GAD2025.11 Brief GAD inz BDO benchmark 2025 Bijlage 1
Tekst van het document
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
Sterk versnipperd landschap, gedeelde onzekerheid Balanceren tussen overschotten en tekorten
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
INHOUD 3 Voorwoord 4 Feiten & cijfers 8 Conclusies & aanbevelingen
14
Interview Hubert Bruls burgemeester Nijmegen
28 Rondetafeldiscussie 42 Aanleiding, aanpak en verantwoording van het onderzoek 47 Branchegroep Overheid van BDO 41 Bekijk en vergelijk de scores van gemeenten met de Analysetool
Financiële performance 16 Gemeenten met > 100.000 inwoners 22 Gemeenten met 50.000-100.000 inwoners 29 Gemeenten met 25.000-50.000 inwoners 35 Gemeenten met < 25.000 inwoners Deze publicatie is zorgvuldig voorbereid en tot stand gekomen, maar is in algemene bewoordingen gesteld en bevat alleen informatie van algemene aard. De in deze publicatie opgenomen informatie kan komen uit algemeen verkrijgbare bronnen, zodat wij niet kunnen instaan of verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de gebruikte informatie en de wijze waarop deze informatie in de publicatie is verwerkt. Daarbij bevat deze publicatie geen advies voor concrete situaties, zodat uitdrukkelijk wordt afgeraden om zonder advies van een deskundige op basis van de informatie in deze
© BDO Januari 2025
publicatie te handelen, na te laten of besluiten te nemen. Voor het verkrijgen van een advies dat is toegesneden op uw concrete situatie, kunt u zich wenden tot BDO Accountants & Adviseurs of een van haar adviseurs. BDO Accountants & Adviseurs, de met haar gelieerde partijen en haar adviseurs aanvaarden geen aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van handelen, nalaten of het nemen van besluiten op basis van de informatie in deze publicatie. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op enige andere wijze, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.
3
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
Overschotten én tekorten Het financiële landschap van gemeentelijk Nederland is meer dan ooit versnipperd, zo concluderen we op basis van deze Benchmark Nederlandse gemeenten 2025, waarin de resultaten van 2023 en de meerjarenbegrotingen 2024-2028 centraal staan. De 342 gemeenten hebben allemaal zo hun eigen manier om te anticiperen op het ravijn, lijkt het. Waar sommige gemeenten nog geen ombuigingen hebben verwerkt, hebben andere gemeenten wél al maatregelen getroffen. Ook zien wij dat gemeenten, al dan niet beperkt door financiële mogelijkheden, wisselend omgaan met het begroten van toekomstige (vervangings)investeringen. De verschillen tussen gemeenten zijn dan ook groot: een sterk versnipperd financieel landschap dus. Bij de duiding van de rapportcijfers van individuele gemeenten moeten de onderlinge verschillen dit jaar extra in ogenschouw worden genomen. Voor de sector als geheel is een duidelijke trend waarneembaar: de impact van het ravijn vertaalt zich door naar de rapportcijfers; deze dalen gemiddeld flink ten opzichte van vorig jaar. Wat we ook zien, is dat de cijfers per ultimo 2023 er over de gehele linie nog goed uitzien. Al met al hebben gemeenten in 2023 een positief resultaat gerealiseerd van € 1,7 miljard, en steeg het totale eigen vermogen naar € 41 miljard. Als we dieper inzoomen op de cijfers, zien we ook hier grote verschillen.
Ongeveer een kwart van de gemeenten laat wel degelijk tekorten zien over 2023. Desalniettemin is het voor veel gemeenten nog balanceren tussen overschotten en tekorten. Waarom zou een gemeente bezuinigen als er jaarlijks geld overblijft? En waarom nu al bezuinigen terwijl er misschien nog een oplossing voor het ravijn komt? Begrijpelijke dilemma’s. Tegelijkertijd moeten gemeenten anticiperen op een financieel minder gunstige toekomst. Wij denken dat gemeenten het nodige kunnen leren door hun begroting kritisch onder de loep te nemen. Kortom, genoeg redenen om een blik te werpen op de cijfers en de wereld daarachter. Hiertoe organiseerden we ook dit jaar weer een rondetafeldiscussie met vertegenwoordigers van gemeenten, het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), en legden hen de eerste uitkomsten van de benchmark voor. Hun inzichten en ervaringen geven kleur en duiding aan de statistieken en laten zien dat achter de cijfers eigen verhalen schuilgaan. Cijfers die overigens niet altijd duidelijk te lezen en interpreteren zijn. De kwaliteit van de begrotingen laat op dit punt regelmatig te wensen over, zo luidt een van onze conclusies dit jaar. Willen gemeenten echt grip krijgen op hun financiën, dan begint dat bij de basis: waar liggen onze prioriteiten, en een helder en eenduidig format voor de cijfers en begrotingen.
Marc Steehouwer partner BDO Audit & Assurance voorzitter branchegroep Overheid
VOORWOORD
4
Overschot (in miljoenen)
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
Tekort FEITEN & CIJFERS (in miljoenen)
<5 5 - 10
Som begroting, voor mutaties 10 - 25 reserves (2024-2028)
Sterk versnipperd landschap
25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
Klik hier voor tabel Som begrotingen naar groottecategorie
Een sterk versnipperd landschap: dat is wat we zien wanneer we de gemeentelijke begrotingen voor 2024 tot en met 2028 in kaart brengen. Ondanks de verbeterde financiële ratio’s over 2023 zijn de rapportcijfers gedaald, van gemiddeld een 7,4 in 2022 naar een 6,8 in 2023. Dit is het gevolg van de negatieve begrotingen voor de jaren 2024 tot en met 2028.
Klik hier voor tabel Ratio’s begrotingssaldo/ eigen vermogen naar grootte categorie
Voor 2025 verwachten gemeenten in totaal een tekort van € 667 miljoen, voor 2026 loopt dit op tot ruim € 1,4 miljard. In 2027 is het verwachte tekort nog € 638 miljoen en in 2028 bedraagt het tekort naar verwachting € 575 miljoen. Verder zien we dat 76 gemeenten over deze vijf jaar per saldo een overschot verwachten van in totaal € 1,3 miljard. De overige 266 gemeenten voorzien daarentegen een tekort van circa € 5,2 miljard.
Overschot Tekort (in € miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
Klik hier voor tabel Ratio’s begrotingen naar groottecategorie
5
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FEITEN & CIJFERS
Financieel gezond Overschot (in miljoenen)
Top 3 Financieel meest gezonde gemeenten
Tekort (in miljoenen)
Top 3< 5Financieel minst 5 - 10 gezonde gemeenten 10 - 25 25 - 50
Financieel zwak
Groot >100.000
- 75 Groot50>100.000 75 - 100
1
Rotterdam
670.610
1
> Alkmaar 100
2
Zwolle
133.141
2
Almere
3
's-Hertogenbosch
160.757
3
Den Haag
112.304 226.500 566.221
Middelgroot 50.000-100.000
Middelgroot 50.000-100.000 1
Oss
94.634
1
Midden-Groningen
61.433
2
Noordoostpolder
50.035
2
Velsen
69.241
3
Amstelveen
95.014
3
Vijfheerenlanden
61.669
Financieel gezond
Middelklein 25.000-50.000 1
Best
31.223
2
Huizen
41.193
3
Zaltbommel
30.385
Financieel zwak
Overschot Tekort (in € miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
Middelklein 25.000-50.000 1
Castricum
36.366
2
Zwijndrecht
44.874
3
Achtkarspelen
28.226
Klein < 25.000
Klein < 25.000
1
Valkenburg aan de Geul
16.431
2
Putten
24.978
3
Noord-Beveland
7.943
Ranking 2025 De financiële gezondheid van de Nederlandse gemeenten over 2023 in één oogopslag. De kleuren op de kaart laten zien hoe elke gemeente scoort. Deze ranking is een optelsom van de resultaten 2023 en de begrotingen 2024-2028.
Resultaten 2023 Wanneer we de begrotingen buiten beschouwing laten en uitsluitend kijken naar de resultaten van de Nederlandse gemeenten over 2023, zien we een overwegend groen gekleurd landschap. Het totale resultaat over 2023 bedraagt € 1,7 miljard.
1
Hattem
12.624
2
Westervoort
15.151
3
Landsmeer
11.661
6
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FEITEN & CIJFERS
Hoe scoren de Nederlandse gemeenten op de vijf financiële kengetallen? Wij onderzochten de jaarrekeningen 2023. Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, Grafiek A gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten, Grafiek B gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Kengetallen toegelicht
Solvabiliteit vs. Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten, Grafiek B gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Solvabiliteit
Netto Schuldquote
Netto Schuldquote vs Solvabilitiet
50%
100%
100%
80%
80%
60%
60%
40%
40%
40%
30%
20%
’10
’11
25.000
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
Solvabiliteit De gemiddelde solvabiliteit van alle gemeenten in Nederland steeg ruim een half procent ten opzichte van het jaar daarvoor: van 38,9% in 2022 naar 39,5% in 2023. De toename van de solvabiliteit is met name het gevolg van het overschot van € 1,7 miljard in de jaarrekeningen 2023.
