RIS307827 Bijlage 3
Tekst van het document
Eikenprocessierups Ziektebeeld De eikenprocessierups is de rups van een nachtvlinder. De rupsen gebruiken bladeren van eiken als voedsel. Zij gaan ’s nachts in processie op zoek naar voedsel, vandaar de naam. De rups wordt vooral gesignaleerd langs straten en lanen, waarbij de rupsen bij een zware aantasting soms een hele boom kunnen kaalvreten. De rups is behaard en een deel van deze beharing bestaat uit zogenaamde brandharen. De brandharen worden bij een bedreiging afgeschoten waardoor deze bij mensen op de huid, in ogen en luchtwegen kunnen belanden. Dit kan ernstige jeuk of zelfs ontstekingen veroorzaken. De brandharen van de rups vormen zodoende een gevaar voor de volksgezondheid. Monitoring en inspectie Tot 2019 bleef de overlast in Den Haag zeer beperkt, tot enkele nesten per jaar. Door de droge en warme zomer van 2018 kreeg heel Nederland in 2019 te maken met aanzienlijk meer overlast. Ook in Den Haag kwamen meer meldingen van overlast, maar dit bleef beperkt tot circa 140 eiken.
Onderzoek Als gevolg van de landelijke toename van de aantastingsdruk, onderzoeken diverse instanties en bedrijven of er betere alternatieven zijn voor het bestrijden/voorkomen van de eikenprocessierups. De gemeente houdt deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Indien wenselijk wordt de huidige aanpak hierop aangepast. Vervanging Veel eikensoorten zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Ook zijn het statige bomen. De eik wordt niet voor niets de koning onder de bomen genoemd. We gebruiken ze dan ook nog graag als boom. Maar nieuwe lanen vol met eiken zullen, met de wetenschap van de gevolgen van een aantasting met eikensprocessierups, in de toekomst niet vaak meer voorkomen. Bij nieuwe aanleg wordt altijd gewerkt met het principe van meer diversiteit om grootschalige aantasting met eikenprocessierups te voorkomen. Voor het vervangen van eiken in bestaande structuren geldt maatwerk.
Om de ontwikkeling van de plaag nauwlettend te volgen en een snelle bestrijding te garanderen, is in 2020 een monitoringsproject gestart. Hierbij zijn in eerste instantie de 140 bekende eiken en hun omgeving onderzocht evenals eventuele nieuwe locaties. De gegevens zijn digitaal vastgelegd evenals het moment van bestrijding. Bestrijding en aanpak De nesten worden verwijderd met behulp van zuigtechniek. De opgezogen rupsen worden vervolgens verbrand in speciale verbrandingsovens.
Eikenprocessierups. Foto: gemeente Den Haag.
Routeboek Stadsbomen in Beheer
36
37
7 Omgaan met meldingen van overlast van stadsbomen Bomen kunnen ook overlast geven. Deze overlast bestaat in veel vormen. Denk maar eens aan last van schaduw, vallend blad, vogelpoep of vallende vruchten. Via het meldingssysteem ontvangt de gemeente jaarlijks veel verzoeken of bomen in verband met overlast gesnoeid of gekapt kunnen worden. We zijn ons ervan bewust dat overlast van bomen hinderlijk kan zijn. Als gemeente zorgen wij voor een belangenafweging. Ons doel is hierover zo transparant mogelijk te communiceren. Ook is ons doel om dit zo objectief mogelijk per situatie te bekijken. Het is voor de boombeheerder van belang de aard, ernst en duur van de overlast te kunnen vaststellen. Als gemeente wegen we daarbij het belang van de stad (het maatschappelijk belang) tegen het individuele belang. We hebben daarvoor de Richtlijn omgaan met meldingen van overlast opgesteld. In deze richtlijn beschrijven we veelvoorkomende problemen en hoe we daar als gemeente mee omgaan.
