RIS307739 Bijlage 1
Tekst van het document
GEMEENTE DEN HAAG
Onderzoek
RAPPORTAGE Uitkomsten inventarisatie woonbehoefte woonwagenstandplaatsen 2020
Opdrachtgever: Gemeente Den Haag Opdrachtnemer: Be Flex B.V. Elst, 30 juni 2020
INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF ....................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 1
SAMENVATTING & CONCLUSIES ....................................................................................... 5
A.
Samenvatting ervaringen gesprekken ........................................................................................................ 5
B.
De uitkomsten – analyse ............................................................................................................................. 6
HOOFDSTUK 2
ADVIES .......................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3
WAAROM DIT ONDERZOEK............................................................................................ 11
A.
Inleiding ..................................................................................................................................................... 11
B.
Aanleiding ................................................................................................................................................. 11
C.
Samenvatting beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK .................... 11
D.
Kwantiteit of kwaliteit? ............................................................................................................................. 12
E.
Drie bestuurlijk vast te stellen beleidskeuzes ........................................................................................... 12 1.
Invoeren afstammingsbeginsel ............................................................................................................. 12
2.
Invoeren van een puntensysteem ........................................................................................................ 12
3.
Inschrijfgeld en betalen voor jaarlijkse verlenging ............................................................................... 13
F.
Beschikbaar komen van standplaatsen door ‘natuurlijk verloop’ ............................................................ 14
G.
Doel en uitgangspunten voor het onderzoek ........................................................................................... 15
H.
Taken en rollen gemeente versus corporatie(s) ....................................................................................... 15
HOOFDSTUK 4
UITKOMSTEN ONDERZOEK / ANALYSE ALGEMEEN ......................................................... 16
A.
Doelstellingen ........................................................................................................................................... 16
B.
Doelgroep .................................................................................................................................................. 16
C.
Analyse gemeente Den Haag .................................................................................................................... 17
D.
Dataverzameling ....................................................................................................................................... 20
E.
Gehouden interviews ................................................................................................................................ 20
F.
Spijtoptanten ............................................................................................................................................ 20
G.
De woonwagencultuur .............................................................................................................................. 21
HOOFDSTUK 5
UITKOMSTEN ONDERZOEK / ANALYSE PER INDIVIDUELE WOONWAGENLOCATIE ............ 22
1.
Bob Oosthoeklaan ..................................................................................................................................... 23
2.
Energiestraat ............................................................................................................................................. 23
3.
Erasmusweg .............................................................................................................................................. 24
4.
Guntersteinweg......................................................................................................................................... 24
5.
Henricuskade............................................................................................................................................. 24
6.
Isabellaland ............................................................................................................................................... 25
7.
Jan Hanlostraat ......................................................................................................................................... 26
8.
Schapenatjesduin ...................................................................................................................................... 27
9.
Strijpkade .................................................................................................................................................. 28
10. Tom Mandersstraat................................................................................................................................... 28 11. Viaductweg................................................................................................................................................ 29
2
12. Snipperlocaties .......................................................................................................................................... 29 BIJLAGEN
..................................................................................................................................... 31
BIJLAGE A – Vragen inventarisatie woonbehoefte ........................................................................................... 31 BIJLAGE B – Regels voor toewijzen sociale huurwoningen (woonwagen c.q. standplaats) ............................. 36
3
WOORD VOORAF Met de peiling van de woonwensen onder woonwagenbewoners, wordt door de Gemeente Den Haag uitvoering gegeven aan het landelijke beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ uit 2018, (hierna landelijk beleidskader te noemen) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De peiling is in januari en februari 2020 uitgevoerd, door het houden van individuele gesprekken (interviews). Veelal vonden deze gesprekken plaats in gezins- of familieverband. Naast het voeren van een open gesprek waarin historie, heden en toekomst van de geïnterviewde een plaats kregen, is ook ingegaan op de specifieke omstandigheden van het gezin en/of familie. Teneinde de eenduidigheid te bewaken, is aansluitend een digitale vragenlijst (zie bijlage) met de bewoners ingevuld. De vragenlijst is opgebouwd uit de onderdelen; Afstamming, Wonen en Financieel. Na de gesprekken is aan de geïnterviewden een afschrift van de ingevulde enquête toegezonden. Ik wil alle geïnterviewden danken voor de open en meestal hartelijke gesprekken en informatie over de geschiedenis van de woonwagenbewoners in Gemeente Den Haag in zijn algemeenheid en de individuele woonwagenlocaties in het bijzonder. Elst, 30 juni 2020
Jeroen Kemna
4
HOOFDSTUK 1 – SAMENVATTING & CONCLUSIES A. Samenvatting ervaringen gesprekken Door de gemeente Den Haag zijn, zowel aan de huurders van de woonwagenstandplaatsen als aan hen die wonen in een woning en staan ingeschreven op de wachtlijst, uitnodigingen tot deelname aan het woonwensenonderzoek verzonden. Daarbij is een toelichting toegevoegd over de aard, planning en inhoud van het onderzoek. Tevens is aangegeven dat bewoners die wensten deel te nemen daartoe een afspraak konden maken, zowel telefonisch, per mail of digitaal op een daartoe ingerichte website. Aanvankelijk waren de aangeschrevenen erg terughoudend met het maken van afspraken. Dit werd mede veroorzaakt door ruis die binnen de doelgroep was ontstaan op basis van het gerucht dat de interviewers werden geassisteerd door iemand van de sociale recherche of handhaving. De gesprekken met de woonwagenbewoners vonden plaats in de woonwagen op de standplaats. De gesprekken met de mensen die wonen in een woning vonden plaats in een stadsdeelkantoor of een vergaderruimte elders in de stad. De standplaatsen zijn per locatie bezocht. Naast de geplande gesprekken zijn ook de standplaatsen bezocht waarbij bewoners geen afspraak hadden gemaakt. Gaandeweg de gesprekken ontstond een sfeer van voorzichtig vertrouwen. Bewoners maakten daarna in toenemende mate afspraken.
Ook meldden bewoners zich daarna spontaan aan tijdens het gesprek dat met één van hun familieleden werd gehouden. Alleen op de Strijpkade wenste niemand deel te nemen. Als reden werd aangegeven dat men allemaal een eigen woonwagen had en dat er niemand wilde verhuizen. Op de Tom Mandersstraat werd aanvankelijk sfeer onder bewoners gemaakt niet deel te nemen omdat de voorzitter van een landelijke vereniging van woonwagenbewoners, Roma en Sinti, hiertoe had opgeroepen. Later was men alsnog welkom en zijn interviews afgenomen bij het ‘drie herenberaad’ (de woordvoerders) van de Tom Mandersstraat. Het overgrote deel van de gesprekken is in goede harmonie verlopen. De meeste bewoners waren enthousiast en vertelden hun verhaal, waarna het formulier gezamenlijk werd ingevuld. Doordat het onder de woonwagenbewoners rondging dat er een woonwensenonderzoek werd uitgevoerd, hebben zich meer mensen gemeld dan in principe waren uitgenodigd. Ook waren er bewoners die om legitieme reden hun afspraak niet konden nakomen. Ook deze personen zijn nog meegenomen in het onderzoek. Uiteindelijk hebben we 179 personen gesproken.
