CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308402 Bijlage 4 jaarstukken 2020 Harnaschpolder

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake zienswijze procedure Programmabegroting 2022 en begrotingswijziging 2021 Bedrijvenschap HarnaschPolder alsmede kennisname van de jaarrekening 2020 (RIS308402)10.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

JAARSTUKKEN 2020 BEDRIJVENSCHAP HARNASCHPOLDER

Inhoudsopgave Voorwoord 1. 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8 1.4

Jaarverslag Voorwoord………………………………………………………………………………………………………………….2 Programmaverantwoording…………………………………………………………………………………………..3 Programma Ontwikkeling Harnaschpolder ..........................................................................3 Financieel resultaat 2020 .................................................................................................4 Paragrafen 5 Paragraaf lokale heffingen ……………………………………………………………………………………………5 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ...........................................................5 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................6 Financieringsparagraaf .....................................................................................................6 Paragraaf Bedrijfsvoering ..................................................................................................7 Paragraaf verbonden partijen ............................................................................................7 Paragraaf grondbeleid ......................................................................................................7 Risicoparagraaf ................................................................................................................9 Rechtmatigheid…………………………………………………………………………………………………………..10

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.3 3. 3.1 3.2

Jaarrekening Inleiding…………………………………………………………………………………………………………………… 12 Overzicht van baten en lasten over 2020………………………………………………………………………12 Balans per 31 december 2020……………………………………………………………………………………..13 Toelichting algemeen………………………………………………………………………………………………….13 Baten en lasten ............................................................................................................. 13 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling ...................................................... 14 Toelichting op het overzicht van baten en lasten over 2020 17 Lasten ........................................................................................................................... 17 Baten ............................................................................................................................ 19 Wet Normering Topinkomens (WNT) ............................................................................... 20 Toelichting op de balans per 31 december 2020 21 Activa ............................................................................................................................ 21 Passiva .......................................................................................................................... 25 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen ...................................................

26 Overige gegevens Gebeurtenissen na balansdatum…………………………………………………………………………………. 27 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant……………………………………………………. 27

1. Jaarverslag 1.1

Voorwoord

Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening 2020 van het Bedrijvenschap HarnaschPolder. In 2020 is er veel gebouwd op de door het bedrijvenschap uitgegeven kavels. Zowel door Bauhaus, Delta Development als Stebru (ontwikkelaar van de Foodcourt) is gestart met de bouw in 2020. De bouw van de complexen van Paardekooper-van der Windt, DHG en Vacutech zijn inmiddels afgerond. In 2020 zijn de eerste twee paviljoens van het Foodcourt opgeleverd. Daarnaast heeft Paardekooper haar warehouse aan de Meerkamp in gebruik genomen en heeft DHG haar hallen verhuurd. Voor de nog uit te geven kavels heeft het bedrijvenschap met een aantal partijen onderhandelingen gevoerd die leiden tot uitgiftes in het komende jaar. Voor reeds uitgegeven kavels zijn afrondende werkzaamheden verricht en reeds gecontracteerde partijen zijn ondersteund bij procedures en werkzaamheden die noodzakelijk zijn om tot uitvoering van de plannen te komen. Ook hebben zich een groot aantal nieuwe partijen gemeld waarmee gesprekken zijn gevoerd. Met een aantal van deze nieuwe partijen is een reserveringsovereenkomst gesloten. Hiermee reserveert het Bedrijvenschap de grond voor bedrijven die vervolgens hun plannen concretiseren.

Gezien de voortgang en het nog beperkte aantal uitgeefbare kavels, is het woonrijp maken van de resterende openbare ruimte voorbereid zodat de eerste delen kunnen worden overdragen aan de gemeente Midden-Delfland. Om de parkeeroverlast op het bedrijventerrein tegen te gaan is in 2019 in samenwerking met de parkmanagement vereniging, de gemeente Middendelfland en het Bedrijvenschap een parkeerplaats gerealiseerd voor vergunninghouders. In 2020 is er een parkeerverbod ingesteld in de openbare ruimte. De belangstelling uit de markt voor de resterende kavels in de Harnaschpolder was en is groot. De Coronapandemie heeft geen invloed op de vraag gehad in 2020. Wel hebben we moeten constateren dat lopende processen rond uitgifte trager verlopen en daardoor meer tijd vragen. De aanhoudende vraag naar kavels in de Harnaschpolder wordt verklaard door de, ondanks Corona, gunstige economische omstandigheden en de gunstige ligging van de HarnaschPolder. Ook het feit dat dit de laatste grote bedrijfsterreinlocatie is in deze regio maakt dat de kavels gewild zijn. Dit geldt met name voor de grote logistieke bedrijven. Om in te kunnen spelen op de vraag naar grotere kavels is in 2020 onderzocht om een tussengelegen kavel aan de Gantel te verwerven. De eigenaar van deze kavel opteerde in eerste instantie voor zelfrealisatie maar was bereid de kavel te verkopen aan het Bedrijvenschap.

Dit stelt het Schap nu in staat een aantal kavels samen te voegen en op de markt te brengen. Het Bedrijvenschap biedt haar klanten de keuze tussen koop en erfpacht van een perceel. Ook dit draagt bij aan de belangstelling uit de markt. Met de behaalde resultaten, de concrete belangstelling en de afronding van verschillende grondtransacties, kijk ik met tevredenheid terug op de behaalde resultaten in 2020.

Cees Boele Directeur Bedrijvenschap HarnaschPolder

2

1.2

Programmaverantwoording

In de programmaverantwoording wordt de realisatie van het programma van het Bedrijvenschap uiteengezet. De programmaverantwoording biedt inzicht in de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd. Het bedrijvenschap HarnaschPolder kent één programma, namelijk het programma ontwikkeling van het bedrijventerrein HarnaschPolder. Op grond van de indeling zoals opgenomen in het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) behoort de grondexploitatie van het Bedrijvenschap tot het taakveld 3, Economie, 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur.

1.2.1

Programma Ontwikkeling Harnaschpolder

De Harnaschpolder wordt ontwikkeld tot bedrijventerrein met als doel de regionale economie en werkgelegenheid te versterken. In de regio Den Haag zijn weinig grote kavels beschikbaar, terwijl de aanwezigheid hiervan belangrijk is voor het huisvesten van bestaande en nieuwe bedrijven. Om dit bedrijventerrein te realiseren zijn de gemeenten Den Haag en Midden-Delfland een samenwerkingsverband in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling aangegaan (GR). De GR bestaat sinds 2003. Tot 2014 maakte ook de gemeente Delft onderdeel uit van de GR. Eind 2017 is door de gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten de 6e wijziging van de gemeenschappelijke regeling vastgesteld die noodzakelijk was geworden door een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Op 21 december 2017 heeft de officiële publicatie plaatsgevonden, waarna de volgende dag de wijzigingen in werking zijn getreden. De GR is aangegaan voor onbepaalde tijd. Het Bedrijvenschap HarnaschPolder richt zich voor een belangrijk deel op de logistieke sector. De gunstige ligging aan de A4, de ontsluitingen en de ruime kavels maken dit terrein uitermate geschikt voor deze sector. Naast grotere kavels biedt het Bedrijvenschap ook kleinere (lokale) ondernemers de ruimte om zich te vestigen. Afgelopen jaar is er een ruimte toename in interesse vanuit de markt geweest.

