RIS307159 Bijlage
Tekst van het document
Evaluatie woonoverlast
2012 - 2019
Datum
juli 2020 Versie
4.2 Auteur
Jonore Bots & Herman Stemfoort
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
“Iedereen ziet maar zó’n fragment van de problematiek en zegt, ‘ah, eigenlijk niet ernstig genoeg’. Iedere instantie, en iedereen eromheen, ziet maar zo’n stukje en zegt ‘eigenlijk valt het wel mee’. Maar als je ernaast woont, en je maakt 24 uur per dag, zeven dagen per week, de rits mee van al die incidentjes aan elkaar, dan weet geen enkele instantie van ja, het is tóch wel groter dan het is – maar de buren zitten er wél mee.”
Uit: ‘Buren die je het leven zuur maken’, tv programma ‘De Monitor’
2/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Inhoudsopgave 1 Inleiding
4
2 De Haagse Aanpak Woonoverlast
5
3 Terugblik op evaluatie 2007 – 2012
10
4 Ervaringen met de Wet aanpak woonoverlast in 2018
13
5 Cijfers aanpak woonoverlast 2007 – 2019
19
6 Ontwikkelingen en conclusies
27
3/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
1 Inleiding
Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast van de gemeente Den Haag bestaat inmiddels dertien jaar. In die jaren is de nodige ervaring opgedaan en samen met de netwerkpartners is de goedlopende Haagse aanpak woonoverlast ontwikkeld. Terugkijkend zijn in afgelopen jaren de nodige verbeterslagen gemaakt en doorgevoerd. Onder meer zijn slagen gemaakt om woonoverlast in een zo vroeg mogelijk stadium nog beter te herkennen, te beperken en liefst ook te voorkomen. Ook is de landelijke ontwikkeling van nieuw instrumentarium om woonoverlast in de particuliere voorraad aan te kunnen pakken stevig gestimuleerd. De viering van het tweede lustrum in 2017 leek een voor de hand liggend moment om terug te kijken en te evalueren maar in die periode waren we volop bezig met het voorbereiden van de Wet aanpak woonoverlast, de belangrijkste ontwikkeling die voortkwam uit de eerdere evaluatie1. Deze wet is op 1 januari 2018 door wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van kracht geworden. Omdat we ook onze ervaringen met de Wet aanpak woonoverlast mee wilden nemen evalueren we nu de Haagse aanpak van woonoverlast over de periode 2012 – 2019. Met wijziging van de Haagse APV vanaf 1 januari 2018 heeft uw raad de burgemeester de bevoegdheid gegeven om een ‘gedragsaanwijzing’ op te leggen aan bewoners en gebruikers van een eigen woning of van een particuliere huurwoning.
De Haagse corporaties konden al langere tijd een gedragsaanwijzing opleggen. Invoering van de Wet aanpak woonoverlast in het Haagse is dan ook door intensieve samenwerking en kennisuitwisseling met de corporaties tot stand gekomen. In deze evaluatie over de periode vanaf 2012 tot en met 2019, leggen wij uit hoe de aanbevelingen uit de voorgaande evaluatie zijn uitgewerkt, welke resultaten we hebben geboekt in de afgelopen jaren en waarmee we nog aan de slag willen: de kijk op en de aanpak van woonoverlast ontwikkelt zich immers voortdurend. De eerste praktijkervaringen met de Wet aanpak woonoverlast zijn succesvol: overlastgevers blijken na waarschuwing door de burgemeester hun gedrag aan te passen, wellicht gestimuleerd door het zicht op concrete sancties, die voorheen altijd ontbraken. Een succesvolle aanpak van woonoverlast lukt je als gemeente, of als één onderdeel van een gemeente, niet alleen. Een nauwe samenwerking met ketenpartners is van groot belang. De gemeentelijke disciplines wonen, veiligheid, handhaving en zorg werken bijvoorbeeld nauw samen met zorgorganisaties, woningcorporaties, bemiddeling en mediation en met de politie. Deze evaluatie is dan ook mede dankzij inspanning, bijdragen en cijfermateriaal van de Haagse netwerkpartners tot stand gekomen.
1
Zie: RIS 252251 Evaluatie 2007 – 2012 Meld- en Steunpunt Woonoverlast
4/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
2 De Haagse Aanpak Woonoverlast
De Haagse aanpak woonoverlast is in de eerste plaats oplossingsgericht: de problemen moeten niet verplaatst worden door in te zetten op ontruiming van een woning. We willen overlast in een zo vroeg stadium signaleren en zo snel mogelijk beëindigen. Daartoe werken we samen met verschillende ketenpartners en we betrekken elkaar in een vroeg stadium: proactief en preventief. De Haagse aanpak van woonoverlast stoelt op twee pijlers: handhaving en zorg. Vaak is sprake van een combinatie van beide. Per zaak wordt altijd gezocht naar de beste aanpak en de juiste partijen. Waar mogelijk wordt het gesprek aangegaan met zowel de overlastmelder als de veroorzaker, waarna bij het uitblijven van een oplossing verder wordt gekeken naar andere middelen, zoals inzet van hulpverlening, bemiddeling, het afgeven van een waarschuwing en/of door handhavend optreden. Met de implementatie per 1 juli 2018 van de Wet aanpak woonoverlast kan ook de gedragsaanwijzing door de burgemeester worden ingezet voor zaken waar het niet mogelijk is op overtredingen te handhaven. Maar eerst dienen alle andere stappen van de aanpak woonoverlast doorlopen te zijn. Anders kan en mag dit middel niet ingezet worden. Overleggen en samenwerking Onze aanpak, met veel invalshoeken en betrokken partijen, vergt veel samenwerking, afstemming en overleg.
Er zijn daarvoor verschillende overlegstructuren in het leven geroepen, vooral ook omdat niet altijd alles met iedereen gedeeld kan en mag worden. De handhavings-pijler behelst woonoverlast waarbij regels worden overtreden en waarop gehandhaafd kan worden. Bijvoorbeeld onrechtmatig wonen (overbewoning, illegale kamerverhuur), hennepkwekerijen, sterk vervuilde woningen, overlast van dieren en overige situaties die bouw- en woonregelgeving en/of de openbare orde en veiligheid aantasten. De zorg-pijler omvat woonoverlast waarvoor begeleiding en/of zorg wordt ingezet. Bijvoorbeeld burenruzies, onaangepast (woon)gedrag en overlast door psychiatrische oorzaken. Deze vormen van overlast, waarbij sociaal-maatschappelijke en psychiatrische oorzaken een rol spelen, worden besproken in de JMO-Wijkteams (WMO + Jeugd). Dit zijn multidisciplinaire teams die per wijk problematiek oppakken, signaleren en waar nodig buurtbewoners aan hulpverleners of voorzieningen koppelen. Een MDA-regisseur (multi disciplinaire aanpak) uit de JMO-teams sluit aan bij de Overlastgevende Panden Overleggen (OPO) in de Haagse stadsdelen. Overlastgevende Panden Overleg In deze overleggen wordt de complexe woonoverlast in de stad besproken. Het gaat dan om zaken waar sprake is van multi-problematiek en die veiligheid en leefbaarheid in bredere zin raakt.
Dit periodieke overleg wordt per stadsdeel georganiseerd onder regie van de Haagse Pandbrigade. De Bestuursdienst is aangehaakt voor een directe link naar veiligheid. Ook zorg is aangehaakt met de MDA-regisseurs van de dienst OCW en daarnaast zijn vaste partijen vertegenwoordigd als politie en corporaties en ook GGZ partijen. De laatste jaren is sprake van een accentverschuiving in de casuïstiek: steeds vaker is deze gerelateerd aan ernstige overlast veroorzaakt door multi-problematiek op sociaal-maatschappelijk vlak, terwijl voorheen het zwaartepunt van het OPO lag bij overlast die een inbreuk opleverde voor de openbare orde en veiligheid.
5/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Veiligheidshuis Als bij woonoverlast ook sprake is van een persoonsgerichte aanpak, veelal in combinatie met een strafrechtelijke achtergrond, wordt opgeschaald naar het Veiligheidshuis. Doel van het Veiligheidshuis is om door intensieve ketensamenwerking de veiligheid in de stad Den Haag te vergroten. Het Veiligheidshuis richt zich op de persoonsgerichte aanpak van individuen en groepen om zo overlast en criminaliteit te voorkomen en te verhelpen. Haags Platform Woonoverlast Overkoepelend spreken de samenwerkingspartners elkaar in het Haags Platform Woonoverlast. Daar wordt de aanpak geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Meldpunten voor woonoverlast Overlastmeldingen kunnen bij verschillende partijen gedaan worden.