5
B. De uitkomsten – analyse Vraag
Den Haag 166 28 136 2 126
Buiten de gemeente 13 10 3 0 2
Totaal 179 38 139 2 128
54
11
65
Den Haag 78 Onder de 15 jaar 37 15 t/m 20 jaar 18 vanaf 21 jaar 23
Buiten de gemeente 9 2 6 1
Totaal 87 39 24 24
Vraag
Den Haag Geïnterviewde met wens om te verhuizen 73 wil naar standplaats 32 wil naar standplaats met huurwagen 40 Geen voorkeur 1
Buiten de gemeente 11 6 5 0
Totaal 84 38 45 1
Vraag Den Haag Hiervan wil standplaats huren 52 Hiervan wil standplaats kopen 21 Wil zelf ontwikkelen (meedenken met ontwerp) 44
Buiten de gemeente 10 1 5
Totaal 62 22 49
Valide interviews Woont in een huis Woont op standplaats Zwervende Bezit eigen woonwagen Beweert ingeschreven te staan als standplaatszoekende
Vraag Aantal inwonende kinderen
Deelname standplaatsbewoners
94
139
Deelgenomen
Niet deelgenomen
Grafiek 1 - deelname standplaatsbewoners aan het onderzoek (deel 1)
6
Leeftijdsopbouw geïnterviewden (Den Haag en daarbuiten)
15 50
20
57
18-30
31-45
37
46-60
61-70
boven 70
Grafiek 2 - leeftijdsopbouw geïnterviewden Den Haag en daarbuiten
Leeftijdsopbouw geinterviewden (enkel gemeente Den Haag)
14 19
49
52
18-30
31-45
32
46-60
61-70
boven 70
Grafiek 3 - Leeftijdsopbouw geïnterviewden Den Haag
Interviews verdeling standplaatsbewoners en spijtoptanten: totaal: 179
40
139
Standplaatsbewoners
Spijtoptanten
Grafiek 4 – Interviews: verdeling standplaatsbewoners en spijtoptanten
7
Interviews verdeling standplaatsbewoners en spijtoptanten (enkel gemeente Den Haag), totaal: 166
30
136
Standplaatsbewoners
Spijtoptanten
Grafiek 5 - Verdeling interviews standplaatsbewoners/spijtoptanten (enkel gemeente Den Haag)
Geïnterviewden die willen verhuizen (enkel gemeente Den Haag) totaal: 73
30
43
Standplaatsbewoner
Spijtoptant
Grafiek 6 - Geïnterviewden die willen verhuizen (enkel gemeente Den Haag)
Leeftijdsopbouw inwonende kinderen (Den Haag en daarbuiten) 45 40 35 30
16 1
25 20
8
15 10
23
23 16
5 0 Tot 15 jaar
Tussen 15 en 21 jaar In wagen
Boven de 21 jaar
In huis
Grafiek 7 - Leeftijdsopbouw inwonende kinderen Den Haag en daarbuiten
8
Leeftijdsopbouw inwonende kinderen (enkel Den Haag) 40 35 30
14 1
25 20 2
15 10
23
22 16
5 0 Tot 15 jaar
Tussen 15 en 21 jaar In wagen
Boven de 21 jaar
In huis
Energiestraat
Erasmusweg
Isabellaland
Strijpkade
Guntersteinweg
Schapenatjesduin
Viaductweg
Bob Oosthoeklaan
Henricuskade
Jan Hanlostraat
Snipperlocaties
Grafiek 8- Leeftijdsopbouw inwonende kinderen Den Haag
Aantal inwonende kinderen onder de 15 jaar
4
2
1
onbekend
4
5
1
1
3
5
0
Aantal inwonende kinderen tussen de 15 en 21 jaar
2
2
0
onbekend
2
1
1
0
2
3
0
Aantal inwonende kinderen van 21 jaar of ouder Totaal
0 6
0 4
2 3
onbekend 0
3 9
2 8
5 7
0 1
7 12
2 10
2 2
Tabel 1 - Totaal inwonende kinderen per woonwagenlocatie Den Haag
Onderstaande tabel toont hoe de gegevens bekend zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De landelijk rapportage van Companen (uitgevoerd in opdracht van BZK) telt 235 standplaatsen die de gemeente Den Haag heeft; het kadaster telt er 240. Er zijn naast de officiële woonwagenlocaties c.q. standplaatsen namelijk een paar ‘snipperlocaties’1 met standplaatsen her en der in Den Haag.
Tabel 2 - Gegevens van Companen2
1
zie ook hoofdstuk 5.12 Companen heeft geen cijfer gegeven van het aantal standplaatsen per 1.000 woningen in heel Nederland, daar veel cijfers van gemeenten ontbreken. Wij schatten in dat het aantal ligt tussen de 1,5 en 2,0. 2
9
Figuur 1 - Aantal woonwagenstandplaatsen per 1.000 woningen in gemeenten (Companen)
HOOFDSTUK 2 – ADVIES Hieronder de adviezen opgesomd die in het vervolg van het rapport separaat aan bod komen. 1. Opstellen woonwagenbeleid (= publiekrechtelijk); 2. Indien gewenst ook locatieonderzoeken uitvoeren en hierbij de plaatselijke wijkraad/buurtvereniging betrekken. Wees hierbij erg zorgvuldig in de communicatie. 3. Laat de huisvestingsverordening voor wat betreft de registratie en toewijzing van standplaatsen vervallen. 4. Stel verhuurbeleid (= privaatrechtelijk) op, inclusief de regels omtrent inschrijving en toewijzing; 5. Stel een lijst geregistreerde standplaatszoekenden op, waarbij voor de inschrijving en toewijzing de volgende bepalingen gelden: a. Afstammingsbeginsel; b. Puntensysteem; c. Inschrijfgeld en betalen voor jaarlijkse verlenging; d. Men staat pas ingeschreven als het inschrijvingsformulier (zie bijlage B) inclusief gevraagde bescheiden is aangeleverd en het inschrijvingsgeld daadwerkelijk is betaald. e. Personen die reeds stonden ingeschreven op de oude 'wachtlijst', kunnen met terugwerkende kracht punten toegekend krijgen nadat zij hebben aangetoond te voldoen aan het afstammingsbeginsel, de gevraagde formulieren hebben ingeleverd en hebben betaald voor de jaarlijkse herinschrijving. 6. Neem in zowel de woonvisie als in de prestatieafspraken een separate woonwagenparagraaf op.
10
HOOFDSTUK 3 – WAAROM DIT ONDERZOEK A. Inleiding Sinds jaar en dag wordt om de vier à vijf jaar een (regionaal) woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. Zo ook in 2019. Na oproep van de Nationale Ombudsman, het College voor de Rechten van de Mens en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het bijzonder, heeft de gemeente Den Haag besloten een separate inventarisatie onder de doelgroep woonwagenbewoners te houden.
B. Aanleiding In de afgelopen periode is de aandacht voor woonwagenstandplaatsen toegenomen. Mede naar aanleiding van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman, heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in juli 2018 een nieuw beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ uitgebracht dat gemeenten bouwstenen biedt voor de beleidsvorming rondom standplaatsen en woonwagens. Dit nieuwe beleidskader verduidelijkt dat recht dient te worden gedaan aan de culturele identiteit die samenhangt met deze woonvorm. Hierbij dient met name het mensenrechtelijk kader te worden gewaarborgd.
C. Samenvatting beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK Uitgangspunt in het landelijk beleidskader is dat huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid is van de gemeente. Gemeenten dienen beleid voor woonwagens en standplaatsen vast te stellen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Dit beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is, zodat gemeenten ervoor kunnen zorgen dat het aantal standplaatsen in een redelijke verhouding staat tot de daadwerkelijke vraag aan standplaatsen bij woonwagenbewoners. Het tot dan toe gevoerde beleid van een aantal gemeenten, specifiek het ‘uitsterfbeleid’ ook wel ‘afbouwbeleid’ geheten, blijkt namelijk in strijd te zijn met het mensenrechtelijk kader. Van de gemeente Den Haag wordt verwacht dat zij lokaal beleid ontwikkelt dat passend is binnen het mensenrechtelijk kader. Concreet betekent dit dat: 1. gemeenten beleid voor woonwagens en standplaatsen vaststellen als onderdeel van het volkshuisvestelijk beleid; 2. het beleid voldoende rekening houdt met en ruimte geeft voor de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners; 3. er helder is wat de behoefte aan standplaatsen is; 4.
dat corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; 5. de afbouw van standplaatsen in principe niet is toegestaan zolang er behoefte is aan standplaatsen; 6. dat woningzoekende woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen; 7. dat er zo mogelijk tegemoet gekomen wordt aan de wens om in familieverband samen te leven. NB: Het betreft een ‘beleidskader’ en is dus geen ‘beleidsregel’. Het document is dan ook geen wet c.q. heeft op zichzelf geen juridische gevolgen. Het beleidskader geeft richting en bevat bouwstenen om het beleid aan te passen aan het mensenrechtelijk kader, waaraan gemeenten wél moeten voldoen.
