RIS308458 Bijlage 2
Tekst van het document
Bovendien is er in een Groene Hart) onderzoeksvraag gekeken in welke specifieke zoekgebieden extra afstemming nodig is met buurt-RESsen omdat de zoekgebieden dichtbij elkaar liggen en daardoor invloed kunnen hebben op elkaar. Het zodanig beïnvloeden of overtuigen van verbruikers om van het gas af te gaan vraagt om een 2.4 gedragsverandering. Gedrag is een component met invloed op de energievraag. De RES regio is hierbij echter niet het juiste schaalniveau om deze gedragsbeïnvloeding te realiseren. Wij zien dit meer als een taak van de nationale overheid of van lokale campagnes. Aangezien het effect van gedragsaanpakken nog ongewis is, is hier in de RES geen expliciete rekening mee gehouden. Wel kunnen subsidies en andere regelingen dit gedrag een duwtje in de juiste richting geven. In de RES 1.0 worden randvoorwaarden gesteld aan het Rijk (o.a. financiering, subsidieregelingen en meer). In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniek specifieke zoekgebieden voor Paragraaf 7.3 en wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit paragraaf 8.3 niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). Dit levert de zoekgebieden op die in de Concept RES zijn opgenomen.
In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Het kan zijn dat uw voorbeeld omwille van technische of geluidsnormen onhaalbaar zal blijken voor windenergie voor de periode tot 2030. Die afweging wordt niet op regionaal niveau gemaakt maar is aan de gemeente. Ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken, o.m. door te zoeken naar combinaties met andere opgaven.
Dank voor uw aandachtspunt. Betaalbaarheid heeft onze nadrukkelijke aandacht en waar mogelijk wordt daar Paragraaf 2.4, concreet invulling aan gegeven. Zo combineert de uitvoeringslijn Warmte planvorming met publieke belangen paragraaf 3.3, als betaalbaarheid. Dit gaat hand in hand. Ook de uitvoeringslijn elektriciteit kijkt m.b.v. de netimpactanalyses paragraaf 6.2, op welke wijze de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk gehouden kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld paragraaf 8.2.1, 8.2.3 door het combineren van zon en wind bij een aansluiting op het net, of door het opwekken van energie dichtbij (o.a. ad. 2 economische de vraag ernaar te realiseren. Dit zal verder vorm krijgen in de nadere concretisering van locaties voor analyse) en paragraaf opwekking van hernieuwbare energie, een proces wat na de vaststelling van de RES 1.0 verder zal lopen. 8.3.4 (frame 2 haalbaarheid en doelbereik) Circulariteit van zonnepanelen en windturbines wordt in de concept RES door de regio inderdaad als Paragraaf 8.3 voorwaardelijk bestempeld. De vertaling hiervan naar daadwerkelijke ontwikkelingen is een lokale aangelegenheid: op lokaal niveau kunnen dergelijke ambities worden vastgelegd in omgevingsbeleid, zodat ontwikkelingen van windturbines en zonnepanelen geschieden met circulaire materialen.
De genoemde acties en activiteiten zijn om deze reden als 'mogelijk' bestempeld: regionaal kunnen hier geen verplichtingen over worden uitgesproken, slechts adviseren om dit in het omgevingsbeleid op te nemen. De ambitie van de initiatiefnemers van de Groen Gas Installatie Nieuw Reijerswaard is om vrijkomende CO2 op 5.1 te vangen en nuttig in te zetten in de glastuinbouw of de (frisdrank)industrie. Een zinsnede hierover zal worden opgenomen in de RES 1.0.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
298 Ridderkerk
Onderwerp / steekwoorden RES
299 Ridderkerk
RES
300 Ridderkerk
Korte formulering
Toelichting
Thema
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Doelstelling als betaalbaarheid is Met een productieoverschot aan restwarmte in deze regio, lijkt restwarmte de meest reële optie voor Warmte een belangrijk element voor onze deze omgeving. Echter als toekomstige gebruikers moet er ook voldoende prijstransparantie zijn. De inwoners. referentie tussen energieprijzen en trends in relatie tot de factuurprijs van restwarmte moet een betrouwbaar en meetbaar beeld geven voor inwoners schone en relatief goedkope energie kunnen worden verkregen. Niet alle inwoners zullen gebruik Voor inwoners, die niet aangesloten kunnen worden op restwarmte, blijven slechts duurdere Warmte kunnen maken van de voorziening energievormen ter beschikking. Om deze groep enigszins tegemoet te komen, vinden wij het initiatief van de restwarmte. Als alternatief van een lokale energie coöperatie van belang. Door kleinschalig energie op te wekken, (wind of zon) zou zal deze groep afhankelijk zijn van door samenwerking als producent en consument schone en relatief goedkope energie kunnen worden relatief dure elektriciteit verkregen. voorziening voor verwarming.
Betaalbaarheid en rechtvaardigheid zijn twee belangrijke belangen die geborgd moeten worden voor een Paragraaf 2.2 - 2.4 - 3 duurzaam energiesysteem. Richting de RES 1.0 worden modelstudies uitgevoerd die hierin verder inzicht geven 3.3 in de wijze hoe deze belangen geborgd worden. En welke randvoorwaarden of (juridische) instrumenten er nodig zijn om te zorgen dat de belangen worden geborgd.
RES
Er moet een krachtige participatie Gedurende het gehele traject moet ruim voldoende worden geparticipeerd met de inwoners. De mate komen van de overheid naar de van kennisoverdracht naar de burger zal leidend zijn voor het succes van zo’n enorm project burger toe.
Communicatie
301 Ridderkerk
RES
Onze wens is, dat voor energieopwekking van zon. De optimalisatie van daken wordt toegepast. Daarmee heeft de inzet van z.g. zonneweiden niet onze voorkeur
Elektriciteit
Dank voor de input. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de Energietransitie. Dat 2.3, 7.1, 8.1, verder in wordt in de RSE 1.0 maar ook in tal van landelijke studies onderschreven. Inwonersparticipatie wordt volgens hele document afspraak niet door de regio uitgevoerd maar is een aangelegenheid van de gemeenten. De regio verweven faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht en breed bruikbare producten. In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak, ook voor de periode na de RES 1.0. Zon op daken is een belangrijke pijler in de regionale ambitie. Ook in de voorkeursvolgorde zoals deze in het Paragraaf 8.3 Energieperspectief 2050 is verwoord is uw wens terug te vinden. Via de verhaallijnen is nader inzicht gegeven in welke type landschappen zich op welke manier lenen voor energieopwekking. Daarbij opgemerkt dat de meeste productie van deken zal moeten komen en er terughoudender met zon in veldopstelling wordt omgegaan. Deze volgorde is nadrukkelijk niet in tijd. Processen zonnevelden en zon op daken lopen parallel, de mate van zorgvuldigheid, sturen op meekoppelen van andere opgaven en publieke waarden is daarbij wel heel anders bij zon op velden dan op daken.
