CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

GAD2025.11 Brief GAD inz BDO benchmark 2025 Bijlage 1

Rekeningencommissie 9 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen stukken van de Accountantsorganisatie16.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, Grafiek A gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)

Solvabiliteit 25.000 - 50.000 inwoners

Overige categorieën

50%

40%

30%

20%

’10

’11

25.000

’12

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20 100.000

’21

’22

’23

Gemiddeld

32 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS

‘Opvallend is dat deze categorie gemeenten de Grex-ratio nog lager begroot dan ze in 2023 gerealiseerd hebben’ Grondexploitatie (Grex) Van alle groottecategorieën laten gemeenten in deze groep de sterkste daling in grondexploitaties zien: van 5,2% in 2022 naar 4,8% in 2023, een trend die al sinds 2014 aanhoudt. Met een dalende grondexploitatieratio verkleinen gemeenten hun financiële risico’s met betrekking tot grondbezit. Wat opvalt, is dat deze categorie gemeenten de Grex-ratio nog lager begroot dan ze in 2023 gerealiseerd hebben: 4,2% voor 2025 versus 4,8% in 2023. Daarmee zet de daling verder door. Dit is opvallend, gezien de immense bouwopgave waar Nederland voor staat. Gemeenten willen overigens vaak wel investeren in grond­ exploitaties, maar stuiten vaak op een gebrek aan beschikbare grond of belemmeringen door milieuregels, waardoor bouw­ plannen moeilijk te realiseren zijn. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte van gemeenten in deze categorie daalde van 5,6% in 2022 naar 3,3% in 2023. Dat wil zeggen dat de resultaten van gemeenten in 2023 achterbleven bij die van 2022. Dat is niet verwonderlijk vanwege de niet-begrote hogere algemene uitkering in 2022. Dit leidde in dat jaar tot een overschot. Aangezien de algemene uitkering niet wordt bestempeld als incidenteel geld, steeg de structurele exploitatieruimte in 2022.

Ook in 2023 was de algemene uitkering hoger dan begroot, maar niet zoals in 2022. Vandaar de daling. Overigens is een structurele exploitatieruimte van 3,3% ook nog hoog.

Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten, Grafiek B gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)

Grondexploitatie (Grex) Nederlandse gemeenten, Grafiek C gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)

Grondexploitatie (GREX)

Netto Schuldquote 25.000 - 50.000 inwoners

Overige categorieën

25.000 - 50.000 inwoners

100%

40%

80%

30%

60%

20%

40%

10%

20%

’10

’11

25.000

’12

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20 100.000

’21

’22

’23

Gemiddeld

0%

’10

’11

25.000

’12

’13

Overige categorieën

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20 100.000

’21

’22

’23

Gemiddeld

33 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS

‘Voor 2025 begroten deze gemeenten een structurele exploitatieruimte van slechts 1,4%’

Een percentage van 1% zou al voldoende zijn, aangezien gemeenten hun geld ook moeten uitgeven ten behoeve van de gemeenschap. Ter nuancering: dit kengetal heet ‘structurele exploitatieruimte’ maar de term ‘structureel’ is niet echt op z’n plaats en wordt sterk beïnvloed door het overschot – dat vaak niet structureel is – van dat jaar. In 2022 was dat overschot hoger dan in 2023. De structurele exploitatieruimte daalt overigens verder, zo kunnen we opmaken uit de begrotingen van deze gemeenten. Voor 2025 begroten gemeenten slechts 1,4%.

Structurele exploitatieruimte Nederlandse gemeenten, Grafiek D gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)

Belastingcapaciteit Nederlandse gemeenten, Grafiek E gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)

Structurele Exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

25.000 - 50.000 inwoners

Overige categorieën

Overige categorieën

110%

6% 5%

105%

4%

Belastingcapaciteit Gemeenten in deze categorie hebben een belastingcapaciteit van net iets onder de 100% (99,5%), een daling ten opzichte van 2022, toen de capaciteit nog op 102% lag. Dit betekent dat deze gemeenten in 2023 meer mogelijkheden hadden om belastingen te verhogen of uit te breiden dan in 2022. De begrote belastingcapaciteit stijgt straks overigens weer iets, blijkt uit de begrotingen 2025: van 100% naar 101%.

25.000 - 50.000 inwoners

3%

100% 2% 1%

95%

0% -1%

’14 25.000

’15

’16 25.000 - 50.000

’17

’18

’19

50.000 - 100.000

’20

’21 100.000

’22

’23 Gemiddeld

90%

’14 25.000

’15

’16 25.000 - 50.000

’17

’18

’19

50.000 - 100.000

’20

’21 100.000

’22

’23 Gemiddeld

FINANCIËLE BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN VAN BDO

MET 25.000 - 50.000 INWONERS (1-25) Ranking 1 - 25

Ranking 26 - 50

Ranking 51 - 75

Ranking 76 - 100

Ranking 101 - 125

Ranking 126 - 134

Gemeente

Inwonersaantallen

Provincie

Solvabiliteitsratio

Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

Som van begrotingssaldi 2024 t/m 2028

Eigen vermogen 2023

Begrotingssaldi/ eigen vermogen

Rapportcijfer 2023

Solvabiliteitsratio

Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

Begrotingssaldi/ eigen vermogen

Opbouw cijfer 2023

Gestegen/gedaald/ gelijk gebleven

Begrotingssaldi

Ranking 2023

Ratioanalyse (2023)

