RIS307967 Bijlage 1b bijlages ruimtelijke onderbouwing Ontwerp VVGB Bleijenburg 1
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Hotel Bleijenburg Gemeente ’s-Gravenhage Bijlagenboek
Ruimtelijke onderbouwing Hotel Bleijenburg Gemeente ’s-Gravenhage Bijlagenboek
Rapportnummer:
P03187_bijlagen
Datum:
november 2020
Opdrachtgever:
Boparai Associates Architekten
Projectteam BRO:
RF
Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
--
BRO Vestiging Amsterdam Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
Bijlagen Bijlage 1: Quickscan flora en fauna Bijlage 2: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 3: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 4: Watertoets Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: M.e.r.-aanmeldingsnotitie Bijlage 7: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 8: Bezonningsstudie
Inhoudsopgave
1
BIJLAGEN
Bijlage 1: Quickscan flora en fauna
Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag <Status>
colofon
titel rapport Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag datum 2 november 2020 projectnummer P03187 opdrachtgever Fresch Real Estate B.V. BRO Projectleider RF Projectteam MvdS, NL, RdM bron Kaft NL
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard
Inhoudsopgave 1
Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna
3 3
2
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie
4 4 4
3
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden
6 6 6 7
4
Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten
8 9 9 9 10 10 10 10 10
5
Conclusie
11
6
Samenvatting Geraadpleegde bronnen
12 13
maandag 2 november 2020
2
1 Inleiding Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de sloop van het huidige kantoorpand en de realisatie van een hotel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1
Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 1 juli 2020 tussen 16.00 – 17.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 19°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 4 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Zuid-Holland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
maandag 2 november 2020
3
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen in het centrum van Den Haag, ten oosten van het Binnenhof en ten westen van Centraal Station Den Haag. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een kantoorpand met parkeergelegenheid aan de achterkant van/onder het kantoorpand. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens het huidige kantoorpand te slopen en een hotel te realiseren. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
maandag 2 november 2020
4
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
Figuur 5: Openstootvoegen onder en boven de aanwezige van het kantoorpand gezien vanaf Casuariestraat
Figuur 4: Voor- en zijkant kantoorpand op de kruising van Bleijenburg en Casuariestraat gezien vanuit het noorden
Figuur 6: Zijkant kantoorpand gezien vanaf Casuariestraat
Figuur 7: Achterkant kantoorpand en naastgelegen gebouwen gezien vanaf de parkeerplaats vanuit het zuiden
Figuur 9: Liftschacht bovenop het kantoorpand en detail van het dak
maandag 2 november 2020
Figuur 8: Achterkant kantoorpand en naastgelegen gebouw gezien vanaf de parkeerplaats vanuit het westen
5
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
3
Toetsing gebiedsbescherming
Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Meijendel & Berkheide”, bevindt zich op circa 2,8 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een hotel betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten.
Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
maandag 2 november 2020
Uit het vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
Figuur 10: Ligging NNN (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt ongeveer 720 meter ten noordoosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
6
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
maandag 2 november 2020
7
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
4
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen.
voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief
Tabel 1
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde
maandag 2 november 2020
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
8
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Het kantoorpand biedt geen geschikte broedlocaties voor soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw. Het dak is bedekt met bitumineuze dakbedekking en bevat geen geschikte invliegopeningen of andere geschikte broedlocaties.
Hierdoor kunnen broedlocaties van deze soorten binnen het plangebied worden uitgesloten. Er is tevens geen opgaande beplanting binnen het plangebied, er zijn wel enkele bomen in de directe omgeving aanwezig. In die bomen bevinden zich geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen binnen het plangebied mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, winterkoning en houtduif tot broeden komen in het opgaand groen.
maandag 2 november 2020
Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Indien opgaand groen rondom het plangebied verwijderd gaat worden, kunnen er nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis.