Enkel de realisatie van zon op daken zal overigens niet voldoende zijn om de nationale ambitie van 35 TWh te behalen, er zal ook op andere vormen moeten worden ingezet.
302 Ridderkerk
Inpasbaarheid
303 Ridderkerk
Warmtenet
De opgave en urgentie spreekt uit We dragen met deze concept RES voor 8 tot 9% bij aan nationale opgave klimaatakkoord. In Algemeen deze concept RES. Bestuurlijke verstedelijkt gebied. Inpassing vraagt veel aandacht. In samenvatting wordt echter aangegeven dat afspraken moeten straks echter geen cijfermatige doelstellingen worden geformuleerd. Toch maakt onze fractie zicht nog wel zorgen niet alleen gaan over te behalen over inpasbaarheid in onze regio. Voorkomen moet worden dat straks de harde cijfers van te realiseren resultaat, in de uitwerking moet TWh de maat gaat bepalen. ook altijd oog blijven voor inpasbaarheid. In onze regio wordt voor groot Hoe toekomstvast is een warmtenet? Blijft er in onze regio altijd een overschot aan warmte? En hoe Warmte deel ingezet op voorkomen we dat we afhankelijk worden van 1 of een enkele commerciële partij die alleen door restwarmte/warmtenet. Hoe aandeelhouders gestuurd wordt? toekomstvast is dat? Is het rendabel te krijgen? En hoe voorkom je monopolypositie en daarmee hoge tarieven?
304 Ridderkerk
Zonneweides en natuur
17
Rijnland
Rijnland vraagt extra aandacht voor de uitwerking van de participatie
Het is noodzakelijk voor een breed draagvlak om een participatieplan op te stellen voor de resterende fase tot RES 1.0 en verder voor zowel bestuurders als inwoners, ingelanden, bedrijven en organisaties. Voor de meeste regio’s is de participatie en communicatie al voorzien in de periode na concept-RES, desalniettemin vraagt Rijnland extra aandacht hiervoor.
18
Rijnland
Rijnland energieneutraal in 2025. Daarnaast verkennen we op welke wijzen
19
Rijnland
Rijnland ziet kansen voor een integrale benadering van de maatschappelijke opgaven en bevordering van multifunctioneel landgebruik
De concept-RESsen sluiten aan bij de ambities van Rijnland. Warmte Rijnland streeft ernaar om in 2025 evenveel energie duurzaam op te wekken als het jaarlijks verbruikt. We streven ernaar om dit zoveel mogelijk lokaal en additioneel te doen. Dit betekent dat Rijnland in 2025 ruim 600 TJ duurzame energie opwekt in de regio’s. Zo gaat Rijnland de komende jaren 3 miljoen kubieke meter (ca. 70 TJ) extra biogas produceren uit zuiveringsslib. Dit biogas is een hoogwaardige energiedrager die kan worden ingezet voor de omgeving. Ook zien wij aquathermie als een belangrijke potentiële warmtebron voor de gebouwde omgeving. Rijnland werkt dan ook aan een verdere uitwerking van de condities en randvoorwaarden, en de mogelijke rol die Rijnland hierin kan innemen. Om ervaring en expertise op te doen participeren we nu, en ook de komende jaren, met partners in onderzoeken en pilotprojecten. De energietransitie heeft invloed op de gehele fysieke leefomgeving, zowel boven- als ondergronds. Dit Algemeen vraagt om een integrale belangenafweging met andere ruimtelijke opgaven, zoals de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en de circulaire economie. Wanneer zonneweides en windmolens gecombineerd kunnen worden met een extensiever landbouwkundig gebruik biedt dat kansen voor peilverhogingen en daarmee beperking van bodemdaling en/of verzilting.
Ook kunnen combinaties gevonden worden met waterberging, biodiversiteit, en/of CO2-vastlegging in de bodem.
Onze wens is, dat voor energieopwekking van zon. De optimalisatie van daken wordt toegepast. Daarmee heeft de inzet van z.g. zonneweiden niet onze voorkeur
De aanleg van zonneweides mag Voorkomen moet worden dat zonneweides en warmtenetten het aanwezige groen in onze stedelijke niet ten koste gaan van bestaande omgeving verder reduceren. We plaatsen zonnepanelen dan ook liever tegen steen en beton (bijv. natuur (inclusief klaverbladen geluidsschermen) dan in of op het groen (ook het groen en water bij bijv. Ridderster heeft langs de rijkswegen). Natuur moet natuurkwaliteit). Kies liever voor steen/beton of evt. akkers. ook beleefbaar blijven. Ook maken we ons zorgen over kappen van (oude) bomen t.b.v. aanleg warmtenet
31
Elektriciteit
Communicatie
Binnen de RES kijken we naar bovengemeentelijke kansen om warmte zo optimaal mogelijk in te zetten in de Paragraaf 2.2 - 2.4 - 3 regio. De gemeenten bepalen echter zelf welke keuzes ze hierin maken .Indien voor relatief duurdere 3.3 warmteopties wordt gekozen kan uw suggestie bijdragen aan de betaalbaarheid en ook de betrokkenheid van de opgave, In de regio wordt tevens ingezet op kennisdeling, Het voorbeeld dat geschetst wordt zou daarin ook voor anderen inspirerend kunnen werken.
Dank voor uw aandachtspunt. In de vorm van aandacht voor de draagkracht van het landschap, gebiedsprocessen én aandacht voor samenhang met ander (bovenregionaal) beleid kijken we gezamenlijk hoe we onze ambitie invulling kunnen geven. Inpasbaarheid vormt een belangrijk onderdeel van de verdere uitwerking.
Paragraaf 2.2, paragraaf 7.3.1, paragraaf 8.3.1 en paragraaf 8.3.4 (frame 1 ruimtelijke kwaliteit).
In de RSW 1.0 gaan we de bovengemeentelijke warmte-uitwerking verder invulling geven. Hier is ook aandacht Paragraaf 2.4 - Juridisch voor de tekomstvastheid van deze oplossingen, de financiële haalbaarheid en welke randvoorwaarden of rapport (juridische) instrumenten er nodig zijn om te zorgen dat de belangen worden geborgd. Een belangrijk aspect sturingsinstrumenten daarbij is de ontwikkeling van geothermie en de verduurzaming van de huidige restwarmtebronnen. Dat zal publieke belangen niet vanzelf gebeuren en vraagt landelijke maar ook provinciale en lokale sturing. De geschetste afhankelijkheid Juridische analyse is op dit moment nadrukkelijk onderwerp van gesprek in de wet collectieve warmtevoorziening die in de maak Warmtewet 2.0 is. Hierbij wordt in de huidige fase een rol voor de ACM voorzien om nadelige effecten van een monopolie te minimaliseren. In de RES 1.0 is gekozen voor een aanpak vanuit de draagkracht van het landschap, en verdere uitwerking in Paragraaf 7.3, lokale gebiedsprocessen. Op deze manier kijken we naar mogelijkheden om bij te dragen aan de nationale paragraaf 8.3 doelstelling van 35 TWh op een manier die past bij onze regio. In de verhaallijnen zijn ook ontwerp/kwaliteitscriteria verwoord die ingaan op de elementen uit deze wens. Daarmee is hieraan gehoor gegeven. met dien verstande dat dit altijd aandacht vraagt in lokale gebiedsprocessen t.b.v.
realisatie.
