RIS308148 Bijlagen PUK Bellevue
Tekst van het document
BIJLAGEN -
66
Bijlage 1 Natuurinclusief bouwen ambitie Bijlage 2 Benoemde standpunten t.b.v. impressies Bijlage 3 Wind- en bezonningsonderzoek Bijlage 4 Ecologische effectrapportage, Bureau Stadsnatuur, 7 oktober 2019 Bijlage 5 Flora- en faunaonderzoek Bijlage 6 Communicatieplan & verslag Bijlage 7 Urban living, Patrizia, 17 juni 2020 Bijlage 8 Voorlopige berekening parkeerbehoefte
PLANUITWERKINGSKADER
BIJLAGE 1 NATUURINCLUSIEF BOUWEN PATRIZIA: Minimaal te behalen puntenaantal
6
4
6
Stadszone Grootschalige bebouwing en hoogbouw Score Punten 1 gevel/dak
Maatregel Geveltuin
1
gevel/dak
Geen lichtuitstraling vanuit gebouw
1
gevel/dak
Groen dak met sedum (> 5 - 7 cm) /30%
2
gevel/dak
Groen dak met sedum, grassen, kruiden (7 - 15 cm)/30%
3
gevel/dak
Groen dak met (sedum), grassen, kruiden, dwergheesters (15 - 30 cm) /30%
4
gevel/dak
Groen dak met (grassen), kruiden, dwergheesters en struiken (30 - 50 cm) /30%
4
gevel/dak
Groen dak met kruiden, dwergheesters, struiken en bomen (> 50 cm) /30%
2
gevel/dak
Gevelgroen
4
Gevel/dak
Alleen bij hoogbouw (>50m): minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag komt terug als horizontale buitenruimtes zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit.
1
verblijf
Insectenstenen
1
verblijf
nestkasten voor huismus bij groene tuinen/pleinen
1
verblijf
Nestplaatsen voor gierzwaluwen
1
verblijf
Nestplaatsen voor zwarte roodstaart
1
verblijf
Nestkast slechtvalk
1
verblijf
Winterverblijfplaats voor vleermuizen
1
omgeving
Geen buitenverlichting bij groen
1
omgeving
Cluster van 3 inheemse bomen
1
omgeving
Cluster van inheemse struiken 50m2
1
omgeving
Groene tuin met aansluiting op ecolog. structuur
1
omgeving
Insectenhotel
1
omgeving
Voor vlinders geschikte struiken
1
omgeving
Droog bloemrijk grasland > 10m2
2
omgeving
Natuurlijke haag > 25 meter
2
omgeving
Natuurlijke verharding 25% areaal
2
omgeving
Boomgaard met > 10 fruitbomen
2
omgeving
Grasland met inheems bloemenmengsel > 500 m2
2
omgeving
Groen >25% onbebouwde areaal
2
omgeving
Zoomvegetatie langs perceelsranden
3
omgeving
Pocketpark (minipark)
2
omgeving
Rij van >10 inheemse bomen (zo mogelijk gemixt)
2
omgeving
Natuurvriendelijke of drijvende oever > 10 m
Toepassing Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief bouwen (RIS 301953) Het college van B&W wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Conform het besluit over het Puntensysteem Groenen natuurinclusief bouwen (RIS 301953) geldt voor de ontwikkeling van deze locatie de volgende tabel van maatregelen, met in de linkerkolom het te behalen puntenaantal. Voor uitleg over de maatregelen zie bijlage C van het rapport: https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/ overige%20bestuurlijke%20stukken/499196
BIJLAGE 2 WIND- EN BEZONNINGSONDERZOEK
Sapphire Den Haag Windklimaatonderzoek met behulp van CFD
Rapportnummer O 16200-6-RA-001 d.d. 25 juli 2019
Sapphire Den Haag Windklimaatonderzoek met behulp van CFD
opdrachtgever
P AT R I Z I A
rapportnummer
O 1 62 00 - 6- R A - 00 1
datum
25 j u l i 2 01 9
referentie
L A / L A / K S / O 16 20 0- 6 - R A- 0 01
verantwoordelijke dr. ir. L. Aanen opsteller
dr. ir. L. Aanen +31 85 8228630 l.aanen@peutz.nl
peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, mook@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon
O 16200-6-RA-001 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Normstelling en uitgangspunten
5
2.1
Beslismodel NEN 8100
5
2.2
Windhinder en windgevaar volgens NEN 8100
5
2.2.1
Windhinder
5
2.2.2
Windgevaar
6
2.3
Windklimaat op de locatie
7
2.4
Simulatie windsnelheden met CFD
9
3
Rekenresultaten
10
4
Samenvatting en conclusies
12
O 16200-6-RA-001 3
1
Inleiding In opdracht van PATRIZIA is met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) een indicatief onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing Sapphire Den Haag. Voor het vervaardigen van het CFD model is onder meer gebruik gemaakt van een door de architect aangeleverd 3D model. De stedenbouwkundige omgeving en de begroeiing is meegenomen aan de hand van het 3D stadsmodel van de gemeente Den Haag, in combinatie met gegevens uit openbare bronnen. In totaal is een gebied gemodelleerd is van circa 700 bij 700 meter. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving.
f1.1 Het gehanteerde 3D-model van de geplande bebouwing
In dit rapport wordt verslag gedaan van het verrichte onderzoek waarbij de volgende indeling is gehanteerd. In hoofdstuk 2 worden de normstelling en uitgangspunten van het onderzoek toegelicht. De rekenresultaten worden gepresenteerd in hoofdstuk 3 van dit rapport. Tot slot is in hoofdstuk 4 een samenvatting van het onderzoek opgenomen en worden conclusies gegeven.
O 16200-6-RA-001 4
2
Normstelling en uitgangspunten
2.1 B e s l i s m o d e l N E N 8 1 0 0
De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, kan in eerste instantie gebruik worden gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter wordt nader onderzoek met CFDof windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Gezien de geplande bouwhoogte van 180 m meter, wordt het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk beschouwd.
2.2 W i n d h i n d e r e n w i n d g e v a a r v o l g e n s N E N 8 1 0 0
De gevoeligheid van de mens voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij een laag activiteitenniveau (bijvoorbeeld wachten bij een bushalte, op een terrasje zitten) zullen lagere windsnelheden als hinderlijk ervaren kunnen worden dan bij een hoger activiteitenniveau. In de NEN 8100 wordt voor de beoordeling van het windklimaat derhalve onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Bij hogere windsnelheden kan tevens sprake zijn van gevaarlijke situaties zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken en dergelijke. Hiervoor wordt getoetst aan het specifieke gevaarcriterium.
2.2.1 W i n d h i n d e r
Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend gehouden wordt voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde v DR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten bij de ervaring van het windklimaat een rol spelen zoals bijvoorbeeld het omslaan van paraplu’s, in de ogen waaien van stof en in meer extreme vorm het dichtwaaien van een autoportier en dergelijke. Aan de hand van onderstaande tabel 2.1, afkomstig uit de NEN 8100, wordt een beoordeling gegeven van de te verwachten mate van windhinder.
