CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP)

Commissie Bestuur 16 mei 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief wethouder Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling, mevrouw Bruines, inzake Voortgang en uitgangspunten toekomst Scheveningen Haven26.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Regioplan Hollandse HaringKust

54

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) KAVEL 3: VERZILVERING ERFGOED BOMSCHUIT KATWIJK Het visserijverleden zit in het DNA van de Katwijkse inwoners. Dat wordt op vele manieren duidelijk. Zo heeft Katwijk de enig overgebleven bomschuit. Veel inwoners hechten zich aan de bomschuit en plek waar deze in het dorp staat. De bomschuit moet op korte termijn geconserveerd worden en ondergebracht worden op een droge, overdekte plek waar men er het gehele jaar van kan genieten. Het voorstel voor deze plek is het Katwijks museum waar een met een inpassing van een serre in het museum dit erfstuk jaarrond te bewonderen zal zijn. Tegelijk hechten we veel belang aan participatie over de locatie. Daarom gaan we over de exacte locatie in gesprek met de inwoners. We vragen hen mee te denken over de conservering van de bomschuit en een toekomstbestendige locatie, zodat dit belangrijke en beleefbare erfgoed voor Katwijk behouden blijft. ONTWIKKELING OUDE REDSCHUUR EN VISSERIJDRIEHOEK Vanuit het Katwijks Museum loop je zo naar de bakermat van de maritieme sector, het Prins Hendrikkanaal als onderdeel van de visserijdriehoek (Prins Hendrikkanaal, Redschuur, Wantveld).

Aan het Prins Hendrikskanaal was de visserijkade waar de vis vroeger werd aangeland en verwerkt, de Redschuur was locatie van de boot van de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij en op het Wantveld werden de gescheurde netten ‘geboet’ door vele Katwijkse vrouwen. Verderop bevindt zich de Redschuur, een gemeentelijk monument waar ruimte is voor kunst, cultuur en educatie. Van een expositie met werken van kunstenaars uit de regio tot presentaties voor schoolklassen over ‘bewust omgaan met de kust’: de Redschuur biedt een thuis aan vele partijen die werken aan bewust omgaan met de kust en innovatie bevorderen. Met informatieborden en schilderijen zoals die zich ook op de - boulevard bevinden - in de openbare ruimte en voorlichting in het ontmoetingscentrum wil de gemeente Katwijk het rijke verleden van de Katwijkse visserij inzichtelijk maken voor toeristen en voor educatieve doeleinden. Hiermee ondersteunt de gemeente Katwijk partijen die touwenspinnerij, boeten van netten en Stichting Katwijker Motor die de historische logger KW166 ‘Nederland III’, een voormalige vissersboot, met deze ondersteuning kan aanschaffen. Zo werkt Katwijk aan voorzieningen waarin verleden, heden en toekomst van de visserij zichtbaar worden en verbindt zij de verschillende plekken in Katwijk die voor de visserij belangrijk waren.

Katwijk vraagt daarom cofinanciering voor verdere ontwikkeling van de bezoekersfunctie in de Redschuur en markering en informatievoorziening in de visserijdriehoek. PLATFORM SAMENWERKING MUSEA SCHEVENINGEN, KATWIJK EN IJMUIDEN De drie belangrijkste musea met een visserijcollectie aan de Hollandse Haringkust zijn MUZEE in Scheveningen, het Katwijks Museum in Katwijk en het IJmuider Zee- en Havenmuseum in IJmuiden. Deze drie musea zijn voornemens om in samenwerking met elkaar en met de bewoners het visserijerfgoed te ontsluiten, in kaart te brengen en te co-waarderen. Dankzij erfgoedparticipatie kunnen de verhalen bij de bewoners worden opgehaald en worden verteld aan de bezoekers. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld film- en fotomateriaal, attributen, kunst en eigen ervaringen. Met behulp van een professionaliseringsslag, bewonersparticipatie, educatie én het ontsluiten/in kaart brengen van de collectie, worden inwoners betrokken bij het visserijverleden, het heden en de toekomst van de visserijgemeenschappen. De visserij krijgt zo een herkenbare, eigentijdse en toekomstbestendige lading, die bewoners en bezoekers uit de randstad en ver daarbuiten zal aanspreken.

Regioplan Hollandse HaringKust

55

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) OVERZICHT VAN PERCELEN EN MIDDELEN Perceel

Gemeente(n)

VOP Doelstelling Investeringskosten Subsidie VOP

Kavel 1: Visclusters in een logistiek centrum 1A: Clustering visafslag, handel en verwerking in Scheveningen

Den Haag

1

€

2.600.000

€ 1.300.000

1B: Aanpassingen visafslag IJmuiden

Velsen

1

€

200.000

€

Den Haag

1

€

6.691.000

€ 1.250.000

3A: Bomschuit

Katwijk

2

€

700.000

€

350.000

3B: Ontwikkeling oude Redschuur en Visserijdriehoek

Katwijk

2

€

500.000

€

250.000

3C: Platform samenwerking musea Scheveningen, Katwijk en IJmuiden

Den Haag, Katwijk en Velsen

2

€

1.500.000

€

750.000

100.000

Kavel 2: Innovatielab, belevingsruimte en auditorium: 2A: Seafood Central Kavel 3: Verzilvering erfgoed

Totaal

€ 12.191.000

€ 4.000.000

Nota Bene: Aan het feit dat de benoemde percelen in dit overzicht vermeld worden, kunnen nog geen rechten ten aanzien van financiering worden ontleend.

Regioplan Hollandse HaringKust

56

KOEPELPLAN ‘VERNIEUWINGSIMPULS VISSERIJONDERWIJS’

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) BOVENREGIONAAL KOEPELPLAN

VERNIEUWINGSIMPULS VISSERIJONDERWIJS

Plan van Aanpak landelijk onderwijsplan ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ SAMENVATTING Landelijk staat de instroom in vis-gerelateerde opleidingen onder druk. Regio’s hebben te maken met een groot tekort aan studenten in het profiel ‘Visserij’. Dit komt doordat studenten bij een gebrek aan perspectief kiezen voor andere uitstroomrichtingen. Deze krimp en negatieve trend maken een vernieuwingsimpuls voor het Nederlandse vis-gerelateerde onderwijs lastig én noodzakelijk tegelijk. Met deze vernieuwingsimpuls wordt ingezet op een robuust, toekomstbestendig viscluster1 door de krachten en middelen te bundelen in een landelijke, tripartiete samenwerking (publiek-privaat) tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid zoals ook gebeurt in het Groenpact. Voor vis-gerelateerd onderwijs ligt de nadruk op landelijke samenwerking om de regionale eigenheid en interacties te versterken en zo een impuls te geven aan de uitdagingen. Het beoogt innovatieve onderwijsinitiatieven te ontwikkelen, zoals plaatsgebonden praktijkleervoorzieningen en ontmoetingsplekken w.o. ‘living classrooms’ (interactieve leeromgeving), stages en proeftuinen in regio’s, die een positieve impuls zullen geven aan de visserijketen en gemeenschappen. Uiteindelijk kunnen versterkte regionale visclusters ook weer nieuwe kansen bieden in internationaal verband.

Binnen het plan ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ zal worden geïnvesteerd in een duurzame samenwerking binnen het groenblauwe domein waardoor de weerbaarheid van het viscluster wordt versterkt. Op die manier kan er gewerkt worden aan een structurele oplossing voor onderwijsvernieuwing en innovatie van de beroepspraktijk, incl. kennisdeling, binnen het viscluster welke minder afhankelijk is van de economische situatie van de sector, met strategische sturing op bijdragen van regionale, nationale en Europese overheidsmiddelen en investeringen vanuit het bedrijfsleven. Kortom, betrokken partijen versterken het transitievermogen van het Nederlandse viscluster door te investeren in menskracht, duurzame groei en toekomstbestendig ondernemerschap. OMSCHRIJVING MAATREGEL Binnen het Visserij Ontwikkel Plan (VOP) staat het onderwijs als een fundament vanuit human capital als startpunt voor innovatie voor vernieuwende toekomstambities van het Nederlandse viscluster. Dit onderdeel ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ bestaat uit vier uitvoeringslijnen. Deze uitvoeringslijnen hebben betrekking op het reguliere onderwijs, maar de activiteiten zijn gericht op vakinhoudelijke vernieuwing van het visserijonderwijs en worden niet door de reguliere bekostiging voor het onderwijs vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gedekt.

