CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308041 Bijlage 1

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsmededeling: Ontwerp-uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (RIS308041)21.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarvoor is eerst een gedetailleerd inrichtingsplan nodig. Afvalwater en riolering Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is "De Leidraad Riolering" en de "Beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlakken". Hierbij is het gebruik van voor het oppervlaktewater schadelijke stoffen zoals koper, zink en bitumineuze dakbedekking niet toegestaan. In het projectgebied is een gescheiden stelsel waarbij het hemelwaterafvoersysteem (HWA) afwatert op het lokale watersysteem en het droogweerafvoersysteem (DWA) aangesloten wordt op het rioleringsstelsel. In het projectgebied zijn maximaal 385 woningen voorzien. Uitgaande van 2,5 inwoners (algemeen gehanteerd uitgangspunt) per woning is de afvalwaterproductie ongeveer 10 m3/uur. Klimaatadaptatie In dit project wordt concreet ingezet op klimaatadaptatie door voldoende waterberging aan te leggen. Hiermee wordt voldaan aan de huidige regelgeving. De ruime hoeveelheid water en groen in het projectgebied zal tevens voor verkoeling zorgen in periodes van hitte en doordat er veel ingezet wordt op infiltratie van hemelwater (wadi's) zal droogte ook worden gemitigeerd. Aanvullend daarop, om tot een robuust watersysteem te komen, worden de vloerpeilen minimaal 10 cm boven het niveau van de wegen en wordt het groen verdiept ten opzichte van de wegen

45

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

aangelegd. Door het groen lager aan te leggen kan bij extreme buien in de openbare ruimte voldoende water worden geborgen zonder dat problemen bij de woningen ontstaan. Bovendien is momenteel in de berekening rekening gehouden met een maximale peilstijging van 25 cm in Wippolder. In de praktijk is een peilstijging van tenminste 40 cm mogelijk zonder dat wateroverlast optreedt. Hierdoor zijn de berekeningen veilig van opzet en is er in de praktijk een aanzienlijke potentiele extra waterberging beschikbaar van 15 cm voor het gehele wateroppervlak in de Wippolder. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen knelpunten ontstaan wat betreft de waterhuishouding door de voorgenomen ontwikkeling. Er zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten aanzien van het aspect water. 4.13.2 Vergunningverlening Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. De watervergunning dekt alle activiteiten in het watersysteem. Een vergunning is nodig als activiteiten worden ondernemen in, op, boven, over of onder een oppervlaktewaterlichaam (watergang, vijver, rivier, kanaal, meer of zee) of waterkering, of als grondwater wordt onttrokken of water geïnfiltreerd wordt in de bodem. De watertoets en de vergunningverlening blijven wel twee afzonderlijk procedures.

Dit betekent dat het Hoogheemraadschap bij het verlenen van een vergunning altijd aanvullende voorwaarden kan stellen.

4.14

Licht

Er zijn drie effectten van kunstmatige verlichting:   

hinder voor de mens hinder voor of verstoring van de natuur horizonvervuiling.

Hoewel er geen wettelijke normen zijn kunnen de "Algemene Richtlijnen betreffende lichthinder" van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde als uitgangspunt worden gehanteerd. In lijn hiermee is in 2019 door Oostendorp Nederland BV onderzoek gedaan naar verlichting van de nabijgelegen voetbalvereniging. De conclusie luidt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen ten aanzien van het aspect licht.

46

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

Hoofdstuk 5

Economische uitvoerbaarheid

Op 22 december 1995 hebben de gemeente Den Haag en Bouwfonds Woningbouw BV het Samenwerkingsconvenant Wateringse Veld afgesloten. Hierin wordt de oprichting van een gemeenschappelijke grondexploitatiemaatschappij geregeld, evenals zaken als de ontwikkeling van het plangebied en financiering. In aanvulling op de Samenwerkingsovereenkomst is in december 2015 een allonge op deze overeenkomst afgesloten, waarin specifieke afspraken voor de in dit uitwerkingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn gemaakt. De allonge op de Samenwerkingsovereenkomst geldt als anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 van de Wet ruimtelijk ordening. Met de allonge op de Samenwerkingsovereenkomst gemaakte afspraken is kostenverhaal anderzins verzekerd: er hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld voor de gebieden waarop het Samenwerkingsconvenant van toepassing is. Dat geldt ook voor onderhavig plangebied.