20%
’10
’11
25.000
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
Nettoschuldquote De nettoschuldquote van gemeenten bleef nagenoeg hetzelfde. Was deze in 2022 32,8%, in 2023 is deze 32,3%. Overigens zien we grote verschillen tussen gemeenten, variërend van 28% schuldquote (25.000 tot 50.000 inwoners) tot 45% (de grootste gemeenten).
20%
’10
’11
’12
Solvabiliteit
’13
’14
’15
’16
’17
’18
’19
’20
Nettoschuldquote
Solvabiliteit vs. Nettoschuldquote De gemiddelde solvabiliteit van gemeenten stijgt al enkele jaren op rij. De nettoschuldquote is nagenoeg gelijk gebleven. De verhouding tussen schulden en eigen vermogen is daarmee de afgelopen jaren gunstiger geworden.
’21
’22
’23
7
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FEITEN & CIJFERS
Grondexploitatie (Grex) Nederlandse gemeenten, Grafiek C gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Grondexploitatie (GREX)
S tructurele exploitatieruimte Nederlandse gemeenten, Grafiek D gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023) Structurele Exploitatieruimte
Belastingcapaciteit Nederlandse gemeenten, Grafiek E gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)
Belastingcapaciteit
40%
6% 6
120 110%
5%5
30%
105%
4% 4 3% 3
100 100%
20% 2%2 1%1
10%
95%
0% 0
0%
’10
’11
25.000
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
Grex (grondexploitatie) Ondanks de bouwopgave van ons land, is de gemiddelde Grex-score ook in 2023 weer gedaald: van 6% in 2022 naar 5,7% in 2023. Deze daling vindt al plaats sinds 2013 en wordt mede veroorzaakt door de toename van de omvang van de begroting, waardoor het aandeel van de grex op het totaal kleiner is geworden.
-1% -1
’14 25.000
’15
’16 25.000 - 50.000
’17
’18
’19
50.000 - 100.000
’20
’21 100.000
’22
’23 Gemiddeld
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte bedraagt in 2023 gemiddeld 3,4%. Ook dit jaar nog ruim boven de 0%, hetgeen volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) het minst risicovol is. Deze relatief comfortabele structurele exploitatieruimte is het vooral het gevolg van de overschotten in 2023.
90% 80
’14 25.000
’15
’16 25.000 - 50.000
’17
’18
’19
50.000 - 100.000
’20
’21 100.000
Belastingcapaciteit De gemiddelde belastingcapaciteit van gemeenten bedroeg in 2023 99,3%. Een jaar eerder was dat hoger: 102,2%.
’22
’23 Gemiddeld
CONCLUSIES & AANBEVELINGEN
9
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
CONCLUSIES
Conclusies BDO legde wederom alle gemeenten langs de meetlat. Gemeenten hebben aanhoudend zorgen over het financiële perspectief. Over 2023 zijn de cijfers nog steeds positief. Toch daalt het rapportcijfer over de periode 2023-2028 per saldo verder: van een 7,4 naar een 6,8. Dat komt doordat de meerjarenbegrotingen van gemeenten een tekort laten zien. Het verhaal dat die begrotingen vertellen verschilt van gemeente tot gemeente. Het financiële landschap van gemeenten is daardoor meer versnipperd dan ooit. R apportcijfer daalt Het gemiddelde rapportcijfer van Nederlandse gemeenten is voor de periode 2023-2028 een 6,8. Over de periode 20222027 was dit nog een 7,4. Dit jaar ligt het aantal gemeenten dat een onvoldoende scoort bijna 10% hoger dan voorgaand jaar. Ondanks de gestegen solvabiliteit is het rapportcijfer gedaald. Dit heeft alles te maken met de effecten van de tekorten die gemeenten begroten over de periode 2024-2028. In totaal verwachten 76 gemeenten over deze vijf jaar per saldo een overschot van in totaal € 1,3 miljard. De overige 266 gemeenten voorzien daarentegen een tekort van circa € 5,2 miljard. Kortom, ook de financiële uitdagingen laten een versnipperd beeld zien. U itblijven van oplossing leidt tot versnippering De tekorten in de meerjarenbegroting hangen sterk samen met ‘het ravijn’. Vanaf het moment dat in 2022 het ravijn in beeld
kwam, zijn de verhoudingen tussen Rijk en gemeenten verscherpt. De discussie spitst zich toe op de balans tussen taken en middelen, en de kwaliteit van de interbestuurlijke verhoudingen. Ondertussen worstelen gemeenten met onzekerheid over het financiële toekomstperspectief door het uitblijven van een structurele en betere balans tussen taken en middelen. Vorig jaar zagen we dat de meeste gemeenten de oproep van de VNG hadden gevolgd en de tekorten zichtbaar maakten in hun begroting. Omdat een oplossing voor het ravijn tot nu toe
en verwerkt in de begroting. Dan zijn er nog gemeenten die nog geen maatregelen hebben voorbereid of deze alleen hebben genoemd. Ten slotte zijn er gemeenten die al eerder ombuigingen hebben verwerkt en gemeenten waar het ravijn niet direct leidt tot ombuigingen. De grondslag van de cijfers in de begrotingen 2025-2028 laat dan ook grote verschillen zien. Dat leidt tot een sterk versnipperd financieel beeld.
‘Het gemiddelde rapportcijfer daalde van een 7,4 naar een 6,8’
E nige financiële verlichting voor gemeenten, perspectief blijft onzeker Het financiële perspectief van gemeenten wordt door de VNG voortdurend onder de aandacht gebracht bij het Rijk, zowel ambtelijk als bij de minister en de Tweede Kamer. De boodschap van de VNG vindt een luisterend oor bij het Rijk, maar het ravijnjaar is er niet mee verdwenen. Wel is door onder andere de afschaffing van de opschalingskorting en het terugdraaien van een deel van de bezuiniging op jeugdzorg enige financiële verlichting voor gemeenten ontstaan.
uitblijft, bereiden gemeenten zich voor op ombuigingen. Daarbij kiezen ze hun eigen route. Een deel volgt nog steeds het VNG-advies, dat dit jaar ook aangeeft om voorbereidingen op ombuigingen te treffen. Andere gemeenten boeken nog te concretiseren taakstellingen in of hebben al oplossingen bepaald
Gemeenten kijken ondertussen uit naar de resultaten van het onderzoek dat de deskundigencommissie heeft uitgevoerd naar de jeugdzorg en de haalbaarheid van de Hervormingsagenda Jeugd. De onderzoekresultaten gaan onder andere over de financiële houdbaarheid van het huidige stelsel. De steeds maar oplopende kosten vormen een belangrijk deel van de financiële zorgen van gemeenten.
10
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
Naar aanleiding van de uitkomsten gaan het Rijk en de VNG met elkaar in gesprek. Mogelijk leidt dit tot aanpassingen in de financieringswijze of worden er extra middelen door het Rijk vrijgemaakt. Dat zal mogelijk in de Voorjaarsnota tot uitdrukking komen. Ons beeld is dat het Rijk bereid lijkt maatregelen te nemen. Gegeven de bezuinigingsopgave waarmee ook het Rijk te maken heeft, zal het niet eenvoudig zijn deze bereidheid om te zetten naar structurele middelen. Het perspectief voor gemeenten blijft daarmee onzeker. B alans taken en middelen op de agenda Het kabinet presenteerde een reeks nieuwe plannen n waarmee gemeenten aan de slag moeten en waarvoor zij verantwoordelijkheden krijgen toebedeeld. Denk aan verbetering van de schuldhulpverlening, stelselherziening van de kinderopvang, hervorming en herziening van het toeslagenen belastingstelsel en het aardgasvrij maken van de woningen vóór 2050. Daarnaast wil het kabinet meer grond vrijmaken voor woningbouw, vergunningprocedures versnellen en de mogelijkheden verruimen voor herbestemming van bestaande gebouwen. Compensatie voor de uitvoering van deze plannen blijft vooralsnog uit, en wordt ook niet expliciet genoemd in de kabinetsplannen. Wel staat het onderwerp balans, taken en middelen op de agenda.
Tussen Rijk en gemeenten is hierover afgesproken dat er een gezamenlijke agenda komt met vier thema’s: ruimtelijke keuzes & wonen, zorg, bestaanszekerheid en landelijk gebied. Wij zien dit als een belangrijke stap, hoewel wij deze gezamenlijke agenda eigenlijk niet meer dan randvoorwaardelijk voor een slagkrachtige overheid vinden. Het belangrijkste is dat deze agenda dan niet alleen gaat over geld, maar ook over inhoud, de interbestuurlijke samenwerking en de prioriteiten die gesteld worden binnen de grenzen van schaarse middelen: geld en capaciteit.
