RIS308041 Bijlage 1
Tekst van het document
Erasmusveld Midden
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
4 Samenvatting
6
Hoofdstuk 2 Inleiding 2.1 Aanleiding voor het uitwerkingsplan 2.2 Doel van het uitwerkingsplan 2.3 Begrenzing van het plangebied 2.4 Leeswijzer
8 8 8 8 8
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Gemeentelijk beleid 3.3 Planuitwerkingskader Erasmusveld Midden 3.4 Stedenbouwkundig Plan Erasmusveld Midden
10 10 10 16 17
Hoofdstuk 4 Wet en regelgeving 4.1 Inleiding 4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Natuur 4.8 Bodem 4.9 Archeologie 4.10 Verkeersafwikkeling en parkeerbalans 4.11 Bezonning 4.12 Windklimaat 4.13 Water 4.14 Licht
22 22 22 23 26 29 29 33 34 36 38 39 39 40 46
Hoofdstuk 5
47
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6 Juridische paragraaf 6.1 Algemeen 6.2 Toelichting op de regels
49 49 49
Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak 7.1 Artikel 3.1.1 Bro-overleg
53 53
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Planuitwerkingskader Erasmusveld Midden Bijlage 2 Stedenbouwkundig Ontwerp Erasmusveld Midden Bijlage 3 Bezonningsonderzoek Bijlage 4 Windklimaatonderzoek Bijlage 5 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Bijlage 6 Geluidonderzoek wegverkeer uitwerkingsplan Bijlage 7 Geluidonderzoek wegverkeer stedenbouwkundig plan Bijlage 8 Bedrijven en milieuzonering plangebied eo Bijlage 9 Geluidonderzoek uitwerkingsplan aannemersbedrijf Bijlage 10 Geluidonderzoek stedplan aannemersbedrijf Bijlage 11 Geluidonderzoek uitwerkingsplan sportvelden Bijlage 12 Geluidsonderzoek stedplan sportvelden Bijlage 13 Erasmusveld Midden, akoestische ruimtelijke onderbouwing Bijlage 14 Haagse Archeologische Rapportage 1213
2
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21 Bijlage 22 Bijlage 23 Bijlage 24 Bijlage 25 Bijlage 26 Bijlage 27 Bijlage 28 Bijlage 29 Bijlage 30 Bijlage 31 Bijlage 32 Bijlage 33 Bijlage 34 Bijlage 35 Bijlage 36
Haagse Archeologische Rapportage 1301 Haagse Archeologische Rapportage 1515 Haagse Archeologische Rapportage 1808 Inhoudelijk evaluatieverslag Archeologie NOO19p Rapport 1001, afd. Archeologie Haagse Archeologische Rapportage 1225 Onderzoek verkeersafwikkeling Onderzoek parkeren Onderzoek stikstofdepositie bouwfase Onderzoek stikstofdepositie gebruiksfase Onderzoek flora en fauna Onderzoek flora en fauna - gevolgen wijziging wettelijke regeling Rapport bodem- en asbestonderzoek Noordweg 74-76 te 's-Gravenhage Actualiserend vooronderzoek Planlocatie Leyhof aan de Leyweg te Den Haag Wateringse Veld Actualiserend vooronderzoek Planlocatie Steynhof aan het Anne Frankpark te Den Haag Actualiserend en nader milieukundig (water en asbest) bodem en verhardingsonderzoek Noordweg 76 te Den Haag Verkennend bodemonderzoek Leyhof te Den Haag Saneringsverslag asbestwegen Noordweg 76 Evaluatie BUS sanering, categorie immobiel Waterhuishoudingsplan Erasmusveld Midden Watersleutel Waterbalans
3
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Toelichting
4
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
5
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Hoofdstuk 1
Samenvatting
Iedere gemeente in Nederland is verplicht om bestemmingsplannen vast te stellen. In de bestemmingsplannen van de gemeente staat waar mag worden gebouwd en waarvoor een gebouw gebruikt mag worden. De gemeente maakt bestemmingsplannen voor alle grond die bij de gemeente hoort. Bestemmingsplannen mogen niet ouder zijn dan 10 jaar. Voor het gebied Erasmusveld Midden is in 2016 het bestemmingsplan Wateringse Veld – Noord vastgesteld. Hierin is bepaald dat voor Erasmusveld Midden nog een uitwerkingsplan moest worden gemaakt: het uitwerkingsplan Erasmusveld Midden. Met dit uitwerkingsplan kan de bouw van maximaal 385 woningen mogelijk gemaakt worden. Erasmusveld Midden is het gebied, gelegen tussen:
de Dunea-locatie in het noorden; de Leyweg in het oosten; de Noordweg in het zuiden; de Haagse voetbalvereniging SVH in het westen.
In dit uitwerkingsplan maken we de bouw van maximaal 277 woningen en appartementen mogelijk. Voor 108 woningen in het deelplan Leyhof is namelijk al een omgevingsvergunning verleend. Deze woningen zijn bestemd als Wonen-1. In de bestemmingen Wonen-2 en Wonen-3 kunnen maximaal 166 appartementen worden gebouwd. De appartementengebouwen mogen niet hoger zijn dan 25 meter. Binnen de bestemming Woongebied kunnen maximaal 135 grondgebonden woningen worden gebouwd met een goothoogte van maximaal 10 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter. Daarnaast is opgenomen dat het totaal aantal woningen niet meer mag zijn dan 385. Wat meer appartementen betekent dus dat wat minder grondgebonden woningen kunnen worden gebouwd. Ook is in het uitwerkingsplan vastgelegd dat er voldoende ruimte moet zijn voor groen. Het uitwerkingsplan Erasmusveld-Midden bestaat uit regels en een verbeelding (kaart). Op de verbeelding geven we aan welk gebruik (bijvoorbeeld wonen en groen) is toegestaan op verschillende locaties in het plangebied. Bewoners kunnen bijvoorbeeld zien wat is toegestaan op hun grond. In de regels staat bijvoorbeeld hoe hoog bewoners of ontwikkelaars op hun grond mogen bouwen. Bij het uitwerkingsplan hebben we ook een toelichting geschreven. Deze samenvatting is het eerste deel van de toelichting. In de toelichting geven wij onder andere:
meer uitleg over de verschillende ontwikkelingen die we mogelijk maken; aan wat de milieugevolgen zijn van deze ontwikkelingen; uitleg over de regels.
