RIS306620 Bijlage Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan
Tekst van het document
Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 Voor een leefbare en water robuuste stad
Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 Voor een leefbare en water robuuste stad
Versie: definitief Den Haag, februari 2021
1
Afvalwater
Grondwater
Hemelwater
Oppervlaktewater
2
Voorwoord We weten het allemaal, maar we staan er niet dagelijks bij stil. Water is van levensbelang. Schoon drinkwater en een goede zorg voor ons afvalwater hebben in het verleden de volksgezondheid enorm vooruitgeholpen. Mede hierdoor is onze levensverwachting met enkele decennia toegenomen. In Den Haag is de rioleringszorg van oudsher zeer goed geregeld. Met een relatief lage rioolheffing wordt een betrouwbaar en robuust rioolstelsel in stand gehouden. Maar in een sterk verdichtende stad en met een veranderend klimaat is een focus op alleen goede rioolbuizen niet voldoende. Naast het inzamelen en transporteren van afvalwater is het goed afvoeren van hemelwater een belangrijke functie van het rioolstelsel. Hoe we dit doen bepaalt ook hoe de klimaatverandering, waarin de thema’s extreme neerslag, hitte en droogte centraal staan, kan worden opgevangen. In Den Haag, gelegen aan zee, waar delen van de stad meer dan een meter onder zeeniveau liggen is dit een hele uitdaging! In voorgaande rioleringsplannen is een weg uitgezet om hier integraal mee om te gaan. Dit beleidsplan nieuwe stijl is een effectgerichte invulling van drie bestaande zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater samen met de verantwoordelijkheid die we hebben voor een schone, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving.
De aanduiding ‘Gemeentelijk Rioleringsplan’ is veranderd in ‘Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025’ met als ondertitel ‘’Naar een aantrekkelijke en water robuuste stad’. We kijken in dit plan integraal niet alleen naar afval-, hemel-, grondwater, maar ook naar oppervlaktewater; de vier compartimenten die de rode draad vormen. Ruim 50% van de stad is private ruimte. Het omgaan met water in onze stad is dan ook een gezamenlijke opgave. De gemeente draagt zorg voor de openbare ruimte, de perceeleigenaren hebben een verantwoordelijkheid in de private ruimte. De gemeente heeft hier ook een belangrijke rol in het zorgen voor bewustwording en het helpen bij het nemen van het juiste soort maatregelen op het goede moment. Communicatie en samenwerking met de stad worden meer nog dan voorheen belangrijk. Tot slot, water is belangrijk, water is soms vervelend, maar water is vooral ook waardevol en leuk! Met slecht weer willen we er geen last van hebben, maar met mooi weer willen we er graag wel zoveel mogelijk genot van hebben. Dat kostbare water verdient alle aandacht die het in dit plan krijgt!
Hilbert Bredemeijer Wethouder Onderwijs, Sport, Buitenruimte
3
Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 Voor een leefbare en water robuuste stad Inhoudsopgave
4
1
Inleiding
1.1 Aanleiding 1.2 Omgevingswet 1.3 Van klassiek GRP naar Integraal GRP 1.4 Samenwerkende partijen 1.5 Gerelateerde wetgeving en plannen 1.6 Leeswijzer
6
7 8 9 9 10 10
2
Het Haagse riool, grond- en oppervlaktewatersysteem; Wat hebben we?
12
Terugblik planperiode 2016-2020; Wat hebben we gedaan?
20
Relaties met de omgeving en ontwikkelingen; Wat komt er op ons af?
32
2.1 Afvalwater 2.2 Hemelwater 2.3 Grondwater 2.4 Oppervlaktewater
3
3.1 Afvalwater 3.2 Hemelwater 3.3 Grondwater 3.4 Oppervlaktewater 3.5 Communicatie 3.6 Samenwerking en kennisontwikkeling
4
4.1 Relatie tot wegonderhoud en -vervanging 4.2 Relatie tot groen 4.3 Relatie tot kabels en leidingen 4.4 Relatie tot bodem en ondergrond 4.5 Ruimtelijke ontwikkelingen 4.6 Duurzame en leefbare stad
4
13 14 16 18
21 23 26 28 30 30
33 33 34 34 34 35
5
Visie en doelen Den Haag water robuust; Waar willen we naartoe?
36
Beleid en aanpak water robuust Den Haag; Wat gaan we doen?
42
Kostendekkingsplan; Hoe gaan we het financieren?
60
5.1 Overkoepelende visie en doelen 5.2 Afvalwater 5.3 Hemelwater 5.4 Grondwater 5.5 Oppervlaktewater
6
6.1 Overkoepelend beleid 6.1.1 Inspelen op ruimtelijke ontwikkelingen 6.1.2 Bijdragen aan een duurzame stad 6.1.3 Optimaliseren beheer door assetmanagement 6.1.4 Communicatie 6.2 Afvalwater 6.3 Hemelwater 6.4 Grondwater 6.5 Oppervlaktewater
7
7.1 Heffingen en verordeningen 7.2 Overige uitgangspunten 7.3 Lasten en baten afvalwater, hemelwater en grondwater 7.4 Lasten en baten oppervlaktewater
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Verantwoordelijkheden riolering, grond- en oppervlaktewater Overzicht terugblik GRP 2016-2020 Wetgeving, beleid en ontwikkelingen andere overheden Gebiedsgerichte aanpak Nadere invulling grondwaterzorgplicht Grondwater- en bodemgerelateerde zaken Kaarten
5
37 38 39 40 41
43 43 44 45 45 46 49 54 58
61 62 63 65
66
68 69 70 76 78 90 93
1
Inleiding
De basis voor dit plan ligt bij de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en de gemeentelijke taken voor stedelijk water en het veranderend klimaat.
6
1.1 Aanleiding Sinds 1993 heeft de gemeente een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). De gemeente is verplicht om een GRP te hebben op grond van de Wet milieubeheer. Met het verstrijken van de planperiode 2016-2020 is het tijd voor een geactualiseerd plan. De drie wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater van de gemeente zijn beschreven in de Wet milieubeheer en de Waterwet. Conform artikel 4.22 van de Wet milieubeheer is iedere gemeente verplicht om de invulling van de zorgplichten te beschrijven in een beleidsplan. Dit beleidsplan is het beleidsmatig en financieel kader voor het uitvoeren van de taken die nodig zijn om de wettelijke zorgplichten in te vullen. De wettelijke zorgplichten vormen samen met de gemeentelijke taken voor stedelijk water en het veranderend klimaat de basis voor dit plan.
Wet milieubeheer Artikel 4.22 De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. 1)
Het plan bevat ten minste: a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a ; c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd; d. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; e. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten.
2) Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan. 3) Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.
7
1.2 Omgevingswet Tijdens de planperiode, op 1 januari 2022, treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Deze wet heeft gevolgen voor het Gemeentelijk Rioleringsplan. De Omgevingswet integreert veel van de bestaande regelgeving, maar wijzigt de verdeling van taken en verantwoordelijkheden niet. De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven bestaan en komen straks terug in de Omgevingsvisie. Lokale regelgeving op het gebied van stedelijk waterbeheer krijgt een plek in het gemeentelijk omgevingsplan. De hierboven genoemde wettelijke verplichting om een Gemeentelijk Rioleringsplan te hebben komt te vervallen. De verantwoording van het beleid zal op termijn worden geïntegreerd in de Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan. Verder blijft de verplichting tot onderhoud van kapitaalgoederen bestaan en ook de separate financiële positie voor rioolbeheer in de gemeentelijke begroting blijft van toepassing. De voorziening en/of reserveriolering en de rioolheffing moeten ook met de komst van de Omgevingswet onderbouwd zijn door middel van een actueel kostendekkingsplan. De maatregelenplannen en financiële passages worden met de komst van de Omgevingswet uitgewerkt in één of meerdere programma’s in plaats van het huidige plan.
Door stichting Rioned is de verdeling van thema’s zoals die in het GRP aan de orde komen over de Omgevingswet-documenten in de volgende figuur samengevat.
