RIS308009 Bijlage
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Herontwikkeling Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:
Veldboom Project BV RB 80.024 Januari 2021 De heer H. de Roo De heer M. Beek
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 2 van 42 Januari 2021 Versie 01
Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 1 1 1.1 1.2 1.3 1.4
HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK ....................................................... 3 Aanleiding .......................................................................................................... 3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................ 3 Leeswijzer .......................................................................................................... 5 Overzicht verricht onderzoek .............................................................................. 5
2 2.1 2.2
HOOFDSTUK 2 LOCATIE EN PLANBESCHRIJVING ....................................... 6 Ligging en historie .............................................................................................. 6 Het gewenste bouwplan ..................................................................................... 9
3 3.1
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ................................................................... 12 Rijksbeleid ........................................................................................................ 12 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur ............................... 12 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................... 12 Provinciaal beleid ............................................................................................. 13 Regionaal beleid ............................................................................................... 18 3.3.1 Regionale woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 -2021 ........... 18 Gemeentelijk beleid .......................................................................................... 19 3.4.1 Wéreldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 .............................. 19 3.4.2 Addendum Woonagenda 2020 - 2023 .................................................... 20 3.4.3 Kracht van Kwaliteit ............................................................................... 20 3.4.4 Groen kleurt de stad .............................................................................. 21 3.4.5 Duurzaamheid .......................................................................................
22 3.4.6 Welstandsbeleid .................................................................................... 24
3.2 3.3 3.4
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN ...................................................... 25 Inleiding............................................................................................................ 25 Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................... 25 Bodem ............................................................................................................. 26 Ecologie ........................................................................................................... 27 Externe en fysieke veiligheid ............................................................................ 30 Geluid .............................................................................................................. 31 Bedrijven en milieuzonering .............................................................................. 32 Luchtkwaliteit .................................................................................................... 35 M.e.r.-beoordeling ............................................................................................ 35 Verkeer en vervoer en parkeren ....................................................................... 36 Water(toets) ..................................................................................................... 37
5 5.1 5.2 5.3
HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID ............................................................. 41 Algemeen ......................................................................................................... 41 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 41 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 41
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 3 van 42 Januari 2021 Versie 01
1
Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk
1.1
Aanleiding Aan de Zeesluisweg 44-76 in Scheveningen heeft initiatiefnemer een plan ontworpen om bestaande bebouwing te transformeren naar een wooncomplex dat ruimte biedt aan 121 appartementen en 485 m² bvo bedrijfsruimte. De ontwikkellocatie en de bestaande bebouwing zijn weergegeven in figuur 1.1. in het gebied dat ‘Bouwplan Duinland’ is genoemd. De te realiseren appartementen zijn gericht op drie verschillende doelgroepen: startende stellen op de woningmarkt, young professionals en PhD’ers. Dit zijn doelgroepen in een jonge leeftijdscategorie bestaande uit eenpersoons- of tweepersoonshuishoudens. Hiermee richt de ontwikkeling zich op een specifieke doelgroep.
Fig. 1.1: Een weergave van het plangebied aan de Zeesluisweg in Scheveningen.
Op 8 december 2020 is een aanvraag om omgevingsvergunning voor de Zeesluisweg 44 t/m 76 bij de gemeente Den Haag ingediend. Het project is op een aantal onderdelen in strijd met het bestemmingsplan. 1.2
Vigerend bestemmingsplan De aanvraag is getoetst aan het geldende bestemmingsplan ‘Scheveningen Haven’. Ter plaatse geldt de bestemming ‘Gemengd - 3’ en de dubbelbestemmingen ‘WaardeArcheologie’ en ‘Waterstaat - Waterkering’. De randbebouwing heeft een maximale bouwhoogte van 25 meter. Het binnengebied heeft een maximale bouwhoogte van 17 meter en een maximaal bebouwingpercentage van 80%.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 4 van 42 Januari 2021 Versie 01
Fig. 1.2: Een weergave van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied.
Planologisch kader Voor dit gebied geldt de bestemming Gemengd-3. Binnen deze bestemming zijn de functies zoals bedrijven, kantoren en horeca op de begane grond toegestaan en alleen op de verdiepingen de functie wonen. Ten aanzien van het bouwplan kan dan ook worden gesteld dat de woningen op de verdiepingen passend zijn binnen het geldende bestemmingsplan. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en verbetering van de waterhuishouding door middel van dijken, kades en dijksloten, één en ander met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, wegen, groen, water en overige voorzieningen. Voor het project is een afzonderlijke watervergunning ingediend bij het Waterschap Hoogheemraadschap Delfland. Paragraaf 4.11 gaat nader in op het aspect water. Planologische strijdigheid • De voorgestelde plint van het woongebouw aan de Zeesluisweg bestaat uit een half-verdiepte gemengde bouwlaag en een half-verhoogde woonverdieping. Deze woonlaag is bestemmingsplan-technisch gezien de eerste bouwlaag en daarmee de begane grond verdieping en dus strijdig met het bestemmingsplan. • De randbebouwing is circa 2 meter dieper dan het 20 m diepe bouwvlak.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 5 van 42 Januari 2021 Versie 01
• •
De randbebouwing overschrijdt met circa 2,4 meter de bouwhoogte van het bestemmingsplan. De bebouwing van het binnengebied overschrijdt met ruim 2 meter de bouwhoogte van het bestemmingsplan. Tegelijkertijd wordt wel aanzienlijk minder dan 80% meer meerlaagse bebouwing bebouwd.
Het bouwplan kent relatief grote binnen- en buitenplanse strijdheden. Deze strijdigheden zijn enkel voorstelbaar indien het geheel een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling nastreeft. Hiervoor zal de ontwikkeling moeten voldoen aan verschillende uitgangspunten. Planologische motivatie Het doel van het onderliggende bestemmingsplan is om bedrijvigheid te waarborgen op de benedenverdieping van de panden binnen de bestemming Gemengd-3. Daaraan voldoet het plan, doordat een volledige bouwlaag gereserveerd is voor bedrijven zoals het bestemmingsplan beoogt, alleen ligt deze technisch gezien niet op de begane grond zoals het bestemmingsplan voorschrijft maar in het souterrain. De architect lost dit goed op door de plint bij de ondergrondse units te betrekken. Zo blijft de aanwezigheid en zichtbaarheid van de daar te vestigen bedrijven gewaarborgd. Dit betekent, dat de gevraagde omgevingsvergunning niet kan worden verleend, tenzij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van de desbetreffende planregels Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is als onderdeel van de omgevingsvergunning opgesteld om aan te tonen dat het bouwplan ‘niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening’. 1.3
Leeswijzer Na een inleidend hoofdstuk komen in hoofdstuk 2 de verschillende relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en zijn hierbij uitgewerkt van gemeentelijk tot rijksniveau. In hoofdstuk 3 wordt de invloed weergegeven van het plan op de verschillende omgevingsfactoren. In hoofdstuk 4 komen de ligging van het plangebied en een uitgebreide planbeschrijving voorbij. In hoofdstuk 5 staat tenslotte de economische uitvoerbaarheid centraal.
