CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308772 Bijlage 1a Programma-actieplan Duindorp 2021-2022

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake programma aanpak prioritaire gebieden (RIS308772)12.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage bij raadsvoorstel ‘Aanpak prioritaire gebieden’, versie 20 april 2021

Programma-actieplan Duindorp 2021-2022 Een actieplan behorende bij de Wijkagenda Duindorp ‘Investeren in vertrouwen’ als onderdeel van het programma prioritaire gebieden

20 april 2021

1

2

Inhoudsopgave 1. Aanleiding en context 1.1 Over het programma prioritaire gebieden in het algemeen 1.2 Over Duindorp

4 4 5

2. Doel, focus en aanpak van het programma in Duindorp

7

3. Organisatie van het programma in Duindorp 3.1 Sturing en besluitvorming 3.2 Relatie met andere gemeentelijke programma’s 3.3 Evalueren en monitoren 3.4 Borgen van de integrale aanpak in Duindorp 3.5 Communicatie

8 8 10 10 10 11

4. Begroting programma- actieplan Duindorp 2021-2022

11

5. Randvoorwaarden en risico’s

12

Bijlagen 1. Raadsmededeling ‘Investeren in vertrouwen’. Aanzet voor een Actieplan Duindorp (RIS305138) 2. Sturing en besluitvorming programma prioritaire gebieden 3. Wijkagenda Duindorp

13 27 28

Bijlage I Schema met uitwerking begroting programma-actieplan Duindorp 2021-2022 Speerpunten, doelen, acties, planning en geraamde kosten met een eerste tussenstand op hoofdlijnen

Bijlage II Schema met sturing en besluitvorming van de gemeentebrede integrale aanpak prioritaire gebieden (I en II zijn als aparte bijlagen in A3-schema bij dit programma-actieplan toegevoegd)

3

1

Aanleiding en context

1.1

Over het programma prioritaire gebieden in het algemeen

Het programma prioritaire gebieden gaat over vier gebieden in Den Haag waar de leefbaarheid en veiligheid flink onder druk staan. Het gaat om Duindorp, Kaapseplein, Weimarstraat/Beeklaan/Zevensprong en Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat. De keuze voor deze gebieden komt niet uit de lucht vallen. Er loopt al lange tijd overleg met en over deze gebieden en lopen ook al sinds jaar en dag allerlei activiteiten die wel tot tijdelijke verlichting hebben geleid maar niet tot duurzaam herstel. De aanwijzing van deze gebieden in het coalitieakkoord ‘Samen voor de stad ‘is de bevestiging van het breed gedeelde besef dat er nu dringend ingrijpende veranderingen nodig zijn. Met het programma prioritaire gebieden wordt gewerkt aan een gerichte, robuuste meerjarige integrale aanpak die zich niet beperkt tot symptoombestrijding maar ook de oorzaken van de problematiek aanpakt. Een aanpak die criminele structuren afbreekt maar ook investeert in een veerkrachtige sociale en economische infrastructuur die past bij de gebieden en hun bewoners, hun weerbaarheid vergroot en hun talenten ontwikkelt. Die focus op de langere termijn is een belangrijk verschil tussen de nu voorgestelde aanpak en eerdere aanpakken in deze gebieden, die vooral waren gericht op snel zichtbare resultaten. Bij die interventies stond vermindering van de overlast en soms ook het opknappen van de buitenruimte centraal.

Dat hielp vaak maar voor een tijdje, al snel verdampten de resultaten weer en kwamen dezelfde problemen weer terug. Het kwam onvoldoende tot een fundamentele aanpak van de oorzaken van onveiligheid: multiproblematiek, armoede, taalachterstand, afstand tot de arbeidsmarkt. In deze aanpak van nu ligt het accent ook meer op het bouwen van een duurzame coalitie met vertegenwoordigers van bewoners en maatschappelijke partners om vanuit partnerschap te werken aan de problemen en knelpunten die de bewoners belangrijk vinden. Bij alle vier gebieden is het van groot belang dat er wordt gebouwd en geïnvesteerd in een wederzijds vertrouwen. Met het Haags Samenspel wordt ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van de participatie in deze vier gebieden. Het mag duidelijk zijn dat het in dit programma gaat om een proces en inzet van een lange adem, waarbij met vallen en opstaan nu ook echt de ruimte en middelen worden geboden om op een andere manier te gaan werken: minder verkokerd, flexibeler en interactiever. Minder vanuit het standaardaanbod en de standaard werkwijze en meer gericht op coproductie. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Veel afstemmings- en aansluitingsproblemen houden verband met te weinig structuur en te weinig tijd.

Maar er is ook een cultuurveranderingsproces nodig, waarin professionals leren om flexibeler te werken, synergie te zoeken met collega's van andere organisaties en samen te werken met bewoners. Dit proces vraagt om een goede innovatie-gerichte sturing en begeleiding. Voor alle vier gebieden geldt het met elkaar op orde brengen van de sociale basis en sociale herovering - om vervolgens - een sociale stijging per gebied te realiseren.1 Sociale basis en - herovering gaan over het aanpakken van de ongewenste situaties in de gebieden, sociale stijging gaat over de vraag hoe gewenste situatie wel te bereiken? Fysiek, sociaal, veiligheid en economie komen in deze integrale aanpak samen hetgeen moet leiden tot een duurzaam fundament voor een blijvende keer ten goede.

1 Wijk in Zicht: Kwalitatief onderzoek naar de dynamiek van leefbaarheid in kwetsbare wijken, maart 2020 Sociale basis: Het aanpakken en wegwerken van acute leefbaarheids- en veiligheidsproblemen op een manier die leidt tot duurzame resultaten. Sociale herovering: Het realiseren van een breed draagvlak en samenwerkingsverband waarin meerdere partijen aan een gezamenlijk doel werken. Sociale stijging: Het samen met o.a. bewoners en ondernemers ontwikkelen van de visie op het gebied.

4

Maatwerk, onorthodoxe oplossingen met ruimte voor innovatie zijn noodzakelijk en maken onderdeel uit van deze integrale aanpak.2 Nieuwe interventies worden waar mogelijk in cocreatie 3 en zo nodig met cofinanciering ontwikkeld. Het ontwikkelen en borgen van een integrale aanpak en werkwijze voor zowel de gemeentelijke organisatie als vanuit partnerschap voor de bewoners en maatschappelijke partners in de vier prioritaire gebieden betekent dat elk betrokken vakdienst en prioritair gebied een substantiële bijdrage levert aan het op zowel gemeentelijk- als prioritair gebiedsniveau: • (door) ontwikkelen van het integraal werken; • verbeteren en toegankelijker maken van benodigde (sturings)informatie; • vergroten van handelingsalternatieven. Een op te richten kennis- en leer- en ontwikkelplatform wordt straks het vertrekpunt waaruit verschillende samenwerkpartners (o.a. de vier gebiedsteams, de vakdiensten met hun integrale gebiedsprogramma’s, het Haags Samenspel, de Haagse Hogeschool en Platform 31) hun kennis, expertise en opgedane ervaringen delen om zo met elkaar te onderzoeken welke gezamenlijk leer- en ontwikkelpunten er zijn voor zowel de gemeentelijke organisatie en de verschillende partners in de vier prioritaire gebieden.

Op 2 september 2020 heeft de Commissie Bestuur het Actieplan Duindorp en de Wijkagenda ‘Investeren in vertrouwen, Aanzet voor een Actieplan Duindorp, raadsmededeling, mei 2020 (RIS 305138) besproken. Hiermee liep Duindorp met haar aanpak voor op de andere drie prioritaire gebieden. Duindorp is later als vierde prioritaire gebied toegevoegd aan het programma prioritaire gebieden. Dit programma actieplan Duindorp 2021-2022 is grotendeels gebaseerd op bovengenoemd actieplan (RIS 305138) en de volgende twee vastgestelde bestuurlijke stukken: • Op 17 juli 2020 is de raad geïnformeerd over de aanpak prioritaire gebieden in aansluiting op de ambities uit het coalitieakkoord 2019-2022 “Samen voor de stad” (RIS305826). • Met de raadsmededeling ‘Aanpak prioritaire gebieden’ (RIS307114) en de commissiebrief ‘Wijkagenda Duindorp’ (RIS307115) van 1 december 2020 is een verdere uitwerking gepresenteerd van zowel het totale programma prioritaire gebieden als het Actieplan Wijkagenda Duindorp. De raadsmededeling en commissiebrief zijn op 31 maart 2021 besproken in de commissie Bestuur.

