Bijlage - Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Tekst van het document
27-11-2023
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag Analyse van het financieel instrumentarium voor de realisatie van grootschalige warmtenetten.
I. Managementsamenvatting
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
De inzet van instrumenten vergroot het aantal aansluitingen en verlaagt de maatschappelijke kosten. Dit vraagt een substantiële gemeentelijke bijdrage.
27-11-2023
Wij analyseerden de businesscase van vier deelgebieden in Den Haag. Dit deden wij door een basis businesscase op te stellen en de impact van diverse sturingsinstrumenten hierop te onderzoeken. Het combineren van alle sturingsmaatregelen biedt inzicht in het ‘best case’ scenario. Hieruit volgt dat inzet van instrumenten leidt tot meer aansluitingen tegen lagere maatschappelijke kosten. De gemeente Den Haag vroeg ons om een verdiepende analyse uit te voeren op de businesscase van grootschalige warmtenetten voor vier deelgebieden in Den Haag: 1) Oude stad/Centrum, 2) Bouwlust/Vrederust en Leijenburg/Vruchtenbuurt, 3) Schilderswijk en 4) Moerwijk/Zuid-West. Het vertrekpunt voor deze verdieping was de technische en economische haalbaarheidsstudie die Royal HaskoningDHV medio 2023 uitvoerde.
Dit rapport geeft antwoord op de volgende twee vragen: • Hoe ziet de basis businesscase van het warmtebedrijf eruit, zonder inzet van instrumentarium? En wat betekent dit voor de netto investeringskosten voor woningeigenaren? • Welke sturingsinstrumenten kan de gemeente inzetten om de businesscase van het warmtebedrijf te verbeteren en om de netto investeringskosten voor woningeigenaren te verlagen? Onze verdieping op deze twee deelvragen leidt tot de volgende conclusies: • De realisatie van grootschalige warmtenetten in de vier deelgebieden in Den Haag vraagt forse investeringen van warmtebedrijven en woningeigenaren: • In de basis businesscase zijn de totale maatschappelijke kosten €1,3 miljard euro voor het aansluiten en aardgasvrij maken van 73.000 woningen. • De businesscase van warmtebedrijven heeft zonder inzet van instrumenten een onrendabele top. Het dekken hiervan leidt tot eenmalige aansluitkosten voor woningeigenaren. • In de basis businesscase zijn de netto investeringskosten voor woningeigenaren om aan te sluiten op het warmtenet en volledig aardgasvrij te worden hierdoor gemiddeld €14.200 euro per woning. • De inzet van sturingsinstrumenten door de gemeente – en maximale toekenning van de WIS-regeling – leidt tot een verbetering van de businesscase van het warmtebedrijf en verlaging van de netto investeringskosten voor woningeigenaren.
Hierdoor sluiten meer woningen aan voor minder totale maatschappelijke kosten dan in het basis scenario: • In het best case scenario zijn de totale maatschappelijke kosten €1,2 miljard euro voor het aansluiten en aardgasvrij maken van 86.000 woningen. • In het best case scenario leidt de combinatie van sturingsinstrumenten en maximale toekenning van de WIS-regeling tot een halvering van de netto investeringskosten voor woningeigenaren tot gemiddeld €6.900 euro per woning. Met een directe investeringssubsidie kan de gemeente dit bedrag voor particuliere woningeigenaren verder verlagen. • Uitkomen op (ter illustratie) €2.000 euro netto investeringskosten per particuliere woningeigenaar vraagt inzet van de WGIW en de volgende verdeling van alle maatschappelijke kosten: • €535 miljoen euro van het Rijk door maximale toekenning van beschikbare Rijkssubsidies (ISDE, SAH en WIS). • €308 miljoen netto investeringskosten door de woningcorporaties om hun woningen aan te sluiten en aardgasvrij te maken. • €295 miljoen inbreng van de gemeente voor vollooprisicodekking en directe investeringssubsidie particulieren, plus €116 miljoen voorfinanciering (revolverend). Dit is jaarlijks €18,3 miljoen. • €80 miljoen netto investeringskosten door particuliere woningeigenaren om hun woningen aan te sluiten en aardgasvrij te maken.
• Om 45.000 woningen aan te sluiten en volledig aardgasvrij te maken halveren deze bedragen.
3
Managementsamenvatting
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Overzicht impact en kosten van inzet instrumentarium in de best case ten opzichte van het basisscenario
27-11-2023
Onderstaande tabel presenteert een overzicht van de resultaten in het basisscenario en best case scenario, zowel voor de vier deelgebieden in totaal als op basis van een gebied van 45.000 aansluitingen.
