RIS301527 Bijlage 1
Tekst van het document
FIGUUR 12 VOORBEELD BLURRING: DETAILHANDEL EN HORECA Bron: Bureau Stedelijke Planning
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
37
2 BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
De basiskwaliteit van de Haagse Hoofdwinkelstructuur is gemeten aan de hand van vijf hoofdonderdelen: 1. Vraag (weging 10%). De vraag naar detailhandelsvoorzieningen uitgedrukt in het aantal (en profiel van de) mensen dat in het verzorgingsgebied woont (nu en toekomstig), werkt en verblijft. 2. Aanbod (weging 30%). Het aanbod aan detailhandelsvoorzieningen in een winkelgebied en de aantrekkingskracht daarvan op consumenten. Uitgedrukt in het gebruik en de invulling van het vastgoed door ondernemingen en andere voorzieningen. 3. Locatie (weging 20%). De kwaliteit van de locatie, naar bereikbaarheid en zichtbaarheid van het winkelgebied vanuit de omgeving. 4. Fysieke kwaliteit (weging 20%). De fysieke staat, kwaliteit en situatie in en van het winkelgebied. Afgaande op de kwaliteit en conditie van het vastgoed, de staat van onderhoud, de structuur en opbouw van het winkelgebied en de kwaliteit van de openbare ruimte. 5. Commerciële kwaliteit (weging 20%) De commerciële kracht en dynamiek van het winkelgebied in het algemeen en de ondernemers in het bijzonder. De vijf hoofdonderdelen en de wegingsfactoren zijn dezelfde als in de voorgaande monitors. In de 2017-editie zijn wel de nodige indicatoren aangepast, toegevoegd en verwijderd. Daardoor is de waarde van de monitor verbeterd, maar niet op alle fronten vergelijkbaar.
Voor vergelijkingen met 2013 zijn alleen de indicatoren die gelijk zijn gebleven geanalyseerd. Bij elk hoofdonderdeel (paragraaf) is een tabel opgenomen met daarin de indicatoren die ertoe behoren. De nieuwe indicatoren zijn dik gedrukt en de gewijzigde indicatoren schuin gedrukt.
HET BELANG VAN KWALITEIT
De kwaliteit van winkelgebieden draagt in hoge mate bij aan de sfeer en daarmee de bezoekduur en –frequentie van consumenten. Uit een nadere analyse van het databestand van het Koopstroomonderzoek Randstad blijkt dat aan ‘sfeer en uitstraling’ en ‘winkelaanbod’ het hoogste belang wordt gehecht in de Haagse winkelgebieden (aankoopmotief mode12) zie figuur 8. Ook ‘netheid (schoonmaak/onderhoud)’ kent een bovengemiddeld belang.
12 ‘Sfeer en uitstraling’ en ‘winkelaanbod’ zijn overigens ook de belangrijkste aspecten voor de aankoopmotieven
Boodschappen en Wonen.
38
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
FIGUUR 13 PRIORITEITENMATRIX WINKELGEBIEDEN DEN HAAG (AANKOOPMOTIEF MODE) Bron: Koopstromenonderzoek Randstad, I&O Research; bewerking Bureau Stedelijke Planning
Toelichting prioriteitenmatrix De respondenten is gevraagd afzonderlijke aspecten te beoordelen (met een rapportcijfer van 1 tot 10) als ook een totaaloordeel te vellen van het winkelgebied(van 1 tot 10). Op basis van correlaties van de waardering van de afzonderlijke aspecten met het totaaloordeel is het mogelijk het belang te achterhalen. De uitkomsten zijn samengevat in de prioriteitenmatrix in bovenstaande figuur. De Unique Selling Propositions (USPs) zijn de aspecten waar de Haagse winkelgebieden hoog op scoren en waar de respondent veel belang aan hecht. Dit zijn voor mode-aankopen: winkelaanbod, sfeer en uitstraling, veiligheid, netheid, horeca en OV. Zaak is te blijven excelleren op deze aspecten en ze ook volop te promoten. N.B.: Voor het aankoopmotief Boodschappen en Wonen blijken: •
winkelaanbod, sfeer en uitstraling, veiligheid en netheid eveneens belangrijk.
•
sfeer en uitstraling een minder hoog en benedengemiddeld rapportcijfer te behalen. Sfeer en uitstraling vormt voor boodschappencentra en doelgerichte aankopen het belangrijkste verbeterpunt!
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
39
2.1 UITKOMSTEN RETAILMONITOR 2017 In onderstaande figuur zijn de scores per hoofdonderdeel per type winkelgebied weergegeven. Op elk onderdeel kan een maximale score van 3 punten gehaald worden. Een score van drie punten is altijd positief. De hoofdonderdelen bestaan uit een x-aantal deelindicatoren: per paragraaf zijn ze opgenomen in een tabel. 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 Binnenstad (N=13)
Stedelijke Wijkwinkelcentrum Wijkwinkelcentrum winkelstraat (N=13) groot (N=14) klein (N=23)
Vraag
Aanbod
Locatie
Fysieke Kwaliteit
Overig (N=5)
Den Haag HWS (N=68)
Commerciele Kwaliteit
FIGUUR 14 TOTAALSCORES HOOFDONDERDELEN BASISKWALITEIT 2017 Bron: Bureau Stedelijke Planning
TYPE WINKELGEBIED / INCL. NIEUWE INDICATOREN
BASISKWALITEIT SCORE 2017
BASISKWALITEIT INDEX 2017
Binnenstad (N=13)
196
103
Stedelijke winkelstraat (N=13)
185
97
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
193
102
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
186
98
Overig (N=5)
195
103
Den Haag HWS (N=68)
190
100
TABEL 4 SCORE BASISKWALITEIT 2017, INCLUSIEF NIEUWE INDICATOREN Bron: Bureau Stedelijke Planning
De Basiskwaliteit verschilt per winkelgebied, van een index van 73 tot 125 (Den Haag = 100), dus ongeveer plus of min 25%. Tussen de typen winkelgebieden zijn de bandbreedtes kleiner, plus of min 3%. De Haagse binnenstad en de groep Overig (met onder andere de grootschalige concentratie Megastores) scoren het hoogst. • De Binnenstad scoort hoog op vraag (groot potentieel) en aanbod (groot en divers). De Binnenstad scoort ook op fysiek kwaliteit bovengemiddeld. • De groep Overig scoort met name goed op locatie en fysieke kwaliteit.
40
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
In vergelijking met 2013 is de Basiskwaliteit gelijk gebleven (zie ook bijlage 4).13 De naweeën van de crisis lijken hiervoor de oorzaak. Investeringen in winkelgebieden zijn uitgesteld of afgesteld. Echter, majeure en aansprekende projecten komen weer op gang. Zo zijn de afgelopen jaren in en rondom de Grote Marktstraat De Passage, Amadeus (Primark), De Markies en Sijthoff City opgeleverd. Buiten de binnenstad zijn winkels bij station Hollands Spoor gerealiseerd en is de openbare ruimte van winkelcentrum Waldeck (Loosduinen) opnieuw ingericht. Er staan bovendien nog een aantal (her)ontwikkelingen op stapel zoals de Megastores, het Willem Royaardsplein (Duinzigt), New Babylon en Kijkduin. De stijgende lijn is daarmee ingezet.
2.2 VRAAG (10%) DEELINDICATOREN Dichtheid inwoners
Inkomensindex
Hotelbedden
Inwoners prognose (2022)
Werkconsumenten
Aantal kennisinstituten
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
Uiteraard dient een winkelgebied voldoende potentieel, aan inwoners en/of andere doelgroepen als werkenden, toeristen en passanten te hebben. De Binnenstad heeft het grootste potentieel. Hier komen al deze doelgroepen in groten getale samen. Daar het onderdeel Vraag nauwelijks te beïnvloeden is door eigenaren, ondernemers of de gemeente krijgt het een relatieve lage weging mee (10%) en staan we er ook verder niet uitvoerig bij stil. Nieuw in de monitor is het aantal hotelbedden en het aantal kennisinstituten in de buurt14 waarin het winkelgebied ligt. Met name de winkelgebieden in de Binnenstad en Scheveningen profiteren van het extra potentieel dat verblijft in hotels. Winkelgebieden die profiteren van extra potentieel van kennisinstituten liggen voor een groot deel in het centrum van Den Haag. Ook de Theresiastraat, De Savornin Lohmanplein en de Fahrenheitstraat/Thomsomlaan hebben een aantal kennisinstituten in hun nabijheid.
