CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS303592 Gewijzigd Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn (1)

Gemeenteraad 4 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: GEWIJZIGD Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn, 111 plannen voor dieren in de stad (RIS303592)17.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RIS303592

Gewijzigde

Robin Smit | Partij voor de Dieren Den Haag

Nota Dierenwelzijn

111 plannen voor dieren in de stad.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

02

Voorwoord “Putting yourself in the place of others… is what thinking ethically is all about.” Peter Singer Dieren verdienen een goede bescherming en een leven naar hun aard en behoeften. Het zijn levende wezens met bewustzijn en gevoel en ze verdienen een respectvolle behandeling. Al het leven om ons heen dieren, planten en micro-organismen - is van belang. Den Haag, stad van vrede en recht; ook voor dieren!01 is het eerste initiatiefvoorstel geweest van de Partij voor de Dieren Den Haag. Aan de hand van dit voorstel is de huidige dierenwelzijnsnota van de gemeente tot stand gekomen in 2012. Sindsdien is er het een en ander veranderd aan het perspectief op dierenwelzijn in de wetenschap en in onze maatschappij.

Mensen zijn zich er steeds meer van bewust dat dieren intelligente wezens zijn die gevoelens ervaren02. Ook groeit het ongemak over de manier waarop wij als samenleving met dieren omgaan03. Met dit nieuwe initiatiefvoorstel wil de Partij voor de Dieren Den Haag een diervriendelijke stad verankeren in het gemeentelijke beleid.

Robin Smit 13 februari 2020 Den Haag

Voorwoord

03

Inhoudsopgave Inleiding

04

Rol van de gemeente

10

Bedrijven in de stad

18

Gezelschapsdieren

22

Dieren in het wild

42

Vermaak met dieren

66

Tot slot

74

04

Inleiding

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

Inleiding

Het bewustzijn over dierenwelzijn wint de laatste jaren terrein. Ook in beleid krijgt dierenwelzijn steeds meer een plek. Toen de eerste dierenwelzijnswet ter bescherming van de dieren in de veehouderij kwam, is het debat over dierenwelzijn geopend. Het verdrag van Amsterdam is het eerste dat verwijst naar dieren als bewuste wezens. Tot de dag van vandaag zijn dieren volgens de wet nog steeds eigendom, maar door de jaren heen zijn daar stapsgewijs veranderingen in gekomen.

05

houden met de belangen van elk individueel dier. Dieren worden nog steeds uitgebuit voor productie en vermaak. Dat onrecht moet stoppen. Dieren verdienen beleid dat rekening houdt met hun behoeften.

De kwetsbare positie van dieren schept een morele verantwoordelijkheid om rekening te

Intrinsieke waarde Net als mensen hebben dieren een eigen, intrinsieke waarde die los staat van het nut of de waarde van het dier voor de mens. De intrinsieke waarde van dieren wordt door steeds meer mensen erkend. Deze werd voor het eerst vastgelegd in de Gezondheids- en Welzijnswet Dieren (GWWD) uit 1996, en later in de nieuwe Wet dieren (2014):

“Onder erkenning van de intrinsieke waarde [...] wordt verstaan erkenning van de eigenwaarde van dieren, zijnde wezens met gevoel.” Door het initiatiefvoorstel ‘Den Haag, stad van vrede en recht; ook voor dieren!’ van de Partij voor de Dieren04 is de intrinsieke waarde van dieren ook opgenomen in de huidige dierenwelzijnsnota van de gemeente Den Haag uit 201205.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

06

Tijdlijn 1822

Eerste dierenwelzijnswet ter bescherming van dieren in de veehouderij06

1820 1845 1870

Tweede Kamer stelt verordeningen op tot de bescherming van dieren

1895

Verbod op hondenkarren09

1880

1905

1920 1945 1961

1997

2015

1970

Eerste betaalde inspecteur voor controle dierenwetten

Verdrag van Amsterdam stelt een protocol over dierenwelzijn vast08

1995

Eerste dierenwelzijnsnota in Den Haag07

Verbod op wilde dieren in circussen

2020

Verkoop prikband verboden

Eerste wet op de Dierenbescherming

1976

1998

2018

Inleiding

07

Aanleiding Het huidige dierenwelzijnsbeleid van de gemeente voorziet op dit moment in de dieren op de stadsboerderijen en de benodigde zorg die zij behoeven. Dit wordt toegelicht in ‘Boeren met beleid’10. Verder worden jaarlijks gelden toegekend aan het Haags Dierencentrum en de Dierenambulance Den Haag en omstreken voor het ophalen van, eerste hulp bieden aan en de opvang van honden en katten. Ook krijgt de Vereniging Kattenzorg een tegemoetkoming in de kosten die gepaard gaan met het aanpakken van het zwerfkat-

tenprobleem. Voor de opvang van konijnen en knaagdieren krijgt de Dierenbescherming regio Zuidwest een tegemoetkoming in de opvangkosten. Ook worden er (behoudende) programma’s voor kinderen ontwikkeld met betrekking tot de onderwerpen dieren, natuur en milieu. De Partij voor de Dieren Den Haag vindt dit beleid nog niet toereikend. De aanleiding voor deze nota is dat in Den Haag nog een hoop te verbeteren valt op het vlak van dierenwelzijn. Kennis over dieren is de laatste jaren in een

stroomversnelling gekomen, waardoor regelmatig gekeken moet worden of het huidige beleid nog wel in lijn is met de heersende opvattingen en wetenschappelijke ontwikkelingen.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

08

Wat is er mis? Opvang

Leefgebied

Wetgeving

Missende thema’s

De dierenopvang heeft verbetering en professionalisering nodig. Ieder dier dat opvang nodig heeft, zou in de regio moeten kunnen worden opgevangen, 24 uur per dag. Voorbeelden van problemen waar dierenopvanginstellingen tegenaan (kunnen) lopen zijn het vinden van permanente opvang voor dieren van de toekomstige huis- en hobbydierenlijst en financiële problemen rondom huisvesting en stijgende onderhoudskosten.

Door de ontwikkelende kennis op het gebied van dierenwelzijn is het de vraag of het huidige beleid nog wel in lijn is met de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen en inzichten. Sinds de totstandkoming van de nota dierenwelzijn in 2012 zijn er landelijke veranderingen geweest op het gebied van wet- en regelgeving. Zo is in 2014 de Wet dieren van kracht gegaan en in 2017 de nieuwe Wet natuurbescherming ingevoerd. Tijdens het schrijven van deze nota wordt ook hard gewerkt aan de invoering van de omgevingswet, die impact heeft op bouwplannen die weer invloed kunnen hebben op de leefgebieden van dieren. Door alle wetswijzigingen is de huidige dierenwelzijnsnota van Den Haag niet meer actueel.

Door het stijgende aantal bewoners, de woningopgave van de gemeente Den Haag en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte komt het leefmilieu van in het wild levende dieren onder druk te staan. Steeds meer groengebieden worden bebouwd. Voorbeelden hiervan zijn de strandhuisjes, de Oude Waalsdorperweg (NATO-complex) en de uitbreiding van Madurodam. Naast dat dieren hun woonplek verliezen, kunnen ze ook andere problemen ervaren. Zo raken zwanen verstrikt in bovenleidingen, worden dieren aangereden of kunnen ze verstrikt raken in rondslingerend plastic.

In de dierenwelzijnsnota van Den Haag ontbreekt een diergroep die wel verblijft in onze stad, de paarden. Den Haag kent een aantal maneges maar ook ruiterpaden. Paardenwelzijn is een onderwerp waar steeds vaker naar gekeken wordt11. Daarom is het nodig dat de stad daar een richtlijn voor op stelt. Ook spelen huisdieren vaak een rol in andere beleidsterreinen waar niet altijd bij stil wordt gestaan. Zo is het hebben van huisdieren een reden dat slachtoffers in situaties waar sprake is van huiselijk geweld deze plek niet ontvluchten. Denk ook aan de opvang van daklozen met een huisdier of minima die geen hulp ontvangen voor noodzorg voor hun viervoetige gezinslid.

