RIS307824 Bijlage behorend bij de bijlage
Tekst van het document
Voordat het KC daadwerkelijk parkeerplaatsen zal afnemen (om baat, zie ook het antwoord op vraag 108), zal het aantal door het KC nader bezien worden. Dat gebeurt in het kader van het vanwege de BREEAM-certificering op te stellen vervoerplan. 113 Welk effect heeft de claim van 75 parkeerplaatsen voor het KC in de directe omgeving op de parkeerbalans van het Spuikwartier? Geen, de parkeerbehoefte van het KC (met name medewerkers) is onderdeel van de parkeerbalans. Reactie op de toelichting: Zie antwoorden op bovengenoemde vragen. 24/35
10
Projectmanagement contractvorm
Reactie op de toelichting: Voorafgaand aan de keuze voor een DBM en concurrentiegerichte dialoog moest worden voldaan aan bepaalde voorwaarden. Er is een marktconsultatie gehouden en mede op basis van de input daaruit is het document ‘DBM aanbestedingsstrategie en beoordelingscriteria’ van 1 oktober 2014 opgesteld. Dat document was als (geheime) bijlage bij RV94 (RIS276520) gevoegd, inclusief een second opinion van het RVB (Rijksvastgoedbedrijf) en een second opinion van de Rebel Group. Voor wat betreft de toepassing van DBM-contracten trekt het college overigens ook lering uit het onderhavige traject, zie de reactie van het college op deelconclusie 2 van het Rekenkamerrapport (RIS306611, pagina 257). 114 Rekenkamer: indien u het bovenstaande geweten had, zou u dan nog concluderen dat DBM met een concurrentie gerichte dialoog een proportionele en goede aanbestedingsstrategie zou kunnen zijn? (gezien het animo van de markt). De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. 115 Rekenkamer: kunt u een oordeel geven met betrekking tot nut en noodzaak van het geheim verklaren van de resultaten van de verschillende aanbiedingen, incl. het Juryrapport, onder de noemer ‘concurrentie gevoelig’ nadat de ontwerpen na dialoogronde 5 gefixeerd waren? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202.
116 Rekenkamer: kunt u duiden wat volgens u het gevolg geweest is van het onderbrengen van de ontwerpprocessen in een black box waardoor er geen controle mogelijk was door of voor de gemeenteraad? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. 117 College, wat is uw oordeel omtrent de marktconsultatie nu u deze vanuit marktperspectief gepresenteerd gekregen heeft? Het college oordeelt niet anders over de marktconsultatie dan dat zij dat in 2014 deed, Juist uit de reacties van die marktconsultatie blijkt dat de concurrentiegerichte dialoog als meest geschikte aanbestedingsprocedure werd gezien (reacties op vraag 7) en ook werd een contractvorm waarin ontwerp, realisatie en onderhoud zijn geïntegreerd (DBM) als goede contractvorm gezien (reactie op vraag 14). Het verslag van de marktconsultatie is aan de gemeenteraad verstrekt, zie RV94 (RIS276520). 118 Hoe ziet het College de mogelijkheden voor de gemeenteraad om toezicht en controle op de aanbesteding en het aanbestedingsresultaat uit te oefenen nu de projectorganisatie met DBM en de concurrentie gerichte dialoog in een black box is gaan opereren, waarbij te pas en te onpas alle relevante documenten geheim zijn verklaard? Het college herkent zich niet in deze beweringen.
119 College, onderschrijft u met de kennis van nu de evaluatie van de marktconsultatie nog? Zo ja waarom? En zo nee waarom niet? De evaluatie van de marktconsultatie is gebaseerd op de antwoorden die marktpartijen op aan hen gestelde vragen hebben gegeven. Een marktconsultatie evalueren op basis van die antwoorden én de kennis van nu is niet relevant.
