CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307825 Bijlage

Commissie Bestuur 16 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 11: Economie32.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Staat van de Haagse Economie 2020 NULMETING

Dr. Wilfred Uunk Kenniscentrum Governance of Urban Transitions De Haagse Hogeschool Met medewerking van: Lieke Hubregtse, Gemeente Den Haag Henk van Andel, Gemeente Den Haag Dr. Henno Theisens, De Haagse Hogeschool

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

December 2020 Dr. Wilfred Uunk Kenniscentrum Governance of Urban Transitions De Haagse Hogeschool

Met medewerking van: Lieke Hubregtse, Gemeente Den Haag Henk van Andel, Gemeente Den Haag Dr. Henno Theisens, De Haagse Hogeschool

Met dank aan: Dr. Jean-Paul Biever, UWV Kim Schofaerts, MKB Den Haag Henk Kool, Economic Board The Hague Dr. Otto Raspe, Rabobank/RaboResearch Maarten van Rossum, Centraal Bureau voor de Statistiek Prof. Dr. Olaf van Vliet, Universiteit van Leiden Dr. Katja Rusinovic, Haagse Hogeschool Rogier Krabbendam, VNO NCW West Rene Teule, Gemeente Den Haag Wim Kulik, Gemeente Den Haag

DE HAAGSE HOGESCHOOL

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

INHOUDSOPGAVE 1.

SAMENVATTING

5

2.

VRAAGSTELLINGEN EN OPZET

13

3.

ECONOMIE: Brede economische bloei?

21

4.

STAD: Een attractieve stad voor bewoners, bezoekers en talent?

59

5.

STRUCTUUR: Een veerkrachtige economische structuur?

75

6.

ONDERNEMERS: Een excellent ondernemingsklimaat?

95

7.

RUIMTE; Voldoende ruimte voor bedrijvigheid in aantrekkelijke werkmilieus?

107

8.

CORONACRISIS: De impact van de coronacrisis

117

BIJLAGEN

129

3

1.

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

4

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

1. SAMENVATTING Dit rapport is de eerste editie van de monitor Staat van de Haagse Economie. Deze monitor volgt de economische welvaart van Den Haag: de economische groei van bedrijven en het werk en inkomen van bewoners. Het beschrijft ook de stand van zaken van de vier pijlers die aan deze welvaart ten grondslag liggen: de attractiviteit van de stad, de economische structuur, het ondernemingsklimaat en de ruimte voor bedrijvigheid. Den Haag heeft in 2020 voor zichzelf een ambitieuze doelstelling geformuleerd voor 2030. Den Haag wil: ● ● ● ● ●

een brede economische bloei realiseren; een attractieve stad zijn om te wonen, zich te vestigen en te bezoeken; een economie hebben met een veerkrachtige structuur; een excellent ondernemingsklimaat hebben; en voldoende ruimte hebben voor bedrijvigheid.

De monitor Staat van de Haagse Economie 2020 moet gezien worden als een nulmeting voor

het te voeren beleid dat deze visie moet verwerkelijken. Volgende monitors laten zien of het op deze gebieden de goede kant op gaat en of Den Haag op weg is om de ambities voor 2030 te realiseren. Hoe staan de Haagse economie en de onderliggende vier pijlers er in 2019 en in de eerste helft van 2020 voor? Wat zijn de ontwikkelingen geweest in de afgelopen jaren — met als focus de periode na de banken- en eurocrisis tussen 2014 en 2019 — en hoe steekt Den Haag af ten opzichte van de andere drie grote steden? In deze samenvatting maken we de balans op en kijken daarbij naar de sterke elementen in de Haagse economie en welke elementen aandacht nodig hebben. We gaan daarbij achtereenvolgens in op de staat van de economie en de vier pijlers: stad, structuur, ondernemingsklimaat en ruimte. We sluiten af met een duiding van de bevindingen.

1.1

Economie

De Haagse economie stond er in 2019, aan de vooravond van de coronacrisis, redelijk goed voor. Bedrijven zorgden voor economische groei en burgers, inclusief kwetsbare groepen, kregen het in de periode 2014-2019 wat betreft werk en inkomen beter. De Haagse economische groei bleef echter wel achter bij die in de overige drie grote steden. Daarnaast kent Den Haag relatief veel inactieven. Veel bewoners staan langs de kant en zoeken niet naar betaald werk. In 2020 wordt de Haagse economie getroffen door de coronacrisis. Het BBP in de eerste helft van 2020 daalt, hoewel minder sterk in Den Haag dan elders in de G4, de werkloosheid en inactiviteit neemt toe en veel bewoners in Den Haag vrezen voor inkomenen baanverlies. Verder inzoomend op sterke elementen in De Haagse economie dan vallen de volgende zaken op: ● Economische groei: Tussen 2014 en 2019 was er sprake van economische groei onder bedrijven in Den Haag: het BBP, het aandeel (bedrijfs-)vestigingen, banen en snelgroeiende bedrijven nam toe; ● Dalende werkloosheid: Tussen 2014 en 2019 kende Den Haag sterk dalende werkloosheid en steeds meer werkenden. Er was sprake van krapte op de arbeidsmarkt en lage werkloosheid;

5

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

● Stijging inkomens: Tussen 2014 en 2019 steeg het mediane inkomen en vermogen van huishoudens in Den Haag aanzienlijk, met name van woningbezitters, en nam het aandeel huishoudens met een kortstondig laag inkomen af; ● Brede groei: Tussen 2014 en 2019 was de economische groei breed: de werkloosheid daalde sneller onder lager opgeleiden, niet-westerse migranten en jongeren dan onder minder kwetsbare groepen. Maar er zijn ook elementen die aandacht behoeven: ● Minder groei dan elders: De groei in het BBP en bedrijvigheid in de periode 2014-2019 bleef achter bij Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Daarbij komt dat de economie van de regio Den Haag tussen 2009 en 2014 sterker kromp dan het Nederlandse gemiddelde, en vooral veel sterker dan die in de regio’s Utrecht en Amsterdam; ● Relatief veel inactieven: De inactiviteit in de bevolking in Den Haag is hoger dan in Amsterdam en Utrecht en nam vrijwel niet af in de periode 2014-2019; ● Kwetsbare groepen blijven achter: De werkloosheid en inactiviteit concentreert zich bij lager opgeleiden, jongeren en bewoners van achterstandswijken. Tussen 2014 en 2019 nam de vermogensongelijkheid tussen woningbezitters en huurders toe. In de dezelfde periode hadden ZZP’ers een groter risico op het belanden in armoede dan andere werknemers.

In hoeverre is deze economische situatie een gevolg van de staat van de vier pijlers die in het visierapport zijn omschreven? Om dat nader te onderzoeken, vatten we allereerst de ontwikkelingen en eventuele verschillen met de andere drie grote steden omtrent deze pijlers samen.

1.2

Attractiviteit van de stad

Den Haag wordt in de periode 2014-2019 een aantrekkelijke stad gevonden om te wonen, zich te vestigen en te bezoeken. Bewoners zijn over het algemeen tevreden, het aantal mensen dat in Den Haag komt wonen en studeren is sterk gegroeid en steeds meer mensen bezoeken Den Haag. Inzoomend op sterke elementen in de attractiviteit van Den Haag vallen de volgende zaken op: ● Bewoners over het algemeen tevreden: Bewoners van Den Haag zijn in het algemeen vrij tevreden over woning en woonomgeving. Den Haag wordt ook aantrekkelijk gevonden als het gaat om bereikbaarheid van banen, de diversiteit van beschikbare woonruimte en het culturele aanbod.

De rangorde van Den Haag in woonaantrekkelijkheid onder 50 Nederlandse steden varieerde in de periode 2014-2019 tussen een vijfde en zevende positie, vlak achter Amsterdam en Utrecht; ● Aantrekkelijk voor mensen van buitenaf: De aantrekkelijkheid van Den Haag blijkt ook uit het feit dat de bevolking in de periode 2014-2019 flink is gegroeid, er meer buitenlanders zich in Den Haag vestigen dan er weer naar het buitenland vertrekken, het aantal internationale organisaties is gegroeid en er steeds meer HBO en WO studenten naar Den Haag komen om er te studeren; ● Steeds meer bezoekers: Den Haag kent een gestage groei van het aantal gasten met hotelovernachting tussen 2012 en 2019 en ook groei van het aantal zakelijke gasten met hotelovernachting en het aantal congresdagen.