Het te slopen kantoorpand bevatte tijdens het eerste veldbezoek geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort in de vorm van open stootvoegen naar ruimtes in de spouw. Naar aanleiding hiervan was een tweede veldbezoek ingepland. Bij aankomst op locatie bleken alle stootvoegen die tijdens het veldbezoek van 1 juli 2020 open waren, te zijn dichtgemaakt. Dit is gemeld bij de Omgevingsdienst Zuid-
Holland Zuid (OZHZ), waarna in overleg is besloten de stootvoegen dicht te houden. Er is tevens besloten dat het pand gesloopt mag worden onder voorwaarden dat er nieuwe verblijfplaatsen terug komen. De hoeveelheid, locatie en in welke vorm de verblijfplaatsen in de nieuwbouw verwerkt worden wordt nog besproken. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Een soort als huisspitsmuis kan in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.
Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.
9
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten boommarter en eekhoorn voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het stenige habitat, betreft het hier geen geschikt habitat voor de betreffende boommarter. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.
Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen bekend van de niet vrijgestelde Alpenwatersalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.
Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde soorten. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor reptielen. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.
Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als kartuizer anjer, naaldenkervel, rood peperboompje, schubvaren en wilde ridderspoor. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig
maandag 2 november 2020
10
5 Conclusie Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
5
Conclusie
Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Het onderdeel houtopstanden is bij dit plan niet aan de orde.
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
maandag 2 november 2020
11
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
6
Samenvatting
Tabel 2
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Tabel 3
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 2,8 km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 720 m
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Nee
Nee
-
-
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
Realisatie van nieuwe verblijfplaatsen in de nieuwbouw
De hoeveelheid, locatie en in welke vorm de verblijfplaatsen in de nieuwbouw verwerkt worden wordt nog besproken
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de huisspitsmuis
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Broedvogels Vleermuizen
maandag 2 november 2020
12
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale websites Zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ (NNN en natuurbeheerplan Zuid-Holland) https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/categorie/product/7-ontheffingverlening-soorten.html Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid https://www.ozhz.nl/
Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
maandag 2 november 2020
13
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Bleijenburg 1 te Den Haag
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
maandag 2 november 2020
T +31 (0)77 373 06 01
14
Bijlage 2: Stikstofdepositieonderzoek
AERIUS berekening In het kader van der Wet natuurbescherming
Plangebied: Hotel Bleijenburg, Den Haag Opsteller(s): C. E. Bakker
Aerius Berekening In het kader van de Wet natuurbescherming
Ondertitel
Plangebied: Hotel Bleijenburg, Den Haag
Opsteller(s)
C. E. Bakker
Datum
20-12-2019
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20191218v01
Aantal pagina's
21
Opdrachtgever
Fresch Real Estate
Contactpersoon
M. Thung
Collegiale toets
F. A. van Meurs
Wijze van citeren
Bakker. C. E., 2019. AERIUS berekening, in het kader van de Wet natuurbescherming. Plangebied: Hotel Bleijenburg, Den Haag. Rapportkenmerk ER20191218v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding..................................................................................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding.....................................................................................................................................................................................5 1.2 Doel...................................................................................................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer......................................................................................................................................................................................5 2 Toelichting onderzoekskader....................................................................................................................................................7 2.1 Wet Natuurbescherming.....................................................................................................................................................7 2.2 Aanpak Aerius berekeningen...........................................................................................................................................8 3 Omschrijving
plangebied.........................................................................................................................................................11 3.1 Algemeen...................................................................................................................................................................................11 3.2 Voorgenomen ontwikkelingen....................................................................................................................................12 3.3 Planning......................................................................................................................................................................................12 4 Toelichting berekening..............................................................................................................................................................15 4.1 Aanlegfase.................................................................................................................................................................................15 4.2 Gebruiksfase.............................................................................................................................................................................17 5
Resultaten...........................................................................................................................................................................................19 5.1 De aanlegfase..........................................................................................................................................................................19 5.2 De gebruiksfase......................................................................................................................................................................19 6 Conclusie en Aanbeveling.......................................................................................................................................................21 7 Geraadpleegde bronnen..........................................................................................................................................................23
© copyright Ecoresult B.V. 2019 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van van Fresch Real Estate heeft Ecoresult B.V. in december 2019 een AERIUS berekening met betrekking tot stikstofdepositie uitgevoerd. De aanleiding van dit verzoek is de Hotel Blijenburg in Den Haag. Deze berekening is noodzakelijk vanwege de ligging van het plangebied nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (in dezen de Meijendel en Berkheide).