1 - Het ‘Viscluster’ is hier gedefinieerd in de breedste zin van het woord, dus de hele visketen (productie, teelt, verwerking en handel), de visserijregio’s en het visserij-gerelateerd onderwijs en praktijkgericht onderzoek.

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

58

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) Onderwijsinstellingen viscluster

1. LANDELIJK PRACTORAAT

2. KENNISSYSTEEM VISTIKHETMAAR

3. REGIONALE LEERPLAATSEN

4. Landelijk platform visserijonderwijs De vernieuwingsimpuls visserijonderwijs binnen het VOP kent de volgende algemene doelstellingen en plannen: •

•

•

Kanteling/omkeren van ‘krimp’ naar inzet op duurzame (kwalitatieve) groei van toekomstbestendig ondernemerschap (meervoudige waarde creatie) op zee en aan de wal. Dit vanuit de vis-gerelateerde beroepen binnen contexten zoals de ‘blue and green economy’ en ‘brede welvaart’. Door te investeren in menskracht wordt het transitievermogen van het Nederlandse viscluster versterkt. Een sterkere verbinding van het viscluster met andere sectoren binnen het bredere groenblauwe domein. Dit maakt visserij minder ‘op zichzelf’ en geïsoleerd van het overige onderwijs, zoals het groen onderwijs met landelijke clusters (agro, tuinbouw, food en natuur en leefomgeving). De gemeenschappelijke noemers met het groene domein zijn voedsel (voedselproductie en -keten van mariene eiwitten) en natuur en leefomgeving (mariene ecologie), maar ook het tegengaan van de effecten op klimaat en milieu en de toenemende rol en kansen voor digitalisering & technologie daarbij (de zgn. ‘twin green’ & ‘digital transition’). Het borgen van de toekomstige visserij en kweek die waardevolle zeeproducten op de toekomstige markt voor vis kunnen brengen. Dit gebeurt vanuit het perspectief van de transitie van het voedselsysteem (voedselzekerheid, -kwaliteit en -veiligheid) zoals bedoeld in de Visie voedsel uit zee i.o. en missie 5 uit de Kennis- en innovatieagenda (KIA) Landbouw, Water, Voedsel.

Naast het belang van mariene eiwitten zijn ook de borging van het mariene ecosysteem alsmede bredere groenblauwe ecosysteemdiensten belangrijk. Wat betreft de visserij gaat het hierbij vooral om het versterken van de mariene aspecten van het visserijonderwijs (i.t.t. de maritieme aspecten van de visserij zoals het besturen of de techniek van het schip).

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

59

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) 1 - PRACTORAAT VISSERIJ-INNOVATIE & -ONDERNEMERSCHAP • Het practoraat focust op praktijkkennis en wordt gedragen door mbo (visserij)onderwijsinstellingen. Een landelijk practoraat visserij-innovatie & -ondernemerschap zal onderzoek vanuit bijvoorbeeld Wageningen University & Research vertalen naar het mbo-onderwijs en praktijkgericht onderzoek initiëren. Dit in nauwe samenwerking met lectoraten in het hbo zoals Coastal en Marine Systems (VHL) en leerstoelen in het wo zoals Visserij en Aquacultuur (WU). Daarmee draagt het practoraat bij aan innovatief vakmanschap. De regionale leerplaatsen en het werkveld werken nauw samen met onderwijs via het practoraat voor het ‘door ontwikkelen’ van het groenblauw ondernemerschap (meervoudige waarde creatie) met oog voor benodigde competenties voor de toekomst. • Het practoraat zal werken aan het versterken van de leercultuur en doorlopende leerlijnen. Er zal vanuit het mbo-visserijonderwijs worden ingezet op een sterkere aansluiting met het vmbo, hbo en wo-onderwijs. Het practoraat is bijvoorbeeld op dit moment al betrokken bij de ontwikkeling van een eerste hbo opleiding (associate degree) voor het brede viscluster gericht op het door ontwikkelen van potentieel in de sector en het aantrekken van nieuw potentieel.

2 - KENNISSYSTEEM VISTIKHETMAAR • Vistikhetmaar focust op kennisdeling en wordt gedragen door de Sectorraad Visserij en stichting ProSea Marine Education. • Het kennissysteem Vistikhetmaar is dé plek waar (wetenschappelijke) kennis beschikbaar is en wordt gemaakt voor het visserijonderwijs (hele onderwijskolom) en de beroepspraktijk. Het heeft een belangrijke rol in de kennistransitie die de visserij doormaakt en is als kennissysteem ook de spil in het verbinden van de sector met het onderwijs voor het viscluster. De bij Vistikhetmaar betrokken partijen zullen binnen het plan werken aan de verbinding tussen het viscluster en het bredere groenblauwe domein door gerichte samenwerking te verkennen en versterken met Groenpact en Groen Kennisnet. • De cursus ‘Vissen met Toekomst’ en ‘Duurzaam en succesvol ondernemen in de visketen’ worden door ProSea jaarlijks, vraag-gestuurd uitgevoerd op de scholen die visserijonderwijs aanbieden. Deze cursussen zullen ook als vehikel dienen om actieve kennisdeling richting het blauwe onderwijs te faciliteren. De cursussen maken inhoudelijk onderdeel uit van het VOP met de kanttekening dat er reeds middelen vanuit het ministerie van LNV beschikbaar zijn gesteld tot 2028 om de cursus ‘Vissen met Toekomst’ uit te voeren.

3 - REGIONALE LEERPLAATSEN • Vanuit de regio’s is een sterke vraag naar regionale leerplaatsen ter aanvulling van het reguliere onderwijs. De regionale leerplaatsen focussen op regio- en praktijkleren en ontmoeting. De leerplaatsen worden verder versterkt en doorontwikkeld als een plek binnen de visclusters in de regio’s waar ruimte is voor praktijkgericht onderzoek en onderwijs (‘living labs’ en ‘place-based living classrooms’). • Om wildgroei van kleine, versnipperde leerplaatsen te voorkomen beoogt het VOP om de regionale leerplaatsen binnen een nationaal kader te organiseren en arrangeren om zo een netwerk van innovatieve ‘place-based living classrooms’ beschikbaar te hebben voor het Nederlandse viscluster. Deze leerplaatsen zullen aansluiten bij de regionale profielen en zullen een landelijke samenwerking en uitstraling kennen. Dit naar voorbeeld van de meetingpoints van CIV Groen. Daarbij kan een samenwerking van het viscluster met CIV Groen verder worden verkend en versterkt.

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

60

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) 4 - LANDELIJKE PLATFORM VISSERIJONDERWIJS Deze uitvoeringslijn zet in op de samenwerking en versterking van het landelijke viscluster waarbij bredere verbindingen (in de onderwijskolom, bovenregionaal en cross-sectoraal) worden verkend en versterkt. Deze uitvoeringslijn zal ondersteunend zijn aan uitvoeringslijn 1 t/m 3 en wordt gesteund door het ministerie van LNV. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij breder beschikbare voorzieningen, voor het duurzaam inbedden van het viscluster in de kennis en innovatiestructuur van het bredere groenblauwe/LNV domein inclusief het verkennen van de mogelijkheden en modaliteiten voor aansluiting bij Groenpact 4.0. De verdere uitwerking hiervan vergt de betrokkenheid van een bredere groep belanghebbenden uit het viscluster. Daarom wordt in 2024 gestart met een kwartiermakersfase om de landelijke (tripartiete) samenwerking gericht op de vernieuwing van het visserijonderwijs (landelijk onderwijsplan ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’) vast te stellen voor de periode daarna (2025 – 2030). In deze verkenningsfase zullen onder andere de volgende aspecten worden onderzocht die kansrijk zijn om meerjarig door te ontwikkelen: • • • • • • •

