RIS307543 Notulen raad 25 november 2020
Tekst van het document
'En coulant te zijn met de aflooptermijn van huurcontracten': ook daarvoor geldt: je weet dat een huurcontract kan aflopen. Moet je dan coulant zijn? Coulant zijn is sympathiek, maar partijen die een huurcontract sluiten, weten ook wat de voorwaarden zijn. Moet je dan weer extra coulant zijn? Meneer Barker, je kan de verantwoordelijkheid van partijen niet zoekmaken en bij het gemeentebestuur neerleggen. Partijen huren, weten de regels, weten waar ze aan toe zijn en dat is het. Daar moeten ze het dan mee doen, hoe vriendelijk dit ook is geformuleerd. Iedereen kent de huurvoorwaarden. De voorzitter. Dit is een soort nieuw punt. De heer Barker mag dus nog één vraag stellen. Robert Barker (PvdD). De gemeente kiest ervoor om haar eigen pand te slopen. Volgens mij zou de gemeente moeten willen dat we die bedrijven in Den Haag houden. De gemeente kiest ervoor om grote bedrijven te acquireren, maar kleine bedrijfjes die in gemeentepanden zitten, zou de gemeente volgens de wethouder niet kunnen faciliteren, bijvoorbeeld door de huurovereenkomsten aan te passen. Wethouder Mulder (VVD). Ik heb er geen nieuwe opmerking aan toe te voegen. Ik heb het gehad over de verantwoordelijkheden, over huurcontracten en over de voorwaarden, die mensen kennen. Dan moet je niet op een andere stoel gaan zitten. Dus dat over die motie.
84
Dan motie 13 van de Partij voor de Dieren, de motie 'Houd het sociaal'. Dat gaat over de Van Klingerenkavel. Ik heb daar heel veel over gezegd en u begrijpt wel hoe ik over deze motie zal adviseren. De heer Barker knikt; hij weet dat dus precies. Dan motie 5 over 30% sociaal in de Binckhorst. Ik begrijp de motie wel. Het is wel zo dat er voor dit omgevingsplan al 600 woningen waren gerealiseerd, bijvoorbeeld het Junoblok op de Binckhorst. Die staan daar dus gewoon. Moet je dat dan ook weer elders compenseren? Dan laat je de afspraken echt los. Als je het verleden gaat compenseren, zeg je tegen corporaties: je moet geen 30% bouwen, maar meer. Dit vind ik een lastige motie. Er komt een voortgangsrapportage van mijn collega Balster over hoe het gaat met het wonen in Den Haag. Misschien is het handig als u dan kijkt hoe het staat met het aantal sociale woningen en of u dit dan nog steeds vindt, want volgens mij gaat wat wij hier realiseren wel richting de 30%. Dus ik begrijp de motie heel goed. Dan moet je compenseren. Dat lukt je niet meer op de Binckhorst. Het is dus lastig om deze motie uit te voeren, maar misschien is het wijs als het college in een stuk over de Woonagenda aangeeft wat we realiseren om te kijken hoe het precies staat met de 30%: wat realiseren we nou in de stad? Maar dit is echt lastig, want er stonden voor het omgevingsplan echt 600 woningen.
Je kan ze moeilijk 'terugslopen' en er dan alsnog 30% sociaal van maken. Dat is een beetje radicaal. Lesley Arp (SP). Als ik het goed heb begrepen - anders ben ik achter de schermen verkeerd geïnformeerd - hebben we nu 29%, inclusief de tijdelijke sociale woningen van Frank is een Binck. Daar gaat het mij natuurlijk om: om die compensatie van die 60 woningen van Frank is een Binck. Volgens mij liggen de plannen nog niet vast voor de Binckhorst. Je zou dus kunnen zeggen: we gaan met alle middelen die we hebben, nog kijken om in de programmering te schuiven van de bouwplannen die nog niet vaststaan, zodat we toch die 30% halen. De wethouder zegt dat het niet meer kan in de Binckhorst, maar dat lijkt mij eerlijk gezegd dus heel erg gek. Wethouder Mulder (VVD). Mevrouw Arp is geïnformeerd. Volgens mij komt dit ook weer door een aantal kluswoningen die daar staan. Voor de rest zijn die kavels nu uitgegeven. Die woningen zijn gegund. Dan ga je toch weer tijdens de rit de spelregels veranderen voor partijen die nu bezig zijn met hun ontwikkelplannen. Dan kom ik weer op het punt dat je dan weer moet openbreken wat je hebt afgesproken. Wil je dat als Den Haag? Ben je dan wel betrouwbaar? Dat is het punt waarom ik zeg: ik begrijp de motie en volgens mij moeten we even in de voortgangsrapportages van collega Balster kijken hoever we nu staan en dan even kijken wat er nog nodig is.
Ik zou u willen adviseren om zo met die motie om te gaan. Lesley Arp (SP). De wethouder doet weer een beetje alsof de inkt droog is van alle bouwplannen voor die 5.000 woningen in de Binckhorst. Volgens mij is dat niet het geval. We hebben het natuurlijk over Frank is een Binck gehad. Dat had een enorm lang voortraject, maar er zitten ook heel veel plannen bij die nog in de kinderschoenen staan. We hebben in deze raad heel vaak het argument gehoord dat het niet meer kan, omdat alles al definitief is, maar juist voor de Binckhorst zou ik zeggen dat er nog kansen zijn. Ik snap dit argument dus niet. Dit getuigt in mijn ogen een beetje van een gebrek aan ambitie. Wethouder Mulder (VVD). Ik vind dit allemaal makkelijk. We geven die kavels uit. Partijen tekenen daarop in en willen die woningen bouwen. Dan wordt hier gezegd: kan het nog iets meer van dit zijn? Ik begrijp dat mevrouw Arp dat wil, maar je moet als gemeente echt betrouwbaar zijn en niet tijdens de wedstrijd de spelregels veranderen door er nog een eis aan toe te voegen. Wat gaat er nou gebeuren? Er komen hier ontwikkelaars en we willen iets met de stad. En dan denken ze: bij elke raadsvergadering kan er iets gebeuren. Op een gegeven moment willen partijen zekerheid. Dan komen ze hiernaartoe. Mevrouw Arp zegt 'dat maakt niet uit; we kunnen het toch weer doen'. Zo maak je investeerders kopschuw om naar Den Haag te komen.
Volgens mij wil je dat niet met de woonopgave die je hebt. Daniël Scheper (D66). Twee korte vragen. Ik vind de route op zich sympathiek om via het college te vragen hoe het zit met die 30%. Ik vind het heel goed om dat per brief te krijgen en ik kijk ook uit naar de brief van meneer Balster daarover. Dan het andere wat ik wil weten. In de door ons vastgestelde 85
beleidsregels staat wel dat er 30% sociale huur komt. Als dat nu 29% is, voldoen we niet aan de beleidsregels in het omgevingsplan. Hoe zit dat? Wethouder Mulder (VVD). Ik heb gezegd dat we hier te maken hebben met het verleden, 2016. Dat kun je niet meer terugdraaien, want dan zou je moeten zeggen: ik wil meer dan 30% sociale woningbouw. Ik heb het nu een paar keer gezegd: wat zeg je dan tegen ondernemers? 'U tekent in, maar gaandeweg de rit veranderen we de regels.' Dat zou ik niet doen, want je wil betrouwbaar zijn. De voorzitter. De heer Scheper, tot slot. Daniël Scheper (D66). Ik ben het helemaal met u eens dat je betrouwbaar wil zijn, maar door het vaststellen van die beleidsregels hebben we ook hele duidelijke kaders afgegeven voor wat we willen. Daar zijn we heel consistent in. Ik zou dat dus nog heel even dubbelchecken, als u zo vriendelijk zou willen zijn. Wethouder Mulder (VVD). We komen erop terug bij de voortgang van de Woonagenda. Ik merk hoe belangrijk de 30% is. Ik merk hoe graag een aantal leden dat willen realiseren. Ik merk dat ook aan het college, maar we hebben afspraken uit het verleden. Dat is hier het punt. Ik vind het vervelend om dat te zeggen, maar dat is zo. Je kan dat niet openbreken, tenzij je zegt: het maakt niet uit of ik betrouwbaar overkom. Dat is hier het lastige. U vraagt heel veel.