Huidige GRP • Beleidskeuzes zorgplichten
Omgevingsvisie
Gemeenteraad
Programma
College B&W
Omgevingsplan
Gemeenteraad
• Doelen water en riolering • Uitvoeringsstrategie • Maatregelen • Onderzoek • Personeel en middelen • Regels
Figuur 1.1 Verdeling van thema’s uit GRP over Omgevingswet-documenten (na invoering Omgevingswet) Voor het opstellen van deze documenten is een transitieperiode van zeven jaar uitgetrokken. De daadwerkelijke vertaling van de huidige GRP-structuur naar de Omgevingswet-documenten zal dan ook pas in de volgende planperiode definitief worden vormgegeven.
8
1.3 Van klassiek GRP naar Integraal GRP Van oudsher richtte het GRP zich op de inzameling en het transport van afvalwater. In latere versies werden ook de zorgplichten voor hemelwater en grondwater opgenomen en de relatie met het stedelijk water benoemd. Dit voorliggende Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 beschrijft de hoofdtaken van de gemeente voor de vier watercompartimenten: afvalwater, hemelwater, grond- en oppervlaktewater waarbij de onderlinge relaties, beleid en opgaven integraal beschreven worden. De raakvlakken met de uitwerking van de stadsbrede klimaatadaptatiestrategie zijn opgezocht en geïntegreerd. Deze strategie wordt in een apart traject behandeld en vastgesteld. Dankzij de integrale opbouw van dit plan en de samenhang met de stadsbrede klimaatadaptatiestrategie kan verder worden gewerkt aan een aantrekkelijke, gezonde, schone, veilige én toekomstbestendige stad!
1.4 Samenwerkende partijen Om de taken die uit de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater voortvloeien zo goed mogelijk in te vullen in het bredere verband van het stedelijke water en het veranderende klimaat is het belangrijk om intensief samen te werken met waterpartners. Dit plan is daarom opgesteld in samenwerking met: • Het Hoogheemraadschap van Delfland als verantwoordelijke voor het transport van afvalwater naar de zuiveringen vanaf de eindgemalen tot aan de zuiveringsinstallaties en als waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheerder van het oppervlaktewater in de stad. • Drinkwaterbedrijf Dunea: Dunea is verantwoordelijk voor de winning, zuivering en distributie van drinkwater. Zij gebruiken daarvoor het grondwatersysteem in de duinen. De Provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat zijn ook waterpartners van de gemeente Den Haag en krijgen het plan toegezonden. In bijlage 1 zijn de verantwoordelijkheden op hoofdlijnen beschreven. Voor grondwater is dit verder uitgewerkt in Bijlage 5.
9
1.5 Gerelateerde wetgeving en plannen In het Coalitieakkoord 2019-2022 ‘Samen voor de stad’ is een hoofdstuk gewijd aan de ‘Duurzame Stad’. De coalitiepartijen willen het duurzaamheidsbeleid tastbaar en concreet maken voor mensen. Dit betekent meer aandacht voor de belangen van toekomstige generaties, een gezonde natuur, een gezond milieu en vernieuwbare economische activiteiten. Duurzaam waterbeheer is één van de factoren om de Haagse duurzaamheidsdoelstellingen te helpen realiseren. De Dienst Stadsbeheer heeft sinds 2018 een programma Assetmanagement ingericht. Met behulp van een routekaart wordt dit programma de komende jaren inhoudelijk steeds verder uitgerold. Voor de watergerelateerde assets gaat het om het maken van eenduidige keuzes, transparante afwegingen en het inzichtelijk maken van risico’s en kosten. Er is een afwegingskader ontwikkeld waarmee op basis van thema’s en criteria keuzes kunnen worden afgewogen. De thema’s zijn: milieu en (volks)gezondheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid, economisch handelen, veiligheid en leefklimaat. Naast de al genoemde Wet milieubeheer, de Omgevingswet en de Waterwet is diverse andere regelgeving gerelateerd aan dit plan. In bijlage 3 is een overzicht en een beknopte samenvatting van gerelateerde regelgeving opgenomen.
Op gemeentelijk niveau zijn de Wateragenda, de Nota Binnenwater met bijbehorend actieprogramma en de Visie Toekomstbestendig Haags water belangrijke gerelateerde plannen die door de gemeente samen met het hoogheemraadschap zijn opgesteld. Daarnaast hebben de Nota Duurzaamheid, de Kadernota Openbare Ruimte en het Meerjarenprogramma Wegonderhoud een relatie tot dit plan.
1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een globaal beeld van het Haagse rioolstelsel en oppervlaktewater in de stad. Hoofdstuk 3 geeft een terugblik op de afgelopen periode. Hoofdstuk 4 gaat in op de samenhang met beleid en ontwikkelingen in Den Haag en de trends die er zijn. De visie en bijbehorende doelen worden vanuit de vier hoofdtaken behandeld in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 beschrijft het beleid en de maatregelen voor de komende periode. Het beleidsplan sluit in hoofdstuk 7 af met een kostendekkingsplan.
10
11
2
Het Haagse riool, grond- en oppervlaktewatersysteem; Wat hebben we?
De voorzieningen voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater op een rij.
12
In de ondergrond van Den Haag liggen uitgebreide rioleringsstelsels waarmee afvalwater en regenwater wordt ingezameld en getransporteerd naar rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dit gebeurt met behulp van gemalen en persleidingen. Voor het grond- en oppervlaktewatersysteem is een netwerk van drainagestelsels en watergangen in de stad aanwezig. Dit hoofdstuk beschrijft onder de thema’s afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater de aanwezige voorzieningen.
2.1 Afvalwater Voor de inzameling van afvalwater zijn naast de van ouds aangelegde gemengde stelsels inmiddels ook veel gescheiden stelsels aanwezig. In Wateringseveld, Ypenburg en Leidschenveen overheersen daarom de gescheiden stelsels. Het afvalwater wordt hier gescheiden van het hemelwater afgevoerd. Het afvalwater en hemelwater worden bij gemengde stelsels in dezelfde buis opgevangen en via een van de twaalf hoofdrioolgemalen afgevoerd naar de rioolwaterzuivering Harnaschpolder (in Den Hoorn) of Houtrust (in Den Haag). Om te voorkomen dat bij zware neerslag wateroverlast optreedt, zijn overstorten in het gemengde rioolstelsel aangebracht. Via deze constructies kan water bij hevige regenval direct op de grachten en singels worden geloosd. In de praktijk komt dit slechts een enkele keer per jaar voor. De verwachte levensduur van de Haagse riolering ligt tussen de 80 en 100 jaar. Er zijn ook delen van de riolering die nog ouder zijn (zie figuur 2.1). Dit is voor Nederlandse begrippen lang, zeker in het westen van het land. De reden voor de lange levensduur is dat de riolering voor een belangrijk deel gelegen is in een stabiele (zand)grond. De bodemgesteldheid is in de meest recenter aangelegde gebieden Wateringseveld, Ypenburg en Leidschenveen ongunstiger. De verwachte levensduur van de riolering is hier dan ook korter dan gemiddeld.
250 200 150 100 50
18
80 18 -18 96 95 19 -19 01 00 19 -19 06 05 19 -19 11 10 19 -19 16 15 19 -19 21 20 19 -19 26 25 19 -19 31 30 19 -19 36 35 19 -19 41 40 19 -19 46 45 19 -19 51 50 19 -19 56 55 19 -19 61 60 19 -19 66 65 19 -19 71 70 19 -19 76 75 19 -19 81 80 19 -19 86 85 19 -19 91 90 19 -19 96 95 20 -20 01 00 20 -20 06 05 20 -20 11 10 20 -20 16 15 -2 02 0
0
Figuur 2.1 Aantal kilometers aangelegd riool per 5 jaar
13
Het rioleringssysteem voor de afvoer van afvalwater bestaat uit verschillende onderdelen en voorzieningen. In de volgende tabel is een overzicht van de belangrijkste rioleringsonderdelen en -voorzieningen voor de verwerking van afvalwater opgenomen. Onderdeel
Aantal/hoeveelheid per 2020
Gemengdriool
840 km
Vuilwaterriool
307 km
Aangesloten verhard oppervlak
2.207 ha*
Riooloverstorten
124
Bergbezinkbassins
20
Gemalen
335
Persleidingen (leidingen onder druk)
70 km
*dit volgt uit de in 2014 uitgevoerde inventarisatie. In 2020 vindt een nieuwe inventarisatie plaats.