25/35
11
Projectmanagement grondcadeau
120 Hoeveel compensatie heeft de gemeente al vooraf aan Heijmans gegeven voor de beëindiging van de exploitatierechten van de parkeergarage? Het is onduidelijk welke parkeergarage en compensatie wordt bedoeld. De vraag kan niet worden beantwoord. 121 Hoe en waar is deze compensatie verrekend? Zie het antwoord op vraag 120. 122 Hoe zijn deze kosten gedekt c.q. behoren die kosten wel of niet tot de investeringen in het OCC/Amare? Zie het antwoord op vraag 120. Reactie op de toelichting: Het college herkent zich niet in diverse (niet onderbouwde) stellingnames in de toelichting. Zie verder antwoord op onderstaande vragen 123 Is het aan de Rekenkamer bekend dat Heijmans tussentijds de aanbesteding voor het OCC verlaten had? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. 124 Hoe kan het college toelichten waarom Heijmans de aanbesteding voor het OCC tussentijds verliet? Dit is niet gebeurd. 125 Is het college bekend met het argument van Heijmans dat de risico’s reservering die zij trof volgens haar architecten te hoog was om een goed ontwerp te kunnen maken? Het college heeft geen oordeel over berichten van de architecten van Heijmans aan Heijmans. Dat is aan de marktpartijen. 126 Later is Heijmans met een andere architect weer toegetreden tot de aanbesteding.
Kan dat binnen de voorwaarden die van toepassing waren op de aanbesteding? Het is onjuist dat Heijmans de aanbesteding tussentijds zou hebben verlaten. Wat wel is gebeurd, is dat Heijmans haar team na de selectiefase heeft uitgebreid. 127 Mocht de bieding van Heijmans dan wel geldig worden verklaard in het kader van de aanbestedingsvoorwaarden? Ja. Zie ook het antwoord op vraag 124, evenals het antwoord op vraag 126. 128 Hoe kan het College dit verantwoorden? Zie het antwoord op vraag 124. 129 Kan het college documenteren onder welke voorwaarden Heijmans alsnog bereid was een aanbieding te maken terwijl het dialoogtraject al grotendeels was afgerond en het Heijmans projectkantoor alweer ontmanteld was? Zie het antwoord op vraag 124. 130 Zou de Rekenkamer of Justitie kunnen onderzoeken hoe Heijmans op verzoek van de projectorganisatie, de ambtelijk opdrachtgever (heeft bij Heijmans gewerkt) en/of de Wethouder in tweede instantie alsnog heeft deelgenomen aan de aanbesteding? 26/35
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. 131 Zou de Rekenkamer kunnen onderzoeken of de motivatie van Heijmans om weer de deel te nemen aan de aanbesteding is gelegen in de voorsprong die Heijmans zou hebben met het verzilveren van overwaarde van de bouwrechten die zij medio 2013 min of meer cadeau kreeg van wethouder Norder? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. 132 Vervolgens biedt de gemeente aan Heijmans de kans om tot een (onderhandse) transactie te komen met Boele & van Eesteren met betrekking tot haar bouwrechten met betrekking tot de commerciële ontwikkeling. Gesteld wordt dat de gemeente aan Heijmans de kans biedt om tot een (onderhandse) transactie te komen met Boele & Van Eesteren met betrekking tot haar bouwrechten inzake de commerciële ontwikkeling. Dat suggereert een actieve rol van de gemeente, als initiatiefnemer van deze contractovername. Dat is niet aan de orde. Het initiatief ligt bij de betrokken marktpartijen. De gemeente heeft deze contractovername enkel goedgekeurd.
133 College: Op basis van welke argumentatie besluit de gemeente een onaantrekkelijke waarde (fors lager dan de waarde die Boele & van Eesteren | Visser&Smit heeft geboden) als waarde te aanvaarden? Indien gedoeld wordt op de grondwaarde voor Toren A en Toren B: de marktconforme grondwaarde voor deze torens is bepaald op basis van een taxatie conform het gemeentelijke grondbeleid. 134 College: Waarom beroept de gemeente zich niet op de aanbesteding die een minimaal bod van € 20.696.000 eiste? Boele & van Eesteren |Visser & Smit bouw indiceerden een substantieel hogere waarde. Hoeveel hoger was die waarde? De grondwaarde is conform het gemeentelijke grondbeleid vastgesteld op basis van een taxatie. Het bedrag uit genoemde aanbesteding had een ander doel. De grondwaarde is opgenomen in de Grondexploitatie Spuikwartier waarover de gemeenteraad middels de Halfjaarrapportage is/wordt geïnformeerd (bijlage 2 van die rapportage). 135 College: Waarom laat de gemeente Heijmans en Boele & van Eesteren| Visser & Smit afspraken maken over het verschil tussen de herijkte waarde van de het ontwikkelrecht van Heijmans en de indicatie die Boele & van Eesteren | Visser & Smit bij aanbesteding afgegeven hebben? De indicatie bij de aanbesteding had een ander doel. De grondwaarde conform gemeentelijke grondbeleid is bepaald op basis van een taxatie.