Ik begrijp dat een aantal leden dat willen, maar ik vraag me erg af of je dat echt moet willen en wat dat betekent voor het beeld van Den Haag. Dat heb ik nu vijf keer gezegd. Dus ik voel het, maar … Mariëlle Vavier (GroenLinks). Ik begrijp die worsteling van de wethouder best wel, maar wat we hebben besproken, ook in het verleden in deze raad, is dat we vasthouden aan die beleidsregel van 30% sociaal en dat, als dat bij een enkel project niet zou lukken, dat dan bij andere projecten zou worden gecompenseerd. Ook dat is betrouwbare overheid: dat je je houdt aan je eigen beleidsregels. Die discussie hebben we hier in de raad natuurlijk heel vaak gehad met de voorganger van deze wethouder: hoe ga je daar als gemeente dan de regie op voeren? Dat is eigenlijk precies de angel die hier zit: eigenlijk horen we onvoldoende van de wethouder dat hij regie gaat voeren op het halen van die 30% sociaal. Kan de wethouder een toezegging doen dat die regie wel degelijk gevoerd wordt? Wethouder Mulder (VVD). Ik kan daar heel duidelijk over zijn. Die regie wordt nu gevoerd, met dit coalitieakkoord in de hand. Het gaat echt om afspraken uit het verleden die je op dit moment niet op die plek, in de Binckhorst, kan compenseren. Dat is mijn punt. Het is geen onwil. Helemaal niet, we gaan die 30% gewoon doen, zoals afgesproken.
In de Woonagenda staat ook 'met behoud van bestaande afspraken'; dat hebben we ook aan u geschreven. Maar natuurlijk is die ambitie er en die regie wordt ook gevoerd, maar hier zit ik echt met het verleden. Ik begin me bijna te verontschuldigen voor het verleden, waar ik niet bij was. Mariëlle Vavier (GroenLinks). De wethouder bevestigt dus dat we die 30% in elk geval gaan halen. Ik wil nog even terugkomen op zijn advies. Vraagt hij dan eigenlijk aan de SP om deze motie even aan te houden totdat de voortgangsrapportage sociale woningbouw er is? Wethouder Mulder (VVD). Ja. Als je de motie nu indient … Ik kan op de Binckhorst niet 600 woningen compenseren. Dat lukt niet. Als je dat wil, zal dat in een ander kader moeten, want op de Binckhorst kan dat niet. Daarom ligt het volgens mij voor de hand om de motie even aan te houden en om, als die brief komt, te kijken of de motie dan actueel is en wat je ermee kan doen. Ik kan nu op de Binckhorst niet 600 woningen compenseren. Dat lukt niet. De voorzitter. Ik zie dat er nu weer een aantal nieuwe vragen komen. Ik zoek er wel even naar in hoeverre dit echt nieuwe vragen zijn, want ik heb het idee dat we echt al heel lang stilstaan bij dit onderwerp. Volgens mij moeten we op een gegeven moment door. Er is ook nog een tweede termijn als u nog punten wil maken. Mevrouw Arp, tot slot.
86
Lesley Arp (SP). Ik vind het natuurlijk wel belangrijk dat mijn motie goed begrepen wordt. De wethouder heeft het over 600 woningen, maar als ik mijn eigen motie lees, lees ik dat het gaat over de woningen in de Van Klingerenkavel. Dat gaat bij mijn weten dus over 60 sociale huurwoningen. Waar haalt hij die 600 woningen vandaan? Zijn er 600 sociale woningen van beleggers in het gebied gepland? Wethouder Mulder (VVD). Voordat dit omgevingsplan er was, stonden er al 600 woningen. Daar heb ik het over. Vandaar dat ik zeg: die staan er al. Als je wil compenseren voor iets wat er al staat, ben je met terugwerkende kracht aan het compenseren. Dat is de boodschap die ik geef. Geen misverstand verder over die motie. Lesley Arp (SP). Dan ben ik toch een beetje flabbergasted, want in de motie wordt gevraagd om de tijdelijke sociale huurwoningen niet mee te tellen als sociaal en die te compenseren. Waar komen die 600 woningen dan ineens vandaan? Ik doe een verzoek aan de wethouder om die motie opnieuw tot zich te nemen en te kijken wat er staat. Wethouder Mulder (VVD). Volgens mij zou mevrouw Arp moeten merken dat ik mijn best doe voor die 30%. Ik zeg alleen: let nou op, op de Binckhorst stonden voor het omgevingsplan al 600 woningen. Daar heb ik het over; dat is nu dan helder. Wij doen ons best dat er een brief komt over 30%.
Eigenlijk heb ik nu vier keer gezegd dat ik hiernaar kijk en dat ik het heel goed begrijp. Ik zou zeggen: kijk even in de brief wat we realiseren op het punt van de 30% en kijk dan even wat u daarmee doet. Ik begrijp het ongemak heel goed. Dat hadden meer leden: 'wij willen gewoon dat er over 25 jaar nog steeds sociale woningen zijn en dat ze niet weg zijn'. Dat heb ik heel goed tot me genomen. Het misverstand mag dus niet bestaan dat ik die motie maar een beetje weg … Mikal Tseggai (PvdA). Ik sla even aan op die 600 woningen. Als we ze op de Binckhorst niet kunnen compenseren, waar dan in hemelsnaam wel? Wethouder Mulder (VVD). Wat je dan moet doen? Waar we nu uitgaan van 30% in de gebieden, moet je dan zeggen dat dat meer moet worden, want dan wil je die 600 blijkbaar elders compenseren. Nee, niet die 600, maar die andere woningen. Ik heb er nu niet de instrumenten voor om dat te doen. Mevrouw Arp zit de hele tijd met haar hoofd te schudden, maar ik probeer gewoon serieus op haar motie in te gaan en ik schets precies de dilemma's en de onmogelijkheden, meer niet. Mikal Tseggai (PvdA). In het coalitieakkoord staat: 'De gemeente gebruikt de eigen grondpositie om op de Binckhorst de sociale woningbouwopgave te realiseren bovenop de huidige plannen.' Hoe strookt wat u net zei dan met het coalitieakkoord? Wethouder Mulder (VVD).
Dan zit je weer in een situatie … Over die gronden hebben we het gehad, rond de McDonald's. Die willen we voor een deel ook voor voorzieningen gebruiken. Tegelijkertijd zijn er nu 5.000 vergund. We moeten weer een apart besluit nemen als we boven die 5.000 willen. Dat is dan weer het moment om hiernaar te gaan kijken. Maar op dit moment hebben we 5.000 woningen vergund. Dan moet je daar dus bovenop gaan kijken. Over de eigen grond en de regie op de voorzieningen hebben we het ook gehad. Die eigen grond wil je ook weer gebruiken voor de voorzieningen, zoals scholen et cetera. We moeten dus even goed kijken hoe we dat gaan doen, ook in de toekomst. De voorzitter. U gaat de beantwoording vervolgen. Wethouder Mulder (VVD). Ik kom bij motie 6 van mevrouw Arp, de motie Betaalbare bedrijfsruimte in de Binckhorst. Ik begrijp de motie. Op zich is de motie sympathiek. Ik zei al dat we aan de slag gaan met de bedrijvenvereniging om te inventariseren. Maar hier ga je sturen op betaalbare bedrijfsruimte in de Binckhorst. Dat begrijp ik wel, maar dat betekent ook weer dat dat geld kost. Dan moet je afspraken maken met ontwikkelaars. We stapelen bij hen al een hoop vragen. Je krijgt dat dan dus niet voor elkaar. Dat is echt marktconform. Een ontwikkelaar moet ook ergens ronddraaien. 87
Vandaar dat ik zeg: het is een sympathieke motie, maar dit kun je eigenlijk niet doen. Het is aan een projectontwikkelaar om die prijzen te bepalen. De motie is dus sympathiek. Ik begrijp het. We zijn in contact met bedrijven, maar je kan niet zeggen: hup, de prijzen moeten omlaag. Dat kun je niet vragen van partijen. Lesley Arp (SP). Twee vragen hierover. De gemeente heeft natuurlijk eigen grondposities die zij kan benutten. Hoe kijkt de wethouder dan tegen die optie aan? Ik voeg daar meteen mijn tweede vraag aan toe. We hebben heel veel mooie woorden uitgesproken over het feit dat we die maakindustrie willen behouden. Als wij niet gaan sturen op betaalbaarheid, hoe ziet de wethouder de toekomst van die maakindustrie dan voor zich in de Binckhorst? Wethouder Mulder (VVD). Daar heeft mevrouw Arp gelijk in. We hebben de Gebiedsagenda Made in Den Haag en we zitten ook nog met gronden bij de begraafplaats en de Spoorboogzone. We kunnen daar inderdaad kijken wat we kunnen doen. Dat instrumentarium gaan we dus wel degelijk inzetten. Ik constateer ook dat die eigen gronden nu al drie keer zijn verdeeld: voor betaalbare bedrijfsruimtes, voor voorzieningen en voor sociale woningbouw. Je kan niet altijd alles, maar we gaan hiernaar kijken bij de begraafplaats en de Spoorboogzone om te zien wat nodig is en welk instrumentarium we kunnen inzetten om Made in Den Haag waar te kunnen maken.
