RIS306611 Rekenkameronderzoek Onderwijs- en Cultuurcomplex - volledige rapportage
Tekst van het document
RIS251902 Uitvoeringsbesluit beheersregels Grondexploitaties 2012, gemeente Den Haag, 11 september 2012, art 3.1.2, derde lid. 141
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 14.
82
raadsbesluit, waarin opgenomen is dat ze worden betaald uit de vrijvallende kapitaallasten over de jaren 2017 en 2018.142 Door het niet opnemen van deze kosten als onderdeel van het totaalbedrag voor de ontwikkeling van het Spuikwartier, presenteerde het college de kosten voor deze ontwikkeling lager dan ze in werkelijkheid waren. Bevinding 5
De kosten voor de afwaardering van de oude theaters (€ 1,1 mln.) heeft het
college buiten de grondexploitatie gehouden en onterecht niet opgenomen in het kostenoverzicht van de gebiedsontwikkeling in het raadsvoorstel. Hierdoor presenteerde het college de gebiedsontwikkeling Spuikwartier goedkoper dan het in werkelijkheid was.
Toelichting De oude theaters zijn met een inbrengwaarde van € 0 in de Grondexploitatie Spuikwartier opgenomen. 143 Dit is mogelijk gemaakt door in de begroting van OCW de theaters versneld af te waarderen, voorafgaand aan de inbreng van de theaters in de grondexploitatie. De theaters hadden een boekwaarde van € 1.109.000 per 1 januari 2016. Deze waarde is ten behoeve van de inbreng in de grondexploitatie tot € 0 afgewaardeerd. De afwaardering is gedekt door € 1,1 mln. uit de Reserve Grote Projecten te onttrekken.144 Deze kosten, gemaakt ten behoeve van de planontwikkeling, gaf het college niet weer in het overzicht van de benodigde investering voor de ontwikkeling van het OCC zoals opgenomen in het raadsvoorstel ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’. Bevinding 6
Bij de besluitvorming over het raadsvoorstel ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag
gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ heeft het college de gemeenteraad niet geïnformeerd over het feit dat uit de grondexploitatie een deel van de opdracht voor de toekomstige bouwer zou worden bekostigd, ter hoogte van € 8,4 mln. Een belangrijk deel van dit bedrag was tevens niet opgenomen in het overzicht van kosten in de, vertrouwelijk aan de raad gegeven, grondexploitatie.
Toelichting Buiten het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde krediet voor realisatie van het OCC (€ 177,4 mln. 145) werd € 8,4 mln. vanuit de grondexploitatie aan de aanneemsom
142
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, dictum punt VIII. 143
Beantwoording schriftelijke vragen rekenkamer door gemeentelijke organisatie, 2 juni 2018.
144
Beantwoording vragen rekenkamer door gemeente d.d. 5 april 2018: ‘De afwaardering van de panden van de boekwaarde van € 1,1 mln. tot 0 euro was reeds voorzien en gedekt in de vastgestelde gemeentebegroting (dekking beschikbaar binnen de reserve activafinanciering). Vanwege de sloop in 2015 is deze afboeking versneld en voorgefinancierd uit de Reserve Grote Projecten (onderdeel Spuikwartier). Gelijktijdig is er meerjarig evenveel ruimte beschikbaar gekomen in de reserve activafinanciering. Dit wordt weer toegevoegd aan de Reserve Grote Projecten (onderdeel Spuikwartier).’ 145
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, dictum punt IV: Het college een onrendabel investeringskrediet te verstrekken voor de realisatie van het onderwijs- en cultuurcomplex ter hoogte van €177,4 mln’. Dit is de som van het de post 'bouwkosten OCC' uit het raadsvoorstel van € 176,6 mln. en de 'extra fietsparkeerplekken' van € 0,8 mln.
83
toegevoegd (zie ook paragraaf 5, Bevinding 9). Naast de opdracht voor de realisatie van het ‘cultuurgebouw’ bevat de opdracht aan de aannemer het realiseren van fietsparkeerplekken, de verbouw van de parkeergarage onder het OCC, de aanpassing van de toeritten (‘spaghetti’) naar de parkeergarage en het realiseren van 1250m2 commerciële ruimten in het OCC. Deze deelopdrachten maken onderdeel uit van de totale realisatie van het Onderwijs- en Cultuurcomplex conform het raadsbesluit uit 2014 (zie paragraaf 5, Bevinding 9), maar worden betaald uit de grondexploitatie, voor een bedrag van € 8,4 mln.146 De gemeenteraad is hierover in het raadsvoorstel ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ niet geïnformeerd.
Grondexploitatie Spuikwartier 2014 Ook in de grondexploitatie Spuikwartier 2014 zelf werd niet aangegeven dat hieruit een deel van de kosten voor realisatie van het OCC zou worden betaald.147 Daarnaast was het overzicht van kosten in de grondexploitatie niet volledig. In het overzicht van kosten is een deel van de kostenposten opgenomen, één bedrag is echter niet zichtbaar in dit overzicht148 In de toelichting bij het overzicht van opbrengsten149 in dezelfde grondexploitatie werd wel het saldo van de kosten en opbrengsten voor dit onderdeel weergegeven, waarmee niet duidelijk werd wat de hoogte van de kosten was. 150 In de herziening van de grondexploitatie van 2016 is deze specifieke kostenpost wél inzichtelijk gemaakt in het overzicht van kosten. In het overzicht van opbrengsten in deze grondexploitatie werd niet meer het saldo getoond, maar de opbrengst. In deze grondexploitatie wordt tevens aangegeven dat het budget voor deze onderdelen van de opdracht inderdaad vanuit de grondexploitatie aan het bouwbudget worden toegevoegd. Interne documenten van de gemeente bevestigen dat dit ook in 2014, ten tijde van de besluitvorming over het Onderwijs- en Cultuurcomplex, al het geval was.