Richtlijn omgaan met meldingen van overlast
De gemeente hanteert als uitgangspunt dat gezonde bomen in principe zo lang mogelijk blijven staan. Bomen vervullen veel en belangrijke ecosysteemdiensten voor bewoners en gebruikers van de stad. Anderzijds moet we niet uit het oog verliezen dat planologische of boomsoorttechnische keuzes uit het verleden voor een bepaalde mate van overlast kunnen zorgen. Deze Richtlijn omgaan met meldingen van overlast bij stadsbomen is bedoeld om de boombeheerder een handvat te bieden in het omgaan met een melding vanwege overlast. De boombeheerder heeft
doorgaans drie opties: niets doen, behouden van de boom met een ingreep (zoals snoeien) of, in een uiterste geval, het kappen van een boom. In de regel doet gemeente Den Haag niets bij: • beperkte schaduw (< 6 uur/dag in de woonkamer); • natuurlijke val van blad, bloesem, zaad en vrucht; • vogelpoep, luizen, spinselmot, allergieën of druipende bomen (honingdauw); • concurrentie met beplanting in tuinen (verminderde groei door wortelconcurrentie); • bestaande bomen in relatie tot zonnepanelen; • monumentale bomen en bomen in de hoofdstructuur. Bij aantoonbaar zware overlast zal de gemeente de boom behouden met ingrepen, zoals bij: • schade aan verharding door beworteling -> verharding herstellen of plaatsen wortelscherm; • (schuur)schade door takken dichtbij gebouw -> snoei (innemen takken); • ernstige overlast door schaduw (> 6 uur/dag in de woonkamer -> snoei (innemen takken). Kappen van bomen komt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen voor, zoals bij: • combinatie van verschillende vormen van overlast; • aantoonbare schade aan fundering, kabels en leidingen.
Lieveheersbeestjes worden experimenteel ingezet om overlast tegen te gaan van luizen. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Beheer
38
Inventarisatieformulier voor de beheerder
Met behulp van een inventarisatieformulier kan de boombeheerder de mate van overlast objectief beoordelen en dit afwegen tegen de waarden van de boom. Het vormt de basis om tot een afweging te komen. Dit geeft enerzijds houvast aan de eigen organisatie en biedt anderzijds duidelijkheid aan de bewoners van Den Haag. In bijlage 2 is het inventarisatieformulier in een overzicht weergegeven. Per onderdeel wordt naar dit overzicht verwezen. Het inventarisatieformulier bestaat uit drie onderdelen: 1. Algemeen deel voor opname boominformatie; 2. Invulvelden voor veldbezoek. De boombeheerder kan tijdens het veldbezoek de vorm en mate van overlast bij de boom/ bomen opnemen in de daarvoor bestemde invulvelden; 3. Invulvelden voor opname bijzondere boomwaarde. Indien een boom een bijzondere waarde heeft kan dit van invloed zijn op het advies van de boombeheerder. Door het inventarisatieformulier in te vullen worden alle belangrijke onderwerpen bekeken. Wanneer alles is ingevuld ontstaat een overzicht van de ‘voors’ en ‘tegens’. Door enerzijds de mate van overlast en anderzijds de boomwaarde tegen elkaar af te wegen kan de boombeheerder een conclusie opmaken en een advies geven. Mogelijke adviezen zijn: • de boom komt niet in aanmerking voor een maatregel vanwege geringe overlast.
Enige vorm van overlast valt nooit geheel te voorkomen; • de overlast kan substantieel worden verminderd met een alternatieve mogelijkheid zoals snoei; • de boom kan niet gehandhaafd worden vanwege een hoge mate van overlast die niet duurzaam valt op te lossen met behoud van de boom. 39
Onderdeel 0 – Algemene informatie
In de kopregel is de betekenis van de invulvelden weergegeven. De gele velden worden ingevuld als open tekstveld. De blauwe velden worden ingevuld als keuzeveld. Bij een aanvraag voor meerdere bomen waarbij de bomen onderling sterk afwijken, wordt het formulier voor iedere boom afzonderlijk ingevuld.
Onderdeel 1 – Algemene informatie boom
De bij de melding ingevoerde gegevens zijn de input voor onderdeel 1. De gemeente dient voorafgaand aan het veldbezoek al zoveel mogelijk (algemene) informatie van de boom in te voeren. Eerst wordt een aantal algemene zaken met betrekking tot de aanvraag en beoordeling ingevoerd. Het betreft dan: • • • •
Naam beoordelaar Datum beoordeling ODW-nummer (zaaknummer) Boomnummer
Vervolgens wordt een aantal algemene zaken over de betreffende boom ingevoerd. Deze zaken dienen bij voorkeur te worden opgenomen op basis van de informatie uit het gemeentelijke beheersysteem: • Boomsoort wetenschappelijk – wetenschappelijke benaming van de boom volgens gemeentelijk beheersysteem; • Aanplantjaar boom – aanplantjaar van de boom volgens gemeentelijk beheersysteem; • Toekomstverwachting – (boom)technische levensduur op basis van inschatting in het veld; • Beoordeling plaatsgevonden o.b.v. – wijze van beoordeling, vanaf foto of ter plekke. Bij voorkeur vindt deze plaats op basis van locatiebezoek.