1.2

Over Duindorp

Duindorp is een wijk die aan drie kanten wordt omgeven door duingebied. Aan de vierde kant vormen het afwateringskanaal en de nieuwbouw op het voormalige Norfolkterrein de grens. Er staan ongeveer 2800 woningen in de wijk, waarvan meer dan de helft sociale huurwoningen. De verhuismobiliteit is laag. Het totale aantal bewoners bedraagt ongeveer 6000. Daarvan is 83% van autochtoon Nederlandse herkomst. Duindorp is een kwetsbare wijk met een lange historie van allerlei sociale en economische problemen. Dankzij jarenlange intensieve inzet is Duindorp inmiddels geen achterstandsgebied meer. De scores op achterstandsindicatoren liggen momenteel rond het stedelijk gemiddelde. Dat is in belangrijke mate het resultaat van de grootschalige herstructurering van de woningvoorraad. In de (duurdere) nieuwbouw zijn sociaal en economisch sterke bewoners gekomen die het wijkgemiddelde omhooghalen. Op het eerste gezicht lijkt het daarom best goed te gaan in de wijk. Maar dat positieve beeld is bedrieglijk. Door de goede 2 De kern van aanpak laat zich samenvatten in een aantal trefwoorden: integraal, langdurig, robuust, samen met strategische

partners, gericht op versterking van de fysieke èn de sociale kwaliteit, niet beperkt tot symptoombestrijding maar gericht op het aanpakken van de oorzaken, vraaggericht, een organisatie met korte lijnen naar het bestuur en frontlijnmedewerkers met mandaat. 3

Co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces, zoals een plan, advies of product. Kenmerken van co-creatie zijn dialoog, 'common ground', enthousiasme, daadkracht en focus op resultaat.

5

scores van de nieuwe bewoners wordt minder zichtbaar dat er in de wijk ook een harde kern van gezinnen met multiproblematiek is op wie het bestaande beleid nauwelijks vat heeft weten te krijgen. Bij een paar honderd bewoners met een lage opleiding, geen (zicht op) werk, verslavings- en andere problematiek, een minimum inkomen, schulden en problematisch gedrag is over een lange periode wantrouwen gegroeid tegen overheden en professionals. Dit staat het hulp zoeken of aanvaarden in de weg. Er resteert een harde kern van circa 400 adressen waar een vorm van sociale problematiek speelt. De achterstanden van deze gezinnen zijn ondanks het ingezette beleid niet of nauwelijks ingelopen. Een deel van deze groep veroorzaakt problemen, maar heeft er ook veel. Om een indicatie te geven van de aantallen: rond 350 huishoudens hebben een inkomen op of rond het sociaal minimum waarvan 150 gezinnen met kinderen. Relatief veel jongeren groeien op in een eenoudergezin (313 gezinnen) of minimahuishouden (150 huishoudens). Maar liefst ongeveer 730 huishoudens hebben een inkomen dat niet hoger is dan 130 procent van het sociaal minimum. De grote sociale en economische veranderingen van de laatste tientallen jaren hebben grote invloed gehad op deze gezinnen.

Door die veranderingen is de traditionele broodwinning grotendeels verloren gegaan en is het dorpse woon- en leefklimaat (en daarmee ook de dingen waaraan deze groep zijn identiteit ontleent en waar zij trots op is) onder druk komen te staan. Het zijn mensen die zich (deels door de omstandigheden en deels door de manier waarop zij daar zelf mee omgegaan zijn) steeds meer zijn gaan terugtrekken in hun eigen kring en een sterk gevoel van 'wij tegen de rest van de wereld' hebben ontwikkeld. De publieke dialogen die in de periode tussen 2018 en 2019 hebben plaatsgevonden in en over Duindorp, met bewoners en stakeholders hebben veel inzichten opgeleverd. Deze dialogen raken de kern van wat erin en met Duindorp aan de hand is. Over de relatie tussen verschillende bewonersgroepen onderling en tussen bewoners en de overheid, over het woon- en leefklimaat, over veiligheid, over het klimaat waarin kinderen opgroeien, over woonruimteverdeling en over problemen achter de voordeur. Door deze dialogen is meer inzicht ontstaan in ernst en omvang, oorzaken en achtergronden van de problemen die er in Duindorp zijn. De geconstateerde problematieken in Duindorp op hoofdlijnen zijn: 1. Tussen de gemeente en bewoners en tussen bewoners onderling is weinig vertrouwen. In Duindorp zorgen dominante sociale structuren voor negatieve effecten op nieuwe inwoners.

De veerkracht van de wijk zorgt voor een vertroebeld normbesef. 2. De diverse groepen bewoners leven in hoge mate langs elkaar heen. 3. Er is sprake van ervaren discriminatie en racisme onder een kleine groep bewoners. Dit wordt in onvoldoende mate gecorrigeerd door de bewoners. 4. Er is een harde kern van gezinnen met ernstige multiproblematiek op wie het bestaande gemeentelijk beleid nauwelijks vat heeft en waarvan een deel overlast en problemen veroorzaakt in de wijk. 5. Er is sprake van criminaliteit en ondermijning hetgeen leidt tot een gevoel van onveiligheid onder vooral de nieuwe bewoners. Met de bewoners en stakeholders is gekozen voor een integrale aanpak langs een viertal speerpunten. Deze zijn: 1. Herstel van vertrouwen, tussen overheid en bewoners en tussen bewoners onderling. Daarbij hoort ook het aanpakken van de krachten in de wijk die veranderingsprocessen blokkeren; 2. Versterking van het pedagogisch klimaat, zodat kinderen goed worden toegerust voor de toekomst en de bagage krijgen om zelfredzame en verantwoordelijke burgers te worden; 3. Het bieden van nieuwe kansen aan de bewoners met multiproblematiek; 4. Openbare orde, handhaving en veiligheid. Een uitgebreide beschrijving over wat er in Duindorp speelt staat beschreven in bijlage 1 Raadsmededeling ‘Investeren in vertrouwen. Aanzet voor een Actieplan Duindorp (RIS305138) 6

2

Doel, focus en aanpak in Duindorp

Het doel van het programma voor Duindorp is de leefbaarheid en veiligheid verbeteren samen met bewoners en maatschappelijke partners. Met de verschillende (actieve) partners in Duindorp, waaronder Welzijn Scheveningen, Wijkberaad Duindorp, Vestia, politie, Buurt Beheer Maatschappij, de basisscholen Meerpaal en Tweemaster, Parnassia, Eigen Kracht Centrale gaat de gemeente samen met de Haagse Hogeschool én samen de Duindorpers aan de slag met deze meerjarige aanpak. Een aanpak waarin het mogelijk wordt om weer een vertrouwensrelatie op te bouwen met de Duindorpers en waarin gezorgd wordt dat de diverse uitdagingen in Duindorp een positieve draai gaan krijgen. Integraal, op alle niveaus en vooral samen. Dit programma-actieplan Duindorp 2021-2022 is mede gebaseerd op de wijkagenda Duindorp (zie bijlage 3). In een aparte bijlage I, behorende bij dit programma-actieplan zijn de speerpunten, doelen, acties, planning en de kosten voor Duindorp in één overzicht gezet met daarbij ook een eerste stand van zaken van de acties t/m 18 maart 2021. Toelichting op enkele acties uit de vier speerpunten •

Er is behoefte aan duidelijke communicatie, in “mensentaal”, over plannen, beleid en dienstverlening van gemeente, de welzijnsinstelling en de corporatie. De gemeente moet herkenbaar aanwezig zijn in de wijk, toegankelijk zijn, ruimte geven waar dat kan maar ook duidelijke grenzen trekken als dat moet, en die ook handhaven. Zo wordt de haalbaarheid verkend om een locatie te openen waar o.a. de diverse gemeentelijke instanties, politie, Vestia, handhavers, jongerenwerkers dichtbij de bewoners hun werk kunnen gaan doen zodat hiermee de zichtbaarheid van de gemeente wordt vergroot. Dit naar voorbeeld van de gemeente Rotterdam.

•

De spanningen in Duindorp moeten blijvend bespreekbaar gemaakt worden. De stedelijke aanpak racisme en discriminatie wordt waar nodig op maat gemaakt en uitgevoerd voor Duindorp.