Inleiding

09

Definitie Wat betreft dierenwelzijn zijn er wettelijke verplichtingen die voor iedereen gelden, wettelijke taken waarvoor de gemeente verantwoordelijk is en specifieke regelgeving voor bepaalde groepen zoals dierentuinen. De omschrijving van de wettelijke taken zorgt er ook voor dat duidelijk wordt hoe het begrip dierenwelzijn wordt geïnterpreteerd. Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van leven van dieren, zowel de lichamelijke conditie als het welbevinden. Voeding, verzorging, huisvesting en behandeling zijn van grote invloed op hun welzijn. Het is algemeen aanvaard dat een dier zich het best voelt in omstandigheden die zoveel mogelijk aansluiten bij zijn natuurlijke gedrag en die zo min mogelijk aanleiding geven tot stress, pijn of angst. Dit is dan ook het ambitieniveau van deze nota.

Leeswijzer Eerst worden in de nota algemene dierenwelzijnsvraagstukken behandeld die van invloed zijn op verschillende diergroepen in de gemeente en bij bedrijven. Vervolgens worden de specifieke vraagstukken op het gebied van gezelschapsdieren behandeld,

waarna de dieren in het wild worden beschreven. Als laatst worden recreatie- en landbouwhuisdieren toegelicht. Bij iedere subparagraaf worden actiepunten geformuleerd die in het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid tot uiting zouden moeten komen. Deze

actiepunten zijn verdeeld in twee categorieën. De grijze categorie bevat maatregelen die slechts een andere beleidskeuze behoeven. De groene categorie bevat actiepunten waarbij extra geld nodig is om tot uitvoering te komen.

10

Rol van de gemeente

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

Rol van de gemeente

11

De gemeente Den Haag heeft een wettelijke zorgplicht voor de dieren in de stad. Deze nota beschrijft hoe de gemeente Den Haag invulling geeft aan deze taken. Daarnaast staan in de nota ambities die de hofstad wil waarmaken op het gebied van dierenwelzijn voor gezelschapsdieren en vrij levende dieren. Hierbij wil de gemeente zoveel mogelijk gebruikmaken van de kennis en deskundigheid van lokale organisaties die zich inzetten voor het dierenwelzijn in de stad.

Jaarlijkse evaluatie Op andere beleidsterreinen wordt het gemeentelijke beleid jaarlijks geëvalueerd of komt er een voortgangsrapportage om de voortgang van het beleid te kunnen controleren. Helaas gebeurt dat niet met het dierenwelzijnsbeleid van de gemeente. Ook over de voortgang van het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid zou ieder jaar moeten worden gerapporteerd. Hiermee kan de gemeenteraad beter controleren hoe het ervoor staat met het realiseren van gestelde doelen voor dieren in de stad. De raad heeft deze wens op initiatief van de Partij voor de Dieren in 2016 ook uitgesproken, door het met algemene stemmen aannemen van een motie die opriep een jaarrapport op te stellen12. Dit is echter tot nog toe slechts één keer gebeurd. Het is daarnaast belangrijk dat dierenwelzijnsorganisaties

jaarlijks een moment krijgen om aan de gemeenteraad te laten zien wat de vele medewerkers en vrijwilligers allemaal doen voor de dieren. Zo kunnen deze organisaties het voor de gemeenteraadsleden en het college inzichtelijk maken wat voor taken zij hebben en hoe zij die taken uitvoeren in opdracht van de gemeente. Maar ook bevordert een jaarlijkse bijeenkomst de onderlinge samenwerking.

01

De gemeente roept de Haagse dierenwelzijnsorganisaties jaarlijks bij elkaar voor een overleg met betrokken ambtenaren. Een verslag van het overleg wordt jaarlijks opgenomen in de voortgangsrapportage.

02 De gemeente stuurt jaarlijks een voortgangsrapportage over het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid naar de gemeenteraad. Hierin wordt duidelijk wat er het afgelopen jaar is gedaan en wat de komende uitdagingen zijn.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

12

Adviesraad Andere steden, zoals Amsterdam13 en Antwerpen14, hebben een onafhankelijke adviesraad dierenwelzijn opgezet. In deze adviesraden zitten experts op het gebied van dierenwelzijn en komen uit het werkveld. Deze adviesraad adviseert het stadsbestuur gevraagd en ongevraagd over de uit te voeren wettelijke taken, gemeentelijk beleid en bij ontwikkelingen in de openbare ruimte

waarbij het leefgebied van alle dieren wordt beïnvloed. Hierdoor wordt het dierenwelzijnsbeleid gemonitord en kunnen deze experts worden betrokken bij ontwikkelingen die betrekking hebben op dierenwelzijn. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen naast ecologische verbindingszones of gebouwen waar dieren nestelen.

03

De gemeente stelt een adviesraad op met onafhankelijke experts uit het Haagse dierenwelzijnsveld.

Calamiteiten In tijden van een ramp zijn er naast mensen helaas ook slachtoffers onder dieren. Ook deze groep heeft behoefte aan hulp, opvang en de nodige zorg. Nu zijn dieren aangewezen op de hulp van de brandweer en de politie. Ten tijde en na afloop van een ramp of calamiteit moeten dieren worden opgevangen en verzorgd voor de periode dat zij nog niet terug kunnen keren naar huis.

opvang van dieren wordt hierin genoemd, maar is niet in detail uitgewerkt. De dierenwelzijnsorganisaties hebben zo geen handvatten voor hoe te handelen in crisissituaties.

op locatie. Helaas overlijdt het dier in deze gevallen vaak. Als maatregel kunnen dierenambulances in noodgevallen gebruikmaken van bus- en trambanen, zoals in Rotterdam15.

Dierenambulances krijgen geen voorrang bij noodgevallen. Hierdoor komen dierenambulances ten tijde van een calamiteit niet tijdig

Eigenaren van huisdieren doen er goed aan om naast hun voordeur met een sticker aan te geven dat er huisdieren in de woning aanwezig zijn.

Het regionale rampenbestrijding- en crisisbeheersingbeleidsplan van de Veiligheidsregio Haaglanden 2019 -2022 is in 2019 vastgesteld. Het plan geeft aan hoe de hulpverleningsorganisaties moeten handelen ten tijde van een ramp of crisis. De

04 De gemeente nodigt een vertegenwoordiger van de in te stellen adviesraad dierenwelzijn uit voor de periodieke overleggen met de hulpdiensten.

Rol van de gemeente

13

In geval van brand of andere calamiteiten is dan voor hulpdiensten in één oogopslag duidelijk wat de situatie is. De gemeente kan dat communiceren via haar website, maar bijvoorbeeld ook stickers verstrekken op de diverse stadsdeelkantoren.

05

De gemeente communiceert dat inwoners hun dieren en hulpdiensten kunnen helpen door het plaatsen van een sticker bij de voordeur. De gemeente biedt deze stickers aan op de stadsdeelkantoren.

Ten slotte kunnen dieren dakloos worden bij gedwongen ontruiming of ziekenhuisopname van de eigenaar. Het is dan van belang dat voor alle betrokkenen duidelijk is wat er met deze dieren gebeurt en dat er tijdelijke opvang gefaciliteerd is.

06

LIJN BUS

De gemeente geeft dierenambulances een vrijstelling om in noodgevallen gebruik te kunnen maken van bus- en trambanen.

07

Dieren worden opgenomen in het draaiboek van hulpdiensten en in het rampenplan.

08

In het rampenplan wordt de evacuatie, in-veiligheidstelling en tijdelijke opvang geregeld van huisdieren en dieren die in parken, dierentuinen, maneges en stadsboerderijen leven.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

14

Politie Het gebruik van politiepaarden- en honden bij rellen is zorgelijk. Hierbij krijgen paarden te maken met beangstigende situaties en zijn ze het doelwit vanuit het publiek. Het komt hierbij voor dat de paarden gewond raken. Paarden zijn van nature vluchtdieren en dat maakt hen snel angstig. Het lichaam van paarden is daar ook op gebouwd. De ogen staan aan de zijkant van het hoofd, wat ervoor zorgt dat paarden een breed gezichtsveld hebben om gevaren vroegtijdig te signaleren. Naast de paarden kunnen ook omstanders en de

berijders gewond raken. De gemeente kan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken oproepen tot meer onderzoek naar oproerbeheersing waarbij geen dieren worden gebruikt. De politie kan hierdoor toewerken naar methodes waarbij dieren niet worden blootgesteld aan onnodige stress en pijn.