Lesley Arp (SP). De wethouder geeft aan dat hij hier een instrumentarium voor gaat inzetten. Zit daar dan ook betaalbaarheid bij? Als dat het geval is, zou ik immers zeggen dat deze motie gewoon te omarmen is. Wethouder Mulder (VVD). De motie is niet te omarmen, want er staat dat projectontwikkelaars hun prijzen moeten verlagen. Dat gaat je niet lukken. Als gemeente doen we natuurlijk onze inzet op onze eigen gebieden, waar we dat kunnen. Dat gaan we doen, maar tegen projectontwikkelaars zeggen dat ze de prijs omlaag moeten doen, zit er niet in. De voorzitter. Ik zou willen voorstellen dat de wethouder even kan doorgaan in de beantwoording, want we staan steeds heel lang stil bij elke motie. Ik kan me voorstellen dat daar vragen over zijn, maar ik kijk ook even naar de tijd en naar de agenda. Als u echt nog een aantal punten heeft, zeg ik er maar even bij dat u altijd nog een tweede termijn heeft. Wethouder Mulder (VVD). Ik merk dat ik de neiging heb om vragen te blijven beantwoorden. Ik kan ook zeggen: ik verwijs naar mijn vorige antwoord. Daar ben ik niet zo van, maar als dat helpt … Dan motie 7 van mevrouw Vavier, de motie Duurzame bedrijvigheid aan de kade. Volgens mij is die motie inmiddels door nog meer partijen ondertekend.
De motie verzoekt het college om in overleg met de Haagse Asfaltcentrale en The Hague & Partners te treden over de acquisitie van duurzame en circulaire watergebonden bedrijven op die plek. We kunnen dat doen. Dit is wat kleinschaliger dan het bedrijf waar de heer Grinwis over sprak. Ik ga dus kijken. Om de verwachtingen weer te managen, zeg ik dat wij niet de grondeigenaar zijn, maar dit gaan we doen. Ik kan u niet toezeggen dat het resultaat is wat u wil, maar ik ga dat doen. De term is dan dat ik deze motie omarm. Dan motie 4 van de heer Bos over het handhaven van de huidige sfeer. Ja, daar ben ik het mee eens. Dat gaan we dus doen. Over motie 3, de motie over de Asfaltcentrale, hebben we lang gesproken. Die motie ontraad ik. Motie 9 gaat over het onderzoeken van de toeristische kansen in de Binckhorst. Ik heb begrepen dat die motie al eens eerder is ingediend. Onze toeristische kerngebieden zijn de binnenstad, Scheveningen, Kijkduin en de Internationale Zone. De Binckhorst hoort daar dus eigenlijk niet bij. Wat dat betreft moet ik de motie ontraden, hoewel het een leuke plek is om er eens rond te kijken, want het heeft inderdaad een rauw randje met de kippen en de muurschilderingen. Het is leuk om daar te gaan kijken. Ik zou het zeker niet 'een tuttige Vinex-locatie' noemen, zoals de heer Bos het heeft genoemd. Dan motie 10 over de brug.
Ik begrijp de vraag van de heer De Blok. Hij heeft het van tevoren ook tegen me gezegd: er is een leidraad. Maar ja, die leidraad is een leidraad. Die is niet overgenomen 88
door het college. Het heeft meer het karakter van een advies: is dat wat, die brug, en moet je dat doen? Als je die brug doet, loop je tegen twee dingen aan, ten eerste de doorvaart over het water - er moeten ook nog boten langs - en ten tweede toch weer de kosten. Het kost gewoon geld, die brug. Ik begrijp de heer De Blok. Hij heeft me ook nog gewezen op de visie, maar ook daarvoor geldt dat het niet lukt om dit te doen. Dat geldt ook voor motie 11 over een pontje voor het vrachtverkeer. Je kruist wel een drukke vaarroute. Ook dat moet ik dus helaas ontraden, maar ik vrees zomaar dat de heer De Blok de komende maanden gaat persisteren en dat hij hier dus nog vaker op terugkomt, maar op dit moment … Een van de redenen is ook dat we geen geld hebben. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Bedankt voor de reactie, waar ik eigenlijk niet veel van begrijp. In de landschappelijke visie staat namelijk dat het van cruciaal belang is voor het park. Hoe kijkt de wethouder daar dan tegen aan? Wethouder Mulder (VVD). Dat was een visie, maar die is uiteindelijk niet door het college overgenomen om die nou gelijk uit te gaan voeren. Ik begrijp wel dat de heer De Blok dit zegt, maar het college heeft zich niet dwingend gecommitteerd in de zin van: we gaan dat doen. Ik noemde net immers al een paar dingen.
Dit betekent iets voor de bevaarbaarheid van de Trekvliet en het betekent ook iets financieels. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Een pontje heeft verder toch geen invloed op de doorvaarbaarheid? Wethouder Mulder (VVD). Als het een vrachtpont wordt wel degelijk, want dan ga je groots aan de slag. Wat dat betreft ontraad ik de motie. Wat we wel doen als het aan de orde is dat er nog een brug moet komen … Dat is fysiek wel mogelijk met het Waterfront. Er wordt wel degelijk nog rekening mee gehouden. Als het voorstel van meneer De Blok het haalt, is er ruimte om een brug aan te leggen. We gooien de zaak dus niet voor altijd dicht. Je kunt daar dan nog wel degelijk een brug aanleggen als je dat echt zou willen en als je dat echt zou kunnen betalen. Zo probeer ik de heer De Blok maar weer een beetje tegemoet te komen. Daarmee ben ik volgens mij aan het einde gekomen. Nee, er is nog een motie van de heer De Blok, motie 8 over participatie van een aantal door hem genoemde groepen: bewoners, sporters en werkenden. Dat gaan we doen. Dat zeg ik toe. Die motie omarm ik dus. Daarmee ben ik volgens mij aan het einde van de beantwoording gekomen. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Ik heb een vraag aan de wethouder over het advies over de motie van Hart voor Den Haag/Groep de Mos over participatie.