6

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

Een punt van aandacht is de dalende tevredenheid onder huurders. De tevredenheid over woning en woonomgeving van huurders in Den Haag blijft achter bij die van woningbezitters en de tevredenheid over de woning daalt onder huurders in de periode 2014-2019.

1.3

Economische structuur

De vier grote steden van Nederland hebben een verschillende economische structuur. Den Haag wordt gekenmerkt door een relatief sterke vertegenwoordiging van overheden. Rotterdam is meer op de industrie en handel gericht, Amsterdam heeft een sterke financiële en culturele sector en Utrecht is sterker gericht op onderwijs en kennis. De concentratie van overheden in Den Haag levert economisch gezien veel op, namelijk aantrekkelijke banen en een hoogopgeleide samenstelling van de werkende populatie. Ook lijkt de grote overheidssector door relatief veel vaste banen de economische negatieve gevolgen van de coronacrisis te temperen. Dit is in tegenstelling tot de conjunctuurgevoelige financiële en toeristische sector in Amsterdam en industriële sector in Rotterdam. Anderzijds zijn overheden niet gericht zijn op economische expansie en heeft de sterke aanwezigheid ervan in Den Haag de economische groei afgeremd. Wat dat betreft is het positief voor de economische groeimogelijkheden van Den Haag dat het aandeel banen in kansrijke groeisectoren tussen 2014 en 2019 licht is toegenomen en dat de bevolking divers is samengesteld wat betreft onderwijsniveau, zodat aan de diversiteit van de arbeidsmarkt recht kan worden gedaan. Inzoomend op de sterke elementen van Den Haag valt het volgende op:

7

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

● Aantrekkelijke banen: Den Haag kent een relatief sterke vertegenwoordiging van banen in de overheidssector en dat levert veel aantrekkelijke banen op; ● Diversiteit aan onderwijsniveaus: Den Haag kent een relatief gelijkere verdeling van verschillende onderwijsniveaus in de (beroeps-)bevolking dan Utrecht en Amsterdam en dit is vanuit het oogpunt van aansluiting op de arbeidsmarkt positief; ● Groeiend aandeel hoger opgeleiden: het groeiend aandeel hoger opgeleiden is een lange termijn trend die in veel opzichten positief is, bijvoorbeeld voor bestedingen, kennis en innovatie en arbeidsparticipatie; ● Aandeel leerlingen zonder startkwalificatie daalt: het aandeel leerlingen dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie is gedaald tussen 2014 en 2019, waardoor deze leerlingen een grotere kans hebben op de arbeidsmarkt. Een aandachtspunt is het aandeel banen in kansrijke groeisectoren. Hoewel het aandeel banen in de kansrijke sectoren in de periode 2014-2019 licht is toegenomen, kent Den Haag relatief weinig banen in de maakindustrie, bouw, kennis en ICT. Een uitzondering is de zorgsector, die in Den Haag sterker is vertegenwoordigd, ook wat betreft aandeel in het BBP.

1.4

Ondernemingsklimaat

Den Haag kent een dynamisch ondernemingsklimaat. In de periode 2014-2019 was er een sterke groei van het aantal bedrijven, met name door de toename van ZZP’ers. Het Haagse ondernemingsklimaat kent een aantal sterke elementen: ● Relatief veel ZZP’ers: Er zijn relatief veel ZZP’ers in Den Haag (hoewel minder dan in Amsterdam) en het aantal eenmanszaken en ZZP’ers is in de periode 2014-2019 sterk gegroeid, sterker dan in de andere drie grote steden. Dat is enerzijds goed voor de stad en economie omdat mensen de bestaande ondernemingskansen benutten en ZZP’ers bijdragen aan de werkgelegenheid. Anderzijds zijn ZZP’ers een heterogene groep, met succesvolle en minder succesvolle voorbeelden. Veel ZZP’ers genereren maar weinig inkomen, worden relatief vaak afhankelijk van inkomensvoorzieningen en groeien niet door tot bedrijven met meer werkzame personen. Ook investeren en innoveren ZZP’ers minder dan grotere bedrijven, waardoor ze minder bijdragen aan toekomstige economische groei; ● Groeiende bedrijvigheid: Er werden relatief veel bedrijven opgericht en opgeheven en in de periode 2014-2019 steeg dit saldo sterker in Den Haag dan in de overige drie grote steden. Een aandachtspunt voor Den Haag is de ondersteuning van ondernemers. De gemeente Den Haag krijgt maar net een voldoende (een 6,5) van Haagse ondernemers als het gaat om dienstverlening en ondersteuning.

De rapportcijfers die ondernemers in Utrecht en Amsterdam geven zijn iets hoger. In de laatste jaren (2019-2020) verslechteren de oordelen over klantvriendelijkheid bovendien licht.

8

DE HAAGSE HOGESCHOOL

1.5

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

Ruimte voor bedrijvigheid

Den Haag is een stad waarin het door bevolkingsgroei en demografische ontwikkelingen zoals meer éénpersoonshuishoudens in toenemende mate moeilijk is ruimte te bieden voor ondernemerschap. Dat geldt ook voor de andere drie grote steden, maar Den Haag is meer ingeklemd door de fysieke beperking van de zee. Den Haag zorgt in de ogen van ondernemers wel voor een goede bedrijfsomgeving, ook al blijven de parkeermogelijkheden achter. Tegelijkertijd neemt de door bedrijven ingenomen ruimte ten opzichte van de ingenomen ruimte van woningen in de periode 2014-2019 af en lijkt er anno 2020 een tekort te zijn aan grote bedrijfs- en kantoorruimtes. Kijkend naar cijfers zien we het volgende: ● Ingenomen ruimte bedrijven stabiel: In Den Haag bleef in de periode 2014-2019 de ruimte die bedrijven, kantoren en winkels in oppervlakte innemen stabiel; ● Ondernemers tevreden over bedrijfsomgeving: In Den Haag zijn ondernemers vrij tevreden (rapportcijfer zeven) over de geboden bedrijfsomgeving (geboden woonen leefklimaat van de gemeente, staat van de openbare ruimte en de veiligheid in de bedrijfsomgeving). Dit is niet veranderd in de periode 2014-2019, met uitzondering van het oordeel over de parkeermogelijkheden dat daalde.

Toch zijn er op het gebied van ruimte belangrijke aandachtspunten voor Den Haag: ● Relatief steeds minder ruimte voor bedrijven: Kantoren, winkels en bedrijven nemen ten opzichte van woningen relatief steeds minder ruimte in gedurende de periode 2014-2019. Ook steeg het totale aantal bedrijfsruimtes niet, ondanks toegenomen bedrijvigheid. Dat zou overigens te maken kunnen hebben met ZZP’ers die vaak vanuit huis werken; ● Tekort aan grote bedrijfsruimtes: Tussen 2014 en 2016 is weinig kantooroppervlak nieuw opgeleverd in Den Haag in verhouding tot de periode ervoor en anno 2020 is er een tekort aan beschikbare grote bedrijfs- en kantoorruimtes in Den Haag. De leegstand van winkels is zeer laag, name in het centrum. Er is ook een tekort aan (geschikte) ruimtes voor bedrijven in de wijken.

1.6

Duiding

1.6.1

Staat van de Haagse Economie

Wat is de staat van de Haagse economie in 2019 en in de eerste helft van 2020? In hoeverre realiseert Den Haag nu al de brede economische groei die het in 2030 ambieert? Deze monitor laat een voorzichtig positief beeld zien met belangrijke aandachtspunten. In de periode 2014-2019 realiseerde Den Haag economische groei, verminderde de werkloosheid en stegen de inkomens. De groei was bovendien breed: de werkloosheid daalde sneller onder lager opgeleiden, niet-westerse migranten en jongeren. Maar er zijn aandachtspunten: de groei van Den Haag was langzamer dan in de andere grote steden, er zijn relatief veel inactieven in Den Haag en de positie van kwetsbare groepen blijft precair. De coronacrisis raakt bovendien deze kwetsbare groepen het hardst.