1

Best

31.223

Noord-Brabant

64,8%

-24,9%

15,3%

0,1%

93,9%

7.947.000

87.061.000

9,1%

10

40

30

15

10

5

-

2

Huizen

41.193

Noord-Holland

63,0%

-65,0%

1,0%

3,0%

96,0%

75.000

113.171.944

0,1%

10

40

30

15

10

3

-

3

Zaltbommel

30.385

Gelderland

55,6%

21,8%

6,7%

2,8%

110,2%

7.488.000

62.403.000

12,0%

10

40

30

15

10

1

-

4

Schagen

47.744

Noord-Holland

51,8%

10,6%

-2,1%

5,5%

113,0%

2.399.000

88.219.000

2,7%

10

40

30

15

10

1

-

5

Aalsmeer

33.279

Noord-Holland

53,8%

3,3%

6,0%

7,0%

110,2%

-837.000

85.868.000

-1,0%

10

40

30

15

10

1

-1

6

Bernheze

32.527

Noord-Brabant

62,5%

-19,8%

-0,2%

3,7%

81,8%

-3.040.707

58.093.632

-5,2%

9

40

30

15

10

5

-5

7

=

Veendam

27.520

Groningen

61,3%

4,1%

12,8%

0,6%

102,2%

-4.450.074

72.784.155

-6,1%

9

40

30

15

10

3

-6

8

Epe

33.168

Gelderland

74,0%

-23,2%

-0,4%

4,8%

95,0%

-5.585.000

81.124.000

-6,9%

9

40

30

15

10

3

-7

9

Westerwolde

26.465

Groningen

55,0%

8,0%

0,0%

-0,2%

112,0%

5.962.308

59.388.110

10,0%

9

40

30

15

3

1

-

10

Dinkelland

26.739

Overijssel

52,9%

5,6%

0,3%

4,9%

87,8%

-5.444.000

49.043.000

-11,1%

9

40

30

15

10

5

-11

11

Molenlanden

45.271

Zuid-Holland

61,2%

5,8%

2,3%

1,6%

99,2%

-13.103.000

140.612.000

-9,3%

9

40

30

15

10

3

-9

12

Leusden

31.681

Utrecht

53,0%

11,0%

6,0%

3,0%

86,0%

-7.094.000

60.633.000

-11,7%

9

40

30

15

10

5

-12

13

Nieuwkoop

29.501

Zuid-Holland

50,2%

8,9%

44,5%

5,1%

101,7%

860.000

67.077.000

1,3%

9

40

30

5

10

3

-

14

Leudal

36.006

Limburg

53,0%

15,0%

2,0%

17,0%

89,0%

-10.883.000

90.087.000

-12,1%

9

40

30

15

10

5

-12

15

Moerdijk

38.091

Noord-Brabant

47,0%

3,0%

-1,0%

3,0%

92,0%

5.869.000

87.082.000

6,7%

9

27

30

15

10

5

-

16

Echt-Susteren

32.041

Limburg

44,3%

31,4%

2,7%

5,0%

88,6%

1.030.005

71.105.657

1,4%

9

27

30

15

10

5

-

17

Aalten

27.308

Gelderland

40,8%

14,5%

0,1%

0,9%

69,1%

967.000

30.159.000

3,2%

9

27

30

15

10

5

-

18

Waadhoeke

46.911

Friesland

38,0%

3,0%

10,0%

3,0%

92,0%

6.885.000

56.097.000

12,3%

9

27

30

15

10

5

-

19

Oost Gelre

29.969

Gelderland

37,0%

59,0%

3,0%

6,7%

71,0%

1.645.000

54.665.000

3,0%

9

27

30

15

10

5

-

20

Peel en Maas

45.534

Limburg

32,0%

63,0%

1,0%

6,0%

80,0%

9.963.905

60.100.511

16,6%

9

27

30

15

10

5

-

21

Halderberge

31.183

Noord-Brabant

20,4%

67,7%

3,0%

5,3%

94,3%

5.498.531

29.779.000

18,5%

9

27

30

15

10

5

-

22

Beekdaelen

35.896

Limburg

64,8%

3,7%

1,6%

4,0%

104,7%

-10.302.000

91.388.600

-11,3%

9

40

30

15

10

3

-11

23

Tholen

26.851

Zeeland

46,0%

16,0%

11,0%

7,2%

89,0%

-526.000

63.149.000

-0,8%

9

27

30

15

10

5

-1

24

Opsterland

30.059

Friesland

41,2%

3,5%

-0,1%

0,5%

86,4%

-769.000

45.315.000

-1,7%

9

27

30

15

10

5

-2

25

Waddinxveen

34.000

Zuid-Holland

48,0%

49,0%

13,0%

4,7%

96,0%

7.364.000

90.519.000

8,1%

9

27

30

15

10

3

-

Klik op tab om verder te gaan

FINANCIËLE PERFORMANCE

Gemeenten met < 25.000 inwoners KENGETALLEN Solvabiliteit Nettoschuldquote Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (BEGROTE) RESULTATEN RANKING

< 25.000 INWONERS Resultaten 2023 Het totale resultaat 2023 in deze categorie bedraagt € 347 miljoen. 84 van de 113 gemeenten lieten een overschot zien van in totaal € 374 miljoen, in waren dat nog 100 gemeenten met een totaal overschot van € 419 miljoen.

