CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307339 Bijlage

Commissie Samenleving 10 februari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Tweede termijn: Brief van wethouder Sociale Zaken en Werk inzake Stand van zaken Stichting Energieacademie10.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

10 november 2020

RAPPORT

Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

3

1. Inleiding

5

1.1. Achtergrond

5

1.2. Situatieschets

6

1.3. Informatiebronnen

6

1.4. Aard en reikwijdte van de werkzaamheden

6

1.5. Leeswijzer

6

2. Opzet en analysekader

7

2.1. Opzet onderzoek

7

2.2. Vraagstelling

7

2.3. Analysekader

7

3. Bevindingen en analyse

9

3.1. Ambitie en strategie

9

3.2. Financiën en control

10

3.3. Organisatie: processen, mensen en systemen

14

3.4. Transformatie

15

3.5. Overige bevindingen

15

4. Conclusie en aanbevelingen

17

4.1. Beantwoording van de drie vragen

17

4.2. Conclusie: niet levensvatbaar, tenzij

18

4.3. Aanbevelingen: zet de activiteiten ‘on hold’ en maak een actuele business case

19

Bijlage A. Geraadpleegde documenten

22

Bijlage B. Geïnterviewden

23

Bijlage C. Stappenplan business case

24

2 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

Managementsamenvatting Situatieschets en aanleiding voor het onderzoek De Energie Academie is een initiatief dat mensen uit Den Haag die in de bijstand zitten opleidt en begeleidt naar werk in de groeisector Bouw & Techniek/Energietransitie. In de Energie Academie worden organisaties uit het bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen samengebracht. Het initiatief voor een Energie Academie is door gemeente Den Haag gestart en in de vorm van een stichting uitgewerkt. In maart dit jaar is naar voren gekomen dat de Stichting Energie Academie de interne organisatie onvoldoende op orde heeft om haar subsidieafspraken te realiseren. Gemeente Den Haag wil zich een beeld vormen in hoeverre de stichting levensvatbaar is en in staat de resultaten te behalen zoals overeengekomen in de subsidieafspraken. Hiertoe heeft gemeente Den Haag aan BDO verzocht een onderzoek uit te voeren. Uit het onderzoek moet blijken in welke mate de Stichting Energie Academie als organisatie levensvatbaar is. Vraagstelling De centrale vraag van het onderzoek luidt: in hoeverre is de Stichting Energie Academie levensvatbaar? Deze vraag wordt beantwoord aan de hand van drie deelvragen: 1. In hoeverre is Stichting Energie Academie in staat om op basis van haar trajecten en opleidingen de kandidaten van Stichting Energie Academie met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een duurzame baan te helpen? 2.

In hoeverre maakt Stichting Energie Academie impact op deze doelgroep? 3. Wat is het (financieel) perspectief van Stichting Energie Academie, gelet op de beschreven maatregelen in het toekomstplan dat beschrijft hoe operationele en organisatorische veranderingen moeten gaan leiden tot (meer) succes en resultaat? Bevindingen en analyse Via een documentstudie hebben wij onderzocht in hoeverre de stichting levensvatbaar is. Daarbij is geraadpleegd welke (financiële) middelen zijn ingezet, hoe de stichting op de toekomst is voorbereid en in hoeverre deze inschatting reëel is, gegeven de huidige situatie. Er zijn tien digitale gesprekken gevoerd met functionarissen van Stichting Energie Academie, gemeente Den Haag en opleidingspartijen die samenwerken met de Stichting Energie Academie. In alle gesprekken is (kort) gereflecteerd op de afgelopen periode en daarna vooruitgekeken naar het toekomstig perspectief op operationeel, organisatorische en financieel vlak. De diverse bevindingen zijn in het hoofdrapport opgenomen aan de hand van de thema’s: • Ambities en strategie; bij dit onderdeel gaan we in op de ambitie en strategie van de Stichting Energie Academie. Hieronder vallen de beelden van de betrokken partijen bij het concept, de opdracht die de stichting heeft meegekregen en de wijze waarop dit wordt uitgevoerd.

• Finance en control; daarbij gaan we in op het (meerjarig) financieel perspectief van de Stichting Energie Academie en besteden we ook aandacht aan de opzet van de interne controle en interne beheersing binnen de stichting. • Organisatie: processen, mensen en systemen; bevindingen en analyse van de processen, mensen en systemen zijn vormgegeven binnen de organisatie en in hoeverre dat aansluit bij de beoogde doelen die vanuit de strategie zijn geformuleerd. • Transformatie; bevindingen en analyse van de wijze waarop de Stichting Energie Academie werkt aan haar toekomstbestendigheid en in hoeverre dit specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden is beschreven. • Overige bevindingen; zaken die verder nog naar voren kwamen. Conclusie: niet levensvatbaar, tenzij Wij concluderen aan de hand van de bevindingen en beantwoording van de drie deelvragen dat de Stichting Energie Academie op de wijze waarop zij momenteel werkt aan de subsidiedoelstellingen niet

3 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

levensvatbaar is. Wel willen wij direct benadrukken dat het concept van de Energie Academie draagvlak heeft onder alle betrokkenen. Er zijn een aantal redenen die verklaren waarom het nog niet gelukt is de impact te maken op het aantal kandidaten zoals afgesproken in de subsidieafspraken en de trajecten en opleidingen aan te bieden die nodig zijn. Ook zijn er redenen te noemen die het (financieel) toekomstperspectief maken zoals deze nu is. Wij vinden het toekomstplan echter onvoldoende uitgewerkt en het financieel perspectief onvoldoende, wat risico’s geeft voor de stichting én voor de gemeente. Wij moeten dan ook concluderen dat de huidige gang van zaken op termijn geen levensvatbaarheid laat zien, tenzij aanvullende maatregelen worden getroffen die een aantal investeringen vragen. Aanbevelingen: zet de activiteiten ‘on hold’ en maak een actuele business case Wij adviseren gemeente Den Haag te kiezen voor het ‘on hold’ zetten van de activiteiten van de stichting en gedurende de komende periode te komen tot een actuele business case. Dit scenario leidt naar verwachting tot de minste imagoschade voor alle betrokken partijen. De effort die tot op heden is gestoken in de inrichting van de organisatie wordt niet direct tenietgedaan en de trajecten die zijn gestart met de leerlingen kunnen waarschijnlijk afgerond worden.

Ons advies is om zo snel als mogelijk te starten met het opstellen van een business case voor de Energie Academie onder regie van gemeente Den Haag. Daarin dienen de missie, visie, strategie, governance, organisatie, concrete activiteiten, doelstellingen, randvoorwaarden, financiën en wijze van samenwerking met zowel de opdrachtgever als opleidingspartijen (inclusief rollen en verantwoordelijkheden) een plek te krijgen. Op de pagina’s 19 en 20 staan verschillende aanbevelingen die behulpzaam zijn om te komen tot een volledige business case. Nadat de business case is opgesteld kan gemeente Den Haag een definitieve keuze maken over de gewenste wijze waarop de toekomstige samenwerking met de Stichting Energie Academie kan worden vormgegeven.