2.2 Hemelwater Voor de inzameling van hemelwater zijn kolken en goten in vrijwel alle straten aanwezig. Deze zijn aangesloten op de aanwezige gemengde of in het geval van aanwezige gescheiden riolering op de hemelwaterriolering. Indien kolken of goten ontbreken stroomt het hemelwater via het oppervlak naar infiltratievoorzieningen of het oppervlaktewater. Sinds de jaren ’70 is in nieuw te ontwikkelen gebieden steeds meer gescheiden riolering aangelegd. Dit werd gestimuleerd doordat bij de woningbouw de verplichting gold om de waterstromen gescheiden aan te bieden. Bij gescheiden riolering wordt alleen het afvalwater naar de zuivering getransporteerd. Het relatief ‘schone’ hemelwater wordt naar de lokale sloten, grachten en singels afgevoerd. Bij stedelijke herontwikkelingen en bij vervanging van oude riolering wordt waar mogelijk een gescheiden stelsel aangelegd of wordt regenwater lokaal opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem of afgevoerd naar het oppervlaktewater. Dit proces heet afkoppelen en is vanwege de levensduur van de riolering (80-100 jaar in Den Haag) een langdurig maar gestaag proces. Het rioleringssysteem voor de afvoer van hemelwater bestaat uit verschillende onderdelen en voorzieningen. In de volgende tabel is een overzicht van de belangrijkste rioleringsonderdelen en -voorzieningen voor de verwerking van hemelwater opgenomen. Onderdeel
Aantal/hoeveelheid per 2020
Aantal kolken
110.000
Lijngoten
16,5 km
Vrijvervalriolering (hemelwater)
417 km
14
Het afval- en hemelwatersysteem van de gemeente Den Haag in de afgelopen 150 jaar De eerste aanleg van de riolering in Den Haag vond plaats omstreeks 1860 omwille van de volksgezondheid. Door de sterke bevolkingsgroei in de stad in de negentiende eeuw werd er steeds meer afvalwater geloosd op de stadsgrachten. De stadswateren werden namelijk gebruikt als open riool waarmee ook afvalwater werd afgevoerd. Dit zorgde, naast de risico’s voor de gezondheid, voor een enorme stankoverlast. Om de overlast te verminderen werden rond 1880 verschillende grachten gedempt, nadat ter plaatse grote gemetselde riolen werden aangelegd (Veerkade, Spui, Prinsegracht). Een specifiek nadeel dat de gemeente Den Haag had in die tijd, is dat er geen grote rivieren in de omgeving lagen waarmee de stadsgrachten en open riolen konden worden doorgespoeld. Een kanaal richting de zee lag daarom het meest voor de hand. Een eerste poging in 1860 om een kanaal naar de zee te graven strandde ter hoogte van de huidige Seinpoststraat. Uiteindelijk werd in 1888 het Verversingskanaal naar Scheveningen gegraven, waarmee de verbinding naar de zee was gelegd. Door de verbinding konden de Haagse stadswateren worden doorgespoeld met water uit de Delflandse boezem en kon het vuile water vervolgens worden geloosd in de Noordzee middels een stoomgemaal.
Het centrale deel van het rioolstelsel is in de eerste helft van de 20e eeuw aangelegd. De kwaliteit van het oppervlaktewater verbeterde sterk vanaf 1967 toen de eerste afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) van de stad opende: AWZI Houtrust. Sinds die tijd wordt het afvalwater vanuit Den Haag eerst gezuiverd voordat het wordt geloosd in de Noordzee. Sinds 1989 is deze zuiveringslocatie uitgerust met een biologische zuivering. Sinds 2007 wordt het grootste deel van het afvalwater naar de AWZI Harnaschpolder gepompt en daar gezuiverd.
Waterinfrastructuur in de omgeving van den Haag omstreeks 1940 (Bron: Stedelijke Rioleeringen, J. Bosselaar, 1940)
15
2.3 Grondwater Het ondiepe grondwater in Den Haag is in te delen in vier geohydrologische typeringen die verschillen met de afstand tot de kust en daarmee het verschil in bodemopbouw: • Duingebied: de westkant van Den Haag bestaat uit duingebied. Het grondwater in dit gebied ligt relatief diep onder straatniveau. Omdat de bodem bestaat uit zand kan het regenwater hier snel wegzakken. Hierdoor fluctueren grondwaterstanden relatief sterk. • Binnenduinrand: in de binnenduinrand bestaat de bodem nog steeds voornamelijk uit zand, maar is het maaiveld lager. Hierdoor en door de druk van het grondwater in de duinen, ligt de grondwaterstand hier dichter bij het maaiveld. De Haagse Beek is gelegen in de binnenduinrand. • Stedelijk boezemland: in het stedelijk boezemland is de grondwaterstand hoger dan bij de duinen. De bodem bestaat hier voornamelijk uit slappe klei. Doordat er naast de klei ook veel verharding aanwezig is, reageert de grondwaterstand minder snel op regenval. • Polders: de polders worden gekenmerkt door klei (ondiepe polder) of veengrond (diepe polders) en een gemiddeld nog hogere grondwaterstand die met behulp van sloten en soms ook lokale drainage wordt beheerst. Figuur 2.2 geeft een visualisatie van de indeling in geohydrologische gebieden van Den Haag.
Figuur 2.2 Typering gebieden in de stad
16
Figuur 2.3 Het grondwatersysteem van Den Haag Om inzicht te hebben in het verloop van de grondwaterstanden in de tijd heeft de gemeente een uitgebreid peilbuizenmeetnet. Hiermee kan het verloop van de grondwaterstand in de tijd worden gevolgd. Verder heeft de gemeente drainage- en infiltratiesystemen waarmee het grondwater kan worden beïnvloed. In de volgende tabel is een overzicht van de belangrijkste onderdelen en -voorzieningen voor de invulling van de grondwaterzorgplicht opgenomen. Onderdeel
Aantal/hoeveelheid per 2020
Drainageleidingen
61 km
Peilbuizen (handmatig bemeten)
562
Peilbuizen (automatisch en continu bemeten)
51
Drainagepompen
3
17
2.4 Oppervlaktewater Het oppervlaktewater bestaat uit het hoger gelegen boezemwater en de dieper gelegen watergangen in de polders. De boezem is een aaneengesloten stelsel van kanalen en grachten en vormt daarmee de hoofdader van het oppervlaktewatersysteem van Delfland. De Delflandse boezem heeft overal eenzelfde waterpeil van 43 cm onder NAP. Het boezemwater wordt met zes gemalen afgevoerd naar het buitenwater. Gemaal drs. P.H. Schoute in Scheveningen voert het boezemwater van Den Haag en deels het achterland af naar zee. Dit gemaal kan ruim 42.000 m3 per uur afvoeren en krijgt het water aangevoerd door het grachtenstelsel van Den Haag. De andere vijf boezemgemalen bevinden zich buiten Den Haag. De polders zijn lagergelegen gebieden waarin het oppervlaktewater met behulp van poldergemalen op peil wordt gehouden. De polders worden door een waterkering beschermd tegen het water van buitenaf (boezemwater). Binnen een polder liggen verschillende gebieden met elk een eigen waterpeil (peilgebieden). In de gemeente Den Haag liggen twaalf polders.
Figuur 2.4 Boezem en polders De meeste polders bevinden zich aan de zuid- en oostzijde van Den Haag, waar de ondergrond uit klei of veen bestaat. Figuur 2.5 geeft een beeld van het boezemgebied en het gebied bestaande uit polders.
