CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308749 Bijlage 11 - DWG randvoorwaardenkaart en profielen

Commissie Ruimte 23 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken26.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Flexibiliteit en afwijkingen zijn mogelijk op basis van argumenten en vastgelegde afspraken; • voldoende inpandige fietsparkeerruimte die makkelijk bruikbaar en toegankelijk is, ook voor bakfietsen, scootmobielen e.d.; • integreren van parkeervoorzieningen voor Langer Gezond Thuis Wonen.

6.7

Veiligheid

Brandveiligheid De Handreiking ‘Brandveiligheid in hoge gebouwen’, uitgegeven door SBR-CUR, is toepasbaar voor gebouwen tot een hoogte van 200 meter. Voor hogere tot zeer hoge gebouwen zijn maatwerkoplossingen nodig. Verder wordt verwezen naar het Bouwbesluit. Bouwveiligheid Gezien grote impact van hoogbouw op de omgeving - vaak op lastige/dichtbebouwde locaties - is het vereist dat in de vooroverlegfase afspraken met de gemeente worden gemaakt over het indienen van een bouwveiligheidsplan. Rekening dient daarbij te worden gehouden met de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid (in ontwikkeling bij de Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland). Het doel van een bouwen sloopveiligheidsplan is het vooraf inzichtelijk maken of een beoogd initiatief veilig en verantwoord (in relatie tot de directe omgeving en de openbare ruimte) wordt gerealiseerd.

6.8

Tijdelijke bouwplaats

Als er gebouwd wordt in de stad is de dynamiek groot. Vooral bij hoogbouw, omdat dit vaak grootschalige en meerjarige projecten zijn. Een goede uitstraling van een bouwplaats, een goede invulling bij eventuele leegstand en een goede bereikbaarheid zijn belangrijk, zodat de leefomgeving ook in tijdelijke situaties haar kwaliteit behoudt.

ruimte voor interactie; zichtbaarheid van de bouwplaats

Regels: • brandveiligheid: het Bouwbesluit is leidend. Bij gebouwen tot 200m gelden de uitgangspunten uit de handreiking ‘Brandveiligheid in hoge gebouwen’, SBRCUR; • bouwveiligheid: de initiatiefnemer moet in de vooroverlegfase afspraken maken met de gemeente over een bouwveiligheidsplan.

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

43

aansprekende hoogbouw. Turfmarkt, Den Haag

visie kaart CID Agenda Ruimte voor de Stad

Spuikwartier - CS Oost - Beatrixkwartier

44

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

7. INTENSIVERINGSGEBIEDEN In de intensiveringsgebieden uit de agenda Ruimte voor de Stad komen de verschillende thematische en ruimtelijke opgaven bij elkaar en wordt ruimte geboden aan de groei van het aantal inwoners in de stad door compacter te bouwen en door hogere bebouwing mogelijk te maken. In dit hoofdstuk is een beschrijving gegeven van de intensiveringsgebieden en welke gebiedskwaliteiten als basis dienen voor nadere gebiedsuitwerkingen, nieuwe initiatieven en concrete (hoogbouw) ontwikkelingen en de aanvullende regels en ambities die daaruit voortvloeien. Het gaat om de volgende gebieden: • het Central Innovation District (CID), bestaande uit de gebieden: Nieuw centrum, omgeving Den Haag Centraal, Beatrixkwartier, Laakhaven Centraal en de Schenkverbinding; • Binckhorst; • Den Haag Zuidwest, waaronder winkelcentrum De Stede, stadshart Leyweg en knoop Moerwijk. Bij een aantal deelgebieden gelden gebiedsspecifieke regels en/of ambities in aanvulling op de generieke regels uit hoofdstuk 6.

7.1

Het Central Innovation District

Gebied: Nieuw Centrum, Omgeving Den Haag Centraal, Beatrixkwartier, Laakhaven Centraal en de Schenkverbinding Het CID-gebied is een prominent onderdeel van de Agenda Ruimte voor de Stad en het belangrijkste intensiveringsgebied van Den Haag. Het CID is de katalysator voor de vernieuwing van de economische basis van de stad en biedt uitzicht op forse nieuwe werkgelegenheid voor huidige en toekomstige generaties in de stad en wijde omtrek. Bovendien schept het CID de condities om de bereikbaarheid van Den Haag drastisch te verbeteren, de stad te verduurzamen, de realisatie van circa 18.500 woningen tot 2040 en het overbruggen van ruimtelijke, economische en sociale barrières.

De vestigingscondities binnen het CID zijn zeer aantrekkelijk: een centrale ligging, een hoog voorzieningenniveau in de directe omgeving, een grote concentratie van werkgelegenheid met overheden, bedrijven en kennisinstellingen en een uitstekende bereikbaarheid per openbaar vervoer en over de weg. Tegelijk is de huidige bebouwingsdichtheid betrekkelijk laag als gevolg van de vele infrastructuur in het gebied. Hierdoor heeft het CID een grote verdichtingspotentie. Het CID-gebied ondergaat de komende decennia een schaalen kwaliteitsprong en ontwikkelt zich tot een ‘stad van de 21e eeuw’ waarin dichtheid en stedelijke kwaliteit op een zeer hoog niveau samengaan. Met als resultaat een inspirerend werk- woon- en verblijfsklimaat, waarmee Den Haag bedrijven, kennisinstellingen en talent weet aan te trekken en binden aan de stad. Het CID draait om optimale voorwaarden voor interactie en toevallige ontmoetingen. Functiemenging, nabijheid, aantrekkelijke loop-, fiets en OV-verbindingen en ontmoetingsplekken in de buitenruimte en gebouwen zijn essentieel. Het CID krijgt een state-of-the-art inrichting op het gebied van duurzaamheid, slimme technologie, woonvormen en services. In totaal worden tot 2025 tenminste 1.000.000 m² gemengd programma (wonen, werken, onderwijs, services, cultuur) in het gebied gerealiseerd.

Het CID is dan ook hét intensiveringsgebied waar het begrip Haagse hoogbouw gestalte krijgt: als middel om een levendig milieu met hoge dichtheid te realiseren; passend bij de stad, voortbouwend op de Haagse hoogbouwtradities en van hoge kwaliteit en ruimte biedend aan nieuwe woonvormen en diensten, met verrassende combinaties van functies en ontmoetingsplekken die het CID tot een onderscheidend gebied maken.

Voor de Haagse hoogbouw binnen het CID gelden de generieke regels uit hoofdstuk 6. Deze regels krijgen een gebiedsspecifieke uitwerking, zodat de hoogbouw zich voegt naar de verschillende buurten en deelgebieden binnen het CID. Het CID kent vier flanken met verschillende deelgebieden: Westflank: met karaktergebieden: • Nieuw Centrum (Spui- en Wijnhavenkwartier, Resident) • Nieuw Centraal, CS Oost/Grotiusplaats Noordflank: met karaktergebied: • Beatrixkwartier Oostflank: met karaktergebieden: • Laakhaven Centraal (ontwikkelingen rond de Waldorpstraat en Leeghwaterplein) • Schenkverbinding (inclusief omgeving Rijswijkse Plein, Haagvlietpoort) Zuidflank: met karaktergebieden: • Stationsbuurt • Oude Centrum Binnen het CID concentreert de ruimtelijke dynamiek zich hoofdzakelijk binnen deze flanken. De west-, noord- en oostflank zijn de aangewezen plekken voor hoogbouwontwikkeling, als onderdeel van stedelijke intensivering en kwaliteitsprong. Veelal gaat het om gebiedsontwikkeling in samenhang met de aanpak van infrastructurele barrières. In de zuidflank zijn geen hoogbouwontwikkelingen voorzien, maar ligt de nadruk op transformatie binnen de fijnmazige context van de stationsbuurt en het Oude Centrum.