Zegt hij nou 'omarmen' of zegt hij nou: dit is een zwaar overbodige motie, want we zijn dit allang van plan? Wethouder Mulder (VVD). Er was net een interruptie van de heer Scheper over moties. Ik heb dat aan de overkant ook vaak gehad: heb je genoeg aan een toezegging of wil je een motie? Zijn moties nou overbodig of niet? Ik ben van: als ik iemand kan accommoderen, doe ik dat. Hier zeg ik dus: omarmen. De heer De Blok heeft gewerkt aan die motie en heeft die motie ingediend. Dan ga ik niet 'overbodig' zeggen als ik ermee uit de voeten kan. Ik begrijp dat je dat advies kan geven, maar dat is zo weinig sympathiek als ik ermee uit de voeten kan. Het is heel simpel. Als de raad een goed idee heeft en dat wil accentueren, ben ik de eerste om te zeggen: goed idee, kom maar hier met die motie. Maar ik zeg eerlijk dat ik weet dat collega's daar anders over denken. Nu ben ik echt aan het einde van mijn termijn. De voorzitter. Ik kijk rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik heb niet zozeer een vraag aan de wethouder, maar meer een oproep aan de collega's in de raad. Mijn fractie is echt zuinig geweest met moties in deze raadsvergadering en heeft zich beperkt tot een aantal onderwerpen die we echt heel belangrijk vinden, namelijk het feit dat de ambitie voor sociale woningbouw een gezonde ambitie is en het behoud van de maakindustrie in de 89
Binckhorst. Ik hoop dat mijn collega's goed naar de dicta van die voorstellen gaan kijken om te zien voor welke woningen wij compensatie vragen. In de motie over bedrijven geven wij bijvoorbeeld aan: 'bijvoorbeeld door afspraken te maken met projectontwikkelaars'. Volgens mij zit er dus allemaal flexibiliteit in en zijn de wethouder en ik wat dat betreft een beetje lost in translation. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dit is de tweede termijn, maar ik heb eigenlijk gewoon geen antwoord van de wethouder gekregen op mijn vraag om een overzicht van de projecten die niet voldoen aan de Woonagenda en een garantie dat dit soort besluiten in het vervolg aan de raad worden voorgelegd of dat de raad in ieder geval wordt geïnformeerd. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Mevrouw Vavier heeft gelijk. Ik zag haar vinger en ik dacht: ja, ik heb die vraag niet beantwoord. Ik zal zorgen dat het college komt met een lijst van projecten waarover in het verleden afspraken zijn gemaakt. Dan kan de raad daarover besluiten. Ik zal zorgen dat er ook precies bij staat welke afspraken zijn gemaakt en hoe het college dat weegt. Ik ben daarmee bezig, gewoon om dit soort discussies te voorkomen. Laat ik zeggen dat ik dit soort discussies ongemakkelijk vind. Het moet gewoon de wereld uit: wat zijn nou de afspraken? Dan kunnen we weer verder. Mariëlle Vavier (GroenLinks).
Fijn, dank aan de wethouder voor deze toezegging. Zo kunnen we schoon schip maken en kunnen we voort. Dank. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Het stemmen over alle ingediende stukken gebeurt vanavond, vanaf 20.00 uur. Ik wil voor een aantal minuten schorsen, zodat we een wisseling kunnen hebben van woordvoerders en collegeleden. De vergadering wordt van 14.16 uur tot 14.28 uur geschorst. De voorzitter. Voordat we doorgaan met het volgende agendapunt het volgende voorstel. Ik heb de meesten van u net al in de schorsing gevraagd of dit mogelijk is. De burgemeester heeft aangegeven, eerder al, pas rond 16.00 uur weer aanwezig te kunnen zijn in de vergadering. Dat zou betekenen dat als we nu beginnen met het Actieprogramma mensenhandel, de burgemeester waarschijnlijk niet aanwezig kan zijn voor de beantwoording. Ik zou dus willen voorstellen, en ik begreep dat daar niet veel bezwaar tegen is, om nu eerst te beginnen met agendapunt L, het voorstel van het college inzake de Prostitutienota Den Haag. Ik vermoed zo dat we daar nog wel even mee bezig zijn. Als de burgemeester weer terug is, beginnen we met het Actieprogramma mensenhandel. Ik geloof dat de meeste woordvoerders inmiddels aanwezig zijn, behalve die van de PvdA. Die wordt inmiddels op de hoogte gesteld. Mevrouw Holman zal elk moment aanschuiven. Ik zie dat er geen bezwaren zijn.
Dan gaan we beginnen met de Prostitutienota.
Aan de orde is: L.
Voorstel van het college inzake Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625).
De beraadslaging wordt geopend. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Hartelijk dank aan de wethouder en het college. De Stadspartij is heel blij met deze nota. We hebben het idee dat er echt met sekswerkers gepraat is in plaats van over sekswerkers. We vinden de doelen en de ambities heel erg goed, met name die rond het bestrijden van het stigma en de extra aandacht voor gender en diversiteit binnen de groep sekswerkers. Wat voor ons echt heel belangrijk was, en dat is ook goed gelukt, is dat er nu twee nota's zijn. We kunnen dus focussen op de behoeftes van mensen die werken als sekswerker en op mensenhandel. Dat die twee dingen uit elkaar zijn gehaald, stemt ons heel erg tevreden. In principe zijn wij dus blij met de nota. 90
We kijken hoe het zich verder gaat ontwikkelen. We houden het natuurlijk een beetje in de gaten. Dat begrijpt u. Maar dat komt allemaal wel goed. Wij hebben er vertrouwen in, maar er is toch nog een dingetje dat ik echt wil benadrukken. De sekswerkers zijn financieel heel hard getroffen, emotioneel ook, tijdens de coronacrisis. Wij hebben van harte de motie gesteund van de Partij voor de Dieren. Ik hoop ook echt dat we als gemeenteraad hier gaan doen wat we moeten doen, namelijk zorgen dat iedereen in de stad het goed heeft. Ik wil dus nogmaals de wethouder - hij is er nog niet, zie ik - echt op het hart drukken om te kijken hoe we deze mensen financieel kunnen ondersteunen. Er zijn meerdere moties die ik steun, maar ik wil er twee uithalen, omdat dat echt goede moties zijn. De eerste is de motie van GroenLinks om het sekswerk thuis te onderzoeken. Sekswerk is gewoon werk. Dat willen we graag benadrukken. Daar staan we dus ook onder. Een andere motie die ook voor ons echt belangrijk is, is die van de Partij voor de Dieren over het onderzoeken hoe transgenders en mannen ook vergund kunnen werken. Daar is aandacht voor in de nota, maar toch. Ik dank iedereen hartelijk voor deze mooie nota. De voorzitter. Dank u wel voor uw inbreng. Ik hoorde u informeren of wethouder Van Alphen zo aanschuift.
Ik heb begrepen dat hij vanmiddag afwezig is, maar dat wethouder Parbhudayal hem vervangt. Zij zal dus ook antwoord geven op de vragen die aan hem gesteld worden. Uiteraard spreekt het college uiteindelijk met één mond. Nogmaals, dank voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de heer Partiman. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Prostitutie is voor het CDA een zwaar onderwerp. Onze mening over dit onderwerp is volgens mij wel duidelijk, maar daar wil ik het vandaag niet over hebben. Ook wij weten dat deze bijzondere branche niet zomaar zal verdwijnen. Die is er nu eenmaal en zal er waarschijnlijk ook nog heel lang blijven. Daarom wil ik het vandaag hebben over het lot van de mensen die hierin werken en onze taak als overheid voor het garanderen van veiligheid en welzijn van de prostituees. Daar valt nog heel veel over te zeggen. Als we kijken naar burgers in onze stad die in andere beroepen zitten, dan zien we dat we er duidelijk op toezien dat er geen misstanden plaatsvinden op de werkplek, dat mensen geen dwangarbeid hoeven te verrichten en dat mensen niet willens en wetens in een financieel benarde situatie worden gebracht om ze daarna uit te kunnen buiten. Daar willen we wel onze taak als beschermende overheid echt pakken. Daar willen we ook strak op toezien. Een goed voorbeeld zijn de Oost-Europese arbeidsmigranten die hier in de kassen komen werken.