1.4
Overzicht verricht onderzoek Indien ten behoeve van het opstellen van voorliggende ruimtelijke onderbouwing (externe) onderzoeken zijn verricht dan wel adviezen zijn gegeven worden deze benoemd en wordt de inhoud daarvan verwerkt in deze onderbouwing.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 6 van 42 Januari 2021 Versie 01
2
Hoofdstuk 2 Locatie en planbeschrijving
2.1
Ligging en historie De geschiedschrijving verschaft geen uitsluitsel over de ouderdom van Scheveningen. Naamkundig onderzoek zou hebben aangetoond, net als bij andere Nederlandse plaatsen die eindigen op het suffix (achtervoegsel) '-ingen', dat de oorsprong ervan in de 10e of 11e eeuw ligt. De bewuste naam komt voor het eerst voor in een grafelijk register dat deels is opgesteld omstreeks 1284. Er is sprake van een gebied dat wordt omschreven als een 'terra de Sceveninghe' (land van Scheveningen). Er is weleens beweerd dat een geslacht met de naam Scheven - dat bij Haarlem een kasteel bezat en zich in de 14e eeuw in de omgeving van Leiderdorp vestigde - iets te maken zou hebben met het dorp of met de naam Scheveningen, maar hiervoor ontbreekt elke aanwijzing. Uit de historie valt op te maken dat de oorsprong van Scheveningen een puur Hollandse aangelegenheid moet zijn geweest. Binnen de reeds genoemde 'terra de Sceveninghe' heeft naar alle waarschijnlijkheid een oudere woonkern gelegen; te denken valt aan een agrarisch gemeenschapje, een buurtschap, enkele kilometers meer landinwaarts van de kust gelegen.
Fig. 2.1: Een overzicht van Scheveningen met het plangebied als perspectief.
Naast de oudere buurtschap is er het kustdorp dat nu Scheveningen heet. Het is gebouwd op jonge duinen die zich rond de 12e eeuw langs de Noordzeekust hebben ontwikkeld. Dat huidige Scheveningen wordt voor het eerst genoemd in een akte van 1357, waarin dorpsbewoners met een officieel document verzoeken om een grafelijke gunst.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 7 van 42 Januari 2021 Versie 01
De residentie van de graven van Holland, die zich in de loop van de 13e eeuw bij de buurtschap Die Haghe heeft ontwikkeld, is vermoedelijk de aanzet geweest tot het ontstaan van het huidige Scheveningen. Mogelijk heeft een toenemende vraag naar zeevis van de nieuwe, rijke nederzetting tot gevolg gehad dat er zich vissers hebben gevestigd aan de dichtstbijzijnde kuststrook. Een grafelijke beslissing in de late middeleeuwen heeft ertoe geleid dat Scheveningen niet zelfstandig is geworden, maar zich slechts met één zetel mocht vertegenwoordigen in de Haagse schepenbank. Het dorp is in de geschiedenis vele malen door stormvloeden geteisterd, waarbij meestal ook een gedeelte van de bebouwing wegspoelde. In 1570 verdween tijdens de Allerheiligenvloed de helft van het dorp in de golven, waardoor de kerk aan de rand kwam te staan - wat nu nog steeds het geval is. Volgens een telling in 1680 woonden er in Scheveningen 917 mensen in 200 huizen. Daarvan hielden er zich ongeveer 250 bezig met de visvangst. Andere beroepen waren afslager, lijndraaier, scheepstimmerman en vishakker. Niet-visserijgebonden beroepen waren onder andere rietdekker, schoenmaker, kleermaker, timmerman en bakker. Scheveningen was tot halverwege de zeventiende eeuw slechts met Den Haag verbonden door een duinpad, het Westerpad, dat uitkwam bij het Haagse Noordeinde.
In 1665 kwam de naar een ontwerp van Constantijn Huygens aangelegde Scheveningseweg gereed, een lange, rechte straatweg, waardoor de verbinding aanzienlijk verbeterde. Langs deze weg liet Jacob Cats een buitenverblijf aanleggen met de naam Zorgvliet. Andere welgestelden lieten, vooral toen Scheveningen na 1800 als badplaats opkwam, buiten het oude dorp - en met name ten noordoosten en ten oosten ervan - landhuizen en villa's bouwen. Andere bouwsels uit vroeger tijden zijn het niet meer bestaande Kalhuis, een wachthuisje voor lieden die aanlandende pinken een ligplaats op het strand moesten aanwijzen, en het opmerkelijke buitenverblijf Nieuw Soetenburgh, aan de kop van de Keizerstraat. Stedenbouwkundige structuur Het strand met de boulevard, het verversingskanaal met zijn groenstroken en de elementen in de haven zelf zijn van groot belang voor de ruimtelijke structuur in dit deel van Scheveningen. Zij bepalen de ruimtelijke inrichting ervan. Zij vormen een stedelijk raamwerk of “framework” en zijn de dragers van de ruimtelijke structuur. De boulevard loopt dankzij het boulevardplan De Solá Morales door van het Noorderstrand tot aan het noordelijk havenhoofd. Dit versterkt de lijn langs de kust en de ruimtelijke verbinding tussen de haven en de rest van Scheveningen. De groene zone van het verversingskanaal is een lijn die bijna loodrecht op het strand staat.