De interesse betrof zowel de grote logistieke kavels als de middelgrote en kleine kavels. Onderstaand overzicht geeft de vorderingen van de uitgiften weer. De kerngegevens (in hectare) van het Bedrijvenschap zijn als volgt (zie volgende bladzijde) :

3

1.2.2

Financieel resultaat 2020

De grondexploitatie per 1 juli 2019 is op 27 november 2019 door het Dagelijks bestuur vastgesteld en op 10 december 2019 door het Algemeen Bestuur. Deze grondexploitatie kende een resultaat van € 12,08 miljoen negatief op netto-contante waarde per 1 juli 2019. De bijbehorende risicobandbreedte liep uiteen van € 16,56 miljoen negatief tot € 10,24 miljoen negatief. Met peildatum 1-7-2020 is een nieuwe grondexploitatie vervaardigd. Deze kent een negatief saldo van € 9,38 miljoen op nettocontante waarde per 1-7-2020 en is op 20 november 2020 door het Dagelijks bestuur vastgesteld en op 10 december 2020 door het Algemeen Bestuur,

4

De bijdragen en verkopen die in 2020 zijn gerealiseerd, de verwerving van gronden, investeringen in bouwrijp maken, woonrijp maken, de plankosten en de financieringslasten, resulteren in een mutatie Onderhanden werk van € 5,4 miljoen (in 2020 zijn minder kosten dan opbrengsten gerealiseerd, waardoor het saldo Onderhanden werk op de balans afneemt). In 2019 was dat € 24,2 miljoen (minder kosten dan opbrengsten). Het resultaat over het boekjaar 2020 bedraagt € 2,86 miljoen (overschot). Dit is het bedrag waarmee de voorziening voor het tekort verlaagd kan worden om het gecalculeerde tekort in de grex op peildatum 1-1-2021 te dekken. Zie voor de berekening van de verlaging de toelichting bij de balans bij de post verliesvoorziening. 1.3

Paragrafen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft de vorm en de inhoud van de begroting en het jaarverslag voor. In dit besluit wordt een aantal paragrafen verplicht gesteld voor opname in zowel de begroting als in het jaarverslag. Onderstaande paragrafen zijn de paragrafen zoals deze in de begroting zijn opgenomen en bevatten derhalve de verantwoording over de realisatie in 2020. In het hiernavolgende worden de paragrafen benoemd en uitgewerkt, dan wel wordt gemotiveerd aangegeven waarom het Dagelijks bestuur de paragrafen niet van toepassing acht.

1.3.1

Paragraaf lokale heffingen

De gemeenschappelijke regeling geniet net als in voorgaande jaren geen inkomsten uit lokale heffingen, aangezien het opleggen van lokale heffingen niet tot de taken van de gemeenschappelijke regeling behoort. Deze paragraaf is derhalve, net als in voorgaande jaren, ook voor het verslagjaar niet van toepassing.

1.3.2

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan de mate waarin het Bedrijvenschap in staat is om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat het beleid van de Gemeenschappelijke regeling hierop dient te worden aangepast. Het weerstandsvermogen is van belang voor de beoordeling van de gezondheid van de financiële positie van het bedrijvenschap. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden waarover het bedrijvenschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en uit de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (risico’s van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie). Op dit moment is de weerstandscapaciteit van het bedrijvenschap niet op voldoende niveau. Het saldo van de grondexploitatieberekening toont negatief en het bedrijvenschap beschikt niet over een positief eigen vermogen. In de Gemeenschappelijke regeling participeren de deelnemende gemeenten risicodragend. Uitgaande van ongewijzigde omstandigheden in de ontwikkeling van het verwachte planresultaat zullen de deelnemende gemeenten moeten bijdragen. Dit is bij de deelnemende gemeenten bekend. Hierop wordt in de paragraaf grondbeleid nader ingegaan. In de risicoparagraaf wordt de oorzaak hiervan nader toegelicht en wordt de relatie met en de gevolgen van de huidige marktontwikkelingen nader beschreven.

Ook wordt daar beschreven op welke wijze risicobeheersing plaatsvindt. Deze beheersing uit zich met name in de wijze van ramen van inkomsten en uitgaven en de bandbreedte die als gevolg van de risico’s wordt gehanteerd. Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het verplicht een zestal kengetallen in de jaarrekening op te nemen (zie volgende bladzijde) :

5

Kengetallen Netto schuldenquote Netto schuldenquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit

Rek 2019

Begr. 2020

Rek 2020

914%

314%

474%

914%

314%

474%

0%

0%

0%

730%

267%

396%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Toelichting bij de kengetallen: - De netto schuldenquote geeft alle schulden (minus vorderingen) weer in een percentage van de jaarlijkse baten. Het geeft een indicatie in welke mate rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. - De netto schuldenquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen geeft hetzelfde weer, maar de verstrekt geldleningen worden daarbij buiten beschouwing gelaten. - Het solvabiliteitsratio geeft het eigen vermogen weer in verhouding tot alle passiva op de balans. Het geeft inzicht in de mate waarin het Bedrijvenschap in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Zo lang er geen (positief) eigen vermogen is gevormd zal dit percentage altijd 0% bedragen. - Het kengetal voor de grondexploitatie geeft de verhouding van de boekwaarde van de investeringen weer in een percentage van de jaarlijkse baten. - Door het ontbreken van andere inkomsten en de mogelijkheid om belastingen te heffen zijn de laatste twee genoemde kengetallen voor het bedrijvenschap niet van toepassing.

1.3.3

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

Het Bedrijvenschap beschikt niet over kapitaalgoederen, aangezien de gronden in ontwikkeling en de investeringen worden opgenomen onder de balanspost Onderhanden werk. Deze investeringen staan niet duurzaam ten dienste van de bedrijfsuitoefening van het Bedrijvenschap. Zodra de uitgeefbare gronden volledig bouwrijp zijn opgeleverd en de openbare ruimte is overgedragen aan de gemeente Midden-Delfland, wordt de Gemeenschappelijke regeling opgeheven. Openbare gronden worden in eigendom, beheer en onderhoud overgedragen aan de gemeente Midden-Delfland. Met de gemeente Midden-Delfland is overeengekomen dat reeds aangelegde openbare gronden die nog niet zijn overgedragen aan de gemeente, door de gemeente Midden-Delfland onderhouden worden. Het budget voor dat toekomstige onderhoud is in 2016 aan de gemeente uitbetaald. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein zijn een aantal woningen aangekocht dan wel onteigend. Deze woningen zijn of worden gesloopt of in afwachting van de toekomstige sloop tijdelijk in gebruik gegeven. Uitzondering vormt één woning die voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein niet gesloopt behoeft te worden en zal worden afgestoten.

1.3.4

Financieringsparagraaf

Voor de financiering van de investeringen door het Bedrijvenschap en om tijdig te kunnen voldoen aan de financiële verplichtingen, dient het Bedrijvenschap te beschikken over voldoende geldmiddelen. Deze paragraaf richt zich op de treasuryfunctie; de wijze waarop het Bedrijvenschap omgaat met haar financiële geldstromen en vermogensposities. Het is relevant voor de bedrijfsvoering en voor de financieringsfunctie om inzicht te geven hoe het bedrijvenschap omgaat met financiële risico’s, de mate waarin over voldoende geldmiddelen kan worden beschikt om op korte termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen (liquiditeit) en de manier waarop op lange termijn de financiering is geregeld. In de toelichting op de balans zijn de huidige leningen gespecificeerd weergegeven naar omvang, looptijd en rentepercentage. De leningportefeuille van in totaal € 55 miljoen wordt afgelost in 2021 voor € 25 miljoen en in 2023 voor € 30 miljoen.

6

Op basis van de grondexploitatieberekening (grex) per 1-7-2020 zal in 2021 tijdelijk nog aanvullende financiering nodig zijn. Met de daarmee gemoeide (geschatte) rentekosten is in de grex rekening gehouden. Alle betaalde rente wordt aan de grondexploitatie toegerekend. Het Bedrijvenschap belegt overtollige middelen alleen bij de BNG of overheidsorganisaties. Dit past bij het risicomijdend karakter van het Bedrijvenschap. Er wordt deelgenomen aan het zogenoemde Schatkistbankieren en overtollige liquide middelen worden uit dien hoofde tijdelijk gestald in Rijk’s schatkist.