4
Basisscenario (vier deelgebieden)
Best case scenario (vier deelgebieden)
Basisscenario (obv 45.000 aansluitingen)
Best case (obv 45.000 aansluitingen)
R1
Aantal aansluitingen
73.000
86.000
45.000
45.000
R2
Waarvan particulieren
27.000
40.000
16.500
21.000
R3
Waarvan corporatiewoningen
46.000
46.000
28.500
24.000
R4
Rijk: toekenning ISDE en SAH
€274 miljoen (maximaal)
€323 miljoen (maximaal)
€169 miljoen (maximaal)
€169 miljoen (maximaal)
R5
Rijk: Toekenning WIS-regeling
Geen
€212 miljoen (maximaal)
Geen
€131 miljoen (maximaal)
R6
Gemeente: inzet WGIW
Nee
Ja
Nee
Ja
R7
Gemeente: Voorfinanciering (revolverend)
Geen
€116 miljoen
Geen
€61 miljoen
R8
Gemeente: Vollooprisicodekking
Geen
€96 miljoen
Geen
€50 miljoen
R9
Netto investeringskosten woningeigenaar
€14.200
€6.900 (na maatregelen)
€14.200
€6.900 (na maatregelen)
R10
Totale investeringskosten alle woningen
€1.040 miljoen
€588 miljoen
€639 miljoen
€308 miljoen
R11
Investeringskosten corporatiewoningen
€648 miljoen
€308 miljoen
€405 miljoen
€166 miljoen
R12
Gemeente: directe investeringssubsidie particulieren (ter illustratie - verlagen investering tot €2.000)
€337 miljoen
€199 miljoen
€202 miljoen
€103 miljoen
R13
Jaarlijkse kosten gemeente (voor de eerste 15 jaar)
€22,5 miljoen
€18,3 miljoen
€13,5 miljoen
€9,5 miljoen
R14
Totale maatschappelijke kosten (R4 + R5 + R8 + R10)
€1.314 miljoen
€1.219 miljoen
€808 miljoen
Overzicht resultaten
€658 miljoen
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Inhoudsopgave
27-11-2023
1. Achtergrond analyse verdiepende businesscase warmtenetten
8
2. Basisprincipes businesscase warmtenetten
12
3. Uitgangspunten verdiepende analyse
19
4. Risicoparagraaf bij de in dit rapport gepresenteerde resultaten
23
5. Resultaten basis scenario voor de vier deelgebieden
27
6. Instrumentarium en impact per instrument • A: WGIW • B: WIS • C: Voorfinanciering • D: Vollooprisicodekking • E: Directe investeringssubsidie woningeigenaar
32 34 37 40 45 49
7. Best case scenario voor de vier deelgebieden
52
8. Lasten gemeente bij inzet instrumenten best case scenario
59
9. Samenvatting van de conclusies
62
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Begrippenlijst (1/2)
27-11-2023
Begrip
Omschrijving
Aansluitpercentage
Het percentage van de potentiële aansluitingen binnen een bepaald gebied dat daadwerkelijk aansluit op het warmtenet.
ACM
Authoriteit Consument en Markt, controlerende autoriteit op gebied van bescherming van consumenten. ACM stelt onder andere jaarlijks de maximale tarieven voor warmte en de rendementsmonitor vast.
BAK
Bijdrage aansluitkosten, in dit rapport bedoeld als sluitpost in de businesscase van het warmtebedrijf die gelijk staat aan de onrendabele top (ORT) in deze businesscase. Deze resultante van de berekening is tevens de eenmalige bijdrage die een woningeigenaar betaalt aan het warmtebedrijf om aan te sluiten op het warmtenet (excl. BTW).
Businesscase
Financiële doorrekening en NCW-bepaling van een investering, toekomstige kasstromen die hieruit volgen en afgebakend binnen een bepaalde tijdshorizon.
CAPEX
Investeringslasten, lasten die gemaakt worden t.b.v. de realisatie van een energiesysteem. Denk hierbij bijvoorbeeld aan investeringen in de warmteleidingen en ontwikkelkosten.
EIA
EnergieInvesteringsAftrek, aftrekbare investeringen voor energiepartijen die investeren in energievoorziening.
GJ
Eenheid warmte, staat gelijk aan ongeveer 32 m³ gas of 277 kWh.
HT
Hoge temperatuur, circa 90 graden Celsius
ISDE
InvesteringsSubsidie Duurzame Energie, subsidie voor particuliere woningeigenaren t.b.v. investeren in diverse verduurzamingsmaatregelen van hun woning.
LT
Lage temperatuur, circa 40 graden Celsius
Maatschappelijke kosten
In dit rapport bedoeld als de kosten die alle maatschappelijke stakeholders moeten maken om grootschalige warmtenetten te realiseren. Dit zijn: subsidiekosten voor het Rijk, netto investeringskosten voor woningeigenaren om aan te sluiten en volledig aardgasvrij te worden en de kosten voor de gemeente voor de inzet van maatregelen.