Zie ook de toelichting in het antwoord op vraag 134. 136 Hoe hoog is het verschil tussen de waarde die Heijmans in onderhandeling met de gemeente bepaald heeft en die Boele & van Eesteren | Visser & Smit bij aanbesteding afgegeven hebben en waardoor Boele & van Eesteren mede de aanbesteding OCC wonnen? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: Zie het antwoord op vraag 135. De bedragen zijn niet met elkaar te vergelijken.
27/35
137 Waarom heeft het college Boele & van Eesteren niet gehouden aan haar waarde voorstel? Omdat daarvoor geen grond was. De grondwaardeberekening die partijen in het kader van de aanbesteding van de DBM-opdracht voor het OCC gedaan hebben geldt niet als een bieding of iets dergelijks, maar een in de aanbesteding van de DBM-opdracht aan alle inschrijvers gevraagde grondopbrengst op basis van verstrekte uitgangspunten. Het doel daarvan was om de verschillende gebiedsvisies op dat gebied met elkaar te kunnen vergelijken, naast de belevingswaarde (criterium 1a). Dit was om te voorkomen dat een plan gepresenteerd zou worden waarbij de nadruk in de prijskwaliteitverhouding van het gebied teveel zou liggen op de kwaliteit, en daarbij de prijs uit het oog wordt verloren. Daarnaast wordt opgemerkt dat de betreffende grondopbrengst onderdeel was van de inschrijving van Boele & van Eesteren B.V. in combinatie met Visser & Smit Bouw B.V. Die partijen hebben zich later verenigd in Cadanz vof. Hoewel beide partijen ook deel uitmaken van het VolkerWessels-concern is duidelijk sprake van een andere partij dan de partij die de torens A, B en C ontwikkelt. Dat betreft VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Nederland B.V., die dat ontwikkelrecht in 2016 heeft overgenomen van Heijmans Vastgoed B.V.
Reactie op de toelichting: Zoals uit de antwoorden op voorgaande vragen al blijkt is de relatie tussen de grondwaarde van de commerciële voorzieningen in het Spuikwartier en die waarmee in de aanbesteding van de DBM-opdracht is gerekend minder direct dan wordt verondersteld. Bij de aanbesteding van de DBM-opdracht voor Amare in 2015 heeft de gemeente ook om een gebiedsvisie gevraagd inclusief de bijbehorende grondwaarde, gebaseerd op enkele vaste uitgangspunten, die voor alle partijen gelijk waren. Het doel hiervan was om de gebiedsvisies van de inschrijvers financieel met elkaar te kunnen vergelijken en een afweging te maken. Het ging hier nadrukkelijk niet om het vastleggen van een grondbod van de betreffende partij of iets dergelijks. De grondwaarde naar aanleiding van de aanbesteding had dus geen status voor de werkelijke grondwaarde die zou moeten worden betaald. Het ontwikkelrecht van de commerciële ontwikkeling was op dat moment bovendien in handen van Heijmans. 138 Is het bij de Rekenkamer bekend wat de grondwaarde was die BvE|V&S becijferde bij haar inschrijving? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. 139 Is het bij College en raad bekend dat de aanbestedingsadviseur destijds op verzoek van de toenmalige wethouder aan de inschrijver verzocht heeft om de grondwaarde te verwijderen uit het aan het college en de raad te presenteren plan.
Na de aanbesteding en na het verstrijken van de bezwaartermijn is door de winnende inschrijver inderdaad, op verzoek van de toenmalige wethouder, een compilatie van diens inschrijving gemaakt, bestaande uit de informatie over stedenbouw, architectuur en duurzaamheid. Dat is aan het college en de gemeenteraad verstrekt. Tezamen met die compilatie is door de toenmalige wethouder overigens ook een rapport van het gunningsresultaat verstrekt. Daarin stond onder meer de grondwaarde van de twee geldige inschrijvingen. Reactie op de toelichting: Het was niet aan Heijmans om de door Cadanz in de aanbesteding opgegeven grondwaarde te realiseren. Die grondwaarde had immers een ander doel, zie de antwoorden op eerdere vragen en toelichtingen. Het was aan Heijmans om haar ontwikkelrecht in te passen in de (stedenbouwkundige) gebiedsvisie van Cadanz. Kort gezegd had die gebiedsvisie tot gevolg dat de commerciële ontwikkelingen in het Spuikwartier werden gepositioneerd, in plaats van (enkel) in het Wijnhavenkwartier. Het besluit van Heijmans om haar ontwikkelrecht te verkopen was haar eigen besluit.