1.3.5

Paragraaf Bedrijfsvoering

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering behandelt de stand van zaken ten aanzien van de bedrijfsvoering van en binnen het Bedrijvenschap. Het Bedrijvenschap is georganiseerd als een projectorganisatie. Op bestuurlijk niveau heeft het Algemeen bestuur alle bevoegdheid die niet in of ingevolge de regeling aan het Dagelijks bestuur of de voorzitter is opgedragen (artikel 8 Gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap HarnaschPolder). Voor het Dagelijks bestuur zijn diverse taken opgedragen zoals beschreven in artikel 14 lid 1 van de Gemeenschappelijke regeling. De dagelijkse leiding van het Bedrijvenschap berust bij de algemeen directeur, ondersteund door een managementteam. De spelregels ten aanzien van het financiële beleid en beheer, de organisatie, de financiële administratie en het kasbeheer van het Bedrijvenschap zijn vastgelegd in de financiële verordening 2004. Een nadere invulling hiervan ligt vast in het Handboek Administratieve Organisatie, welke op 31 maart 2010 door het Dagelijks bestuur is vastgesteld en in de organisatie is geoperationaliseerd. Conform de financiële verordening en gemaakte afspraken in de (gewijzigde) Gemeenschappelijke regeling vinden gedurende de looptijd van het project geen tussentijdse onttrekkingen van positieve resultaten plaats.

Eveneens wordt van de deelnemende gemeenten geen bijdrage gevraagd bij een te verwachten negatief saldo gedurende de looptijd van het project. Verrekening van het resultaat vindt derhalve plaats bij afronding van het project dan wel bij beëindiging van de Gemeenschappelijke regeling. Het Bedrijvenschap beschikt over een Functionaris Gegevensbescherming, een register van verwerkingen, een protocol datalekken, een logboek datalekken en een privacyverklaring ter uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het Bedrijvenschap heeft geen website waarop de privacyverklaring geplaatst kan worden. Belangstellenden en belanghebbenden kunnen de privacyverklaring daarom desgewenst per mail of per post toegezonden krijgen.

1.3.6

Paragraaf verbonden partijen

Het Bedrijvenschap is een samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling waaraan de gemeenten Den Haag en Midden-Delfland deelnemen en waaraan tot en met september 2013 de gemeente Delft heeft deelgenomen. De deelnemende gemeenten Den Haag en MiddenDelfland participeren risicodragend. De gemeente Delft heeft haar risico bij de uittreding afgekocht. Het Bedrijvenschap heeft geen bestuurlijke relaties gecombineerd met financiële belangen in andere partijen. Wel wordt op uitvoerend niveau samengewerkt bij de afzet van bedrijfsgronden.

1.3.7

Paragraaf grondbeleid

Het Bedrijvenschap voert een actief grondbeleid. Echter er zijn in het gebied van het Bedrijvenschap enkele bedrijven die zelf willen ontwikkelen en waarbij het Bedrijvenschap faciliterend optreedt. Met een tweetal bedrijven heeft het Bedrijvenschap daartoe exploitatie-overeenkomsten afgesloten. In maart 2016 heeft de Commissie BBV een notitie “Faciliterend grondbeleid” vastgesteld, welke met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2016 in werking is getreden. Deze wijziging van de regelgeving betekende dat de baten en lasten van faciliterend grondbeleid niet meer als kosten en baten van de grondexploitatie verantwoord mogen worden. In 2019 is van één bedrijf de exploitatiebijdrage 7

ontvangen. Op grond van de overeenkomst met het andere bedrijf is nog een bedrag te ontvangen van € 920.280,--. Dit bedrag is als vordering op de balans opgenomen. Hieronder volgt een weergave van de door het Bedrijvenschap opgestelde kaders ter uitvoering van het grondbeleid. Het beleid heeft tot doel het realiseren van ruimtelijke plannen op het bedrijventerrein en is erop gericht om alle werkzaamheden uit te voeren die tot het traditionele grondproductieproces behoren, bestaande uit de voorbereiding, de (coördinatie van de) uitvoering en de afronding (c.q. overdracht).

Grondexploitatieberekening De grondexploitatieberekening (grex) per 1-7-2020 is vastgesteld met prijspeil 1 juli 2020. Deze grondexploitatie sluit op een resultaat van € 9,38 miljoen negatief op contante waarde per 1-7-2020. Deze grondexploitatie is een opstelling die een zo getrouw mogelijk beeld geeft van de huidige verwachtingen, gebaseerd op ramingen en kengetallen. De grondexploitatie kent de volgende karakteristieken: - Looptijd tot en met 2023; - Kostenstijgingspercentage 2,0% over de periode tot en met 2023; - Opbrengststijgingspercentage 2% per jaar - Disconteringsvoet 2%; - Restantraming investeringen tot einde looptijd € 13,40miljoen, restantraming opbrengsten tot einde looptijd € 53,99 miljoen en restantraming rentelasten € 0,72 miljoen. Voor de balanswaardering is niet de contante waarde per 1-7-2020 bepalend maar die per 1-1-2021. Voor de waardering van de verliesvoorziening vindt om die reden een correctie plaats voor het 2e halfjaar 2020. Het tekort op de eindwaarde per 31-12-2023 bedraagt volgens de grex € 10,05 miljoen.

Bestemmingsplannen Binnen het bedrijventerrein Harnaschpolder worden drie deelgebieden onderscheiden: Vrij-Harnasch, Hoog-Harnasch en Woud-Harnasch. Aan deze gebieden liggen twee onherroepelijke bestemmingsplannen ten grondslag.

Beeldkwaliteitplan Het beeldkwaliteitsplan dat wordt toegepast bij nieuwe uitgiftes is geactualiseerd. Het beeldkwaliteitsplan is tevens verder uitgewerkt ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte. Status is dat het plan is vastgesteld door het bestuur van het Bedrijvenschap en wordt toegepast. De gemeente Midden-Delfland is voornemens om het beeldkwaliteitsplan over te nemen als publiekrechtelijk instrument. Dit is dan een wijziging van het bestemmingsplan.

Verkoopvoorwaarden en uitgifteplan Sinds 2009 geeft het Bedrijvenschap naast bedrijvenkavels ook woonwerkkavels uit (nog een beperkt aantal). Voor zowel de bedrijvenkavels als de woonwerkkavels wordt gewerkt met algemene verkoopvoorwaarden die door het Dagelijks bestuur zijn vastgesteld. Voor de grondexploitatieberekening per 1 juli 2020 heeft het Adviesbureau Ecorys een grondprijsadvies afgegeven. In dit advies is een indicatie voor alle kavels van de Harnaschpolder opgenomen. Hiermee is gegarandeerd dat het Bedrijvenschap marktconforme prijzen in de grondexploitatie opneemt. Het advies is gebaseerd op de gerealiseerde grondprijzen in de Harnaschpolder en andere bedrijventerreinen in de regio. Daarnaast is gebruik gemaakt van marktonderzoeken en economische indicatoren. In deelgebied Vrij-Harnasch zijn de woon-/werkkavels door de komst van een grootschalige bouw- en tuinmarkt grotendeels komen te vervallen. In deelgebied Woud-Harnasch zijn de woon-/werkkavels komen te vervallen door de amovering van de Harnaskade. Hierdoor resteert enkel in deelgebied VrijHarnasch fase 1 de mogelijkheid tot uitgifte van enkele woon-/werkkavels. Tot op heden zijn er nog geen woon-/werkkavels uitgegeven.