MT
Midden temperatuur, circa 60 graden Celsius
NCW
Netto contante waarde, drukt de waarde van alle toekomstige kasstromen uit op huidige prijspeil. De toekomstige kasstromen zijn verdisconteerd tegen de rendementseis van het warmtebedrijf. Bij een NCW die lager is dan €0 kunnen de investeringen niet terugverdiend worden door de toekomstige kasstromen en is de businesscase onrendabel.
Netto investeringskosten
In dit rapport bedoeld als de eenmalige investering die de woningeigenaar onder aan de streep moet doen. Dit omvat alle investeringskosten voor de woningeigenaar, zoals de BAK, het overstappen van koken op gas naar koken op inductie en BTW. Eveneens bevat dit bedrag de subsidies waarop woningeigenaren een beroep kunnen doen.
asd
6
Verdiepende analyse deelgebieden Den Haag
Begrippenlijst (2/2)
27-11-2023
Begrip asd
Omschrijving
OPEX
Operationele lasten, lasten die gedurende de exploitatie van het warmtenet gemaakt worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld onderhoud of energielasten voor installaties.
ORT
Onrendabele top. Het deel van de businesscase van het warmtebedrijf dat niet door toekomstige inkomsten terug te verdienen is en daardoor onrendabel is. Een onrendabele top resteert als de NCW lager is dan €0. De BAK is bedoeld om deze onrendabele top af te dekken, waardoor de investering van het warmtebedrijf rendabel wordt.
Out-of-pocket-lasten Kosten die incidenteel gemaakt moeten worden, maar welke in tegenstelling tot revolverende middelen, niet terugvloeien. Revolveren
Het terugvloeien van ingezette middelen.
SAH
Subsidie Aardgasvrije Huurwoningen, subsidie voor verhuurders t.b.v. investeren in verduurzaming van de woningen.
SDE (++)
Stimulering Duurzame Energieproductie, een subsidie t.b.v. opwekking van duurzame energie.
Volloop(percentage)
De capaciteit die een systeem gebruikt ten opzichte van haar ontwerpcapaciteit. Ter illustratie: een net is ontworpen op 1.000 woningen, waarop werkelijk 900 woningen aansluiten heeft een volloop van 90%.
Vollooprisico
Het niet benutte aandeel van de ontwerpcapaciteit van een warmtenet. Ter illustratie: een net ontworpen op 1.000 woningen, waarop werkelijk 900 woningen aansluiten heeft een vollooprisico van 10%.
Volloopsnelheid
Het tempo waarmee een warmtenet haar capaciteit benut. Ter illustratie: 900 woningen verdeeld over een periode van 10 jaar betekent een volloopsnelheid van 90 per jaar.
WCW
Wet Collectieve Warmte, aanstaande wetgeving gericht op het structureren van de warmtemarkt en het stellen van eisen aan de ordening van de markt. Belangrijk onderdelen van deze wet zijn: de voorwaarde van publiek (mede)eigendom, kavelsystematiek, aanwijzingsprocedure, tariefregulering en regulering van leveringszekerheid en duurzaamheid.
WLQ
WarmteLinQ, de transportleiding van warmte van de Rotterdamse haven naar Den Haag.
WOS
WarmteOverdrachtStation, locatie waar warmte overgedragen wordt, vaak van een transportleiding in de regio of stad naar een distributieleiding in de buurt of wijk.
7
Verdiepende analyse deelgebieden Den Haag
27-11-2023
1 Achtergrond analyse verdiepende businesscase warmtenetten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Achtergrond analyse verdiepende businesscase
27-11-2023
Achtergrond vraagstelling en opbouw rapportage.
Achtergrond en vraagstelling aan Fakton Energy
Opbouw rapportage verdiepende businesscase
De gemeente Den Haag heeft als doelstelling om duurzame warmtebronnen op het De Constant Rebecqueplein (CR-plein) tot ontwikkeling te laten komen. Hiervoor zijn 45.000 nieuwe warmtenetaansluitingen nodig. Om dit doel te halen verkent de gemeente Den Haag momenteel de mogelijkheden om grootschalige warmtenetten te ontwikkelen in de stad.
