CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307967 Bijlage 1b bijlages ruimtelijke onderbouwing Ontwerp VVGB Bleijenburg 1

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: Ontwerp Verklaring van geen bedenking (Wabo) ten aanzien van aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een hotel ter plaatse van het te slopen kantoor Bleijenburg 1 (RIS307967)12.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

455250

455500

455750

81250

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 6: Hoogtemodel met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Actueel Hoogtebestand Nederland 2017). Plangebied -2

3 m NAP

250 m

Vrije Universiteit Amsterdam

81500

81625

81750

4001215100 2218455100 2223241100 2380188100

4555216100

2277253100

455500

4036492100

2346410100 2180344100

2345260100

2437609100 2423441100 2460953100 2433259100

455375

16481

3295067100 2236437100 2219849100

4002811100

2362505100

455250

2008332100

2000037100 2078406100

2348703100 2312106100 2359169100

2024670100

455125

4066 2400859100

4720901100 4628765100

2345090100 2345041100 4721606100

4607931100

2190672100

2348825100

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 7: Archeologische gegevens rondom het plangebied, geprojecteerd op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (bron: Archis III/Vos et al. 2007).. Plangebied L. v. Voorburg op L. v. Rijswijk, eventueel onder L. v. Den Haag dunner dan 2 m Hollandveen Lp., op L. v. Voorburg, op L. v. Rijswijk AMK-terrein Archeologische onderzoeksmelding

Archeologische vondstmelding

125 m

Vrije Universiteit Amsterdam

81625

81750

455125

455250

455375

455500

81500

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 8: Stadsplattegrond uit 1570 (kopie 1663 van Cornelis Elandts) met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Haags Gemeentearchief). Plangebied

125 m

Vrije Universiteit Amsterdam

81625

81750

455125

455250

455375

455500

81500

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 9: Stadsplattegrond uit 1616 van C. Bos en J.J. van Harn met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Haags Gemeentearchief). Plangebied

125 m

Vrije Universiteit Amsterdam

81625

81750

455125

455250

455375

455500

81500

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 10: Kaart van Delfland uit 1712 van Nicolaus en Jacob Cruquius met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Kruikius et al. 1988). Plangebied

125 m

Vrije Universiteit Amsterdam

81600

81650

81700

455200

455250

455300

455350

455400

81550

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 11: Kadastrale minuutkaart uit 1811-1832 met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Beeldbank RCE). Plangebied

50 m

Vrije Universiteit Amsterdam

81600

81650

81700

455200

455250

455300

455350

455400

81550

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 12: Stadsplattegrond uit 1868 van C.E. Last en J. Lobato met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Haags Gemeentearchief). Plangebied

50 m

Vrije Universiteit Amsterdam

81600

81650

81700

455200

455250

455300

455350

455400

81550

0

Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 13: Topografische kaart uit 1952 met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Topotijdreis Kadaster). Plangebied

50 m

Vrije Universiteit Amsterdam

Bijlage 4: Watertoets

Onderbouwing wateraspect Hotel Bleijenburg, Den Haag

Onderbouwing wateraspect Hotel Bleijenburg, Den Haag

Aeres Milieu Projectnummer

: AM20317

Status rapport

: Definitief (versie 1)

Datum

: 7 augustus 2020

Opdrachtgever

: BRO Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam

Opgesteld door

: dhr. M. Vrolix bc.

Paraaf

:

Gecontroleerd door

:

Paraaf

:

ing. J.M.G. Reuver

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Pagina | 2

AM20317

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM .........................................................................................................................................................8 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................8

2.2

Watersystemen ...............................................................................................................................................................................................8

2.3

Samenvatting.............................................................................................................................................................................................. 11

3.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................. 12

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart ............................................................................................................................................................... 13 Bijlage 2: Bestaande situatie en concepttekening planvoornemen ............................................................................................................. 15 Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur ......................................................................................................................................................................... 16

Pagina | 3

AM20317

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een onderbouwing van het wateraspect opgesteld voor de bouw van een hotel op een perceel aan de Bleijenburg 1 in het stedelijk centrum van Den Haag.