Het aangedragen punt krijgt aandacht en wordt meegenomen. Draagvlak en acceptatie van belanghebbenden paragraaf 2.2, 2.3, 3.3, zijn belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en 4.3, 6.2, 8.1 projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten); zoals weergegeven in plan van aanpak (dec 2019) en updates. Tevens inspelend op actualiteit. In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak, ook voor de periode na de RES 1.0. Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht paragraaf 1.3 - 3.1 besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om 8.2.2 over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.
In het proces naar de RES 1.0 is veel aandacht geweest voor de integrale afweging. Dit gebeurt op verschillende Komt op verschillende manieren, zo wordt in de uitvoeringslijn Elektriciteit ontwerpend onderzoek uitgevoerd met inbegrip van plekken terug. O.a. andere opgaven. Ook in het verdere proces heeft deze link met andere (ruimtelijke) opgaven een centrale rol paragraaf 3.3, en wordt ingezet op bijvoorbeeld dubbel ruimtegebruik. paragraaf 7.3.5 en paragraaf 8.3.4.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp / steekwoorden Zonnepanelen op water zijn onder strikte voorwaarden mogelijk en bieden soms zelf kansen voor verbetering van waterkwaliteit..
20
Rijnland
21
Rijnland
Zonnepanelen en windmolens op dijken zijn mogelijk een probleem voor de veiligheid.
22
Rijnland
Onderzoek naar en realisatie van geothermie vraagt om zorgvuldige beoordeling door Rijnland
23
Rijnland
24
Rijnland
Rijnland ziet graag zo min mogelijk energieopwekking in Natura 2000 gebieden Aquathermie is mogelijk een belangrijke energiebron in de warmtetransitie
25
Rijnland
Het benutten van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) heeft veel potentie maar vraagt om een zorgvuldige beoordeling ten aanzien van de waterkwaliteit.
26
Rijnland
Het benutten van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) vanuit
27
Rijnland
28
Rijnland
Rijnland vraagt aandacht voor het gezamenlijk uitwerken van de warmteinfrastructuur voor warmte in de regio’s, ook in relatie tot laagthermische Er zijn geen concrete aandachtpunten of opmerkingen op basis van de kaarten/plannen die nu voorliggen.
Korte formulering
Toelichting
Thema
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Op dit moment vallen dergelijke constructies onder de Rijnlandse beleidsregels van plaatsgebonden Elektriciteit drijvende objecten en/of bruggen en andere volledige overkluizingen, of het valt onder de algemene zorgplicht. Dit is mede afhankelijk van de gekozen constructie. Grootste zorgpunt hierbij is de kans op verslechtering van de waterkwaliteit door kans op: • Vermindering van de doorstroming • Vergroten van de hoeveelheid schaduw en daarmee beperking van plantengroei • Uitlogen van gebiedsvreemde stoffen door onjuist gebruik van materialen bij de constructie. Mogelijk biedt het plaatsen van zonnepanelen ook kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Zo kunnen door de juiste constructie juist schuilplaatsen ontstaan voor vissen en overige waterfauna en kan daarmee de waterkwaliteit juist verbeterd worden. Rijnland denkt na over specifiek beleid ten aanzien van dergelijke constructies. Tot die tijd hanteert Rijnland het uitgangspunt dat zon op water alleen mogelijk is wanneer: • De waterkwaliteit niet verslechtert, of juist verbetert • Het onderhoud van het watersysteem niet in geding komt • De doorstroming gegarandeerd blijft. Rijnland vraagt graag extra uw aandacht voor de mogelijke effecten van energieopwekking op de Elektriciteit waterveiligheid. Zonnepanelen op dijken geven schaduw en daarmee kans op verslechtering van de erosiebestendigheid van de dijk.
Daarnaast kunnen constructies beperkend zijn voor het uitvoeren van onderhoud. Windmolens vormen mogelijk een probleem bij de stabiliteit en de veiligheid. Vandaar dat Rijnland op basis van staand beleid zal toetsen of de waterveiligheid niet in het geding komt. Uitgangspunt hierbij is ‘Nee, tenzij’.
Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats ná vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt Paragraaf 4.3 en door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig paragraaf 7.3 ruimtegebruik, milieuaspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en -veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden.
In alle RES regio’s zal geothermie één van de mogelijke oplossingen zijn voor de warmtevraag. Warmte Daarvoor zullen er in de toekomst steeds meer geothermieprojecten worden gerealiseerd. In de transitie naar een duurzame collectieve warmtevoorziening is dit een zeer interessante bron. Aangezien onderzoek en realisatie mogelijk effect hebben op de waterschapstaken, wil Rijnland op voorhand een aantal aandachtspunten meegeven: • Aandacht voor het risico op kortsluitstromingen als gevolg van doorboren scheidende lagen; • Risico op versnelling van bodemdaling (met mogelijk risico voor (pers)leidingen en keringen); • Verstoring van het verticale evenwicht, waardoor opbarstrisico’s toenemen; • Lozing van vrijkomend spoelwater bij het boren en de aanleg van het aardwarmtesysteem en ten gevolge van het ontwikkelen en onderhouden van aardwarmtesysteem; • Daarnaast zal aan de Algemene regels van Rijnland moeten worden voldaan, bijvoorbeeld ten aanzien van het boren in kern- en beschermingszones van keringen Rijnland erkent dat Natura 2000 gebieden waardevolle gebieden zijn die belangrijk zijn voor de Algemeen instandhouding van landschap en biodiversiteit. Rijnland staat daarom terughoudend tegenover energieopwekking in Natura 2000 gebieden.
Vanuit de Uitvoeringslijn warmte onderschrijven we het in kaart brengen van de effecten van geothermie. Dit Paragraaf 2.2 - 2.4 - 8.2 valt binnen de RES uiteindelijk onder de door de regio benoemde uitgangspunt 'betrouwbaarheid'. In de RES 1.0 is op hoofdlijnen opgenomen welke aspecten rondom aardwarmte een rol spelen. De precieze beschrijving van effecten zal mogelijk onderdeel zijn van de RES 2.0 (of daarna). Daarnaast is de concrete uitwerking en uitvoering van projecten onderdeel van reguliere vergunningsprocedures, daarbij zijn lokale overheden betrokken maar is ook een rol voor Staatstoezicht op de mijnen. Dat is vooral ingegeven vanuit beperken veiligheidsrisico's.