146
Bronnen: Basisovereenkomst gebiedsontwikkeling Spuikwartier, ondertekeningsgerede versie, getekend 30 september 2015; interviews gemeente Den Haag; Kopie van STIKO_Spuikwartier-12-11-2014_en_fixed price bepaling.xlsx. 147
Herziening grondexploitatie 2014 CE-113 Spuikwartier (voorheen CE-113 Spuiforum)(geheim op grond van artikel 55, lid 1 gemeentewet, Juncto artikel 10 lid 2 sub b WOB). De Grondexploitatie werd als geheime bijlage bij het Raadsvoorstel Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier ter kennisgeving verstrekt: RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 19 overzicht van bijlagen bij het Raadsvoorstel. 148
Herziening grondexploitatie CE-113 Spuikwartier 2014, p. 17, onder ‘bijzondere kosten’ (geheim op grond van artikel 55, lid 1 gemeentewet, Juncto artikel 10 lid 2 sub b WOB). Deze fietsenkelder moet niet verward worden met de extra fietsparkeerplekken die expliciet in het raadsvoorstel zijn opgenomen, voor een bedrag van € 0,8 mln. 149
Herziening grondexploitatie CE-113 Spuikwartier 2014, p. 18, ‘Opbrengsten/uitgifte’ (geheim op grond van artikel 55, lid 1 gemeentewet, Juncto artikel 10 lid 2 sub b WOB). 150
Herziening grondexploitatie Spuikwartier 2016 SBK nummer: CE-113, 2 maart 2016 (geheim op grond van artikel 55, lid 1 gemeentewet, Juncto artikel 10 lid 2 sub b WOB). Op p. 16 is een overzicht van ‘overige kosten’ opgenomen, waaronder de genoemde bouwkosten voor de Spuigarage.
84
Bevinding 7
De opbrengsten uit de verkoop van grond voor woningen in de commerciële
ontwikkeling (de ontwikkeling naast het OCC-gebouw), zoals opgenomen in de grondexploitatie, zijn ruim 2,5 keer lager dan op basis van gemeentelijke uitgangspunten voor het berekenen van grondprijzen verwacht zou mogen worden. De gemeente heeft alleen een eigen beoordeling van de grondwaarde opgesteld en deze niet door een onafhankelijke externe partij laten taxeren.
Toelichting Uitgaande van de grondprijzenbrief151 van de gemeente (welke prijs gerekend wordt voor welk soort gebouw en functie) zou een hogere opbrengst gerealiseerd moeten worden bij de verkoop van grond voor de appartementen in de commerciële ontwikkeling dan wat in de grondexploitatie als baat is opgenomen. De prijs die de gemeente ontvangt per vierkante meter vloeroppervlak bij de appartementen zou op basis van de grondprijzenbrief € 528 per vierkante meter voor koopappartementen en € 429 per vierkante meter voor markthuurappartementen moeten zijn (beiden ex. btw).152 Uitgaande van het aantal vierkante meters woningen zoals opgenomen in de grondexploitatie, zou dit voor de appartementen (bij een gemiddelde grondprijs van € 479 per vierkante meter153) een opbrengst van totaal € 16,2 mln. betekenen. Dit is ongeveer 2,5 maal de grondopbrengst die in de grondexploitatie is opgenomen voor de appartementen.154 Dit bedrag betreft overigens een deel van de totale geraamde grondopbrengst voor de commerciële ontwikkeling. De grondprijzenbrief geeft onvoldoende concrete informatie om de grondprijzen van de overige programmadelen (hotel, detailhandel horeca) te controleren. Volgens een nadere toelichting door de gemeente is de grondprijzenbrief indicatief en dient er voor een overeenkomst met betrekking tot verkoop van grond een taxatie te worden gedaan.
De gemeente heeft deze taxatie niet aan de rekenkamer overhandigd, ondanks herhaald verzoek hierom (zie ook Bevinding 43 waar wordt geconstateerd dat ook de daadwerkelijke prijs die met de ontwikkelaar is overeengekomen, niet aansluit op de
151
Grondprijzenbrief 2015, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Afdeling Grondzaken, maart 2015.
152
Grondprijzenbrief 2015, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Afdeling Grondzaken, maart 2015, p. 16; OCC_BvEVSB_150701_H2_Grondopbrengst (onderdeel bieding BvE in het kader van de aanbesteding gebiedsontwikkeling Spuikwartier), p. 2. Uitgangspunten voor deze raming zijn 33.900 vierkante meter programma wonen (conform de grondexploitatie). Bij die berekening voor de grondprijs per m2 zijn de opbrengstwaarden voor appartementen aangehouden die Boele en Van Eesteren hanteert in zijn grondwaardeberekening in het kader van de aanbesteding Spuikwartier. De raming van de investeringswaarde van huur appartementen is een afgeleide daarvan, in navolging van de berekeningsmethode uit de grondprijzenbrief 2015, p. 16. Dit leidt tot grondquotes van 24,1% (koop) en 20,7% (huur) die zijn toegepast op de opbrengstwaarde om de prijs per m2 bvo te berekenen. De berekening leidt tot een opbrengst per m2 bvo van € 528 voor de koopappartementen en € 429 voor de huurappartementen. 153
Voor de berekening is daarvan het gemiddelde (a+b/2) genomen.
154
Herziening grondexploitatie 2014 CE-113 Spuikwartier (voorheen CE-113 Spuiforum)(geheim op grond van artikel 55, lid 1 gemeentewet, Juncto artikel 10 lid 2 sub b WOB), p. 18.’Grondopbrengsten huurappartementen (€6,5 mln.). Voor 33.900 m2 bvo met een gemiddelde grondprijs van circa € 190 per m2 bvo.
85
uitgangspunten uit de grondprijzenbrief). 155 De gemeente heeft wel een aantal eigen beoordelingen van de grondwaarde overhandigd aan de rekenkamer.156 Bij Bevinding 43 wordt nader ingegaan op de grondprijs die de ontwikkelaar van de commerciële ontwikkeling uiteindelijk daadwerkelijk heeft betaald.