4 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

1. Inleiding Dit hoofdstuk start met de achtergrond van het vraagstuk. Daarna volgt de situatieschets die de aanleiding geeft tot de opdrachtverstrekking. Tot slot wordt ingegaan op de geraadpleegde informatiebronnen, de aard en reikwijdte van de werkzaamheden en de leeswijzer. 1.1. Achtergrond In 2019 is de Energie Academie opgericht als onderdeel van de Energie Hub. De Energie Academie is een initiatief dat op verschillende manieren bijdraagt aan doelstellingen uit het Coalitieakkoord ‘Den Haag, stad van kansen en ambities’. Enerzijds door mensen uit Den Haag die in de bijstand zitten op te leiden en te begeleiden naar werk. Anderzijds door banen en werkgelegenheid in Den Haag te creëren in de groeisector Bouw & Techniek/Energietransitie. In de Energie Academie worden organisaties uit het bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen samengebracht. Het initiatief voor een Energie Academie is door gemeente Den Haag gestart en in de vorm van een stichting uitgewerkt. De Energie Academie is gestart als onderdeel van het plan om te komen tot een Energie Hub. In de Energie Hub zou een showroom voor de inwoners en ondernemers in Den Haag worden ontwikkeld om te zien hoe de energietransitie concreet vorm krijgt. Daarnaast zou een leerwerktraject opgezet worden voor werkzoekenden die in de ruimte van de showroom vaardigheden kunnen opdoen.

Als derde zou het leiden tot een gebouw dat zelf energieneutraal zou moeten zijn. De gemeente heeft het initiatief genomen om ondernemers en betrokkenen bijeen te brengen. Van hieruit heeft zich een kopgroepje van ondernemers gevormd die het initiatief hebben genomen om het concept tot leven te brengen. Op 18 maart 2019 is de Stichting Energie Academie opgericht. Op dat moment was er nog geen Raad van Toezicht ingesteld. Wel zijn er drie bestuurders benoemd die de stichting gingen trekken. De Subsidieaanvraag Energie Academie bevat de business case van de Stichting Energie Academie. De bedoeling was dat de stichting opleidingspartijen inhuurt om de werkzoekenden werkfit te maken, vakvaardigheden aan te leren en ze op te leiden richting werk met behulp van een Vca-certificaat. Daarnaast worden werkgevers gezocht waar de werkzoekenden geplaatst kunnen worden. In februari dit jaar volgde de officiële opening van het gebouw van de Energie Academie. De stichting heeft op 11 juli 2019 subsidie aangevraagd bij gemeente Den Haag en per beschikking op 2 oktober 2019 ontvangen. Naar aanleiding van bepaalde signalen, heeft de Raad van Toezicht op 9 april 2020 de drie bestuurders in overleg uit hun bevoegdheid gezet en heeft zij per 14 mei 2020 een interim directeur-bestuurder benoemd.

Uit ontvangen informatie van de Raad van Toezicht en gesprekken aan de zijde van de stichting is gebleken dat een van de oud-bestuurders momenteel een staffunctie vervult bij de stichting. De Stichting Energie Academie bestaat uit een Raad van Toezicht en een directeur-bestuurder 1. De organisatie wordt momenteel geleid door de interim directeur-bestuurder en bestaat daarnaast uit een accountmanager, een coördinator, een administratief medewerker, facilitair medewerker, een stafmedewerker en een jongerencoach. Daarbij merken wij op dat de ingehuurde opleidingsorganisaties (die voor hun dienstverlening betaald worden) ook deels een rol als detacheerder vervullen. Deze opleiders ontvangen nu een vergoeding waar het de bedoeling van het oorspronkelijke plan was dat de stichting deze vergoeding zou ontvangen. Gemeente Den Haag heeft op 31 januari 2020 samenwerkingsovereenkomst met de Stichting Energie Academie gesloten en daaruit volgende werkafspraken gemaakt per 16 juni 2020. Het is de bedoeling dat in ongeveer twee jaar tijd ruim 600 werkzoekenden worden klaargestoomd voor een baan of vervolgopleiding in de bouw en techniek. Op de langere termijn zal de uitstroom naar werk of een BBLbaan van minstens 900 deelnemers gerealiseerd moeten worden. Vanuit de samenwerking met gemeente 1

Deze functies worden momenteel bekleed door Pieter van Alphen, Marloes Borsboom, Mariella Ruiz, Carel Kral, Oskar Wols en Hans Simons (Raad van Toezicht) en Peter van Haagen (directeur-bestuurder a.i.).

5 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

Den Haag voert Stichting Energie Academie onder meer taken uit op het gebied van scholing en verbinding zoals: • Het praktijk- en vakgericht opleiden van kwetsbare jongen en bijstandsgerechtigden • Het leggen van contact met bedrijven die zich lenen als werkgever voor de doelgroep • Bij elkaar brengen van vraag en aanbod in de sector Bouw & Techniek/Energietransitie Binnen de subsidieafspraken beschikt Stichting Energie Academie over middelen ter uitvoering van deze taken. In de periode 2019 – 2021 voorziet gemeente Den Haag de stichting van circa 1,2 miljoen euro aan middelen. Hier staat als prestatie het begeleiden van 560 werkzoekenden en werkfit maken van 136 kandidaten tegenover. 1.2. Situatieschets In maart dit jaar is naar voren gekomen dat de Stichting Energie Academie de interne organisatie onvoldoende op orde heeft om haar subsidieafspraken te realiseren. De beschikbare middelen voor de opbouw van de organisatie lijken op een verkeerde manier te zijn ingezet. Daarnaast blijven de verwachte resultaten –deels vanwege de huidige situatie met de Covid-19 pandemie – uit. Gemeente Den Haag wil zich een beeld vormen in hoeverre de stichting levensvatbaar is en in staat de resultaten te behalen zoals overeengekomen in de subsidieafspraken. Hiertoe heeft gemeente Den Haag aan BDO verzocht een onderzoek uit te voeren.

Uit het onderzoek moet blijken in welke mate de Stichting Energie Academie als organisatie levensvatbaar is. Gelijktijdig met dit onderzoek voert gemeente Den Haag enkele interne analyses en onderzoeken uit. De gezamenlijke uitkomsten leiden tot een totaalbeeld over de Stichting Energie Academie, wat onderbouwing geeft voor hoe de toekomstige samenwerking wordt vormgeven. 1.3. Informatiebronnen De gegevens die in deze rapportage zijn opgenomen zijn ontleend aan de informatie die wij hebben ontvangen van de Stichting Energie Academie, gemeente Den Haag en een aantal stakeholders. De informatie is geanalyseerd met een documentstudie en het houden van interviews. Delen van de rapportage zijn in het kader van hoor en wederhoor gedeeld met de Stichting Energie Academie en de stakeholders. In bijlage A is een overzicht opgenomen van de geraadpleegde documenten en in bijlage B is een lijst opgenomen met de geïnterviewde personen. 1.4. Aard en reikwijdte van de werkzaamheden  Voor ons onderzoek hebben wij gebruikt gemaakt van cijfermateriaal dat door de gemeente Den Haag en de Stichting Energie Academie is aangeleverd.

Wij hebben hierop geen accountantscontrole of een beoordelingsopdracht uitgevoerd;  Een en ander impliceert dat aan onze rapportage geen zekerheid kan worden ontleend over de getrouwheid van het in dit rapport opgenomen cijfermateriaal en toelichtingen daarop;  Daarnaast zijn onze werkzaamheden beperkt tot die zaken waarvan u hebt aangegeven dat ze van belang zijn voor het onderzoek. Deze zijn vastgelegd in de offerte d.d. 28 september 2020;  Hoewel wij ons onderzoek zo nauwgezet mogelijk hebben uitgevoerd, betekent dit niet dat alle mogelijke risico’s en eventuele tekortkomingen en fouten in de onderliggende informatie zijn belicht. 1.5. Leeswijzer De rapportage start na deze inleiding met de onderzoeksopzet en analysekader in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 staan de bevindingen die door ons zijn gedaan gedurende het onderzoek en de analyse. Dit biedt de onderbouwing voor het beantwoorden van de vraagstelling. In hoofdstuk 4 volgt de beantwoording van de drie vragen, de conclusie en de bijbehorende aanbevelingen. Het rapport bevat drie bijlagen. Bijlage A betreft de documenten die zijn geraadpleegd in het kader van dit onderzoek. In bijlage B zijn de functies en organisaties van de verschillende betrokkenen opgenomen die wij hebben geïnterviewd in het kader van dit onderzoek.