1.2
Doel
Door middel van de AERIUS berekening zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •
Overschrijding van de stikstofdepositie-grenswaarden (0,00 mol N/ha/jr) in Natura 2000 gebieden.
1.3
Leeswijzer
In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna wordt de methodiek en de resultaten besproken. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding.
5
.
2
Toelichting onderzoekskader
2.1
Wet Natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming staat, dat nieuwe economische activiteiten of uitbreidingen van bestaande activiteiten moeten worden getoetst op hun effect op Natura 2000-gebieden. Economische activiteiten kunnen leiden tot een verhoging van de hoeveelheid stikstof in natuurgebieden. Sommige beschermde plantensoorten groeien alleen in voedselarme omstandigheden. Stikstof zorgt voor voedselrijkere grond, waardoor deze beschermde soorten kunnen verdwijnen en ook de diversiteit van plantensoorten achteruitgaat. Hierdoor was er lange tijd vaak geen toestemming gegeven om in de buurt van Natura 2000-gebieden iets te ondernemen wat stikstof veroorzaakt. Op landelijk niveau daalt de neerslag van stikstof al langere tijd, maar het was moeilijk te bewijzen dat een afzonderlijke activiteit geen kwaad kan voor de natuur. Daarom zijn er in 2008 aanbevelingen gedaan om dit probleem op te lossen met een programmatische benadering. Hieruit ontstond het PAS, dat op 1 juli 2015 van start is gegaan. De Raad van State heeft op 29 mei 2019 een streep gezet door het PAS. Het PAS was geldig voor 118 Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur (de PAS-gebieden). Het PAS verbond ecologische en economische doelen. Het Natura 2000 gebieden Westerduinpark & Wapendal en Solleveld & Kapittelduinen behoorden tot 1 van die 118 PAS-gebieden.
Vanwege de afschaffing van de PAS is iedere vorm van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in feite vergunningplichtig, óók onder bepaalde drempel- en grenswaarden. Verder is de definitie van project aangescherpt: iedere activiteit of handeling die kan leiden tot een significant negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden worden beschouwd als project 1. Om te bepalen of de aanleg- en gebruiksfase van hotel Blijenburg te Den Haag mogelijk een effect kan hebben op de stikstofdepositie van de Natura 2000-gebieden is een berekening uitgevoerd met behulp van het rekenmodel AERIUS2.
1 https://www.bij12.nl/nieuws/raad-van-state-accepteert-pas-niet/ 2 AERIUS calculator – https://calculator.aerius.nl/
7
2.2
Aanpak Aerius berekeningen
Aan de hand van onderstaand stappenplan kunt u vaststellen of een project vergunningplichtig is onder de Wet natuurbescherming en welke instrumenten u kunt inzetten om voor een natuurvergunning in aanmerking te komen (Zie Afbeelding 1).
Afbeelding 1: Stappenplan toestemmingsverlening omtrent stikstof. Bron: Rijksoverheid In voorliggende rapportage wordt Stap 1 van de toestemmingsverlening behandeld. Hierin worden de volgende stappen gevolgd: 8
.
•
Verzamel informatie over de stikstofemissies per bron, bijvoorbeeld werkverkeer of mobiele werktuigen.
•
Omdat de aanleg/bouw- en gebruiksfase beide deel uitmaken van een project, moet er voor beide fases worden bepaald hoeveel stikstofemissies hierbij vrijkomen en dienen er twee aparte AERIUS-berekeningen te worden gemaakt.
•
Om de kans op een toename van stikstofdepositie zo klein mogelijk te maken, is het nodig om na te denken over (technische) mogelijkheden om de emissies zo laag mogelijk te houden. Denk hierbij aan het gebruiken van mobiele werktuigen met een zuinigere stage klasse1 .