47

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

48

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische paragraaf

Algemeen

6.1.1 Het digitale bestemmingsplan/uitwerkingsplan Een belangrijk onderdeel van Wet ruimtelijke ordening (Wro) vormt de digitaliseringsverplichting. De Wro bepaalt dat een ruimtelijk plan, waaronder ook een uitwerkingsplan, digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar moet zijn. Dit heeft onder meer geleid tot de introductie van twee nieuwe begrippen: 'analoge verbeelding' en 'digitale verbeelding'. Het uitwerkingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (plankaart), regels en een toelichting. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de kaart en de regels. De analoge plankaart is, gelet op de aard en omvang van het plangebied, afgedrukt op een topografische ondergrond met een schaal van 1:1000. De 'digitale verbeelding' is een interactieve raadpleegomgeving via het internet (www.ruimtelijkeplannen.nl) die de gehele inhoud van het uitwerkingsplan ontsluit overeenkomstig de SVBP2012: Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 ' van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Door een muisklik op een bepaalde plek verschijnen de bijbehorende regels voor die plek in beeld. Onder de term digitale verbeelding wordt dan ook niet alleen het ruimtelijk beeld, maar ook de daarbij behorende juridische informatie (regels) verstaan.

Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Onder analoge verbeelding wordt verstaan: alle te verbeelden informatie van een ruimtelijk plan op papier. De term analoge verbeelding is dus een synoniem voor de tot nu toe altijd gebruikte term plankaart. Op de bij het onderhavige uitwerkingsplan behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke en op grond van het Besluit ruimtelijke ordening vereiste gegevens ingetekend. Er is daarbij onderscheid gemaakt in bestemmingen en aanduidingen op de verbeelding. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. Elk stuk grond van het plangebied heeft een bestemming. Deze wordt zichtbaar gemaakt door middel van een kleur, op de digitale verbeelding wordt de informatie in een aparte deel van het scherm zichtbaar, op de analoge verbeelding al dan niet in combinatie met een letter, ter aanduiding van de bestemming. Op deze wijze is het mogelijk om te zien welke bestemmingen zijn gegeven aan de gronden en opstallen binnen het plangebied. Elke op de verbeelding aangegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsartikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de plankaart.

Aanduidingen geven dientengevolge, in samenhang met de regels, duidelijkheid over wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan. Op de digitale en analoge verbeelding van de plankaart zijn bouwhoogten aangegeven. Gekoppeld aan bouwvlakken is een maatvoering voor hoogte, afgerond in meters en conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, opgenomen. De waarde op de plankaart geeft de maximaal toegelaten hoogte van een gebouw aan. Daarnaast wordt ook in de bouwregels van het uitwerkingsplan één en ander bepaald over bouwhoogten. Voorts wordt de opzet van het uitwerkingsplan ingegeven door de regels van de uit te werken bestemming 'Woongebied - Uit te werken' in het moederplan en relevante omgevingsfactoren.

6.2

Toelichting op de regels

De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De inleidende regels (artikel 1 en 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 1. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3 tot en met 10) bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. 2. Algemene regels. De algemene regels (artikel 11 tot en met 14) bevatten voor alle bestemmingen geldende regels: de anti-dubbeltelbepaling, algemene aanduidingsregels en overige regels.

49

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

3. Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in artikel 15, de slotregel in artikel 16. 6.2.1 Inleidende regels In artikel 1 worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten: geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning; geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In artikel 2 is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels.    