09

De gemeente pleit bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en de politie-eenheid Den Haag voor meer onderzoek naar oproerbeheersing zonder het gebruik van dieren.

Handhaving 10

De gemeente stelt duidelijke dierenwelzijnstaken op die door BOA’s uitgevoerd kunnen worden en schroeft het kennisniveau rond dierenwelzijn (verder) op.

Handhaving speelt een belangrijke rol bij het borgen van dierenwelzijn in onze stad. Bijvoorbeeld in gevallen van verwaarlozing, mishandeling of verlating van een gezelschaps- of wild dier. De handhaving van de naleving van de Wet dieren wordt uitgevoerd door de inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlands Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zij zijn als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) bevoegd om een proces-verbaal op te maken en waar

nodig dieren in beslag te nemen. Verder wordt er samengewerkt met politie, regio inspecteurs van de Dierenbescherming en dierenwelzijnsorganisaties in de stad. Het is belangrijk dat de overheid kan optreden bij geconstateerde overtredingen en misstanden op dierenwelzijnsgebied. Daarom is het belangrijk dat ook de gemeente Den Haag beleid heeft ten aanzien van de dierenpolitie en BOA’s. Inmiddels heeft Den Haag een coördinator dierenpolitie en zijn er 11 taakaccenthouders

Rol van de gemeente

11

De gemeente gaat in gesprek met de politie-eenheid Den Haag om taakaccenthouders minimaal 50% van hun werktijd te laten besteden aan dierenwelzijnszaken.

dierenwelzijn (een per basisteam). Taakaccenthouders zijn agenten die zich bezighouden met handhaving dierenwelzijn naast de reguliere politiezaken. Hoewel er taakaccenthouders zijn in de politiekorpsen blijkt in praktijk de tijd vooral op te gaan aan reguliere politiezaken. De gemeente heeft in het lokale integraal veiligheidsplan 2019 - 2022 het tegengaan

15

van dierenmishandeling als ambitie opgenomen. Hierbij is het doel om de integrale samenwerking tussen LID, NVWA, dierenpolitie (ofwel taakaccenthouders dierenwelzijn) en de gemeentelijke handhavers te bevorderen op het gebied van vroegtijdige signalering van dierenmishandeling. Het is daarom goed om het kennisniveau rond dierenwelzijn bij de handhavers op te schroeven zodat de handhavers beter weten waarop te handelen. De BOA’s en taakaccenthouders dierenwelzijn moeten minimaal 50% van hun tijd kunnen besteden aan het verbeteren van dierenwelzijn. Zo kunnen zij honden uit auto’s bevrijden op warme zomerdagen, of de aanwezigheid van dieren bij geweldsdelicten toetsen. De gemeente dient er zorg voor te dragen dat de BOA’s en taakaccenthouders een gelijkwaardige positie krijgen met een duidelijk omschreven budget, taken en bevoegdheden binnen het politionele apparaat. Toezicht

moet effectief zijn en de strafmaat passend voor het delict.

12

De gemeente roept het Rijk op meer taakaccenthouders dierenwelzijn aan te wijzen.

13

De gemeente pleit in G4-verband bij de landelijke overheid voor een houdverbod in gevallen van verwaarlozing.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

16

Voorlichting Voorlichting en educatie behoren tot de belangrijkste middelen die de gemeente kan inzetten om het welzijn van dieren te bevorderen, dierenleed te voorkomen en bewustwording omtrent dierenwelzijn te vergroten. De gemeente Den Haag heeft via de afdeling milieueducatie een speciaal onderwijsprogramma ontwikkeld dat gratis beschikbaar is voor Haagse scholen. Lessen, excursies, leskisten, keuzekisten en projecten zijn beschikbaar met diverse thema’s als afval en grondstoffen, groen en biodiversiteit, klimaat en energie, openbare ruimte en voedsel en water. Dit is belangrijk om kinderen bekend te maken met natuur-

lijke processen. Het onderwijs mag niet voorbijgaan aan dierenwelzijn. Veel scholieren komen niet in aanraking met productiedieren, terwijl zij later wel keuzes maken die het welzijn van dieren beïnvloeden. Scholen moeten daarom de mogelijkheid krijgen om lessen aan te bieden die scholieren een representatief beeld geven van hoe het is gesteld met het dierenwelzijn en van hoe hun keuzes daarop van invloed zijn. Ook is het belangrijk om stil te staan bij huisdieren, waar kinderen veelvuldig mee in aanraking komen. Bijtincidenten komen ook voor in huiselijke omgeving

waar kinderen aanwezig zijn. Om slachtoffers onder kinderen te verminderen is het nodig dat kinderen meer leren over het gedrag en lichaamstaal van dieren. Diverse organisaties hebben hiervoor al lespakketten ontwikkeld. 14

De gemeente stimuleert scholen om lessen aan te bieden waarin leerlingen leren omgaan met (huis)dieren.

Rol van de gemeente

15

17

16

De gemeente ontwikkelt een lespakket voor scholen (lagere en middelbare) dat gaat over duurzaam (plantaardig) voedsel en de maatschappelijke effecten van voedselproductie.

Op de gemeentelijke website voor natuur- en milieueducatie wordt ook aandacht besteed aan dieren(welzijns)lessen in de klas.

Catering Jaarlijks komen veel inwoners van de stad op het stadhuis of in een van de stadsdeelkantoren. Ook werken veel mensen voor de gemeente en de gemeente heeft veel inkoopmacht. In de gemeentelijke catering kan het diervriendelijke voorbeeld worden gegeven door biologische, lokale en plantaardige producten te stimuleren in het aanbod. Hier is een initiatiefvoorstel voor ingediend16. Aanvullend aan dit voorstel is van belang dat in gemeentelijke gebouwen of bij gemeentelijke evenementen geen vlees van bedreigde diersoorten, zoals paling, wordt geserveerd. Ook dient geen vlees of producten te worden aangeboden dat op

dieronvriendelijke manier wordt geproduceerd, zoals foie gras of kalfsvlees.

18

17

De gemeente serveert op gemeentelijke evenementen en in gemeentelijke kantines geen bedreigde diersoorten, zoals paling.

De gemeente serveert op gemeentelijke evenementen en in gemeentelijke kantines geen dierlijke producten die op dieronvriendelijke manier worden geproduceerd, zoals kalfsvlees en foie gras.

18

Bedrijven in de stad

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

Bedrijven in de stad

19

Den Haag kan ervoor kiezen om de verkoop van levende dieren en bont tegen te gaan. Ook kan de gemeente maatregelen treffen om het

gebruik van proefdieren te verminderen. Den Haag kan zijn contact met bedrijven inzetten om een diervriendelijkere stad te worden.

Ambulante handel In de nota Markten, Straathandel en Kiosken 2016-2021 staan geen regels omtrent de handel van goederen. Sinds 2018 is het in Amsterdam verboden om levende dieren te verhandelen op de markt. De handhaving van de welzijnswetten is een taak van marktmeesters, de politie, de LID, de NVWA en de BOA’s. Omtrent de verkoop van levende vis en schaaldieren, zoals kreeften en krabben, op markten bestaat momenteel nog geen regelgeving. Op dit welzijnsaspect kunnen gemeenten nog niet ingrijpen, tenzij sprake is van misstanden zoals blootstelling aan de brandende zon. De gemeente Leiden gaat wel in gesprek met vishandelaren om de verkoop van levende

vissen, schaal- en schelpdieren terug te dringen.

19

De gemeente neemt richtlijnen over de handel in (levende) dieren op in een aangepaste nota of verordening Markten, Straathandel en Kiosken.

20

De gemeente gaat in gesprek met vishandelaren om de verkoop van levende zeedieren voor consumptie te stoppen.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

20

Proefdieren Dierproeven gaan vaak samen met dierenleed. Alhoewel de gemeente geen zeggenschap heeft over dierproeven, omdat

het een Rijksbevoegdheid is, kan de gemeente wel sturing geven op een proefdiervrij beleid.

