RIS307824 Bijlage behorend bij de bijlage
Tekst van het document
Conclusie 1 Rekenkamerrapport Reactie op de toelichting: In de reactie van het college op het Rekenkamerrapport is al uitgebreid ingegaan op de conclusie van de Rekenkamer. Binnen de gebiedsontwikkeling Spuikwartier is sprake van verschillende projecten met eigen budgetten. 1
Ten laste van welk budget is de € 4.200.000 - die, naar nu gebleken is volgens de Rekenkamer, zonder contractueel argument, overgemaakt wordt naar Cadanz, - geboekt?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: Zie de reactie op de toelichting voorafgaand aan vraag 1. 2
Gaat het college deze onrechtmatig te noemen betaling terugvorderen bij Cadanz aangezien zij deze constatering niet bestrijdt?
Er is geen sprake van een onrechtmatige betaling, noch wordt dit door de Rekenkamer geconstateerd en al hierom is het terugvorderen daarvan niet aan de orde. 3
Kunnen Rekenkamer en college het proces dat geleid heeft tot het aanvaarden van deze extreme kosten als wijzigingsopdracht documenteren? Het gaat immers om de essentie van de DBMovereenkomst en de interpretatie daarvan. Wethouder Wijsmuller heeft nogal wat keren voor de raad verklaard dat er een sterke DBM-overeenkomst was en dat de markt de risico’s droeg!
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: De gevelaanpassing was nodig om te kunnen voldoen aan het Beeldkwaliteitsplan Spuikwartier (RIS244499), dat in juni 2016 door de gemeente is vastgesteld. Dat beeldkwaliteitsplan was er niet ten tijde van de aanbesteding van de DBM-opdracht in 2015 en maakte daarom geen deel uit van de DBM-overeenkomst tussen gemeente en Cadanz. Het verschil tussen het nieuwe beeldkwaliteitsplan en het beeldkwaliteitsplan van Cadanz zelf wordt door het college toegelicht in het antwoord op vraag 5. 4
Aangezien € 4.200.000 voor het voorzien van 20% van de gevel van schijnkolommen (decor) wel heel erg veel geld is! Kan het college documenteren wat er allemaal vergoed is onder de verhullende noemer ‘Alzijdig maken van het gebouw’ (materiaal, materieel, manuren, opslagen enz.)? Werden ook de 4 maanden verloren tijd in het ontwerptraject vergoed en het herstellen van de onderkende 150 manco’s in het VO verwerkt?
De stelling dat € 4.200.000 voor 20% van de gevel heel veel geld is, is niet door de vraagsteller onderbouwd. Het gaat in ieder geval niet enkel om schijnkolommen. De gemeenteraad is in 2018 geïnformeerd over deze kosten, als onderdeel van de package-deal, en de gemeenteraad heeft daarmee ingestemd. Zie daarvoor het raadsvoorstel (RIS300068) en de toelichting daarop (RIS300066), alsmede ook de antwoorden op technische vragen daarover (RIS300121, met name het antwoord op vraag 1).
5
Moet het college nu niet erkennen dat het risico dat met betrekking tot het verkrijgen van de omgevingsvergunningen deels bij de Opdrachtgever is komen te liggen? Zo ja waarom is dat niet gemeld? Zo nee waarom niet?
Nee, het college erkent niet dat het risico met betrekking tot de omgevingsvergunning hiermee deels bij de opdrachtgever is komen te liggen. Onderdeel van de inschrijving van Cadanz van 1 juli 2015 was een beeldkwaliteitsplan. Daarin stond het volgende: “De openheid van het gebouw wordt gereflecteerd door de ‘alzijdigheid’: het OCC toont zich naar alle kanten. Ook aan de kant van de Schedeldoekshaven, waar de Rivierenbuurt uitzicht heeft op het OCC, ontstaat geen onaantrekkelijke achterzijde.” In juni 2016 is door de gemeente een ander beeldkwaliteitsplan vastgesteld, namelijk het Beeldkwaliteitsplan Spuikwartier (RIS244499). Daarin is onder meer het volgende opgenomen: “Het is een gebouw met een alzijdige gevel die gelaagd is opgebouwd en zich naar alle richtingen in gelijkwaardige voornaamheid presenteert.” en “De gevel wordt bekroond met een uitkragende kroonlijst van hetzelfde materiaal. Achter deze gevel bevindt zich een hoofdzakelijk glazen (vlies)gevel waarachter zich de verschillende functies en ruimtes bevinden.”. Dit is explicieter en legt de lat hoger dan het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel was van de inschrijving van Cadanz. De welstandscommissie heeft zich gebaseerd op het in juni 2016 vastgestelde Beeldkwaliteitsplan en niet op het beeldkwaliteitsplan van Cadanz, zoals ingediend bij de inschrijving. Uit die discrepantie komt dit punt voort. 6
Moet het college niet onderkennen dat door € 4.200.000 te betalen de overeenkomst/ risicoverdeling met betrekking tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning en het daarvoor noodzakelijke positieve welstandsadvies opengebroken is zonder dat aan de raad kenbaar te maken? Zo nee waarom is de raad niet om uitbreiding van het mandaat daartoe verzocht? Zo ja waarom heeft het college dat ingewilligd?
Nee, de post was onderdeel van de packagedeal, waarover de gemeenteraad in 2018 is geïnformeerd en waarmee de gemeenteraad heeft ingestemd. Zie daarvoor het antwoord op vraag 4, het raadsvoorstel (RIS300068) en de toelichting daarop (RIS300066), alsmede ook de antwoorden op technische vragen daarover (RIS300121, met name het antwoord op vraag 1). 7
Welke deskundigen hebben het openbreken van de overeenkomst middels advies en validatie ondersteund?
Voor zover met het openbreken van de overeenkomst in dit geval op de packagedeal van 2018 wordt gedoeld het volgende. Over de aanleiding en voorbereiding daarvan en ook over de betrokken deskundigen, is de gemeenteraad geïnformeerd met het raadsvoorstel (RIS300068) en de toelichting daarop (RIS300066), alsmede ook de antwoorden op technische vragen daarover (RIS300121). 8
Moet het college niet onderkennen dat na een dergelijke vorm van compenseren de principes van de DBM overeenkomst sterk bijgesteld zijn richting een traditionele overeenkomst ‘in regie’. Zo nee waarom niet? Zo ja waarom?
Nee, omdat het hier om één specifiek onderdeel gaat, met een specifieke reden (zie het antwoord op vraag 4 en op vraag 6).
2/35
9
Kan het college garanderen dat er bij een grondig en inhoudelijk onderzoek van alle VTW’s (Voorstel Tot Wijziging) door deskundigen er niet meer traditionele verrekeningen in beeld komen? Zo nee, welke andere verrekeningen hebben er plaats gevonden waarbij eisen afgeruild zijn tegen nieuwe wensen van de gebruikers of andere stakeholders?
U lijkt met de omschrijving "traditionele verrekeningen" te verwijzen naar het onderdeel dat extra is gevraagd op basis van het Beeldkwaliteitsplan van juni 2016 (RIS 244499), dus na het afsluiten van het contract. Dat onderdeel is in de voorgaande vragen al toegelicht als zijnde een zeer specifiek onderdeel, met een specifieke reden. 10
Kan het college garanderen dat de DBM overeenkomst-principes niet geheel over boord gezet zijn en na de package deal omgevormd zijn naar een regie opdracht? Zo ja waarom? Zo nee waarom niet?
De DBM-principes zijn niet overboord gezet en er is geen sprake van een regieopdracht. Zie ook de antwoorden op de vragen 4 tot en met 9. 11
Kan het college aangeven wat er met de middelen die voor de mansarde kappen gereserveerd waren gebeurd is?
Het college heeft hier al in de halfjaarrapportage van Q2 en Q3 2019 een toelichting op gegeven. Zie bijlage 3 van RIS303982. Bovendien heeft het college in februari 2020 (Beantwoording 89 vragen SOS Den Haag Definitief d.d. 18 februari 2020 (RAAD 2020.14) een toelichting gegeven op de mansardekappen. Deze mansardekappen maakten deel uit van voorstellen tot ‘optimalisatie van de dakranden’, hetgeen een van de voorstellen was in het totale pakket aan mogelijke ontwerpverbeteringen. Het vervallen deel van de mansardekappen is niet aan Cadanz opgedragen.