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

45

7.1.1

Nieuw Centrum

Gebied: Spui- en Wijnhavenkwartier, de Resident, Schedeldoekshaven Beeldkwaliteitkader Voor het Spuikwartier is het Beeldkwaliteitplan Spuikwartier opgesteld (vastgesteld in 2016). De principes uit dit beeldkwaliteitplan sluiten aan op de al gerealiseerde hoogbouw in de directe omgeving. De regels en ambities uit deze nota Haagse hoogbouw zijn niet van toepassing op het al in ontwikkeling zijnde Spuikwartier. Hiervoor blijft het beeldkwaliteitsplan Spuikwartier van kracht.

hoogbouw Nieuw Centrum. Foto: Bart van Vliet

Turfmarkt. Foto: Bart van Vliet

46

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

Ruimtelijk functioneel Den Haag Nieuw Centrum is een hoogstedelijk gebied met een intensief gemengd programma. Er is een concentratie aan belangrijke openbare functies zoals ministeries, universiteit, bibliotheek, stadhuis, het Onderwijs- en Cultuurcentrum (OCC), winkels, horeca, hotel, gemengd met woningen en kantoren. Den Haag Nieuw Centrum heeft een zeer hoge dichtheid. De hoogtes lopen op van 40 meter aan het Spui naar 140 meter bij de ministeriegebouwen van Justitie en Binnenlandse Zaken. De oplopende bouwhoogtes en de markante ‘kronen’ geven Nieuw Centrum een herkenbare skyline. Nieuw Centrum is een belangrijke stadsentree, met een hoogwaardig ingerichte buitenruimte. De Turfmarktroute is ingericht als voetgangersgebied; de Haagse Loper verbindt station Den Haag Centraal met het kernwinkelgebied en het Museumkwartier. De Agenda Ruimte voor de Stad benoemt de zone rond het Prins Bernhardviaduct als kans voor stedelijke transformatie van infrastructuur. Typologie In Nieuw Centrum is het type van Haagse hoogbouw, zoals beschreven in de generieke regels, tot ontwikkeling gekomen. Goede voorbeelden zijn de Resident, het complex met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie, woontoren De Kroon en de transformatie van Wijnhaven II, 2e fase. Op

een aantal plekken heeft de al gerealiseerde bebouwing een stedelijke laag, in afwijking van de generieke regels, een hoogte tot 35-40 meter. Dit is echter geen uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen, om voldoende licht, lucht en doorzicht te houden in het gebied. De gebouwen zijn georiënteerd op de Turfmarkt (Haagse Loper). Daar is het effect van een consequente toepassing van de regels voor een plint met stedelijke functies en de stedelijke laag goed te zien: het maakt de Turfmarkt tot een succesvolle levendige route. Langs de Schedeldoekshaven geldt een afwijkende typologie: “het stadsbalkon met torens”. Deze typologie bestaat uit een plint van 1 of 2 lagen met daarop een groene publieke ruimte en torens. Gebiedsspecifieke regels: • in afwijking van de generieke regels is de plinthoogte minimaal 6 meter; conform het huidige beleid voor dit gebied; • een intermediaire ruimte (voorhof, atrium, arcade, onderdoorgang) verankert de hoogbouw in de stedelijke omgeving; • het parkeren is ondergronds opgelost, ontsloten vanaf de achterzijde zodat de Turfmarkt autovrij is; • langs de Schedeldoekshaven mag de stedelijke laag bestaan uit een plint van 1 of 2 lagen. De hoogte is minimaal 6m.

Architectuur De architectuur sluit door een zorgvuldig ontwerp aan op de bestaande binnenstad. Gebiedsspecifieke regels: • overwegend een perceelsgewijze opzet van de gevels van de stedelijke laag; • er is geen overheersende perceelbreedte; gezien de schaal en maat van de bebouwing zijn percelen relatief breed; • de hoogbouw is nadrukkelijk verticaal opgezet, om een bijdrage te leveren aan de Haagse skyline; • gebouwen zijn van hoogwaardige baksteen of natuursteen, in een natuurlijke gedempte toon. In de detaillering is er speciale aandacht voor textuur, metselverband en voegsoort. Toepassing van architectonisch beton is mogelijk; • de gevels krijgen een genuanceerde uitwerking om de schaal van de volumes te verzachten. Bijvoorbeeld door geleding in vlakverdeling, onderscheid in plasticiteit of behandeling van gevelopeningen. Ook stedelijke details zoals balkons, erkers, setbacks en arcades dragen hieraan bij; • elke toren heeft zijn eigen kleurstelling, passend bij het kleurenpalet van de omringende torens, conform het beeldkwaliteitplan voor het Spuikwartier.

Buitenruimte Bij nieuwe hoogbouwontwikkelingen spelen de volgende punten in de buitenruimte een rol: • de Turfmarkt is ingericht als Haagse Loper; domein voor voetgangers en fietsers én de voetgangersroute tussen Den Haag Centraal en het cultuurcluster aan het Spui en de binnenstad; • alle belangrijke voorzieningen en functies hebben een entree en adres aan de Turfmarkt; • de zone langs de plint biedt ruimte voor terrassen en uitstallingen.

7.1.2

Omgeving Den Haag Centraal

Gebied: Den Haag Centraal, Koningin Juliana Plein (KJ Plein), CS Oost, Grotiusplaats Ruimtelijk functioneel Den Haag Centraal is dé OV-knoop van Den Haag, het afgelopen decennium vernieuwd als sleutelproject. Rond het station bevindt zich een grote concentratie voorzieningen (winkelcentrum, horeca, hotel), Universiteit, kennisinstellingen (Nationaal Archief, Koninklijke Bibliotheek, TNO), overheidsgebouwen (Paleis van Justitie, BuZa met tijdelijke tweede kamer) en hoogbouw met woningen. Alle ingrediënten van het CID zijn hier aanwezig in een hoogstedelijke setting. Naast de zeer goede bereikbaarheid en het voorzieningenniveau in de directe omgeving is Nieuw Centraal ook aantrekkelijk door de ligging aan de Koekamp en Haagse Bos. Deze kenmerken maken Nieuw Centraal bij uitstek geschikt als hoogbouwlocatie.

impressie hoogbouw rond Den Haag Centraal. Gebiedsvisie CS Oost 2016

Er is het afgelopen decennium fors geïnvesteerd in de transformatie van het station en de stationsomgeving. In het verleden was het station slecht verbonden met de stad en werd de stationsomgeving gedomineerd door verkeersruimte en door introverte monofunctionele gebouwen. Een gevoel van stedelijkheid ontbrak. Zeker in de avonduren en weekenden was het er stil op straat. Dit is enorm veranderd door de aanleg van de Koningstunnel, de bouw van een nieuwe stationsterminal en de ingrijpende transformatie van New Babylon. Een onaantrekkelijke bovengrondse garage maakte plaats voor het nieuwe Anna van Burenplein met nieuwbouw voor de Leidse Universiteit. Met deze succesvolle ontwikkeling is een desolaat gebied veranderd in een aansprekend stuk stad met een hoge dichtheid, goede functiemix en zorgvuldig ontworpen ruimte rondom een autovrij verblijfsgebied.

Anna van Burenplein

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

47

De ingezette lijn wordt de komende jaren doorgezet met nieuwe bouwontwikkelingen en herinrichtingen. Door de herontwikkeling van het KJ Plein wordt het station beter verbonden met de Koekamp. Aan de oostzijde wordt de Haagse Loper doorgetrokken naar de Theresiastraat en wordt ter hoogte van de Grotiusplaats de Utrechtse Baan overkluisd. Een belangrijke fysieke en mentale barrière tussen de stationsomgeving en het Beatrixkwartier wordt daardoor weggenomen. De realisatie van circa 700 woningen met voorzieningen brengt meer leven in het gebied.

zicht op Nieuw Babylon

Koningin Julianaplein. Impressie Synchroon, Powerhouse Company

48

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

Typologie Kenmerkend voor Nieuw Centraal zijn grote tot zeer grote blokmaten. Dit komt tot uiting in een typologie gebouwcomplexen bestaande uit een schakeling van volumes. De grote blokken zijn georganiseerd door publieke passages (New Babylon) of hofachtige ruimtes (BuZa). New Babylon is hét voorbeeld van Haagse hoogbouw in dit gebied. Binnen het karaktergebied Nieuw Centraal is Grotius 1 als solitaire toren een uitzondering op de bloktypologie. Gebiedsspecifieke regels: • in afwijking van de generieke regels mag langs de Koekamp en de Utrechtse Baan de stedelijke laag een grotere hoogte krijgen. Deze grotere hoogte komt al voor in dit karaktergebied, sluit goed aan op de schaal van de omringende bebouwing en de schaal van de Koekamp en Utrechtse Baan. Voorwaarde voor de afwijking is een hoogwaardige vormgeving en een goede inpassing (met uitzicht), afgestemd op bezonning en wind; • een dubbelhoge plint van twee lagen, gevuld met een stedelijk programma; • bij de grote blokken is er een interne structuur in de vorm van passages, atria en/of binnenhoven, ruimtes die zijn ontworpen als ‘stedelijk interieur’; • parkeren is ondergronds opgelost, ontsloten vanuit zijstraten tussen de blokken.

