CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307490 Bestuurlijk rapport geheimhouding

Gemeenteraad 14 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek ‘Openheid over geheimhouding’ (RIS307490)12.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wetvoorstel ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ Wanneer het nieuwe wetsvoorstel ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ wordt aangenomen, is de hiervoor geschetste problematiek niet meer aan de orde. Op grond van art. 88 lid 4 uit het wetsvoorstel wordt geheime informatie die door het college of de burgemeester naar een commissie wordt gezonden, ook aan de raad verstrekt. In de voorgestelde wijziging van de wet komt de bekrachtigingseis voor de raad te vervallen. Wanneer geheime stukken aan de raad worden verstrekt, hoeft de raad de geheimhouding niet meer te bekrachtigen. Het college kan met het nieuwe wetsvoorstel de geheimhouding op stukken die naar de raadscommissie (en daarmee ook naar de raad) zijn verzonden volgens het wetsvoorstel niet meer opheffen. In art. 89 lid 3 van het wetsvoorstel is namelijk opgenomen dat alleen de raad de geheimhouding kan opheffen wanneer geheime stukken aan de raad zijn verstrekt. Aanbeveling 12 Gezien het risico dat zich op dit moment voordoet ten aanzien van de door het college opgelegde geheimhouding op stukken voor de raadscommissies en de verwachting dat dit

39

RIS137846 Raadsvoorstel ‘Regeling informatievoorziening en geheimhoudingsplicht fractiemedewerkers’, gemeente Den Haag, vastgesteld door de gemeenteraad op 14 september 2006. 40

Circulaire Wettelijke regeling inzake geheimhouding’, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Bestuur en Financiën, Afdeling Inrichting openbaar bestuur, 29 april 2016

29

risico binnen afzienbare tijd verdwijnt, doet de rekenkamer de volgende aanbeveling aan de raad. 12. Bekrachtig tot het moment van aanpassing van de Gemeentewet de geheimhouding van geheime stukken die het college aan de raadscommissie heeft verzonden.

4.b)

De raad legt geen geheimhouding op na afloop van besloten vergaderingen

Geheimhouding hoeft niet alleen op stukken gelegd te worden, maar kan ook op het behandelde in besloten vergaderingen gelegd worden.41 In onderstaand schema is opgenomen hoe het proces van besloten vergaderen en het opleggen van geheimhouding op het behandelde volgens de Gemeentewet dient te verlopen.

De deuren van een vergadering worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal raadsleden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of wanneer de voorzitter het nodig acht. Vervolgens beslist de raad c.q. de raadscommissie of er met gesloten deuren vergaderd zal worden. Wanneer dat besluit is genomen, wordt een afzonderlijk verslag van dit deel gemaakt. Aan het eind van het besloten deel dient de raad of raadscommissie te besluiten of op het behandelde in de vergadering geheimhouding

41

Gemeentewet, artikel 25, 55 en 86

30

wordt gelegd. Dit besluit dient expliciet in het verslag opgenomen te worden. Wanneer in het besloten deel geen geheimhouding op het behandelde is gelegd, is dit in principe openbaar en dienen de besluiten uit dit deel ook openbaar gemaakt te worden. Ook op het verslag is dan geen geheimhouding gelegd. Het verslag hoeft echter niet openbaar gemaakt te worden. Voor de besloten vergaderingen van de raad en raadscommissies worden de procedures uit de Gemeentewet niet goed gevolgd. Zo is uit de notulen niet op te maken wie verzocht heeft om de deuren te sluiten. Wanneer de deuren zijn gesloten, wordt vervolgens niet door de raad of raadscommissie een besluit genomen of in beslotenheid wordt vergaderd. Tot slot wordt aan het einde van de besloten vergadering geen besluit genomen om geheimhouding op te leggen. Hierdoor ligt er geen geheimhouding op het behandelde en zouden de besluiten uit deze vergaderingen openbaar gemaakt moeten worden. Doordat geen geheimhouding is opgelegd, lopen de raad en de raadscommissies het risico dat informatie over het behandelde in de besloten vergaderingen, waarvan de intentie was dat dit geheim was, door personen openbaar wordt gemaakt zonder dat zij hierbij de geheimhouding schenden. Kanttekening hierbij is wel dat een strafrechter op inhoudelijke gronden zou kunnen oordelen dat de geheimhouding dan toch is geschonden.