In dit rapport presenteren wij de uitkomsten van deze verdiepende analyse als volgt: • Een algemene toelichting op hoe de businesscase van een warmtenet werkt en welke relatie bestaat tussen de businesscase van het warmtebedrijf en de investeringsopgave voor woningeigenaren om aan te sluiten en volledig aardgasvrij te worden. Deze achtergrond bieden wij in Hoofdstuk 2. • In Hoofdstuk 3 lichten wij toe welke uitgangspunten wij hanteerden bij het opstellen van de businesscase – met het ontwerp van RHDHV als vertrekpunt. Hoofdstuk 4 voorziet vervolgens in een algemene disclaimer bij uitgangspunten en een risicoparagraaf bij de uitkomsten van deze verdieping. • Vervolgens presenteren wij in Hoofdstuk 5 de resultaten van het basis scenario – uitgaande van de uitgangspunten van RHDHV en géén inzet van sturingsinstrumenten door de gemeente. • In Hoofdstuk 6 verdiepen wij op vijf mogelijke instrumenten om de businesscase te verbeteren en/of de investeringskosten voor woningeigenaren te verlagen. • In Hoofdstuk 7 combineren wij deze instrumenten om te komen tot een ‘best case’ scenario voor de businesscase. • In Hoofdstuk 8 vertalen wij de kosten van de gepresenteerde maatregelen in de het ‘best case’ naar de jaarlijkse incidentele en structurele lasten voor de gemeente.
In augustus 2023 voerde Royal HaskoningDHV (RHDHV) een haalbaarheidsstudie uit naar alle potentiële gebieden in Den Haag waar volgens de vastgestelde Transitievisie Warmte grootschalige warmtenetten leiden tot de laagste maatschappelijk kosten om woningen aardgasvrij te maken. Voor deze gebieden maakte RHDHV een netontwerp en kosteninschatting. Deze haalbaarheidsstudie leidde tot een bepaling van zes potentiële concessiegebieden, waarvoor RHDHV in september 2023 een update maakte van het netontwerp en de kosteninschatting. De gemeente Den Haag vroeg Fakton Energy om op basis van het onderzoek van RHDHV een verdiepende businesscase op te stellen voor vier van de zes potentiële concessiegebieden, weergeven op de volgende pagina. Het doel van deze verdiepende businesscase is om inzicht te bieden in de draaiknoppen en risico’s in de businesscase van grootschalige warmtenetten en om te verkennen welke sturingsinstrumenten de gemeente Den Haag kan inzetten om de businesscase te verbeteren.
9
Hoofdstuk 1: Achtergrond analyse
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Achtergrond analyse verdiepende businesscase
27-11-2023
RHDHV kwam in haar onderzoek tot zes geschikte deelgebieden. Op verzoek van de gemeenten verdiepten wij in dit rapport op de businesscase van vier van deze gebieden waar op korte tot middellange termijn bron en/of transportcapaciteit beschikbaar is. De gebieden die RHDHV definieerde kenmerken zich als volgt: • Deelgebied 1 (Oude stad/Centrum) en 4 (Bouwlust/Vrederust en Leijenburg/Vruchtenbuurt) zijn gebieden waar op dit moment Eneco een bestaand warmtenet heeft. • Deelgebied 2 (Schilderswijk) en 3 (Moerwijk/Zuid-West) zijn gebieden waar op dit moment nog geen warmtenet is en waarvoor op relatief korte termijn bron- en/of transportcapaciteit in de buurt gerealiseerd wordt – zijnde de WLQ-transportleiding en het geothermieproject op het CR-plein.
1. Oude Stad, Stationsbuurt en Bezuidenhout 2. Schilderswijk, Transvaal, Groente- en Fruitmarkt en Rustenbrug en Oostbroek 6. Loosduinen, Waldeck en Bohemen
• Deelgebied 5 (Mariahoeve) en 6 (Loosduinen) zijn gebieden waar op dit moment nog geen warmtenet is en waarvoor op middellange termijn ook nog geen bron- en/of transportcapaciteit in de buurt is. De beschikbaarheid van voldoende bron- en/of transportcapaciteit is een technische conditie om grootschalige warmtenetten te realiseren. Omdat deze technische condities nog niet gecreëerd zijn om in deze laatste twee deelgebieden op middellange termijn grootschalige warmtenetten te realiseren, vroeg de gemeente ons in dit rapport te verdiepen op de eerste vier gebieden.