O 16200-6-RA-001 5
t2.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans
Kwaliteitsklasse
p(vLOK > vDR;H) in procenten
Activiteit I. Doorlopen
van het aantal uren per jaar
II. Slenteren
III. Langdurig zitten
< 2,5
A
Goed
Goed
Goed
2,5 – 5
B
Goed
Goed
Matig
5 – 10
C
Goed
Matig
Slecht
10 – 20
D
Matig
Slecht
Slecht
≥ 20
E
Slecht
Slecht
Slecht
Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt de waardering van het lokale windklimaat gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’ (zie tabel 2.1). Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder. In een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. Activiteitenklasse ‘langdurig zitten’ is dusdanig kritisch dat deze met terughoudendheid wordt toegepast. Op terrassen en buitenruimten wordt om deze reden meestal uitgegaan van het criterium voor slenteren in plaats van langdurig zitten, met een streefwaarde van minder dan 5%. 2.2.2 W i n d g e v a a r
Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde v DR;G gehanteerd. Op basis van tabel 2.2, afkomstig uit de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar. t2.2 Criteria windgevaar volgens NEN 8100 Overschrijdingskans
Kwalificatie
p(vLOK > vDR;G) in procenten van het aantal uren per jaar 0,05 < p < 0,30
Beperkt risico
p ≥ 0,30
Gevaarlijk
De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p ≤ 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p ≥ 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.”
O 16200-6-RA-001 6
2.3 W i n d k l i m a a t o p d e l o c a t i e
Voor de vertaling van de resultaten van de berekeningen naar de werkelijke situatie wordt gebruik gemaakt van een windstatistiek. De NEN 8100 verwijst voor de benodigde meteogegevens naar de NPR 6097:2006 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van de bijbehorende software wordt voor de specifieke locatie een windstatistiek berekend op basis van meteogegevens van een groot aantal meteostations en gegevens omtrent terreinruwheden tot 6 km afstand van het plan. De terreinruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in figuur 2.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied. f2.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand volgens NPR 6097
In figuur 2.2 is de op basis van de NPR 6097 berekende windroos op 60 meter hoogte boven de betreffende locatie weergegeven. In de windroos wordt de kans op het voorkomen van wind uit een bepaalde richting weergegeven alsmede de verdeling van windsnelheden binnen de betreffende richtingen. Uit de windroos en onderstaande windstatistiek (tabel 2.3) blijkt dat op de bouwlocatie met name bij wind uit het zuiden tot westen de hoogste windsnelheden optreden en dat de wind relatief vaak uit het uit het zuidwesten (210° en 240°) komt. De zuidwesten wind is hiermee voor een groot deel bepalend voor het windklimaat op de bouwlocatie.
O 16200-6-RA-001 7
f2.2 Windroos betreffende locatie volgens NPR 6097
t2.3 Windstatistiek van de betreffende locatie volgens NPR 6097
O 16200-6-RA-001 8
2.4 S i m u l a t i e w i n d s n e l h e d e n m e t C F D
Voor het uitvoeren van een windklimaatonderzoek beschikt Peutz over een eigen windtunnel. Als het gaat om relatief eenvoudige bebouwingssituaties, of bebouwingssituaties waar op voorhand van wordt verwacht dat geen grote windproblemen op gaan treden, kan worden volstaan met een numerieke simulatie met Computational Fluid Dynamics (CFD). In deze situatie is, gezien de fase van de planontwikkeling, in overleg met de opdrachtgever van deze onderzoeksmethode uitgegaan. De rekenmethode is aan de hand van eerder uitgevoerde windtunnelprojecten gevalideerd. De grenslaagstroming die in de praktijk (bij neutrale stabiliteit ten aanzien van het temperatuurprofiel) aanwezig is wordt aan de rand van het CFD-model opgewekt zodat het juiste windprofiel (afhankelijk van de terreinruwheid) wordt gesimuleerd. Verfijning van de lokale windsituatie vindt plaats door de direct omliggende bebouwing en begroeiing mee te modelleren. De windsnelheden rondom het project worden met het CFD-model voor 12 windrichtingen berekend. Met behulp van de windstatistiek voor de bouwlocatie, zoals berekend in navolging van de NPR 6097, wordt vervolgens per windrichting de overschrijdingskans voor de kritische uurgemiddelde windsnelheden van 5 en 15 m/s voor respectievelijk windhinder en windgevaar bepaald.
De totale overschrijdingskans is de som van de overschrijdingskansen per windrichting, ook wel de hinderkans en de gevaarkans genoemd. Deze worden vervolgens getoetst aan de NEN 8100 om het lokale windklimaat te kunnen beoordelen. In bijlage 1 is het technisch inlegvel, conform de NEN 8100, opgenomen. Het technisch inlegvel bevat een aantal rubrieken en aandachtspunten die een kort, schetsmatig overzicht geven van de relevante zaken van de CFD-berekeningen.
O 16200-6-RA-001 9
3
Rekenresultaten In figuur 3.1 is een aanzicht gegeven van het rekengrid ter plaatse van de geplande bebouwing.
f3.1 Aanzicht oppervlakte grid rekenmodel
Het toekomstige windklimaat wordt beoordeeld op basis van de uitgevoerde CFDberekeningen, de windstatistiek van de betreffende locatie en de grenswaarden zoals beschreven in de paragrafen 2.2.1 en 2.2.2 betreffende windhinder en windgevaar. In figuur 3.2 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveldniveau) de berekende hinderkans met kleurcontouren voor de geplande bebouwingssituatie weergegeven. De kleuren zijn afgestemd op de beoordelingscriteria uit de NEN 8100. Bij de beoordeling van het windklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de categorieën doorlopen en slenteren. Het criterium voor slenteren is van toepassing bij de gebouwentrees, verder wordt het criterium voor doorlopen gehanteerd. In slentergebieden wordt een hinderkans van minder dan 5%, overeenkomend met een beoordeling goed, nagestreefd. Het criterium voor langdurig zitten is niet toegepast. Het aspect windgevaar wordt alleen tekstueel beoordeeld.
O 16200-6-RA-001 10
f3.2 Het te verwachten windklimaat in de geplande bebouwingssituatie, beoordeeld volgens de NEN 8100
Rijnstraat
Oranjebuitensingel
Bezuidenhoutseweg
Uit de resultaten blijkt onder meer dat het te verwachten windklimaat rond het plan in een aantal gebieden matig voor doorlopen is (geel in figuur 3.2), maar dat rond de gevels van het plan een gunstig windklimaat verwacht mag worden. Op de meeste plaatsen is het te verwachten windklimaat langs de gevels goed voor slenteren (grijs en blauw in de figuur). Het matige windklimaat op de Bezuidenhoutseweg wordt verklaard door valwinden van de westelijke toren bij westen tot zuidwesten wind. De invloed van de nieuwbouw op het windklimaat op dit punt blijft beperkt dankzij de afschermende werking van de bestaande hoogbouw aan de zuidwestzijde van het plan bij met name wind uit het zuid-zuidwesten. Verbeteren van het windklimaat is hier mogelijk door het vergroten van de setback aan de zuidwestzijde. De grotte van de setback moet daarbij in verhouding staan met de afmetingen van de toren. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld 20% van de breedte van de toren. Aan de oostzijde van het plan (Rijnstraat) is het windklimaat eveneens matig. Hier heeft de geplande bebouwing waarschijnlijk echter zelfs een afschermde werking. Uit eerder onderzoek is bekend dat in de situatie zonder de nieuwbouwplannen het windklimaat hier lokaal naar verwachting slecht zal zijn.