Er komt steeds duidelijker beleid hierop, met strak toezicht en sturing vanuit de gemeentelijke overheid. Aan de ene kant zijn complimenten op zijn plaats voor deze aanpak, maar aan de andere kant is het ook wel heel wrang dat we met twee maten meten. Bij de arbeidsmigranten doen we álles om de louche werkgevers aan te pakken, maar bij de prostituees gaan we ervan uit dat de werkgevers, exploitanten, ons netjes alles vertellen. Als zij zeggen dat alles goed gaat, nemen we dat voor zoete koek aan. Dit terwijl we weten dat ze een primair belang hebben bij geld verdienen en terwijl we weten dat er veel onderliggend leed gepaard gaat met prostitutie. Robin Smit (PvdD). Ik heb een klein beetje moeite met het beeld dat hier nu wordt geschetst door het CDA. Deze nota geeft aan dat wij onze verantwoordelijkheid pakken. De exploitanten zelf moeten voldoen aan verschillende vergunningsvoorwaarden. Ook hun bedrijfsplan wordt ieder jaar getoetst. Bent u daarmee bekend en vindt u dat voldoende? Kavish Partiman (CDA). Daar ben ik mee bekend. Als de heer Smit naar mijn betoog luistert, dan heeft hij door dat ik daar niet content mee ben. Ik vind echt niet voldoende wat er gebeurt. Robin Smit (PvdD). Dat begrijp ik inderdaad, maar als ik dan naar uw motie kijk, dan zie ik dat u niet komt met concrete voorstellen om dat te verbeteren.
Kunt u dan aangeven wat u van plan bent om te gaan doen? Kavish Partiman (CDA). Ik heb de motie nog niet ingediend. Zo direct wil ik die gaan indienen. Dan zeg ik ook dat er specifiek beleid ontwikkeld moet worden om deze grotere verantwoordelijkheid 91
vorm te geven. We zijn bezig. Ik heb het voorbeeld van de arbeidsmigranten niet zomaar erbij gehaald. We zien dat er daar echt assertief wordt gewerkt om de controlemechanismes te verbeteren. Het is natuurlijk nog een beetje uitproberen allemaal, maar er wordt actief op ingezet, zowel op landelijk niveau als op gemeentelijk niveau. Precies voor zo'n aanpak wil ik pleiten voor deze branche, zodat we ook daar de controle kunnen gaan uitoefenen, zodat we ook daar het welzijn van deze mensen steviger kunnen garanderen. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Kavish Partiman (CDA). Als er geen sprake is van letterlijke uitbuiting of mensenhandel, dan zitten deze mensen op zijn minst in een sociaaleconomisch zeer ongunstige positie. De meeste mensen zitten echt niet achter het raam omdat ze dat zo'n geweldig beroep vinden. Het zijn vaak mensen die om wat voor reden dan ook in een economisch zeer benarde positie terecht zijn gekomen en dit als enige uitweg zien. Vaak dragen ze de verantwoordelijkheid voor hele gezinnen en moeten ze geld terugsturen naar familie in het buitenland. Of ze zijn moeder en moeten hun kinderen opvoeden. Moeder of vader, beide kan.
Wat doet dit met de kinderen die in dit milieu worden opgevoed? Wat doet het met de kinderen als hun moeder of vader in een zeer ongelijkwaardige positie verkeert, of nog erger? Denken we daarover na? Is het niet onze taak als gemeente om onze verantwoordelijkheid te nemen om deze mensen te beschermen en er op zijn minst op toe te zien dat deze mensen beschermd worden en geholpen worden waar we dat kunnen? Waarom kiezen we ervoor om bijvoorbeeld uitzendbureaus zwaar te controleren en dat wereldje van arbeidsmigranten zwaar te reguleren, terwijl het hier vaak ook over arbeidsmigranten gaat, maar dan in een andere branche. Ook voor deze mensen geldt dat hun huisvesting niet goed op orde is, dat ze te veel betalen voor woonruimte, dat ze geen sociale zekerheden hebben en dat hun financiële situatie zorgwekkend is. Wordt het niet tijd dat we afstappen van de utopische denkwijze dat het een mooi beroep is waarin iedereen vrijwillig aan de slag gaat en na het werk een prachtig leven leidt? Ligt er niet een grote verantwoordelijkheid op onze schouders om deze mensen te beschermen en te helpen? Janneke Holman (PvdA). Ik hoor het CDA nu wel echt gekke dingen zeggen: alsof iedereen hier in de gemeenteraad het beroep van sekswerker helemaal idealiseert en dat er helemaal geen misstanden zouden zijn. Volgens mij is daar echt totaal geen sprake van.
Als u de commissievergadering terugkijkt, dan ziet u dat iedereen oog heeft voor de misstanden in de sector en voor de vrouwen die het wel vrijwillig doen. Niet voor niets hebben we hierna ook nog een debat over mensenhandel. Dus welk beeld probeert u nu eigenlijk neer te zetten hier? Kavish Partiman (CDA). Ik probeer juist een genuanceerd verhaal hier te houden. Er zullen zeker mensen zijn bij wie het goed gaat. Aan de andere kant ontkennen wij niet dat het ook behoorlijk mis kan gaan in deze branche. Daarom willen we juist dat we met zijn allen gaan kijken naar de regulering op dit gebied om de misstanden op een zo goed mogelijke manier te voorkomen. Janneke Holman (PvdA). Dat is natuurlijk niet helemaal wat de heer Partiman net zei, maar ik ben blij met deze nuancering, ook al verschillen we geloof ik echt van mening over de toekomst van deze sector. De voorzitter. Ik hoorde geen vraag. Ik weet niet of u daar nog op wilt reageren, anders is het woord aan de heer Smit met een vraag. Kavish Partiman (CDA). Nee, ik heb geen vraag gehoord. Robin Smit (PvdD). Ik heb een aanvullende vraag. Eerder in het betoog, meneer Partiman, zei u dat deze sector niet vanzelf verdwijnt. Hoe rijmt u dat met wetgeving of te nemen maatregelen nu? Kavish Partiman (CDA). Het is makkelijk om mij in een bepaalde hoek te drukken. Ik geef aan dat deze sector niet verdwijnt.
Dáárom pleit ik juist voor regulering, voor controlemechanismes inbouwen en voor goed beleid maken, zodat we het welzijn van deze mensen kunnen garanderen. Ik had hier 92
vandaag ook kunnen zeggen: ik ben christendemocraat en ik wil helemaal geen prostitutie. Dat was heel makkelijk en heel kort door de bocht geweest. Ik kies ervoor om dat vandaag niet te doen, omdat we met controlemechanismes en met regulering het welzijn van deze mensen kunnen verbeteren. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Kavish Partiman (CDA). Ik heb het al een paar keer gezegd, maar in mijn tekst staat het ook: als CDA denken wij hier anders over. We willen pleiten voor zwaardere regulering. Wij zien graag dat de gemeente hier out of the box gaat denken en op zoek gaat naar mogelijkheden om misstanden tegen te gaan, net zoals dat wordt gedaan bij de arbeidsmigranten. Ik zie wethouder Balster toevallig net aanschuiven. Complimenten voor zijn werk op dat gebied en dat hij daar echt een bijdrage aan levert. Ik zou ervoor pleiten dat ook wethouder Parbhudayal dat gaat doen op dit gebied. Wellicht kunnen ze elkaar daarin versterken. Mijn motie luidt als volgt: roept het college op een grotere verantwoordelijkheid te nemen in het aanpakken en controleren van misstanden in de prostitutie; en specifiek beleid te ontwikkelen om deze grotere verantwoordelijkheid vorm te geven en dit beleid in concept het eerste halfjaar van 2021 aan de raad voor te leggen. Volgens de nota zijn uitstapprogramma's een nadrukkelijk doel.