Begroting 2024-2028 De gemeenten in deze categorie verwachten een totaal tekort in 2025 van € 61 miljoen. In 2026 is dit toegenomen tot € 172 miljoen. Daarna neemt het tekort weer af naar € 154 miljoen in 2027 en naar € 130 miljoen in 2028. Overschot (in miljoenen)

Tekort (in miljoenen)

<5 5 - 10

De laagst scorende gemeente is Hattem met een 1,0

10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100

Financieel gezond

Financieel zwak

Overschot Tekort (in € miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100

Ranking 2023 De categorie gemeenten met < 25.000 inwoners telt 113 gemeenten met in totaal 1.979.049 inwoners (11% van de totale Nederlandse bevolking). Gemiddeld scoren ze in deze ranking een 6,6 (2022: 7,3). Dat is iets lager dan het landelijke gemiddelde van 6,8.

De hoogst scorende gemeente in deze categorie is Valkenburg aan de Geul met een 10,0

37

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN < 25.000 INWONERS

Klik op de grafiek voor meer categorieën

In dit hoofdstuk gaan we in op de vijf kengetallen en de begrotingen 2024-2028 die gezamenlijk leiden tot de BDO-ranking per gemeente. Daarnaast analyseren we de resultaten over 2023. In dit geval doen we dat voor de categorie tot 25.000 inwoners. Resultaten 2023 en begrote resultaten Van de 113 gemeenten in deze categorie lieten in 2023 84 een overschot zien van in totaal € 374 miljoen. Het jaar daarvoor waren dat nog 100 gemeenten met een totaal overschot van € 419 miljoen. Verder valt op dat ruim driekwart van de gemeenten in deze categorie er in de komende vijf jaar in vermogen op achteruit gaat als geen maatregelen worden getroffen. Hun cijfer hebben we dus gecorrigeerd. Bij 23 gemeenten was dit niet het geval. Gemiddeld genomen teren de gemeenten in deze categorie 19% in op hun eigen vermogen in de komende vijf jaar. Dit kan deels een bewuste inzet zijn van bestemmingsreserves. Daarmee neemt het eigen vermogen tenslotte ook af. Bij gemeenten in deze groottecategorie bedraagt de algemene reserve ongeveer 38% van het eigen vermogen. Kengetallen Verder zien we dat deze gemeenten toegelicht in totaal een tekort verwachten in 2025 van € 61 miljoen. In 2026

is dit toegenomen tot € 172 miljoen. Daarna neemt het tekort weer af naar € 154 miljoen in 2027 en naar € 130 miljoen in 2028. Solvabiliteit Wat opvalt, is dat de solvabiliteit voor gemeenten tot 25.000 inwoners stabiel is gebleven op circa 40% en – als we nauwkeuriger inzoomen – zelfs iets is gestegen: van 39,76% naar 40,32%. In 2022 maakte de solvabiliteit van gemeenten nog een flinke sprong voorwaarts ten opzichte van 2021, maar dat had alles te maken met incidentele gelden, zoals de energietoeslag en de ‘Enecogelden’ (2020). In 2023 bleef het percentage dus gelijk aan dat in 2022. Daarmee kunnen we stellen dat deze gemeenten ook in 2023 een gezonde solvabiliteit kenden. De solvabiliteit is in de afgelopen jaren gestegen als gevolg van overschotten. Deze zorgden er immers voor dat het eigen vermogen toenam. Verder valt op dat de solvabiliteit vergelijkbaar is met die van gemeenten tussen de 25.000 en 50.000 inwoners. Gemeenten met meer dan 50.000 inwoners hebben een ‘beperkt lagere’ solvabiliteit van ruim 36%. Uit de cijfers blijkt ook dat in 2023 29 gemeenten in deze categorie een tekort hadden van in totaal € 27 miljoen. Vorig jaar waren dat nog 10 gemeenten met een totaal tekort van € 35 miljoen. Nettoschuldquote De nettoschuldquote bleef in 2023 min of meer gelijk aan die van het jaar daarvoor: 27,7% in 2023 tegenover 27,4% in 2022.

Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, Grafiek A gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)

Solvabiliteit 25.000 inwoners

Overige categorieën

50%

40%

30%

20%

’10

’11

25.000

’12

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20 100.000

’21

’22

’23

Gemiddeld

38 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN < 25.000 INWONERS

‘Bij gemeenten tot 25.000 inwoners is de Grex-ratio het laagst: 5,6%’

Opvallend is dat deze gemeenten een nettoschuldquote begroten voor 2025 van 56%. Dat is aanzienlijk meer dan de 27,7% in 2023. Kennelijk verwachten deze gemeenten in dat jaar meer te investeren dan er eigen geld is. In het verleden is gebleken dat dit deels voortkomt uit planningsoptimisme. Ook voor 2023 werd een aanzienlijk hogere nettoschuldquote verwacht dan de uiteindelijke 27,7%. Grondexploitatie (Grex) Bij gemeenten tot 25.000 inwoners bedraagt de Grex-ratio 5,6%, dat is nipt onder het gemiddelde van 5,7%. Verder verwachten deze gemeenten voor 2025 slechts een beperkt hogere Grex-ratio, namelijk 6,5%. Deze was in 2023 een kleine procent lager. Grote bouwplannen lijken daarmee voorlopig nog uit te blijven. Een lage grondexploitatieratio levert weinig financiële risico’s op, maar het laat ook zien dat deze gemeenten weinig investeren in grondexploitaties, terwijl Nederland tegelijkertijd een wooncrisis kent. Gebrek aan mensen en materialen zijn hier wellicht debet aan. Het lukt gemeenten kennelijk niet om de benodigde capaciteit te organiseren om bouwopgaven te realiseren. Daarnaast vormen ook de wet- en regelgeving op het gebied van stikstof en milieu een obstakel, wat de voortgang verder kan belemmeren. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte van gemeenten in deze categorie daalde van 5,3% in 2022 naar 3,7% in 2023.