Hoe de aantrekkelijkheid van leren, werken en innoveren in het Nederlandse viscluster kan worden vergroot en wat dat betekent voor de vakinhoudelijke vernieuwing van het visserijonderwijs. Hoe de aansluiting van het visserijonderwijs op de arbeidsmarkt kan worden verbeterd, nu en in de toekomst, en hoe het landelijke platform kennis en partners bijeen kan brengen om te zorgen voor voldoende en juist gekwalificeerde vakmensen voor het Nederlandse viscluster. Welke mogelijkheden er zijn voor onderwijsvernieuwing (o.a. ontwikkeling van mbo keuzedelen, hbo minor) en praktijkgericht onderzoek (vraagstukken in het kader van het mbo programma KIEM-groen en hbo programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen). Hoe breder kan worden samengewerkt in het groenblauwe domein w.o. de mogelijke bijdrage vanuit het landelijke viscluster aan de nieuwe Groenpact programmering (vanaf 2025). Hoe de systeemfunctie van het landelijke platform visserijonderwijs naar het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) kan worden versterkt. Hoe de verbinding tussen visregio’s en de landelijke basisinfrastructuur te organiseren bijvoorbeeld door verbindingsofficieren te koppelen aan de regionale leerplaatsen. Hoe het landelijke platform een rol kan vervullen bij de coördinatie van de ontwikkeling en monitoring van de uitvoering van het plan van aanpak vernieuwingsimpuls visserijonderwijs.

Er zal tevens worden ingezet op gerichte, structurele vormen van samenwerking tussen jongeren in de visserij (Tussen Schip & Wal, Young Seafood Leaders) en jongerenplatforms en initiatieven in het groene domein. Daarbij kan de aansluiting worden verkend en versterkt met het Groenpact Jongerenplatform (w.o. Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt).

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

61

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) NAGESTREEFDE DOELEN Het onderdeel ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ van het VOP kan bijdragen aan meerdere Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma’s (MMIP) vanuit het topsectorenbeleid zoals KIA LWV 2024-2027/ Duurzaam en Veilig gebruik van de Noordzee en andere grote wateren (zie ToC missie 5, blz. 63). Daarnaast vindt het VOP aansluiting bij de beleidsagenda’s en -programma’s zoals: • EU: Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM), Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura2000), Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), Green Deal, Farm to Fork Strategy, Blue Growth Strategie. • NL: Strategische Agenda Noordzee 2030, Visie Voedsel uit zee (Voedsel uit zee en grote wateren – Visie voor voedselwinning op weg naar 2050) i.o., Noordzeeakkoord (NZA), Programma Noordzee 2022 – 2027, Haaien- en Roggen Actieplan 2022 – 2027, National Strategisch Plan Aquacultuur 2021-2030. • Kennis & innovatie & arbeidsmarkt: Visserij-innovatienetwerk (VIN), COP Noordzee, Groenpact en SERadviestraject groene transities & arbeidsmarkt. Het toekomstperspectief en de stip aan de horizon van het vis-gerelateerde onderwijs zal zich nog gedetailleerder moeten uitkristalliseren waarbij een nauwe interactie met de VOP-plannen vanuit het bedrijfsleven in de visserijregio’s essentieel is om te komen tot een uitvoeringsplan voor de periode 2024 – 2030.

In het uiteindelijke uitvoeringsplan moeten deze plannen met elkaar worden vervlochten en zal er onder andere aandacht zijn voor digitalisering, herstructurering van de keten, duurzame waarde creatie en multifunctionaliteit binnen meervoudig ruimtegebruik op zee. Daarbij zal ook de bijdrage vanuit het onderwijsvernieuwingsplan binnen het VOP aan bovengenoemde agenda’s verder worden uitgewerkt en toegelicht. VORMGEVING MAATREGEL Het Visserij Ontwikkel Plan (VOP) met bijbehorend landelijk onderwijsplan ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ is vormgegeven door het Bestuurlijk Platform Visserij. Bij het vormgeven van dit plan van aanpak zijn de volgende partijen betrokken geweest: • De visserijregio’s vertegenwoordigd door het Bestuurlijk Platform Visserij (BPV): een platform voor provinciale en gemeentelijke bestuurders dat de sociaal economische belangen van de visserijgemeenschappen behartigt. Het BPV vertegenwoordigt zes provincies en 16 gemeenten die met de Noordzee visserij te maken hebben. • De belangenorganisaties in de zeevisserij in de vorm van de Sectorraad Visserij. Daarin participeren VisNed, Vissersbond, Redersvereniging voor de Zeevisserij, PO Mossel, Noordelijke Visserij Alliantie en CNV Vakmensen. • De mbo-scholen die visserijonderwijs aanbieden (Firda, Nova College, Scalda, STC, Vonk). • Het practoraat Visserij, Innovatie en Ondernemerschap.

• De stichting ProSea Marine Education. • Het ministerie van LNV (directies SKI en DG NV). • Het coördinatieteam van Groenpact. Het landelijk onderwijsplan ’Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ kent een integrale aanpak met de volgende uitgangspunten: • Kracht van verbinding binnen het Nederlandse viscluster zoals wordt nagestreefd via het landelijke platform visserijonderwijs. • Samenwerken met het onderwijsplan ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ betekent het onderschrijven van de doelstellingen in het VOP en het bijhorende onderwijsplan en optreden als ambassadeur. • Door samenwerken ontstaat meerwaarde voor het Nederlandse viscluster en het visserijonderwijs. Bij de verdere uitwerking van het landelijke onderwijsplan kan de bestaande toezichtstructuur rondom Vistikhetmaar een prima basis zijn om door te ontwikkelen met inachtneming van de onderscheidende rollen van deelnemende partijen bij de verschillende onderdelen van het onderwijsplan. De sector, het onderwijs en het ministerie van LNV zijn in deze structuur (Vistikhetmaar) al vertegenwoordigd, waarbij ProSea verantwoordelijk

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

62

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) is voor het dagelijks beheer. Dit kan het vertrekpunt voor de kwartiermakersfase vormen waarbij ook wordt gekeken hoe een actieve verbinding tussen de verschillende regio’s en het landelijke platform vorm en inhoud kan krijgen. EFFECTEN Deze maatregel zal bijdragen aan het duurzaam vernieuwen van het visserijonderwijs, het stimuleren van de instroom in visserijonderwijs, het borgen van de expertisebasis en het behoud van vakmanschap in de volle breedte van het Nederlandse viscluster. Daarmee wordt het transitievermogen van het Nederlandse viscluster versterkt. PLANNING EN UITVOERBAARHEID Het Plan van Aanpak ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ wordt komende periode verder uitgewerkt gedurende een kwartiermakersfase. Dit plan van aanpak richt zich op de periode 2024 – 2030 en zal worden uitgevoerd door onderwijsinstellingen in het viscluster (zie bijlage 1) in samenwerking met de Sectorraad Visserij, de visserijregio’s en ProSea Marine Education alsmede de nader te verkennen samenwerking binnen de context van Groenpact. Dit plan van aanpak biedt het raamwerk voor verdere uitwerking, zowel inhoudelijk als financieel. FINANCIËLE CONSEQUENTIES (INDICATIEF) Deze vernieuwingsimpuls is gebaseerd op een tripartiete inspanning en investering. Samenwerking staat daarbij centraal.