21

De gemeente kan een proefdiervrij beleid voeren, door te werken met proefdiervrije en biologische schoonmaakmiddelen. Zulke middelen zijn niet getest op dieren en brengen geen schade toe aan onze leefomgeving. Maar ook door alternatieven voor dierproeven of proefdiervrije producten op te nemen als subsidievoorwaarde voor gemeentelijke subsidies.

De gemeente hanteert een actief proefdiervrij inkoopbeleid.

22

De gemeente hanteert proefdiervrije producten of alternatieven voor dierproeven als voorwaarde bij subsidieaanvragen.

Bedrijven in de stad

21

Bont In diverse winkels of op markten in Den Haag worden producten aangeboden waarin bont is verwerkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om jassen met bontkragen of de slapende katjes met levensechte vacht. Uit diverse onderzoeken blijkt dat bont vaak met verkeerde etikettering wordt verkocht en in vele gevallen echt bont zelfs wordt verkocht als nepbont17. Doordat veel landen bont zijn gaan produceren is de prijs van bont stukken lager dan vroeger. Consumenten gaan er vaak van uit dat ze geen echt bont 23

De gemeente hanteert een actief bontvrij inkoopbeleid.

maar imitatiebont kopen. Terwijl de consument vaak niets weet over de herkomst. Helaas met alle gevolgen van dien voor de dieren, die hebben geleden onder de handelingen voor de productie van de bontjas18.

en de verkoop van bont in de subsidieverordening van bijzondere evenementen opgenomen19. Ook in een aantal grote steden in Californië geldt een verbod op de verkoop van bont20.

De gemeente kan een voorbeeld- en voorlichtingsfunctie innemen. Zo heeft de gemeente Amsterdam in 2013 een brief met daarin een oproep om geen bont te verkopen aan de Amsterdamse winkeliers gestuurd. In Amsterdam is het gebruik van bont in kleding 24

De gemeente informeert de inwoners van de stad actief over de nadelen van bont via diverse kanalen, zoals de website.

25

De gemeente subsidieert geen instellingen, organisaties of evenementen die bont gebruiken.

22

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

Gezelschapsdieren

Gezelschapsdieren

23

In veel gezinnen vervult een huisdier een rol als gezinslid. In 2015 is in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken een derde uitgave van ‘Feiten en Cijfers van de Gezelschapsdierensector’ tot stand gekomen21. Hieruit blijkt dat rond die tijd ruim 33,4 miljoen gezelschapsdieren in Nederland aanwezig waren. Ten opzichte van 2010 is dat aantal met maar liefst 12,5% gestegen. Bijna 59% van de Nederlandse huishoudens blijkt een huisdier te hebben. Steeds meer mensen schaffen een reptiel aan als huisdier: een explosieve groei ten opzichte van 2010 met 160%. Zie de grafiek voor een totaaloverzicht (aantallen in miljoenen). De eigenaar van een huisdier draagt veel verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van het leven van zijn of haar dier. Hij of zij is de eerstverantwoordelijke voor het welzijn en de gezondheid van zijn of haar dier. Kosten voor een dierenarts, aanschaf van voeding, en dagelijkse beweging geven zijn een aantal taken waar een eigenaar verantwoordelijk voor is. Het dier is altijd afhankelijk van de eigenaar. De overheid heeft hier primair een kaderstellende en regisserende rol. De overheid

stelt normen voor het omgaan met dieren. Zij bepaalt welke dieren gehouden mogen worden en welke (minimum)eisen er gelden voor bijvoorbeeld huisvesting, voeding en verzorging. Ook bepaalt de overheid welke ingrepen er bij dieren gedaan mogen worden. Voorlichting kan ervoor zorgen dat mensen geen verkeerde aankopen doen en goed voor de dieren zorgen. Hier ligt een belangrijke preventieve taak voor de gemeente. Die kan helpen voorkomen dat inwoners van Den Haag een dier aanschaffen dat niet bij hun leefsituatie past. Dit voorkomt dierenleed en bespaart geld. Daarnaast moet het voor inwoners duidelijk zijn waar zij met hun huisdieren naartoe kunnen als er problemen ontstaan, bijvoorbeeld door ziekte of opname in een zorginstelling. De overheid komt als verantwoordelijke in beeld wanneer de eigenaar, om welke reden dan ook, zijn of haar verantwoordelijkheid niet kan of wil nakomen en het welzijn van het dier in gevaar komt.

Grafiek: huisdieren in Nederland (aantallen in miljoenen).

10

8

6

4

2

0

Katten

Honden

Konijnen en knaagdieren

Zang- en siervogels

Aquariumvissen

Reptielen

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

24

Aanschaf Huisdieren zijn op meerdere manieren aan te schaffen. Ze worden zelfs op advertentiesites aangeboden. (Online-)winkels, beurzen en markten zijn ongeschikt voor het verkopen van levende dieren. De omstandigheden daar hebben vaak negatieve effecten op het welzijn van het dier. Doordat dieren daar in een impuls worden aangeschaft, zijn de nieuwe eigenaren zich niet altijd bewust van de zorgen die een huisdier met zich meebrengt. Vaak is het de vraag waar de (jonge) dieren vandaan komen. Veelal komen deze dieren via (malafide) handelaren op de markt. In de handel en transport worden veel dieren blootgesteld aan zware omstandigheden. Dit kan gepaard gaan met ziekten en epidemieën. Er gelden regels voor de verkoop van dieren. Het is niet toegestaan om dieren te verkopen aan personen jonger dan 16 jaar zonder begeleiding22. Dieren mogen ook niet meer in etalages staan. Verkopers moeten klanten voorzien van schriftelijke informatie over het aangeschafte dier. De gemeente kan de verkoop van dieren in winkels en op markten niet verbieden. Onze stad kan wel in gesprek

gaan met dierenwinkels en aansturen op doorverwijzing naar dierenopvanginstanties en erkende fokkers voor de adoptie van een dier in plaats van verkoop in de winkel. Via een convenant kunnen afspraken worden gemaakt om de verkoop van dieren terug te dringen. Huisdieren worden ook middels fokkers aangeschaft. Niet alle fokkers zijn erkend; sommige mensen doen het het incidenteel of als hobby. Helaas zijn er ook ‘foute’ fokkers die geen rekening houden met dierenwelzijn en ongewenste erfelijke eigenschappen die ouderdieren meedragen. Deze laatste groep mensen is alleen maar uit op economisch gewin over de rug van dieren. Daarom is het goed als vanuit de gemeente gezamenlijk met andere gemeenten de druk op de landelijke overheid wordt

27

De gemeente dringt bij de landelijke overheid aan op een verbod op verkoop van dieren via internet, in dierenwinkels, tuincentra en andere locaties die impulsaankopen en onverantwoorde verkoop van dieren bevorderen.

28

26

De gemeente dringt bij de landelijke overheid aan op aangescherpte criteria voor fokkers.

De gemeente sluit een convenant met dierenwinkels en tuincentra dat tot doel heeft de verkoop van levende dieren daar op termijn te stoppen.

Gezelschapsdieren

opgevoerd voor strengere eisen voor fokkers zodat alleen nog maar gezonde dieren kunnen worden aangeschaft.

25

Huisdier Informatie Punten kunnen mensen doorverwijzen naar verantwoorde plaatsen om een huisdier aan te schaffen.

29

Er zijn in Den Haag 14 Huisdier Informatie Punten. Op deze plekken kunnen mensen terecht als ze erover denken om een huisdier te nemen. Het is van belang dat de Huisdier Informatie Punten voldoende bekend zijn.

De gemeente zet in op bekendheid en uitbreiding van de Huisdier Informatie Punten.

