CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308007 Bijlage 4

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Mobiliteit en Cultuur inzake Minder snorfietsen op het fietspad (RIS308007)11.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

11 OKTOBER 2019

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

Contactpersoon PATRICK KALDERS

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

2 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

INHOUDSOPGAVE MANAGEMENTSAMENVATTING

5

1

INLEIDING

8

1.1

Achtergrond en aanleiding

8

1.2

Vraagstelling

8

1.3

Methodiek en verantwoording

9

1.4

Leeswijzer

9

2

3

4

RELEVANTE INZICHTEN OVER SNORFIETSERS

10

2.1

Inleiding

10

2.2

De snorfiets: historie, typen, kosten en aantallen

10

2.3

Wet- en regelgeving en handhaving

12

2.4

De snorfietsers: kenmerken en opvattingen

13

2.5

Verkeersveiligheid snorfietsers

14

2.6

Mobiliteit op fietspad en rijbaan

15

2.7

Milieu en leefbaarheid

16

2.8

Vergelijking met bromfiets

16

RESULTATEN ENQUÊTE ONDER SNORFIETSERS

17

3.1

Inleiding

17

3.2

Kenmerken snorfietsers

17

3.3

Gebruik van snorfiets en andere vervoermiddelen

18

3.4

Redenen voor keuze snorfiets

19

3.5

Gedrag bij helmplicht voor snorfietsers

20

3.6

Opvattingen over helmplicht voor snorfietsers

21

3.7

Conclusies

22

EFFECTEN VAN EVENTUELE HELMPLICHT VOOR SNORFIETSERS

23

4.1

Overzicht van mogelijke effecten

23

4.2

Waarschijnlijkheid van effecten

24

4.2.1

Verkeersveiligheid

24

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

3 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

4.2.2

Milieu

26

4.2.3

Doorstroming

28

4.2.4

Kosten

29

Bijlage A Gebruikte literatuur

30

Bijlage B Verantwoording enquête onder snorfietsers

31

Bijlage C Deelnemers expertsessie

32

COLOFON

33

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

4 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

MANAGEMENTSAMENVATTING Hoofdconclusie Wij concluderen dat een helmplicht voor snorfietsers een substantieel positief effect zal hebben op de verkeersveiligheid van snorfietsers (inclusief overstappers). Wij verwachten een substantiële daling van het aantal verkeersongevallen (doden en gewonden). Dit effect is sterk afhankelijk van het deel snorfietsers dat als gevolg van een helmplicht overstapt op een ander vervoermiddel. De effecten van een helmplicht voor snorfietsers op doorstroming, worden ingeschat als niet noemenswaardig en op milieu als zowel positief (afname van NOx) als negatief (toename van CO2). Er is geen betrouwbare berekening te maken van de effecten op de kosten.

Achtergrond en aanleiding De afgelopen tien jaar zijn er vele veranderingen opgetreden in het verkeer. Een van de in het oog springende veranderingen, met name in stedelijk gebied, is het sterk toegenomen aantal snorfietsers op het fietspad. Waren er in 2007 nog 300.000 snorfietsen in Nederland, in 2019 is dit aantal gestegen tot bijna 750.000. De snorfietsen hebben speciale voordelen voor de gebruikers (zoals gebruiksgemak en lagere kosten), maar brengen ook specifieke problemen met zich mee voor onder andere de doorstroming en de verkeersveiligheid. Op 22 januari 2019 is in de Tweede Kamer de motie Von Martels aangenomen, waarin de regering wordt verzocht “de Kamer spoedig een wetsvoorstel voor te leggen waarbij het dragen van een helm verplicht wordt voor snorfietsers.” De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangekondigd aandacht te willen schenken aan de mogelijke effecten van een helmplicht voor snorfietsers op verkeersveiligheid, doorstroming, et cetera. Vraagstelling De centrale vragen in het onderzoek zijn: 1. Wat zijn de mogelijke effecten van een helmplicht voor snorfietsers? 2. Wat zijn hiervan de meest relevante effecten voor de verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid, milieu en kosten? 3.

Met welke waarschijnlijkheid treden deze effecten op? Methodiek en verantwoording Om de onderzoeksvragen te beantwoorden is in het onderzoek een aantal stappen doorlopen: Bureauonderzoek: De beschikbare literatuur over snorfietsen, helmplicht en de effecten hiervan op verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid, milieu en kosten zijn bestudeerd. Hierover is afgestemd met experts van TNO, SWOV, RAI Vereniging, BOVAG, ANWB, Geef het Fietspad terug!, Scooterbelang, Fietsersbond, FEHAC en de gemeente Amsterdam.

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

Enquête onder de doelgroep snorfietsers in Nederland: Door onderzoeksbureau I&O Research is een enquête uitgevoerd onder de doelgroep snorfietsers in Nederland. Scenario’s van mogelijke effecten helmplicht snorfietsers: Op basis van de inzichten uit het bureauonderzoek en de enquête zijn enkele scenario’s opgesteld voor verkeersveiligheid, doorstroming, milieu en kosten. Expertsessie: Tijdens een expertsessie met experts van TNO, SWOV, RAI Vereniging, ANWB, Geef het Fietspad terug!, Scooterbelang, Fietsersbond, FEHAC en de gemeente Amsterdam zijn de resultaten van het bureauonderzoek, de enquête en de scenario’s gepresenteerd. Relevante inzichten uit literatuurstudie • Afgelopen jaren is er een sterke stijging in het aantal snorfietsen tot bijna 750.000 in 2019. • In andere Europese landen waar de snorfiets voorkomt geldt een helmplicht. • De snorfiets is relatief gezien een populair vervoermiddel voor in de stad. • Tussen 59% en 73% van de snorfietsers in Amsterdam zegt dat ze bij een helmplicht kiest voor een ander vervoermiddel. • Helmplicht wordt gezien als een kansrijke maatregel, maar niet de enige (andere zijn bijvoorbeeld infrastructurele maatregelen). • Er zijn meer slachtoffers onder snorfietsers per gereden kilometer dan onder fietsers en automobilisten.

• Educated guess (SWOV): het effect van een helmdraagplicht inclusief modal shift voor snorfietsers wordt geschat op circa 30% minder slachtoffers. • Een helmplicht heeft naar verwachting een positief effect op de verkeersveiligheid van snorfietsers. • Snorfietsers maken tussen de 4% en 9% uit van het totaal aantal fietspadgebruikers. • Doorstroming: Geen onderzoek bekend naar effect van helmplicht op doorstroming. • Milieu: Tweetakt snorfiets meest vervuilend. 5 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

•

Effect helmplicht bromfietsers: substantieel positief (circa 30% minder slachtoffers), maar langere tijd geleden.

Enquête onder snorfietsers De belangrijkste conclusies van de enquête zijn: • De snorfiets wordt vaak gebruikt: iets meer dan de helft (51%) van snorfietsers geeft aan dat zij de snorfiets meer dan 3 dagen in de week gebruiken en meer dan een kwart (28%) gebruikt de snorfiets 5 dagen of meer. • De belangrijkste reden om voor de snorfiets te kiezen is dat er geen helm nodig is. Van de snorfietsers heeft 72% voor de snorfiets gekozen omdat geen helm nodig is. • Indien een helmplicht wordt ingevoerd blijft iets meer dan een derde (36,5%) snorfiets rijden en geeft bijna drie vijfde (59,5%) aan te kiezen voor een ander vervoermiddel. Een kleine groep van 4% geeft aan iets anders te doen. • Van de snorfietsers die bij een verplichte helm overstappen op een ander vervoermiddel, kiest 42% voor (elektrische) fiets en 38% voor auto. • De snorfietsers die een helm kopen, willen hier gemiddeld circa € 75,- aan uitgeven. • Van de snorfietsers geeft 82% aan dat zij hiermee (veel) moeite zouden hebben. • Meer dan drie kwart van de snorfietsers (77%) is van mening dat door een helmplicht (veel) veiligheidswinst is te behalen. Effecten van helmplicht voor snorfietsers Mogelijke effecten In de mogelijke effecten die optreden bij de invoering van een helmplicht onderscheiden wij eerste, tweede en derde orde effecten.