6
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
7
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Inleiding
Aanleiding voor het uitwerkingsplan
Aanleiding voor het uitwerkingsplan is het initiatief voor de ontwikkeling van het plan Erasmusveld Midden/Proeftuin Erasmusveld. Het plangebied ligt in Erasmusveld, in het stadsdeel Escamp in het zuidwesten van Den Haag. Het gaat om een woningbouwlocatie van maximaal 385 woningen. Het uitwerkingsplan is een uitwerking van het bestemmingsplan 'Wateringse Veld Noord' (zgn. moederplan) dat door de gemeenteraad op 14 april 2016 is vastgesteld. In dit bestemmingsplan is voor het Sportcluster Erasmusveld (nu bekend onder de naam Erasmusveld Midden) een uitwerkingsplicht opgenomen. Omdat ten tijde van de vaststelling van het moederplan de planontwikkeling zich nog in de beginfase bevond, is gekozen voor een uit te werken bestemming 'Woongebied'. Voor deelplan Leyhof is in 2019 al een omgevingsvergunning verleend. De strijdigheid met het moederplan is opgeheven via een omgevingsvergunning strijdig gebruik. Hier worden 108 appartementen gebouwd. Na vaststelling en inwerkingtreding van het uitwerkingsplan is ook in de rest van het plangebied het bouwen van gestapelde, vrijstaande en aaneengebouwde woningen juridisch-planologisch mogelijk. Er kunnen dan omgevingsvergunningen worden verleend voor de bouw van deze woningen. In totaal kunnen maximaal 385 woningen worden gebouwd in Erasmusveld Midden/Proeftuin Erasmusveld.
Dit aantal is inclusief de vergunde 108 appartementen in het deelplan Leyhof.
2.2
Doel van het uitwerkingsplan
Het doel van het uitwerkingsplan Erasmusveld Midden is het mogelijk maken van de bouw van 277 gestapelde, vrijstaande en aaneengebouwde woningen in deelgebied Erasmusveld Midden.
2.3
Begrenzing van het plangebied
Het plangebied wordt begrensd door:
2.4
de Dunea-locatie en het volkstuincomplex 'Nooit gedacht' in het noorden; de Leyweg in het oosten; de Noordweg in het zuiden; de Haagse voetbalvereniging SVH in het westen.
Leeswijzer
In hoofdstuk 3 is allereerst een beschrijving van de ontwikkelingen binnen het plangebied opgenomen. Vervolgens is in hoofdstuk 4 en 5 de (economische) uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan beschreven. In hoofdstuk 6 worden de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. In hoofdstuk 7 wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.
8
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
9
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Inleiding
Bij initiatieven die aansluiten bij de vastgestelde ruimtelijke, programmatische en duurzaamheidsambities van Erasmusveld is de gemeente bereid om mee te werken aan de beoogde planontwikkeling. Het stedenbouwkundig plan 'Erasmusveld Midden' (2020) van Ontwikkelingscombinatie Wateringse Veld (OCVW) voldoet aan de vastgestelde ruimtelijke, programmatische en duurzaamheidsambities van het Masterplan Erasmusveld-Leyweg (2008), het Uitvoeringskader Erasmusveld 2011, Manifest Duurzaam Erasmusveld (2016), het Planuitwerkingskader Erasmusveld Midden (2016) en het moederplan Wateringseveld-Noord (2016). Daarnaast voldoet het plan aan het ruimtelijk- en woonbeleid dat na inwerkingtreding van het moederplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Den Haag. De gemeente is daarom bereid om het plan planologisch-juridisch mogelijk te maken met het voorliggende uitwerkingsplan.
3.2
Gemeentelijk beleid
Na vaststelling van het moederplan heeft de gemeenteraad van Den Haag vijf beleidsstukken vastgesteld die kaderstellend zijn voor het voorliggende uitwerkingsplan:
Agenda Ruimte voor de Stad (2016) Agenda Groen voor de Stad (2016) Nota Stadsnatuur (2020) Woonvisie 2017-2030 (2017) Woonagenda 2020-2023 (2020)
3.2.1 Agenda Ruimte voor de Stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen omgevingsvisie. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om ruimte voor innovatieve milieus, met ontmoetings- en experimenteerruimte, en aantrekkelijke vestigingsmilieus voor starters, studenten, creatievelingen, kenniswerkers en (stedelijke) gezinnen en ondernemende mensen. Stedelijke ontwikkeling is geen zaak van de gemeente alleen; allerlei partijen spelen daarin een rol. Bij de uitwerking van de agenda zal inhoud worden gegeven aan het “samen stad maken” langs vier "sporen': ruimte bieden aan initiatieven, co-creatie van ruimtelijke plannen, stadsdebat over de toekomst van de stad en de samenwerking met stakeholders. Er is daarmee ook geen “blauwdrukplanning” aan de orde.
Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd worden: 1. Kwaliteit van het proces door samen stad te maken en waar mogelijk ruimte bieden aan initiatiefnemers. Daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. 2. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. 3. Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zullen op basis van deze agenda nieuwe locaties in ontwikkeling worden gebracht. Het betreft zowel het in ontwikkeling brengen van de
10
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
zachte planvoorraad als nieuwe locaties op basis van deze agenda. Het tot ontwikkeling brengen van deze locaties zal meer dan voorheen in co-productie gebeuren met de stad. Daarnaast is er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere opgesteld worden voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Den Haag Zuidwest, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden. Erasmusveld Midden Erasmusveld is in de Agenda Ruimte voor de stad aangewezen als één van de 'luwe gebieden' in Den Haag. Dit zijn woongebieden waar het accent op het verbeteren van de leefomgeving en het verduurzamen en verbeteren van de woningvoorraad. Het karakter en de ruimtelijke betekenis van de gebieden zal in 2040 niet wezenlijk anders zijn dan nu. Wel is er ruimte voor initiatieven en ontwikkeling, dit is echter maatwerk. Het plan Erasmusveld Midden vormt een particulier initiatief dat past binnen de uitgangspunten van de agenda voor luwe gebieden.
3.2.2 Agenda Groen voor de Stad In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.
Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Stedelijke Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones.
11
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Kaart Stedelijke Groene Hoofdstructuur
Erasmusveld Midden Erasmusveld Midden heeft in dit document gedeeltelijk de aanduiding 'gebiedsontwikkeling'. Gesteld kan worden dat het uitwerkingsplan Erasmusveld Midden voldoet aan de uitgangspunten uit de Agenda Groen voor de stad. 3.2.3 Nota Stadsnatuur In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (vastgesteld 16 december 2020, RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn.