Ik ben bang dat zich dat niet vertaalt naar actie op het gebied van uitstapprogramma's. Wij krijgen signalen vanuit het veld dat Stichting De Haven een gigantische stijging ziet van cliënten die gebruik willen maken van uitstapprogramma's, minimaal een verdubbeling. Herkent het college deze signalen en wat gaat het college aan deze signalen doen? Is het college het met het CDA eens dat er veel meer geld moet naar de uitstapprogramma's, omdat daar nadrukkelijk behoefte aan is? Daarnaast krijgt Stichting De Haven slechts rond een ton voor uitstapprogramma's. SHOP krijgt maar liefst € 2,2 mln. SHOP geeft aan geen stijging te zien in het aantal cliënten dat wil uitstappen. College, als volgens uw eigen woorden uitstapprogramma's een van de kernpijlers van het beleid vormen, dan betekent dat toch dat er veel meer geld naar Stichting De Haven moet? Die kan wel veel mensen helpen met uitstapprogramma's. Het is uw eigen beleid dat we inzetten op uitstapprogramma's. Ik neem aan dat het college zijn geld dan ook wil besteden aan die organisaties die meer uitstapprogramma's kunnen aanbieden. Afsluitend wil ik er echt voor pleiten om deze discussie niet in de extremen te voeren. Ik heb er vandaag bewust voor gekozen om een genuanceerd verhaal te houden over dit onderwerp. Ik hoop op de steun van mijn collega's, die heel begaan zijn met het welzijn van de mensen in de prostitutiesector.
Daniël Scheper (D66). De conclusie kan kort zijn. Het is niet gelukt. Het is niet een genuanceerd verhaal geworden, wat mij betreft. Wat me verbaast is dat u hier zonder blikken of blozen staat te lobbyen voor meer geld voor de enige club die achter uw partij staat. Maar volgens mij werken heel veel clubs keihard en is daar heel goed over nagedacht. Hoe rijmt u dat? Behalve dat er mogelijk een toename is in het aantal mensen dat de weg naar De Haven vindt? Kavish Partiman (CDA). Dat twee keer zoveel mensen in de afgelopen periode de weg naar De Haven hebben gevonden en hebben gevraagd om steun te krijgen, is voor mij een reden om te gaan kijken naar de cijfers. Als je daar echt gewoon goed werk doet, moet je daar ook voor worden beloond. Daniël Scheper (D66). Dus als ik opgeef dat ik meer vragen heb, dan doe ik mijn werk goed? Kavish Partiman (CDA). Het is makkelijk om het zo uit te drukken, maar volgens mij zijn er wel controlemechanismes daarvoor. De cijfers zijn niet zomaar uit de lucht gegrepen. We pleiten er allemaal voor dat mensen die vrijwillig willen uitstappen, daar hulp bij krijgen. Waarom vanuit de ene stichting wel en vanuit de andere stichting niet? Deze manier van redeneren is wel heel dubbel van D66. De voorzitter. Ik zie nog veel meer interrupties die ongetwijfeld voortborduren op dit onderwerp. Mevrouw Holman. 93
Janneke Holman (PvdA). Ik wil toch even opmerken dat ik echt wel een wereld van verschil hoor tussen de inbreng van uw fractievertegenwoordiger, mevrouw Frey, in de commissie - niet helemaal het verhaal waar de PvdA achter kan staan, maar toch een goed gebalanceerd verhaal - en uw nogal extreme verhaal nu. Er zou meer geld moeten naar De Haven. De rest van de raad zou geen oog hebben voor de misstanden in het sekswerk. Ik vind dat toch wel een beetje gek. Kan de heer Partiman verklaren waar dat verschil vandaan komt? Kavish Partiman (CDA). Volgens mij vertellen mevrouw Frey, mijn fractievertegenwoordiger, en ik hetzelfde. De inbrengen zijn met elkaar afgestemd. Dit is de politieke lijn die het CDA volgt. Dat de Partij van de Arbeid zich daar niet in kan vinden, sterkt mij juist in mijn verhaal. Robin Smit (PvdD). Ik maak toch even een ander punt. Weet u dan ook of De Haven de overige personen die niet in aanmerking kwamen voor die uitstapregeling, heeft doorverwezen naar SHOP, om dan toch de hulpverlening te krijgen die ze nodig hebben? Kavish Partiman (CDA). Dat zou ik niet weten. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (Prostitutienota.8 CDA) ingediend:
Motie Prostitutienota.8 CDA De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 november 2020, ter bespreking van de ter bespreking de Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625). Constaterende, dat: • we in onze stad te maken hebben met mensen, vaak vrouwen, die het slachtoffer zijn van mensenhandel, uitbuiting, mensonterende ongelijkwaardigheid en gedwongen prostitutie: als het niet door pooiers of criminelen komt dan wel door kwetsbare sociale omstandigheden. Roept het college op: • een grotere verantwoordelijkheid te nemen in het aanpakken van en controleren op misstanden in de prostitutie; • specifiek beleid te ontwikkelen om deze grotere verantwoordelijkheid vorm te geven en dit beleid in concept het eerste halfjaar van 2021 aan de raad voor te leggen. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Zo'n 1.000 tot 1.300 sekswerkers zijn actief in Den Haag. Het is daarom ook goed dat we als gemeente nu eindelijk een beleid hebben dat zich specifiek op het sekswerken richt en niet meer verweven is met mensenhandel. Chapeau! Hiermee is het stigma op sekswerk verkleind, maar we zijn er nog niet. De Partij voor de Dieren blijft bepleiten dat stigma op sekswerk volledig te doorbreken. In de commissie heeft de wethouder toegezegd het beleid jaarlijks te evalueren. Daar kijken we dan ook naar uit.
We kunnen daarin verbeteringen zien, maar ook hoe we bijvoorbeeld meer met sekswerkers over dit beleid kunnen praten en het kunnen verbeteren. Maar ook met de professionals, zoals exploitanten, zorgverleners en handhavers. Zo geven exploitanten zelf aan dat ze ook meer willen praten met de hulpverleners, maar ook met de gemeente, om de sector van binnenuit te verbeteren. Het zou daarom goed zijn om bij het Haags prostitutieplatform zo nu en dan professionals uit te nodigen, zoals die exploitanten, maar ook eventueel meer sekswerkers. Vandaar dat we de volgende motie indienen: verzoekt het college meer sekswerkers uit te nodigen deel te nemen aan het prostitutieplatform; en een paar keer per jaar ook andere professionals, zoals de politie en exploitanten, uit te nodigen om input te leveren aan het overleg. Deze motie dien ik samen in met Mariëlle Vavier van GroenLinks. 94
Ook beoogt het beleid meer in te zetten op het bereiken van mannelijke en transgender sekswerkers. De nota geeft aan dat deze sekswerkers nog niet goed in beeld zijn. De mannelijke en transgender sekswerkers hebben te maken met een dubbel stigma: 1. betaald voor seks en 2. seks met een man of transgender. Deze sekswerkers zijn door een tekort aan werkplekken vaak actief in de verborgen, onvergunde sector. Daarom dient mijn fractie een motie in die pleit voor meer onderzoek naar de behoefte naar deze sekswerkers. Het dictum luidt: verzoekt het college te onderzoeken wat de mannelijke en transgender sekswerkers nodig hebben om hun werk in de vergunde sector veilig uit te kunnen oefenen; en bij dat onderzoek ook de mogelijkheden te bezien om meer werkplekken voor mannelijke en transgender sekswerkers te realiseren. Deze motie dien ik in mede namens de HSP, SP en GroenLinks. Last but not least: de financiële regeling met terugwerkende kracht voor sekswerkers. Hoewel de wethouder de eerdere motie niet uit wilde voeren, ondanks de steun in de rug van de motie die in de Tweede Kamer door de ChristenUnie is ingediend, wilde de wethouder wel met alle sekswerkers in gesprek gaan om te zoeken naar maatwerkoplossingen. Maar door het stigma van sekswerk is de drempel voor veel sekswerkers te hoog om naar hier te komen.