Onderdeel 2 – Bepalen mate van overlast
Vervolgens wordt bepaald op welke manieren de boom overlast veroorzaakt. Bij elke vorm van overlast wordt een beschrijving gegeven en wordt de wet- en regelgeving benoemd. In een aantal gevallen wordt de overlast onderscheiden in categorieën van lichte tot zware overlast. Tenslotte wordt een conclusie weergegeven. Onderdeel 2.1. Overlast door schaduw Beschrijving – Bomen zorgen per definitie voor schaduw. De één ervaart schaduw als prettig vanwege verkoeling terwijl de ander schaduw juist ervaart als overlast. Het is daarbij eveneens van belang of de schaduwwerking invloed heeft op de tuin of op het huis. Indien een boom minder dan 6 uur schaduw per dag in een woonkamer veroorzaakt wordt dit niet als overlast gezien. Schaduwwerking van meer dan 6 uur per dag wordt beschouwd als hinder. Juridisch kader – In artikel 5:37 BW (Burgerlijk Wetboek) wordt het ontnemen van licht expliciet benoemd als hinder. Dit wordt in de jurisprudentie echter niet snel erkend. Het ontnemen van (dag) licht is immers wat anders dan het veroorzaken van schaduw. De term onrechtmatige hinder wordt toegekend indien aantoonbaar is dat door toedoen van bomen een aantal uren daglicht in (woon) vertrekken wordt onthouden. Bomen die zonlicht ontnemen in een tuin geven geen onrechtmatige hinder.
Standpunt gemeente Den Haag: • Matige overlast (< 6 uur) door schaduw in de woonkamer is geen reden tot kap, mogelijk wel reden tot (vervroegde) snoei; • Overlast door schaduw in tuinen is geen reden tot kap of (vervroegde) snoei; • Ernstige overlast (> 6 uur) door schaduw in de woonkamer kan wel reden zijn tot kap of (vervroegde) snoei.
Onderdeel 2.2. Overlast door blad, bloesem, zaad, vruchten, uitwerpselen, allergieën of honingdauw Beschrijving – Onder dit onderdeel vallen alle zaken die betrekking hebben op overlast vanuit de kroon. Dit wordt onderscheiden in zes categorieën. Een aantal categorieën zijn natuurlijke verschijnselen die vaak seizoensgebonden zijn en in de meeste gevallen slechts enkele weken van het jaar beslaan. De mate van overlast is soortspecifiek. Denk daarbij aan vruchtval bij fruitbomen of stankoverlast bij de Japanse notenboom. Ook wordt overlast ervaren vanwege allerlei allergieën, zoals bij berk, els en hazelaar. De pollen die de allergische reactie veroorzaken worden in de meeste gevallen kilometers ver meegevoerd door de wind. Veelvoorkomende straatbomen zoals de linde, esdoorn en eik zijn een belangrijke voedingsbron voor diverse luizensoorten zoals bladluis en schildluis. Deze luizensoorten zijn niet schadelijk voor de mens, maar scheiden wel een kleverige vloeistof af die honingdauw wordt genoemd. De stof komt helaas ook veelvuldig op auto’s of terrassen terecht en kan worden ervaren als overlast. Onderdeel 2.2. Overlast door blad, bloesem, zaad, vruchten, uitwerpselen, allergieën of honingdauw Beschrijving – Onder dit onderdeel vallen alle zaken die betrekking hebben op overlast vanuit de kroon. Dit wordt onderscheiden in zes categorieën.
Een aantal categorieën zijn natuurlijke verschijnselen die vaak seizoensgebonden zijn en in de meeste gevallen slechts enkele weken van het jaar beslaan. De mate van overlast is soortspecifiek. Denk daarbij aan vruchtval bij fruitbomen of stankoverlast bij de Ginkgo. Ook wordt overlast ervaren vanwege allerlei allergieën, zoals bij berk, els en hazelaar. De pollen die de allergische reactie veroorzaken worden in de meeste gevallen kilometers ver meegevoerd door de wind. Veelvoorkomende stadsbomen zoals de linde, esdoorn en eik zijn een belangrijke voedingsbron voor diverse luizensoorten
Routeboek Stadsbomen in Beheer
40
41
zoals bladluis en schildluis. Deze luizensoorten zijn niet schadelijk voor de mens, maar scheiden wel een kleverige vloeistof af die honingdauw wordt genoemd. De stof komt helaas ook veelvuldig op auto’s of terrassen terecht en kan worden ervaren als overlast. Standpunt gemeente Den Haag: • (Natuurlijke) val van blad, bloesem, zaad of vruchten zijn geen reden tot kap of (vervroegde) snoei; • Uitwerpselen van vogels zijn geen reden tot kap of (vervroegde) snoei; • Allergische reacties door bomen zijn geen reden tot kap of (vervroegde) snoei; • Honingdauw is geen reden tot kap en wordt alleen biologisch bestreden op enkele pleinen met terrassen en op de Lange Voorhout in verband met een beeldententoonstelling. Onderdeel 2.3. Overlast door boomwortels Beschrijving – Keuzes voor de inrichting van de groeiplaats bij de (her)inrichting van straten bepalen in grote mate of overlast door beworteling voor komt. Denk daarbij aan opdruk van verharding, schade aan kabels en leidingen, funderingen en riolering. In veel gevallen is overlast in particuliere tuinen te verhelpen door de wortels te kappen bij de erfgrens (zie onderstaande artikel 5:44). De gemeente is wel beschikbaar voor advies in deze. De overlast neemt in uitzonderlijke gevallen dusdanige vormen aan dat schade ontstaat aan fundering woning/schuur of aan leiding of riool.