Identificatie en registratie Veel dieren komen onnodig in het asiel terecht omdat de eigenaar niet kan worden achterhaald. Identificatie door een chip en registratie kunnen ervoor zorgen dat een eigenaar snel opgespoord wordt. Sinds 2013 is de registratie van honden verplicht. Iedere hond die in Nederland geboren wordt, moet binnen zeven weken worden gechipt. Het is voor opsporing van eigenaren

van groot belang dat de chipgegevens in één centrale database worden geregistreerd zonder tussenkomst van private databanken. Gezien de hoeveelheid katten die op straat terecht komen, zou het goed zijn als deze regeling ook voor hen ingevoerd zou worden. Dit zou ook als prikkel kunnen fungeren tegen impulsaankopen. Op dit moment zijn er meer-

30

De gemeente geeft voorlichtingscampagnes over en ondersteunt chipacties.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

26

dere private databanken actief waarin huisdiereigenaren zelf hun gegevens kunnen wijzigen. Deze private databanken geven deze gegevens weer door aan de centrale databank, die alle gegevens bewaart en slechts inzichtelijk is voor een beperkte groep mensen. Hier gaat het vaak fout. Mensen registreren hun huisdier niet waardoor gechipte dieren alsnog vermist raken. Als gevolg hiervan komen deze dieren terecht in de opvang en stijgen de kosten voor opvang en verzorging van die dieren. De stichting Amivedi, gerund door vrijwilligers, is een landelijke organisatie waar men gevonden of vermiste dieren kan aanmelden23. Deze organisatie helpt bij het opsporen van vermiste dieren. Ook de Dierenbescherming heeft een meldpunt voor vermiste en gevonden

dieren: mijndieriszoek.nl. De gemeente kan helpen om vermiste huisdieren te herenigen met hun eigenaren door via de gemeentelijke website en sociale media aandacht te besteden aan de diverse meldpunten.

31

32

De wethouder stuurt bij de Rijksoverheid aan op een landelijke regelgeving voor het verplicht chippen van katten.

33

De gemeente doet mee met de jaarlijkse chipmaand in juni door onder andere alle dierenartsen op te roepen met (goedkopere) chipacties te komen.

De wethouder stuurt bij de minister aan op een centraal registratiepunt voor gechipte honden en katten.

34

De gemeente ondersteunt dierenhulporganisaties en Amivedi om het bereik en de herkenbaarheid van de meldpunten met gevonden dieren te vergroten.

Gezelschapsdieren

27

Castratie en sterilisatie Castratie en sterilisatie van gezelschapsdieren heeft zowel voor- als nadelen. Zo worden dieren vaak minder agressief nadat zij onvruchtbaar zijn gemaakt en lopen zij minder kans op bepaalde ziektes. Ook voorkomen dergelijke ingrepen ongewenste nestjes, die vaak weer kunnen leiden tot impulsaankopen. Aan de andere kant kleven er altijd risico’s aan operaties, al zijn die in dit geval klein.

Het is belangrijk om goede voorlichting te geven over het castreren en steriliseren van dieren. In de gemeente Den Haag wordt de zwerfkattenpopulatie onder controle gehouden middels de TrapNeuter-Returnmethode. De gemeente geeft hier een tegemoetkoming voor aan de dierenhulporganisatie.

35

De gemeente zet verschillende vormen en kanalen in voor voorlichting over het onvruchtbaar maken van dieren.

28

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

Hondenbeleid In 2018 waren 18.023 geregistreerde honden in Den Haag24. In de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Den Haag zijn drie artikelen opgenomen omtrent honden. Het eerste hondengerelateerde artikel gaat over loslopende honden (2:57). Het tweede artikel (2:58) heeft alles te maken met de verontreiniging door honden. Gevaarlijke honden vormen het onderwerp van het laatste artikel (2:59).

Hondenbelasting Het heffen van een belasting op een levend wezen is niet wenselijk. Verder is het lastig de hondenbelasting te innen. Er zijn controleurs voor nodig en dat maakt het duur. In het coalitieakkoord 2019-2022, ‘Samen voor de stad’, hebben de nieuwe coalitiepartijen

desondanks afgesproken de hondenbelasting in stand te houden. Om honden als huisdieren in een stad te kunnen houden, zijn aparte voorzieningen nodig. De gemeente eist dat Haagse hondenbezitters

hieraan bijdragen middels de hondenbelasting. Indien die eis wordt gesteld, is het belangrijk dat deze inkomsten ook daadwerkelijk aan dit doel worden besteed.

36

De opbrengsten van de hondenbelasting worden besteed aan voorzieningen die rechtstreeks aan honden of andere dieren ten goede komen.

Gezelschapsdieren

29

Losloopgebieden Een goede hoeveelheid en soort lichaamsbeweging voor een hond zijn belangrijke onderdelen van verantwoord huisdierbezit. Er was in 2015 ruim 5 vierkante kilometer van het Haagse grondgebied beschikbaar als losloopgebied voor honden. De kwaliteit van deze gebieden is vaak ondermaats. De gebieden zijn vaak voorzien van veel steen of het bestaat uit een modderpoel, maar ook zijn deze gebieden niet altijd veilig genoeg om je hond los te laten. Zo zijn er gevaarlijke situaties bij de Erasmusweg, Ferrandweg, Segbroeklaan en op het strand. Ook is de verdeling niet evenredig. In sommige stadsdelen met meer hondenbezitters

is haast geen losloopgebied beschikbaar. Zie de kaart voor een overzicht. De rode gebieden zijn verboden voor honden. Hierdoor kunnen de bestaande losloopgebieden druk bezochte plekken worden. Vanwege het aantal gebruikers op een klein stukje kan dat weer leiden tot incidenten. De openbare ruimte is schaars. In of nabij Natura 2000-gebieden is het niet wenselijk om losloopplekken te creëren omdat de natuur al onder druk staat door alle ruimtelijke ontwikkelingen en de stikstofproblemen. Voorkomen moet worden dat honden in vogelrustgebieden

37

Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met veilige en voldoende losloop- en uitlaatgebieden voor honden op loopafstand. Bij het aanwijzen van deze locaties wordt rekening gehouden met natuurwaarden van de bestaande locatie.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

30

broedende vogels verstoren, of plantensoorten vertrappen. Een oplossing voor veilige losloopgebieden kan worden gezocht in hondenspeeltuinen zoals die ook te vinden zijn in Rotterdam (Bello) en Vlaardingen (de Broekpolder). In de gemeente Nijmegen en Oss heeft de gemeente zelf hondenspeeltuinen aangelegd naar aanleiding van te weinig goede en veilige plekken voor losloopgebieden, maar ook om ergernissen van hondenpoep op straat, paden en rond kinderspeelplaatsen te voorkomen.

38

De gemeente hanteert en communiceert een integrale aanpak hondenbeleid in natuurgebieden om die gebieden optimaal te beschermen en tevens hondenlosloopgebieden in de natuur te handhaven.

Sociale communicatie Of een hond rust nodig heeft, is voor anderen dan de eigenaar niet altijd direct zichtbaar. In diverse wereldsteden gebruiken hondeneigenaren hiervoor een geel lintje. Een hond met een geel lintje om heeft behoefte aan ruimte, bijvoorbeeld door gedrags- of gezondheidsproblemen. Ook kunnen hondeneigenaren hiermee naar elkaar communiceren of een loslopende hond moet worden aangelijnd bij het passeren van een andere hond.

39

De gemeente promoot het concept van de gele lintjes op de website van de gemeente, bij de Huisdier Informatie Punten en bij dierenartsen.

Gezelschapsdieren

31

Agressie Onderzoek uit 2008 laat zien dat jaarlijks ongeveer 150.000 mensen worden gebeten door een hond25. Het merendeel van de beten, zo’n 66%, is niet ernstig en vereist geen medische behandeling. Een derde van de slachtoffers laat zich behandelen door een huisarts of bezoekt een afdeling spoedeisende hulp. In een periode van 25 jaar (tot 2006) zijn 29 dodelijke slachtoffers gevallen, in 8 gevallen waren het jonge kinderen. Het blijkt dat het grootste deel van de bijtincidenten in eigen omgeving plaatsvindt. De slachtoffers zijn dan vaak kinderen. Bijtincidenten in de openbare ruimte beslaan ongeveer 30% en betrekken voornamelijk volwassen die niet bekend zijn met honden. Agressief gedrag van honden komt ook voor in Den Haag. Dit gedrag moet vooral worden bekeken in relatie tot de behandeling van de hond door de eigenaar. De eigenaar heeft de volle verantwoordelijkheid om de hond goed op te voeden en waar nodig bij zich te houden. De gemeentewet26 en het Wetboek van Strafrecht27 bieden mogelijkheden om

(eigenaren) van agressieve honden aan te pakken. Sinds 2008 ligt de aanpak van bijtincidenten vooral bij gemeenten. Op dit moment hanteren verschillende gemeenten verschillend beleid in hun APV met betrekking tot de omgang met bijtincidenten. De eigenaar kan door een erkende en hoogwaardige gedrags- en opvoedcursus te volgen leren om op een juiste manier om te gaan met de hond. De kans op onvoorspelbaar gedrag van de hond neemt hierdoor af. In

Zwitserland zijn hondeneigenaren dan ook verplicht om een opvoedcursus te volgen die verdeeld is in 5 theorielessen en 5 praktijklessen. De mogelijkheden van een verplichte opvoedcursus voor nieuwe hondeneigenaren bij de aanschaf van de eerste hond dienen onderzocht te worden. Iedere gemeente kan een eigen bijtprotocol opstellen. 41

40

De gemeente onderzoekt invoering van een verplichte opvoedcursus voor hondeneigenaren en dringt hierop aan bij de landelijke overheid.