Woonoverlast in of vanuit particuliere huur- en koopwoningen kan worden gemeld bij het Meld- en steunpunt woonoverlast. Als het om corporatiewoningen gaat, wordt de overlast bij de betreffende corporatie gemeld. Zorgen over de leefsituatie van een buurtgenoot, bijvoorbeeld vanwege problematische verzameldrang, kunnen worden gemeld bij het Meldpunt Bezorgd. Indien er sprake is van crimineel gedrag, bedreiging, intimidatie, geweld of (extreme) geluidsoverlast, wordt melding gedaan bij de politie of bij Meld Misdaad Anoniem.
Waar partijen elkaar kunnen versterken, werken zij samen in de aanpak van woonoverlast. Het Melden Steunpunt Woonoverlast en de politie werken bijvoorbeeld sinds enkele jaren samen met de ‘Meld een Vermoeden’-app, waarmee de politie eenvoudig vanaf locatie een melding kan doorgeven over onrechtmatige bewoning of andere misstanden. De melding komt dan rechtstreeks binnen bij de Haagse Pandbrigade, die een controle op het adres doet. Meldingen bij Meld- en Steunpunt Woonoverlast Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast van de gemeente Den Haag verwerkt meldingen van woonoverlast uit de gehele stad. Het is een centraal punt waar inwoners overlast kunnen melden. Daarnaast geven de meldingen van inwoners de gemeentelijke organisatie zicht op overlastsituaties in de stad. Den Haag kent ten opzichte van andere grote steden een grote versnipperde particuliere voorraad. De meeste woningen in deze voorraad zijn gesitueerd in wijken in en rond het centrum, met veelal vooroorlogse appartementen (portiekwoningen) in het lagere prijssegment van de woningmarkt. Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast is gericht op meldingen uit deze particuliere voorraad. Huurders van corporatiewoningen kunnen immers bij woonoverlast bij hun corporatie terecht, die ervoor zorgt dat de melding door de juiste ketenpartners wordt opgepakt.
Meldingen met betrekking tot corporatiebezit geeft het Meld- en Steunpunt Woonoverlast door aan de betreffende corporatie, die de melding verder afhandelt. Woonoverlast melden Een melding bij het Meld- en Steunpunt Woonoverlast kan op de volgende manieren worden gedaan: Via het digitaal loket van www.denhaag.nl (of direct via www.denhaag.nl/woonoverlast) Telefonisch via het gemeentelijk KlantContactCentrum op 14070 Persoonlijk bij de balie van het KlantContactCentrum
6/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Het is gemeentelijk beleid om het melden via internet te stimuleren. Beschikt een melder niet over internet of heeft hij moeite met het invullen van het digitale formulier op de site, dan kan hij het KlantContactCentrum bellen. Het KlantContactCentrum neemt de melding op en gebruikt hiervoor hetzelfde formulier dat de melder via internet zou invullen. Werkwijze Meld- en Steunpunt Woonoverlast Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast registreert meldingen van overlast door woongedrag, zoals geluidsoverlast, burenruzies, vervuiling, dierenoverlast, e.d., en op overlast door onrechtmatig wonen, zoals overbewoning en onrechtmatig gebruik van panden. Het meldpunt onderzoekt de meldingen en werkt samen met partijen die (mogelijk) een oplossing kunnen bieden. Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast werkt nauw samen met Bureau Bemiddeling & Mediation. Zij gaan verder dan alleen ‘buurtbemiddeling’: ook in conflicten waarbij al agressie is voorgekomen, kunnen zij een rol spelen en komen vaak tot resultaten. Het Meldpunt ziet toe op de voortgang van de behandeling en treedt op als coördinator, adviseur en als aanjager in het proces. Als meerdere partners bij de gekozen aanpak betrokken zijn, is een casemanager van het Meld- en Steunpunt Woonoverlast het aanspreekpunt.
Bij de aanpak van onrechtmatig wonen of ander onrechtmatig gebruik van woningen in corporatiewoningen (bijvoorbeeld een hennepplantage), werken de gemeente (Haagse Pandbrigade) en de corporaties nauw samen. Deze samenwerking is vastgelegd in een convenant.
Partners
Klant ContactCentrum
Publieke Zaken en Leefbaarheid
Bureau Bemiddeling & Mediation
(handhavingsteams openbare ruimte)
Haagse Pandbrigade VvE Balie
(DSO, onrechtmatig wonen, hennep, vervuiling etc)
Meld- en Steunpunt Woonoverlast
Overlastgevende Panden Overleg
JMO Teams (voorheen; Sociale Wijkzorgteams, sociaal-maatschappelijke achtergrond)
(openbare orde en veiligheid, extreme overlast)
Veiligheidshuis Woningbouwcorporaties
Zorg & Begeleiding
Wijkrechter (bindende uitspraak met executoriale waarde)
Politie Den Haag
samenwerking – informatieuitwisseling
Handhaving
7/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Fases aanpak woonoverlast Afhankelijk van de aard van de overlast zijn er verschillende mogelijkheden voor aanpak van de melding. Deze hoeven niet persé allemaal, of in een vaste volgorde, te worden doorlopen. Soms biedt één enkele partij, of één gesprek door het Meld- en Steunpunt Woonoverlast al een oplossing. En soms is sprake van complexe problematiek en loopt een aantal interventies parallel naast elkaar. Wel wordt geanalyseerd welke aspecten een rol spelen: Bij de beoordeling van een melding woonoverlast wordt eerst gekeken of er sprake is van overtreding qua bouw- of woonregelgeving. In situaties waarbij regels worden overtreden kan handhaving worden ingezet en de situatie worden beëindigd, waardoor doorgaans ook de overlast eindigt. Als overbewoning bijvoorbeeld zorgt voor geluidsoverlast en intimidatie, hoeven hier geen afspraken te worden gemaakt om zachter te doen, maar kan eenvoudig overbewoning worden beëindigd. Als een handhavingsaspect meespeelt, maakt dit het altijd makkelijker om de overlast binnen afzienbare termijn te kunnen aanpakken. Heel vaak worden door de overlast geen ‘harde regels’ overtreden, maar is er wel een heel vervelende situatie ontstaan tussen buren. Dit uit zich vaak in geluidsoverlast, maar ook komen pesterijen of vervelend gedrag voor.
Bureau Bemiddeling & Mediation lost een groot deel van deze zaken op, door beide partijen tot afspraken te laten komen. Vaak ontstaat hierdoor ook een beter contact en wederzijds begrip. Voor burenconflicten en andere overlastzaken waarbij psychiatrische of sociaal-maatschappelijke problematiek een rol spelen, is het al veel moeilijker om tot duurzame wederzijdse afspraken te komen. Hier komen de partners uit het zorgnetwerk in beeld. Ondanks dat er ‘bemoeizorg’ kan worden toegepast, is accepteren van zorg meestal vrijwillig. Ook hier kan het helpen als er een overtreding van regelgeving optreedt: bijvoorbeeld een hoarder die zoveel spullen in huis heeft, dat een reëel risico op brandgevaar bestaat, of dat door het verzamelgedrag de constructieve veiligheid van de woning in gevaar komt. In dat geval kan de (mogelijke) handhaving een instrument zijn om de zorgverlening te ondersteunen. Overlastzaken die openbare orde en veiligheid raken, of de leefbaarheid in een omgeving ernstig aantasten, worden besproken door de partners in de Overlastgevende Pandenoverleggen. Vaak zijn dat overlastsituaties waarbij drugs- en alcoholgebruik, geweld en bedreiging een rol spelen - maar intussen vertonen personen ook zodanig onaangepast sociaalmaatschappelijk gedrag dat dit voor ernstige overlast in de omgeving zorgt.
Per casus wordt gekeken naar een zo effectief mogelijke aanpak: Kunnen er maatregelen opgelegd worden, leiden die tot beëindiging van de overlast, of is voor de overlastgever alleen het vooruitzicht van een mogelijke maatregel al voldoende om het gedrag aan te passen. Het doel is dat de overlast eindigt of terugloopt tot acceptabele proporties. Bij de aanpak van meldingen is soms direct duidelijk dat het gaat om enkelvoudige problematiek Deze meldingen worden geadresseerd naar de partij die op dit terrein een deskundige oplossing kan bieden. Bij de complexere zaken zijn ook meerdere netwerkpartners betrokken en moet er regelmatig afgestemd worden. Meldingen kunnen gedurende de behandeling worden opgeschaald of afgeschaald. Deze gefaseerde aanpak wordt door alle samenwerkingspartners gehanteerd, zowel in corporatie- als particulier bezit.