3/35
Transparant projectmanagement Wat de genoemde posten uit de budgettering betreft: Het college verwijst hiervoor naar haar reactie op het Rekenkamerrapport (RIS306611, pagina 250 en verder). 1 Projectmanagement Spuigarageverbouwing Reactie op de toelichting: De ingrepen aan de Spuigarage zijn inderdaad onderdeel van de GREX Spuikwartier. Deze kosten zijn niet altijd al onderdeel geweest van het project Spuiforum en OCC. Het is een openbare parkeergarage en geen onderdeel van OCC/Amare. Bijvoorbeeld: bezoekers van Amare kunnen in de Spuigarage parkeren, maar ook gebruik maken van andere parkeermogelijkheden in de omgeving. De Spuigarage is één van de projecten binnen het Spuikwartier, naast OCC/Amare. 12
Wat zijn de beweegredenen om deze kosten (€ 5.300.000) buiten het budget van het OCC te brengen en ze wel in de aanneemsom op te nemen?
Het investeringsproject Amare heeft als scope het ontwerp en de bouw van Amare. De Spuigarage valt daarbuiten. De aankoop, verbouwing en verkoop van de Spuigarage is onderdeel van de GREX Spuikwartier. Zie RV94 (RIS276520) en de bijlagen daarbij, met name de Grondexploitatie CE113 Spuikwartier (geheim). Beide onderdelen (Amare en de Spuigarage) zijn inderdaad wel onderdeel van de opdracht aan Cadanz. In RV94 (RIS276520) is dan ook vermeld: "Het aan te besteden werk bestaat naast het onderwijs- en cultuurcomplex verder uit de aanleg/aanpassing van de parkeergarage onder het dans- en muziekcentrum, aanpassing van ondergrondse toeritten daarvan en een fietsenstalling." De opdracht van Cadanz is dus breder dan enkel het investeringsproject Amare. De beweegreden is dat met name dat het bouwen van Amare en het aanpassen van de Spuigarage (met name het deel direct onder Amare) door twee verschillende aannemers heel ingewikkeld en duur zou zijn geweest. 13
Zijn de betreffende ingrepen functioneel (aanbod), technisch (fundatie) of herstel om de garage aan ASR terug te kunnen leveren?
Het gaat om bouwkundige en installatietechnische aanpassingen van de parkeergarage. De kwaliteit van de parkeergarage wordt verbeterd en het aantal parkeerplaatsen wijzigt. 14
Was het PvE van ASR met betrekking tot de teruglevering onderdeel van de ‘geheime’ Vraagspecificatie? Is het DBM contract met Cadanz hiervan afgeweken en zo ja waarom?
Het PvE (Programma van Eisen) is onderdeel van de vraagspecificatie. In het DBM-contract met Cadanz is hiervan niet afgeweken.
4/35
15
Hoe zijn de kosten verwerkt in de aanneemsom?
Zoals in RV94 (RIS276520) is opgenomen is het aan te besteden werk, en daarmee dus de opdracht van Cadanz, breder dan alleen Amare. Ook de aanpassingen aan de Spuigarage maken deel uit van de opdracht van Cadanz. De kosten daarvoor zijn dus ook onderdeel van de ‘aanneemsom’ van Cadanz. Er zijn dus geen kosten toegevoegd aan het budget voor de realisatie van Amare, Cadanz heeft een opdracht voor de nieuwbouw van Amare én voor het realiseren van onderdelen uit de GREX Spuikwartier. 16
Zijn er VTW’s met betrekking tot de garage gehonoreerd?
Ja. 17
Waarom worden delen van de garage op de vergunningstekening voorzien van een wolk?
Het is niet duidelijk welke tekening wordt bedoeld. In algemeenheid geldt dat het gebruikelijk is om delen van een tekening te omcirkelen (wolken) om daarmee kenbaar te maken dat dit gedeelte nog verder uitgewerkt moet worden. Na de uitwerking worden deze delen alsnog aan het bevoegd gezag voorgelegd.
5/35
2
Projectmanagement Fietsenstalling
Reactie op de toelichting: Het is niet correct dat nu (pas) duidelijk zou zijn dat de fietsenstalling onderdeel is van de GREX Spuikwartier. Dat blijkt al uit de bij RV94 (RIS276520) en de bijlagen daarbij. In de bijlage ‘Grondexploitatie CE-113 Spuikwartier’ is dit uitgewerkt. 18
Hoe is het mogelijk dat de fietsenstalling uit de overeenkomst en dus uit het budget van het OCC gehaald is terwijl het eenduidig onderdeel is van de vraag- en aanbodspecificatie van de gemeenteraad? (zie PvE 29.08.2014)
De fietsenstalling is niet uit de overeenkomst en uit het budget gehaald. De fietsenstalling maakt deel uit van de overeenkomst tussen gemeente en Cadanz. Wat het budget betreft geeft RV94 (RIS276520) duidelijkheid. Daarin staat vermeld: "Het aan te besteden werk bestaat naast het onderwijs- en cultuurcomplex verder uit de aanleg/aanpassing van de parkeergarage onder het dans- en muziekcentrum, aanpassing van ondergrondse toeritten daarvan en een fietsenstalling." De opdracht van Cadanz is dus breder dan enkel het investeringsproject Amare. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de fietsenstalling een openbare fietsenstalling betreft. Het beoogd gebruik is breder dan alleen voor Amare. 19
Hoe is het budget fietsenstalling aan het bouwbudget/ aanneemsom weer toegevoegd terwijl het al onderdeel uitmaakte van de vraag en het aanbod? Welke transactie hebben er plaats gevonden en welke kosten of werkzaamheden zijn er met deze transactie gedekt?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: zie het antwoord op vraag 18. 20
Kan het college met verslagen en opdrachten de besluitvorming documenteren en transparant maken hoe de fietsenstallingen uit de ‘vraagspecificatie’ en uit het ‘aanbiedingsontwerp’ naar een ander budget over geheveld zijn of andersom?
De besluitvorming over de fietsenstalling door de gemeenteraad is vastgelegd in het RIS. Het college is daar niet vanaf geweken. Zie ook het antwoord op vraag 18. 21
Met welk Verzoek tot Wijziging of welke transactie is de € 700.000 overgeheveld?
Er is geen sprake van overheveling. In RV94 (RIS276520) staat vermeld: "Het aan te besteden werk bestaat naast het onderwijs- en cultuurcomplex verder uit de aanleg/aanpassing van de parkeergarage onder het dans- en muziekcentrum, aanpassing van ondergrondse toeritten daarvan en een fietsenstalling." Dit is ook verwerkt in de grondexploitatie die als bijlage bij dit raadsvoorstel is gevoegd. De opdracht van Cadanz is dus breder dan enkel het investeringsproject Amare en omvat tevens de toeritten.
6/35
3 22
Projectmanagement Spaghettiwerk Kan het college aangeven waarom de aanpassingen aan het Spaghettiwerk –die 100% voorspelbaar en kwantificeerbaar waren als onderdeel van het OCC project– op enig moment buiten vraagspecificatie, aanbiedingsontwerp en projectbudget geplaatst zijn en schijnbaar als onderdeel van een ander project ten laste van een ander budget uitgevoerd zijn?
Zie het antwoord op vraag 21. Conform RV94 (RIS276520) maken deze werkzaamheden in financiële zin onderdeel uit van de grondexploitatie. De gebiedsvisie uit 2015 is vervolgens vertaald in de herziene grondexploitatie van begin 2016 (RIS292663), waarin voor de spaghetti een ‘fixed price’ is opgenomen. 23
De werkzaamheden met betrekking tot het Spaghettiwerk waren duidelijk als een onderdeel van de DBM overeenkomst aangeboden en zijn door Cadanz uitgevoerd. Deze werkzaamheden waren dus in de aanneemsom verwerkt. Hoe is de post van € 700.000 overgegaan naar de aanneemsom van Cadanz en waartoe is dit budget aangewend?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: zie het antwoord op vraag 22. 24
Hoe en waarvoor is het budget overgeheveld naar de aanneemsom van Cadanz?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: zie het antwoord op de vragen 15 en 22.