De gemeente verplicht de eigenaar van de hond na een bijtincident het behalen van een Sociaal Hondenvaardigheidsbewijs (SHVB) en het ongewenste gedrag dat heeft geleid tot het bijtincident aan te pakken met een gedragsdeskundige.

32

Verschillende dierenwelzijnsorganisaties hebben een voorzet gedaan. De werkgroep Hulp Inbeslaggenomen Honden28 en de Raad voor Dieraangelegenheden (RDA)29 sturen erop aan om de eigenaar meer verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van zijn/haar hond. Ook moeten bijtincidenten zoveel mogelijk afgehandeld worden via het bestuursrecht, waarbij wordt voorkomen dat honden in beslag worden genomen. De eigenaar moet ervoor zorgen dat zijn/haar hond geen gevaar vormt in de openbare ruimte.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

Voor de meeste honden en eigenaren zou een muilkorf- en aanlijngebod per direct na een bijtincident en een verplichte opvoed- of gedragscursus om de hond beter onder controle te krijgen, voor bestaande eigenaren die nog geen cursus hebben gehad, afdoende zijn. Houdt de eigenaar zich hier niet aan, moeten juridische stappen volgen. Zodra de eigenaar de training en test heeft afgelegd moet hij of zij aantonen dat de hond na een bijtincident weer zonder muilkorf- en aanlijngebod op straat kan lopen. Bij

42

De gemeente neemt de aanbevelingen van de Werkgroep Hulp inbeslaggenomen Honden en de RDA bij bijtincidenten op in de APV.

Gezelschapsdieren

duidelijke ongeschiktheid van de eigenaar kan het college het Openbaar Ministerie of de rechter verzoeken om de eigenaar, mede in het belang van de hond, een houdverbod op te leggen en de hond te laten verplaatsen. Wanneer een hond lange tijd in de zogeheten ‘opslag’ heeft verbleven, levert een test niet altijd een betrouwbaar beeld op over het gedrag van de hond. Honden die gestrest zijn presteren vaak slechter tijdens de test, wat voor de hond kan leiden tot een nadelige beoordeling en uiteindelijk euthanasie. Het is daarom van groot belang om de periode waarin de hond in de opslag moet verblijven zo kort mogelijk te houden

33

en actief met de hond te werken aan terugkeer in de maatschappij. Dit sluit aan bij artikel 1.10 uit het Besluit Houders van Dieren. De Raad voor Dieraangelegenheden doet ook nog aanbevelingen tot wijzigingen van artikelen in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafverordening. Hierdoor kan het mogelijk zijn dat de eigenaar nog meer verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn of haar omgang met de hond. Het ophitsen of onvoldoende terughouden van de hond jegens andere dieren zou hiermee strafbaar worden. De gemeente kan bij het ministerie aandringen op doorvoering van deze

wijziging.

43

De gemeente verstrekt via de website informatie over belangrijke adressen voor kwalitatieve en deskundige gedragscursussen en opvoeding.

44

De gemeente dringt bij het ministerie aan op doorvoering van de door de RDA voorgestelde wetswijzigingen in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafverordening.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

34

Afstandsdieren Wanneer de eigenaar van een dier afstand doet van zijn of haar dier is het voor het dier en de gemeente van belang dat de eigenaar het dier niet dumpt maar afstaat aan het asiel. Asielen vragen een vergoeding aan de eigenaar van het dier voor de opvang en verzorging van de afstandsdieren. Voor onvoorziene omstandigheden biedt afstand doen een oplossing. Sommige eigenaren kunnen het bedrag niet betalen, doordat zij bijvoorbeeld in de bijstand zitten. In sommige situaties willen mensen

uiteindelijk afstand doen van hun dier omdat zij anders in de knel komen met hun financiën. Voorkomen moet worden dat deze mensen op een andere manier van hun dier af willen komen. Dieren kunnen op straat terechtkomen en daardoor in slechte conditie raken. Het is daarom ook wenselijk dat de gemeente deze noodvoorziening financiert. Dit gebeurt al in Amsterdam30.

45

De gemeente vergoedt de kosten voor afstandsdieren waarvan de eigenaar geen geld heeft om de afstandskosten te betalen.

Gezelschapsdieren

35

Minima Wie zijn baan verliest en een uitkering aanvraagt, kan al in het bezit zijn van een huisdier. Voor hem of haar wordt ondersteuning geboden, maar helaas niet voor het huisdier. De huisdierbezitter kan de dierenartsrekening of andere medische noodhulp voor het dier vaak niet zelf betalen. Bijna 60% van de huisdiereigenaren met een minimuminkomen geven aan dat ze om financiële redenen wel eens hebben afgezien van een bezoek aan de dierenarts. Dit komt niet ten goede aan het dierenwelzijn. Burgers onder de armoedegrens geven een significant hoger cijfer aan de band met hun huisdier dan burgers boven de armoedegrens. Toch heeft deze groep vaker het gevoel dat zij niet de juiste verzorging kan bieden aan hun huisdier met als voornaamste reden een gebrek aan financiële middelen31. De gemeente dient initiatieven te nemen om dit soort situaties te verminderen en het liefst te voorkomen. In 2007 is de eerste dierenkliniek voor mensen met een uitkering geopend, minimax Dierendokter. Tot 2013 was er in Den Haag een Sociaal Fonds dat vanuit de Dierenbescherming werd bekostigd. Na reorganisaties is dit fonds vervallen. Door

teruglopende donaties heeft de Dierenbescherming inmiddels medewerkers die streng selecteren welke hulp nodig is voor het dier, zoals de begeleiding naar het afstand doen van een dier aan een opvangcentrum, het zoeken van tijdelijke opvang of het vinden van een oplossing om de rekening te betalen. De gemeente zou hierin kunnen bijspringen door initiatieven van dierenartsen of andere sociale noodfondsen voor huisdierbezitters te steunen. Zo kan de gemeente minima met een ooievaarspas tegemoetkomen in de medische kosten voor hun huisdier. In Amsterdam kan men gebruik maken van de ADAM-regeling, waarbij het eerste bezoek aan de dierenarts altijd gratis is. Indien het dier een medische behandeling nodig heeft, vergoedt de gemeente de helft van de kosten tot een maximum van 300 euro per jaar, per stadspas. De regeling geldt voor 1 huisdier per stadspasjaar. In de gemeenten Rotterdam , Apeldoorn, Deventer en Zutphen33 kunnen huisdiereigenaren met een uitkering tegen minimale kosten hun huisdier laten behandelen. Met de Rotterdampas kunnen mensen ook bij aangewezen 32

46

De gemeente verleent structurele steun aan de medische zorg voor dieren van ooievaarspashouders.

47

De gemeente ondersteunt mensen met een huisdier die gebruikmaken van de voedselbank door ze naar de voedselbank voor huisdieren te verwijzen.

dierenwinkels aankopen doen. Ook komen mensen in Apeldoorn met een voedselbankpas in aanmerking voor de dierenvoedselbank die voedselpakketten voor de huisdieren uitdeelt. Gemeenten werken ook

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

36

samen met de Stichting Bevordering Huisdierenwelzijn om huisdieren van mensen in de minima te ondersteunen. De gemeente Helmond verwijst mensen uit de bijstand bijvoorbeeld door naar de stichting34. Er is minder financiële steun voor mensen die de medische noodgevallen niet meer kunnen betalen. De gemeente kan de bijzondere bijstand beschikbaar stellen voor medische noodgevallen van minima, ook voor dieren. Dit gebeurt nu nog niet. Het verdient

aanbeveling om dierenwelzijnsorganisatie(s) en een dierenarts(en) in te schakelen voor het beoordelen van de medische noodzakelijkheid van de behandeling en de kosten. Tegelijkertijd kan worden gekeken of de eigenaar behoefte heeft aan andere hulp of herplaatsing van het dier. Wanneer de kosten niet uitsluitend uit noodvoorzieningen kunnen worden betaald, kan via een spoedprocedure een aanvraag worden gedaan voor een vergoeding van de resterende medische kosten.