28/35
140 Wat was de oorspronkelijke waardebepaling door BvE|V&S behorende bij de stedenbouwkundige visie van BvE|V&S? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: van een waardebepaling is nooit sprake geweest, zie het antwoord op vraag 137. 141 Op welke gronden heeft Heijmans het College kunnen overtuigen om af te wijken van de Visie bij het winnende OCC aanbod en de daaraan verbonden grondwaarde en dat de gemeente tevreden zou moeten zijn met een grondwaarde die meer dan waarschijnlijk fors lager is dan de minimum waarde die bij de aanbesteding als hard criterium gold? Zie het antwoord op vraag 134. Beantwoording van deze vraag is daarmee niet meer aan de orde. Reactie op de toelichting: Heijmans Vastgoed B.V. heeft het ontwikkelrecht voor het commerciële deel verkocht aan VolkerWessels Bouw en Vastgoed Nederland B.V. Hoewel beide partijen ook deel uitmaken van het VolkerWessels-concern is Cadanz vof een andere partij dan VolkerWessels Bouw en Vastgoed Nederland B.V. die de torens A, B en C ontwikkelt. Daar komt bij dat voor de bepaling van de grondwaarde in het kader van de aanbesteding van de DBM-opdracht voor alle partijen dezelfde uitgangspunten golden. En zoals in het antwoord op vraag 134 ook al aangegeven was die grondwaarde geen daadwerkelijk grondbod.
142 Hoe heeft het college de voordelen die bij een integrale planning en uitvoering voor de bouwer van het OCC ontstaan beoordeeld en of en hoe deze voordelen in de waarde indicatie van BvE|V&S verwerkt waren? De planning van het commerciële deel is voor VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Nederland B.V. niet anders dan dat deze voor Heijmans Vastgoed B.V. was geweest, hetzelfde geldt voor de omvang van de bouwplaats etc. Beantwoording van deze vraag is daarmee niet meer aan de orde. 143 Waarom heeft de jury resp. het College niet besloten om de resulterende waardebepaling van Heijmans ongeldig te verklaren omdat deze niet voldeed aan de bij aanbesteding bepaalde minimale waarde van € 20.696.000? Omdat daarvan geen sprake was. De door Heijmans ingediende grondwaardeberekening was (fractioneel) hoger dan het minimum. 144 Wat was het verschil tussen de waarde die met Heijmans was overeengekomen en de waarde die BvE|V&S geïndiceerd hadden bij de inschrijving? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: de bedragen zijn niet met elkaar te vergelijken. Zie ook het antwoord op vraag 135. Reactie op de toelichting: Over de toelichting die aan vraag 145 voorafgaat het volgende: De aanbestedingsprocedure is conform regelgeving verlopen. De aankondiging van opdracht is gepubliceerd op TenderNed en TED en was voor iedereen toegankelijk.
De markt heeft de tender in de marktconsultatie niet afgewezen. Zie het antwoord op vraag 117. Het is correct dat behalve een inschrijving voor een DBM-opdracht voor Amare ook naar een gebiedsvisie voor het gehele Spuikwartier is gevraagd, inclusief commerciële ontwikkelingen. Die commerciële ontwikkelingen maken geen deel uit van het object van aanbesteding, maar omdat de gebiedsvisie ook leidend is voor de positionering van Amare in het Spuikwartier is er daarmee wel een verband met de opdracht. 145 Heeft het College bij de gesprekken/overleggen/onderhandelingen met Heijmans de gunningsleidraad 'dialoog- inschrijf fase' gehanteerd of andere niet tot de aanbesteding behorende procedures, condities en criteria gehanteerd? 29/35
Voor alle partijen in de aanbesteding golden exact dezelfde procedures, condities en criteria, dus ook voor Heijmans. 146 Op grond van welke criteria en door de raad vastgestelde uitgangspunten heeft het College onderhandeld met Heijmans over de grondwaarde voor de commerciële ontwikkeling? De contractuele grondwaarde voor de commerciële ontwikkeling is al in 2013 tot stand gekomen na een openbare verkoopprocedure. 147 Als de gehanteerde methode afweek van hetgeen volgens de aanbesteding OCC gehanteerd zou worden, heeft het College de gemeente raad dan niet misleidt? Nee, de ontwikkel- en uitgifteovereenkomst tussen de gemeente en Heijmans Vastgoed B.V., die later (deels) is overgenomen door VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Nederland B.V., is in juli 2013 door de partijen ondertekend. Daar de aanbesteding van de DBM-opdracht voor Amare in 2014 is gestart en in 2015 is afgerond, is van het in de vraag veronderstelde mogelijke verband geen sprake. 148 Zo nee waarom niet? Zie het antwoord op vraag 144 en het antwoord op vraag 147. Reactie op de toelichting: De documentatie aan het college en de raad, zoals destijds verstrekt bestond uit: een compilatie van de inschrijving; een rapport van het gunningsresultaat. In het rapport van het gunningsresultaat stond onder meer de grondwaarde van de twee geldige inschrijvingen.