13 Op basis van vergelijking zelfde set indicatoren 2013-2017 14 CBS buurtafbakening
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
41
2.3 AANBOD (30%) DEELINDICATOREN Aantal winkels
Leegstand aantal
Winkelondersteunende
Sociaal maatsch.
horeca
voorzieningen
Oppervlakte winkels
Leegstand oppervlakte
Terrassen
Overige voorzieningen
Trekkers
Subtrekkers
Diensten
Schaalgrootte
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
Bezoekers komen naar een winkelgebied voor het aanbod, de winkels voorop, maar ook vrijetijds- en cultuuraanbod en horecavoorzieningen. Uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam15 blijkt dat (verbetering van) het winkelaanbod de meest bepalende factor of consumenten vaker naar een winkelgebied komen en/of langer blijven. Ook (het oplossen van) leegstand is van groot belang voor de bezoekfrequentie en verblijfstijd. Vandaar dat aan het hoofdonderdeel Aanbod het grootste gewicht is toegekend (30%).
DAGELIJKSE SECTOR, OVERIGE DETAILHANDEL EN VRIJE TIJD IN DE LIFT •
•
•
Tussen 2013 en 2017 is de winkelvloeroppervlakte van de dagelijkse sector met 8% (10.500 m² wvo) toegenomen. 84% daarvan komt voor rekening van supermarkten, 10% voor mini-supermarkten. Het aanbod overige detailhandel is zelfs met 30% toegenomen. het gaat om een extra 3.300 m² wvo, met name voor rekening van partijgoederen (Big Bazar en So Low) en tweedehands winkels. De toename van vrije tijd wordt met name gevoed door de komst van Decathlon (+ 3.000 m²) naar de Binnenstad van Den Haag.
15 De kracht van collectieve marketing voor winkelgebieden, Hogeschool van Amsterdam, 2016
MODE & LUXE
VRIJE TIJD
IN/OM HUIS
DETAILHANDEL OVERIG
DETAILHANDEL TOTAAL
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
DAGELIJKS
42
Binnenstad (N=13)
113
100
120
87
136
102
Stedelijke winkelstraat (N=13)
108
90
94
95
106
98
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
107
84
100
74
142
96
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
106
93
81
86
110
103
Overig (N=5)
119
105
80
98
1369*
100
Den Haag HWS (N=68)
108
96
102
92
130
100
TYPE WGB/SECTOR
TABEL 5 INDEX ONTWIKKELING M² WVO 2013-2017 NAAR GROEP EN TYPE WINKELGEBIED (2013=100) Bron: Locatus verkooppunt verkenner, bewerking Gemeente Den Haag en Bureau Stedelijke Planning * toename van 67 m² wvo naar 917 m² wvo
Rol winkels in winkelgebieden gekrompen • In alle winkelgebieden is het aandeel winkels van het totale aantal verkooppunten in gebruik afgenomen. In de Haagse Hoofdwinkelstructuur gaat het in totaal om 5-procentpunten (van 58% naar 53%). • In 13 winkelgebieden is het aandeel winkels toegenomen. In 13 winkelgebieden is het aandeel winkels met meer dan 10 procentpunt afgenomen. In de meeste gevallen gaat de toename van het aandeel winkels gepaard met een afname van leegstand, soms ook in combinatie met een toename van overige type verkooppunten. • Grootste toenames zijn in de Passage (+14%), De Savornin Lohmanplein (+5%) en de Kempstraat (+5%). In de Passage zijn winkels toegevoegd, in de Savornin Lohmanplein is de leegstand afgenomen en in de Kempstraat heeft relatieve verkleuring naar detailhandel plaatsgevonden. • Grootste afname van het aandeel winkels heeft plaatsgevonden in Hoflandplein, Heeswijkplein, Haagsche Bluf en Dr. Lelykade16. In al deze winkelgebieden is de leegstand toegenomen, maar is ook het aantal overige verkooppunten afgenomen.
16 In de Dr. Lelykade is een deel van nieuwe panden (nog) niet gevuld
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
43
Binnenstad (N=13) Stedelijke winkelstraat (N=13) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Overig (N=5) Den Haag HWS (N=68) 0%
10%
20%
% vkp winkels 2013
30%
40%
50%
60%
70%
80%
% vkp winkels 2017
TABEL 6 AANDEEL WINKELS IN VERKOOPPUNTEN IN GEBRUIK Bron: Locatus verkooppunt verkenner, bewerking Gemeente Den Haag en Bureau Stedelijke Planning
Aanbod horeca toegenomen in alle typen winkelcentra • Winkelondersteunende horeca17 bestaat uit horecagelegenheden die geopend zijn tijdens winkeluren. Tussen 2013 en 2017 is het aandeel verkooppunten in de Hoofdwinkelstructuur dat is ingevuld door één van deze typen horeca toegenomen van 13% tot 15%. • Het aandeel winkelondersteunende horeca van alle verkoooppunten is in alle typen winkelcentra toegenomen, variërend van 1%-punt tot 5%-punt. • Gemiddeld genomen is het aantal horecazaken met twee verkooppunten per winkelgebied toegenomen (+27%). In de stedelijke winkelstraten gaat het gemiddeld om 4,4 verkooppunten, in grote wijkcentra gemiddeld om 0,6 verkooppunten. Groei van het aantal verkooppunten zit met name in Lunchrooms (+63), Restaurants (+37) en Fastfood (+23). • Het aantal terrassen gerelateerd aan het winkelaanbod is het grootste in de binnenstad. Daar zijn ruim twee terrassen per 1.000 m² winkels. In de ondersteunende winkelgebieden is het aanbod het grootste in de stedelijke winkelstraten.
17 koffiehuizen, ijssalons, lunchrooms, pannenkoekenrestaurants, café-restaurants, restaurants, fastfood, coffeeshop,
grillroom & shoarma
44
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
TYPE WINKELGEBIED
% WO HORECA 201318
% WO HORECA 2017
AANTAL TERASSEN PER 1.000 M² WVO
Binnenstad (N=13)
18%
20%
2,11
Stedelijke winkelstraat (N=13)
11%
14%
1,25
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
10%
11%
1,16
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
12%
16%
1,13
Overig (N=5)
7%
12%
0,54
Den Haag HWS (N=68)
13%
15%
1,30
TABEL 7 WINKELONDERSTEUNENDE HORECA (% VERKOOPPUNTEN TOTAAL, INCL. LEEGSTAND) Bron: Locatus verkooppunt verkenner, bewerking Gemeente Den Haag en Bureau Stedelijke Planning
2.4 LOCATIE (20%) DEELINDICATOREN Bereikbaarheid auto
Bereikbaarheid fiets
Parkeerregime
Parkeren Fiets
Bereikbaarheid OV
Parkeren auto
Parkeerdruk
Zichtbaarheid
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
Consumenten hechten op het gebied van fysieke aanpassingen (na het winkelaanbod) veel belang aan parkeren en bereikbaarheid19. Toch is het is niet zo dat een goede bereikbaarheid of uitstekende parkeergelegenheid per definitie extra bezoekers trekt. Parkeren en bereikbaarheid zijn zogenaamde ‘dissatisfiers’; het is een randvoorwaarde, ondergeschikt aan het bezoekdoel. Als het parkeren niet op orde is, blijven klanten weg. Het aspect parkeren (zowel fiets als auto) en andere vergelijkbare aspecten zijn bij het hoofdonderdeel Locatie gemeten.