Daarnaast kan schade ontstaan aan verharding of erfafscheidingen. Indien beworteling alleen overlast geeft aan beplanting, wordt dit gezien als een kleine vorm van overlast. In alle gevallen moet de schade aantoonbaar worden gemaakt door de bewoners.
Juridisch kader – Artikel 5:44 (BW) geeft het recht om doorschietende beworteling op het eigen erf te kappen, maar alleen als dit niet zorgt voor omvallen of afsterven van de boom. Standpunt gemeente Den Haag: • Schade aan beplanting is geen reden tot kap; • Schade aan verharding of erfafscheiding is geen reden tot kap; • Schade aan fundering woning/schuur, leiding of riool kan wel reden zijn tot amputatie van wortels en bij uiterste noodzaak tot kap. Onderdeel 2.4. Overlast door overhangende takken Beschrijving – Takken van stadsbomen hangen in sommige gevallen over de perceelgrens van particulieren. Daardoor kan overlast en schade ontstaan aan particulier eigendom zoals gevels, ramen of dakgoten. In veel gevallen is deze vorm van overlast te verhelpen door snoei van de boom bij een reguliere snoeironde. In uitzonderlijke gevallen kan een gebouw of constructie aantoonbaar beschadigd raken door toedoen van de boom. In de meeste gevallen zullen de takken alleen ‘schuren’ langs gebouwen en constructies. Dit wordt gezien als een minder ernstige vorm van overlast. Juridisch kader – Artikel 5:44 (BW) geeft het recht om, na schriftelijke aanmaning met een termijnstelling, zelf eventuele overhangende takken te verwijderen.
In de jurisprudentie wordt aangevuld dat dit niet tot gevolg mag hebben dat de boom daardoor afsterft, de habitus verloren gaat of de boom instabiel wordt door een veranderde windbelasting. Standpunt gemeente Den Haag: • Aantoonbare schade door takken is geen reden tot kap, mogelijk wel tot (vervroegde) snoei.
Als een boom geen goede groeiplaats heeft kan hij aan het oppervlak met zijn wortels gaan zoeken naar lucht, voeding en vocht. Dit veroorzaakt wortelopdruk. Foto: Jurriaan Brobbel.
Nota Stadsbomen
42
Onderdeel 2.5. Verminderde opbrengst zonnepanelen Beschrijving – In het kader van de (nationale) energietransitie is het aantal zonnepanelen sterk toegenomen. De verwachting is dat dit de komende tijd nog verder groeit. Enerzijds dragen zonnepanelen bij aan de opwekking van duurzame energie, anderzijds dragen bomen bij aan de verbetering van het klimaat. De bijdrage van bomen is veel breder dan alleen duurzaamheid. Het algemeen belang van bomen prefereert dus boven het individueel belang van bewoners of groepen (VVE’s) en zij dienen daar rekening mee te houden. Juridisch kader – In artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek worden vormen van hinder genoemd. Of sprake is van onrechtmatige hinder is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Het maatschappelijk belang van bomen is in de basis groter dan het individuele belang van de eigenaar van zonnepanelen. Ook is sprake van het ‘anterioriteitsbeginsel’. Simpel verwoord, wat was er eerder, de boom of het zonnepaneel? Standpunt gemeente Den Haag: • Overlast door schaduwwerking op een dak met zonnepanelen is bij bestaande bomen geen reden tot kap of (vervroegde) snoei.