Om die reden is diezelfde informatie niet ook in de compilatie van de inschrijving opgenomen. In totaliteit bevatte de documentatie dus de complete informatie. 149 Waarom prees Wethouder Wijsmuller de grondwaarde indicatie van BvE|V&S in eerste instantie? De 'grondwaarde-indicatie' was één van de punten waarmee de combinatie van Boele & van Eesteren en Visser & Smit Bouw zich had onderscheiden van de andere partijen. 150 Waarom moet later de grondwaarde indicatie uit het zicht van College en raad verdwijnen? Dit is niet gebeurd. Zie ook het antwoord op vraag 139. Reactie op de toelichting: Zoals uit de antwoorden op voorgaande vragen en reacties op eerdere toelichtingen al blijkt is de relatie tussen de grondwaarde van de commerciële voorzieningen in het Spuikwartier en die waarmee in de aanbesteding van de DBM-opdracht is gerekend minder direct. De in de DBM-gehanteerde minimumwaarde is zodoende niet te vergelijken met de daadwerkelijke grondwaarde voor de commerciële ontwikkelingen, onder meer ook omdat in de minimumwaarde die in de aanbesteding van de DBM-opdracht is gehanteerd ook de grondwaarde van Amare zelf was opgenomen. Procesmatig gezien verkoopt Heijmans haar ontwikkelrecht niet aan Cadanz, maar aan VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Nederland B.V.
30/35
151 Waarom neemt het college geen afscheid van Heijmans met de mededeling ‘er is een beter bod’? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: de gemeente had een overeenkomst met Heijmans Vastgoed B.V. en geen beter bod. De in de aanbesteding van de DBM-opdracht voor Amare gevraagde grondwaarde was geen bod. Zie ook het antwoord op vraag 137. 152 Waarom laat het college toe dat Heijmans haar onderhandelingsresultaat verzilverd zonder dat ze zelf - zoals in de wereld van het gemeentelijk grondbedrijf gebruikelijk - een rol opeist als intermediair? De verkoop van het ontwikkelrecht door Heijmans Vastgoed B.V. aan VolkerWessels Bouw en Vastgoedontwikkeling Nederland B.V. is door die partijen zelf geïnitieerd. De gemeente had daartegen (enkel) geen bezwaar. De vraag naar een rol als intermediair kan het college niet duiden. 153 College: Kunt u de raad documenteren met betrekking tot alle afspraken die er sinds de ogenschijnlijk dubieuze afspraken die wethouder Norder rondom medio 2013 met Heijmans heeft gemaakt met betrekking tot Wijnhaven 2de tranche ? De gemeenteraad is in onder andere de GRIP en kwartaal-/halfjaarrapportages geïnformeerd over de bedoelde overeenkomsten. 154 Kan het college bevestigen dat de erfpachtwaarde voor Heijmans is vastgesteld onder de gebruikelijke waarden overeenkomstig het vigerende grondbeleid? Ja.
Reactie op de toelichting: Er is geen sprake van een korting op de grondwaarde. De onderbouwing volgt uit de antwoorden op de nadere vragen hierover. 155 College: Hoe hoog is deze korting geworden ten opzichte van de indicatie die BvE|V&S bij de inschrijving opgegeven hebben. Er is geen sprake van een korting. De waarde is conform het gemeentelijke grondbeleid bepaald op basis van een taxatie. Zie ook de toelichting in het antwoord op vraag 134. 156 Waarom volgt de Rekenkamer het college door te stellen dat Sonate (Spuikwartier) CV een Volker Wessels onderneming is? Via Googlen wordt snel duidelijk dat Sonate een onderneming is van Reggeborgh , een onderneming die een huisnummer verder zit bij de buren van VolkerWessels Bouw en Vastgoedontwikkeling? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Reactie op de toelichting: Zie eerdere reacties op toelichtingen en antwoorden op vragen. 157
Heeft het College de bouwgegadigde/aanbieder vooraf geïnformeerd over de locatie-specifieke situatie waardoor bouwgegadigde/aanbieder in de gelegenheid was om de risico’s verbonden aan de locatie af te wegen en in haar grondprijs indicatie te verwerken?