Het matige windklimaat op de Oranjebuitensingel wordt, gezien de locatie van de hinder, ten zuiden van het plan en ten westen van de Hoftoren, waarschijnlijk meer veroorzaakt door de bestaande hoogbouw in het gebied dan door de geplande nieuwbouw. Op basis van de berekeningen is geen overschrijding van het criterium voor windgevaar te verwachten. Mogelijk is er bij de hoek Oranjebuitensingel-Bezuidenhoutseweg lokaal sprake van een beperkt risico op windgevaar. O 16200-6-RA-001 11
4
Samenvatting en conclusies In opdracht van PATRIZIA is met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) een indicatief onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing Sapphire Den Haag. Doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: − Langs de gevels van de geplande bebouwing mag op de meeste plaatsen een vppr slenteren goed windklimaat verwacht worden. − Er zijn een aantal gebieden rond het plan waar het windklimaat naar verwachting matig is. In een aantal van deze gebieden is het windklimaat waarschijnlijk ook in de huidige bebouwingssituatie al matig. − Op basis van de berekeningen is er geen overschrijding van het criterium voor windgevaar te verwachten, lokaal mogelijk wel een beperkt risico op windgevaar.
Mook,
Dit rapport bevat 12 pagina's Bijlage 1: Technisch inlegvel numerieke simulatie
O 16200-6-RA-001 12
Bijlage 1
Technisch inlegvel numerieke simulatie
Project
Projectgegevens
Projectnaam
Sapphire Den Haag
Opdrachtgever
PATRIZIA
Projectleider
dr. ir. L. Aanen
Datum
25 juli 2019
Model
Algemene gegevens van het model
Omvang gemodelleerd gebied
700 x 700 meter
Kerngebied
het gebied rondom de geplande nieuwbouw
Omgeving
bebouwing/begroeiing
Afmetingen model
900 x 900 x 800 meter
Blokkeringsgraad
<10%
Gemodelleerd groen
jaargemiddelde situatie
Onderzochte windrichtingen
12 (rondom in stappen van 30 graden)
Onderzochte configuraties
geplande bebouwingssituatie
Computeropstelling
Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur
Programmatuur
OpenFOAM 6.0
Algemeen
✔
FVM (eindige volume methode)
–
FEM (eindige elementen methode)
–
anders
✔
drie-dimensionaal
–
twee-dimensionaal
✔
tijd-onafhankelijk
–
tijd-afhankelijk
✔
isothermisch
–
thermisch
–
passieve scalairs
–
actieve scalairs
Rekenrooster
circa 11,8 miljoen cellen; verfijning t.p.v. de geplande bebouwing
Turbulentiemodellering
k-ε-RNG-turbulentiemodel
Convectieve differentieschema's
snelheidscomponenten: Gauss turbulentie grootheden: Gauss scalaire variabelen: -
Randvoorwaarden
Gebruikte randvoorwaarden
Instroomprofiel
logaritmisch snelheidsprofie z 0=0,7 m en bijbehorende profielen voor k en ε
Uitlaat
constante druk
Boven-/zijwanden
gesloten, wrijvingsloos
Gegevensverwerking en -beoordeling
Informatie voor locatie en beoordeling windklimaat
Amersfoortse coördinaten van de locatie
X = 82069 Y = 455370
Toegepaste eisen
VDR [m/s]
Gewenste kwaliteitsklasse
Doorlopen
5,0
≤D
< 20
≤ matig
Slenteren
5,0
≤C
< 10
≤ matig
Zitten
5,0
≤B
<5
≤ matig
Voor comfort
Regionale correctie
Beoordeling
p(vLOK > vDR:H)
Geen correctie
Voor gevaar
Gepresenteerde resultaten
Overschrijdingskans [%]
p(vLOK > vDR;G) 15
n.v.t
0,05 < p < 0,30
beperkt risico
15
n.v.t
p ≥ 0,30
gevaarlijk
windhinder: figuren met p (v LOK > vDR:H )-waarden, gevaar: tekstuele beoordeling
Opmerkingen
O 16200-6-RA-001 1. 1
Bezonningsonderzoek Sapphire Den Haag
Rapportnummer O 16200-7-RA-002 d.d. 14 augustus 2019
Bezonningsonderzoek Sapphire Den Haag
opdrachtgever
P A T RI Z I A
rapportnummer
O 16 20 0- 7 - R A- 0 02
datum
1 4 au g u s t u s 2 01 9
referentie
L A / L A / / O 16 20 0- 7 - R A- 0 02
verantwoordelijke dr. ir. L. Aanen opsteller
dr. ir. L. Aanen +31 85 8228630 l.aanen@peutz.nl
peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, mook@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon
O 16200-7-RA-002 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Normstelling en opzet van het onderzoek
5
2.1
Normstelling
5
2.2
Bebouwingssituaties
6
2.3
Opzet van het onderzoek
6
Resultaten van het onderzoek
8
3.1
Bezonning woningen in de geplande bebouwingssituatie
8
3.2
Bezonning openbare ruimte
9
3
4
Samenvatting en conclusies
13
O 16200-7-RA-002 3
1
Inleiding In opdracht van PATRIZIA is een onderzoek uitgevoerd aan de schaduwwerking van het bouwplan Sapphire te Den Haag naar de omgeving. Het plan omvat verschillende bouwdelen tot 180 meter hoogte. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de mogelijke invloed van de geplande bebouwing op de bezonning van de bestaande omliggende woningen, in relatie tot de bestaande bezonningssituatie. Het onderzoek is conform de gemeentelijke bezonningsnorm uitgevoerd voor toetsingsdatum 19 februari. Daarnaast is het effect van de nieuwbouw op de bezonning van de openbare ruimte inzichtelijk gemaakt. Voor het onderzoek is onder andere gebruik gemaakt van een door de stedenbouwkundige aangeleverd 3D-computermodel van de nieuwbouw en de stedenbouwkundige omgeving. De toetsing vindt plaats op in het 3D-model aangebrachte meetpunten. De normstelling en de opzet van het onderzoek worden beschreven in de hoofdstuk 2, gevolgd door de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 is een samenvatting van het onderzoek opgenomen en worden conclusies gegeven.
O 16200-7-RA-002 4
2
Normstelling en opzet van het onderzoek
2.1 N o r m s t e l l i n g
Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Wel bestaan er de zogenaamde 'lichte' en 'strenge' TNO-norm voor bezonning van woonkamers. Deze vinden hun oorsprong in het woonwaarderingsstelsel uit 1962. Volgens de lichte TNO-norm is er sprake van een voldoende bezonning bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober (gedurende 8 maanden) ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Volgens de strenge TNO-norm is er sprake van een goede bezonning bij tenminste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari t/m 22 november (gedurende 10 maanden) ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Voor zover bekend zijn er geen gemeenten die de strenge TNO-norm hanteren. Gemeenten met eigen bezonningseisen hebben deze meestal gebaseerd op de lichte TNO-norm. De bezonningsnorm van de gemeente Den Haag is eveneens gebaseerd op de lichte TNOnorm vastgelegd in de hoogbouwvisie Eyeline en Skyline waarin voor de bezonning verwezen wordt naar document RIS 170509 d.d. 11 februari 2010. De norm heeft een aantal specifieke kenmerken: − Toetsingsdatum 19 februari (overeenkomend met 21 oktober). − Minimale zonshoogte 10°.