Onderdeel 3 – Bepalen boomwaarde
Iedere boom vertegenwoordigt een intrinsieke waarde. Sommige bomen vertegenwoordigen een bijzondere waarde, zoals gedenkbomen of monumentale bomen. In dit hoofdstuk wordt beschreven welke factoren de boomwaarde versterken. Onderdeel 3.1. Bijzondere boomwaarde Beschrijving – In Den Haag staan diverse bomen die een bijzondere status hebben. Het betreft dan met name bomen op de monumentale bomenlijst. Deze informatie is digitaal beschikbaar. Deze bomen zijn per definitie behoudenswaardig. Standpunt gemeente Den Haag: • Monumentale bomen worden niet gekapt voor overlast; • Bomen als onderdeel van een hoofdboomstructuur worden niet gekapt voor overlast. Onderdeel 3.2. Natuur- en milieuwaarde Beschrijving – Bomen zijn van groot belang voor natuur en biodiversiteit. Ze bieden huisvesting aan en voedselgelegenheid voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. In feite is bijna iedere boom ecologisch interessant en heeft elke boom een zekere natuur- en milieuwaarde. Bomen die iets extra’s toevoegen aan het ecosysteem worden gezien als ecologisch waardevol. Daarom zijn bepaalde bomen verklaard tot onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Standpunt gemeente Den Haag: • Bomen als onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur worden niet gekapt voor overlast.
43
Onderdeel 4 – Beoordeling en conclusie
De aanwezige overlast en de boomwaarde worden beide ingevuld in het inventarisatieformulier. Specifiekere informatie over de overlast wordt door de beheerder apart beschreven. De ingevulde gegevens worden door de boombeheerder getoetst aan de beschreven standpunten van de gemeente. Hieruit trekt hij een conclusie. In de regel kiest de boombeheerder uit drie conclusies: • Niets doen (geen actie nodig) – deze conclusie wordt getrokken indien ofwel de overlast te gering is, ofwel de boomwaarde dusdanig hoog is dat maatregelen niet aan de orde zijn; • Behoud boom met ingrepen – deze conclusie wordt getrokken indien de aangetroffen overlast zodanig is dat een maatregel noodzakelijk is. De overlast is (relatief eenvoudig) te verhelpen met een alternatief, zoals een snoei-ingreep; • Omgevingsvergunning kappen – dit is een uiterste maatregel bij een melding of overlast. Het betreft hier alleen bomen die niet gehandhaafd kunnen worden vanwege een hoge mate van overlast die niet duurzaam valt op te lossen met behoud van de boom. Het betreft dan bijvoorbeeld een boom die diverse vormen van overlast veroorzaakt, terwijl de boom reeds een verminderde toekomstverwachting heeft. Met de getrokken conclusie maakt de boombeheerder een advies en neemt eventuele aanvullingen hierin op. Aanvullingen moeten goed gemotiveerd worden beschreven.
Het advies vormt de basis voor de afhandeling van de melding.
Routeboek Stadsbomen in Beheer
44
45
8 Vervangen van stadsbomen Vroeg of laat gaat een boom dood of is hij zodanig verzwakt dat de situatie onveilig wordt voor de omgeving. Gemiddeld heeft een boom zo’n 50 jaar in onze stad gestaan voordat hij vervangen wordt. Een dode, zieke of onveilige boom wordt bekend uit onze boomveiligheidscontrole. Het advies kan zijn een boom te verwijderen. Afhankelijk van de plek en gevaar wordt een urgentie voor actie geadviseerd. Deze geeft aan binnen welke termijn de boom moet worden verwijderd: binnen 12 maanden, binnen 3 maanden en in het uiterste geval direct, de zogenaamde noodkap. Jaarlijks worden zo 1100 tot 1400 stadsbomen vervangen omdat zij dood, ziek of te onveilig zijn. Het betreft hier de zogenoemde dode en slechte bomen. Niet in alle gevallen worden de bomen direct na verwijdering opnieuw geplant. Bijvoorbeeld als in de nabije toekomst werk met werk kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de weg of het riool vervangen wordt. Er bestaan dan bijvoorbeeld kansen voor het realiseren van betere groeiplaatsen, hier wordt dan op gewacht. Voor een goede beoordeling of de boom direct of pas in de toekomst vervangen wordt is de richtlijn voor herplant opgesteld.