9

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

1.6.2

Bijdrage van de pijlers

1.6.3

Verdere wetenschappelijk vragen

Er ligt een basis voor brede economische bloei, maar deze is nog niet gerealiseerd. Wat hebben de vier pijlers van de Haagse economie hieraan bijgedragen? Economische groei wordt voornamelijk bepaald door ontwikkelingen op de wereldmarkt. Lange termijn ontwikkelingen in BBP en werkloosheid zijn dan ook grofweg dezelfde in heel Nederland. Toch is er reden om aan te nemen dat de regionale context ook van belang is. Economieën zijn voor hun functioneren deels afhankelijk van geografische omstandigheden (Garretsen et al., 2013).1 De verwachting is dat van de vier pijlers de economische structuur de belangrijkste verklaring vormt voor het achterblijven van de economische groei in Den Haag ten opzichte van de andere drie grote steden, omdat Den Haag in deze pijler het sterkst verschilt van die andere steden. Den Haag kent een grotere overheidssector en dit belemmerde de economische groei gedurende de periode van hoogconjunctuur tussen 2014 en 2019.2 Anderzijds temperen de vele overheidsbanen economische krimp tijdens laagconjunctuur. Dit laatste effect is nu zichtbaar in de economische effecten van de coronacrisis, die voor Den Haag geringer zijn dan voor de andere grote steden.

De overige drie pijlers (attractieve stad, ondernemingsklimaat, ruimte voor bedrijvigheid) kunnen weliswaar ook belangrijk zijn voor economische groei, maar Den Haag verschilt in die pijlers niet sterk genoeg van de andere drie grote steden om te verklaren waarom Den Haag achterbleef in economische groei in de periode 2014-2019.

Het doel van deze monitor is om een helder beeld te geven van de staat van de Haagse Economie en deze te duiden. Het is geen wetenschappelijke toets van de oorzaken van de stand van die economie. Daarvoor zijn complexere onderzoeksdesigns nodig die de invloed van de vier invloedfactoren/pijlers op de economische groei van steden tegelijkertijd kunnen schatten. Bovendien zouden deze designs moeten controleren voor andere factoren, zoals de demografische structuur en regionale verschillen in samenwerking (‘cross-overs’) tussen sectoren en clusters (Raspe et al., 2017).3 Deze cross-over verklaring staat overigens niet los van de specifieke sectorale verklaring en ondersteunt ze juist: de vele overheden in Den Haag zorgen als gevolg van andere groeidoelen, de grootte van de organisatie en de dominantie ervan in de Haagse economische structuur, voor minder samenwerking met andere sectoren van de economie en vertragen op die manier de economische groei. Er gaat daardoor minder stuwende kracht van uit.4 Hoe het ook zij, nader onderzoek naar de specifieke factoren die ten grondslag liggen aan de geringere economische groei in Den Haag lijkt noodzakelijk.

1

G  arretsen, H., P. McCann, R. Martin en P. Tyler, 2013, The future of regional policy. Cambridge Journal of

2

D  e naar regio en sector uitgesplitste tabel van het BBP (tabel A.4 in Bijlage) laat inderdaad zien dat de sectorale

3

R  aspe, O., M. van den Berge en T. de Graaff, 2017, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei.

Regions, Economy and Society, 6(2), 179–186.

verdeling een belangrijke verklaring kan vormen van gemeenteverschillen in economische groei omdat binnen sectoren de gemeenteverschillen geringer zijn dan overall.

Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving; Naast de sectorale verdeling blijkt ook de omvang van de

regionale werkgelegenheid en de ligging ten opzichte van andere regio’s belangrijk te zijn bij het verklaren van

regionale verschillen in economische groei (Oevering en Raspe, 2020, Regionaal-economische verschillen fors toegenomen. Economische Statistische Berichten mei 2020). Echter, bij een vergelijking van de G4 lijken deze

verklaringen minder van belang te zijn. Immers de regio Den Haag kent ook een grote arbeidsmarkt en ligt dicht 4

bij andere regio’s met economische groei.

O  ok zou ze op die manier de sociale ongelijkheid kunnen vergroten. Immers, er gaan door het geringe aantal

publiek-private relaties in Den Haag weinig trekkracht van de bovenkant van de arbeidsmarkt uit (Raspe, O., M.

van den Berge, 2018, De economie van Den Haag; een analyse van de economische ontwikkelingen en beleid in de regio Den Haag, De Haag: Planbureau voor de Leefomgeving).

10

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

11

2.

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

12

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

2. VRAAGSTELLINGEN EN OPZET 2.1

Inleiding

Voor de zomer van 2020 is de Economische Visie door de Haagse gemeenteraad vastgesteld (kadernota “Economische Visie Den Haag 2030: Brede economische bloei in een stad zonder grenzen”). Eén van de ambities in deze visie is het jaarlijks produceren van een monitor Staat van de Haagse Economie. Dit is een onafhankelijke rapportage die ingaat op de vraag hoe het staat met de Haagse economie en de onderliggende trends en ontwikkelingen.

2.2

Doel en vraagstellingen

De monitor Staat van de Haagse Economie 2020 is te zien als een als een nulmeting van de in de Economische Visie geformuleerde ambitie van brede economische bloei. Het doel van de monitor is de beschrijving en duiding van de staat en ontwikkeling van de economische welvaart (economische bedrijvigheid en het werk en inkomen van bewoners) in Den Haag in

de meest recente jaren — met focus op de periode 2014-2019 — en beschrijving en duiding van de staat en ontwikkeling van de onderliggende, vanuit beleidsperspectief belangrijk geachte invloedfactoren (de vier strategische doelen/pijlers uit het visierapport omtrent de stad, structuur, ondernemer en ruimte). De ambitie in het visierapport is dat Den Haag het in 2030 op al deze punten beter doet: in 2030 zou Den Haag brede economische bloei moeten vertonen, een attractieve stad zijn om te wonen, zich te vestigen en te bezoeken, een economie hebben met een veerkrachtige structuur, een excellent ondernemingsklimaat hebben en voldoende ruimte bieden voor bedrijvigheid. De kernvragen in de monitor 2020 zijn hoe de Haagse economie er op dit moment op deze punten bij staat, wat de ontwikkelingen waren en wat de verklaringen hierbij zijn. Daarbij vergelijken Den Haag ook met de andere drie grote steden (Amsterdam, Rotterdam en Utrecht). Omdat in het visierapport nadrukkelijk ook over een gelijke verdeling van kansen wordt gesproken (“brede economische bloei”; ”iedereen profiteert”), kijken we in de monitor 2020 verder naar de verdeling van welvaart naar belangrijke stratificerende kenmerken zoals opleidingsniveau, inkomensgroep en soort wijk. Dit is voor Den Haag, als meest gesegregeerde stad van Nederland, van extra belang.

2.3

Scope

We zien de jaarlijkse monitor Staat van de Haagse Economie als een groeimodel. Deze eerste versie uit 2020 betreft een relatief gecondenseerd format, waarbij we beknopter ingaan op de beschrijving van indicatoren voor de vier strategische doelen uit het visierapport (stad, structuur, ondernemer, ruimte). We beschrijven het hoofddoel van het visierapport (“brede economische bloei”) uitvoeriger. Overigens vormen de in de Economische Visie geformuleerde kernindicatoren in deze en andere monitoren de basis voor de omschrijving van de staat van de economie. Per doel voegen we indicatoren toe voor de verdere duiding van de ontwikkelingen. Het grootste deel van de rapportage zal de ontwikkeling van de Haagse economie beschrijven tot 2020, aangezien recentere data nog maar in beperkte mate beschikbaar zijn. De huidige coronacrisis heeft uiteraard een grote impact op de economie. In deze editie wordt aan deze impact een apart hoofdstuk gewijd. Hierbij maken we gebruik van

13

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

de maatschappelijke impactanalyse die voor het college en de raad is gemaakt. Tevens gebruiken we de bevindingen van het onderzoek van de Haagse Hogeschool (Berichten uit een Stille Stad; De Heropening van de Samenleving).5 Die bevindingen betreffen niet zozeer de feitelijke economische positie van mensen, maar de door bewoners ervaren angst voor baan- en inkomensverlies en de door ondernemers geschatte overlevingskansen van hun bedrijf. In de overige hoofdstukken wordt de huidige impact van de coronacrisis op de Haagse economie beschreven voor zover hierover al cijfers beschikbaar zijn, bijvoorbeeld wat betreft BBP groei en werkloosheid. In de monitor worden geen harde uitspraken gedaan over de resultaten en effecten van gevoerd beleid op de economische welvaart van Den Haag. De voortgang van het beleid wordt beschreven in een separate voortgangsrapportage. Wel geven we zoals gezegd duiding aan de beschreven trends en de positie van Den Haag ten opzichte van andere grote steden.