De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden. In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht.
12
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlastgevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze stadsnatuur.
Kaart Nota Stadsnatuur Erasmusveld Midden In de nota is aangegeven dat het netwerk van ecologische verbindingszones versterkt wordt door een aantal bestaande groenstroken en watergangen aan het netwerk toe te voegen. Eén van die nieuwe verbindingen is het ecolint inclusief een verbinding ter hoogte van de Noordweg. Op de bovenstaande afbeelding staat het ecolint in paars is aangeduid. Met een gebiedsaanduiding is de realisatie van deze nieuwe verbinding geborgd in dit uitwerkingsplan. Bij de inrichting van deze ecologische verbindingszone worden de uitgangpunten en specifieke vuistregels voor biotopen uit de Nota Stadsnatuur (RIS305824) toegepast. 3.2.4 Woonvisie Den Haag 2017-2030 Het woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Den Haag 2017-2030 (RIS296833, 29 juni 2017). Den Haag is een groeiende stad in een tijd waarin veranderingen steeds sneller gaan en die de maatschappelijke en economische verhoudingen blijvend veranderen. Het is een uitdaging om mensen, bedrijven en banen aan de stad te blijven binden. Om een fijne, leefbare en groene woonstad te blijven moeten we zorgen dat de sociaaleconomische verschillen niet te groot worden en moeten we overstappen op een nieuwe vorm van energievoorziening.
13
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Den Haag heeft een gunstige uitgangspositie als aantrekkelijke woonstad. De unieke ligging aan zee, het levendige centrumgebied, prettige woonwijken en een sterk internationaal profiel. Om deze positie nog verder te versterken zet de woonvisie in op een 'stedelijke, attractieve en inclusieve stad in 2030'. Dit betekent dat Den Haag meer onderscheidende en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus biedt, dat wonen in de stad betaalbaar is voor iedereen én wijken op de toekomst zijn voorbereid en meer gemengd zijn. Het (sloop-)nieuwbouw, transformatie- en verbeterprogramma geeft ruim baan aan deze ambitie en volgt de groei van de stad. De gemeente Den Haag gaat voor de langere termijn uit van een jaarlijks netto bouwprogramma van 2000-2500 woningen. De ruimte om te groeien is beperkt. Den Haag zal zich voor groei moeten richten op binnenstedelijke locaties (de zogenaamde inbreidingslocaties), transformatie van bestaande gebouwen en gemengde woon-werkgebieden. Daarbij wordt ingezet op differentiatie in architectuur en woningtypen. Het is van belang om hierbij zorgvuldig om te gaan met bestaand groen en bestaande wijken. Een andere uitdaging is het verkleinen van de sociaaleconomische verschillen tussen wijken. De woonvisie zet in op: 1. Een meer sociaal-inclusieve stad. 2. Het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad. 3.
Een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Dit heeft zowel betrekking op de duurzaamheid van woningen als op de levensloopbestendigheid van woningen. Ad 1) Een meer sociaal-inclusieve stad. Een aantrekkelijke en gastvrije stad is sociaal inclusief: een stad zonder te grote sociaal economische verschillen. De aanwezigheid en spreiding van voldoende betaalbare woningen in de stad voor minder financieel draagkrachtige huishoudens is hierin een belangrijke opgave. Voor de woningbouwproductie is dit vertaald in een gemiddelde woningbouwproductie van:
30% sociale huurwoningen voor de hele stad 20% middeldure huurwoningen (€ 710-900, prijspeil 2017) En een streven naar 25% middeldure koopwoningen.
Daarbij stuurt de gemeente op een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningbouw over de stad. Ook wordt ingezet op het borgen van voldoende betaalbare woningen voor kwetsbare groepen en wordt gestuurd op de verbetering en vernieuwing van kwetsbare wijken, o.a. via de aanpak 'Nieuwe Generatie Stadswijken'. Streven is meer differentiatie in de woningvoorraad aan te brengen. Eventuele afname van de sociale voorraad in deze wijken dient elders in de stad, maar ook in de regio te worden gecompenseerd. Ad 2) Het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad. Dit is een voorwaarde voor het vasthouden en aantrekken van stedelijk talent. Doel is om voor deze groepen die bijdragen aan het internationale, gastvrije, levendige en economische profiel van Den Haag nog meer onderscheidende stedelijke woon(werk)milieus te ontwikkelen. In het bouwprogramma wordt daarom nadrukkelijk rekening gehouden met de woonvoorkeuren van stedelijke doelgroepen young urban professionals, stedelijke gezinnen, studenten, empty-nesters en expats. Ad 3) Een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Het streven is dat in 2030 de woningvoorraad voldoet aan de duurzame en woontechnische eisen. Dit betekent dat het onderhoud van woningen op orde is en dat in 2030 tenminste 50% van de woningen wordt verwarmd met een niet-fossiele warmtebron.
Voor nieuwbouw betekent dit dat woningen niet langer zijn aangesloten op het gasnet. Verder wordt ingezet op een groter en gevarieerder aanbod aan geschikte woningen en woonzorgvormen voor (langer) zelfstandig thuis wonen. Erasmusveld Midden In Erasmusveld Midden worden maximaal 385 woningen gerealiseerd, waarvan minimaal 30% in de sociale sector. In de berekening voor het aantal woningen in de sociale sector mogen conform afspraken met de ontwikkelaar 46 woningen in mindering worden gebracht, omdat deze elders in Wateringse Veld al extra gerealiseerd zijn. Hoewel de allonge spreekt over 70% vrije sectorwoningen heeft de ontwikkelaar aangegeven 71
14
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
appartementen in de categorie beleggershuur te willen realiseren (19%). Een deel van deze appartementen valt binnen het segment middeldure huur. De woningen die in dit segment worden gerealiseerd dragen bij aan de gemeentelijke ambitie om meer woningen in het betaalbare segment te realiseren. In Erasmusveld Midden worden 55 koopappartementen gerealiseerd onder de grens die de NHG stelt voor duurzame woningen (< €328.600). De indicatieve prijzen die in het plangebied gehanteerd worden variëren van €224.850 tot €314.850. Op basis van de NHG condities, de actuele rentepercentages en de beperkte energielasten door de duurzaamheidsingrepen, vallen deze woningen binnen de categorie betaalbaar. Met het nu voorliggende gedifferentieerde programma wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de allonge en er wordt grotendeels aangesloten bij de ambities uit de woonvisie. De ontwikkelaar gaat dit op eigen initiatief doen door beleggershuurwoningen en koopwoningen onder de NHG-grens te realiseren. Het aandeel woningen in de sociale sector voldoet. 3.2.5 Woonagenda 2020-2023 Op 7 oktober 2020 heeft de raad de Woonagenda 2020-2023 vastgesteld (RIS305711). De Woonagenda 2020-2023 is een actualisatie van de vorige Woonagenda 2019-2023, aangevuld met maatregelen uit het coalitieakkoord 'Samen voor de stad'. Uitgangspunt is dat iedere inwoner fatsoenlijk en betaalbaar kan wonen.