Architectuur Het architectuurbeeld rond Nieuw Centraal is tweede helft 20e eeuw en 21e eeuws. Het vernieuwde New Babylon en de stationsterminal zetten de toon voor de toekomstige ontwikkelingen, samen met de ontwerpvoorstellen voor de bovenbouw bij het KJ Plein en de torens bij de Grotiusplaats. Uitgangspunt is om bij de vernieuwing van de grote complexen in het gebied (KB, BuZa) het interactiemilieu te versterken en de gebouwen ‘te openen’ naar de stad. Gebiedsspecifieke regels: • een stedelijke architectuur, vormgegeven met eigentijdse middelen en materialen (glas, beton, staal, steenachtig); • de grote blokmaat is herkenbaar in het gevelbeeld, het blok is ontworpen als architectonische eenheid; • collectieve binnenruimtes (passages, atria) zijn goed verbonden met de buitenruimte en door een transparante vormgeving herkenbaar in het gevelbeeld; • de stedelijke plint van twee lagen is herkenbaar in het gevelbeeld, met een transparante en open uitstraling; • de verdiepingen van de woontorens hebben maximaal uitzicht door royale raampartijen; • nieuwe ontwikkelingen hebben een expressieve toepassing van (groene) gevels, terrassen, buitenruimten en daken. Buitenruimte Het KJ Plein wordt heringericht in samenhang met de Koekamp: de “Groene Entree” van Den Haag.

Met als ambities: het vergroenen van de stadsentree en het verbeteren van de toegankelijkheid van de Koekamp en het Haagse Bos. Op de plek van een voormalige bovengrondse parkeergarage is het Anna van Burenplein gerealiseerd, een verblijfsgebied met een inrichting die aansluit bij de Haagse Loper aan de andere kant van het station. De Haagse Loper wordt doorgetrokken naar de Theresiastraat en Beatrixkwartier. Overkluizing Utrechtse Baan ter hoogte van de Grotiusplaats. Doel is het wegnemen van een grote fysieke en mentale barrière tussen het Haagse centrum en het Beatrixkwartier.

7.1.3

Beatrixkwartier

Gebied: het gebied tussen de Utrechtse Baan, Juliana van Stolberglaan, Louise Henriettestraat/Carolina van Nassaustraat en Schenkkade. Het Beatrixkwartier grenst aan de Grotiusplaats en CS Oost en het campusmilieu Laan van NOI Ruimtelijk functioneel Het Beatrixkwartier is hét Central Business District van Den Haag, waar onder andere het hoofdkantoor van Nationale Nederlanden en grote kantoren van ING, TNT Post en Siemens Nederland zijn gevestigd. Het komende decennium transformeert het Beatrixkwartier naar Centraal Innovatie District; een voor bedrijven, kenniswerkers en jong talent inspirerende omgeving met een mix van kantoren, woningen, voorzieningen én tal van ontmoetingsfaciliteiten. Het vestigingsklimaat in het Beatrixkwartier krijgt de komende jaren een impuls door het toevoegen van veel stedelijke appartementen en door het toevoegen van publieksfuncties en aanvullende ondersteunende voorzieningen zoals horeca, retail, leisure en sportfaciliteiten. De lege kavels in het hart van het gebied worden bebouwd en door het programmeren van de plinten met publieksfuncties wordt het beeld van kantoorgebouwen als ‘bastions’ langs de Prinses Beatrixlaan doorbroken. Deze transformatie sluit aan op de ontwikkeling die eind jaren negentig is ingezet met het Masterplan van Busquets en onder andere de realisatie van het WTC, Prinsenhof en Centre Court.

Voorbeelden van stedelijke blokken met een gemengd programma en hoogteaccenten tot 70 en 100 meter. In het gebied tussen Prinses Beatrixlaan en Utrechtse Baan is nog volop ontwikkelpotentie, omdat daar het genoemde masterplan niet of nauwelijks tot ontwikkeling is gekomen. De Conservatoriumlocatie dient te worden ontwikkeld als ‘stepping stone’ tussen Beatrixkwartier en Grotiusplaats/Nieuw Centraal, bij voorkeur met een sterke publieke voorziening.

Beatrixkwartier. Foto: Bart van Vliet

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

49

Typologie De typologie in het Beatrixkwartier bestaat voor het merendeel uit grote stedelijke bouwblokken, waarin het bouwvolume is georganiseerd rond collectieve binnenhoven of corporate gardens. Gebiedsspecifieke regels: • de bebouwingsrichting van de torens bovenop de stedelijke laag is loodrecht op de Beatrixlaan. Hierdoor is een goede bezonning mogelijk van de straat en is er een open atmosfeer aan de Prinses Beatrixlaan (geen hoge, beklemmende wandvorming); • een plint met publieksfuncties, met adres aan de Beatrixlaan en/of de corporate gardens; • de plint heeft een minimale hoogte van 6 meter, passend bij de allure van de Beatrixlaan en de schaal van de bebouwing; • de plint volgt de licht gebogen rooilijn van de Beatrixlaan; • corporate gardens of binnentuinen zijn visueel en ruimtelijk verbonden met de Beatrixlaan en zijn ervaarbaar vanuit de laan; • parkeren is ondergronds opgelost, in- en uitritten voor parkeervoorzieningen worden ontsloten vanuit zijstraten. Dit geldt ook voor los- en laadplekken; • de huidige bouwhoogtes bedragen 70 meter en 100 meter bij het WTC. Op strategische plekken, zoals kruispunten van hoofdroutes, is ruimte voor hogere accenten. Onder voorwaarde dat deze goed zijn afgestemd op zichtlijnen, op de begane grond bijdragen aan de kwaliteit van routes door het gebied (adressen, publieke voorzieningen, groen) en de skyline verrijken.

50

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

Architectuur Gebiedsspecifieke regels: • nieuwe bebouwing dient bij te dragen aan een gevarieerd maar samenhangend straatbeeld; • de architectuur dient aan te sluiten bij de stadse uitstraling van de blokken Centre Court, Prinsenhof en WTC. Deze blokken kenmerken zich door heldere bouwmassa’s, gematerialiseerd in overwegend steenachtige materialen; • achterliggende corporate gardens zijn in de straatgevels herkenbaar als verbijzondering; • in de vormgeving van de plint wordt aansluiting gezocht bij de schaal van de voetganger, om de grote maten van de bouwblokken en het straatprofiel te relativeren. Buitenruimte Bij nieuwe hoogbouwontwikkelingen spelen de volgende punten in de buitenruimte een rol: • de Prinses Beatrixlaan is ingericht als stedelijke avenue en identiteitsdrager van het gebied; • kenmerkend voor de Beatrixlaan is een licht gebogen lijn, een breed profiel met vijf boomstroken en een royaal voetgangersgebied. Beeldbepalend element is de “netkous”, het viaduct van Randstadrail. Ambitie is om de buitenruimte van de Beatrixlaan te activeren en groen en levendigheid toe te voegen, bijvoorbeeld met paviljoens; • waar mogelijk dienen nieuwe ontwikkelingen bij te dragen aan het verbeteren van de verbindingen tussen het Beatrixkwartier en de gebieden Bezuidenhout West en Nieuw Centraal.

Een betere inpassing van de Utrechtse Baan is daarbij van belang, mogelijk op termijn in de vorm van extra overbouwingen of overkluizing; • de loop- en fietsverbindingen tussen Beatrixkwartier en Laan van NOI worden versterkt.