GROTE WIJKWINKELCENTRA SCOREN HOOG •
•
Grote wijkcentra scoren relatief hoog op locatiekwaliteiten. Met name op zichtbaarheid, parkeren fiets en de bereikbaarheid met OV scoort deze groep hoog (en ook bovengemiddeld). De verschillen binnen deze groep zijn groot: 1,5 punten voor Van Hoytemastraat, tot 2,6 punten voor Mariahoeve (op een schaal tot maximaal 3 punten). Stedelijke winkelstraten scoren relatief laag op locatiekwaliteiten.. Dat komt met name door lagere scores op de mogelijkheden voor parkeren voor de auto en het parkeerregime.
18 Ten opzichte van de monitor van 2013 is een aantal horecabranches toegevoegd. Het percentage omvat dezelfde 9
branches voor 2013 en 2017. 19 Hogeschool van Amsterdam (2016) De kracht van collectieve marketing voor winkelgebieden
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
45
Stedelijke winkelstraat (N=13) Binnenstad (N=13) Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Den Haag HWS (N=68) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Overig (N=5) 0,0
0,5
1,0
1,5
2,0
2,5
FIGUUR 15 GEMIDDELDE TOTAALSCORE LOCATIEKWALITEIT NAAR TYPE WINKELGEBIED (2017)
2.5 FYSIEKE KWALITEIT (20%) DEELINDICATOREN Gevelbeeld
Geveldatering
Objecten & Elementen
Gevelonderhoud
Groen & Blauw
Licht
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
In de Retailmonitor Den Haag 2017 zijn de winkelgebieden op een zestal aspecten van Fysieke kwaliteit beoordeeld. Veel aspecten zijn nieuw. Uitstraling winkels is gesplitst in gevelbeeld en gevelonderhoud en de sfeer van het winkelgebied is gesplitst in groen & blauw, objecten & elementen en licht. Op deze manier zijn de indicatoren beter meetbaar. De methode van beoordeling is tevens nieuw. Voor deze versie is gebruik gemaakt van de vignettenmethode. De vignettenmethode is een manier om de situatie aan de hand van verschillende kenmerken te beoordelen (zie ook bijlage 3).
FYSIEKE KWALITEIT: NOG VEEL TE WINNEN
Gemiddeld gezien scoort de Haagse Hoofdwinkelstructuur net geen voldoende (1,9 punten op de schaal van 3 punten20) op fysieke kwaliteit. Met name in de stedelijke winkelstraten en grote wijkwinkelcentra valt nog veel te winnen. Dat geldt met name voor groen & blauw en objecten & elementen.
20 1 = matig, 2 = voldoende, 3 = goed
46
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
Stedelijke winkelstraat (N=13) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Den Haag HWS (N=68) Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Binnenstad (N=13) Overig (N=5) 0,0
0,5
1,0
1,5
2,0
2,5
FIGUUR 16 GEMIDDELDE TOTAALSCORE FYSIEKE KWALITEIT NAAR TYPE WINKELGEBIED (2017)
Objecten en elementen: matig tot voldoende • Gemiddeld scoort de Haagse Hoofdwinkelstructuur matig tot voldoende. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen sfeer verhogende elementen (kunst, bankjes en ook prullenbakken) en sfeer verlagende elementen (overdaad aan reclame-uitingen zoals klapborden). • Stedelijke winkelstraten scoren relatief laag. Er is vaak weinig ruimte op de stoepen, waardoor sfeer verlagende elementen (met name reclameuitingen) snel een rommelige indruk maken.
Overig (N=5) Binnenstad (N=13) Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Den Haag HWS (N=68) Stedelijke winkelstraat (N=13) 0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Goed
Voldoende
Matig
FIGUUR 17 SCORES OBJECTEN EN ELEMENTEN NAAR TYPE WINKELGEBIED
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
47
VOORBEELD GOED: WALDECK Bron: Bureau Stedelijke Planning
VOORBEELD VOLDOENDE: LEYENBURG Bron: Bureau Stedelijke Planning
Groen en Blauw: voldoende • Gemiddeld scoort de Haagse Hoofdwinkelstructuur een voldoende. Niet in alle winkelgebieden is groen geïntegreerd. Soms is het er wel, maar maakt het geen groot positief gebaar (onopvallend groen). • Grote wijkwinkelcentra scoren relatief goed. Voor een deel zijn dat organisch gegroeide gebieden, met mooie grote bomen.
Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Stedelijke winkelstraat (N=13) Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Den Haag HWS (N=68) Binnenstad (N=13) Overig (N=5) 0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Goed
Voldoende
FIGUUR 18 SCORES GROEN EN BLAUW NAAR TYPE WINKELGEBIED
Matig
48
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
VOORBEELD GOED: HEESWIJKPLEIN Bron: Bureau Stedelijke Planning
VOORBEELD MATIG:KEIZERSTRAAT Bron: Bureau Stedelijke Planning
2.6 COMMERCIËLE KWALITEIT (20%) DEELINDICATOREN Organisatiegraad
Website
Social Media
Eigendomssituatie
Online klantcontactkanalen
Search Engine Optimization
Keurmerk Veilig Ondernemen Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
COMMERCIËLE KWALITEIT: HOGE ORGANISATIEGRAAD •
•
Opvallend binnen de commerciële kwaliteit is de gemiddelde hoge organisatiegraad enerzijds en de grote verschillen tussen winkelgebieden op online presentatie anderzijds. Stedelijke winkelstraten scoren gemiddeld het hoogst. Zij scoren goed op organisatiegraad, website en social media.
Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Binnenstad (N=13) Den Haag HWS (N=68) Overig (N=5) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Stedelijke winkelstraat (N=13) 0,0
0,5
1,0
FIGUUR 19 TOTAALSCORE COMMERCIELE KWALITEIT NAAR TYPE WINKELGEBIED Bron: Bureau Stedelijke Planning
1,5
2,0
2,5
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
49
Hoge organisatiegraad Winkelgebieden zijn gebaat bij een goed georganiseerde groep eigenaren en/of winkeliers. Investeringen komen op die manier gemakkelijker van de grond. De sterkste vorm van organisatie binnen een winkelgebied met meerdere eigenaren is een BIZ (bedrijfsinvesteringszone). Ook wanneer een winkelgebied 1 eigenaar heeft is de organisatiegraad in feite hoog (alles gebeurt vanuit één hand). Winkeliers kunnen zich daarnaast nog verenigen in een winkeliersvereniging. • 20 winkelgebieden hebben één eigenaar. In 20 daarvan is ook een winkeliersvereniging actief. • Van de winkelgebieden met meerdere eigenaren zijn er 20 winkelgebieden aangesloten bij een BIZ (de BIZ kan het winkelgebied overstijgen). • In 17 winkelgebieden is alleen een winkeliersvereniging actief en 8 gebieden (12%) hebben geen enkele vorm van organisatie. Dit zijn vijf kleine wijkwinkelcentra21, één stedelijke winkelstraat (Kempstraat), één groot wijkwinkelcentrum (Stationsweg) en één winkelgebied in de Binnenstad (Turfmarkt). Deze winkelgebieden hebben tevens geen website en zijn in slechts één geval (Dr. Lelykade) aanwezig op social media.
12%
1 eigenaar
4%
alleen BIZ (meerdere eigenaren) 29% 1 eigenaar en winkeliersvereniging
25%
29%
alleen winkeliersvereniging (meerdere eigenaren) meerdere eigenaren en geen BIZ of winkeliersvereniging
FIGUUR 20 ORGANISATIEGRAAD WINKELGEBIEDEN DEN HAAG
Online presentatie: Vooral toename in aanwezigheid op social media Uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam22 blijkt dat online kanalen enigszins invloed hebben op de verblijfsduur in en de bezoekfrequentie van winkelgebieden. 12% van de respondenten geeft aan dat ze door een e-mail nieuwsbrief vaker naar het winkelgebied komen. 10% geeft aan dat ze door een website van het winkelgebied vaker komen. Sociale media hebben relatief weinig invloed op de verblijfsduur en de bezoekfrequentie. • Tussen 2013 en 2017 is niet zozeer het aantal winkelgebieden met een website gegroeid, maar de invulling van die websites is wel veranderd. Websites zijn nu dynamischer; er zijn meer contactmogelijkheden en meer actueel nieuws.