18
Figuur 2.5 Het oppervlaktewatersysteem van Den Haag (indeling in boezem- en poldergebied)
Het water zelf is ook een belangrijke asset voor onze stad. Schoon en ecologisch gezond water dragen in hoge mate bij een hoge belevingswaarde en daarmee een goed leefklimaat in de stad. De gemeente draagt er zorg voor dat het water schoon blijft en dat er voldoende ruimte is voor natuur om zich te ontwikkelen. Hierbij speelt de oeververdediging een belangrijke rol. Een aanzienlijke hoeveelheid natuurvriendelijke oevers en kleine voorzieningen bij hoge kades maken een vloeiende overgang van natte naar droge natuur mogelijk. Water is ook voor menselijke gebruikers van waarde. Water om op te wonen, water om op te varen, water om in te zwemmen, water om vanaf de kant van te genieten. In het kader kunt u meer lezen over de Haagse grachten, bijzondere elementen in het Haagse oppervlaktewatersysteem. In de volgende tabel is een overzicht van de belangrijkste onderdelen en -voorzieningen van het oppervlaktewatersysteem opgenomen.
Onderdeel
Aantal/hoeveelheid per 2020
Watergangen (boezemstelsel)
130 km
Watergangen (polder primair)
125 km
Watergangen (polder secundair)
230 km
Duikers
51 km
19
3
Terugblik planperiode 2016-2020; Wat hebben we gedaan?
Er is gewerkt aan het in standhouden van het rioleringsstelsel, het verbeteren van het functioneren ervan en het voorsorteren op mogelijke klimaatontwikkelingen.
20
Dit hoofdstuk blikt terug op het beleid dat tussen 2016 en 2020 is gevoerd. In deze periode heeft de gemeente Den Haag vanuit het GRP 2016-2020 gewerkt aan het in standhouden van het rioleringsstelsel, het verbeteren van het functioneren ervan en het voorsorteren op mogelijke klimaatontwikkelingen. De acties zijn samen met actie op het gebied van klimaatadaptatie, het gebruik van het water en waterveiligheid op de Wateragenda (RIS 294793) geplaatst. De Wateragenda is een ‘levende’ lijst met projecten die Den Haag en het Hoogheemraadschap in het waterbeheer gezamenlijk hebben lopen of voornemens zijn uit te gaan voeren. In bijlage 2 is een samenvattende tabel van de evaluatie opgenomen.
3.1 Afvalwater Reiniging en inspectie riolering en gemalen op orde Jaarlijks wordt ongeveer 10% van de riolering gereinigd en geïnspecteerd. We hebben in de planperiode geen sterke afwijkingen gezien van de voorgaande periodes. Vetophoping en verstorende materialen in het riool (met name reinigingsdoekjes) blijven een probleem, met name voor de gemalen. De gemalen worden programmatisch gereinigd en onderhouden.
Werk met werk maken bij vervanging riolering In de periode 2016-2020 is circa 80 km riolering vervangen. Daarmee voldoet de gemeente aan haar voornemen om gemiddeld 16 km per jaar te vervangen. Ruim 90% van de vervangingen zijn gecombineerd met andere werkzaamheden in de openbare ruimte zoals wegonderhoud en reconstructies uitgevoerd. Bereikbaarheid van de stad en de maatregelen die daarvoor nodig zijn, vragen steeds meer aandacht. We zien dit terug in hogere kosten voor de voorbereiding, communicatie en verkeersmaatregelen. Onder andere door werk met werk te maken met andere projecten is de vervangingsopgave gehaald en de verkeersoverlast zoveel mogelijk beperkt.
Figuur 3.1 In 2017 is het project Raamweg/Koningskade afgerond 21
Beheersysteem voor rioolgemalen Er is een Europese aanbesteding gehouden voor een nieuw gemalen beheersysteem inclusief het beheer en onderhoud van dit systeem voor 10 jaar. Het nieuwe beheersysteem geeft de beheerder actueel inzicht in het functioneren van de gemalen. Op basis van data kunnen trends worden waargenomen waardoor betere voorspellingen kunnen worden gedaan. Daarnaast kan het systeem eenvoudig data delen met derden zodat we ook regionaal kunnen optimaliseren.
Figuur 3.2 Schematische weergaven van rioolgemaal Lijnbaan zoals opgenomen in het beheersysteem voor de rioolgemalen
Beheersysteem voor de riolering In de afgelopen planperiode is ook het rioolbeheersysteem volledig vernieuwd waarmee het beheer van rioolgegevens volledig GIS-gebaseerd is en hiermee op een hoger niveau is gebracht.
Rioolincidentenplan Om klaar te staan in het geval van optredende incidenten is in overleg met het hoogheemraadschap, de crisisorganisatie en de veiligheidsregio een rioolincidentenplan opgesteld en afgerond. Het plan geeft aan hoe de gemeente, met hulpdiensten tijdens incidenten opereert (bijvoorbeeld breuk van een persleiding of wateroverlast).
Afhandelen bewonersmeldingen vooral gericht op service De intentie was om in de planperiode meer inzicht te krijgen in het niveau van de geleverde service en om de maatstaven waarop gestuurd kan worden nader uit te werken. In de praktijk worden meldingen klachtgestuurd opgelost en wordt gefocust op het snel en correct afhandelen en registreren van meldingen.
22
3.2 Hemelwater Reiniging kolken en lijngoten op orde Alle kolken en lijngoten worden gereinigd met een frequentie die afhankelijk is van de plaats en de verwachtte vervuilingsgraad. Hiermee wordt voorkomen dat hemelwater te lang op straat blijft staan.
Samen meten Samen met 7 gemeenten uit het NAD-verband (Netwerk Afvalwaterketen Delfland) is in 2019 een aanbesteding gedaan om op ruim 200 locaties in het rioolstelstel waterhoogtes te kunnen meten en daarmee inzicht te hebben in het feitelijke functioneren van het systeem. Op termijn stelt dit de gemeenten in staat om onderling op verstandige wijze met waterstromen te kunnen sturen.
Naar een stadsbrede klimaatadaptatiestrategie Het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie biedt de gemeente handvatten in het proces om de stad tot 2050 water robuust en klimaatbestendig te maken. Conform deze aanpak heeft Den Haag stresstesten uitgevoerd voor weersextremen, die de kwetsbaarheden voor wateroverlast, hitte, droogte en water op straat in beeld hebben gebracht1. In 2019/2020 zijn er interne risicodialogen gevoerd en is er gewerkt aan de eisen en ambities ten aanzien van klimaatadaptatie. In 2020 is de gemeente gestart met externe risicodialogen en legt haar ambities en eisen vast in een stadsbrede strategie klimaatadaptatie (conform de programmabrief Duurzaamheid 2020).
Uitvoeren regionale stresstest Samen met 10 gemeenten uit het NAD-verband en het hoogheemraadschap is begin 2020 een aanbesteding gedaan om een regionale stresstest uit te voeren waarmee het inzicht in het regionale afvalwatersysteem via modelberekeningen wordt vergroot in aanvulling op de al eerder uitgevoerde stresstest. In 2021 komen de resultaten vanuit deze regionale stresstest beschikbaar.
Verhoogde ambitie voor afkoppelen is bereikt De oorspronkelijke afkoppeldoelstelling uit het GRP 2016-2020 was 4 hectare af te koppelen verhard oppervlak per jaar. De gemeenteraad heeft met een motie de doelstelling verhoogd tot 8 hectare. Een ambitieus streven dat met grote inspanning binnen verschillende projecten verspreid over de stad is gerealiseerd (onder andere in Duindorp en de Erasmusweg). Ondertussen zijn veel quick wins gepakt en wordt het moeilijker en kostbaarder om de doelstelling van 8 ha afkoppelen per jaar te realiseren. Verklarende factoren hiervoor zijn: drukte in de ondergrond door kruisende kabels en leidingen, de afstand tot het oppervlaktewater en inpandige koppeling van vuil- en schoonwater. Verder zijn niet alle verhardingen eigendom van de gemeente waarbij het initiatief voor afkoppelen dan bij particulieren ligt.