11
D. Kwantiteit of kwaliteit? Vanuit het College voor de Rechten van de Mens, de Nationale Ombudsman en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft men de wens geuit een inventarisatie woonbehoefte per gemeente / regio uit te voeren, waarbij niet alleen de bewoners op standplaatsen dienen te worden bevraagd, maar ook spijtoptanten (mensen die eerder al dan niet uit noodzaak naar een reguliere woning verhuisden) en ook degenen die eventueel illegaal op zelf gecreëerde standplaatsen wonen. Een belangrijke vraag hierbij is of het onderzoek moet leiden tot het aantal mensen dat graag op een standplaats wil wonen (kwantiteit) of juist tot het aantal mensen dat voor een standplaats in aanmerking wil komen, die hierbij voldoen aan het afstammingsbeginsel, bereid zijn te betalen voor het in aanmerking komen als standplaatszoekende én zich bewust zijn van het feit dat er een puntensysteem geldt. Dat laatste dient de toestroom te beperken vanuit andere gemeenten c.q. van buiten de regio (kwaliteit). Als aan een woonwagenbewoner wordt gevraagd of hij/zij op een standplaats wil wonen, zal het standaard antwoord vrijwel altijd “ja” zijn. Zijn hier geen consequenties c.q. voorwaarden aan verbonden, dan zal het aantal rap oplopen.
In feite wordt dit dan een opsomming van woonwagenbewoners van 18 jaar en ouder die nog thuis op de standplaats wonen, mensen in reguliere woningen, spijtoptanten, en dergelijke.
E. Drie bestuurlijk vast te stellen beleidskeuzes Om te komen tot een kwalitatieve lijst van standplaatszoekenden dient het College van de gemeente Den Haag te worden verzocht een drietal beleidskeuzes vast te stellen: 1. Invoeren afstammingsbeginsel Vanuit het landelijk beleidskader wordt geadviseerd om het zogeheten ‘afstammingsbeginsel’ in te voeren zodat vooraf wordt bepaald wie als ‘woonwagenbewoner’ zal worden aangemerkt. Het College voor de Rechten van de Mens hanteert in haar oordelen de volgende definitie van woonwagenbewoners: Afstammingsbeginsel woonwagenbewoner Woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. Onder genoemde definitie rekent het College zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers'. De groep ‘kermisexploitanten’ komt weer voort uit de groep ‘reizigers’. De gemeente kan alsdan bij de peiling van de woonbehoefte van de beoogd standplaatszoekende volstaan met het vaststellen van het woonadres van betrokkene, zijn ouders en/of grootouders. Is of was dit een woonwagenlocatie? 2. Invoeren van een puntensysteem Indien de gemeente het werken met het afstammingsbeginsel vaststelt, wordt bij toekomstige registratie en toewijzing het afstammingsbeginsel leidend.
Alleen aantoonbaar ‘echte’ woonwagenbewoners kunnen zich inschrijven.
12
Vanuit de voorgenoemde landelijke partijen (en ook de vertegenwoordigers van de drie landelijk georganiseerde verenigingen van woonwagenbewoners) is het advies om jongeren die nog thuis op een standplaats wonen, voorrang te geven op personen die reeds over huisvesting beschikken3. De behoeftepeiling is zoveel als mogelijk beperkt tot diegenen die daadwerkelijk binnen de eigen gemeente wonen. Deze twee ‘voorwaarden’ kunnen worden bereikt door het vaststellen van een puntensysteem voor inschrijving en toewijzing: Nr.
Huidige woonsituatie
Puntenaantal
1
Inschrijver4 woont op een standplaats in de gemeente
100
2
Inschrijver woont in een reguliere woning in de gemeente
50
3
Inschrijver woont buiten de gemeente / de regio
1
4
Elke maand dat men staat ingeschreven
1
Tabel 3 - Overzicht puntensysteem bij inschrijving
Let op:
De punten die men krijgt, zijn persoonlijk. Deze kunnen dus niet aan iemand anders worden overgedragen.
Als de gemeente in een later stadium overgaat tot het registreren van standplaatszoekenden (geen onderdeel van dit onderzoek) conform bovenstaand voorstel, dan wordt de inschrijving en de volgorde van de op te stellen ‘wachtlijst’ gebaseerd op het aantal behaalde punten. Een nieuwe inschrijving hoeft dus niet onderaan de lijst te staan. Hierbij is bepalend het aantal punten dat men krijgt bij 1e inschrijving. Personen die reeds stonden ingeschreven, kunnen met terugwerkende kracht punten toegekend krijgen:
Voorbeeld Persoon A woont op een standplaats en heeft zich ingeschreven als standplaatszoekende op 06-04-2018 = 100 + (24 maanden x 1) = 124 punten Persoon B woont in een reguliere woning en heeft zich ingeschreven als standplaatszoekende op 10-04-2016 = 50 + (48 maanden x 1) = 98 punten
3. Inschrijfgeld en betalen voor jaarlijkse verlenging Op basis van ervaring wordt geadviseerd om de inschrijving als standplaatszoekende en de jaarlijkse verlenging ervan, niet vrijblijvend te laten zijn. Als inschrijving niks kost, blijkt dat veel woonwagenbewoners zich inschrijven; ook diegenen die reeds over een standplaats beschikken en zelfs echtparen afzonderlijk (voor het geval men later eventueel zal gaan scheiden). Hiertoe kan inschrijfgeld en een bedrag voor jaarlijkse verlenging in rekening worden gebracht. Er zal alsdan een verschil ontstaan tussen mensen die aangeven op een standplaats te willen wonen en de mensen die hier ook daadwerkelijk op zouden willen wonen c.q. hier bereid zijn voor te betalen5. Als inschrijfdatum wordt de datum gehanteerd waarop men heeft betaald.
3 Een hoofdbewoner van een standplaats (huurder) krijgt ook 100 punten, maar zal bij toewijzing van een nieuwe standplaats de oude
standplaats leeg dienen op te leveren, waardoor deze weer verhuurd kan worden aan de volgende op de wachtlijst. 4 Meestal een inwonend kind; is het echter een hoofdbewoner, dan komt de standplaats vrij als hij/zij verhuist. 5 Ter onderbouwing: De gemeente Tiel heeft in 2011 kosten voor de inschrijving en jaarlijkse verlenging voor haar wachtlijst ingevoerd, waardoor het aantal geregistreerde ingeschreven standplaatszoekenden in een jaar tijd daalde van 54 naar 16.
13
F. Beschikbaar komen van standplaatsen door ‘natuurlijk verloop’ Het is ook van belang om te weten hoeveel standplaatsen door natuurlijk verloop ter beschikking komen. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: 1. ‘Natuurlijk verloop’ is geïnterpreteerd als ‘door overlijden’. Belangrijk hierbij op te merken is dat er theoretisch allerlei redenen kunnen zijn waarom een standplaats vrij komt, zoals dat ook geldt voor het ter beschikking komen van andere woonruimte. Mensen kunnen bijvoorbeeld van woonruimte veranderen door scheiding, werk, samenwonen, etc. Kijkende naar de doelgroep en de standvastigheid van woonwagenbewoners, juist door de familiaire verbanden die bewoners van een locatie volgens eigen zeggen vaak met elkaar hebben, wordt in deze peiling ervan uitgegaan dat deze redenen veel minder vaak zullen voorkomen dan bij het ter beschikking komen van andere woonruimte. Vandaar dat wordt gekeken naar ter beschikking komen van standplaatsen door overlijden; 2. Voor het beantwoorden van de vraag is het van belang om te kijken naar de levensverwachting van mensen in Nederland. Door de huidige leeftijd met de levensverwachting van die leeftijd te vergelijken, kunnen conclusies worden getrokken met betrekking tot het ter beschikking komen van standplaatsen; 3.