Betaalbaar wonen moet haalbaar zijn voor starters, ouderen, studenten én gezinnen. “Haags samen wonen", daar geloven we in. De Woonagenda vormt het actueel woonbeleid van Den Haag en is hiermee een concrete uitwerking van de Woonvisie. Deze woonagenda vervangt de uitvoeringsagenda bij de Woonvisie Den Haag. Belangrijke elementen van de woonagenda zijn:
maatregelen om de realisatie en het behoud van goedkope en middeldure woningen te borgen; maatregelen om de sociale huurwoningen in Den Haag beter te verdelen; maatregelen om de leefbaarheid in wijken te beschermen door een rem op de bouw van kleine woningen (kleiner dan 40/50 m²) en het beperken van de mogelijkheid tot bouwkundig splitsen (zie paragraaf 3.8.7); maatregelen voor specifieke doelgroepen waaronder onmisbare beroepsgroepen, woonwagenbewoners, zorgdoelgroepen en studenten.
In de woonagenda zijn extra maatregelen beschreven. Den Haag kampt momenteel namelijk met een enorme woningnood. Den Haag groeit de komende jaren met 4 tot 5.000 inwoners per jaar. Om te zorgen dat iedereen in onze stad prettig kan wonen zijn dan ook flinke maatregelen nodig voor de Haagse woningmarkt. In de woonagenda zijn deze extra maatregelen beschreven en hieronder worden er een aantal opgesomd:
De jaarlijkse bouwambitie is verhoogd. De norm van 30% sociale woningbouw voor de hele stad groeit hierbij mee en is daarmee een eis bij nieuwbouw; Er wordt gestreefd naar 20% betaalbare koopwoningen in nieuwbouw. Op beperkte schaal voert de gemeente een actief grondbeleid als dat helpt om de bouw van sociale huur en starterswoningen te ondersteunen. Het verbouwen van een woning tot 2 of meer zelfstandige woningen (bouwkundig splitsen) kan alleen nog in een beperkt aantal gebieden en onder bepaalde voorwaarden. Ook de regels voor kamerbewoning en kamerverhuurders worden strenger. Dit voorkomt negatieve gevolgen voor het karakter en de leefbaarheid van buurten. Er is in Den Haag een groot tekort aan bepaalde beroepsgroepen zoals leraren, agenten en zorgpersoneel. Daarom experimenteert de gemeente met manieren om deze beroepsgroepen te helpen bij het vinden van huisvesting. Zo maken we het aantrekkelijker om deze beroepen uit te oefenen in Den Haag. Er komen extra maatregelen voor het huisvesten van specifieke groepen zoals studenten, zorgdoelgroepen, ouderen en arbeidsmigranten.
Erasmusveld Midden In Erasmusveld Midden worden maximaal 385 woningen gerealiseerd, waarvan minimaal 30% in de sociale sector. In de berekening voor het aantal woningen in de sociale sector mogen conform afspraken met de ontwikkelaar 46 woningen in mindering worden gebracht, omdat deze elders in
15
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Wateringse Veld al extra gerealiseerd zijn. Hoewel de allonge spreekt over 70% vrije sectorwoningen heeft de ontwikkelaar aangegeven 71 appartementen in de categorie beleggershuur te willen realiseren (19%). Een deel van deze appartementen valt binnen het segment middeldure huur. De woningen die in dit segment worden gerealiseerd dragen bij aan de gemeentelijke ambitie om meer woningen in het betaalbare segment te realiseren. In Erasmusveld Midden worden 55 koopappartementen gerealiseerd onder de grens die de NHG stelt voor duurzame woningen (< €328.600). De indicatieve prijzen die in het plangebied gehanteerd worden variëren van €224.850 tot €314.850. Op basis van de NHG condities, de actuele rentepercentages en de beperkte energielasten door de duurzaamheidsingrepen, vallen deze woningen binnen de categorie betaalbaar. In de woonagenda is benoemd dat reeds gemaakte afspraken (in dit geval de ondertekende allonge) gerespecteerd blijven. Met het nu voorliggende gedifferentieerde programma wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de allonge en er wordt grotendeels aangesloten bij de ambities uit de woonagenda. De ontwikkelaar gaat dit op eigen initiatief doen door beleggershuurwoningen en koopwoningen onder de NHG-grens te realiseren. Het aandeel woningen in de sociale sector voldoet.
3.3
Planuitwerkingskader Erasmusveld Midden
Voor de ontwikkeling van Erasmusveld Midden heeft het college van burgemeester en wethouders in 2016 een planuitwerkingskader (PUK) vastgesteld (RIS 291198). In het PUK is het planinitiatief van BPD (2015) uitgewerkt in: stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de uitwerking van het initiatief tot definitief stedenbouwkundig plan; planologische uitgangspunten en voorwaarden voor medewerking aan het voorliggende uitwerkingsplan. In deze paragraaf is een samenvatting van het PUK opgenomen. Het volledige PUK is opgenomen in bijlage 1.