7.1.4

Laakhaven Centraal

Gebied: het centrale deel van Laakhaven, tussen de Calandstraat, Trekvliet, spoor en Neherkade Ruimtelijk functioneel De Haagse Hogeschool Campus bij station Hollands Spoor is een belangrijke pijler van het Central Innovation District, strategisch gelegen bij een hoofdstation op de kennisas Rotterdam-Delft-Den Haag-Leiden. Dit gebied ontwikkelt zich tot een volwaardig interactiemilieu met een hoge dichtheid en een stedelijke functiemix. Het gebied wordt fors verdicht met woningen voor studenten en starters, plus bijhorende voorzieningen. Dit zorgt voor drukte op straat, ook in de avonduren en weekenden. De Waldorpstraat en het Leeghwaterplein worden op termijn ingericht als stadsstraten met verblijfskwaliteit. Verbetering van de verbindingen onder het spoor door zorgt voor een goede aansluiting op de kleurrijke Stationsbuurt/Rivierenbuurt. Laakhaven Centraal wordt onderdeel van het centrumgebied. De belangrijkste verdichtingslocaties bevinden zich langs het spoor (de Waldorpstraat), aan het water (de Verheeskade) en aan de entrees naar de binnenstad (onder andere Leeghwaterplein). Deze locaties lenen zich bij uitstek voor hoogbouw. Typologie De generieke typologie van het samengestelde bouwblok, bestaande uit een stedelijke laag met torens is van toepassing in Laakhaven.

Een zorgvuldig ontworpen stedelijke laag, voorzien van een plint met stedelijke voorzieningen, is nodig om de anonimiteit in het gebied te doorbreken en vorm te geven aan aantrekkelijke stadsstraten. In de zone tussen de Waldorpstraat en het spoor krijgt deze typologie een specifieke uitwerking, bestaande uit een op de straat geörienteerde leeflaag met voorzieningenplint en aan de spoorzijde een gebouwde parkeervoorziening over meerdere lagen.

Buitenruimte De Waldorpstraat ontwikkelt zich tot stadsstraat met een hoog verblijfsklimaat, aan beide zijden een aantrekkelijke voetgangersroute en ruimte voor bomen en groen in het straatprofiel. Ook op andere plekken in Laakhaven Centraal zet de gemeente in op een groene, klimaatbestendige buitenruimte. Het voorplein bij de Hogeschool wordt zo heringericht, dat het geschikt wordt voor het organiseren van evenementen. De aansluitingen tussen Laakhaven en de omgeving worden structureel verbeterd: in het verlengde van de Waldorpstraat wordt de Velostrada doorgetrokken naar de Binckhorst en verder. 7.1.5

impressie Waldorpstraat - Waldorp four Paul de Ruiter Architects. Architectuur De architectuur van nieuwe ontwikkelingen in Laakhaven Centraal geeft uitdrukking aan de binnenstedelijke campussfeer. De beleving op ooghoogte krijgt veel aandacht in de architectonische uitwerking: zorgvuldig ontworpen overgangen tussen straat en gebouw, herkenbare entrees, een rijke detaillering met duurzame materialen, bemiddeling tussen de grote schaal van de bouwblokken en de schaal van de voetganger. Bij nieuwe ontwikkelingen bestaat de stedelijke laag in de basis uit steenachtige materialen, mogelijk in combinatie met andere materialen (glas, hout etc). Zo ontstaat een architectuurbeeld in samenhang met de bestaande Haagse Hogeschool en het Stationspostkantoorgebouw. Groene terrassen en daktuinen verzachten het stenige beeld. Nieuwe torens krijgen conform de generieke regels uit hoofdstuk 6 een beëindiging met een kroon, ter verrijking van de skyline van Laakhaven.

Schenkverbinding

Gebied: het gebied langs de spoorlijn tussen Laakhaven en NOI, aan weerszijden van het spoor. Inclusief het gebied tussen het Schenkviaduct en het spoor, de kop van de Binckhorst en Laakpoort Ruimtelijk functioneel De zone langs het spoor, tussen Laakhaven en NOI ontwikkelt zich de komende decennia tot hoogstedelijke werkcampus, een campusmilieu dat de The Hague Security Delta bij de Laan van NOI verbindt met Binckhorst Noord en Laakhaven. Kenmerkend voor deze ontwikkeling is het opheffen van infrastructurele barrières en het structureel verbinden van de gebieden rond het spooremplacement. Als dit lukt is de verdichtingspotentie van het gebied enorm hoog. De nadruk ligt op het versterken en uitbreiden van aanwezige economische clusters met een hoge concentratie aan werkgelegenheid, stedelijke voorzieningen en woningen. De komende jaren zal er een gebiedsuitwerking worden gemaakt voor deze opgave. Een eerste fase is de ontwikkeling van het knooppunt rond de kruising van de spoorlijn en Trekvliet, waar potentie is om het hoogbouwcluster rond het Strijkijzer en het Sigmagebouw verder uit te bouwen.

Typologie Verdichting langs spoorlijnen en weginfrastructuur. De generieke typologie van het samengestelde bouwblok, met stedelijke laag en torens omzoomt de infrastructuur. Gelaagdheid en het vormgeven met niveauverschillen is essentieel in dit gebied. Op verschillende niveaus (maaiveld, dak van de stedelijke laag) worden aansluitingen gemaakt tussen gebouwen, buitenruimtes en routes. Rond knooppunten en entrees naar de binnenstad is nadrukkelijk plek voor hoogbouw. Qua hoogte is de toon gezet door het Strijkijzer bij het Rijswijkse Plein. Bij nieuwe hoogbouw krijgt de overgang naar de schaal en korrelgrootte van de bebouwing in de aangrenzende bestaande wijken veel aandacht. Minimaal de onderste twee lagen bestaan uit werkruimten en voorzieningen met daarboven woningen. Een hoge mate van flexibiliteit is vereist zodat gebouwen in de loop van de tijd van functie kunnen veranderen. Collectieve ruimtes zoals atria, hallen en daktuinen zijn onderdeel van de typologie, ter ondersteuning van de interactie tussen verschillende functies en gebruikers. Architectuur Het architectuurbeeld voor dit gebied wordt nader uitgewerkt. Nieuwe hoogbouwontwikkelingen moeten bijdragen aan het kennis- en innovatiekarakter van het gebied en het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu.

We dagen ontwikkelaars en architecten uit om met verrassende concepten te komen die passen bij Den Haag en tegelijkertijd vernieuwend zijn! Buitenruimte Voor dit gebied wordt een raamwerk ontwikkeld, met de Schenkverbinding, de lijn Waldorpstraat/Velostrada, de Trekvliet en de Binkhorstlaan als belangrijkste dragers. Transformatie van het snelwegviaduct, vergroenen rond de Trekvliet (industrieel Trekvlietpark) en het verbeteren van het netwerk van wandel- en fietsroutes zijn speerpunten bij de gebiedsuitwerking.

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

51

7.2

Binckhorst

Gebied: het gebied tussen Trekvliet, spoorlijn tussen HS, NOI en spoorlijn tussen CS en station Voorburg en de Maanweg

zicht op de Binckhorst

actief dakprogramma, stadspark op niveau. Skypark Mongkok - Hongkong

Ruimtelijk functioneel De Binckhorst is een bedrijventerrein in transitie van 130 hectare. Naast behoud van bedrijvigheid en de vestiging van nieuwe met name creatieve en innovatieve bedrijven worden op termijn tot 10.000 woningen toegevoegd. Het zal transformeren naar een centrum stedelijk gebied met een hoge dichtheid. De centrale ligging tussen de centra van Den Haag, Voorburg en Rijswijk maakt van de Binckhorst een toplocatie voor stadsontwikkeling. De Trekvliet, havenbekkens, groene begraafplaats, cultuurhistorische bebouwing, spoorlijnen en de Rotterdamsebaan geven het gebied een robuuste industriële uitstraling met een stedelijke allure. Er is een sterke menging van bedrijven; van maakindustrie tot creatieve innovatieve bedrijvigheid. De ligging nabij de drie stationsknopen met hun verschillende kennisclusters biedt kansen om dit ondernemende klimaat te versterken. De Binckhorst wordt indachtig de gemeentelijke ambities ontwikkeld tot een volwaardige stadswijk, gebaseerd op vier pijlers: • als stadsentree met een regionale oriëntatie; • als economische factor van betekenis voor de stad; • als uitnodigend karakteristiek woongebied; • als proeftuin voor duurzaamheid en vergroening.

experimentele gevelopbouw. Vagelos Education Centre - New York

52

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

Urban Farming, experimentele en duurzame hoogbouw

De Binckhorst kent eigen gebiedskwaliteiten als basis voor ontwikkeling: • Industriële sfeer en karakter; • robuuste en aantrekkelijke openbare ruimte; • stedelijkheid en stedelijke kwaliteit; gemengd programma dat aansluit op de omgeving; • heldere en betekenisvolle structuren, zoals de Binckhorstlaan, Trekvliet, Begraafplaats en kasteeltuin, Binckhavens en Broekslootzone.