•
Bereken vervolgens met behulp van de AERIUS Calculator of de emissies resulteren in stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden. ◦ Als de uitkomst is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar, dan is er geen natuurvergunning nodig. ◦ Is er wel sprake van stikstofdepositie door de nieuwe activiteit maar kunt u intern salderen, ga dan naar Stap 2. Ook kunt u voor sommige gevallen middels een Voortoets uitsluiten dat een toename van depositie tot significant negatieve effecten leidt, zie hiervoor Stap 3. Als u na Stap 1 al zeker weet dat significant negatieve effecten niet bij voorbaat kunnen worden uitgesloten, en u kunt ook niet intern salderen, dan kunt u de Voortoets overslaan en direct beginnen met Stap 4,
9
.
3
Omschrijving plangebied
3.1
Algemeen
Het plangebied is binnen de bebouwde kom van de Gemeente Den Haag, Provincie Zuid Holland (Zie ). Het betreft een pand uit 1977. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, Meijendel en Berkheide, ligt op 2,8 km ten Noorden van het plangebied (Afbeelding 3).
Afbeelding 2: Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK
11
Afbeelding 3: Globale ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden, zie blauwe marker (Bron: AERIUS).
3.2
Voorgenomen ontwikkelingen
Voor dit project is om een al bestaand pand om te vormen naar een hotel met 82 kamers Zie Afbeelding 4 en Afbeelding 5).
3.3
Planning
De planning van dit project is op dit moment nog niet bekend.
12
.
Afbeelding 4: Impressie van de uiteindelijke situatie van Hotel Bleijenburg. Bron: Bopari Asociates Architecten.
Afbeelding 5: Bouwtekening van de zijgevel van Hotel Bleijenburg. Bron: Bopari Asociates Architects 13
.
4
Toelichting berekening
Voor deze berekening is uitgegaan van de gegevens als aangeleverd door de ontwikkelaar in combinatie met de fabrieksgegevens van de gebruikte mobiele werktuigen. Gemaakte aannames zijn schriftelijk geaccordeerd door de opdrachtgever.
4.1 4.1.1
Aanlegfase Mobiele werktuigen
Gedetailleerde informatie over de aanlegfase is nog niet beschikbaar. Het type werktuig en het verbruik van mobiele werktuigen ingeschat op basis van wat de aannemer heeft aangeleverd en door vergelijking met andere projecten. De emissies van de mobiele werktuigen zijn bepaald aan de hand van het vermogen (kW), het aantal draaiuren (uur) en NOx emissiefactoren (g/kWh). Als worstcaseuitgangspunt is aangenomen dat het materieel gedurende de opgegeven tijd continu op vol vermogen werkt. Voor de emissiefactoren is aangenomen dat het materieel ten minste voldoet aan de emissie-eisen voor Stage IV dieselmotoren. Zie Tabel 1 voor de gebruikte kentallen voor de inzet van mobiele werktuigen tijdens de bouw van hotel Bleijenburg in Den Haag
T y pe w e r k tuig K la s s e S TAGE IV, 75 – 130 K W, 2 k r anen licht bouwjaar 2014/01 Cat Q S TAGE IV, 130- 560 K W, bouwjaar 2014/01 Cat R 1 k r aan zwaar Tor enk r aan E lek tr is ch
V e r br u i k / da g
J aar 2020 2021 2020 2021 2020 X
T ota a l N -D a g e n v e r b r u i k ( L ) 72 7200 100 24 2400 72 14400 24 4800 200 X X
Tabel 1: Kentallen inzet mobiele werktuigen aanleg van hotel Bleijenburg in Den Haag.
4.1.2
Verkeersbewegingen
Bij vaststellen van de emissie NOx gedurende de bouwfase zijn de volgende verkeersgegevens gebruikt in het rekenmodel. Deze rekenwaarden zijn aangeleverd door de opdrachtgever, De 15
verkeersbewegingen betreffen het aanleveren van materieel en afvoeren van grond en afvalstoffen en de verkeersbewegingen door het bouwteam. Er is hierin uit gegaan van een jaar werk.