Het is een bepalend ruimtelijk element, een lijn die een verbinding legt tussen dit deel van Scheveningen en het centrum van Den Haag. De Houtrustweg en vooral de Kranenburgweg langs het kanaal zijn belangrijk voor de ontsluiting van ScheveningenHaven. De lijn van het strand met de boulevard en die van het verversingskanaal kruisen elkaar op de plaats waar nu de windmolen staat ten zuiden van de havenmond.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 8 van 42 Januari 2021 Versie 01
Midden in het plangebied ligt De Kom, die met zijn kades een dominante plaats inneemt. Ook de andere havenbekkens bepalen met de strakke belijning van hun kades de ruimtelijke inrichting van het gebied. Dat geldt ook voor de smalle doorvaart tussen de Eerste en Tweede Haven (de zogenaamde Pijp), de havenmond en de binnenste en buitenste havenhoofden. In de opbouw van het plangebied komen grote hoogteverschillen voor. De duinen en de dijk op het Noordelijk Havenhoofd zijn de hoogste punten in het gebied. Op het Norfolkterrein is sprake van een geleidelijke daling. Het maaiveld loopt af van 6,5 meter boven NAP bij de sluis naar 3,0 meter boven NAP bij de Derde Haven. Ruimtelijke structuur Kenmerkend voor Scheveningen Haven zijn de directe ligging aan zee, de verwevenheid met de omringende woongebieden en een grote mate van functiemenging. In Scheveningen Haven zijn de visserij en havengebonden bedrijvigheid nog altijd nadrukkelijk aanwezig. Daarnaast is het toerisme en de watersport steeds belangrijker geworden wat tot uiting komt in een groot aantal horecavestigingen langs het water van de havens, watersportwinkels, rondvaarten en sportvisserij, en de jachthaven met de bijbehorende voorzieningen. Het is daarmee een aantrekkelijk gebied geworden om de havensfeer te proeven. Rondom de havens liggen woongebieden die deels binnen het plangebied vallen.
De aard van de functies varieert per deel van de haven. De aanwezige randbebouwing alsmede de bebouwing op het binnenterrein wordt gesloopt. Het plangebied voorziet in een herontwikkeling van commerciële plint, wonen in verschillende woonvormen, parkeren en groen.
Fig. 2.2: Een impressie van het plangebied met de huidige bebouwing.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 9 van 42 Januari 2021 Versie 01
Het plangebied is gelegen aan de Zeesluisweg. De aanwezige bebouwing voorziet in 2 à 3 bouwlagen. Op de begane grond een commerciële plint met op de bovengelegen bouwlagen woonfuncties. Het plangebied is gelegen naast het woongebouw De Meerpalen, die recentelijk is gerealiseerd.
Fig. 2.3: Een weergave vanaf de Zeesluisweg op de aanwezige bebouwing, met rechts De Meerpalen.
2.2
Het gewenste bouwplan Aan de Zeesluisweg in Den Haag (Scheveningen) heeft initiatiefnemer een plan ontworpen om bestaande bebouwing te transformeren naar een wooncomplex dat ruimte biedt aan 121 appartementen en 485 m² bvo bedrijfsruimte. De te realiseren appartementen zijn gericht op drie verschillende doelgroepen: startende stellen op de woningmarkt, young professionals en PhD’ers. Dit zijn doelgroepen in een jonge leeftijdscategorie bestaande uit eenpersoons- of tweepersoonshuishoudens. Onderstaand een impressie van het project vanuit verschillende perspectieven.
Fig. 2.4: Een impressie van het nieuwe gebouw aan de Zeesluisweg.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 10 van 42 Januari 2021 Versie 01
Woningen In het woongebouw is aandacht voor differentiatie tussen kleine, maar ook grotere woningen. Hierdoor zal de kwaliteit, behoefte verschillende woonmilieus en menging voor verschillende doelgroepen in het gebouw en de wijk ten goede komen. Om het bovenstaande te voorkomen geldt dat maximaal 20% van de woningen een kleine woning mag zijn met een woonoppervlak van maximaal 50 m2 GBO. De woningen op de bovengelegen bouwlagen zijn volgens het bestemmingsplan toegestaan en voorziet niet in een strijdigheid. Op de begane grond aan de Zeesluisweg zijn de woningen wel strijdig met het bestemmingsplan. Het betreft 16 woningen, waarvan de helft woon/werkeenheden. Dit aantal is te beperkt om eisen te kunnen stellen met betrekking tot sociale huur. Het woonoppervlak van de begane grond voldoet aan de eisen die gesteld worden in de Woonagenda: niet meer dan 20% mag kleiner zijn dan 50 m2. In de voorgestelde plattegronden zijn 3 van de 16 appartementen kleiner dan 50 m2.
Fig. 2.5: Een impressie van de woningdifferentiatie in het project.
De voorgestelde plint bestaat uit van een half verdiepte gemengde bouwlaag en een half verhoogde woonverdieping. Hierdoor ontstaat enerzijds ruim oppervlak voor het commerciële programma en anderzijds grondgebonden woningen (beiden met contact met de straat). Deze plintkeuze is ook akkoord bevonden vanuit de afdeling Economie.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 11 van 42 Januari 2021 Versie 01
Ruimtelijk heeft de gekozen plint ook verschillende voordelen • Het levert een stevige bijdrage op voor het tekort aan kleinschalige, schakelbare en betaalbare bedrijfsruimte in dit gebied. • De plint zal, omdat het bestaat uit een gestapelde mix van wonen en werken, minder snel gesloten van karakter zijn, zoals bij rolluikbedrijvigheid. • Doordat de woonlaag een halve verdiepingshoogte is opgetild, is minder sprake van privacy-aantasting en is er meer woonkwaliteit voor de woningen. Tegelijkertijd leidt dit in de praktijk tot minder gesloten gordijnen en een vriendelijker gevelbeeld met meer sociale controle. Ontsluiting en parkeren Het woongebouw heeft een eigen ontsluiting. Verkeer rijdt direct het plangebied in. Op het achter terrein is een parkeergarage gelegen. Door de herontwikkeling van bestaande bebouwing met een eigen parkeervraag is het mogelijk te ‘salderen’. Aangezien er 53 parkeerplaatsen beschikbaar zijn binnen het plangebied van de ontwikkeling en de aanliggende parkeercapaciteit op de Zeesluisweg is er sprake van een acceptabele parkeersituatie. Paragraaf 4.10 gaat hier nader op in. Huishoudelijk afval Het afval wordt bij het woongebouw inpandig worden opgeslagen. Hierdoor wordt de kwaliteit van de omliggende openbare ruimte beter gewaarborgd en ontstaan betere kansen voor gescheiden inzameling nabij de bron.