− Minimale potentiële bezonningsduur 2 uur. Hierbij gelden de volgende aanvullingen: − Meetpunt op 0,75 meter hoogte in het midden van de gevel van de onderste woonlaag. − Bezonningsduur ter plaatse van voor- en achtergevel bij elkaar optellen. − Geen verdere verslechtering in situaties met minder dan 2 mogelijke zon-uren. − Bij dakopbouwen: maximale afname bezonningsduur 50% (excessenregeling). − Weergave bezonningsduur en afname in tabelvorm. − De norm is van toepassing bij de onderste woonlaag van bestaande woningen; de gevels van nieuwbouw behoeven niet onderzocht te worden. − Voorts is de norm van toepassing op openbare en semi-openbare ruimten met een recreatieve functie alsmede bij buitenruimten bij scholen en kindercentra. Er is hier in de berekening van de bezonningsduur sprake van voldoende bezonning indien meer dan 50% van de oppervlakte in de zon ligt. De Haagse bezonningsnorm geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving. De bouwhoogte van maximaal 180 meter heeft aanleiding gegeven tot het uitvoeren van een bezonningsonderzoek.
O 16200-7-RA-002 5
2.2 B e b o u w i n g s s i t u a t i e s
Figuur 2.1 geeft een aanzicht van het gehanteerde 3D-model van de geplande situatie. De begroeiing is niet in het onderzoek meegenomen. f2.1 3D-model geplande bebouwingssituatie
2.3 O p z e t v a n h e t o n d e r z o e k
In bijlage 1 is de geplande bebouwingssituatie in een bovenaanzicht weergegeven. Het onderzoeksgebied is bepaald door het theoretische schaduwbereik van de geplande bebouwing op de toetsingdag 19 februari, begrenst tot een afstand van drie maal de hoogte van de bouwdelen. Binnen dit gebied zijn meetpunten in het model geplaatst op 0,75 m hoogte in het midden van de gevels van de onderste verdieping van de bestaande woningen. De meetpunten worden eveneens weergegeven in de bijlage. Er zijn in totaal 117 woningen onderzocht. Met behulp van binnen Peutz ontwikkelde programmatuur binnen het softwarepakket Radiance is de bezonningsduur berekend bij een minimale zonshoogte van 10°. Voor de beoordeling van de bezonningssituatie wordt uitgegaan van de bezonningsduur ter plaatse van de in het model aangebrachte meetpunten. Het onderzoek is gebaseerd op de theoretisch mogelijke bezonning. In figuur 2.2 wordt het theoretisch mogelijke en de ten gevolge van bewolking gemiddelde werkelijke bezonningsduur per dag voor 2 meteostations weergegeven.
O 16200-7-RA-002 6
f2.2 Bezonningsduur op twee meteostations
O 16200-7-RA-002 7
3
Resultaten van het onderzoek
3.1 B e z o n n i n g w o n i n g e n i n d e g e p l a n d e b e b o u w i n g s s i t u a t i e
In bijlage 2 zijn visualisaties opgenomen van de schaduwwerking op de toetsingsdatum en ter indicatie ook voor de data 21 april en 21 juni. De extra schaduw ten gevolge van de nieuwbouwplannen is hier in rood gemarkeerd. Aan de hand van deze afbeeldingen kan de schaduwlengte en het tijdstip van de schaduwwerking worden vastgesteld. De beoordeling van de bezonningssituatie vindt verder plaats aan de hand van de bezonningsduur op de meetpunten in het 3D-model. Zoals voorgeschreven zijn de meetpunten geplaatst op de onderste woonlaag van de betreffende panden. In de tabellen in bijlage 1 is de bezonningsduur ter plaatse van de meetpunten alsmede de afname van de bezonning in de geplande situatie ten opzichte van de bestaande bebouwingssituatie weergegeven voor de toetsingsdag 19 februari. Hieruit blijkt dat de bestaande bezonningssituatie niet bij alle woningen voldoet aan de bezonningsnorm van 2 uur zon op toetsingsdatum 19 februari (grijs gemarkeerde punten in de figuur en de tabel). Bij 11 van deze woningen is er een verdere afname van de bezonning op de toetsingsdatum vastgesteld (deze punten zijn blauw gemarkeerd in de figuur en tabel). Daarnaast zijn er 6 woningen die in de huidige bebouwingssituatie wel 2 uur zon krijgen en door de schaduwwerking van de nieuwbouw niet meer aan deze eis voldoen (rode punten in de figuur en de tabel).
Een uitsnede van het belangrijkste deel van de figuur met meetpunten is weergegeven in figuur 3.1. f3.1 Uitsnede uit de resultaatfiguur met het belangrijkste invloedsgebied
ins Pr ch gra en t
Sm ids te wa r O 16200-7-RA-002 8
De woningen die ten gevolge van de nieuwbouw niet meer aan de norm voldoen liggen met name aan de Prinsengracht en het Smidswater. Bij de woningen aan het Smidswater is de afname van de mogelijke bezonningsduur beperkt (ca. 5 tot 20 minuten). Bij de woningen aan de Prinsengracht is de afname van de mogelijke bezonningsduur bij een aantal woningen ongeveer een half uur. Het is aan de gemeente om af te wegen of het belang van het doorgaan van het project in de huidige voorgestelde vorm opweegt tegen het niet meer voldoen of verder achteruitgaan van de bezonning bij deze woningen.
3.2 B e z o n n i n g o p e n b a r e r u i m t e
Door de gemeente Den Haag zijn een aantal gebieden aangegeven met "aandacht voor bezonning", en wel met name de Koekamp, de Rijnstraat het Koningin Julianaplein en het Anna van Buerenplein. Deze gebieden zijn in de figuren met de schaduwval van de nieuwbouw in bijlage 2 aangegeven. In de 3.3 t/m 3.5 wordt een vergelijk gemaakt tussen de mogelijke bezonningsduur in de huidige en de geplande bebouwingssituatie. De mogelijke bezonningsduur voor de twee bebouwingssituaties en de afname van de mogelijke bezonningsduur zijn voor een aantal data middels zogenaamde valse-kleuren figuren weergegeven. De schaal waarop de bezonningsduur is weergegeven loopt in de figuren van 0 tot 12 uur. De afname is steeds weergegeven op een schaal van 0 tot 6 uur. De contour van de Koekamp is gebaseerd op de figuur op pagina 20 van Bijlage 1 van RIS300136. Uit de figuren blijkt dat er in februari alleen op de Koekamp een afname van de mogelijke bezonningsduur is. De afname is daarbij ongeveer een uur, dicht bij de nieuwbouw oplopend tot ca. twee uur. Door de hogere zonnestand is het gebied waarin op de Koekamp een afname te verwachten is in de zomerperiode kleiner dan in het voor- en najaar. Dicht bij de nieuwbouw is de afname in de zomermaanden wel wat groter, lokaal ca. twee en een half uur. In de andere maanden is er ook een afname in de andere aandachtsgebieden.
Door de korte afstand is de afname met name op (delen van) de Rijnstraat significant. De afname loopt daar lokaal op tot ca. 3 uur. Op de twee pleinen is de afname van de mogelijke bezonningsduur door de aanwezigheid van de bestaande bebouwing rond de pleinen relatief beperkt in duur en omvang. In de gebieden met afname blijft deze veelal beperkt tot ongeveer een uur. Op het Anna van Buerenplein blijft er ondanks de extra schaduw wel sprake van een goede bezonning. Door de bebouwing die op het ogenblik aan het Koningin Julianaplein wordt gerealiseerd is de bezonningssituatie ook voor de realisatie van Sapphire al relatief ongunstig.