2.4

Vier pijlers van economische groei

Volgens Raspe et al. (2017) zijn er acht factoren die belangrijk zijn voor regionale economische groei: de aanwezigheid van bepaalde clusters (kansrijke sectoren), ondernemerschapsdynamiek (nieuwe en snelgroeiende bedrijven), human capital (de kwaliteit van het arbeidspotentieel), kennisinfrastructuur (bijvoorbeeld universiteiten of R&D-labs), fysieke infrastructuur (bereikbaarheid via verschillende modaliteiten), financiering (bijvoorbeeld venture capital), governance (de organisatie van het economische systeem) en de aantrekkelijkheid van het woon- en leefklimaat (bijvoorbeeld door voorzieningen).6 Deze zijn in de Economische Visie vertaald naar vier pijlers/factoren die van invloed zijn op regionale economische ontwikkeling en welke tevens door beleid zijn te beïnvloeden.7 Die vier pijlers van economische groei zijn de strategische doelen waarop de Gemeente Den Haag zich in het visierapport richt en betreffen de volgende: a. b. c. d.

attractiviteit van de stad; economische structuur; ondernemingsklimaat; ruimte voor bedrijvigheid.

Een attractieve stad zorgt ervoor dat bewoners tevreden zijn, er blijven werken, talenten komen en bedrijven er zich vestigen. Een sectorale structuur die groeikansen biedt en het aanwezige talent kan benutten leidt eveneens tot economische groei. Een ondersteunend ondernemingsklimaat zorgt ervoor dat bestaande ondernemers blijven en durven te investeren en nieuwe ondernemers zich komen vestigen. Verder is er ruimte voor 5

R  usinovic, K., H. Theisens, G. Engbersen, J. de Boom, P. van Wensveen, 2020, Berichten uit een Stille Stad,

6

R  aspe, O., M. van den Berge en T. de Graaff, 2017, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei,

7

W  e groeperen de acht factoren als volgt in de vier pijlers: a. attractiviteit van de stad (woon- en

Haagse Hogeschool; Engbersen, G. et al., 2020, De Heropening van de Samenleving; De maatschappelijke

impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Nederland, Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.

leefklimaat, fysieke infrastructuur, kennisinfrastructuur), b. economische structuur (clusters, human

capital), c. ondernemingsklimaat (ondernermerschapsdynamiek). We laten financiering en governance buiten beschouwing. Governance aspecten krijgen zoals gezegd meer aandacht in een separate

voortgangsrapportage. We onderscheiden daarnaast een negende bepalende factor, de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid, die wel als vierde pijler opnemen.

14

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

bedrijvigheid nodig want ook al is de stad attractief, heeft het een kansrijke economische structuur en een ondersteunend ondernemingsklimaat, wanneer er geen ruimte is voor bedrijven haken bedrijven af.8 We proberen de economische ontwikkelingen in Den Haag te duiden door verbanden te trekken tussen de pijlers en economische groei. Bijvoorbeeld, in hoeverre ligt een achterstand in economische groei in Den Haag ten opzichte van andere regio’s (zie bijvoorbeeld Raspe en Van den Berge, 2018a)9 aan een andere (sectorale) economische structuur? In hoeverre speelt een eventueel geringere attractiviteit van de stad een rol? We willen hier benadrukken dat er meer invloedfactoren/pijlers bestaan van economische groei dan we hierboven aannemen, zoals de demografische structuur of de wereldconjunctuur. Ook willen we benadrukken dat we geen modelschatting maken van de onafhankelijke effecten van de invloedfactoren/pijlers op de economische ontwikkeling van Den Haag. Onze gegevens komen uit gegevens van meerdere databronnen en laten zich niet

goed combineren tot één gegevensbestand. We duiden onze uitkomsten en redeneren vanuit plausibiliteit in plaats van ‘hard’ te modelleren.

2.5

Methode en gegevensbronnen

In deze rapportage beschrijven we de staat van de Haagse economie op een kwantitatieve wijze. We putten gegevens uit openbaar toegankelijke databronnen zoals Den Haag in Cijfers (DHIC), Statline van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de site Waarstaatjegemeente.nl van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De rapportage sluit ook aan op en put ook gegevens uit rapportages voor Den Haag op onderliggende terreinen, zoals werkgelegenheid, ondernemerschap, toerisme en onderwijs, en op rapportages waarin Den Haag als stad onder steden is opgenomen zoals de Atlas voor Gemeenten. We willen erop wijzen dat door de analyse van een veelheid van indicatoren en toevoeging van recente data, conclusies van eerdere rapportages ook genuanceerd kunnen worden. In tabel 2.1 is een overzicht te vinden van de meetbare indicatoren van het hoofddoel (brede economische groei) en de onderliggende vier strategische doelen (stad, structuur, ondernemer en ruimte), inclusief de kernindicatoren uit de Economische Visie. In de

8

We erkennen dat de relaties tussen de invloedfactoren en economische groei ingewikkelder kunnen liggen dan we hier veronderstellen. Ruimte voor bedrijvigheid kan bijvoorbeeld ten dele ook een gevolg zijn van

economische groei of krimp. Verder zijn er onderlinge relaties tussen de invloedfactoren/pijlers: de attractiviteit van een stad, bijvoorbeeld, wordt ook bepaald door de aanwezige ruimte en de attractiviteit van een stad bepaalt tevens of bedrijven met groeikansen er zich vestigen. Het voert echter te ver om in onderhavige

monitor deze theoretische aannames te problematiseren, te meer daar de gegevens om deze te toetsen 9

ontbreken.

Raspe en Van den Berge, 2018a, De economie van Den Haag; een analyse van de economische ontwikkelingen en beleid in de regio Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag

15

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

rapportage zullen we de keuze van indicatoren per doel verder verantwoorden.10 Hier willen we reeds benadrukken dat we de economie niet alleen in enge zin meten (welvaart, werk en inkomen), maar ook in bredere zin zoals in de definitie van brede welvaart, bijvoorbeeld door te kijken naar economisch welzijn (gepercipieerd inkomensverlies), woontevredenheid en ondernemingsklimaat. Hierbij kiezen we voor die brede welvaartsindicatoren die raken aan het economisch beleid. In de rapportage Staat van de Stad van de gemeente Den Haag wordt een meer uitvoerig overzicht van brede welvaart in Den Haag gegeven.11 Bij het beschrijven van de ontwikkelingen in de economie en onderliggende invloedfactoren focussen we ons op de periode 2014-2019. Dit doen we ten eerste om eenheid te creëren: de meeste gegevens die we hieronder bespreken bestrijken deze periode. Ten tweede doen we dit om de effecten van eerdere economische crises tussen 2008 en 2014 — de bankencrisis van 2007-2008 en de eurocrisis van 2009-2013 — uit te zuiveren. Een vergelijking met de jaren uit deze crises zou het economisch beeld in 2019 te rooskleurig doen voorkomen. Overigens zullen we waar mogelijk, bijvoorbeeld ten aanzien van de BBP groei en de werkloosheid, eerdere periodes weergeven om de 2014-2019 ontwikkeling in nader perspectief te zien.

10

D  e keuze en indeling van indicatoren is niet eenvoudig. Zo zegt de ingenomen ruimte door bedrijven en

kantoren nog weinig over de beschikbaarheid van kantoor- en bedrijfsruimte, maar een toename hierin laat

wel zien dat er in een bepaald gebied groeiende ruimte is voor bedrijvigheid. Ook de koppeling van indicatoren aan doelen is geen één-op-één relatie. We bespreken bedrijvigheid (het aandeel bedrijven per 1.000 inwoners) zowel onder economische groei als bedrijvigheid. Hetzelfde geldt voor de waardering van de ruimte voor

bedrijvigheid: dat kan zowel gezien worden als indicator voor een ondersteunend ondernemingsklimaat als 11

indicator voor ruimte voor bedrijvigheid.