6.2.2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De bestemming Groen is toegekend aan de groenzone tussen het noordelijk bouwblok met de bestemming Wonen - 1 (deelplan Leyhof) en de zuidelijke bouwblokken en de bestemming Woongebied. Daarnaast is deze bestemming toegekend aan de gronden langs de Noordweg. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen, fiets-, wandel- en ruiterpaden toegestaan. Daarnaast zijn ter plaatse van de aanduiding ''recreatie" tevens recreatieve voorzieningen toegestaan. Te denken valt aan een buurtkas of barbequeplaats. Ten behoeve van deze recreatieve voorzieningen is maximaal één gebouw toegestaan. Daarnaast zijn gebouwen toegestaan die op grond van de algemene bouwregels van het moederplan Wateringse Veld Noord (artikel 34) kunnen worden gebouwd. Speelvoorzieningen zijn (net als in de andere bestemmingen) toegestaan op basis van de algemene regels van het moederplan. Artikel 4 Wonen - 1, Artikel 5 Wonen - 2 en Artikel 6 Wonen - 3 Binnen het uitwerkingsplan zijn drie bestemmingsvlakken opgenomen, waarbinnen gestapelde bebouwing mogelijk is: Wonen - 1, Wonen - 2 en Wonen - 3. De bestemmingsregels komen in grote mate overeen. Per blok verschillen wel het minimaal en maximaal aantal toegestane woningen. Ook verschilt het maximale bebouwingspercentrage binnen de bestemmingen Wonen-2 en Wonen-3.

In afwijking van de twee andere woonbestemmingen zijn binnen de bestemming Wonen-1 balkons buiten het bouwvlak toegestaan. Voor alle bestemmingsvlakken geldt een maximale bouwhoogte van 25 meter. Voor Wonen-2 geldt tenslotte nog een minimale afstand tussen hoofdgebouwen aan weerszijden van de in de bestemming “Woongebied” noord-zuid gelegen langzaam verkeersverbinding. Het gaat hier om een groenstrook met voetgangers- en fietsverbindingen die ter plaatse van de aanduiding “langzaam verkeer” zal worden aangelegd. Deze afstand mag niet minder zijn dan 25 meter. Daarmee kan 'geschoven' worden met de woningen in de bestemmingen Wonen-2 en Woongebied. Artikel 7 Woongebied Het gebied tussen de bestemmingsvlakken waarbinnen gestapelde bebouwing mogelijk is (Wonen - 2 en Wonen - 3) is bestemd als Woongebied. Binnen dit bestemmingsvlak mogen minimaal 100 en maximaal 135 grondgebonden woningen worden gebouwd met een maximale goothoogte van 10 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter. Deze woningen dienen ten minste één dakschild te hebben met een minimale hellingshoek van 15 en een maximale hellingshoek van 30 graden. Daarnaast is in dit artikel een aantal afstanden opgenomen die hoofdgebouwen aan dienen te houden tot de bestemmingsgrens, erfgrens of tussen hoofdgebouwen.

Tevens zijn binnen deze bestemming ook wegen, fiets en voetpaden, verblijfsgebieden, tuinen, erven en parkeervoorzieningen toegestaan.

50

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

In artikel 8 is eveneens een regeling opgenomen voor het bouwen van bergingen, waaronder ook tuinkasten worden begrepen, aan- en bijgebouwen in het achtererfgebied en erkers aan de zijgevel van woningen. Waarde - Archeologie - 1 en Waarde - Archeologie - 2 Binnen het plangebied zijn verschillende zones met een verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden. De twee bestemmingen verschillen qua oppervlakte waarboven en diepte waaronder een omgevingsvergunning vereist is. 6.2.3 Algemene Regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 12 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is opgenomen dat het totaal aantal woningen in het gehele plangebied niet meer mag bedragen dan 385 woningen. Hiervan zijn reeds 108 woningen vergund in deelplan Leyhof. Binnen de bestemmingen Wonen-2, Wonen-3 en Woongebied is flexibiliteit opgenomen ten aanzien van het aantal woningen. Deze aantallen werken als communicerende vaten: bijvoorbeeld wat meer appartementen en wat minder grondgebonden woningen. Door de bepaling in artikel 13, onder a, kan het totaal aantal woningen in het gehele plangebied echter nooit meer dan 385 bedragen.