Adres onderzoekslocatie

: hoek Casuariestraat / Bleijenburg 1 Den Haag

Gemeente

: Den Haag

Waterschap

: Hoogreemraadschap van Delfland

Kadastrale registratie

: ’s Gravenhage, sectie F, nr. en 2238

Oppervlakte

: circa 463 m2

Peil maaiveld

: 0,7-0,8 meter +NAP

Peil grondwater

: 0,4 meter -NAP

Momenteel is het plangebied in gebruik als kantoorgebouw met 4 verdiepingen. Westelijk zijn op de begane grond enkele parkeerplaatsen aanwezig (tegelverharding). De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1: Globale begrenzing onderzoekslocatie (geel omlijnd) (Bron luchtfoto: Google Maps en PDOK-viewer)

Aanleiding De aanleiding voor het onderzoek en het opstellen van onderbouwing van het wateraspect is de voorgenomen planontwikkeling op het perceel en de verplichting om aan te geven hoe omgegaan wordt met de toekomstige (afval)waterstromen en toekomstige wateroverlast vermeden wordt.

Na sloop van het bestaande pand wil men een hotel realiseren met een volledige onderkeldering. De kelder wordt groter als de bestaande bebouwing. Om een volwaardige 5e verdieping te kunnen realiseren, wordt het gebouw groter als het bestaande kantoorpand. Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer. Grotere tekeningen zijn opgenomen in bijlage 2.

Pagina | 4

AM20317

Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling (bron: opdrachtgever)

Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw op het perceel voor de waterhuishouding. Hiervoor zijn de bestaande waterhuishouding, gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden tot het bekomen van een duurzame herontwikkeling kort beschreven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Pagina | 5

AM20317

Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem, zie ook bijlage 3. In afwachting van de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie is de Waterwet nog van toepassing. Naast dit beleidskader is het beleid van de provincie Zuid-Holland met betrekking tot water vastgelegd in het Waterplan ZuidHolland 2016-2021. Conform Europese en nationale wetgeving is een nieuw Stroomgebiedbeheerplan vastgesteld voor de regio Rijn-West voor de periode 2016-2021: het SGBP-2. De wijzigingen zijn voornamelijk van toepassing op de regionale waterkeringen. Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen.

De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Daarnaast is de gemeente Delft verantwoordelijk voor de rioleringen het grondwaterbeheer. Deze rapportage dient ter toetsing aangeboden te worden aan het bevoegd gezag. Ten aanzien van het thema water zijn er diverse beleidsstukken van kracht (zie ook bijlage 3). De belangrijkste worden hieronder behandeld. Bij planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer over het lokale (opper)vlaktewater hebben. Het Hoogheemraadschap van Delfland investeert de komende jaren volop in het klimaatbestendig maken van de steden, vergroten van de veiligheid tegen o.a. overstromingen, meer zelfvoorzienend omgaan met water, het verbeteren van de waterkwaliteit en het optimaliseren van de zuivering van afvalwater. Bovendien dwingen de complexiteit van het gebied en de omvang van de noodzakelijke investeringen tot het stellen van prioriteiten gespreid afhankelijk van de mogelijkheden van de organisatie. In het waterbeheerplan 2016–2021 staan de doelen van het Hoogheemraadschap van Delfland voor de komende zes jaar opgesteld.

Het functioneren van het watersysteem mag als gevolg van een planontwikkeling niet verslechteren. Wijzigingen in het watersysteem en toename aan verharding dienen gecompenseerd te worden. Dit staat los van bestaande afspraken met betrekking tot ontwikkelingsnormen en lokale oplosbare knelpunten. Het Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid geeft op hoofdlijnen het algemene beleidskader aan voor het beheer van de waterkeringen. Met beheer wordt bedoeld alle activiteiten die nodig zijn om de waterkeringen op het vereiste veiligheidsniveau te houden, nu en in de toekomst. De veiligheid is altijd een harde randvoorwaarde. Er zijn verder ook criteria gesteld voor medegebruik van de waterkeringen, bijvoorbeeld voor recreatie. Delfland participeert actief in toegepast onderzoek en stimuleert innovaties.

De "Keur en Beleidsregels" maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Delfland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Pagina | 6

AM20317

Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. De Keur en Beleidsregels van Hoogreemraadschap van Delfland zijn online raadpleegbaar.