Onderstaande tabel geeft een eerste duiding van het financiële kader en is daarmee richtinggevend voor de uitwerking van het plan van aanpak. Daarbij wordt aangemerkt dat de impuls tijdelijk van aard is en zich daarom richt op een sterkere bedding van het visserijonderwijs in het bredere kennis- en innovatie ecosysteem voor het groenblauwe domein. Met de inzet van de vernieuwingsimpuls wordt aansluiting georganiseerd bij generieke kennis- en innovatieinstrumenten waardoor er extra multipliers ontstaan. PLAN VAN AANPAK 2024 T/M 2030 (6 JAREN) - AFGERONDE, INDICATIEVE BEDRAGEN Uitvoeringslijn (bedragen in k€)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

1 – Practoraat Visserij

46

92

92

92

92

92

46

550

2 – Kennissysteem Vistikhetmaar

48

96

96

96

96

96

48

575

3 – Regionale leerplaatsen

104

208

208

208

208

208

104

1250

4 – Landelijk platform visserijonderwijs

94

187

187

187

187

187

94

1125

Totaal

292

583

583

583

583

583

292

3500

Onderwijs bijdrage

Totaal

250

550

DEKKING Uitvoeringslijn (bedragen in k€)

VOP - via VOP - regio’s SPUK-regeling (provincie, gemeente)

Bedrijfsleven

1 – Practoraat Visserij

250

50

2 – Kennissysteem Vistikhetmaar

125

375

75

575

3 – Regionale leerplaatsen

500

500

250

1250

4 – Landelijk platform

125

125

Totaal

1000

1000

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

375

LNV aanvullende onderwijssubsidie

750

125

1125

750

375

3500

63

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) EVALUATIE Het programma ‘Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs’ zal onafhankelijk worden geëvalueerd. Verkend wordt in hoeverre het deel uit kan gaan maken van de volgende fase van Groenpact voor 2025 e.v.

BIJLAGEN - VERNIEUWINGSIMPULS VISSERIJONDERWIJS 1 - ONDERWIJSLANDSCHAP VIS-GERELATEERD NEDERLAND*

* Alleen huidige mbo, hbo of wo-onderwijsinstellingen met visserij-gerelateerde opleidingen. Om die reden worden mbo Nova College, STC Hanze Zwolle en Firda maritieme techniek Sneek niet vermeld. ** Andere onderwijsinstellingen zoals Zone college (met zoete landzijdige aquacultuur en sportvisserij), Aeres hbo (met zilte landbouw), Aeres vmbo (met keuzevak visstandbeheer en sportvissen) en de SVO-opleiding Vakopleiding Food (met visspecialist), maar ook bredere betrokkenheid van het onderwijs in het groenblauwe domein bij het viscluster, worden bij de verkenning van de aansluiting met Groenpact meegenomen.

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

64

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) 2 - OVERZICHT VAN STAKEHOLDERS* Spelers, instituten en organisaties in ‘Visland’ European Bottom Fisheries Alliance

Europese PO Vereniging

EAPO

PFA

VisNed

Europees Parlement

Europese Unie

EP

EU EC

Europese Commissie

Raad

Min LNV

Infrastructuur & Waterstaat

Min I&W

PO IJsselmeer

Haringgroothandelsvereniging

Vereniging van importeurs van visproducten

Visfederatie

Vereniging van schelpdierhandelaren

UFA

Young Seafood Leaders

VEBEGA

Vereniging VVU Visgroothandelaren Urk

Handel AC

Product Vis

DUPAN

Adviesraden

Vereniging ter bevordering van de garnalenhandel

Duurzaam Paling Fonds

Waddengoud

Certificering MSC

RVO VIN

NL Instituut voor Onderzoek der Zee

Onderzoek ILVO

WUR

Wageningen Marine Research, Wageningen Nederlandse Voedsel- NVWA IL&T Economic en Warenautoriteit Research Inspectie Leefomgeving & Transport

EMK

Visserij Innovatiecentrum

Visserij Innovatie Netwerk

ICES STECF

Waddenacademie

ProSea

Aquaculture Stewardship Council

FOS Friend of the Sea

SDN

Greenpeace WNF

Visserijscholen

Sectorraad

Stichting de Noordzee

Vissenbescherming

Milieuorganisaties

Educatie SVO

ASC

GoodFish Waddenvereniging

International Council for Exploration of the Sea

Scientific, Technical & Economic Committee for Fisheries

VIV

GVH

Sportvisserij Nederland

Overheid

Nederlandse Bond Haringhandelaren

NOVA

Nederlandse Vissersbond

NIOZ

Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit

United Fish Auctions

Visbureau

Hulp in Nood

Vereniging van Groothandelaren in Vis en Haring

Vereniging van Nederlandse Visspecialisten

VNV

NVB

NEVEVI

Coöperaties

Overige PO’s

CVO

Aanvoer

Nederlandse Vereniging van Viskwekers

Nederlandse zeevisgroothandels vereniging

NZV

NVA

PO Mossel

RVZ Redersvereniging voor de Zeevisserij

NVW

EBFA Noordelijke Visserij Alliantie

Oestervereniging

Pelagic Freezertrawler Association NetVisWerk

Europêche

Vistikhetmaar

Wereld Natuur Fonds

Vogelbescherming

Versie 15 januari 2024

* Het overzicht is niet compleet en niet alle relaties tussen stakeholders zijn weergeven om overzicht te bewaren.

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

65

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) 3 - NEDERLANDS VISCLUSTER IN CIJFERS Sociaaleconomische omvang van de keten en toeleveranciers Hoeveel?

Data afkomstig uit

Bedrijven

346

Hoekstra et al. 2023

Omzet

€ 6.610.000

Hoekstra et al. 2023

Werkgelegenheid

12.500 werkzame personen (ruim 8.150 fte)

Hoekstra et al. 2023

Werkgelegenheid per schakel in keten of indirecte baan Schakel in de keten of indirecte banen

Werkgelegenheid

Data afkomstig uit

Keten en toeleverende industrie (zie tabel hierboven)

8.150 fte

Hoekstra et al. 2023

PO’s en brancheorganisaties

40 fte

Hoekstra et al. 2023

Visserijonderwijs

10 fte

Hoekstra et al. 2023

Visdetailhandel

2.300 fte

Hoekstra et al. 2023

Totaal

10.500 fte

Hoekstra et al. 2023

Werkgelegenheid Nederlandse Zee en Kustvisserij # schepen

# varenden

Data afkomstig uit

Grote zeevisserij

8

297

Visserij in cijfers, 2022

Kotters

261

1025

Visserij in cijfers, 2022

Kleine visserij

239

458

Visserij in cijfers, 2022

Mosselen

45

187

Visserij in cijfers, 2022

Oesters

30

ca. 56

Visserij in cijfers, 2022

Totaal

583

1967

Visserij in cijfers, 2022

Overige vis-gerelateerde sectoren Hoeveel?

Data afkomstig uit

Aqua- en maricultuur

ca. 172 bedrijven in aquacultuur

NVWA (2020)

Sportvissers

672.764 personen

www.sportvisserijnederland.nl (2022)

Gegevens afkomstig uit (tenzij anders vermeld): • Hoekstra, F.F., Valk, Y. de, Deetman, B. (2023). Visclusters in Nederland (nulmeting): omvang en afhankelijkheid voor de keten en toeleverende industrie van Noordzeevisserij; Impactanalyse beleidsbeslissingen op de keten van Nederlandse visserijregio’s. Wageningen, Wageningen Economic Research, Rapport 2023-030. 98 pp.; 25 fig.; 12 tab.; 46 ref. ISBN 978-94-6447-654-5 • Visserij in Cijfers (2022). Totale werkgelegenheid in de Nederlandse zee- en kustvisserij nam in 2021 af met iets meer dan 100 opvarenden. Agrimatie, Wageningen Economic Research. Den Haag, 30 september 2022: https://agrimatie.nl/PublicatiePage. aspx?subpubID=2526&sectorID=2860& themaID=2264&indicatorID=2868

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

66

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) Visserijonderwijs • Vijf onderwijsinstellingen: Firda, Nova, Scalda, STC en Vonk • Acht regionale hubs: Noord Beveland, Stellendam, Scheveningen, Katwijk, IJmuiden, Den Helder, Lauwersoog en Urk • mbo keuzedeel (K0597) Verdieping Visserij Trawlers (STC-Katwijk) • mbo keuzedeel (K1244) Visserij • Practoraat Visserij (Firda Urk) • Cursus Vissen met Toekomst (ProSea Marine Education) • Cursus Tussen Schip en Wal (Sectorraad Visserij/ProSea Marine Education via kennissysteem Vistikhetmaar) • Nationale Kennisdag Visserij (Sectorraad Visserij/ProSea Marine Education via kennissysteem Vistikhetmaar) Aantal studenten per opleiding Crebo