•

Onder de noemer Duidelijk Duindorp wordt de samenwerking met Haagse Hogeschool voortgezet en wordt ingezet op hoe de regie van processen en projecten over te dragen zijn aan bewoners zodat zij hiervoor meer eigenaarschap gaan krijgen. Bewoners worden actief geholpen om de ingediende voorstellen in het kader van het wijkbudget te gaan realiseren.

•

De relatie tussen school, welzijn en ouders moet worden versterkt. Essentieel is dat wat binnen de school wordt opgebouwd niet thuis en op straat weer wordt afgebroken. Betrokkenheid van ouders bij het onderwijs is dan ook een noodzakelijke succesvoorwaarde. Kinderen van bewoners, vooral uit de nieuwbouwcomplexen, gaan vooralsnog meestal naar een school buiten de wijk. Dat bemoeilijkt het onderlinge contact, tussen de kinderen en tussen hun ouders. Scholen in Duindorp en scholen buiten de wijk waar Duindorpse kinderen naar toe gaan worden gestimuleerd om gezamenlijk activiteiten te ontwikkelen, die niet vrijblijvend of eenmalig van aard zijn.

•

Er is een goed lopende en enthousiaste projectgroep actief bestaande uit de twee basisscholen, het kinderwerk van Welzijn Scheveningen en Centrum voor Jeugd en Gezin. Medewerkers van kinderwerk en CJG worden opgeleid tot Positive Behavior Support (PBS)-coach. Echter voor optimaal succes en een bredere inbedding in de Duindorpse samenleving heeft deze aanpak meer kracht nodig, waarop de komende periode ook wordt ingezet. 7

•

Het sociale welzijnsaanbod wordt voor de komende twee jaar uitgebreid met extra kinder-, jongeren- en opbouwwerk om met name de relatie school, welzijn en ouders te kunnen verbeteren en te versterken.

•

Bij de gezinnen met multiproblematiek heeft het bestaande beleid nauwelijks vat gekregen. Dit vraagt om intensieve en outreachende hulpverlening, intensiever dan gemiddeld gebruikelijk, waarbij overigens ook eerst het vertrouwen moet worden gewonnen. Voor de komende periode betekent dat Vestia, Welzijn Scheveningen en Parnassia begin 2021 starten met het voeren van “bankgesprekken” met onderwerpen van wonen tot psychosociale problemen.

•

Essentieel voor alle bewoners in Duindorp is dat men weet welke regels er gelden, wie de baas is op straat en wat de gevolgen zijn van grensoverschrijdend gedrag. Duindorp is geen criminele brandhaard, maar criminaliteit komt er wel voor en oefent ook een zekere aantrekkingskracht uit op een deel van de jeugd. Het Haagse Ondermijningsbeeld4 noemt Scheveningen als aandachtsgebied. Pijnpunt zit vooral in de jeugdoverlast, waarbij sommige bewoners vinden dat de kinderen te weinig normen en waarden meekrijgen en te weinig gecorrigeerd worden door hun ouders en omwonenden. De inzet voor de komende periode is o.a. gericht op het verhogen van de aangifte- en meldingsbereidheid bij incidenten en de aanpak van grensoverschrijdend gedrag onder jongeren.

Het succes voor Duindorp zit in de integrale en langjarige aanpak van de problematiek. Naast de realisatie van bovenstaande acties in de komende twee jaar wordt in april 2021 gestart met het ontwikkelen van een wenkend perspectief (een toekomstbeeld voor ongeveer 8-10 jaar) voor Duindorp. Dit gebeurt integraal en in nauwe samenspraak tussen de verschillende vakdiensten (DSO, DSB, BSD, OCW, SZW en DPZ) en ook met de maatschappelijke partners en bewoners van Duindorp.

3

Organisatie van het programma in Duindorp

3.1

Sturing en besluitvorming

De sturing en besluitvorming voor het programma is voor elk gebied éénduidig ingericht (zie bijlage 2 en bijlage II). Voor Duindorp betekent dit een wijziging ten opzichte van de in het voorjaar 2020 bedachte structuur voor de aansturing van toen nog de integrale aanpak Duindorp. Het college bewaakt nu voor alle vier gebieden de integrale aanpak en voortgang ervan. Gebiedsstuurgroep Duindorp De gebiedsstuurgroep bestaat uit de stadsdeelwethouder Scheveningen, de stadsdeeldirecteur Scheveningen, de wijkmanager, de projectmanager programma prioritaire gebieden en de programmamanager programma prioritaire gebieden. Besloten is om de deelname aan de gebiedsstuurgroep uit te breiden met onder andere vertegenwoordigers vanuit Vestia en/of Staedion, Welzijn Scheveningen, Wijkberaad Duindorp en de teamchef politie Duindorp5. De gebiedsstuurgroep komt één keer in de zes tot acht weken bij elkaar om de voortgang op het programma te bespreken.

4

RIS304166 In de gebiedsstuurgroep worden geen besluiten genomen over gewenste politieoptreden en inzet. Deze besluiten worden genomen in de Driehoek. 5

8

Gebiedsteam Duindorp Voor Duindorp is gekozen om te werken met een gebiedsteam bestaande uit vier trekkers voor de vier speerpunten vertegenwoordigd door Dienst Publiekszaken, Dienst Onderwijs Cultuur en Welzijn, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Bestuursdienst. De Dienst Stadsbeheer en Dienst Stedelijke Ontwikkeling leveren hun aandeel bij de realisatie van de acties. Gedurende de looptijd van dit programma-actieplan kan de opzet, de samenstelling en de verschillende vertegenwoordigers nog wijzigen. Het gebiedsteam komt gemiddeld twee tot drie keer per maand bijeen om de voortgang de acties te bespreken. De vertegenwoordigers van de gemeentelijke diensten en maatschappelijke partners in Duindorp in de tweede kolom en derde kolom leveren allen hun bijdrage aan het in samenhang realiseren van de acties en maken dus geen onderdeel uit van het gebiedsteam. De samenstelling van het gebiedsteam per 20 april 2021 is: Trekker van speerpunt en lid van gebiedsteam Duindorp

Vertegenwoordigers vanuit de gemeentelijke vakdiensten die hun bijdrage leveren aan één of meerdere genoemde acties in bijlage I

In samenwerking met vertegenwoordigers vanuit de (maatschappelijk) partners in Duindorp

Speerpunt 1 Herstel van vertrouwen, tussen overheid en bewoners en tussen bewoners onderling.

• Community builder (DPZ) • Senior domeinmedewerker (OCW) • Senior stadsdeelmedewerker (DPZ) • Gebiedsregisseur (DSO) • Beleidsmedewerker (DSO) • Domeinondersteuner Sport (OCW) • Communicatieadviseur (BSD-COM)

• Vestia • Welzijn Scheveningen • Basisschool de Meerpaal • Basisschool de Tweemaster • Politie • Haagse Hogeschool

• Senior domeinmedewerkers (OCW) • Teammanager (OCW-JMO) • Gezinscoach (OCW-JMO) • Accounthouder Veiligheid (BSD) • Beleidsmedewerkers (DSB) • Contractbeheer afval (DSB) • Beleidsondersteunend medewerker (DSB) • Medior vakspecialist (DPZ)

• Basisschool de Meerpaal • Basisschool de Tweemaster • Welzijn Scheveningen • Politie • Buurt Beheer Maatschappij • Sporttuin Duindorp

• Projectleider Haagse Kracht (DPZ) • Community bulder (DPZ) • Teammanager (OCW-JMO) • Gezinscoach (OCW-JMO) • Manager +500 actielijn (SZW) • Consulent geldzaken (SZW)

• Vestia • Eigen Kracht Centrale • Parnassia

• Bestuurlijk beleidsmedewerkers (BSD-Veiligheid) • Procesregisseur (BSD-Veiligheidshuis) • Wijkmanager (DPZ) • Teamhoofd Handhaving (DSB-HHO)

• Politie

Trekker Wijkmanager DPZ Speerpunt 2 Versterking van het pedagogisch klimaat Trekker Domeinmedewerker OCW

Speerpunt 3 Het bieden van nieuwe kansen aan de bewoners met multiproblematiek Trekker Beleidsadviseur SZW Speerpunt 4 Openbare orde, handhaving en veiligheid. Trekker Accounthouder Veiligheid BSD

9

3.2

Relatie met andere gemeentelijke programma’s

Het programma-actieplan Duindorp 2021-2022 heeft een relatie met andere lopende programma’s en sluit voor de versterking van de integrale aanpak aan bij de programma’s Wijkagenda, Haags Samenspel, Herstructurering Welzijnswerk, Zicht op Ondermijning, Toekomst Scheveningen Badplaats en de Omgevingsvisie.