In bijlage C is een stappenplan opgenomen om te komen tot een business case, wat aansluit bij één van de aanbevelingen zoals te lezen in hoofdstuk 4.

6 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

2. Opzet en analysekader In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de onderzoeksopzet en de vraagstelling. Daarnaast wordt het gehanteerde analysekader beschreven. 2.1. Opzet onderzoek Het startpunt van dit onderzoek vormen de subsidieafspraken tussen Stichting Energie Academie en gemeente Den Haag en de daaraan gekoppelde werkafspraken. In deze documenten staan de doelstellingen en verplichtingen waaraan Stichting Energie Academie moet voldoen om in aanmerking te komen voor de subsidiemiddelen. Via een documentstudie is met behulp van de documentatie uit bijlage A onderzocht in hoeverre de stichting levensvatbaar is. Daarbij is geraadpleegd welke (financiële) middelen zijn ingezet, hoe de stichting op de toekomst is voorbereid en in hoeverre deze inschatting reëel is, gegeven de huidige situatie. Hiernaast zijn tien digitale gesprekken gevoerd met functionarissen van Stichting Energie Academie, gemeente Den Haag en drie organisaties die opleidingstrajecten verzorgen voor de stichting. In alle gesprekken is gereflecteerd op de afgelopen periode en gekeken naar het toekomstig perspectief op operationeel, organisatorische en financieel vlak. 2.2.

Vraagstelling De centrale vraag van het onderzoek luidt: “In hoeverre is Stichting Energie Academie levensvatbaar?” Gemeente Den Haag heeft BDO een drietal vragen gesteld die gezamenlijk leiden tot een antwoord op het toekomstig (financieel) perspectief en de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie: 1. In hoeverre is Stichting Energie Academie in staat om op basis van haar trajecten en opleidingen de kandidaten van Stichting Energie Academie met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een duurzame baan te helpen? 2. In hoeverre maakt Stichting Energie Academie impact op deze doelgroep? 3. Wat is het (financieel) perspectief van Stichting Energie Academie, gelet op de beschreven maatregelen in het toekomstplan dat beschrijft hoe operationele en organisatorische veranderingen moeten gaan leiden tot (meer) succes en resultaat? De uitkomst van het onderzoek is de beantwoording op zowel de drie vragen als de centrale vraagstelling. Daarmee geeft BDO aan in hoeverre met enige redelijkheid en billijkheid kan worden aangenomen dat het toekomstig (financieel) perspectief en de levensvatbaarheid van de stichting aannemelijk zijn. 2.3. Analysekader Voor een goed inzicht in de huidige situatie en het toekomstig perspectief van de stichting is een analysekader dat integraal naar de organisatie kijkt wenselijk.

Dat doen wij op basis van een driehoek waarbinnen alle aspecten van de organisatie aan bod komen. Dat wordt gesymboliseerd door de vier driehoekjes in de driehoek. De documentstudie en gesprekken worden geanalyseerd aan de hand van deze driehoek. Vanuit deze driehoek – zoals te zien in figuur 1 - worden ambities & strategie, finance & control, organisatie (processen, mensen & systemen) en de transformatiekracht binnen de Stichting Energie Academie geanalyseerd. Onder het figuur wordt per onderdeel kort beschreven wat hieronder wordt verstaan.

7 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

Figuur 1: de BDO-driehoek met vier invalshoeken

Ambities en strategie Bij dit onderdeel gaan we in op de ambitie en strategie van de Stichting Energie Academie. Hieronder vallen de beelden van de betrokken partijen bij het concept, de opdracht die de stichting heeft meegekregen en de wijze waarop dit wordt uitgevoerd. Finance & control Bij dit onderdeel gaan we in op het financieel perspectief van de Stichting Energie Academie. Ook besteden we aandacht aan de opzet van de interne controle en interne beheersing binnen de stichting. Organisatie: processen, mensen en systemen Bij dit onderdeel wordt geanalyseerd hoe de processen, mensen en systemen zijn vormgegeven binnen de organisatie en in hoeverre dat aansluit bij de beoogde doelen die vanuit de strategie zijn geformuleerd. Transformatie Bij dit onderdeel wordt geanalyseerd op welke wijze de Stichting Energie Academie werkt aan haar toekomstbestendigheid en in hoeverre dit specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden is beschreven. Deze onderdelen bieden - in samenhang met elkaar - een integraal beeld van de organisatie, haar interne processen en de wijze waarop de stichting is voorbereid op het toekomstig perspectief. Op die manier ontstaat er geen blinde vlek in de analyse van de toekomstbestendigheid van de organisatie.

8 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

3. Bevindingen en analyse In dit hoofdstuk worden de bevindingen van het onderzoek naar de levensvatbaarheid van de Stichting Energie Academie gepresenteerd. Aan de hand van de vier onderdelen uit de BDO-driehoek worden de bevindingen uit de documentstudie en gesprekken met de diverse functionarissen op integrale wijze beschreven. 3.1. Ambitie en strategie Bij dit onderdeel gaan we in op de ambitie en strategie van de Stichting Energie Academie. Hierbij is vooral geanalyseerd in hoeverre de betrokken partijen een vergelijkbaar beeld hebben bij het concept, de opdracht die de stichting heeft meegekregen en de wijze waarop dit wordt uitgevoerd. Draagvlak voor het concept Uit de documentstudie komt naar voren dat Stichting Energie Academie gericht is op het ontwikkelen en begeleiden van de doelgroep naar werk. De opdracht waar de stichting zichzelf voor ziet staan is tweeledig: enerzijds bijdragen aan de energietransitie door het creëren van werkgelegenheid en anderzijds het opleiden en klaarstomen van de doelgroep richting werk. De geïnterviewden van de stichting zijn intrinsiek gemotiveerd om hieraan bij te dragen en overtuigd van de economische meerwaarde van het concept. Vanuit gesprekken met gemeente Den Haag blijkt dat de opdracht aan de Stichting Energie Academie in eerste aanleg gericht moet zijn op het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk.

Gemeente Den Haag en de gesproken samenwerkingspartner zien de meerwaarde van een organisatie als de Energie Academie. Er is draagvlak vanuit alle partijen om het concept te laten slagen. Daarbij draagt het initiatief bij aan de beoogde transitie in de sector Bouw & Techniek die – zoals eerder genoemd – wordt geduid als groeisector. Hierbij is het wel van belang te benoemen dat ondanks de meerwaarde van het concept, de gewenste uitvoering ervan door sommige partijen anders wordt gezien. Eén van deze partijen geeft aan dat zij de uitplaatsing van leerlingen idealiter zelf verzorgt. De Stichting Energie Academie is wat hen betreft van belang voor het afgeven van een VCA en het contact met gemeente Den Haag. Deze andere invulling van hoe het concept inclusief verdienmodel beoogd was, leidt tot tegenvallende (financiële) resultaten voor de Stichting Energie Academie. Tegenvallende resultaten en samenwerkingen Sinds de officiële opening van de stichting in februari zijn er nog geen echte resultaten bereikt volgens gemeente Den Haag. Dit zorgt voor een beperkte impact op de doelgroep waarvoor de Stichting Energie Academie in het leven is geroepen.