Opleiding

Niveau

Scalda

25513

Stuurman-werktuigkundige kleine schepen (SWK)

3

4

25522

Stuurman-scheepswerktuigkundige vissersschepen SW5

3

1

25523

Stuurman alle vissersschepen S4

25525

Firda

Nova

STC Katwijk

STC Stellendam

Vonk

3 17

4

2

Stuurman-werktuigkundige zeevisvaart SW6

2

1

25637

Stuurman-scheepswerktuigkundige vissersschepen SW5

3

16

1

6

1

25640

Stuurman-werktuigkundige zeevisvaart SW6

2

12

36

4

10

3

25677

Maritiem officier kleine schepen nautisch, koopvaardij

3

10

1

4

25678

Maritiem officier kleine schepen nautisch, visserij

3

14

28

3

25679

Maritiem officier kleine schepen, technisch

3

1

25680

Maritiem officier alle schepen nautisch, koopvaardij

4

16

25682

Maritiem officier alle schepen, visserij

4

25683

Maritiem officier alle schepen, technisch

4

VMBO-4, keuzevak commerciële visserij (Berechja college)

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

10 3

43

10

25 2

9 29

67

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) Overig vis-gerelateerd onderwijs • vmbo keuzevakdeel Visstandbeheer en sportvissen (Aeres) • mbo keuzedeel (K0269) Werken in de aquacultuur (Scalda) • mbo keuzedeel (K1244) Visserij (Scalda) • mbo keuzedeel (K0472) Houder van vissen (groen onderwijs) • mbo keuzedeel (K0273) Sportvisserij (Aeres) • mbo Visspecialist (SVO) • mbo Sportvisserij en waterbeheer (Zone) • mbo Vers industrie - Visverwerking (Firda en SVO) • practoraat Water (Scalda) • hbo Kust en Zeemanagement (VHL) • hbo minor Sustainable Fisheries and Aquaculture (VHL) • hbo cursus Aquacultuur (HZ) • hbo BSc Water management (aquatische ecotechnologie, delta management) (HZ) • Lectoraat Aquaculture in Delta Areas (HZ) • Lectoraat Coastal and Marine Systems (VHL) • Wo MSc Aquaculture and Marine Resource Management (WUR) • Leerstoel Aquacultuur en Visserij (WUR)

koepelplan ‘vernieuwingsimpuls visserijonderwijs’

68

KOEPELPLAN ‘BELEVING VAN DE NEDERLANDSE VISSERIJIDENTITEIT’

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) BOVENREGIONAAL KOEPELPLAN

BELEVING VAN DE NEDERLANDSE VISSERIJ IDENTITEIT Plan van Aanpak landelijk belevingsplan Nederlandse Visserij Identiteit.

SAMENVATTING De Nederlandse visserij worstelt met verschillende uitdagingen in de Noordzee, waaronder Brexit, het pulsverbod, veranderende consumentenbehoeftes, ruimteclaims op zee door de bouw van windmolenparken en biodiversiteits-inspanningen, klimaatverandering, aanlandingsverplichting en financieel-economische druk zoals hoge brandstofkosten en afnemende vangsten. Dit heeft geresulteerd in een herstructurering van de kottervloot om de vloot qua aard en omvang weer in balans te krijgen met de nieuwe situatie op de Noordzee. Het ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit (LNV) heeft aan het Bestuurlijk Platform Visserij (BPV) gevraagd om in het kader van maatregelen voor de visserijketen en gemeenschappen een Visserij Ontwikkel Plan (VOP) op te stellen. Dit VOP streeft naar een scenario van duurzame (kwalitatieve) groei, waarbij de nationale visserijketen aan de wal én visserijgemeenschappen nieuw leven wordt ingeblazen en versnippering in visregio’s wordt tegengegaan. Nieuwe leven inblazen heeft impact als vernieuwing gegrond is in het prachtige verleden van de visserijketen en de visserijgemeenschappen en deze in verbinding zijn. Deze vernieuwing moet beleefd en verteld worden. Studenten kiezen niet automatisch voor de vis-gerelateerde opleidingen of als ze afgestudeerd zijn automatisch voor visbedrijven voor hun eerste baan.

Toeristen hebben keuze uit gigantisch veel aanbod en kiezen niet automatisch voor bezoek aan visserijgemeenschappen, vis gastronomie, vis-erfgoed en musea. De samenleving gelooft niet direct dat de sector vernieuwt. Ze willen daden, bewijs en nieuwe helden zien, duurzame vis proeven en beleven en positief verrast worden door de visserij van morgen. Vis, water, zee, samenwerken en vernieuwen over sectorgrenzen heen zit diep in DNA en passies van de visserij én van Nederland. Het is onlosmakelijk met elkaar verbonden en hier ligt de ultieme kans voor het nieuwe verhaal dat bijdraagt aan bewonerstrots, aan meer mensen die kiezen om te werken in de vissector, meer studenten die kiezen voor vis-gerelateerde opleidingen, meer bezoekers uit regio als daarbuiten die vis in welke vorm dan ook willen beleven en bezoeken en hierdoor een bijdrage leveren aan leefbaarheid en lokale voorzieningen. Ze doen er hun boodschappen, gaan ergens lunchen en bezoeken cultuur en erfgoed en zorgen met hun uitgaven voor dat voorzieningen in stand blijven of kunnen groeien. Dit verhaal maken we samen en dragen we samen met trots uit. Vanuit het principe van eenheid in verscheidenheid en trots op de diversiteit tussen de regio’s. Dit versterkt het geheel én alle percelen afzonderlijk.

Het vormt een impuls door de krachten en middelen te bundelen in een samenwerking tussen bedrijven, onderwijs, overheden en destinatiemanagementorganisaties landelijk, regionaal en lokaal. Voorbeelden zijn de Nieuwe Hollandse Waterlinies en Hanzesteden. Een samenwerking gericht op een duidelijke profilering van “Nederland, een sterke visserij regio met traditie en een vooruitziende blik”, door de identiteit en reuring van visserijgemeenschappen (met een ‘colour locale’) zichtbaar en vindbaar te maken. Een effectieve wijze om de impact van de regiospecifieke investeringen middels het VOP, zowel in reuring rond de havens als in verzilvering van het erfgoed, gebundeld te vergroten opdat het niet versnipperd blijft.

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

70

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) OMSCHRIJVING MAATREGEL Binnen het Visserij Ontwikkel Plan (VOP) is beleving het richtinggevende verhaal over de Nederlandse viscultuur. Een verhaal dat aansluit bij de kernwaarden waar de vissector en visserijgemeenschappen voor staan. En dat een voorbeeld is hoe we op basis van een rijke vishistorie en -ervaring inventief omgaan met de uitdagingen van de vissector en visserijgemeenschappen van morgen. Aan het landelijke overkoepelende verhaal zijn onderliggende regio/lokale -verhalen gekoppeld, gebaseerd op het regionale DNA en regionale en lokale waarden. Zo creëren we eenheid in verscheidenheid. Hierdoor doen we recht aan de context van het VOP. Wat is een overkoepelend verhaal? Verhalen zijn aanjagers van positieve verandering. Verhalen raken emoties, helpen ons de wereld te begrijpen, bieden hoop en motivatie en dragen bij aan dat we anders gaan kijken en andere keuzes maken. Verhalen vertellen de kern en emotie van wat de huidige situatie is, waarom we willen veranderen en wat daarin belangrijk is en waarin we geloven. In verhalen is plaats voor succes en groei als ook voor hobbels. Goede verhalen bevatten urgentie, perspectief, gemeenschappelijkheid en verbinding met hoe deelgenoten van het verhaal kunnen bijdragen. Verhalen hebben vertellers, relevantie, consistentie en onderscheidend vermogen nodig.