Eerste orde effecten zijn de effecten die direct zichtbaar zijn door een afname van (de ernst van) letsel bij snorfietsongevallen (verkeersveiligheid) en de effecten op het gebruik van de snorfiets en/of andere vervoermiddelen (modal shift). Bij de tweede orde effecten onderscheiden wij vier categorieën: verkeersveiligheid als gevolg van doorstroming (naast de eerste orde effecten), doorstroming, milieu en financieel. Een derde orde effect is leefbaarheid. Waarschijnlijkheid van effecten Verkeersveiligheid: Wij hebben gekeken naar het effect van een helmplicht op snorfietsslachtoffers, op de ernst van de ongevallen met snorfietsers en op de verkeersveiligheid als gevolg van de overstap op andere modaliteiten. Gezien de afname van het aantal snorfietsers en de verschuiving naar andere modaliteiten, kan gesteld worden dat de helmplicht voor snorfietsers Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

een substantieel positief effect zal hebben op de verkeersveiligheid. De omvang van het effect zal afhangen van het aantal overstappers: het is groter als meer snorfietsers overstappen. Als 60% van de snorfietsers overstapt, is er bij de snorfietsers die overblijven een daling te verwachten van 16 naar 6 doden en van 1.838 naar 735 gewonden per jaar. Als 30% van de snorfietsers overstapt, is er een verwachte daling naar 11 doden en 1.268 gewonden per jaar. De groep die overstapt, stapt over op veiligere vervoerswijzen zoals de auto, fiets en OV. In totaal verwachten wij een substantiële daling in het aantal verkeersongevallen (doden en gewonden) onder snorfietsers, inclusief overstappers. De cijfers voor het effect van helmplicht op de verkeersveiligheidsrisico’s van andere modaliteiten geven ook een reductie van het aantal doden en gewonden. Deze cijfers geven echter onvoldoende zekerheid om op verantwoorde wijze een hard getal af te kunnen geven voor het totale effect van een helmdraagplicht voor snorfietsers op de verkeersveiligheid. Milieu: De uitstoot door snorfietsers neemt af want er rijden minder mensen op een snorfiets na invoering van de helmplicht. De groep die overstapt, stapt deels over op minder schone vervoerswijzen zoals de auto. De uitstoot van deze groep stijgt daardoor.

In totaal verwachten wij een toename in de uitstoot van CO2 tussen de 20% (als 30% van de snorfietsers overstapt) en 70% (als 60% van de snorfietsers overstapt). Tevens een afname in de uitstoot van stikstof tussen de 18% (als 30% van de snorfietsers overstapt) en 35% (als 60% van de snorfietsers overstapt), omdat auto’s per reizigerskilometers minder uitstoot van NOx hebben. Doorstroming: Van de 60% van de snorfietsers die overstapt, blijft een deel op het fietspad en zal een deel naar wegen en OV gaan. In totaal vindt er geen noemenswaardige verandering plaats in de doorstroming op fietspad en rijweg en in het OV. Kosten: Bij invoering van de helmplicht moeten snorfietsers een helm kopen. Zij geven aan hier gemiddeld 75 euro aan uit te willen geven. Voorzichtige berekeningen laten zien dat de te verwachte kosten voor snorfietsers voor de aanschaf van een helm in totaal liggen tussen de € 39 mln. (als 30% van de snorfietsers overstapt) en € 22 mln. (als 60% van de snorfietsers overstapt). Voor snorfietsers die overstappen op andere vervoermiddelen is geen betrouwbare 6 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

berekening te maken voor het effect op de kosten. Ook het financiële effect voor fabrikanten, producenten en leveranciers is lastig in te schatten. Aanbevelingen Meer onderzoek nodig naar de effecten van een helmplicht op verkeersveiligheid Een belangrijke conclusie in dit onderzoek is dat er onvoldoende betrouwbare reductiecijfers bekend zijn om op verantwoorde wijze een berekening te maken van de te verwachten effecten van een helmplicht voor snorfietsers. De recente invoering van de helmplicht in de gemeente Amsterdam biedt een interessante

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

mogelijkheid om de effecten in de praktijk te onderzoeken. Passende monitoring en evaluatie bij eventuele helmplicht voor snorfietsers Onze aanbeveling is de invoering van een eventuele helmplicht goed te monitoren en te evalueren (ook gezien een te verwachten kleine groep van overtreders). Bij de invoering kan in de communicatie rekening worden gehouden met de constatering dat het merendeel van de snorfietsers veel moeite heeft met het dragen van een helm, maar een groot deel van de snorfietsers aangeeft dat een helm veiliger is.

7 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

1

INLEIDING

1.1

Achtergrond en aanleiding

De afgelopen tien jaar zijn er vele veranderingen opgetreden in het verkeer. Een van de in het oog springende veranderingen, met name in stedelijk gebied, is het sterk toegenomen aantal snorfietsers op het fietspad. Waren er in 2007 nog iets meer dan 300.000 snorfietsen in Nederland, in 2019 is dit aantal gestegen tot bijna 750.000. De snorfietsen hebben speciale voordelen voor de gebruikers (zoals gebruiksgemak en lagere kosten), maar brengen ook specifieke problemen met zich mee voor onder andere de doorstroming en de verkeersveiligheid. Zij zorgen niet alleen voor extra drukte op het fietspad, maar er zijn ook verschillen in snelheid met de overige weggebruikers die kunnen leiden tot onveilige situaties en ongevallen. Op 22 januari 2019 is de motie Von Martels in de Tweede Kamer aangenomen.1 Deze motie verzoekt de regering “de Kamer spoedig een wetsvoorstel voor te leggen waarbij het dragen van een helm verplicht wordt voor snorfietsers.” De motie geeft diverse overwegingen mee: • • • •

De snorfiets is in de praktijk vaak een bromfiets (als je kijkt naar gewicht, vermogen, volume en snelheid). De oorspronkelijke doelgroep voor de snorfiets heeft de elektrische fiets ontdekt. De snorfiets is verhoudingsgewijs veel bij ongelukken betrokken. De SWOV constateert dat een groot deel van het ernstig hoofdletsel onder snorfietsers voorkomen had kunnen worden als een helm gedragen was en dat het percentage hersenletsel onder snorfietsers beduidend hoger is dan onder bromfietsers en motorrijders.

Het doel van de helmplicht is het vergroten van de verkeersveiligheid. Echter, het invoeren van een helmplicht voor snorfietsers kan leiden tot (ongewenste) neveneffecten, die weer van invloed zijn op de algehele verkeersveiligheid. Om deze reden heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangekondigd aandacht te willen schenken aan de mogelijke effecten van een helmplicht voor snorfietsers op doorstroming, verkeersveiligheid et cetera.

1.2

Vraagstelling

De centrale vragen in het onderzoek zijn: 1. Wat zijn de mogelijke effecten van een helmplicht voor snorfietsers? 2. Wat zijn hiervan de meest relevante effecten voor de verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid, milieu en kosten? 3. Met welke waarschijnlijkheid treden deze effecten op? Bij de eerste vraag worden alle mogelijke en relevante effecten op kwalitatieve wijze in kaart gebracht. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan verschuivingseffecten, waarbij snorfietsers die overstappen op de elektrische fiets, bromfiets (inclusief ombouwen snorfiets naar bromfiets), auto, gehandicaptenvoertuig, scootmobiel of openbaar vervoer. Ook moet aandacht worden besteed aan het deel van de snorfietsers dat (noodgedwongen of vrijwillig) niet overstapt. Daarnaast wordt aandacht besteed aan andere effecten, zoals effecten op doorstroming, milieu, kosten et cetera. Bij de tweede vraag wordt een onderbouwde selectie gemaakt van de meest relevante effecten voor verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid, milieu en kosten. Bij de derde vraag worden de bij de tweede vraag geselecteerde effecten gekwantificeerd. Hierbij wordt bijvoorbeeld bij het effect op de verkeersveiligheid ingegaan op de kwantitatieve effecten voor (ernstig) hoofden hersenletsel voor snorfietsers, voor e-bikes, voor bromfietsers en voor andere categorieën voertuigen waarnaar wordt overgestapt.