Functioneel wordt ingezet op een sterke menging van functies, zodat het ondernemersklimaat behouden blijft. In de plinten en de stedelijke laag zit een gemengd programma, gericht op zowel maakindustrie als creatieve innovatieve bedrijvigheid. • rond de Binckhaven ligt de nadruk op impact economy; • functies op het Gasfabriekterrein versterken het gewenste innovatiemilieu van het CID; • in de Trekvlietzone kan in de plint en de stedelijke laag ook worden gewoond. De Binckhorst is een bestaand stedelijk gebied met bestaande functies. Transformatie zal daarom kavelgewijs plaatsvinden. Gebouwtypologie en architectuur Gebiedsspecifieke regels: • het DNA van de Binckhorst vormt de basis voor ontwikkeling. Bij hoogbouwontwikkeling wordt ingezet op innovatieve, experimentele en duurzame hoogbouw: circulair en flexibel, duurzaam en groen, stoer en robuust, met ruimte voor ondernemers en bewoners; • slim groeien in de Binckhorst betekent intelligente gebouwen, met slimme combinaties van functies en innovatieve ontwikkel- en mobiliteitsconcepten. Gebouwen bieden ruimte voor nieuwe leefstijlen en werkvormen, zoals menging van wonen-werken, gestapelde gezinswoningen, microlofts; • de diversiteit aan gebieden en plekken, elk met hun eigenheden, vormt de basis waarop de gebouwen in de Binckhorst worden uitgewerkt: ◊ zo vormt de Binckhorstlaan de stedelijke ruggengraat van de Binckhorst.

Deze metropolitane stadsentree wordt aan weerszijden met hoogbouw versterkt, met stedelijke straatgerichte plinten, hoogbouw die aan hoogte wint rond de tunnelmond van de Rotterdamsebaan en de centrumring; ◊ de zones grenzend aan woongebieden kennen geen hoogbouw. Het gaat om het Waterfrontpark

•

•

•

•

langs de Trekvliet en de bebouwing langs de Broekslootzone/Maanweg. Deze gebieden hebben het primaat wonen, hier is wonen in de plint mogelijk; ◊ in de overige transformatiegebieden, waar het primaat op werken ligt zijn hoogteaccenten, zoals gesteld, afhankelijk van de context; de Binckhorst wordt kavelgewijs en organisch ontwikkeld. Initiatieven dienen toekomstige ontwikkelingen van naburige kavels mogelijk te houden; de Binckhorst kent door de bestaande bedrijven en infrastructuur haar beperkingen op het gebied van geluid, geur en externe veiligheid. Ook hoogbouw heeft invloed op de omgeving, zoals de bezonning en het windklimaat. Slimme, innovatieve gebouw- en gevelontwerpen kunnen hinder beperken en de kwaliteit van de omgeving verhogen; in de Binckhorst is een plint van minimaal 8m over 1 of 2 lagen voorgeschreven. Dit geldt voor de bebouwing grenzend aan grootschalige (infra)structuur; langs de Binckhorstlaan mag de stedelijke laag een hoogte krijgen tot maximaal 40m.

•

• • •

groengebieden rondom de begraafplaats en het kasteel en de insteekhavens; ◊ een fijnmazig netwerk: goede verbindingen tussen de verschillende structuren, gebieden en plekken van de Binckhorst en met de omgeving; bij ontwikkelingen dienen openbare, publieke en private ruimten van voldoende maat en schaal, gericht op ontmoeting en ontspanning en passend bij het programma, toegevoegd te worden; elk initiatief dient te voorzien in voldoende collectieve en/of private buitenruimte op het eigen kavel; de plinten en de stedelijke laag zijn georiënteerd op de openbare ruimte structuren; de Binckhorst wordt duurzaam ontwikkeld. De transformatieopgave in de Binckhorst betreft zowel de gebouwde omgeving als de openbare ruimte. Deze dienen in samenhang ontwikkeld te worden. Een klimaat adaptief ontwerp gericht op het voorkomen van hittestress en het voorkomen van wateroverlast gaat hand in hand met het creëren van een natuur- en mensvriendelijke groene omgeving.

Buitenruimte Gebiedsspecifieke regels: • het industriële karakter van de Binckhorst biedt een goede basis voor transformatie. Tegelijkertijd ontbreekt het aan openbare ruimte die past bij het gewenste stedelijke milieu. Ingezet wordt op een robuust raamwerk van betekenisvolle en aantrekkelijke structuren met een menselijke maat; te weten: ◊ de Binckhorstlaan als stedelijke avenue met voldoende ruimte voor alle verkeerssoorten en voorzien van bomenrijen; ◊ de onbebouwde openbare kades langs de Trekvliet en rond de Binckhaven als elementen van verbinding en verblijf; ◊ ruimte voor plekken en pleinen, zoals de

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

53

oriëntatiepunten, zichtlocaties, zichtlijnen en langs doorgaande lijnen

54

morgenstond vanuit de lucht, met links de woontoren Pharos, een voorbeeld van solitaire hoogbouw, daarachter het stadskantoor aan de Leyweg en rechtsboven de hoogbouw van het Drentheplantsoen

op kruispunten van belangrijke verkeersaders en/ of landschappelijke structuren

masterplan knoop Moerwijk 2009, invulling Moerwijk oost

plekken met een intrinsieke omgevingskwaliteit

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

hoogbouw aan de Erasmusweg ter hoogte van het Erasmusplein, gebouwd in de rooilijn van de hoofdwegen

7.3

Den Haag Zuidwest

Ruimtelijk functioneel Den Haag Zuidwest is een naoorlogswoongebied en kent voornamelijk een woonfunctie in een groene setting. Hoogteaccenten zijn aanwezig in de vorm van torens en schijven van 40 tot 50 meter, met incidenteel uitschieters naar 70 meter. De opzet van deze wijken kenmerkt zich door een open bebouwingsstructuur en een overmaat van open(bare) ruimte. Dit biedt ruimte voor verdichting en ook voor ontwikkelingen in de hoogte. Hoogbouwontwikkelingen zullen voornamelijk plaatsvinden bij concentraties van voorzieningen en knooppunten van openbaar vervoer, zoals rond het winkelcentrum de Stede, het stadshart Leyweg en Knoop Moerwijk. Voor deze gebieden gelden de generieke regels voor hoogbouw, zoals vermeld in hoofdstuk 6. Hoogbouw in Den Haag Zuidwest moet altijd gezien worden in samenhang met werkgelegenheid, woongenot en verbetering van de buitenruimte. Het leveren van maatwerk en het maken van gebiedsspecifieke afwegingen moet bijdragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het gaat dan om een goede mix van functies passend bij de omgeving, invulling van de plint gericht op de menselijke maat, en een verbetering van de gebruiks- en verblijfskwaliteit van de buitenruimte. Hoogteaccenten dienen de bestaande structuur van het stedelijke weefsel te versterken en verrijken en aan te sluiten op de bestaande ruimtelijke en functionele context.

De plekken waar hoogbouw kan komen zijn kruispunten van belangrijke verkeersaders, zichtlocaties gekoppeld aan de ‘lange lijnen’ van Den Haag en locaties die vanuit hun intrinsieke omgevingskwaliteit geschikt zijn voor verdichting met hoogbouw. Hoogteaccenten op belangrijke kruispunten of in lange zichtlijnen dienen als oriëntatiepunten in deze vaak uitgestrekte wijken. Een voordeel van hoogbouw op locaties met intrinsieke omgevingskwaliteit, zoals aan de randen van het groen, is het uitzicht.