8/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Organisatie en inrichting Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast is vanaf de oprichting ondergebracht bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Organisatorisch is het Meldpunt onderdeel van de Haagse Pandbrigade. Hierdoor kan snel worden gehandeld bij overlastsituaties vanwege onrechtmatig wonen of onrechtmatig gebruik. Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast werkt zelfstandig en neutraal. Eigenaar-bewoners of huurders van particuliere verhuurders kunnen hier terecht met alle soorten van woonoverlast, ook als deze niet de handhavingsbevoegdheden van de Haagse Pandbrigade betreffen. De meldingen worden opgepakt door casemanagers en de backoffice (ca 6 fte). De medewerkers backoffice staan aan de basis van de melding: registratie en het zo belangrijke eerste luisterend oor voor melders. De casemanagers begeleiden de zaken met meervoudige problematiek waarbij meerdere netwerkpartijen in beeld zijn. De stedelijke regie ligt bij de regisseur woonoverlast. Communicatie Om het Meld- en Steunpunt Woonoverlast onder de aandacht te brengen wordt jaarlijks een advertentiecampagne in de Posthoorn geplaatst. Daarnaast is er vanaf de start van het Meldpunt een informatietekst in de onderbalk op infothuis. Via www.denhaag.nl is woonoverlast melden via de zoekfunctie te vinden, en direct via www.denhaag.nl/woonoverlast.
Op het gemeentelijk youtubekanaal is een filmpje geplaatst over het melden van woonoverlast. Daarnaast wordt aangesloten bij specifieke communicatie in de stadsdelen. De stedelijk regisseur woonoverlast en de casemanagers van het Meldpunt geven regelmatig voorlichting bij de diverse partners en op bijeenkomsten in de wijk.
9/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
3 Terugblik op evaluatie 2007 – 2012
Uitgangspunten bij start Meld- en Steunpunt Woonoverlast 2007 Bij de start in 2007 is voor het Meld- en Steunpunt Woonoverlast een aantal beoogde doelen geformuleerd: Het bieden van een centraal meldpunt waar bewoners die woonoverlast ervaren, terecht kunnen voor ondersteuning, in combinatie met het inschakelen van de bestaande zorg- en handhavingsnetwerken (steunpunt) om de overlast aan te pakken. Het aanpakken van zowel extreme, langdurige woonoverlast als ook aanpak van incidentele overlast. Door incidentele overlast tijdig aan te pakken moest worden voorkomen dat dit uitmondt in extreme overlast. Het 0rganiseren van een duidelijk aanspreekpunt c.q. meldpunt voor particuliere huurders en eigenaar/bewoners. In 2007 is het standpunt ingenomen dat de Haagse woningcorporaties verantwoordelijk zijn voor het woongenot van de huurders en dus ook voor het aanpakken van de overlast. Het organiseren van een samenhangende aanpak van woonoverlast, te bereiken met relevante netwerkpartners. Het ontwikkelen van een heldere registratie van meldingen, doorverwijzingen en procedures voor het inschakelen van zorgverlening en/of handhaving. Bij de inrichting van het Meld- en Steunpunt Woonoverlast is nadrukkelijk aandacht geschonken aan de ontwikkeling van de belangrijke steunfunctie, zonder dat het meldpunt de verantwoordelijkheid van samenwerkingspartners zou overnemen.
De belangrijkste steun die overlastondervinders ontvangen, is uiteraard het feit dat er gewerkt wordt aan het wegnemen van de overlast en dat zij daarover worden geïnformeerd. Overlastondervinders moeten worden ‘gehoord’ en krijgen professioneel advies. Conclusies evaluatie 2012 In de evaluatie 2007 - 2012 werd inzichtelijk dat het Meld- en Steunpunt Woonoverlast erin geslaagd was de beoogde doelen te halen en hierin werden de volgende aandachtspunten genoemd: Het registratiesysteem waarmee het Meldpunt in 2007 startte, was niet meer toereikend om álle meldingen in beeld te kunnen houden. De bekendheid van het Meld- en Steunpunt Woonoverlast bij de inwoners van Den Haag moest worden verbeterd, door o.a. publiciteit in buurtbladen en het intensiveren van contacten met bewoners- en wijkorganisaties. Hoewel het Meld- en Steunpunt Woonoverlast in eerste instantie gericht is op eigenaarbewoners en huurders van particulieren, wordt in de praktijk ook vaak samengewerkt met de corporaties bij het aanpakken van (complexe) overlastproblemen in corporatiebezit. Aanbevolen werd onderzoeken in te stellen naar het juridische instrumentarium in de bestrijding van woonoverlast en om tot verbetervoorstellen te komen. De huidige wet- en regelgeving bood niet altijd voldoende handvatten om te kunnen ingrijpen bij woonoverlast.
Dit varieerde van het ontbreken van mogelijkheden om kleine gedragsbepalingen of -verboden op te leggen tot de (volgens overlastondervinders té) vergaande woonbescherming van overlastplegers, zowel in corporatiewoningen als in particuliere woningen.
10/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Opvolging aanbevelingen vanaf 2012 – 2019 In de periode aansluitend aan de evaluatie zijn de aandachtspunten en aanbevelingen opgepakt, zowel op vlak van interne organisatie, in samenwerking met de netwerkpartners, als op gebied van wetgeving:
Sinds 2012 worden de overlastmeldingen geregistreerd in het gemeentelijk registratiesysteem ‘Mijn Haagse Meldingen’. Contactinformatie met klanten is hierin goed terug te vinden. Voor het verbeteren van de bekendheid van het Meldpunt is vanaf 2012 jaarlijks een advertentiecampagne in de Posthoorn gevoerd. Daarnaast is een video ontwikkeld die getoond kan worden op voorlichtingsbijeenkomsten. Tussen de gemeente en de corporaties is in 2017 het samenwerkingsconvenant herzien door toevoeging van de aanpak van woonoverlast. Zodoende werd de bestaande samenwerking vastgelegd en verder geborgd. De Rijksuniversiteit Groningen heeft in 2013 onderzoek uitgevoerd naar verbetering van het juridische instrumentarium. Deze informatie heeft Den Haag gebruikt in het overleg met de overige grote steden, op zoek naar een beter instrument om op te kunnen treden tegen woonoverlast in de particuliere voorraad. Mede hieruit is Wet aanpak woonoverlast voortgekomen. Sinds 2017 is een stedelijk regisseur woonoverlast aangesteld in een spilfunctie binnen de Haagse aanpak van woonoverlast. De stedelijk regisseur, werkzaam vanuit de Haagse Pandbrigade, zorgt onder meer voor een snelle schakeling tussen netwerkpartners en burgemeester bij het toepassen van de Wet aanpak woonoverlast. Daaronder valt ook het coördineren van de Overlastgevende Pandenoverleggen.
Tevens overziet de regisseur het totale speelveld van partners en ontwikkelingen in de woonoverlast aanpak. In een campagne over de werking van de Wet aanpak woonoverlast heeft het Meld- en Steunpunt Woonoverlast alle Haagse politiebureaus bezocht en daar voorlichting gegeven.
Overige ontwikkelingen Naast de opvolging van de aanbevelingen hebben er ook andere ontwikkelingen plaatsgevonden.
In de pijlers voor de regievoering van complexe overlastcases heeft een transitie plaatsgevonden: o De Signaleringsoverleggen zijn in 2013 uitgefaseerd en overgegaan in de Sociale Wijkzorgteams, die vervolgens in 2018 zijn overgegaan in de WMO Wijkteams van Jeugd en Maatschappelijk ondersteuning (JMO). Binnen de JMO houden MDAregisseurs zich bezig met multidisciplinaire aanpak van complexere zaken. Zij zijn als gesprekspartner betrokken bij multiproblemcases. o
Ook in de structuur van de Overlastgevende Pandenoverleggen (OPO) heeft een ontwikkeling plaatsgevonden. Van oudsher bediende dit overleg, dat per stadsdeel georganiseerd wordt, de meer extreme zaken die raakten aan het terrein van openbare orde en veiligheid. De laatste jaren is een verschuiving te zien naar meer sociaal-maatschappelijke problematiek, gerelateerd aan kwetsbare personen. Dit uit zich in hoarding, vervuiling, verloedering, verwaarlozing en onaangepast gedrag. Casuïstiek die in het OPO wordt behandeld, is overigens altijd complex, betreft meervoudige (zware) problematiek die niet makkelijk is op te lossen. Alle Overlastgevende Pandenoverleggen zijn onder supervisie van de stedelijk regisseur woonoverlast gebracht, waarmee de centrale regierol en het overzicht versterkt zijn.