48

De gemeente onderzoekt mogelijkheden om de bijzondere bijstand te gebruiken voor een (gedeeltelijke) vergoeding van noodzakelijke medische kosten voor dieren van bijstandsgerechtigden.

Dier en zorg Dieren zijn een belangrijk onderdeel van het welzijn en bij de zorg voor mensen. Diverse wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat de inzet van dieren in de zorg onder andere stress vermindert, eenzaamheid en depressie tegengaat en de kwaliteit van het leven van zowel huisdier als eigenaar verhoogt. In de zorgsector worden dieren steeds meer ingezet. In sommige zorginstellingen zijn huisdieren welkom, in een aantal andere zorginstellingen komen vrijwilligers met hun huisdier op bezoek bij de mensen die daar verblijven. Tot nog toe gelden voor de aanbieders van activiteiten met dieren in de zorg nog

geen kwaliteitseisen of certificatie. Dit is verontrustend, omdat in de praktijk iedereen activiteiten met dieren in de zorg kan organiseren. Dit kan leiden tot ongewenste en onveilige situaties voor mens en dier. In 2014 is het initiatiefvoorstel ‘Dier en Zorg’ aangenomen35. Het voorstel roept de gemeente op om de inzet van dieren in de Haagse zorg-en welzijnssector te bevorderen maar daarbij ook het welzijn en de veiligheid van zowel mens als dier te garanderen. De gemeente heeft daarop een bijeenkomst met onafhankelijke en specialistische organisaties georganiseerd om te kijken hoe de kwaliteit geborgd kan worden (middels

49

De gemeente organiseert een vervolgbijeenkomst met zorginstellingen, gemeenteambtenaren en aanbieders van interventies met dieren in de zorg over de landelijke richtlijnen en de implementatie daarvan in Den Haag.

Gezelschapsdieren

een kwaliteitstoets) en hoe de welzijnssector diervriendelijker kan worden. Het was toen wachten op landelijke richtlijnen en er heerste veel onduidelijkheid over wat wel of niet is toegestaan met interventies in de zorg met dieren. In 2017 is een richtlijn ontwikkeld voor onder andere de inzet van dieren in de gezondheidszorg36. Een tweede bijeenkomst met de organisaties kan helpen om de kwaliteit van interventies met dieren in de zorg in Den Haag voor mens en dier te verbeteren en om helderheid te scheppen.

37

50

51

De gemeente toetst (subsidie)-aanvragen voor interventies met dieren of opvang van dieren in de zorg- en welzijnssector aan vooraf opgestelde dierenwelzijnsnormen.

De gemeente gaat in gesprek met zorginstellingen opdat zorgbehoevenden hun huisdier mee kunnen nemen, tenzij dat niet in het belang van het dier is.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

38

52

De gemeente onderzoekt hoe een mantelzorgproject voor dieren kan worden opgezet.

53

De gemeente neemt in de Algemene Plaatselijke Verordening (artikel 2:57) een uitzondering op voor aangelijnde hulphonden, waardoor deze dieren hun begeleider kunnen begeleiden naar een publiek toegankelijke plek.

Bij dierenopvang Dog Sense worden de huisdieren opgevangen van mensen die in de maatschappelijke opvang verblijven37. Het verlies van een huisdier heeft grote gevolgen voor het welzijn van het dier en het herstel van de cliënt. Dog Sense heeft inmiddels lange wachtlijsten omdat veel mensen die zorg nodig hebben hun huisdier niet kwijt willen. Het is van belang dat mensen die in de maatschappelijke opvang verblijven waar mogelijk hun huisdier(en) bij zich kunnen houden. In veel gevallen wonen zorgbehoevende mensen nu langer thuis en krijgen thuiszorg. Helaas zijn voor huisdieren dan vaak geen oplossingen aanwezig, omdat de werkdruk voor thuiszorgmedewerkers al hoog ligt. Daarnaast heeft niet iedereen mensen in de omgeving die kunnen helpen. Thuiszorg voor huisdieren is een onmisbare zorg aan huis die ook helpt tegen eenzaamheid. Het stelt mensen in staat om hun trouwe maatje te behouden. Huisdieren bevorderen, zoals al langer bekend, het welzijn en verbinden mensen onderling.

Voor interventies met dieren in de zorg zijn er ook de hulphonden. Nog steeds worden soms hulphonden geweigerd op locaties of in taxi’s in onze stad. Deze dieren ondersteunen hulpbehoevende mensen om mee te doen in de maatschappij. Veelal hebben deze mensen een beperking waardoor ze ook niet altijd de ontlasting van hun viervoeter kunnen opruimen. Een inclusieve gemeente betekent dat er voor deze duo’s ook aandacht moet zijn in het gemeentelijke beleid.

54

De gemeente blijft in gesprekken met de stichting Taxibelang Haaglanden benadrukken dat hulphonden moeten worden toegelaten in taxi’s.

Gezelschapsdieren

39

Geweld doorbreken Dierenmishandeling vindt vaak plaats in een omgeving waar ook andere vormen van geweld voorkomen, zoals huiselijk geweld38. De huisdieren zijn vaak de vergeten slachtoffers van huiselijk geweld. Het Instituut Antrozoölogie (voorheen de Stichting Cirkel van Geweld) heeft het bewustzijn over de verbanden die bestaan tussen huiselijk geweld tegen mensen en geweld tegen dieren vergroot. Zo blijkt uit diverse onderzoeken dat in meer dan de helft van de gevallen van huiselijk geweld ook dieren-

mishandeling plaatsvindt39. Dierenmishandeling is een opstap naar andere geweldsdelicten zoals kindermishandeling en huiselijk geweld. Om hier meer grip op te krijgen zullen hulpverleners van de gemeente Den Haag bij een hulpvraag rond kwetsbare gezinnen standaard ook de toestand van de huisdieren in kaart moeten brengen. Een derde van de mishandelde vrouwen heeft in een onderzoek van het IFAW en Kadera aangegeven dat de (ex-)partner wel eens heeft gedreigd met het mishan-

55

De gemeente realiseert samen met dierenartsen, dierenambulance, Blijf van mijn Dier en Veilig Thuis plekken waar huisdieren tijdens de vlucht van het slachtoffer kunnen worden afgegeven.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

40

delen van het aanwezige huisdier40. Ruim de helft van die ondervraagde vrouwen heeft aangegeven dat de (ex-) partner het huisdier daadwerkelijk pijn heeft gedaan of zelfs heeft gedood. Dit staat ook wel bekend als de cirkel van geweld41. Een huisdier als gezinslid kent ook een keerzijde. 41% van de ondervraagde vrouwen uit het onderzoek van Blijf van mijn Dier geven aan hun vlucht naar de opvang uit stellen tot wel één jaar vanwege het huisdierbezit. Plekken waar huisdieren kunnen worden afgegeven tijdens de vluchtweg kunnen een tussenoplossing zijn. In de Wet maatschappelijke opvang 201542 is op het gebied van beschermd wonen en opvang ook opgenomen dat bij maatwerkvoorzieningen naar de behoeften moet worden gekeken. Uit het onderzoek van Kadera blijkt dat er behoefte is aan een opvang waar het gehele gezin, ook de dieren, welkom is. In 2014 is het initiatief Blijf van mijn Dier gestart om huisdier en eigenaar zo snel mogelijk de onveilige thuissituatie te laten ontvluchten. De dieren kunnen in de eerste crisisperiode worden opgevangen, bijvoorbeeld bij de dierenarts, dierenambulance, pension of asiel. De menselijke slachtoffers kunnen zo hun weg naar de opvang vervolgen. In de meest ideale situatie zou het hele gezin op één plek worden opgevangen.