De ontwikkelopdracht is in 2013 aan Heijmans Vastgoed B.V. gegund. Daarin is ook locatie-specifieke informatie verstrekt. 158 Was/is de gegadigde/aanbieder volgens het College voldoende bekwaam om de risico’s van haar bod in te schatten? Het is onduidelijk welke gegadigde/aanbieder wordt bedoeld. 159 Zo nee, waarom is gegadigde/aanbieder dan geselecteerd om deel te nemen aan deze aanbesteding? 31/35
Het is onduidelijk welke gegadigde/aanbieder en welke aanbesteding wordt bedoeld. In het algemeen kan wel gezegd worden dat de gemeente Den Haag in alle aanbestedingen o.a. geschiktheidseisen hanteert. 160 Acht het College de gegadigde/aanbieder financieel in staat om substantieel risico’s qua locatieen planontwikkeling te dragen? (Reggeborgh staat garant en is goed voor enige miljarden euro’s). Zie het antwoord op vraag 159. 161
Waarop is de conclusie van Wethouder Wijsmuller gebaseerd dat als het commerciële programma in zowel omvang als waarde per m2 fors toeneemt, er géén extra locatiewaarde (grondopbrengst) ontstaat omdat Sonate (lees: Reggeborgh) forse problemen moet oplossen.
De conclusie waar in de vraag naar wordt verwezen kan het college (op basis van enkel de vraag) niet terugvinden. Reactie op de toelichting: In de toelichting voorafgaand aan vraag 162 wordt verwezen naar holtes onder de keldervloer, grondwaterstromen, niet eerder onderkende constructies etc. Die worden in verband gebracht met zowel Cadanz als Sonate. Het is van belang om daarin onderscheid te maken. Cadanz en Sonate (VolkerWessels Bouw en Vastgoedontwikkeling Nederland B.V.) zijn twee verschillende partijen die aan verschillende projecten werken, met in beide gevallen een andere rol van de gemeente. Cadanz is opdrachtnemer van de gemeente en Sonate koopt grond van de gemeente en is ontwikkelaar. Cadanz is tijdens de uitvoering geconfronteerd met holtes onder de keldervloer en grondwaterstromen en niet eerder onderkende constructies (zoals dikkere keldervloeren dan op grond van de tekeningen kon worden verwacht, betonplaten in de bodem die niet op tekening stonden). Zie daarover het raadsvoorstel van juni 2018 (RIS300068) en de toelichting daarop (RIS300066), alsmede ook de antwoorden op technische vragen daarover (RIS300121, met name vragen 2, 34 en 36). In het geval van de bouw van met name Toren A ging het om een kostbare funderingsconstructie, gezien de bestaande onderliggende kelder. Zie de antwoorden op de schriftelijke vragen daarover (RIS302789).
162 Is het College van mening dat de gegadigden voor de aanbesteding ontoereikende informatie over de opstallen hebben ontvangen, zodat zij de risico’s niet goed konden inschatten? Nee. 163 Is het College van mening dat de gegadigden voor inschrijving onvoldoende in staat zijn geweest om het noodzakelijke onderzoek te doen, zodat ze niet in staat waren de risico's in te schatten? Nee, zie het antwoord op vraag 162. 164 Is het College van mening dat gegadigden voldoende mogelijkheden hebben gehad om tijdens de respectievelijke dialoogronden aanvullende vragen te stellen? Ja.
32/35
165 Kan het College bevestigen dat de inschrijver middels de inschrijving heeft verklaard de ontwikkeling en de realisatie voor haar rekening en risico te kunnen realiseren? Nee. In beide projecten (Amare en torens A, B en C) is sprake van een bepaalde risicoverdeling. Voor Amare is deze risicoverdeling mede op grond van de standaardvoorwaarden UAV-GC 2005. Daarin is een specifieke paragraaf opgenomen over bodemaspecten, waarvan de strekking is dat niet alle risico's op dat vlak onverkort bij de opdrachtnemer liggen. 166 Waarom kunnen Cadanz en Sonate nadat de locatierisico’s in de prijsvorming bij de aanbesteding door de rechtsvoorgangers van Sonate adequaat ingeschat zijn, bij het college begrip vinden voor het compenseren van hun ondernemingsrisico’s waar Sonate en Cadanz hebben verklaard het project voor eigen rekening en risico te realiseren? Zie het antwoord op vraag 165. 167 Kan het College onderschrijven dat bij toename van de omvang van het commerciële programma deze groei voor een groot deel een verschuiving van relatief lage waarde met een hoog risico naar een hogere waarde met een lager risico oplevert? In het algemeen zijn er meerdere factoren van invloed op de waarde en het risico van een ontwikkeling. De grondwaardes voor Toren A en Toren B zijn overigens bepaald op basis van een taxatie conform gemeentelijk grondbeleid.