Daarom is het wellicht een mooi gebaar van de wethouder, alleen is het voor de sekswerkers echt een stap te ver, terwijl ze steun met terugwerkende kracht hard nodig hebben. Daarom dienen we de volgende motie in: verzoekt het college om in gesprek te gaan met hulpverlenende organisaties dan wel sekswerkers om zo tot een maatwerkoplossing te komen waar de aangenomen motie Steun alle Haagse sekswerkers toe opriep; en de gemeenteraad hier uiterlijk 11 december 2020 over te informeren. Deze motie dien ik in mede namens D66, HSP, SP, Partij van de Arbeid, ChristenUnie/SGP, PVV en Groep de Mos. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, mevrouw Arp en mevrouw Vavier, wordt de volgende motie (Prostitutienota.1 PvdD) ingediend:
Motie Prostitutienota.1/PvdD De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van Raadsvoorstel Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625). Constaterende, dat: ▪ transgenders en mannelijke sekswerkers een moeilijk te bereiken doelgroep zijn; ▪ deze sekswerkers vaak te kampen hebben met een dubbel stigma (betaalde seks en seks met een man/transgender); ▪ er een tekort is aan werkplekken in de vergunde branche voor mannelijke en transgender sekswerkers; ▪ deze sekswerkers nu vaak werken in de verborgen niet-vergunde sector. Overwegende, dat: ▪ het beleid extra inzet op het bereiken van mannelijke en transgender sekswerkers; ▪ met deze extra inzet zorgmijders ook begeleid kunnen worden naar passende hulpverlening; ▪ het aantal mannelijke en transgender sekswerkers dat hulporganisatie voor sekswerkers ‘Spot 46’ bezoekt toeneemt; ▪ uit de prostitutienota blijkt dat nog niet goed in beeld is wat mannelijke en transgender sekswerkers nodig hebben. Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken wat de mannelijke en transgender sekswerkers nodig hebben om hun werk in de vergunde sector veilig uit te kunnen oefenen; ▪ bij dat onderzoek ook de mogelijkheden te bezien om meer werkplekken voor mannelijke en transgender sekswerkers te realiseren. En gaat over tot de orde van de dag.
95
De voorzitter. Door de heer Smit wordt de volgende motie (Prostitutienota.2 PvdD) ingediend:
Motie Prostitutienota.2/PvdD De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van het Raadsvoorstel Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625). Constaterende, dat: ▪ het Haagse Prostitutieplatform vier keer per jaar bij elkaar komt; ▪ deze overleggen bijdragen aan het oplossen van problemen; ▪ door deze overleggen dienstverlening en beleid verbetert; ▪ bij dit overleg alleen de kernpartners aanschuiven (gemeente, CSG, Spot 46, HEIT, SHOP, De Haven, Liberty en een zelfstandige sekswerker). Overwegende, dat: ▪ in de prostitutienota is opgenomen dat het prostitutiebeleid en de uitvoering daarvan verbeterd kan worden door de inbreng van sekswerkers hierin te betrekken; ▪ de gemeente actief contact gaat opnemen met exploitanten om hun betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor een veilige werkomgeving te vergroten. Verzoekt het college: ▪ meer sekswerkers uit te nodigen deel te nemen aan het prostitutieplatform; ▪ een aantal keer per jaar ook andere professionals zoals de politie en exploitanten uit te nodigen om input te leveren aan het overleg. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Van Doorn, mevrouw Faïd, mevrouw Arp, mevrouw Holman, de heer Grinwis, de heer Kruis en mevrouw Roopram, wordt de volgende motie (Prostitutienota.11 PvdD) ingediend:
Motie Prostitutienota.11/PvdD De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van het Raadsvoorstel Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625). Constaterende dat: • vanwege de coronacrisis sekswerkers ruim vier maanden lang inkomsten zijn misgelopen; • veel sekswerkers doorgaans geen andere keus hebben dan via de opting-in te werken; • opting-in een fictief dienstverband is en sekswerkers wel moeten voldoen aan fiscale verplichtingen, maar zij noch werknemer, noch ZZP-er zijn; • de sekswerkers door deze kromme regeling geen aanspraak kunnen maken op bestaande regelingen vanuit de (lokale) overheid zoals TOZO en NOW; • andere steden maatwerk toepassen om de sekswerkers financieel te compenseren; • de gemeenteraad op 14 juli 2020 de motie ‘Steun alle Haagse (seks)werkers’ heeft aangenomen. Overwegende dat: • de Tweede Kamer op 10 november 2020 de motie ‘bezien of de ondersteuning voor mensen in de prostitutie volstaat’ unaniem heeft aangenomen; • deze motie een steun in de rug is om op lokaal niveau een regeling te treffen voor deze slachtoffers van de coronacrisis; 96
• • •
in Den Haag het om ongeveer 49 sekswerkers gaat; de wethouder heeft aangeboden om met alle 49 sekswerkers in gesprek te treden om maatwerkoplossingen te realiseren; door het stigma sekswerkers niet snel hulp zoeken bij overheidsinstanties.
Verzoekt het college: • om in gesprek te gaan met hulpverlenende organisaties om zo tot een maatwerkoplossing te komen waar de aangenomen motie ‘Steun alle Haagse Sekswerkers’ (RIS305987) toe opriep; • de gemeenteraad hier uiterlijk 11 december 2020 over te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. We weten allemaal dat we zoals we hier zitten verschillend in het prostitutieonderwerp zitten. Ik besef dat we hier in een raad zitten die wordt gedomineerd door liberaal denkende mensen als het gaat om prostitutie. Toch denk ik dat het mogelijk moet zijn om een brug te slaan vandaag. Immers, de liberale denker John Stuart Mill zei al: vrijheid bestaat uit het doen wat men wenst. Vrijheid is dus dat je de keuze kan maken om linksaf of rechtsaf te slaan, niet gehinderd door belemmeringen om daadwerkelijk de keuzes te maken die je wilt. In onze stad wonen veel mensen die wel gehinderd worden bij het maken van de gewenste keuzes, namelijk vrouwen en mannen die door sociaaleconomische omstandigheden worden gedwongen om in de seksbranche te blijven werken. De keuze om te stoppen is er een met heel veel obstakels. Een deel van die obstakels zouden wij vandaag met elkaar weg kunnen nemen.
Gelukkig worden er al aanzetten toe gedaan in de nota, maar ik denk dat er nog meer mogelijk is. Mensen die willen stoppen, moeten hulp krijgen om ander werk te kunnen vinden, zonder dat de bijstand een verplicht tussenstation is. Toegang tot de gemeentelijke banenaanpak zou dan dus een oplossing zijn. Daarom een motie, samen met collega's Smit en Partiman - u ziet, wij slaan bruggen: verzoekt het college sekswerkers die uit willen stappen via de erkende Haagse hulpverleningsorganisaties de mogelijkheid te geven gebruik te maken van alle gemeentelijke begeleiding in de zoektocht naar een nieuwe baan, waaronder een taalcursus, participatietrajecten en de banenpoules, ook wanneer zij geen of nog geen bijstandsuitkering ontvangen. Een ander obstakel kan passende huisvesting zijn. In een te dure kamer die je huurt via je exploitant kun je niet blijven wonen als je stopt met sekswerk. Daarom is het van groot belang dat er een alternatief is. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college in de huisvestingsverordening uitstappende sekswerkers op te nemen als categorie die in aanmerking komt voor een urgentieverklaring. Niet alle uitstappende prostituees zijn er direct klaar voor om vanuit een zelfstandige woning te werken aan een leven buiten de prostitutie. Voor deze groep zou een woon-leerhuis een goede oplossing kunnen zijn.