Voor de doorstroming wordt bijvoorbeeld ingegaan op de effecten voor de drukte op het fietspad en op de rijbaan.

1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 29398, nr. 652.

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

8 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

1.3

Methodiek en verantwoording

Om de onderzoeksvragen te beantwoorden is het onderzoek in een aantal stappen verdeeld: Bureauonderzoek De beschikbare literatuur over snorfietsen, helmplicht en de effecten hiervan op verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid, milieu en kosten zijn bestudeerd (zie Bijlage A). Hierover is afgestemd met experts van onder andere TNO, SWOV, RAI Vereniging, BOVAG, ANWB, Geef het Fietspad terug!, Scooterbelang, Fietsersbond, FEHAC en de gemeente Amsterdam. Enquête onder de doelgroep snorfietsers in Nederland Door onderzoeksbureau I&O Research is een enquête uitgevoerd onder de doelgroep snorfietsers in Nederland (zie Bijlage B). In de enquête is gevraagd naar de redenen voor aanschaf van een snorfiets, het gebruik van de snorfiets en alternatieve vervoermiddelen, wat snorfietsers zeggen te gaan doen indien een helmplicht wordt ingevoerd en wat ze vinden van een eventuele helmplicht. Scenario’s van mogelijke effecten helmplicht snorfietsers Op basis van de inzichten uit het bureauonderzoek en de enquête zijn enkele scenario’s opgesteld voor verkeersveiligheid, doorstroming en milieu. Expertsessie Tijdens een expertsessie met experts van TNO, SWOV, RAI Vereniging, ANWB, Geef het Fietspad terug!, Scooterbelang, Fietsersbond, FEHAC en de gemeente Amsterdam (zie Bijlage C) zijn de resultaten van het bureauonderzoek, de enquête en de scenario’s gepresenteerd.

Aanvullingen en inzichten die tijdens de expertsessie naar voren zijn gekomen zijn meegenomen in de rapportage.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 geven wij een overzicht van enkele voor dit onderzoek relevante inzichten uit de literatuur. In hoofdstuk 3 doen wij verslag van de resultaten van de enquête onder de doelgroep snorfietsers. Hoofdstuk 4 gaat in op de mogelijke effecten van een eventuele helmplicht voor snorfietsers en de waarschijnlijkheid waarmee deze effecten kunnen optreden. Hierbij is gekeken naar de effecten op de verkeersveiligheid, doorstroming, milieu en kosten.

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

9 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

2

RELEVANTE INZICHTEN OVER SNORFIETSERS

2.1

Inleiding

Uit de zelf gevonden en door betrokken experts ter beschikking gestelde literatuur is gebleken dat er geen onderzoeken bekend zijn waar de centrale vraag van dit onderzoek reeds in is beantwoord. Wel bieden verschillende onderzoeken inzichten die kunnen helpen om de centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek te beantwoorden. Zo zijn er bruikbare inzichten over (zie gecursiveerde kopjes in dit hoofdstuk): • •

Wat snorfietsers zeggen te zullen gaan doen bij de invoering van een helmplicht? (enquêtes). De effecten op verkeersveiligheid van de gecombineerde maatregel van verplaatsing van snorfiets naar rijbaan en helmplicht.

Verder is basisinformatie beschikbaar over: • • •

Trends en ontwikkeling: aantallen snorfietsen, leeftijd snorfietsen, drukte op het fietspad. Verkeersveiligheidsdata snorfietsen: aantallen, ontstaan en afloop en de effecten van een helm. Kenmerken van snorfietsgebruikers.

Om relevante onderzoeken en studies te vinden, is gebruik gemaakt van de expertise van betrokkenen. Zij zijn gevraagd om alle relevante studies, onderzoeken, rapporten en/of beleidsdocumenten in te brengen, over snorfietsers, gedrag, verkeersveiligheid, helmplicht, doorstroming, milieueffecten, plaats op rijbaan en kosten. De aangeleverde studies vulden het bureauonderzoek aan. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen uit de verschillende onderzoeken beschreven.

2.2

De snorfiets: historie, typen, kosten en aantallen

De termen snorfiets en bromfiets worden met regelmaat door elkaar gebruikt. Ook in de literatuur en de beschikbare data wordt vaak geen onderscheid gemaakt tussen beide. Bij de beschikbare data zien wij dat de cijfers voor brom- en snorfiets dan bij elkaar worden opgeteld. Omdat wij met de snorfiets te maken hebben met een specifieke categorie voertuigen, wordt eerst een korte toelichting gegeven op de snorfiets en zijn geschiedenis. In het oog springende verschillen tussen de brom- en de snorfiets zijn de snelheid en het kenteken. Een bromfiets heeft een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 45 km/u, terwijl die bij de snorfiets ligt bij 25 km/u. Het verschil is ook zichtbaar in de kleur van de kentekenplaat: de bromfiets heeft een gele en de snorfiets een blauwe kentekenplaat. Het begrip ‘snorfiets’ is voor het eerst gelanceerd in de TV-rubriek Hier en Nu op 9 september 1975.2 De snorfiets werd geïntroduceerd toen net de helmplicht voor bromfietsers was ingevoerd. 3 De snorfiets was bedoeld voor mensen die geen helm wilden dragen, in ruil voor een lagere snelheid dan de bromfiets.4 De populariteit van de snorfiets was in het begin nog gematigd, maar nam snel toe. In 1980 werden nog 12.500 snorfietsen verkocht. Door onder meer de invoering van de snorscooter en de retro snorscooter verbeterde het imago en steeg ook de verkoop.

In 2006 bedroeg het aantal snorfietsers in Nederland rond de 300.000. Er zijn verschillende typen snorfietsen. Zo zijn er de meer traditionele snorfietsen (breedte: 60-70 cm, gewicht: 50-55 kg) en de meer modernere snorscooters (breedte: 70-95 cm, gewicht: 90-125 kg). Momenteel zijn snorfietsen in veel verschillende uitvoeringen verkrijgbaar. De meeste snorfietsen hebben een motor van 50 cc en een vermogen van 2 tot 4 kW.5 Figuur 1: Type snorfiets

2 SWOV, Snorfiets, veilig of niet? Te verwachten consequenties van de eventuele invoering van de snorfiets

voor de verkeersveiligheid. Consult in opdracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, 1976. 3 Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Schoon, stil en snel – Te verwachten reacties op het mogelijk uitfaseren van de snorfiets met verbrandingsmotor, 2018, p.7. 4 SWOV, Recente ontwikkelingen in de veiligheid van snorfietsers, D-95-14. Den Haag, 1995, p.7. 5 Zie voetnoot 3. Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

10 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

Kosten Omdat er veel verschillende modellen en uitvoeringen zijn, kunnen ook de kosten van een snorfiets erg uiteenlopen. De aanschafkosten van een snorfiets liggen rond de 1.500 euro.6 Praktijklessen, examen, rijbewijs en slot kosten samen rond de 400 euro. Voor brandstof, verzekering, reparaties en onderhoud liggen de jaarlijkse kosten bij 3.000 km rond de 850 euro, ofwel rond de 30 cent per kilometer. Figuur 2: Type snorscooter Er is de afgelopen jaren een sterke stijging in het aantal snorfietsen tot bijna 750.000 in 2019 Het aantal snorfietsen in Nederland is in de periode vanaf 2007 sterk gestegen. Waren er in 2007 nog iets meer dat 300.000 snorfietsen, in 2019 is dit aantal opgelopen naar bijna 750.000 (zie figuur 3). Er is een jaarlijkse toename van tussen de 28 en 52 duizend snorfietsers. (Ter vergelijking: in 2019 zijn er iets meer dan 450.000 bromfietsers in Nederland).

Figuur 3: Ontwikkeling aantal snorfietsen in Nederland in periode 2007-2019 (bron: CBS StatLine)

De verdeling van het aantal snorfietsers over de provincies varieert. De meeste snorfietsen zijn te vinden in de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Noord-Brabant en Gelderland (zie figuur 4).