Stedenbouwkundige visie: een duurzaam groen raamwerk Het fundament voor de stedenbouwkundige visie voor Erasmusveld Midden is gezond, stads en samen, waarbij de nieuwbouwlocatie een duurzaam, groen en collectief karakter krijgt. Het stedenbouwkundig concept wordt gevormd door een sterk en herkenbaar raamwerk voor het openbaar gebied, met flexibel in te vullen velden. Het raamwerk bestaat uit een beperkt aantal ontsluitingsstraten en een fijnmazig grid van secundaire wegen voor langzaam verkeer, zogenaamde 'tuinpaden'. In de tussenruimte kan woningbouw ontwikkeld worden in uiteenlopende types en dichtheden. De herkenbare duurzame uitstraling van het raamwerk ontstaat door de bijzondere groene profielen met een minimum aan verharding, een maximum aan groen in de vorm van hagen, gras en bomen én het onbreken van parkeergelegenheid. De bouwvlakken bestaan uit sterk contrasterende gebieden: vier stevige 'stadse' bouwblokken, gelijkmatig verdeeld over het hele ontwikkelgebied en direct gelegen aan de ontsluitingsstraten, met een hoge woningdichtheid variërend van appartementen tot stadswoningen. Rond de blokken zijn de parkeervoorzieningen geconcentreerd, waar ook het parkeren voor de omliggende laag-bouwvelden is voorzien. De overige velden bieden een keur aan invullingsmogelijkheden met laagbouw, al dan niet met collectieve open ruimte of privé-tuinen.
Afhankelijk van de gekozen types kan het uiteindelijke woningaantal hoger of lager uitvallen. Met de flexibele invulling van de laagbouwvelden kan ook ingespeeld worden op specifieke woonwensen van specifieke doelgroepen én specifieke duurzaamheidsconcepten in de bebouwing
16
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Afbeelding 3.1: Stedenbouwkundige visie Erasmusveld-Midden (bron: Planuitwerkingskader Erasmusveld-Midden, 2016)
Ecolint Door het plangebied is het ecolint gepland: een nieuwe zone die alle deelgebieden van Erasmusveld met elkaar verbindt en ruimte biedt voor ecologie, water en extensieve recreatie. Het ecolint kent een principemaatvoering van 30 meter om de natuurfunctie te waarborgen. Afhankelijk van de omgeving is het ecolint smaller (20 meter) op plaatsen waar deze grenst aan een groene structuur zoals volkstuinen en breder (50 meter) op plaatsen waar de zone grenst aan een stedelijke functie zoals woningbouw. Bereikbaarheid en parkeren Ontsluiting van het plangebied vindt plaats vanaf de Leyweg. In het PUK staat verder: Binnen het plangebied dient voldoende ruimte te worden gereserveerd om in de eigen parkeerbehoefte (bewoners en bezoekers) te voorzien. Toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte zijn de gemeentelijke parkeernormen (RIS 151871). De locatie Erasmusveld Midden valt voor de parkeerbehoefte in de zone 'Rand'. Deze normen worden vertaald in een parkeereis in de omgevingsvergunning. Omdat uitgegaan wordt van een ontwikkeling met een mobiliteitsconcept, waarbij automobiliteit ondergeschikt is, ingezet wordt op het verminderen van autobezit en gebruikt wordt gemaakt van een autodeelsysteem, kan op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid volstaan worden met een lagere parkeereis.
3.4
Stedenbouwkundig Plan Erasmusveld Midden
Vergelijking met het PUK Op basis van het PUK heeft de initiatiefnemer in 2020 het 'Stedenbouwkundig Plan Erasmusveld Midden' opgesteld. In het stedenbouwkundig plan zijn de kaders en randvoorwaarden uit het PUK vertaald naar concrete haalbare voorstellen, met uitzondering van de voorgeschreven parkeeroplossingen en het aantal stedelijke blokken. De voorgeschreven parkeeroplossingen uit het PUK zijn losgelaten. De gebouwde parkeeroplossingen hebben plaats gemaakt voor parkeren op het maaiveld. Gezien de benodigde hoeveelheid parkeerplaatsen is het ruimtelijk en economisch niet haalbaar om hiervoor een gebouwde parkeeroplossing in de stedelijke blokken te realiseren. De parkeerplaatsen komen nu in het openbaar gebied te liggen, maar wel aan de randen van het plangebied en zoveel mogelijk landschappelijk ingepast. Het parkeren rond de stedelijke blokken wordt nog wel als stedelijk ensemble vormgegeven. Zo wordt het ruimtelijk concept zoveel mogelijk overeind gehouden.
17
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Het aantal stedelijke blokken uit het PUK is verlaagd van vier naar drie stedelijke blokken. De blokken liggen verspreid over het plangebied en begeleiden de ruimtelijke hoofdstructuur, waardoor de uitgangspunten vanuit het PUK in stand blijven. In deze paragraaf is een samenvatting van het stedenbouwkundig plan opgenomen. Het volledige stedenbouwkundig plan is opgenomen in bijlage 2. Beschrijving van het programma In Erasmusveld Midden worden maximaal 385 woningen gerealiseerd, waarvan ca. 30% in de sociale sector. In onder andere de allonge op de Samenwerkingsovereekomst Wateringse Veld is vastgelegd dat op de opgave sociale woningbouw van 30% 46 woningen in mindering gebracht kunnen worden, omdat in Wateringse Veld eerder al extra sociale huurwoningen gerealiseerd zijn. De verdeling van de woningen over de blokken en velden is niet exact vastgelegd om flexibiliteit te houden bij de uitwerking van de blokken en velden. In het stedenbouwkundig plan en het voorliggende uitwerkingsplan worden in de stedelijke blokken maximaal 277 woningen (incl. 108 vergunde woningen in deelplan Leyhof) en in de velden maximaal 135 woningen mogelijk gemaakt. Het voorgeschreven minimum aantal woningen is 318. Stedenbouwkundige opzet Het stedenbouwkundig plan kent een verwantschap met het omliggende gebied.
In het gebied domineren grote contrasten: groot naast klein, stads naast landelijk, groen naast steen en ecologische zones naast hoofdwegen. Die contrasten, samen met de vriendelijke uitstraling van de volkstuinen zijn de ruimtelijke hoofdingrediënten voor de opzet van het stedenbouwkundig plan. Het plan heeft een aantal hoofdingrediënten die als ruimtelijke uitgangspunten dienen. Deze worden hieronder nader toegelicht.
Groen raamwerk De hoofdopzet van het stedenbouwkundig plan wordt gevormd door een groen raamwerk, dat bestaat uit een groen terrein, waarin de uitgegeven gebieden en de verschillende routes zijn opgenomen. Het ecolint maakt onderdeel uit van het groene raamwerk. Binnen het groene raamwerk is een genuanceerde ordening aangebracht in de maatvoering, zodat er een hoofdstructuur (het ecolint en de natuurboulevard) en substructuur (ruimte tussen de verschillende blokken en velden) ontstaan.