Assetmanagement- Integraal werken Voor het beheer van de openbare ruimte bestaan verschillende methoden. Een daarvan is assetmanagement. Assetmanagement draait om riscicogestuurd, integraal en efficiënt beheer. Voor goed assetmanagement is de informatievoorziening van groot belang. Keuzes voor onderhoud en vervanging worden gemaakt op basis van kernwaarden, risico’s en prestaties. Daarbij staat het integraal benaderen van de openbare ruimte voorop. Niet alleen een brug kan aan vervanging toe zijn. Maar ook de kade, de verlichting of de bomen. Misschien heeft de brug geen functie meer en kan worden volstaan met een pondje over het water? Met assetmanagement worden de opgave en de mogelijkheden vanuit een breed perspectief onderzocht. De vooraf opgestelde kernwaarden vanuit de organisatie helpen om keuzes te maken en te onderbouwen. Het voordeel van een integrale aanpak is dat belangen beter aan de voorkant worden afgewogen. Tegelijkertijd wordt de opgave ‘complexer’. Het ontwikkelen van goed assetmanagement vraagt dan ook tijd en wordt op dit moment in de gemeentelijke organisatie als methode onderzocht.
Vergunningsprocedure
Het proces van vervanging start bij de aanvraag voor kap. De regels rondom een vergunning voor het kappen van een boom zijn vastgelegd in de APV. Voor het kappen van een boom wordt altijd een omgevingsvergunning aangevraagd, ook voor dode en conditioneel slechte bomen. Alleen bij noodkap wordt de toestemming mondeling verleend en daarna schriftelijk bevestigd.
Kastanjeboom in slechte staat. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Beheer
46
Markering van dode en slechte bomen. Foto: Jurriaan Brobbel.
47
Achterhalen oorzaak uitval
Naast ouderdom zijn er ook andere oorzaken die zorgen dat een boom uiteindelijk vervangen moet worden. Het is daarom van belang te weten waardoor de uitval van een stadsboom is veroorzaakt. Dit kan bijvoorbeeld komen door slechte groeiplaatsomstandigheden, zowel boven- als ondergronds. In een dergelijk geval moeten we bij vervanging de mogelijkheden onderzoeken om de groeiplaats te verbeteren. Ook kan na het planten van de boom de omgeving zijn gewijzigd waardoor bebouwing nu dichter bij de boom staat en omwonenden ernstige overlast ondervinden van de boom. Of er is ondergronds een probleem door de extra kabels en leidingen die de afgelopen decennia zijn aangebracht onder de verharding waardoor wortels regelmatig beschadigd worden. Om de nieuwe boom een duurzame toekomst mee te geven, is het van belang om met behulp van de Richtlijn herplant de mogelijkheden en eventuele beperkingen na te gaan. In de meeste gevallen zijn er weinig beperkingen en kan op dezelfde plek weer een zelfde boom(vorm) worden geplant.
Dilemma bij beheer: herplant gewenst, maar te weinig ondergrondse ruimte 55% van de stadsbomen heeft een relatie met verharding. Zo’n 35% van de stadsbomen staat in de verharding; 20% staat met de voeten in ‘open grond’, maar wel dichtbij verharding. Met de bestaande middelen wordt nu bij vervanging van een boom een beperkte groeiruimte aangelegd. Dit kan in de praktijk leiden tot een beperktere groei en groeiplaatsproblemen. We kunnen zo met inboet niet de gewenste bomenlanen en structuren maken zoals ze er nu zijn. Pas bij een herinrichting van de straat bestaan kansen voor het verbeteren van de situaties. Bij een aantal situaties, vooral in woonstraten, is zonder specifieke maatwerkoplossingen geen ruimte voor extra groeiruimte mogelijk. Bij de Hoofdboomstructuur aan de Van Alkemadelaan is dit het geval. Het terugplanten van bomen in de bestaande structuur is hier een lastige opgave. De groeiruimte wordt aan twee kanten ingesloten door asfaltverharding. Hierdoor is onvoldoende groeiruimte beschikbaar om de bomen goed te laten presteren. Met een veranderende mobiliteit is het in de toekomst mogelijk ruimte te winnen met een keuze om van twee naar één rijbaan te gaan. Op dat moment ontstaat genoeg ruimte voor groeiruimte en kan zelfs een groene middenberm worden gerealiseerd.
Op een deel van de laan zijn tot dat moment mogelijk ondergrondse constructies denkbaar om boomwortels onder het asfalt door nieuwe groeiruimte te laten benutten in de waterkant.
Van Alkemadelaan kent beperkte groeiruimte. Foto’s: gemeente Den Haag.
Routeboek Stadsbomen in Beheer
48
49
Richtlijn herplant VASTSTELLEN OORZAAK UITVAL Ondergrondse Problemen
Bovengrondse Problemen Groeiplaatsomstandigheden bovengronds voldoende? Ja
Bodem voldoet
Nee
Bodem voldoet niet Eenvoudige groeiplaats aanpassing?