155
Naar aanleiding van een vraag om onderbouwing op dit onderwerp is door de gemeente aangegeven dat er een grondtaxatie moet zijn en dat de grondprijzenbrief alleen maar indicatief is (bron: interview gemeente Den Haag d.d 10 juli 2018). De rekenkamer heeft herhaaldelijk, maar tevergeefs verzocht deze taxatie te mogen ontvangen. De gemeente maakt voor de waardering van grondprijzen gebruik van interne beoordelaars. 156
Spuikwartier, Voorlopige beoordeling Bieding Heijmans, 9 december 2015 (vertrouwelijk); Beoordeling Bieding Spuikwartier, woningen en commercieel programma, afdeling Grondzaken gemeente Den Haag, 26 september 2017 (vertrouwelijk)
86
5. Financiële kaderstelling: Kosten realisatie en ontwikkeling van het onderwijs en cultuurcomplex 5.1 Inleiding In Bevinding 1 is aangegeven dat de werkelijke kosten voor ontwikkeling en realisatie van het Onderwijs- en Cultuurcomplex € 193,6 mln. bedroegen ten tijde van de besluitvorming in november 2014 over het raadsvoorstel ‘Kaders en kredietaanvraag Gebiedsontwikkeling Spuikwartier’. Daarbij hebben we ook aangegeven dat het verschil tussen de in het raadsvoorstel opgenomen kosten voor realisatie van het gebouw (€ 176,6 mln.) en de werkelijke kosten ontstaat door kosten die ofwel niet werden meegenomen in het totaalbedrag ofwel helemaal niet zichtbaar waren voor de gemeenteraad (zie ook Tabel 3). In dit hoofdstuk komen deze niet in het bedrag van € 176,6 mln. meegenomen kosten voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC aan de orde.
5.2 Bevindingen bij kosten voor ontwikkeling en realisatie van het Onderwijsen Cultuurcomplex
Bevinding 8
Een bedrag van € 7,8 mln. is onterecht niet opgenomen in het ter beschikking
gestelde investeringskrediet van € 177,4 mln. Dit bedrag voor een risicoreservering bij het project voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC is in strijd met de financiële regels in de Reserve Grondbedrijf en de Reserve Grote Projecten ondergebracht en niet (als onvoorzien) opgenomen in het budget voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC. Hierdoor werd het OCC goedkoper gepresenteerd dan het in werkelijkheid was. Het toevoegen van deze middelen aan de reserves was in strijd met de verordening beheersregels grondexploitaties. Tijdens de uitvoering zijn tevens mutaties in deze reserves doorgevoerd ten bate van het project OCC, waarmee € 3,5 mln. van de 'risicoreservering' is besteed. Voor een bedrag van € 2,8 mln. is dit besteed aan het afdekken van het toegenomen risicoprofiel op de grondexploitatie Spuikwartier in 2016. Die bestemming is niet in overeenstemming met het doel van de risicoreservering zoals door de raad vastgelegd met het besluit op het raadsvoorstel ‘Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier.
Toelichting Met twee raadsbesluiten (2013 en 2014) is in totaal € 9,1 mln. aan middelen gereserveerd voor afdekking van risico’s in het project Spuiforum/Spuikwartier. Dit bedrag maakt geen onderdeel uit van het ter beschikking gestelde onrendabele investeringskrediet voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC, maar is wel beschikbaar voor onvoorziene kosten. Deels zijn deze middelen ondergebracht in de Reserve Grondbedrijf en deels in de Reserve Grote Projecten. De toevoeging aan de Reserve Grondbedrijf gebeurde in 2013 met het besluit ‘RV91/2013 gewijzigd RV Kredietaanvraag Spuiforum’, met een bedrag van € 5,4 mln.
87
Dit werd bestemd als risicoreservering voor het project Spuiforum. 157 Hiervan was ten tijde van het besluit in 2014 al € 1,3 mln. besteed.158 In 2014 werd met het besluit ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ het restant van de eerste reservering (€ 4,1 mln.) en een nieuwe reservering (€ 3,7 mln.) beschikbaar gesteld als risicoreservering voor de gebiedsontwikkeling Spuikwartier (totaal € 7,8 mln. risicoreservering).159 Het bedrag van € 3,7 mln. werd echter niet samengevoegd aan de eerste reservering binnen de Reserve Grondbedrijf, maar opgenomen in de Reserve Grote Projecten.160 In de toelichting werd aangegeven: ‘Hiermee worden de eventuele risico’s met betrekking tot de aanbesteding en realisatie van het dans- en muziekcentrum, het Zuiderstrandtheater en de fondsenwerving opgevangen’.161 De beide reserves waaraan de 'risicoreserveringen' werden toegevoegd zijn (op basis van de beheersregels en/of het instellingsbesluit) niet bedoeld voor dergelijke reserveringen. Zie daarvoor de toelichting per reserve hieronder. Normaal gesproken wordt alleen binnen het budget voor de ontwikkeling en realisatie een gebouw een post onvoorzien opgenomen. Het reserveren van een ‘extra’ risicoreservering buiten het budget kan tevens niet los gezien worden van het relatief lage bedrag dat binnen het budget werd opgenomen voor onvoorziene kosten.
In de communicatie aan de gemeenteraad is aangegeven dat er binnen het bouwkostenbudget circa4% beschikbaar was voor onvoorziene kosten.162 Dat is een lager percentage dan de gebruikelijk 10% voor onvoorziene kosten163. Normaal gesproken zou volgens de gemeente Den Haag een post onvoorzien van circa € 14 mln. tot € 15 mln. voor een project met dit budget aangehouden worden.164 Tenslotte: in 2018 heeft het college bepaald dat deze aparte risicoreservering tot onduidelijkheid leidt in het onderscheid tussen grondexploitatie en kosten voor ontwikkeling en realisatie van het gebouw en is de
157
RIS260021 Raadsvoorstel 91/2013 gewijzigd RV Kredietaanvraag Spuiforum, raadsbesluit 18 juli 2013, dictum punt XIII: 'de 5,4 mln. opbrengsten KC […] te doteren aan de Reserve Grondbedrijf'. 158
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 13: 'Tot slot is er sinds 2013 een risicoreservering van € 5,4 mln., waaruit inmiddels € 1,3 mln. is uitgegeven aan het bouwrijp maken en de inrichting van het parkeerterrein van het Zuiderstrandtheater'. 159
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 13: ‘Tot slot is er sinds 2013 een risicoreserve van € 5,4 mln., waaruit inmiddels € 1,3 mln. is uitgegeven […]. De risicoreserve wordt met € 3,7 mln. aangevuld tot € 7,8 mln. 160
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014. Dictum punt VII, eerste aandachtsstreepje: ‘€ 3,7 mln. te reserveren in de Reserve Grote Projecten als extra risicoreservering voor de gebiedsontwikkeling Spuikwartier’. 161
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 13.