Rijnland heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat het de energie die in het water is opgeborgen graag wil (laten) ontsluiten. Het past de waterschappen om voorop te lopen bij innovaties die aan de waterschapstaken zijn gebonden. Rijnland ziet kansen door een innovatieve en ondernemende rol te spelen in aquathermie. Daarom werken we ook onder andere samen in de proeftuin Katwijk Hoornes Aardgasvrij, het burgerinitiatief Oegstgeest Poelgeest en de pilot voor TEA in Nieuwveen.
Warmte
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht Paragraaf 1.3 - 3.1 besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om 8.2.2 - 8.5 over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.
Rijnland ziet kansen in aquathermie als duurzame warmtevoorziening van de regio en werkt graag Warmte samen met de regio bij de verdere verkenning. Bij de inzet van TEO wordt warmte aan het oppervlakte water onttrokken en vindt een koudelozing plaats. Met name in kleine wateren kan grootschalige inzet van TEO leiden tot afkoeling van het oppervlaktewater. In sommige gevallen heeft dat een positief effect en voorkomt het te veel opwarming in de zomer. Maar het is mogelijk dat te veel afkoeling een negatief effect heeft op de ecologische waterkwaliteit. Nader onderzoek is nodig om hier meer over te kunnen zeggen, dit pakt Rijnland graag in gezamenlijkheid met de partners in de RES regio’s op. Naast thermische energie uit oppervlaktewater is ook Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) een Warmte mogelijke warmtebron voor de energietransitie. De onttrekking van warmte uit de influentleidingen is echter alleen mogelijk als het zuiveringsproces niet teveel negatief wordt beïnvloedt. De warmtewinning moet niet zorgen dat de temperatuur bij de zuivering te laag wordt en het moet niet zorgen voor een onnodige toename in risico op calamiteiten.
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht paragraaf 1.3 - 3.1 besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om 8.2.2 - 8.5 over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten die in de RES nader wordt uitgewerkt. De regio ondersteunt graag het nadere onderzoek en slaat graag de brug naar de gemeentelijke samenwerkingspartners.
In samenwerking met de regio willen we ook een verdere uitwerking doen van de infrastructuur zodat Warmte vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Denk hierbij aan de onttrekking van warmte uit water en de afzet via warmtenet.
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. Met dit soort warmte wil je niet Paragraaf 1.3 - 3.1 over grote afstanden transporteren, en is daarmee een bron voor lokale warmtenetten. De focus van de RES is 8.2.2 de regionale uitwisseling van warmte en dit vraagt om grote en hogere temperatuur bronnen (restwarmte en aardwarmte). Graag wordt vanuit de regio gewerkt aan het benutten van de potentie aquathermie, via de lokale warmtetransitievisies. en daartoe kan richting de RES 2.0 nadere worden afgestemd over de kansen en infrastructurele aspecten.
De RES Rotterdam-Den Haag valt maar voor een klein deel binnen het werkgebied van Rijnland. In dit deel liggen geen grote assets van Rijnland waar specifieke kansen of bedreigingen liggen voor grootschalige energie opwek.
Dank voor dit inzicht; het betreft een heldere reactie en draagt bij aan het inzicht t.a.v. opweklocaties in de regio.
32
Algemeen
Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats na vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt Paragraaf 4.3 en door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig paragraaf 7.3 ruimtegebruik, milieuaspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en -veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden.
Na vaststellen van de RES worden zoekgebieden voor opwekking van duurzame energie o.b.v. de draagkracht van het landschap nader geconcretiseerd. Gemeenten hebben daarin het voortouw. In het geval dat Natura 2000-gebieden 'geraakt' worden, wordt een nauwkeurige afweging gemaakt i.s.m. belanghebbenden.
O.a. paragraaf 2.2.2 en 8.3.4
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht Paragraaf 1.3 - 3.1 besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om 8.2.2 - 8.5 over grote afstanden transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Wij roepen de waterschappen op om deze boodschap ook in de lokale transitievisies warmte naar voren te brengen met daarbij die aspecten die belangrijk zijn om tot realisatie te komen en welke risico's er meespelen.
Geen verwijzing.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
223 Rijnland
Onderwerp / steekwoorden Inleiding op aquathermie wensen en bedenkingen, zie 24 t/m 27
Korte formulering
Toelichting
Thema
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Aquathermie Warmte Rijnland verkent op welke wijze vanuit onze water gerelateerde taken actief bij zullen dragen aan de energietransitie in de regio. De rol die Rijnland hierin kiest is maatwerk. Dit wordt per project bepaald door het dagelijks bestuur op basis van de door het algemeen bestuur meegegeven kaders. Het besluit om een ondernemende rol te spelen in een project wordt altijd aan het algemeen bestuur voorgelegd. Rijnland werkt momenteel aan een verdere uitwerking van de kaders en randvoorwaarden voor de benutting van aquathermie. Denk daarbij aan juridische, bestuurlijke en financiële consequenties. Ook worden in de uitwerking de consequenties voor de ecologie, biodiversiteit, waterkwaliteit en andere met de kerntaken van Rijnland verband houdende aspecten verder uitgewerkt. Vooruitlopend op besluitvorming hierover wil Rijnland graag een aantal aandachtspunten meegeven.
Waardevol om hiervan op de hoogte te zijn en blijven.
Nvt
224 Rijnland
Inleiding op alle wensen en bedenkingen van Rijnland (filter op Rijnland om deze te zien)
Met belangstelling heeft het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland kennis Algemeen genomen van de concept-RESsen. Rijnland heeft de afgelopen maanden intensief samengewerkt met belanghebbenden in vier RES regio’s: Holland Rijnland, Noord-Holland Zuid, Midden-Holland en Rotterdam-den Haag. Rijnland is verheugd te zien dat de partners in de vier regio’s veel werk verzet hebben om te komen tot deze concept RESsen, waarin ambitieuze doelstellingen geformuleerd zijn voor de energietransitie. Ondanks de complexiteit van de materie en de verschillende belangen hebben alle partijen een concept-RES weten op te leveren. Doordat provincies, gemeenten en waterschappen de totstandkoming van de RESsen gezamenlijk naar zich toe hebben getrokken, geldt het RES-proces als een praktijkproef voor gelijkwaardige interbestuurlijke samenwerking. Dat betekent ook dat we elkaar wat kunnen geven en gunnen. Deze dynamiek hopen wij vast te kunnen houden in de verdere uitwerking naar de RES 1.0. Naast deze aanmoediging voor het vervolg, wil het algemeen bestuur van Rijnland middels deze zienswijze (wensen en bedenkingen) een eerste reactie geven op de concept-RESsen. Het merendeel van de onderstaande aandachtspunten zijn in de diverse werkgroepen en stuurgroepen al onder de aandacht gebracht.