7/35
Projectmanagement Retail Reactie op de toelichting: In de toelichting is vermeld dat nu uit het Rekenkamerrapport blijkt dat er naast een separate GREX voor Retail (€ 2,9 mln.) er binnen de GREX van het OCC ook nog eens € 1,7 mln. is gereserveerd. Dat is niet correct. Er is geen separate GREX voor retail. De ‘retail’ was tot 2016 onderdeel van de GREX Spuikwartier, maar is in 2016, op grond van de (gewijzigde) BBV in een eigen investeringsproject opgenomen. Een GREX van OCC/Amare bestaat niet. Het investeringsproject horeca en detailhandel (‘retail’) kent opbrengsten en kosten. Die kosten bestaan hoofdzakelijk uit bouwkosten en grondkosten. De grondkosten worden vanuit het investeringsproject horeca en detailhandel betaald aan de GREX Spuikwartier, net als dat vanuit het investeringsproject Amare grondkosten (voor Amare) zijn betaald aan de GREX Spuikwartier. 25
Is het correct dat Retail tweemaal in de Grex voorkomt met een eigen Grex en als onderdeel van de Grex van het OCC? Zo ja wat is het doel van 2 maal geld reserveren voor Retail?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: zie de reactie van het college op de bovenstaande toelichting. 26
Indien Retail duidelijk benoemd is in de vraagspecificatie en in het aanbod verwerkt is hoe is het mogelijk dat dit nu volgens het college géén onderdeel zou uitmaken van het project?
De horeca & detailhandel (retail) maakte onderdeel uit van de GREX Spuikwartier en is sinds 2016 een eigen investeringsproject. De betreffende ruimten worden na oplevering verhuurd en/of verkocht. Daarmee is het anders dan Amare, dat eigendom is en blijft van de gemeente. De betreffende ruimten zijn geïntegreerd in Amare en dus ook contractueel onderdeel van de opdracht aan Cadanz. Zie ook het antwoord dat de Rekenkamer heeft gegeven op vraag 25 en het antwoord van het college daarop, inclusief de reactie van het college op de toelichting. 27
Is het niet normaal om onder de gegeven omstandigheden de lasten van het Retail als onderdeel van het project te nemen en de eindwaarde als baten toe te voegen? Dat was immers destijds de motivering om Retail op te nemen in het PvE.
Als dat gebeurd zou zijn, dan was dat saldo-neutraal geweest. Zie ook het antwoord op vraag 25. 28
Hoe en waarvoor zijn de middelen uit de Grex voor het OCC en de Grex retail overgeheveld naar de realisatie van het OCC?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: zie het antwoord op de vragen 25 en 26, alsmede de reactie van het college op de toelichting.
8/35
5
Projectmanagement Historische kosten
Reactie op de toelichting: In de toelichting is vermeld dat het gebruikelijk is dat al eerder gemaakte kosten als historische kosten worden geboekt. Het college verwijst wat dat betreft naar RV94 (RIS276520). Daarin is omschreven dat bij de transitie van het project Spuiforum naar het project OCC is geconstateerd dat er binnen het project Spuiforum € 7,1 mln. aan kosten gemaakt is die geen meerwaarde hebben voor het project Spuikwartier. Deze kosten moeten daarom als vergeefse kosten beschouwd worden. Conform het voorzichtigheidsbeginsel zijn deze kosten als verliezen genomen op het moment dat ze geconstateerd zijn. Zoals gebruikelijk is die transitie van een oud naar een nieuw project in twee stappen gegaan: het openen van een nieuw project en het afsluiten van het oude project. Alle kosten en opbrengsten uit het oude project die relevant zijn voor het nieuwe project worden daarbij overgeboekt van het oude naar het nieuwe project. Kosten die geen meerwaarde hebben voor het nieuwe project blijven achter in het oude project. Dat is de gebruikelijke manier van werken. 29
Waar zijn de historische kosten weg geboekt?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: In raadsvoorstel RV94 (RIS276520) is bij besluitpunt VIII aangegeven, en door de raad bekrachtigd, dat de historische kosten worden afgeboekt ten laste van de in dat dictum aangegeven dekking. Opmerking bij de toelichting van SOS Den Haag: Het college vermoedt dat u refereert aan de structurele toevoeging vanuit de algemene middelen aan het cultuurbudget van € 2,7 mln. per jaar uit het raadsbesluit Actualisering dekkingsbesluit Amare en verwacht resultaat bedrijfsexploitatie Amare (RIS304964). Wethouder van Asten heeft tijdens de commissievergadering van 27 mei 2020 mondeling toegelicht dat dit raadsvoorstel volgt uit de huurcontracten en andere juridische overeenkomsten die al in 2013 zijn afgesloten. De huurcontracten hebben overigens ter inzage gelegen voor de gemeenteraad. 30
Kan het college een overzicht verstrekken van de historische kosten zodat de raad zich een oordeel kan vellen of deze correct, marktconform en doelmatig besteed zijn?
In RV94 (RIS276520) is de volgende toelichting opgenomen over deze historische kosten: "Het Spuikwartier is een ander plan dan het Spuiforum. Een deel van de reeds gemaakte kosten heeft geen nut meer voor het toekomstige plan en is derhalve niet meer opgenomen in de kostenramingen van het Spuikwartier. Deze kosten bestaan voor het grootste deel uit honoraria van architect en adviseurs van het Spuiforum en kosten van het projectbureau (totaal € 5 mln.), alsmede gemaakte kosten die Heijmans nu niet meer kan terugverdienen met tijdelijke verhuur van de JuBi-toren en parkeergarage (€ 2,1 mln.)." De verrekening van de historische kosten heeft binnen het door de raad aan het college afgegeven kader plaatsgevonden. Zoals gebruikelijk vindt jaarlijks controle op naleven van gestelde kaders plaats in de jaarrekening. 31
Kan het college uitsluiten dat er in het traject Spuiforum geen wanprestatie gepleegd is? Zie voor de motivatie van Wethouder van Asten met betrekking tot de toenmalige:* Samenwerkingsovereenkomst.* De huurcontracten.* De exploitatie begroting (40.000 m2 BVO) en verdeling exploitatie lasten tussen verhuurder/ huurder en onderhuurders.
Van een wanprestatie is geen sprake. Met de kennis van toen is een zorgvuldige afweging gemaakt en zijn logische keuzen gemaakt. Het college erkent dat er met de huidige kennis bepaalde zaken/onderdelen anders/beter gedaan hadden kunnen worden, zie de reactie van het college op de aanbevelingen van het Rekenkamerrapport (RIS306611). 32
Moet het college –indien er sprake zou zijn van wanprestatie van betrokken partijen alsnog schade claims indienen bij deze partijen? Zo nee waarom niet? Zo ja, wanneer kan de raad actie verwachten? 9/35
Er is geen sprake van wanprestatie (zie het antwoord op vraag 31) en dus ook niet van schadeclaims. 33
Zouden volgens de criteria van zuiver middelenbeheer en zuiver budgetteren de historische kosten of een substantieel deel daarvan niet als leergeld in het OCC budget opgenomen moeten worden en zo nee waarom niet?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: Nee. Voor de toelichting zie het antwoord op vraag 30.
10/35
6
Projectmanagement Tijdelijke huisvesting: Het Zuiderstrandtheater
Reactie op de toelichting: het totale budget voor het Zuiderstrandtheater was niet gelijk aan de dekking daarvoor vanuit het investeringsproject OCC/Amare. De dekking vanuit de budgetten voor OCC/Amare was een deel van de benodigde totale dekking van de totale kosten voor het Zuiderstrandtheater. Er is ook geen sprake van onvolledige budgettering. Het budget is gebaseerd op basis van het projectplan zoals dat in juni 2013 met de raad is gedeeld (RIS260027) en later dat jaar door de raad is vastgesteld. Dat projectplan was inclusief een overzicht van de geraamde kosten en de dekking van die kosten. Het is correct dat de projectmanager niet gewerkt kan hebben zonder budget. Dat is dan ook niet gebeurd. 34
Gaven de onderzoeken met betrekking tot de tijdelijke huisvesting voor het Spuiforum project geen duidelijke indicaties dat het budget van € 5.000.000 niet toereikend zou zijn?