Dat wil zeggen dat de resultaten van gemeenten in 2023 achterbleven bij die van

Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten, Grafiek B gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)

Grondexploitatie (Grex) Nederlandse gemeenten, Grafiek C gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)

Grondexploitatie (GREX)

Netto Schuldquote 25.000 inwoners

Overige categorieën

25.000 inwoners

100%

40%

80%

30%

60%

20%

40%

10%

20%

’10

’11

25.000

’12

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20 100.000

’21

’22

’23

Gemiddeld

0%

’10

’11

25.000

’12

Overige categorieën

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20 100.000

’21

’22

’23

Gemiddeld

39 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN < 25.000 INWONERS

‘De structurele exploitatie­ruimte is voor deze categorie het hoogst’ 2022. Dat is niet verwonderlijk vanwege de niet verwachte verhoging van de algemene uitkering in 2022. Dit leidde in dat jaar tot een overschot. Aangezien de algemene uitkering niet wordt bestempeld als incidenteel geld, steeg de structurele exploitatieruimte in 2022. Ook in 2023 was de algemene uitkering hoger dan begroot, maar dit verschil was niet zo groot als in 2022. Vandaar de daling. Deze ratio daalt volgens de begroting nog verder. De verwachte structurele exploitatieruimte bedraagt in 2025 volgens de begrotingen 1,1%.

Structurele exploitatieruimte Nederlandse gemeenten, Grafiek D gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)

Belastingcapaciteit Nederlandse gemeenten, Grafiek E gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)

Structurele Exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

25.000 inwoners

Overige categorieën

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit van gemeenten in deze categorie is in 2023 lager dan in 2022: 102% ten opzichte van 105%. Tegelijkertijd hebben deze gemeenten de hoogste belastingcapaciteit in vergelijking met grotere gemeenten. Dit betekent dat zij minder ruimte hebben om belastingen te verhogen of uit te breiden dan grotere gemeenten.

Overige categorieën

110%

6% 5%

105%

4%

Overigens is een structurele exploitatieruimte van 3,7% ook nog hoog. Een percentage van 1% zou ook al voldoende zijn, aangezien gemeenten hun geld ook willen uitgeven ten behoeve van de gemeenschap. De structurele exploitatieruimte is voor deze categorie overigens het hoogst. Grotere gemeenten laten een lagere structurele exploitatieruimte zien. Opvallend is echter dat de exploitatieruimte bij de kleinste gemeenten het sterkst is gedaald ten opzichte van 2022.