Duurzaamheid Het project voorziet in een ‘natuur-inclusieve’ ontwikkeling binnen deze ontwikkeling. Dit wordt enerzijds gerealiseerd door het binnengebied voldoende groen (binnentuin) te geven, maar ook door bijvoorbeeld ingrepen op het dak zoals sedumdaken. In de planvorming wordt ook ingezet op het toepassen van diverse duurzame voorzieningen en oplossingen volgens bepaalde energieconcepten. Paragraaf 3.3.4 en 3.3.5 gaan hier nader op in.
Fig. 2.6: Een impressie van de binnentuinen op het binnenterrein in het plangebied. NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 12 van 42 Januari 2021 Versie 01
3
Hoofdstuk 3 Beleidskader Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Getoetst wordt of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de gemeente Lelystad op deze locatie.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Ruimtelijk – Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en 13 maart 2012 vastgesteld. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor de projectlocatie zijn in de SVIR geen specifieke onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd (nationaal belang 13). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft een handreiking beschikbaar gesteld als hulpmiddel bij de toepassing van de ladder. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied“. In het kader van de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is nagegaan of het woningbouwplan op deze locatie voldoet aan de criteria die de Ladder stelt. De eerste vraag is of de ontwikkeling past in een regionale behoefte. De locatie bevindt zich in Scheveningen, hetgeen onderdeel uitmaakt van de groeiende stad Den Haag.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 13 van 42 Januari 2021 Versie 01
Zowel het gemeentelijk beleid als ook het provinciaal beleid laat zien dat er een sterke behoefte is aan heel veel nieuwe woningen in de gehele provincie Zuid Holland en ook zekers in het gebied Den Haaf en omgeving. Daarmee is de behoefte vastgesteld. De tweede vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden. Het gaat hier om een binnenstedelijke locatie in Scheveningen die in de bestaande situatie reeds bebouwd is. Er is daarmee sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, inbreiding voor uitbreiding. Er wordt dus geen beslag gedaan op buitenstedelijk gebied, maar het bestaand stedelijk gebied wordt op een positieve wijze vernieuwd. Het is voor de woningmarkt in de stad van belang de woningproductie goed op gang te houden. De woningen op de bovengelegen bouwlagen zijn volgens het bestemmingsplan toegestaan en voorziet niet in een strijdigheid. Op de begane grond aan de Zeesluisweg zijn de woningen wel strijdig met het bestemmingsplan. Het betreft 16 woningen, waarvan de helft woon/werkeenheden. Dit aantal is te beperkt om eisen te kunnen stellen met betrekking tot sociale huur. Het woonoppervlak van de begane grond voldoet aan de eisen die gesteld worden in de Woonagenda: niet meer dan 20% mag kleiner zijn dan 50 m2. In de voorgestelde plattegronden zijn 3 van de 16 appartementen kleiner dan 50 m2.
Ook het beoogde aantal woningen op de begane grond (16 stuks) passen binnen de nog te realiseren bouwopgave in zowel Den Haag en omgeving als in de hele provincie Zuid Holland. Het verzoek past binnen de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2
Provinciaal beleid In de geconsolideerde omgevingsvisie Zuid Holland (d.d. 1 augustus 2020) staat het volgende verwoord over het gebied vanuit het aspect ‘Verstedelijking en wonen’. Beleidskeuze: De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 14 van 42 Januari 2021 Versie 01
Toelichting: Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Daarnaast gaat het over woningen zo te bouwen, in samenhang met investeringen in infrastructuur, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving dat dit bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waar de provincie voor staat. Woningbouw als de enige of primaire oplossing voor de sociaal-economische vitaliteit is in de ogen van de provincie geen duurzame lange termijn strategie. De te realiseren appartementen zijn gericht op drie verschillende doelgroepen: startende stellen op de woningmarkt, young professionals en PhD’ers. Dit zijn doelgroepen in een jonge leeftijdscategorie bestaande uit eenpersoons- of tweepersoonshuishoudens. Deze hebben behoefte aan dergelijke woningen. Bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgebied Met verdichting van het stedelijk gebied wordt de agglomeratiekracht versterkt.
Het draagt bij aan efficiënt ruimtebeslag en door binnenstedelijk te bouwen kan het open landschap behouden blijven. Behoud en ontwikkelen van het groenblauwe netwerk in, om en tussen de steden draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving, een attractief woonmilieu en een gezonde en klimaatadaptieve omgeving. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stad- en dorpsgebied. Differentieer de woningvoorraad Een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat biedt mensen keuzevrijheid in woonomgevingen en heeft een woningvoorraad die aansluit op de behoefte. In het bijzonder is er aandacht voor een passend aanbod van de woningvoorraad onder de liberalisatiegrens voor de primaire en secundaire doelgroepen van het huurbeleid. Tot deze doelgroepen behoren in ieder geval: jongeren, senioren, grote gezinnen, vergunninghouders en arbeidsmigranten. Onder passend wordt ook verstaan dat op lokaal niveau wordt bijgedragen aan een evenwichtig gespreide sociale woningvoorraad over de regio. Er vindt differentiatie plaats naar de oppervlakte van de woningen.
Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer Een goede bereikbaarheid is voor Zuid-Holland van groot belang. Dat mensen zich gemakkelijk en comfortabel kunnen verplaatsen tussen gebieden en dat werk en voorzieningen goed bereikbaar zijn, is niet alleen belangrijk voor de leefbaarheid en individuele ontwikkeling maar ook voor de concurrentiepositie van de regio.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 15 van 42 Januari 2021 Versie 01
De voorkeur gaat uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en nabij hoogwaardig openbaar vervoer. Binnen het bestaand stads- en dorpsgebied liggen er veel kansen voor herstructurering en transformatie. Voor de provincie ligt de hoogste prioriteit logischerwijs bij herstructurering en transformatie van locaties die binnen de invloedsfeer van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) liggen. Het openbaar vervoernetwerk is binnen handbereik in de vorm van de bus en de metro. Een metrostation bevindt zich op circa 50 meter afstand van het plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking De provincie sluit aan bij de Rijksladder voor duurzame verstedelijking. Een consequentie van het feit dat de provincie aansluit bij de werking van de Rijksladder, is dat bij bepaalde ontwikkelingen minder vaak sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Dit maakt dat de transformatie van bestaande bebouwing, als bijvoorbeeld kantoren, winkels en cultuurhistorische waardevolle gebouwen binnen de invloedssfeer van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV), vaak niet ladderplichtig zal zijn en met het oog op de woningbehoefte altijd kan worden gestart. Ook als deze nog niet in overeenstemming is met het regionale woningbouwprogramma.