11/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Het Haags Platform Woonverlast functioneert als stedelijk platform voor de betrokken netwerkpartners. Tweemaal per jaar vindt een bijeenkomst plaats, waar casus-overstijgende afstemming van de aanpak woonoverlast plaatsvindt. Knelpunten worden hier gesignaleerd en zoveel mogelijk opgelost door bijsturing in beleid. Het platform speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming en invulling van de Wet aanpak woonoverlast, en heeft deze rol nu in de samenwerking bij het uitvoeren van deze wet.
Sinds 2012 werd al actief ingezet om in de aanpak woonoverlast als partners met elkaar te werken aan vroegsignalering en preventie van escaleren naar extreme woonoverlast. Hierbij hoort dat in een vroeg stadium kennis tussen netwerkpartners uitgewisseld wordt over overlastcases. Dit maakt ook het collegiaal samenwerken mogelijk, en voorkomt ‘over de schutting gooien’. Om dit te kunnen doen is in 2016 het ‘Convenant gegevensuitwisseling – vroegsignalering en gezamenlijke aanpak woonoverlast gemeente Den Haag’ gesloten tussen gemeente, corporaties en politie.
Naar aanleiding van de aanbeveling om te onderzoeken of het juridische instrumentarium voor de bestrijding van woonoverlast verbeterd kan worden, met name in de particuliere voorraad, heeft de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in 2013 onderzoek uitgevoerd wat daarvoor handvatten bood. Deze informatie heeft Den Haag gebruikt in het overleg met de overige grote steden, op zoek naar aanvullend instrumentarium om op te kunnen treden tegen woonoverlast in de particuliere voorraad. Mede op basis van deze onderzoeksresultaten is de Wet aanpak woonoverlast als vernieuwend instrument ingevoerd. De wet werd landelijk van kracht op 1 juli 2017, maar gemeenten moesten deze wel zelf invoeren door een artikel in hun APV toe te voegen. In Den Haag werd de gewijzigde APV op 1 januari 2018 van kracht.
12/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
4 Ervaringen met de Wet aanpak woonoverlast in 2018
De Wet aanpak woonoverlast in een notendop In dit hoofdstuk zetten we de ervaringen uiteen, die hebben opgedaan in jaren dat de Wet aanpak woonoverlast in Den Haag van kracht is.
De Wet aanpak woonoverlast is het snelst te begrijpen via de bovenstaande video op de site van het ccv, centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid. Overlast oplossen met een gedragsaanwijzing De Haagse corporaties waren al actief bezig met de gedragsaanwijzing als preventief middel tegen woonoverlast. Voorheen werd deze pas ingezet als een huurder na overlast een ‘laatste kans overeenkomst’ kreeg. Door de volgorde om te draaien en de gedragsaanwijzing juist in een vroeg stadium van de woonoverlast uit te reiken, wordt escalatie van de overlast voorkomen. Een onderzoek uit 2015, landelijk uitgevoerd in corporatiebezit door Bureau Regioplan, legt dit verband. De corporatie zet eerst in op een vrijwillige gedragsaanwijzing: een overeenkomst, gezamenlijk ondertekend door huurder en corporatie. Uit het onderzoek van Bureau Regioplan kwam naar voren dat dan in veel gevallen de overlast al afneemt. Leidt de vrijwillige gedragsaanwijzing niet tot een oplossing of wil de huurder niet meewerken, dan kan de corporatie via de rechter een gerechtelijke gedragsaanwijzing laten opleggen. Hieraan zijn direct sancties verbonden: wordt de gedragsaanwijzing niet nageleefd, kan ontbinding van de huurovereenkomst volgen. Dit is niet het eerste doel, maar vormt een motiverende stok achter de deur. De positieve resultaten van deze werkwijze zijn meegenomen in de Wet aanpak woonoverlast.
Wet aanpak woonoverlast (juli 2017, Den Haag 1 januari 2018) De nieuwe Wet aanpak woonoverlast geeft gemeenten ruimere taken en bevoegdheden om woonoverlast aan te pakken. Voorwaarde is dat de stappen van de reguliere aanpak woonoverlast zijn doorlopen, zoals het maken van afspraken, aanbieden van bemiddeling, zorg en begeleiding. Ook moet de overlast aantoonbaar ernstig en herhaaldelijk zijn. In de gedragsaanwijzing staat omschreven welk gedrag niet mag voorkomen en ook wat wél gedaan moet worden, bijvoorbeeld het accepteren en toelaten van afgestemde zorg. Worden de afspraken uit de gedragsaanwijzing niet nagekomen, dan kan de gemeente hieraan sancties verbinden: een last onder dwangsom, bestuursdwang of ultimum remedium een huisverbod van 10 dagen tot 4 weken. Omdat we als Den Haag een oplossingsgerichte aanpak blijven voorstaan gaan we zorgvuldig om met de inzet van sancties en handelen we situationeel. Het heeft geen zin om een dwangsom op te leggen
13/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
aan een verwarde persoon die al schulden heeft en mede daardoor overlast veroorzaakt. Aan de andere kant kan een huisverbod heel drastisch klinken, maar als dit van tevoren met zorgpartijen is voorbereid, die wellicht al langer aanbevelen de cliënt eens ‘uit de situatie te halen’, kan dit weer een opening bieden. Bestuursdwang tenslotte kan praktisch zijn bij bijvoorbeeld het weghalen van dieren of apparatuur, maar niet als de overlast bestaat uit het slaan op verwarmingsbuizen. In overleg tussen corporatie en gemeente is de inzet van de Wet aanpak woonoverlast ook mogelijk bij woningen in corporatiebezit. Bijvoorbeeld als er belang bij is als sanctie een huisverbod in te kunnen zetten, in plaats van huurbeëindiging. Werkwijze Voorafgaand aan wijzigen van de APV is intensief afgestemd met de samenwerkingspartners. Gekeken is naar welk soort cases in aanmerking zouden komen, en wat we daarbij zouden tegenkomen. Verder is nauw overlegd met de corporaties en gekeken naar hun ervaringen met het inzetten van de gedragsaanwijzingen, ook om de ‘neuzen’ in de Haagse aanpak woonoverlast in dezelfde richting te houden. Zo kunnen we in zowel corporatie- als particuliere voorraad als Den Haag hetzelfde signaal afgeven wat wel of niet acceptabel is in woongedrag. De wijze waarop Den Haag uitvoering geeft aan deze nieuwe wet is vastgelegd in uitvoeringsbeleid.
Hieronder de procedurestappen uit dit uitvoeringsbeleid. In de huidige praktijk zijn alleen de stappen 1 tot en met 6 doorlopen. Stap 1. Melding over hinder (woonoverlast) komt binnen bij de gemeente
Stap 2. De gemeente vormt een overlastdossier op adresniveau
Stap 3. Dossierselectie op basis van het criterium “herhaaldelijke en ernstige hinder”
Stap 4. Het geselecteerde overlastdossier wordt voorgelegd aan de burgemeester
Stap 5. Beoordeling van het overlastdossier
Stap 6. Waarschuwing
Stap 7. Gedragsaanwijzing opleggen
Stap 8. Controle op nakoming van de gedragsaanwijzing
Stap 9. Vervolgstap bij niet nakomen van de gedragsaanwijzing
Stap 10. Financiële afwikkeling 14/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Praktijk 2018 – 2019 Resultaat Sinds het ingaan van de Wet aanpak woonoverlast zijn voor vier cases de stappen 1 tot en met 6 doorlopen – dus tot en het met het uitreiken van de waarschuwingsbrief. Vooralsnog geldt voor alle cases dat de ernstige en herhaaldelijke hinder (woonoverlast), na het ontvangen van de waarschuwing, significant is afgenomen. Dat is dus analoog aan de bevindingen in het eerdere onderzoek van Bureau Regioplan. Dit voorlopige succes doet vermoeden dat het achter de hand hebben van concrete sancties een goede motivatie biedt om het gedrag bij te stellen. Voorheen waren deze overlastgevers namelijk altijd in een positie van ‘wie maakt mij iets’ – zolang zij geen overtredingen of strafbare feiten begingen, konden ze net zolang net zo vervelend zijn als zij wilden. Daarbij zijn de volgende aspecten wel van belang: De overlastgever was bij de gemeente in beeld en was zich hiervan ook terdege bewust, doordat de stedelijk regisseur woonoverlast met regelmaat met de overlastgever persoonlijke gesprekken voerde. De overlastsituatie, het specifieke gedrag en de mogelijke consequenties waren duidelijk gemaakt. De toetsing van stap 3 (is het dossier geschikt voor een gedragsaanwijzing op basis van ernstige en herhaaldelijke hinder, objectiveerbaar en meetbaar aan te tonen) vindt onder andere plaats in het Overlastgevende Pandenoverleg.