Verder is het van belang te weten of er sprake is van een inwonende partner die als medehuurder geregistreerd staat6; 4. Tot slot was niet gespecificeerd op welke periode de vraag betrekking heeft. Gekozen is om te kijken naar de periode van nu tot 25 jaar. De vraag “Hoeveel standplaatsen komen door natuurlijk verloop ter beschikking?” is niet volledig te beantwoorden door louter naar de resultaten van deze woonwensenpeiling te kijken. Dit heeft de volgende redenen: 1. Wij hebben 136 hoofdbewoners van de 243 standplaatsen in Den Haag mogen interviewen. Dit betreft 56 %. Van 44 % van de standplaatsen is dus niet bekend wat de leeftijd is van de hoofdhuurder en de eventuele partner. Voor deze groep is het dus niet mogelijk om de vergelijking te maken tussen leeftijd en levensverwachting; 2. Uit gegevens van onder andere het CBS, blijkt er een relatie tussen levensverwachting en opleiding. Mensen met een hogere opleiding hebben een hogere levensverwachting. Dit kan wel 6 jaar schelen (tussen een lager opgeleide en hoger opgeleide). Uit verschillende bronnen is te herleiden dat het gemiddelde opleidingsniveau van woonwagenbewoners redelijk laag is. Echter is er in deze peiling niet specifiek gevraagd naar opleiding. Dat betekent dat niet zomaar de conclusie kan worden getrokken dat de woonwagenbewoners in Den Haag laag zijn opgeleid.
Daarmee kan de factor ‘opleiding ‘ dus niet worden meegenomen; 3. Wij hebben niet gevraagd of de partner ook geregistreerd medehuurder is. Dit is van belang omdat als de hoofdhuurder komt te overlijden, in het geval er een medehuurder is, de standplaats op naam komt te staan van die medehuurder. De standplaats komt dan dus niet ter beschikking voor standplaatszoekenden. Dat zou pas gaan gelden op het moment dat de medehuurder ook komt te overlijden. Wij zijn er nu gemakshalve van uitgegaan dat er geen sprake is van een partner of dat die geen medehuurder is. Voor een objectieve beantwoording van de vraag over natuurlijk verloop zijn meer gegevens nodig dan die voorhanden zijn. Er is echter wel iets te zeggen over de leeftijd van de deelnemers in relatie tot de gemiddelde 6
Deze gegevens zijn eenvoudigweg uit BPR en verhuuradministratie te halen.
14
levensverwachting van Nederlanders. En daarmee over het natuurlijk verloop van de standplaatsen die door de deelnemers worden bewoond. Maar daarbij wel in acht nemend de bovenstaande aandachtspunten. Bij een leeftijd van 50 jaar (peildatum 31-12-2017) wordt een man gemiddeld 82 jaar en 2 maanden en een vrouw 84 en 10 maanden. De gemiddelde levensverwachting neemt met elke leeftijd een aantal maanden toe. Dat wil zeggen dat de levensverwachting bij een leeftijd van 51 jaar hoger ligt dan die bij 50 jaar. De levensverwachting wordt bepaald op basis van de sterfterisico’s per leeftijd.
G. Doel en uitgangspunten voor het onderzoek De gemeente Den Haag en de corporaties, willen graag inzicht in het aantal personen dat graag weer op een standplaats zou willen wonen. Hierbij dienen belangstellenden te worden bevraagd op de onderdelen; Afstamming, Wonen en Financieel. De vragenlijst is zo opgebouwd dat deze onderdelen in de gestelde vragen aan bod komen. (zie bijlage A)
H. Taken en rollen gemeente versus corporatie(s) Vanuit het landelijk beleidskader De gemeente is verantwoordelijk voor het lokale woonbeleid, neergelegd in een woonvisie. Om goede redenen zijn de meeste gemeentelijke woningbedrijven in de vorige eeuw omgezet in woningcorporaties. Het daadwerkelijk realiseren en exploiteren van (sociale) woonruimten (in welke vorm dan ook) is geen kerntaak van gemeenten. De gemeente is natuurlijk wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het standplaatsenbeleid. Via het bestemmingsplan (in de toekomst het omgevingsplan) wordt vastgelegd waar de kavels voor standplaatsen liggen en hoeveel dat er zijn. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en voor handhaving van bijvoorbeeld bouwvoorschriften (brandveiligheid). Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties. Het Rijk vindt het wenselijk dat de gemeente in de woonvisie beschrijft welke rol zij zelf wil (blijven) vervullen ten aanzien van het voorzien in huisvesting voor woonwagenbewoners die willen wonen in een woonwagen. Voor woonwagenbewoners die qua inkomen behoren tot de primaire doelgroep van de woningcorporaties, ligt de verantwoordelijkheid bij woningcorporaties.
Zij moeten voorzien in voldoende huurwoonwagens en standplaatsen. Voor andere woonwagenbewoners geeft het mensenrechtelijk kader aan dat de gemeente aanvullende maatregelen moet treffen om te voorzien in voldoende (koop-)standplaatsen. Dit vloeit voort uit artikel 75 van de Woningwet7. Vanuit het landelijk beleidskader: “bij een eventueel benodigde uitbreiding van het aantal standplaatsen bestemt de gemeente een stuk grond als ‘Wonen-Woonwagenstandplaats’. De woningcorporaties dragen vervolgens zorg voor de aanleg van de standplaatsen en de levering van eventuele huurwoonwagens.” Hierbij rijst de vraag: wat is dwingend en wat is als richtlijn gegeven?
7
Artikel 75 van de Woningwet: 1. Burgemeester en wethouders kunnen, ingeval dit noodzakelijk is voor het naar behoren uitvoeren van deze wet, besluiten rechtstreeks van gemeentewege voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting te treffen. 2. Indien ter uitvoering van het eerste lid van gemeentewege woongelegenheden worden gebouwd, geschiedt dit slechts, indien aannemelijk is, dat door het bouwen van woongelegenheden door toegelaten instellingen niet voldoende in de woonbehoefte wordt voorzien.
15
Het document van BZK betreft een ‘beleidskader’ en is dus geen ‘beleidsregel’. Het stuk is dan ook geen wet c.q. heeft (vooralsnog) geen juridische gevolgen. Het beleidskader geeft richting en bevat landelijke uitgangspunten, waardoor opvolging wenselijk is. Wel kan geconcludeerd worden uit het beleidskader dat corporaties moeten zorgen voor afdoende standplaatsen en daar waar nodig ook huurwoonwagens voor diegenen die qua inkomen tot hun doelgroep behoren8.
HOOFDSTUK 4 – UITKOMSTEN ONDERZOEK / ANALYSE ALGEMEEN Het doel van de inventarisatie is om inzicht te krijgen in de vraag en aanbod van woonwagens en standplaatsen voor nu en in de toekomst.
A. Doelstellingen 1. Het maken van een gedegen analyse van de huidige situatie en de wenselijke situatie voor de doelgroep; 2. Naar aanleiding van deze analyse een gezamenlijk gedragen toekomstvisie ontwikkelen voor wat betreft woonwagenstandplaatsen en woonwagenlocaties in de gemeente Den Haag; 3. Het aangaan van een constructief en respectvol overleg met de betrokken partijen; 4. Bij de doelgroep draagvlak en betrokkenheid creëren bij het onderzoek.
B. Doelgroep Bewoners van woonwagenlocaties (bestaande woonwagenbewoners) en bewoners met de wens om naar een woonwagenlocatie terug te keren. Het gaat er hierbij om dat, indien zij niet woonachtig zijn in een woonwagen, zij wel kunnen aantonen volgens het gedefinieerde ‘afstammingsbeginsel’, als woonwagenbewoner te kunnen worden aangemerkt. Woonwagenbewoners zijn mensen die in een woonwagen wonen. Deze groep bestaat uit de navolgende groeperingen9: 1. Reizigers; 2. Kermisexploitanten; 3. Circusartiesten; 4. Sinti; 5. Roma. Personen zijn pas erkend ‘woonwagenbewoner’ als zij aan het vastgestelde afstammingsbeginsel voldoen. Bij de interviews is geen onderverdeling gemaakt in groepering.
8
Kan men een corporatie hiertoe dwingen? Dit is iets waar veel gemeenten en corporaties mee worstelen. Velen hebben hierover al duidelijkheid gevraagd aan het ministerie van BZK. Vooralsnog is hier geen antwoord opgekomen en is er nog geen jurisprudentie. 9 In Den Haag hebben zich alleen Reizigers, Kermisexploitanten en Sinti aangemeld voor een interview.