25.000 inwoners

3%

100% 2% 1%

95%

0% -1%

’14 25.000

’15

’16 25.000 - 50.000

’17

’18

’19

50.000 - 100.000

’20

’21 100.000

’22

’23 Gemiddeld

90%

’14 25.000

’15

’16 25.000 - 50.000

’17

’18

’19

50.000 - 100.000

’20

’21 100.000

’22

’23 Gemiddeld

FINANCIËLE BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN VAN BDO

MET < 25.000 INWONERS (1-25) Ranking 1 - 25

Ranking 26 - 50

Ranking 51 - 75

Ranking 76 - 100

Ranking 101 - 113

Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

Som van begrotingssaldi 2024 t/m 2028

Eigen vermogen 2023

Begrotingssaldi/ eigen vermogen

Rapportcijfer 2023

Solvabiliteitsratio

Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

Begrotingssaldi/ eigen vermogen

=

Valkenburg aan de Geul

16.431

Limburg

75,8%

-46,5%

0,0%

4,3%

94,1%

577.000

73.535.000

0,8%

10

40

30

15

10

5

-

2

=

Putten

24.978

Gelderland

67,0%

-18,0%

8,0%

9,0%

82,0%

3.695.000

78.566.000

4,7%

10

40

30

15

10

5

-

3

Noord-Beveland

7.943

Zeeland

66,3%

-7,8%

1,2%

6,0%

83,4%

3.207.000

36.962.363

8,7%

10

40

30

15

10

5

-

4

=

Reimerswaal

23.325

Zeeland

56,0%

10,0%

-8,0%

8,0%

91,0%

-2.237.000

57.438.398

-3,9%

10

40

30

15

10

5

-4

5

Hillegom

22.822

Zuid-Holland

73,0%

-24,8%

-3,1%

5,2%

120,5%

8.992.000

73.511.000

12,2%

10

40

30

15

10

1

-

6

Opmeer

12.199

Noord-Holland

67,0%

-19,0%

3,0%

4,0%

129,0%

6.466.286

59.026.000

11,0%

10

40

30

15

10

1

-

7

Borsele

23.121

Zeeland

55,0%

-15,0%

-3,0%

1,0%

97,0%

-2.501.384

49.908.913

-5,0%

9

40

30

15

10

3

-5

8

Eersel

20.199

Noord-Brabant

62,4%

-48,1%

-5,9%

6,2%

86,0%

-6.973.053

70.957.189

-9,8%

9

40

30

15

10

5

-10

9

Laarbeek

23.220

Noord-Brabant

61,0%

-8,0%

15,0%

5,0%

86,0%

-6.838.000

58.123.000

-11,8%

9

40

30

15

10

5

-12

10

Terschelling

4.898

Friesland

32,0%

24,0%

7,0%

3,0%

80,0%

97.000

11.369.000

0,9%

9

27

30

15

10

5

-

11

Bergen

13.154

Limburg

25,0%

75,0%

1,0%

10,0%

86,0%

248.000

16.959.000

1,5%

9

27

30

15

10

5

-

12

Elburg

23.906

Gelderland

65,0%

-4,0%

4,7%

5,3%

86,0%

-8.628.713

62.831.000

-13,7%

9

40

30

15

10

5

-14

13

Ommen

19.031

Overijssel

47,0%

8,0%

2,0%

3,0%

82,0%

-394.000

35.346.000

-1,1%

9

27

30

15

10

5

-1

14

Rucphen

23.920

Noord-Brabant

55,3%

35,1%

9,3%

4,2%

90,4%

-8.348.726

58.287.787

-14,3%

9

40

30

15

10

5

-14

15

Zwartewaterland

23.448

Overijssel

42,6%

47,9%

15,4%

4,2%

85,0%

-666.000

48.974.000

-1,4%

9

27

30

15

10

5

-1

16

Harlingen

16.229

Friesland

40,5%

54,4%

1,3%

6,5%

84,7%

-616.095

42.807.000

-1,4%

9

27

30

15

10

5

-1

17

Goirle

24.327

Noord-Brabant

48,2%

15,4%

1,4%

3,9%

99,8%

9.662.000

40.383.000

23,9%

9

27

30

15

10

3

-

18

Nederweert

17.492

Limburg

48,0%

-68,0%

2,0%

10,0%

101,0%

1.403.361

33.017.758

4,3%

9

27

30

15

10

3

-

19

Sluis

23.150

Zeeland

42,0%

15,0%

1,0%

8,0%

98,0%

4.696.000

70.400.201

6,7%

9

27

30

15

10

3

-

20

Vaals

10.121

Limburg

28,9%

34,1%

14,0%

3,8%

96,9%

1.026.247

12.550.713

8,2%

9

27

30

15

10

3

-

21

Hilvarenbeek

15.961

Noord-Brabant

26,0%

37,0%

6,0%

6,0%

88,0%

-414.000

16.231.480

-2,6%

8

27

30

15

10

5

-3

22

Zandvoort

17.469

Noord-Holland

47,0%

28,0%

8,0%

9,0%

97,0%

-487.000

45.239.000

-1,1%

8

27

30

15

10

3

-1

23

Rozendaal

1.831

Gelderland

67,0%

-55,0%

0,0%

39,0%

120,0%

-1.206.146

9.657.920

-12,5%

8

40

30

15

10

1

-12

24

Beesel

13.394

Limburg

51,0%

-16,0%

-1,0%

4,0%

84,0%

-3.711.000

22.218.000

-16,7%

8

40

30

15

10

5

-17

25

Zundert

22.553

Noord-Brabant

37,0%

21,0%

1,0%

4,0%

119,0%

793.000

26.833.000

3,0%

8

27

30

15

10

1

-

Gemeente

Provincie

1

Klik op tab om verder te gaan

Inwonersaantallen

Solvabiliteitsratio

Opbouw cijfer 2023

Gestegen/gedaald/ gelijk gebleven

Begrotingssaldi

Ranking 2023

Ratioanalyse (2023)

ONLINE & INTERACTIEF

Bekijk en vergelijk de scores van gemeenten

OOK MOBIEL

Met de interactieve analysetool brengt u de Financiële benchmark Nederlandse gemeenten van BDO nóg meer tot leven. Bekijk en vergelijk uw eigen resultaten met die van andere gemeenten, ontdek sterke en zwakke regio’s en nog veel meer.

VERNIEUWE METHODIEK

Vergelijk meerdere gemeenten tegelijkertijd

FILTER OP GROOTTECATEGORIE, RAPPORTCIJFER EN RANKING

ONTDEK DE STIJGERS EN DALERS

BEKIJK & VERGELIJK SPECIFIEKE GEMEENTEN

VERGELIJK DE CIJFERS 2018-2023

ONTDEK STERKE EN ZWAKKE REGIO’S

BEKIJK DE INTERACTIEVE ANALYSE­TOOL www.bdo.nl/analysetoolgemeenten

VERGELIJK MET STREEKGENOTEN

AANLEIDING, AANPAK EN VERANTWOORDING VAN HET ONDERZOEK

43 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

AANLEIDING, AANPAK EN VERANTWOORDING VAN HET ONDERZOEK

Berekeningssystematiek houdt rekening met meerjarenbegroting Hoe houden gemeenten zich ondanks grote maatschappelijke uitdagingen financieel staande? Wij zochten het uit en hebben ook dit jaar gemeenten langs de financiële meetlat gelegd. Niet alleen de financiële prestaties uit het verleden tellen mee, ook de begrotingen wegen mee in de rapportcijfers. Financiële kengetallen De immense uitdagingen waar gemeenten voor staan, waren en zijn voor BDO reden om de financiële gezondheid van gemeenten in kaart te brengen en de belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen op een rij te zetten. Zes jaar op rij hebben we rapportcijfers toegekend op basis van de openbare financiële kengetallen waar gemeenten over rapporteren: S olvabiliteit N  etto-/gecorrigeerde schuldquote G  rondexploitatie S tructurele exploitatieruimte B  elastingcapaciteit