3. Moerwijk, Zuiderpark, Morgenstond en Bouwlust/Vrederust (zuidoost) 4a. Bouwlust/Vrederust (noordwest) 4b. Leijenburg en Vruchtenburg 5. Mariahoeve
10
Hoofdstuk 1: Achtergrond analyse
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Aandachtspunt bij het lezen van dit rapport: resultaten betreffen gemiddelden, geen puntschattingen
27-11-2023
Resultaten zoals weergegeven in deze rapportage tonen frequent één waarde, maar representeren een gemiddeld op een bandbreedte. Context van resultaten en gevoeligheden In deze rapportage tonen wij op basis van verschillende alternatieven, resultaten uitgedrukt in één gepresenteerde waarde. Deze waarde representeert een gemiddelde en betreft geen puntschattingen. De waarden moeten men dan ook lezen als het midden van een bandbreedte. De bandbreedte komt tot stand als gevolg van enerzijds de schaal van de verschillende gebieden, waardoor generaliseren noodzakelijk is op sommige niveaus. Denk hierbij aan bijvoorbeeld kosteninschattingen voor warmteleidingen, die in de werkelijk sterk afhankelijk zijn van de ondergrond en specifieke situatie, maar waarmee wij vanwege de schaal van de gebieden geen rekening hielden. Anderzijds zijn de resultaten onderhevig aan macro-economische en uitvoeringsafhankelijke factoren. Op pagina 26 in deze rapportage geven wij een gevoeligheidsanalyse weer waarin verschillende variabelen beschreven zijn en wij de impact van het wijzigen van de variabelen in beeld brachten.
11
Hoofdstuk 1: Achtergrond analyse
Verdiepende businesscase Warmtenetten Den Haag
27-11-2023
2 Basisprincipes businesscase warmtenetten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Algemene introductie in warmtenetten
27-11-2023
Een warmtenet is één van de oplossingen om de gebouwde omgeving op lange termijn aardgasvrij en duurzaam verwarmd te maken. In dit hoofdstuk geven we een algemene introductie bij de businesscase van een warmtebedrijf en hoe de elementen in de warmteketen met elkaar samenhangen. Aan het eind van deze warmteketen zit de woningeigenaar en eindgebruiker. We lichten daarom ook toe hoe de businesscase van het warmtebedrijf samenhangt met de kosten voor deze woningeigenaar. In dit rapport hanteren wij twee relevante begrippen om het verschil tussen de financiële businesscase voor het warmtebedrijf en de kosten voor de woningeigenaar te duiden. Dit zijn de termen ‘BAK’ en ‘netto investeringskosten’:
Warmtenet
• BAK refereert naar het resultaat uit de businesscase van het warmtebedrijf. RHDHV beschreef dit als de ‘sluitpost van de businesscase’ en doelt hiermee op het feit dat de onrendabele top (ORT) zonder bijdragen door woningeigenaren in veel gevallen primair gedicht wordt met de BAK. De instrumenten die wij in dit rapport beschrijven hebben voornamelijk directe invloed op de hoogte van de BAK. De BAK is tevens de eenmalige bijdrage die de woningeigenaar betaalt aan het warmtebedrijf om aan te sluiten. • De netto investering is de investering die de woningeigenaar onder aan de streep moet doen en houdt rekening met de overige kosten voor de woningeigenaar, zoals BTW of het overstappen van koken op gas naar koken op inductie. Eveneens kijken wij in dit kader naar de subsidies waarop woningeigenaren een beroep kunnen doen, zoals de ISDE en SAH (zie pagina 30). Enkel het laatste instrument, de directe investeringssubsidie, heeft direct invloed op de hoogte van dit bedrag. Voor meer informatie over gebruikte begrippen in dit rapport, verwijzen wij graag naar de begrippenlijst, te vinden in aan het begin van deze rapportage.
13
Toepasselijk wanneer: - Hoge woningdichtheid - Aanwezigheid warmtebron - Minder goed geïsoleerde woningen (HT/MT) - Hybride concepten bij goed geïsoleerde woningen (LT/ZLT)
Hoofdstuk 2: Basisprincipes businesscase warmtenetten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
De warmteketen
27-11-2023
De warmteketen bestaat uit een keten van partijen – van bron/productie, tot transport/distributie en levering naar de woningeigenaar en uiteindelijk de energie afnemer. Onderstaand figuur weergeeft de warmteketen. In dit rapport verdiepen we op de businesscase van het warmtebedrijf (B en C) en de netto investeringskosten voor de woningeigenaar (D).