16
C. Analyse gemeente Den Haag Algemeen Interviews verdeling standplaatsbewoners en spijtoptanten (enkel gemeente Den Haag), totaal: 166
Geïnterviewden die willen verhuizen (enkel gemeente Den Haag) totaal:73
30 30 43
136
Standplaatsbewoners
Spijtoptanten
Standplaatsbewoner
Spijtoptant
− In totaal hebben er onder de aangeschreven (voormalige) woonwagenbewoners 166 interviews plaatsgevonden. Hiervan hebben 73 bewoners een wens om te verhuizen. − Van de 73 geïnterviewden die willen verhuizen wonen er 30 in reguliere woningen en 43 op een standplaats. − 36 van de 73 geïnterviewden die willen verhuizen woont in bij ouder(s). − 49 van de 73 geeft aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende. − 25 daarvan wonen op een standplaats, 22 in een reguliere woning en 2 zijn zwervende. Bewonerscommissie −
86 van de in totaal 166 Haagse geïnterviewden geeft aan deel te willen nemen aan een bewonerscommissie.
−
Er zijn dus ook bewoners die niet willen verhuizen, maar wel willen deelnemen aan een bewonerscommissie.
Huur en koop − Bij het opmaken van deze rapportage is naar het opgegeven inkomen gekeken. De totale behoefte aan huur en koopstandplaatsen is hierop gebaseerd. − Geïnterviewden die willen huren en meer verdienden dan € 39.055 per jaar komen niet in aanmerking voor de sociale huursector (= corporatie). Zij dienen derhalve te kopen of te blijven huren van de gemeente. − Geïnterviewden die willen kopen en minder verdienen dan € 39.055 per jaar zullen zeer waarschijnlijk de inkomenstoets om te kunnen kopen niet doorstaan. Zij dienen derhalve te (blijven) huren. Spijtoptanten Er hebben zich aanvankelijk 49 mensen van de wachtlijst aangemeld voor het onderzoek. Dit is beduidend lager dan het aantal ingeschreven personen op de gemeentelijke wachtlijst dat zo rond de 185 ligt. Hieruit kan voorzichtig worden geconcludeerd dat er veel personen op de wachtlijst staan ingeschreven ‘voor het geval dat…’. Het inschrijven op de gemeentelijke wachtlijst kost immers geen geld en er wordt niet actief gecontroleerd of mensen nog daadwerkelijk op zoek zijn naar een standplaats. In hoofdstuk 3, E 1, 2 en 3 wordt een voorzet gegeven om te komen tot een betrouwbare lijst geregistreerde standplaatszoekenden, waardoor deze gaat van kwantitatief naar kwalitatief10.
10
Zie paragraaf 3 D: kwantitatief of kwalitatief?
17
Door te filteren op: behoort tot de doelgroep ‘woonwagenbewoner', woonplaats: Den Haag en dan vervolgens op woonvorm: in huis (dus spijtoptant), komt hier een totaal van 28 spijtoptanten uit. Verder zijn er nog 2 zwervenden die een postadres in Den Haag hebben. Deze zijn daarom ook als spijtoptant meegeteld. Het totaal wordt dan 30. Het verschil van 49 – 30 = 19 ontstaat doordat er spijtoptanten zijn die wel geïnterviewd zijn, maar niet in Den Haag wonen en/of niet tot de doelgroep ‘woonwagenbewoner’ behoren of (!) zich wel hebben aangemeld maar uiteindelijk niet zijn gekomen (al dan niet met een legitieme reden). Vanuit het onderzoek: − Van de 30 spijtoptanten wonen er 28 in een reguliere woning; − 2 spijtoptanten hebben geen vaste woon- of verblijfplaats en zijn dus zwervende; − Van de 30 spijtoptanten wonen er 9 in bij ouder(s); − De leeftijd van de spijtoptanten loopt uiteen van 18 tot 74 jaar; − Voor de categorie spijtoptanten is de leeftijdsindeling niet zo van belang. Ze maken door tijdverloop geen standplaatsen vrij. (Toelichting verderop in deze rapportage) 12 van de 30 spijtoptanten hebben in totaal 17 inwonende kinderen in de leeftijdscategorieën: −
Onder de 15 jaar
: 14 kinderen
−
Tussen 15 en 21
: 2 kinderen
−
Boven 21
: 1 kind
Bij de groep spijtoptanten doen zich geen gevallen voor waarbij drie generaties wonen op hetzelfde adres. Van de 30 spijtoptanten wil(len): − 28 verhuizen van huis naar standplaats. − 2 zelfstandig gaan (samen)wonen op standplaats. Zij zijn nu zwervende. Huur of koop − Van de 30 spijtoptanten willen er: o 19 willen een huurstandplaats met een huurwoonwagen; o 4 willen een huurstandplaats voor de plaatsing van een eigen huurwoonwagen; o 7 willen een standplaats kopen. − Van de in totaal 23 spijtoptanten die willen huren, verdienen er 6 meer dan € 39.055 per jaar. Ze verdienen meer dan de maximale norm voor sociale huur en zouden derhalve dienen te kopen. − Van de 7 die willen kopen, hebben er 3 een inkomen onder de € 39.055 per jaar. Deze dienen derhalve te gaan huren. Geïnterviewden Standplaats Van de 43 standplaatsbewoners die willen verhuizen wonen er: − 9 zelfstandig. − 34 wonen in bij ouder(s), een ander familielid of ex-partner. − 9 van de 43 standplaatsbewoners die willen verhuizen hebben in totaal 15 kinderen in de leeftijdscategorieën: o Onder de 15 jaar : 8 kinderen o Tussen 16 en 21 jaar : 3 kinderen o Boven de 21 jaar : 4 kinderen Bij de groep standplaatsbewoners doet zich 1 geval voor waarbij drie generaties wonen op hetzelfde adres.
18
Van de 43 standplaatsbewoners wil(len): −
3 verhuizen naar een standplaats gelegen bij de eigen familie;
− 31 zelfstandig gaan (samen) wonen op standplaats; −
2 verhuizen naar een woon/werk kavel;
−
7 verhuizen naar een andere standplaats i.v.m. beter woongenot. (Zie paragraaf Energiestraat)
Verdeeld naar wens om te kopen of te huren levert dit de volgende verdeling op: Opgegeven wens
Standplaats Woonwagen
Huren
35
Kopen
8
Totaal
43
Woon/werkkavel
Inkomen > € 39.055
1
4
1
1
21
Tabel: verdeling wens huur/koop standplaatsbewoners. Zoals eerder aangegeven, is in deze rapportage uitgegaan van het gegeven dat bewoners met een jaarinkomen hoger dan €39.055 niet in aanmerking komen voor sociale huur (lees woonwagenstandplaats) en voor de uitkomst van de inventarisatie de standplaats dienen te kopen. Kopers die minder verdienen dan €39.055 dienen derhalve te huren. Vrijvallen van standplaatsen In totaal zijn er 32 standplaatsbewoners die de leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt. Op basis van levensverwachting kan dit resulteren in onderstaand weergegeven vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar. Locatie
Aantal
Energiestraat
1
Erasmusweg
4
Guntersteinweg
5
Henricuskade
6
Jan Hanlostraat
5
Schapenatjesduin
2
Tom Mandersstraat
5
Viaductweg
4
Totaal
32
Conclusies 1. 36 van de 73 geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend bij de ouder(s); 2. 49 van de 73 geïnterviewden die willen verhuizen geeft aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende; 3. Er doet zich 1 geval voor waarbij drie generaties wonen op hetzelfde adres; 4. Er is behoefte aan 58 huurstandplaatsen: a. 40 een huurstandplaats met huurwoonwagen; b. 18 een huurstandplaats voor de plaatsing van een eigen woonwagen. 5. Er is behoefte aan 15 koopstandplaatsen;
19
6. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden kan op basis van levensverwachting resulteren tot vrijval van 32 standplaatsen binnen 25 jaar; 7. Er zijn in totaal 22 kinderen in de leeftijd onder de 15 jaar. Zij zullen op lange termijn (tussen 5 tot 20 jaar) mogelijk een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats; 8. Twee derde van de vraag naar een standplaats uit de groep kinderen onder de 15 jaar kan opgelost worden door natuurlijk verloop. 9. Er zijn in totaal 5 kinderen in de leeftijd tussen 15 en 21 jaar. Ze zullen op middellange termijn (1 tot 5 jaar) een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats. Onderdeel
Aantal
Koopstandplaatsen
15
Huurstandplaatsen
58
Huurwoonwagens
40
Mogelijk verloop <25 jaar door levensverwachting
32
Kinderen tussen 15 en 21 jaar
5
Kinderen onder de 15 jaar
22
Deelnemen aan bewonerscommissie
86
D. Dataverzameling 1. Analyse en onderzoek naar de huidige situatie van de spijtoptanten / woonwagenbewoners; 2. Het houden van persoonlijke interviews met woonwagenbewoners en inwonende kinderen van 18 jaar en ouder; 3. Het houden van persoonlijke interviews met ingeschrevenen op de belangstellendenlijst en spijtoptanten. De gemeente heeft de huurders van standplaatsen en ingeschrevenen op de wachtlijst aangeschreven, waarbij in de brief stond vermeld dat zij met Be Flex B.V. contact op konden nemen voor een afspraak.