Zie ook Raspe, 2020, C’est le ton qui fait la musique, Rabobank/RaboResearch, 13 februari 2020.

16

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

TABEL 2.1 INDICATOREN NAAR DOELEN ECONOMISCHE VISIE ECONOMIE Brede economische groei

STAD Attractieve stad

STRUCTUUR Veerkrachtige structuur

ONDERNEMER Excellent ondernemingsklimaat

Groei bedrijven

Attractieve stad om te wonen - Tevredenheid woning/ woonomgeving - Woonaantrekkelijk­heidindex - Migratiesaldo binnen-, buitenlands - Aantal HBO/WO studenten

Sectorale verdeling en omzet -A  andeel vestigingen per sector -A  andeel banen per sector - BBP en omzet per sector

Bedrijvigheid

- BBP (p. inwoner / volumemutatie)* - Vestigingen (p. 1000 inw.) - Vestigingen met krimp en (snel-)groei - Exporterende bedrijven Werk - Bruto arbeidsparticipatie - Werkloosheid - Banen p. 100 inw.

Aantrekkingskracht internationaal talent - Aantal internationale organisaties - Aantrekkingskracht internationaal talent

- Arbeidsmarktbalans (banen/beroepsbev.) - In- uitstroom WW

Bezoek

Inkomen en vermogen

- Dagtoerisme

Ingenomen ruimte bedrijven - Vestigingen p. 1000 inw.** - Aantal kantoor-, bedrijfs-, winkelruimtes - Vestigingen naar - Bruto vloeroppervlak bedrijfsgrootte kantoor/bedrijf/winkels - Banen naar bedrijfsgrootte - Functiemenging (banen/ woningen) - Aandeel ZZP’ers

Aansluiting werk - Oprichtingen / onderwijs opheffingen - Opleidingsniveau - Faillissementen beroepsbevolking - Opleidingsniveau bevolking - Voortijdige schoolverlaters Dienstverlening aan ondernemers - Waardering gemeentelijke dienstverlening - Waardering klantvriendelijkheid

- Mediaan huishoudinkomen - Hotelovernachtingen - Aandeel lage inkomens - Bestedingen toeristen (1 jaar / 4 jaar) - Aandeel bijstands- Aantal congressen / uitkeringem deelnemersdagen - In- uitstroom bijstandsuitkering - Mediaan huishoudvermogen Verdeling werk en inkomen

RUIMTE Voldoende ruimte voor bedrijvigheid

Aangeboden ruimte bedrijven - Leegstand winkelpanden - Nieuwbouw kantoren en onttrekking - Beschikbaarheid grote bedrijfspanden

Waardering bedrijfsomgeving - Waardering woon- en leefklimaat gemeente - Waardering staat openbare ruimte - Waardering veiligheid bedrijfsomgeving - Waardering parkeermogelijkheden

- Werkloosheid naar geslacht, leeftijd, migratie, opleiding - Bruto arbeidspart. naar geslacht, leeftijd, migratie, opleiding - Inkomen ZZP’ers vs. werknemers - Vermogen huurders vs. woningbezitters - Wijkverschillen bijstandsuitkering * Kernindicatoren uit de Economische Visie in grijs. Merk op dat we niet alle kernindicatoren konden opnemen vanwege ontbrekende gegevens (bijvoorbeeld, leegstandspercentage kantoren en bedrijven); **Ook indicator van economische groei

17

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

2.6

Opzet

De opzet van de monitor is als volgt: ● Hoofdstuk 3: ECONOMIE: Brede economische bloei? In dit hoofdstuk beschrijven we voor Den Haag hoe het staat met het hoofddoel uit de Economische Visie (“brede economische bloei”). We beschrijven de ontwikkeling van de economische groei van bedrijven, de welvaart van bewoners en de verdeling hiervan naar belangrijke stratificerende kenmerken, zoals opleiding, inkomen en wijk. ● Hoofdstuk 4: STAD: Een attractieve stad voor bewoners, bezoekers en talent? In dit hoofdstuk beschrijven we voor Den Haag hoe het staat met het strategisch doel 1 uit de Economische Visie (“attractieve stad”). We beschrijven de mate waarin Den Haag een attractieve stad is om te wonen, te bezoeken en om zich te vestigen. We kijken naar woontevredenheid, vestiging van bewoners, de aantrekkingskracht voor internationaal talent en bezoek van toeristen en zakelijke gasten. ● Hoofdstuk 5: STRUCTUUR: Een veerkrachtige economische structuur? In dit hoofdstuk beschrijven we voor Den Haag hoe het staat met het strategisch doel 2 uit de Economische Visie (“veerkrachtige economische structuur”). We beschrijven de mate waarin Den Haag een veerkrachtige economische structuur biedt om de groeipotentie en weerbaarheid en wendbaarheid van de economie te vergroten en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren.

We kijken naar de verdeling van (kansrijke) bedrijfssectoren en de verdeling van onderwijs in de (beroeps-)bevolking. ● Hoofdstuk 6: ONDERNEMER: Een excellent ondernemingsklimaat? In dit hoofdstuk beschrijven we voor Den Haag hoe het staat met het strategisch doel 3 uit de Economische Visie (“excellent ondernemingsklimaat”). We beschrijven de mate waarin Den Haag een goed ondernemingsklimaat biedt voor ondernemers om zich te vestigen, te starten, te groeien en in te spelen op transities. We kijken naar het aandeel vestigingen, oprichtingen, opheffingen en faillissementen en de waardering van de gemeentelijke dienstverlening. ● Hoofdstuk 7: RUIMTE: Ruimte voor bedrijvigheid. In dit hoofdstuk beschrijven we voor Den Haag hoe het staat met het strategisch doel 4 uit de Economische Visie (“ruimte voor bedrijvigheid”). We beschrijven de mate waarin Den Haag ruimte biedt voor bedrijvigheid. We kijken naar het aandeel bedrijfspanden en de grootte ervan, de beschikbaarheid van kantoren en bedrijfsruimte en de waardering van ondernemers voor de bedrijfsomgeving. ● Hoofdstuk 8: CORONACRISIS: De impact van de coronacrisis. In dit hoofdstuk beschrijven we de impact van de coronacrisis en de beperkende maatregelen op de economie van Den Haag.

We maken daarbij gebruik van enkele cijfers, zoals economische krimp, uit de maatschappelijke impactanalyse die voor het college en de raad is gemaakt. Verder grijpen we terug op de onderzoeken Berichten uit een Stille Stad (uitgevoerd in april 2020) en De Heropening van de Samenleving (uitgevoerd in de eerste helft van juli 2020). We kijken daarbij naar de impact van de coronacrisis op de angst van bewoners voor baan- en inkomensverlies en de angst onder ondernemers omtrent het voortbestaan van hun bedrijf. Deze percepties worden ook uitgesplitst naar achtergrondkenmerken, bijvoorbeeld kwetsbare versus minder kwetsbare groepen, en vergeleken tussen Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

18

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

19

3.

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

20

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

3. ECONOMIE: BREDE ECONOMISCHE BLOEI? 3.1

Samenvatting

Indicator

2014

2015

2016

2017

2018

2019

BBP p. inwoner (x 1000 E)

43,3

44,1

44,3

44,0

44,8

46,7

Vestigingen p. 100 inw.

11,8%

12,2%

12,3%

12,8%

13,4%

14,3%

Aandeel snelgroeiende vest.

1,0%

0,9%

1,0%

1,1%

1,4%

Aandeel exporterende vest.

4,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

2014-2019 % verandering

% punt verschil

8,0% 21,2%

2,5%

36%

0,4%

33%

1,0%

Bruto arbeidsparticipatie

67,2%

67,0%

66,3%

66,4%

67,6%

68,4%

1,8%

1,2%

Werkloosheidspercentage

10,9%

10,1%

8,8%

7,2%

5,2%

5,1%

-53,2%

-5,7%

Banen p. 100 inw.

77,2%

77,3%

77,5%

77,0%

77,3%

78,5%

1,7%

1,3%

Banen p. 100 werkenden+werkl.