6 Website NIBUD, Wat kost een scooter?

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

11 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

Figuur 4: Aantallen snorfietsen per provincie in 2019 (bron: CBS StatLine)

Wat betreft het aantal snorfietsers per duizend inwoners, dan zijn de meeste te vinden in de provincies Limburg, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Flevoland (zie figuur 5).

Figuur 5: Aantallen snorfietsen per provincie per duizend inwoners in 2019 (bron: CBS StatLine)

2.3

Wet- en regelgeving en handhaving

De regels voor de snorfiets zijn opgenomen in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990) en de Regeling voertuigen. In artikel 1 is een snorfiets gedefinieerd als bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister of het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs, is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km/uur. Snorfietsen zijn te herkennen aan een blauwe kentekenplaat. Vanaf 16 jaar mag men met een snorfiets rijden, met een rijbewijs AM. Bij metingen van de snelheid van een snorfiets wordt een marge aangehouden van 4 km/uur. De snorfiets mag dus niet sneller rijden dan 29 km/uur. Indien de meting wordt gedaan met een zogenaamde

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

12 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

rollentestbank, dan geldt nog een extra marge van 5 km/uur. Als de snorfiets op deze testbank sneller kan dan 34 km/uur volgt een boete en een WOK-melding.7 Voor wat betreft de verkeersregels in het RVV 1990 geldt dat de regels betreffende fietsen en fietsers ook voor snorfietsen en de snorfietsers van toepassing zijn, tenzij anders is bepaald. Net als fietsers hoeven snorfietsers geen helm te dragen. De helmplicht voor snorfietsers is geregeld in artikel 60, lid 18: “De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet.” In artikel 60, lid 2 staat: “Het eerste lid geldt niet voor de bestuurder en de passagiers van een snorfiets”. Overigens geldt er wel een helmplicht als snorfietsen de rijbaan gebruiken, of indien bij verkeersbesluit is bepaald dat er een helmplicht geldt en bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft een onderbord dit aanduidt (artikel 5, lid 8).

In andere Europese landen waar de snorfiets voorkomt geldt een helmplicht In tegenstelling tot het onderscheid dat in Nederland gemaakt wordt tussen snor- en bromfiets, is er in de EU-regelgeving geen aparte categorie voor snorfietsers. Zo vallen de snorfietsen bijvoorbeeld bij de emissieregelgeving samen met de bromfietsen onder dezelfde categorie van voertuigen.9 Ook de wet- en regelgeving in Nederland voor een helmplicht voor snorfietsers verschilt van andere Europese landen waar de snorfiets voorkomt. In deze landen geldt een helmplicht voor snorfietsers: België, Denemarken, Duitsland, Zweden en Zwitserland.10 De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft enkele jaren geleden (2013) aangegeven dat Nederland zich in negatieve zin onderscheidt van andere Europese landen als het gaat om wetgeving voor helmdraagplicht voor gemotoriseerde tweewielers, met name snorfietsers.

2.4

De snorfietsers: kenmerken en opvattingen

Onder de groep snorfietsers zijn enkele interessante enquêtes verricht. Het meest uitgebreid is een onderzoek uitgevoerd door de ANWB (2017) en de onderzoeken van The Choice (2011-2018). De snorfiets is relatief gezien een populair vervoermiddel voor in de stad In het onderzoek van de ANWB (2017)11 is een vragenlijst uitgezet onder leden die een brom- of snorfietsverzekering bij de ANWB hebben. Bureau Blauw heeft de enquête uitgezet waarop een respons van zo’n 1.700 mensen is ontvangen (circa 650 bromfietsers en circa 1.050 snorfietsers). In het onderzoek is het volgende beeld verkregen van de groep snorfietsers: •

• • • • • •

Het merendeel van de snorfietsers (51%) is ouder dan 60 jaar en het overgrote deel is man (hierbij moet worden opgemerkt dat in het onderzoek niet wordt aangegeven of is gecorrigeerd op het verschil tussen eigenaarschap en gebruik van de snorfietsen; algemeen bekend is dat niet alle snorfietsers ook op naam staan van de berijders). Snorfietsen worden relatief vaak in de stad gebruikt. De snorfiets wordt door 62% dagelijks of meerdere keren per week gebruikt. De snorfiets wordt in 46% gebruikt voor sociale/ recreatieve doeleinden. Een kwart van de snorfietsers rijdt nooit op de fiets en 1 op de 7 nooit met de auto. Van de snorscooterrijders rijdt 7,5% elektrisch. Als reden voor het gebruik van de snorfiets wordt aangegeven: leuk en makkelijk parkeren (en goedkoop). In het onderzoek wordt aangegeven dat snorfietsers geen helmplicht willen: één van de belangrijkste redenen waarom zij voor een snorfiets hebben gekozen, en niet de bromfiets, is zodat zij geen helm hoeven te dragen.

7 SWOV, Snorfietsongevallen

op het fietspad - Hoe ontstaan ze en hoe zijn ze te voorkomen? R-2017-12. Den Haag, 2017, p.6. 8 Hoofdstuk 2 Verkeersregels, paragraaf 28 Helmen, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. 9 Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Schoon, stil en snel – Te verwachten reacties op het mogelijk uitfaseren van de snorfiets met verbrandingsmotor, 2018, p.8. 10 Zie voetnoot 6. 11 ANWB, Het wel en wee van de brom- en snorfietser, 2017. Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

13 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

Tussen de 59% en 73% van de snorfietsers zegt dat ze bij helmplicht kiest voor ander vervoermiddel The Choice heeft sinds 2011 jaarlijks marktonderzoek verricht onder brom- en snorfietsers in Amsterdam.12 De probleemstelling van het onderzoek luidde: ‘Wat is de huidige stand van zaken als het gaat om kennis, houding en gedrag van snorfietsers ten aanzien van verkeersregels en de nieuwe (aankomende) verkeersmaatregelen en hoe verschillen deze ten opzichte van de voorgaande metingen?’ In het onderzoek zij 312 enquêtes afgenomen. Snorfietsers werden hiervoor persoonlijk benaderd. Aan snorfietsers is de vraag voorgelegd wat ze gaan doen als in het voorjaar van 2019 de nieuwe regels in Amsterdam ingaan. Van de respondenten geeft 25% aan dat ze snorfiets blijven rijden, 25% dat ze kiezen voor de bromfiets, 25% dat ze geen snor- of bromfiets meer zullen rijden en 25% weet het nog niet. Van de snorfietsers die zeggen over te stappen, stapt 42% over naar de auto, 27% naar het OV, 18% naar de motor en 13% naar de fiets. De groep die snorfiets blijft rijden na invoering van een helmplicht, varieert in de loop van de jaren (2013-2016) tussen de 26% en 34%.13 De groep die kiest voor de bromfiets of geen snor- of bromfiets meer rijdt, varieert tussen de 59% en 73%.

2.5

Verkeersveiligheid snorfietsers

Wij behandelen enkele inzichten op het gebied van verkeersveiligheid die bruikbaar kunnen zijn bij de beantwoording van de onderzoeksvragen in ons onderzoek. Helmplicht wordt gezien als een kansrijke maatregel, maar niet de enige De SWOV heeft in 2017 onderzoek gedaan naar snorfietsongevallen op het fietspad. 14 Het doel was om op kwalitatieve wijze inzicht te krijgen in de factoren en omstandigheden die van invloed zijn op het ontstaan en de afloop van snorfietsongevallen die plaatsvinden op fietspaden. In het diepteonderzoek zijn 36 snorfietsongevallen bestudeerd die op een fietspad binnen de bebouwde kom plaatsvonden. De ongevallen zijn samengevat in zes ongevalsscenario’s. De snorfietser:

1. 2. 3. 4. 5. 6.

wordt op de proef gesteld door de infrastructuur; verliest controle over zijn voertuig na anticiperen op gedrag van een medeweggebruiker; haalt een fietser in die in dezelfde richting rijdt en zonder richting aangeven naar links afslaat; is niet alert of neemt risico in een situatie met weinig zicht op verkeer dat voorrang heeft; krijgt geen voorrang van een fietser of gemotoriseerd snelverkeer; wordt gehinderd door een inzittende van een geparkeerde auto.