Op deze manier wordt gewaarborgd dat alle mogelijk aanpakken zijn doorlopen en dat deze stap de correcte en logische opvolging is. Andersom worden hier ook dossiers getoetst, waarbij geconstateerd wordt dat onvoldoende grond is om een gedragsaanwijzing op te leggen. Dan volgt er ook géén waarschuwingsbrief. De waarschuwingsbrief wordt door de stedelijk regisseur woonoverlast persoonlijk overhandigd aan de overlastgever. Zo is de overlastgever doordrongen van de ernst van de situatie. Nauwkeurig vooronderzoek Het criterium meetbaar en objectiveerbaar maakt dat er grondig vooronderzoek moet plaatsvinden voordat een casus in aanmerking kan komen voor stap 6, de waarschuwing. Het is niet voldoende dat andere bewoners of buren ‘zeggen dat …’. Er moet sprake zijn van vastgestelde en vastgelegde gebeurtenissen door onafhankelijke derden, zoals politie, gemeenteambtenaren, zorgverleners of corporatiemedewerkers. Veelal komt (een deel van) de overlast tot uiting in geluidsoverlast. In dat geval kan een geluidsmeting uitkomst bieden. In eerste instantie kan een meting uitgevoerd worden door de gemeente, om vast te stellen of de overlast zo ernstig is dat de stap naar een waarschuwing gezet kan worden. Wanneer zaken in een verder stadium zijn, wordt desgewenst een gespecialiseerd bureau ingezet dat bewezen ervaring heeft in het objectief meten van en rapporteren over geluidsoverlast.
We waarschuwen alleen als we zeker weten dat we alle vervolgstappen kunnen waarmaken. Hierbij speelt een constante afweging van belangen van de overlastgever en de omwonenden. In overleggen rond een dergelijke casus, waarin altijd sprake is van multi-problematiek, is het geen uitzondering dat negen tot tien verschillende partners betrokken zijn. Daarbij spelen uiteenlopende belangen: cliëntbelang, een justitieel belang, belangen omtrent de leefomgeving. Het bij elkaar brengen van deze belangen is zeer arbeidsintensief.
15/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
In de periode voorafgaand aan stap 6 - de waarschuwing - onderhoudt de gemeente zeer regelmatig contact met de overlastgever en staat in nauw contact met melders. De gemeente voert indien nodig een buurtonderzoek uit, en heeft veelvuldig contact met netwerkpartners voor directe kennis van de actuele situatie. Al deze aspecten passen in het karakter van de Haagse aanpak woonoverlast: zorgvuldig en integer omgaan met de Wet aanpak woonoverlast; gedoseerd inzetten; in situaties waar niets anders werkt. Het doel is niet het opleggen van een sanctie, het doel is het stoppen van de overlast. Deze zorgvuldigheid brengt met zich mee dat verzoeken om inzet van de Wet aanpak woonoverlast ‘bij buren’ ook kunnen worden afgewezen. Vooralsnog is dat in twee zaken voorgekomen. Vervolgtraject Vanaf stap 7, het daadwerkelijk opleggen van de gedragsaanwijzing, is nog geen praktijkervaring opgedaan. De procedures zijn al wel uitgewerkt en als het nodig is dan staat alles klaar om een gedragsaanwijzing op te leggen. Cases Hieronder een omschrijving van de vier zaken (alle particulier bezit) waarbij een waarschuwingsbrief is ingezet. In al deze zaken zijn vanzelfsprekend eerst alle mogelijke stappen doorlopen qua begeleiding, bemiddeling en mediation, en waar mogelijk zijn handhavingsmaatregelen ingezet. Casus 1 Overlast: Actie: Gevolg: Casus 2 Overlast:
Actie: Gevolg:
Casus 3 Overlast:
Actie: Gevolg:
Harde muziek, leef geluiden in de nacht, schreeuwen, gooien met deuren, stampen op vloer, gooien van peuken vanaf het balkon. Officiële waarschuwingsbrief van de burgemeester. De overlast is daarna geëindigd en de melding wordt afgeschaald.
Hele harde ruzies, leef geluiden en activiteiten in de nacht, schreeuwen, verbaal geweld tegen de buren, intimidatie van meerdere buren, bonken op de vloer. Vergaande verstoring van het woongenot van betreffende buren. Officiële waarschuwingsbrief van burgemeester. Na de waarschuwing is de situatie een tijd veel rustiger geweest. Daarna is de overlast weer toegenomen en is een geluidsmeting uitgevoerd door een extern bedrijf. Bespreking van deze meting, en de mogelijke gevolgen als het traject wordt doorgezet, heeft een opening geboden om opnieuw het traject naar bemiddeling in te gaan. Daarna is de situatie rustig gebleven. Wanneer dit zich voortzet, kunnen vervolgstappen achterwege blijven.
Ernstige geluidsoverlast, bedreigend en asociaal gedrag richting bovenbuur (verbaal, en zo hard met tegen plafond gebeukt dat het meubilair en de vloer in de woning erboven omhoog kwam). Steeds ruzie in de straat, door onaangepast gedrag richting meerdere bewoners. Er was reeds lange tijd zorg maar geen behandelverplichting. Officiële waarschuwingsbrief van burgemeester. Na de waarschuwing bleef de situatie enige tijd rustiger. Daarna kwamen er weer signalen van toenemen van het onaangepast gedrag, en is er gepland een geluidsmeter te plaatsen. Naar aanleiding van deze ontwikkeling heeft de overlastgever zelf gekozen voor verhuizing naar een begeleid wonen situatie.
16/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Casus 4 Overlast:
Actie: Gevolg:
Zeer ernstige geluidsoverlast, bedreiging. Zodanig hard met voorwerpen op de vloer slaan dat het plafond bij de benedenburen werd vernield. Intrappen voordeur buren. Dreiging en intimiderend gedrag in de woonomgeving en zorg mijdend gedrag.
Officiële waarschuwingsbrief van de burgemeester. Door intensieve afstemming en samenwerking met partners en een (gelijktijdige) strafrechtelijke aanpak is de overlast gestopt. In vervolg hierop heeft overlastgever zelf besloten zijn woning te verkopen.
Voor alle cases was het nog niet nodig, en was er ook onvoldoende aanleiding, de officiële gedragsaanwijzing op te leggen. Wanneer dit wel zover komt, is het zaak de aanwijzing zodanig op te stellen dat er een zo concreet mogelijk aangrijpingspunt is voor handhaving, waarop de sanctie gebaseerd wordt. In twee cases is door omwonenden in een handhavingsverzoek inzet van de Wet aanpak woonoverlast verzocht. Deze verzoeken zijn - na zorgvuldige toetsing - afgewezen. In een zaak heeft de aanvrager bezwaar aangetekend, dit is ongegrond verklaard.
Kennisdeling over uitvoering van de Wet aanpak woonoverlast Het ccv (centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid) organiseerde in de aanloop naar de implementatie van de wet kennisbijeenkomsten om gemeenten hierin te ondersteunen. Ook zorgt het ccv voor een digitaal platform waarop veel opgedane kennis van gemeenten is verzameld en is te raadplegen. Ook de ervaringen van de corporaties met de inzet van gedragsaanwijzingen in hun bezit zijn hier te vinden. Nu veel gemeenten in het stadium komen dat zij voorzichtig beginnen met het in de praktijk toepassen van de Wet aanpak woonoverlast, organiseert het ccv ‘kenniskringen woonoverlast’ om elkaar te helpen door ervaringen en kennis te delen. Vanuit de Rijksuniversiteit Groningen (prof mr. dr. Michel Vols) wordt ondersteuning geleverd: praktische, juridisch onderbouwde kennis die de gemeenten in hun praktijk kunnen inzetten. Ook heeft de RUG de website overlastadvies gelanceerd, voor iedereen die te maken heeft met woonoverlast. Het instrument is bruikbaar voor professionals en particulieren. Op basis van diverse ingevulde parameters geeft de site een advies op maat, afgestemd op de situatie. Tijdens de eerste kenniskringen bleek dat veel gemeenten worstelden met dezelfde aspecten. De benodigde informatie-uitwisseling is vaak lastig te realiseren.