E. Gehouden interviews Met 179 belangstellende woonwagenbewoners is een interview afgenomen. Niet alle belangstellenden wensten te verhuizen maar wilden hun ongenoegen kwijt over de gang van zaken met betrekking tot het woonwagendossier gedurende de afgelopen decennia. Van de mensen die aangaven wel te willen verhuizen is een inhoudelijk interview afgenomen. Deze interviews hadden een gemiddelde lengte van een uur, waarbij de geïnterviewden het eerste half uur vertelden wat hen zoal bezighield, waarna het vragenformulier digitaal werd ingevuld. De geïnterviewden hebben het vragenformulier ondertekend en per e-mail of per post in afschrift ontvangen.
F. Spijtoptanten Aan de spijtoptanten is gevraagd wat zij van hun huidige woonsituatie vinden. Allen geven aan dat zij ongelukkig zijn en het liefst terugkeren naar een woonwagen. Sommigen zijn zelfs bereid om op een willekeurige woonwagenlocatie te gaan wonen, als dat zou betekenen dat ze weer in een woonwagen zouden kunnen wonen. Ook al wonen ze soms jaren in een huis. Ook zeggen ze zeer regelmatig bij familie die op een woonwagenlocatie wonen op bezoek te gaan, vaak zelfs dagelijks.
20
G. De woonwagencultuur In de interviews is uitvoerig gesproken over de woonwagencultuur en waarom woonwagenbewoners zo graag in een woonwagen willen wonen. Eigenlijk geeft iedereen aan in een woonwagen te willen wonen omdat zij erin geboren en getogen zijn of dat hun ouders / grootouders erin hebben gewoond. Het is wat ze kennen en ze willen niet anders. “Liever in een wagen dan in een villa.” Een gedeelte van de mensen geeft hierbij heel duidelijk aan dat het gaat om de woonwagen zelf. Antwoorden als “Ik voel me opgesloten in een huis” en “de muren komen op me af in een huis” worden hierbij regelmatig gegeven. Daarnaast wil men als familie bij elkaar wonen: ‘eigenzinnig wonen in familieverband’. Bij deze mensen gaat het dus echt om het samen met elkaar zijn, wat het belangrijkste onderdeel is van de woonwagencultuur en het meest door bewoners wordt benoemd. Het samen zijn en de saamhorigheid wordt vaker genoemd dan het daadwerkelijke wonen in een woonwagen. Toch wordt er ook veel gesproken over vroeger en hoe er vroeger echt werd gereisd. Een aantal van de oudere bewoners vertelt dan bijvoorbeeld over hoe ze vroeger door het land trokken. Dit gaf ‘een gevoel van vrijheid’ en dat wordt ook vaak benoemd als onderdeel van de woonwagencultuur. Daarmee samenhangend benoemen bewoners dat ze ‘elkaar accepteren en dat iedereen zichzelf kan zijn’. ‘Dit is ook een vorm van vrijheid’.
Als echter de grootte van een woonwagen ter sprake komt, dan wil men ‘minimaal 7 x 14 meter’, wat nou niet bepaald een woonwagen is waarmee vroeger werd gereisd. Er is dus een verschil tussen de emotionele hang naar de nostalgie van het reizen en gezellig knus op elkaar, en het praktisch denken voor het toekomstig wonen. Wat ook vaak ter sprake komt, is dat de woonwagenbewoners zich gediscrimineerd voelen. ‘Dat was vroeger al zo, toen ze soms onder politiebegeleiding de gemeentegrenzen moesten verlaten als de tijd gekomen was om te gaan. Woonwagenbewoners werden toen niet geaccepteerd en voelen zich nog steeds niet geaccepteerd in de Nederlandse samenleving’. In verschillende interviews is ook ter sprake gekomen of mensen van buitenaf (burgers) wel bij hen welkom zijn. Dan wordt vaak gezegd dat bijvoorbeeld buren zeker welkom zijn en soms geven mensen daar dan voorbeelden van. Bijvoorbeeld dat zij buurkinderen uitgenodigd hebben om op de locatie te komen spelen. En eigenlijk geven ze dan ook meteen aan dat deze kinderen dat dan niet altijd mochten van de ouders. Ook wordt regelmatig benoemd dat er goede contacten zijn met de buurt, maar dat buren wel op afstand blijven. Een ander opvallend onderdeel van de woonwagencultuur is de zorg voor en controle van de kinderen. De kinderen komen eigenlijk niet van de locatie af, hooguit de tijd dat zij op school doorbrengen.
Woonwagenbewoners houden hun kinderen dicht bij zichzelf, voor de veiligheid. De kinderen en ouders zijn zeer hecht met elkaar en brengen dus veel tijd door met elkaar. Wanneer de kinderen ouder (en volwassen) zijn, is deze behoefte er nog steeds en deze is wederzijds. De kinderen willen ook het liefst bij de ouders in de buurt zijn. Wanneer kinderen niet op dezelfde locatie wonen of in een huis wonen, wordt gezegd dat ze eigenlijk dagelijks bij hun ouders te vinden zijn. Veel vaker dat in hun eigen woonruimte. Een belangrijk onderdeel van de cultuur is het voor elkaar zorgen. Eigenlijk benoemen ze allemaal dat “we voor elkaar zorgen op een kamp en iedereen zichzelf kan zijn”. Wanneer mensen mantelzorg nodig hebben, dan nemen de familieleden deze op zich. Het lijkt soms alsof de woonwagencultuur geromantiseerd wordt, maar bij doorvragen blijkt dat mensen ook heel realistisch zijn. Er wordt openlijk benoemd dat het zeker voorkomt dat er ruzie is of dat mensen niet met elkaar kunnen opschieten. Maar de rode draad in hun verhaal is toch die saamhorigheid en acceptatie van elkaar. Als er problemen zijn, dan lossen ze het zelf op. “Wat op het kamp gebeurt, blijft op het kamp”.