De SWOV concludeert dat de helmplicht een van de kansrijke maatregelen is om het aantal ernstige snorfietsongevallen op fietspaden te verminderen. Maar, gezien de diversiteit in de scenario’s, wordt ook aangegeven dat niet één enkele maatregel maar een palet van maatregelen nodig is om het aantal ongevallen te verminderen. Andere maatregelen zijn onder andere infrastructurele maatregelen aan het fietspad en het controleren van snorfietsers op rijsnelheid in plaats van maximale voertuigsnelheid. Meer slachtoffers onder snorfietsers per gereden kilometer dan onder fietsers en automobilisten Rijkswaterstaat heeft in 2011 onderzoek gedaan naar problemen die er spelen bij snorfietsen op het fietspad.15 Signalen vanuit grote gemeenten en van de Fietsersbond hebben geleid tot vragen aan de minister van Infrastructuur en Milieu. De minister wil daarom in kaart brengen welke problemen er op het gebied van snorfietsen op het fietspad spelen. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat onder snorfietsers per gereden kilometer aanzienlijk meer doden en ziekenhuisgewonden vallen dan onder fietsers en automobilisten. Het risicocijfer is in de periode 2005 t/m 2009 (de periode die in het onderzoek is bekeken) ongeveer constant gebleven. Snorfietsers lopen met name ernstig letsel op bij botsingen met zwaarder gemotoriseerd verkeer op kruispunten.

Tevens wordt geconcludeerd dat fiets-snorfietsongevallen slechts een klein aandeel vormt in het totaal aantal doden en ziekenhuisgewonden bij deze vervoerswijzen. De klachten van fietsers over snorfietsers op fietspaden komen vooral voort uit gevoelens van onveiligheid en overlast door stank en lawaai. In het onderzoek wordt aangegeven dat deze gevoelens van onveiligheid kunnen optreden omdat een vijfde van de snorfietsers

12 The Choice, Houding en gedrag snorfietsers 2018. 13 The Choice, Houding en gedrag brom- en snorfietsers 2016. 14 SWOV, Snorfietsongevallen op het fietspad - Hoe ontstaan ze en hoe zijn ze te voorkomen? R-2017-12.

Den Haag, 2017 15 Rijkswaterstaat, Snorfiets op het fietspad, 2011. Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

14 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

harder rijdt dan 40 km/u (ruim twee maal zo hard als de gemiddelde fietser). Verder is bijna een vijfde van de snorfietsen inclusief spiegels breder dan een meter, circa 30 cm breder dan de breedste fietsen. Educated guess: effect van helmdraagplicht voor snorfietsers wordt geschat op circa 30% De SWOV heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van het verplaatsen van snorfietsers binnen de bebouwde kom (gemeente Amsterdam) in de 50km/uur-zone naar de rijbaan (maatregel snorfiets op de rijbaan; SOR).16 In het onderzoek zijn twee scenario’s onderzocht: 1) SOR met helmdraagplicht en 2) SOR zonder helmdraagplicht. De SWOV maakt bij de schatting gebruik van de enquête van The Choice (2013, zie hierboven) en van ongevallencijfers. De uitkomsten van de enquête worden als indicatief gezien. De SWOV concludeert dat bij scenario 1) SOR met helmdraagplicht, naar schatting een jaarlijkse reductie optreedt van 261 slachtoffers. Dit is een reductie van 38% slachtoffers ten opzichte van de situatie in 2012 (met 689 slachtoffers). Een verdere uitsplitsing naar verleende zorg laat zien dat er een reductie wordt verwacht van 35 gevallen van ziekenhuisopnamen en 226 gevallen van spoedeisende hulp. Het effect van een helmdraagplicht wordt geschat op een reductie van 32 op de 689 gevallen, ofwel: 4,6% van de gevallen.

Het effect van de modal shift als gevolg van de invoering van een helmdraagplicht wordt geschat op een reductie van 176 op de 689 gevallen, ofwel 26% van de gevallen. Het effect van de helmdraagplicht inclusief modal shift (zonder de maatregel SOR) wordt geschat op circa 30% van de gevallen. Voor het tweede scenario zijn geen onderzoeksresultaten bekend. Helmplicht heeft naar verwachting een positief effect op verkeersveiligheid snorfietsers De SWOV schrijft in haar Factsheet over brom- en snorfietsers: “Er is geen recent onderzoek bekend naar de effecten van een bromfietshelm. Wel toont een beschouwing van 61 internationale studies aan dat door het dragen van een motorhelm de kans op een dodelijke afloop van een motorongeval met ongeveer 42% afneemt, en de kans op ernstig hoofdletsel met ongeveer 69%. Een bromfietshelm moet volgens de Nederlandse wet aan dezelfde eisen voldoen als een motorhelm (deze goedkeuringseisen zijn vastgelegd in Europees reglement ECE R22-05). De beschermende werking van een bromfietshelm is dus net zo groot als van een motorhelm. Echter, omdat met een motor veel harder wordt gereden, is het verschil tussen een ongeval met beschermd en onbeschermd hoofd veel groter.

Het is dus niet te zeggen of het dragen van een helm op een bromfiets net zoveel letsel voorkomt als het dragen van een helm op een motorfiets.” Vanwege de verschillen tussen motoren en snorfietsen kunnen de cijfers voor motoren niet zonder meer worden doorgetrokken naar snorfietsers. Wel valt te concluderen dat er een positief effect is te verwachten van de helmplicht op de verkeersveiligheid van snorfietsers.

2.6

Mobiliteit op fietspad en rijbaan

Snorfietsers maken tussen de 4 en 9% uit van het totaal aantal fietspadgebruikers In 2015 deed de SWOV ook onderzoek naar de mobiliteit op het fietspad. 17 Uit dit onderzoek bleek dat snorfietsers gemiddeld 6% uitmaakt van het totaal aantal fietspadgebruikers. De percentages verschillen sterk per locatie, namelijk tussen de 4% en 9%. Een andere interessante conclusie is dat de drukste fietspaden, ook als de snorfietsers uit de analyse worden gehaald, nog steeds als ‘druk’ kunnen worden bestempeld. De SWOV concludeert dat in de studie niet kon worden vastgesteld of de drukte en het gedrag op het fietspad tevens gevolgen heeft voor de feitelijke onveiligheid. Ook wordt aangegeven dat snorfietsen nog wel eens worden opgevoerd, waardoor het feitelijk vermogen hoger ligt dan de toelatingskeuring.18 Geen onderzoek bekend naar effect van helmplicht op doorstroming Het effect op de doorstroming heeft betrekking op zowel het fietspad als de rijbaan. Van de helmplicht wordt geen direct effect verwacht op de doorstroming. Wel wordt een indirect effect verwacht via een modal shift: wanneer de helmplicht wordt ingevoerd en snorfietsers overstappen naar een ander vervoermiddel heeft dit

16 SWOV, Educated Guess van gevolgen voor verkeersslachtoffers door maatregel Snorfiets op de rijbaan

(SOR) in Amsterdam, D-2013-11. Den Haag, 2013. 17 SWOV, Stedelijke mobiliteit op het fietspad - Observaties van aantallen, kenmerken, gedrag en conflicten van fietspadgebruikers, R-2015-21A. Den Haag, 2015 18 SWOV, Stedelijke mobiliteit op het fietspad - Observaties van aantallen, kenmerken, gedrag en conflicten van fietspadgebruikers, R-2015-21A. Den Haag, 2015, p.20. Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

15 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

invloed op de doorstroming op het fietspad en op de doorstroming op de rijbaan. In de literatuur zijn hier geen cijfers over gevonden.