Naast het nogmaals onder de aandacht brengen daarvan, gaat het om een verdieping, aanvulling of aanscherping op het specifieke onderwerp. Het eerste deel is van toepassing voor
Dank voor uw reactie en bemoedigende woorden. We onderkennen de nauwe, interbestuurlijke samenwerking in de regio en hopen deze ook vast te kunnen houden in het vervolgtraject. Goed dat u ons nogmaals op uw aandachtspunten wijst, we nemen hier kennis van.
Geen verwijzing.
225 Rijnland
Rijnland energieneutraal in 2025. Daarnaast verkennen we op welke wijzen Rijnland vanuit onze water gerelateerde taken actief bij zal dragen aan de energietransitie in de regio
Toelichting: De concept-RESsen sluiten aan bij de ambities van Rijnland. Rijnland streeft ernaar om in Brandstoffen 2025 evenveel energie duurzaam op te wekken als het jaarlijks verbruikt. We streven ernaar om dit zoveel mogelijk lokaal en additioneel te doen. Dit betekent dat Rijnland in 2025 ruim 600 TJ duurzame energie opwekt in de regio’s. Zo gaat Rijnland de komende jaren 20.06078120.060781 2 3 miljoen kubieke meter (ca. 70 TJ) extra biogas produceren uit zuiveringsslib. Dit biogas is een hoogwaardige energiedrager die kan worden ingezet voor de omgeving. Ook zien wij aquathermie als een belangrijke potentiële warmtebron voor de gebouwde omgeving. Rijnland werkt dan ook aan een verdere uitwerking van de condities en randvoorwaarden, en de mogelijke rol die Rijnland hierin kan innemen. Om ervaring en expertise op te doen participeren we nu, en ook de komende jaren, met partners in onderzoeken en pilotprojecten.
Constaterende dat: Algemeen - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - betaalbaarheid als eerste uitgangspunt is genoemd in de concept RES; - in de concept RES geen uitspraken worden gedaan over de kosten van de plannen; - het Planbureau voor de Leefomgeving aangeeft dat het verduurzamen van huizen financieel onaantrekkelijk is; - de gemeente nu al te maken heeft met een miljoenentekort; Overwegende dat: - de energietransitie alleen kan slagen als het betaalbaar is voor alle Rijswijkers; - de plannen grote gevolgen hebben voor wat de gemeente allemaal moet regelen aan subsidies, aanpassingen in de publieke ruimte en ‘investeringen’. - we nooit een blanco cheque kunnen en willen afgeven voor deze plannen; Verzoekt het college: in de RES 1.0 inzicht te hebben gegeven in: 1. wat de uitvoering van de plannen die volgen uit de RES 1.0 de gemeente Rijswijk direct en indirect gaan kosten; 2. wat de plannen en ambities die volgen uit de RES gemiddeld voor kosten met zich meebrengen voor de Rijswijkers; 3. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES.
Dank voor deze informatie. Biogas (en eventueel opwerking naar groengas) is voor deze regio een zeer belangrijk product.
5.2
Bedankt voor uw overweging. In de RES 1.0 worden niet de kosten en de baten doorgerekend. Voor wat betreft uitvoeringslijn Warmte worden wel de totale kosten over de keten berekend van verschillende scenario's en een vergelijking gemaakt met andere alternatieven voor de warmtetransitie. Dit geeft echter vooral inzicht in de verschillen tussen de alternatieven. Er worden geen berekeningen op lokaal/gemeentelijk niveau gedaan.
Paragraaf 3.3, paragraaf 6.2, paragraaf 8.2.1, 8.2.3 (o.a. ad. 2 economische analyse) en paragraaf 8.3.4 (frame 2 haalbaarheid en doelbereik)
336 Rijswijk
GEEN BLANCO CHEQUE
33
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp / steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
Thema
337 Rijswijk
VEILIGHEID VOOROP
338 Rijswijk
HELDERE TAAL
339 Rijswijk
KLIMAATOPWARMING?
Constaterende dat: Elektriciteit - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - er in de concept-RES wordt gesproken over 2,8 tot 3,2 TWh grootschalige en 0,8TWh kleinschalige opwekking via zonne- en windenergie binnen onze regio; - van alle geschikte daken tenminste 40% vóór 2030 met zonnepanelen bedekt moet zijn; - er recentelijk zonnepanelen in brand vlogen aan de Menagerie en de Wildbaan in Rijswijk; - bij brandende zonnepanelen kleine glasdeeltjes vrijkomen, die in de wijde omgeving schade kunnen toebrengen aan natuur, mens en dier; Overwegende dat: - veiligheid voor de Rijswijkers altijd voorop hoort te staan; - een toename aan woningbranden door zonnepanelen onwenselijk is; - we natuur, mens en dier tegen de glasdeeltjes van brandende zonnepanelen moeten beschermen; Verzoekt het college: 1. onderzoek te laten doen naar de brandveiligheid van zonnepanelen en de schade die glasdeeltjes uit brandende zonnepanelen kunnen aanbrengen; 2. De resultaten hiervan te delen voorafgaand aan de behandeling van de RES 1.0; 3.
bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES; Constaterende dat: Communicatie - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - de concept RES voorschrijft dat communicatie “begrijpelijk” en “laagdrempelig” moet zijn; - in de concept RES zinnen te zin vinden zijn als: o “Deze verhaallijnen zijn een combinatie van landschapskenmerken en de ruimtelijk-energetische ontwerpprincipes uit het Energieperspectief 2050” o “In het kader van de RES richten de samenwerkende overheden zich vervolgens op het iteratieve proces van afstemming op de lokale vraag en daarin mede voorzien via bovenlokale bronnen en de (boven-) regionale ontwikkeling van bronnen en warmtetransport.”; Overwegende dat: - iedereen moet kunnen begrijpen wat er in de RES staat; - de concept RES niet voldoet aan de eisen die het zelf aan de communicatie heeft gesteld; Verzoekt het college: 1. erop toe te zien dat de RES 1.0 in begrijpelijke taal wordt geschreven. 2.
bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES; Constaterende dat: Systeemanalyse - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - de concept RES een gevolg is van afspraken uit het Parijs-akkoord en het Nederlandse Klimaatakkoord; - in het Parijs-akkoord is afgesproken om maximaal 2 graden klimaatopwarming toe te staan; - in het Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten dan in 1990; - in de concept RES geen uitspraken worden gedaan over het effect van de maatregelen op het tegengaan van klimaatopwarming of de vermindering van CO2-uitstoot; Overwegende dat: - het onwenselijk is om in te stemmen met plannen die veel geld gaan kosten zonder dat we weten wat het effect van de maatregelen is; Verzoekt het college: in de RES 1.0 inzicht te hebben gegeven in: 1. voor hoeveel procent de plannen bijdragen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot in Nederland; 2. in hoeverre de plannen bijdragen aan het tegengaan van de mondiale klimaatopwarming; 3. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES;
34
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
In de RES speelt veiligheid een cruciale rol. Dat geldt uiteraard ook voor het aangedragen punt. Er wordt paragraaf 7.6 uitgekeken naar de resultaten van betreffende onderzoek. Deze zullen in de aanloop naar de RES 2.0 een rol kunnen spelen als ook in het verhogen van het kennisniveau van de regio als geheel op dit thema. De RES onderhoudt tevens contacten met de beide veiligheidsregio's (Haaglanden en Rotterdam Rijnmond) t.a.v. veiligheid en zij verzoeken ook die organisaties een rol te geven in de totstandkoming en verspreiding van het onderzoek.