Iedere partij heeft zijn eigen investeringen, kosten en opbrengsten. Wat kosten zijn voor de ene partij, zijn soms opbrengsten voor de andere partij. In dit rapport verdiepen we op de onderdelen B, C en D van onderstaand overzicht. Waarbij de businesscase van het integrale warmtebedrijf (B en C) bepalend is voor de businesscase van de woningeigenaar (D.). Dit figuur wordt gebruikt als leidraad binnen hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4. De volgende pagina's belichten stapsgewijs de warmteketen uit dit figuur. A. Productie/inkoop van warmte
B. Distributie
C. Levering
D. Vastgoed aanpassen
E. Energiegebruik
Warmteproducent(en)
Netbeheerder
Energieleverancier
Woningeigenaar
Energie afnemer
Investeringen: - Investering productiefaciliteit of bronuitkoppeling - Investering in warmte (en koude) opslag (WKO)
Investeringen: - Investering aanleg tracé (primair, secundair, aansluitleidingen) - Investering pomp- en onderstations
Investeringen: - Piek- en back-upvoorziening(en) - Collectieve levering (blokverwarming) - Individuele afleversets
Exploitatiekosten: - Onderhoud en beheer - Elektriciteitskosten
Exploitatiekosten: - Onderhoud en beheer - Elektriciteitskosten pompen
Exploitatiekosten: - Inkoop warmte - Inkoop transport - Onderhoud en operatie - Administratieve kosten
Investeringen: - Bijdrage aansluitkosten (eenmalig) - Verwijderingskosten gasaansluiting - Overstappen van gas op elektrisch koken - Aanpassen installatietechniek (o.a. leidingen, verzwaren radiatoren) - Eventuele isolatiemaatregelen
Opbrengsten: + Verkoop van warmte
Opbrengsten: + Vergoeding transportkosten + Bijdrage aansluitkosten (eenmalig)
Opbrengsten: + Vergoeding levering warmte + Vergoeding vastrecht + Vergoeding meet- en afrekenkosten + Vergoeding afleverset + Bijdrage aansluitkosten (eenmalig)
14
Exploitatiekosten: n.v.t. Opbrengsten: + Eventuele huurverhoging + Eventuele subsidie woningaanpassingen Besparingen: + Verlaging onderhoudskosten
Hoofdstuk 2: Basisprincipes businesscase warmtenetten
Investeringen:
Exploitatiekosten: - Warmtetarief (€/GJ) - Vastrecht (€/jr) - Meet- en afrekenkosten (€/jr) - Huur afleverset (€/jr) - Extra elektraverbruik koken (€/kWh) Opbrengsten: n.v.t. Besparingen: + Verlaging energielasten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
In de businesscase van het warmtebedrijf berekenen we de onrendabele top 27-11-2023 Deze drukken we uit in de BAK – de eenmalige aansluitkosten per aansluiting. De BAK is het bedrag dat aan de voorkant nodig is aan eenmalige aansluitkosten voor de woningeigenaar om de businesscase van een warmtebedrijf rond te rekenen. In andere woorden is de BAK een bijdrage die woningeigenaren moeten betalen aan een warmtebedrijf om de onrendabele top af te dekken. Investeringen: Het warmtebedrijf investeert in onder andere infrastructuur, piek/back-up installaties en ontwikkelkosten.
Herinvesteringen: Na een aantal jaar moet het warmtebedrijf onderdelen van het systeem vervangen. Hiervoor doet het bedrijf herinvesteringen. Inkomsten: Het warmtebedrijf ontvangt exploitatieinkomsten door de verkoop van de warmte (variabele inkomsten) en de vastrechtkosten (vaste inkomsten) die de eindgebruiker betaalt. Restwaarde: Een businesscase rekenen we meestal door voor een periode van dertig jaar. Na dertig jaar vertegenwoordigen de assets nog steeds een waarde: de restwaarde. Bijdrage aansluitkosten (BAK): Wanneer alle kosten en opbrengsten zijn opgenomen in de businesscase volgt er bijna altijd een negatieve netto contante waarde (NCW), wat betekent dat het project niet rendabel is. Om te zorgen dat de toekomstige inkomsten voldoende zijn om de investeringen terug te verdienen (NCW = nul), rekent het warmtebedrijf een bijdrage aansluitkosten aan iedereen die op het netwerk aansluit. Dit vormt als ware de sluitpost op de businesscase.
15
Figuur p10: De warmteketen
Restwaarde Kasstromen warmtebedrijf
Inkoop en overige kosten: Het warmtebedrijf koopt warmte in als voeding voor het warmtenet, en ander energiedragers voor de piek/back-up installaties. Daarnaast gaan er kosten naar onderhoud en het opereren van het systeem. Ook maakt het warmtebedrijf een projectrendement.
NCW = 0
BAK
Inkomsten
t0
t30 Inkoopkosten en overige kosten Herinvesteringen
Herinvesteringen
Investeringen
Hoofdstuk 2: Basisprincipes businesscase warmtenetten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Co-creatie tussen diverse samenwerkingspartners in de keten is essentieel om de BAK te verlagen
BAK vóór cocreatie
16
Woningeigenaren
Gemeente
Hoofdstuk 2: Basisprincipes businesscase warmtenetten
WIS/EIA/SDE++
Schaalvergroting
Vollooprisicodekking
Directe investeringssubsidie
Versneld aansluiten
Vooruitbetaling BAK
Garantie leegstand
ISDE/SAH
Tekort in businesscase
Maatregelen optimalisatie
BAK ná co-creatie
Voorfinanciering BAK
Een gunstig aanbod is te bereiken als samenwerkingspartners de risico’s op zich nemen waar zij invloed op kunnen uitoefenen.