Verkeersbewegingen bouwvakkers In de berekening wordt er vanuit gegaan dat 50% van de bouwvakkers een auto in de categorie licht verkeer gebruikt, en 50% van de bouwvakkers een auto in de categorie middelzwaar •
Licht verkeer: 4 auto’s (8 bewegingen) *52 weken * 5 dagen = 2080 verkeersbewegingen. ◦ 2020: 1560 verkeersbewegingen. ◦ 2021: 520 verkeersbewegingen.
•
Medium verkeer: 4 busjes (8 bewegingen) *52 weken * 5 dagen = 2080 verkeersbewegingen. ◦ 2020: 1560 verkeersbewegingen. ◦ 2021: 520 verkeersbewegingen.
Al het verkeer beweegt zich vanaf de A12 via de kortste weg naar het bouwterrein. Er is gerekend met een stagnatiefactor van 50%. De stagnatiefactor is hoger dan de geldende CROW cijfers voor verkeersgeneratie.
Aan- en afvoer van materiaal Sloopfase (2020): •
Licht verkeer: 1 autos (2 bewegingen) * 24 dagen = 48 verkeersbewegingen.
•
Medium verkeer: 1 autos (2 bewegingen) * 24 dagen = 48 verkeersbewegingen.
•
Zwaar verkeer: 2 vrachtwagens (4 bewegingen) * 24 dagen = 96 verkeersbewegingen.
Bouwrijp maken (2020): •
Licht verkeer: 1 autos (2 bewegingen) * 12 dagen = 24 verkeersbewegingen.
•
Medium verkeer: 1 autos (2 bewegingen) * 12 dagen = 24 verkeersbewegingen.
•
Zwaar verkeer: 2 autos (4 bewegingen) * 12 dagen = 48 verkeersbewegingen.
Bouwfase (2020 en 2021): •
Licht verkeer: 1 autos (2 bewegingen) * 180 dagen = 360 verkeersbewegingen. ◦ 2020: 270 verkeersbewegingen. ◦ 2021: 90 verkeersbewegingen.
•
Medium verkeer: 2 autos (4 bewegingen) * 180 dagen = 720 verkeersbewegingen. ◦ 2020: 540 verkeersbewegingen.
16
.
◦ 2021: 180 verkeersbewegingen. •
Zwaar verkeer: 1,2 vrachtwagens (2,4 bewegingen) * 180 dagen = 432 verkeersbewegingen. ◦ 2020: 324 verkeersbewegingen. ◦ 2021: 108 verkeersbewegingen.
Al het verkeer beweegt zich vanaf de A12 via de kortste weg naar het bouwterrein. Er is gerekend met een stagnatiefactor van 50%. De stagnatiefactor is hoger dan de geldende CROW cijfers voor verkeersgeneratie.
4.2
Gebruiksfase
4.2.1
Gebouw
Het gebouw wordt gasvrij, er zal dus geen sprake zijn van stikstofemissie.
4.2.2
Verkeersbewegingen
Voor verkeersbewegingen is uitgegaan van een verkeersaantrekkende werking van een 3 sterren hotel, namelijk 7,2 bewegingen per 10 kamers. Hierin zijn zowel de bewegingen van personeel en bezoekers meegenomen. Er zijn in totaal 88 kamers. •
8,8 * 7,2 = 63,36 licht verkeer per etmaal.
Daarnaast is er ook rekening mee gehouden dat er 1 keer per dag levering is met medium zwaar verkeer. •
1 busje (2 bewegingen) * 365 dagen = 730 bewegingen per jaar.
Al het verkeer beweegt zich vanaf de A12 via de kortste weg naar het bouwterrein. Er is gerekend met een stagnatiefactor van 50%. De stagnatiefactor is hoger dan de geldende CROW cijfers voor verkeersgeneratie.
17
.
5
Resultaten
Bovenstaande parameters zijn op 18 december 2019 ingevoerd in AERIUS Calculator (versie 2019). Er is een aparte berekening gemaakt voor de aanlegfase (apart per jaar), en de gebruiksfase. Voor de AERIUSoutputs, zie Bijlage 1 tot en met 3.