18
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Herkenbare erven Binnen het groene raamwerk zijn de uitgeefbare velden gesitueerd, die onderverdeeld zijn in stedelijke blokken en laagbouwvelden. De stedelijke blokken zijn evenredig verdeeld over het stedenbouwkundig plan. Het contrast tussen de stedelijke blokken en de laagbouwvelden vormt een essentieel onderdeel van het stedenbouwkundig plan.
De stedelijke blokken De stedelijke blokken vormen losse eenheden in het groene raamwerk die zijn vormgegeven als stedelijke ensembles en hebben een alzijdige positionering. Het landschap loopt door tot aan de gevel of het ensemble. De blokken zijn robuust, duidelijk herkenbaar en geven eenduidigheid binnen het stedenbouwkundig plan. Daarnaast begeleiden zij de hoofdstructuur van het raamwerk door de situering en geven een mogelijkheid tot oriëntatie.
19
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
De laagbouwvelden De laagbouwvelden krijgen een invulling van grondgebonden woningen met een samenhangende architectonische verschijningsvorm rond collectieve hoven. De plaatsing van de woningen heeft een losse 'levendige' opzet. De materialisatie van de woning is (deels) van natuurlijk materiaal en 'oogt en voelt' zacht. De woningen staan altijd met 'hun voeten' in de aarde en worden omzoomd door groen (tuin). In de velden is ruimte voor collectieve plekken, bijvoorbeeld een gezamenlijke pluktuin, speelhofjes, of moestuinen. Aanvullend daarop wordt de scheiding tussen privé en openbaar zacht, vriendelijk en uiterst zorgvuldig vormgegeven, door bijvoorbeeld heggen of vlonders. De zichtbaarheid en heldere inrichting van de openbare ruimte vergroten de sociale veiligheid en het buurtgevoel. Het behoud van zichtlijnen, het ontbreken van hoge erfafscheidingen en het zicht op het openbaar gebied dragen bij aan de vergroting van de sociale cohesie in de buurt. Struinmilieu met activiteitsplekken De wadi- en padenstructuur is gekoppeld aan de gekozen ordeningen binnen het groene raamwerk. De eventuele buurtfuncties liggen zoveel mogelijk gecontenteerd langs de natuurboulevard. De bewoners kunnen actief zijn in de openbare ruimte. Dit komt tot uitdrukking in de hoven, de routestructuur in de vorm van wandelingen, sportrondjes en aansluitingen op het fietsnetwerk van Den Haag.
Ontsluiting en parkeren Het parkeren wordt aan de randen van het plangebied gepositioneerd, zodat de natuurboulevard en het groene raamwerk wordt gekoesterd zonder parkeerplaatsen daarin. Rond de stedelijke blokken en langs de Leyweg zijn plekken waar parkeerplaatsen worden ingepast voor zowel de bewoners van het plangebied als voor de bezoekers. Voor het parkeren worden deelsystemen voor autogebruik onderzocht (zie onderstaand tekstkader). Mochten er in de toekomst minder parkeerplaatsen nodig zijn dan kunnen parkeerplaatsen worden opgeheven. De vrijgekomen ruimte kan toegevoegd worden aan het groene raamwerk, een collectieve tuin of het stedelijke ensemble. Met de positionering van de parkeerplaatsen is in het plan rekening gehouden met toekomstige omzettingen. De parkeervoorzieningen zijn te bereiken via twee aansluitingen op de Leyweg. Deze toegangsstraten worden ingericht als verblijfsgebied, dat wil zeggen als 30-km zone. De overige paden worden in principe alleen gebruikt door langzaam verkeer, hulpdiensten in geval van een calamiteit en voor het ophalen van huishoudelijk afval.
20
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Door het autoverkeer te minimaliseren worden de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte vergroot.
Op 5 februari 2018 is de City Deal elektrische deelmobiliteit in stedelijke gebiedsontwikkeling ondertekend door Den Haag, BPD, andere gemeenten en ontwikkelaars, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en nog een aantal partijen. De 7 gemeenten hebben allen minimaal 2 pilotgebieden aangewezen. Alle ondertekenaars hebben leervragen geformuleerd die zij door uitvoering van pilots beantwoord willen hebben. De gemeente heeft drie pilotgebieden aangewezen waar samen met ontwikkelaars aan de slag wordt gaan om elektrische deelmobiliteit van de grond te krijgen. De City Deal moet fungeren als een soort vliegwiel. Met de pilots wordt input geleverd en kennis gedeeld via de City Deal organisatie. Erasmusveld Midden is, in overleg met BPD, als één van de pilotgebieden in Den Haag aangewezen. Het is een interessante pilot vanwege de duurzaamheidsambities van de planontwikkeling (onder ander minder autogebruik, meer fiets- en o.v. gebruik en geen parkeren op de openbare straat) en omdat hier geen betaald parkeerregime geldt en het gebied wat verder van treinstations ligt dan de andere pilotgebieden in Den Haag (Energiekwartier en de Binckhorst). De stand van zaken is dat de betrokken partijen op een aantal thema's leervragen gaan beantwoorden en dat de aangedragen pilots worden gemonitord.
Tekstvak met uitleg over de City Deal Groen / openbare ruimte Zoals eerder omschreven krijgt het groen een duidelijke plek binnen het raamwerk van het plangebied. Dit vormt de ruggengraad van het plan. De invulling van het groen wordt zorgvuldig vormgegeven, waarbij de parkeervraag zoveel mogelijk aan randen is gesitueerd en de beperkte ruimte voor de ontsluitingswegen het mogelijk maken om de openbare ruimte overwegend groen en voor ontmoeting in te richten. De openbare ruimte wordt mede hierdoor aantrekkelijker en er kunnen verschillende functies worden ingepast, zoals wadi's, struinpaden en speelplekken. Water Water is een belangrijk element binnen en buiten het plangebied. Het vormt de verbinding van het ecolint en is daarmee de schakel van heel Erasmusveld. In Erasmusveld Midden wordt het hemelwatersysteem zichtbaar gemaakt en zo ingericht dat de buurt ook in de toekomst voldoet aan waterveiligheid en zonder overlast kan functioneren. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk zichtbaar en via het oppervlak afgevoerd. Het hemelwater zien stromen van groene daken via open regenpijpen, gootjes, wadi's, over dammetjes naar het open water, versterkt de beleving en het bewust zijn van water.