CONCLUSIES
‘Compensatie voor de uitvoering van de nieuwe kabinetsplannen blijft vooralsnog uit’
per gemeente is beïnvloed door de mate waarin de effecten van de Hervormingsagenda Jeugd zijn meegenomen. Gemeenten gaan hier wisselend mee om. Ten slotte lezen wij in meerdere begrotingen de zorgen over de langetermijninvesteringsagenda voor onderwijshuisvesting, openbare ruimte en infrastructuur. De lasten hiervan zijn bij veel gemeenten nog niet in de cijfers verwerkt. Met andere woorden, niet alle verhalen worden volledig en eenduidig in de begrotingen verteld.
Reservepositie is niet de reddende engel
Het totale eigen vermogen van gemeenten is ultimo 2023 ruim € 41 miljard. Dit kan gemeenten enige verlichting bieden, maar het beeld dat gemeenten hiermee flink wat vet op de botten hebben, verdient nuancering. In de eerste plaats heeft een aanzienlijk deel van het eigen vermogen een bestemming: uitgestelde uitgaven, uitvoering van projecten en opgaven, en dekking van kapitaallasten van investeringen. Het eigen vermogen staat daarnaast niet op een spaarrekening, voor de inzet van reserves moeten gemeenten vaak lenen. En lenen kost geld. Ultimo 2023 bestaat het eigen vermogen voor ruim € 10 miljard (25%) uit de algemene reserve, ofwel het vrij besteedbare deel van het eigen vermogen. Evident is dat de algemene reservepositie ook dient om risico’s op te vangen, maar ook (deels) kan dienen voor een tijdelijke overbrugging van tekorten. Een methode die ook onder voorwaarden wordt geaccepteerd door de provinciale toezichthouders. Gemeentebegrotingen laten geen eenduidig beeld zien
Voor onze rapportcijfers gaan wij uit van begrotingen die door gemeenten zorgvuldig zijn voorbereid en vastgesteld. Wie de rapportcijfers van gemeenten onderling vergelijkt, moet het versnipperde beeld in ogenschouw nemen. Er zijn immers gemeenten die ombuigingen in de begroting hebben verwerkt en gemeenten die dat (nog) niet hebben gedaan. Ook is het goed te bedenken dat het cijfermatige beeld
S tijgende kosten jeugdzorg, lastenverhogingen en verschraling Een aanzienlijk deel van de begrotingen betreft Wmo en Jeugdzorg. Zolang deze posten niet onder controle zijn, blijven de gemeentelijke financiën onder druk staan. In veel begrotingen is te lezen dat door onder andere loon- en prijsstijgingen de budgetten zijn verhoogd. Gemeenten zetten daar vaak maatregelen tegenover om de stijgende kosten te remmen: preventie en een betere indicering en doorverwijzing van jeugdigen. De gemeenten die ombuigingen in hun begrotingen hebben verwerkt, doen dat in grote lijnen op drie manieren.
11
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
In de eerste plaats de stijging van baten in de vorm van de ozb, leges, parkeertarieven, enzovoorts. Daarnaast grijpen gemeenten in met financieel-technische maatregelen als het verlengen van afschrijvingstermijnen en ‘realistisch ramen’. Ten slotte zien we dat gemeenten snijden in de kosten van dienstverlening en voorzieningen, en taakstellingen opleggen aan gemeenschappelijke regelingen en de eigen organisatie. Het algehele beeld is dat de verschraling is ingezet, terwijl tegelijkertijd inwoners, bedrijven en bezoekers geconfronteerd worden met hogere lasten.
CONCLUSIES
Positief neveneffect ravijn: meer inzicht Gemeenten die zich voorbereiden op ombuigingen investeren veelal in het verkrijgen van meer inzicht in hun taken, opgaven, ambities, inkomsten en uitgaven. Of dat nu is door benchmarking, historische analyses, realistisch begroten of zero based begroten, het resultaat is dat meer inzicht ontstaat voor medewerkers, college en raad. Als gemeenten er in slagen deze inzichten te borgen is dat een positief neveneffect van de het ravijn. Begrotingen slecht leesbaar
‘Opvallend is dat veel gemeenten geen toelichting geven op hoogte en haalbaarheid van de taakstellingen in de begroting’ Taakstellingen niet altijd onderbouwd
Gemeenten nemen taakstellingen op in de begroting als duidelijk is waar besparingen gerealiseerd moeten worden. Vaak blijft echter onduidelijk hoe deze uitgevoerd zullen worden. Opvallend is dat veel gemeenten in hun begroting geen toelichting geven op de hoogte en haalbaarheid van de taakstellingen. Hierdoor ontstaat onzekerheid in het gepresenteerde begrotingssaldo.
Het lezen van gemeentebegrotingen leert dat begrotingen in de opzet en informatiewaarde flink van elkaar verschillen. Bij een deel van de begrotingen vragen wij ons af of de essentie van de cijfers en de toelichtingen voor raadsleden voldoende duidelijk zijn. Vooral nu voorzieningen onder druk staan en lasten worden verhoogd, zouden wij juist verwachten dat dit verhaal voor de gemeenteraad in heldere bewoordingen in de begroting staat. Realistisch begroten blijft een uitdaging
Ook over 2023 blijkt weer dat gemeenten meer overhouden dan aanvankelijk was geraamd. Pas laat in het jaar kregen gemeenten van het gemeentefonds alsnog meer geld. Daarnaast is sprake van planningsoptimisme, het lukt gemeenten niet om alle plannen te realiseren. Planningsoptimisme hangt samen met het ambitieniveau en het vermogen om ambities te kunnen realiseren. Ook vertragingen bij vergunningverlening of afhankelijkheid van derden zijn factoren die leiden tot achterblijvende uitgaven. Dit kan ook externe oorzaken hebben, zoals vergunningverlening of afhankelijkheid van derden. Kortom, niet alle inkomsten en uitgaven zijn even goed voorspelbaar. Dat maakt het voor gemeenten een uitdaging om hun begroting binnen de eigen invloedssfeer realistisch op te stellen.
G emeenteraadsverkiezingen De gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 beloven spannend te worden. We verwachten dat de lokale financiële positie en ombuigingen een belangrijke rol zullen spelen in de aanloop naar de verkiezingen. Na de verkiezingen zullen nieuwgekozen raden en colleges voor keuzes staan: ze moeten nog besluiten nemen, de plannen van hun voorgangers uitvoeren, of juist herzien. Dit maakt de periode na 2026 direct uitdagend.
12
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
AANBEVELINGEN
Aanbevelingen Welke lessen kunnen gemeenten trekken uit de huidige situatie? Deze vraag staat centraal bij onze aanbevelingen. F ocus minder op geld en meer op inhoud Begroten is het verdelen van schaarste en dus moeten gemeenten per definitie prioriteiten stellen. Daarom is het zinvol om eerst naar de inhoud te kijken en dan pas naar de financiën. Met name als het gaat om ambities en opgaven speelt het beschikbare geld vaak een doorslaggevende rol. Idealiter zouden de doelen die een gemeente wil bereiken leidend moeten zijn. Dit vraagt om een andere aanpak bij het opstellen van de begroting. Neem niet langer klakkeloos de optelsom van doorgeschoven ambities, lopende projecten, nieuwe plannen en nieuwe wetgeving over. Laat de begroting aansluiten bij een duidelijke prioritering van ambities en opgaven. Kortom: bepaal eerst de agenda en kijk ook meteen of deze past bij de grenzen van de uitvoeringskracht van de gemeente. I nvesteer in sturingskracht om tot meer uitvoeringskracht te komen Gemeenten hebben niet alleen een financiële uitdaging, maar ook een uitdaging als het gaat om capaciteit. Meer geld is op zichzelf geen oplossing. Gemeenten moeten beter leren prioriteren, maar dat is uitdagend in een omgeving waarin gemeentebesturen zelf ambitieus zijn en tegelijkertijd steeds meer taken vanuit het Rijk krijgen toebedeeld. Dus is leiderschap
gevraagd, van bestuurders en ambtelijke top. Leiderschap om tot prioriteiten te komen en leiderschap om de organisatie aan te sturen langs deze prioriteiten. En leiderschap om te sturen dat bepaalde zaken even geen prioriteit hebben. Het vermogen om te prioriteren en de organisatie en het geld te richten naar deze prioriteiten noemen we sturingskracht. Hieruit volgt meer uitvoeringskracht, omdat duidelijk is wat wel en geen prioriteit heeft en de schaarse capaciteit gericht wordt ingezet.