Voorbereiding Plantplaats
Ander sortiment mogelijk Nee
Bodemkundig onderzoek
(incl. groeiplaatsverbetering)
Ja
Ja Vervanging Herinrichting binnen 5 jaar?
Nee
Voorbereiding Plantplaats (incl. groeiplaatsverbetering)
Herinrichting binnen 5 jaar? Nee
Ja Nee
Vervanging of andere locatie
Vervanging meenemen bij reconstructie of herinrichting
Vervanging
Vervanging of andere locatie
Ja
Vervanging meenemen bij reconstructie of herinrichting
Aanplant langs de Hofvijver. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Beheer
50
51
9 Duurzaam omgaan met groenafval Bij snoei en kap komen takken en stamhout vrij. De gemeente streeft ernaar om zoveel mogelijk duurzaam met deze materialen om te gaan. Dit past bij de ambitie om toe te groeien naar een circulaire economie. Het doel is dan ook om zowel tak- als stamhout zo hoog mogelijk te verwaarden volgens het Value Hill model (zie kader) en zo goed mogelijk te hergebruiken. Op basis van de kwaliteit van het hout wordt bepaald welk ‘tweede leven’ een boom krijgt. Het stamhout van goede kwaliteit wordt, afhankelijk van de boomsoort en omvang, gebruikt voor de productie van onder andere vezelplaat, timmerhout en hout voor de meubelindustrie. Het hout wat hol of deels rot is wordt gebruikt voor energie- en warmteopwekking.
Populierenvervangingsplan Bij het aanbesteden van werkzaamheden voor de vervanging van populieren in Den Haag, had de gemeente als belangrijk gunningscriterium opgenomen dat het hout duurzaam hergebruikt moest worden. De aannemers die gezamenlijk de aanbesteding wonnen, hebben toen de website www.populierendenhaag.nl opgezet. Hierop kunnen mensen aangeven of ze een stukje van de gekapte bomen willen hebben. Bewoners reageren positief op dit plan. Er zijn al veel aanvragen gedaan, bijvoorbeeld voor houtsnippers voor een paadje of een compleet stamdeel om te gebruiken als bank. Of schijven als decoratie in huis of takken voor een takkenril.
Het doel is om snoeihout zoveel mogelijk als vezelhout terug te laten komen. Daarnaast ondersteunt de gemeente kleinschalige initiatieven. Zo kan kwalitatief hoogwaardig hout worden gebruikt voor meubilair in de openbare ruimte. Een leuk voorbeeld zijn de banken die gemaakt zijn van de kastanjebomen van de Veenkade. Om de kansen in de toekomst beter te benutten doen we nader onderzoek naar de mogelijkheden binnen de gemeente.
Circulair omgaan met hout uit de stad (Veenkade). Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Beheer
52
53
Het Value Hill model Het Value Hill model is een model wat wordt gebruikt om het omgaan met waarde van een product te laten zien vanuit de circulaire economie. Hierbij worden drie fases onderscheiden. De eerste fase is de productiefase. De tweede fase het gebruik van een product. De derde fase is het wegdoen of verwijderen van een product. Onze stadsbomen groeien in de eerste fase op een kwekerij. Als stad krijgen we de boom in de tweede fase in gebruik. We verzorgen de boom zo goed mogelijk en willen de levensduur daarmee zo lang mogelijk hebben. Als de boom dood, ziek of onveilig is gaat de derde fase in. In de derde fase zijn er meerdere mogelijkheden om de boom zo hoog mogelijk te verwaarden. Bij de noodzaak om een boom te verwijderen zijn in het Value Hill model vijf stappen te onderscheiden. 1. Geheel hergebruiken, bijvoorbeeld door de boom op een andere plek in de stad verder te laten groeien. Dit komt bij projecten (zie Routeboek Projecten) eerder voor dan bij beheer. In projecten wordt hiervoor standaard de richtlijn verplant van bomen gebruikt. 2. Opknappen. Dit kan bijvoorbeeld door een vorm van groot onderhoud te plegen om de boom zo lang mogelijk te behouden. Bijvoorbeeld het inzetten van kroonankers, het maken van extra voedingpijlers om een zieke boom zo lang mogelijk te behouden. 3. Delen hergebruiken of anders inzetten.
Van delen van de boom kunnen na kap bijvoorbeeld houten meubels gemaakt worden. 4. Recyclen. Recycling van hout kan op verschillende manieren. Het doel is ook hier het hout zo hoog mogelijk te verwaarden. a. deel 1. Het hout van de boom kan worden gebruikt om spaanplaat te maken b. deel 2. Het hout kan als biomassa worden gebruikt 5. Afval. Pas als laatste kan je hout als afval zien. Dan wordt het nergens voor gebruikt.