Kengetallen toegelicht

Begrotingen tellen ook mee De vijf financiële kengetallen op basis van de jaarcijfers 2023 vormen de basis voor de analyses. Maar ze zijn een momentopname op basis van de laatst vastgestelde jaarcijfers en weerspiegelen daarmee – in een roerige tijd als de huidige – onvoldoende het toekomstperspectief. Daarom kijken we ook naar de financiële toekomst van gemeenten in de vorm van de saldi van de begro-

tingen 2024 tot en met 2028. Wanneer de optelsom van de begrotingen over deze jaren een negatief beeld geeft, heeft dat gevolgen voor de financiële ratio’s en daarmee voor de financiële gezondheid van een gemeente. In dat geval corrigeren wij het rapportcijfer op basis van de kengetallen met de negatieve begrotingscijfers. Deze correctie laat zien dat een gemeente verwacht in de komende jaren in te teren op het eigen vermogen. De rapportcijfers geven daarmee een gecombineerd beeld van de financiële uitgangssituatie van gemeenten nú, en het financieel meerjarenperspectief dat op ze afkomt. Bij de totstandkoming van deze score en ranking is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van de signaleringswaarden (ondergrenzen) die de provincies als toezichthouders hanteren bij het financieel toezicht op gemeenten. Ranking Deze ranking, ofwel de Financiële benchmark Nederlandse gemeenten van BDO, hebben we verdeeld naar omvang van gemeenten. Daarbij willen we benadrukken dat de ranking weergeeft hoe het staat met de financiële positie van gemeenten. Het zegt echter niets over hoe gemeenten functioneren richting hun burgers. De ene gemeente vindt al snel een bestemming voor al het geïnde belastinggeld, terwijl de andere gemeente geld overhoudt, omdat er bijvoorbeeld onvoldoende capaciteit is om de middelen daadwerkelijk te besteden. Elke gemeente heeft daarbij een eigen verhaal.

Strategie, beleid en uitvoering van gemeenten beoordelen wij in deze ranking dan ook niet. We beoordelen slechts de financiële gezondheid op basis van de vastgestelde jaarrekening 2023 en de

primitieve begrotingen 2024-2028. Wij passen geen correcties toe op de vastgestelde documenten en corrigeren niet voor het al dan niet doorgevoerd hebben van taakstellingen of ombuigingen. Reflectie uit het veld Cijfers vertellen zoals gezegd nooit het hele verhaal. Wij plaatsen de cijfers in dit rapport dan ook in de context van de ontwikkelingen

‘We kijken ook naar de financiële toekomst van gemeenten in de vorm van de saldi van de begrotingen 2024 tot en met 2028’ die wij waarnemen in de sector. Daarnaast hebben wij vertegenwoordigers van gemeenten, het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) uitgenodigd om hun visie te delen tijdens een rondetafeldiscussie. We vroegen hen hoe en waarom zij hun financiële beleid vormen en wat hun ervaringen en adviezen zijn die zij met andere gemeenten willen delen. De inzichten uit de rondetafeldiscussie, die in november plaatsvond, bieden een waardevolle aanvulling op de cijfers door een directe blik vanuit de sector zelf.

44 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

AANLEIDING, AANPAK EN VERANTWOORDING VAN HET ONDERZOEK

Zo is de ranking samengesteld BDO heeft de financiële situatie van Nederlandse gemeenten in beeld gebracht, met elkaar vergeleken en een financiële ranking gemaakt op basis van de jaarcijfers over 2023 en de primitieve begrotingen 2024 en 2025-2028. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe en met welke rekenmethode deze lijst tot stand is gekomen. We hebben voor het samenstellen van de ranking gebruikgemaakt van de vaste financiële kengetallen uit de jaarstukken van gemeenten. Met ingang van de jaarrekening 2015 en de begroting 2016 is elke gemeente verplicht om in de jaarstukken en begroting te werken met dezelfde kengetallen: de nettoschuldquote, de netto­schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. Daarbij zijn de solvabiliteitsratio, de nettoschuldquote en het finan­ cieel meerjarenperspectief het meest bepalend voor de financiële gezondheid van gemeenten. Deze uniforme rapportage heeft als doel om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.Daar komt bij dat ook provincies bij het financieel toezicht dat zij houden op gemeenten een meer uniforme signaleringsmethode hanteren: het in 2018 opgestelde Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK 2020).

Dit wijst aan elk kengetal een signaleringswaarde toe: ‘minst risicovol’, ‘neutraal’ en ‘meest risicovol’.

Signaleringswaarden In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK 2020) zijn de signaleringswaarden ‘minst risicovol’, ‘neutraal’ en ‘meest risicovol’ toegekend aan de vijf kengetallen: solvabiliteit, netto-/gecorrigeerde schuldquote, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze signaleringswaarden vormen de grondslag voor de rapportcijfers. Dit betekent dat een gemeente die op alle vijf ratio’s ‘minst risicovol’ volgens de indeling van de provincie scoort, een score van 100 behaalt, en daarmee in eerste instantie een rapportcijfer 10 in onze ana-

’De financiële positie inzichtelijker maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten vergroten’ lyse krijgt. Een gemeente die op alle vijf ratio’s ‘meest risicovol’ scoort, behaalt in onze analyse een score van 32, en daarmee een rapportcijfer 3. Scores zijn afgerond op hele getallen. Vervolgens kan het rapportcijfer beïnvloed worden door de begrotingssaldi 2024-2028, maar alleen indien dit negatief is. Immers: hoe reëel

is het om een gemeente een score te geven zonder rekening te houden met hoge tekorten in de komende jaren? Stel, een gemeente heeft eind 2023 een vermogen van € 100 miljoen en per saldo is het begrote resultaat over de jaren 2024-2028 € 10 miljoen negatief. Dan krimpt het eigen vermogen met 10%. Dit leidt dan tot een correctie van de score van 10 punten. Als deze gemeente een 9 scoorde op basis van de vijf financiële ratio’s, scoort de gemeente per saldo een 8. Puntenwaardering Om op basis van de scores van gemeenten op al deze verschillende punten één totaalrating per gemeente te kunnen berekenen, heeft BDO deze signaleringswaarden van Nederlandse gemeenten beoordeeld, gewogen en daaraan punten toegekend. Daarbij hebben we één keer rekening gehouden met de nettoschuldquote: de nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen.