Bij de jaarlijkse actualisering van het woningbouwprogramma moet rekening worden gehouden met de betreffende transformatieprojecten, die nog niet in overeenstemming zijn met het regionale woningbouwprogramma. Waar het gaat om de transformatie van gronden naar woningbouw binnen BSD en nabij HOV en dit cijfermatig niet past binnen het regionale woningbouwprogramma, dan gaat de provincie samen met de initiatiefnemende gemeente graag het gesprek aan met de regio om deze ontwikkeling in het programma op te nemen. Benut de potentie van energietransitie en klimaatadaptatie De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Dat betekent voor de bestaande woningvoorraad een flinke opgave terwijl voor nieuwbouw deze efficiencyslag eenvoudig te realiseren is. In het bouwplan wordt gestreefd naar het zo duurzaam als mogelijk is bouwen. In paragraaf 3.4.5 is hier de nadere toelichting op gegeven. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden.
De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 16 van 42 Januari 2021 Versie 01
Regionale woonvisies moeten actueel zijn. De regio draagt hiervoor zorg. Wanneer hiertoe aanleiding is, kan ook de provincie het initiatief nemen tot actualisatie van een regionale woonvisie. De actualisering van de Woonbehoefteverkenning Zuid-Holland kan daarvoor een reden zijn. In de woonvisie wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met het uitgangspunt van de Ladder voor duurzame verstedelijking om binnenstedelijk te bouwen of binnen de invloedsfeer van hoogwaardig openbaar vervoer. Voor zover locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied nodig zijn, of buiten de invloedsfeer van hoogwaardig openbaar vervoer worden de ruimtelijke aspecten (waaronder de ontsluiting) van die locaties onderbouwd. Vanuit de wens tot verdere verbetering van de bestaande gebouwde omgeving middels herstructurering, verdichting en transformatie bekijken provincie en gemeenten in hoeverre de potenties van locaties zowel kwalitatief als kwantitatief worden benut. Gemeenten dragen samen met de provincie zorg voor een realistisch en actueel kwalitatief en kwantitatief onderbouwd regionaal woningbouwprogramma, welke jaarlijks wordt geactualiseerd Dit dient gemotiveerd te worden vanuit de regionale woonvisie. Provincie en regio zijn beide gebaat bij een actuele regionale woonvisie die voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag.
In voorbereiding op de actualisatie gaat de provincie in overleg met de regio's over welke informatie relevant is en wie hiertoe gegevens kan leveren. Een regionale woonvisie vormt het kader voor en dient de onderbouwing te geven van het regionale woningbouwprogramma. Het woningbouwprogramma is aanpasbaar bij de actualisatie regionale woonvisie of van de behoefte. Om te beoordelen of het woningbouwprogramma in overeenstemming is met de woonvisie kijkt de provincie naar het aantal woningen, de locaties, doelgroepen, en de maatschappelijke meerwaarde zoals energietransitie, klimaatadaptatie, bodemdaling, bereikbaarheid en gezonde leefomgeving. Er wordt in paragraaf 3.3 ingegaan op de regionale woonvisie Haaglanden. De bouw van de woningen in voorliggende ruimtelijke onderbouwing passen binnen de gestelde hoeveelheid nog te bouwen woningen. Energietransitie, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving Bij de planvorming spelen vraagstukken rondom energie, duurzaamheid, bodemdaling, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving een steeds belangrijker rol. Dit vindt zijn weerslag in locatiekeuzes, bij uitvoering van woningbouwprogramma’s en bij keuzes ten aanzien van de levensduur en functionaliteit van woningen en gebouwen.
De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO² neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn aansluitend bij de groenblauwe structuur van Zuid-Holland. De provincie wil hierbij samen met de regio’s tot maatwerk komen in de regionale woonvisies. De provincie vraagt om bij de locatiekeuzes voor en het ontwikkelen van nieuwe woningbouwplannen, de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te nemen vanwege het toekomstig beheer van de woningbouw en woonomgeving.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 17 van 42 Januari 2021 Versie 01
De potentieel hoge beheerskosten zijn voor ons extra reden om terughoudend te zijn ten aanzien van het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stadsen dorpsgebied in bodemdalingsgevoelige gebieden. Conclusie Het plan biedt met het toevoegen van woonruimte in binnenstedelijk gebied een passende invulling aan het provinciaal beleid. Met het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk wordt ook voldaan aan de provinciale eis die wordt gesteld aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder zijn nog de volgende online artikelen gevonden binnen het provinciaal beleid van de provincie Zuid Holland inzake het terugbrengen van de woningbouwtekorten. Versnellen woningbouw Nieuwe betaalbare woningen nodig Als professional bij een gemeente, in de bouw of een kennisinstelling kunt u een concrete bijdrage leveren aan het verlagen van het bestaande woningtekort. Er is vooral behoefte aan betaalbare woningen voor starters & doorstromers, studenten, arbeidsmigranten en ouderen. De provincie Zuid-Holland wil samen met u maximaal bijdragen om tot 2025 jaarlijks 17.000 woningen te realiseren. Het tekort aan betaalbare woningen in Zuid-Holland vereist versnelling van nieuwbouw. Binnen bestaande bebouwing, in een bereikbare en aantrekkelijke leefomgeving met voldoende voorzieningen. De provincie ondersteunt professionals op verschillende manieren.