3.3

Evalueren en monitoren

Met de eerste voortgangsrapportage van het programma prioritaire gebieden in oktober/november 2021 wordt de opzet voor het monitoren en evalueren voor zowel het gehele programma als het programma-actieplan Duindorp 2021-2022 gepresenteerd aan de raad. Met Platform 31, de Haagse Hogeschool en onderzoekers van de gemeente wordt momenteel gewerkt aan de opzet hoe dit te gaan doen. Op basis van de speerpunten en doelen worden indicatoren gekozen die medebepalend zijn of het monitoren en evalueren gebeurt op project-dan wel op activiteitenniveau. Dit betekent dat met alle bij het project betrokken partners gekeken wordt naar de betekenis en meerwaarde van het project of activiteit voor gebied en de bijdrage die het heeft geleverd aan de ambities. Eén van de conclusies uit het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau; Werk aan de Wijk (2015) is dat de maatschappelijke effecten van het specifieke krachtwijkenbeleid niet geïsoleerd van de context van de staande beleidsprogramma’s en op een wetenschappelijke verantwoorde wijze gemeten kan worden. De causaliteit valt niet exact vast te stellen. Immers, er worden voor de stad en dus ook voor de prioritaire gebieden vanuit de verschillende afzonderlijke beleidsprogramma’s bijdragen geleverd op het terrein van onderwijs, zorg, welzijn, wonen en veiligheid e.d.

Daarnaast treden effecten veelal pas na verloop van meerdere jaren zichtbaar op en wijzigt de samenstelling van de wijken gedurende de tijd. Ook externe factoren zoals economische crisis of Rijksbezuinigingen hebben invloed op effecten van gedane inspanningen. Met deze nuancering wordt rekening gehouden bij de monitoring en de evaluatie. Belangrijker dan de cijfers is het verhaal van de bewoners, ondernemers en de partners in Duindorp; wat heeft het hen opgeleverd?

3.4

Borgen van de integrale aanpak

De stadsdeelwethouder, stadsdeeldirecteur en wijkmanager zijn het eerste gezicht voor het programma-actieplan in Duindorp. Samen met de vertegenwoordigers vanuit de diensten en maatschappelijke partners vervullen zij een belangrijke rol in deze aanpak en zijn zij een aanspreekpunt voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het programmateam programma prioritaire gebieden is het gezicht voor de betrokken vakdiensten, bestuurlijke portefeuillehouders en de externe partners met specifieke expertise. Het programmateam faciliteert de gemeentebrede integrale aanpak prioritaire gebieden, jaagt aan en stuurt op zowel het gewenste maatschappelijk effect als de integrale aanpak in de gemeentelijke organisatie’. Met het oog op toekomstige integrale opgaven moet het gebiedsgericht werken binnen alle gemeentelijke diensten een structurele plaats krijgen en zich ontwikkelen tot een meer vanzelfsprekende manier van werken. Een advies over het borgen van het gebiedsgericht werken in de gemeentelijke organisatie en in de vier gebieden in de stadsdelen maakt onderdeel uit van dit programma. Dit advies wordt gebaseerd op de ervaringen en verkregen inzichten opgehaald uit het kennis- en leer- en ontwikkelplatform (zie ook 1.1.)

10

3.5

Communicatie

Voor zowel het gehele programma als per prioritair gebied komt een communicatieplan. De communicatie over het programma vindt plaats op het niveau van: Duindorp Voor het programma-actieplan Duindorp en het programma Toekomst Scheveningen Badplaats is één communicatieadviseur aangesteld. Met het programma-actieplan Duindorp wordt ingezet op een betere en heldere communicatie vanuit de gemeente met de Duindorpers en op meer positieve verhalen over Duindorp in de media. Twee tot drie keer per jaar wordt een nieuwsbrief uitgebracht naar voorbeeld van 'Meedoen op Scheveningen'. Gebiedsstuurgroep en Gebiedsteam Met de overleggen van de gebiedsstuurgroep en het gebiedsteam worden de leden geïnformeerd over de voortgang van het programma. Van de leden wordt een bijdrage verwacht aan de communicatie aan de Duindorpers, het college, de raad, het gemeentelijke managementteam, de programmaraad prioritaire gebieden en de directie en management dan de diensten. De wijze waarop wordt uitgewerkt in het communicatieplan, mede op basis van een krachtenveld analyse van alle betrokken stakeholders in Duindorp. Gemeentelijke Management Team, Programmaraad prioritaire gebieden en directie en management van de diensten • Afgesproken is dat het GMT gemiddeld drie keer per jaar over de voortgang wordt geïnformeerd dan wel dat een specifiek thema worden besproken.

• De programmaraad prioritaire gebieden komt gemiddeld zes tot zeven keer per jaar bijeen. Op verzoek van de betrokken directeuren is wel maandelijks een overleg ingepland waar verschillende programma’s besproken kunnen worden. Afhankelijk van de agenda worden de betreffende directieleden uitgenodigd. Het gaat om de programma’s Prioritaire Gebieden, Wijkagenda, Haags Samenspel en Ondermijning. • Het informeren van de directies en management van de diensten over het programma, de voortgang en inzichten gebeurt o.a. via presentaties in de directieteams, nieuwsbrieven en bijeenkomsten. College en Raad • Het college wordt gemiddeld drie keer per jaar geïnformeerd over de voortgang op het programma. Ook hierin kan specifiek een thema worden behandeld. • Afgesproken is dat de raad jaarlijks wordt geïnformeerd over de voortgang en wel één jaar na de start. Dit betekent oktober 2021 en 2022. • Het programma prioritaire gebieden ressorteert onder programma 14 Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening en waarbij de verantwoording ervan meeloopt met de planning en control cyclus van programma 14.

4

Begroting programma- actieplan Duindorp 2021-2022

In de begroting heeft het college aangekondigd € 6.000.000, - beschikbaar te stellen. Deze € 6.000.000, - wordt gedekt uit de lopende begroting. Een bedrag van € 2.000.000, wordt gedekt door de middelen uit de verschillende beleidsvelden en portefeuilles. Dit naast de overige € 4.000.000, - die voorzien was in de besluitvorming over de risicovoorziening Rotterdamse Baan. De begroting van het programma-actieplan Duindorp 2021-2022 maakt onderdeel uit van de begroting programma prioritaire gebieden. Voor de dekking van alle acties wordt een totaalbedrag gereserveerd van € 1.332.000, (Inclusief € 55.000, - onvoorzien). 11

In de al eerdergenoemde aparte bijlage I “Uitwerking begroting programma-actieplan Duindorp 2021-2022 ” behorende bij dit programma-actieplan, zijn de totaalkosten en toedeling ervan inzichtelijk gemaakt.

5

Randvoorwaarden en risico’s

Voor de realisatie van het programma-actieplan zijn onderstaande randvoorwaarden en risico’s van invloed op de realisatie. 1.

2.

3. 4.

5.

6. 7.

Het mandaat, de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen zijn bekend en vastgelegd (waaronder: GMT, opdrachtgever namens GMT, programmaraad, programmateam, gebiedsstuurgroep, gebiedsteam). Het tijdig beschikbaar stellen van medewerkers met de juiste expertise uit de betrokken vakdiensten, die gedurende de looptijd van het programma-actieplan een bijdrage leveren aan de uitvoering van de acties, het gebiedsteam, het wenkend perspectief en het kennis- en leer- en ontwikkelplatform. De mogelijkheid tot inzet van de expertise via o.a. Haagse Hogeschool, Platform 31, Universiteiten op relevante onderdelen. Een open en transparante werkwijze, met de mogelijkheid om met respect gevraagd en ongevraagd te adviseren over de gewenste (lerende) organisatie en de hierbij behorende houding en gedrag van betrokkenen. Het tijdig en in voldoende mate beschikbaar hebben van expertise op het gebied van communicatie (zowel programmaniveau als voor de vier gebieden), data gestuurd werken, juridische zaken, organisatie- en veranderkunde en bewonersparticipatie. Een blijvende focus op deze bestuurlijke prioriteit door alle betrokkenen. Een versoepeling van de COVID-19 maatregelen (afhankelijk van landelijke maatregelen) zodat de uitvoering niet wordt belemmerd.