Er is geen sprake van dat de tijdelijke huisvesting voor € 5 mln. gerealiseerd zou worden. Het investeringskrediet dat voor de tijdelijke huisvesting beschikbaar is gesteld met RV91 uit 2013 bedroeg € 14 mln. (RIS260021). Zoals in dit raadsvoorstel is toegelicht, bestond de dekking uit meerdere componenten. Vanuit de beschikbare dekking voor het Spuiforum/OCC/Amare bedroeg de bijdrage € 5 mln. Die bijdrage is gerealiseerd en de realisatie van het Zuiderstrandtheater is gerealiseerd binnen het beschikbaar gestelde investeringskrediet. Voor de uiteindelijke kosten zie vraag 43. 35
Zo ja waarom is dit deelbudget niet geactualiseerd?
Zie het antwoord op vraag 34. 36
Zo nee, hoe is het mogelijk dat uit eindelijk meer dan € 10.600.000 éxtra nodig was voor een projectonderdeel dat al van start gegaan was voordat het raadsbesluit 04.11.2014 genomen was?
Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 34 bedroeg het investeringskrediet voor het Zuiderstrandtheater € 14 mln., waarvan de bijdrage vanuit Spuiforum/OCC/Amare € 5 mln. bedroeg. Daarnaast is met collegebesluit in december 2013 (RIS268876) een maximaal bedrag van € 1,6 mln. beschikbaar gesteld voor het tijdelijke behoud van het NDT aan het Spui, zie ook antwoord op vraag 53. Deze bijdrage is niet aangewend voor de investeringskosten voor de realisatie van het Zuiderstrandtheater. Er is dus geen sprake van ‘€ 10.600.000 éxtra’. Na het besluit van de raad om het Zuiderstrandtheater daadwerkelijk te bouwen is de bouw direct van start gegaan. Het Zuiderstrandtheater was op het moment van het in de vraag genoemde raadsbesluit d.d. 4 november 2014 al helemaal klaar. Voor wat het Zuiderstrandtheater uiteindelijk gekost heeft wordt verwezen naar het antwoord op vraag 43. 37
Is het correct dat het management van de tijdelijke huisvesting/de fietsenstalling KJ plein én de functie van projectdirecteur Amare uitbesteed waren aan dezelfde partij?
Het betreffende projectmanagementbureau is inderdaad betrokken geweest bij de bouw van zowel het Zuiderstrandtheater, de fietsenstalling KJ-plein en, sinds 2018, ook bij de bouw van Amare. Bij het Zuiderstrandtheater voerde het bureau het projectmanagement uit, inclusief bouwkundig toezicht en directievoering. Bij de bouw van fietsenstalling KJ-plein was de inzet van het bureau vooral gericht op het technische management. De projectleiding en het projectmanagement waren bij andere bureaus ondergebracht. Met het vertrek van de toenmalige projectdirecteur van Amare in 2018 moest er met spoed een vervanger gevonden worden. Om een dergelijk project goed uit te kunnen voeren is specialistische kennis en ervaring nodig. Bij het zoeken daarnaar is de gemeente uitgekomen bij het in de vraag bedoelde bureau. 38
Is het normaal dat projectmanagers/projectdirecteuren gaten van de geconstateerde omvang moeten laten passeren zonder zorgvuldige verantwoording? 11/35
Uit de vraag is niet op te maken op welke gaten wordt gedoeld. 39
Zo nee kan de raad inzage krijgen in deze verantwoordingen?
Zie het antwoord op vraag 38. 40
Wanneer is de tijdelijke huisvesting gepland en wanneer zijn de kosten geraamd voor de realisatie en exploitatie van de tijdelijke huisvesting?
De plannen voor de tijdelijke huisvesting zijn in het voorjaar van 2013 gemaakt en nadien verder uitgewerkt. Ook de kostenraming dateert uit voorjaar 2013. Deze kostenraming is in juni 2013 gedeeld met de raad (RIS260027), tegelijk met een voorstel voor de dekking van deze kosten. De oorspronkelijke planning (zoals aan de raad gepresenteerd, RIS260027) was: juni/juli 2013: ontwerpfase; augustus/september/oktober 2013: bouwaanvraag, aanbesteding, bouwrijp maken; november 2013: start bouw; juli 2014: afbouw; verhuizen van theatertechnische installaties vanuit bestaande gebouwen; augustus/september 2014: casco klaar; verhuizen van vaste en losse inrichting; oktober 2014: gebruiksgereed. Deze planning is gerealiseerd. De raad heeft op 31 oktober 2013 het voorstel van het college overgenomen en besloten om het Zuiderstrandtheater te gaan bouwen. 41
Was dit voor 04.11.2014 of na die datum?
Dat was in 2013 en dus ruim voor 4 november 2014. Zie voor de toelichting het antwoord op vraag 40. 42
Wie heeft de tijdelijke huisvesting gerealiseerd? Kan de verantwoording van het budget worden overlegd?
De hoofdaannemer van de tijdelijke huisvesting was bouwbedrijf Stout uit Hardinxveld-Giessendam, dat de bouw heeft uitgevoerd in opdracht van gemeente Den Haag. De dekking van de bouwkosten van de tijdelijke huisvesting is in juni 2013 gedeeld met de raad (RIS260027), tezamen met een projectplan voor de realisatie. 43
Hoeveel heeft de tijdelijke huisvesting uiteindelijk echt gekost incl. de huur van extra huisvesting en verbouwing van deze extra huisvesting (t.b.v. Residentie Orkest aan de Meppelweg)?
De kosten van de drie bedoelde posten zijn: € 13.902.153 Nieuwbouw Zuiderstrandtheater € 500.000 Verbouwing repetitieruimte Meppelweg t.b.v. RO € 261.291 Huur repetitieruimte RO Meppelweg (2016-2020) € 14.663.444 Totaal (bron: gemeentelijke projectenadministratie, januari 2021) 44
Hoeveel extra kosten zijn er ontstaan nadat duidelijk werd dat de verbouwingen van de oefenruimte voor het RO niet goed uitgevoerd en onbruikbaar waren?
De extra verbouwingskosten betroffen € 500.000 (dit bedrag is ook opgenomen in het kostenoverzicht onder vraag 43). Overigens is het niet zo dat de oefenruimte voor het RO niet goed uitgevoerd is. Het waren met name de versnelde woningbouwactiviteiten rondom het oude, direct op het zand gefundeerde gebouw, die voor hinderlijk geluid en trillingen zorgden. Dit was reden voor het RO om te gaan repeteren in het gemeentelijke pand aan de Meppelweg. Dit is met de raad gedeeld in juni 2016 (RIS294971). 45
Wie heeft besloten dat de DMC onderhoudsreservering (€ 4.000.000) van de DAPZ en het Lucent-danstheater ingezet konden worden voor de tijdelijke huisvesting?
De raad heeft op voorstel van het college in 2013 besloten tot het inzetten conform RV91 in 2013 (RIS260021) van de reguliere huisvestingsbudgetten (bestaande uit de voor onderhoud en huur geoormerkte subsidies plus de uit eigen middelen te doteren onderhoudsbijdrage) van DMC over de 12/35
periode juli 2014 tot en met juni 2019 tot een bedrag van maximaal € 4 mln. als gedeeltelijke dekking voor de realisatiekosten van het Zuiderstrandtheater. 46
Kan die benadering niet omschreven worden als het aanhouden van verborgen reservefondsjes voor ‘zand erover’ beslissingen buiten het zicht van burgers en gemeenteraad?
Nee, zie het antwoord op vraag 45. 47
Moeten geoormerkte, niet gebruikte en nooit te gebruiken subsidie onderhoudsmiddelen (het gebouw werd immers niet onderhouden en is ondertussen gesloopt) niet terug naar de subsidieverstrekker?
Zie het antwoord op vraag 45. 48
Kan het college inzien dat terugstorten en transparant aanwenden van deze middelen de suggestie in de hand werkt van het verhullen van middelen (potjes zonder controle)?
Zie het antwoord op vraag 45. 49
Houden de wethouders er nog meer geparkeerde potjes buiten de controle van het college en de raad op na? Is de GRIP rapportage in dit verband niet een volstrekte wassen neus geworden?
Hiervan is geen sprake. 50
Deze vraag kan het best aan Wethouder van Asten gesteld worden gezien de miljoenen die hij bij DMC ondertussen laat oppotten uit de huidige subsidies en middels het financieren van leencapaciteit in het bedrijfsplan 2021 van Amare! Kan middels deze potten DMC nu zelf voldoen aan de door haar en medegebruikers veroorzaakte meerwerken –iets wat zich buiten het blikveld van de raad begeeft?