Ook is onderstaande tekst afkomstig vanuit de provincie Zuid Holland. Zuid-Holland staat voor een grote opgave. Tussen 2010 en 2030 zijn ongeveer 230.000 nieuwe woningen nodig. Daarvan zijn er tot nu toe al 80.000 gebouwd, waarmee een opgave voor 150.000 woningen nodig blijft. En dan zijn we er nog niet: tussen 2030 en 2040 moeten aanvullend 60.000 woningen gebouwd worden. Deze opgave staat niet op zichzelf. De bouw van woningen combineren met andere vraagstukken biedt de kans om steden en dorpen in de provincie te versterken. Denk aan de combinatie met bereikbaarheid over de weg of via het openbaar vervoer. Daarnaast biedt de woningbouwopgave een kans om in te spelen op maatschappelijke transities, zoals die op het gebied van energie, klimaat en economie. Woningbouw is dé bepalende factor in verdere verstedelijking van Zuid-Holland. En nog deze (gepubliceerd op 26 november 2020) Provincie en gemeenten doen voorstel voor 33.000 woningen in Zuid-Holland Samen met gemeenten legt provincie Zuid-Holland een bod neer bij minister Ollongren (BZK) voor het versneld bouwen van 33.000 woningen. De helft hiervan binnen het betaalbare segment.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 18 van 42 Januari 2021 Versie 01
Het gaat om 23 kansrijke projecten die allemaal een belangrijke regionale bijdrage leveren aan de woningbouwopgave zoals bijvoorbeeld Katwijk-Valkenburg, Lansingerland-Wilderszijde en de Spoorzone Dordrecht-Zwijndrecht. Gedeputeerde Anne Koning (Wonen): “Met een toekenning vanuit de Woningbouwimpuls kunnen deze kansrijke projecten binnen 3 jaar van start. Hiermee zetten we gezamenlijk en op korte termijn een belangrijke stap om de in de Woondeal Zuidelijke Randstad gemaakte afspraken van 100.000 woningen tot aan 2025 ook daadwerkelijk te realiseren. Het versnellen van de woningbouw is een belangrijke opgave die we alleen samen met het Rijk kunnen realiseren. Daarom doen wij zeker ook een beroep op de volgende tranches van de Woningbouwimpuls. Met elkaar versnellen we de woningbouw zodat zo snel mogelijk iedereen in Zuid-Holland een passende woning kan vinden.” Genoeg goede plannen In Zuid-Holland zijn genoeg goede plannen voor woningbouw, voornamelijk op locaties binnen bestaand stads- en dorpsgebied en in de buurt van hoogwaardig openbaar vervoer. Dit is in overeenstemming met ruimtelijk beleid van Rijk en provincie. Met hulp van de Woningbouwimpuls versnellen we gezamenlijk de bouw van nog meer woningen. In september is bij de eerste tranche van de Woningbouwimpuls al subsidie toegekend aan 11 Zuid-Hollandse projecten. Goed voor zo’n 24.000 woningen.
Woningbouwimpuls Om de bouw van betaalbare woningen te versnellen, heeft het Rijk 1 miljard euro beschikbaar gesteld via verschillende tranches van de Woningbouwimpuls. Hiermee zorgt het Rijk ervoor dat er op korte en middellange termijn echt wordt doorgebouwd. Als overheid bouwen we samen structureel meer betaalbare woonruimte en houden we tegelijkertijd de bouwsector als belangrijke economische motor draaiende, met alle banen die dit oplevert. Dat is zeker in deze tijd waarin de economie zware klappen krijgt door de coronacrisis heel belangrijk. Dit geeft al aan dat er een aanzienlijk tekort is aan woningbouwmogelijkheden binnen de provincie Zuid Holland. Voorliggen plan levert een positieve bijdrage in het terugbrengen van het aanwezige tekort en past daarmee binnen de woningbouwdoelstellingen van het provinciaal beleid. 3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 -2021 De negen gemeenten die daaraan een bijdrage leverden, zien hun regio als ongedeelde woningmarkt. Het zijn Den Haag, Westland, Rijswijk, Wassenaar, Midden-Delfland, Zoetermeer, Delft, Pijnacker-Nootdorp en Leidschendam-Voorburg. In de komende zeven jaar groeit het aantal huishoudens in die regio met ongeveer 50.000. Om in de regionale behoefte te voorzien, moeten er ongeveer 45.000 woningen bij komen. Meer flats dan eengezinswoningen. Het merendeel zou al in 2021 moeten zijn gebouwd. Den Haag neemt de meeste woningbouw voor zijn rekening (19.000) terwijl Westland (8000), Zoetermeer (6000), Rijswijk (5000) en Delft (5000) een middenpositie innemen. In de (regionale) woonvisie staat dat er behoefte is aan 45.000 nieuwe woningen in de regio en dat dit is vanwege de groei van het aantal huishoudens.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 19 van 42 Januari 2021 Versie 01
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Wéreldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 Op 17 november 2005 heeft de gemeenteraad van Den Haag de Structuurvisie Den Haag 2020 vastgesteld: de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020. De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 500.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vorm gegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4zone en de Schakelzone Lozerlaan). Tegen de achtergrond van de huidige economische crisis zijn in het Coalitieakkoord “Aan de slag” (d.d. 21-05-2010) en het Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling (d.d. 14-09-2011) nadere prioriteiten gesteld. Met het Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling 2012 (IpSO) biedt de gemeente duidelijkheid in welke projecten wordt geïnvesteerd en welke ambities worden nagestreefd.
Markpartijen kunnen hier rekening mee houden en op anticiperen met hun investeringen. Uiteraard is het doorgaan van ontwikkelingen van meerdere factoren afhankelijk (o.a. economische conjunctuur), maar doordat de gemeente vasthoudt aan de ingezette koers en helderheid biedt voor welke projecten middelen worden gereserveerd wordt enige mate van stabiliteit en zekerheid geboden. Het merendeel van het woningbouwprogramma moet binnenstedelijk worden gerealiseerd. Het centrum-stedelijk milieu biedt daartoe de beste kansen. Prioriteiten zijn Scheveningen Haven, het centrum en Laakhavens. De ruimtelijke strategie van Den Haag steunt op twee pijlers: “De Wereld in Den Haag” en “Den Haag in de Wereld”. De Wereld in Den Haag gaat over het verstevigen en robuust maken van de basis of het fundament van de stad met goede leefmilieus om te wonen, werken, ondernemen, recreëren. Tegelijkertijd werkt Den Haag aan het uitbouwen van de top (Den Haag in de Wereld), met als vaandel Den Haag Internationale Stad van Vrede en Recht. De komende jaren krijgen de gebiedsontwikkelingen op de centrale as ScheveningenHaven, Internationale Zone en Centrum prioriteit. Het plangebied maakt onderdeel uit van ‘Scheveningen Haven’. Het gebied maakt deel uit van het Ontwikkelingsgebied Scheveningen-Kust, dat op zijn beurt ligt binnen de Internationale Kustzone.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 20 van 42 Januari 2021 Versie 01
In het ontwikkelingsgebied bieden het vrijgekomen Norfolkterrein, Scheveningen-Haven en Scheveningen-Bad van Palacegebied tot Zwarte Pad de beste kansen voor de realisatie van het programma op hoofdlijnen voor dit gebied: toevoegen van 4.100 woningen, hoogwaardige badplaats-gerelateerde voorzieningen en verbetering van de infrastructuur. In de kansenzones liggen ontwikkelingsgebieden waarin de ambitie van de structuurvisie het sterkst tot haar recht komt. Het toevoegen van het aantal beoogde woningen in een woongebouw zoals beoogde met veel aandacht voor duurzaamheid, binnenhalen van groen in het plan en een mix aan woningtypologie qua oppervlaktes past binnen het gestelde beleid. 3.4.2
Addendum Woonagenda 2020 - 2023 Op 23 maart 2019 heeft de Haagse gemeenteraad de Woonagenda 2019-2023 vastgesteld. De woningmarkt staat momenteel sterk onder druk. Met name huishoudens met een midden- of laag inkomen hebben veel moeite om in Den Haag een geschikte woning te vinden. Maatregelen om deze druk te stabiliseren en laten afnemen werden beschreven in de Woonagenda 2019 - 2023. Een goede samenwerking en duidelijke afspraken met o.a. corporaties, huurders, marktpartijen, beleggers en vastgoedeigenaren en bewoners is van groot belang om het maatregelen pakket te kunnen realiseren. Na vaststelling van de Woonagenda is er veel gebeurd. Er is een nieuw coalitieakkoord gesloten en zijn er meer (financiële) middelen vrij gemaakt om de woningmarkt aan te jagen. In het coalitieakkoord ‘Samen voor de stad’ zijn extra maatregelen afgesproken. Dit vraagt om een actualisatie van de Woonagenda. Op 7 juli 2020 heeft de gemeenteraad het Addendum Woonagenda 2020 – 2023 vastgesteld. De Woonagenda wordt met dit voorstel geactualiseerd met een ‘addendum’. De Woonagenda is inhoudelijk aangepast op de afspraken uit het coalitieakkoord. De analyse van de woningmarkt is geactualiseerd naar de Woonagenda 2020 om de grote druk op de Haagse woningmarkt te ontspannen. Het woonprogramma op de verdieping is toegestaan volgens het bestemmingsplan en wordt daarom niet getoetst aan de Woonagenda.