12

Bijlage 1 Raadsmededeling ‘Investeren in vertrouwen’. Aanzet voor een Actieplan Duindorp (RIS305138).

13

020

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

PBS/2020.30 RIS305138 Contactpersoon

Marjo Hiemstra Dienst

Dienst Publiekszaken Afdeling

Stadsdeel Scheveningen Telefoonnummer

14070 E-mailadres Onderwerp

Investeren in vertrouwen. Aanzet voor een Actieplan Duindorp

marjo.hiemstra@denhaag.nl

Geachte voorzitter, Sinds 2018 loopt een serie publieke dialogen in en over Duindorp, met bewoners en stakeholders. Die dialogen gaan over wezenlijke dingen die de kern raken van wat er in en met Duindorp aan de hand is. Over de relatie tussen verschillende bewonersgroepen onderling en tussen bewoners en de overheid. Over het woon- en leefklimaat. Over veiligheid. Over het klimaat waarin kinderen opgroeien. Over woonruimteverdeling. Over problemen achter de voordeur. De publieke dialogen zijn uitgevoerd door diverse onderzoekers van de Haagse Hogeschool om met bewoners, met professionals werkzaam in de wijk, met de gemeentelijke overheid, meer zicht te verkrijgen op de werkelijkheid en op de beeldvorming van de werkelijkheid. In het onderzoek van de Haagse Hogeschool is gekozen voor de aanpak van “publiek leren”. Met wijsheid (omgaan met publieke waarden), met relaties (ontwerpen van nieuwe sociale relaties) en met leerprocessen (experimenten) is gezocht naar ontwikkeling van kennis, verbetering van systemen en persoonsontwikkeling. Naast de drie onderzoeken van de Haagse Hogeschool heeft in opdracht van de Gemeente Den Haag Bureau Omlo middels individuele interviews de aanwezigheid van sociale spanningen in Duindorp onderzocht.

Met de vier onderzoeken is uitvoering gegeven aan een door de raad aangenomen motie om onderzoek te doen naar de veiligheids- en de woonbeleving van de bewoners van Duindorp (RIS300194). Behalve de bewonerskaders die met enige regelmaat deelnemen aan overleg met de gemeente zijn ook andere, oude en nieuwe Duindorpers uitvoerig aan het woord gekomen. De geplande serie van dialogen is nu afgerond. De uitkomsten vindt u in de bijlage. Opbrengst is dat meer inzicht is ontstaan in ernst en omvang, oorzaken en achtergronden van de problemen die er in Duindorp zijn. Ook is een begin van samenwerking gegroeid tussen bewoners onderling en tussen bewoners, gemeente en andere instanties. Er tekent zich een beeld af van wat er nodig is om een verbeteringsslag in Duindorp te realiseren, met een aanpak die ook de Duindorpers met multiproblematiek bereikt en voorkomt dat hun problemen en achterstanden worden overgedragen op volgende generaties.

Gemeente Den Haag

Spui 70

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoon : 14070

14

Duidelijk is geworden dat de problematiek van de harde kern van multiprobleemgezinnen ernstig en hardnekkig is en dat het huidige beleid onvoldoende is om die weg te werken. Dit is het moment om door te pakken, om de nog broze samenwerking te verstevigen en het urgentiegevoel dat bij bewoners en instanties is gaan groeien niet te laten wegvloeien. Doel van deze Raadsmededeling is aan te geven wat er speelt en welke inzet het college met Duindorp wil plegen. Als we blijven doen wat we al deden zonder flink gas bij te geven houden we wat we nu hebben: een wijk waar het met de meeste mensen goed gaat maar waar een relatief kleine groep hardnekkige achterstanden heeft die onder meer tot uitdrukking komen in problematisch gedrag. Dat gedrag heeft veel impact op de beeldvorming in en over de wijk en op de in de wijk heersende cultuur. Daar heeft de hele wijk last van. Wat speelt er in Duindorp? Duindorp is een overzichtelijke wijk die aan drie kanten wordt omgeven door duingebied. Aan de vierde kant vormen het afwateringskanaal en de nieuwbouw op het voormalige Norfolkterrein de grens. Er staan ongeveer 2800 woningen in de wijk, waarvan meer dan de helft sociale huurwoningen. De verhuismobiliteit is laag. Het totale aantal bewoners bedraagt circa 6000. Daarvan is 83% van autochtoon Nederlandse herkomst.

Duindorp is een kwetsbare wijk met een lange historie van allerlei sociale en economische problemen. Dankzij jarenlange intensieve inzet is Duindorp inmiddels geen achterstandsgebied meer. De scores op achterstandsindicatoren liggen momenteel rond het stedelijk gemiddelde. Dat is in belangrijke mate het resultaat van de grootschalige herstructurering van de woningvoorraad. In de (duurdere) nieuwbouw zijn sociaal en economisch sterke bewoners gekomen die het wijkgemiddelde omhoog halen. Op het eerste gezicht lijkt het daarom best goed te gaan in de wijk. Maar dat positieve beeld is bedrieglijk. Door de goede scores van de nieuwe bewoners wordt minder zichtbaar dat er in de wijk ook een harde kern van gezinnen met multiproblematiek is op wie het bestaande beleid nauwelijks vat heeft weten te krijgen. Over wie hebben we het? Over een paar honderd bewoners met een lage opleiding, geen (zicht op) werk, verslavings- en andere problematiek, een minimum inkomen, schulden, problematisch gedrag en/of een over een lange periode gegroeid wantrouwen tegen overheden en professionals dat in de weg staat bij hulp zoeken of aanvaarden. Er resteert een harde kern van circa 400 adressen waar een vorm van sociale problematiek speelt. De achterstanden van deze gezinnen zijn ondanks het ingezette beleid niet of nauwelijks ingelopen.

Een deel van deze groep veroorzaakt problemen, maar heeft er ook veel. Om een indicatie te geven van de aantallen: rond 350 huishoudens hebben een inkomen op of rond het sociaal minimum waarvan 150 gezinnen met kinderen. Relatief veel jongeren groeien op in een eenoudergezin (313 gezinnen) of minimahuishouden (150 huishoudens). Maar liefst circa 730 huishoudens hebben een inkomen dat niet hoger is dan 130 procent van het sociaal minimum. De grote sociale en economische veranderingen van de laatste tientallen jaren hebben grote invloed gehad op deze gezinnen. Door die veranderingen is de traditionele broodwinning grotendeels verloren gegaan en is het dorpse woon- en leefklimaat (en daarmee ook de dingen waaraan deze groep zijn identiteit ontleent en waar zij trots op is) onder druk komen te staan. Het zijn mensen die zich (deels door de omstandigheden en deels door de manier waarop zij daar zelf mee omgegaan zijn) steeds meer zijn gaan terugtrekken in hun eigen kring en een sterk gevoel van 'wij tegen de rest van de wereld' hebben ontwikkeld. Wederom, het gaat niet om veel mensen. De meeste Duindorpers hebben zich goed weten aan te passen aan de overgang van traditioneel vissersdorp naar pluriforme stadswijk.

15 /14

Zij hebben een nieuw perspectief gevonden en zijn over het algemeen succesvolle stedelingen die met plezier in de wijk wonen. Maar degenen die zich niet hebben kunnen aanpassen, verkeren in een moeilijke situatie. Daardoor is onvrede gegroeid met de overheid en met de mainstream maatschappij. Die onvrede komt van tijd tot tijd tot ontlading. Die uitbarstingen bepalen het beeld dat de buitenwereld van Duindorp heeft. Heel Duindorp heeft daar last van. In het onderzoek van Bureau Omlo (deelstudie IV) wordt door diverse geïnterviewden aangegeven dat het negatieve beeld over Duindorp hardnekkig is. Zoals overal in Nederland kijken mensen in zo'n situatie eerder naar de overheid dan naar zichzelf of naar elkaar. Dat leidt tot nog meer onvrede en nog meer en nog heftiger ontladingen. Op die manier zit Duindorp gevangen in een ongewenste situatie. Deze kunnen we alleen doorbreken als we de achterblijvers weer kunnen bereiken en meenemen. In de verschillende onderzoeken is terug te lezen dat een van de problemen is dat oude en nieuwe Duindorpers grotendeels langs elkaar heen leven. Dat staat een gezonde ontwikkeling van de wijk in de weg. Die aparte leefwerelden komen onder meer tot uitdrukking in de schoolkeuze. Veel kinderen van relatief nieuwe (maar ook sommige oude) Duindorpers gaan naar een school buiten de wijk.