1
Zie denhaag.klimaatatlas.net
23
Maatregelen om hemelwateroverlast te verminderen In de afgelopen jaren zijn in specifieke gebieden maatregelen genomen om hemelwateroverlast bij extreme regenval te verminderen of te voorkomen. Met deze maatregelen zijn de in 2014 geconstateerde wateroverlastknelpunten opgelost. Op verschillende plaatsen is de hoeveelheid op de riolering aangesloten verharding in het openbaar gebied verminderd en zijn bij rioolvervangingsprojecten hydraulische aanpassingen doorgevoerd. Verder zijn een aantal aanpassingen aan de bemaling van onderdoorgangen uitgevoerd om de bereikbaarheid van de stad niet in gevaar te laten komen tijdens extreme regenval. In het kader van de vergroening van openbare gebouwen is het gemaal Huygenspark, in vervolg op het eerder geplaatste groene dak, als proef voorzien van groene wanden. Inmiddels zijn alle gemalen in beheer bij de gemeente voorzien van een groen dak dat water vasthoudt.
Stimuleren vertraagd afvoeren hemelwater particulieren Zoals in figuur 3.3 is te zien dat het grootste deel van het stedelijk gebied in eigendom van particulieren is. Er zijn diverse initiatieven die juist op dit terrein inzetten om een bijdrage te leveren aan het klimaatbesten-
t aa riv
Op en ba ar
P
diger maken van de stad.
Groen Water Verharding Tuinen Bebouwd
Figuur 3.3 Verdeling privaat/openbaar gebied (Het aandeel tuinen van het privaat terrein is een schatting) De ‘Operatie Steenbreek’2 is een blijvend initiatief waarmee wordt ingezet op ontharding van particuliere terreinen. Op de website is meer te vinden over de initiatieven die hieruit voortkomen. Er is een subsidieregeling voor groene daken. Sinds de start van de regeling in 2016 is ruim 1,3 ha aan groene daken gerealiseerd. Slimme groenblauwe daken worden steeds vaker toegepast en functioneren binnen Den Haag. Het Center Court park en de WTC watertuin in het Beatrixkwartier zijn inspirerende voorbeelden voor veel nieuwbouwprojecten in de stad. Het Hoogheemraadschap van Delfland draagt bij middels een stimuleringsregeling voor het klimaatadaptief maken van particulier terrein. Op de website van het hoogheemraadschap kunt u meer lezen over de actuele (subsidie)regelingen die er zijn3. 2 Voor meer informatie zie www.operatiesteenbreek.nl 3 Website hoogheemraadschap www.hhdelfland.nl/inwoner/klimaat-en-water/subsidie-klimaatadaptatie
24
Er is een initiatief voor het vergroenen van schoolpleinen, waarvoor ook een subsidieregeling beschikbaar is4. In de afgelopen jaren heeft het hoogheemraadschap van Delfland in samenwerking met andere gemeenten bij verschillende groenblauwe schoolpleinen bijgedragen aan de aanleg in de regio. Gebruikers ervaren groenblauwe schoolpleinen als zeer positief. In 2020 is het waterlabel voor alle gebouwen in de stad ingevoerd. Op www.waterlabel.net kunnen eigenaren bepaalde kenmerken van hun perceel invoeren, bijvoorbeeld perceeloppervlak, aantal m2 groene tuin, wel of geen regenton, aantal m2 berging en waar het hemelwater naartoe gaat (zoals riool, straat en tuin). Vervolgens krijgt het perceel een label van G (veel afvoer naar omliggend gebied) tot A (nauwelijks afvoer naar omliggend gebied). Ook geeft de website aan welke maatregelen mogelijk zijn om de hemelwateropvang en -verwerking op eigen terrein te verbeteren.
Duurzaam en klimaatbestendig Duurzaamheid gaat verder dan alleen bestendigheid tegen extreme regenbuien: ook schonere energie en een groenere leefomgeving zijn nodig voor een toekomstbestendige leefomgeving. De gemeente is dan ook trots op lokale initiatieven die worden ondernomen om de leefomgeving te vergroenen. Een goed voorbeeld hiervan is de Groene Mient: het eerste energieneutrale bouwproject van Den Haag met infiltratie van regenwater via wadi’s in de bodem, zie figuur 3.4.
Figuur 3.4 Impressie van de Groene Mient in de Vruchtenbuurt Vanwege de gemeentelijke ambitie om te verduurzamen, is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om het rioolprogramma te verduurzamen. Bij riool vervangingsprojecten is duurzaamheid van de uitvoeringsmethode als gunningscriterium gebruikt, om de inschrijvers te simuleren om het project zo duurzaam mogelijk uit te voeren. Dit heeft geresulteerd dat de milieubelasting van deze projecten met circa 4% afgenomen is.
4 Voor meer informatie zie www.groenblauweschoolpleinen.nl
25
3.3 Grondwater Grondwatermeetnet en grondwatermodel Om een beeld te hebben van het verloop van de grondwaterstanden wordt een meetnet van grondwaterpeilbuizen onderhouden met circa 560 meetpunten waarvan er 50 continu worden gemonitord. Alle meetpunten zijn geregistreerd bij de BRO (Basis Registratie Ondergrond). Al jaren maken we gebruik van één van de meest geavanceerde grondwatermodellen van Nederland dat op basis van het meetnet is gekalibreerd, dit model is in de afgelopen periode steeds verder verfijnd. Met het grondwatermodel zijn diverse effecten van ingrepen in het grondwatersysteem inzichtelijk gemaakt.
Aandachtsgebieden voor grondwater vastgesteld Er is onderzoek gedaan naar gebieden waar de grondwaterstand relatief dichtbij het maaiveld komt. Voor deze aandachtgebieden is berekend dat de gemiddelde ontwateringsdiepte in 2050 in een natte periode op minder dan een meter onder het maaiveld komt. Hierin zijn zeespiegelstijging, meer winterneerslag en het stoppen van de DSM-onttrekking meegenomen. In deze gebieden is de grondwatersituatie intensiever bemeten en is nader onderzoek gedaan in geval van meldingen van grondwateroverlast. Als gevolg hiervan is bij rioolvervangingsprojecten in Transvaal vanwege de toekomstig te verwachte grondwaterstanden over circa 3 kilometer een drainage mee gelegd. Daarnaast zijn in de afgelopen periode in het kader van de klimaatstresstest voor droogte nu ook gebieden onderkend die juist gevoelig zijn voor grondwaterstandsdalingen.
Een nieuw informatiepunt voor kelders Mede naar aanleiding van de natte winterperiode 2017-2018 is de discussie over verantwoordelijkheden bij instromend water in kelders weer opgelaaid. Dit heeft geleid tot het instellen van een externe adviesgroep. Deze adviesgroep heeft de gemeente geïnformeerd over de wijze waarop met het probleem grondwater en kelders kan worden omgegaan. Op basis hiervan is een nieuw informatiepunt5 opgezet om eigenaren te helpen om de juiste stappen te zetten om overlast door lekkages te verhelpen. De adviesgroep heeft inmiddels haar werkzaamheden afgerond en haar taken zijn overgegaan naar de beherende afdeling.
5
Zie www.hulpbijgrondwaterdenhaag.nl
26
Aanleg Urban Waterbuffer Om de stedelijke watervoorziening innovatief te verduurzamen en de stad leefbaar te houden werkt de gemeente van 2018 tot 2022 mee in het Interreg project Nature Smart Cities6. Middels een pilot project wordt de stad meer water robuust en klimaatbestendig gemaakt. Daarnaast wordt samen met externe partners zoals het hoogheemraadschap en het drinkwaterbedrijf kennis opgebouwd over het waarborgen van de zoetwatervoorraad op lange termijn. Met de EU-subsidie wordt in 2020 in de wijk Laak een zogenaamde Urban Waterbuffer (UWB) aangelegd, gekoppeld aan de herinrichting van het wijkpark Cromvliet7. De UWB vangt regen- en oppervlaktewater lokaal op. Hiermee vermindert het risico op wateroverlast door heftige buien, zuivert het water en wordt het opgeslagen in de diepere ondergrond. In tijden van hitte en droogte is dan lokaal zoet grondwater weer beschikbaar voor de kinderboerderij en moestuin, om de planten en bomen van water te voorzien. Door in hete perioden planten meer water te geven zorgen ze extra voor verkoeling en een prettige leefomgeving.