‘Begroten betekent prioriteiten stellen door eerst inhoudelijk keuzes te maken en daarna financieel bij te sturen’ Dit vergroot de kans dat de prioriteiten daadwerkelijk worden gerealiseerd, dat geeft ook meer duidelijkheid geeft voor de inwoners. Financieel is de bijvangst dat door minder overprogrammering de begroting kan worden ontlast.
B enut reserves om het ravijn te overbruggen ‘De gesprekken tussen de VNG en het demissionair kabinet en het Rijk zijn nog gaande. Mogelijk komt er een oplossing, daarom vindt de VNG het niet opportuun om nu al bezuinigingen in gang te zetten’, zo luidde het advies van de VNG. Wij onderkennen het dilemma van bezuinigen in een context van onzekerheid, zoals de VNG aangeeft. Daarnaast hebben gemeenten de afgelopen jaren vaak aanzienlijke overschotten laten zien in hun jaarrekeningen. Desondanks vinden wij dat gemeenten actie moeten ondernemen, maar daarbij wél genoeg tijd moeten nemen om de juiste maatregelen uit te werken en te implementeren.
13
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
Veel gemeenten hebben deze tijd ook, omdat ze vrije reserves hebben waarmee ze het ravijn deels kunnen overbruggen totdat deze maatregelen geëffectueerd zijn, en er meer duidelijkheid is rondom financiering vanuit het Rijk. Ga hierover het gesprek aan met de toezichthouder in de vorm van de provincie, zij heeft aangegeven dat inzet van reserves onder voorwaarden mogelijk is. H ou bij ombuigingen de korte en de lange termijn in het oog Gemeenten passen bij de ombuigingen die ze in de begroting presenteren veelvuldig de kaasschaafmethode toe, in combinatie met lastenverhogingen, financieel-technische maatregelen en taakstellingen. Dat zijn maatregelen met een kortetermijnfocus, ze leiden snel tot een financieel resultaat, wat in zekere zin gunstig is. Wat we nog weinig zien is een koppeling van keuzes aan een langere termijnvisie, bijvoorbeeld transfomatie van dienstverlening of de wijze waarop deze is georganiseerd. De langere termijn is sowieso belangrijk om in het oog te houden, omdat bepaalde ombuigingen, zoals het verlengen van afschrijvingstermijnen, het versoberen van onderhoud of sociale en welzijnsvoorzieningen, nadelige (financiële) effecten kunnen hebben op termijn. I nvesteer in batenmanagement Het besluiten over het inboeken van taakstellingen en om buigingen in de begroting is complex proces.
Het daadwerkelijk realiseren van deze resultaten is vaak nog lastiger. Effectief batenmanagement is daarbij essentieel: gericht sturen op het gewenste resultaat, inclusief het beoogde effect, de financiële omvang, en de tijdsplanning. Gemeenten moeten streven naar een gebalanceerde mix van makkelijk realiseerbare ombuigingen en maatregelen die meer tijd en middelen vergen. Hierbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen tussen ombuigingen die binnen de directe invloed van de gemeente vallen en maatregelen waarbij de medewerking van externe partijen noodzakelijk is.
AANBEVELINGEN
‘Bij ombuigingen ontbreekt vaak de koppeling aan een langere termijnvisie’ Kwaliteit van begrotingen moet omhoog
De informatiewaarde van gemeentebegrotingen varieert behoorlijk. Ons advies is om hierover het gesprek met de gemeenteraad aan te gaan en de essentie van de begroting in toegankelijke bewoording en heldere tabellen samenvattend uiteen te zetten. Vermijd onnodige constructies, zoals een beleidsarme primaire begroting en een aparte beleidsbegroting die tegelijk als eerste begrotingswijziging naar de gemeenteraad wordt gestuurd voor behandeling en vaststelling. Provincies: blijf kritisch op begrotingen
Omdat de gemeentelijke begrotingen op verschillende manieren worden ingericht en opgebouwd, zegt het bedrag onderaan de streep niet altijd alles. Voor de lezer en ook voor het provinciaal toezicht is het daarom belangrijk om te weten welke uitgangspunten een gemeente hanteert. In hoeverre zijn ombuigingen ingerekend? Hoe wordt de verwachte kostenstijging in het sociaal domein meegenomen? En hoe groot zijn de verwachte toekomstige (vervangings)investeringen? Het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK 2020) zou dan ook kunnen worden aangevuld met een aantal specifieke ‘checkpunten’.
14
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
INTERVIEW HUBERT BRULS
HUBERT BRULS, BURGEMEESTER NIJMEGEN
‘Banden met het Rijk doorsnijden’ De Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls vindt dat gemeenten zelf hun inkomsten moeten kunnen organiseren. ‘We zijn te afhankelijk van het Rijk. Daardoor gaan debatten vaak over geld en niet over de inhoud.’ ‘Het gaat bij gemeenten voornamelijk over geld en te weinig over de inhoud’, zo liet u in 2022 tijdens uw afscheidsinterview bij de VNG weten. Vindt u dat nog steeds? ‘Absoluut. De financiële druk op gemeenten is groot, maar ook al was dit niet zo, dan zou het nog vooral over geld gaan. Dat komt omdat gemeenten financieel afhankelijk zijn van het Rijk. Debatten gaan dan vooral daar over.’ Wat moet er volgens u veranderen? ‘Gemeenten moeten vooral kijken naar wat ze willen. Ze mogen wat autonomer optreden en staan voor hun politieke prioriteiten. Verder is de oplossing heel simpel: de banden met het Rijk moeten worden doorgesneden. Als we zelfstandige gemeenten willen hebben, dan moeten deze ook een eigen belastinggebied toegekend krijgen, zodat ze eigen inkomsten kunnen genereren. “No representation without taxation”, zeiden de Britse kolo-
NIJMEGEN 18/32
187.049*
17% 41% 0,2% 7,1% 114,0% 8,2% Klik voor Legenda
15
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
nisten al tijdens de Amerikaanse revolutie. Dat houdt wat mij betreft nog steeds stand.’ Hoe gaat Nijmegen om met het naderende ravijn? ‘We kiezen voor bezuinigingen. Dat is beter dan kunstgrepen uithalen door bijvoorbeeld – zoals de VNG voorstelt – niet alvast aan de slag te gaan met bezuinigen. Dan kunnen gemeenten straks aan het Rijk laten zien dat de inkomsten niet dekkend zijn. Maar daarmee stel je je als gemeente enorm afhankelijk op.’ Hoe diep gaan die bezuinigingen in uw gemeente? ‘Nou, dat is toch vrij beperkt. Dat gaat om een paar miljoen euro op een begroting van 1 miljard. Dat gaat nergens over. Die 1 miljard is nu eenmaal voor het grootste deel gebonden aan de Rijksregels. En dus hebben we maar beperkte regelruimte. Ook als het om bezuinigingen of belastingverhogingen gaat.’ Op welk onderdeel bezuinigt uw gemeente het meest? ‘Dat is toch wel het sociaal domein, en dan met name jeugdzorg en de Wmo. We werken nu met een andere systematiek. Dat is spannend, maar het werkt wel. Sinds we hiermee startten in 2013 hebben we al een paar miljoen bezuinigd. Het ravijn pakt bij ons dan ook minder heftig uit. Temeer omdat we een hoge uitkering krijgen uit het gemeentefonds.’ Wat is daar de reden van? ‘Omdat we een groeigemeente zijn. We groeien elk jaar met een paar duizend inwoners. Dat doen we overigens op eigen kracht.
Dat betekent dat we moeten investeren in paspoortverstrekking, riooluitbreiding, enzovoorts. ”It’s happening here.”’ Bent u voor of tegen het tijdelijk inzetten van het eigen vermogen van uw gemeente om tekorten te dichten? ‘Dat zou wat mij betreft zeker kunnen. Wij hebben tenslotte
INTERVIEW HUBERT BRULS
‘We hebben maar beperkte regelruimte als het om bezuinigingen of belasting verhogingen gaat’ veel eigen vermogen. Maar het moet een bescheiden deel zijn. We hebben namelijk voor enkele honderden miljoenen belegd in grondexploitaties en hebben dus een stevige reserve nodig. Zo moesten we twee jaar geleden tientallen miljoenen verlies nemen op onze grond. Het jaar daarna plusten we trouwens weer flink, het is behoorlijk volatiel.’ Welke uitdagingen ziet u de komende jaren voor uw gemeente? ‘Er zitten om te beginnen grenzen aan onze economische groei. Over een paar jaar hebben we bijvoorbeeld geen vierkante meter bedrijfsgrond meer. Verder zien we dat het ontwikkelen van grond steeds duurder wordt en langer duurt. Er is vooral een tekort aan personeel. Dat merken we overigens op alle domeinen. We hebben jaarlijks geld over dat we niet hebben kunnen uitgeven. Dat gaan we dus meenemen in de begroting door simpelweg een realistische investeringsagenda te maken. Dat levert bezuinigingen op die we dus eigenlijk niet echt voelen. Daar tegenover staat natuurlijk wel dat het voorzieningenniveau afneemt.’ Tot slot. Wat zou u andere gemeenten willen adviseren? ‘”Keep your eye on the ball” en opereer vanuit eigen kracht. En als het Rijk rond sinterklaastijd weer met strooigoed komt, kun je ook “nee” zeggen als je dat geld eigenlijk niet nodig hebt.’