Van de potentiele 750 basisschoolleerlingen die in Duindorp wonen, gaan er 320 naar de twee Duindorpse basisscholen. De beide basisscholen hebben veel moeite om leerkrachten aan zich te binden. Het imago van Duindorp speelt een enorme negatieve rol om leerkrachten te vinden en te behouden. Als we afgaan op de politiecijfers is Duindorp een veilige wijk. Er zijn minder geregistreerde misdrijven en vernielingen dan in andere wijken. Cijfermatige onderbouwing misdrijven en criminaliteit Duindorp Voor deze onderbouwing is gekeken naar alle misdrijven zoals: inbraak, vernieling, brandstichting, openlijke geweldpleging, bedreiging, overlastmeldingen, jeugdproblematiek, verstoring van de openbare orde en drugs en alcoholoverlast. Deze gegevens zijn uit 2017 t/m 2019 en de maanden januari t/m maart van 2020 en komen uit het dataportal van de politie (data.politie.nl). De gegevens worden in absolute zin gepresenteerd en niet vergeleken met andere wijken of gebieden. We doen hier dan ook geen uitspraak over de mate van ernst van de situatie in Duindorp in vergelijking tot andere wijken of gebieden. Door de lage aangiftebereidheid (voor Den Haag is dit 24%) geven de gegevens geen volledig beeld over de ontwikkeling van overlast en criminaliteit. Sfeerbeelden en kwalitatieve indrukken zijn zodoende ook van belang bij het bepalen van de stand van zaken in Duindorp.

Het college wil benadrukken dat daarnaast voor de cijfers van 2019 rekening dient te worden gehouden met de situatie die zich in december 2019 heeft voorgedaan in de wijk nadat duidelijk werd dat het vreugdevuur niet kon doorgaan en de openbare orde problemen die dat veroorzaakte in de wijk. Misdrijf

2017

2018

2019

1e kwartaal 2020

Alle geregistreerde misdrijven

214

200

321

58

Woninginbraak

10

8

14

1

Vernieling c.q. Zaaksbeschadiging

33

34

65

12

Brandstichting/ontploffing1

5

2

9

2

Openlijke geweldpleging

0

2

5

0

1

Let op: de categorie ‘brandstichting’ verwijst naar een zeer specifieke set aan gedragingen, namelijk maatschappelijke klassen F13 (Het

opzettelijk in brand steken van een goed, een ontploffing teweegbrengen of een overstroming veroorzaken) en F14 (Het opzettelijk met behulp van springstof een of meerdere mensen te verwonden of te doden of om objecten te beschadigen of te vernietigen). In de regel worden maar weinig feiten onder deze categorieën geregistreerd (253 van deze feiten zijn in geheel Den Haag geregistreerd in 2019). Dit maakt dat het aantal incidenten met brandjes in de regel beduidend hoger zal liggen dan het aantal dat in de aangeleverde tabel is opgenomen. Hierbij dient rekening gehouden te worden wanneer de aangeleverde gegevens geïnterpreteerd worden.

16 /14

Overlast

2017

2018

2019

1e kwartaal 2020

Alle overlastmeldingen Jeugdoverlast Drugsoverlast

105 56 7

181 74 22

165 105 11

2

11 6

Verstoring van de openbare orde (‘overlast zwervers’ + ‘overige delicten openbare orde’)

8

26

6

0

Om de veiligheidssituatie in Duindorp beter op waarde te schatten vergelijken we Duindorp met de registraties voor heel Den Haag (jaarcijfers per 1.000 inwoners, uit Den Haag in Cijfers). Misdrijven (per 1,000 inwoners) Alle geregistreerde misdrijven Woninginbraak Vernieling c.q. Zaaksbeschadiging Brandstichting/ontploffing3 Openlijke geweldpleging

Duindorp

Den Haag

2017 36,2 1,7

2018 33,6 1,3

2019 54,5 2,4

2017 71,1 3,2

2018 64,7 2,7

2019 68,2 2,6

5,6

5,7

11

6,2

5,8

6,6

0,8 0

0,3 0,3

1,5 0,8

0,4 0,2

0,3 0,2

0,5 0,3

Relatief gezien is het opvallend dat de cijfers voor Duindorp tot 2019 onder het Haags gemiddeld ligt, met uitzondering van de geregistreerde incidenten van brandstichting of ontploffing. In 2019 verandert dit beeld voor vernielingen c.q. zaaksbeschadigingen, openlijke geweldpleging en het aantal misdrijven, waarvan de registraties in dat jaar sterk boven het Haags gemiddelde ligt. Overlast (per 1,000 inwoners) Alle overlastmeldingen Jeugdoverlast Drugsoverlast Verstoring van de openbare orde (‘overlast zwervers’ + ‘overige delicten openbare orde’)

Duindorp

Den Haag

2017 17,8 9,5 1,2

2018 30,4 12,4 3,7

2019 28,3 17,8 1,9

2017 29 4,1 3,2

2018 30,7 3,7 3,9

2019 32,2 4,6 4,4

1,4

4,4

1

3,8

4,7

5,5

Wat betreft overlastmeldingen gelden grofweg dezelfde uitkomsten als die bij misdrijven: de cijfers liggen algemeen bezien onder het Haags gemiddelde, maar maken wel een sterke groei door. In bijzonder ligt het aantal jeugdoverlast-meldingen sterk boven het Haags gemiddelde. Ook voor die vorm van overlast is er sprake van erg sterke groei.

Het tabellenboek van de politie kent daarnaast ook een categorie ‘branden (meldingen met politie inzet)’, een categorie waar meer gedragingen onder vallen. Helaas is deze informatie niet standaard beschikbaar op wijk/buurtniveau. Indien nodig kan deze informatie wel uitgevraagd worden bij de politie. Binnen het stadsdeel Scheveningen zijn in 2019 414 dergelijke incidenten registreert. 2

Totalen over deze periode zijn nog niet gerapporteerd.

3

Zie voetnoot 1.

17 /14

Bewoners voelen zich iets veiliger dan het stedelijk gemiddelde. In de onderzoeken naar veiligheidsbeleving (deelstudie II) en sociale spanningen (deelstudie IV) wordt dit deels verklaard door het dorpsgevoel en de saamhorigheid. Echter voelen bewoners die minder lang in Duindorp wonen zich hierdoor soms juist buitengesloten. Pijnpunt zit vooral in de jeugdoverlast, waarbij sommige bewoners vinden dat de kinderen te weinig normen en waarden meekrijgen en te weinig gecorrigeerd worden door hun ouders en omwonenden. Bewoners zijn vaak terughoudend in het aanspreken van jongeren, omdat zij bang zijn voor een agressieve reactie. Andere Duindorpers vergoelijken het gedrag van de jongeren juist. Gevolg van dit alles is dat er spanning bestaat tussen verschillende bewoners in Duindorp die van tijd tot tijd tot ontlading komt. Waarom is de aanpak van Duindorp urgent? De dialogen hebben in verschillende opzichten voor een doorbraak gezorgd. Vanwege de openhartigheid waarmee problemen besproken zijn en omdat bewoners en professionals, door goed naar elkaar te luisteren en door met elkaars ogen naar de wijk te kijken, voor het eerst een (begin van een) gezamenlijk beeld van het speelveld hebben gekregen: wat zijn problemen, waar liggen kansen, wat is er nodig, welke interventies raken de kern en is daar ook draagvlak voor.

Zo is tijdens de Publieke Dialoog Veiligheidsbeleving (deelstudie II) door alle deelnemers zes thema’s vastgesteld aan de hand van de probleemverkenning over wat veiligheid in Duindorp betekent voor bewoners en anderen. Met de publieke dialogen is een begin gemaakt met herstel van vertrouwen. De relatie is nog broos en we moeten nog ervaren hoe groot de schade is die de gebeurtenissen voorafgaand en tijdens de laatste jaarwisseling hebben veroorzaakt. Maar aan beide kanten leeft het besef dat we wat er met de dialogen bereikt is niet door onze vingers moeten laten glippen en dat nu het moment is om door te pakken, om samenwerking en verbinding te zoeken. Er lijkt nu voor het eerst sinds jaren een basis te zijn voor een breder gedragen en daardoor effectievere aanpak van sociaaleconomische problematiek en maatschappelijke spanningen. We staan op een kruispunt. Als overheid en bewoners volharden in de oude standpunten en de hakken in het zand zetten komen we de volgende jaren geen stap verder. Het blijft dan bij symptoombestrijding. De echte problemen blijven liggen en zullen dus regelmatig blijven opspelen. Als het ons, bewoners en instanties, lukt om een nieuwe start te maken, oud zeer achter ons te laten en samen de schouders te zetten onder de dingen die er echt toe doen in Duindorp kunnen we een volgende, belangrijke stap gaan zetten.