56

57

De gemeente faciliteert, in samenspraak met de keten, een crisisopvang voor de eerste 24 uur waar huisdieren welkom zijn.

Voorbeelden daarvan zijn de projecten ‘Together we care’43 en ‘Sheltering Animals and Families Together’44. Deze vorm van opvang voorkomt stress bij mens en dier, neemt drempels weg bij de vlucht en zorgt voor een beter herstel in het gezin. Kinderen zien de huisdieren vaak als maatjes die er in de moeilijke tijden altijd voor hen zijn. Hulpverleners van de gemeente kunnen een belangrijke rol spelen in het signaleren van dierenmishandeling. Wordt er niet goed voor de dieren gezorgd, dan is de kans groter dat ook de kinderen of partner slachtoffer zijn van mishandeling of verwaarlozing. Aandacht voor de huisdieren helpt bij de opsporing van wat er mis kan zijn. Den Haag kan het voorbeeld volgen van de gemeente Nijmegen om hier

De gemeente realiseert een opvanglocatie voor slachtoffers van huiselijk geweld in Den Haag waarbij huisdieren gezamenlijk met hun gezin kunnen worden opgevangen.

58

Sociale hulpverleners worden getraind om in kwetsbare gezinnen een oogje in het zeil te houden op de toestand van de huisdieren.

een plan voor uit te werken45. Ook gaat de gemeente Den Haag samen met de woningcorporaties bedenken hoe hun (onderhouds)medewerkers getraind kunnen worden in het herkennen van huiselijk geweld en dierenmishandeling46.

Gezelschapsdieren

41

Dakloze maatjes Daklozen hebben het in de wintermaanden moeilijk. De kou en de regen zorgen voor erbarmelijke verblijfssituaties. Soms hebben daklozen een maatje zoals een hond of een kat. Daarom is het in bijvoorbeeld Arnhem mogelijk om de hond mee te nemen in de nachtopvang47. Ook in België is het goed geregeld voor daklozen en hun viervoeters. Deze kunnen gezamenlijk worden opgevangen bij een opvang. Op sommige plaatsen in België zijn zelfs speciale verblijven gebouwd waar daklozen met hun dier terecht kunnen48. In Edinburgh kunnen daklozen terecht bij het project All4Paws clinic voor een behandeling voor hun

viervoeter49. Door deze mogelijkheid verdwijnen de daklozen niet uit beeld. Ook kan hiermee de gezondheid van de dakloze in de gaten worden gehouden.

60

59

De gemeente biedt bij de nachtopvang daklozen en hun dier onderdak in hetzelfde pand.

De gemeente onderzoekt de mogelijkheid of Haagse dierenartsen of dierenopvangorganisaties willen helpen ondersteunen bij de verzorging van dieren van daklozen.

42

Dieren in het wild

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

Dieren in het wild

43

In de natuur leven verschillende diersoorten. Bomen, struiken en zelfs het water zijn verblijfplaatsen voor in het wild levende dieren. Een dierenleven in de stad gaat echter niet altijd over rozen. Deze dieren kunnen tegen een gebouw aanvliegen of worden aangereden en hebben dan hulp nodig voor herstel. In Den Haag zijn er verschillende dierenopvanginstanties die dieren in nood helpen.

Ook zijn er andere dieren in de buitenruimte te vinden, die daar soms zelf niet voor kiezen. Zo kunnen gezelschapsdieren om wat voor reden dan ook op straat terechtkomen. Voor deze dieren wordt, zodra zij gevonden zijn op straat, opvang geregeld in één van de vele opvanginitiatieven in de stad. Hier kunnen deze voormalige zwerfdieren hun weg naar een nieuwe eigenaar in goede verzorging afwachten.

Opvang en vervoer Er komt veel bij kijken om een dier een kwalitatief goed leven te geven. Kosten voor een dierenarts, voer, attributen en de dagelijkse benodigde bewegingsruimte zijn een aantal van die verantwoordelijkheden. Wellicht wekt het dan ook geen verbazing dat jaarlijks honderden dieren terechtkomen bij een dierenopvang. Het Knaaghof, De Egelopvang, Vogelopvang de Wulp, het Haags Dierencentrum, ‘t Knagertje, de Dierenambulance Den Haag en omstreken en de Vereniging Kattenzorg doen hier belangrijk werk. Dieren

komen daar terecht doordat een eigenaar afstand doet of doordat de dieren worden gedumpt op straat en worden gevonden door bijvoorbeeld de dierenambulance. Jaarlijks maakt de dierenambulance ruim 18.000 ritten om alle dieren in nood in Den Haag te helpen. Hiervan zijn ongeveer 10.000 ritten voor het vervoeren van in het wild levende dieren, zowel gewond als kadavers. De gemeente biedt sinds 2018 een structurele tegemoetkoming50. De gemeente Den Haag heeft

de wettelijke taken uitbesteed aan een aantal Haagse dierenwelzijnsorganisaties. De gemeente heeft gekozen voor een inkoopmodel, in tegenstelling tot een subsidiemodel. De wettelijke taken worden uitbesteed middels een aanbesteding voor drie jaar. Alle organisaties die menen de taak conform het programma van eisen te kunnen uitvoeren kunnen inschrijven op één of meerdere deeltaken. De gemeente geeft geen subsidies aan dierenwelzijnsorganisaties naast de inkoop van de wettelijke taken.

Initiatiefvoorstel Nota Dierenwelzijn

44

Haags Dierencentrum

Het Knaaghof

Dierenambulance Den Haag e.o.

De opvang van zieke en gewonde in het wild levende dieren is niet een wettelijke taak zoals het opvangen van zwerfdieren, maar een plicht die verankerd is in de algemene zorgplicht in de Wet natuurbescherming (Artikel 1.11) en in de Wet dieren (artikel 1.4).

gebieds- als soortenbescherming. Hiermee biedt de zorgplichtbepaling bescherming aan Natura 2000-gebieden (Meijendel & Berkheide, Westduinpark & Wapendal en Solleveld & Kapittelduinen), dieren, planten en hun directe leefomgeving.

De zorgplicht van de gemeente, zoals in de wet is opgenomen, betreft zowel

De wettelijke opvangtaak voor honden en katten is aan het Haags Dierencentrum

uitbesteed. De gemeentelijke taken voor de opvang van zwervende konijnen en knaagdieren is uitbesteed aan het Knaaghof. De taken voor de opvang van park- en volièrevogels en overige gezelschapsdieren (zoals fretten en koudbloedigen) is uitbesteed aan Dierenambulance Den Haag en omstreken. Zowel gezonde als zieke en gewonde dieren van deze diersoorten worden in het dierenhospitaal

Zwerfdieren

Dieren in het wild

45

opgevangen. De Dierenambulance Den Haag en omstreken is verder ook verantwoordelijk voor het vervoer van gevonden gezelschapsdieren, opvang zieke en gewonde dieren. Eind 2019 loopt de huidige aanbesteding in de gemeente Den Haag bij de dierenwelzijnsorganisaties voor deze taken af. Zie de grafiek voor het aantal opgevangen dieren in Den Haag in 2017. Hier zijn geen gegevens van de knaagdierenopvang Het Knagertje in opgenomen, omdat deze gegevens niet zijn gecommuniceerd. Het Burgerlijk Wetboek verplicht de gemeente om de gevonden huisdieren minimaal 14 dagen op te vangen en te verzorgen. Zodra de wettelijke termijn van 14 dagen voorbij is, wordt het dier eigendom van de gemeente en worden de

dieren overgedragen aan de opvangorganisatie waar het dier op dat moment verblijft. Het probleem is dat de opgevangen dieren veel langer blijven zitten dan de 14 dagen waar een tegemoetkoming voor wordt gegeven. Een van de redenen daarvoor is de medische toestand waar een dier in verkeert, waardoor ook de medische kosten verder kunnen oplopen. Door de hoge populatiedichtheid in opvangcentra is een hogere besmettingsgraad aanwezig voor ziektes. Ook krijgen dieren vaak na de 14-dagentermijn nog allerlei kostbare medische ingrepen zoals castratie of sterilisatie, chip, ontworming, en vaccinatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/7999729/5