FINANCIËLE PERFORMANCE
Gemeenten met > 100.000 inwoners KENGETALLEN Solvabiliteit Nettoschuldquote Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (BEGROTE) RESULTATEN RANKING
> 100.000 INWONERS Resultaten 2023 Het totale resultaat 2023 in deze categorie is € 306 miljoen. 24 van de 32 gemeenten in deze categorie rapporteren een overschot van in totaal € 595 miljoen, vorig jaar waren dat nog 27 gemeenten met € 1,6 miljard.
De laagst scorende gemeente is Alkmaar met een 3,3
Begroting 2024-2028 De gemeenten in deze categorie begroten per saldo voor 2025 en 2026 tekorten, maar laten in de twee jaren daarna overschotten zien.
Overschot (in miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50
De hoogst scorende gemeente in deze categorie is Rotterdam met een 9,1
Ranking 2023 Deze categorie telt 32 gemeenten met in totaal 6.837.066 inwoners (39% van de totale Nederlandse bevolking). Gemiddeld scoren gemeenten in deze ranking een 6,7 (2022: 7,4). Dat ligt iets onder het landelijke gemiddelde van 6,8.
50 - 75 75 - 100 > 100
Financieel gezond
Financieel zwak
Overschot Tekort (in € miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
Tekort (in miljoenen)
18
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN > 100.000 INWONERS
Klik op de grafiek voor meer categorieën
In dit hoofdstuk gaan we in op de vijf kengetallen en de begrotingen 2024-2028 die gezamenlijk leiden tot de BDO-ranking per gemeente. Daarnaast analyseren we de resultaten over 2023. In dit geval doen we dat voor de categorie met meer dan 100.000 inwoners. Resultaten 2023 en begrote resultaten We zien dat er binnen deze categorie van in totaal 32 gemeenten, 24 gemeenten een overschot rapporteren van in totaal € 595 miljoen. Vorig jaar was dat nog € 1,6 miljard. Maar in 2022 was de uitkering van het gemeentefonds in totaal € 2,6 miljard hoger dan verwacht. Acht gemeenten in deze categorie laten een tekort zien van in totaal € 289 miljoen. Verder signaleren we dat 23 gemeenten er in de komende vijf jaar in vermogen op achteruitgaan vanwege tekorten in de komende jaren, zo blijkt uit de begrotingen. Hun rapportcijfers hebben we dan ook gecorrigeerd. Voor negen gemeenten was dat niet nodig. Gemiddeld genomen teren alle gemeenten in deze categorie de komende vijf jaar 12% in op hun eigen vermogen. Opvallend is dat de algemene reserve, ofwel het vrij besteedbare deel van het eigen vermogen waarbij de bestemmingsreserve Kengetallen buiten beschouwing blijft, toegelicht per groottecategorie flink
varieert. Bij alle gemeenten bedraagt deze gemiddeld genomen 25%, maar bij de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners is deze ‘slechts’ 12%. Waarschijnlijk staan de grootste gemeenten voor de grootste opgaven en hebben zij een ruimer percentage aan bestemmingsreserves weggezet voor grote projecten, waardoor de algemene reserve relatief minder is. Daarnaast zien we dat deze categorie gemeenten voor 2025 en 2026 tekorten begroten, maar in de twee jaren daarna overschotten laten zien: € 459 miljoen tekort in 2025, € 525 miljoen tekort in 2026, € 93 miljoen overschot in 2027 en € 120 miljoen overschot in 2028. Het lijkt erop dat grotere gemeenten al meer ombuigingen hebben begroot die ervoor zorgen dat zij geen tekorten meer hebben in deze jaren. De solvabiliteit van gemeenten met meer dan 100.000 inwoners is, vergeleken met gemeenten met minder inwoners, aan de lage kant: 35,9%. Dat is een kleine 4% lager dan bij de kleinste gemeenten. Toch vormt ook dit percentage een ‘gezonde’ solvabiliteit, mede door overschotten van de afgelopen jaren die deels worden verklaard door het niet kunnen uitvoeren van eerder begrote plannen. Flinke prijsstijgingen en een tekort aan personeel en materialen zijn daar debet aan. Hierdoor zien we weliswaar een positief financieel resultaat, maar tegelijkertijd hebben gemeenten hun burgers niet dat kunnen bieden wat ze voor ogen hadden.
Deze gemeenten begroten voor 2025 overigens een lagere solvabiliteit van 31,3%.
Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, Grafiek A gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Solvabiliteit 100.000 inwoners
Overige categorieën
50%
40%
30%
20%
’10
’11
25.000
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
19
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN > 100.000 INWONERS
‘De structurele exploitatieruimte van gemeenten in deze categorie daalde fors, van 5,1% in 2022 naar 3% in 2023’ Nettoschuldquote De nettoschuldquote voor deze categorie is met 45,9% vergelijkbaar met vorig jaar. Opvallend is dat op basis van de begrotingen in 2025 een schuldquote van 63% wordt verwacht. Deze ligt dus veel hoger dan wat deze categorie gemeenten over 2023 hebben gerealiseerd. Deze lagere gerealiseerde schuldquote hangt samen met de bredere constatering dat gemeenten niet in staat zijn alle plannen uit te voeren zoals begroot of gepland. Dit planningsoptimisme leidt in de praktijk vaak tot een minder oplopende schuldquote dan begroot. Grondexploitatie (Grex) Opvallend is dat de Grex-ratio ook voor deze categorie gemeenten verder afneemt: van 7,25% in 2022 naar 6,8% in 2023. Grote gemeenten beschikken dus ook in 2023 over minder grondposities, terwijl Nederland voor een enorme bouwopgave staat en de woningmarkt hooggespannen is. Langdurige vergunningtrajecten, de stikstofproblematiek en een tekort aan personeel en materialen leiden ertoe dat bouwprojecten moeizaam van de grond komen. Grote gemeenten hebben bovendien relatief weinig ‘armslag’ als het gaat om het vinden van extra bouwgronden binnen hun grenzen. Veel is al bestemd en bebouwd. Dit alles maakt duidelijk dat het realiseren van de woningbouwopgave allesbehalve eenvoudig is.
Overigens verwachten deze gemeenten in 2025 een vergelijkbare Grex-ratio van 6,9%.
Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten, Grafiek B gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Grondexploitatie (Grex) Nederlandse gemeenten, Grafiek C gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Grondexploitatie (GREX)
Netto Schuldquote 100.000 inwoners
Overige categorieën
100.000 inwoners
100%
40%
80%
30%
60%
20%
40%
10%
20%
’10
’11
25.000
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte van gemeenten in deze categorie daalde van 5,1% in 2022 naar 3% in 2023. Ook hier een forse daling. De verwachte exploitatieruimte op basis van de begroting 2025 ligt rond de 1%.
0%
’10
’11
25.000
’12
Overige categorieën
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
Dit is een meer ‘gebruikelijke’ exploitatieruimte. ‘Minst risicovol’ is als deze boven de 0 ligt, omdat de structurele lasten van gemeenten dan gedekt worden door de structurele baten. Voor 2025 verwachten deze gemeenten een lagere structu-
20 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN > 100.000 INWONERS
‘De belastingcapaciteit voor gemeenten in deze categorie daalde van 100% in 2022 naar 96% in 2023’ rele exploitatieruimte van 1,37%. Het woord ‘structureel’ moeten we overigens nuanceren. De taken die gemeenten toebedeeld krijgen zijn vaak structureel en beslaan vele jaren. De algemene uitkering die hier grotendeels tegenover staat, is structureel, maar de hoogte ervan is echter niet altijd goed voorspelbaar. Een (incidentele) meevaller aan het einde van het jaar vormt een structurele bate en vergroot daarmee de structurele exploitatieruimte. Belastingcapaciteit In 2023 is de belastingcapaciteit voor gemeenten in deze categorie lager dan in 2022, met een daling van 100% naar 96%, waarmee de grootste gemeenten nipt onder de 100% uitkomen. Het lijkt erop dat naarmate een gemeente meer inwoners heeft, de belastingdruk lager wordt. Net als in voorgaande jaren hebben grotere gemeenten gemiddeld genomen een lagere belastingdruk dan kleinere gemeenten. Hierdoor kunnen zij in tijden van nood meer inkomsten genereren dan kleinere gemeenten. Tegelijkertijd zijn gemeenten terughoudend met het verhogen van de onroerendezaakbelastingen (ozb), omdat deze in voorgaande jaren al vaak zijn verhoogd. Deze gemeenten begroten voor 2025 een belastingcapaciteit van 101%.