Hiervoor wordt een aantal redenen aangedragen: de moeizame start met het vormen en wijzigen van de bestuursstructuur waarbij de Raad van Toezicht pas effectief kon optreden in juni 2020 nadat één van de oud-bestuurders zijn juridische bezwaren introk, de mismatch tussen hoe de stichting breed in de pers is uitgemeten met het achterblijven van de opbouw van de organisatie, het coronavirus en het verdienmodel dat te rooskleurig ingestoken lijkt te zijn. De afgelopen periode is geïnvesteerd in de samenwerkingsrelaties met partijen waar een afhankelijkheidsrelatie mee bestaat. Zo blijkt uit de gesprekken met de stichting dat de samenwerking met Traubstuc is verbeterd. Dat laat zich ook terugzien in de opleidingstrajecten die in samenwerking met Traubstuc zijn gestart en hebben geleid tot een aantal plaatsingen bij werkgevers. Vanuit het gesprek met Traubstuc komt naar voren dat de doorverwijzing van leerlingen aandacht behoeft. Regelmatig worden leerlingen voor opleidingen doorverwezen die de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig zijn of dermate arbeidsbeperkingen hebben dat zij niet plaatsbaar zijn als stukadoor. Traubstuc is in deze gevallen genoodzaakt deze leerlingen terug of door te verwijzen, naar een plek waar ze beter passen. Bij de stichting geeft men aan dat in de Energie Academie een instantie zit die leerlingen helpt in het aanleren van de Nederlandse taal.

Deze instantie is vanuit gemeente Den Haag aan de Energie Academie gekoppeld, maar biedt enkel ondersteuning op A1-niveau. De behoefte bij de stichting is om hier meer gradaties in

9 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

aan te brengen en ook op B1- en B2-niveau te onderwijzen. Dit zal mogelijk leiden tot een meer passende doorverwijzing naar de opleidingspartijen en snellere doorverwijzing naar een werkgever. Bij een aantal andere partners verloopt de samenwerking (nog) niet naar wens. Dit is zowel genoemd in gesprekken met de Stichting Energie Academie als door de partijen die de opleidingen verzorgen. Hoewel een aantal opleidingen door leermeesters van de Beroepentuin zijn gestart, heeft dat nog niet tot positieve resultaten geleid. De leerlingen zouden normaliter na drie maanden worden gedetacheerd bij een werkgever, maar na tien tot twaalf maanden zitten deze leerlingen momenteel nog steeds in de opleiding. De opleidingen met leermeesters van Haagbouw zijn nog niet gestart. Een verklaring voor de vertragingen wijt de stichting aan dat partijen als de Beroepentuin en Haagbouw hun eigen belangen laten prevaleren boven de samenwerking met de Stichting Energie Academie. Hierbij wordt gerefereerd aan dat zij zelf de uitplaatsingen van leerlingen willen verzorgen. Uit de gesprekken met de opleidingspartijen komt dit eveneens naar voren. Beide partijen geven hierbij aan dat zij een netwerk van bedrijven in de bouw- en energiesector hebben, waar de Stichting Energie Academie gebruik van kan maken.

Zij zien idealiter dat de stichting zich gaat focussen op beroepen in de energietransitie en zich ook zo profileren, dat de stichting zich beperkt tot de contacten met gemeente Den Haag en een aansturende functie inneemt op de werkplaats van de Energie Academie. De uitvoering van de opleidingstrajecten en uitplaatsing bij bedrijven hoeven zij dan niet te verzorgen. Voor deze opleidingspartijen heerst er momenteel onduidelijkheid over wie welke rol heeft bij de uitplaatsingen van de leerlingen. Een tegenvaller ten opzichte van het beoogde concept en verdienmodel in de subsidieaanvraag is het gemis aan huurinkomsten van bedrijven uit de sector die zich kunnen huisvesten in het pand van de Energie Academie. De onbenutte mogelijkheden worden deels verklaard doordat de voormalig bestuursleden in mindere mate een bedrijfskundige achtergrond hadden. Tot slot blijkt ook dat de meeste leerlingen die gestart zijn met een traject bij de Stichting Energie Academie momenteel acht tot twaalf maanden in een traject zitten, waar het de bedoeling was dat deze na drie maanden zouden uitstromen naar een baan. Dit zorgt voor tegenvallende resultaten ten opzichte van de begroting. Daarnaast zijn de meeste leermeesters van de Beroepentuin niet officieel erkend als leermeester, wat de stichting terugziet in de praktijk.

De gewenste richting Gemeente Den Haag omarmt het concept om cliënten eerst werkfit te maken als dat nodig is, vóórdat ze een vakopleiding krijgen en geplaatst worden bij werkgevers. In die zin wil de gemeente door met het concept. De vraag voor de gemeente is of de invulling van het concept door de Stichting Energie Academie moet worden voortgezet. Dat komt met name doordat de stichting nog geen echte resultaten heeft laten zien, aanvullend budget heeft gevraagd om de financiële tegenvallers te boven te komen en de interne organisatie niet op orde is. De gemeente Den Haag geeft aan dat het grootste belang is dat er een sterke Energie Academie is die leerlingen laat uitstromen naar een baan. Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat de interne organisatie op orde wordt gekregen, er financieel inzicht is en men weet wat er in de bedrijfsvoering moet gebeuren. 3.2. Financiën en control Bij dit onderdeel gaan we in op het financieel perspectief van de Stichting Energie Academie. Ook besteden we aandacht aan de opzet van de interne controle en interne beheersing binnen de stichting.

Het financieel perspectief benaderen we vanuit een tweetal invalshoeken: - de huidige financiële situatie van de stichting - het toekomstplan Huidige financiële situatie Aan de hand van de concept jaarrekening 2019 en tussentijdse cijfers tot en met 30 juni 2020 gaan we in op de huidige financiële situatie van de stichting.

10 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

Jaarrekening Artikel 13 van de statuten geeft aan dat de interim directeur-bestuurder van Stichting Energie Academie binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening opstelt. De jaarrekening bevat de financiële verantwoording (balans - resultatenrekening) van Stichting Energie Academie. Ten tijde van ons onderzoek ligt er een concept jaarrekening over het boekjaar 2019. In onderstaande overzicht is de balans per 31 december 2019 (in concept) weergegeven. Balans per 31 december Vaste activa

2019

2019

€

€

36.461 Eigen vermogen

36.024

Vlottende activa

66.898 Schulden op lange termijn

34.877

Liquide middelen

14.224 Schulden op korte termijn

46.682

117.583

117.583

Figuur 2: Overzicht met balans per 31 december 2019 (concept)

Ten aanzien van de concept jaarrekening 2019 het volgende: • De jaarrekening 2019 sluit af met een positief resultaat van € 36.024. Het positieve resultaat is ontstaan door niet bestede subsidiegelden. De interim directeur-bestuurder van de stichting is voornemens om het positieve resultaat ten gunste van de algemene reserve (eigen vermogen) te brengen. De algemene reserve kan als weerstandsvermogen dienen voor toekomstige tegenvallers. • De opbrengsten van de stichting bedragen voor 2019 alleen ontvangen subsidies (ad € 402.500) van gemeente Den Haag. • De interim directeur-bestuurder dient, op het moment van dit onderzoek, de jaarrekening nog vast te stellen waarna de Raad van Toezicht haar goedkeuring moet verlenen aan de interim directeurbestuurder. • De concept jaarrekening 2019 is (nog) niet voorzien van een inhoudelijk jaarverslag. • De concept jaarrekening 2019 is samengesteld door een accountant. De accountant heeft bij de jaarrekening een samenstellingsverklaring verstrekt waarmee hij aangeeft dat er geen controle- of beoordelingswerkzaamheden zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de accountant geen zekerheid geeft over de getrouwheid van de jaarrekening. Tussentijdse rapportages De interim directeur-bestuurder heeft op 17 september 2020 een inhoudelijke verantwoording 2019 tot en met het 2e kwartaal 2020 opgesteld.