Dit kan het geval zijn indien het informatie betreft waarvan iemand op basis van zijn of haar ambt zou moeten weten dat dit niet openbaar gemaakt mag worden. Wetvoorstel ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt volgens het wetsvoorstel een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft. Daarmee vervalt de eis om aan het einde van de besloten vergadering expliciet geheimhouding op het behandelde te leggen. Aanbeveling 13 Op grond van het risico dat zich op dit moment voordoet ten aanzien van het openbaar maken van informatie uit besloten vergaderingen, bevelen wij aan de raad het volgende aan. 13. Volg bij besloten vergaderingen nauwgezet de Gemeentewet: ▪

Maak transparant van wie het verzoek afkomstig is om de deuren te sluiten;

▪

Neem na het sluiten van de deuren met de raad of de commissie expliciet een besluit of met gesloten deuren verder wordt vergaderd;

▪

Neem (tot aan de wetswijziging) aan het einde van de besloten vergadering expliciet een besluit of op het behandelde geheimhouding wordt gelegd.

4.c)

In de procedurele afspraken om de geheimhouding op te heffen zitten vanwege de Haagse praktijk en onduidelijke wetgeving twee onnodige stappen.

Voor wat betreft de opheffing van de geheimhouding op stukken waarop het college geheimhouding heeft opgelegd, maakt de wetgever onderscheid in geheime stukken die 31

binnen het college blijven, stukken die het college onder geheimhouding naar de raadscommissies stuurt en stukken die het college onder geheimhouding naar de raad stuurt.42 Zie ook onderstaand schema.

Voor stukken die binnen het college blijven en stukken die onder geheimhouding aan de raadscommissies worden verzonden, is het college primair verantwoordelijk voor de opheffing van de geheimhouding, met dien verstande dat de wetgever de raad als hoogste orgaan ziet die uiteindelijk altijd de geheimhouding kan opheffen. Wanneer stukken onder geheimhouding aan de raad worden verzonden, dient de raad de geheimhouding te bekrachtigen en kan alleen de raad de geheimhouding opheffen. Opheffen geheimhouding op stukken bij de raad Wanneer de raad de geheimhouding op stukken heeft bekrachtigd kan alleen de raad de geheimhouding opheffen. Hiervoor kan het college een raadsvoorstel opstellen of kan vanuit de raad een initiatiefvoorstel worden ingediend. In de werkafspraken die gemaakt zijn tussen het fractievoorzittersoverleg en het college is opgenomen, dat wanneer er een initiatiefvoorstel is om de geheimhouding op te heffen en dat wanneer raadsleden van mening zijn dat de geheimhouding niet kan worden opgeheven, zij een amendement op het

42

Gemeentewet, artikelen 25, 55 en 86

32

initiatiefvoorstel moeten indienen.43 Echter, omdat er al geheimhouding op het stuk ligt, is het niet aannemen van het initiatiefvoorstel om de geheimhouding op te heffen, voldoende om de geheimhouding op het stuk te houden. Het indienen van een amendement om de geheimhouding voort te laten duren is onnodig en deze (dwingende) bepaling uit de werkafspraken kan in de praktijk leiden tot verwarring. De optie dat raadsleden het instrument van een amendement kunnen gebruiken om hun standpunt nader toe te lichten of om de geheimhouding op slechts een deel van de informatie op te heffen, had wel in de werkafspraken genoemd kunnen worden. Opheffen geheimhouding op de stukken bij raadscommissies In aanvulling op het voorgaande is in de Gemeentewet opgenomen dat de raad óók de geheimhouding kan opheffen voor stukken die bij het college of bij de raadscommissie berusten.44 De wet maakt echter niet expliciet hoe de wetgever het opheffen van de geheimhouding voor zich ziet als de raad zelf niet de beschikking heeft over de stukken.