Structurele exploitatieruimte Nederlandse gemeenten, Grafiek D gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)
Belastingcapaciteit Nederlandse gemeenten, Grafiek E gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)
Structurele Exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
100.000 inwoners
Overige categorieën
100.000 inwoners
Overige categorieën
110%
6% 5%
105%
4% 3%
100% 2% 1%
95%
0% -1%
’14 25.000
’15
’16 25.000 - 50.000
’17
’18
’19
50.000 - 100.000
’20
’21 100.000
’22
’23 Gemiddeld
90%
’14 25.000
’15
’16 25.000 - 50.000
’17
’18
’19
50.000 - 100.000
’20
’21 100.000
’22
’23 Gemiddeld
FINANCIËLE BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN VAN BDO
MET > 100.000 INWONERS (1-25) Ranking 1 - 25
Ranking 26 - 32
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Som van begrotingssaldi 2024 t/m 2028
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Rapportcijfer 2023
Solvabiliteitsratio
Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Rotterdam
670.610
Zuid-Holland
57,8%
20,1%
-3,0%
-0,4%
101,0%
360.308.000
2.652.115.000
13,6%
9
40
30
15
3
3
-
2
Zwolle
133.141
Overijssel
47,0%
21,0%
6,0%
2,0%
91,0%
52.014.272
341.132.243
15,2%
9
27
30
15
10
5
-
3
's-Hertogenbosch
160.757
Noord-Brabant
59,0%
13,0%
5,0%
0,0%
82,0%
-85.008.000
766.200.000
-11,1%
8
40
30
15
6
5
-11
4
Alphen aan den Rijn
114.966
Zuid-Holland
50,3%
29,1%
8,6%
0,1%
99,9%
-36.847.000
269.189.000
-13,7%
8
40
30
15
10
3
-14
5
Haarlem
167.636
Noord-Holland
34,0%
54,0%
0,0%
3,0%
111,0%
650.206
293.166.000
0,2%
8
27
30
15
10
1
-
6
Maastricht
125.285
Limburg
31,0%
34,0%
2,0%
5,0%
111,0%
11.992.000
250.910.000
4,8%
8
27
30
15
10
1
-
7
Tilburg
229.836
Noord-Brabant
62,0%
26,0%
2,9%
2,3%
72,0%
-162.981.000
880.800.000
-18,5%
8
40
30
15
10
5
-19
8
Deventer
103.405
Overijssel
40,0%
29,0%
9,0%
10,0%
97,0%
-8.845.000
199.308.000
-4,4%
8
27
30
15
10
3
-4
9
Dordrecht
122.070
Zuid-Holland
64,0%
7,0%
9,0%
-0,3%
89,0%
-92.435.000
675.466.000
-13,7%
8
40
30
15
3
5
-14
10
Haarlemmermeer
163.128
Noord-Holland
37,3%
63,0%
9,4%
8,2%
92,0%
-30.133.000
350.444.000
-8,6%
8
27
30
15
10
5
-9
11
Venlo
103.789
Limburg
35,0%
19,0%
4,0%
9,0%
96,9%
-20.127.000
223.022.000
-9,0%
8
27
30
15
10
3
-9
12
Amsterdam
931.298
Noord-Holland
49,0%
95,0%
-4,3%
3,6%
98,0%
248.200.000
8.107.100.000
3,1%
8
27
20
15
10
3
-
13
Arnhem
167.632
Gelderland
28,0%
55,0%
2,0%
4,0%
103,0%
-31.093.000
293.457.000
-10,6%
7
27
30
15
10
3
-11
14
=
Breda
188.078
Noord-Brabant
19,6%
38,0%
1,7%
0,9%
81,8%
18.478.000
159.881.000
11,6%
7
13
30
15
10
5
-
15
Emmen
109.346
Drenthe
19,5%
79,7%
5,4%
5,6%
84,7%
16.254.000
137.789.000
11,8%
7
13
30
15
10
5
-
16
Delft
109.577
Zuid-Holland
41,2%
26,9%
-0,9%
1,5%
114,6%
-30.048.000
286.358.000
-10,5%
7
27
30
15
10
1
-10
17
Eindhoven
246.417
Noord-Brabant
43,0%
35,3%
3,6%
8,6%
94,7%
-86.483.000
501.375.000
-17,2%
7
27
30
15
10
5
-17
18
Nijmegen
187.049
Gelderland
17,0%
41,0%
0,2%
7,1%
114,0%
18.300.000
222.073.000
8,2%
7
13
30
15
10
1
-
19
Utrecht
374.238
Utrecht
32,4%
67,8%
6,3%
-1,2%
112,4%
-70.034.000
759.373.000
-9,2%
7
27
30
15
3
1
-9
20
Leiden
130.108
Zuid-Holland
29,5%
94,7%
1,8%
1,7%
135,6%
-21.631.000
343.066.000
-6,3%
7
27
20
15
10
1
-6
21
Leeuwarden
128.810
Friesland
16,9%
58,3%
24,1%
2,0%
79,4%
-9.638.000
134.676.000
-7,2%
6
13
30
10
10
5
-7
22
Enschede
161.738
Overijssel
33,0%
17,0%
0,0%
3,3%
108,0%
-56.732.000
242.970.000
-23,3%
6
27
30
15
10
1
-23
23
Zaanstad
161.389
Noord-Holland
23,4%
85,1%
2,7%
3,7%
103,5%
-60.895.000
238.277.000
-25,6%
6
27
30
15
10
3
-26
24
Ede
123.532
Gelderland
34,0%
39,0%
22,0%
4,0%
84,0%
-47.348.000
178.690.000
-26,5%
6
27
30
10
10
5
-26
25
Westland
115.941
Zuid-Holland
35,8%
91,8%
41,4%
2,5%
112,8%
-21.834.000
270.694.000
-8,1%
5
27
20
5
10
1
-8
Gemeente
Eigen vermogen 2023
Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
=
Provincie
1
Klik op tab om verder te gaan
Inwonersaantallen
Solvabiliteitsratio
Opbouw cijfer 2023
Gestegen/gedaald/ gelijk gebleven
Begrotingssaldi
Ranking 2023
Ratioanalyse (2023)
FINANCIËLE PERFORMANCE
Gemeenten met 50.000-100.000 inwoners KENGETALLEN Solvabiliteit Nettoschuldquote Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (BEGROTE) RESULTATEN RANKING
50.000-100.000 INWONERS Resultaten 2023 Het totale resultaat 2023 in deze categorie bedraagt € 473 miljoen. 50 van de 63 gemeenten in deze categorie lieten een overschot zien van in totaal € 524 miljoen, in 2022 waren dat nog 59 gemeenten met een totaal overschot van € 909 miljoen.
Begroting 2024-2028 De gemeenten in deze categorie verwachten gemiddeld genomen vanaf 2025 tot 2028 tekorten: € 128 miljoen in 2025, € 425 miljoen in 2026, € 312 miljoen in 2027 en € 304 miljoen in 2028. Overschot (in miljoenen)
De laagst scorende gemeente is MiddenGroningen met een 1,0
Tekort (in miljoenen)
<5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
De hoogst scorende gemeente in deze categorie is Oss met een 10,0
Overschot Tekort (in € miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
Ranking 2023 De categorie gemeenten met 50.000-100.000 inwoners telt 63 gemeenten met in totaal 4.339.007 inwoners (23% van de totale Nederlandse bevolking). Gemiddeld scoren ze in deze ranking een 6,5 (2022: 6,9). Dat is iets lager dan het landelijke gemiddelde van 6,8.