Bewoners hebben vaak hoge verwachtingen van de Wet aanpak woonoverlast, en daarmee van de gemeente.
17/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Als Den Haag nemen we actief deel aan deze leerkringen. Wij delen en presenteren daarin onze kennis (de wijziging APV en het uitvoeringsbeleid zijn na publicatie ook door anderen als voorbeeld gebruikt) en we halen ook bruikbare kennis op bij andere gemeenten. Naast de kenniskringen woonoverlast, georganiseerd door het ccv en de RUG, hebben de G4 gemeenten separaat overleg waarin we ervaringen uitwisselen. Den Haag en Rotterdam hebben hiervoor het initiatief genomen. Tussentijdse evaluatie Wet aanpak woonoverlast In 2019 heeft het ministerie van BZK in samenwerking met de VNG een onderzoek laten uitvoeren onder gemeenten naar hun ervaringen met (de implementatie en uitvoering van) de Wet aanpak woonoverlast. In juni 2020 is het onderzoek ‘Tussentijdse evaluatie Wet aanpak woonoverlast’ naar de Tweede Kamer gestuurd. De kamerbrief en het onderzoek zijn te vinden op de themasite van het ccv. Op basis van de eerste bevindingen is de conclusie dat de wet een welkome bijdrage levert aan het kunnen aanpakken van ernstige en hardnekkige vormen van woonoverlast, veroorzaakt in particulier bezit. De gemeenten die de wet toepassen, hebben een positiever oordeel over de wet dan gemeenten die dat niet doen. De minister benoemt in de kamerbrief een aantal punten die de komende periode aandacht vragen. Deze punten liggen in lijn met de ontwikkelingen die wij in deze evaluatie constateren.
Gemeenten blijven faciliteren bij toepassen van de Wet aanpak woonoverlast: Gemeenten hebben behoefte aan ondersteuning bij het uitvoeren van de wet, en aan onderlinge uitwisseling van kennis en praktijkvoorbeelden.
Bevorderen van de samenwerking tussen ketenpartners op lokaal niveau: Een succesvol resultaat voor een gedragsaanwijzing vraagt gezamenlijke inzet van de netwerkpartners, met een duidelijke regierol en verdeling van verantwoordelijkheden.
Extra aandacht voor de samenwerking met zorgpartners: Vaak is er sprake van zorgproblematiek. Een goede verbinding en samenwerking met de zorgpartners is daarom onontbeerlijk.
Duidelijkheid bieden over gegevensuitwisseling: Gemeenten benoemen het uitwisselen van benodigde gegevens als een van de belangrijkste knelpunten. De minister wil zich inspannen voor initiatieven die hierover meer helderheid bieden.
18/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
5 Cijfers aanpak woonoverlast 2007 – 2019
Meldingen woonoverlast bij Meld- en Steunpunt Woonoverlast Meldingen komen binnen via het KlantContactCentrum. Dit kan via het digitaal loket op www.denhaag.nl, onder het product ‘woonoverlast’ of via de directe link www.denhaag.nl/woonoverlast. Heeft de melder geen beschikking over internet, kan de melding telefonisch via 14070 gemaakt worden. Het KlantContactCentrum vult dan hetzelfde formulier in, dat de melder anders via internet zou invullen. De meldingen woonoverlast komen vervolgens terecht bij het Meld- en Steunpunt Woonoverlast. Het overzicht van de ontvangen woonoverlastmeldingen laat een gestage stijging zien, met de laatste jaren een sterkere toename van het aantal meldingen. NB: onderstaand overzicht bevat alleen de meldingen, die rechtstreeks betrekking hebben op woonverlast. Dit omvat ook de overlast door overbewoning en onrechtmatig gebruik. Meldingen mbt illegale bouw en achterstallig onderhoud zijn in dit overzicht niet verwerkt. Voor een compleet beeld van ook deze meldingen wordt verwezen naar het Jaarverslag VTH Den Haag 2019.
Meldingen Woonoverlast 2008 - 2019
meldingen per jaar 2500
2128 2000
1817 1769 1784 1786 1820 1496
1410
1500
1967
1218
1331
1008 1000 500
0 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Meldingen woonoverlast en onrechtmatig wonen, ontvangen door het Meld- en Steunpunt Woonoverlast Er zijn verschillende vormen van overlast door woongedrag, zoals: geluidsoverlast, burenruzies, vervuiling, dierenoverlast. Daarnaast ervaren mensen ook overlast als gevolg van onrechtmatig wonen, hieronder valt bijvoorbeeld overbewoning en onrechtmatig gebruik van panden. Bij het maken van de melding kan specifiek worden aangegeven of het gaat om overlast van onrechtmatig wonen (op het formulier als ‘(illegale) overbewoning’ aangeduid). Onrechtmatig wonen heeft een eigen, op handhaving gerichte aanpak. Zo kunnen deze meldingen direct worden opgepakt door de Haagse Pandbrigade. Nadere informatie is te vinden in het Jaarverslag VTH Den Haag 2018 (RIS302696) en het Jaarverslag VTH Den Haag 2019 (RIS305272).
19/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Voor een indruk welke soorten van overlast gemeld worden, is in onderstaand overzicht een indeling gemaakt naar algemene categorieën over de laatste drie jaren, 2017 tot en met 2019. Bij de overlast vanuit woonsituaties is het lastig een ‘hard’ onderscheid te maken. Tussen de symptomen van overlast zijn veel raakvlakken. Zo wordt ‘geluidsoverlast’ het meeste gemeld, maar hier kunnen verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen. Geluidsoverlast kan een belangrijk ingrediënt zijn in een burenconflict, of voortkomen uit sociaal onaangepast gedrag. Een melding geluidsoverlast kan uiteindelijk dus gaan om een burenconflict of een sociaal-maatschappelijk of psychiatrisch probleem. Hetzelfde geldt voor de categorie ‘vervuiling’. Hier vallen de meldingen onder van stankoverlast, maar ook overlast door huisdieren en vervuilde situaties door sociale problematiek. Daarom is er altijd wel overlap te vinden in de soorten woonoverlast, die gemeld worden. Deze ‘verwante categorieën’ zijn in onderstaand overzicht blauw weergegeven. Dit ten onderscheid van de categorieën ‘onrechtmatig wonen’ en ‘bouwkundig’. Het zijn met name de ingrediënten uit dit blauwe segment, die een rol spelen in de multipr0blem-cases die in het Overlastgevende PandenOverleg worden behandeld.
Soorten overlast 2017 – 2019
Soort melding Geluidsoverlast Burenconflict Vervuiling Sociaal-maatschappelijk Openbare orde en veiligheid Onrechtmatig wonen Bouwkundig Overig totaal
2017 583 112 407 60 148 366 98 46 1820
32,0% 6,2% 22,4% 3,3% 8,1% 20,1% 5,4% 2,5% 100%
2018 576 146 489 62 155 434 105 1 1967
29,3% 7,4% 24,8% 3,2% 7,9% 22,1% 5,4% 0,1% 100%
2019 673 192 436 48 164 541 74 0 2128
31,6% 9,0% 20,5% 2,3% 7,7% 25,4% 3,5% 0,0% 100%
Toelichting: Onder de meldingen ‘onrechtmatig wonen’ zijn ook opgenomen de meldingen betreffende vakantieverhuur. De ‘bouwkundige’ overlastmeldingen betreffen hier de gevolgen van achterstallig onderhoud en illegale bouw. Dit zijn relatief weinig meldingen – wat ook klopt, want voor sec illegale bouw en achterstallig onderhoud bestaan separate meldformulieren, los van overlast (deze meldingen worden in deze rapportage niet behandeld). De meldingen uit bovenstaande tabel zijn specifiek onder de noemer woonoverlast gemaakt, wat aangeeft dat er vaak meer speelt. Onder de categorie ‘overig’ vallen meldingen die wel gemaakt zijn als melding woonoverlast, maar feitelijk iets anders betreffen, zoals bijvoorbeeld: overlast van parkeren, oneens met bestemmingsplan, wateroverlast uit de straat. Door goed te filteren zijn deze meldingen zeer beperkt, en komen in 2019 niet meer voor.