8

Samenwerking met de grondgebiedgemeente Midden-Delfland De grondgebiedgemeente is gelet op haar publiekrechtelijke taken en bevoegdheden onontbeerlijk voor de uitvoering van de taken van het Bedrijvenschap. De basis voor een goede samenwerking is gelegd in het Uitvoeringsconvenant en de Gemeenschappelijke regeling. Het Bedrijvenschap is op deze manier betrokken bij een aantal publiekrechtelijke taken in het werkingsgebied van het Bedrijvenschap.

1.3.8

Risicoparagraaf

Aan het produceren en afzetten van bouwrijpe grond zijn financiële en beleidsmatige risico’s verbonden. De risico’s voor de grondexploitatie (grex) zijn voor rekening van het Bedrijvenschap. Om deze risico’s te actualiseren en beheersbaar te houden, wordt jaarlijks de grex en risicoanalyse geactualiseerd. Met de grex en de daarbij behorende planning wordt inzicht gegeven in de meerjarige ontwikkeling van het resultaat op de bouwgrondexploitatie. De grex is als zodanig het belangrijkste inhoudelijke beheers- en sturingsinstrument van het Bedrijvenschap. Gelet op de financiële risico’s en de lange doorlooptijd is een jaarlijkse herziening van de grex en planning een vereiste. In de jaarlijkse herziening worden de gerealiseerde kosten en opbrengsten meegenomen en de verwachte kosten en opbrengsten geraamd, rekening houdend met de invloed van rente- en prijswijzigingen. Bij de herziening van de grex wordt een risicoanalyse samengesteld. In deze risicoanalyse en gevoeligheidsanalyse wordt inzichtelijk gemaakt welke kansen en bedreigingen zich kunnen voordoen, wat daarvan de financiële consequenties zijn en in hoeverre de diverse nog te beïnvloeden kosten- en opbrengstenposten kansen bieden tot optimalisatie dan wel bedreigingen in zich hebben om het saldo te verslechteren.

Om de (bestuurlijke) procedures rond begroting en jaarrekening soepeler te laten verlopen is er voor gekozen om vanaf 2018 de herzieningen van de grexen niet meer per 1 januari te actualiseren maar per 1 juli. Volgens de grex per 1 juli 2020 wordt uitgegaan van een saldotekort van € 9,38 miljoen op netto contante waarde per 1 juli 2020 (€ 10,05 miljoen op eindwaarde in 2023). Het Bedrijvenschap houdt met een risicobandbreedte rekening met een verwacht exploitatieresultaat tussen € 13,98 miljoen negatief en € 8,33 miljoen negatief. Met de deelnemende partijen zijn afspraken gemaakt over de verdeling van het nadelige saldo op einddatum. De gemeente Den Haag draagt 85% van het nadelig saldo en de gemeente Midden-Delfland 15%. Voor het Bedrijvenschap is het van belang dat de ontwikkeling van de werkzaamheden in de pas lopen met de in de grondexploitatieberekening opgenomen ramingen van kosten en opbrengsten en de daarbij behorende tijdsplanning. Afwijkingen hiervan kunnen belangrijke financiële consequenties hebben. Binnen haar doelstelling heeft het Bedrijvenschap tot taak het bedrijventerrein te ontwikkelen. Aan deze werkzaamheden zijn financiële en beleidsmatige risico’s verbonden.

Het Bedrijvenschap onderkent de volgende risico’s van grotere omvang: − De vergoedingen voor enkele onteigende eigendommen vallen hoger uit dan verwacht; − in de grondexploitatie opgenomen opbrengsten worden niet gehaald en de in de grondexploitatie opgenomen prijzen vallen lager uit. − Risico dat de bijdrage op grond van een exploitatie-overeenkomst niet ontvangen wordt binnen de looptijd van grondexploitatie en de GR. − De claim op TenneT TSO betreffende de schade door de realisatie van de Randstad 380 kVleiding zou niet volledig gehonoreerd kunnen worden. Een en ander is afhankelijk van de juridische procedure en daarom moeilijk in te schatten. Om die reden is er een risico reservering opgenomen indien de vergoeding onverhoopt slechts deels wordt gehonoreerd. − De einddatum van de grondexploitatie per 31-12-2023 wordt niet gehaald. Dat zou met name hogere plankosten tot gevolg hebben. − De stijging van de kosten voor civieltechnische werken en plankosten is hoger dan waarmee in de grex is rekening gehouden.

9

Voor de hierboven genoemde negatieve risico’s is in de risicoanalyse rekening gehouden tot een totaalbedrag van € 4,6 miljoen. Naast negatieve risico’s zijn er ook positieve risico’s van grotere omvang: − Vanwege een vervallen reservering bestaat de mogelijkheid dat met een andere verkaveling de opbrengst geoptimaliseerd kan worden. − De mogelijkheid dat van de ingediende schadeclaim bij TenneT TSO een groter bedrag wordt toegekend dan waarmee vooralsnog in de grondexploitatie rekening is gehouden. In de risicoanalyse is met de positieve risico’s rekening gehouden tot een totaalbedrag van € 0,95 miljoen. Met de indexering van het tekort naar de peildatum 1-1-2021 en de in het 2e halfjaar 2020 plaatsgevonden afwijkingen op de grex per 1-7-2020 bedraagt het tekort per die datum € 8,77 miljoen. Met de hierboven genoemde risicobandbreedte zal het tekort tussen de € 7,82 en € 13,37 miljoen bedragen. In 2020 en 2021 heeft de Corona-crisis in Nederland en de wereld een enorme impact op het dagelijks leven en de economie. Op basis van de huidige informatie heeft de Corona-crisis geen belangrijke impact op de activiteiten van het bedrijvenschap als gevolg van de reeds voorzichtige inschatting die in de grondexploitatie is opgenomen.

Een mogelijke risico als gevolg van het vertraagd uitgeven van de resterende kavels, is dat dit in de toekomst tot een verslechtering van de grondexploitatie kan leiden. Op basis van de huidige informatie is het de verwachting dat de indexatie van grondprijzen het effect van eventuele vertragingen neutraliseert. Ondanks de selectiecriteria die het Bedrijvenschap hanteert is de vraag naar kavels groot. Er is daarom geen aanleiding om de planning hierop aan te passen. Om die reden heeft de Corona-crisis geen impact op de opgenomen schattingen en waarderingen in de jaarrekening 2020.

1.4

Rechtmatigheid

Het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (hierna: BADO) schrijft voor dat de accountant bij de controle van het Bedrijvenschap moet vaststellen dat de baten, lasten en balansmutaties tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met van toepassing zijnde wettelijke regelingen. Om de rechtmatigheidscontrole intern te kunnen voorbereiden en om de accountant op rechtmatigheid te kunnen laten controleren is een normenkader opgesteld. Het normenkader bestaat uit een overzicht van de geldende externe en eigen regelgeving met betrekking tot financiële beheershandelingen, bestaande uit relevante regelgeving van hogere overheden (externe regelgeving) en van de Gemeenschappelijke regeling zelf (interne regelgeving). Het normenkader voor de controle door de accountant is vastgesteld in het Dagelijks bestuur van 20 november 2020 en ter kennis gebracht van het Algemeen bestuur. Het belang en ook de invloed van deze rechtmatigheidseis vindt weerslag in de controleverklaring waarin, naast het getrouwheidsaspect, ook een expliciet oordeel omtrent rechtmatigheid wordt gegeven. Bij voorgaande jaarrekeningen van het Bedrijvenschap is naast een goedkeurend oordeel over de getrouwheid ook ten aanzien van rechtmatigheid een goedkeurend oordeel afgegeven.