21
HOOFDSTUK 5 – UITKOMSTEN ONDERZOEK / ANALYSE PER INDIVIDUELE WOONWAGENLOCATIE
Woonwagenlocatie 1. Energiestraat 2. Erasmusweg 3. Isabellaland 4. Strijpkade 5. Guntersteinweg 6. Schapenatjesduin 7. Viaductweg 8. Bob Oosthoeklaan 9. Henricuskade 10. Jan Hanlostraat 11. Tom Mandersstraat Snipperlocaties* Totalen
Aantal standplaatsen
Bezochte standplaatsen 10 18 18 5 15 18 37 5 34 35 38 8 241
Percentage bezochte Aantal standplaatsen van totaal interviews 8 80,0% 10 10 55,6% 10 1 5,6% 3 0 0,0% 0 5 33,3% 10 7 38,9% 10 19 51,4% 26 1 20,0% 1 15 44,1% 22 17 48,6% 24 11 28,9% 20 2 25,0% 3 96 139
Tabel 4 - Deelname standplaatsbewoners aan het onderzoek (deel 2)
* NB: De snipperlocaties staan niet op bovenstaande kaart aangegeven. Veel hoofdbewoners wilden niet meedoen aan het onderzoek om diverse redenen: 1. Men heeft al een standplaats; 2. Omdat zij denken dat de gemeente c.q. corporaties toch niets met de uitkomsten zullen doen; 3. Veel mensen geven aan geen enkel vertrouwen te hebben in de gemeente c.q. corporaties; 4. Diverse mensen geven aan dat zij destijds gedwongen zijn verplaatst en dat naar hen niet zal worden geluisterd; 5. De vertegenwoordiging van een landelijke vereniging voor woonwagenbewoners heeft volgens diverse bewoners richting hen aangegeven dat de onderzoekers vergezeld zullen worden door een sociaal rechercheur en/of handhaver en daarom bij hen thuis willen komen interviewen.
22
1.
Bob Oosthoeklaan Woonwagenlocatie Bob Oosthoeklaan telt in totaal 5 standplaatsen. Van deze 5 wilde de hoofdbewoner van 1 standplaats meedoen aan het onderzoek. Deze geïnterviewde heeft geen verhuiswens.
2.
Energiestraat Woonwagenlocatie Energiestraat telt in totaal 10 standplaatsen. Van deze 10 wilden de bewoners van 8 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Er hebben 10 interviews plaatsgevonden: − 7 van de 10 geïnterviewden geeft aan te willen verhuizen; − Hiervan geven 2 personen aan ingeschreven te staan als standplaatszoekende; − Van deze 7 wonen er 5 zelfstandig; − 2 personen wonen in bij ouder(s). Van de 7 die willen verhuizen, wil(len): − 2 zelfstandig gaan (samen)wonen op een standplaats op een andere woonwagenlocatie voor een beter woongenot; − 5 verhuizen naar een andere woonwagenlocatie voor een beter woongenot; − De wens voor een beter woongenot wordt ingegeven door de door bewoners al jarenlang ervaren hinder van een direct tegenover de woonwagenlocatie gelegen gebedshuis. 3 van de 7 die willen verhuizen hebben in totaal 5 kinderen in de leeftijdscategorieën: − Onder de 15 jaar : 4 kinderen − Tussen 16 en 21 jaar : 1 kinderen − Boven de 21 jaar : geen Van de 7 die willen verhuizen willen er: − 4 een standplaats huren en hier een eigen woonwagen op plaatsen; − 2 een standplaats kopen; − 1 een huurstandplaats met huurwoonwagen. Van de in totaal 5 die willen huren, verdienen er: − 4 minder dan € 39.055 per jaar; − Van 1 geïnterviewde is het inkomen onbekend; Van de 2 geïnterviewde die willen kopen is het inkomen onbekend.
In totaal is er op deze locatie 1 standplaatsbewoner die de leeftijd van 60 jaar of ouder heeft bereikt. Op basis van levensverwachting kan dit resulteren in vrijval van 1 standplaats binnen 25 jaar. Conclusies 1. 2 van de 7 geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend bij de ouder(s); 2. 2 van de 7 geïnterviewden die willen verhuizen geeft aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende; 3. Er is behoefte aan 5 huurstandplaatsen, waarvan 1 met huurwoonwagen; 4. Er is behoefte aan 2 koopstandplaatsen; 5. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden kan op basis van levensverwachting resulteren tot vrijval van 1 standplaats binnen 25 jaar; 6. Er zijn in totaal 4 kinderen in de leeftijd onder de 15 jaar. Zij zullen op lange termijn (tussen 5 tot 20 jaar) mogelijk een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats.
23
3.
Onderdeel
Aantal
Koopstandplaatsen
2
Huurstandplaatsen
5
Huurwoonwagens
1
Mogelijk verloop <25 jaar door levensverwachting
1
Kinderen tussen 15 en 21 jaar
0
Kinderen onder de 15 jaar
4
Deelnemen aan bewonerscommissie
1
Erasmusweg Woonwagenlocatie Erasmusweg telt in totaal 18 standplaatsen. Van deze 18 wilden de bewoners van 10 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Geen van de geïnterviewden heeft een verhuiswens.
4.
Guntersteinweg Woonwagenlocatie Guntersteinweg telt in totaal 15 standplaatsen. Van deze 15 wilden de bewoners van 5 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Hier hebben 10 interviews plaatsgevonden. Geen van de geïnterviewden heeft een verhuiswens.
5.
Henricuskade Woonwagenlocatie Henricuskade telt in totaal 34 standplaatsen. Van deze 34 wilden de bewoners van 15 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Hier hebben 22 interviews plaatsgevonden: − − − −
6 van de 22 geïnterviewden geeft aan te willen verhuizen; Hiervan geven 3 personen aan ingeschreven te staan als standplaatszoekende; Alle 6 zijn inwonend waarvan 5 personen bij de ouder(s) en 1 persoon bij een vriendin; Alle 6 willen verhuizen omwille van zelfstandig (samen)wonen.
Van de 6 die willen verhuizen willen er: − 3 een standplaats huren en hier een eigen woonwagen op plaatsen; − 3 een huurstandplaats met huurwoonwagen; − Hiervan verdienen er 4 minder dan € 39.055 per jaar; − Van 2 in het inkomen onbekend. In totaal zijn er op deze locatie 6 standplaatsbewoners die de leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt. Op basis van levensverwachting kan dit resulteren in vrijval van standplaatsen binnen 25 jaar. Conclusies 1. Alle 6 geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend; 2. 3 van de 6 geïnterviewden die willen verhuizen geven aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende; 3. Er is behoefte aan 3 huurstandplaatsen met huurwoonwagen; 4. Er is behoefte aan 3 huurstandplaatsen voor een eigen woonwagen; 5. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden kan op basis van levensverwachting resulteren tot vrijval van 6 standplaats binnen 25 jaar.
24
6.
Onderdeel
Aantal
Koopstandplaatsen
0
Huurstandplaatsen
6
Huurwoonwagens
3
Mogelijk verloop <25 jaar door levensverwachting
6
Kinderen tussen 15 en 21 jaar
0
Kinderen onder de 15 jaar
0
Deelnemen aan bewonerscommissie
1
Isabellaland Woonwagenlocatie Isabellaland telt in totaal 18 standplaatsen. Van deze 18 wilde de bewoners van 1 standplaats meedoen aan het onderzoek. Hier hebben 3 interviews plaatsgevonden: − 2 van de 3 geïnterviewden geeft aan te willen verhuizen; − Beide geven aan niet ingeschreven te staan als standplaatszoekende; − Beide personen wonen in bij ouder(s). Van de 2 die willen verhuizen, wil(len): − 2 zelfstandig gaan (samen)wonen op een standplaats; − Beide willen een koopstandplaats − 1 hiervan heeft een inkomen onder de € 39.055 per jaar. Deze geïnterviewde dient derhalve te huren; − Van de tweede geïnterviewde is het inkomen onbekend. Conclusies 1. 2 geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend bij de ouder(s); 2. Geen van de geïnterviewden geeft aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende; 3. Er is behoefte aan 1 koopstandplaats; 4. Er is behoefte aan 1 huurstandplaats voor de plaatsing van een eigen woonwagen.
Onderdeel
Aantal
Koopstandplaatsen
1
Huurstandplaatsen
1
Huurwoonwagens
0
Mogelijk verloop <25 jaar door levensverwachting
0
Kinderen tussen 15 en 21 jaar
0
Kinderen onder de 15 jaar
0
Deelnemen aan bewonerscommissie
2
25
7.