Daarbij gaat het om vier speerpunten: 1. 2. 3. 4.

Herstel van vertrouwen, tussen overheid en bewoners en tussen bewoners onderling. Daarbij hoort ook het aanpakken van de krachten in de wijk die veranderingsprocessen blokkeren; Versterking van het pedagogisch klimaat, zodat kinderen goed worden toegerust voor de toekomst en de bagage krijgen om zelfredzame en verantwoordelijke burgers te worden; Het bieden van nieuwe kansen aan de bewoners met multiproblematiek; Openbare orde, handhaving en veiligheid.

Nu al is duidelijk dat het bestaande beleid en de bestaande middelen onvoldoende zijn om de problemen niet alleen te verzachten maar ook echt weg te werken. Er is een stevige structurele aanpak nodig. Een aanpak die het mogelijk maakt om (gemeentelijk) personeel in te zetten dat in staat is (en de tijd krijgt) om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de bewoners.

18 /14

Daarom hoort Duindorp bij de wijken die als eerste aan de beurt is voor een wijkagenda. De wijkagenda's geven inzicht in de belangrijkste uitdagingen voor de wijk in de komende vier jaar en geven aan welke (sector overstijgende) maatregelen worden ingezet om die uitdagingen aan te gaan. Basis van de wijkagenda is cijfermateriaal over de wijk. De wijkagenda´s zijn een volgende stap in onze inzet om meer dan tot nu toe informatiegestuurd te gaan werken. De komende jaren krijgt elke wijk een wijkagenda met de punten die er voor die wijk toe doen. Rond de zomer van dit jaar presenteren we de eerste zes wijkagenda´s, waaronder die voor Duindorp. In het traject dat naar die wijkagenda leidt willen we de vier speerpunten vertalen in concrete maatregelen met een tijdpad, met een financiële vertaling en met meetbare doelstellingen. We geven hieronder op hoofdlijnen aan welke kant we uit willen. Hoe pakken we het aan? We zullen op een aantal punten met elkaar de moed moeten hebben om op bepaalde dossiers echt in te grijpen. Dat betekent andere dingen gaan doen, of dingen anders doen. Doorgaan op de oude weg betekent dat de huidige problemen blijven bestaan en worden doorgegeven aan volgende generaties. Als we dat niet willen is dit het moment om in te spelen op het gevoel bij een groeiende groep wijkbewoners.

En bij de frontlijn professionals die met hun voeten in de modder staan en weten dat het anders kan en anders moet. We mogen het ons als overheden en instanties aantrekken dat we er niet in geslaagd zijn de slachtoffers van maatschappelijke en economische veranderingen bij de stedelijke samenleving betrokken te krijgen en te houden. Er is wel veel geprobeerd. De afgelopen jaren is er steeds aandacht voor Duindorp geweest en zijn er ook aanpakken van grotere of kleinere omvang uitgevoerd. Maar dat heeft niet tot blijvende verbetering geleid. We zijn er indertijd ook niet in geslaagd om de tegenwerkers buiten spel te zetten. In 2008 is in samenwerking tussen gemeente, woningcorporatie Vestia en het bureau Werken aan de Stad een programma opgezet om samen met bewoners, na de fysieke herstructurering van de jaren daarvoor, in te zetten op sociale herstructurering. Door in te zetten op positieve ontwikkelingen, door verbinding te versterken tussen “oude” en “nieuwe” bewoners”. Er werden in dit programma goede aanzetten gemaakt tot verbetering. Helaas is dit programma, op het moment dat de financiële problemen rond woningcorporatie Vestia manifest werden, gestopt. In de periode 2016-2019 hebben we gewerkt op basis van een wijkprogramma voor Duindorp. In dit wijkprogramma was geen regulier werk opgenomen, maar ging het om maatwerk op sociaaleconomisch gebied4.

Ieder jaar is op basis van dit wijkprogramma een uitvoeringsplan opgesteld samen met de wijkbewoners en -professionals en de andere gemeentelijke diensten. In Duindorp werkten we onder andere aan: versterken van de bewonersparticipatie, aanpak van overlastgevende jeugd, het vergroten van de ouderbetrokkenheid, de aanpak van overgewicht bij de jeugd, een warm welkom voor nieuwe bewoners en de herinrichting van de Pluvierstraat. De inzichten die de afgelopen jaren zijn opgedaan met o.a. bovenstaande programma’s zijn meegenomen in de plannen voor de nu voorgestelde aanpak. We hebben bijvoorbeeld meer zicht op de ernst en omvang, oorzaken en achtergronden van de problemen die in Duindorp aanwezig zijn. De afgelopen jaren zijn kleine, belangrijke stappen gezet, maar tegelijkertijd is in de afgelopen periode duidelijk geworden dat verdere intensivering van de aanpak Duindorp noodzakelijk is om duurzame veranderingen te bereiken. Op basis van de opgedane inzichten kiezen we nu voor een gerichtere aanpak.

4

https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/stadsdelen/scheveningen/wijkprogramma-scheveningen-duindorp-2016-2019.htm

19 /14

We zien dat er een grotere slag nodig is om de cultuur echt te veranderen en dat daarvoor grotere inzet en meer focus nodig is. De vier bovengenoemde speerpunten moeten gaan leiden tot meer focus en daarmee meer resultaat. De dialogen hebben ons geholpen de focus te leggen op deze specifieke vier thema’s. Er tekent zich een beeld af van wat er nodig is om een verbeteringsslag in Duindorp te realiseren, met een aanpak die ook de Duindorpers met multiproblematiek bereikt en voorkomt dat hun problemen en achterstanden worden overgedragen op volgende generaties. Duidelijk is geworden dat de problematiek van de harde kern van multiprobleemgezinnen ernstig en hardnekkig is en dat het huidige beleid onvoldoende is om die weg te werken. Dit is het moment om door te pakken, om de nog broze samenwerking te verstevigen en het urgentiegevoel dat bij bewoners en instanties is gaan groeien niet te laten wegvloeien. We hebben niet altijd de goede toon gevonden voor een constructieve dialoog. De meeste Duindorpers zijn trotse mensen die niet zitten te wachten op beschavingsoffensieven van de overheid. De overheid heeft niet alle sociale problemen aangepakt en velen zijn niet altijd gehoord of overschreeuwd door een klein deel andere bewoners. Ook als de koers van een aanpak in essentie goed was, had hij vaak te weinig kracht.

Er werden te snel resultaten verwacht en was er te weinig oog voor dat het niet alleen om een sociaaleconomisch maar ook om een sociaal-cultureel probleem ging. Om de overgang van een gesloten dorpsgemeenschap die controleert maar ook beschermt, die soms steun geeft maar soms ook verstikkend is, naar een open gemeenschap die kansen biedt maar voor sommigen ook bedreigend kan zijn. Van een gemeenschap die zijn eigen zaakjes regelt naar een onderdeel van een groter geheel waar niet de machtsverhoudingen tussen bewoners maar regels en wetten bepalend zijn. Waar niet altijd ruimte is voor maatwerk en waar een individu tussen de wal en het schip kan raken. We zien nu de gevolgen. Het grootste deel van de Duindorpers heeft zich succesvol aangepast aan de vele sociale en economische veranderingen, een klein deel is dat niet gelukt. Degenen die achterop geraakt zijn, hebben hun vertrouwen in overheden en instanties verloren. Aanpakken die gericht zijn op verandering van houding en gedrag slaan niet goed aan. Voor alternatieven die meer uitgaan van de wensen en behoeften van de bewoners is er op dit moment geen geld of het beleid laat daarvoor geen ruimte. Sommige bewoners geven aan dat zij vooral met rust gelaten willen worden. Maar duidelijk is ook dat dit betekent dat zij vast blijven zitten in hun problemen en die ook weer aan hun kinderen zullen doorgeven.