6
Zie www.naturesmartcities.eu
7
Zie ook www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/natuur-en-milieu/duurzaamheid/wate rbuffer-in-cromvlietpark
27
3.4 Oppervlaktewater Wateropgaven in samenhang met (ruimtelijke) opgaven opgepakt Het Hoogheemraadschap van Delfland toetst de watersystemen met behulp van watersysteemanalyses aan de normen voor wateroverlast. Hierbij zijn inundaties (water vanuit de watergangen loopt het maaiveld op) als gevolg van extreme neerslag in relatie tot het grondgebruik in beeld gebracht. Gecombineerd met gebiedskennis zijn daarna knelpunten per watersysteem benoemd. Uit de watersysteemanalyse8 van 2018 voor de boezem volgen voor Den Haag geen overlastknelpunten die grote verbeteringen vereisen. Het boezemsysteem in Den Haag voldoet vrijwel overal aan de normering, ook bij het klimaatscenario voor 2085. Uit oogpunt van goed beheer worden regelmatig oude duikers, beschoeiingen, bruggen en kademuren vervangen. Het Meerjarenprogramma Kunstwerken bevat de planning en kosten voor de grotere kunstwerken. Bij deze projecten zijn het goed functioneren van het watersysteem, klimaatbestendigheid, natuur-/diervriendelijkheid en de gebruikswaarde belangrijke aandachtspunten. Beschoeiingen worden zelfs niet altijd meer vervangen, zeker in parken is er ruimte om de oevers zich op natuurlijke wijze te laten ontwikkelen.
Nota- en Actieprogramma Binnenwater Naast de hoofdfunctie van het water als berging- en afvoersysteem en de ecologische waarde van het water, zijn zichtbaarheid en bereikbaarheid van het water belangrijke thema’s. Daarvoor is een apart plan opgesteld, de Nota Binnenwater (RIS 246304), met een bijbehorend actieprogramma (RIS 297093) met als doel het recreatief en commercieel gebruik van het water te bevorderen. Vanuit dit programma is de afgelopen jaren gewerkt aan een kano- en vaarnetwerk door de grachten van de stad. Hiervoor is de dr. Kuijperdam doorvaarbaar gemaakt, zijn uitstapplekken en passantenplekken gerealiseerd en is een waterkaart beschikbaar gesteld. Ook is de verbinding met het Westland via Rijnerwatering gerealiseerd. Het aanspreken en handhaven op achterstallig onderhoud aan woon- en recreatieschepen, ongewenst kadegebruik, illegale bewoning op recreatieschepen en wrakken is de afgelopen jaren opgepakt.
Intensivering van dagelijks onderhoud t.b.v. Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water moet er toe leiden dat ons water schoon en ecologisch gezond wordt. Na een periode waarin vanuit de ruimtelijke ontwikkeling veel extra ruimte is geboden aan de inrichting van water met natuurvriendelijke oevers, is de nadruk nu verschoven naar meer en meer ecologisch beheer. In de praktijk heeft dit geleid tot een intensivering van het dagelijks beheer en onderhoud. Naast schoonmaakploegen om zwerfvuil te verwijderen zijn er ook ploegen in het groeiseizoen dagelijks bezig om preventief kroosgroei te verwijderen. Hiermee wordt explosieve kroosgroei voorkomen, zodat de belevingswaarde én de ecologische waarde van het water wordt vergroot.
8 Watersysteemanalyse Boezem, Hoogheemraadschap van Delfland, 3 oktober 2018
28
Baggeren en verwijderen begroeiing uit watergangen Het baggerwerk wordt volgens een 8-jarencyclus uitgevoerd en heeft door de PFAS-discussie in de planperiode enige vertraging opgelopen. Dit moet in de komende planperiode worden ingelopen. Aandachtspunt is dat het standaard baggerwerk voor de belevingswaarde en de ecologische waarde van het water soms te beperkt is. Met Delfland vindt daarom overleg plaats om in de toekomst gerichter op een aantal facetten in te spelen bij baggerwerkzaamheden. Naast het dagelijks beheer worden de jaarlijkse schouwwerkzaamheden en periodiek baggerwerk uitgevoerd. Bij de schouwwerkzaamheden in de periode september-oktober worden alle watergangen ontdaan van begroeiing die de doorstroming kan verhinderen (de watergangen worden ‘gemaaid’). Omdat de ervaring was dat er soms toch problemen ontstonden met overdadige plantengroei in de zomer, wordt met ingang van 2020 ook (zeer beperkt en onder strikte voorwaarden vanuit ecologisch belang) onderhoud gepleegd in de maand juni.
Klimaatbestendiger watersysteem Bij het vervangen van oude bruggen wordt waar mogelijk meer ruimte geboden aan water ter verbetering van de doorstroming in ons grachtenstelsel. De afgelopen jaren is bijvoorbeeld de doorgang onder de Spuibrug verbreed, de bocht bij het Scheveningseveer is verruimd en de voormalige dr. Kuijperdam is nu een open en bevaarbare doorgang geworden. Een ander mooi voorbeeld van het klimaatbestendig maken van de leefomgeving is de inrichting van het Molenvlietpark in het kader van het project Rotterdamsebaan. Voor het project is een groen en waterrijk plan ontwikkeld met bewoners en belanghebbenden waarbij watervoorzieningen in het park zijn gekoppeld met een calamiteitenberging aan de rand van de stad9.
Figuur 3.5 Inlaatwerk calamiteitenberging Molenvlietpark
9
Zie www.denhaag.nl/in-de-stad/verkeer-en-vervoer/werkzaamheden-rotterdamsebaan/molenvlietpark
29
3.5 Communicatie Waterbewustzijn bij iedereen is belangrijk. Niet alleen om draagvlak voor maatregelen en begrip voor sommige problemen te creëren, maar vooral ook om mensen zich bewust te maken van de mogelijkheden van water. Mogelijkheden om ervan te genieten en mogelijkheden om zichzelf in te spannen voor verbeteringen. Bewustwording begint al jong en daarom zijn speciale rioollessen verzorgd op basisscholen. Middelbare scholen zijn bezocht bij klimaatlessen voor het spelen van ‘serious games’ en binnen het onderwijsproject ‘Aquamarijn Blauw’ om het belang van een goede waterkwaliteit te bespreken. Met het Maerlant Lyceum zijn met een aantal klassen ontwerpen gemaakt voor een groen/blauw schoolplein. Regelmatig kreeg het water en wat de gemeente daarvoor doet aandacht op social media en voor wie het water wil ontdekken is een vaarkaart gemaakt, waarmee zelfs kanovaarders zich via een genummerd routenetwerk door Den Haag kunnen verplaatsen.
3.6 Samenwerking en kennisontwikkeling Bij de gemeente wordt samengewerkt aan het vergroten van de kennis en het oplossen van de vraagstukken samenhangend met een duurzame, water robuuste en klimaatbestendige stad.
Samenwerken in de Afvalwaterketen Vanuit het Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) werken we met 15 regionale partners aan onderzoek en kennisontwikkeling: • gemeenten: Delft, Den Haag, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Westland, Zoetermeer, •
hoogheemraadschap van Delfland en
•
drinkwaterbedrijven: Dunea en Evides
De Bestuurlijke overeenkomst Netwerk Waterketen Delfland is in 2020 geactualiseerd. De samenwerking wordt voortgezet gericht op de volgende doelen: verlaging van kosten, verbeteren van kwaliteit, versterken van klimaatbestendigheid en verminderen van (personele) kwetsbaarheid. Met verschillende partners uit het samenwerkingsverband worden diverse projecten geïnitieerd en begeleid.
30
Projectmatige samenwerking Projectmatige samenwerking vindt plaats met interne en externe partners voor de gebieden Binckhorst en Erasmusveld. Voor Erasmusveld is in de ontwerpfase een onderzoek gedaan naar de klimaatbestendigheid van het gebied. In overleg met de betrokken partijen heeft dit geleid tot een klimaatbestendiger ontwerp.