Wateragenda en Toekomstbestendig Haags water! De gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap van Delfland werken aan een goed waterbeheer door middel van een gezamenlijke Wateragenda. In de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' is aangeven hoe het watersysteem in Den Haag anno 2014 functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust te houden. Het Haagse watersysteem is op dit moment grotendeels op orde. Door kansen te benutten die zorgen voor een robuuster watersysteem en die ook bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad, wordt het stedelijke gebied klimaatbestendiger. In het stedelijke gebied is beperkte ruimte voor de traditionele opvang van water. Daarom is inzetten op onderzoek naar meer creatieve en innovatieve maatregelen belangrijk. Samenwerking tussen gemeente Den Haag en Delfland is essentieel.

Gemeentelijk Rioleringsplan Den Haag 2016-2020 De Wet milieubeheer verplicht gemeenten om periodiek een gemeentelijk rioleringsplan, afgekort GRP, vast te stellen. De opgave voor het vijfde plan (2016-2020) is de behaalde winst vast te houden en ons gedegen voor te bereiden op uitdagingen in de toekomst. In de nieuwe planperiode wordt extra nadruk gelegd op verdere verbetering van de service, op de communicatie, de duurzaamheid en de samenwerking met de partners in de openbare ruimte. In de komende planperiode gaat Den Haag als één van de eerste gemeenten in Nederland met deze indicatoren en eisen aan de slag. Dat moet leiden tot een praktisch instrument om de mate waarin aan beleidsdoelstellingen voldaan wordt en de servicekwaliteit in beeld gebracht wordt. De doelen en functionele eisen worden aan het eind van de planperiode geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft de Handreiking watertoets opgesteld. In de handreiking worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht. De waterhuishoudkundige situatie van het plangebied is onderzocht in het kader van de watertoets. In het waterhuishoudkundige onderzoek is aandacht besteed aan de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarde, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te bergen en te infiltreren.

Bij (nieuw)bouwactiviteiten wordt gewezen op de uitgangspunten in de Nationale Pakketten Duurzame Stedenbouw en Duurzaam Bouwen. Volgens deze uitgangspunten dient de toepassing van uitloogbare bouwmetalen voor dak- en gevelbedekking, regenwaterafvoer, drinkwaterleidingen of straatmeubilair te worden voorkomen, zodat minder verontreinigende stoffen in het watersysteem terechtkomen.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het waterhuishoudkundig systeem in relatie met het planvoornemen beschreven en hoofdstuk 3 beschrijft de overige aandachtspunten en algemene randvoorwaarden.

Pagina | 7

AM20317

2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM 2.1

Inleiding

Het plangebied ligt in het stedelijk centrum van Den Haag . De locatie wordt noordelijk begrensd door de Casuariestraat, oostelijk door de Bleijenburg, zuidelijk door een pand en binnentuin (Bleijenburg 3) en westelijk door een steegje en achtergelegen pand (Mobypark en holiday inn Express the Hague – Parliament hotel. Zie bijlage 1 voor het topografisch overzicht. Voor de nieuwbouw van een woning is voldoende ontwatering benodigd om wateroverlast in de toekomst te vermijden. Hierbij is o.a. de bestaande hoogteligging van belang. Het plangebied is nagenoeg geheel bebouwd. De omgeving kent nagenoeg geen hoogteverschil en het maaiveld bevindt zich op circa 0,8-0,9 meter +NAP. Afbeelding 3 geeft een uitsnede uit de hoogtekaart van Nederland weer.

Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)

2.2

Watersystemen

De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Hieronder zijn deze aspecten kort beschreven.

Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m-mv. voor bebouwing en 0,5 meter ter plaatse van de tuinen. Van de onderzoekslocatie is diverse informatie beschikbaar in het Dinoloket, bodemdata Nederland en ons eigen archief.

Pagina | 8

AM20317

Het plangebied en omgeving ligt van oudsher in een gebied dat voornamelijk uit strandwallen en -vlaktes bestaat. Strandwallen zijn zandruggen die enkele duizenden jaren gelden onder invloed van zee en branding langs de kust zijn gevormd. Tussen de verschillende ruggen in bleef het oppervlak een stuk lager. Daar ontstond in de loop der eeuwen een soms dik veenpakket. Het plangebied ligt op een smalle strandwal. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Diepte [m-mv.]