Daarom is het samen maken van verhalen zo belangrijk. Dat is de manier om verhaal eigen te maken en er staan altijd leiders op, bestuurders en vooral ook lokale helden die het gezicht van het verhaal worden. Niets raakt beter dan persoonlijke verhalen. Een krachtig verhaal bouw je op vanuit een sterke identiteit. Het belevingsplan ‘Nederlandse Visserij Identiteit’ in het VOP bestaat uit vier complementaire ‘lagen’. Deze ‘lagen’ hebben betrekking op het VOP als geheel, als op haar onderdelen. Schematisch ziet dit als er volgt uit:

BPV ALS GEHEEL

Nederland, een sterke visserijregio met traditie en een vooruitziende blik

PERSPECTIEF

PROPOSITIES

BESTAANDE MERKEN

Regio's

Bezoekerseconomie en lokale trots versterken via VOP Kavels gericht op beleving

Zeeland, Visit Wadden, NL brand

Bovenregionaal

Vernieuwings impuls visserijonderwijs

Vissector Visserij van morgen aantrekkeljk werkgeverschap Innovatie

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

BPV, NL Brand, 5 BPV regio's

71

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) TOELICHTING OP DE LAGEN We bouwen het verhaal per laag en in samenhang met elkaar in drie fases op: • Fase 1 Het formuleren van de centrale belofte en bijbehorend koepelverhaal, in samenhang met alle lagen. • Fase 2 Het ‘laden’ van het verhaal • Fase 3 Het voorbereiden van het ‘onderhouden’ en ‘activeren’ van het verhaal Elke fase wordt hieronder toegelicht. FASE 1 - HET FORMULEREN VAN DE CENTRALE BELOFTE EN BIJBEHOREND KOEPELVERHAAL, IN SAMENHANG MET ALLE LAGEN. 1.1 BPV als geheel 18 Nederlandse gemeenten en 6 betrokken provincies. Elk met unieke visondernemers en visserijgemeenschappen, verbonden in het verleden, heden en toekomst. En bovenal het kloppend hart voor vis en verbinding met de zee. Elk bijzonder en uniek, samen potentieel een sterk verhaal. Een verhaal dat van hen allemaal is: visclusters van ondernemers en opleiders, bewoners, attracties (denk aan gastronomie, musea, erfgoed, visevenementen) en betrokken organisaties. Samen bouwen we dit verhaal, dit huis. De eerste laag is om op basis van bestaande uitwerkingen, zoals de BPV almanak, de waarden en de centrale belofte te formuleren die in alle lagen doorvertaald wordt ten behoeve van consistent en consequent aan herkenbaarheid te werken.

We maken in de eerste stap gebruik van richtinggevende bronnen, zoals de BPV almanak voor strategische positionering en het merk “the Netherlands”. Dit is van belang omdat ons merk zowel voor Nederland als destinatie voor bezoekers als Nederland als bestemming voor investeringen, handel, innovatie (topsectoren), studeren en werken benut wordt als hét centrale verbindende merk. The Netherlands staat voor de waarde hechten aan vrijheid, transparantie en duidelijkheid, aan altijd zoeken naar innovatieve en pragmatische oplossingen, win-win oplossingen en samenwerkingen die sector- en geografische grenzen overstijgen. Een voorbeeld is de New Dutch beweging, een internationaal platform voor Nederlandse innovaties, van nieuwe meesters en nieuwe iconen. De tweede stap is het formuleren van bijbehorende koepelverhaal. Een korte krachtige tekst waarin waarden en belofte terugkomen. We maken hierbij de verbinding met water, de kust, erfgoed en innovatie, de passies waar Nederland voor staat. Mooi voorbeeld hiervan is de lijn “Water in Nederland” van het NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen). 1.2 Perspectief regio’s Voor de regio’s doorlopen we per regio dezelfde twee stappen zoals beschreven onder Ad 1. met per regio betrokken belanghebbenden.

In deze stap maken we per regio de verbinding met bestaande regionale én lokale verhalen en merken (zoals regionaal Fryslân, Visit Wadden, Zeeland en lokaal zoals Harlingen, Scheveningen, Urk, Den Oever etc.) en de couleur locale. Dit levert op regionaal en lokaal niveau de doorvertaling van de belofte op en per regionaal/lokaal een koepelverhaal. De volgende stap vormt een analyse van de ‘laag’ regionale proposities (VOP percelen en eventueel bestaand aanbod) en de mate waarin het past bij de beloftes (iconisch, speciaal of basis). Dit levert een overzicht op van het aanbod en bewijslast en maakt zichtbaar waar ontwikkeling mogelijk is. Dit biedt input voor de vervolgfase “het laden van het verhaal”.

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

72

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) 1.3 Perspectief bovenregionaal Voor het bovenregionale perspectief doorlopen we dezelfde stappen zoals beschreven onder Ad 1.1. Zowel voor vernieuwingsimpuls onderwijs als voor vissector als geheel gericht op het zichtbaar maken van de vernieuwing (slimmer op zee, korte ketens, digitalisering, robotisering, duurzamer en sneller op het bord, aantrekkelijk werkgeverschap etc.). Natuurlijk zijn er regionale verschillen. Bovenregionaal is het noodzaak om de vernieuwing gezamenlijk zichtbaar te maken voor samenhang en impact op doelen zoals onderwijsinstroom en aantrekkelijk werkgeverschap. Deze fase levert ook voor deze domeinen een doorvertaling van de belofte en koepelverhaal op. Het zichtbaar maken van de duurzame vernieuwing aan bezoekers wordt expliciet onderdeel van fase 2 en 3. FASE 2 - HET ‘LADEN VAN HET VERHAAL’ De vorige fase wordt gekenmerkt door van binnen naar buiten te redeneren, vanuit identiteit. Deze stap staat in het teken van buiten naar binnen, naar het inspelen op trends en ontwikkelingen en behoeftes voor vraagontwikkeling en reputatieversterking.

Met de output van de vorige fase als basis en inspiratiebron (inspireren, versterken en uitdragen) in de hand, leggen we het fundament voor het laden van het verhaal voor vraagontwikkeling en/of reputatieversterking voor elke ‘laag’ door middel van (marketing)communicatie voor activatie. 2.1 Perspectief regio’s Voor de regio’s en gemeenschappen is deze (marketing)communicatie gericht op bewoners en bezoekers die geïnspireerd worden - en bij de hand genomen worden - om (te selecteren) aanbod van het gebied (nader) te ontdekken en te verkennen. Dit kan met sprekende (bestaande en mogelijk nieuwe) verhaallijnen en aantrekkelijke beelden, over de verschillende regio’s gebaseerd op het DNA van de regio’s en gemeenschappen die vertellen over het verleden, het heden en de toekomst van viscultuur. Per regio wordt een plan van aanpak (marketing)communicatie opgesteld vanuit het VOP inclusief kwantitatieve doelstellingen (meer bewonerstrots, meer bezoek e.d.). Hierbij wordt zo veel als mogelijk uitgegaan van wat er al is in de regio’s zoals bestaande marketingcommunicatiestrategieën en middelen voor het verleiden van bewoners en bezoekers hun destinatie te bezoeken en bijbehorende middelen (websites, campagnes, verhaallijnen, informatiepunten e.d.).

Dit betekent dat de verbinding gemaakt wordt per regio en lokaliteit met bestaande (marketing)communicatie strategieën zodat ‘vis’ ingebed wordt in bestaande aanpakken. Voor de hand liggende onderwerpen zijn het visserijverleden en wat daarvan nog is terug te vinden in de cultuur van een regio (taal, kunst, landschap, eten, drinken, erfgoed, bebouwing, evenementen, routes, musea, lezingen e.d.… ), maar ook het verhaal van hoe de visserijsector zich in het gebied door de tijd heeft ontwikkeld en haar betekenis voor het gebied, uitmondend in de transitie waar ze nu voor staat (inkrimping, vergroening, verduurzaming) met de gekozen VOP percelen als bewijs (verbinding met onderwijs, innovatie, werkgeverschap). Zo zijn er vele verhalen te vertellen. Elk met hun eigen regionale en lokale invulling. Per regio wordt de merkgids aangepast voor gebruik voor toepassing in vraagontwikkeling. Hierbij wordt ook de (visuele) verbinding gemaakt met het overkoepelende verhaal. In de gids staan uitgangspunten en afspraken met betrekking tot gebruik van de gids voor merkactivatie. De keuze voor passende doelgroepen, media inzet e.d.kan per regio’s verschillen. Elke regio zal zelf afspraken moeten maken over organisatie en borging van de uitvoering van de marketingcommunicatie (de activatie) binnen haar regio.