21 Heeswijkplein, Valkenboslaan, Tesselseplein, Dr. Lelykade en Hoflandplein 22 Hogeschool van Amsterdam (2016) De kracht van collectieve marketing voor winkelgebieden
50
•
•
BASISKWALITEIT HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
Winkelgebieden presenteren zich vaker dan in 2013 op social media (37 keer tegenover 30 keer). Een groot deel van die winkelgebieden had in 2013 wel al een website; zij hebben hun online presentatie verder vergroot. Een groot deel van de winkelgebieden (circa 40%) is (nog) niet aanwezig op social media. Onder de social media is Facebook het meest populair, gevolgd door Twitter.
Alleen website
Facebook + Instagram
Alleen social media
Facebook + Twitter + Instagram Facebook + Twitter
Geen website en geen social media
alleen Facebook Website en social media 0 2013
5
10 2017
ONLINE PRESENTATIE WINKELGEBIEDEN (N=61) Bron: Bureau Stedelijke Planning
15
20
25
30
Geen Social Media 0%
10%
GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA 2017 (N=69) Bron: Bureau Stedelijke Planning
20%
30%
40%
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
51
3 ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
Bij het Economisch Functioneren van de Haagse Hoofdwinkelstructuur gaat het om de economische dynamiek, kracht en omzet van de ondernemers in het winkelgebied. Deze zijn gemeten aan de hand van 13 indicatoren die onder de volgende vier noemers geschaard kunnen worden: 1. Leegstand (weging 25%). De leegstand en leegstandsontwikkeling is een belangrijke graadmeter van het functioneren van een winkelgebied. Hoe hoger de leegstand, des te lager het oordeel van de consument en de omzet per vierkante meter. 2. Huurprijzen (weging 25%). De huurprijzen weerspiegelen de mate van succes van een gebied. Als de huurprijs stijgt, duidt dit op hogere omzetten en een toenemende interesse in het winkelgebied. Een zekere differentiatie in huur is niet per definitie negatief. Het biedt kansen aan zelfstandige en/of startende ondernemers om voor een lage(re) huur in te stappen. 3. Omzet en koopstromen (weging 25%). De omzet per vierkante meter is een graadmeter van het functioneren van een winkelgebied. Koopstromen laten zien in welke mate een winkelgebied in staat is bewoners te binden en ook klanten van buiten (de wijk) te trekken. 4. Retail Risk Index (weging 25%). De Retail Risk Index brengt het risicoprofiel van winkels en winkelgebieden in Nederland in kaart. Dit gebeurt aan de hand van vier indicatoren: branche, pand, straat en vraag-aanbod.
In totaal zijn negen indicatoren behouden, vier toegevoegd en drie maken geen onderdeel meer uit van de analyse (waarvan één verplaatst naar de indicator aanbod). De Retail Risk Index nieuw in de monitor van 2017. De Retail Risk Index is ook beschikbaar voor 2013, zodat een vergelijking tussen beide jaren mogelijk is. Bij elk hoofdonderdeel (paragraaf) is een tabel opgenomen met daarin de indicatoren die ertoe behoren. De nieuwe indicatoren zijn dik gedrukt en de gewijzigde indicatoren schuin gedrukt.
3.1 UITKOMSTEN ECONOMISCH FUNCTIONEREN RETAILMONITOR 2017 In onderstaande figuur zijn de scores per hoofdonderdeel per type winkelgebied weergegeven. Op elk onderdeel kan een maximale score van 3 punten gehaald worden. Een score van drie punten is altijd positief (voorbeeld: bij weinig leegstand scoort een winkelgebied drie punten). De hoofdonderdelen bestaan uit een x-aantal deelindicatoren: per paragraaf zijn ze opgenomen in een tabel.
52
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 Binnenstad (N=13)
Stedelijke Wijkwinkelcentrum Wijkwinkelcentrum winkelstraat (N=13) groot (N=14) klein (N=23)
Leegstand
Huurprijzen
Overig (N=5)
Retail Risk Index
Den Haag HWS (N=68)
Omzet
FIGUUR 21 TOTAALSCORES HOOFDONDERDELEN ECONOMISCH FUNCTIONEREN 2017 Bron: Bureau Stedelijke Planning
TYPE WINKELGEBIED / INCL. NIEUWE INDICATOREN
EC. FUNCTIONEREN SCORE 2017
EC. FUNCTIONEREN INDEX 2017
Binnenstad (N=13)
198
99
Stedelijke winkelstraat (N=13)
188
94
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
202
102
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
204
103
Overig (N=5)
201
101
Den Haag HWS (N=68)
199
100
TABEL 8 ECONOMISCH FUNCTIONEREN 2017, INCLUSIEF NIEUW INDICATOREN Bron: Bureau Stedelijke Planning
Het Economisch Functioneren verschilt per winkelgebied, van een index van 61 tot 138 (Den Haag = 100), dus plus (bijna) 40% en min 40%. Tussen de typen winkelgebieden zijn de bandbreedtes kleiner, plus 3% en min 6%. De kleine en grote wijkwinkelcentra scoren het hoogst. Zij scoren hoog op leegstand (laag en nauwelijks structureel van aard) en huur (met name kleine bandbreedtes binnen winkelgebieden). De Binnenstad scoort enerzijds hoog op omzet, maar anderzijds relatief laag op de Retail Risk Index en in mindere mate ook op leegstand. Het Economisch Functioneren is nagenoeg terug op het niveau van de monitor uit 2009, toen de crisis net was uitgebroken, maar nog niet in de cijfers terug te zien. De index steeg van 98,9 in 2013 tot 100 in 2017 (100,6 in 2009). De vergelijking met 2013 is in bijlage 5 opgenomen.
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
53
3.2 LEEGSTAND (25%) DEELINDICATOREN Leegstand % verkooppunten
% Structurele leegstand verkooppunten
Gemiddelde leegstand 2013-2017
Winkelmeters in gebruik
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
Leegstand nader verklaard Alle data in de Retailmonitor die betrekking hebben op de omvang van een winkelgebied (aantal winkels en andere voorzieningen, aantal winkelmeters en leegstand) zijn afkomstig uit de Locatus Verkooppunt Verkenner. Locatus inventariseert ieder jaar de volledige winkelvoorraad in Den Haag (en de rest van Nederland). Bij die inventarisatie wordt voor iedere winkel en elk leegstaand pand met een publieksfunctie (dus geen kantoor of bedrijf) de omvang van het pand gemeten. Voor andere voorzieningen is die inventarisatie (nog) niet compleet. Zodoende beschikken we voor ieder winkelgebied in Den Haag over twee metrages: het aantal winkelmeters en het aantal leegstaande meters. In deze rapportage is de leegstand veelal uitgedrukt in een percentage. Om vergelijkingen te kunnen trekken met de Detailhandelsmonitor 2009 en 2013 geven we enerzijds de ongecorrigeerde leegstand weer: de totale leegstand gedeeld door het totale metrage (winkels + leegstand). In de praktijk weten we dat niet alle leegstand als winkelleegstand kan worden gezien. Om die reden wordt een correctiefactor gehanteerd: 2/3e van de totale leegstand beschouwt Locatus als winkelleegstand. De andere 1/3e betreft een leeggekomen verkooppunt in de diensten- ambachten- of vrijetijdssector.
Om een indicatie te geven van de winkelleegstand in Den Haag noemen we na de ongecorrigeerde leegstand telkens tussen haakjes de gecorrigeerde leegstand, of de winkelleegstand.