We hebben de leesbaarheid en aantrekkelijkheid meegenomen bij het schrijven en het opmaken van het product RES 1.0. Als gevolg van de inhoudelijke uitdaging blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een korte samenvatting.
In (opmaak) document verweven. High res figuren. Samenvatting.
Dank voor uw inbreng. In de Concept-RES is benoemd dat we een gedeelde verantwoordelijkheid hebben om 1.1, 1.2 de energietransitie uit te voeren en keuze te stimuleren die bijdragen aan de (mondiale) CO2-doelstellingen. In de RES 1.0 geven we echter geen inzicht in de CO2-reductie en de vertaling naar de effecten op klimaatverwarming, deze kunnen niet als onderdeel van de RES worden uitgevoerd.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Korte formulering
Toelichting
340 Rijswijk
PLAN B WARMTE-PROJECTEN
Constaterende dat: Warmte - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - in de concept RES wordt gesproken van een energiemix om duurzame energie op te wekken. Dit om te voorkomen dat de vraag naar elektriciteit te sterk toeneemt. - er wordt uitgegaan van “veel potentie in deze regio aan warmte en de ambitie deze te benutten” via onder andere warmtenetten en geothermie; - in de concept-RES staat dat voor deze oplossingen “heldere taakverdeling, wet & regelgeving en financiële instrumenten nog ontoereikend zijn”; Overwegende dat: - plannen realistisch moeten zijn om te weten wat we kunnen verwachten. - het erop lijkt dat we zonder de warmte-projecten niet kunnen voldoen aan de ambities uit het Klimaatakkoord; - er in de concept RES niet wordt gesproken over wat er gebeurt als heldere taakverdeling, wet & regelgeving en financiële instrumenten voor de warmteprojecten ontoereikend blijven; Verzoekt het college: 1. in de RES 1.0 een plan B te hebben voor als de warmte-projecten niet kunnen worden uitgevoerd; 2. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES;
Dank voor uw motie. Voor de RES 1.0 is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke meerwaarde die een Paragraaf 1.2 - 7.2 bovengemeentelijke warmte-uitwisseling heeft, en waar niet. In de transitievisie warmte geven gemeenten aan waar zij welke warmtetechnieken in hun gemeenten voorzien. De RES-regio initieert geen projecten, maar mocht blijken dat dat warmte-plannen deels onuitvoerbaar zijn in de praktijk, dan is het aan de gemeente zelf en/of in overleg met de RES-projectorganisatie om een alternatief op te stellen in een volgende versie van de transitievisie warmte. Deze informatie wordt vervolgens meegenomen in volgende versies van de RES.
345 Rijswijk
investeringsfonds lokale energie transitie
Constaterende dat: Algemeen - In het coalitieakkoord ten aanzien van de energievisie is opgenomen dat de gemeente zich zal inzetten voor oplossingen voor groepen die zelf moeilijk kunnen investeren; Overwegende dat: - Het oprichten van een investeringsfonds kan bijdragen aan de transitie naar een energieneutraal Rijswijk; - Een gemeentelijk investeringsfonds daarnaast kan bijdragen aan het streven naar 50% eigendom van de lokale omgeving, en dit tegemoet komt aan de wens van de overheid om de investeringen ten goede te laten komen aan de burgers van Rijswijk; - Door invulling te geven aan de regiefunctie er een impuls wordt gegeven aan de uitrol van lopende projecten en nieuwe innovaties; Spreekt als haar mening uit dat - De dekking van dit fonds meegenomen wordt in de afwegingen over de besteding van de Enecogelden; - Opbrengsten van de uit het fonds gefinancierde investeringen, zoals minder energieverbruik, jaarlijks terug zouden moeten vloeien in het fonds; Verzoekt het college: - Om met dit op de agenda te zetten op 27 oktober van het gezamenlijk Forum over de besteding van de Enecogelden. -Een startnotitie te schrijven voor de oprichting van een revolverend Investeringsfonds Energietransitie; - In dit voorstel mede te betrekken hoe belanghebbenden investeringsverzoeken kunnen indienen.
De geplaatste wens ziet toe op een lokale aanpak; het vormen van een investeringsfonds voor de Rijswijkse aanpak. Het is daarmee relevant voor de regiogemeenten om kennis van te nemen en wellicht om samen kunnen te werken. Een dergelijke inzet vormt geen onderdeel van de aanpak en inhoud van de RES 1.0.
346 Rijswijk
Burgerberaad
347 Rijswijk
Onderwerp / steekwoorden
Thema
Constaterende dat: Algemeen - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - in de concept RES is aangegeven dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor proces- en projectparticipatie richting inwoners, het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven, Overwegende dat: - een burgerberaad bijdraagt aan de transitie naar een energieneutraal Rijswijk, leidt tot gedragen oplossingen en een groter vertrouwen in de politiek, - er reeds goede voorbeelden zijn van burgerberaad (citizens’ assemblees) in bijvoorbeeld Ierland over abortuswetgeving en homohuwelijk, en in het VK en Frankrijk over klimaat, Verzoekt het college: - een burgerberaad te organiseren, - bovengenoemd punt zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0, Duurzaam opgewekte restwarmte Constaterende dat: Warmte - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - een belangrijk onderdeel van de concept RES energie uit restwarmte vanuit het Haven Industrieel Complex te Rotterdam is, Overwegende dat: - een financiële prikkel in het opwekken
van milieubelastende restwarmte het opwekken van duurzame restwarmte tegengaat en daarmee het doel van de regionale energiestrategie, - het mogelijk is om de energie intensieve industrie verder te verduurzamen door het stimuleren van duurzaam opgewekte restwarmte (bijvoorbeeld door wel te betalen voor het gebruik van duurzaam opgewekte restwarmte, maar juist een prijs te vragen voor het afvoeren van niet-duurzaam opgewerkte restwarmte in het warmtenet), Verzoekt het college: - ervoor te zorgen dat er geen financiële prikkel uitgaat van het opwekken van milieubelastende restwarmte, - bovengenoemd punt zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0,
35
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Geen verwijzing.
Dank voor uw overdenking en goede voorbeelden van de inzet van een burgerberaad. Draagvlak is een 2.3, 7.1, 8.1, verder in belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. We onderschrijven het belang van goede en hele document tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden verweven betrokken bij de inpassing van de energietransitie en profiteren van de opbrengsten. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd maar is een aangelegenheid van de gemeenten. Het opzetten van een burgerraad daarmee ook.