5.1
De aanlegfase •
Op basis van AERIUS wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de realisatiefase in 2020 van Hotel Bleijenburg in Den Haag.
•
Op basis van AERIUS wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de realisatiefase in 2021 van Hotel Bleijenburg in Den Haag.
5.2
De gebruiksfase •
Op basis van AERIUS wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de gebruiksfase in 2022 van Hotel Bleijenburg in Den Haag.
19
.
6
Conclusie en Aanbeveling
In opdracht van van Fresch Real Estate heeft Ecoresult B.V. in december 2019 een AERIUS berekening met betrekking tot stikstofdepositie uitgevoerd. De aanleiding van dit verzoek is de Hotel Blijenburg in Den Haag. Deze berekening is noodzakelijk vanwege de ligging van het plangebied nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (in dezen de Meijendel en Berkheide). Afgaande op de worst-case inschattingen voor de ontwikkeling Hotel Bleijenburg is middels een AERIUS berekening aangetoond dat zowel tijdens de aanlegfase in 2020 en 2021 én de gebruiksfase in 2022 geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaats vindt. Het project is uitvoerbaar, en er is een geen vergunning met betrekking tot stikstofdepositie op de Wet Natuurbescherming benodigd voor het voorgelegde project.
21
.
7
Geraadpleegde bronnen
Stikstof regelgevingen Beslisboom toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten – https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/documenten/publicaties/2019/10/12/ beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositie-bij-nieuwe-activiteiten
AERIUS tool https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl#
Kengetallen kengetallen mobiele werktuigen – TNO EMMA (emissieregistratie) Stagnatiefactor – https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ Emissiefactoren – Ruimtelijke plannen (https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ )
23
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RTL6TKV64FSy (19 december 2019) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Fresch Real Estate
Jacob Mosselstraat 2, 2595RH Den Haag
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Hotel Bleijenburg
RTL6TKV64FSy
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 december 2019, 09:51
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
51,27 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanlegfase 2020
Situatie 1
RTL6TKV64FSy (19 december 2019) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Mobiele Werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Verkeersbewegingen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
25,96 kg/j
< 1 kg/j
25,32 kg/j
RTL6TKV64FSy (19 december 2019) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
STAGE IV, 75 – 2 lichte kranen 130 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R
7.200
NOx
8,54 kg/j
STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q
14.400
NOx
17,42 kg/j
1 zware kraan
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Mobiele Werktuigen 81629, 455304 25,96 kg/j
Verkeersbewegingen 82279, 455582 25,32 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.560,0 / jaar NOx NH3
1,09 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1.560,0 / jaar NOx NH3
13,58 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
342,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
612,0 / jaar NOx NH3
5,33 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
468,0 / jaar NOx NH3
5,09 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RTL6TKV64FSy (19 december 2019) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Situatie 1
RTL6TKV64FSy (19 december 2019) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RQttF3xfDArA (19 december 2019) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Fresch Real Estate
Jacob Mosselstraat 2, 2595RH Den Haag
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Hotel Bleijenburg
RQttF3xfDArA
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 december 2019, 13:16
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
15,13 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanlegfase 2021
Situatie 1
RQttF3xfDArA (19 december 2019) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Mobiele Werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Verkeersbewegingen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
8,65 kg/j
< 1 kg/j
6,48 kg/j
RQttF3xfDArA (19 december 2019) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
STAGE IV, 75 – 2 lichte kranen 130 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R
2.400
NOx
2,85 kg/j
STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q
4.800
NOx
5,81 kg/j
1 zware kraan
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Mobiele Werktuigen 81629, 455304 8,65 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Verkeersbewegingen 82279, 455582 6,48 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
520,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
520,0 / jaar NOx NH3
3,81 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
90,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
180,0 / jaar NOx NH3
1,32 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
108,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RQttF3xfDArA (19 december 2019) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie c53b8fdaa8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Situatie 1
RQttF3xfDArA (19 december 2019) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RXrhVWJeA5c1 (19 december 2019) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Fresch Real Estate
Jacob Mosselstraat 2, 2595RH Den Haag
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Hotel Bleijenburg
RXrhVWJeA5c1
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 december 2019, 13:18
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
18,45 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase 2022
Situatie 1
RXrhVWJeA5c1 (19 december 2019) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Verkeersbewegingen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
18,45 kg/j
RXrhVWJeA5c1 (19 december 2019) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Verkeersbewegingen 82279, 455582 18,45 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
63,4 / etmaal NOx NH3
13,27 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
730,0 / jaar NOx NH3
5,18 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RXrhVWJeA5c1 (19 december 2019) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie c53b8fdaa8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Situatie 1
RXrhVWJeA5c1 (19 december 2019) pagina 5/5
Bijlage 3: Archeologisch bureauonderzoek
Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied Den Haag-Bleijenburg 1, gemeente Den Haag Mark Groenhuijzen
xxx
ć ć ć ć ć ć ć ć
ć
ć
ć
DEN HAAG – BLEIJENBURG 1 BIJLAGE 1: ARCHEOLOGISCHE PERIODEN. Begin
Eind
Periode
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
-
1849 na Chr. 1649 na Chr.