20/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Verdeling soorten overlast 2017 – 2019
Cijfers Overlastgevende Pandenoverleg Overlastzaken die openbare orde en veiligheid raken, of de leefbaarheid in een omgeving ernstig aantasten, worden besproken door de partners in de Overlastgevende Pandenoverleggen. Het betreft de extreme woonoverlastzaken, met meervoudige complexe problematiek, en diverse betrokken partners. De factoren die in deze zaken spelen, komen met name vanuit het ‘blauwe gedeelte’ van de hiervoor genoemde overlastcategorieën. In nagenoeg alle cases is sprake van een samenspel met ggz (behandelaar), en raakvlak met de psychiatrie. Wanneer geen sprake meer is van woonoverlast, dan wordt de casus in het OPO niet meer besproken en schaalt de casus af naar de reguliere aanpak bij behandelaars of wijkteams. Het OPO concentreert zich zo op de top van de extreme woonoverlast. Dankzij deze focus wordt momenteel twee derde van de cases opgelost-afgeschaald. Overlastgevende Pandenoverleggen 2018 Stadsdeel Haagse Segbroek Scheveningen Hout
Loosduinen
Laak
Escamp
Centrum
LeYp
Actueel
5
12
6
13
6
13
9
2
Afgesloten
10
5
13
12
12
24
41
2
Besproken casuïstiek per stadsdeel
15
17
19
25
18
37
50
4
Actueel Totaal van casuïstiek (peildatum 31/12/2018) in de stadsdelen. Dat zijn dus de woonoverlast zaken die we meenemen
66
naar 2019: Afgesloten Totaal van de in 2018 afgesloten casuïstiek in de stadsdelen:
119
Besproken Totaal van alle besproken casuïstiek in 2018
185
21/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Overlastgevende Pandenoverleggen 2019 Stadsdeel Haagse Segbroek Scheveningen Hout
Loosduinen
Laak
Escamp
Centrum
LeYp
Actueel
7
8
5
9
12
19
17
6
Afgesloten
10
25
21
20
17
44
21
1
Besproken casuïstiek per stadsdeel
17
33
26
29
29
63
38
7
Actueel Totaal van casuïstiek (peildatum 31/12/2019) in de stadsdelen. Dat zijn dus de woonoverlast zaken die we meenemen
83
naar 2020: Afgesloten Totaal van de in 2019 afgesloten casuïstiek in de stadsdelen:
159
Besproken Totaal van alle besproken casuïstiek in 2019
242
Gezamenlijk cijferbeeld corporatie- en particulier bezit Om antwoord te krijgen op de vraag hoe de woonoverlast in corporatie- en particulier bezit zich tot elkaar verhoudt, hebben de gemeente en de corporaties gezamenlijk een inspanning gedaan vergelijkbare cijfers te produceren. Als pilot is met Haag Wonen, Staedion en Vestia gekeken naar de woonoverlastcijfers gedurende de eerste helft van 2016. Met de ervaringen die hieruit is opgedaan, hebben we de woonoverlast voor de jaren 2017 tot en met 2019 in beeld gebracht. De conclusie: afgezet tot de omvang van het bezit per corporatie en in de particuliere voorraad, komen de verhoudingen in aantallen woonoverlastzaken sterk overeen, en de overlast komt voor in een klein gedeelte (2,5 tot ruim 4%) van het totale bezit. De registratiesystemen van gemeente en afzonderlijke corporaties zijn stuk voor stuk anders ingericht. Om tot gelijkwaardige en vergelijkbare parameters te komen hebben alle betrokkenen vooraf veel afstemming en inspanning geleverd. Om de cijfers naast elkaar te kunnen vergelijken, is er een algemene indeling van overlastcategorieën gemaakt. Net als bij de categorieën die voor het Meld- en Steunpunt Woonoverlast zijn weergegeven, bestaat hierin een overlap, en is er niet een ‘harde’ scheiding aan te brengen.
De verdeling in categorieën moet dan ook worden gezien als een indicatie voor verschillende typen meldingen die door bewoners van corporatie- en particuliere woningen worden gedaan.
22/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Meldingen woonoverlast corporatie- en particulier bezit 2017 Soort melding Geluidsoverlast & burenruzies Sociaal-maatschappelijk Openbare orde en veiligheid (agressie & drugs) Onrechtmatig wonen & onrechtmatig gebruik Overig totaal Meldingen tov omvang bezit
Meldingen corporaties Meldingen gemeente 874 44% 695 38% 471 24% 467 26% 146 7% 148 8% 485 25% 366 20% 0 0% 144 8% 1976 100% 1820 100% 77000 70000 2,6% 2,6%
Meldingen woonoverlast corporatie- en particulier bezit 2018 Soort melding Geluidsoverlast & burenruzies Sociaal-maatschappelijk Openbare orde en veiligheid (agressie & drugs) Onrechtmatig wonen & onrechtmatig gebruik Overig totaal Meldingen tov omvang bezit
Meldingen corporaties Meldingen gemeente 1552 46% 721 37% 836 25% 551 28% 258 8% 155 8% 731 22% 434 22% 0 0% 106 5% 3377 100% 1967 100% 77000 70000 4,4% 2,8%
Meldingen woonoverlast corporatie- en particulier bezit 2019 Soort melding Meldingen corporaties Meldingen gemeente Geluidsoverlast & burenruzies 1162 45% 865 41% Sociaal-maatschappelijk 519 20% 484 23% Openbare orde en veiligheid (agressie & drugs) 169 7% 164 8% Onrechtmatig wonen & onrechtmatig gebruik 720 28% 541 25% Overig 0 0% 74 3% totaal 2570 100% 2128 100% 77000 70000 Meldingen tov omvang bezit 3,3% 3,0%
Verdeling woonoverlast corporatie- en particulier bezit totaal 2017 - 2019 corporaties
gemeente
Geluidsoverlast & burenruzies
0%
Sociaalmaatschappelijk
24%
5%
23% 39%
45%
7%
Openbare orde en veiligheid (agressie & drugs) Onrechtmatig wonen & onrechtmatig gebruik Overig
8%
23% 25%
23/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
De figuren laten een gelijkwaardige verdeling in overlast zien. Om gelijkwaardig te kunnen meten, zijn van alle corporaties de ‘middelzware’ en ‘zware’ meldingen geteld. Corporaties krijgen vele meldingen betreffende de woon- en leefomgeving. Niet alles ‘wat bij de huismeester komt’ is in dit overzicht opgenomen: meldingen als ‘er ligt rommel in het portiek’ of ‘er staat een scootmobiel voor de trap’ zijn niet meegenomen. Bij de ‘sociale’ meldingen gaat het alleen om daadwerkelijk gemelde overlast. Zaken als ‘vermoedens van bezorgdheid’ zitten hierin niet verwerkt. De categorie ‘Overig’ bestaat bij de gemeente grotendeels uit meldingen met bouwkundige aard en restmeldingen (zie uitleg onder de tabel ‘Soorten overlast 2017-2019’). Bij de corporaties komt deze categorie niet voor in overlastmeldingen, omdat die al in de specifieke registratiesystemen terechtkomen die de corporaties hiervoor voeren vanuit hun beheertaak. Ook komt hier weer terug dat de overlast uit de ‘blauwe categorie’ het merendeel van de cases vertegenwoordigt. De corporaties zijn voor de multi-problem casuïstiek in hun bezit aangesloten bij de Overlastgevende Pandenoverleggen. Ook in de inbreng vanuit corporatiebezit is een toename te zien van ‘heftigheid’ van de overlast, met name op het sociaal-maatschappelijke vlak.
De corporaties stuiten vaak onverwacht op deze problematiek als zij (vaak om andere redenen, zoals bouwkundige werkzaamheden of voor groot onderhoud) ‘achter de voordeur’ komen. Vanuit de corporaties is er de wens en inzet om de samenwerking nog verder te versterken en de regie te nemen en behouden op het grote geheel. Waar een hulpverlener – vanuit een specifieke vakdiscipline – met name kijkt naar de cliënt, moet de corporatie ook rekening houden met het welzijn van de omwonenden. Gemeente en corporaties hebben hierin eenzelfde belang. Voor de aanpak woonoverlast is een aantal zaken al goed geregeld door de diverse overleggen, samenwerkingsconvenanten, en nieuwe instrumenten zoals de gedragsaanwijzing. Tegelijkertijd zien we dat de druk toeneemt – meer verwarde personen en complexe problematiek. Zaken met zware sociaal-maatschappelijke problematiek hebben veel impact op de medewerkers die hiermee bezig zijn. Dit doet een beroep op alle partners, en vraagt veel van de organisaties. Dit besef moeten we meenemen in het vormgeven van de samenwerking voor de aankomende jaren.