Restwaarde
27-11-2023
Figuur p10: De warmteketen
Warmtebedrijf Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Voor de eindgebruiker is het totale kostenplaatje relevant: zowel de netto investeringskosten als de toekomstige tarieven
27-11-2023
Het totale kostenplaatje hangt af van toekomstige tarieven én van de netto investeringskosten om over te stappen. Door huidige en toekomstige tariefregulering zijn consumenten beschermd dat in elk geval de tarieven niet te hoog zijn. Nu is dit op basis van de gasreferentie. Dit verandert in de komende jaren naar een kosten gebaseerd tarief. Het uitgangspunt in deze studie is dat deze tarieven gelijk of lager zijn dan de kosten van gas. Deze studie verdiept daarom op de netto investeringskosten. Er is geen eenduidige manier om de kosten van warmte te vergelijken met de huidige situatie of met alternatieven. Benaderingen die wij zien zijn:
Figuur p10: De warmteketen
1. Een kwantitatieve benadering in vergelijking met een alternatief op basis van de gehele levensduur. In dit geval neem je zowel de investeringskosten als toekomstige lasten mee. Dit heet het berekenen van de ‘Total Cost of Ownership’ (TCO). Op basis van een Netto Contante Waardeberekening bepaal je hoe hoog de eenmalige investeringskosten voor bewoners ‘mogen’ zijn om uit te komen als dezelfde Netto Contante Waarde van een alternatief. + Het voordeel van deze methodiek is dat deze volledig is. - Het nadeel van deze methodiek is dat er een inschatting gemaakt moet worden van toekomstige tarieven, wat een onzekere factor is. 2. Een eenvoudiger vergelijk is gebaseerd op de hoogte van enkel de eenmalige investeringskosten van een alternatief. Voorbeelden zijn: vergelijkbaar met de kosten van een nieuwe CV-ketel (€1.500-€2.000) zolang dit nog wettelijk toegestaan is, of een hybride alternatief (€4.000-€5.000) vanaf wanneer deze verplicht zijn. Deze methodiek gaat ervan uit dat de toekomstige tarieven minimaal gelijk zijn of lager zijn dan de kosten van gas. + Het voordeel van deze methodiek is dat deze eenvoudig en uitlegbaar is. - Het nadeel van deze methodiek is dat deze geen rekening houdt met toekomstige tarieven.
Vergelijking lasten Rente Aflossing
Gas
Aflossing en rente voor netto investeringskosten t.b.v. aardgasvrij maken van de woning.
Warmte
Dit rapport beschouwt enkel de businesscase van het warmtebedrijf en de netto investeringskosten voor woningeigenaren die hieruit volgen om volledig aardgasvrij te worden. Dit sluit aan bij de tweede benadering zoals hierboven beschreven. Deze wordt dus toegepast. 17
Hoofdstuk 2: Basisprincipes businesscase warmtenetten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Andere gemeenten in Nederland zetten de volgende diverse financiële instrumenten in om warmtenetten te realiseren
27-11-2023
Gemeente Rotterdam – Uitvoeringsprogramma met mandaat
Gemeente Pijnacker – gecombineerde BAK en kosten achter de meter.
• De gemeenteraad van Rotterdam stelde voor 2020-2022 een budget vast van €68 miljoen euro voor het Uitvoeringsprogramma Energietransitie.
• De gemeente Pijnacker deed samen met warmtebedrijf HVC en in overleg met een vertegenwoordiging van bewoners een aanbod waarbij de bewoners één bedrag betaalde voor zowel de BAK als de kosten achter de voordeur. Het verschil werd bekostigd door PAW (Programma Aardgasvrije Wijken) subsidie.
• Hieruit bekostigde Rotterdam o.a. zes gebiedsaanpakken. Overeenkomsten kwamen tot stand door een combinatie van maatregelen door de gemeente: • Subsidie aan bewoners om kosten te maximeren op €1.500 euro. • Vollooprisicodekking om de BAK te verlagen. • Voorfinanciering leidingen met garantie vanuit het SOFIE-fonds. • Overnemen degeneratiekosten. • Inbreng gemeentelijk vastgoed. • Garanderen leningen particulieren bij het Nationale Warmtefonds. • Rotterdam zette ELENA-subsidie in voor proceskosten.
• De wijk bestond vrijwel alleen uit particuliere woningeigenaren – er waren dus géén grotere vastgoedeigenaren die een groot deel van de aansluitingen konden garanderen. • Door collectief een aannemer te contracteren hielden HVC en de gemeente de kosten achter de voordeur relatief laag. • Resterende kosten voor de bewoners waren €4.350, welke middels ISDE nog verlaagd konden worden. Dit aanbod gold alleen voor het eerste jaar.