GEMIDDELDE LEEGSTAND OPPERVLAKTE STABIEL, CONCENTRATIE IN 3 GEBIEDEN
Waar tussen 2005 en 2013 de leegstand in de Hoofdwinkelstructuur nog flink was gestegen van 10,1% (7,1%) tot 13,1% (9,1%), ligt het percentage anno 2017 met 13,5% (9,4%) nagenoeg gelijk aan het niveau van 2013. Er zijn drie specifieke gevallen die samen bijna 60% van de leegstaande meters voor rekening nemen en daarmee drukken op het totale percentage in de Hoofdwinkelstructuur: • Net als in 2013 zit een groot deel van de leegstand in de grootschalige concentratie Megastores, waar nog steeds circa een derde van de totale
54
•
•
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
oppervlakte leeg staat. Een aanstaande herontwikkeling en herbestemming van het winkelcentrum zal naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een daling van de leegstand. Sinds de opening in december 2013 zijn de meeste winkels uit New Babylon vertrokken. De leegstand is daarmee enorm (95%). In oktober 2017 werd bekend dat de eigenaar het winkelgedeelte van het complex grotendeels gaat herontwikkelen naar vergader-, congres- en horecaruimte. In december 2017 heeft Coolblue hier een flagshipstore van 2.600 m² geopend23. Ook stadsdeelcentrum Leyweg kampt nog steeds met een bovengemiddelde leegstand van 15% (11%). Dat percentage is wel iets afgenomen sinds 2013 (17% (13%)).
De gemiddelde leegstand in de Hoofdwinkelstructuur exclusief winkelgebied Megastores ligt op 9,3% (6,4%). Exclusief Megastores, Leyweg en New Babylon ligt de leegstand op 7,1% (4,9%). Ontwikkeling leegstand 2013-2017 Hoewel tussen 2013 en 2017 de totale gemiddelde leegstand nagenoeg gelijk is gebleven, zijn er tussen verschillende typen winkelgebieden wel degelijk verschillen. • De (procentuele) leegstand is afgenomen in de grote wijkwinkelcentra, de buurtcentra en de stedelijke winkelstraten. In negen winkelgebieden van deze types is anno 2017 zelfs helemaal geen leegstand. • In de overige winkelgebieden is de (procentuele) leegstand toegenomen. Die toename was het sterkst in de Binnenstad. Hier drukt New Babylon op de leegstand. Inmiddels is een deel van die leegstand weer ingevuld door CoolBlue. Ook in de Haagsche Bluf is de leegstand sterk toegenomen en staat inmiddels twee derde leeg. Een herontwikkeling is ook hier aanstaande.
23 Deze mutatie is niet in de analyses meegenomen
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
55
45% Binnenstad (N=13)
40% 35%
Stedelijke winkelstraat (N=13)
30%
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
25% 20% 15%
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
10%
Overig (N=5)
5% Den Haag HWS (N=68)
0% 2013
2014
2015
2016
2017
FIGUUR 22 ONTWIKKELING LEEGSTAND 2013-2017 NAAR TYPE WINKELGEBIED Bron: Locatus verkooppunt verkenner, bewerking Gemeente Den Haag en Bureau Stedelijke Planning
Leegstand verkooppunten belangrijker voor consument dan leegstand oppervlakte Uit nadere analyse van het databestand van het Koopstromenonderzoek Randstad blijkt dat er een sterke correlatie is tussen de componenten: • Leegstand, vooral het percentage verkooppunten dat leeg staat, in mindere mate (doch nog wel significant) in percentage van het winkelvloeroppervlak. • Het algehele rapportcijfer voor een winkelgebied, in het bijzonder voor de aankoopmotieven Mode en Wonen (voor het aankoopmotief Boodschappen is de relatie veel minder sterk). • De vloerproductiviteit oftewel de omzet per vierkante meter voor de nietdagelijkse artikelen. Vandaar dat in de Retailmonitor Den Haag 2017 sterk(er) ingezoomd is op leegstand in termen van het percentage verkooppunten. De belangrijkste conclusies: • In nagenoeg alle winkelgebieden is het percentage leegstaande panden groter dan het percentage leegstaande vierkante meters. Het gemiddelde leegstaande pand in de hoofdwinkelstructuur van Den Haag is dan ook relatief klein: nog geen circa 175 m² wvo (exclusief Megastores is dat 125 m² wvo). • De kleine panden zijn niet de meest courante panden. Maar kleinere panden bieden wel kansen voor succesvolle ondernemers om uit te breiden met een buurpand en starters en pop-up winkels die met minder metrage toe kunnen/willen.
Daarmee worden twee vliegen in een klap geslagen: de leegstand vermindert en de variëteit van het winkelbestand vergroot.
56
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
Binnenstad (N=13) Stedelijke winkelstraat (N=13) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Overig (N=5) Den Haag HWS (N=68) 0%
5%
10%
% Leegstand m² wvo
15%
20%
25%
30%
35%
40%
% Leegstand vkp
FIGUUR 23 LEEGSTAND OPPERVLAKTE EN VERKOOPPUNTEN (ONGECORRIGEERD) NAAR TYPE WINKELGEBIED Bron: Locatus verkooppunt verkenner, bewerking Gemeente Den Haag en Bureau Stedelijke Planning
Bijna de helft van leegstaande panden betreft frictie/aanvangsleegstand De frictieleegstand is de leegstand die noodzakelijk is om de retailmarkt naar behoren te doen functioneren. De frictieleegstand wordt gevormd door verkooppunten die tijdelijk leegstaan als gevolg van een verhuizing, verkoop of verbouwing. Een leegstand van 1,5 tot 2% wordt gezien als gezonde (frictie)leegstand. Binnen de Haagse Hoofdwinkelstructuur beschouwt Locatus 46% van de leegstaande panden als aanvangs- of frictieleegstand.
Binnenstad (N=13) Stedelijke winkelstraat (N=13) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Overig (N=5) Den Haag HWS (N=68) 0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Aanvang/Frictie
Langdurig
Structureel
FIGUUR 24 LEEGSTAND VERKOOPPUNTEN (ONGECORRIGEERD) NAAR DUUR EN NAAR TYPE WINKELGEBIED Bron: Locatus verkooppunt verkenner, bewerking Gemeente Den Haag en Bureau Stedelijke Planning
Leegstand(ontwikkeling) Den Haag, G4 en Nederland Van het totale winkelareaal in Den Haag staat momenteel 13,5% (9,4%) leeg. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde. Het huidige leegstandsniveau is gelijk aan die van Rotterdam en Utrecht. Daarbij zij aangetekend dat in de periode 2009-2017 bijna een derde toe te rekenen is aan de Megastores. Als we de Megastores in zijn geheel buiten beschouwing laten ligt de leegstand in de Hoofdwinkelstructuur op 9,3% (6,4%). Daarmee is de leegstand nog wel hoger dan die van Amsterdam.
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
57
250 200 150 100 50 0 2006
2007
Nederland
2008
2009
2010
Den Haag
2011
2012
2013
Rotterdam
2014
2015
2016
Amsterdam
2017 Utrecht
FIGUUR 25 ONTWIKKELING LEEGSTAND G4 EN NEDERLAND (NL 2006 =100) Bron: PBL, 2017
3.3 HUURPRIJZEN (FRISA MAKELAARS) (25%) DEELINDICATOREN Huurprijzen 2017
Huurprijsontwikkeling 2013-2017
Huurprijsbandbreedte
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
ALGEMENE CONCLUSIE: HUREN GEMIDDELD STABIEL
10 winkelgebieden
35 winkelgebieden
19 winkelgebieden
FIGUUR 26 ONTWIKKELING HUURPIJZEN WINKELGEBIED 2013-2017 (VAN 4 WINKELGEBIEDEN GEEN GEGEVENS)
Frisia Makelaars heeft voor 2017 opnieuw de huurprijzen van de 68 Haagse winkelgebieden in beeld gebracht. In de periode 2013-2017 zijn de winkelhuren in Den Haag met 0,14% gestegen.24 Tussen de typen winkelgebieden kunnen drie verschillende ontwikkelingen in de huurprijzen onderscheiden worden: • Een stijging van de huurprijzen in de binnenstad (+3%) • Een kleine daling van de huurprijzen van 1% tot 4% in de stedelijke winkelstraten (-1%) en grote en kleine wijkwinkelcentra (respectievelijk -2% en -1%). • Een stabilisatie van de huren in de overige winkelgebieden.