Lithostratigrafie

Lithologie

0-3

Naaldwijk (laagpakket van Schoorl)

Zeer fijne zandlagen, lokaal schelpen en veenlagen met een grote gelaagdheid (duinzanden)

3-9

Naaldwijk (laagpakket van Zandvoort)

Matig fijn tot grof, schelphoudend, zand afgewisseld met dunne kleilenzen of -lagen

9-19

Naaldwijk (laagpakket van Wormer)

Klei en fijn siltig zand

Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het stedelijk gebied van Den Haag bestaat uit diverse peilgebieden waarbij het grondwater beheerd wordt middels het oppervlaktewater. Het plangebied ligt in het boezemgebied van Delfland met een vast waterpeil van –0,43 meter NAP met een maximaal toelaatbare peilstijging van 40 cm. Dit komt overeen met de grondwaterstanden die bij peilbuizen van het Dinoloket in de omgeving van het plangebied vastgesteld zijn. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. Bij de nieuwbouw is een kelder gepland waarbij ontgraven wordt tot ca. 3,6 m-peil. Om instroom te vermijden wordt een begane grondniveau van ca. 20 cm boven de kruin van de weg geadviseerd zodat eventuele instroom in het pand vermeden wordt. Een kelder is een ondoorlatende ondergrondse voorziening. Deze dient in ieder geval waterdicht aangelegd te worden. Door de aanleg van een kelder kan opstuwing van het grondwater plaatsvinden en wordt de grondwaterstroming bemoeilijkt. In het onderhavige stedelijke gebied dient ten tijde, voorafgaand aan de bouwvergunning, het effect door de aanleg van een enkellaagse kelder bepaald te worden op de optredende grondwaterstanden, waarmee aan de gestelde eisen wordt voldaan. Gezien de betreffende holocene laag niet voor meer dan 60% doorsneden wordt, is geen grote invloed te verwachten.

Een en ander hangt tevens af van de bouwfase. Verder ligt de onderzoekslocatie in een beperkt zettingsgevoelig gebied door de ligging op een strandwal. Tevens dient een voldoende stevige damwandconstructie aangelegd te worden waarbij opbarsting van de putbodem vermeden dient te worden. Gezien de beperkte ontgravingsdiepte zal dit geen bezwaar vormen. Tenslotte wordt geadviseerd om maatregelen te treffen om kwelstroming via de funderingspalen te voorkomen. Dit kan worden gedaan door het aanbrengen van bentoniet langs de funderingspalen. Het bestemmingsplan maakt ondergronds bouwen mogelijk. In procedures is vastgelegd dat, alvorens met de bouw kan worden begonnen, eerst onderzoek wordt gedaan naar de effecten van het bouwen op de stand en de kwaliteit van het grondwater. Dit wordt normaal samen uitgevoerd met het funderingsonderzoek. Dit onderzoek dient aan het toetsend gezag (gemeente) voorgelegd te worden ter controle om geen overlast in de omgeving van de nieuwbouw te vermijden. De initiatiefnemer blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de (water)gevolgen van plaatsen van de bouwconstructie.

Pagina | 9

AM20317

Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Bij eventuele bemaling en lozing ten behoeve de nieuwbouw wordt aangeraden de kwaliteit van het onttrokken water vast te stellen/te monitoren. Door het planvoornemen (bouw hotel) is geen toekomstige (grond)waterverontreiniging te verwachten.

Oppervlaktewater Binnen en direct nabij de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig door de ligging in het centrum. Primair oppervlaktewater is op ca. 180 meter westelijk (nabij het Binnenhof) en op ca. 210 meter noordoostelijk nabij de Prinsessegracht aanwezig. Hierdoor kan niet rechtstreeks aangesloten worden op het oppervlaktewater en is geen direct nadelig effect te verwachten door de planontwikkeling op het bestaande oppervlaktewaterstelsel. Het oppervlaktewater wordt beheerd door Hoogheemraadschap Delfland. Bij werkzaamheden en/of wijzigingen hieraan dient het waterschap betrokken te worden bij het watertoetsproces. Dit is niet van toepassing bij dit planvoornemen.