2.7

Milieu en leefbaarheid

Tweetakt snorfiets meest vervuilend De effecten op het milieu zijn afhankelijk van het type snorfiets. Het meest vervuilend is een tweetakt snorfiets. Het minst vervuilend is de elektrische snorfiets. Het is de bedoeling om de verkoop van benzinesnorfietsen per 2025 uit te faseren, zodat er dan alleen nog elektrische snorfietsen verkocht mogen worden. Brom-/Snorfiets

Emissie VOS

Emissie NOx

Emissie PM10

Emissie SO2

2000

16,70 mln kg

0,17 mln kg

0,23 mln kg

0,01 mln kg

2018*

7,45 mln kg

0,24 mln kg

0,08 mln kg

0,00 mln kg

*voorlopige cijfers

Tabel 1: Emissiegegevens snorfietsen, totale uitstoot (Bron: CBS StatLine)

Effect helmplicht op milieu en leefbaarheid onbekend Er zijn geen onderzoeken bekend die het directe effect van de helmplicht op het milieu weergeven. Ook het effect van de helmplicht op het milieu en de leefbaarheid kan zich indirect voordoen via de modal shift. Doordat snorfietsers voor een ander vervoermiddel kiezen indien een helmplicht wordt ingevoerd, veranderen de milieueffecten van het reizen.

2.8

Vergelijking met bromfiets

Effect helmplicht bromfietsers substantieel positief (circa 30%) maar langere tijd geleden In februari 1975 is de helmplicht voor bromfietsers ingesteld. De daling van het aantal doden onder bromfietsers daalde sterk in dat jaar: van 483 naar 334 doden, een afname van 30,8% (SWOV, 2013). De SWOV schrijft dit effect toe aan zowel de helmdraagplicht als aan het verminderde bromfietsgebruik. Het bromfietsgebruik daalde tussen 1974 en 1975 met 9,5%, van 4,2 miljard naar 3,8 miljard bromfietskilometers. Door de helmdraagplicht is een extra daling bereikt van circa 21%.19 Hierbij wordt de toelichting gegeven dat voordat de helmdraagplicht werd ingevoerd hoofdletsel de oorzaak was van circa 50% van de doden onder bromfietsers en de helmdraagplicht een reductie opleverde van circa 40% van de doden door hoofdletsel.

19 SWOV, Educated Guess van gevolgen voor verkeersslachtoffers door maatregel Snorfiets op de rijbaan

(SOR) in Amsterdam, D-2013-11. Den Haag, 2013. Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

16 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

3

RESULTATEN ENQUÊTE ONDER SNORFIETSERS

3.1

Inleiding

Wij beschrijven de resultaten van de enquête door in te gaan op de redenen voor aanschaf van een snorfiets, het gebruik van de snorfiets en alternatieve vervoermiddelen, wat snorfietsers zeggen te gaan doen indien een helmplicht wordt ingevoerd en wat ze vinden van een eventuele helmplicht. Eerst volgt een korte schets van de bevraagde groep snorfietsers.

3.2

Kenmerken snorfietsers

Het totaal aantal respondenten van de enquête (gebruikers van een snorfiets) is 502.20 Hiervan is 62% man (n=309) en 38% vrouw (n=192; 1 respondent heeft niet geantwoord). De gemiddelde leeftijd van de respondenten is 47 jaar. Van de respondenten is 51% jonger dan 50 jaar en 49% ouder dan 50 jaar.

Figuur 6 Leeftijd van bevraagde snorfietsers

Van de respondenten is 81% zowel eigenaar als gebruiker en 19% alleen gebruiker. De eigenaren van snorfietsen die de snorfiets zelf niet gebruiken zijn uit de enquête gefilterd oftewel buiten de enquête gehouden. Van de snorfietsers die alleen gebruik maken van de snorfiets en geen eigenaar zijn, is gevraagd wat de relatie is met de eigenaar. Hierbij geeft 59% aan dat het om een familielid gaat, 17% om iemand uit de vrienden- en/of kennissenkring en 15% leent de snorfiets van buren.

Figuur 7 Vraag: Wat is uw relatie met de eigenaar van de snorfiets?

20 Voor een nadere verantwoording van de enquête verwijzen wij naar bijlage B.

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

17 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

3.3

Gebruik van snorfiets en andere vervoermiddelen

Vraag 3 is aan alle respondenten van de peiling van I&O Research gesteld. De vraag was welke vervoermiddelen de respondenten minimaal één keer per week gebruiken. Voor de beantwoording van deze vraag waren er meerdere antwoorden mogelijk. De auto, de snorfiets/-scooter en de fiets worden het vaakst genoemd.

Figuur 8 Vraag: Welke vervoermiddelen gebruikt u minimaal één keer per week? (meerdere antwoorden mogelijk)

Aan de snorfietsers is gevraagd hoe vaak ze de snorfiets gebruiken in een gemiddelde week. Iets meer dan de helft (51%) geeft aan dat zij de snorfiets meer dan 3 dagen in de week gebruiken. Meer dan een kwart (28%) gebruikt de snorfiets 5 dagen of meer per week. Bijna de helft (49%) van de snorfietsers geeft aan dat zij de snorfiets weinig gebruiken, dat wil zeggen: niet iedere week of 1 of 2 dagen per week.

Figuur 9 Vraag: Hoe vaak gebruikt u de snorfiets in een gemiddelde week?

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

18 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

De meeste snorfietsers hebben meer vervoermiddelen ter beschikking dan alleen hun snorfiets. Onder snorfietsers zijn de auto (39%), de fiets (30%) en de elektrische fiets (17%) de vervoermiddelen die het meest worden genoemd.

Figuur 10 Vraag: Heeft u, naast de snorfiets, nog andere vervoermiddelen beschikbaar?

3.4

Redenen voor keuze snorfiets

Als aan de snorfietsers wordt gevraagd waarom zij voor de snorfiets hebben gekozen, dan geeft de meerderheid (72%) aan dat dit is omdat er geen helm nodig is. Andere redenen zijn de kosten (32%), gezondheid (15%) en geen autorijbewijs nodig (9%).

Figuur 11 Vraag: Waarom heeft u voor de snorfiets gekozen? (meerdere antwoorden mogelijk)

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

19 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

3.5

Gedrag bij helmplicht voor snorfietsers

Als aan de snorfietsers wordt gevraagd wat ze zullen doen indien het verplicht wordt een helm te dragen op de snorfiets, dan geeft 30% aan dat zij een helm kopen en snorfiets blijven rijden. Van de snorfietsers geeft 37% aan dat zij een ander vervoermiddel kiezen. De groep die de snorfiets zou laten opwaarderen tot een bromfiets is 16%. Er is ook een groep van 13% die aangeeft dat zij geen helm kopen maar wel op de snorfiets zullen blijven rijden en een kleine groep van 4% die iets anders zal doen.

Figuur 12 Vraag: Indien het verplicht wordt een helm te dragen op de snorfiets (helm vanaf ongeveer 40 euro verkrijgbaar), wat zou u dan doen?

Aan de snorfietsers die hebben aangegeven de snorfiets niet meer te zullen gebruiken bij een helmplicht (285 respondenten), is gevraagd welk vervoermiddel ze dan zouden gebruiken voor de reizen die ze normaal met de snorfiets maken. Deze snorfietsers geven aan dat ze dan zouden kiezen voor de auto of motor (38%), de elektrische fiets (22%) en de fiets (20%). Ook geeft 9% aan dat ze dan voor de bromfiets/scooter zouden kiezen. De respondenten konden meerdere antwoorden aanvinken.

Figuur 13 Vraag: Als u de snorfiets niet meer zou gebruiken vanwege de helmplicht, welk vervoermiddel gebruikt u dan voor de reizen die u normaal met de snorfiets maakt? Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

20 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

Aan de snorfietsers is tevens gevraagd of hun route verandert in lengte (km) als zij kiezen voor een ander vervoermiddel. De meeste snorfietsers (57%) geven aan dat hun route even lang blijft. Verder geeft 23% aan dat hun route korter wordt en 20% dat hun route langer wordt. Opmerkelijk is dat van de snorfietsers die zeggen over te stappen op de auto of motor 43% aangeeft dat de route even lang blijft, maar 44% aangeeft dat de route langer wordt. Het gemiddelde bedrag dat de respondenten, als ze een helm zouden kopen, willen uitgeven aan een helm bedraagt circa € 75,-. Van de respondenten wil 29% tussen de 0-50 euro uitgeven, 43% tussen de 50-100 euro, 15% tussen de 100-150 euro en 13% meer dan 150 euro.