Samenwerking met kennisinstellingen Nieuwe uitdagingen vragen ook nieuwe samenwerkingsverbanden. De gemeente draagt net als de andere G4-gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en Utrecht) zowel financieel als inhoudelijk bij aan het kennisprogramma Urban Drainage van de TU Delft en gaan dit de komende vijf jaar met dezelfde financiële en inhoudelijke inspanning voortzetten. Dit programma is ontwikkeld om met kennisontwikkeling verdere besparingen te realiseren en om meer gekwalificeerde mensen op te leiden en te komen tot vernieuwende oplossingen en methoden. Aanvullende kennis over afvalwatersystemen is nodig om het resultaat in plaats van de inspanning centraal te kunnen stellen. Het onderzoeksprogramma voorziet vooralsnog in vier thema’s: rioolvervanging, operationeel beheer, dynamisch functioneren van de afvalwaterketen en de waterketen van de toekomst. Verder vindt kennisdeling en ontwikkeling plaats via landelijke netwerken waaronder stichting Rioned.
Europees subsidieproject In Europees verband nemen we deel aan het Interreg project Nature Smart Cities samen met Dunea en het hoogheemraadschap (zie paragraaf 2.3.2) alsmede aan het project LIFE Climate Action 2020.
31
4
Relaties met de omgeving en ontwikkelingen; Wat komt er op ons af?
Den Haag ondergaat de komende jaren een flinke transitie. Het rioleringsplan draag hieraan bij voor leefbaarheid en water robuustheid.
32
In dit hoofdstuk worden de relaties met de omgeving en de ontwikkelingen die van invloed zijn op dit plan beschreven.
4.1 Relatie tot wegonderhoud en -vervanging De samenhang tussen riolering en wegonderhoud is groot. Bij het vervangen van de riolering gaat de straat van band tot band en soms van gevel tot gevel open. Het rioolvervangingsprogramma wordt daarom afgestemd met het wegvervangingsprogramma en herinrichtingen. Kostenbesparing door gelijktijdige uitvoering van werkzaamheden en beperking van overlast voor de omgeving vormen daarbij belangrijke aandachtspunten. De voorkeur gaat uit naar projecten waarbij zowel de staat van de riolering als de staat van de verharding aanleiding is voor vervanging. Vaak is er sprake van enig verschil waarbij vooral de restlevensduur van de verharding en de riolering in de beschouwing wordt genomen. De afweging die daarbij steeds moet worden gemaakt is of en hoelang noodzakelijke rioolvervanging kan worden uitgesteld zodat zij kunnen samenvallen met werkzaamheden aan de bovenliggende weg (werk met werk maken).
4.2 Relatie tot groen Er zijn op meer aspecten raakvlakken tussen riolering, water en groen. Een primaire notie bij het klimaatbestendiger maken van de stad door het afkoppelen van verharde oppervlakken is het ontstenen en bij voorkeur vergroenen. Hier ligt een duidelijk raakvlak met doelstellingen binnen de Nota Stadsnatuur (2020) en andere groenbeleids- en -beheerplannen die streven naar meer groen en meer robuuste groenstructuren in de stad om het leefklimaat voor mens en dier te verbeteren. Verder vormt de aanwezigheid van bomen een uitdaging voor het vervangen van de riolering. Omgekeerd stelt de aanwezigheid van riolering randvoorwaarden aan te planten bomen. Tenslotte levert de aanwezigheid van bomen langs watergangen een extra uitdaging voor het onderhoud omdat bladval een versterking van de baggeraanwas kan betekenen. Afstemming tussen keuze van boomsoort en afstand tot het water is nodig.
33
4.3 Relatie tot kabels en leidingen We zijn de afgelopen decennia geconfronteerd met een toenemende drukte in de ondergrond. Dit raakt het riool sterk, omdat het in de regel het diepst ligt en de afmetingen relatief groot zijn. We moeten oppassen dat het riool niet onbereikbaar wordt onder tal van andere zaken. We zien een uitdaging bij de aanleg van nieuwe netwerken zoals wellicht noodzakelijk voor de energietransitie. Er zal een goede afstemming nodig blijven met programma’s van andere partijen, zoals met name het vervangen van waterleidingen door Dunea en gasleidingen door Stedin.
4.4 Relatie tot bodem en ondergrond De verdichting en vergroening van de stad is niet alleen bovengronds zichtbaar maar heeft ook gevolgen voor de ondergrond. De aanwezige riolering in de ondergrond geeft randvoorwaarden voor de aanwezige en nieuw te planten bomen. Dubbel ruimtegebruik is wenselijk maar stelt wel de nodige voorwaarden. Een goede en tijdige afweging van de belangen is nodig om de verschillende ondergrondse ruimtegebruikers een plek te geven.
4.5 Ruimtelijke ontwikkelingen De stad Den Haag ondergaat de komende jaren een flinke transitie: de bevolking groeit en de bedrijvigheid neemt toe. De gemeente Den Haag zet bij ontwikkelingen in op een verbetering van de leefomgeving, zodat de stad (ook in de toekomst) een steeds prettiger woon en verblijfplaats kan bieden. De gemeente doet dit door het toekomstig ruimtebeslag in beeld te brengen en randvoorwaarden te stellen bij nieuwbouw en herstructurering. De stad is continu in ontwikkeling. Het Central Innovation District (CID) is daarvan een sprekend voorbeeld. In dit economische hart werken 90.000 mensen. De komende twintig jaar komt een enorme hoeveelheid aan investeringen in dit gebied samen. Er komen onder andere 25.000 woningen bij voor 50.000 nieuwe inwoners, in onder andere het CID, de Binckhorst, Den Haag Zuid West en Kijkduin. Het is van belang ruimtelijke ontwikkelingen die in de stad plaats vinden goed te volgen. Water- en rioolgerelateerde beleidsuitgangspunten vanuit dit plan kunnen op deze manier worden ingebracht en synergievoordelen komen zo goed in beeld. De gemeente en het hoogheemraadschap plaatsen hun riool- en watertaken daarom op een proactieve manier in een breder perspectief door tijdig te anticiperen op ruimtelijke ontwikkelingen.
34
4.6 Duurzame en leefbare stad Energieneutraal in 2030 Binnen het thema schone energie in de nota duurzaamheid hebben collectieve warmteoplossingen op lage temperatuur, zoals aquathermie, individuele oplossingen zoals warmte- en koudeopslag systeem en collectieve oplossingen op ‘midden’ (50°C) en ‘hoge’ temperatuur (70°C - 100°C) zoals stadsverwarming raakvlakken met dit beleidsplan. Aan de ene kant kan er warmte uit de riolering en het water worden gewonnen. Aan de andere kant kan de toenemende vraag naar ruimte in de ondergrond door warmtenetwerken leiden tot een nog grotere druk op de toch al schaarse ruimte in de ondergrond.
Water robuust en klimaatbestendig in 2050 De gemeente streeft naar een klimaatbestendige inrichting van de stad voor 2050 gekoppeld aan de weersextremen neerslag, hitte en droogte. • Voor het thema extreme neerslag staan het zoveel mogelijk voorkomen van schade aan gebouwen, het beschermen van vitale infrastructuur en het toegankelijk blijven van hulpdiensten centraal. • Voor het thema hitte staat verkleining van de gezondheidsimpact op kwetsbare groepen, het hittebestendiger maken van gebouwen en de openbare ruimte centraal. • Voor het thema droogte streeft de gemeente naar maximale sponswerking in de stad (via groen en bodembuffers) en het voorkomen van onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur en natuurwaarden in de stad. Omdat de stadsbrede strategie klimaatadaptatie en bijbehorend actieprogramma een breder karakter heeft dan de reikwijdte van dit plan zal deze daarom separaat worden behandeld en vastgesteld. In dit plan zijn vooral de water- en rioolgerelateerde aspecten vanuit de strategie meegenomen. Onderdeel van de strategie is het document ‘Haagse ambities en eisen klimaatadaptatie’. Hierin zijn de eisen en ambities voor de drie belangrijkste thema’s, extreme neerslag, hitte en droogte uitgewerkt.