24 Ongewogen gemiddelde over 64 winkelgebieden in de hoofdstructuur van Den Haag waarvan huurcijfers
beschikbaar zijn
58
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
TYPE
2006
2009
2013
2017
Binnenstad (N=13)
€ 567
€ 643
€ 623
€ 644
Stedelijke winkelstraat (N=13)
€ 212
€ 214
€ 207
€ 205
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
€ 211
€ 188
€ 178
€ 174
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
€ 178
€ 167
€ 168
€ 161
Overig (N=5)
€ 210
€ 300
€ 210
€ 210
Den Haag HWS (N=68)
€ 270
€ 279
€ 264
€ 265
TABEL 9 ONTWIKKELING HUURNIVEAUS PER TYPE WINKELGEBIED 2006-2017 Bron: Frisia Makelaars, bewerking Bureau Stedelijke Planning
Binnenstad: verschillen tussen én in winkelgebieden groot • Het grootste deel van de winkelgebieden in de Binnenstad heeft de huur kunnen bestendigen. • In drie gebieden zijn de huren toegenomen: Hoogstraat/Noordeinde (+20%), De Passage (+14%) en Spuistraat/Vlamingstraat (+8%). • Aan de andere kant zijn ook in drie gebieden de huren gedaald: Haagsche Bluf (-20%), Chinatown (-10%) en Pleinkwartier (-7%). • Chinatown en Pleinkwartier zijn bovendien twee van de drie gebieden in de Binnenstad met (grote) huurverschillen binnen het winkelgebied. In Pleinkwartier is het verschil tussen de minimale en maximale huur 60%, in Chinatown -en ook Hofkwartier- is het verschil 25%. Ook buiten de Binnenstad stijgende huren, maar ook aantal grote dalingen • Buiten de binnenstad liggen de huren het hoogste in de Frederik Hendriklaan (€ 425,-) en het De Savornin Lohmanplein (€ 350,-). In beide winkelgebieden zijn tussen 2013 en 2017 de huren toegenomen met respectievelijk 6% en 8%. • Twee winkelgebieden hebben een stijging van meer dan 10% doorgemaakt. De grootste procentuele huurstijging heeft zich voorgedaan in de Weimarstraat (+28%), gevolgd door ‘t Hoge Veen (+11%). • Drie winkelgebieden hebben een daling van meer dan 15% doorgemaakt. Het gaat om het Willem Royaardsplein (-38%), Neherkade/Laakweg (-20%) en de Gentstestraat/Stevinstraat (-17%).
• Grote verschillen binnen winkelgebieden doen zich met name voor in stedelijke winkelstraten. De verschillen binnen winkelgebieden variëren van 0% tot 40%. Huur(ontwikkeling) Den Haag, G4 en Nederland 2013-2017 De trend sinds 2010, van een jaar op jaar daling van de gemiddelde huurprijs voor winkelruimte, is in 2016 doorbroken. Uitgaande van de cijfers van de NVM lag de huurprijs in 2016 gemiddeld genomen op een vrijwel gelijk niveau als in 2015. Dat gold met name voor kernwinkelgebieden in de grote steden, waar ook in het A1segment de prijzen vrijwel stabiel waren25. 25 NVM (2016) Stand van Zaken Nederlandse Winkelmarkt
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
59
Uit onderzoek van Jones Lang LaSalle (2018) blijkt dat regionaal dominante steden het best in staat zijn de consument aan zich te binden. Hierdoor richten (inter)nationale retailers zich steeds vaker op de grootste steden van het land. Het toerisme speelt ook een rol (zowel nationaal- als internationaal) bij de recente huurprijsstijgingen en de toekomstige potentie op een stijgende huurprijs. De gemiddelde huurprijsstijging is het sterkst in Amsterdam. In steden met 250.000 – 500.000 inwoners zijn de huren gemiddeld met 0,4% gedaald. Den Haag scoort dus iets beter.
3.4 OMZET(ONTWIKKELING) (25%) DEELINDICATOREN KSO omzet/m² wvo dagelijks
KSO omzet/m² wvo niet-dagelijks
Koopkrachttoevloeiing dagelijks (%)
Koopkrachttoevloeiing niet-dagelijks (%)
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
In 2016 heeft het nieuwe koopstromenonderzoek (KSO) Randstad plaatsgevonden. De uitkomsten ervan zijn meegenomen in deze Retailmonitor. Daarvoor is dezelfde methode gehanteerd als in de monitor van 2013 (waarin de uitkomsten van het KSO uit 2011 zijn meegenomen). Er is gewerkt met koopstromen op het niveau van wijken. In een aantal gevallen zijn meerdere winkelgebieden binnen één wijk gevestigd. Zij krijgen dan dezelfde score.
BINNENSTAD SCOORT HOOG
Winkelgebieden met grote verzorgingsgebieden scoren hoog op de indicator omzet. Door het grote en diverse aanbod zijn zij in staat een groot deel van hun omzet van buiten de wijk te halen.
Wijkwinkelcentrum klein (N=23) Wijkwinkelcentrum groot (N=14) Stedelijke winkelstraat (N=13) Den Haag HWS (N=68) Overig (N=5) Binnenstad (N=13) 0,0
0,5
1,0
FIGUUR 27 GEMIDDELDE TOTAALSCORE OMZET NAAR TYPE WINKELGEBIED
1,5
2,0
2,5
3,0
60
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
Vooral in de niet-dagelijkse sector grote verschillen in omzet per m² wvo • Qua omzet per m² in de dagelijkse sector is het verschil -20% (kleine wijkwinkelcentra) tot +13% (Binnenstad) ten opzichte van het gemiddelde in de Haagse Hoofdwinkelstructuur. • In de niet-dagelijkse sector is het verschil tussen winkelgebieden veel groter: de Binnenstad zet gemiddeld 45% meer om per m² wvo, de kleine wijkcentra 21% minder.
3.5 RETAIL RISK INDEX (25%) DEELINDICATOREN Retailrisk laag risico
Retailrisk hoog risico
Vet = nieuw, schuin = gewijzigd, normaal= gelijk
Retail Risk Index Nieuw in de monitor 2017 is de Retail Risk Index van Locatus. De Retail Risk Index brengt het risicoprofiel van winkels en winkelgebieden in Nederland in kaart aan de hand van vier indicatoren: 1. 2. 3. 4.
Pandindex: prestaties van het winkelpand. Straatindex: ontwikkeling invulling winkelpanden van de straat rond het pand. Branche-index: ontwikkeling van de branche die actief is in het pand. Marktindex: verhouding tussen vraag en aanbod van de branche in de directe omgeving.
Bron: Locatus, bewerking Bureau Stedelijke Planning
De Retail Risk Index is een graadmeter of een ondernemer uit branche X op locatie Y er over een jaar nog zit (toekomstige “overlevingskans” van de winkel). In overleg met Locatus zijn twee risicoklassen getypeerd: • (Zeer) beperkt risico. Het aantal panden als percentage van het totaal van het winkelgebied met een (zeer) laag risicoprofiel, een index van 90 of lager. • (Zeer) hoog risico. Het aantal panden als percentage van het totaal van het winkelgebied met een (zeer) hoog risicoprofiel, een index van 110 of hoger.