Financieel gezond
Financieel zwak
24 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
Klik op de grafiek voor meer categorieën
In dit hoofdstuk gaan we in op de vijf kengetallen en de begrotingen 2024-2028 die gezamenlijk leiden tot de BDO-ranking per gemeente. Daarnaast analyseren we de resultaten over 2023. In dit geval doen we dat voor de categorie met 50.000 tot 100.000 inwoners. Resultaten 2023 en begrote resultaten In deze categorie lieten in 2023 50 van de in totaal 63 gemeenten een overschot zien van in totaal € 524 miljoen. Ter vergelijking: in 2022 waren dat nog 59 gemeenten met een totaal overschot van € 909 miljoen. In dat jaar werd circa € 819 miljoen van het resultaat verklaard door een hogere algemene uitkering dan begroot. In 2023 was het verschil tussen de begrote en gerealiseerde algemene uitkering kleiner. Ook voor deze categorie daalt dus het overschot. Verder zien we dat 50 gemeenten er in de komende vijf jaar in vermogen op achteruitgaan vanwege begrote tekorten in de komende jaren. Voor deze gemeenten hebben we de rapportcijfers dan ook gecorrigeerd. Dat was voor negen gemeenten niet nodig. Opvallend is dat de algemene reserve, ofwel het vrij besteedbare deel van het eigen vermogen waarbij de bestemmingsreserve buiten beschouwing blijft, per groottecategorie flink varieert. Bij alle gemeenten bedraagt deze gemiddeld genomen 25%, maar bij gemeenten Kengetallen met 50.000 tot 100.000 inwoners toegelicht is deze 39%. Gemiddeld genomen
teren alle gemeenten in deze categorie de komende vijf jaar 19% in op hun eigen vermogen. Voor alle gemeenten in deze categorie geldt dat ze gemiddeld genomen vanaf 2025 tot 2028 tekorten verwachten: € 128 miljoen in 2025, € 425 miljoen in 2026, € 312 miljoen in 2027 en € 304 miljoen in 2028. Solvabiliteit De solvabiliteit van gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners is het laagst vergeleken met de andere groottecategorieën gemeenten. Deze is 36,4% om precies te zijn. Maar ook dat is nog een vrij gezonde buffer. Voor 2025 verwachten gemeenten in deze categorie overigens een lagere solvabiliteit: 31,8%. Nettoschuldquote De nettoschuldquote neemt voor deze categorie gemeenten nog verder af, met bijna 3%. Dit is een trend die al jaren geleden is ingezet. Tien jaar geleden was de nettoschuldquote 82%. Inmiddels ligt deze rond 42%. Gemeenten verwachten overigens dat deze weer fors gaat toenemen tot zelfs 64% in 2025, zo blijkt uit de begrotingen. De baten in 2023 voor alle gemeenten gezamenlijk waren € 76,6 miljard. Dat is weliswaar hoger dan in 2022 (€ 73,2 miljard), maar de verwachte schulden zijn ook hoger, omdat gemeenten verwachten de komende jaren veel te moeten investeren.
Overigens blijkt vaak in de praktijk dat de begrote extra financiering en bijbehorende plannen niet altijd gerealiseerd worden, want ook voor 2023 lag de begrote nettoschuldquote boven de 60%, terwijl deze nu 42% is.
Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, Grafiek A gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Solvabiliteit 50.000 - 100.000 inwoners
Overige categorieën
50%
40%
30%
20%
’10
’11
25.000
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
25 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
‘Voor deze categorie gemeenten is de grondexploitatieratio met 7,3% het hoogst’ Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten, Grafiek B gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Netto Schuldquote 50.000 - 100.000 inwoners
Overige categorieën
100%
80%
60%
40%
20%
’10
’11
25.000
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Grondexploitatie (Grex) Voor deze categorie gemeenten is de grondexploitatieratio met 7,3% het hoogst. Het is ook de enige categorie waarbij deze ratio weer enigszins stijgt. Dit kan erop wijzen dat deze gemeenten geleidelijk aan weer meer woningen bouwen. Dat sluit dan weer aan bij de forse woningbouwopgave waar Nederland, en daarmee ook de gemeenten, voor staat. Wel moet worden opgemerkt dat de Grex-ratio aanzienlijk verschilt per gemeente. Zo zijn er gemeenten met een ratio van nul of zelfs -1%, terwijl andere gemeenten een Grex-ratio hebben van maar liefst 47%. Deze variatie wijst er onder andere op dat gemeenten in deze categorie ófwel weinig tot geen grondposities hebben, óf juist een groot overschot. Daarnaast is het van belang te vermelden dat grondexploitaties uiteindelijk bijdragen aan de groei van de betreffende gemeente. In principe zou dit betekenen dat dergelijke gemeenten hiervoor op termijn extra compensatie ontvangen uit het gemeentefonds, maar de vraag blijft of deze compensatie ook voldoende is. Voor 2025 verwachten deze gemeenten overigens een lagere Grex-ratio: 5,3%.
Gemiddeld
Grondexploitatie (Grex) Nederlandse gemeenten, Grafiek C gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2023)
Grondexploitatie (GREX) 50.000 - 100.000 inwoners 40%
30%
20%
10%
0%
’10
’11
25.000
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte van gemeenten in deze categorie daalde van 5,1% in 2022 naar 3% in 2023. Ook hier een forse daling. Dat is niet verwonderlijk vanwege de grote hoeveelheid incidentele gelden die gemeenten in 2022 ontvingen. De verwachte exploitatieruimte op basis van de begroting 2025 ligt rond de 1%. Dit is een meer ‘gebruikelijke’ exploitatieruim-
Overige categorieën
’12
’13
’14
25.000 - 50.000
’15
’16
’17
’18
50.000 - 100.000
’19
’20 100.000
’21
’22
’23
Gemiddeld
26 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN MET 50.000-100.000 INWONERS
‘Uit ons onderzoek blijkt dat grotere gemeenten, vanaf 50.000 inwoners, gemiddeld genomen een lagere belastingdruk hebben dan kleinere gemeenten’ te. Minst risicovol is als gemeenten hun structurele lasten kunnen dragen met hun structurele baten.
Structurele exploitatieruimte Nederlandse gemeenten, Grafiek D gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)
Belastingcapaciteit Nederlandse gemeenten, Grafiek E gemiddeld en naar groottecategorie (2014-2023)
Structurele Exploitatieruimte Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit voor gemeenten in deze categorie is lager in 2023 dan in 2022 en daalde van 98% naar 96%. Het lijkt erop dat naarmate een gemeente meer inwoners heeft, de belastingdruk lager is. Uit ons onderzoek blijkt namelijk dat grotere gemeenten, vanaf 50.000 inwoners, gemiddeld genomen een lagere belastingdruk hebben dan kleinere gemeenten. Hierdoor kunnen zij in tijden van nood gemakkelijker extra inkomsten genereren dan kleinere gemeenten. Tegelijkertijd zijn gemeenten terughoudend met het verhogen van de onroerendezaakbelastingen (ozb), omdat deze in voorgaande jaren al vaak zijn verhoogd. Voor 2025 begroot deze categorie gemeenten een belastingcapaciteit van 98%.
Belastingcapaciteit
50.000 - 100.000 inwoners
Overige categorieën
50.000 - 100.000 inwoners
Overige categorieën
110%
6% 5%
105%
4% 3%
100% 2% 1%
95%
0% -1%
’14 25.000
’15
’16 25.000 - 50.000
’17
’18
’19
50.000 - 100.000
’20
’21 100.000
’22
’23 Gemiddeld
90%
’14 25.000
’15
’16 25.000 - 50.000
’17
’18
’19
50.000 - 100.000
’20
’21 100.000
’22
’23 Gemiddeld
FINANCIËLE BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN VAN BDO
MET 50.000 - 100.000 INWONERS (1-25) Ranking 1 - 25
Ranking 26 - 50
Ranking 51 - 63
Gemeente
Inwonersaantallen
Provincie
Solvabiliteitsratio
Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Som van begrotingssaldi 2024 t/m 2028
Eigen vermogen 2023
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Rapportcijfer 2023
Solvabiliteitsratio
Nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Grondexploitatie
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
Begrotingssaldi/ eigen vermogen
Opbouw cijfer 2023
Gestegen/gedaald/ gelijk gebleven
Begrotingssaldi