104

105

106

105

106

106

2,1%

2,0%

Mediaan hh. inkomen (x 1000 E)

21,7

21,9

22,7

23,4

24.0

Aandeel laag inkomen (1 jaar)

15,0%

14,0%

14,0%

13,0%

13,0%

-13%

-2,0%

Aandeel laag inkomen (4 jaar)

5,1%

5,7%

6,0%

6,1%

6,2%

22%

1,1%

Aandeel bijstandsuitkering

10,1%

10,5%

10,8%

10,9%

10,4%

3,0%

0,3%

Mediaan hh. vermogen (x 1000 E)

2,2

3,8

4,5

7,3

10,8

390,9%

● Tussen 2014 en 2019 was er sprake van economische groei onder bedrijven in Den Haag; het BBP, het aandeel vestigingen, banen en snelgroeiende bedrijven nam toe. • Maar: • De groei in het BBP was zwak en het aandeel exporterende bedrijven nam niet toe; • Het BBP en de bedrijvigheid in Den Haag is geringer dan in de andere drie grote steden en de groei in BBP bleef achter; • In 2020 daalt het BBP door de coronacrisis, hoewel het effect ervan minder sterk lijkt voor Den Haag dan voor de andere drie grote steden. ● Tussen 2014 en 2019 kende Den Haag sterk dalende werkloosheid en meer werkenden. In 2019 is sprake van krapte op de arbeidsmarkt en lage werkloosheid. • Maar: • De werkloosheid in Den Haag is nog altijd hoger dan in Utrecht en Amsterdam; • Het aandeel inactieven in de bevolking nam vrijwel niet af in Den Haag en is groter dan in Utrecht en Amsterdam; • Het aandeel banen in de bevolking in Den Haag is lager dan in de rest van de G4 en nam amper toe; • In het tweede kwartaal van 2020, tijdens de coronacrisis, neemt de werkloosheid en het aandeel inactieven toe in Den Haag, net als elders in de G4. ● Tussen 2014-2019 steeg het mediane inkomen en vermogen van huishoudens (met name van woningbezitters) in Den Haag aanzienlijk en nam het aandeel huishoudens met kortstondig laag inkomen licht af.

• Maar: • Het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen en het aandeel personen met een bijstandsuitkering is vrijwel gelijk gebleven; • Den Haag kent een lager mediaan besteedbaar huishoudinkomen en vermogen dan Utrecht (en wat woningvermogen betreft ook vergeleken met Amsterdam) en meer lage inkomens en bijstandsontvangers. ● Tussen 2014 en 2019 daalde de werkloosheid in Den Haag sneller onder kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt (lager opgeleiden, niet-westerse migranten en jongeren) dan niet-kwetsbare groepen en de inactiviteit daalde ook sneller onder deze groepen (m.u.v. lager opgeleiden).

21

10,6%

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

• Maar: • Deze kwetsbare groepen zijn in 2019 nog altijd op grote afstand (vaker werkloos en inactief) van niet-kwetsbare groepen (m.u.v. niet-westerse migranten); • Er zijn bestaan aanzienlijke wijkverschillen in Den Haag in met name het aandeel bijstandsontvangers. Dit is vrijwel onveranderd gebleven tussen 2014 en 2019; • Tussen 2014-2019 neemt in Den Haag de ongelijkheid in vermogen toe tussen woningbezitters en huurders door gestegen waarde van koopwoningen; • ZZP’ers in Den Haag hebben, net als elders, een groter risico op het belanden in armoede dan werknemers. Tijdens de coronacrisis hebben ZZP’ers in Den Haag een relatief groter armoederisico dan elders in de G4.

3.2

Inleiding

Het hoofddoel uit de Economische Visie voor Den Haag is brede economische bloei, dat wil

zeggen een economie die floreert en waarvan iedereen profiteert. Dit doel is geformuleerd omdat eerdere analyses aangaven dat Den Haag achter is gebleven in economische groei ten opzichte van andere grote steden (zie bijvoorbeeld Raspe en Van den Berge, 2018a)12 en dat Den Haag een sterke mate van sociale ongelijkheid in levenskansen kent tussen opleidingsgroepen, inkomensgroepen en wijkbewoners.13 Hoe staat de Haagse economie er eind 2019/begin 2020 bij? Was er sprake van economische groei tussen 2014 en 2019? En profiteerden kwetsbare groepen even veel mee van economische groei? Om deze vragen te beantwoorden, beschrijven we voor Den Haag de economische ontwikkeling van bedrijven, de welvaart van inwoners (werk, inkomen en vermogen) en de verdeling hiervan naar belangrijke stratificerende kenmerken (opleiding, inkomen, wijk). We vergelijken daarbij nadrukkelijk ook met de drie andere grote steden (Amsterdam, Rotterdam en Utrecht).

3.3

Groei van bedrijven

Hoe staat het met de economische bedrijvigheid in Den Haag in 2019, heeft deze zich gunstig ontwikkeld in de periode 2014-2019 en doet Den Haag het beter, even goed of slechter dan de andere drie grote steden?

12

R  aspe en Van den Berge, 2018a, De economie van Den Haag; een analyse van de economische ontwikkelingen en beleid in de regio Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag

13 Voor ongelijkheid zie bijvoorbeeld https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/10/hogere-inkomens-vooral-inrandgemeenten-grote-steden

22

DE HAAGSE HOGESCHOOL

3.3.1

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

Bruto binnenlands product

Hoe de economische bedrijvigheid in Den Haag zich heeft ontwikkeld en hoe ze er voorstaat laat zich ten eerste beschrijven aan de hand van het Bruto Binnenlands Product (BBP), een klassieke maat voor de economische welvaart.14 We zien in figuur 3.1 dat het BBP per inwoner in de agglomeratie Den Haag (exclusief Zoetermeer) in de periode 2014-2019 duidelijk achterbleef bij de agglomeraties Utrecht en Amsterdam en vanaf 2015 ook iets lager lag ten opzichte van de agglomeratie Rotterdam.15 Het BBP per inwoner van de agglomeratie Den Haag in 2019 (46.713 euro) is minder dan de helft van het BBP per inwoner van Amsterdam (99.773 euro) en twee derde van dat van Utrecht (69.852 euro). De groei in het BBP is voor Den Haag ook veel minder sterk: terwijl in de periode 2014-2019 het BBP per inwoner in Amsterdam met 24% steeg, in Rijnmond met 19% en in Stadsgewest Utrecht met 16%, steeg deze met slechts 8% in de agglomeratie Den Haag.16 Dit bleek ook uit eerder onderzoek.17 Overigens daalde in de zes jaar daarvoor (tussen 2009 en 2014) het BBP per inwoner nog licht voor de agglomeratie Den Haag, net als voor Nederland als geheel (m.u.v. Amsterdam), als gevolg van de banken- en eurocrisis.

14 Het BBP is volgens de CBS definitie het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten

productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen

samen (bruto toegevoegde waarde), aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden

verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). Oftewel: hoeveel levert de gehele economische

productie per jaar op? Om rekening te houden met bevolkingsgroei en verschillen in bevolkingsgrootte tussen

regio’s, drukken we het BBP per inwoner uit in Nederland of in de betreffende regio. Overigens staat het BBP per regio ook wel bekend als het bruto regionaal product (Brp), maar het CBS spreekt hier nog steeds over BBP.

15 Er zijn geen gegevens beschikbaar op gemeenteniveau. Het laagste niveau waarop het CBS periodiek cijfers

over het BBP publiceert is het corop-plus niveau. Dit is het corop-niveau waarbij voor de grote steden de steden nader zijn gespecificeerd. Voor Den Haag betreft het de agglomeratie Den Haag (bestaande uit de gemeentes Den Haag, Rijswijk, Voorburg-Leidschendam, Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar) exclusief Zoetermeer. Twee

derde van het aantal banen binnen de agglomeratie Den Haag ligt op grondgebied van Den Haag. Dit geeft een indicatie van het aandeel van Den Haag in het BBP van de agglomeratie Den Haag.

16 Ongecorrigeerd voor inwonertal steeg het BBP in marktprijzen tussen 2014-2019 met 14,4% in de agglomeratie Den Haag. Een deel van deze stijging is aldus toe te schrijven aan bevolkingsgroei.