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

73

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) De dienstverlening vanuit het VOP begint en eindigt met het op weg helpen via een klankbordfunctie om tot een effectief plan te komen en met het aanbieden van een gereedschapskist en begeleiden hoe deze gebruikt kan worden. De gereedschapskist kunnen de regio’s inzetten in hun eigen marketingcommunicatie, ieder in eigen tempo en intensiteit via nog te maken afspraken (op basis van arrangementen/dienstverlening). Van het maken van een visuele verbinding (‘part of’-gedachte) tot teksten, fotografie, video, (school)presentaties e.d.). De aanpak, opgesteld door partners binnen de Hollandse Waterlinie, geeft een goede indruk hoe dit werkt. Daarnaast kunnen de regio’s gebruik maken van bestaande reguliere dienstverlening van NBTC (leefstijlgids, leidraden, workshops bestemmingsmanagement, intelligence e.a.) dat niet binnen deze opdracht valt. Dit geldt natuurlijk ook voor de reguliere dienstverlening van bijvoorbeeld Visit Wadden voor Noord-Nederland en Kop van Noord-Holland. 2.2 Perspectief bovenregionaal Voor de vissector en voor vernieuwingsimpuls visserijonderwijs worden dezelfde stappen doorlopen zoals beschreven onder ad 2.1. De communicatie is voor het geheel, te denken valt aan aantrekkelijk werkgeverschap voor het aantrekken van werknemers (gezamenlijke campagnes) en voor reputatieversterking van de sector.

Het resultaat is een plan van aanpak inclusief doelstellingen en bijbehorende middelenmix (website, socials, evenementen, ontvangen van internationale missies en delegaties e.d.) die gezamenlijk een herkenbaar podium vormen voor het profileren en etaleren van de vernieuwing van de sector en voor dialoog: slimmer op zee, korte ketens, robotisering, duurzamer en sneller op het bord etc. en dat geladen wordt vanuit de agenda van BPV en vanuit de wisselwerking met de regio’s waar de bewijslast ligt vanuit de VOP-percelen. Een gezamenlijk podium dat alle regio’s sterker maak. Out of scope is vis-product-promotie. De plannen van aanpak onder Ad 2.1 en Ad 2.2 worden onderdeel van het uitvoeringsplan 2026-2030. FASE 3 - HET VOORBEREIDEN VAN HET ‘ONDERHOUDEN’ EN ‘ACTIVEREN’ VAN HET VERHAAL Deze fase is gericht op het organiseren van de wisselwerking tussen de ‘lagen’ zowel inhoudelijk als organisatorisch. Inhoudelijk betekent voor de ‘regio’ laag het bepalen van overkoepelende initiatieven zoals een ambassadeursprogramma, events en gezamenlijke campagnes (bijvoorbeeld inkomende persreizen of campagnes in doelmarkten van NBTC via “the Netherlands” merk) die passen bij de kernwaarden.

Voor het bovenregionale betekent dit het opstellen van een plan van aanpak voor de activatie om de bewijsvoering uit de bijbehorende proposities (regionaal – bovenregionaal) consistent en consequent te communiceren. De aanpak wordt onderdeel van het uitvoeringsplan 2026-2030. Na fase 3 gaan we over naar de uitvoering. Deze staat gepland vanaf januari 2026. 3.1 Organisatie van maatregel Werkgroep VOP heeft Merk Fryslân en NBTC gevraagd de totstandkoming van dit plan te begeleiden en na formalisering in opdracht van BPV de lead te nemen in fase 1, 2 en 3. Er wordt een werkgroep geformeerd met alle belanghebbenden en op verzoek wordt deze geleid door NBTC/ Merk Fryslân. De samenstelling van de werkgroep varieert voor fase 2 qua samenstelling per regio en per bovenregionaal perspectief. Er wordt gerapporteerd aan de bestuurlijke trekker van het belevingsplan.

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

74

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) Per regio is het randvoorwaardelijk dat een organisatie, zoals een DMO, aansluit en regionaal bestuurlijk gelegitimeerd kan optreden voor de VOP Kavels gericht op beleving en bezoekerseconomie. De coördinatie per regio wordt door de regio zelf opgepakt en gefaciliteerd en is derhalve niet opgenomen in de begroting. Deze organisatie wordt in fase 3 gefaciliteerd door NBTC/Merk Fryslân hoe de verbinding geborgen kan worden teneinde het stokje zelfstandig over te nemen. Dit geldt ook voor de bovenregionale onderdelen. Dit past in de impulsgedachte van het VOP én bij idee dat regio’s zelf als ‘productowner’ sturen op vraagontwikkeling. Tevens behoeft de gereedschapskist onderhoud en ondersteuning in het toepassen ervan. Er zullen in fase 3 hierover afspraken gemaakt moeten worden. Ook zullen er afspraken gemaakt worden over de uitvoering van de overkoepelende plan van aanpak en initiatieven en wie welke rol hierin iedereen heeft en welke kwantitatieve doelstellingen we eraan koppelen. Het vertrekpunt is dat eigenaarschap belegd is bij trekkers van de percelen. Dus bijvoorbeeld als er gekozen wordt voor een onderwijscampagne voor instroom dan biedt de merkgids en gereedschapskist de basiselementen daarvoor. De organisatie ligt in dit voorbeeld bij de vernieuwingsimpuls visserijonderwijs.

Afronding van fase 3 vormt een evaluatiemoment voor de rol en inbreng van NBTC/Merk Fryslân voor een uitvoeringsplan voor de periode 2026-2030. Mede te bepalen op basis van de gezette stappen tot dit moment en opgedane ervaringen. 3.2 Rolverdeling NBTC/Merk Fryslân Het NBTC vervult de landelijke rol in relatie tot het overkoepelende verhaal en de bovenregionale perspectieven. Merk Fryslân heeft veel ervaring opgedaan met bestemmingsmanagement in het Waddengebied en verzorgt als koploper de regionale/lokale invulling van het VOP in de twee visregio’s in Noord-Nederland. Samen waarborgen NBTC/Merk Fryslân de verbinding tussen de lagen en treden ze in het gehele proces op als ervaringspartner voor de regionale en lokale spelers. Zeker in de opstartfase hanteren we ‘practice what you preach’. NBTC en Merk Fryslân delen als graag hun voorbeelden en aanpak als inspiratie voor de andere regio’s. In de werkgroep worden het overkoepelende verhaal, de overkoepelende marketingcommunicatie ontwikkeld en een advies voor het vervolg na fase 3 opgesteld voor het BPV.

3.3 Rolverdeling • NBTC zal als nationale organisatie zorgdragen voor de overkoepelende coördinatie en (laten) produceren van regio overstijgende onderdelen (ontwikkelen overkoepelend verhaal, campagnes doelmarkten, verbinding met NL merk en zoals beschreven bestaande NBTC dienstverlening) en verbinding leggen met uitvoerende organisaties in de regio’s die nog niet aangehaakt zijn. • Merk Fryslân/Visit Wadden zal de regionale invulling van het VOP voor haar rekening nemen voor de regio’s Noord / Kop van Noord-Holland. Door de ruime kennis en ervaring met regionaal bestemmingsmanagement kan Merk Fryslân een voortrekkersrol innemen richting andere regio’s en op basis van intervisie de andere regio’s inspireren om aan de slag te gaan met het project. • Voor de regio’s Urk, Hollandse Haringkust en Zuidwest Nederland worden regionale organisaties benoemd die vergelijkbaar met Merk Fryslân in Noord-Nederland de trekkersrol in de betreffende regio kunnen invullen. • Elke regio is verantwoordelijk voor het betrekken en faciliteren van regionale en lokale partners.