We moeten niet van bovenaf bepalen wat goed is voor Duindorp en de Duindorpers zonder dat zij daarover hebben kunnen meepraten en meebeslissen. De contouren die we hieronder schetsen komen niet uit de lucht vallen en zijn niet van achter ambtelijke schrijftafels bedacht. Ze zijn gebaseerd op de dialooggesprekken van de afgelopen jaren, maar kunnen en zullen in overleg met de wijk nog op allerlei punten worden aangevuld en aangescherpt. U vindt hier dan ook geen besluitrijp plan, maar een aantal richtinggevende hoofdlijnen die de komende maanden nader worden uitgewerkt, met partners zoals de scholen, de woningcorporatie, hulpverleningsinstellingen, de welzijnsorganisatie en de politie en ook en vooral met verschillende groepen Duindorpers zelf. De community builder en de wijkmanager spelen een cruciale rol bij het stimuleren en onderhouden van de dialoog met de wijk, het ophalen van ideeën bij bewoners en het stimuleren en ondersteunen van bewonersinitiatieven. Overleggen over een robuuste aanpak zonder de garantie dat die ook politieke steun zal krijgen kan juist leiden tot nieuwe vertrouwensschade.

20 /14

De dialoog van de laatste twee jaar biedt goede aanknopingspunten om een negatieve discussie over samenleven in de wijk (in één slagzin: Duindorp voor de Duindorpers) die verandering en nieuwkomers bij voorbaat afwijst om te buigen naar een discussie waarin centraal staat wat oude en nieuwe bewoners met elkaar verbindt (samen te vatten als: Wat maakt Duindorp Duindorps). 1.

Herstel van vertrouwen

Herstel van vertrouwen is een onmisbare voorwaarde voor een succesvolle aanpak. Vertrouwen over en weer, van Duindorpers in de overheid maar ook omgekeerd, en van Duindorpers in elkaar. De dialoog wijst daarvoor de richting aan. Er is behoefte aan duidelijke communicatie, in “mensentaal”, over plannen, beleid en dienstverlening van gemeente, welzijnsinstelling en corporatie. Mensen kennen de regels niet, maar weten ook niet wat hun rechten zijn en op welke voorzieningen zij een beroep kunnen doen. Afspraken moeten helder worden vastgelegd en betrouwbaar worden nagekomen. De overheid moet herkenbaar aanwezig zijn in de wijk, toegankelijk zijn, ruimte geven waar dat kan maar ook duidelijke grenzen trekken als dat moet, en die ook handhaven. Van de gemeente en van professionals mag worden verwacht dat zij luisteren naar wat bewoners vinden en willen. En dat zij daarmee rekening houden binnen de grenzen van wet- en regelgeving en van wat redelijkerwijs mogelijk is. De economische en maatschappelijke veranderingen van de afgelopen decennia kunnen niet worden teruggedraaid. De vertrouwde dorpsgemeenschap van vijftig jaar geleden komt niet meer terug. Wel kunnen we actiever en creatiever dan tot nog toe op zoek gaan naar ruimte die regels en wetten laten voor maatwerk.

Het vertrouwen tussen bewoners onderling en tussen bewoners en instanties heeft zeker in de periode rondom de jaarwisseling een paar flinke deuken opgelopen. De afwikkeling van alles wat er rond en tijdens de jaarwisseling is gebeurd zal nog een tijd in beslag nemen en zal ook een stempel drukken op de sfeer in de wijk. Maar we moeten niet daarin blijven hangen, we moeten juist vooruit kijken: hoe gaan we verder? Grenzen stellen en handhaven is belangrijk, maar we krijgen het vertrouwen niet terug door alleen te verbieden en te bestraffen. In de publieke dialoog zijn twee thema´s genoemd die voor bewoners erg belangrijk zijn: ontmoetingsplekken en evenementen in de wijk; van buurtfeesten tot de jaarwisseling. Daarnaast moeten we ook buiten de gebaande paden denken aan maatregelen die het vertrouwen kunnen herstellen, waarbij ontmoeting en verbinding centraal staan als rode draad in alles in deze aanpak. Ontmoeting De diverse groepen bewoners, leven in hoge mate langs elkaar heen. De relaties zijn soms gespannen. In het onderzoek over wonen (deelstudie I) en sociale spanningen (deelstudie IV) is te lezen dat bewoners die al langer in Duindorp wonen nieuwkomers vaak zien als indringers die er de oorzaak van zijn dat hun kinderen geen woning meer in de wijk kunnen krijgen en dat nieuwkomers erover klagen dat ze niet worden geaccepteerd.

Het beeld is dat nieuwkomers kunnen worden opgenomen in de Duindorpse gemeenschap, maar daar zullen zij zelf wel veel voor moeten doen. Niet iedereen kan en wil dat. Duindorpers hebben een sterke onderlinge verbondenheid en zijn gehecht aan tradities, gebruiken en sociaal gedrag waar nieuwkomers vaak niets mee hebben of niets mee te maken willen hebben. Omdat hun aantal krimpt en de instroom van nieuwkomers steeds groter wordt, voelen de oude Duindorpers zich steeds meer in het nauw gedreven. De bewoners die relatief nieuw zijn richten zich meer op de stad dan op de wijk en hun kinderen gaan buiten de wijk naar school. Op die manier wordt de confrontatie uit de weg gegaan, maar ontstaan er ook geen nieuwe lijnen en contacten die de basis voor een gezamenlijke toekomst kunnen vormen, waarbij de grote groep vertrouwen heeft niet meer de dupe te zijn van een aantal raddraaiers die het verpesten voor de rest en daar waar nodig opgetreden wordt tegen onacceptabel gedrag.

21 /14

Ook is er in Duindorp sprake van discriminatie en racisme. In het onderzoek over de sociale spanningen (deelstudie IV) is te lezen dat er veel voorbeelden van racisme zijn in Duindorp. Ook wordt de nuancering gedaan dat dit vrij vaak samenvalt met bovenstaande, waarin mensen met een migratieachtergrond automatisch worden geschaard onder de nieuwkomers. Daarnaast worden er een groot aantal mogelijke oorzaken opgesomd. Uit het onderzoek komt naar voren dat het niet gaat om de grootste groep bewoners, maar bewoners gaan de confrontatie hierover uit de weg en nuanceren de incidenten vaak door verzachtende argumenten aan te dragen. Dit maakt dat er ook hierbij te weinig corrigerend vermogen in de wijk aanwezig is om het gedrag van de kleine groep in de wijk zelf te veranderen. Een stedelijke aanpak racisme en discriminatie is in ontwikkeling, waarbij we gaan inzetten op een stevige aanpak. En we maken discriminatie en racisme bespreekbaar, bijvoorbeeld met wijkgerichte voorlichting, ontmoeting en training. Ook blijven we ons inspannen om de aangifte- en meldingsbereidheid bij incidenten met discriminatie te verhogen. Deze uitgangspunten en de uitkomsten van het onderzoek naar sociale spanningen bieden een goede basis om samen met Den Haag Meldt en de Duindorpers in de komende periode concrete acties te formuleren.

Het is belangrijk dat de verhoudingen tussen de verschillende groepen bewoners (oude garde en nieuwkomers, met en zonder migratieachtergrond, oud en jong) normaliseren, dat zij gemeenschappelijke belangen gaan ontdekken en dat zij samen activiteiten gaan ontwikkelen. Dat gebeurt in de welzijnsaccommodaties in en vlakbij de wijk, het Trefpunt en de Mallemok. Deze accommodaties zijn bedoeld voor alle wijkbewoners. Opgave is om binnen die accommodaties ook een plek te bieden aan groepen die zich er nu nog onvoldoende thuis voelen, zoals jongeren. Er is in de afgelopen periode bekeken of er in de wijk mogelijkheden zijn voor een jeugdhonk. Dat proces is afgesloten met de conclusie dat er in Duindorp geen geschikte locaties zijn. De verkende locaties mogen niet voor dit doel gebruikt worden en er is verzet bij omwonenden. Daar komt nog bij dat de wensen van de jongeren (een plek waarover zij volledige zeggenschap hebben, die niet met anderen gedeeld hoeft te worden en waar zij ongestoord hun eigen dingen kunnen doen) op gespannen voet staan met de lijn om bewoners juist bij elkaar te brengen en bij elkaar te betrekken. Mochten de jongeren in gesprek willen over mogelijk (mede)gebruik van een bestaande ruimte, dan staan we hiervoor open.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10212052/1