Het college begrijpt uit deze vraag dat gedoeld wordt op de bestemmingsreserves die DMC met toestemming van het college heeft aangelegd om kosten te kunnen dekken die samenhangen met zowel de verhuizing naar Amare als met de inrichting en de opening van Amare. Deze bestemmingsreserves zijn opgenomen in de jaarrekening van DMC, zijn op de gebruikelijke wijze gecontroleerd en daarnaast gepubliceerd op de website van DMC. Deze bestemmingsreserves hebben niet tot doel om meerwerk te financieren. 51
Is het te rechtvaardigen dat middelen uit de Grondexploitatie Scheveningen haven gebruikt worden voor het dekken van de budgetoverschrijding op het OCC project?
Onduidelijk is welke middelen precies bedoeld worden. Mogelijk wordt gedoeld op de restwaarde van het Zuiderstrandtheater van € 2 miljoen. Deze restwaarde wordt ingebracht in de grondexploitatie Scheveningen Haven en daarmee is geen sprake van een budgetoverschrijding. 52
Is het te verantwoorden om betaald parkeren Duindorp en omgeving naar voren te halen om budgetoverschrijdingen te dekken?
Het betaald parkeren is niet ingevoerd om budgetoverschrijdingen op project OCC te dekken. 53
Uit het rekenkamerrapport blijkt dat er eenmalig € 1.600.000 besteed is om het NDT in staat te stellen om aan het Spui gehuisvest te blijven. Ten laste van welke posten uit het project zijn deze middelen geboekt aangezien ze meer dan duidelijk het gevolg zijn van het project OCC?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: Deze kosten maken deel uit van de tijdelijke huisvesting. In het antwoord op vraag 36 staat de toelichting op de financiering/dekking ervan. 54
Heeft de gemeente aan de huurders en onderhuurders wel of geen budgetten/subsidie beschikbaar gesteld voor: 13/35
-
Advies en begeleiding van het Ontwerpproces en interne uren voor de planning van het OCC. Huurders hebben immers eigen architecten ingeschakeld. Verhuizing naar tijdelijke huisvesting. Zo ja waar werden deze budgetten geboekt?
Vanuit het projectbudget van Amare zijn de huurder (DMC) en haar onderhuurders (NDT, RO en KC) gecompenseerd voor enkele aanvullende inspanningen, bijvoorbeeld vanwege vertragingen in het proces. Van een vergoeding van kosten die de huurders en onderhuurders sowieso hadden moeten maken is geen sprake, dat geldt ook voor verhuizingen naar tijdelijke huisvesting. Wie de huurders en onderhuurders inschakelen (zoals eigen architecten), is aan hen. DMC heeft de kosten van de verhuizing gedekt uit de eigen bestemmingsreserve Tijdelijke Huisvesting (jaarrekening 2015). 55
Gaat de gemeente aan de huurders en onderhuurders wel of geen budgetten/subsidies beschikbaar stellen voor: Het openen van het OCC/Amare. Het voorbereiden en uitvoeren van de verhuizing terug naar het Spui. Zo ja, waar worden deze budgetten geboekt?
Eind 2020 is een subsidie toegekend aan DMC voor drie projecten die onderdeel uitmaken van het door de gebruikers te verzorgen gezamenlijke openingsprogramma van Amare. Deze subsidie is in lijn met het coalitieakkoord en is deels uit de daarbij beschikbaar gestelde middelen en deels uit binnen het programma Cultuur beschikbare middelen gedekt. Daarnaast is het de instellingen toegestaan 0m door het vormen van bestemmingsreserves de kosten te dekken die samenhangen met de verhuizing en inrichting (zie ook het antwoord op vraag 50). 56
Heeft het college, de ambtelijke opdrachtgever of de projectorganisatie stil gestaan bij het effect dat het besluit heeft op de overall kosten van het project Spuikwartier tot handhaven van het NDT aan het Spui ?
Onduidelijk is over welk besluit deze vraag gaat. Het handhaven van het woonhuis van het NDT aan de Schedeldoekshaven (het toneel en aanverwante ruimten van het Lucent Danstheater) heeft voor- en nadelen, waarbij de voordelen uiteindelijk zwaarder hebben gewogen. Het belangrijkste voordeel van het handhaven van het woonhuis van het NDT aan de Schedeldoekshaven is het kunnen borgen van een goede oefenruimte, zowel qua formaat als qua akoestiek. 57
Heeft de opdrachtgever stilgestaan bij de volgende effecten die het handhaven van het NDT heeft op het project/ de gemeentelijke lasten ten gevolge van dit project? Te denken aan de volgende kosten:
Zie de antwoorden op de vragen 58 t/m 60. 58
Het ongeveer 3 jaar vertragen van de afronding van het commerciële deel? (het starten van de WABO aanvraag voor toren C, het in uitvoering nemen ervan, het opleveren van het ‘Stadsbalkon’ als onderdeel van de openbare ruimte).
Het handhaven van het NDT heeft geen gevolgen gehad op de uitvoering van Toren C en het Stadsbalkon. De planning van de uitvoering wordt namelijk bepaald door de voortgang van de bouw van Toren C zelf. 59
Het ongeveer 3 jaar langer beperken van de exploitatie van de Stadhuis/Spui/Turfmarktgarage en de verliezen die daar genomen moeten worden?
Het handhaven van het NDT heeft geen invloed op de exploitatie van de Stadhuisgarage en de Turfmarktgarage, omdat deze parkeergarages zich niet onder of direct naast het NDT bevinden. Voor de situatie van de Spuigarage is een korte toelichting nodig. Een deel van de Spuigarage bevindt zich onder het NDT. Op de locatie zal uiteindelijk Toren C worden gerealiseerd. Dit gedeelte van de Spuigarage kan vanwege bouwveiligheid pas definitief in gebruik worden genomen als Toren C gereed is. Kortom, de bouw van Toren C is bepalend voor de start van de exploitatie van dit gedeelte van de Spuigarage (en niet het handhaven van het NDT). Zie aanvullend het antwoord op vraag 58.
14/35
60
Het niet terug kunnen leveren op de afgesproken datum van de Spuigarage aan ASR/P1 en de daarvan afgeleide kortingen/ boete/ schade vergoeding?
Het handhaven van het NDT heeft geen invloed op de exploitatie van de Stadhuisgarage en de Turfmarktgarage, omdat deze parkeergarages zich niet onder of direct naast het NDT bevinden. Voor de situatie van de Spuigarage zie het antwoord op vraag 59. 61
Ondertussen zal het schade overzicht van ASR/P1 inzichtelijk moeten zijn: kan dat worden overlegd?
De inhoud van de overeenkomst met ASR is niet openbaar, omdat openbaarheid de onderhandelingspositie van de gemeente kan schaden. De gemeenteraad wordt middels vertrouwelijke rapportages zoals GRIP en de (vertrouwelijke bijlage in) halfjaarrapportages geïnformeerd. Financiële consequenties zijn/worden verwerkt in de Grondexploitatie Spuikwartier, waarover de Gemeenteraad met bijlage 2 van de halfjaarrapportage is/wordt geïnformeerd. Ten overvloede: de actuele financiële consequenties worden daarbij niet afgezet tegen de aanbieding van BAM. 62
Kan het college inzicht geven hoe deze schade/ boete/vergoeding verwerkt gaat worden in de gemeentelijke administratie?
De financiële gevolgen van de overeenkomst met ASR worden verwerkt in de Grondexploitatie Spuikwartier en maken administratief deel uit van deze GREX. Vanaf de vaststelling van deze grondexploitatie maakt dit onderdeel uit van het bij deze grondexploitatie behorende risicoprofiel. 63
Kan het college garanderen dat de schade/boetes/vergoedingen niet verrekend gaan worden met ASR op de ‘marktconforme’ koopsom voor de aan ASR te leveren Turfmarktgarage?
De inhoud van de overeenkomst met ASR is niet openbaar. De gemeenteraad wordt, indien zich ontwikkelingen voordoen, hierover vertrouwelijk geïnformeerd. 64
Het risico dat de Spuigarage niet of niet geheel beschikbaar zal zijn bij de opening van het OCC?