O 16200-7-RA-002 9
f3.2 Mogelijke bezonningsduur van de openbare ruimte voor de datum 19 februari in de huidige bebouwingssituatie (boven), de geplande bebouwingssituatie (midden) en het verschil tussen deze situaties (onder).
O 16200-7-RA-002 10
f3.3 Mogelijke bezonningsduur van de openbare ruimte voor de datum 21 april in de huidige bebouwingssituatie (boven), de geplande bebouwingssituatie (midden) en het verschil tussen deze situaties (onder).
O 16200-7-RA-002 11
f3.4 Mogelijke bezonningsduur van de openbare ruimte voor de datum 21 juni in de huidige bebouwingssituatie (boven), de geplande bebouwingssituatie (midden) en het verschil tussen deze situaties (onder).
O 16200-7-RA-002 12
4
Samenvatting en conclusies In opdracht van PATRIZIA is een bezonningsonderzoek uitgevoerd aan de schaduwwerking van het bouwplan Sapphire te Den Haag naar de omgeving. Het plan omvat verschillende bouwdelen tot 180 meter hoogte. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de mogelijke invloed van de geplande bebouwing op de bezonning van de bestaande omliggende woningen, in relatie tot de bestaande bezonningssituatie. Het onderzoek is conform de gemeentelijke bezonningsnorm uitgevoerd voor toetsingsdatum 19 februari. Daarnaast is het effect van de nieuwbouw op de bezonning van de openbare ruimte inzichtelijk gemaakt. Voor het onderzoek is onder andere gebruik gemaakt van een door de stedenbouwkundige aangeleverd 3D-computermodel van de nieuwbouw en de stedenbouwkundige omgeving. De toetsing vindt plaats op in het 3D-model aangebrachte meetpunten. Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: − De bestaande bezonningssituatie voldoet niet bij alle woningen aan de bezonningsnorm van 2 uur zon op toetsingsdatum 19 februari. Bij 11 van deze woningen is er een verdere afname van de bezonning op de toetsingsdatum vastgesteld. − Er zijn 6 woningen die in de huidige bebouwingssituatie wel 2 uur zon krijgen en door de schaduwwerking van de nieuwbouw niet meer aan deze eis voldoen.
− De afname van de bezonning van de woningen die niet voldoen blijft beperkt tot maximaal ca. een half uur, bij de meeste woningen minder. − De nieuwbouw heeft in de openbare ruimte met name een significant effect op de bezonningsduur van de Rijnstraat en de delen van de Koekamp die dicht bij de nieuwbouw zijn gelegen.
Mook,
Dit rapport bevat 13 pagina's en 2 bijlagen.
O 16200-7-RA-002 13
Bijlage 1 Resultaten bezonning woningen
O 16200-7-RA 1.1
Bijlage 1 Resultaten bezonning woningen
meetpunt voor achter 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 179 181 183 184 185 186 187 188 189 190 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 222 223 225 227 229 231 233
huidige bebouwingssituatie voor achter totaal 0:00 3:40 3:40 4:15 3:35 7:50 0:10 4:25 4:35 4:45 3:45 8:30 1:25 3:40 5:05 1:55 4:20 6:15 1:50 0:00 1:50 2:45 5:20 8:05 1:50 0:00 1:50 0:45 4:30 5:15 0:45 0:00 0:45 0:10 0:00 0:10 0:10 0:00 0:10 1:50 0:35 2:25 1:50 0:00 1:50 1:55 0:00 1:55 1:50 0:20 2:10 1:50 4:10 6:00 1:55 1:30 3:25 1:50 5:35 7:25 1:55 5:30 7:25 1:50 2:25 4:15 1:50 4:00 5:50 1:55 3:35 5:30 0:05 1:55 2:00 0:05 1:50 1:55 0:05 5:40 5:45 0:05 6:00 6:05 0:05 2:55 3:00 0:00 1:55 1:55 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 1:20 1:20 1:35 0:00 1:35 1:40 1:35 3:15 1:50 1:40 3:30 2:40 1:30 4:10 1:30 0:00 1:30 1:55 0:15 2:10 1:25 0:00 1:25 1:30 0:35 2:05 2:05 0:20 2:25 3:05 0:00 3:05 2:50 0:55 3:45 2:45 1:15 4:00 3:10 0:00 3:10 2:10 0:00 2:10 2:10 0:00 2:10 1:35 0:00 1:35 1:25 0:00 1:25 0:15 0:00 0:15 4:20 0:00 4:20 4:55 0:00 4:55 4:15 0:25 4:40 4:55 0:00 4:55 5:00 0:00 5:00 5:20 0:00 5:20 4:50 0:00 4:50 4:55 0:00 4:55 5:00 0:25 5:25 4:55 0:30 5:25 4:15 0:50 5:05 3:45 0:50 4:35 3:30 0:55 4:25 3:35 0:50 4:25 4:05 0:50 4:55 4:15 1:00 5:15 4:40 0:00 4:40 4:20 1:10 5:30 4:35 1:15 5:50 4:25 0:55 5:20 4:35 1:05 5:40 5:05 1:00 6:05 4:25 1:05 5:30 4:00 1:10 5:10 1:45 3:15 5:00 1:45 2:00 3:45 1:50 1:50 1:50 0:00 1:50 1:45 0:35 2:20 1:55 3:05 5:00 1:55 0:00 1:55 1:50 2:00 3:50 1:50 0:00 1:50 1:40 0:00 1:40 0:00 2:40 2:40 0:00 2:40 2:40 0:00 2:05 2:05 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 1:55
0:00 1:55 2:00 0:00 2:00 2:00 1:50 3:50 2:00 0:00 2:00 2:05 0:00 2:05 0:00 0:15 0:15 0:00 0:35 0:35 0:00 1:25 1:25 0:00 1:35 1:35 0:00 0:50 0:50 0:00 0:00 0:00 0:00 0:40 0:40 0:00 0:00 0:00 1:10 0:00 1:10 1:20 0:00 1:20 1:40 0:00 1:40 1:50 0:00 1:50 3:25 0:00 3:25 0:15 0:00 0:15 0:20 0:00 0:20 0:25 0:25 0:30 0:30 0:25 0:25 0:25 0:25 0:30 0:30 1:40 1:40
situatie met nieuwbouw voor achter totaal 0:00 3:30 3:30 4:15 3:20 7:35 0:00 4:05 4:05 4:45 3:30 8:15 1:25 3:40 5:05 1:55 4:20 6:15 1:50 0:00 1:50 2:45 5:20 8:05 1:50 0:00 1:50 0:40 4:30 5:10 0:40 0:00 0:40 0:10 0:00 0:10 0:10 0:00 0:10 1:20 0:35 1:55 1:15 0:00 1:15 1:25 0:00 1:25 1:15 0:20 1:35 1:20 4:10 5:30 1:25 1:30 2:55 1:30 5:35 7:05 1:30 5:30 7:00 1:40 2:25 4:05 1:40 4:00 5:40 1:45 3:35 5:20 0:05 1:45 1:50 0:05 1:50 1:55 0:05 5:40 5:45 0:05 5:55 6:00 0:05 2:35 2:40 0:00 1:35 1:35 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 1:20 1:20 1:35 0:00 1:35 1:40 1:10 2:50 1:50 1:20 3:10 2:40 1:05 3:45 1:30 0:00 1:30 1:55 0:15 2:10 1:25 0:00 1:25 1:30 0:35 2:05 2:05 0:20 2:25 3:05 0:00 3:05 2:50 0:40 3:30 2:45 0:50 3:35 3:10 0:00 3:10 2:10 0:00 2:10 2:10 0:00 2:10 1:35 0:00 1:35 1:25 0:00 1:25 0:15 0:00 0:15 4:20 0:00 4:20 4:55 0:00 4:55 4:15 0:25 4:40 4:55 0:00 4:55 5:00 0:00 5:00 5:20 0:00 5:20 4:50 0:00 4:50 4:55 0:00 4:55 5:00 0:25 5:25 4:55 0:30 5:25 4:15 0:50 5:05 3:45 0:50 4:35 3:30 0:55 4:25 3:35 0:50 4:25 4:05 0:50 4:55 4:15 0:55 5:10 4:40 0:00 4:40 4:20 1:00 5:20 4:35 1:05 5:40 4:25 0:50 5:15 4:35 1:00 5:35 5:05 1:00 6:05 4:25 1:05 5:30 4:00 1:05 5:05 1:45 3:15 5:00 1:45 2:00 3:45 1:40 1:40 1:40 0:00 1:40 1:35 0:35 2:10 1:40 3:05 4:45 1:40 0:00 1:40 1:35 2:00 3:35 1:35 0:00 1:35 1:25 0:00 1:25 0:00 2:40 2:40 0:00 2:40 2:40 0:00 2:05 2:05 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 1:40 0:00