Uit de wetgeving valt af te leiden dat als de commissie zich voor wat betreft de opheffing van de geheimhouding richt tot de raad, de raad dan ook moet beschikken over de stukken die het betreft.45 De commissie dient de geheime stukken dan te verstrekken aan de raad, waarna de raad in de eerstvolgende vergadering een besluit over de bekrachtiging van de geheimhouding moet nemen. Wanneer de raad de geheimhouding niet bekrachtigt, is de geheimhouding opgeheven. In het geval de raad de geheimhouding wel bekrachtigt, komt de verantwoordelijkheid voor het opheffen van de geheimhouding exclusief bij de raad te liggen. In de werkafspraken tussen het fractievoorzittersoverleg en het college is opgenomen, dat de raad voor het opheffen van de geheimhouding op geheime stukken die bij de commissie berusten, een motie kan aannemen.46 Hierin wordt het college opgeroepen om de geheimhouding op een stuk op te heffen. Ook kan de raad een initiatiefvoorstel aannemen, waarmee de geheimhouding wordt opgeheven. Zoals hiervoor aangegeven dient de raad voor het aannemen van een motie of een initiatiefvoorstel over het opheffen van de geheimhouding te beschikken over het geheime stuk. Zodra het stuk aan de raad ter beschikking wordt gesteld, dient de raad de geheimhouding in de eerstvolgende vergadering te bekrachtigen.

Als de raad geheimhouding niet bekrachtigt, is de geheimhouding opgeheven en is het aannemen van een motie om de geheimhouding op te heffen niet nodig. Als de raad de geheimhouding wel bekrachtigt, ligt de verantwoordelijkheid voor de

43

RIS304024 Collegebesluit ‘Werkafspraken geheimhouding bestuurlijke stukken’, College van Burgemeester en Wethouders, 3 december 2019 44

Gemeentewet artikel 55 lid 2 en artikel 86 lid 2

45

Zie tekstkader in paragraaf 5.3.2 van het feitenrapport

46

RIS304024 Collegebesluit ‘Werkafspraken geheimhouding bestuurlijke stukken’, College van Burgemeester en Wethouders, 3 december 2019

33

opheffing alleen nog bij de raad. Het indienen van een motie bij het college om de geheimhouding op te heffen, is dan eveneens niet aan de orde. Na bekrachtiging van de geheimhouding kan alleen de raad de geheimhouding opheffen. Daarmee is de passage uit de werkafspraken dat de raad via een motie het college kan oproepen de geheimhouding op te heffen overbodig. Zoals bij onderdeel 4.a is aangegeven, worden stukken die het college onder geheimhouding met raadscommissies deelt, met alle raadsleden gedeeld. Dit betekent de facto dat zodra het college een geheim stuk met de raadscommissie deelt, de informatie ook aan de raad wordt gezonden en de raad de geheimhouding in de eerstvolgende raadsvergadering dient te bekrachtigen. Daarmee komt de verantwoordelijkheid voor het opheffen van de geheimhouding op stukken die aan raadscommissies worden gezonden altijd bij de raad te liggen, wat overigens aansluit bij het wetsvoorstel ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’. Wetvoorstel ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ In artikel 88 lid 4 van het wetsvoorstel is opgenomen dat geheime stukken die het college met raadscommissie deelt tevens worden verstrekt aan de raad.

Daarnaast is in artikel 89 lid 3 opgenomen dat wanneer informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust aan de raad is verstrekt, die verplichting duurt totdat de raad haar opheft. Daarmee wordt in het nieuwe voorstel ervan uitgegaan dat de door het college opgelegde geheimhouding op stukken aan raadscommissie alleen door de raad kan worden opgeheven. Aanbeveling 14 Bij aanbeveling 12 heeft de rekenkamer aanbevolen dat de geheimhouding op stukken die het college naar raadscommissies zendt voortaan in de eerstvolgende raadsvergadering wordt bekrachtigd. In aanvulling hierop beveelt de rekenkamer aan de raad het volgende aan. 14. Schrap in de nog door de raad vast te stellen werkafspraken de bepaling dat een raadslid die de geheimhouding wil laten voortduren, dit doet door het indienen van een amendement op het initiatiefvoorstel tot opheffing van de geheimhouding. In de werkafspraken zou hiervoor in de plaats opgenomen kunnen worden dat een raadslid dat de geheimhouding wil laten voortduren, naast de mogelijkheid om tegen het initiatiefvoorstel tot opheffing van de geheimhouding te stemmen, ook de mogelijkheid heeft om een amendement op het initiatiefvoorstel in te dienen. Met een amendement kan het raadslid nader motiveren waarom hij of zij van mening is dat niet tot opheffing moet worden overgegaan.