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
61
KLEINE TOENAME PANDEN MET HOOG RISICO
In onderstaande tabel zijn de resultaten naar type winkelgebied gepresenteerd, zowel het laag als hoog risicoprofiel, de ontwikkeling 2013-2017 en de vergelijking met het landelijk gemiddelde. Bij een verschil groter dan twee procentpunt tussen Den Haag en Nederland zijn de cellen gemarkeerd: groen (positief) en oranje (negatief). Blauw is vergelijkbaar met landelijk. % (ZEER) BEPERKT RISICO DEN HAAG
NEDERLAND*
TYPE WGB
2013
2017
2013
2017
Binnenstad (N=13)
21
21
28
29
Stedelijke winkelstraat (N=13)
28
26
28
29
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
37
30
41
32
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
41
34
43
37
Overig (N=5)
17
31
n.v.t.
n.v.t.
Den Haag HWS (N=68)
29
26
36
32
% (ZEER) HOOG RISICO DEN HAAG
NEDERLAND
TYPE WGB
2013
2017
2013
2017
Binnenstad (N=13)
27
27
22
21
Stedelijke winkelstraat (N=13)
22
22
21
21
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
19
22
16
21
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
15
18
15
20
Overig (N=5)
40
40
n.v.t.
n.v.t.
Den Haag HWS (N=68)
23
24
19
22
TABEL 10 RETAIL RISK INDEX HAAGS WINKELGEBIEDEN, NAAR TYPE WINKELGEBIED Bron: Locatus 2017, bewerking Bureau Stedelijke Planning
* Let op: de indeling van Locatus loopt niet helemaal synchroon met die van Den Haag, waardoor de vergelijkbaarheid niet 100% is.
De meest opmerkelijke conclusies: • De Haagse Hoofdwinkelstructuur kent ten opzichte van het landelijk gemiddelde a) iets minder panden met een (zeer) klein risico (4%-punt) en b) meer panden met een zeer hoog risico (2%-punt). • De toename van het aandeel panden met een hoger risico en de afname van het aandeel panden met een laag risico is conform het landelijk beeld. De verschillen tussen en binnen winkelgebieden zijn interessanter. De Megastores en stadsdeelcentrum Leyweg zijn de winkelgebieden met het hoogste risicoprofiel, met 51% en 38% van de panden. In de Binnenstad is er veel variatie. Zeer risicovol is bijvoorbeeld Haagsche Bluf: 71% van de panden aldaar heeft een (zeer) hoog risico, geen enkel pand (0%) een laag
62
•
ECONOMISCH FUNCTIONEREN HAAGSE HOOFDWINKELSTRUCTUUR
risico. Ook de Schoolstraat en Hofkwartier zijn risicovol. De Grote Marktstraat, De Passage en de Turfmarkt kennen juist weinig panden met veel risico en veel panden met weinig risico. De wijkwinkelcentra (groot en klein) presteren over de gehele linie het best, alhoewel ook hier de verschillen groot zijn, met name in de kleine wijkcentra. Daar varieert het aandeel van 0% (Kraayenstein, Neherkade/Laakweg) tot 47% (Koningstraat).
BIJLAGE 1
BIJLAGE 1 LITERATUUR EN BRONNEN
DiscVision (2017) Leefstijlprofielen inwoner verzorgingsgebieden en bezoekers winkelgebieden Den Haag Gemeente Den Haag (2016) Werkgelegenheidsmonitor 2016 Hogeschool van Amsterdam (2016) De kracht van collectieve marketing voor winkelgebieden I&O Research (2017), Koopstromenonderzoek Randstad 2016 ING (2016) Vergrijzing als kans Jones Lang LaSalle (2018) Huurprijzen special 2018 Locatus Retailverkenner (2017) NVM (2016) Stand van Zaken Nederlandse Winkelmarkt Provincie Zuid-Holland, Discussienota detailhandel Zuid-Holland (augustus 2017) Savills (2017), City Special The Hague: Turn of the Tide
63
64
BIJLAGE 2
BIJLAGE 2 NIEUWE INDICATOREN
VARIABELEN
INDICATOR (NIEUW)
TER VERVANGING VAN
Dichtheid inwoners
Leeftijdssamenstelling
Hotelbedden (buurt)
-
Kennisinstituten (buurt)
-
BASISKWALITEIT Vraag
Aanbod
Subtrekkers Winkelondersteunende horeca
Winkelondersteunende horeca
(bredere groep dan in 2013) Horeca terrassen Overige voorzieningen (ATM, PUP, postkantoor) Sociaal maatschappelijke voorzieningen Locatie
Zichtbaarheid
Bewegwijzering
Fysieke Kwaliteit
Gevelbeeld
Uitstraling winkels / voorzieningen
Gevelonderhoud
Uitstraling winkels / voorzieningen
Commerciële
Geveldatering
Renovatie
Groen & Blauw
Sfeer
Objecten en elementen
Sfeer
licht
Sfeer
Social Media
Losgeweekt van
kwaliteit
klantcontactkanalen SEO (online vindbaarheid )
ECONOMISCH FUNCTIONEREN Leegstand
Leegstandsduur
Huur
Huurprijsbandbreedte
RRI
Retail Risk Index (hoog risico)
Leegstand ingevuld met winkels
Retail Risk Index (laag risico) TABEL 11 NIEUWE INDICATOREN
Niet meer gebruikt:
• •
Veiligheid (geen data) Functioneren supermarkten (zit deels verwerkt in KSO cijfers)
BIJLAGE 3
65
BIJLAGE 3 ONDERDELEN SCHOUW
DEEL
METHODE
SCORES
Parkeren fiets
Indicatoren voor goed fietsparkeren is de algemene ruimte
1 = als één of geen op orde is
(LOCATIE)
om fietsen te stallen (ook zonder rekken, maar zonder dat de
(matig)
looproutes worden gestoord), de ligging nabij de entrees van
2 = als twee van de drie op
het winkelcentrum of de winkeltrekkers (supermarkt, drogist)
orde zijn (voldoende)
en de aanwezigheid van fietsnietjes of –rekken.
3 = alle drie de punten op orde
1.
mogelijkheden (nietjes of andere vormen van stalling)
(goed)
2.
locatie nabij entree
3.
de beschikbare ruimte (aantal en vrije plekken)
Zonering
De mate van voetgangersvriendelijkheid van een
1=Trottoirs
(LOCATIE)
winkelgebied, weerspiegeld in zonering en comfort van
2=Langzaam verkeer
voetgangersgebied, looproutes, trottoirs, kruisingen (met
3=Voetgangersgebied
autoverkeer) Zichtbaarheid
De zichtbaarheid en herkenbaarheid van het gebied, als
1=matig
(FYSIEK)
zijnde winkelgebied, vanaf de hoofdinfrastructuur en
2=voldoende
beschouwd vanuit de autobereikbaarheid.
3=goed
De winkels zelf dienen direct zichtbaar en herkenbaar te zijn. Alleen vlaggen of borden is onvoldoende. Gevelbeeld
Belangrijk is een eenduidig en rustig gevelbeeld, zodat de
1=matig
(FYSIEK)
winkels individueel zichtbaar zijn. Deze zichtbaarheid wordt
2=voldoende
bepaald door:
3=goed
•
Fronthoogte van etalage en eventueel luifel. Hoog is goed laag hoogte is slecht
•
En redelijke uniforme of ritmische verkaveling in het gevelbeeld.
•
Gevels die naar achteren liggen doen afbreuk aan de uniforme verkaveling. De winkel die naar achter ligt is minder goed zichtbaar.
Gevel
De staat van de onderhoud van de gevels. Met aandacht
1= matig onderhoud
onderhoud
voor verfwerk, deuren en kozijnen, muren, pui en droogloop.
2= voldoende onderhoud
(FYSIEK)
Aandacht voor verkleuring verfwerk, afbladderen, schades,
3=goed onderhoud
houtrot, betonrot, etc. Gevel datering
Datering van de laatste (substantiële) vernieuwing of
1=geen renovatie (of
(FYSIEK)
renovatie van het vastgoed c.q. winkelcentrum, met als doel
winkelcentrum is ouder dan 15
dit beter te laten aansluiten op de eisen van het winkelend
jaar)
publiek.