1:40 1:40 0:00 1:40 1:40 1:50 3:30 1:40 0:00 1:40 1:45 0:00 1:45 0:00 0:15 0:15 0:00 0:35 0:35 0:00 1:25 1:25 0:00 1:35 1:35 0:00 0:50 0:50 0:00 0:00 0:00 0:00 0:40 0:40 0:00 0:00 0:00 1:10 0:00 1:10 1:20 0:00 1:20 1:40 0:00 1:40 1:50 0:00 1:50 3:00 0:00 3:00 0:10 0:00 0:10 0:20 0:00 0:20 0:25 0:25 0:30 0:30 0:25 0:25 0:25 0:25 0:30 0:30 1:40 1:40
afname bezonning voor achter totaal 0:00 0:10 0:10 0:00 0:15 0:15 0:10 0:20 0:30 0:00 0:15 0:15 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:05 0:00 0:05 0:05 0:00 0:05 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:30 0:00 0:30 0:35 0:00 0:35 0:30 0:00 0:30 0:35 0:00 0:35 0:30 0:00 0:30 0:30 0:00 0:30 0:20 0:00 0:20 0:25 0:00 0:25 0:10 0:00 0:10 0:10 0:00 0:10 0:10 0:00 0:10 0:00 0:10 0:10 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:05 0:05 0:00 0:20 0:20 0:00 0:20 0:20 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:25 0:25 0:00 0:20 0:20 0:00 0:25 0:25 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:15 0:15 0:00 0:25 0:25 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:05 0:05 0:00 0:00 0:00 0:00 0:10 0:10 0:00 0:10 0:10 0:00 0:05 0:05 0:00 0:05 0:05 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:05 0:05 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:10 0:10 0:10 0:00 0:10 0:10 0:00 0:10 0:15 0:00 0:15 0:15 0:00 0:15 0:15 0:00 0:15 0:15 0:00 0:15 0:15 0:00 0:15 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:15 0:00 0:15
0:20 0:00 0:20 0:20 0:00 0:20 0:20 0:00 0:20 0:20 0:00 0:20 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:25 0:00 0:25 0:05 0:00 0:05 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00 0:00
beoordeling voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet huidig voldoet niet; geen afname voldoet huidig voldoet niet; geen afname voldoet huidig voldoet niet; verdere afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname voldoet niet door nieuwbouw (<2 uur) huidig voldoet niet; verdere afname huidig voldoet niet; verdere afname voldoet niet door nieuwbouw (<2 uur) voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet niet door nieuwbouw (<2 uur) huidig voldoet niet; geen afname voldoet voldoet voldoet huidig voldoet niet; verdere afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname voldoet voldoet voldoet huidig voldoet niet; geen afname voldoet huidig voldoet niet; geen afname voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet huidig voldoet niet; verdere afname huidig voldoet niet; verdere afname voldoet voldoet huidig voldoet niet; verdere afname voldoet huidig voldoet niet; verdere afname huidig voldoet niet; verdere afname voldoet voldoet
voldoet huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; verdere afname voldoet niet door nieuwbouw (<2 uur) voldoet voldoet niet door nieuwbouw (<2 uur) voldoet niet door nieuwbouw (<2 uur) huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname voldoet huidig voldoet niet; verdere afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname huidig voldoet niet; geen afname
O 16200-7-RA 1.2
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.1
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.2
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.3
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.4
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.5
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.6
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.7
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.8
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.9
Bijlage 2 Schaduwval
O 16200-7-RA 2.10
BIJLAGE 3 BENOEMDE STANDPUNTEN T.B.V. IMPRESSIES
Zichtpunten
8
1 5
9
Binnenstad
3
12
CS Oost
6 Den Haag 7b
4
Centraal
11
7
Koningskade-Lange Voorhout
2.
A12 bij afslag 3
3.
Vanaf de hoek Plaats-Hofvijver
4.
Herengracht
5.
Bezuidenhoutseweg
6.
uitgang Kon.Julianaplein
7.
CS uitgang Rijnstraat
8.
Malieveld
9.
Koekamp
10. Zwarteweg-Turfmarkt
10
11. Muzenstraat
Nieuw Centrum
12. het Plein
2 Grote Marktstraat
1.
1. Koningskade - Lange voorhout
2. A12 bij afslag 3
3. Vanaf de hoek Plaats-Hofvijver
4. Herengracht
5. Bezuidenhoutseweg
6. Uitgang Koningin Julianaplein
7. CS Uitgang Rijnstraat
8. Malieveld
9. Koekamp
10. Zwarteweg-Turfmarkt
11. Muzenstraat
12. Het Plein
BIJLAGE 4 ECOLOGISCHE EFFECTRAPPORTAGE,
BUREAU STADSNATUUR, 7 OKTOBER 2019
BIJLAGE 5 FLORA- EN FAUNAONDERZOEK
Quickscan natuurwaarden Bellevue locatie te Den Haag
Inhoud 1 Algemeen...............................................................................................4 2 Wettelijk kader........................................................................................5 3 Werkwijze..............................................................................................7 4 Beschrijving actuele natuurwaarden plangebied Sapphire.............................8 5 Conclusie..............................................................................................10
1 Algemeen Achtergrond, aanleiding en doel van het onderzoek Het project Sapphire gaat over de herontwikkeling van locatie Bellevue in Den Haag. Het plangebied ligt tussen de Rijnstraat/Koningin Julianaplein, Bezuidenhoutseweg en de Oranjebuitensingel, naast de Hoftoren. De bestaande bebouwing wordt gesloopt met uitzondering van de monumentale gevel aan de Bezuidenhoutseweg. Uitvoering van de werkzaamheden zou een effect kunnen hebben op eventueel aanwezige beschermde planten en diersoorten. BBN adviseurs heeft ons daarom namens Patrizia Netherlands gevraagd het plangebied te onderzoeken op het voorkomen van beschermde planten- en/of diersoorten. Gebiedsbeschrijving Het in het kader van het onderzoek te inventariseren terrein bestaat uit bebouwing met daarachter een parkeerterrein.