10

JAARREKENING 2020

11

2. Jaarrekening 2.1

Inleiding

In de volgende paragrafen worden de programmarekening en de balans nader toegelicht. Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording worden programma’s toegerekend aan zogenoemde taakvelden. Het programma van het Bedrijvenschap valt volledig onder het taakveld “3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur”. 2.2

Overzicht van baten en lasten over 2020

Overzicht van baten en lasten over 2020

LASTEN Lasten Mutatie onderhanden werk Storting in de voorziening Totaal lasten BATEN Baten Mutatie onderhanden werk Vrijval van de voorziening Totaal baten Gerealiseerd totaal saldo baten en lasten Toevoeging/onttrekking reserves Gerealiseerd resultaat

Rekening 2020

Rekening 2019

Begroting 2020 (voor wijz.)

Begroting 2020 (na wijz.)

6.077.592

6.567.491

4.949.515

5.732.265

5.368.358

23.342.090

10.352.974

11.811.700

0

0

0

0

11.445.950

29.909.581

15.302.489

17.543.965

11.445.950

29.909.581

15.302.489

17.543.965

2.860.000

5.904.000

0

0

14.305.950

35.813.581

15.302.489

17.543.965

2.860.000

5.904.000

0

0

0

0

0

0

2.860.000

5.904.000

0

0

0

Voor de toelichting op de programmarekening wordt verwezen naar paragraaf 2.5.

12

2.3

Balans per 31 december 2020

ACTIVA

2020

2019

PASSIVA

2020

2019

-8.770

-11.630

Vaste passiva Ei gen vermogen Al gemene res erve

Va s te s chul den met een rentetypi s che l oopti jd va n 1 ja a r of l a nger : Overi ge bi nnenl a nds e s ectoren

55.000

70.000

Vlottende activa Vlottende passiva Voorra a d onderha nden werk bouwgrond i n expl oi ta ti e

59.600

82.942

Muta ti e onderha nden werk

-5.368

-23.342 Netto vlottende schulden met een

Af : voorzi eni ng pl a ntekorten

-8.770

-11.630 rentetypische looptijd van 1 jaar of korter

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van 1 jaar of korter Vorderi ngen openba re l i cha men Overi ge vorderi ngen

0 92

Af : voorzi eni ng vorderi ngen

0

0

157

216

1.046

930

46.757

59.953

Ba nks a l di Overl opende a cti va Tota a l a cti va

Credi teuren/overi ge s chul den

211

Schul den openba re l i chamen

153

Wa a rborgs ommen

61

238

Ba nks a l di

0

0

101

781

46.757

59.953

10.793 44 Overl opende pa s s i va

Tota a l pa s s i va

564

Bedra gen x € 1.000

Voor de toelichting op de balans wordt verwezen naar paragraaf 2.6. 2.4

Toelichting algemeen

Het boekjaar van het Bedrijvenschap valt samen met het kalenderjaar. In dit jaarverslag wordt verslag uitgebracht over de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het BBV zoals deze luidde bij de aanvang van het verslagjaar.

2.4.1

Baten en lasten

In het overzicht van baten en lasten zijn alle aan 2020 toe te rekenen baten en lasten opgenomen. Onder de lasten is de mutatie opgenomen om de per saldo baten te passiveren onder het Onderhanden werk in de balans ten behoeve van de investeringen in bouwgronden in exploitatie. Het totaal van de lasten en baten tot en met 2020 zoals blijkt uit het saldo Onderhanden werk in de balans sluit aan met de boekwaarde van het plan per 31 december 2020.

13

Voor een nadere toelichting op de baten en lasten wordt ook verwezen naar de toelichting op de programmarekening (paragraaf 2.5). Op grond van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) mogen indirecte kosten (overhead en met een verdeelsleutel toegerekende rente) bij grondexploitaties wel toegerekend blijven worden, maar moeten deze tegelijkertijd in de begroting zichtbaar zijn. Directe kosten moeten zoveel mogelijk toegerekend blijven worden aan activiteiten/taakvelden. Het Bedrijvenschap kent geen indirecte kosten die over meerdere taakvelden verdeeld zouden moeten worden, maar alleen directe kosten. Bij de lasten zijn daardoor geen overheadkosten apart benoemd. De SVLO (Samenwerking Vennootschapsbelasting Lokale Overheden) heeft een zogenoemde QuickScan uitgebracht die een indicatie geeft of een overheidsorganisatie belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Mede op basis van deze QuickScan kan worden aangetoond dat het Bedrijvenschap Harnaschpolder voor de vennootschapsbelasting geen winst beoogt en derhalve niet belastingplichtig is. Het Bedrijvenschap is hierbij begeleid door de fiscaal adviseur van de gemeente Den Haag. Aangezien het Bedrijvenschap niet belastingplichtig wordt geacht zijn er ook geen lasten voor de vennootschapsbelasting opgenomen bij de lasten.

2.4.2

Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling

Algemeen De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Vanwege het feit dat tekorten afgedekt worden door de aan de Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten is de jaarrekening opgesteld op basis van continuïteit van het Bedrijvenschap. Het verloop van de boekwaarde gedurende het verslagjaar is als volgt : Boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar € 59.599.665 Saldo vermeerderingen en verminderingen in 2020 -/- € 5.368.358 Boekwaarde aan het einde van het verslagjaar € 54.231.307 Op basis van de grondexploitatieberekening per 1-7-2020 wordt een tekort op de grondexploitatie verwacht van € 9,38 miljoen contante waarde. Op eindwaarde per 31-12-2023 is dat een bedrag van € 10,05 miljoen. Op het berekende tekort van de grex worden nog correcties aangebracht om te komen tot een juiste waardering per 1-1-2021. Zie voor de correcties bij de storting/onttrekking in de voorziening zoals opgenomen bij de baten en lasten.

In de grondexploitatieberekening is rekening gehouden met de volgende nog te realiseren uitgaven en inkomsten (vanaf 1 juli 2020) : Nog te maken kosten verwervingen € 1,30 miljoen Nog te maken kosten civiele werken € 6,04 miljoen Nog te maken plankosten € 3,71 miljoen Nog te maken overige kosten € 2,35 miljoen Nog te maken rentekosten € 0,72 miljoen Geraamde opbrengsten grondverkopen € 45,86 miljoen Geraamde overige opbrengsten € 8,13 miljoen

Nog te maken kosten verwervingen Van de geraamde kosten heeft € 1,04 miljoen betrekking op verwerving van het laatste particuliere eigendom in Hoog-Harnasch. Het restant betreft nog te maken advieskosten met bijkomende kosten voor onteigeningen in Woud-Harnasch.

14

Nog te maken kosten civiele werken Van de nog te maken kosten voor civiele werken is € 1,96 miljoen geraamd voor slopen, saneren en voorbelasten, € 1,32 miljoen voor bouwrijp maken, € 2,19 miljoen voor woonrijp maken, en € 0,58 miljoen voor overige civiele kosten. De ramingen zijn gebaseerd op berekeningen van een extern bureau en de recente informatie over de nog uit te voeren werkzaamheden. In de post overige kosten is een raming begrepen voor het afwikkelen van het te verwachten grondoverschot.

Nog te maken plankosten Voor de kosten van het door gemeenten gedetacheerde personeel en ingehuurd personeel zal naar verwachting nog een bedrag van € 2,22 miljoen benodigd zijn, voor overige plankosten een bedrag van € 0,76 miljoen en € 0,74 miljoen voor de voorbereiding, toezicht en uitvoering van de civiele werken (VTU).

Nog te maken overige kosten Voor de bijdragen per uitgegeven m2 aan de Stichting Groenfonds zal naar verwachting nog een bedrag van € 0,85 miljoen benodigd zijn. Voor vergoeding van de overeengekomen canonderving voor DHG aan de gemeente Midden-Delfland is een budget opgenomen van € 0,91 miljoen. Voor diverse kleinere posten zoals belastingen, archeologie, de verplaatsing van een trafo, kosten van tijdelijk beheer en de afwikkeling van een vaststellingsovereenkomst met een grondafnemer is nog een bedrag benodigd van naar raming € 0,59 miljoen.

