardig, omdat het geen garantie biedt dat kinderen van Duindorpers in de buurt kunnen blijven wonen. Ook is aangegeven dat het huidige systeem leidt tot clustering van mensen met problematisch gedrag in gebieden met veel sociale woningvoorraad. Bijvoorbeeld mensen met een GGZ-achtergrond.
25 /14
Onvoldoende begeleide instroom van nieuwe multiprobleemhuishoudens zet het draagvlak voor de vele en soms ingrijpende interventies en intensiveringen die in deze raadsmededeling worden voorgesteld onder druk. Het woonruimteverdelingssysteem kan niet voor één wijk buiten werking worden gesteld. De druk op de sociale woningvoorraad geldt voor alle wijken. Wat kan dan wel? We hebben afspraken gemaakt met de corporaties over het spreiden van kwetsbare doelgroepen. Bij het huisvesten van een cliënt die uitstroomt uit een zorginstelling, wordt altijd gekeken naar de draagkracht van een portiek en de directe omgeving. We zijn bereid met de corporatie en met zorginstellingen in gesprek te gaan over de mogelijkheden van meer en beter aanspreekbare ambulante begeleiding om de overlast binnen de perken te houden. Daarnaast zoeken we onder andere via nieuwbouw naar huisvestingsmogelijkheden voor kwetsbare doelgroepen buiten de corporatiewijken om deze zoveel mogelijk te ontzien. Eén van de plekken waar nog betaalbare woningen toegevoegd kunnen gaan worden is aan de Zeezwaluwstraat 4. Hier zal in de komende periode verdere planvorming gaan plaatsvinden en zal
het karakteristieke gebouw in Duindorp behouden blijven. Intentie is om 16 betaalbare huurwoningen te realiseren, grotendeels met tuin of balkon in bestaand gebouw, gasloos, verduurzaming van het gebouw vindt met verschillende maatregelen plaats, groene inrichting van het binnenterrein wordt versterkt, fiets- en auto parkeren vindt plaats op eigen terrein. Anders werken De nu voorgestelde aanpak voor Duindorp is noodzakelijk, maar nog niet voldoende om de aanpak tot een succes te maken. Het gaat niet alleen om meer en extra menskracht, maar ook om het vinden van een andere manier van werken: minder verkokerd, flexibeler en interactiever. Minder vanuit het standaardaanbod en de standaard werkwijze en meer gericht op coproductie. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In de uitwerking moeten we goed bezien hoe we de inzet van professionals voor Duindorp zo gericht mogelijk kunnen organiseren op de uitvoering van het Actieplan Duindorp. Dat biedt ruimte voor meer onderling overleg en meer en betere afstemming. De ervaring leert dat dit helpt. Veel afstemmings- en aansluitingsproblemen houden verband met te weinig structuur en te weinig tijd. Maar er is ook een cultuurveranderingsproces nodig, waarin professionals leren om flexibeler te werken, synergie te zoeken met collega's van andere organisaties en samen te werken met bewoners.