Figuur 1: het plangebied Beoordelingskader Het terrein ligt niet in of nabij Natura 2000-gebied. Het gebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In het gebied kan wel de soortbescherming op grond van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Volgens de Wet natuurbescherming zijn alle van nature op het Europese grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Unie voorkomende soorten vogels als beschermde inheemse diersoorten aangemerkt. Daarnaast is deze bescherming van toepassing op een beperkt aantal zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen, insecten, weekdieren en planten. De wet regelt de voorwaarden waaronder beschermde soorten eventueel verstoord, verjaagd of zelfs gedood mogen worden.
Quickscan project Sapphire
-4-
Crex ecologisch advies, 18 juni 2019
2 Wettelijk kader Beschermingsregimes van de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend.
Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. De zorgplicht Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het handelen. Bij de uitvoering van die handeling moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperkt of ongedaan worden gemaakt. Vrijstelling of gedragscode Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling.
Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. Er zijn verscheidene gedragscodes goedgekeurd. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals Quickscan project Sapphire -5Crex ecologisch advies, 18 juni 2019
door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening.
Quickscan project Sapphire
-6-
Crex ecologisch advies, 18 juni 2019
Drie categorieën beschermde soorten: 1 Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2 Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3 Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese Unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten, niet vogels zijnde, bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De andere, ‘nationale’ soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10.
Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten is het beschermings-regime van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Rode-lijstsoorten Naast de status als beschermde soort op grond van de Wet natuurbescherming kunnen soorten ook op een Rode lijst staan omdat ze (zeer) zeldzaam of (ernstig) bedreigd zijn. De Rode lijst wordt door het Ministerie vastgesteld. Uit een oogpunt van zorgvuldig en duurzaam beheer is het gewenst ook de Rode lijstsoorten waar mogelijk te ontzien en hiervoor mitigerende maatregelen te treffen. In het advies zal daar op ingegaan worden.
Quickscan project Sapphire
-7-
CREX ecologisch advies, 18 juni 2019
3 Werkwijze We hebben een quickscan uitgevoerd, hierbij wordt het gebied tenminste een maal bezocht en onderzocht op de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten. Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden op 24 mei 2019. Bij het veldbezoek wordt gelet op aanwezigheid van beschermde soorten. Omdat het plangebied in dit geval bestond uit gebouwen en verhard terrein is vooral aandacht besteed aan aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogels en sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen.
Pand aan de Oranjebuitensingel
Quickscan project Sapphire
-8-
Crex ecologisch advies, 18 juni 2019
4 Beschrijving actuele natuurwaarden plangebied Sapphire Flora Veldwaarnemingen Op het terrein zijn o.a. waargenomen: eik, muurpeper, steenbreek en straatgras. Er zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Potenties voor beschermde soorten Over het algemeen geldt, dat beschermde plantensoorten groeien onder bijzondere omstandigheden. Daardoor zijn ze zeldzaam geworden en daarom zijn ze beschermd. Het plangebied bestaat uit geheel verhard en/of bebouwd terrein. Het voorkomen of de vestiging van beschermde planten, waar een ontheffing voor aangevraagd zou moeten worden, is bij gelijkblijvende omstandigheden in dit gebied niet te verwachten. Conclusie Er hoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Zoogdieren Veldonderzoek Er zijn geen zoogdieren waargenomen. De gebouwen in het plangebied zijn onderzocht op sporen van bewoning door vleermuizen en andere zoogdieren. Bijna alle gebouwen bevatten wel spouwgaten of andere openingen waar vleermuizen gebruik van kunnen maken als verblijfplaats. Potenties voor beschermde soorten Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet worden uitgesloten. Er is nader onderzoek nodig om na te gaan of en in welke mate vleermuizen gebruik maken van de aanwezige bebouwing. Daar het om grote gebouwen gaat zou er ook sprake kunnen zijn van massawinterverblijfplaatsen.
Conclusie Er dient nader onderzoek te worden uitgevoerd. Vogels Overvliegend of nabij het plangebied zijn waargenomen: kauw, zwarte kraai, torenvalk, huismus, gierzwaluw, zwarte roodstaart, merel en zilvermeeuw. Er zijn geen broedende vogels in het plangebied waargenomen. Er is specifiek gelet op aanwezigheid van gierzwaluw en huismus in het plangebied. Deze zijn niet in het plangebied waargenomen. Er zijn geen geschikte nestplekken waargenomen voor deze soorten. De gebouwen in het plangebied waren voorzien van plat dak of leisteen en ongeschikt om te nestelen voor deze soorten vanwege het ontbreken van openingen. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Conclusie Quickscan project Sapphire
-9-
CREX ecologisch advies, 18 juni 2019
Aanwezigheid van huismus en gierzwaluw kan uitgesloten worden vanwege ongeschiktheid van de daken van de gebouwen. Er hoeft geen nader onderzoek naar aanwezigheid van deze soorten plaats te vinden. Er zijn ook geen andere broedende vogels aangetroffen. Desalniettemin adviseren wij om werkzaamheden uit te voeren buiten de broedtijd (verschilt per soort maar grofweg van circa 1 maart tot 1 augustus) omdat een broedgeval in de toekomst niet kan worden uitgesloten. Voordat de werkzaamheden starten zou het terrein dan nog een keer onderzocht moeten worden op aanwezigheid van broedende vogels. Broedende vogels mogen namelijk niet worden verstoord en hier wordt ook geen ontheffing voor afgegeven. Insecten en andere ongewervelden Veldwaarnemingen In het gebied is alleen een akkerhommel waargenomen. Potenties voor beschermde soorten Er zijn geen potenties aanwezig voor beschermde insectensoorten. Beschermde insecten zijn van zeer specifieke biotopen afhankelijk die hier niet aanwezig zijn. Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten ongewervelde dieren aangetroffen. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Vissen, reptielen en amfibieën Veldonderzoek Er is geen onderzoek naar vissen, reptielen of amfibien verricht vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied. Het terrein was volledig verhard of bebouwd. Conclusie Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
Quickscan project Sapphire
-10-
CREX ecologisch advies, 18 juni 2019
5 Conclusie Aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw kan worden uitgesloten. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet worden uitgesloten. Er is nader onderzoek nodig om na te gaan of en in welke mate vleermuizen gebruik maken van de aanwezige bebouwing. Daar het om grote gebouwen gaat zou er ook sprake kunnen zijn van massawinterverblijfplaatsen.
Quickscan project Sapphire
-11-
CREX ecologisch advies, 18 juni 2019
BIJLAGE 6 COMMUNICATIEPLAN & VERSLAG
Grote Markt 22 2511 BG Den Haag T. +31 70 381 68 10 E. info@lindblom.nl I. www.lindblom.nl
Rapportage Participatie PUK-fase Bellevue-locatie In de maand september 2020 vond de participatie plaats over de PUK-fase van de plannen voor herontwikkeling van de Bellevue-locatie. Vanwege de beperkingen door het coronavirus is gekozen voor een online participatieproces. Dit bestond uit drie online bijeenkomsten (webinars), een online enquête, de website www.bellevue-denhaag.nl als platform voor informatie over het project, aanmelden, kijken en terugkijken van de bijeenkomsten en voor het stellen van vragen. Ook werd een introductievideo gemaakt en werd publiciteit gegenereerd. De gemeente Den Haag plaatste ook een projectpagina over Bellevue op denhaag.nl.