162
Berekening percentage op basis van vertrouwelijke/geheime bronnen. Tijdens een besloten werkbespreking over de nieuwe planvorming op 19 september 2014 is de raad geïnformeerd over de hoogte van de post onvoorzien, bron: 140919 Sheets DBM en Financiën / presentatie Gebiedsontwikkeling Spuikwartier Den Haag, dia 15; RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, bijlage ‘financiële opbouw’ (geheim op grond van artikel 55, lid 1 gemeentewet, Juncto artikel 10 lid 2 sub b, f en g WOB). 163
Interview gemeente Den Haag / opdrachtgever OCC. ‘Van de bouwkosten hou je normaal wel 10% aan’.
164
Interview gemeente Den Haag / opdrachtgever OCC.
88
reservering op voorstel van het college door de gemeenteraad met het raadsbesluit over de 'packagedeal' toegevoegd aan het budget voor de ontwikkeling en realisatie van het Onderwijs- en Cultuurcomplex.165 Uit de toelichting die het college in 2018 gaf bij het raadsvoorstel 'Onderwijs- en Cultuurcomplex' van 3 juli 2018 (het raadsvoorstel bij de packagedeal) blijkt dat een deel van de als risicoreservering bestemde middelen op dat moment besteed was.166 Uit de reactie van de ambtelijke organisatie op dit feitenrapport blijkt dat dit gaat om een bedrag van € 3,5 mln. dat besteed is aan het Zuiderstrandtheater (€ 0,7 mln.) en aan het afdekken van het in 2016 toegenomen risicoprofiel van de grondexploitatie Spuikwartier (€ 2,8 mln.).167 Deze laatste besteding is niet in overeenstemming met het doel waarvoor de middelen door de gemeenteraad met het raadsbesluit ‘Kaders en kredietaanvraag Spuikwartier’ ter beschikking werden gesteld. 168
Reserve Grondbedrijf De Reserve Grondbedrijf is, conform de ‘Verordening Beheersregels grondexploitaties’, bedoeld om de risico’s op grondexploitaties en deelnemingen af te dekken.169 De reserve wordt in eerste instantie gevoed door het jaarrekening resultaat van operationele grondexploitaties met de reserve te verrekenen. 170 Wanneer de reserve onvoldoende is om alle risico's op grondexploitaties af te dekken, doet het college een voorstel om de reserve aan te vullen.171 Hiermee is de toevoeging van een risicoreservering voor een investeringsproject (bouwplan) niet in lijn met de ‘Verordening Beheersregels grondexploitaties’.
165
RIS300066 Toelichting bij het raadsvoorstel RV Onderwijs- en cultuurcomplex – Spuikwartier, 12 juli 2018 raadsbesluit, p. 5: ‘Gebleken is dat die risicoreservering complicerend werkt in het onderscheid tussen stichtingskosten en de GREX. Om aan die onduidelijkheid een einde te maken, en daarmee volstrekte helderheid te creëren in het onderscheid tussen de stichtingskosten en de GREX, wordt de gehele resterende risicoreservering volledig beschikbaar gemaakt voor de nieuwbouw van het OCC.’ De toevoeging was overigens € 4,3 mln., omdat een deel van deze reservering in juli 2018 al was uitgegeven. 166
RIS300066 Toelichting bij het raadsvoorstel RV Onderwijs- en cultuurcomplex – Spuikwartier, 12 juli 2018 raadsbesluit, p. 5
167
Reactie feitelijk wederhoor concept-feitenrapport Onderwijs en Cultuurcomplex, gemeente Den Haag, 14 februari 2020, bijlage 1. 168
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014 (openbaar), p. 13. 169
RIS251905 Verordening beheersregels Grondexploitaties gemeente Den Haag, 1 november 2012, p. 10 / H. 5: ‘Reserve Grondbedrijf, deze algemene reserve is het weerstandsvermogen van het grondbedrijf’. 170
RIS251905 Verordening beheersregels Grondexploitaties gemeente Den Haag, 1 november 2012, p. 10 / H. 5: ‘Reserve Grondbedrijf […] dient ter verrekening van het jaarrekeningresultaat op operationele grondexploitaties en deelnemingen’. Hier wordt de verordening uit 2012 aangehaald, omdat deze ten tijde van de besluitvorming over de risicoreserveringen geldend was. De regels met betrekking tot de Reserve Grondbedrijf zijn overigens niet (wezenlijk) veranderd. 171
RIS251905 Verordening beheersregels Grondexploitaties gemeente Den Haag, 1 november 2012, p. 4.
89
Reserve Grote Projecten De Reserve Grote Projecten is met de begroting van 2008 ingesteld.172 In de programmabegroting 2009 wordt aangegeven: ‘In de bestemmingsreserve Grote Projecten wordt gespaard voor de grote onrendabele plannen van de gemeente’.173 Middelen uit reserve mogen volgens het Besluit Begroting en Verantwoording alleen besteed worden op basis van een raadsvoorstel of begrotingswijziging.174 Omdat het bedrag niet is toegevoegd aan het ter beschikking gestelde investeringskrediet voor de realisatie van het OCC zou elke besteding van deze middelen alleen kunnen gebeuren op basis van een apart raadsbesluit. Met het raadsbesluit 'Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier' uit 2014 heeft de gemeenteraad alleen besloten tot het toevoegen van deze middelen aan de Reserve Grote Projecten.175 In het overzicht van mutaties met betrekking tot de reserve Grote Projecten is overigens ook niet een apart budget inzichtelijk gemaakt dat specifiek betrekking heeft op deze risicoreservering.176 Dat zou betekenen dat de risicoreservering technisch gezien wel onderdeel uitmaakt van het aan het project OCC gekoppelde budget binnen de Reserve Grote Projecten en dus feitelijk onderdeel is van het projectbudget.
172
RIS157458 Programmabegroting 2009, 30 september 2008, p. 1 (DICTUM): laatste punt: ‘in te stemmen met het instellen van de bestemmingsreserves’: [tweede aandachtspunt]: ‘Grote Projecten, Centrale Treasury (looptijd tien jaar)’. 173
RIS157458 Programmabegroting 2009, 30 september 2008, p. 23.