Nog te maken rentekosten Tot eind 2021 is de financiering van de grondexploitatie verzekerd met de huidige leningportefeuille. De rentekosten daarvan bedrag € 0,7 miljoen. Vanaf eind 2020/begin 2021 zal naar verwachting tijdelijk nog enige aanvullende financiering benodigd zijn, waarvan de rentekosten geraamd worden op € 0,059 miljoen.

Geraamde opbrengsten grondverkopen Van het bedrijventerrein moet nog 15,3 ha uitgegeven worden (situatie per 1-7-2020). Voor 6,3 ha zijn reeds overeenkomsten gesloten en precontractuele afspraken. De ramingen voor die opbrengsten zijn op de prijsvoorwaarden van die overeenkomsten en afspraken gebaseerd. Voor de resterende ruim 9 ha worden deels al verkennende en inpassinggesprekken gevoerd met klanten. Verder is circa 1,7 ha gereserveerd door de gemeente Midden-Delfland voor de uitplaatsing van lokale bedrijven. Deze grond wordt uiterlijk bij de liquidatie van de gemeenschappelijke regeling door de gemeente afgenomen. De geraamde opbrengsten van de nog uit te geven gronden zijn gebaseerd op een grondprijsadvies van Ecorys.

Geraamde overige opbrengsten De raming van de overige opbrengsten is gebaseerd op de verkoop van een bestaande woning, de uitgifte van één woon-werkkavel, de verhuuropbrengst van de reclamemast aan Bauhaus en een raming voor de geclaimde schadevergoeding van Tennet.

Risico’s in de grondexploitatie Het Bedrijvenschap onderkent de volgende risico’s van grotere omvang: − De vergoedingen voor enkele onteigende eigendommen vallen hoger uit dan verwacht; − in de grondexploitatie opgenomen opbrengsten worden niet gehaald en de in de grondexploitatie opgenomen prijzen vallen lager uit. − Risico dat de bijdrage op grond van een exploitatie-overeenkomst niet ontvangen wordt binnen de looptijd van de grondexploitatie en de GR. − De claim op TenneT TSO betreffende de schade door de realisatie van de Randstad 380 kVleiding zou niet volledig gehonoreerd kunnen worden. Een en ander is afhankelijk van de juridische procedure en daarom moeilijk in te schatten. Om die reden is er een risico reservering opgenomen indien de vergoeding onverhoopt slechts deels wordt gehonoreerd. − De einddatum van de grondexploitatie per 31-12-2023 wordt niet gehaald. Dat zou met name hogere plankosten tot gevolg hebben. − De stijging van de kosten voor civieltechnische werken en plankosten is hoger dan waarmee in de grex is rekening gehouden. 15

Met de negatieve risico’s is in de risico-analyse bij de grex rekening gehouden tot een bedrag van € 4,6 miljoen. Naast negatieve risico’s zijn er ook positieve risico’s van grotere omvang: − Vanwege een vervallen reservering bestaat de mogelijkheid dat met een andere verkaveling de opbrengst geoptimaliseerd kan worden. − De mogelijkheid dat van de ingediende schadeclaim bij TenneT TSO een groter bedrag wordt toegekend dan waarmee vooralsnog in de grondexploitatie rekening is gehouden. In de risicoanalyse is met de positieve risico’s rekening gehouden tot een totaalbedrag van € 0,95 miljoen. Met de indexering van het tekort naar de peildatum 1-1-2021 en de in het 2e halfjaar 2020 plaatsgevonden afwijkingen op de grex per 1-7-2020 bedraagt het tekort per die datum € 8,77 miljoen. Met de hierboven genoemde risicobandbreedte zal het tekort tussen de € 7,82 en € 13,37 miljoen bedragen.

Waardering activa en passiva Onderhanden werk Onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel lagere marktwaarde. Het onderhanden werk is gewaardeerd tegen de daaraan bestede kosten. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De vervaardigingsprijs bevat mede de rentelasten in verband met de financiering van Onderhanden werk/gronden in ontwikkeling. Alle gemaakte kosten zijn geactiveerd onder de post Onderhanden werk. De op Onderhanden werk betrekking hebbende opbrengsten zijn in mindering gebracht op deze kosten. Aangezien er een negatief plansaldo bestaat, zijn de gronden in ontwikkeling gewaardeerd tegen de lagere marktwaarde. De inbreng van gronden vindt plaats tegen verkrijgingsprijs. Behalve gronden en panden worden geen andere eigendommen ingebracht. Verworven eigendommen die niet (meer) voor de grondexploitatie benodigd zijn worden afgestoten. Het Bedrijvenschap beschikt derhalve niet over overige vaste activa. Vorderingen Vorderingen, overlopende activa en liquide middelen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, opgenomen tegen de nominale waarde. Indien van toepassing op vorderingen en overlopende activa onder aftrek van een voorziening voor mogelijke oninbaarheid.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening. De algemene reserve is de resultante van de met de grondexploitatie behaalde resultaten. Voorziening Bij een uit de grex voortvloeiend verwacht positief plansaldo worden gronden in ontwikkeling gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs. Indien de grex daartoe aanleiding geeft (verwacht negatief plansaldo) wordt een voorziening voor het Onderhanden werk gevormd. Bij het Bedrijvenschap is dit vanaf de start van toepassing. De omvang van de voorziening is gebaseerd op het geraamde tekort volgens de laatste grondexploitatieberekening en belangrijke afwijkingen daarop in het 2e halfjaar 2020. In de toelichting van de mutatie in de voorziening in 2020 is de berekening daarvan weergegeven.

16

Resultaatbepaling De opbrengsten en de kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Lasten worden verantwoord in het jaar van prestatielevering. Grondverwervingen en gronduitgiften worden verantwoord op het moment dat het juridisch eigendom is overgedragen. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. Winst wordt verantwoord bij afloop van de exploitatie of eventueel eerder, naar rato van de voortgang van de exploitatie en in overeenstemming met de hiervoor vigerende verslaggevingsregels.

2.5

Toelichting op het overzicht van baten en lasten over 2020 Rekening

Rekening

2020

2019

Begroting

LASTEN Verwervingen

Begroting

2020

2020

(voor wijz.)

(na wijz.)

1.629.667

337.186

0

0

Slopen, saneren en voorbelasten

412.164

511.060

939.718

958.366

Bouwrijp maken

455.163

709.347

543.221

1.094.349

Woonrijp maken

853.439

367.851

558.499

813.515

CT diversen

42.587

193.065

102.072

117.882

906.301

1.207.192

811.620

813.993

394.275

470.667

257.221

343.947

Rentekosten

581.907

1.087.008

788.000

649.000

Fondsvorming

153.225

405.803

270.508

263.592

Overig

648.864

1.278.311

678.657

677.621

Mutatie onderhanden werk

5.368.358

23.342.090

10.352.973

11.811.700

Totaal

11.445.950

29.909.581

15.302.489

17.543.965

11.261.893

22.145.856

14.951.489

17.248.747

184.057

7.763.725

351.000

295.218

Vrijval van de voorziening

2.860.000

5.904.000

Totaal

14.305.950

35.813.581

15.302.489

17.543.965

Gerealiseerd totaal baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves

2.860.000

5.904.000

0

0

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

2.860.000

5.904.000

0

0

Civiele techniek :

Plankosten en VTU Planontwikkelingskosten Voorbereiding en toezicht op uitvoering Overige kosten

Storting in de voorziening

BATEN Gronduitgiften Overige opbrengsten : Overig

17

2.5.1

Lasten

Verwervingen In 2020 is het laatste stuk grond dat in handen was van een derde verworven. Tevens werd een gedeelte van een eerder uitgegeven kavel teruggekocht om dit stuk – tezamen met een naastliggend perceel – weer uit te geven. De overige kosten hebben betrekking op onteigeningsvergoedingen en (juridische) kosten voor de onteigeningen, alsmede notariskosten voor de aangekochte eigendommen.