Daarnaast is in de algemene bouwregels een aantal regels opgenomen om te borgen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in verband met de omliggende sportvoorzieningen. Elke woning dient minimaal één relatief stille buitenruimte te hebben, de gevel dient voldoende geluidwerend te zijn en er dient voldaan te worden aan het Haags ontheffingenbeleid. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aan deze regels getoetst. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels zijn regels voor het ecolint opgenomen. Dit ecolint is op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'overige zone - ecolint'. Dit ecolint is mede bestemd voor de aanleg en het instandhouden van de ecologische verbindingszone, groen, water, langzaam verkeersverbindingen, recreatie en speelvoorzieningen. De minimale breedte van het ecolint dient 50 meter te zijn. Het bouwen van aan- en uitbouwen binnen deze zone is niet toegestaan. Met een binnenplanse afwijking kan zowel van de minimale breedte als het verbod op het bouwen van aan- en bijgebouwen worden afgeweken. Artikel 14 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen.

De eerste betreft een voorwaardelijk verplichting waarmee het gebruik van de gronden met de bestemming Wonen 2, Wonen 3 en Woongebied alleen is toegestaan als de woning minimaal een relatief stille buitenruimte heeft. Hiermee wordt geborgd dat bewoners ook in de buitenruimte beschikken over een akoestisch aanvaardbare verblijfsplek. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor woningen die binnen een afstand van 30 meter vanaf de perceelsgrens van het aannemersbedrijf aan de Leyweg 1485 worden gerealiseerd. Hiermee wordt geborgd dat voldaan wordt aan de normen uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidniveau en deze woningen dus geen te hoge belasting op de gevel zullen krijgen. In de voorwaardelijke verplichting is uitgegaan van een aantal tekeningen die ook zijn opgenomen in het akoestisch model. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om een andere geluidwerende voorziening te realiseren, mits ook daarmee wordt voldaan aan de waarden uit het Activiteitenbesluit. De Ontwikkelcombinatie Wateringse Veld en het aannemersbedrijf aan Leyweg 1485 borgen privaatrechtelijk dat deze geluidwerende voorziening wordt gerealiseerd voordat de betreffende woningen in gebruik worden genomen. Artikel 15 Overige regels

51

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

In de overige regels is bepaald dat, tenzij anders bepaald, de regels van het moederplan Wateringse Veld Noord onverminderd van toepassing zijn. Dit geldt onder meer voor de algemene bouw- en gebruiksregels uit het moederplan. Daarnaast is opgenomen dat de afwijkingsmogelijkheden in artikel 37 van het moederplan uitsluitend mag worden gebruikt, indien dit niet leidt tot het bouwen van een extra bouwlaag. 6.2.4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van rechtskracht verkrijgen van dit uitwerkingsplan afwijkt van dit plan. Artikel 16 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het uitwerkingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels uitwerkingsplan Erasmusveld Midden'.

52

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en inspraak

Artikel 3.1.1 Bro-overleg

Het concept van het ontwerp-uitwerkingsplan Erasmusveld Midden is op 23 mei 2018 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat Zuid-Holland 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. GGD Haaglanden 6. Burgemeester en wethouders van Rijswijk 7. Burgemeester en wethouders van Westland 8. Politie Eenheid Den Haag 9. Veiligheidsregio Haaglanden 10. HTM Personenvervoer NV 11. Veolia Transport Haaglanden 12. Stedin B.V. 13. TenneT Regio West 14. N.V. Nederlandse Gasunie 15. Bewonersplatform Wateringse Veld 16. ABB Ontwikkeling 17. OCWV 18. BPD Ontwikkeling BV 19. HockeyClub Wateringse Veld 20. Voetbalvereniging SVH 21. Volkstuinvereniging Nooit Gedacht 22. Wijkplatform Morgenstond 23. Evides Waterbedrijf Van de onder 3 opgenomen overlegpartners is onderstaande reacties ontvangen. Door de onder 10 en 14 aangegeven instanties is aangegeven dat het concept-ontwerpuitwerkingsplan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen respectievelijk dat de leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Van de onder 17 en 18 genoemde overlegpartners is een ambtelijke reactie ontvangen waarover inmiddels overleg heeft plaatsgevonden. De uitkomsten van de overleggen zijn verwerkt in het (ontwerp)uitwerkingsplan.