17 Het achterblijven van economische groei in (de regio) Den Haag wordt ook geconstateerd door Raspe en

Vanden Berge 2018a (De economie van Den Haag; een analyse van de economische ontwikkelingen en beleid in de regio Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag), Raspe en Van den Berge 2018b (Regionaaleconomische groei in Nederland: een typologie van regio’s. PBL-publicatienummer 2828) en Oevering en

Raspe, 2020 (Regionaal-economische verschillen fors toegenomen. Economische Statistische Berichten mei 2020). De regio Den Haag laat daarbij van alle regio’s in Nederland tussen 1996 en 2017 één van de laagste

groeicijfers in werkgelegenheid en toegevoegde waarde zien, samen met regio’s als Zuid- en Noord-Limburg, Noord-Friesland, Zeeuws-Vlaanderen en de Achterhoek en de stedelijke regio Arnhem/Nijmegen.

23

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

FIGUUR 3.1 BBP (MARKTPRIJZEN) PER INWONER (IN 1.000 EURO’S), NEDERLAND EN G4 2003-2019 120 100 80 60 40 20 0

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Stadsgewest Utrecht (CP)

Aggl. Den Haag excl. Zoetermeer (CP) Nederland

Amsterdam (CP) Rijnmond (CP)

Bron: CBS Statline (https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84432NED/ table?ts=1603101203668) ● Den Haag kende lichte economische groei tussen 2014-2019 ● Den Haag heeft een lager BBP per inwoner dan de rest van de G4 in 2019 ● Den Haag kende minder groei van het BBP per inwoner dan de rest van de G4 Als we in figuur 3.2 focussen op veranderingen in het BBP in de meest recente jaren, dan is 2019 een iets beter jaar voor de agglomeratie Den Haag met een economische groei ten opzichte van 2018 (2,4%) die vergelijkbaar is met die van Amsterdam, Rijnmond en Nederland als geheel (maar zwakker dan in Utrecht).18 In 2018 was er geen groei voor de agglomeratie Den Haag te noteren – in tegenstelling tot de andere drie grote steden – en in 2017 noteerde als enige van de G4 nog economische krimp. Dus voor 2019 ziet het er voor Den Haag beter uit, maar de afstand in welvaart tot Utrecht en Amsterdam blijft groot. Hoe de toegevoegde waarde zich naar bedrijfssector ontwikkelt, onderzoeken we in hoofdstuk 5.

18 De economische groei in het stadsgewest Utrecht in 2019 lijkt sterker te zijn dan elders, maar die is volgens

het CBS te wijten aan een gemeentelijke herindeling die een gebied van Zuid-Holland aan Utrecht toevoegde.

Zonder deze herindeling zou de economische groei van Utrecht 2,3 procent bedragen (CBS 2020: https://www. cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/17/hoogste-economische-groei-in-2019-in-almere-en-haarlemmermeer).

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

FIGUUR 3.2 BBP, VOLUMEMUTATIE 2018 EN 2019 (%), NEDERLAND EN G4 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0%

P) on m jn Ri

g aa H en Ag

gl

.D

d

ex

(C

cl

P) (C m da er st Am

St

ad

sg

ew

es

tU

N

tr

ed

ec

er

ht

la

(C

nd

P)

0,0%

.…

1,0%

2018

2019

Bron: CBS Statline (https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84432NED/ table?ts=1603101203668) ● Den Haag kende groei van het BBP tussen 2018-2019, net als elders in de G4 Over de impact van de coronacrisis op de economische groei bestaat er een raming van het CBS.19 Die is door een andere rekenmethodiek niet goed vergelijkbaar met de jaarlijkse cijfers die regulier worden gepubliceerd. Die raming laat zien dat daar waar in Nederland het BBP in het eerste kwartaal van 2020 nog licht daalde ten opzichte van een jaar eerder met 0,2%, in het tweede kwartaal het BBP sterk daalt met 9,3% ten opzichte van een jaar eerder. In de agglomeratie Den Haag daalde het BBP in het eerste kwartaal 2020 tussen de 0%-1%, terwijl dat in het tweede kwartaal een daling tussen 6%-8% betrof (zie figuur 3.3). De economie in Den Haag lijkt daarmee iets lichter getroffen door de coronacrisis dan Nederland als geheel. Dat geldt ook als we Den Haag met de andere drie grote steden vergelijken: daar waar Amsterdam in het eerste kwartaal van 2020 een daling kende van 0-1%, daalde de groei in het tweede kwartaal met 8%-10%; daar waar in Utrecht en Rotterdam de economie nog licht toenam in eerste kwartaal (0%-1%), nam ze in het tweede kwartaal af met 6%-8%.

De sterkere economische krimp in Amsterdam lijkt te wijten aan de oververtegenwoordiging van horeca, de zorg (door de coronacrisis werden veel afspraken en operaties uitgesteld), reisbemiddeling en cultuur. Ook heeft Amsterdam last van de sterke daling van het BBP in het tweede kwartaal in Haarlemmermeer (luchtvaart en gerelateerde dienstverlening). Doordat deze sectoren minder sterk zijn vertegenwoordigd in Den Haag, lijkt de economie van Den Haag vooralsnog lichter te worden getroffen door de coronacrisis dan die van Amsterdam.20 19 Zie: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/34/grootste-economische-krimp-eerste-halfjaar-2020-inhaarlemmermeer/kwartaalraming-regionale-economische-groei

20 Zie naast het CBS onderzoek (zie noot 19), Aalders en Raspe, 2020, Coronacrisis vergroot economische verschillen tussen regio’s. Rabobank/RaboResearch, 14 september 2020.

25

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

De vele overheidsbanen lijken Den Haag beter te beschermen tegen de impact van de coronacrisis, bijvoorbeeld door meer vaste contracten, mogelijkheden tot thuiswerken en de geringere algemene conjunctuurgevoeligheid van de overheidssector. Desalniettemin zijn ook voor Den Haag de gevolgen van de coronacrisis negatief en betekenen ze een abrupte trendbreuk. FIGUUR 3.3 ECONOMISCHE GROEI NAAR REGIO, EERSTE EN TWEEDE KWARTAAL 2020 TEN OPZICHTE VAN JAAR EERDER

Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/34/grootste-economische-krimp-eerste-halfjaar2020-in-haarlemmermeer ● Den Haag kende een sterke daling van het BBP in het tweede kwartaal 2020, net als elders in Nederland, in samenhang met de coronacrisis ● Maar de impact van de coronacrisis op het BBP lijkt in Den Haag iets minder sterk dan in de andere drie grote steden

26

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

3.3.2 Groei en krimp en het aandeel bedrijfsvestigingen

Bedrijven en instellingen in Den Haag kenden in de periode 2014-2019 over het algemeen economische groei, maar er zijn natuurlijk bedrijven en instellingen die het minder goed deden en bedrijven die het bovengemiddeld deden. Het CBS levert geen informatie over de verdeling van economische ontwikkeling van bedrijven en instellingen naar regio, maar rapporteert wel het aantal snelgroeiende bedrijven per 1.000 vestigingen naar regio.21 Figuur 3.4 laat zien dat Den Haag in 2018 relatief minder snelgroeiende bedrijven heeft dan de andere drie grote steden (zo’n 0,5 procentpunt minder). Wel nam het aandeel tussen 2014 en 2018 toe (met 36%), net zoals voor de andere drie grote steden. FIGUUR 3.4 AANTAL SNELGROEIENDE BEDRIJVEN PER 1000 VESTIGINGEN, G4 2010-2018 25

20

15

10

5

0

2010

2011

2012

Den Haag

2013

2014

Amsterdam

2015 Utrecht

2016

2017

2018

Rotterdam

Bron: CBS Lokale Economie / VNG (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) Uit het Werkgelegenheidsregister Haaglanden is recentelijk de verdeling van krimp en groei van bedrijfsvestigingen in Den Haag bekend voor de periode 2016-2020. De informatie over snelle groei betreft een nieuwe, geüpdatete definitie van het CBS.22 21 Snelgroeiende bedrijven zijn volgens de internationale geldende definitie van de OECD alle bedrijven met tien of meer werknemers in het begin van het startjaar met een gemiddelde autonome groei van 20 procent per

jaar of meer over een periode van drie jaar, waarbij groei kan worden uitgedrukt in het aantal werknemers en/of de omzet. Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf

voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit tenminste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

22 Snelle groei betreft een gemiddelde jaarlijkse groei van 10% per jaar of meer, over een periode van drie

achtereenvolgende jaren, gemeten aan de hand van het aantal werknemers in een bedrijf. Dit betekent dat er

over een periode van drie jaar een totale groei van tenminste 33,1% moet worden behaald. Daarnaast moeten bedrijven aan het begin van de groeiperiode minimaal 10 werknemers hebben en worden bedrijven die zijn

opgericht in het startjaar van de groeiperiode niet meegeteld. Een snelgroeiend bedrijf of snelle groeier in jaar t heeft dus in de periode t-3 tot t een groei van tenminste 33,1% behaald, in het jaar t-3 minimaal 10 werknemers en is opgericht vóór het jaar t-3.