Volgens de contractplanning met Cadanz zou de Spuigarage pas na de ingebruikname van Amare worden opgeleverd. De aanpak van de parkeergarage is versneld, met als doel dat het overgrote deel van de parkeergarage beschikbaar is bij de ingebruikname van Amare. In het antwoord op vraag 59 is al aangegeven dat het gedeelte onder Toren C pas definitief in exploitatie kan worden genomen als de bouw van de toren gereed is.
15/35
65
Het 5 jaar niet volledig kunnen gebruiken van de Schedeldoekshaven, het omleiden van de tram en het herstel van de tramlijn na teruggave door Sonate en Cadanz?
VolkerWessels heeft opdracht gegeven voor het eenmalig herinrichten van de Schedeldoekshaven en de gemeente compenseert de derving van HTM. Hierover hebben de gemeente en VolkerWessels afspraken gemaakt in de Uitgifteovereenkomst voor Toren A (d.d. 2 juli 2019). De ambitie voor de (definitieve) herinrichting van de gehele Schedeldoekshaven is onderdeel van de plannen voor de Campusboulevard en kent een eigen besluitvorming (zie ook de melding hierover in RIS305802). 66
Waar zijn/worden de voorzieningen voor deze kosten opgenomen of waar gaan deze kosten geboekt worden als onvermijdbaar onvoorzien?
Zie het antwoord op vraag 65. Reactie op de toelichting: Naar het oordeel van het college was sprake van een zo volledig mogelijk overzicht van de kosten en zijn ook op adequate wijze budgetten gereserveerd. 67
Kan het college een overzicht geven van de totale kosten tijdelijke huisvesting en waar deze geboekt worden?
Zie het antwoord op vraag 43.
16/35
7
Projectmanagement Projectorganisatie
Reactie op de toelichting: In de toelichting is aangegeven dat de hele post honoraria bij de verandering van de contractvorm (van regulier naar DBM) is toegevoegd aan de aanneemsom van de aan Cadanz opgedragen opdracht. Dat is niet correct. In het investeringsproject Amare is sprake van een post voor advies- en ontwikkelkosten. Het is correct dat bij een DBM-contract een deel daarvan niet van toepassing is, zoals bijvoorbeeld kosten voor een architect, maar voor het overige omvat deze post de kosten van de onder meer de eigen projectorganisatie. In iedere kwartaal- en halfjaarrapportage is de raad in bijlage 1 (geheim) geïnformeerd over de stand daarvan. 68
Ten laste van welk budget worden de kosten van de projectorganisatie vergoed? Een projectorganisatie die op enig moment uit pakweg 10 externe medewerkers bestond. (medewerkers van D2 ontwikkeling/ZRi/ Flex schil /BOAG/DVP).
Voor zover het betrekking heeft op werkzaamheden voor Amare, ten laste van het budget van investeringsproject Amare. 69
Hoe hoog zijn de kosten van de projectorganisatie (intern en extern) nu, gespecificeerd per voltooid kalenderjaar?
De kosten van de projectorganisatie behoren tot de budgetpost 'advies- en ontwikkelkosten', of beter gezegd, die post bestaat uit kosten voor de projectorganisatie en door haar ingeschakelde adviseurs. De gemeenteraad wordt over de stand daarvan periodiek geïnformeerd met de kwartaalhalfjaarrapportage (bijlage 1 van die rapportage). 70
Wat is de kostenprognose voor de projectorganisatie en door haar inschakelde adviseurs gedurende de periode medio 2015 t/m nazorg en procedures eind 2022)?
Zie antwoord op vraag 69. 71
De projectorganisatie zal jaren langer actief zijn. Ten laste van welk budget worden de vertragingskosten geboekt?
Ten laste van het budget investeringsproject Amare. 72
OCC en Spuikwartier lopen door elkaar heen. Hoe waarborgt DSO dat de managementkosten niet door elkaar lopen en mensen wegboekt tegen andere grondexploitaties?
De managementkosten van Amare en die van Spuikwartier zijn sinds 2018 strikt gescheiden. Zowel Amare als De GREX Spuikwartier worden afzonderlijk van elkaar geadministreerd. Wel is het zo dat enkele personen zowel werkzaamheden aan Amare als aan Spuikwartier uitvoeren. Deze personen houden in hun urenadministratie bij hoeveel tijd zij aan Amare, dan wel aan Spuikwartier besteden, factureren deze kosten apart en deze kosten worden gesplitst opgenomen in de genoemde administraties. 73
Er is vastgesteld dat er diensten zijn gegund aan externe managementbureaus ver boven de drempelbedragen, zonder dat er van Europese aanbesteding is uitgegaan. Hoe hoog is het totaal gefactureerde van niet aanbestede diensten en zo ja, waarom is dat door het college goedgekeurd?
De betreffende niet Europees aanbestede diensten omvatten projectmanagement en ontwerpaanpassingen. In 2018 en 2019 ging dit om een totaalbedrag van € 2,9 mln. In 2020 en 2021 zijn deze diensten doorgelopen, omdat de medewerkers dusdanig veel expertise, alsmede historische kennis over totstandkoming van contracten hebben opgebouwd, dat het onverstandig is, gelet op de continuïteit, om deze inhuur te beëindigen en een aanbestedingstraject te starten. 74. Betreffen de niet-aanbestede diensten de werkzaamheden van ZRi, D2 ontwikkeling, BOAG en DVP en hun flexschillen?
17/35
Correct. Daarnaast betreft het ook de ontwerp- en advieskosten met betrekking tot de ontwerpaanpassingen. 75
De Rekenkamer stelt vast dat de uitvoering van de contractvorm DBM, zuinig geformuleerd, op een dilettantistische wijze uitgevoerd is. De oorzaak kan gezocht worden bij de adviseurs die als deskundigen op de aspecten aanbesteding, directie, samenstelling contractdocumenten, regie tijdens de dialoogronde en de contractuitwerking ingezet zijn door de gemeente. De wethouders stonden vierkant in voor de deskundigheid van de projectorganisatie en de ingehuurde ‘deskundigen’. Wordt het geen tijd de deskundigheid van de betrokkenen tegen het licht te houden?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Reactie van het college: net als de Rekenkamer herkennen wij dit niet. 76
Hoeveel is er betaald voor al deze ‘deskundige’ diensten? Komt het college, gezien het gerapporteerde door de Rekenkamer, wel of niet tot de conclusie dat er wanprestatie geleverd is?
Deze kosten vallen onder de post 'advies- en ontwikkelkosten', of beter gezegd, die post bestaat uit kosten voor de projectorganisatie en door haar ingeschakelde adviseurs. De gemeenteraad wordt over de stand daarvan periodiek geïnformeerd met de kwartaal-/halfjaarrapportage (bijlage 1 van die rapportages). Zoals al eerder is vermeld, is er van een wanprestatie niets gebleken. Ook de Rekenkamer komt niet tot een dergelijke vaststelling. 77
Vindt het college in de vaststellingen van de Rekenkamer met betrekking tot de evidente blunders qua contractvorm en uitvoering wel of geen reden om schade te gaan verhalen bij de adviseurs en managers die ingehuurd zijn door de gemeente ? a. Zo ja, wanneer gaat de gemeente over tot kosten en schadeverhaal? b. Zo nee, waarom denkt de gemeente dat zij niet benadeeld is als gevolg van de zeer onprofessionele implementatie van de DBM samenwerkingsvorm?
De Rekenkamer komt in haar rapport niet tot dergelijke vaststellingen. Evenmin heeft de Rekenkamer vastgesteld dat de gemeente (materiële) schade heeft geleden. Uiteraard zijn er op basis van de ervaring met deze contractvorm lessen te leren. Met de kennis van nu waren wellicht bepaalde besluiten anders genomen, zie de reactie van het college op de aanbevelingen van de het Rekenkamerrapport (RIS306611). 78
SOS Den Haag heeft door de jaren heen verwezen naar vrij herkenbare relaties tussen leden van de projectorganisatie van de gemeente en het tenderteam van Boele & van Eesteren | Visser & Smitbouw. Vóór de aanbesteding was de directeur van B&vE immers al aanwezig in vergadering over het OCC. Heeft het college naast de meer dan matige prestaties van de projectorganisatie niet de aandrang om te onderzoeken of er tussen partijen tijdens de dialoog wel of niet gelekt is: tussen gegadigden? met de gegadigden? En zo nee waarom niet? Zo ja wanneer mag er actie verwacht worden?