Ook kan met een amendement het initiatiefvoorstel worden gewijzigd in een besluit tot gedeeltelijke opheffing. Aanbeveling 15 en 16 Wij bevelen aan de raad het volgende aan.

34

15. Schrap in de werkafspraken de bepaling dat de raad voor het opheffen van de geheimhouding op stukken die aan de raadscommissie zijn gestuurd met een motie het college hiertoe kan oproepen. 16. Neem in de werkafspraken op dat wanneer het de wens is van de commissie om de geheimhouding op te heffen op een geheim stuk dat door het college aan de raadscommissies is gestuurd en waarvan de geheimhouding niet eerder is bekrachtigd door de raad, de raadscommissie dit geheime stuk doorstuurt naar de raad, zodat de raad de geheimhouding kan bekrachtigen en desgewenst met een initiatiefvoorstel kan opheffen. Wanneer de geheimhouding op stukken aan de raadscommissies voortaan altijd wordt bekrachtigd in de raad (zie aanbeveling 12), ligt de verantwoordelijk voor het opheffen van de geheimhouding enkel bij de raad en is het doorsturen van het stuk van de raadscommissie naar de raad niet meer nodig.

35

3. Nawoord Het college van burgemeester en wethouders heeft op 25 november 2020 het bestuurlijk rapport ontvangen met het verzoek hier een bestuurlijke reactie op te geven. Op 16 december hebben wij deze reactie ontvangen. Het presidium heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om in zijn reactie te reflecteren op het rapport. Deze reactie hebben wij op 17 december 2020 ontvangen. Beide reacties zijn integraal opgenomen in bijlage 1 en bijlage 2 van dit rapport. In algemene zin constateren wij dat beide reacties grotendeels de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer onderschrijven. Zowel het college als het presidium verwijzen voor wat betreft de opvolging van de aanbevelingen naar de duale werkgroep ‘Openbaarheid en geheimhouding’, bestaande uit raads- en collegeleden, die een leidraad geheimhouding opstelt. Het college heeft een reactie gegeven op de eerste twee deelconclusies en aanbevelingen van het bestuurlijk rapport. De derde en vierde deelconclusie zijn gericht aan de raad. Om deze reden heeft het college zich onthouden van een reactie op deze twee deelconclusies en aanbevelingen. Het presidium gaat in op de aanbevelingen die bij deelconclusies 3 en 4 zijn opgenomen en gericht zijn aan de raad. Daaraan voorafgaand gaat het presidium ook in op aanbeveling 5 bij deelconclusie 2.

Voor een aantal aanbevelingen geven de reacties van het college en het presidium ons aanleiding om deze via een nawoord verder toe te lichten dan wel te verduidelijken.

3.1 Aanbeveling 1 Laat het college het opleggen van de geheimhouding altijd nader motiveren en gebruik die motivering ook voor de bekrachtiging wanneer die aan de orde is. In het geval dit niet mogelijk is, laat het college dan ten minste een toelichting opnemen waarom een nadere motivering niet mogelijk is. Reactie college Het college is met u van mening dat de onderbouwing van de geheimhouding kan worden verbeterd. Om deze reden is het college voornemens om de geheimhoudingsgronden volledig te gaan uitschrijven. Dit komt de zelfstandige leesbaarheid van de onderbouwing – en daarmee de kenbaarheid van het geheimhoudingsgrond – ten goede. Het is de combinatie van (volledig uitgeschreven) geheimhoudingsgronden in samenhang met het stuk waardoor duidelijk wordt waarom op het stuk geheimhouding is gelegd. Op deze manier komt het college tegemoet aan de door de rekenkamer voorgestelde nadere motivatie van de geheimhoudingsgronden op een manier die tegelijkertijd voldoet aan de Wob-gronden. Nawoord rekenkamer Zoals in ons feitenrapport is aangegeven is het opleggen van geheimhouding een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het uitgangspunt is dat dergelijke besluiten 36

berusten op een deugdelijke motivering. Het noemen van alleen de, weliswaar uitgeschreven, relevante wetsartikelen (zijnde de juridische grondslag) kan niet gezien worden als een motivering van het besluit. Voor het opleggen of bekrachtigen van de geheimhouding moet per geval gemotiveerd worden waarom het belang van geheimhouding aan de orde en zwaarwegend is.47 Hoewel het mogelijk lastig is om een inhoudelijke onderbouwing te geven zonder daarmee informatie aan de openbaarheid prijs te geven, zijn er in de praktijk goede voorbeelden te vinden van inhoudelijke afwegingen. Zo heeft bijvoorbeeld de rekenkamer van Amsterdam goede voorbeelden gevonden van inhoudelijke onderbouwingen die bijdragen aan een eigenstandige afweging door de raad.48