174
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten van 17 januari 2003 (BBV), gewijzigd d.d. 26 juli 2014 (openbaar) en Nota van Toelichting bij Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, 17 januari 2003, hfst 4 'Veranderingen'. Hieruit volgt dat alleen middels een raadsbesluit onttrekkingen of dotaties aan reserves gedaan kunnen worden, deze dienen tevens in de begroting of in de jaarrekening opgenomen te worden; RIS157458 Programmabegroting 2009, 30 september 2008, p. 24. 175
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, dictum punt VII, eerste aandachtsstreep: '€ 3,7 mln. te reserveren in de Reserve Grote Projecten als extra risicoreservering voor de gebiedsontwikkeling Spuikwartier'. 176
Bijvoorbeeld RIS181195 Programmabegroting 2012 – 2015, p. 148. In de tabel wordt een sluitend overzicht gegeven van de saldo’s voor de verschillende projecten binnen de reserve.
90
Bevinding 9
Een deel van de kosten voor ontwikkeling en realisatie van het OCC, ter hoogte
van € 8,4 mln., werd buiten het zicht van de gemeenteraad uit de grondexploitatie bekostigd en vormt geen onderdeel van het door de gemeenteraad met het besluit ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ beschikbaar gestelde investeringskrediet voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC (zie ook Bevinding 6). Met de toevoeging van deze middelen aan het budget voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC heeft het college de kaders van het beschikbaar gestelde investeringskrediet overschreden. Tevens werd hierdoor het OCC goedkoper gepresenteerd dan het in werkelijkheid was. Ook heeft het college in strijd met het ‘Besluit Begroting en Verantwoording’ een deel van de ontwikkeling- en realisatiekosten niet geactiveerd.
Toelichting De kosten voor de verbouw van de parkeergarages, de toeritten van de parkeergarages, fietsparkeerplekken177 en de realisatie van de commerciële plint binnen het Onderwijs- en Cultuurcomplex zijn onderdeel van de opdracht aan de aannemer van het OCC178 , maar worden betaald uit de grondexploitatie en niet uit het door de raad beschikbaar gestelde investeringskrediet voor de ontwikkeling- en realisatie van het OCC van € 177,4 mln. Deze wijze van bekostigen van een deel van het project voor ontwikkeling en realisatie van het Onderwijs- en Cultuurcomplex is ook opgenomen in een bevinding bij de grondexploitatie (zie Bevinding 6). Het college heef in het raadsvoorstel ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ echter expliciet aangegeven dat de bouwdelen binnen het kader van het investeringskrediet uitgevoerd zouden worden. Namelijk in de beschrijving van de opdracht voor het Onderwijs en Cultuurcomplex, zoals die in het ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ is opgenomen.
Hier wordt bij het onderdeel ‘Programma van eisen, prestatie-eisen en outputspecificatie’ aangegeven: ‘het aan te besteden werk bestaat naast het onderwijs- en cultuurcomplex verder uit de aanleg/aanpassing van de parkeergarage onder het dans- en muziekcentrum, aanpassing van ondergrondse toeritten daarvan en een fietsenstalling’ en ‘met alle bovengenoemde zaken is rekening gehouden in de begroting van de kosten’.179 Het college heeft er nergens op gewezen dat naast het door de raad beschikbaar te stellen bedrag van € 177,4 mln. (dat is de som van kosten voor ontwikkeling en realisatie van het OCC inclusief de extra fietsparkeerplaatsen, zie hierboven) nog een bedrag aan het budget voor ontwikkeling en
177
Met het raadsbesluit 94/2014 is naast deze (600) fietsparkeerplekken ook nog € 0,8 mln. beschikbaar gesteld voor 900 éxtra fietsparkeerplekken (zie ook hierboven). Deze vallen niet binnen de bouwdelen die uit de hier behandelde € 8,4 mln. worden betaald. 178
Naast de opdracht voor de bouw van het ‘cultuurgebouw’ bevat de opdracht aan Cadanz het realiseren van de fietsparkeerplekken, de verbouw van de parkeergarage onder het OCC, de aanpassing van de toeritten (spaghetti),het realiseren van 1250m2 commerciële ruimten in het OCC, deze worden betaald uit de grondexploitatie en de extra fietsparkeerplekken, die worden betaald uit het programma verkeer. Bron:Iinterviews gemeente Den Haag; Reactie feitelijk wederhoor conceptfeitenrapport Onderwijs en Cultuurcomplex, gemeente Den Haag, 14 februari 2020, bijlage 1 – Demarcatie van projecten. 179
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 5.
91
realisatie van het OCC zou worden toegevoegd. Met het besteden van deze middelen aan de opdracht voor de realisatie van het OCC heeft het college de kaders van het ter beschikking gestelde krediet overschreden. Overigens is het als onderdeel van het bouwplan opnemen van (voldoende) parkeerplaatsen door de ontwikkelaar (bij het OCC is de gemeente zelf de ontwikkelaar) een vereiste in het Haagse parkeerbeleid.180 Tenslotte was het opnemen van bouwkosten voor de commerciële plint in de grondexploitatie in strijd met het ‘Besluit Begroting en Verantwoording’, waarin is opgenomen dat bouwkosten op de gemeentebegroting geactiveerd moeten worden.181
180
RIS181571a ‘Nota Parkeernormen Den Haag’, o.a. p. iii.
181
Besluit Begroting en Verantwoording (versie geldend van 26-07-2014 t/m 06-02-2015), art. 59 lid 1: ‘alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd’. En lid 2: ‘investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen’. De investering voor de commerciële plint is sinds 2016 geactiveerd en uit de grondexploitatie gehaald, maar valt nog steeds buiten het door de gemeenteraad ter beschikking gestelde krediet.
92
6. Financiële kaderstelling: Dekking van de kosten In deze paragraaf wordt ingegaan op de dekking van de kosten als gevolg van het raadsbesluit ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’.