2=Renovatie tussen de 5 en 15 jaar geleden (of
66
BIJLAGE 3
winkelcentrum tussen de 5 en 15 jaar oud) 3=Renovatie minder dan 5 jaar geleden (of winkelcentrum jonger dan 5 jaar) Groen en blauw De aanwezigheid van groene en blauwe elementen in de
1=matig
(FYSIEK)
openbare ruimte. Betreffende bomen, plantsoenen,
2=voldoende
waterpartijen, fonteinen, speeltuintjes. Bij ‘goed’ vooral kijken
3=goed
of het groen en blauw een ‘groot gebaar’ geven. Zijn ze nadrukkelijk aanwezig. Objecten en
De aanwezigheid van sfeer en comfort verhogende
1=matig
elementen
elementen, alsmede sfeer en comfort verlagende obstakels.
2=voldoende
(FYSIEK)
Betreffende: bankjes, vuilnisbakken, kunstobjecten,
3=goed
reclamezuilen, klapborden.
•
Reclamezuilen en klapborden zijn niet sfeer verhogend, eerder storend. Niet meenemen in positieve beoordeling.
•
Overdaad aan elementen (die niet bij elkaar passen) en veelheid aan klapborden beoordelen als ‘slecht’. De openbare ruimte wordt hierdoor onoverzichtelijk.
Licht (FYSIEK)
Openbare verlichting door lantaarns, feest- en
1= laag
sfeerverlichting, uitlichting gevels en binnenverlichting. Wat
2= middel
betreft licht gaat het niet alleen om de aanwezigheid maar
3= hoog
ook over functionaliteit (van armaturen) in relatie tot de sfeer. Het gaat niet zozeer over de feestverlichting 1. Score Matig: 2. Score Voldoende: is functionele verlichting maar met passende/sfeervolle/karakteristieke armatuur. 3. Score Goed: passende armatuur en goede uitlichting van gevels en objecten
TABEL 12 ONDERDELEN SCHOUW
BIJLAGE 4
67
BIJLAGE 4 VERGELIJKING BASISKWALITEIT 2013-2017
In vergelijking met de monitor van 2013 zijn er voor Basiskwaliteit twee zaken aangepast: • Er is een aantal nieuwe indicatoren toegevoegd, er zijn indicatoren vervangen en indicatoren verwijderd (zie ook bijlage 2). • Vijf type winkelgebieden in plaats van acht types: − Stadsdeelcentrum is ondergebracht bij Wijkwinkelcentrum groot. − Buurtcentra zijn ondergebracht bij Wijkwinkelcentrum klein. − Grootschalige concentratie en Speciale winkelgebieden vormen samen de categorie Overig. Scores en index naar vijf typen winkelgebieden Omdat voor basiskwaliteit veel indicatoren zijn aangepast en het aantal indicatoren nu groter is (11 extra) zijn in onderstaande tabel de indexen opgenomen voor 2017 en 2013 op basis van gelijke indicatoren (N.B. voor 2017 betekent dat exclusief de nieuwe indicatoren en voor 2013 exclusief de voor 2017 aangepaste indicatoren). Op basis van deze analyse kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • De Basiskwaliteit van de Haagse Hoofdwinkelstructuur is gelijk gebleven. • Stedelijke winkelstraten hebben op kwaliteit ingeboet en scoren nu onder het Haagse gemiddelde. • De Binnenstad scoort het hoogste en is er ook ten opzichte van 2013 op vooruit gegaan. • Beide type wijkwinkelcentra zijn erop vooruit gegaan en scoren gelijk ten opzichte van het gemiddelde van Den Haag. TYPE WINKELGEBIED / GELIJKE INDICATOREN
BASISKWALITEIT BASISKWALITEIT INDEX 2017 INDEX 2013
VERSCHIL 2017-2013
Binnenstad (N=13)
104
98
6
Stedelijke winkelstraat (N=13)
94
108
-15
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
100
97
2
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
100
95
5
Overig (N=5)
106
117
-11
HWS (N=68)
100
100
0
TABEL 13 INDEXCIJFER BASISKWALITEIT 2013-2017, GELIJKE INDICATOREN 2013-2017 Bron: Bureau Stedelijke Planning
68
BIJLAGE 5
BIJLAGE 5 VERGELIJKING ECONOMISCH FUNCTIONEREN 2013-2017
In vergelijking met de monitor van 2013 zijn er voor Economisch functioneren twee zaken aangepast: • Er zijn drie nieuwe indicatoren toegevoegd, er is er één vervangen en één verwijderd (zie ook bijlage 2). • Vijf type winkelgebieden in plaats van acht types: − Stadsdeelcentrum is ondergebracht bij Wijkwinkelcentrum groot. − Buurtcentra zijn ondergebracht bij Wijkwinkelcentrum klein. − Grootschalige concentratie en Speciale winkelgebieden vormen samen de categorie Overig. Scores en index naar vijf typen winkelgebieden In onderstaande tabel is de score opgenomen inclusief de nieuwe indicatoren voor 2017. Op basis van deze analyse kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Het Economisch functioneren van de Haagse Hoofdwinkelstructuur is iets gestegen en nagenoeg terug op het niveau van 2009 (index 100,6). • Stedelijke winkelstraten hebben op Economisch functioneren ingeboet en scoren nog iets meer dan in 2013 onder het Haagse gemiddelde. • De Binnenstad scoort ten opzichte van 2013 iets hoger, maar nog wel iets onder het Haagse gemiddelde. Met name aanloopstraten scoren ondergemiddeld, het hart van de Binnenstad over het algemeen bovengemiddeld. • Grote wijkwinkelcentra zijn erop vooruit gegaan en kleine wijkwinkelcentra erop achteruit. Beide type scoren nog wel boven het Haagse gemiddelde. TYPE WINKELGEBIED / INCL. EC. FUNCTIONEREN EC.
FUNCTIONEREN NIEUWE INDICATOREN INDEX 2017 INDEX 2013
VERSCHIL 2017-2013
Binnenstad (N=13)
99
98
1
Stedelijke winkelstraat (N=13)
94
96
-2
Wijkwinkelcentrum groot (N=14)
102
93
8
Wijkwinkelcentrum klein (N=23)
103
106
-3
Overig (N=5)
101
88
13
Den Haag HWS (N=68)
100
99
1
TABEL 14 ECONOMISCH FUNCTIONEREN 2017, INCLUSIEF NIEUW INDICATOREN Bron: Bureau Stedelijke Planning
BIJLAGE 6
69
BIJLAGE 6 KWALITEIT EN FUNCTIONEREN STADSDELEN
In onderstaande bollengrafieken zijn de scores op Basiskwaliteit en Economisch functioneren tegen elkaar afgezet en ingedeeld naar stadsdeel.
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN LOOSDUINEN
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN ESCAMP
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN SEGBROEK
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN SCHEVENINGEN
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN CENTRUM_1
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN CENTRUM_2
70
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN LAAK
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN LEIDSCHENVEENYPENBURG
BIJLAGE 6
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN HAAGSE HOUT
BIJLAGE 7
71
BIJLAGE 7 SCORES 2013 NAAR TYPE WINKELGEBIED
In onderstaande bollengrafieken zijn de scores op Basiskwaliteit en Economisch functioneren op basis van de indicatoren uit 2013 tegen elkaar afgezet. De indeling naar type winkelgebied is gebaseerd op de indeling zoals gehanteerd in de Retailmonitor 2017, maar de indicatoren zijn die van 2013.
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN BINNENSTAD
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN STEDELIJK WINKELSTRATEN
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN GROTE WIJKWINKELCENTRA
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN WINKELGEBIEDEN KLEINE WIJKWINKELCENTRA
KWALITEIT EN FUNCTIONEREN OVERIGE WINKELGEBIEDEN
72
BIJLAGE 7