Dit is een belangrijk aandachtspunt. Er is alleen sprake van restwarmte als dit een restproduct is. Om deze reden kan en mag geen sprake van opwek van warmte ten behoeve van het leveren van warmte aan het warmtenet. In dit geval zou de warmte niet CO2 vrij zijn, zoals pure restwarmte nu wel is. In het Energieperspectief is het uitgangspunt vastgelegd dat restwarmte in 2050 geen fossiele oorsprong mag hebben.
Paragraaf 1.3 - 8.2
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp / steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
Thema
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
348 Rijswijk
Koppel maatschappelijke opgaven Constaterende dat: Warmte - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - met het uitvoeren van de RES er grote ruimtelijke projecten zijn gemoeid zoals WarmtelinQ (voorheen Leiding door het Midden), Overwegende dat: - met het uitvoeren van grote ruimtelijke projecten er werk met werk kan worden gemaakt door het te koppelen met andere grote maatschappelijke opgaven als circulair, klimaatadaptatie en biodiversiteit, - bijvoorbeeld bij de aanleg van WarmteLinQ het mogelijk is de werkstrook in te richten met functies die inzetten op een toename van biodiversiteit zoals waterbergingscapaciteit en een natuurvriendelijke aanleg, Verzoekt het college: - ervoor te zorgen dat grote ruimtelijke projecten die onderdeel zijn van de RES waar mogelijk integraal met andere grote maatschappelijke opgaven als circulair, waterbestendigheid en biodiversiteit worden uitgevoerd, - bovengenoemd punt zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0,
Het klopt dat warmtenetten (mn in de ondergrond) meer ruimte innemen dan elektriciteit en gasleidingen zal Paragraaf 8.2 - 8.5 worden benoemd. De motie verzoekt dat het college ervoor zorgt dat grote ruimtelijke projecten die onderdeel zijn van de RES waar mogelijk integraal met andere grote maatschappelijke opgaven als circulair, waterbestendigheid en biodiversiteit worden uitgevoerd. Dit is een verstandige keuze, die de gemeente in haar eigen beleid kan opnemen.
349 Rijswijk
Innovatie
In de RES wordt in lijn met het Klimaatakkoord met name ingezet op die technieken die voldoende Paragraaf 4.1, doorontwikkeld en opschaalbaar zijn in de zin dat er een grote rol is weggelegd in de productievolumes die paragraaf 4.3 nodig zijn per 2030. Dat betekent dat in de RES 1.0 ingezet op windenergie en zonne-energie. Daarnaast wordt continu gemonitord welke technieken ver genoeg zijn om een significante rol te kunnen spelen in het energiesysteem. b.v. remenergie, warmte of stroom leverende wegen, Thorium, getijdenenergie en andere technieken. Indien daarvan sprake is dan zal de inzet daarvan ook meegenomen worden en landen in een actualisatie van de RES. Dat zal iedere 2 jaar plaatsvinden. Daarbij dient in ogenschouw genomen te worden dat de RES niet zelfstandig innovaties financiert of faciliteert. Daarbij wordt gesteund op andere organisaties en processen in de regio en daarbuiten. Een innovatiefonds zoals in deze wens is opgenomen maakt derhalve geen onderdeel uit van de RES 1.0.
350 Rijswijk
Eerlijk om
Constaterende dat: Elektriciteit - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - in de concept RES staat dat “innovatie in alle uitvoeringslijnen een belangrijk thema” is, Overwegende dat: - het verstandig is om nu, in tijden van corona, als overheden te investeren in het creëren van een nieuwe, duurzame economie, - voor een succesvolle energietransitie we zowel nieuwe als slim aangepaste bestaande technieken nodig hebben en dat we daarvoor ruimte moeten geven aan innovatie, - de regio Rotterdam Den Haag een unieke ligging heeft aan de zee en dit mogelijkheden geeft voor getijdenenergie, Verzoekt het college: - ervoor te zorgen dat er meer aandacht naar innovatie gaat, - op regionaal niveau te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het winnen van getijdenenergie in de Noordzee en over de uitkomst de raden te informeren, - een regionaal innovatiefonds, waarvan het geld wordt geïnvesteerd in onderzoek en nieuwe technieken die bijdragen aan het creëren van een duurzame economie, onderdeel te laten zijn van de RES 1.0, - bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0, Constaterende dat: Algemeen
- het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - in de concept RES geen aandacht wordt gegeven aan het delen van de lasten en de lusten van de energietransitie, Overwegende dat: - investeringen in duurzaam wonen nu vooral worden opgebracht door de mensen met de minste investeringskracht. Ze dragen bij aan de subsidieregelingen waaruit meer vermogende mensen zonnepanelen aanschaffen, - huishoudens te maken hebben met stijgende energiebelastingen terwijl grootverbruikers nog steeds kortingen en subsidies krijgen op het gas dat ze verstoken, - alleen een rechtvaardige verdeling van lasten en lusten er voor kan zorgen dat niet alleen iedereen moet, maar ook mee kan doen, Verzoekt het college: - ervoor te zorgen dat er we de energietransitie uitvoeren naar het principe ‘eerlijk om’: een rechtvaardige verdeling van lasten en lusten waardoor iedereen mee kan doen, - bovengenoemd punt zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0,
36
Het principe 'eerlijk om' is vertaald in de RES in het publieke belang "rechtvaardigheid" waarbij het onder Paragraaf 2.4, andere gaat om de eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. In de plannen van de RES wordt in de afweging paragraaf 8.2.3 gekeken naar het borgen van de publieke belangen (die naast rechtvaardigheid ook betaalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en vertrouwen bevatten).
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp / steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
351 Rijswijk
Energiebesparing
352 Rijswijk
Lokaal eigendom
353 Rijswijk
GFT biovergisting
354 Rijswijk
Keuzevrijheid energie RES
Thema
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Constaterende dat: Warmte - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - energie die niet gebruikt wordt, niet hoeft te worden opgewekt, Overwegende dat: - er veel kansen zijn om energie te besparen, bijvoorbeeld door het vervangen van verouderde stookinstallaties, - in de concept RES weinig aandacht uitgaat naar het besparen van energie en er geen richting wordt gegeven hoe energiebesparing concreet gerealiseerd kan worden, - gemeenten grote kansen laten liggen op het besparen van energie door niet of nauwelijks te controleren of bedrijven en instellingen die veel energie gebruiken zich wel houden aan de energiebesparingsplicht, Verzoekt het college: - ervoor te zorgen dat de bestaande energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen onderdeel wordt van de RES 1.0, - ervoor te zorgen dat er meer aandacht naar energiebesparing gaat en richting wordt geven hoe dat concreet gerealiseerd kan worden, - bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0 Constaterende dat: Elektriciteit - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale
Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - in de concept RES staat dat in het Klimaatakkoord staat “dat bij toekomstige ontwikkelingen tenminste 50% lokaal eigendom gewenst is.” Overwegende dat: - lokaal eigendom onontbeerlijk is voor draagvlak voor de energietransitie, - hoe hoger het percentage lokaal eigendom is, des te meer Rijswijkers kunnen meeprofiteren van projecten, - gemeenten vrij zijn invulling te geven aan de landelijke ambitie van 50% lokaal eigendom, Verzoekt het college: - duidelijke kaders voor het begrip ‘lokaal eigendom’ uit te werken, - bij de uitwerking naar de RES 1.0 in te zetten op 50% als ondergrens en te streven naar een zo hoog mogelijk percentage voor lokaal eigendom, - bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0, Constaterende dat: Warmte - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - alle mogelijke bronnen verkend dienen te worden om de opgave haalbaar te maken - de RES onterecht aangeeft dat biomassa niet aantrekkelijk zou zijn i.v.m.