Jan Hanlostraat Woonwagenlocatie Jan Hanlostraat telt in totaal 35 standplaatsen. Van deze 35 wilden de bewoners van 17 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Hier hebben 24 interviews plaatsgevonden: − 8 van de 24 geïnterviewden geeft aan te willen verhuizen − Van deze 8 geven 5 personen aan ingeschreven te staan als standplaatszoekende; − Alle 8 zijn inwonend (bij ouders of ex-partner) en willen verhuizen omwille van zelfstandig (samen)wonen − 1 gezin dat wil verhuizen heeft in totaal 2 kinderen onder de 15 jaar. Van de 8 die willen verhuizen willen er: − 2 een standplaats huren voor de plaatsing van een eigen woonwagen; − 4 een standplaats huren met huurwoonwagen; − 2 willen een standplaats kopen. Van de in totaal 6 die willen huren, verdient er: − 1 meer dan € 39.055 per jaar. Deze standplaatsbewoner kan in principe niet huren bij een woningcorporatie. In totaal zijn er op deze locatie 5 standplaatsbewoners die de leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt. Op basis van levensverwachting kan dit resulteren in vrijval van 6 standplaatsen binnen 25 jaar. Conclusies 1. Alle 8 geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend bij de ouder(s) of ex-partner; 2. 5 van de 8 geïnterviewden die willen verhuizen geven aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende; 3. Er is behoefte aan 5 huurstandplaatsen, waarvan 3 met huurwoonwagen; 4.
Er is behoefte aan 2 koopstandplaatsen; 5. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden kan op basis van levensverwachting resulteren tot vrijval van 6 standplaatsen binnen 25 jaar.; 6. Er zijn in totaal 2 kinderen in de leeftijd onder de 15 jaar. Zij zullen op lange termijn (tussen 5 tot 20 jaar) mogelijk een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats. Onderdeel
Aantal
Koopstandplaatsen
3
Huurstandplaatsen
5
Huurwoonwagens
3
Mogelijk verloop <25 jaar door levensverwachting
6
Kinderen tussen 15 en 21 jaar
2
Kinderen onder de 15 jaar
0
Deelnemen aan bewonerscommissie
5
26
8.
Schapenatjesduin Woonwagenlocatie Schapenatjesduin telt in totaal 18 standplaatsen. Van deze 18 wilden de bewoners van 7 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Hier hebben 10 interviews plaatsgevonden: − 5 van de 10 geïnterviewden geeft aan te willen verhuizen; − Hiervan geven 4 personen aan ingeschreven te staan als standplaatszoekende − Van deze 5 wonen er 2 zelfstandig. 3 personen wonen in bij ouder(s). Van de 5 die willen verhuizen, wil(len): − 2 zelfstandig gaan (samen)wonen op een standplaats. − 3 verhuizen naar een andere woonwagenlocatie bij familie. 2 van de 5 die willen verhuizen hebben in totaal 3 kinderen in de leeftijdscategorieën: − Onder de 15 jaar : 2 kinderen − Boven de 21 jaar : 1 kind Van de 5 die willen verhuizen wil(len) er: − 1 een huurstandplaats voor de plaatsing van een eigen woonwagen; − 4 een huurstandplaats met huurwoonwagen. Van de in totaal 5 die willen huren: − verdienen er 3 minder dan € 39.055 per jaar; − van 2 is het inkomen onbekend. In totaal zijn er op deze locatie 2 standplaatsbewoners die de leeftijd van 60 jaar of ouder heeft bereikt. Op basis van levensverwachting kan dit resulteren in vrijval van 2 standplaatsen binnen 25 jaar. Conclusies 1. 2 van de 5 geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend bij de ouder(s); 2. 4 van de 5 geïnterviewden die willen verhuizen geven aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende; 3.
Er is behoefte aan 5 huurstandplaatsen waarvan 4 met huurwoonwagen; 4. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden kan op basis van levensverwachting resulteren tot vrijval van 2 standplaatsen binnen 25 jaar; 5. Er zijn in totaal 2 kinderen in de leeftijd onder de 15 jaar. Zij zullen op lange termijn (tussen 5 tot 20 jaar) mogelijk een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats. Onderdeel
Aantal
Koopstandplaatsen
0
Huurstandplaatsen
5
Huurwoonwagens
4
Mogelijk verloop <25 jaar door levensverwachting
2
Kinderen tussen 15 en 21 jaar
0
Kinderen onder de 15 jaar
2
Deelnemen aan bewonerscommissie
3
27
9.
Strijpkade Woonwagenlocatie Strijpkade telt in totaal 5 standplaatsen. Op deze locatie had niemand interesse in het woonwensenonderzoek. Er zijn daarom geen interviews afgenomen.
10. Tom Mandersstraat Woonwagenlocatie Tom Mandersstraat telt in totaal 38 standplaatsen. Van deze 38 wilden de bewoners van 11 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Hier hebben 20 interviews plaatsgevonden: − 7 van de 20 geïnterviewden geeft aan te willen verhuizen − Hiervan geven 4 personen aan ingeschreven te staan als standplaatszoekende − Van deze 7 woont er 1 zelfstandig; − 6 personen wonen in bij ouder(s) of kleinzoon. Van de 7 die willen verhuizen, wil(len): − 6 zelfstandig gaan (samen)wonen op een standplaats. − 1 zelfstandig gaan (samen)wonen in een nieuwe huurwoonwagen. 1 van de 7 die wil verhuizen heeft in totaal 3 inwonende kinderen in de leeftijdscategorieën: − Tussen 16 en 21 jaar : 2 kinderen − Boven de 21 jaar : 1 kind Van de 7 geïnterviewden die willen verhuizen, willen er: − 3 een standplaats huren voor de plaatsing van een eigen woonwagen; − 4 een standplaats huren met huurwoonwagen; − 1 van de 4 die een standplaats met huurwoonwagen wil huren, verdient meer dan € 39.055 per jaar. Deze standplaatsbewoner kan in principe niet huren bij een woningcorporatie. In totaal zijn er op deze locatie 5 standplaatsbewoners die de leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt. Op basis van levensverwachting kan dit resulteren in vrijval van 5 standplaatsen binnen 25 jaar. Conclusies 1.
Alle 7 geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend bij de ouder(s) of kleinzoon. 2. 4 van de 7 geïnterviewden die willen verhuizen geeft aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende. 3. Er is behoefte aan 7 huurstandplaatsen, waarvan 4 met huurwoonwagen. 4. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden kan op basis van levensverwachting resulteren tot vrijval van 5 standplaatsen binnen 25 jaar. 5. Er zijn in totaal 2 kinderen in de leeftijd onder de 15 jaar. Zij zullen op lange termijn (tussen 5 tot 20 jaar) mogelijk een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats. Onderdeel
Aantal
Koopstandplaatsen
1
Huurstandplaatsen
6
Huurwoonwagens
3
Mogelijk verloop <25 jaar door levensverwachting
5
Kinderen tussen 15 en 21 jaar
0
Kinderen onder de 15 jaar
2
Deelnemen aan bewonerscommissie
4
28
11. Viaductweg Woonwagenlocatie Viaductweg telt in totaal 37 standplaatsen. Van deze 37 wilden de bewoners van 19 standplaatsen meedoen aan het onderzoek. Hier hebben 26 interviews plaatsgevonden: − 7 van de 26 geïnterviewden geven aan te willen verhuizen; − Alle geïnterviewden geven aan ingeschreven te staan als standplaatszoekende; − Alle 7 wonen in bij ouder(s) en willen verhuizen omwille van zelfstandig (samen)wonen. Van de 7 die willen verhuizen willen er: − 2 een standplaats kopen; − 5 een huurstandplaats met huurwoonwagen. Van de 5 die willen huren, verdient er: − 1 meer dan € 39.055 per jaar. Deze standplaatsbewoner kan in principe niet huren bij een woningcorporatie. In totaal zijn er op deze locatie 4 standplaatsbewoners die de leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt. Op basis van levensverwachting kan dit resulteren in vrijval van 4 standplaatsen binnen 25 jaar. Conclusies 1. Alle geïnterviewden die willen verhuizen zijn inwonend bij de ouder(s); 2. Alle geïnterviewden die willen verhuizen geeft aan ingeschreven te zijn als standplaatszoekende; 3. Er is behoefte aan 4 huurstandplaatsen met huurwoonwagen; 4. Er is behoefte aan 3 koopstandplaatsen; 5. De leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden kan op basis van levensverwachting resulteren tot vrijval van 4 standplaatsen binnen 25 jaar. Onderdeel