Dit proces vergt een goede innovatie-gerichte begeleiding. Last but not least is belangrijk dat de grenzen van stedelijke kaders kunnen en mogen worden opgezocht als die verstorend of beknellend werken. Hiervoor kiest het college om een bestuurlijke stuurgroep en een gemeentebrede ambtelijke regiegroep in te stellen. Mocht bestaand beleid of bestaande regels een belemmering vormen voor de uitvoering van het actieplan Duindorp schaalt de ambtelijke regievoerder op, met een voorstel voor een oplossing. Op deze manier willen we slagen maken in en met Duindorp: met meer menskracht, een flexibele probleemgerichte werkwijze en bij knelpunten en dreigende stagnaties een korte lijn naar de ambtelijke top en naar het college. Hoe verder? Voor Duindorp schetsen we hiermee een aanpak die naar ons oordeel noodzakelijk is om de hardnekkige problemen die deze mooie wijk in de ontwikkeling belemmeren structureel op te lossen. Dat vergt een jarenlange, intensieve aanpak. Natuurlijk gebeurt er al heel veel, er wordt vanuit de verschillende programma’s al meer inzet gepleegd in Duindorp dan in andere gebieden. Maar om echt het verschil te kunnen gaan maken is een forse slag nodig, bovenop al het goede werk dat er al gebeurt. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de wnd. burgemeester, Ilma Merx
Johan Remkes
26
Bijlage 2 Sturing en besluitvorming programma prioritaire gebieden De sturing en besluitvorming voor het programma is op 2 december 2020 door het college in een nota portefeuillehouder vastgesteld. In een aparte bijlage II is op A3-formaat onderstaande lijn schematisch afgebeeld. College van burgemeester en wethouders • De voorgenomen integraliteit maakt dat bijna alle collegeleden in meer of mindere mate betrokkenheid hebben. Het college treedt als geheel op als bestuurlijk opdrachtgever van het totale programma in de vier gebieden. Het college besluit over het actieprogramma per gebied, inclusief de daaraan gekoppelde financiële inzet. • Periodiek wordt de voortgang en - indien van toepassing - grote wijzigingen in een actieprogramma aan het college voorgelegd. • Het actieprogramma per gebied, inclusief de daaraan gekoppelde financiële inzet, wordt door het college ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. • Jaarlijks en daar waar de actualiteit daar om vraagt vindt ook voortgangsrapportage aan de Raad plaats. Gemeentelijk Management Team, Programmaraad en Programmateam • Het GMT geeft als ambtelijke regiegroep op hoofdlijnen sturing aan de gewenste richting van de strategische agenda.
• Om betrokkenheid en eigenaarschap binnen de diensten en portefeuilles te creëren wordt een programmaraad van beleidsdirecteuren ingesteld die als taak heeft het programma binnen de organisatie te dragen, de inhoudelijke koers te bewaken, de inzet van de diensten te leveren, het leer- en ontwikkelprogramma vorm te geven en in gezamenlijkheid verantwoordelijkheid te nemen voor de integrale programmaresultaten. • Onder de directe aansturing van de sectordirecteur Stadsdelen en Wijken van de Dienst Publiekszaken komt een programmateam prioritaire gebieden. Dit om de gemeentebrede integrale aanpak prioritaire gebieden te faciliteren aan te jagen en aan te sturen op zowel het gewenste maatschappelijk effect als de integrale aanpak in de gemeentelijke organisatie’. Het programmateam bestaat uit één programmamanager en twee projectmanagers. De programmaondersteuning is belegd bij de directie ondersteuning en de managementondersteuning op stadsdeelniveau. Gebiedsstuurgroep Per gebied komt er een gebiedsstuurgroep. Die is voor de bewoners, de ondernemers en maatschappelijke organisaties in het gebied het aanspreekpunt en bestaat uit de stadsdeelwethouder als voorzitter, de stadsdeeldirecteur en de programmamanager en/of projectleider.
Deze stuurgroep is verantwoordelijk voor de betrokkenheid en participatie van het gebied bij de vormgeving en uitvoering van het programma-actieplan en het wenkend perspectief (periode 5-7 jaar). De gebiedsstuurgroep volgt de uitvoering van het programma, haalt inzichten vanuit de wijk op, signaleert en agendeert nieuwe ontwikkelingen en wensen binnen het gebied en is het eerste aanspreekpunt voor de bewoners, organisaties en ondernemers. Gebiedsteam Per gebied komt er een gebiedsteam. Dit team bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende gemeentelijke vakdiensten en externe partners. Zij levert in opdracht van de gebiedsstuurgroep een bijdrage aan de realisatie van de wenkend perspectief (periode 8-10 jaar), het programma-actieplan en de uitvoering, het monitoren voortgang en het evalueren van de impact van de acties en maatregelen in het gebied. 27
Bijlage 3
28