Late Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege Nieuwe Tijd
1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.
-
1499 na Chr. 1249 na Chr. 1049 na Chr. 899 na Chr. 724 na Chr. 524 na Chr.
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen A
270 na Chr. 70 na Chr. 12 voor Chr.
-
449 na Chr. 269 na Chr. 69 na Chr.
Laat-Romeinse tijd Midden-Romeinse tijd Vroeg-Romeinse tijd
250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.
-
13 voor Chr. 251 voor Chr. 501 voor Chr.
Late IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege IJzertijd
1100 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.
-
801 voor Chr. 1101 voor Chr. 1801 voor Chr.
Late Bronstijd Midden-Bronstijd Vroege Bronstijd
2850 voor Chr. 4200 voor Chr. 5300 voor Chr.
-
2001 voor Chr. 2851 voor Chr. 4201 voor Chr.
Laat-Neolithicum Midden-Neolithicum Vroeg-Neolithicum
6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.
-
4901 voor Chr. 6451 voor Chr. 7101 voor Chr.
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum
35.000 voor Chr. 300.000 voor Chr.
-
8801 voor Chr. 35.001 voor Chr. 300.000 voor Chr.
Laat-Paleolithicum Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
81500
82000
82500
0
500 m
454500
455000
455500
456000
81000
Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 2: Locatie van het plangebied op de topografische kaart (bron: PDOK). Plangebied
Vrije Universiteit Amsterdam
81500
82000
82500
0
500 m
454500
455000
455500
456000
81000
Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 3: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart Den Haag met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Alkemade 2011). Plangebied Terreinen van archeologische waarde (Waarde 1) Zones waar archeologie wordt verwacht (Waarde 2) Zones waar geen archeologie wordt verwacht
Vrije Universiteit Amsterdam
81625
81650
81675
455250
455275
455300
455325
455350
81600
0
Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 4: Schematische weergave van de voorgenomen werkzaamheden. Plangebied Slopen bestaande bebouwing, nieuwbouw van bovengrondse bebouwing met kelder (keldervloer op 2.9 m -mv) Geen bestaande bebouwing, nieuwbouw kelder zonder bovengrondse bebouwing (keldervloer op 2.9 m -mv)
25 m
Vrije Universiteit Amsterdam
81500
82000
82500
0
500 m
454500
455000
455500
456000
81000
Den Haag - Bleijenburg 1 Bijlage 5: Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk met daarop geprojecteerd het plangebied (bron: Vos et al. 2007). Plangebied Laag van Voorburg op Laag van Rijswijk, met eventueel een deklaag van Laag van Den Haag dunner dan 2 m Hollandveen Laagpakket, op Laag van Voorburg, op Laag van Rijswijk Hollandveen Laagpakket, op Laagpakket van Wormer, op Laag van Rijswijk
Vrije Universiteit Amsterdam
81500
81750
82000
454750
455000