6.1 Inleiding Met het vaststellen van ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ stelde de gemeenteraad in totaal € 196,9 mln. beschikbaar voor de gebiedsontwikkeling Spuikwartier. Volgens het raadsvoorstel waren de volgende middelen beschikbaar voor het dekken van de kosten voor de gebiedsontwikkeling en realisatie van het gebouw: Het aanwenden van het eerder door de raad vastgestelde krediet van € 181,1 mln., welke een eigen dekking kent van deels incidentele middelen (€ 61,5 mln.) en deels een investering die via structurele middelen wordt gedekt (€ 119,6 mln.), waarvoor jaarlijks € 9,4 mln. beschikbaar was voor afschrijving en rentelasten: € 7,5 mln. aan kapitaallasten opgenomen op de begroting en € 1,9 mln. huurbijdrage van het KC, zie hierboven bij paragraaf 6 en Figuur 14).182 Incidentele middelen op de begroting van het programma verkeer voor het realiseren van extra fietsparkeerplekken (€ 0,8 mln.).183 Incidentele middelen als gevolg van de vrijval van kapitaallasten over de jaren 2017 en 2018 (als gevolg van het later opleveren van het gebouw) voor een totaalbedrag van € 15 mln.184 In totaal was er volgens het raadsvoorstel daarmee dekking voor een bedrag van € 196,9 mln. (zie Figuur 13).
182
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p 14. Hier wordt aangegeven dat de dekking voor dit bedrag ongewijzigd is ten opzichte van het raadsbesluit in 2012. De structurele dekking bestaat uit een bedrag van € 7,5 mln. op de gemeentebegroting en € 1,9 mln. uit huuropbrengsten voor het KC deel van het Onderwijs- en Cultuurcomplex. 183
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 14 en dictum punt IX. Hierin wordt aangegeven dat € 0,8 mln. wordt gedekt uit het programma Verkeer en Milieu, product Verkeersmaatregelen 210.9.01. 184
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 14.
93
Figuur 13 Dekking zoals deze volgens het ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ beschikbaar was voor de kosten als gevolg van het raadsbesluit (in mln. euro).
€ 181,1 mln. Een belangrijk deel van de kosten voor het plan Spuikwartier uit 2014 werd gedekt uit het al in 2012 door de gemeenteraad beschikbaar gestelde krediet voor het toenmalige plan Spuiforum van € 181,1 mln. 185 Dit bedrag is, zoals het college dat aangaf, ‘boekhoudkundig opgebouwd uit een investeringsdeel en een eenmalig/incidenteel budget’ (zie Figuur 14).186 Het investeringsdeel bestond bij besluitvorming uit een bedrag van € 119,6 mln. Dit bedrag zou worden geactiveerd op de balans van de gemeente en in een periode van 40 jaar afgeschreven.187 Gedurende de looptijd zijn er naast afschrijvingslasten tevens rentelasten over de boekwaarde. Het jaarlijkse bedrag aan afschrijving + rente wordt de ‘kapitaallast’ genoemd. De structurele dekking van deze kapitaallasten, ter hoogte van € 9,4 mln. per jaar, was ook al in het raadsbesluit uit 2012 geregeld: € 1,9 mln. bestond uit huuropbrengsten van het Koninklijk Conservatorium, één van de toekomstige gebruikers, en € 7,5 was als structurele post opgenomen op de gemeentebegroting.188 De structurele lasten met betrekking tot dit investeringsdeel en de dekking daarvan zijn onderdeel van de gemeentelijke vastgoedexploitatie. In de paragraaf 8.2 wordt hier nader op ingegaan.
185
RIS251767 Raadsvoorstel 89/2012 Voorstel tot wijzing van het RV Realisatie Spuiforum 30 oktober 2012, dictum punt IV.
186
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 14.
187
Het daadwerkelijk activeren van een investering gebeurt pas na oplevering van het gebouw.
188
De overige huuropbrengsten worden aangewend voor het dekken van de 'exploitatiekosten' die de gemeente heeft voor het gebouw: energie, onderhoud, verzekeringen en belasting. Zie ook paragraaf 8.2.
94
Figuur 14 Opbouw dekking van het investeringskrediet van € 181,1 mln. ten tijde van het raadsbesluit ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’. Een deel van het krediet (€ 119,6 mln.) zou worden geactiveerd op de balans en in een periode van 40 jaar afgeschreven. Dit vormt onderdeel van de vastgoedexploitatie door de gemeente. Deze komt aan de orde in paragraaf 8.2. Het overige deel (€ 61,5 mln.) werd in één keer betaald.
6.2 Bevindingen bij de dekking Bevinding 10
Door een onjuiste weergave van kosten was er bij de besluitvorming in 2014 €
0,5 mln. tekort in de dekking voor het plan Spuikwartier.
Toelichting Bij het bepalen van de benodigde extra dekking voor het plan Spuikwartier in 2014 werd niet uitgegaan van de totale kosten, maar van het verschil in kosten ten opzichte van het oud plan Spuiforum. In Bevinding 1 is aangegeven dat in de vergelijking van kosten tussen het plan Spuiforum uit 2013 en het plan Spuikwartier uit 2014 de kosten voor het Spuiforum uit 2013 € 0,5 mln. te hoog werden gepresenteerd, als gevolg van het onterecht toevoegen van een bedrag van € 0,5 mln. voor het een jaar langer doorexploiteren van de oude theaters. Omdat bij het bepalen van de benodigde dekking niet de totale kosten, maar dit onjuiste verschil als uitgangspunt werd genomen, ontstond er een tekort op de dekking van € 0,5 mln. De som van extra kosten minus het verschil tussen het oude en nieuwe plan was volgens het raadsvoorstel € 15,8 mln., in werkelijkheid was dit € 16,3 mln. (zie Figuur 15 en voor een toelichting op de hier aangehaalde extra kosten paragraaf 2.4). Omdat er met het raadsvoorstel in 2014 € 15,8 mln. extra dekking geregeld werd, ontstond een tekort van € 0,5 mln. In de ambtelijke reactie op deze bevinding in het kader van het feitelijk wederhoor op ons concept-feitenrapport, onderkent de ambtelijke organisatie dat er een tekort was op de dekking. Daarbij wordt aangegeven dat in eerste instantie de post onvoorzien verlaagd zou worden met € 0,5 mln.