Op de begane grond aan de Zeesluisweg zijn de woningen wel strijdig met het bestemmingsplan. Het betreft 16 woningen, waarvan de helft woon/werkeenheden. Dit aantal is te beperkt om eisen te kunnen stellen met betrekking tot sociale huur.
3.4.3
Kracht van Kwaliteit De economische visie van Den Haag is vastgelegd in de nota “Kracht van kwaliteit”. De toekomst voor de Nederlandse economie in de mondiale concurrentiestrijd ligt bij kennis, creativiteit en stedelijke kwaliteit. De uitdaging voor de stad Den Haag is om omstandigheden te creëren, waarbij de economie van de stad ook op de langere termijn kansen biedt voor werk, inkomen en ontplooiing van alle Haagse burgers. Dit door in te zetten op: • Internationale stad van Vrede en Recht -> de unieke branding van Den Haag; • Kracht van de stad: quality of life -> aantrekkelijke stad voor werkers, bewoners en bezoekers;
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 21 van 42 Januari 2021 Versie 01
• •
Economische structuur -> sterke clusters en vitaal mkb Arbeidsmarkt -> talent en vakmanschap
Het plangebied draagt bij aan de versteviging van de quality of life van Den Haag door de positie nabij de zee goed te benutten, de afstand tot de zee/stranden bedraagt circa 400 meter. Verder biedt het door de extra appartementen meer vraag voor bewoners. Ook door het toevoegen van commerciële ruimten wordt ingezet op een verdergaande versterking van de economische structuur en biedt het kansen voor het vergroten van de arbeidsmarkt. 3.4.4
Groen kleurt de stad De nota ‘Groen kleurt de stad’ - beleidsplan voor het Haagse groen 2005-2015 verwoordt het groenbeleid van Den Haag in twee doelstellingen: • Het beleidsplan biedt een kader voor duurzaamheid bij inrichting, beheer en gebruik van groen waarbij meer en meer sprake zal zijn van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van beheerder en gebruiker; • Het beleidsplan biedt een raamwerk waarbinnen keuzes kunnen worden gemaakt bij ruimtelijke ingrepen die van invloed zijn op het groen in de stad en bij veranderende maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de functies van het groen. Het project voorziet in een ‘natuur-inclusieve’ ontwikkeling binnen deze ontwikkeling. Dit wordt enerzijds gerealiseerd door het binnengebied voldoende groen (binnentuin) te geven, maar ook door bijvoorbeeld ingrepen op het dak zoals sedumdaken. Onderstaand een weergave van hoe een dergelijke binnentuin eruit kan komen te zien in dit plan. Op deze wijze wordt het groen het plangebied binnengehaald. Ook het gebruik van sedumdaken wordt voorzien in het plan, zie daartoe onderstaande weergave. Op deze wijze wordt voldaan aan het beleid om groen de stad in te halen.
Fig. 3.1: Een impressie van de groen- en sedumdaken in het ontwerp.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 22 van 42 Januari 2021 Versie 01
Fig. 3.2: Een impressie van de binnentuinen in het plangebied.