De huisaccountant heeft een verantwoording gemaakt van de werkelijke uitgaven gerelateerd aan de oorspronkelijke begroting. De wijze van periodieke rapportage ligt niet in lijn met de statuten van de stichting. Deze stelt in artikel 13 lid 3 dat de stichting in 2020 per kwartaal een rapportage moet opstellen voorzien van een verklaring van de accountant. Ten aanzien van de tussentijdse rapportage over de periode 1 januari – 30 juni 2020 het volgende: • De tussentijdse rapportage, opgesteld door de accountant, meldt over de periode 1 januari – 30 juni 2020 het volgende negatieve resultaat: Totaal baten Totaal lasten Resultaat

€ 652.400 € 776.844 € 124.444 (negatief)

In de rapportage merkt de accountant op dat onder de lasten zijn verwerkt onbetaalde (en betwiste) facturen. De onbepaalde facturen per 30 juni betreffen in totaal € 188.287, waarmee het nadelige saldo nog niet leidt tot een liquiditeitstekort per 30 juni 2020.

11 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

•

•

De interim directeur-bestuurder van de stichting heeft een inhoudelijke verantwoording opgesteld over 2019 tot en met het 2e kwartaal 2020. In de verantwoording gaat de interim directeurbestuurder nader in op het moeizame startproces en de maatregelen die nodig zijn om zowel organisatorische als financiële verbeteringen door te voeren. Er is naar aanleiding van de tussentijdse cijfers en de voorgestelde maatregelen zoals benoemd in het toekomstplan geen prognose van een bijgestelde begroting gemaakt van de financiële ontwikkeling voor de periode 1 juli – 31 december 2020, waardoor inzicht en sturing beperkt is.

De huidige financiële positie van de stichting staat fors onder druk. In 2019 is een positief resultaat behaald van € 36.024, dat als weerstandvermogen kan worden ingezet voor de verliezen in 2020. Het resultaat over het eerste halfjaar van 2020 bedraagt negatief € 124.444. Door dit verlies is de vermogenspositie van de stichting per 30 juni 2020 negatief. De liquiditeit van de stichting is een punt van aandacht. De accountant geeft in haar verantwoording aan dat er per 30 juni € 188.287 aan onbetaalde facturen liggen waardoor er per 30 juni geen liquiditeitstekort is. In het toekomstplan is een liquiditeitsprognose over de periode september – december 2020 opgenomen die een negatief liquiditeitssaldo laat zien. Op basis van de huidige financiële situatie (peildatum 30 juni 2020) bezit de stichting over te weinig weerstandsvermogen en liquiditeit om de tegenvallers op te vangen en zal ze, als de gemeente Den Haag niet financieel bijspringt, naar verwachting op termijn in continuïteitsproblemen komen. Het is op basis van de bij ons bekende stukken niet mogelijk een indicatie te geven hoeveel middelen nodig is om de continuïteit van de stichting te waarborgen. Toekomstplan Naar aanleiding van de moeizame start heeft de interim directeur-bestuurder van de stichting een toekomstplan (d.d. 17 september 2020) opgesteld.

In dit plan is naast een inhoudelijke beschrijving van de doelen en activiteiten ook een gewijzigde begroting 2021 opgenomen. Op 20 oktober jl. heeft de interim directeur-bestuurder van de stichting een aangepaste versie op de gewijzigde begroting 2021 en een prognose voor 2022 aangeleverd. In onderstaande overzicht is de gewijzigde begroting 2021 en de prognose voor 2022 weergegeven. 2021

2021

2022

(Gewijzigde

(Aangepaste

(Prognose)

begroting)

gewijzigde begroting)

Baten

€

€

EFRO subsidie

575.000

287.500

-

Uitplaatsingen

630.000

630.000

682.500

Leerlingen gevangenis

120.000

120.000

120.000

Leerlingen scholen

90.000

90.000

90.000

Doorberekende servicekosten

25.000

25.000

25.000

Gemeente Den Haag (subsidie)

345.000

345.000

200.000

1.785.000

1.497.500

1.117.500

210.000

210.000

227.232

Huur pand

215.000

215.000

215.000

Overige huisvestingskosten

30.000

30.000

30.000

Overige bedrijfskosten

7.500

7.500

7.500

251.000

251.000

251.000

Totaal baten

€

Lasten Personeelslasten Bijdragen gemeente WOT

Traubstuc Overige leermeesters

1.065.110

327.726

252.000

Totaal lasten

1.778.610

1.041.226

982.732

-

-

456.274

134.768

Financiele baten en lasten Resultaat (begroot)

6.390

Figuur 3: Gewijzigde begroting 2021 en prognose 2022

12 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

Ten aanzien van de gewijzigde begroting 2021 het volgende: • De aangepaste gewijzigde begroting 2021 (versie d.d. 20 oktober 2020) laat ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 een verbetering van het resultaat zien. De verbetering komt met name tot stand door lagere begrote lasten voor leermeesters. • Een begroting wordt vanuit het organisatieperspectief opgesteld en heeft twee functies. Ten eerste is het voor de interim directeur-bestuurder een mandatering om de uitvoering van organisatiedoelstellingen te realiseren. Daarnaast heeft de begroting een sturingsfunctie en verantwoordingsfunctie (verantwoording van de resultaten door de interim directeur-bestuurder aan de Raad van Toezicht). Om aan deze twee functies te kunnen voldoen moet de begroting aan een aantal kwaliteitscriteria voldoen: - ‘hardheid’ van de begrotingsposten; - realistische uitgangspunten van de begrotingsposten - denken in scenario’s - sluitende begroting - duidelijke kwalitatieve toelichting gehanteerde uitgangspunten (PxQ) - aansluiting begroting met de (jaar)plannen Wij zien niet alle bovengenoemde criteria terugkomen in de gewijzigde begroting 2021. Een aantal begrotingsposten zijn voorzien van een summiere toelichting maar geven (te) weinig informatie over de ‘hardheid’ en ‘realisme’ van de begrotingspost.

• De gewijzigde begroting en prognose gaan uit van een blijvende subsidierelatie met de gemeente Den Haag terwijl deze relatie voor het huidige subsidietraject per 31 december 2021 afloopt. • Uit de stukken is niet op te maken of de gewijzigde begroting, conform voorwaarden van de statuten, is goedgekeurd door de Raad van Toezicht. De vraag rijst hierbij op wat de status van de gewijzigde begroting is. Administratieve organisatie en interne beheersingsprocessen (AO/IB) Om ‘in control’ te kunnen zijn is het essentieel dat de stichting beschikt over een goed stelsel van ingerichte (werk)processen in combinatie met een systeem voor de interne beheersing. Bij de start van de stichting waren de (werk)processen en interne beheersingsmaatregelen nog niet in kaart gebracht. Dit is essentieel omdat de stichting voor de financiering van haar activiteiten gebruik maakt van subsidiegelden, die periodiek verantwoord moeten worden naar de subsidiegever gemeente Den Haag. In de loop van 2020 is onder leiding van de interim directeur-bestuurder een start gemaakt met het in kaart brengen van de (werk)processen. Dit leidt tot de volgende opmerkingen: • De hoofdprocessen (Werkfit, Oriëntatie, Niet geschikt en WOT) zijn afzonderlijk uitgewerkt in processchema’s waarin de processtappen zijn weergegeven. De inhoudelijke beschrijving van iedere processtap ontbreekt.