Er is geen enkele aanwijzing dat er incorrecte relaties zijn (of zijn geweest) tussen leden van de projectorganisatie en het genoemde tenderteam. Evenmin zijn er aanwijzingen van lekken.
18/35
79
Op welk budget worden de kosten geboekt voor Validatie DBM documenten (Rebel Groep/ Pels Drooglever Fortuijn), de raad van deskundigen en de ‘externe second opinion exploitatie Amare’ (€ 800 plus per team-uur excl. kosten)?
De kosten voor Validatie DBM-documenten en de raad van deskundigen worden geboekt op het budget van investeringsproject Amare. De kosten voor de externe second opinion exploitatie Amare zijn ten laste gebracht van het programma Cultuur. 80
De verantwoordelijk wethouders stelden steeds nooit over een nacht ijs gegaan te zijn en dat gekwalificeerde partijen mee keken. Hoe kijkt het college nu aan tegen deze second opinions?
Uitgaande van de kennis van toen kijkt het college niet anders naar deze second opinion. Met de kennis van nu een afweging uit het verleden opnieuw doen geeft geen eerlijke vergelijking met de afweging die toen gemaakt is.
19/35
8
Projectmanagement BTW-egalisatie
Reactie op de toelichting: De gemeente is nog in gesprek met de belastingdienst over het terugvorderen van de BTW voor KC. De gemeenteraad wordt hierover doorlopend geïnformeerd, in ieder geval in bijlage 1 (geheim) van iedere halfjaarrapportage. Daarnaast heeft de toelichting de stelling in zich dat het plan groter is geworden. Dat is niet zo te stellen, zie onder meer het antwoord op vraag 17 van de schriftelijke vragen (RIS305283). 81
Heeft het college bij het groter worden van het plan en het extra groeien van het KC een voorziening getroffen voor extra BTW die in de investering geactiveerd moet worden?
Dat is niet aan de orde, zie de reactie op de toelichting. 82
Hoe worden de vierkante meters OCC aan het KC doorberekend (transparant of niet transparant)?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: DMC huurt Amare van de gemeente, op grond van een huur-overeenkomst uit 2013. KC huurt haar deel van DMC, eveneens op grond van een huurovereenkomst uit 2013. Daarnaast neemt KC ook de nodige diensten bij DMC af (‘verhuur-plus’). De huurprijs die KC betaalt is inclusief die diensten. Alle huurovereenkomsten zijn bij de gemeenteraad bekend, deze hebben meermaals ter inzage gelegen, voor het laatst naar aanleiding van een vraag van de Commissie Ruimte daarnaar op 27 april 2020. 83
Zo ja hoeveel extra BTW afdracht is er voorzien en ten laste van welk budget wordt die gebracht?
Zie het antwoord op vraag 81. 84
Zo nee, hoe gaat de Gemeente de extra BTW dekken?
Niet van toepassing, zie het antwoord op vraag 81.
20/35
9 Projectmanagement Parkeren Reactie op de toelichting: Het is het college bekend dat tegen de omgevingsvergunning bezwaar is gemaakt, met argumenten vergelijkbaar met de toelichting. De rechtbank heeft in haar uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2018:5146) overwogen dat er geen grond is voor het oordeel dat de gehanteerde berekeningswijze in strijd is met de Nota Parkeernormen Den Haag 2011, dan wel de CROWberekeningssystematiek. Het is de rechtbank voorts niet gebleken dat bij de berekening van de parkeerbehoefte tot onjuiste aannames gekozen zou zijn. 85
Hoeveel parkeerplaatsen vervallen er door de ontwerpkeuzen welke Boele & van Eesteren | Visser & Smitbouw in/onder het OCC in de Spuigarage (ASR) en Turfmarkt? Hoeveel zekerheid heeft de gemeente dat dit voor een optimale exploitatie van het Amare complex geen enkel probleem zal zijn?
Door Cadanz zijn binnen de contractuele kaders ontwerpkeuzes gemaakt. De kaders betreffende parkeren zijn daar onderdeel van. De ontwerpkeuzes van Cadanz leiden in dat opzicht niet tot problemen voor de exploitatie. 86
Hoeveel compensatie, voor niet aan ASR terug te leveren parkeerplaatsen, zal de gemeente moeten betalen?
De inhoud van de overeenkomst met ASR is niet openbaar. Financiële consequenties uit de overeenkomst met ASR en P1 worden verwerkt in de Grondexploitatie Spuikwartier. Indien van toepassing wordt de raad over financiële ontwikkelingen vertrouwelijk geïnformeerd via de van toepassing zijnde rapportages. 87
Wat is de waarde van de verloren cashflow uit de Turfmarktgarage omdat de projectorganisatie toestond dat in het aanbod van Boele & van Eesteren| Visser&Smitbouw dat parkeerplaatsen vervangen werden door.
De tekst in de vraag is incompleet. De vraag is daardoor onduidelijk en kan niet worden voorzien van een antwoord. 88
Hoeveel herstelkosten moet de gemeente (in regie) gaan betalen aan Boele & van Eesteren |Visser & Smitbouw voor het weer terug brengen van de Turfmarktgarage naar een bruikbare staat?
De Turfmarktgarage wordt globaal in twee stappen aangepakt. Eerst wordt de constructie aangepast en de aanwezige 'kantoorvloer' vervangen door een 'maaiveldvloer', die zwaarder kan worden belast dan de oude vloer. Daarna wordt de parkeergarage afgebouwd. In de Grondexploitatie Spuikwartier wordt op dit moment nog met een kostenschatting gewerkt. De raad wordt hierover geïnformeerd middels de geheime bijlage 2 van de halfjaarrapportage. Begin 2021 is het technisch ontwerp voor de ruwbouw inclusief kostenraming gereed. Op basis daarvan wordt een aanneemovereenkomst gesloten. De Grondexploitatie zal vervolgens met deze financiële informatie worden geactualiseerd. Ten overvloede merkt het college op dat het werk nadrukkelijk niet 'in regie' wordt opgedragen. Reactie op de toelichting: Op de toelichting wordt grotendeels ingegaan bij de onderstaande antwoorden op de vragen. Het college geeft daarnaast aan dat er parkeerplaatsen voor mindervaliden in de Spuigarage en op maaiveld gerealiseerd worden (conform ITS). Zie over mogelijke verwarring ook het antwoord op vraag 32 e.v. van de eerdere vragen van SOS Den Haag over onder meer ITS (RAAD 2020.14). Dat de kosten (en opbrengsten) van de Spuigarage buiten het investeringsproject Amare vallen is correct. Dat is in onder meer de antwoorden op vragen 12 e.v. uitgebreid toegelicht.
Over kosten en risico’s wordt de raad middels GRIP- en halfjaarrapportages periodiek geïnformeerd.
21/35
89
Hoe hoog is de betaling geweest voor de tijdelijke aankoop van de ASR garage voor xx maanden?
De inhoud van de overeenkomst met ASR is niet openbaar. Besluitvorming over aankoop en levering is verwerkt in de grondexploitatie met bijbehorend risicoprofiel. Over de grondexploitatie wordt periodiek (o.a. GRIP, halfjaarrapportage, MPG) gerapporteerd aan de raad. 90
Op welk budget rusten de rente kosten voor deze tijdelijke aankoop?
De financiële gevolgen van de overeenkomst met ASR, zoals de rentekosten, worden verwerkt in de eindwaarde en contante waarde van de Grondexploitatie Spuikwartier. 91
Hoeveel hoger worden de rentekosten door het niet realiseren van de terugleveringsdatum?
De rentekosten worden binnen de grondexploitatie op projectniveau bepaald. Deze rentekosten zijn daarom niet separaat inzichtelijk. 92
Hoeveel parkeerplaatsen gaan er verloren door het OCC (indeling en ITS) en hoeveel door de ontwikkeling van Cantate?
Zie de antwoorden op vraag 85 en op vraag 93. 93
Hoeveel waardevermindering zal ASR bij Den Haag in rekening brengen en hoeveel van die waardevermindering kan Den Haag doorleggen naar Cantate?