Ranking 2023
Ratioanalyse (2023)
1
Oss
94.634
Noord-Brabant
59,0%
0,8%
0,0%
7,4%
88,3%
-1.230.000
232.354.000
-0,5%
10
40
30
15
10
5
-1
2
*
Noordoostpolder
50.035
Flevoland
78,0%
-42,0%
10,0%
5,3%
96,0%
15.195.000
172.823.806
8,8%
10
40
30
15
10
3
-
3
=
Amstelveen
95.014
Noord-Holland
64,0%
-6,0%
0,0%
15,0%
95,0%
21.019.000
280.077.000
7,5%
10
40
30
15
10
3
-
4
Helmond
95.874
Noord-Brabant
50,5%
26,0%
26,9%
0,1%
89,4%
-9.114.000
275.691.000
-3,3%
9
40
30
10
10
5
-3
5
=
Zeist
66.641
Utrecht
66,0%
-3,0%
1,0%
4,0%
104,0%
-11.967.000
170.944.000
-7,0%
9
40
30
15
10
3
-7
6
Terneuzen
55.132
Zeeland
39,4%
38,6%
3,3%
6,0%
91,2%
22.267.000
116.596.000
19,1%
9
27
30
15
10
5
-
7
Doetinchem
59.623
Gelderland
32,0%
43,0%
15,0%
1,0%
79,0%
19.563.383
107.608.000
18,2%
9
27
30
15
10
5
-
8
=
Weert
51.079
Limburg
42,8%
30,8%
7,6%
6,6%
93,6%
-440.000
113.072.000
-0,4%
9
27
30
15
10
5
-0
9
Leidschendam-Voorburg
78.229
Zuid-Holland
63,8%
19,0%
15,9%
4,2%
93,8%
-30.303.000
224.500.000
-13,5%
9
40
30
15
10
5
-13
10
Hilversum
94.435
Noord-Holland
24,0%
49,0%
0,0%
5,3%
100,0%
4.399.000
92.108.000
4,8%
9
27
30
15
10
3
-
11
Sittard-Geleen
92.650
Limburg
20,1%
67,1%
0,5%
4,4%
100,0%
5.001.000
116.452.000
4,3%
9
27
30
15
10
3
-
12
Pijnacker-Nootdorp
57.932
Zuid-Holland
64,2%
-25,6%
-2,9%
3,0%
105,2%
-24.906.000
208.257.000
-12,0%
8
40
30
15
10
1
-12
13
Utrechtse Heuvelrug
50.550
Utrecht
22,2%
66,3%
1,0%
8,9%
117,8%
2.628.000
42.381.675
6,2%
8
27
30
15
10
1
-
14
West Betuwe
52.948
Gelderland
50,0%
38,0%
19,0%
10,1%
130,0%
-15.243.000
110.929.991
-13,7%
8
40
30
15
10
1
-14
15
Oosterhout
57.924
Noord-Brabant
59,0%
20,2%
6,0%
0,4%
82,5%
-34.545.000
180.377.000
-19,2%
8
40
30
15
10
5
-19
16
Purmerend
95.168
Noord-Holland
22,3%
81,2%
7,7%
3,6%
90,0%
-6.936.000
101.345.000
-6,8%
8
27
30
15
10
5
-7
17
Goeree-Overflakkee
51.867
Zuid-Holland
57,9%
-2,0%
2,4%
8,9%
96,6%
-23.661.700
132.225.583
-17,9%
8
40
30
15
10
3
-18
18
*
Middelburg
50.004
Zeeland
31,0%
29,0%
21,0%
9,0%
97,0%
13.841.000
82.768.000
16,7%
8
27
30
10
10
3
-
19
Súdwest-Fryslân
90.421
Friesland
22,8%
40,0%
3,2%
-0,8%
85,6%
2.017.000
69.185.000
2,9%
8
27
30
15
3
5
-
20
De Fryske Marren
51.929
Friesland
29,9%
34,6%
3,5%
1,8%
80,1%
-3.061.000
43.402.000
-7,1%
8
27
30
15
10
5
-7
21
Vlaardingen
76.409
Zuid-Holland
23,2%
65,7%
10,2%
6,2%
100,2%
-5.405.000
99.356.000
-5,4%
8
27
30
15
10
3
-5
22
Nissewaard
87.639
Zuid-Holland
31,9%
48,7%
9,5%
1,4%
96,0%
-9.561.000
142.807.000
-6,7%
8
27
30
15
10
3
-7
23
Roosendaal
77.559
Noord-Brabant
30,0%
38,0%
15,0%
5,0%
99,0%
-7.235.000
94.882.000
-7,6%
8
27
30
15
10
3
-8
24
Hoeksche Waard
90.256
Zuid-Holland
63,1%
12,1%
0,4%
1,9%
87,1%
-50.095.000
207.488.000
-24,1%
8
40
30
15
10
5
-24
25
Hoorn
75.645
Noord-Holland
28,0%
32,0%
-3,0%
-1,0%
97,0%
-5.232.000
106.100.000
-4,9%
7
27
30
15
3
3
-5
Klik op tab om verder te gaan
* Vanwege de overgang naar een andere inwonerscategorie is hier geen positie genoteerd.
Lonneke de Waal sectorlead overheid & onderwijs BNG Jeroen van Veen concerncontroller gemeente Weert
Jorrit Zuidema concerncontroller gemeente Leeuwarden
Jan van der Bij clustermanager ministerie van Binnenlandse Zaken
Lydia Verheijen concerncontroller gemeente Land van Cuijk
Niels Dauven wethouder gemeente Valkenburg aan de Geul
Rieja Raven wethouder gemeente Midden-Drenthe
Sander Fränzel Teamleider concerncontrol gemeente Rotterdam
Stefan Brouwer stadscontroller gemeente Dordrecht
Hoe kijken gemeenten aan tegen de opdoemende tekorten? Vinden ze dat ze nog autonoom genoeg zijn? En waarom lukt het toch steeds niet om realistisch te begroten? We organiseerden een rondetafeldiscussie met vertegenwoordigers van gemeenten, het Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
Evert Weys burgemeester gemeente Hilvarenbeek
Bart van den Biggelaar Beleidsadviseur gemeente financiën VNG
Ga naar de rondetafeldiscussie
FINANCIËLE PERFORMANCE
Gemeenten met 25.000-50.000 inwoners KENGETALLEN Solvabiliteit Nettoschuldquote Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit (BEGROTE) RESULTATEN RANKING
25.000-50.000 INWONERS Resultaten 2023 Het totale resultaat 2023 in deze categorie bedraagt € 620 miljoen. 112 van de 134 gemeenten in deze categorie hadden in 2023 een totaal overschot van € 679 miljoen. In 2022 waren dat nog 127 gemeenten met een totaal overschot van € 1 miljard. De laagst scorende gemeente is Castricum met een 1,7
Begroting 2024-2028 De gezamenlijke gemeenten in deze categorie verwachten in 2025 een tekort van € 19 miljoen. Het jaar daarna verwachten ze een tekort van € 323 miljoen. Overschot (in miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
De hoogst scorende gemeente in deze categorie is Best met een 10,0
Ranking 2023 De categorie gemeenten met 25.000-50.000 inwoners telt 134 gemeenten met in totaal 4.787.820 inwoners (27% van de totale Nederlandse bevolking). Gemiddeld scoren ze in deze ranking een 7,1 (2022: 7,6). Dat is iets hoger dan het landelijke gemiddelde van 6,8.
Financieel gezond
Financieel zwak
Overschot Tekort (in € miljoenen) <5 5 - 10 10 - 25 25 - 50 50 - 75 75 - 100 > 100
Tekort (in miljoenen)
31
BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025
In dit hoofdstuk gaan we in op de vijf kengetallen en de begrotingen 2024-2028 die gezamenlijk leiden tot de BDO-ranking per gemeente. Daarnaast analyseren we de resultaten over 2023. In dit geval doen we dat voor de categorie met 25.000 tot 50.000 inwoners. Resultaten 2023 en begrote resultaten 112 van de in totaal 134 gemeenten in deze categorie hadden in 2023 een overschot van € 679 miljoen. In 2022 waren dat nog 127 gemeenten met een totaal overschot van € 1 miljard. Het overschot daalt dus. Wellicht is dat een gevolg van het feit dat gemeenten in 2022 veel middelen van het gemeentefonds laat in het jaar ontvingen, waardoor deze niet meer in hetzelfde jaar konden worden uitgegeven. Deze middelen werden dus aan het exploitatieresultaat toegevoegd, terwijl de taken nog moesten worden gerealiseerd. Ook zien we dat 97 gemeenten in deze categorie er in de komende vijf jaar bij ongewijzigd beleid in vermogen op achteruit gaan. We hebben hun rapportcijfers dan ook gecorrigeerd. Voor 35 gemeenten geldt dit niet. Deze afname in eigen vermogen kan deels een bewuste inzet zijn van bestemmingsreserves. Bij gemeenten in deze inwonerscategorie bedraagt Kengetallen de algemene reserve ongeveer toegelicht 37% van het eigen vermogen.
FINANCIËLE PERFORMANCE GEMEENTEN MET 25.000-50.000 INWONERS
Gemiddeld genomen teren alle gemeenten in deze categorie 10% in op hun eigen vermogen in de komende vijf jaar. Alle gemeenten samen in deze categorie verwachten in 2025 een tekort van € 19 miljoen. Het jaar daarna verwachten ze overigens een tekort van € 323 miljoen, het jaar daarna € 264 miljoen tekort en in 2028 verwachten ze een tekort van € 261 miljoen. Solvabiliteit Van alle categorieën gemeenten hebben de gemeenten met 25.000 tot 50.000 inwoners de hoogste solvabiliteit: 41%. Dat is net iets meer dan vorig jaar (40,34%) en ruim 4% meer dan de grootste gemeenten. Nettoschuldquote De nettoschuldquote heeft vanaf 2019 een sterke daling laten zien: van 48% in 2019 tot 29% in 2022. In 2023 zien we dat dit stabiliseert en nu vergelijkbaar is met 2022, namelijk 28%. Wel verwachten gemeenten in deze categorie een forse toename van dit kengetal. Deze wordt voor 2025 begroot op 51%. Overigens is dit het laagste percentage van alle categorieën, want gemiddeld verwachten gemeenten in 2025 een schuldquote van 56%. De schuldquote wordt bepaald door de schulden te delen door de baten. We zien dat de overschotten afgelopen jaren vooral gebruikt zijn om schulden af te lossen en geen nieuwe financiering aan te gaan. Ook de baten namen toe doordat het aantal taken toenam.