3.2 Aanbeveling 3 Neem in het beleid op dat bij het opleggen van geheimhouding door het college of de burgemeester en het bekrachtigen van de geheimhouding door de raad, in plaats van een expiratiedatum, een evaluatiedatum wordt vastgesteld waarop opnieuw wordt beoordeeld of de geheimhouding kan worden opgeheven. Reactie college Wij onderschrijven deze aanbeveling. Aanvullend hierop zullen we vastleggen dat indien op voorhand duidelijk is wanneer de geheimhouding kan komen te vervallen, vermelding van de expiratiedatum volstaat. Nawoord rekenkamer De rekenkamer heeft deze aanvulling van het college toegevoegd aan het dictum van het raadsvoorstel.

3.3 Aanbeveling 12 Bekrachtig tot het moment van aanpassing van de Gemeentewet de geheimhouding van geheime stukken die het college aan de raadscommissie heeft verzonden. Reactie presidium Als de raad deze aanbeveling onderschrijft, zal het presidium zorgdragen voor bekrachtiging door de raad. Het presidium is wel van mening dat deze benadering van de toepassing van de regels rond geheimhouding in de Gemeentewet inhoudt dat de facto het onderscheid tussen het overleggen van geheime informatie door het college aan commissie en gemeenteraad vervalt.

47

Rekenkamer Den Haag, Feitenrapport ’Openheid over geheimhouding’, paragraaf 3.2, 14 januari 2021

48

Rekenkamer Metropool Amsterdam ‘Geheimhouding onderzoeksrapport’, paragraaf 3.3.3, 22 oktober 2020

37

Nawoord rekenkamer De rekenkamer beaamt dat het onderscheid tussen het overleggen van geheime informatie door het college aan commissie en gemeenteraad komt te vervallen. Dit is volgens de rekenkamer een logisch gevolg van het besluit van presidium uit 2018 om alle raadsleden en fractievertegenwoordigers lid te maken van alle raadscommissies. Bovendien is in de Regeling informatievoorziening en geheimhoudingsplicht fractiemedewerkers uit 2006 bepaald, dat wanneer geheime stukken aan leden van de raad en raadscommissies worden gezonden, elke fractie deze stukken eveneens ontvangt en daarmee alle raadsleden, fractievertegenwoordigers en -ondersteuners de beschikking kunnen hebben over alle geheime stukken voor de raadscommissies.

3.4 Aanbeveling 13 Volg bij besloten vergaderingen nauwgezet de Gemeentewet: • • •

Maak transparant van wie het verzoek afkomstig is om de deuren te sluiten; Neem na het sluiten van de deuren met de raad of de commissie expliciet een besluit of met gesloten deuren verder wordt vergaderd; Neem (tot aan de wetswijziging) aan het einde van de besloten vergadering expliciet een besluit of op het behandelde geheimhouding wordt gelegd.

Reactie presidium Het presidium constateert hier dat er sprake is van een formalistische benadering van de wetgeving door de rekenkamer. Feitelijk vindt het besluit om over te gaan tot een besloten vergadering vooraf plaats, ten tijde van de vaststelling van de agenda. Als het besluit is genomen, vindt ook daadwerkelijk een besloten vergadering plaats. Voor elk lid van de commissie dat een besloten vergadering bijwoont, is helder dat het aldaar besprokene geheim is en blijft. Als de raad deze aanbeveling onderschrijft zal het presidium een explicietere procedure rond besloten vergaderingen opstellen, waarbij bovengenoemde punten aan de orde zullen komen. Nawoord rekenkamer Ten aanzien van de eerste twee punten uit de aanbeveling constateert de rekenkamer dat hierover expliciete spelregels zijn vastgelegd in de wet en dat het geen vanzelfsprekendheid is dat de deuren worden gesloten en ook gesloten blijven. Het expliciet maken van deze beslismomenten in de vergadering, vergroot de bewustwording bij de raadsleden en fractievertegenwoordigers over de keuzemogelijkheden die er op dat moment zijn. Voor wat betreft het derde punt uit de aanbeveling geldt, dat het behandelde in een besloten raadsvergadering of commissiebehandeling pas geheim is, als er aan het einde van de vergadering ook expliciet geheimhouding wordt opgelegd.