Civiele techniek Algemeen Zoals elk jaar is er ook dit jaar weer in de bestekken (en dus in de realisatie) ten opzichte van de begroting een bepaalde mate van vermenging van voorbelasten en bouwrijp maken. Dit heeft vooral te maken met het grondwerk. Grond wordt in eerste instantie gebruikt om voor te belasten, maar daarna wordt diezelfde grond ook gebruikt om aan te vullen in een bouwrijp maken bestek. Zeker afgelopen jaar met waterpartijen en het geschuif van grond tussen diverse locaties is de overlap tussen beide posten groot. Hierdoor is een vergelijking met de begrotingscijfers niet goed mogelijk. Ook bij bouwrijp maken en woonrijp maken komt dit voor. Bij het Foodpark zijn de afrondende bouwrijp werkzaamheden en alle woonrijp werkzaamheden gecombineerd in één bestek. De bijbehorende uitname uit de grex is opgebouwd uit allerlei bouwstenen bouw en woonrijp maken. Verder speelt de fasering van de kosten ook een grote rol. Grofweg hebben we te maken gehad met circa €0,5 mln aan aanbestedingsvoordeel en verdere kostenbesparingen (zijn verwerkt in de grex per 1-7-2020, terwijl € 0,7 mln een saldo is van verschoven faseringen. In Woud Harnasch hebben we meer werkzaamheden verricht dan geprognosticeerd, en in de overige deelgebieden juist weer minder. Slopen, saneren, voorbelasten Er zijn in 2020 geen opstallen gesloopt.

De kosten die hier geboekt zijn betreffen vooral het verwijderen van ondergrondse infra. Ten aanzien van saneren zijn er op diverse locaties werkzaamheden uitgevoerd. Tenslotte is in Woud Harnasch fase 3 de laatste grote kavel voorbelast. Bouwrijp maken Aansluitend op de voorbelasting in Woud Harnasch fase 3 is hier ook de waterstructuur afgerond. De betroffen de laatste civieltechnische werkzaamheden in dit deelgebied. Tevens is de waterstructuur in Woud Harnasch fase 1 afgerond. Hiermee is tegelijkertijd de noordpunt van Woud Harnasch fase 1 bouwrijp. In Hoog Harnasch is ook de nieuwe waterstructuur afgerond alsmede de laatste grote kavel langs de Harnaschdreef in dit deelgebied. Woonrijp maken Er zijn drie woonrijp bestekken gerealiseerd in 2020. De Sionsdreef in Vrij Harnasch fase 2 is woonrijp afgerond, de toegangsweg tot de eerste uitgegeven kavel in de noordpunt van woud Harnasch fase 1 is aangelegd, en de nieuwe inrit vanaf de rotonde in Vrij Harnasch fase 1 is aangelegd. De overige kosten betreffen kleinere maaiveldinrichtingen zoals verlichting en groen. CT diversen Onder de diverse kosten bevinden zich enkele investeringen die gedaan zijn aan de Harnaskade om te voldoen aan flora en fauna wetgeving.

Plankosten en VTU Planontwikkelingskosten Onder de plankosten zijn opgenomen de kosten voor gedetacheerde medewerkers van de deelnemende gemeenten Den Haag en Midden-Delfland. De inzet vindt plaats op grond van afspraken met de deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling. Daarnaast zijn onder de plankosten 18

ook opgenomen de inhuur van externen ten behoeve van de projectorganisatie en de kosten voor PR en communicatie, noodzakelijke onderzoeken, kosten voor uitwerkingsplannen en algemene kosten, zoals kosten huisvesting en ondersteuning. Ten aanzien van de plankosten is er een hogere realisatie dan oorspronkelijk was begroot. Dit heeft vooral te maken met een hoger dan voorziene inzet op het punt van civieltechnische voorbereiding en begeleiding. In 2020 was er extra inzet benodigd om een complex gedeelte van het plangebied bouwrijp en woonrijp op te leveren. Daarnaast was er aanvullende inzet benodigd om de aangelegde hoofdontsluitingsstructuur te beoordelen op robuustheid en veiligheid op basis van de actuele verwachtingen. Voorbereiding en toezicht op uitvoering Hieronder vallen kosten voor bestekvoorbereiding, toezicht en directie voor bouwrijp maken en woonrijp maken. Het betreft de werkzaamheden voor bovengenoemde civiele werkzaamheden.

Overige kosten Rentekosten De financieringslasten bestaan uit de aan 2020 toegerekende rentelasten van de leningportefeuille. De leningportefeuille is beschreven in paragraaf 2.6.2. Ten opzichte van de begroting zijn de rentekosten lager uitgevallen doordat geraamde rentekosten voor aanvullende financiering van de grondexploitatie lager zijn uitgevallen. De aangetrokken geldlening had een negatieve rente in plaats van een positieve rente. Fondsvorming Overeenkomstig de afspraken bij de vorming van de gemeenschappelijke regeling wordt aan de Stichting Groenfonds Midden-Delfland een bedrag van € 4,54 per uitgegeven m2 uitgekeerd. Over het verslagjaar was dat een bedrag van € 153.225. Overig Naast een beperkt bedrag voor de tijdelijke exploitatie van enkele woningen en belastingaanslagen voor de eigendommen van het Bedrijvenschap betroffen de overige kosten in 2020 voor het grootste deel (€ 0,5 miljoen) een vergoeding aan de gemeente Midden-Delfland voor de canonderving van DHG. Ook de belastingen waren hoger doordat op deze post ook de leges voor de waterberging en enkele andere civiele werken zijn geboekt.

Storting in de voorziening Tot en met 2019 is per saldo een bedrag gedoteerd aan de verliesvoorziening van € 11,63 miljoen (2018 € 17,534 miljoen) Dit bedrag was gelijk aan het verwachte negatieve planresultaat op grond van de vastgestelde grondexploitatieberekening per 1 juli 2019, gecorrigeerd voor de mutatie die noodzakelijk is om te komen tot de contante waarde per 1-1-2020. Op basis van de grex per 1-72020 wordt een negatief planresultaat van € 9,38 miljoen netto contant verwacht. De voorziening dient te worden afgestemd op het niveau van de contante waarde per 1-1-2021. Daarom wordt het tekort van € 9,38 miljoen opgehoogd met een half jaar indexering, oftewel 1% (€ 0,09 miljoen). Daarnaast zijn er in het 2e halfjaar 2020 afwijkingen van de grex geconstateerd in de vorm van een drietal reserveringsovereenkomsten waarvan de opbrengst niet in de grex was opgenomen. De opbrengsten daarvan bedragen € 0,55 miljoen (technische Unie), € 0,1 miljoen (Delta) en € 0,05 miljoen (Ty-Lee). Gezamenlijk € 0,7 miljoen. De indexering en de reserveringsovereenkomsten tezamen resulteert in een aanpassing van de contante waarde van het tekort tot per saldo € 8,77 miljoen. Met inachtneming van deze correctie is er in 2020 sprake van een verlaging van de negatieve voorziening met € 2,86 miljoen (2019 € 5,904 miljoen).

19

2.5.2

Baten

Opbrengst grondverkopen bedrijven In 2020 zijn opbrengsten gerealiseerd uit hoofde van de uitgifte van afgerond 3,6 ha aan een tweetal bedrijven. In de begroting was er rekening mee gehouden dat de opbrengst van deze2 uitgiften nog in 2019 zou worden ontvangen, terwijl dat dus 2020 is geworden. Twee gronduitgiften die voor 2020 waren voorzien zullen daarentegen pas in 2021 worden geeffectueerd

Subsidies Er zijn in 2020 geen subsidies ontvangen en in de toekomst worden ook geen subsidies meer verwacht.