De omgeving van station Moerwijk (Knoop Moerwijk) vormt de beëindiging van de spoorzone en is tegelijk een stadsentree naar Den Haag. Bovendien is dit het gebied waar de vernieuwing van Den Haag Zuidwest en Moerwijk een gezicht kan krijgen. Met een divers aanbod aan woningtypes, stedelijke voorzieningen en met ruimte voor bedrijvigheid, die bijdraagt aan de sociaal-economische ontwikkeling van huidige en toekomstige bewoners. Verdichting en hoogbouw rond Knoop Moerwijk hebben als inzet om de ruimtelijke en gebruikskwaliteit van de stationsomgeving te versterken, routes naar de versnipperde omgeving te verbeteren en het draagvlak voor OV te vergroten. Met de komst van het Topsportcentrum Zuiderpark winnen langzaam verkeersverbindingen aan belang én kan de omgeving ook interessant worden voor nieuwe groepen bewoners, zoals studenten en actieve stedelingen. Intensivering op deze plek moet ook bijdragen aan een verbetering van de ecologische verbindingszone Erasmusweg/Laak. Gebouwtypologie en architectuur Toepassing van hoogbouw op andere locaties dan de OVknooppunten of concentraties van voorzieningen betreft meestal incidentele hoogbouw met een woonbestemming, zonder publieksgerichte functies in de plint. Dergelijke bebouwing staat in naoorlogse woonwijken vaak op enige afstand van het openbare gebied, met een groen overgangsgebied.

De landschappelijke inpassing van de bebouwing, inclusief parkeren en bergingen, is in dergelijke situaties van belang. Hoogbouwarchitectuur rond Knoop Moerwijk heeft als kenmerk ‘ingetogen trots’.

het recreatiepark de Uithof, de Erasmuszone en landgoed Overvoorde bepalend voor het beeld van Zuidwest als groen stadsdeel. Een duidelijk grid van hoofdwegen deelt Zuidwest in afzonderlijke wijken. De oriëntatie binnen dit grid wordt vergemakkelijkt door het onderscheid tussen de continue lange wegen in oost/west richting en de kortere en meer fragmentarische dwarsverbindingen. Er wordt ingezet op het verbeteren van de OV-bereikbaarheid, kwaliteit van de fietsroutes, gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en parkeervraagstukken. Regels voor incidentele hoogbouw in naoorlogse woonwijken: • de stedelijke laag en de plint vormen in de naoorlogse gebieden functioneel gezien een geheel; • de plint is straatgericht en representatief met bedrijven en of voorzieningen; woningen zijn ook een optie; • de verdiepingshoogte van de eerste twee bouwlagen is minimaal 3,5 meter, dit is een uitzondering op de generieke regels; • de stedelijke laag sluit in vormgeving en architectuur aan op de omliggende bebouwing.

Buitenruimte In het algemeen geldt dat groen en water het beeld van Den Haag Zuidwest bepalen. De doorgaande wegen, het groene assenkruis en de structuur van singels en groene buurtwegen zijn de ruimtelijke dragers van Zuidwest. Er zijn royaal gedimensioneerde straatprofielen met veel ruimte voor bomenrijen en singels met groene oevers. Daarnaast is de nabijheid van belangrijke groengebieden als het Zuiderpark,

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

55

56

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

Samen stad maken, Driehoek Rosenburg

8. VERVOLGSTAPPEN Het beleid uit deze nota wordt -binnen de in deze nota vastgestelde kaders- in de praktijk toegepast en verder uitgewerkt ten aanzien van een aantal punten, die voortvloeien uit het gevolgde proces en de ontvangen reacties op de concept-nota Haagse hoogbouw. Na een periode van anderhalf jaar is het voornemen de nota medio 2019 te evalueren en het beleid op basis van de conclusies zonodig te actualiseren. •

Het maken van gebiedsspecifieke afwegingen in de (lopende) gebiedsverkenningen. Het gaat dan om het uitwerken van de aangewezen kansrijke locaties en het leveren van maatwerk, afhankelijk van de dynamiek en identiteit van het gebied. Dan kan ook nader ingezoomd worden op de vraag of hoogbouw op de beoogde locaties wenselijk en haalbaar is in samenhang met de omgeving en rekening houdend met onder meer sunspots, maximale hoogtes, milieueisen nabij OVknooppunten (geluid en CO2-uitstoot).

•

Het werkenderwijs verder ontwikkelen van de gestelde duurzaamheids- en groeneisen. In de praktijk moet blijken of in concrete situaties ongewenste effecten, tegenstrijdige eisen of teveel opeenstapeling van eisen aan de orde zijn. Er zal een specifieke aanpak voor groene Haagse hoogbouw worden ontwikkeld en een instrument voor groen- en natuurinclusief bouwen om dit te kunnen toetsen. Deze aanpak moet resulteren in een hoogwaardige groenkwaliteit (rekening houdend met standplaatsfactoren en een minimale grondlaag), die bijdraagt aan biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid en het voorkomen van hittestress (paragraaf 6.2.2).

•

Het verder in de praktijk uitwerken van een mix van functies met verschillende financieringscategorieën en beheervormen. Het gaat dan bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, om sociale woningbouw en markthuur. Hiervoor zullen in de praktijk hanteerbare en kostenefficiënte oplossingen ontwikkeld moeten worden met een gemeenschappelijke entree, trap en lift. Verder is ook de inpasbaarheid van de hoogbouwregels binnen de voor de woningcorporaties geldende wet- en regelgeving een belangrijke uitgangspunt om te komen tot haalbare plannen. Een andere aandachtspunt zijn de beheeraspecten tijdens de exploitatie. Te denken valt aan bergingen en afval, beheer en onderhoud van (semi) openbare ruimten. Samen met de sociale verhuurders wordt gezocht naar creatieve oplossingen, die zowel tegemoet komen aan de betaalbaarheid van de sociale huurwoningen als de kwaliteit van de stad, rekening houdend met de regels en ambities uit de nota.

•

Ervaring opdoen met de eisen ten aanzien van parkeren. Als onderzoek, experiment, prijsvragen of marktconsultaties leiden tot innovatieve oplossingen, dan is het mogelijk af te wijken van de eisen of deze flexibel in te vullen.

•

In navolging van de succesvolle ervaringen in andere steden en vanwege het grote belang van het functioneren van de plint voor de beleving van de ‘stad op ooghoogte’, nader onderzoek doen naar de mogelijke aanstelling van een plintmanager. Tevens de mogelijkheden onderzoeken van het oprichten van een plintenfonds in samenwerking met andere partijen.

•

Om de hoge ontwikkelkosten bij hoogbouw te beperken, moet aan de hand van praktijkervaringen gekeken worden of snellere procedures bij de inzet van publiekrechtelijke instrumentaria mogelijk zijn.

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

57

58

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

BIJLAGE: HISTORIE HAAGSE HOOGBOUW Deze bijlage geeft een beknopt overzicht van de historische ontwikkeling van Haagse hoogbouw. De stad heeft een zeer eigen aanloopgeschiedenis waarin de geleidelijke acceptatie van hoogbouw uitdrukking gaf aan de vraag naar architectonische kwaliteit. Dit historisch perspectief beoogt een bijdrage te leveren aan de huidige opgaven van stedelijke vernieuwing en verdichting. Veranderdend stadsbeeld (1900-1918) In vergelijking met andere steden was Den Haag rond 1900 een platte stad. Zowel in het historische centrum als in de uitbreidingswijken was tot dan toe zelden hoger gebouwd dan drie bouwlagen. In Amsterdam daarentegen vormden al in de Gouden Eeuw vier of vijf bouwlagen geen uitzondering. Toch had de stad in de voorafgaande eeuw een skyline gekregen door de spitsen van een tiental nieuwe kerktorens en verrezen de Haagse Toren, Ridderzaal en Stadhouderstoren niet langer solitair uit de platte massa. Na 1900 bleef hoogbouw was niet langer voorbehouden aan kerk en hofadel. De toren van het Vredespaleis vormde vanaf 1913 een nieuwe landmark. Net als voorheen had de toren vooral een symbolische betekenis en gaf uitdrukking aan de ambitie van Den Haag huisvesting te bieden aan internationale organisaties van wereldniveau.

Bij nieuwe torens van internationale bedrijven als Shell en Petrolea (De Rode Olifant) speelde status een belangrijke rol, maar het accent verschoof van symboliek naar functionaliteit. Opvallend aan de nieuwe torens waren de geprononceerde silhouetten met het rijk gedetailleerde metselwerk. Bovendien was met de hogere bouwvolumes de aanzet gegeven tot een nieuwe stedelijke maat van 20 meter. Expansie en modernisering (1918-1940) Met het ‘Plan tot uitbreiding van ’s Gravenhage’ van Berlage uit 1908 en de splitsing van Gemeentewerken in 1918 (oprichting van onder meer de dienst Stadsontwikkeling + Volkshuisvesting) was Den Haag goed geoutilleerd om op het gebied van huisvesting, nutswerken en sociaalmaatschappelijke voorzieningen een antwoord te geven op de explosieve bevolkingsgroei.