Hier kunnen ze werken aan re-integratie en krijgen ze onderdak, waarna ze kunnen doorstromen naar reguliere huisvesting. Daarom heb ik een amendement meegebracht dat dit regelt, met het besluit ex-sekswerkers of sekswerkers in staat te stellen een passend zelfredzaam en zelfstandig leven op te bouwen vanuit een veilige en leerzame omgeving door middel van maatschappelijke begeleiding of door woon-leerhuizen, en deze woon-leerhuizen te dekken uit de Wmo. Kavish Partiman (CDA). Op dit onderwerp kan ik altijd heel erg goed aansluiten bij mijn collega Grinwis, maar ik heb toch wel een vraag over die urgentieverklaring. Hoe ziet u het voor zich dat we prostituees een urgentieverklaring gaan geven voor huisvesting en een politieagent die op een woning wacht, tien jaar laten wachten? Is dat niet dubbel? Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Een urgentieverklaring heeft te maken met de benarde situatie waarin de woningzoekende zit. Ik geef toe dat in generieke termen de situatie voor elke woningzoekende in deze woningmarkt benard is, maar niet op een manier als voor een sekswerker die uit wil stappen. Het gaat er om enkele tientallen per jaar, zoals de heer Partiman ook weet. Het gaat er 97
dus niet om honderden of duizenden. Het gaat er om enkele tientallen. Vaak zijn er meerdere factoren waardoor je afhankelijk bent. Niet alleen het sekswerk zelf, maar ook bijvoorbeeld de ruimte die wordt gehuurd of de kamer waar men woont, die vaak wordt gehuurd. Er zijn dus meerdere afhankelijkheden waardoor het in de praktijk heel moeilijk is - ik verwijs naar het begin van mijn bijdrage - om echt vrij te zijn in het maken van die keuze. Het geven van een urgentieverklaring aan een hele kleine groep het gaat niet om honderden mensen - kan in de praktijk zó veel verbeteren voor deze mensen. En ja, als ik dan moet kiezen tussen de politieagent die een urgentieverklaring zou moeten krijgen - althans, dat is dan de suggestie van de heer Partiman - of de sekswerker die uit haar of zijn branche wil stappen, dan weet ik het wel. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Als het gaat om het opsporen en het signaleren van mensenhandel in de prostitutie, missen we nu een heel belangrijk instrument vanwege de beruchte AVG, namelijk de intakegesprekken door het HEIT. Vertrouwenspersonen zouden hier een rol in kunnen vervullen. De burgemeester was hier tijdens het debat al enthousiast over.
Om het college aan te moedigen dit echt op te pakken een motie met collega Partiman, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken of en hoe vertrouwenspersonen kunnen bijdragen aan het signaleren van misstanden en mensenhandel in de seksbranche en te kijken hoe de diversiteit onder sekswerkers geborgd kan worden. Na de lockdown van het afgelopen voorjaar is er een duidelijke toename geweest in het aantal vrouwen dat uit de prostitutie wilde stappen. Het werk dat stillag gaf hen, noodgedwongen, de rust om die keuze te maken. In Groningen is een plek waar vrouwen tijdelijk tot rust kunnen komen om hun keuze te overwegen. Omdat de ChristenUnie/SGP het belangrijk vindt dat prostituees ook daadwerkelijk in vrijheid die keuze kunnen maken, vragen we middels een motie de behoefte in Den Haag hiertoe te onderzoeken. De motie dien ik in samen met collega Partiman. Ze heeft als dictum: verzoekt het college te onderzoeken, samen met relevante partners en sekswerkers, of er behoefte is aan een overweeghuis in Den Haag. Voorzitter. Verder sta ik vol overtuiging onder de motie van collega Smit en steun ik nog wel wat voorstellen. Dat was mijn bijdrage in eerste termijn. De voorzitter. Door de heer Grinwis wordt het volgende amendement (Prostitutienota.A CU/SGP) voorgesteld:
Amendement Prostitutienota.A/CU.SGP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS 204625), Besluit: ▪ in te stemmen met de ‘Prostitutienota Den Haag 2020-2022’, met dien verstande dat het actiepunt ‘(ex-)sekswerkers in staat stellen een (passend) zelfredzaam en zelfstandig leven op te bouwen vanuit een veilige en leerzame omgeving’ wordt gewijzigd in: ‘(ex-)sekswerkers in staat stellen een (passend) zelfredzaam en zelfstandig leven op te bouwen vanuit een veilige en leerzame omgeving door middel van maatschappelijke begeleiding of door woonleerhuizen en deze woon-leerhuizen te dekken uit de WMO.’ Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Grinwis worden de volgende moties (Prostitutienota.3 CU/SGP, Prostitutienota.5 CU/SGP en Prostitutienota.6 CU/SGP) ingediend:
98
Motie Prostitutienota.3/CU.SGP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625), constaterende, dat: ▪ sekswerkers die willen stoppen of gestopt zijn met sekswerk geen recht hebben op een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning; overwegende, dat: ▪ sekswerkers voor een woning vaak afhankelijk zijn van de pooier of exploitant, en dat uitstappen betekent dat zij hun woning moeten verlaten; ▪ sekswerkers die niet afhankelijk zijn van een pooier of exploitant voor huisvesting bovengemiddeld vaak in een particuliere huurwoning wonen van een huisjesmelker en zodoende financieel niet rond kunnen komen van een bijstandsuitkering of een ongeschoolde baan buiten de prostitutiesector; ▪ voor het daadwerkelijk uitstappen het van belang is dat een sekswerker beschikt over goedkopere woonruimte in verband met een te verwachten afname van inkomen in de periode na het uitstappen; ▪ de wethouder ZJV in de commissie samenleving van 19 november heeft aangegeven een urgentieverklaring voor uitstappende sekswerkers te bespreken met de wethouder WWW; verzoekt het college: ▪ in de huisvestingsverordening uitstappende sekswerkers op te nemen als categorie die in aanmerking komt voor een urgentieverklaring, en gaat over tot de orde van de dag.
Motie Prostitutienota.5/CU.SGP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625), constaterende, dat: ▪ sekswerkers die overwegen uit te stappen op dit moment geen plek hebben waar ze een periode rustig hun keuze kunnen (her)overwegen; overwegende, dat: ▪ in verschillende steden, waaronder Groningen8, succesvol zogenaamde overweeghuizen zijn opgericht waar vrouwen tot rust kunnen komen om na te denken over hun leven en kunnen overwegen om uit te stappen; verzoekt het college: ▪ te onderzoeken, samen met relevante partners en sekswerkers, of er behoefte is aan een overweeghuis in Den Haag, en gaat over tot de orde van de dag.
8
https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2301409-overweeghuis-prostituee-blijven-of-stoppen.html 99
Motie Prostitutienota.6/CU.SGP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625), constaterende, dat: ▪ de contactmomenten met sekswerkers door middel van intakegesprekken met het HEIT zijn komen te vervallen omwille van de AVG; ▪ in diverse gemeenten, waaronder Utrecht en Rotterdam, onafhankelijke vertrouwenspersonen zijn ingesteld waar sekswerkers naar toe kunnen voor advies en ondersteuning zonder dat zij zich hoeven te registreren; overwegende, dat: ▪ de burgemeester heeft aangegeven in de commissievergadering van 19 november jl. dat er goede ervaringen zijn opgedaan met vertrouwenspersonen in de seksbranche; ▪ het college hecht aan de keuzevrijheid van sekswerkers9 in het kiezen van een hulpverleningsorganisatie zoals SHOP en de Haven; verzoekt het college: ▪ te onderzoeken of en hoe vertrouwenspersonen kunnen bijdragen aan het signaleren van misstanden en mensenhandel in de seksbranche en te kijken hoe de diversiteit onder sekswerkers geborgd kan worden, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Grinwis, daartoe gesteund door de heer Smit, wordt de volgende motie (Prostitutienota.4 CU/SGP) ingediend:
Motie Prostitutienota.4/CU.SGP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2020, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Prostitutienota Den Haag 2020-2022 (RIS304625), constaterende, dat: ▪ uitstappende sekswerkers op dit moment alleen toegang hebben tot de banenaanpak van de gemeente wanneer zij een bijstandsuitkering ontvangen; overwegende, dat: ▪ de drempel om een bijstandsuitkering aan te vragen hoog is en bovendien niet alle sekswerkers hier recht op hebben; ▪ toegang tot de banenaanpak van de gemeente sekswerkers meer vrijheid geeft om te kiezen in welke sector zij willen werken, omdat ze al tijdens het uitstappen begeleid kunnen worden in hun zoektocht naar een nieuwe baan, waardoor de drempel om uit te stappen lager wordt; Van mening, dat: ▪ het krom is om sekswerkers te dwingen een bijstandsuitkering aan te vragen om aanspraak te maken op de gemeentelijke begeleiding naar een baan, omdat dit de gemeente meer geld kost en het proces naar het vinden van een baan vertraagt;
9
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7535567/1/RIS302123%20Beantwoording%20SV%20Fi nanciering%20uitstapprogrammas 100