Bijeenkomst 1 september: het plan toegelicht Op dinsdag 1 september was de eerste van de drie informatiebijeenkomsten voor iedereen die in de omgeving woont, werkt of een belang heeft. Voor deze eerste bijeenkomst zijn in de omgeving van de Bellevue-locatie ruim 2.500 huis-aan-huis uitnodigingen verspreid en werden ongeveer 150 uitnodigingen verstuurd naar ondernemers, wijkverenigingen en directe buren. Bij de start van de bijeenkomst hadden zich 160 deelnemers geregistreerd. Tijdens de bijeenkomst bleef het aantal actieve deelnemers constant tussen 120 en 130. Tijdens deze avond is door Richard Koek (stedenbouwkundige Rijnboutt B.V.) namens de initiatiefnemers meer verteld over de toekomstplannen voor de Bellevue-locatie. En namens de gemeente Den Haag heeft Steven Hokken, gebiedscoördinator CS, gemeente Den Haag DSO, toegelicht hoe deze nieuwbouwplannen bijdragen aan de ambities van de stad en hoe die passen in de gebiedsagenda ‘Policy Campus Centraal’.
De volledige online bijeenkomst is hier terug te zien: https://channel.royalcast.com/bellevuelocatiedenhaag/#!/bellevuelocatiedenhaag/20200901_1 Video Bij de inleiding van de bijeenkomst werd een korte video getoond waarin drie partijen (Eugene Saurèn, senior stedenbouwkundige gemeente Den Haag, Dré Boidin, Directeur Onderhoud en Vastgoed Staedion en Peter Helfrich, Senior Managing Director PATRIZIA) meer ingingen op de plannen. Deze video is hier terug te zien: https://www.youtube.com/watch?time_continue=1&v=YWJN0lb1z5k&feature=emb_title
Bijeenkomst 10 september: hoogbouw, mobiliteit en duurzaamheid Voor deze tweede bijeenkomst zijn bewoners en belanghebbenden uitgenodigd die aan de 1e bijeenkomst hebben deelgenomen. Daarnaast zijn ongeveer 150 uitnodigingen verstuurd naar ondernemers, wijkverenigingen en de VvE Oranjehout. Aan de bijeenkomst hebben 84 deelnemers meegedaan. Na afloop is het webinar nog ruim 160 keer teruggekeken. De volledige online bijeenkomst is hier terug te zien: https://channel.royalcast.com/bellevuelocatiedenhaag/#!/bellevuelocatiedenhaag/20200910_1 Deze avond is met bewoners en belanghebbenden verder gepraat over de ontwikkelingen op de Bellevuelocatie. Met in de studio aanwezig Richard Koek (stedenbouwkundige Rijnboutt architecten) namens de eigenaren van de kantoorgebouwen. Hij gaf een korte terugblik op de eerste informatiebijeenkomst van 1
Grote Markt 22 2511 BG Den Haag T. +31 70 381 68 10 E. info@lindblom.nl I. www.lindblom.nl
september en op door deelnemers gestelde vragen. Daarna zijn drie experts dieper ingegaan op thema’s als hoogbouw, mobiliteit en duurzaamheid. Twee experts waren fysiek aanwezig in de studio: Daan Zandbelt, stedenbouwkundige/partner De Zwarte Hond (en tevens betrokken bij de structuurvisie van het Centrale Innovation District) en Danny van Beusekom (adviseur mobiliteit Goudappel Coffeng). En via Skype was aanwezig Annemarie van Doorn, directeur van Dutch Green Building Council.
Bijeenkomst 21 september: Wat hebben we tot nu toe opgehaald? Tijdens deze afsluitende avond waren twee sprekers in de studio aanwezig: Richard Koek (stedenbouwkundige Rijnboutt architecten) namens de initiatiefnemers en Steven Hokken (gebiedscoördinator Den Haag CS, Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling). Beide sprekers blikten terug op de vorige bijeenkomsten en vooral op de vragen die door deelnemers zijn gesteld. In totaal zijn via de bijeenkomsten en via de website ongeveer 150 vragen binnengekomen. Deze zijn allemaal beantwoord door de initiatiefnemers en de gemeente en toegezonden aan de deelnemers. Ook werden de resultaten van de enquête gedeeld. Voor deze derde en afsluitende bijeenkomst zijn bewoners en belanghebbenden uitgenodigd die aan de 1e en/of 2e bijeenkomst hebben deelgenomen. Daarnaast zijn ongeveer 150 uitnodigingen verstuurd naar ondernemers, wijkverenigingen en de VvE Oranjehout. Voor de bijeenkomst hadden zich 140 deelnemers geregistreerd. Aan de bijeenkomst hebben 70 deelnemers meegedaan. De volledige online bijeenkomst is hier terug te zien: https://channel.royalcast.com/bellevuelocatiedenhaag/#!/bellevuelocatiedenhaag/20200921_1
Online enquête Tussen 1 en 21 september 2020 is een online enquête gehouden in het kader van de participatie over de plannen voor de Bellevue-locatie in Den Haag. De samengevatte resultaten zijn tijdens de bijeenkomst van 21 september met de deelnemers gedeeld. De presentatie wordt ook op de website geplaatst. De enquête is 180 keer ingevuld. De respondenten blijken in grote meerderheid in de buurt van Den Haag CS te wonen (50%), werken (19%) of een bedrijf te hebben (3%). Verder woont 17% niet in de directe buurt, maar wel in Den Haag. Van de 11% ‘overig’ woont èn werkt een deel in de omgeving van Den Haag CS. De enquête was ook in het Engels beschikbaar en is 8 keer ingevuld. Op verzoek is de enquête ook op papier toegezonden.
Relevante data website en webinars De website www.bellevue-denhaag.nl is in de lucht vanaf de verspreiding van de huis-aan-huis-uitnodiging op 17 augustus 2020. Tot dit moment (24 september) trok de website 1946 unieke bezoekers.
Grote Markt 22 2511 BG Den Haag T. +31 70 381 68 10 E. info@lindblom.nl I. www.lindblom.nl
De online bijeenkomsten waren te bekijken via de website en kunnen hier ook worden teruggekeken. Het totaal aantal kijkers (inclusief terugkijken) per bijeenkomst: •
Kijkers bijeenkomst 1: 247
•
Kijkers bijeenkomst 2: 133
•
Kijkers bijeenkomst 3: 92
Publiciteit Voor de aankondiging van de plannen voor de herontwikkeling van de Bellevue-locatie is gekozen voor een gerichte publiciteitsaanpak. Direct na de eerste online bijeenkomst werd een persbericht verspreid naar Haagse media en vastgoed- en economiereacties. Ook werden enkele sleutelmedia apart geïnformeerd (AD Haagsche Courant, Omroep West, Den Haag Centraal). Dit resulteerde in grotendeels positieve berichten in de genoemde media en een flink aantal andere media. Het bericht op de website en app van Omroep West bereikte in één dag 7.300 unieke views. AD Haagsche Courant wijdde een volle pagina aan het project. Ook Den Haag Centraal en Indebuurt wijdden grote artikelen aan de plannen. Verder was er vrij veel aandacht voor het project op de hoogbouwfora/websites Skyscrapercity en Haagse Hoogbouw.