Het advies van de Veiligheidsregio Haaglanden is verwerkt in paragraaf 4.3.4. Van de overige instanties is geen reactie ontvangen. Hoogheemraadschap van Delfland “In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het voorontwerp van het uitwerkingsplan Erasmusveld Midden in Den Haag toegezonden. U verzoekt Delfland een reactie kenbaar te maken op het voorontwerp van het uitwerkingsplan. Advies Wij geven u graag advies ten aanzien van de wateraspecten in het plan. Specifiek hebben wij opmerkingen over de thema's "Algemeen", "Waterveiligheid", "Waterkwantiteit", "Waterkwaliteit" en "Klimaatadaptatie". Algemeen Er wordt in de toelichting verwezen naar bijlage 34, het waterhuishoudingsplan. Wij zijn daarover in overleg met Witteveen+Bos. Er zijn nog openstaande punten, zoals ook in de toelichting van het uitwerkingsplan wordt aangegeven. Wij vragen u in de volgende fase de versie, die gebruikt is, te benoemen, dan wel de betreffende bijlage toe te voegen. Hieronder worden de openstaande punten op hoofdlijnen beschreven. Waterveiligheid 

De laatste stand van zaken is, dat de waterkering iets naar het zuiden wordt geschoven, zodat de bebouwing, de kabels en leidingen en de eventuele diepwortelende beplanting buiten c.q. boven het waterstaatswerk liggen.

53

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

De afmetingen van de (verheelde) waterkering graag onderbouwen.

Waterkwantiteit 

De ambitie om een duurzame en klimaatadaptieve wijk te realiseren, strookt nog niet met de huidige stand van zaken van het plan, waarin nog niet aan stand-still voldaan wordt. Er is meer waterberging nodig. De te kiezen oplossing (extra bergingscapaciteit, extra oppervlaktewater of nog anders) dient technisch uitgewerkt te worden om te kunnen toetsten. Daarnaast dienen de instandhouding en het beheer en onderhoud te worden geborgd. Ondanks het nog op te lossen tekort aan waterberging is de inrichting vernieuwend en wordt gewaardeerd, namelijk oppervlakkige afstroming van hemelwater van gebouwen en wegen naar naastgelegen groen en wadi's, waar het regenwater kan infiltreren, een ecolint en veel natuurvriendelijke oevers. Wij verzoeken u te borgen, dat de inrichting ook in de toekomst aanwezig blijft en wordt beheerd en onderhouden In tabel 4.1 worden m2 en m3 waterberging door elkaar gebruikt. Wij vragen u beide maten te scheiden en de relatie inzichtelijk te maken.

Waterkwaliteit 

De waterkwaliteit vereist zorg. De bodem en het water zijn voedselrijk, waarmee de kans op algenbloei en zuurstofarm water bestaat. Een beproefd middel om de waterkwaliteit in warme perioden te verbeteren, is doorspoelen van het watersysteem. Doodlopende watergangen dienen voorkomen te worden. In eerdere afspraken is vastgelegd, dat minimaal 70% van de oevers natuurvriendelijk wordt aangelegd. Wij verzoeken u aan te tonen, dat hieraan wordt voldaan.

Klimaatadaptatie 

Klimaatbestendigheid ten aanzien van water gaat over de effecten van langdurige c.q. hevige regenbuien, die gedurende de levensduur van het plan kunnen vallen. Wij adviseren u aan de hand van een aan de levensduur van het plangebied gerelateerd klimaatscenario te beschrijven, hoeveel water er verwacht wordt, hoe het zich over het plangebied verdeelt en hoe schade en overlast worden voorkomen dan wel beperkt. Naast maatregelen voor waterberging kan ook benoemd worden, dat er in het plan groene daken worden aangelegd, het hemelwater oppervlakkig naar de groengebieden en wadi's wordt geleid en er in de wijk relatief minder verharding en meer groen aangelegd wordt. Deze maatregelen dragen ook bij aan de klimaatbestendigheid van de wijk.