Figuur 14 Vraag: Als u een helm zou kopen, hoeveel geld zou u willen uitgeven aan een helm?

3.6

Opvattingen over helmplicht voor snorfietsers

Aan de snorfietsers zijn enkele vragen gesteld om hun opvattingen over de helmplicht in beeld te krijgen. Als wordt gevraagd hoeveel moeite ze zouden hebben met het verplicht dragen van een helm op een snorfiets (score aangeven op een schaal van 1-10), dan geeft 82% aan dat zij hiermee moeite zouden hebben (score van 6 of hoger). Geen moeite heeft 18% (score 5 en lager). Kijken we naar de groep die aangeeft moeite te hebben, dan zien we dat een grote groep (68%) veel moeite heeft met een verplichte helm (score 8 t/m 10).

Figuur 15 Vraag: Hoeveel moeite zou u hebben met het verplicht dragen van een helm op een snorfiets? Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

21 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

In de toelichting geven veel mensen aan dat zij juist voor een snorfiets hebben gekozen omdat ze dan geen helm hoeven te dragen. Het dragen van een helm wordt als ongemakkelijk ervaren, vooral in de zomer, en men verliest het gevoel van vrijheid. Ook is gevraagd naar de opvatting over hoeveel veiligheidswinst is te halen door een (snor)fietshelm verplicht te stellen. Meer dan driekwart van de snorfietsers is van mening dat een helmplicht goed is voor de veiligheid (77%, score van 6 of hoger). Bijna de helft ziet veel veiligheidswinst (46%, score 8 of hoger). Iets minder dan een kwart geeft aan dat zij weinig veiligheidswinst zien in een verplichte helm (23%, score 5 of lager).

Figuur 16 Vraag: Hoeveel veiligheidswinst is te halen door een (snor)fietshelm verplicht te stellen?

3.7

Conclusies

De belangrijkste conclusies van de enquête zijn: • • •

• • • •

De snorfiets wordt vaak gebruikt: iets meer dan de helft (51%) van de snorfietsers geeft aan dat zij de snorfiets meer dan 3 dagen in de week gebruiken en meer dan een kwart (28%) gebruikt de snorfiets 5 dagen of meer per week. De belangrijkste reden om voor de snorfiets te kiezen is dat er geen helm nodig is. Van de snorfietsers heeft 72% voor de snorfiets gekozen omdat er geen helm nodig is. Van de snorfietsers zegt in totaal 53% dat ze overstappen op een ander vervoermiddel als het verplicht wordt een helm te dragen. Van de snorfietsers geeft 43% aan dat ze op de snorfiets blijven rijden na de invoering van een helmplicht. Hiervan geeft 13% aan dat zij dat zullen doen zonder helm. De verwachting is dat, indien de helmplicht wordt ingevoerd, een deel van deze laatstgenoemde groep alsnog een helm zal kopen en een ander deel de snorfiets laat opwaarderen of een ander vervoermiddel kiest. Als we deze groep gelijk verdelen over deze twee opties, dan kunnen we concluderen dat indien een helmplicht wordt ingevoerd iets meer dan een derde (36,5%) van de snorfietsers op de snorfiets blijft rijden en bijna drie vijfde (59,5%) van de snorfietsers kiest voor een ander vervoermiddel. Van de snorfietsers die bij een verplichte helm overstappen op een ander vervoermiddel, kiest 42% voor de (elektrische) fiets en 38% voor de auto.

De snorfietsers die een helm willen kopen, zouden hier gemiddeld circa € 75,- aan willen uitgeven. Van de snorfietsers geeft 82% aan dat zij hiermee (veel) moeite zouden hebben. Meer dan drie kwart van de snorfietsers (77%) is van mening dat door een helmplicht (veel) veiligheidswinst is te behalen.

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

22 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

4

EFFECTEN VAN EVENTUELE HELMPLICHT VOOR SNORFIETSERS

4.1

Overzicht van mogelijke effecten

In de mogelijke effecten die optreden bij de invoering van een eventuele helmplicht onderscheiden wij eerste, tweede en derde orde effecten (zie figuur 16). Eerste orde effecten zijn de effecten die direct zichtbaar zijn na invoering van de helmplicht voor snorfietsers. Er is dan een directe afname van (de ernst van) letsel bij snorfietsongevallen zichtbaar (Verkeersveiligheid 1). Ook zijn er directe effecten op het gebruik van de snorfiets en/of andere vervoermiddelen (Modal shift). Bij de tweede orde effecten onderscheiden wij vier categorieën: verkeersveiligheid (2), doorstroming, milieu en financieel. Er zijn ook effecten op de verkeersveiligheid naast de eerste orde effecten op de slachtoffers met snorfietsen. Deze zijn een gevolg van de modal shift, omdat meer mensen dan reizen met andere vervoermiddelen waarbij zij ook een kans hebben op een ongeval. Daarnaast is er ook nog een effect op de slachtoffers ongevallen met snorfietsen als gevolg van veranderingen in de doorstroming. Een ander tweede orde effect is het effect op de doorstroming. Meer of minder drukte kan van invloed zijn op de snorfietsongevallen. Dit effect kan zich zowel voordoen op het fietspad als op andere wegdelen. Het derde tweede orde effect is een effect op het milieu: er vindt een verandering van de totale emissies van snorfietsen en van andere voertuigen plaats na invoering van de helmplicht.

Tenslotte is er ook een financieel effect te verwachten. Dat kan zijn voor de snorfietsers zelf, die een helm moeten aanschaffen of hun snorfiets laten ombouwen naar een bromfiets (inclusief de keuring door de RDW), of de kosten voor de overstap naar een alternatief vervoermiddel. Daarnaast is er een financieel effect te verwachten voor de fabrikanten, producenten en leveranciers van snorfietsen. De effecten op verkeersveiligheid, doorstroming en milieu kunnen in samenhang een derde orde effect hebben op de leefbaarheid. Er zou immers ook een effect kunnen zijn op de mate van overlast van snorfietsen en van andere vervoermiddelen.

Figuur 17 Overzicht van kwalitatieve effecten van eventuele helmplicht voor snorfietsers Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

23 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

4.2

Waarschijnlijkheid van effecten

Op basis van de resultaten van de literatuurstudie en de enquête is gekeken of de effecten gekwantificeerd kunnen worden. Daarbij gaat het om de effecten op verkeersveiligheid, milieu, doorstroming en kosten. Vanuit de enquête en de literatuur wordt duidelijk dat circa 60% van de snorfietsers zegt over te zullen stappen op een andere modaliteit. Circa 9% daarvan stapt over op de bromfiets. In totaal blijft circa 45% op de snor- of bromfiets rijden maar draagt dan een helm. Voor de drie onderwerpen is het steeds de vraag wat het effect is van de snorfietsers die blijven rijden (maar dan met helm) en wat het effect is van de overstap op een andere modaliteit. Overstap naar andere modaliteit Er zit onzekerheid in het percentage mensen dat zegt over te stappen versus het percentage dat inderdaad overstapt naar een andere vervoerswijze. Het is voor respondenten moeilijk in te schatten welk gedrag zij in de toekomst, in een nieuwe werkelijkheid, zullen gaan vertonen. Daarom wordt er gerekend met een marge: tussen de 30% en 60% van de huidige snorfietsers zal overstappen naar een andere modaliteit.

4.2.1

Verkeersveiligheid

In 2018 zijn onder snorfietsers 16 doden en 1.838 gewonden met letsel geregistreerd (VIASTAT, 2019). Deze cijfers hebben wij als uitgangspunt genomen voor de verkeersveiligheid. Om het effect op verkeersveiligheid uit te werken is een aantal deelvragen onderscheiden. Het antwoord op ieder van de deelvragen leidt gezamenlijk tot een beeld van het totale effect van de invoering van de helmplicht op de verkeersveiligheid.