Tot omstreeks 1930 bleef in de stadsuitleg de hoogte van twee tot drie bouwlagen de norm, omdat in de stapelbouw bijna uitsluitend open portiektrappen werden toegepast, waarvan het bordes zichtbaar bleef vanaf de openbare weg. De portiekwoning werd voorgeschreven door de regelgeving in de Haagse Bouw- en Woonverordening. De weerstand tegen hogere bebouwing kwam voort uit de afwijzing van hoog opgaande gemeenschappelijke binnentrappen, die onhygiënisch, brandgevaarlijk en sociaal onveilig werden bevonden. Den Haag koos voor laagbouw in tuinstadachtige ambiances. Rond 1930 ontstond echter behoefte aan hogere wanden met torenaccenten, langs hoofdwegen en pleinen. Geleidelijk werden vier en vijf bouwlagen met ‘doorklimmende’ trappenhuizen geaccepteerd, zoals aan de Vondelstraat, Louis Couperusplein, Gouverneurlaan en Thorbeckelaan. De nieuwe stedelijke maat werd mede bepaald door luxueuze woongebouwen met afsluitbare trappenhuizen. Deze zogenaamde woonhotels waren geïnspireerd op nieuwe typen appartementengebouwen in wereldsteden en vormden een antwoord op het nijpend gebrek aan dienstpersoneel. Met 34 (!) woonhotels stelde Den Haag de steden Amsterdam (3) en Rotterdam (1) in de schaduw. Het gebouw bestond uit een clustering van appartementen, met allerlei collectieve en woontechnische voorzieningen die personeel grotendeels overbodig maakten.

De gebouwen met personen- en goederenliften waren echter alleen economisch rendabel in middelhoogbouw. Die begon bescheiden met vier lagen van Huize Boschzicht (1920, Benoordenhoutseweg). De Willemsparkflat (Zeestraat, 1931) en Nirwana (Benoordenhoutseweg, 1929) hadden respectievelijk zeven en acht lagen. Na de crisis van 1933 startte de markt voor woonhotels in, maar in de 21ste eeuw werd deze bijzondere woonvorm herondekt. Naast de geprononceerde verticale beëindigingen van de bouwvolumes en de hoge architectonische kwaliteit in het algemeen sluit de opzet van de Haagse woonhotels namelijk goed aan op huidige woonbehoeftes. Die wordt

gekenmerkt door de stapeling van de appartementen op een gemeenschappelijke voorzieningenlaag. Niet alleen droeg de transparante uitvoering bij op de beleving op ooghoogte, door het openbare karakter van een aantal voorzieningen (restaurant, café, winkels) vormden de gebouwen een verrijking voor het stedelijk leven in de omringende buurt. In de binnenstad vroeg de economische groei aan het begin van de 20ste eeuw om grotere volumes voor winkels en warenhuizen. De fijnmazige structuur was daarop nauwelijks berekend. Aanvankelijk werd gekozen voor vervangende nieuwbouw, zoals met de vierlaagse modemagazijnen Kühne (Plaats, 1908) en De Bonneterie (Buitenhof, 1915). Volgens het plan van Berlage werden van 1910-1930 grote verkeersdoorbraken gerealiseerd voor onder meer de Hofweg, Grote Marktstraat, Vijverdam en Jan Hendrikstraat-TorenstraatVondelstraat. Met de nieuwe breedteprofielen en grotere bouwvolumes manifesteerde zich aan het einde van de jaren twintig ook in de binnenstad de nieuwe stedelijke maat. Naast de vernieuwing van het winkelareaal vond met het realiseren van banken, kantoren en uitgaansgebouwen een vergelijkbare schaalvergroting plaats. Wederopbouw en stadsuitbreiding (1945-1970) De modernisering werd abrupt onderbroken door de Tweede Wereldoorlog. In 1945 was een totaal andere situatie ontstaan.

Het Structuurplan Groot ’s Gravenhage (Dudok, 1948) moest ervoor zorgen dat Den Haag de gehavende gebieden kon herstellen en tegelijkertijd fors kon uitbreiden. Door de ‘babyboom’ en de snel toenemende gemiddelde levensduur nam het bevolkingsaantal weer fors toe. De bouwregelgeving veranderde. In 1949 werd de open portiektrap verboden. De maat voor de bouwhoogte werd feitelijk bepaald door de dure personenlift. Die werd in de arbeiders- en middenstandsbuurten in Moerwijk en Morgenstond in de bouwperiode 1948-1958 daarom niet toegepast. Het bebouwingsbeeld werd gedomineerd door stroken portieketagewoningen in drie en vier bouwlagen, omdat vanaf vijf bouwlagen een personenlift verplicht was. In de wederopbouwzone langs de Haagse Beek werd de personenlift NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

59

Haagse hoogbouw

Eyeline en Skyline

CONCEPT 1 September 2017

1993

2001

wel toegepast in middelhoogbouw. De eerste hoge flatgebouwen werden aan het eind van de jaren vijftig gebouwd in Meer en Bosch, als onderzoek naar architectonische en woontechnische kwaliteit in relatie tot hoogbouw. De nijpende woningnood werd echter maatgevend en het accent verschoof naar kwantiteit. De rijksoverheid schroefde daarom in de loop van de jaren zestig de subsidies voor montagestapelbouw op. Dat leidde tot verdichting met hoogbouw in Moerwijk en Morgenstond en tot massawoningbouwprojecten als het Willem Dreespark, de Sirtemaflats, de Stieltjesflats en het Lindoduin. Dat daarmee op maaiveldniveau (door grote parkeervelden en veel blinde gevels) onaantrekkelijke woonambiances waren ontstaan, was ondergeschikt aan de leniging van de woningnood. Toen dat werd bereikt was het inwonersaantal al dalend. Na de piek aan het begin van 1960 (Den Haag telde bijna 606.000 inwoners) liep het inwonersaantal in de volgende veertig jaar terug naar 441.000 in 1999. Van stadsvernieuwing naar stedelijke vernieuwing (19702000) De aandacht voor de uitbreiding van de woningvoorraad ging ten koste van de bestaande woonbuurten, waarvan de oudste

60

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

2011 drastisch moesten worden gesaneerd. Hierop was geen visie ontwikkeld en evenmin was de infrastructuur van Berlage berekend op de verkeerstoename. Een en ander leidde tot radicale plannen voor verkeersdoorbraken (de Dwarsweg) en een nota met grootschalige sloop van de Schilderswijk (Van Grijs naar Groen). Door publieke acties en herwaardering van de bestaande stad werden megalomane ingrepen verijdeld. Die konden echter niet voorkomen dat eind jaren zestig de middenklasse massaal naar de groeikernen in de regio (Zoetermeer) trok. De suburbanisatie en dreigende teloorgang van de in potentie zeer rijke binnenstad leidden medio jaren zeventig tot een kentering. Aan de vooravond van de Haagse stadsvernieuwing werd de menselijke maat voorop gesteld. Tien jaar stadsvernieuwing in de Schilderswijk en Kortenbosch met een kleinschalig aanpak leidde echter veelal tot een verbrokkeling van de relatie tussen stedenbouw en architectuur. De tweede helft van de jaren tachtig (Vaillantlaan, Jo Coenen) kwam in het teken te staan van het herstel van monumentale stadsbeelden, de geleding van gebouwen met bekroning en plint en de leefbaarheid van de openbare ruimte. Onder meer door gemeentelijke regie kon stadsvernieuwing zich ontwikkelen tot stedelijke vernieuwing.