• De aanwezige risico’s binnen de processen zijn niet geïdentificeerd en daarmee ontbreken ook de beheersingsmaatregelen die de aanwezige risico’s moeten mitigeren. • Procedures ten aanzien van de uitvoering van de interne controle zijn niet aanwezig. • Er zijn geen processchema’s en beschrijvingen ten aanzien van financiële processen door de stichting gemaakt. Dit is wel essentieel omdat de opbrengsten van de stichting grotendeels bestaan uit subsidies. Aan deze ontvangen subsidies worden door de subsidiegevers voorwaarden verbonden voor de verantwoording van de besteding van de subsidiegelden. Het op orde brengen van de AO/IB vergt van de stichting nog de nodige aandacht. De stichting heeft aangegeven dat dit één van de speerpunten voor de komende tijd is. Geen continuïteit met huidig verdienmodel In het toekomstplan wordt beschreven dat het huidige verdienmodel geen basis biedt voor continuïteit, omdat het met name afhankelijk is van subsidies. De stichting heeft de afgelopen periode tijd gestoken

13 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

om de financiële administratie op orde te krijgen. In het toekomstplan van de stichting staan een aantal maatregelen beschreven die moeten leiden tot een positiever toekomstperspectief. Op dit moment zijn er bijkomende middelen nodig van gemeente Den Haag om een doorstart te maken en faillissement te voorkomen. Vanuit de gesprekken met gemeente Den Haag en Stichting Energie Academie lijkt een verschil in perceptie te zitten over de toekomst. Daar waar gemeente Den Haag tot in ieder geval 2021 een subsidierelatie voor ogen heeft en daarna mogelijk wil gaan werken met het inkopen van de trajecten, geeft men bij de stichting aan dat aanvullende steun in de vorm van subsidies waarschijnlijk noodzakelijk blijft voor het voortbestaan van de stichting. 3.3. Organisatie: processen, mensen en systemen Bij dit onderdeel is geanalyseerd hoe de processen, mensen en systemen zijn vormgegeven en in hoeverre dat aansluit bij de beoogde subsidiedoelen. Bij de processen is aandacht besteed aan de interne processen, de processen met opleidingspartijen en hoe de processen van de aangeboden trajecten verlopen. Daarnaast is gekeken naar de wijze waarop de huidige organisatie met haar medewerkers kan voldoen aan de beoogde subsidiedoelstellingen. Ook hebben we gekeken welke systemen er zijn voor verantwoording enerzijds en om de eigen opdracht te kunnen realiseren anderzijds.

Trajecten en opleidingen Stichting Energie Academie verzorgt Werkfit en Werkontwikkeltrajecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zijn trajecten die de leerlingen in de basis opleiden tot stukadoors, loodgieters, ijzervlechters, elektriciens en het zetten van zonnepanelen. De beoogde start van de opleidingen tot houtbewerkers en schilders in samenwerking met Haagbouw heeft nog niet plaatsgevonden. De stichting heeft deze trajecten in de vorm van procestekeningen beschreven. De Werkfit-trajecten zijn bedoeld voor mensen die -voordat zij starten met een opleiding- eerst worden voorbereid op hoe een werkritme eruitziet en welke vaardigheden daarbij nodig zijn. Uit gesprekken met de stichting komt naar voren dat deze trajecten deels zijn gestart en deels zijn ingekocht bij een andere partij. Een aantal Werkontwikkeltrajecten zijn gestart, waarbij de leerlingen aan de hand van een leermeester worden opgeleid op een werkplek in de Energie Academie. Het aanleren van basisvaardigheden om te werken komt ook bij deze trajecten aan bod. De stichting geeft aan niet te beschikken over een klanttevredenheidssysteem of keurmerk voor haar dienstverlening; wel is het de bedoeling dat ze werken met erkende leermeesters die zij aangeleverd krijgen vanuit Traubstuc, de Beroepentuin en Haagbouw.

In de praktijk blijken de leermeesters van de Beroepentuin geen erkende leermeesters te zijn, wat van invloed is op de kwaliteit van de opleidingen. De geïnterviewden van Stichting Energie Academie zien in dat de interne organisatie en processen nog niet op orde zijn. Interne organisatie De organisatie bestaat momenteel uit een Raad van Toezicht, een directeur-bestuurder ad interim, een coördinator, een jongerencoach, een facilitair medewerker, een administratief medewerker, een accountmanager en een stafmedewerker. Een deel van deze medewerkers werkt onbezoldigd dan wel via een Stip-contract. Een ander deel van de Stip-medewerkers heeft onlangs een aanstelling verkregen. Een tweetal medewerkers is kortdurend ziekgemeld, waarvan één medewerker momenteel re-integreert. De geïnterviewden medewerkers hebben allen aangegeven dat het afgelopen jaar roerig is verlopen. De bestuurswissel en de wijziging in aansturing hebben ertoe geleid dat de Stichting Energie Academie binnen een korte periode een heel ander personeelsbestand kreeg, anders werd ingericht en aangestuurd. Uit de gesprekken met de stichting kwam naar voren dat het huidige personeelsbestand dat op advies van de Raad van Toezicht opnieuw is samengesteld, niet (geheel) aansluit bij hoe de interim directeur-bestuurder dit voor ogen had.

Subsidieafspraken en doelstellingen In de subsidieafspraken tussen gemeente Den Haag en Stichting Energie Academie is een afspraak opgenomen over het aantal opleidings- en werktrajecten dat de stichting in de jaren 2019 – 2021 dient te

14 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

realiseren en monitoren. Vanuit de eerste cijfers van de interne administratie blijkt niet in hoeverre wordt gemonitord waar de leerlingen vandaan komen en in welke fase in het traject ze zich bevinden. De stichting geeft aan dit gebrek aan inzicht het lastig maakt om de buitenwereld te laten zien waar ze mee bezig zijn. Dit is noodzakelijk om te voldoen aan de overeengekomen subsidieafspraken. In de later aangeleverde informatie benoemt de stichting dat per oktober 2020 een leerlingvolgsysteem is ingericht, waarmee de stand van zaken van lopende trajecten kan worden gemonitord. 3.4. Transformatie Bij dit onderdeel is geanalyseerd op welke wijze Stichting Energie Academie werkt aan haar toekomstbestendigheid. Daarbij is gekeken in hoeverre dit specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden is beschreven. Het toekomstig perspectief is geanalyseerd aan de hand van het toekomstplan en de verschillende gesprekken met betrokkenen. Toekomstig perspectief Stichting Energie Academie heeft in een toekomstplan beschreven op welke wijze zij de toekomst tegemoet wil treden. In het plan komt terug welke maatregelen getroffen moeten worden om de stichting financieel gezond te laten zijn. Daarnaast worden een aantal nieuwe initiatieven genoemd die een versnelling aan kunnen brengen in het behalen van de doelstellingen van de stichting.

De noodzakelijke organisatorische en operationele veranderingen zijn genoemd in het plan. De wijze waarop is summier beschreven; er is geen gedetailleerd stappenplan voorzien van risico’s en mitigerende maatregelen. Daarbij ontbreekt het aan een duidelijk beeld van de huidige stand van zaken. Tot slot wordt in het toekomstplan een aantal noodzakelijke maatregelen 2 genoemd die niet als investeringen zijn opgenomen in de exploitatiebegroting voor 2021. In de gesprekken met de stichting wordt aangegeven dat het belangrijk is om een interne overlegstructuur op te zetten, met een week- of dagstart voor alle medewerkers. Ook geeft men aan dat – wil de stichting daadwerkelijk financiële resultaten boeken en kunnen voldoen aan de overeengekomen aantallen in de subsidieafspraken met gemeente Den Haag – het belangrijk is om meer personeel te hebben om dit te realiseren. De voorkeur gaat hierbij uit naar een (nieuwe) accountmanager en fondsenwerver. Financiële steun voor incidentele kosten Stichting Energie Academie gaat er in het toekomstplan vanuit dat een aantal eenmalige kosten die naar eigen zeggen niet door de Stichting Energie Academie gedragen hadden moeten worden, door gemeente Den Haag betaald moeten worden. In een gesprek met de stichting wordt dit bevestigd. Men geeft aan dat dit noodzakelijk is om een doorstart te maken en faillissement te voorkomen.