Figuur 18: Deelvragen voor totaal effect verkeersveiligheid

Deelvraag 1: Wat is het effect van een helmplicht op de snorfiets slachtoffers? Als circa 60% van de snorfietsers overstapt door de helmplicht betekent dit dat er minder snorfietsers in het verkeer zijn. Het aantal ongevallen waarbij een snorfietser betrokken is neemt daarom af. Ook als niet alle snorfietsers die nu in enquêtes aangeven over te stappen daadwerkelijk overstappen, dan nog is een substantieel effect op de verkeersveiligheid te verwachten. Het aantal overstappers varieert naar verwachting tussen de 30% en 60%. Daarom is hieronder voor beide percentages uitgewerkt hoeveel minder ongevallen er zullen zijn onder snorfietsers op basis van de cijfers uit 2018. Doden onder snorfietsers

Gewonden onder snorfietsers

Situatie 2018, zonder helmplicht

16

1.838

30% snorfietsers stapt over

11

1.286

60% snorfietsers stapt over

6

735

Tabel 2: Effect helmplicht op snorfietsers

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

24 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

Deelvraag 2: Wat is het effect van een helmplicht op de ernst van de ongevallen met snorfietsers? De resterende snorfietsers dragen na de helmplicht een helm waardoor de ernst van hoofdletsel zal afnemen. Voor de afname is gekeken naar de effecten van de helmplicht voor bromfietsers, studies naar de effecten van de motorhelm en inschattingen van het effect van een helmplicht voor snorfietsers. Studies naar de effecten van de helmplicht voor bromfietsers gaan uit van de situatie in de jaren 70 van de vorige eeuw. Gezien de veranderingen in het verkeer moeten de cijfers met aanzienlijke voorzichtigheid gebruikt worden. In de studies die worden aangehaald in de ‘educated guess’ van de SWOV (2013) is beschreven dat de helmplicht voor bromfietsers heeft geleid tot een extra daling van 21% van het aantal doden onder bromfietsers. Hierbij wordt aangegeven dat circa 50% van de doden onder bromfietsers voor invoering van de helmplicht hoofdletsel had en dat de helmplicht een reductie van circa 40% van de doden door hoofdletsel heeft opgeleverd. In de ‘educated guess’ van de SWOV is ook gekeken naar de verwachte reductie van het aantal slachtoffers van snorfietsongevallen.21 Voor het deel van de helmdraagplicht wordt deze geschat op 4,6% minder slachtoffers. De SWOV heeft ook gekeken naar de vergelijking met de bescherming van een motorhelm (Factsheet bromen snorfietsers).

Daarin heeft zij gevonden dat internationale studies naar het dragen van een motorhelm aantonen dat de kans op een ongeval met een dodelijke afloop afneemt met ongeveer 42% door het dragen van een motorhelm. De eisen aan motorhelmen en bromfietshelmen zijn in Nederland gelijk conform Europese regels. De snelheid van een motor is echter veel hoger dan een snorfiets. Daarom is het niet te zeggen of het dragen van een helm op een snorfiets net zoveel letsel voorkomt als het dragen van een helm op een motor. Geconcludeerd kan worden dat bij een helmdraagplicht voor snorfietsers het aantal doden en gewonden af zal nemen door afname van hoofdletsel. Een gedetailleerde berekening van dit effect kan echter niet op verantwoorde wijze worden gegeven, door te veel onzekerheid in de reductiecijfers. Deelvraag 3: Wat is het effect van een helmplicht op de verkeersveiligheid als gevolg van de overstap op andere modaliteiten? De snorfietsers die overstappen op een andere modaliteit krijgen te maken met de risico’s die optreden voor die modaliteit.

In 2017 heeft de SWOV zijn publiceerde risicocijfers per miljard reizigerskilometer per modaliteit gepubliceerd.22 Uit de cijfers kan worden opgemaakt dat het overlijdens- en letselrisico voor bromen snorfietsers (veel) hoger is dan voor andere vervoerswijzen (motor, voetganger, fietser en auto; er is geen onderscheid gemaakt naar snor- en bromfietsen). Het overlijdensrisico is vergelijkbaar met motorrijden maar 30 keer zo groot als voor automobilisten. Het risico om ernstig gewond te raken is vele malen hoger dan elk ander vervoermiddel. Aangezien een aanzienlijk deel (tussen de 30% en 60%) zal overstappen op een andere, veiligere vervoerswijze, zal voor de overstappende snorfietsers het risico op een dodelijk ongeval afnemen. Als snorfietsers overstappen naar de auto, e-fiets, speed pedelec, gaan lopen of met het OV reizen dan neemt hun risico op een ongeval af (zie tabel 3). Dit geldt voor 89% van de overstappende snorfietsers. Voor de snorfietsers die overstappen op de bromfiets (9%) zal het overlijdens- en letselrisico ongeveer gelijk blijven/licht toenemen (gezien de hogere snelheid), maar ze dragen dan wel een helm. Voor 2% is onbekend wat ze doen maar zij zullen een keus maken uit bovenstaande modaliteiten of toch met helm op de snorfiets blijven rijden.

21 SWOV, Educated Guess van gevolgen voor verkeersslachtoffers door maatregel Snorfiets op de rijbaan

(SOR) in Amsterdam, D-2013-11. Den Haag, 2013. 22 https://www.swov.nl/feiten-cijfers/factsheet/brom-en-snorfietsers Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

25 van 33

ONDERZOEK HELMPLICHT SNORFIETSERS

Vervoerswijze

Risico per miljard reizigerskilometers (2017)

Auto / bestelauto

1,5

Bromfiets

44,3

Fiets

14,3

Motor

60,5

Voetganger

10,7

Vrachtauto / bus

1,1

Overig

12,8

Tabel 3: Risico op dodelijk ongeval per miljard reizigerskilometers (Bron: Theseus, SWOV; snorfietscijfers niet bekend)

Conclusie: Substantieel positief effect op verkeersveiligheid bij helmdraagplicht voor snorfietsers Gezien de afname van het aantal snorfietsers en de verschuiving naar andere modaliteiten kan gesteld worden dat de helmplicht voor snorfietsers een substantieel positief effect zal hebben op de verkeersveiligheid. De omvang van het effect zal afhangen van het aantal overstappende snorfietsers: het is groter als meer snorfietsers overstappen. Als 60% van de snorfietsers overstapt, is er een daling te verwachten van 16 naar 6 doden en van 1.838 naar 735 gewonden. Als 30% van de snorfietsers overstapt, is er een verwachte daling naar 11 doden en 1.268 gewonden. De antwoorden op de eerste twee deelvragen wijzen op een afname van het aantal doden en gewonden snorfietsers na invoering van de helmplicht. De cijfers voor het effect van helmplicht op de verkeersveiligheidsrisico’s van andere modaliteiten geven ook een reductie van het aantal doden en gewonden. Deze cijfers geven echter onvoldoende zekerheid om op verantwoorde wijze een hard getal af te kunnen geven voor het totale effect van een helmdraagplicht voor snorfietsers op de verkeersveiligheid. In totaal verwachten wij een substantiële daling in het aantal verkeersongevallen (doden en gewonden) onder snorfietsers, inclusief overstappers.

4.2.2

Milieu

Omdat er geen studies zijn gevonden die directe effecten op het milieu weergeven, is het effect op het milieu vertaald naar CO2- en NOx-emissies. Doordat snorfietsers voor een andere modaliteit kiezen als een helmplicht wordt ingevoerd, verandert de CO2- en NOx-uitstoot bij het invoeren van de helmplicht.

Figuur 19: Deelvragen voor totaal effect milieu

Snorfietsers na modal shift De uitstoot van snorfietsers zal dalen door een afname van het aantal mensen die het vervoermiddel blijven gebruiken. Daarbij is nog van belang hoe de verhouding is tussen tweetakt, viertakt en elektrische snorfietsers. In de cijfers wordt hier geen onderscheid in gemaakt.

Onze referentie: 084005964 A - Datum: 11 oktober 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9993130/1