2017 De hoogtemaat voor het centrum volgde uit een radicaal, niet uitgevoerd plan van 1962 van de projectontwikkelaar Reinder Zwolsman en architect Pier Luigi Nervi. Op basis van het ontwerp van een slanke kantoortoren van 140 meter aan het Spui werd voor het centrum en de periferie tot begin jaren negentig een hoogtelimiet van 70 meter gehanteerd. De bevolking was verbijsterd (de Utrechtse Dom was met 112 meter al zes eeuwen het hoogste gebouw van Nederland) en het stadsbestuur verdeeld. De Kroon spande een rechtszaak aan. In 1964 stelde de Raad van State vast dat met een maximale hoogte van 70 meter vanaf het Voorhout en de Vijverberg niets te zien zou zijn van ‘lelijke’ nieuwbouw. Nervi trok zich terug en na grondspeculatie werd volgens een ontwerp van Lucas en Niemeijer in het Spuikwartier in 1967 het Transitorium gebouwd en in 1978 de eveneens 70 meter hoge ministeriegebouwen voor Justitie en Binnenlandse Zaken. De limiet leek door deze gebouwen te zijn gerechtvaardigd: door de montagestapelbouw (het Jackblocksysteem) kregen de gebouwen geen beëindiging en was er op maaiveldniveau door de gesloten uitvoering nauwelijks enige belevingswaarde. Dezelfde hoogte vormde echter een beperking voor het ontwerp van de Witte Anna, het Ministerie van VROM, de Haagse Poort en de Malietoren.

Het woongebouw de Zwarte Madonna (1983) vormde de opmaat tot vernieuwing van het Spuikwartier tussen 19851995 (Dr. Anton Philipszaal, NDT, Stadhuis). Feitelijk ging het in 2008 tenonder aan de schaalvergroting die het zelf had geïntroduceerd. In 1993 verscheen de eerste hoogbouwnota ‘Hoogbouw in het Haagse stadsbeeld’. Daarmee werd ingezet op het reguleren van hoogbouw van kantoren in het ‘Central Business District’, door hoogte en uiterlijk ervan te reguleren. De maximale bouwhoogte werd opgetrokken naar 120 meter. Die vormde een neerslag in het plan van Rob Krier voor de Resident, waarmee het Transitorium werd gestript, verhoogd met twee spitse puntdaken en getransformeerd tot het gebouw Castalia, als onderdeel van het Ministerie van VWS. Op de locatie waar de bouw van het Ministerie van Landbouw en Visserij was afgeblazen, moest De Resident het historische centrum verbinden met de hoogbouw rond station Den Haag Centraal. Krier combineerde hoog- en laagbouw volgens de ‘needle strategy’: slanke torens op een ‘stedelijke onderbouw’, aansluitend bij de bouwhoogten en het fijnmazige stratenpatroon van de bestaande stad. De Resident was in veel opzichten een experimenteel project dat Den Haag een markante skyline heeft gegeven door het silhouet van de torenbekroningen van (met name) Castalia en het toenmalige hoofdkantoor voor Zürich.

Ook wat betreft de ooghoogte is door het vermijden van blinde gevels aanmerkelijk gewonnen aan belevingswaarde, alsmede door een opvallend kleurgebruik en een zorgvuldige detaillering. Voor de hoge en middelhoge torens (Helicon en Muzentoren) waren in dit eerste grote Haagse publiek-private samenwerkingsproject keuzes gemaakt die aansloten op de visie van de nota van 1993: geprononceerde profielen en gevarieerde materialen, als referentie naar het interbellum gedomineerd door baksteen. De in 1992 ontworpen, maar pas in 2003 voltooide 142 meter hoge Hoftoren (‘de Vulpen”) was wat materialisering betreft geen logisch vervolg, maar in dit geval prevaleerde (met de

terugkeer van het Ministerie van OC & W) de stadseconomie. De vloeiende belijningen en open constructie van de zogenaamde ‘Vulpen’ (de architecten vergeleken het zijaanzicht met een zich openvouwende aronskelk) vormde wel een verrijking van het nieuwe stadssilhouet. Nieuw millennium Vanaf 2000 tekende zich een sterk opgaande lijn af qua inwonersaantal. Uitbreiding van onder meer de woningvoorraad werd in toenemende mate gezocht in verdichting en hoogbouw, wat eind jaren tachtig was gestart met de door de rijksoverheid gelanceerde ‘compacte stad’. Deze ontwikkeling werd ook weerspiegeld in het Haagse beleid. In de ‘Hoogbouwvisie’ van 2001 werden de mogelijkheden voor hoogbouw verruimd, en in 2001 stelde de Raad een nieuwe hoogbouwnota vast. De maximale bouwhoogte voor het centrum werd verlegd naar 140 meter. Dit plaveide onder meer de weg voor het eveneens met transparante onderbouw en gestyleerde bekroning ontworpen Strijkijzer (2007) aan het Rijswijkseplein, dat overigens een geheel eigen, aan het gebied gerelateerde ontwikkeling kende. Als vervolgproject van de woon- en werkwijk De Resident presenteerde architect Richard Meier in 2001 een stedenbouwkundig haalbaarheidsonderzoek voor torens van 90-135 meter in het Wijnhavenkwartier, onder meer ter vervanging van de Ministeriegebouwen van Jusitie en Binnenlandse Zaken uit 1978.

Het plan sneuvelde, maar de voorgenomen sloop van De Zwarte Madonna vond doorgang. Op de vrijgekomen locatie werden de dubbeltoren met de ministeries van Binnenlandse Zaken & en Justitie (146 meter) en de woontoren De Kroon (131,50 meter) gebouwd. Opvallend zijn het spel met het grid door de draaiing van de middelste toren, de vormsamenhang tussen de geprofileerde bekroningen, de hoogwaardige detaillering en de hoge, stedelijke sokkel die de torens verbindt. Na de nieuwbouw werd een van de ministeriegebouwen afgebroken en de andere getransformeerd tot woongebouw, met in de transparante plint commerciële ruimten en de faculteitscampus van de Universiteit

Leiden. De meanderende bekroning heeft samenhang met de nieuwbouw in de omgeving. De rest van het gebied van de Meier-studie kwam in een andere ontwikkelingsstroom terecht, onder meer door de plannen voor het (afgeblazen) Spuiforum en als vervolg daarop het OCC. En passant werd het Babyloncomplex uitgebreid met twee slanke woontorens (142 en 102 meter), waarvan de geprononceerde profielen mede uitdrukking geven aan de hoge architectonische kwaliteit. In de ‘Agenda voor de Haagse Verdichting’ uit 2009 verschoof de invalshoek. Hoogbouw werd gezien als belangrijk middel om te verdichten, noodzakelijk voor de ontwikkeling van Den Haag. Tevens verschoof het accent naar woningen. Waar de eerdere nota’s zich vooral richtten op regulering van hoogbouw, wordt in de ‘verdichtingsagenda’ hoogbouw in het beleid opgenomen als strategisch middel om hogere doelen te bereiken en kansen te benutten zoals het realiseren een gevarieerde woonstad, het versterken van de economie en het versterken van de stedelijke kwaliteit van Den Haag. Tot slot Hoogbouw is een markant onderdeel van de gebouwde omgeving van Den Haag geworden, waarbij de geprononceerde skyline menige andere wereldstad naar de loef steekt. Hoogbouw is sprongsgewijs, relatief laat geaccepteerd door Haagse beleidsmakers, maar deze voorzichtigheid heeft zich vertaald in gemiddeld hoge kwaliteit.

Die is vooral verkregen tijdens de afgelopen decennia waarin de kwaliteiten van de historische stad in toenemende mate worden onderkend. Terwijl in veel steden al te nadrukkelijk naar de feitelijke hoogte van gebouwen werd ingezet, ligt in Den Haag het accent bij de beleving en gebruikswaarde van de stad op ooghoogte (het woonhotel vervult daarbij een voorbeeldfunctie). De huidige opgave bestaat eruit die beide aspecten te verbeteren, om actuele ambities als vergroenen, verdichten en verduurzamen te kunnen realiseren.

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

61

62

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

Uitzicht vanaf de Haagse Toren, het Strijkijzer. Foto: Penthouse Emanuele Basile

Colofon Disclaimer Het beeldmateriaal is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Waar van toepassing, is de bron vermeld. Voorzover bekend, zitten er geen rechten op de gebruikte foto’s. Mochten er toch foto’s in staan, die in strijd zijn met het auteursrecht, dan vragen we degenen, die menen aanspraak te kunnen maken op auteursrechten, contact op te nemen met de gemeente Den Haag. Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling

NOTA HAAGSE HOOGBOUW: EYELINE EN SKYLINE

63

15 november 2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10252554/1