168 Zo nee, waarom klopt deze redenering niet? Zie het antwoord op vraag 167. 169 Kan het college onderschrijven dat groei in de sfeer van de hogere appartementen en penthouses per m2 méér waarde genereert dan de lagere verdiepingen zonder zon of uitzicht? De waarde van een gebouw of appartementen is afhankelijk van de opbrengsten én kosten. Appartementen met een hogere kwaliteit generen in het algemeen een relatief hogere opbrengst. Dit moet echter wordt afgezet tegen de kosten. De conclusie gaat hier niet op in en kan daarom niet worden onderschreven. 170 Hoe en in welke omvang heeft het college deze meerwaarde met een hogere grondprijs verzilverd? De grondwaarde is bepaald op basis van een taxatie conform gemeentelijk grondbeleid van het plan zoals dat op dit moment wordt gerealiseerd. 171
Kan het college aangeven waarom de ontwikkelaar/aannemer gezien alle tegenvallers kennelijk geen baas is over haar eigen planning en keuze van bouwmethoden?
Uw stelling is niet van toepassing op Sonate. De bouw van Toren A en de bouw van Toren B lopen immers volgens planning en de grondwaarde is conform taxatie. Sonate is een ontwikkelaar, Cadanz is dat niet. Cadanz is ook geen ontwikkelaar/aannemer, maar een DBM-aannemer. Wanneer wordt gedoeld op Cadanz, kan gesteld worden dat Cadanz volledig baas is over zijn eigen plannen en bouwmethoden. Het is geen regie-opdracht waarbij de opdrachtgever op traditionele wijze aangeeft wat de aannemer moet doen en hoe hij dat moet doen. 172 Kan het College bevestigen hoe het kan dat de ontwikkelaar/aannemer niet op de hoogte is dat er onder onderheide vloeren holtes ontstaan en dat er op de locatie Spui grondwaterstromingen zijn die Wareco in kaart heeft gebracht? Zie het antwoord op vraag 162. 173 Hoe heeft het College beoordeeld of laten beoordelen in hoeverre ‘niet te voorziene holtes onder kelders’ en ‘verrassende rivieren onder de grond’ een reële basis zijn voor een gesprek over onvoorziene omstandigheden, die aanleiding kunnen zijn voor verrekening van meerkosten ? 33/35
Hierover heeft het college inhoudelijk en juridisch advies ingewonnen bij diverse deskundigen. Ten aanzien van de noot bij deze vraag merkt het college op dat hier sprake lijkt van een verwarring tussen de projecten Amare en torens A, B en C. Reactie op de toelichting: De raad is over het vervallen van de sociale huurwoningen uitgebreid geïnformeerd, met een brief hierover (RIS301595) en de beantwoording van een groot aantal vragen daarover (RIS302789). In de beantwoording van de vragen wordt hier in detail meer op ingegaan. 174 Hoeveel sociale huurwoningen met totaal aantal vierkante meters GBO waren er vastgelegd in het ontwikkelplan op basis waarvan de grondwaarde bij aanvang bepaald is? Geen. Initieel waren er geen sociale huurwoningen voorzien. Die zijn later, op verzoek van de gemeente toegevoegd, maar wel met de afspraak dat deze niet hoefden te worden gerealiseerd als deze niet tegen kostprijs konden worden verkocht aan een corporatie. Het bouwprogramma in de uitgifteovereenkomst van juli 2019 bevatte daarom geen sociale huurwoningen meer. Zie ook het antwoord op vraag 2 (geheim) van de schriftelijke vragen hierover uit 2019 (RIS302789). Meer in het algemeen verwijst het college bij dit onderwerp naar de brief hierover (RIS301595) en de beantwoording van een groot aantal vragen daarover (RIS302789).