Overig Het grootste deel van de overige ontvangsten betrof enkele ontvangen reserveringsvergoedingen voor percelen grond die naar verwachting in 2021 worden afgenomen. Het restant betrof de huuropbrengst van de enige nog aanwezig woning.

Mutatie Onderhanden werk De mutatie Onderhanden werk betreft een sluitpost in de programmarekening. Zolang het Bedrijvenschap grond ontwikkelt wordt het saldo van alle opbrengsten en kosten geactiveerd als Onderhanden werk.

Resultaat Het resultaat over het boekjaar 2020 bedraagt € 2,77 miljoen positief. Dit bedrag is gelijk aan de te verwachten afname van het tekort van de gehele grondexploitatie overeenkomstig de grex per 1-72020 en de daarmee verband houdende storting in de voorziening voor het tekort. Op het berekende tekort van de grex per 1-7-2020 zijn wel enkele correcties aangebracht zoals genoemd bij de hiervoor genoemde storting in de voorziening.

2.5.3

Wet Normering Topinkomens (WNT)tabel

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de op het Bedrijvenschap Harnaschpolder van toepassing zijnde regelgeving. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling, alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt bedragen x € 1 Functiegegevens

C.Boele 5

directeur

6

Aanvang en einde functievervulling in 2020

1-1-2020 - 31-12-2020

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7

0,141

Dienstbetrekking?8

nee

Bezoldiging9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

€ 24.000 n.v.t. € 24.000

20

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

€ 28.410

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11

n.v.t.

€ 24.000

Bezoldiging

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13

N.v.t.

Gegevens 201914 bedragen x € 1 Functiegegevens

C.Boele 5

Aanvang en einde functievervulling in 2019

directeur 01-01-2020 - 31-12-2020

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7

0,146

Dienstbetrekking?8

nee

Bezoldiging

9

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 24.000

Beloningen betaalbaar op termijn

N.v.t.

Subtotaal

€ 24.000

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

€ 28.324

Bezoldiging

€ 24.000

De per 1-1-2016 aangestelde directeur is in dienst van de gemeente Den Haag en wordt vanuit die gemeente parttime gedetacheerd bij het Bedrijvenschap. De in de tabel genoemde bezoldiging is het bedrag dat voor het werk van de directeur aan de gemeente Den Haag is betaald over 2020.

1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder NAAM TOPFUNCTIONARIS

FUNCTIE

H.H.V.Horlings

Lid (tot 2 april 2020)

A.Mulder

Lid (vanaf 7 okt. 2020)

S.Bruines

Voorzitter

S.Smit

Lid

W.Renzen – van Leeuwen

Lid

B.Revis

Lid (tot 16 sept. 2020)

H. ten Have

Lid (vanaf 26 mei 2020)

B. van Alphen

Lid

21

De opgenomen topfunctionarissen betreffen de leden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van het Bedrijvenschap Harnaschpolder. De bestuursleden waren in het verslagjaar wethouders van de gemeenten Den Haag en Midden-Delfland en ontvingen generlei vergoeding voor hun werkzaamheden.

2.6

Toelichting op de balans per 31 december 2020

2.6.1

Activa

Voorraad OHW – Onderhanden werk - Bouwgrond in exploitatie Het saldo van de post onderhanden werk geeft de totaal gerealiseerde investeringen tot en met 31 december 2020 weer van het totale project. De balanspost Onderhanden werk (gronden in exploitatie) bedraagt per einde boekjaar afgerond circa € 54,2 miljoen, exclusief de afwaardering voor het verwachte plantekort. De waardering van de in exploitatie genomen gronden is gebaseerd op de inzichten medio 2020 en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden die periodiek worden herzien en waarbij de waardering in volgende jaren zowel positief als negatief uit kan vallen. Het bestuur is van mening dat op basis van de informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden. De risico’s zijn nader beschreven in de paragraaf grondbeleid, de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing en de risicoparagraaf in het jaarverslag. De grondexploitatie per 1-7-2020 is vastgesteld met prijspeil 1 juli 2020. Deze grex sluit met een negatief resultaat van € 9,38 miljoen op contante waarde per 1-7-2020. Deze grondexploitatie is een opstelling die een zo getrouw mogelijk beeld geeft van de huidige verwachtingen, gebaseerd op ramingen en kengetallen.

De karakteristieken van de grondexploitatie per 1-7-2020 zijn: − Looptijd tot en met 2023; − Kostenstijgingspercentage 2,0% over de periode tot en met 2023; − Opbrengststijgingspercentage 2% per jaar; − Disconteringsvoet 2%; − Restantraming investeringen tot einde looptijd € 13,49 miljoen, restantraming opbrengsten tot einde looptijd € 53,99 miljoen en restantraming rentelasten € 0,72 miljoen. In de waardering van de bouwgrond in exploitatie is rekening gehouden met een schadeclaim. TenneT TSO heeft de werkzaamheden afgerond betreffende de realisatie van de Randstad 380 kVleiding. Dit betekent dat in noord-/zuidrichting over deelgebied Woud-Harnasch fase 3 een hoogspanningstracé loopt over (oorspronkelijk) uit te geven kavels. In de grondexploitatieberekening per 1-7-2020 is een stelpost schadevergoeding opgenomen, bestaande uit een planschadevergoeding en een schadevergoeding op grond van de belemmeringenwet privaatrecht. In het verslagjaar 2017 is inmiddels € 2,5 miljoen aan planschadevergoeding ontvangen (tegen de hoogte is bezwaar aangetekend). Vanwege het risico dat het restant van de claim niet volledig uitbetaald wordt is in de risicoparagraaf bij de grondexploitatieberekening rekening gehouden met een lagere vergoeding. Eind 2015 is een volledig onderbouwde schadeclaim bij Tennet ingediend die de stelpost in de grex overstijgt.

Naast de mogelijkheid dat de schadeclaim tot een lager bedrag wordt gehonoreerd dan in de grondexploitatie is opgenomen is in de risicoanalyse ook een positief risico opgenomen dat de schadeclaim tot een hoger bedrag wordt gehonoreerd.

Verliesvoorziening Op basis van de grex per 1 juli 2020 wordt een voorziening opgenomen voor het bedrag van het verwachte negatieve planresultaat. Dit betreft een administratieve voorziening zonder dekking. Het voorlopige resultaat volgens de grex per 1 juli 2020 bedraagt € 9,38 miljoen negatief op netto22

contante waarde per 1 juli 2020. Tussen de peildatum van 1 juli 2020 en de einddatum van het verslagjaar hebben zich enkele bijzondere ontwikkelingen voorgedaan waarmee bij de omvang van de verliesvoorziening rekening moet worden gehouden. Daarom moet aan de ene kant het tekort vanwege de dynamische berekening verhoogd worden met 1% (de contante waarde per 1 juli 2020 is berekend tegen 2% per jaar) en aan de andere kant verlaagd worden vanwege de afwijkingen (hoger gecalculeerde opbrengsten) van de grex per 1-7-2020 van grotere omvang in het 2e halfjaar 2020 ad € 0,7 miljoen. Het tekort en de hoogte van de verliesvoorziening komt daarmee op een bedrag van € 8,77 miljoen. Indien bij afronding van het project met een verlies zal worden afgesloten, dan zullen de deelnemende gemeenten dit exploitatietekort moeten aanvullen. Op dit moment is volstaan met het creëren van een administratieve voorziening. De voorziening is gepresenteerd onder de kosten teneinde een goed beeld te geven omtrent de waardering van de voorraad Onderhanden werk. De gemeenten Den Haag en Midden-Delfland participeren met een risicoverhouding van 85%-15% in de Gemeenschappelijke regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10075396/1