Daarnaast geeft men aan dat – hoewel in het toekomstplan staat dat de stichting op den duur zelfstandig verder moet kunnen gaan – de verwachting is dat financiële steun van de gemeente benodigd blijft in de toekomst. Gemeente Den Haag is bereid te overwegen om een deel van de betreffende kosten en het verschil in kosten dat de samenwerking met Traubstuc vraagt, te vergoeden. SMART-beschreven doelstellingen Gemeente Den Haag biedt ruimte aan de stichting om aan te tonen dat er een goed toekomstplan ligt om een doorstart te maken. Dit moet echter een realistisch plan (business case) zijn, dat zowel inhoudelijk als financieel goed onderbouwd is. Het huidige toekomstplan is onvoldoende SMART-beschreven en biedt gemeente Den Haag daardoor te weinig houvast biedt om te besluiten over de plannen voor 2021. De gemeente Den Haag ziet in de onderlinge gesprekken die momenteel worden gevoerd dat de stichting verbeteringen doorvoert in het managen van de verwachtingen en laat zien wat ze waar kunnen maken. Voor het eind van het jaar dient er een plan te liggen dat helderheid biedt of de toekomst kans van slagen heeft. 3.5.

Overige bevindingen  Gedurende het voeren van de verschillende gesprekken met medewerkers van Stichting Energie Academie, gemeente Den Haag en opleidingspartijen, blijkt al snel dat er sprake is van onvrede en in sommige gevallen een bepaald wantrouwen richting de verschillende betrokkenen. Dit wijt een 2

Het gaat hier bijvoorbeeld om de inrichting van de interne beheersings- en controleprocessen.

15 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

deel van de geïnterviewden aan de periode rond de bestuurswissel en de verspilling van middelen die de eerste periode van de stichting met zich meebracht. De situatie die heeft plaatsgevonden brengt voor een deel van de geïnterviewden een onprettig sentiment mee over de situatie. Dit sentiment is dermate hevig, dat dit een voortzetting van de samenwerking op korte termijn in de weg kan staan. Uit het merendeel van de gesprekken met gemeente Den Haag en een aantal mensen van de stichting komt de behoefte naar voren om helemaal opnieuw te starten met de Stichting Energie Academie, zodat enerzijds het sentiment losgelaten kan worden en anderzijds het beoogde concept met verdienmodel kan worden gevolgd. Aan de zijde van de gemeente Den Haag is aangegeven dat de stichting eigenlijk vier tot vijf jaar zou moeten draaien voordat echt resultaat gezien zou worden. Dit wordt ook expliciet benoemd aan de zijde van de stichting. De stichting vraagt zich af wat – in het geval gemeente Den Haag nu zou besluiten de samenwerking te beëindigen – ze een jaar geleden in het concept zagen, als ze het nu niet de eerlijke kans willen geven die het concept en de doelgroep verdienen. Voor een aantal van de gesproken opleidingspartijen is de rol van gemeente Den Haag onduidelijk.

Aan de ene kant neemt de gemeente een rol in als co-financier die op afstand staat en daarmee niets te maken heeft met alles rond de stichting en haar samenwerkingspartners. Aan de andere kant kiest ze ervoor om een sturende rol in te nemen. Voor de opleidingspartijen is het soms lastig om hier op de hoogte van te blijven, aangezien zij hier niet over worden geïnformeerd.

16 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

4. Conclusie en aanbevelingen In dit onderzoek is de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie onderzocht. De centrale vraag van het onderzoek luidt: “In hoeverre is Stichting Energie Academie levensvatbaar?”. In dit hoofdstuk worden de drie deelvragen van het onderzoek beantwoord. 4.1. Beantwoording van de drie vragen 1. In hoeverre is Stichting Energie Academie in staat om op basis van haar trajecten en opleidingen de kandidaten van Stichting Energie Academie met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een duurzame baan te helpen? Op papier lijkt de stichting in eerste instantie in staat om de trajecten samen met de betrokken opleidingspartijen vorm te geven. De processen zijn in procestekeningen uitgewerkt, er zijn een aantal opleidingen gestart en er zijn medewerkers die dagelijks contact hebben met de leerlingen. Tegelijkertijd zijn de processen niet beschreven, is onvoldoende duidelijk hoe de opleidingen vormgegeven zijn, is een deel van de medewerkers momenteel niet in staat om mee te werken en zijn er geen duidelijke (financiële) afspraken gemaakt met opleidingspartijen, zodat de stichting minder middelen ontvangt dan begroot.

Op grond van de aangeleverde informatie over de trajecten en opleidingen en de informatie vanuit de diverse gesprekken kunnen wij de vraag niet eenduidig beantwoorden of de Stichting Energie Academie al dan niet in staat is haar kandidaten aan een duurzame baan te helpen. We zien dat ze een vijfentwintigtal kandidaten hebben uitgeplaatst maar we zien ook dat dit niet het aantal is dat met de gemeente Den Haag is afgesproken. Dit heeft een drietal redenen. Een eerste reden hiervoor is dat een deel van de activiteiten in de praktijk anders wordt ingevuld dan beoogd volgens het concept en bijbehorend verdienmodel. Dit maakt dat tot op heden slechts een aantal uitplaatsingen van leerlingen bij werkgevers hebben plaatsgevonden. Een tweede reden hiervoor is dat door de komst van de Covid-19-pandemie een heel aantal activiteiten en trajecten tijdelijk opgeschort moesten worden, waarmee vertraging is ontstaan. Een derde reden is dat een aantal samenwerkingsrelaties van de Stichting Energie Academie dusdanig verstoord zijn, dat dit ook tot vertraging heeft geleid in het starten van trajecten. 2. In hoeverre maakt Stichting Energie Academie impact op deze doelgroep? Stichting Energie Academie heeft voor een zestal opleidingstrajecten verschillende jongeren een start geboden om deel te nemen aan de WOT-trajecten.

De meeste van deze trajecten zijn na de beoogde drie maanden nog niet afgerond. Er zijn behalve een aantal uitplaatsingen via Traubstuc geen andere uitplaatsingen geweest, wat de impact van de stichting op de doelgroep tot op heden beperkt maakt. De beoogde impact is groot, wat door alle betrokkenen in het onderzoek wordt onderschreven. Daarbij rijst wel de vraag of de stichting ook in staat is om dit te realiseren. 3. Wat is het (financieel) perspectief van Stichting Energie Academie, gelet op de beschreven maatregelen in het toekomstplan dat beschrijft hoe operationele en organisatorische veranderingen moeten gaan leiden tot (meer) succes en resultaat? Het perspectief van Stichting Energie Academie hebben wij opgedeeld in een financieel perspectief en een algemeen (toekomst)perspectief. 3 Vanuit een tweetal invalshoeken hebben wij gekeken wat het financieel perspectief van de stichting is.

17 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

Allereerst is gekeken naar de huidige financiële situatie van de stichting. We kunnen concluderen dat deze onder druk staat aangezien de stichting onvoldoende weerstandsvermogen heeft om de verliezen in 2020 op te vangen. Daarnaast vindt er in de tweede helft van 2020 naar verwachting een tekort van de liquiditeit plaats die de stichting niet zelfstandig kan opvangen. Dit is inmiddels ondervangen door de additionele middelen die gemeente Den Haag ter bevoorschotting heeft verstrekt. De begroting van het toekomstplan laat een verbetering van het resultaat zien voor de jaren 2021 en 2022. Wij plaatsen echter een aantal opmerkingen ten aanzien van de kwaliteit van de begroting, zoals de ‘hardheid’ en ‘realistische uitgangspunten’ van begrotingsposten van de gewijzigde begroting 2021. Daarnaast is niet duidelijk of de gewijzigde begroting 2020 is goedgekeurd door de Raad van Toezicht. De kwaliteit van de huidige planning & control cyclus is op dit moment van onvoldoende kwaliteit om adequaat als sturingsinstrument in te zetten. Op basis van de huidige financiële situatie van de stichting is het financieel toekomstperspectief beperkt.