Hemel- en afvalwater De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemengd gemeentelijk rioolstelsel. In het gemeentelijk rioleringsplan is aangegeven dat het uitgangspunt is dat de waterstromen gescheiden worden bij herontwikkelingen. Bij afwezigheid van oppervlaktewater kan dit naar het gemeentelijk rioolstelsel afvoeren. Bij toekomstige scheiding van het stelsel kan het plangebied hierop dan eenvoudig aangesloten worden. Bij de nieuwbouw zal een gescheiden stelsel aangelegd worden. Door de sloop van het kantoorpand tot een hotel neemt de afvalwaterhoeveelheid uit het plangebied toe. De verwachte totale afvoerhoeveelheid bedraagt ca. 7-10 m3/dag (ca. 0,7-1 m3/u) met piekmomenten. Voor het afvalwater in de kelder is een pompput benodigd. Zover bekend kan deze hoeveelheid in het bestaande stelsel verwerkt worden. De aansluiting en wijziging aan de afvoerhoeveelheid dient ten tijde aangevraagd te worden bij de gemeente Den Haag. Het terrein is momenteel reeds volledig verhard. Het gehele perceel wordt onderkelderd met hierop een hoogbouw. Zuidwestelijk op het perceel nabij de binnentuin wordt een gedeelte niet bebouwd en wordt de bestaande afscheiding behouden. Derhalve is er geen toename aan verharding en is er ook geen compensatie vereist. Het hemelwater zal net als bestaand, weliswaar gescheiden, aangesloten worden op het gemeentelijk rioolstelsel.

Hergebruik kan overwogen worden maar is geen strikte eis en niet geadviseerd gezien het toekomstig gebruik als hotel. Bij hergebruik dient in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en mag geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaan. Ter plaatse zijn behoudens een gedeelte van het plat dak waarop een groendak aangelegd kan worden geen mogelijkheden tot wateropvang aanwezig.

Pagina | 10

AM20317

2.3

Samenvatting

Ter plaatse wil men na sloop een hotel met een enkellaagse kelder realiseren. Om instroom van hemelwater tegen te gaan, wordt geadviseerd om een vloerpeil van 20 cm boven de kruin van de weg aan te houden (vloerpeil ca. 1 meter +NAP). Bij de nieuwbouw zal een gescheiden stelsel aangelegd worden. Door de realisatie van een hotel is een toename aan afvalwater te verwachten (ca. 0,7-1 m3/u). Voor de wijziging aan de bestaande aansluiting van de nieuwbouw op het gemeentelijk stelsel dient bij de gemeente een vergunning aangevraagd te worden. Het perceel is reeds geheel verhard. Er is derhalve geen toename aan verharding door het planvoornemen. Het hemelwater wordt bij gebrek aan verwerkingsmogelijkheden net als bestaand, weliswaar gescheiden, op het gemeentelijk stelsel aangesloten. Door de aanleg van een gescheiden stelsel en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is geen wateroverlast te verwachten door de planontwikkeling. Voor de bouw van de enkellaagse kelder in het stedelijk gebied dient ten tijde, voorafgaand aan de bouwvergunning, het effect door de aanleg van een enkellaagse kelder bepaald te worden op de optredende grondwaterstanden, waarmee aan de gestelde eisen wordt voldaan. Gezien de betreffende holocene laag hierbij niet voor meer dan 60% doorsneden wordt, is geen grote invloed te verwachten.

Een en ander hangt tevens af van de bouwfase van de kelder. Verder ligt de onderzoekslocatie in een beperkt zettingsgevoelig gebied door de ligging op een strandwal. Het bestemmingsplan maakt ondergronds bouwen mogelijk. In procedures is vastgelegd dat, alvorens met de bouw kan worden begonnen, eerst onderzoek wordt gedaan naar de effecten van het bouwen op de stand en de kwaliteit van het grondwater. Dit wordt normaal samen uitgevoerd met het funderingsonderzoek. Dit onderzoek dient aan het toetsend gezag (gemeente) voorgelegd te worden ter controle om geen overlast in de omgeving van de nieuwbouw te vermijden. De initiatiefnemer blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de (water)gevolgen van plaatsen van de bouwconstructie. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in (de buurt van) een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden middels het Omgevingsloket.

Pagina | 11

AM20317

3. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •

Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal.

•

Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen.

•

Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat.

•

Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen. Pagina | 12

AM20317

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9835089/1