Uiteindelijk is echter bij de heroverweging van vrijvallende incidentele middelen in 2017, als gevolg van het activeren van een groter deel van de kosten,
95
dit dekkingsvraagstuk opgelost. 189 Ook geeft de ambtelijke organisatie hierbij aan dat de gemeenteraad hierover niet is geïnformeerd.190
Figuur 15 Extra benodigde dekking zoals voorgesteld in het raadsvoorstel 94 / 2014: een bedrag van € 15,8 mln. Bevinding 11
Naast de dekking van in totaal € 196,9 mln., zoals weergegeven in het
raadsvoorstel ‘Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ van november 2014, benutte het college bestaande dekkingsmiddelen ten bate van de gebiedsontwikkeling Spuikwartier voor € 5,2 mln. Voor de gemeenteraad was dit in het raadsvoorstel niet inzichtelijk. Het totaal aan voor de gebiedsontwikkeling aangewende dekkingsmiddelen was daarmee € 202,1 mln. (tegenover een totaal aan kosten van € 202,6 mln.).
Toelichting In Bevinding 2 is duidelijk gemaakt dat de totale kosten van de gebiedsontwikkeling Spuikwartier bij besluitvorming in 2014 € 202,6 mln. waren. Naast het bedrag van € 196,9 mln. waarvoor volgens het ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling
189
Op 3 oktober 2018 heeft de rekenkamer deze bevinding voorgelegd aan de gemeente. Op 23 oktober 2018 heeft de gemeente een reactie gegeven waarin wordt gesteld dat de gekozen opzet van de vergelijking tussen de kosten in 2013 en 2014 voor de raad duidelijk was en betrokken kon worden in de oordeelsvorming over het gevraagde besluit. In de reactie van de gemeente wordt ook aangegeven dat er ‘€ 0,5 mln. extra aan dekking is vrijgevallen’. De gemeente maakt in deze reactie niet duidelijk waar deze dekking is gevonden. De volledige reactie is opgenomen als bijlage in dit feitenrapport ‘feitenverificatie oktober 2018’. In de reactie van 14 februari 2020, van de ambtelijke organisatie in het kader van het feitelijk wederhoor wordt wel aangegeven waar dekking is gevonden: ‘dit effect’ is in de heroverweegbare vrije ruimte binnen de incidentele dekking [in 2017] meegenomen. 190
In de reactie in het kader van feitelijk wederhoor, van 14 februari 2020, geeft de ambtelijke organisatie aan: ‘N.B: Dit kleinere effect is niet apart benoemd bij de toelichting bij de Kwartaalrapportages van Q3 en Q4 van 2017.’
96
Spuikwartier’ dekking beschikbaar was (zie hierboven bij paragraaf 6.1), wende het college voor de kosten van het project de volgende beschikbare dekkingsmiddelen aan, zonder dit inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad: •
Een bedrag van € 1,1 mln. euro, beschikbaar binnen de begroting van de dienst OCW, voor de kosten van het afwaarderen van de oude theaters (zie ook Bevinding 5)
•
Een bedrag van € 4,1 mln. binnen de Reserve Grondbedrijf (RGB) waar een deel van een eerder toegevoegde risicoreservering van € 5,4 mln. van het project Spuiforum nog beschikbaar was (zie ook Bevinding 8). Dit bedrag was beschikbaar binnen de Reserve Grondbedrijf (RGB) op basis van een afspraak met het Koninklijk Conservatorium dat het bedrag waarvoor de gemeente (te zijner tijd) het oude pand aan zou kopen, door het KC teruggestort zou worden aan de gemeente als bijdrage in de incidentele kosten voor het Onderwijs en Cultuurcomplex.191Dit bedrag had het college in de toelichting op het raadsvoorstel (indirect) opgenomen, maar niet opgeteld bij het totaal aan dekkingsmiddelen.
De totaal werkelijk beschikbare dekking was daarmee € 202.1 mln. (zie Figuur 16). Dit bedrag maakt ook inzichtelijk dat er een tekort in de dekking was van € 0,5 mln.; ten opzichte van de totale kosten van € 202.6 mln. (zie ook Bevinding 10).
191
RIS260021 gewijzigd RV Kredietaanvraag Spuiforum, raadsbesluit 18 juli 2013, dictum punt XIII.
97
Figuur 16 Overzicht van alle dekkingsbronnen die beschikbaar waren ten tijde van het raadsbesluit Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier in 2014. Bevinding 12
Een deel van het investeringskrediet van € 177,4 mln. voor ontwikkeling en
realisatie van het OCC was ongedekt. Als onderdeel van de incidentele dekking van een deel van het investeringskrediet werd in het raadsvoorstel ‘Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ een bedrag van € 15 mln. aan ‘sponsorinkomsten/sparen KC/gemeente’ opgenomen. Uit de afspraken over deze sponsorinkomsten tussen de gemeente en de instellingen blijkt dat er geen zekerheid was over het realiseren van deze inkomsten, maar dat alleen de intentie was afgesproken deze te realiseren.
Toelichting Zoals hierboven aangegeven bestond een deel van de dekking van het krediet van € 181,1 mln. uit incidentele middelen. Binnen het totaal van € 61,5 mln. van deze incidentele middelen was er een post die, volgens het raadsbesluit, bestond uit
98
'sponsorinkomsten/sparen KC/gem'192, voor een totaalbedrag van € 15 mln. Deze dekking was (zoals hiervoor beschreven) al vastgesteld met het raadsbesluit uit 2012 over de realisatie van het Spuiforum.193 In de toelichting bij dat raadsvoorstel staat over dit bedrag opgemerkt dat uit onderzoek is gebleken dat een sponsorbijdrage van € 5 à € 12 mln. haalbaar moet zijn.194 Daarnaast stond er dat ‘de fondsenwervingscampagne samen met de instellingen met volle overgave zal worden voorbereid, zodra u zich als gemeenteraad heeft uitgesproken vóór dit investeringsproject en het budget beschikbaar stelt’. In beantwoording op technische vragen bij het raadsvoorstel uit 2012, gaf het college aan dat de fondsenwerving een gezamenlijke verantwoordelijkheid was van de gemeente en het KC, maar dat het risico voor de gemeente theoretisch gezien € 15 mln.