Het waardeverloop van een product volgens het Value Hill model bij een gewone (lineaire) economie en een
Het doel van deze stappen is om goed na te denken hoe we omgaan met de boom. In het ideaalbeeld zorg je dat er altijd een vorm van (her)gebruik is en een nieuwe waarde overblijft van de boom. Dat noemen we circulair. Het doel is dan ook om bomen zo hoog mogelijk te verwaarden.
circulaire economie. Bron: Master circular business with the value hill, 2016. E. Achterberg, J. Hinfelaar, N. Bocken, www.circle-economy.com.
Niet elke boom levert ‘goed’ bruikbaar hout op. In sommige gevallen is het kernhout aangetast en is de boom hol aan de binnenkant. Foto: Jurriaan Brobbel.
Routeboek Stadsbomen in Beheer
54
55
10 Stormschade Naast de 1100-1400 jaarlijks te vervangen bomen gaan zo’n 100 tot 300 bomen verloren als gevolg van storm. Door het veranderende klimaat zijn incidenten zoals storm ook frequenter en heftiger. We zien dit als een terugkerende calamiteit.
gemeentelijk Groenbedrijf Den Haag voldoende om incidenten te bestrijden. Indien nodig kan de gemeente een beroep doen op aannemers. Zo kan de gemeente vrijwel altijd de benodigde maatregelen nemen die dringend nodig zijn.
De afhandeling van incidenten valt onder verantwoordelijkheid van de boombeheerder. In de meeste gevallen is de capaciteit van het
Stormschade. Foto: gemeente Den Haag. Werkzaamheden aan populier Marterrade. Foto: Jurriaan Brobbel. Routeboek Stadsbomen in Beheer
56
57
2
7 7 2 3 3 3 3 3 1 3 10 4 3 3 3 1 6 2 2 5 3 6 2 8 3 5 3 6
2 2 2 3 3 2 2 2 2 2 2 3 3 2 2 3 2 2 2 2 2 2 2 2 3 2 2 2
1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 1 0 1 1 1 1
0 0 0 0 0 0 0
1 0,5 1 1 1 1 1
0
0
0 0 0 0 0 0
1 1 1 1 1 1
1 1
0 1
1
1
0
0
0 0 0
1 1 1
1
1
Winterhard
1
Verdraagt Sterke Wind
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1 1 0 0 0 0 1 0 1 0 1 1 1 1
Verdraagt Zeewind
1 2 1 2 1 1 1 1 2 3 2 1 3 3 1 1 1 2 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 1 1
Kan tegen verharding
2 2 4 4 4 4 4 2 2 2 2 2 2 4 2 2 2 2 3 4 4 4 4 4 4 3 2 3 3 3
Kroonvorm
Beproefd als Haagse straatboom
0 11 295 67 145 79 0 13 117 0 3 187 56 17 305 25 4 0 11 32 5 0 169 33 88 16 160 63 3 60
Groeivorm
Boomgrootte volgens Haagse normen
Acer cappadocicum 'Lobel' Acer heldreichii subsp. trautvetteri Alnus incana Alnus incana 'Aurea' Betula pubescens Castanea sativa Castanea sativa 'Albomarginata' Celtis australis Cercis siliquastrum Fraxinus ornus 'Meczek' Fraxinus ornus Obelisk Juglans regia Laburnum x watereri 'Vossii' Mespilus germanica Ostrya carpinifolia Platanus orientalis Platanus orientalis 'Digitata' Platanus orientalis 'Minaret' Populus alba 'Raket' Populus x canescens 'Enniger' Populus nigra 'Brandaris' Populus tremula 'Tapiau' Prunus padus 'Watereri' Quercus x turneri 'Pseudoturneri' Sorbus aucuparia var. Edulis Sorbus x arnoldiana 'Schouten' Sorbus hybrida 'Gibbsii' Sorbus latifolia 'Henk Vink' Tilia x flavescens 'Glenleven' Ulmus 'Dodoens'
Ecologisch passend 0-4*
Geslacht, soort, cultivar
Aantal in Den Haag, dec. 2020
Bijlage 1. Inspiratielijst diversiteit
Een diversiteit aan bomen in wijkpark Transvaal. Foto: Valerie Kuypers. Routeboek Stadsbomen in Beheer
58
59
Bijlage 2. Inventarisatieformulier meldingen van overlast door stadsbomen
Overlast van takken door schuurschade aan gevels is voorkomen door vroegtijdig te snoeien. Foto: Jurriaan Brobbel.
Routeboek Stadsbomen in Beheer
60