45 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

Meegewogen effecten eigen vermogen In de scores voor de kengetallen speelt de solvabiliteit een belangrijke rol. Hierin is het eigen vermogen van de gemeente meegewogen. Bij de weging van de begrotingscijfers gaan wij uit van de resultaten vóór bestemming. Wij beschouwen dit als het beste uitgangspunt om gemeenten onderling te vergelijken. Wij gaan ervan uit dat gemeenten die over de periode 2024-2028 opgeteld een tekort ramen (vóór bestemming), een beroep zullen doen op het eigen vermogen. Daarmee corrigeren we in feite de omvang van het eigen vermogen die in de kengetallen over 2023 is verdisconteerd. Het effect van het slinken van het eigen vermogen bevat meerdere aspecten. Beleidsmatig verankerde inzet van reserves voor de dekking van onder andere kapitaallasten en projecten die onderdeel zijn van het begrotingsresultaat vóór bestemming. Doorgeschoven projecten/opgaven die via reserves worden afgewikkeld. Incidentele lasten die onderdeel zijn van het begrotingsresultaat vóór bestemming. Het (structurele) begrotingstekort. Bovenstaande aspecten hebben allemaal een (potentieel) neerwaarts effect op het eigen vermogen. Het effect van resultaatbestemming wegen wij bij gemeenten met een negatief cumulatief begrotingsresultaat mee in het rapportcijfer. Wij realiseren ons dat veel gemeenten sturen op de begrotingssaldi inclusief reservemutaties.

Wij hebben hiervoor uitgelegd hoe wij dit in de rapportcijfers hebben meegenomen. Ook met deze wegingsmethode kunnen gemeenten de maximale 100 punten scoren als ze op alle financiële kengetallen uitkomen in de categorie ‘minst risicovol’ en geen negatief saldo verwachten voor de komende vijf jaar. Ze krijgen dan een

AANLEIDING, AANPAK EN VERANTWOORDING VAN HET ONDERZOEK

rapportcijfer 10. Gemeenten die bij alle financiële kengetallen scoren in de categorie ‘meest risicovol’ krijgen de laagst mogelijke score van 32 punten, ofwel een rapportcijfer 3,2, afgerond een 3. Dit kan nog verder omlaag als deze gemeenten ook nog een negatief saldo verwachten voor de komende vijf jaar. Nuanceringen De kengetallen die als basis dienen voor onze benchmark willen we wel enigszins nuanceren. Zo kan het voorkomen dat een gemeente gronden exploiteert via een andere entiteit, waardoor de gronden buiten de jaarrekening blijven en dus ook geen impact hebben op de Grex (grondexploitatie)-ratio. Ook is het zo

‘Het effect van resultaat­ bestemming wegen wij bij gemeenten met een negatief cumulatief begrotingsresultaat mee in het rapportcijfer’ dat gemeenten op basis van de verslaggevingsregels tot 2017 niet verplicht waren om zogenaamde activa met maatschappelijk nut te activeren. Daardoor kunnen we gemeenten niet in alle gevallen 100% met elkaar vergelijken. Daarnaast hoeven gemeenten volgens de verslaggevingsregels ‘voorzieningen’ niet altijd op te nemen in de jaarrekening. Zo staan voorzieningen voor personele verplichtingen bijvoorbeeld heel beperkt op de balans, en die voor onderhoud ook niet altijd. Voorzieningen buiten de jaarrekening hebben we daarom

niet meegewogen. De begrote kengetallen wijken in de praktijk bovendien soms sterk af van de realisatie. Primitieve begrotingen Verder realiseren we ons dat we ook dit jaar onze berekeningen hebben gebaseerd op primitieve begrotingen van het lopende jaar 2024, vastgesteld in oktober 2023. Dit kan inmiddels achterhaalde informatie zijn. Tegelijkertijd werken ze nog wel door in onze cijfers. Deze primitieve begrotingen maken immers deel uit van het tekort over de jaren 2024-2028. We hebben gekeken of we dit kunnen wijzigen in de systematiek door voor 2024 de gewijzigde begrotingen als uitgangspunt te nemen, maar gemeenten rapporteren dit niet consistent. Niet alle gemeenten nemen een gewijzigde begroting 2024 op in hun begroting 2025. Dat maakt het vrijwel onmogelijk om gemeenten met elkaar te vergelijken. Daarom hebben we uiteindelijk besloten de systematiek niet aan te passen. In het geval dat we de gewijzigde begrotingen 2024 wél hadden meegenomen, waren de cijfers hoogstwaarschijnlijk lager uitgevallen. Gemeenten met een gewijzigde begroting 2024 in de meerjarenbegroting 2025-2028 hadden aanvankelijk € 442 miljoen negatief begroot en stelden dit bij naar € 1,1 miljard negatief. Tegelijkertijd zien we vaak ook dat tekorten ‘meevallen’, omdat het voor gemeenten vaak lastig is om plannen daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen.