Wanneer er geen geheimhouding is opgelegd, loopt de raad of raadscommissie het risico dat de veronderstelde geheimhouding geen standhoudt wanneer deze wordt aangevochten. Ook is het denkbaar dat informatie uit de besloten vergadering (on)bedoeld openbaar wordt gemaakt, maar dat geen aangifte kan worden gedaan, omdat formeel geen geheimhouding 38

is opgelegd. Omdat in de wet aan ‘beslotenheid’ een andere betekenis is gegeven dan aan ‘geheimhouding’, is het van belang om expliciet aan het einde van de vergadering te besluiten of op het behandelde geheimhouding wordt gelegd.

3.5 Aanbeveling 14 Schrap in de nog door de raad vast te stellen werkafspraken de bepaling dat een raadslid die de geheimhouding wil laten voortduren, dit doet door het indienen van een amendement op het initiatiefvoorstel tot opheffing van de geheimhouding. Reactie presidium Aanbeveling 14 komt op het presidium over als overbodig, aangezien dit procesonderdeel uitdrukkelijk bedoeld is om een raadslid de gelegenheid te geven een deel van de geheimhouding in stand te houden, indien daaraan behoefte bestaat. Dat wordt door de rekenkamer ook onderkend. Nawoord rekenkamer Omdat er al geheimhouding op het stuk ligt, is het niet aannemen van het initiatiefvoorstel om de geheimhouding op te heffen, voldoende om de geheimhouding op het stuk te houden. Het indienen van een amendement om de geheimhouding voort te laten duren is onnodig en deze (dwingende) bepaling uit de werkafspraken kan in de praktijk leiden tot verwarring. De optie dat raadsleden het instrument van een amendement kunnen gebruiken om hun standpunt nader toe te lichten of om de geheimhouding op slechts een deel van de informatie op te heffen, had wel in de werkafspraken genoemd kunnen worden.

3.6 Aanbeveling 15 en 16 Aanbeveling 15 Schrap in de werkafspraken de bepaling dat de raad voor het opheffen van de geheimhouding op stukken die aan de raadscommissie zijn gestuurd met een motie het college hiertoe kan oproepen. Aanbeveling 16 Neem in de werkafspraken op dat wanneer het de wens is van de commissie om de geheimhouding op te heffen op een geheim stuk dat door het college aan de raadscommissies is gestuurd en waarvan de geheimhouding niet eerder is bekrachtigd door de raad, de raadscommissie dit geheime stuk doorstuurt naar de raad, zodat de raad de geheimhouding kan bekrachtigen en desgewenst met een initiatiefvoorstel kan opheffen. Reactie presidium Met betrekking tot aanbeveling 15 en 16 constateert het presidium dat de aanbevelingen de procedure rond het opheffen van geheimhouding op stukken die aan een commissie zijn overgelegd nog ingewikkelder maken. Het presidium zal de raad adviseren om dit punt in de

39

eerder genoemde duale werkgroep te bespreken en in de op te leveren leidraad een werkbare procedure hiervoor opnemen. Nawoord rekenkamer De rekenkamer heeft niet bedoeld om de procedure ingewikkelder te maken. Met aanbeveling 15 wordt juist een overbodige bepaling uit de werkafspraken geschrapt. Daarmee resteert in de werkafspraken de bepaling dat de raad de geheimhouding kan opheffen door middel van een initiatiefvoorstel. Uit de wet is echter af te leiden dat de raad dan zelf over het stuk moet kunnen beschikken.49 Met aanbeveling 16 wordt dit voor de overgebleven bepaling uit de werkafspraken expliciet gemaakt.

49

Rekenkamer Den Haag, ‘Feitenrapport Openheid over geheimhouding’, kader in paragraaf 5.3.2

40

Bijlage 1: Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders

41

42

43

44

45

Bijlage 2: Bestuurlijke reactie presidium

46

47

48

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9644627/1