was.195 In de samenwerkingsovereenkomst uit 2013 tussen de gemeente en de gebruikers van het (toenmalig) Spuiforum, werd vastgelegd dat de partijen onder regie van de gemeente ‘zich gezamenlijk zullen inspannen’ voor het verkrijgen van het benodigde bedrag en zouden komen tot een fondsenwervingsstrategie, overigens met inachtneming van de afzonderlijke belangen van de gebruikers en hun eigen sponsorwervingsactiviteiten.196 Door alle betrokken partijen wordt deze afspraak gezien als een inspanningsverplichting en niet een realisatieverplichting.197 De afspraken met betrekking tot sponsoring zoals die zijn opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst van 2 december 2013 (zie hierboven) zijn nader uitgewerkt in een afsprakenbrief van de gemeente aan het KC van 13 december 2013.198 In deze brief is opgenomen dat wanneer twee jaar na de huuringangsdatum deze sponsorinkomsten nog niet zijn gerealiseerd, voor het nog niet gerealiseerde gedeelte een inspanningsverplichting geldt van 1/3 voor de gemeente en 2/3 voor het KC, waarbij dat laatste deel gezien wordt als een lening van de gemeente aan het KC waarover 1% rente betaald moet worden. Het aandeel van het KC is opeisbaar 'al naar gelang er daadwerkelijke sponsorinkomsten zijn' en 'bestaan telkens uit een aflossingsdeel en een rentedeel zijnde jaarlijks maximaal 1% over
192
RIS276520 Raadsvoorstel 94/2014 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier, 7 november 2014, p. 14: overzicht dekking 'conform rv Realisatie Spuiforum, RIS251767'. 193
RIS251767 Raadsvoorstel 89/2012 Voorstel tot wijzing van het RV Realisatie Spuiforum 30 oktober 2012.
194
RIS251767 Raadsvoorstel 89/2012 Voorstel tot wijzing van het RV Realisatie Spuiforum 30 oktober 2012, p. 15.
195
RIS252380 Beantwoording technische vragen Spuiforum, 6 oktober 2012, p. 21. In de beantwoording wordt alleen nog maar gesproken over sponsorinkomsten en is 'spaargeld' niet meer aan de orde. 196
Samenwerkingsovereenkomst (versie 13-06-2013, 10:00) tussen de Gemeente Den Haag, het Koninklijk Conservatorium, Stichting Nederlands Dans Theater, Stichting Residentie Orkest en de Stichting Dans- en Muziekcentrum Den Haag voor de regeling van de samenwerking voor de oprichting en het gebruik van het Spuiforum. Getekend op 13 juni 2013, art. 3.2, lid f en g. 197
Interviews door de Rekenkamer.
198
"Aanvulling en afwijkingen op de SOK', afsprakenbrief van de portefeuillehouders Stadsontwikkeling en Cultuur aan het Koninklijk Conservatorium, door alle partijen getekend d.d. 13 december 2013 kenmerk BENW/2013.1239.
99
het nog openstaande sponsorbedrag.' Dit betekent dat wanneer het KC geen sponsorinkomsten genereert, er geen bedrag opeisbaar is anders dan het rentedeel. Ondanks de stellige uitspraak dat direct na vaststelling van het raadsbesluit in 2012 zou worden gestart met werven was er in juni 2018 nog niet gestart met fondsenwerving.199 Bevinding 13
In de raming van de dekking uit sponsoropbrengsten zat een tekort van tot
maximaal € 2,6 mln. Dit omdat € 15 mln. aan sponsoropbrengsten netto een opbrengst van € 12,4 mln. betekent als gevolg van btw-verplichting over sponsorgeld. Daarnaast is met noodzakelijke verwervingskosten om sponsorgelden op te halen geen rekening gehouden.
Toelichting In de afsprakenbrief van de gemeente aan het KC van 13 december 2013 over aanvullingen en afwijkingen op de Samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat de partijen zich zullen inspannen voor het ‘verkrijgen van € 15 mln. inclusief eventueel verschuldigde BTW’ . 200 Onder sponsorinkomsten wordt een aantal soorten bijdragen verstaan, waaronder daadwerkelijke sponsorgelden, maar ook giften en legaten. Alleen over daadwerkelijke sponsoring moet btw worden afgedragen.201 De btw over € 15 mln. is € 2,6 mln, Wanneer er alleen sponsorgelden binnengehaald zouden worden en geen andere bijdragen, zou de netto verdienste dus uitkomen op € 12,4 mln.202 Daarnaast was met noodzakelijke kosten voor het verwerven van sponsorinkomsten geen rekening gehouden.203 Ook deze kosten komen in mindering op het nettoresultaat. In de onderbouwing van de dekking in raadsvoorstel ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’, werd echter uitgegaan van een netto-opbrengst van € 15 mln. De gemeenteraad is over deze btw kwestie niet geïnformeerd en voor het verschil van ten hoogste € 2,6 mln. is geen dekking beschikbaar.
199
Interview gemeente Den Haag, 13 juni 2018.
200
"Aanvulling en afwijkingen op de SOK', afsprakenbrief van de portefeuillehouders Stadsontwikkeling en Cultuur aan het Koninklijk Conservatorium, door alle partijen getekend d.d. 13 december 2013 kenmerk BENW/2013.1239. Overigens is in deze brief opgenomen dat wanneer twee jaar na de huuringangsdatum deze sponsorinkomsten nog niet zijn gerealiseerd, voor het nog niet gerealiseerde gedeelte een inspanningsverplichting geldt van 1/3 voor de gemeente en 2/3 voor het KC, waarbij dat laatste deel gezien wordt als een lening van de gemeente aan het KC waarover 1% rente betaald moet worden (overigens hoeft er alleen betaald te worden wanneer er daadwerkelijk sponsorinkomsten zijn) 201
Interview gemeente Den Haag in het kader van feitelijk wederhoor, 2 april 2020.
202
Interview gemeente Den Haag, 13 juni 2018.
203
Reactie feitelijk wederhoor concept-feitenrapport Onderwijs en Cultuurcomplex, gemeente Den Haag, 14 februari 2020, opmerking bij p. 65 van het concept feitenrapport.
100