Interview – de echte praktijk We weten uit de praktijk dat cijfers nooit kunnen vangen waar het om gaat: Wat is nu écht woonoverlast. Je voelt je niet meer veilig in je eigen huis. Je komt niet meer tot rust. Vindt geen ontspanning meer. Hoe voelt het als je degene bent die dat overkomt? Wij vonden iemand die bereid was dat te vertellen.
'Ik heb mijn (t)huis weer terug' De rust is weergekeerd. Ik woon nu weer fijn. Ik heb letterlijk mijn eigen huis weer terug. Mijn thuis, de plek waar je iedere keer weer terugkomt. Je weet pas echt wat woonoverlast is, als je het omgekeerde weer kunt ervaren: Dat je je in je huis goed voelt, je veilig voelt. Dat je zelf kan
kiezen wanneer je gaat slapen, dat je je eigen muziek kunt draaien. Dat je naar huis kunt, zonder rekening te hoeven houden met wanneer je dat doet. Als ik mijn straat in kwam, keek ik eerst 'staan ze er niet'? Ik heb wel eens in een poort staan wachten tot zij met hun auto waren weggereden. Ik kon mijn berging niet meer in, vanwege alle spullen die ze ervoor hadden gezet.
24/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
Waarom niet even aanbellen? Dat was niet meer mogelijk. Ik was in die periode echt bang voor hen. Toen mijn bovenburen hier kwamen wonen, waren ze tot in de late uurtjes aan het klussen. Ik had daar geen moeite mee. Die mensen zijn aan het verhuizen, hun nieuwe woning aan het opknappen. Dan wil je ook iets af kunnen maken, dat snap ik wel. Ik ben me gaan voorstellen, verteld dat ik beneden ze woonde. Mijn nieuwe buurman begroette mij vriendelijk en vertelde enthousiast ‘Ik kom hier wonen, met mijn vrouw en onze kinderen’. Het leken me aardige mensen. Toen het opknappen klaar was, begonnen vrijwel direct de feesten tot laat in de nacht. Ik had daar wel last van, maar dacht in eerste instantie: zij nodigen natuurlijk vrienden en familie uit om hun nieuwe huis te laten zien. Toen het bleef doorgaan, ben ik bij ze langsgegaan. Niet tijdens zo’n feest, maar overdag. Ik heb uitgelegd dat ik ‘s nachts last van het feestgeluid had, en dat ik niet kon slapen. En gevraagd of we daarover afspraken konden maken. Daarbij heb ik mezelf ook opengesteld: ik ben een ochtendmens en ga vroeg naar mijn werk, misschien horen jullie mij dan ook, heb ik gevraagd. Dan kunnen we wederzijds afspraken maken zodat we geen last van elkaar hebben. Het antwoord van de buurvrouw was dat ik altijd mocht komen klagen, als ik last had. De feesten en de geluidsoverlast gingen daarna ‘dus’ gewoon door.
Vanaf dit punt ging het mis. Verschillende andere buren waren de overlast zat en gingen de politie bellen. Zij waren niet bij mijn bovenburen langs geweest, en spraken altijd vriendelijk tegen hen. (Niet over hen, overigens.) En omdat ik eerder wel bij mijn bovenburen was langs geweest, trokken zij de conclusie dat ik de politie had gebeld en zij
namen mij dat heel kwalijk. Toen ik thuiskwam uit mijn werk, stond de buurvrouw bij het portiek. Zij riep ‘jij bent bij de politie geweest’ en ze wilde me aanvliegen, probeerde me te slaan. Ik kon net op tijd mijn huis binnen schieten en heb de deur dicht moeten duwen, zij stond er aan de buitenkant aan te trekken en allerlei verwensingen te schreeuwen. Ik was erg geschrokken en heb mijn buurvrouw naast me gebeld, maar niet de politie. Door de agressie en bedreigingen van de buurvrouw was dat een soort van no-go. Nadien heb ik alsnog de verhuurder gebeld, en de wijkagent. De wijkagent kwam wel langs, maar gaf aan dat er nog wel ergere dingen waren, dat ik geen getuigen had, en raadde me aan te bellen als ik weer last had, zodat er een dossier gevormd kon worden. Intussen ging de nachtelijke geluidsoverlast gewoon door, maar ook overdag was het vreselijke herrie en de buren gedroegen zich intimiderend. Het is dan een opeenstapeling van harde muziek, feesten, ballen en rennen van de kinderen door het huis, harde ruzies, veel auto’s van veel bezoekers die op straat hangen. Ik sliep bijna niet en durfde me in mijn eigen huis niet te verroeren. De verhuurder heeft de bovenburen aangesproken, en stelde mij toen voor om een gezamenlijk gesprek aan te gaan.
Dat durfde ik niet meer, vanwege hun agressieve manier van doen, en omdat ik niet aan tafel in een schreeuwpartij terecht wilde komen. Ik voelde me niet weerbaar. Dat komt omdat het proces zich langzaam ontwikkelt. Van tevoren voorzie je echt niet dat je in zo’n situatie terecht komt. In het begin was ik zo’n gesprek zeker wel aangegaan. Ik dacht toen oprecht, we komen er wel uit. Maar als de overlast geleidelijk verergert, en zo’n tijd voortduurt, wordt je zekerheid zo aangetast. Ik heb regelmatig gehad dat bezoek bij mij is weggegaan vanwege de
25/29
Evaluatie woonoverlast 2012 - 2019
herrie. Waarom doe je er niets aan, vragen ze dan. Maar als je al drie nachten niet slaapt vanwege de herrie raak je oververmoeid, je veerkracht raakt weg, en je moet toch ook nog werken. Ik bleef natuurlijk melden bij de politie. Maar het lastige was dat wanneer zij na uren uiteindelijk om half 4 of half 5 kwamen (want het was zo druk die nacht), er geen herrie meer is. Ze ondernemen dan geen actie en later bleek dat dan ook de meldingen niet meer in hun systeem zijn terug te vinden. Ook niet de keren dat zij wel met de buren zijn gaan praten om de muziek en de herrie te stoppen stonden niet in hun systeem. En dan is er weer niet voldoende ‘dossier opbouw’ om iets te kunnen doen. De omslag is uiteindelijk gekomen toen de andere buren ook zijn gaan melden, ook bij de verhuurder. Ook dat blijkt lastig: de verhuurder kan niet veel met ‘die paar meldingen’. Maar mijn buren denken, ik heb het een keer gemeld, dat moet toch genoeg zijn. Uiteindelijk is er toch genoeg verzameld en zijn de buren verhuisd, naar een eengezinswoning waar zij met hun kinderen ook meer ruimte hebben. Vanaf toen was het meteen weer goed. Ik heb al bijna een jaar nieuwe bovenburen, ook met kinderen, maar daar hebben we totaal geen last van. Ik ben me weer gaan voorstellen toen zij hun woning opknapten, en we hebben een prima contact. Ik ben weer thuis in mijn eigen huis, ik kan me ontspannen, naar mijn eigen
muziek luisteren. Wat ik heel graag wil meegeven: neem mensen die deze klachten melden, alsjeblieft serieus. Ik woon nu weer heerlijk maar ik heb door een aardige hel moeten gaan om mijn klachten hoorbaar te krijgen, en heb deze keer op keer moeten aangeven. Maar de paradox is, wie veel klaagt wordt als de zeur gezien. Het toppunt was dat ik een aanbod kreeg van een hulpverlener, die mij oprecht wilde begeleiden om ‘beter om te kunnen gaan met de overlast’ en voorstelde dat ik naar een 55+woning zou gaan, want ‘dan zit u tussen leeftijdsgenoten.’ Het feit dat ik nu weer prima woon, tussen normale mensen, zegt toch genoeg over mijn wooncapaciteiten. Ook communicatie is zo belangrijk. Ik hoorde pas achteraf dat door de verhuurder een aantal serieuze gesprekken zijn gevoerd met mijn buren. Ik snap dat ze vanwege privacy niet alles kunnen delen, maar het had voor mij veel gescheeld als ik toen wist dat ze ermee aan de slag waren. Ik had me dan misschien minder alleen voelen staan. En nu – geniet ik weer met volle teugen in mijn huis. Ik kan weer op mijn balkon zitten, koop weer planten, ben bezig mijn huis weer op te knappen. Ik wilde vluchten, heb serieus gekeken naar andere (koop)woningen en woningruil, maar nu heb ik die behoefte helemaal niet meer. Ik vind het weer heerlijk om THUIS te komen.