Het financieel perspectief op basis van het toekomstplan geeft een wat positiever beeld; echter menen wij dat de huidige onderbouwing te zwak is om te stellen dat het financieel perspectief positief is en dat de continuïteit van de stichting geborgd is. Daarnaast staat de ontwikkeling van de interne controle en interne beheersingsprocessen nog in de beginfase zodat de stichting op dit moment niet in ‘control’ is. Om inzicht te krijgen of er voor de stichting een positief financieel perspectief is zal de huidige business case moeten worden herzien waarbij de begroting/ prognose moet worden opgesteld volgens de in deze rapportage beschreven kwaliteitscriteria. Een aandachtspunt bij het financieel perspectief zoals beschreven in het toekomstplan en de gevoerde gesprekken is het verschil in perceptie tussen gemeente Den Haag en de Stichting Energie Academie over de toekomst. Daar waar gemeente Den Haag tot en met 2021 een subsidierelatie voor ogen heeft en daarna -in principe- enkel wil gaan werken met het inkopen van trajecten, geeft men bij de stichting aan dat aanvullende steun in de vorm van subsidies waarschijnlijk noodzakelijk blijft tot ná 2021 voor het voortbestaan van de stichting.

Indien gemeente Den Haag inderdaad besluit per 1 januari 2022 over te gaan tot enkel op het inkopen van trajecten betekent dat een risico voor het financieel perspectief en de wendbaarheid die dat vraagt van de stichting. Het algemene (toekomst)perspectief van de stichting is gunstiger, maar ook enigszins beperkt. Door alle betrokkenen wordt de visie en het concept van de Energie Academie omarmd en onderschreven. Tegelijkertijd zijn er vragen over de uitvoering. Daarbij constateren wij dat aan de ene kant allerhande operationele verbeteringen worden doorgevoerd, die samen lijken te vallen met de komst van de nieuwe coördinator. De stichting is zich bewust van de meerwaarde van de huidige interim directeur-bestuurder in de fase waar de organisatie zich momenteel in bevindt en zoekt naar de juiste personen op de juiste plek bij de verdere verbeteringen. Aan de andere kant wordt de samenwerking met partners als Traubstuc, de Beroepentuin en Haagbouw anders vormgegeven in de praktijk dan oorspronkelijk de bedoeling was, wat leidt dit tot tegenvallende resultaten en onvrede in de onderlinge samenwerking. Daarnaast zorgt de situatie met de drie voormalig bestuurders tot wantrouwen tussen opleidingspartijen, de stichting en gemeente Den Haag. Duidelijke en/of hernieuwde afspraken met opleidingspartijen kunnen leiden tot een beter verdienmodel en perspectief voor de stichting.

Dat neemt de onvrede en het onderlinge wantrouwen echter niet direct weg. 4.2. Conclusie: niet levensvatbaar, tenzij Op grond van de beantwoording op de drie bovenstaande vragen is het antwoord van BDO op de vraag “In hoeverre is Stichting Energie Academie levensvatbaar?” dat de Stichting Energie Academie op de wijze waarop zij momenteel werkt aan de subsidiedoelstellingen niet levensvatbaar is. Er zijn genoeg redenen aan te wijzen waardoor het nog niet gelukt is de impact te maken op de doelgroep en de trajecten en opleidingen aan te bieden die nodig zijn. Ook zijn er redenen te noemen die het (financieel) toekomstperspectief maken zoals deze nu is. Wij vinden het toekomstplan echter onvoldoende uitgewerkt en het financieel perspectief onvoldoende, wat risico’s geeft voor de stichting én voor de gemeente. Wij moeten dan ook concluderen dat de huidige gang van zaken op termijn geen levensvatbaarheid laat zien. Hierbij willen wij benadrukken dat het concept van de Energie Academie draagvlak heeft onder alle betrokkenen. Het doel om mensen uit de uitkering een mogelijkheid te bieden om via een

18 | nieuwe perspectieven Onderzoek naar de levensvatbaarheid van Stichting Energie Academie

opleidingstraject aan een baan te komen en zo terug te keren in de maatschappij, wordt door de verschillende betrokkenen gezien. Wij schetsen hieronder drie denkrichtingen die behulpzaam kunnen zijn in de keuze voor een vervolg: 1. Investeren Eén van de denkrichtingen is om door te gaan met de stichting en haar werkzaamheden voor kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij dient een aantal investeringen gedaan te worden om de levensvatbaarheid van de stichting te borgen. Zo zullen de ontstane verliezen van de stichting moeten worden gesaneerd voor een beter financieel perspectief. De gemeente heeft inmiddels een bevoorschotting gedaan van € 150.000 vanuit de middelen die voor 2021 begroot waren. Wat het uiteindelijke bedrag wordt is momenteel (nog) niet goed in te schatten. De belangrijkste investeringen zitten onder andere op het gebied van de beschrijving van de AO/IC en het kwalitatief op orde krijgen van de planning en control cyclus. Ook zijn er investeringen nodig voor een dekkende begroting. De geschatte minimale investeringen liggen tussen de € 50.000 en € 100.000. Een voordeel hierbij is dat de ingezette verbeteringen in de interne organisatie en in de samenwerking met bijvoorbeeld Traubstuc in stand blijven. Een nadeel is dat dit aanvullende investeringen vraagt vanuit gemeente Den Haag, aangezien de stichting dit zelf niet op korte termijn kan dragen.

Deze investeringen zijn fors en komen bovenop de reeds gemaakte kosten die tot dusver weinig resultaten hebben opgeleverd. 2. Opheffen Een tweede denkrichting is om de stichting op te heffen. Daarbij dient de stichting ontbonden te worden en het huidige personeelsbestand af te vloeien. Dit vraagt transitiekosten die mogelijk aan de zijde van gemeente Den Haag gedragen moeten worden. Daarnaast zullen schuldeisers zich mogelijk ook melden bij de gemeente en is er een aannemelijk risico van imagoschade. Een inschatting van de mogelijke kosten voor deze variant is, op basis van de bij ons bekende gegevens, niet in te schatten. Bij deze variant kunnen de door de gemeente Den Haag betaalde subsidiegelden als verloren worden beschouwd aangezien deze niet meer opeisbaar zijn. Een voordeel bij deze denkrichting is dat het concept vervolgens op een andere wijze kan worden vormgegeven. 3. On hold Een derde denkrichting is om de huidige werkzaamheden zoveel als mogelijk on hold te zetten, waarbij alleen de werkzaamheden met een bepaalde contractverplichting worden voortgezet. Het voordeel van een dergelijk scenario is dat de verwachte imagoschade voor alle partijen (vooralsnog) beperkt blijft, er (vooralsnog) weinig verloren gaat aan de reeds gedane organisatieinrichting en verbeteringen en de trajecten die gestart zijn, doorgang kunnen vinden.

Een nadeel is dat het mogelijk toch een aantal investeringen van gemeente Den Haag vraagt die onvermijdelijk zijn om een faillissement te voorkomen. De geschatte kosten van deze scenario, uitgaande van een ½ jaar on hold, bedragen minimaal € 250.000 (salaris personeel, huisvesting, instandhouding stichting). 4.3. Aanbevelingen: zet de activiteiten ‘on hold’ en maak een actuele business case Op basis van de verschillende afwegingen adviseren wij gemeente Den Haag te kiezen voor het ‘on hold’ zetten van de activiteiten van de stichting en te komen tot een actuele business case. Dit scenario leidt naar verwachting tot de minste imagoschade voor alle betrokken partijen. De effort die tot op heden is gestoken in de inrichting van de organisatie wordt niet direct tenietgedaan en de trajecten die zijn gestart met de leerlingen kunnen waarschijnlijk afgerond worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9581379/1