de kleine schaalgrootte Overwegende dat: - het mogelijk is om GFT afval te gebruiken om via vergisting warmte voor huishoudens op te wekken - de eerste installaties op dat vlak met succes draaien in Rotterdam en binnenkort in Den Haag - Hiermee op wijkniveau energie opgewekt kan worden -Dit de scheiding van GFT afval ten goede kan komen omdat mensen van nabij de vruchten ervan plukken - Dit een positief neveneffect heeft op de kosten voor afvalverwijdering Verzoekt het college: - ervoor te zorgen dat energieopwekking via biovergisting uit GFT een prominente plek krijgt in het warmte transitieplan - bovengenoemd punt zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0
In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). Landelijk geldt er een energiebesparingsplicht voor kantoorpanden. Deze plicht vraagt niet om extra acties vanuit de RES-regio. De isolatie-aanpak voor woningen en bedrijven, alsmede de handhaving van deze energiebesparingsplicht is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via PZH en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd is er een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject naar de RES 2.0 zal verder ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen.
paragraaf 1.2 - 2.1 - 2.2 6.1 - 8.2 - 8.5
Het streven van 50% lokaal eigendom in energieprojecten wordt herkend en onderkend in de RES 1.0. Daarbij is tevens de opstelling dat de wijze waarop daar invulling aan gegeven wordt aan gemeenten is en in lokaal beleid en instrumentarium verankerd dient te worden. De RES maar ook het Nationaal Programma RES en Energie Samen bieden handreikingen en faciliteren daar waar nodig.
paragraaf 8.3.4 en specifiek frame 3 en paragraaf 4.2
Constaterende dat: Communicatie - veel inwoners actief bezig zijn met de komende energietransitie. - veel mensen nog niet weten hoe zij kunnen en zullen bijdragen aan de transitie. - dat er nog altijd grote zorgen, vragen en onzekerheid zijn over de kostenverdeling van de energietransitie In overweging nemende dat: - de energietransitie een grote impact gaat hebben op het leven van alle inwoners. - inwoners een eigen bijdrage moeten leveren t.b.v. de transitie - niet iedereen dezelfde bijdrage kan en hoeft te leveren aan de transitie Verzoekt het college: - om in te zetten op keuzevrijheid in warmte en energie voor inwoners. Hiermee houdt de RES zelf opties open om in te zetten waar nodig en kunnen inwoners zelf meedenken en kiezen welke vorm hub energietransitie krijgt. Dit ter bevordering van de participatie en acceptatie van de transitie. - om aan te geven hoe de vraag naar energie opgevangen kan worden indien zonne- en windenergie niet kunnen voldoen aan de vraag - om aan te geven welke energiebronnen waar beschikbaar zijn. - bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0.
Dat veel inwoners met de energietransitie bezig zijn of worden betrokken wordt onderschreven. Eerlijke 2.4, 6.1 en 6.2 kostenverdeling is eveneens een belangrijk onderwerp. In de RES wordt rechtvaardigheid (het eerlijk verdelen van lusten en lasten) als publiek belang opgenomen. Hoe de gemeente omgaat met het begrip keuzevrijheid is aan de gemeente; de regio treedt niet in de autonomie van de gemeenten hoe ze invulling wilt geven aan het begrip keuzevrijheid. Wel is er ingegaan op alternatieven voor zonne- en windenergie en waar deze beschikbaar zijn.
37
Uw verzoek is om in de lokale transitievisie warmte meer aandacht te hebben voor GFT vergisting en de kansen Paragraaf 3.1 ervan. Het is aan de gemeente om dit op te nemen in uw Transitie Visie Warmte
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp / steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
Thema
355 Rijswijk
Mobiliteits aanpassingen
Constaterende dat: Brandstoffen - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - alle mogelijke aanpakken en thema’s verkend dienen te worden om de opgave haalbaar te maken - de RES zich beperkt tot de gebouwde omgeving en warmtebronnen Overwegende dat: - het elektrificeren van het vervoer volgens een studie van CE Delft veel haalbaarder is op korte termijn dan het verduurzamen van de gebouwde omgeving - er al steden zijn die hun wagenpark en het OV volledig op waterstof laten rijden - Dit een positief neveneffect heeft op de geluidsoverlast en met name op de luchtkwaliteit in Rijswijk als het vervoer niet meer op benzine rijdt Verzoekt het college: - Bij de planvorming het elektrificeren van het eigen wagenpark en het OV op te nemen - Bij de planvorming tevens het stimuleren van het elektrificeren van privé voertuigen mee te nemen - bovengenoemd punt zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0,
De MRDH is als vervoersautoriteit samen met de regiogemeenten bezig om acties te formuleren om mobiliteit 7.6 te verduurzamen. Onderdeel van deze acties is een studie naar de ontwikkeling van duurzame mobiliteit. Wanneer resultaten van deze studie bekend zijn zullen ze worden opgenomen in de RES 1.0.
356 Rijswijk
Omgevingsmanagement
Constaterende dat: Communicatie - het college de raad heeft verzocht om via moties haar wensen en bedenkingen op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (concept RES) kenbaar te maken, - in de concept RES staat dat tot nu toe private partijen hebben meegepraat en -gedacht aan de brede tafels waarna uitwerking puur door overheid is gebeurd / gebeurt aan de bestuurlijke tafels Overwegende dat: - lokaal eigendom onontbeerlijk is voor draagvlak voor de energietransitie, - de overheid in deze opgave slechts een regisserende rol heeft en private partijen de verduurzaming zelf moeten vormgeven - eigenaarschap ontstaat door aan de voorkant betrokken te worden en blijven (“alles wat je doet voor mij, zonder mij, doe je tegen mij” – Mahatma Ghandi) Verzoekt het college: - een duidelijke strategie voor het omgevingsmanagement met betrekking tot de RES uit te werken, - bij de uitwerking naar de RES 1.0 in te zetten op maximale betrokkenheid van belanghebbenden, - bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering op 6 oktober 2020 in te dienen bij de projectorganisatie RES als wensen en bedenkingen voor de verdere uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0,