46 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

Beperkingen Tot slot maken we gebruik van de begrotingssaldi en ook daar zitten beperkingen aan. We realiseren ons dat begrotingen per definitie een zekere mate van subjectiviteit en een onzeker karakter

‘Gemeenten steken veel tijd en energie in de kwaliteit van de begroting, dat is voor hen het belangrijkste sturingsinstrument’ hebben, en vaak niet uitkomen. Tegelijkertijd steken gemeenten veel tijd en energie in de kwaliteit van de begroting, houden provincies hierop toezicht en is de begroting richtinggevend voor college en raad. Voor gemeenten is de begroting dan ook het belangrijkste sturingsinstrument. We moeten de Financiële benchmark Nederlandse gemeenten bekijken met deze nuanceringen in het achterhoofd. Desalniettemin biedt deze ranking een goed beeld van hoe de verschillende gemeenten er financieel voorstaan, ook in vergelijking tot elkaar. En de ontwikkeling van de rapportcijfers ten opzichte van voorgaande jaren geeft een goed beeld van wat er financieel gaande is bij gemeenten individueel en in de sector als geheel.

AANLEIDING, AANPAK EN VERANTWOORDING VAN HET ONDERZOEK

Kengetallen en waarderingscijfers zoals in het GTK 2020 Waarderingscijfer

Minst risicovol(%)

Neutraal (%)

Meest risicovol (%)

Nettoschuldquote

<90

90-130

>130

Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte (begroting)

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

De BDO-rekenmethode: signaleringswaarden en puntenverdeling Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Solvabiliteitsratio

40

27

13

Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

30

20

10

Grondexploitatie

15

10

5

Structurele exploitatieruimte (begroting)

10

6

3

Belastingcapaciteit

5

3

1

100

66

32

BRANCHEGROEP OVERHEID De adviseurs van BDO willen een bijdrage leveren aan een goed functionerende overheid en zien gemeenten als de regionale regisseur van de toekomst. Met de overheveling van taken uit het sociaal domein van het Rijk naar gemeenten, de energietransitie, de woningmarkt, en uiteraard de financiële uitdagingen die dit alles met zich meebrengt, zijn een doelmatige en doeltreffende bedrijfsvoering bij gemeenten belangrijker dan ooit. Daar kunnen we u bij helpen. Meer informatie Voor meer informatie naar aanleiding van dit onderzoeksrapport of over de Branchegroep Overheid van BDO, kunt u contact opnemen met: Telefoon: 088 - 236 48 06 E-mail: overheid@bdo.nl Internet: bdo.nl/overheid

48 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

BRANCHEGROEP OVERHEID

BRANCHEGROEP OVERHEID DE ONDERZOEKERS/CONTACTPERSONEN

MT BRANCHEGROEP OVERHEID

C.M. (Marc) Steehouwer RA MSc Partner BDO Audit & Assurance voorzitter branchegroep Overheid T 06 – 46 10 55 43 E marc.steehouwer@bdo.nl

C.M. (Marc) Steehouwer RA MSc Partner BDO Audit & Assurance voorzitter branchegroep Overheid T 06 – 46 10 55 43 E marc.steehouwer@bdo.nl

E.R. (Esther) Kuik-van Wijk RA MSc Partner BDO Audit & Assurance T 06 – 13 55 81 69 E ester.kuik@bdo.nl

Mr. E.H.C. (Erik) Bakx Partner BDO Tax & Legal T 06 – 30 40 46 60 E erik.bakx@bdo.nl

Drs. M. (Marco) Pot Partner BDO Advisory T 06 – 11 00 31 51 E marco.pot@bdo.nl

Drs. M. (Marco) Pot Partner BDO Advisory T 06 – 11 00 31 51 E marco.pot@bdo.nl

COLOFON B. (Beryl) Dekker MSc Manager BDO Audit & Assurance T 06 – 23 07 55 37 E beryl.dekker@bdo.nl

Drs. D.O. (Dennis) Meeuwissen RA Partner BDO Audit & Assurance T 06 - 52 61 50 67 E dennis.meeuwissen@bdo.nl

Tekst Irene Schoemakers Concept & realisatie Monte Media Vormgeving Ivo van IJzendoorn Infographic Ivo van IJzendoorn, Dimitry de Bruin Fotografie ANP Photo, Friso Keuris

BDO is een op naam van Stichting BDO te Amsterdam geregistreerd merk.

Een kijk op waarde

In deze publicatie wordt BDO gebruikt ter aanduiding van de organisatie die onder de merknaam ‘BDO’ actief is op het gebied van de professionele dienstverlening (accountancy, belastingadvies en advisory). BDO Accountants & Adviseurs is een op naam van BDO Holding B.V. te Eindhoven geregistreerde handelsnaam en wordt gebruikt ter aanduiding van een aantal met elkaar in een groep verbonden rechtspersonen, die ieder afzonderlijk onder de merknaam ‘BDO’ actief zijn op een bepaald terrein van de professionele dienstverlening (accountancy, belastingadvies en advisory). BDO Holding B.V. is lid van BDO International Ltd, een rechtspersoon naar Engels recht met beperkte aansprakelijkheid, en maakt deel uit van het wereldwijde netwerk van juridisch zelfstandige organisaties die onder de naam ‘BDO’ optreden.

01/2025 – PS2501

BDO is de merknaam die wordt gebruikt ter aanduiding van het BDO-netwerk en van elk van de BDO Member Firms.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15360853/1