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

75

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) NAGESTREERFDE DOELEN EN EFFECTEN Dit plan draagt met krachtige profilering en communicatie bij aan de reputatie van Nederland als een sterke visserij regio met traditie en een vooruitziende blik met dito resultaat. Dus meer bewonerstrots, meer bezoekers passende bij de regio’s en daardoor levert het plan een bijdrage aan behoud van lokale voorzieningen, meer instroom van studenten en werknemers die kiezen voor de vissector. Daarnaast vindt het VOP Belevingsplan aansluiting bij de agenda’s zoals: • NL: Reputatieversterking NL onder andere via de New Dutch platform voor Nederlandse innovaties. The Netherlands branding. • Regionaal en lokaal: Regionale agenda’s voor versterking van bezoekerseconomie waarbij bezoek en toerisme bijdraagt aan maatschappelijk opgaves zoals versterking van gemeenschappen en brede welvaart. VORMGEVING MAATREGEL Bij het vormgeven van dit Plan van Aanpak zijn de volgende partijen betrokken geweest: • • •

De visserijregio’s vertegenwoordigd in de werkgroep ‘Beleving’ (Hollandse Haringkust, Zuidwest Nederland, Kop van Noord-Holland). Ministerie LNV Merk Fryslân en NBTC als penvoerders en experts namens de werkgroep ‘Beleving’.

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

76

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) PLANNING EN UITVOERBAARHEID Stap

Periode

Resultaat

Voorbereiding start

Tot zomer 2024

- Nadere uitwerking plan van aanpak beleving - Overeenkomst met NBTC/Merk Fryslân - Formering en opstarten werkgroep(en) - Planning vervolgfase definitief

Fase 1. De centrale September – december 2024 belofte en bijbehorend koepelverhaal formuleren in samenhang met alle lagen.

Oplevering van een gids met de overkoepelende verhalen op elk niveau in samenhang met elkaar en met de BPV almanak. Met feiten en cijfers en voorbeelden.

Fase 2. Het ‘laden’ van het verhaal

PvA marketingcommunicatie per regio en bovenregionale onderdelen inclusief merkgids voor vraagontwikkeling, reputatieversterking en verbinding met het overkoepelende verhaal.

Januari tot en met mei 2025

Bepalen, ontwikkelen en uitleveren van gereedschapskist, bijbehorende arrangementen en afspraken over bijbehorende dienstverlening. Fase 3. Het voorbereiden van ‘onderhouden’ en ‘activeren’ van het verhaal

Kwartaal 2/3 2025

Uitwerking communicatieconcept en middelen (tekst/beeld/video e.d.). Afspraken over inhoudelijke en organisatorische wisselwerking tussen regio’s/gemeenten en de vissector en BPV en de (financiële) betekenis hiervan voor de periode 2026-2030. Advies over vervolg: onderhoud op en ondersteuning in toepassing van gereedschapskist inclusief begroting 2026-2030. Besluitvorming vervolgfase.

Uitvoeringsplan voor de periode 2026-2030

2026-2030

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

Vastgesteld plan

77

BPV Visserij Ontwikkel Plan (VOP) FINANCIËLE CONSEQUENTIES (INDICATIEF) Betreft tijdelijke financiering van het viscluster gericht op versterking van en bedding in het bredere kennis- en innovatie ecosysteem voor het groenblauwe domein. PLAN VAN AANPAK 2024 T/M 2030 (6 JAREN) - AFGERONDE, INDICATIEVE BEDRAGEN Uitvoeringslijn (bedragen in k€)

2024

Fase 1 - De centrale belofte en bijbehorend koepelverhaal formuleren in samenhang met alle lagen.

60

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal 60

Fase 2 - Het ‘laden’ van het verhaal

50

50

Fase 3 - Het voorbereiden van ‘onderhouden’ en ‘activeren’ van het verhaal

175

175

Uitvoeringsplan voor de periode 2026-2030 Totaal

343

343

343

343

343

1715

60

225

343

343

343

343

343

2000

Bijdrage (k€)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

VOP (bijdrage LNV)

30

112,5

171,5

171,5

171,5

171,5

171,5

1000

BPV regio’s

30

112,5

171,5

171,5

171,5

171,5

171,5

1000

Totaal

60

225

343

343

343

343

343

2000

DEKKING

koepelplan ‘beleving van de nederlandse visserijidentiteit’

78

VERANTWOORDING

COLOFON Het Visserij Ontwikkel Plan is samengesteld door een BPV werkgroep onder leiding van de transitiemanager Martin Scholten (Imagro). De BPV werkgroep bestaat uit de volgende leden: - Jaap Broodman (provincie Zeeland), namens regio Zuidwest-Nederland - Hielke Venema (gemeente Den Haag), namens regio Hollandse Haringkust - Marjan Nicolay-Mosk (gemeente Texel), namens regio Kop van Noord-Holland - Theo Soeten (Provinsje Fryslân), namens regio Noord-Nederland - Petra ter Voert-Arxhoek (provincie Flevoland), namens regio Urk Er heeft regelmatig bestuurlijke afstemming plaats gevonden met een BPV Stuurgoep VOP, onder leiding van BPV voorzitter Jo-Annes de Bat (gedeputeerde provincie Zeeland).

De BPV stuurgroep VOP bestaat voorts uit de leden: - Henk van Putten namens regio (wethouder gemeente Goeree-Overflakkee), regio Zuidwest-Nederland - Jacco Knape namens regio (wethouder gemeente Katwijk), regio Hollandse Haringkust - Robert Leever namens regio (wethouder gemeente Hollands Kroon), regio Kop van Noord-Holland - Arjen Nolles namens regio (wethouder gemeente Het Hogeland), regio Noord-Nederland - Nathanaël Middelkoop namens regio (wethouder Urk, vice-voorzitter BPV), regio Urk De BPV werkgroep heeft intensief contact gehad en afgestemd met het VOP team van LNV, bestaande uit: - Fabian Wondergem - Jeroen Loog - Jeroen Franssen Vormgeving en opmaak van het VOP is verzorgd door Imagro, Ottersum

Colofon

80

PROCES OM TE KOMEN TOT HET VOP Het VOP is ontwikkeld door BPV in nauwe afstemming met LNV, in een gezamenlijke zoektocht zoals voorzien in de kaderbrief van LNV aan BPV. Een ambtelijke BPV werkgroep van regiocoördinatoren, onder leiding van een onafhankelijke transitiemanager, is ingesteld om de VOP in overleg met betrokkenen te ontwikkelen. Deze werkgroep heeft geopereerd onder aansturing van een stuurgroep vanuit BPV, geleid door de voorzitter (zie colofon voor de personele samenstelling). In elk van de vijf regio’s is een regionaal bestuurlijk overleg georganiseerd, met van elke BPV gemeente een wethouder of burgemeester en van elke provincie een gedeputeerde. De vijf gekozen voorzitters van het regionaal bestuurlijk overleg vormen als BPV Stuurgroep VOP het nationaal overleg o.l.v. de voorzitter van BPV. De ambtelijke ondersteuning in de ontwikkeling van het Concept VOP is per regio gecoördineerd door een regio-coördinator. De 5 regiocoördinatoren werkten in de BPV werkgroep VOP samen met de onafhankelijke transitiemanager aan de afstemming om te komen tot een integraal samenhangende VOP van nationale betekenis. Met deze opzet is geborgd dat er een brede en gecommitteerde betrokkenheid is van alle BPV bestuurders bij de totstandkoming van het VOP.

De hele exercitie om te komen tot het VOP heeft een sterke impuls gegeven aan het gezamenlijk gesprek over de ontwikkelingen op basis van een toekomstbeeld voor de visserij, vissector en visserijgemeenschappen binnen de regio’s. Gedurende de gehele looptijd van de ontwikkeling van de VOP is er geregeld, intensief en waardevol ambtelijk overleg en afstemming geweest tussen de BPV Werkgroep VOP en een team van LNV-ambtenaren betrokken bij de VOP. Een eindversie van de VOP is bestuurlijk besproken en afgestemd in een bestuurlijk overleg tussen LNV en BPV.

Proces om te komen tot het VOP

81

BPV

Visserij Ontwikkel plan (VOP) - Februari 2024

© Bestuurlijk Platform Visserij 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13949755/1