35
5
Visie en doelen Den Haag water robuust; Waar willen we naartoe?
Samen met alle partners werkt de gemeente aan water robuuste en klimaatbestendige voorzieningen voor afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater.
36
In dit hoofdstuk worden de visie en doelen voor de komende planperiode beschreven. Bij het beschrijven van de visie en doelen hebben we onderscheid gemaakt naar een algemene overkoepelende visie en bijbehorende doelen en een visie en doelen voor de vier onderwerpen die de rode draad vormen in dit plan: afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.
5.1 Overkoepelende visie en doelen Visie De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor de zorgplichten zoals omschreven in de Wet milieubeheer en de Waterwet en zorgt voor een continue verbetering. Zij doet dit met betrokken en kundige mensen, samen met de inwoners en ondernemers, andere overheden en belanghebbenden en altijd redenerend vanuit het algemeen belang binnen de complexiteit van de stad. De zorg voor het rioolstelsel en het grond- en oppervlaktewater vindt plaats op basis van maatschappelijk aanvaardbare kosten.
Doelen • Maatschappelijk verantwoord omgaan met de voorzieningen voor afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater. • Doelmatig beheer en goed gebruik van het rioolstelsel, drainagevoorzieningen en het oppervlaktewater. Het verminderen van de negatieve footprint voor het milieu is hierbij een continu aandachtspunt. • Streven naar duurzaam materiaal- en energiegebruik en aanleg van duurzame systemen. •
•
Maatschappelijk verantwoord omgaan met gemeenschapsgeld. •
Rechtvaardige verdeling van de kosten over de gebruikers.
•
Voortdurend zoeken naar een balans tussen kosten, risico’s en prestaties (assetmanagement).
Actieve communicatie. • We streven naar actieve communicatie over de watertaken gericht op bewustwording, het goed omgaan met het rioolstelsel, weet hebben van het mooie water in onze stad, het bieden van handelingsperspectieven bij klimaatadaptatie en het verhogen van het bewustzijn voor eigen verantwoordelijkheden.
37
5.2 Afvalwater Visie De gemeente werkt aan een gezonde, leefbare en duurzame stad door in te zetten op een goed functionerend en robuust rioolsysteem dat kan meebewegen met de ontwikkelingen van de toekomst. Samen met het hoogheemraadschap van Delfland streeft de gemeente naar het optimaal inzamelen en transporteren van de hoeveelheid te zuiveren afvalwater en het optimaal gebruik van afvalwater vanuit het perspectief van circulariteit: hergebruik van water, nutriënten en warmte. Zo veel als mogelijk worden stromen van vuil en schoon water gescheiden (gehouden) en worden water en grondstoffen hergebruikt.
Doelen •
Zorg dragen voor de inzameling en het transport van afvalwater • Waarborgen van het goed functioneren van het rioolstelsel, de gemalen en daarmee het transport van het afvalwater. • Voorkomen van overlast (anders dan hemelwateroverlast) voor de gemeenschap, zoals stank en ingezakte wegdelen. • Verbeteren van het milieu hygiënisch functioneren van het rioolstelsel (verminderen van de hoeveelheid overstortend rioolwater c.q. het voorkomen van de negatieve impact van overstortingen op de ecologische waterkwaliteit). •
Voorkomen van rioolvreemd water.
•
Voorkomen van achterstanden door tijdige en planmatige vervanging.
•
Levensduurverlenging en verbetering door gericht assetmanagement.
38
5.3 Hemelwater Visie De gemeente draagt bij aan een veilige en klimaatbestendige stad door op een zorgvuldige manier om te gaan met het hemelwater dat valt op de verharde delen van onze stad. De gemeente zet in op een afname van het op de riolering aangesloten verhard oppervlak. Waar mogelijk door verharde oppervlakken te ontstenen en te vergroenen. Regenwater van verhardingen wordt zoveel mogelijk direct of anders via voorzieningen naar de bodem geleid, zodat het vertraagd kan afstromen en in de bodem kan worden gebufferd. Uiteindelijk vindt het zijn weg en voert het af naar oppervlaktewater. Inwoners, ondernemers en overige belanghebbenden worden gestimuleerd om hemelwater zoveel mogelijk op en onder het eigen terrein vast te houden.
Doelen •
Zorg dragen voor de verwerking van hemelwater als gevolg van neerslag in het stedelijk gebied. • Voorkomen van economische schade door hemelwateroverlast in woningen en bedrijfspanden door instroming vanuit de openbare ruimte. •
Voor de afvoer van hemelwater worden de volgende tritsen gehanteerd:
•
schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit)
•
vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit).
• Bij de inpassing van hemelwatervoorzieningen en aanpassing aan het oppervlaktewater in ruimtelijke plannen houden we rekening met klimaatverandering. •
Inzet van schoon regenwater ten behoeve van waterkwaliteitsverbetering.
• Voorkomen van wateroverlast door een veranderend klimaat en een klimaatadaptieve verwerking van hemelwater •
Inzicht in wateroverlastgevoelige gebieden en kwetsbare objecten.
• Voor de afvoer van hemelwater wordt gebruik gemaakt van de sponswerking van de stad, zowel in de openbare ruimte als op particulier terrein. • Lokale verwerking van hemelwater door particulieren wordt gestimuleerd via afkoppelen en ontstenen (voorbeeld vergroenen van schoolpleinen).
39
5.4 Grondwater Visie De gemeente is verantwoordelijk, juist bij een veranderend klimaat, voor het onderzoek en de controle of de grondwaterstand structureel negatieve gevolgen heeft voor de gebruiksfunctie en de aan de grond gegeven bestemming. De gemeente draagt dan zorg om, voor zover doelmatig, maatregelen te treffen in de openbare ruimte die de gevolgen voorkomt of - als dat niet lukt - beperkt. De gemeente doet dit samen met het Hoogheemraadschap van Delfland en perceeleigenaren die allen een eigen verantwoordelijkheid hebben.
Doelen •
•
Inzicht hebben in en delen van actuele grondwaterstanden en -trends in de gemeente. •
Monitoren van het grondwaterregime.
•
Modelmatige onderzoeken.
•
De rol van regisseur vervullen bij grondwaterproblemen.
Nemen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen (mits doelmatig en noodzakelijk). • Voorkomen van te hoge grondwaterstanden met schade voor aan de grond gegeven bestemmingen in een gebied tot gevolg, bij het vervangen van (lekke) riolering. • Het duidelijk houden van verantwoordelijkheden en het helpen van eigenaren bij het nemen van de eigen verantwoordelijkheid.
•
Volgen van de klimaatontwikkelingen voor te lage én te hoge grondwaterstanden. • Indien doelmatig ingrijpen om structureel nadelige gevolgen, voor de aan de grond gegeven bestemming van een gebied, ook voor de verdere toekomst te voorkomen. • Verantwoordelijke partijen in staat stellen hun verantwoordelijkheid op te pakken en tijdig te zorgen voor maatregelen om hun bezit aan te passen aan het veranderend klimaat.
40
5.5 Oppervlaktewater Visie Het oppervlaktewater bestaande uit het water in de grachten, kanalen en sloten is een belangrijke schakel voor het veilig- en drooghouden van de stad. Het oppervlaktewater draagt bij aan een klimaatbestendige, schone en gezonde leefomgeving voor de mensen in de stad, maar natuurlijk ook voor planten en dieren! Het oppervlaktewater heeft een grote (recreatieve) gebruikswaarde en levert een belangrijke bijdrage aan de algehele belevingswaarde en biodiversiteit van de stad. Door water zichtbaarder te maken in de stad en zorg te dragen voor een goede waterkwaliteit wordt waterbewustwording vergroot en de belevingswaarde verhoogd. Specifiek voor de Haagse grachten streeft de gemeente naar een samenhangende inrichting van de gehele grachtenring. Deze is gericht op het beter zichtbaar en aantrekkelijker maken van het water.