21
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Hoofdstuk 4 4.1
Wet en regelgeving
Inleiding
De Wet milieubeheer schaart onder milieu het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van de beheersing van het klimaat. In de ruimtelijke context gaat het om het fysieke milieu, de fysieke ruimtelijke omgeving. Voor de inkadering van milieu gebruikt men dan vaak de begrippen: 'milieuhygiëne': gericht op het bestrijden van milieuhinder van geluid, lucht, geur, stank, bodemverontreiniging en veiligheidsrisico's; 'ecologische duurzaamheid': bestaat naast milieuhygiëne uit aspecten van aardkunde, hydrologie, cultuurhistorie, natuur en klimaat en energie, die bij aantasting niet of zeer moeilijk te herstellen zijn. In dit hoofdstuk komen aan de orde: de milieueffectrapportage, externe veiligheid, geluid, lucht, bedrijven en milieuzonering, natuur, bodem, archeologie, verkeersafwikkeling, bezonning, windklimaat en water.
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
De voorgenomen ontwikkeling staat genoemd in de eerste kolom van onderdeel D onder 11.2 in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In de tweede kolom staan de drempelwaarden genoemd voor deze activiteit, hierbij gaat het erom of de activiteit betrekking heeft op één van de volgende genoemde punten:
een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
De drempelwaarde van 2.000 woningen wordt met dit planvoornemen bij lange na niet gehaald. Dat neemt niet weg dat in dat geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. (2011/92/EU):
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van het potentiële effect.
Gelet op de onderzochte milieuaspecten in de bijgevoegde aanmeldnotitie opgesteld door Antea in opdracht van de OCWV (bijlage 5) heeft het bevoegd gezag geconcludeerd (d.d. 26 januari 2020 met nummer 10068049) dat het milieubelang van de planontwikkeling in voldoende mate is afgewogen. Op basis van de kenmerken van het project (in relatie tot de drempelwaarden uit het Besluit milieueffectrapportage), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving. Gelet op de onderzoeken in de aanmeldnotitie wordt er geen MER opgesteld. De onderzoeken bij de aanmeldnotitie zijn precies hetzelfde als de onderzoeken die horen bij de behandelde milieuthema's in de onderstaande paragrafen. Daarom zijn deze onderzoeken niet nog een keer als bijlagen bij de aanmeldnotitie opgenomen. De bijlagen zijn opvraagbaar bij de gemeente.
22
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
4.3
Externe veiligheid
4.3.1 Toetsingskader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Risicovolle inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6-contour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6-contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR rondom deze inrichtingen. Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven. Vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet.
In de gemeente Den Haag zijn voor de A4, tussen Knooppunt Ypenburg en de gemeentegrens met Leidschendam-Voorburg, en de A13 basisnetafstanden vastgelegd. Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd. Aan het bouwen van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied zijn eisen gesteld op grond van artikel 2.3 eerste respectievelijk tweede lid van de Regeling Bouwbesluit 2012. Paragraaf 2.3 van deze regeling is eveneens op 1 april 2015 in werking getreden (Stb. 2015, 92). In beide gevallen moet zijn voldaan aan de artikelen 2.5 t/m 2.9 van voornoemde regeling. Aanvullend moet het mechanisch ventilatiesysteem van een, als beperkt kwetsbare object aan te merken, bouwwerk binnen een veiligheidszone zijn uitgerust met een voorziening waarmee dat systeem bij een calamiteit handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 2.10 van de regeling). Deze bepalingen gelden niet voor bouwwerken met een hoge infrastructurele waarde als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bijvoorbeeld telefoon- of elektriciteitscentrale).
Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord.
23
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevt-situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Met een beperkte verantwoording kan worden volstaan wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft. In de toelichting op het uitwerkingsplan moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid). Deze verplichting geldt ongeacht of het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen het invloedsgebied van de betreffende transportroutes. Op het vraagstuk zelfredzaamheid moet worden ingegaan wanneer (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedsgebied van een dergelijke weg zijn geprojecteerd Op 27 juni 2013 heeft de gemeenteraad een nieuw routeringsbesluit voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgesteld (raadsvoorstel, RIS258608 en besluitenlijst, RIS260481 onder E.2). Het vervoer van routeplichtige stoffen (zoals LPG en propaan) is aan venstertijden gebonden, met het oog op de veiligheid.
Tijdens kantoortijden (tussen 8.00 uur en 18.00 uur gedurende werkdagen) is het vervoer van routeplichtige stoffen op de Utrechtsebaan en de Benoordenhoutseweg niet toegestaan. Deze beperking geldt niet gedurende het weekend. Tijdens de venstertijden worden tankwagens met routeplichtige stoffen gedwongen de rijksweg via bebording te verlaten (K14-borden met vermelding van venstertijden) en via een eveneens gemarkeerde keerlus in omgekeerde richting hun weg op de rijksweg te vervolgen (zogenaamde 'gesloten verklaring'). In voornoemd besluit zijn ook de Lozerlaan en de Ockenburghstraat aangewezen voor het vervoer van routeplichtige stoffen. Voor dit traject gelden geen venstertijden. Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringenstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan. Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten.
De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan, kan worden met een beperkte verantwoording: 1. Indien het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding, of 2. Wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft. 4.3.2 Gemeentelijk beleid De Nota externe veiligheid Den Haag is op 27 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld (raadsvoorstel, RIS259485 en besluitenlijst, RIS260481, onder E.1). De belangrijkste uitgangspunten zijn hieronder vermeld: 1. De gemeente richt zich op het vasthouden en bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de bestaande bedrijvigheid en het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid. 2.
Het externe veiligheidsbeleid richt zich op vier gebiedstypen: woongebieden, buitengebieden, gemengde gebieden, risicoarme bedrijventerreinen (inclusief buitengebieden) en bedrijventerreinen met risicovolle bedrijven/inrichtingen. 3. Bij nieuwe ontwikkelingen in woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen van betekenis, zoals LPG-tankstations, toegelaten.