175 Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in het Schetsontwerp? Zie het antwoord op vraag 174. 176 Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in het Voorlopig ontwerp? Waarom hebben die niet in de tekeningen gestaan die zijn ingediend voor de beginselplanbehandeling? Zie het antwoord op vraag 174. 177 Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in het definitief ontwerp? Zie het antwoord op vraag 174. 178 Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in de aanvraag omgevingsvergunning? Hebben wij het goed gezien dat hier geen enkele van dit type en m2 GBO resteerden? De omgevingsvergunning is gebaseerd op het plan zoals dat op dit moment wordt gerealiseerd. Dit plan bevat geen sociale huurwoningen. 179 Hoe geloofwaardig is het college als het namens de aannemer verdedigt dat dergelijke kleine sociale huurwoningen aan zijn aangeboden aan een corporatie voor € 280.000/eenheid, met als excuus dat dit de reële, door de gemeente getoetste kostprijs zou zijn? Het is niet aan het college om de geloofwaardigheid van het college te beoordelen.
180 Hoe geloofwaardig is een wethouder die tekent voor een afspraak dat de sociale woningen voor kostprijs aan corporaties aangeboden mogen worden om vervolgens toe te laten dat de bouwer een gemiddelde m2-prijs bepaalt, waarmee dit woningtype letterlijk uit de markt wordt geprijsd? De geloofwaardigheid van de betreffende wethouder wordt niet in twijfel getrokken. De kostprijs voor de sociale woningen lag te hoog voor de aankoop door de corporatie.
34/35
12
Projectmanagement bouwplaats / Schedeldoekshaven
Reactie op de toelichting: Het college herkent zich niet in de toelichting. 181
Hoe verklaart het College dat er - ondanks het veelvoud aan externe adviseurs - niemand bij de gemeentelijke organisaties is die in de gaten heeft en houdt dat de bouwer tonnen bespaart en de gemeente miljoenen verspilt?
Gevraagd wordt naar een verklaring voor een stelling die niet gedeeld wordt door het college. Het college gaat niet op de stelling in. Reactie op de toelichting: Het college heeft waardering voor het onderzoek van de Rekenkamer. Dat onderzoek geeft nog meer inzicht in deze twee samenhangende projecten en geeft bovendien handvatten om te leren en dergelijke projecten en grondexploitaties in de toekomst nog beter te doen. Dat geldt zowel voor de informatievoorzieningen naar de raad als in de uitvoering. In haar reactie op het Rekenkamerrapport (RIS306611) is dat nader toegelicht (pagina 250 e.v.). Het college herkent in de hier gegeven toelichting evenwel geen samenvatting of iets dergelijks van dat rapport. 182 Gaat het college en gaat de gemeenteraad er nu écht wat van leren? Het antwoord is Nee tenzij het College en de opeenvolgende coalitiepartijen in de spiegel durven te kijken? Dit is geen vraag, maar een stelling. Het college gaat niet op de stelling in. 183 Nee, tenzij men ophoudt met de krampachtige en overdreven geheimhouding, die primair is ingegeven uit angst voor de eigen bevolking (lees kiezers) ? Dit is geen vraag, maar een stelling. Het college gaat niet op de stelling in. 184 Nee tenzij men raadsleden de mogelijkheid geeft om zich te laten bijstaan –ook bij vertrouwelijke stukken onder geheimhouding– door onafhankelijke deskundigen zoals SOS Den Haag.
Hulp om de oogkleppen af te zetten, de kennis, attitude en kunde van de diensten kritisch te beschouwen en daarmee te ontsnappen aan de voortdurende tunnelvisie. Dit is geen vraag, maar een stelling. Het college gaat niet op de stelling in. 185 De oplossing is de raad en het college te voorzien van inhoudelijk en onafhankelijk boerenverstand dat kan rekenen en niet louter vaart op logo's en reputaties. Dit is geen vraag, maar een stelling. Het college gaat niet op de stelling in. 186 Verandert er iets? Het antwoord is Nee indien men alleen maar yes man als adviseur aanvaard. Yes man zitten er ook bij TG, Berenschot, Pels Drooglever Fortuijn, etc. Dit is geen vraag, maar een stelling. Het college gaat niet op de stelling in. 187 Ook binnen de eigen gelederen moet men ophouden met het bedreigen van kritische medewerkers en leren om open te staan voor kritisch tegenspel. Dit is geen vraag, maar een stelling. Het college gaat niet op de stelling in. 188 Kàn er wat veranderen? Het antwoord is Ja alleen moet men dan wel de trap van boven af durven schoon te maken en feiten boven angstige politiek durven plaatsen. Dit is geen vraag, maar een stelling. Het college gaat niet op de stelling in.
35/35