Naast advisering in het kader van de watertoets over dit uitwerkingsplan, kan het zo zijn, dat een watervergunning of melding nodig is. Voor meer informatie over deze watervergunning of melding verwijzen wij u naar www.hhdelfland.nl/waterverqunning. Reactie Na het Bro-overleg heeft nog verder overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Delfland over het waterhuishoudingsplan. Het aangepaste waterhuishoudingsplan is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Waterveiligheid In het plangebied Erasmusveld Midden is een polderkade aanwezig tussen de Wippolder en de Eshofpolder. De polderkade wordt in het plan verplaatst in noordelijke richting in de Eshofpolder. De kernzone van de polderkade (zowel in de huidige als toekomstige situatie) is totaal circa 12,5 meter breed en aan weerszijde van de kernzone ligt een 15 m brede beschermingszone. De kruin van de kade dient van erosiebestendige klei gemaakt te zijn. De kruinhoogte is minimaal NAP -0,2 meter, maar door te verwachten bodemdaling zal de kruinhoogte bij oplevering minimaal NAP +0,10 meter moeten zijn. Dit is ook toegevoegd in de waterparagraaf (paragraaf 4.13) Waterkwantiteit Na het Bro-overleg zijn het stedenbouwkundig plan, alsmede de ingrepen in de waterberging aangepast. Dit heeft een positief effect op de totale waterberging. De waterbalans is nu licht positief.

Deze waterbalans is afgestemd met het Hoogheemraadschap van Delfland. Ook is gesproken over

54

uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)

de wijze van borging van onder meer de aan te leggen wadi's. Om voldoende flexibiliteit te behouden bij de verdere planontwikkeling en uitvoering is het niet wenselijk om deze wadi's als zodanig vast te leggen op de verbeelding. Wel worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt over de aanleg en instandhouding van maatregelen ten behoeve van waterberging. Zie verder paragraaf 4.13. Voor wat betreft de opmerking dat m² en m³ door elkaar worden gebruikt: In de tabel in paragraaf 4.13 zijn m² en m³ nu in verschillende kolommen opgenomen en is in de voetnoten inzichtelijk gemaakt hoe m² en m³ zich in de verschillende polders tot elkaar verhouden. Waterkwaliteit In het plangebied zijn drie doodlopende watergangen waarbij de doorstroming een probleem kan zijn. Bekeken wordt om de doodlopende watergangen in de zuidwesthoek met elkaar te verbinden met een duiker. Daarnaast is de uitstroomvoorziening van de HWA voorzien bij de uiteinden van de doodlopende watergangen om de doorstroming te bevorderen. De locatie van de natuurvriendelijke oevers is opgenomen in paragraaf 4.13. Klimaatadaptatie In dit project wordt concreet ingezet op klimaatadaptatie door voldoende waterberging aan te leggen. Hiermee wordt voldaan aan de huidige regelgeving.

De ruime hoeveelheid water en groen in het projectgebied zal tevens voor verkoeling zorgen in periodes van hitte en doordat er veel ingezet wordt op infiltratie van hemelwater (wadi's) zal droogte ook worden gemitigeerd. Aanvullend daarop, om tot een robuust watersysteem te komen, worden de vloerpeilen minimaal 10 cm boven het niveau van de wegen en wordt het groen verdiept ten opzichte van de wegen aangelegd. Door het groen lager aan te leggen kan bij extreme buien in de openbare ruimte voldoende water worden geborgen zonder dat problemen bij de woningen ontstaan. Bovendien is momenteel in de berekening rekening gehouden met een maximale peilstijging van 25 cm in Wippolder. In de praktijk is een peilstijging van tenminste 40 cm mogelijk zonder dat wateroverlast optreedt. Hierdoor zijn de berekeningen veilig van opzet en is er in de praktijk een aanzienlijke potentiele extra waterberging beschikbaar van 15 cm voor het gehele wateroppervlak in de Wippolder. Voor meer informatie wordt verwezen naar het Waterhuishoudingsplan Erasmusveld Midden, dat is opgenomen in bijlage 34.

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9880391/1