24
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
4. Op de bedrijventerreinen hanteert de gemeente een minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting (lichtere vorm van risicovolle bedrijven) onder voorwaarden mogelijk. 5. Bij externe veiligheidsknelpunten, besteedt de gemeente eerst aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen worden in de nota 3 niveaus onderscheiden met elk hun eigen ambitieniveau: Structuurvisieniveau -> Veiligheidsgeïntegreerd ontwikkelen Bestemmingsplanniveau -> Veiligheidsgeïntegreerd ordenen Bouwplanniveau -> Veiligheidsgeïntegreerd ontwerpen. Wanneer beoogde ruimtelijke ontwikkelingen een overschrijding van het groepsrisico tot gevolg kunnen hebben, wordt het gemeentebestuur in een vroeg stadium actief bij het proces betrokken. Er is een expliciet collegebesluit ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico waarbij de kosteneffectiviteit van maatregelen in beschouwing wordt genomen. Voorlichting burgers bij (dreigende) calamiteit In het kader van de 'wat doe je' campagne zijn folders gemaakt en voor het publiek beschikbaar gesteld via de stadsdeelkantoren en de brandweerkazernes in Den Haag. In deze folders wordt voor verschillende calamiteiten (brand, uitvallen nutsvoorzieningen) de te nemen maatregelen beschreven.
Het alarmeren van de bevolking vond tot voor kort alleen plaats met behulp van sirenes en door middel van huis-aan-huis meldingen door de hulpdiensten, eventueel met een geluidswagen. Beide systemen hebben beperkingen: een sirene geeft geen informatie over de ramp, huis-aan-huis gaan of een geluidswagen inzetten kost tijd. Sinds 11 juni 2012 kunnen bewoners van Den Haag snel geïnformeerd worden in geval van een (dreigende) calamiteit met gevaarlijke stoffen door de inzet van NL-Alert. NL-Alert is een nieuw waarschuwings- en alarmeringssysteem van de overheid voor de mobiele telefoon dat die beperkingen kan ondervangen. Door middel van cell-broadcasting kunnen bewoners in de nabijheid van een risicovol object tijdig worden gealarmeerd in geval van een (dreigende) calamiteit via een sms-bericht. NL-Alert beperkt zich niet alleen tot het waarschuwen maar meldt ook dát er iets aan de hand is en wat mensen moeten doen. Via de meldkamer van de regionale Brandweer wordt het bericht naar de dichtstbijzijnde GPRS-zendmast gestuurd. Omdat het bericht naar een specifiek zendgebied wordt gestuurd, kan informatie toegesneden op de situatie worden geleverd. De bevolking alarmeren met korte teksten naar mobiele telefoons is nieuw. De TU Delft heeft daarom via een webexperiment onderzocht wat voor type alarmberichten het duidelijks en effectiefst zijn.
Een belangrijke voorwaarde is dat de berichten kort zijn. Om de ontvanger van een bericht tot actie te bewegen is van belang om in het tekstbericht de locatie van de (dreigende) ramp te vermelden. NL-Alert en cell-broadcasting zijn nog geen bekende begrippen. Bekendheid met de techniek is een voorwaarde, zodat de bevolking weet onder welke omstandigheden een bericht op een mobiele telefoon kan worden ontvangen. Met de invoering van dit alarmeringssysteem is ook een voorlichtingscampagne in Haaglanden gestart. 4.3.3 Onderzoek en conclusie In het kader van het moederplan zijn door Antea Group twee quick-scans uitgevoerd naar de gevolgen voor externe veiligheid. Aanvullend wordt opgemerkt:
Vanwege het bevoorraden van het LPG-tankstation aan de Schaapweg in Rijswijk is er sprake van het vervoer van LPG over de Schaapweg en een heel klein stukje van de Loevesteinlaan waar de LPG-tankwagen keert. Deze transportroute maakt deel uit van de door de gemeenteraad van Rijswijk vastgestelde route gevaarlijke stoffen. Het invloedsgebied reikt niet tot het plangebied. Over het traject A4, tussen het Knooppunt Ypenburg en afslag 12 (traject Z9) vindt naast het transport van LPG en propaan (stofcategorie GF3) ook vervoer van gevaarlijke stoffen behorende tot categorie LT2 plaats. Hiervoor geldt een invloedsgebied van 880 m. Het plangebied ligt ruim buiten dit invloedsgebied. Voor de A13 geldt een invloedsgebied van 4 km. Het plan ligt op ruim 4 km van de A13.
25
uitwerkingsplan Erasmusveld Midden (ontwerp)
Aan de Leyweg 1486 bevindt zich een tankstation met installaties voor het opslaan en afleveren van CNG. Rond het buffervat geldt een 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van 10 m. Het plangebied ligt buiten deze contour. Aan de Erasmusweg 870 is sprake van de opslag van consumentenvuurwerk. Het plangebied ligt buiten de veiligheidscontouren van de vuurwerkopslagplaatsen.
Op basis van de quick-scans en bovenstaande kan geconcludeerd worden dat en geen risicobronnen in de omgeving aanwezig zijn waarvan het invloedsgebied reikt tot de ontwikkelingslocatie. Externe veiligheid is geen relevant aspect in relatie tot deze locatie. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid in geval van een calamiteit. 4.3.4 Advies regionale brandweer In het kader van het vooroverleg is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden. Op 19 juni 2018 heeft de Veiligheidsregio een advies uitgebracht. Aangegeven wordt dat de Veiligheidsregio heeft geconstateerd dat het plangebied niet in het invloedsgebied ligt van transportroutes gevaarlijke stoffen, buisleidingen of objecten waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is. De uitvoering van het uitwerkingsplan leidt daarom niet tot een noemenswaardige toename of afname van bestaande risico’s. De Veiligheidsregio Haaglanden heeft op basis hiervan besloten om in het kader van externe veiligheid geen specifieke adviezen uit te brengen met betrekking tot het uitwerkingsplan.
Maatregelen ten behoeve van de hulpverlening In verband met de ruimtelijke inrichting van het plangebied is het voor de hulpdiensten van belang dat voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van incidenten, de toegankelijkheid, opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen voor dit plangebied voldoende zijn. De bereikbaarheid van het plangebied voor de hulpdiensten en de bluswatervoorziening dient goed te zijn. Daarom adviseert de veiligheidsregio over de maatregelen, De plannen voor Erasmusveld Midden (deel ecolint en Leyhof) zijn op 1 februari en 24 mei 2018 in het vooroverleg verkeer (VOV) besproken. Aanvullend is op 23 februari 2018 met de Brandweer gesproken over de bereikbaarheid van het bouwplan Leyhof. De in die overleggen gemaakte afspraken zijn bij de uitwerking op bouwplanniveau betrokken. Op 9 mei 2019 heeft het VOV het DO Inrichtingsplan ecolint/Leyhof besproken en positief geadviseerd. Het plan voor het zuidelijke deel van Erasmusveld Midden is met de Brandweer besproken en zal voor advies worden voorgelegd aan het VOV.