3.4.5
Duurzaamheid
3.4.5.1
Klimaatplan en energievisie De ambities op het gebied van klimaat en energie zijn verwoord in het Klimaatplan Den Haag en de Energievisie Den Haag 2040 (RIS 180173 ). Ambitie van de gemeente Den Haag is om in 2040 als stad klimaatneutraal te zijn, met als tussenstap 30% minder CO2-uitstoot in 2020 (ten opzichte van 1990). De kansen voor CO2-reductie liggen vooral in de sectoren wonen en werken. Bij mobiliteit is het huidige beleid al gericht op CO2-reductie doordat wordt ingezet op een modal shift van auto naar OV en fiets. De Energievisie schetst een beeld van de maatregelen die nodig zijn om de Haagse energiehuishouding te verduurzamen. In het kader van de nieuwbouwontwikkeling in het plangebied is een duurzame energievoorziening gewenst, denk hierbij aan: - Energiebesparing, door energieneutrale nieuwbouw; - Warmte koude opslag in de bodem - Toepassing van zonne-energie; pv-panelen zijn goed te combineren met nieuwbouw, maar ook op daken van bestaande (bedrijfs)bebouwing; - Winning van energie uit biomassa. - Uitbreiding warmte-en koudenetten.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 23 van 42 Januari 2021 Versie 01
In de planvorming wordt ook ingezet op het toepassen van diverse duurzame voorzieningen en oplossingen, zoals : • Aan de hand van de volgende drie richtlijnen - de Trias Energetica – is verkend welke technieken kansrijk zijn om energie-efficiënt te bouwen. • Het casco is zeer goed geïsoleerd zodat er weinig warmte nodig is voor het verwarmen van de studio’s. Met een luchtwarmtepomp i.c.m. natuurlijke ventilatie is een zeer efficient en gasloos systeem toegepast. • Warm tapwater wordt door middel van elektrische boosters opgewekt. • De oriëntatie en het beschikbare dakoppervlak leent zich voor PV-panelen zodat een groot deel van het energieverbruik op locatie opgewekt kan worden. Door de plaatsing op het sedumdak warmen de PV-panelen niet teveel op waardoor deze zo efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Onderstaand is de energie-ambitie voor het bouwplan schematisch weergegeven.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 24 van 42 Januari 2021 Versie 01
3.4.5.2
Uitvoeringsplan Klimaatbestendig Den Haag Het uitvoeringsplan ‘Klimaatbestendig Den Haag’ beschrijft op hoofdlijnen welke effecten van klimaatverandering voor Den Haag relevant zijn, hoe de gemeente daar mee omgaat en welke acties de komende periode worden uitgevoerd. Een klimaatbestendige stad houdt in dat bij de inrichting en het bouwen in de stad rekening wordt gehouden met de effecten van klimaatverandering. Deze effecten zijn ook van invloed op de ontwikkeling van het plangebied. Een thema dat van belang kan zijn in de planvorming is: • Beter vasthouden van water. Dit helpt om te snelle afwenteling op het watersysteem of rioolsysteem tijdens extreme neerslag te voorkomen. Door het toepassen van een groene binnentuin en het gebruik van sedumdaken wordt al voorzien in het beter en langer kunnen vasthouden van water binnen het plangebied, hetgeen in overeenstemming is met het beleid.
3.4.6
Welstandsbeleid Om te bepalen of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, heeft de gemeente Den Haag welstandscriteria vastgesteld in de Welstandsnota. De gemeente hecht veel waarde aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Die kwaliteit staat beschreven in de Welstandsnota. Iedere gemeente is sinds 2004 verplicht om een Welstandsnota vast te stellen. In deze nota staan alle welstandscriteria voor bouw en verbouw in de stad. Aanvragers weten vooraf wat van hen verwacht wordt. Op 25 januari 2018 heeft de gemeenteraad een nieuwe Welstandsnota vastgesteld, die op 26 januari 2018 in werking is getreden. De herontwikkeling en de nieuwbouw van het woongebouw wordt bij aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst worden aan de van toepassing zijnde welstandscriteria.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 25 van 42 Januari 2021 Versie 01
4
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
4.2.1
Archeologie In deze ruimtelijke onderbouwing moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Wet op de archeologische monumentenzorg) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Het plangebied heeft een archeologische verwachting en een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ in het bestemmingsplan. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning geldt dat de waarde van het terrein dat door de werkzaamheden verstoord zal worden vooraf in voldoende mate moet worden vastgesteld. Dit om te kunnen bepalen of er voorwaarden aan de vergunning moeten worden verbonden. Deze bepaling is alleen van toepassing wanneer bij het plan een bodemverstoring op zal treden die groter is dan 50 m2 en dieper gaat dan 50 cm – maaiveld. In dit deel van Den Haag kunnen archeologische resten voorkomen in het Oude Duin, op een hoogte tussen 3,5 en 0,5 m +NAP. Dit Oude Duin is in het plangebied afgedekt door een dik pakket stuifzand, de maaiveldhoogte ligt rond 8 m +NAP. Dat betekent dat bodemverstoring tot 4,5 meter onder maaiveld niet tot in de mogelijke archeologische lagen zullen reiken en de eventuele archeologische resten niet zullen bedreigen. Het project voorziet in het slopen van bestaande bebouwing en herontwikkeling in hetzelfde plangebied.
Een deel van het gebouw zal op staal gefundeerd worden, dit blijft binnen die zone van 4,5 meter. Mogelijk dat een ander deel op palen gefundeerd wordt, deze zullen waarschijnlijk een lengte van 6 – 8 meter hebben. De gemeente heeft aangegeven dat zolang de fundering en afgraving niet dieper komt dan 3,5 meter +NAP, er geen onderzoek nodig is. Ook het funderen met de heipalen is mogelijk, omdat de verstoring daarvan relatief beperkt is. Zorgplicht In alle gevallen blijft de archeologische meldingsplicht van kracht (Erfgoedwet). Dit houdt in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag.
NL.IMRO. Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Den Haag Het bouwen van een woongebouw, Zeesluisweg 44-76 te Scheveningen
Blad 26 van 42 Januari 2021 Versie 01
4.2.2
Cultuurhistorie Cultureel erfgoed omvat 'sporen, objecten en patronen/structuren die, zichtbaar of niet zichtbaar, onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. Het omvat zowel het archeologisch, historisch(steden)-bouwkundig als het historisch-landschappelijk erfgoed. In deze paragraaf staat een beschrijving van de in het plangebied Scheveningen Haven aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Scheveningen Haven is niet aangewezen als beschermd stadsgezicht. De naastgelegen wijken Statenkwartier (rijksbeschermd stadsgezicht) en Scheveningen Dorp (gemeentelijk beschermd stadsgezicht) hebben wel deze status. Geconcludeerd kan worden dat het bouwen en gebruiken van gronden ter plaatse van het plangebied niet tot gevolg heeft dat archeologisch, cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden significant worden aangetast.
4.3
Bodem In de ruimtelijke onderbouwing dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Voor de herontwikkeling in het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het bodemonderzoek d.d. 2 juli 2018, bekend onder projectcode 20180444 is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Op basis van het uitgevoerde verkennend milieukundig asbest- en bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat de te onderzoeken locatie ‘niet verontreinigd is met de onderzochte parameters’. In het rapport zijn in hoofdstuk 7 de volgende conclusies en opmerkingen te lezen: Op de locatie aan de Zeesluisweg 44 t/m 72 te Scheveningen is door VanderHelm Milieubeheer B.V. in opdracht van Urban Climate Architects een verkennend milieukundig asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN5707. Aanleiding Aanleiding tot dit onderzoek is de herinrichting (bouw etages), waarbij een metaal dragende constructie wordt gerealiseerd. Doelstelling Doelstelling van het onderzoek is het, middels een steekproef, bepalen van de algemene bodemkwaliteit met het oog op de voorgenomen werkzaamheden en herinrichting.