Met zowel ASR (Spuigarage) als VolkerWessels (Toren C) zijn afspraken gemaakt over de compensatie van parkeerplaatsen die 'verloren gaan' als gevolg van de bouw van Toren C. Er ligt nog geen ontwerp voor Toren C op basis waarvan kan worden bepaald of er parkeerplaatsen verloren gaan en of er sprake is van waardevermindering. 94
Hoe aannemelijk is de kans dat er bij opening van Amare géén Spuigarage beschikbaar is aangezien er een vluchtweg ontbreekt? Wat zijn de kosten van mitigerende maatregelen en voor wie zijn die?
Dit is niet aan de orde, omdat er geen vluchtweg ontbreekt. Zie verder het antwoord op vraag 64. 95
Hoe hoog lopen de kortingen, boetes en compensaties aan ASR op nu meer dan duidelijk is dat de laatste parkeerplaatsen pas ergens in 2024 beschikbaar zullen komen ofwel 8 jaar nadat ASR de garage overgedragen heeft?
De inhoud van de overeenkomst met ASR is niet openbaar. Financiële consequenties met betrekking tot overeenkomst ASR maken onderdeel uit van de grondexploitatie en bijbehorend risicoprofiel. Over eventuele ontwikkelingen hierin wordt de raad periodiek via rapportages geïnformeerd. 96
Wie vergoed de schade als gevolg van de beperkte toegankelijkheid gedurende de komende jaren? Pas zodra de gewone inritten bruikbaar worden kan gesteld worden dat de exploitatie genormaliseerd is.
Een van de reguliere inritten ligt op het bouwterrein van Toren B. Tijdens de bouw van deze toren is deze inrit niet beschikbaar. Financiële consequenties hiervan worden verwerkt in de Grondexploitatie Spuikwartier (net als de grondwaarde van Toren B). 97
Op welk budget worden deze te voorziene lasten geboekt?
Zie het antwoord op vraag 96. Reactie op de toelichting: het college herkent zich niet in de toelichting.
22/35
98
Kan de Rekenkamer onderschrijven dat de DBM strategie misbruikt is om qua besluitvorming van het OCC project een black box te maken waarop de gemeente raad geen enkel zicht en dus geen enkele invloed meer had buiten het gegeven mandaat?
De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. 99
Kan het college onderschrijven dat de door het college bejubelde DBM strategie geïmplementeerd is door een niet deskundige projectorganisatie die te gehaast en te veel op eigen houtje geregeld heeft?
Nee, dat onderschrijft het college niet. Overigens heeft het college in de reactie op het Rekenkamerrapport (RIS306611) aangegeven dat er met de huidige kennis bepaalde zaken/onderdelen anders/beter gedaan hadden kunnen worden. 100 Is verantwoordelijk Wethouder Wijsmuller gedurende de collegeonderhandelingen nu wel of niet geadviseerd om pas op de plaats te maken vóór dat het college een DBM strategie op basis van een onvoldragen Programma van Eisen zou gaan implementeren? Het college kan geen uitspraak doen over welke informatie tijdens collegeonderhandelingen is overlegd. Dat geldt in algemeenheid over collegeonderhandelingen. Reactie op de toelichting: Het continue openhouden van de Spaghetti is een ingewikkelde opgave. Bijvoorbeeld een crashdeck kan geschikt zijn om een onderliggende constructie te beschermen. In het geval van Amare wordt echter direct boven de Spaghetti gebouwd. Op één en dezelfde plek kan niet een crashdeck worden voorzien en tegelijkertijd gebouwd worden. Om de veiligheid van passanten in de Spaghetti te kunnen garanderen was een tijdelijke sluiting de enige mogelijkheid. In de antwoorden op de vragen is dit nader toegelicht. Van genoemde beslissingen en het oplossen van problemen voor de aannemer is geen sprake.
101 Door wie is, waarom en hoe het tijdelijk afsluiten van het Spaghettiwerk aan de orde gesteld? Door Cadanz, na overleg met de projectinspecteur van de afdeling Vergunningen en Toezicht. Het college merkt hierover in algemene zin op dat (bouw)veiligheid wat haar betreft altijd bovenaan staat. Het was helaas niet mogelijk om met plaatselijke voorzieningen (zoals een valbeveiliging) de veiligheid van het publiek te garanderen. De enige oplossing om die veiligheid wel te kunnen garanderen was ervoor te zorgen dat er geen publiek in de Spaghetti (de autotunnel) was tijdens bouwwerkzaamheden boven de Spaghetti. De uiteindelijk gemaakte afspraak tussen de gemeente en Cadanz hierover is overigens tot stand gekomen na bemiddeling door de Adviesraad OCC/Amare. De Adviesraad heeft daarbij aangegeven dat inderdaad niet van Cadanz gevergd kan worden dat de Spaghetti steeds openblijft en ook dat dit risico grotendeels bij de gemeente ligt. 102 Wie heeft de onevenredig lange periode van de afsluiting bepaald? De periode van afsluiting was de kortst mogelijke periode zonder in de tussentijd publiek in gevaar te brengen. De noodzakelijke duur van de afsluiting is bepaald in het overleg tussen bevoegd gezag (afdeling Vergunningen en Toezicht), projectteam Amare en Cadanz. 103 Welk voordeel, uitgedrukt in euro's, werd er door welke partij genoten? Er is door partijen geen voordeel genoten.
104 Hoeveel minderwerk werd er aan het vervallen van de veiligheidsvoorzieningen verbonden? Er zijn geen veiligheidsvoorzieningen vervallen. 105 Hoe kwam dit ten gunste van de opdrachtgever c.q. waarmee werd het minderwerk verrekend? Zie het antwoord op vraag 104. 23/35
106 Hoe beoordeelt het College deze methodiek waarbij een verrekening binnen het OCC resulteert in een fors nadeel elders in de gemeentelijke exploitatie. Dat de tijdelijke sluiting van de parkeergarage tot derving van omzet leidt, heeft het college onderkend en daarop ook besluitvorming geformuleerd. 107 Waarom vindt het College deze gang van zaken verdedigbaar? Zie het antwoord op vraag 106. Reactie op de toelichting: Er is geen sprake van een verplichting van DMC jegens het KC, waarover in de antwoorden op de vragen meer. De 75 parkeerplaatsen voor KC zijn bijvoorbeeld benoemd in het “Functioneel en Ruimtelijk programma van eisen Onderwijs- & Cultuurcomplex” van 29 september 2014, een openbare bijlage bij RV94 (RIS276520). 108 Hoe zijn de verplichtingen van de gemeente resp. DMC jegens het KC met betrekking tot parkeerplaatsen/ -abonnementen geregeld? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: De gemeente heeft geen verplichting jegens DMC met betrekking tot parkeerplaatsen. Wat de parkeerplaatsen van het KC betreft het volgende: De parkeergarage zal door de gemeente na oplevering worden verkocht aan ASR en worden geëxploiteerd door Q-Park (voorheen P1). In de vraagspecificatie is opgenomen dat er in de parkeergarage de mogelijkheid is voor het KC om 75 auto’s te kunnen parkeren, maar dat is niet om niet.
109 Op welk budget gaan de lasten van deze 75 KC parkeerplaatsen / - abonnementen rusten? De Rekenkamer heeft deze vraag beantwoord. Zie RIS307202. Antwoord van het college: De kosten van de 75 parkeerplaatsen voor het KC zijn voor rekening van het KC. 110 Hoe is men gekomen tot 75 parkeerplaatsen voor het KC? Op basis van de behoefte van het KC aan parkeerplaatsen. 111 Hoe heeft het college rekening gehouden met de waarde respectievelijk kostenpost die deze enkele regel in een Programma van Eisen vertegenwoordigt? Wat de parkeerplaatsen betreft is het niet correct te stellen dat DMC deze reserveert voor het KC. De parkeergarage zal door de gemeente na oplevering worden verkocht aan ASR en worden geëxploiteerd door Q-Park (voorheen P1). In VS1.1.4a is wel opgenomen dat er in de parkeergarage de mogelijkheid is voor het KC om 75 auto’s te kunnen parkeren, maar dat is niet om niet. Deze enkele regel in het Programma van Eisen vertegenwoordigt zodoende geen waarde respectievelijk kostenpost (vanuit het perspectief van de gemeente). 112 Heeft het KC eigenlijk nog wel behoefte aan 75 KC parkeerplaatsen? Zijn deze ooit inhoudelijk gemotiveerd of heroverwogen? De mate waarin het KC gebruik maakt van haar mogelijkheid om 75 auto’s te kunnen parkeren is aan het KC.