27

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

FIGUUR 3.5 AANDEEL VESTIGINGEN (MET 10 WERKNEMERS EN MEER) MET KRIMP VAN AANTAL WERK­NEMERS, CONSTANT AANTAL WERKNEMERS EN GROEI VAN HET AANTAL WERKNEMERS, DEN HAAG 2016-2020 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

2016

2017 krimp

gelijk

2018 langzame groei

2019

2020

snelle groei

Bron: Werkgelegenheidsregister Haaglanden Figuur 3.5 laat zien dat het percentage vestigingen met economische krimp is gedaald in Den Haag tussen 2016 en 2020 en dat het percentage vestigingen met economische groei is gestegen. We zien net als in figuur 3.4 een stijging van het aandeel snelgroeiende vestigingen tussen 2016 en 2018 (aandelen liggen in figuur 3.5 lager vanwege scherpere definitie van snelle groei; zie noot 21 en 22), welke zich voortzet tot in 2019. In 2020 is deze snelle groei echter aan het verminderen (aandeel zakt van 13% naar 10%), als gevolg van de impact van de coronacrisis op de economie in Den Haag. Het aandeel vestigingen met minder sterke groei (1%-33% groei) neemt overigens nog niet af in 2020 maar groeit nog licht (met 1 procentpunt). Ook het aandeel bedrijfsvestigingen met economische krimp is nog niet gedaald in 2020. ● Den Haag kende tussen 2014-2019 een toename van vestigingen met economische groei en een afname van vestigingen met economische krimp ● Den Haag kende minder snelgroeiende bedrijven dan elders in de G4 ● In 2020 neemt in Den Haag het aandeel snelgroeiende bedrijven gedurende de coronacrisis af; het aandeel vestigingen met langzame groei en aandeel vestigingen met krimp neemt echter nog niet af Het aantal (nieuwe) bedrijfsvestigingen is ook een indicatie voor de economische groei dan wel krimp.

Dat hoeft geen hele sterke relatie te zijn: minder bedrijven zouden méér kunnen produceren door bedrijfssamenvoegingen; verder zouden de economische incentives om bedrijven op te richten juist in economisch zwakkere tijden groter kunnen zijn. Desalniettemin gaan we ervanuit dat in een breed bloeiende economie niet alleen bestaande bedrijven het gemiddeld beter doen (meer toegevoegde waarde creëren), maar er ook meer nieuwe bedrijven worden opgericht dan er opgeheven worden en failliet gaan en het aantal bedrijven zich uitbreidt. We behandelen bedrijvigheid ook als indicatie voor het ondernemingsklimaat (zie hoofdstuk 6 van deze monitor).

28

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

Figuur 3.6 laat zien dat het aandeel bedrijfsvestigingen (het aantal bedrijfsvestigingen per 1000 inwoners) in Den Haag tussen 2014 en 2019 gestaag groeide (met 21%). Dit hangt deels samen met de algemene economische groei van het BBP (figuur 3.1), maar ook met het toegenomen aandeel zelfstandigen (zie hoofdstuk 6). Overigens had die groei van het aandeel vestigingen zich al sinds 2005 ingezet en is de groei tussen 2014-2019 niet uitzonderlijk sterk. Wel is in Den Haag het aandeel vestigingen geringer dan in Amsterdam, in zowel de eerste meting in 2001 als in de laatste meting in 2019, maar groter dan in Rotterdam. In hoofdstuk 6 beschrijven we de bedrijvigheid in meer detail (bijvoorbeeld, de verdeling naar bedrijfsgrootte, het aandeel MKB en het aandeel ZZP’ers). FIGUUR 3.6 AANTAL BEDRIJFSVESTIGINGEN PER 1000 INWONERS 15-74 JAAR, G4 2001-2019 250

200

150

100

50

0

2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 Amsterdam

Utrecht

2011

2012

Den Haag

2013

2014

Rotterdam

2015

Bron: CBS Lokale Economie / VNG (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) ● Den Haag kende een toename in het aandeel bedrijfsvestigingen in de periode 2014-2019, net als elders in de G4 ● Den Haag kent relatief minder bedrijfsvestigingen dan Amsterdam, maar meer dan Rotterdam

3.3.3 Exporterende bedrijven

In een bloeiende economie wordt er niet alleen binnen Nederland gehandeld, maar vindt er ook veel export naar het buitenland plaats. Als we kijken naar het aandeel exporterende bedrijven per 100 vestigingen (het gaat hier om bedrijven die jaarlijks meer dan 5.000 euro aan goederen exporteren), dan zien we dat Den Haag achterblijft bij de overige drie grote steden (merk op dat het aandeel exporterende bedrijven elders ook laag ligt) en tussen 2014 en 2019 licht is gedaald (van 4% naar 3%; figuur 3.7). Deze stagnatie zien we ook elders in de G4. Het lagere aandeel exporterende bedrijven in Den Haag dan elders in de G4 zou verklaard kunnen worden door een grotere aanwezigheid van de overheidssector.

29

2016

2017

2018

2019

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

FIGUUR 3.7 PERCENTAGE EXPORTERENDE VESTIGINGEN, G4 2008-2019 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0%

2008

2009

2010

2011

Amsterdam

2012

2013

Utrecht

2014

2015

2016

Den Haag

2017

2018

2019

Rotterdam

Bron: CBS Lokale Economie / VNG (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) ● Den Haag kende stagnatie in het aandeel exporterende vestigingen tussen 2014-2019 ● Den Haag kent minder exporterende vestigingen dan elders in de G4

SAMENVATTEND ● Den Haag laat economische groei van bedrijven zien tussen 2014-2019: • Het BBP, het aandeel vestigingen, banen, en (snel-)groeiende bedrijven nam toe en het aantal bedrijfsvestigingen met krimp af. • Maar: • De groei in het BBP was zwak en het aandeel exporterende bedrijven nam niet toe; • BBP en bedrijvigheid in Den Haag is in het algemeen geringer dan in de andere drie grote steden en de groei in BBP bleef achter; • In 2020 daalt de economische groei door de coronacrisis, hoewel het effect ervan minder sterk lijkt voor Den Haag dan voor de andere drie grote steden.

3.4

Werk

Naast en in samenhang met de economische productie van bedrijven wordt de staat van de economie bepaald door de participatie van haar inwoners op de arbeidsmarkt. Vergaat het de bewoners van Den Haag economisch gezien beter of slechter dan de bedrijven in Den Haag? Werken ze steeds vaker of minder vaak en hoe staat het met inactiviteit?

30

DE HAAGSE HOGESCHOOL

3.4.1

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

Actieven en inactieven

We beginnen met het laatste, de actieven en inactieven in de bevolking. Het aandeel actieven wordt uitgedrukt door de bruto arbeidsparticipatie, oftewel het aandeel werkenden en werklozen tezamen in de totale bevolking tussen 15 en 75 jaar.23 Dit staat ook wel bekend als de beroepsbevolking. De inactieven zijn degenen die niet tot de beroepsbevolking worden gerekend, dus niet werkend of werkloos zijn. Ze bestaan bijvoorbeeld uit studerenden, gepensioneerden en huisvrouwen/-mannen. FIGUUR 3.8 BRUTO ARBEIDSPARTICIPATIE (% WERKENDEN EN WERKLOZEN IN BEVOLKING 15 - 75 JAAR), NEDERLAND EN G4 2003-2019 80% 78% 76% 74% 72% 70% 68% 66% 64% 62% 60%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9842882/1