• Daarnaast startte Rotterdam het Warmtebedrijf Rotterdam om restwarmte te ontsluiten naar diverse delen van de stad. Dit warmtebedrijf is failliet gegaan.
• De realisatie van dit project is inmiddels on hold gezet door een te laag aansluitpercentage van 20%.
Gemeente Schiedam – Concreet investeringsvoorstel aan de raad
Gemeente Purmerend – Warmtebedrijf in gemeentebezit
• Schiedam onderhandelde voor de wijk Groenoord een concrete casus uit met woningcorporatie Woonplus en warmtebedrijf Eneco. Het hieruit volgende investeringsvoorstel werd voorgelegd aan de raad en goedgekeurd.
• Het warmtebedrijf (Stadsverwarming Purmerend of SVP) is volledig in gemeentelijk bezit. Dit geldt voor bron, net en levering.
• Voorfinanciering van de BAK om de BAK te verlagen. • Vollooprisicodekking om de BAK te verlagen. • Garanderen leningen particulieren bij het Nationale Warmtefonds • Inbreng gemeentelijk vastgoed.
18
• De gemeente betaalt het grootste deel van de BAK, met uitzondering van het deel dat de bewoners weg kunnen subsidiëren vanuit de ISDE. • De gemeente financiert deze BAK uit de baten die het ontvangt als aandeelhouder van het warmtebedrijf. Daarnaast beschikt de gemeente over PAW subsidie.
Hoofdstuk 2: Basisprincipes businesscase warmtenetten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
27-11-2023
3 Uitgangspunten verdiepende analyse
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Wij hanteerden de eerdere haalbaarheidsstudie van RHDHV als vertrekpunt voor de verdieping op de businesscase
27-11-2023
Wij gingen uit van de aannames die RHDHV in haar haalbaarheidsonderzoek deed.
In augustus 2023 rondde Royal HaskoningDHV een onderzoek af naar de haalbaarheid van warmtenetten in zes deelgebieden in Den Haag. Hiervoor hanteerden zij uitgangspunten op verschillende onderdelen van de businesscase. Om aansluiting te houden op het eerder uitgevoerde onderzoek, hanteren wij in deze verdieping op de meeste aspecten gelijke uitgangspunten. Hiervoor ontvingen wij van RHDHV de volgende informatie: Investeringsgetallen en hoeveelheden – Inzicht in leidinglengtes en -diameters per deelgebied op basis van een schetsontwerp. Ontwikkelkosten – Kosten voor ontwikkeling van het warmtenet, in percentage van investeringskosten. Aansluitkosten woningen – Kosten voor het aansluiten van woningen, zoals aansluitleidingen, inpandige woningaanpassingen en afleversets. In- en verkoopprijzen energie – Kosten en opbrengsten voor de te leveren warmte. Hieronder vallen zowel de vaste als variabele lasten en opbrengsten. RHDHV ging uit van een integraal bron- en transporttarief voor de inkoop van warmte door het warmtebedrijf.
van kosten en opbrengsten in de toekomst en de levensduur van technische systeemonderdelen. Kengetallen en conversiefactoren – Uitgangspunten noodzakelijk voor algemene berekeningen, zoals verliesfactoren in het warmtenet. Voor de volgende twee aspecten zijn uitgangspunten gehanteerd die wij als onrealistisch beoordelen. Op de volgende slides gaan wij in op de reden hiervoor en de door ons gehanteerde uitgangspunten. Volloopsnelheid – Uitgangspunt voor volloopsnelheid van de woningen over de tijd. Financiële parameters (rendementseis of disconteringsvoet) – Uitgangspunt voor het noodzakelijke rendement in de business.
Onderhouds- en exploitatielasten – Uitgangspunten voor de onderhouds- en exploitatielasten van systeemonderdelen. Indexatie en technische levensduur – Algemene uitgangspunten voor de indexatie
20
Hoofdstuk 3: Uitgangspunten verdiepende analyse
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Wijziging van uitgangspunten: volloop en rendementseis
27-11-2023
Alternatieve uitgangspunten gehanteerd door Fakton Energy in verband met haalbaarheid uitgangspunt RHDHV. Wij verlaagden de volloopsnelheid en verhoogden de rendementseis van het warmtebedrijf. Volloopsnelheid – Van maximaal 6.500 naar maximaal 2.250 woningen per deelgebied per jaar aansluiten RHDHV ging uit van het volledig aansluiten van alle deelgebieden in vijf jaar. Dit noodzaakt het aansluiten van 1.500 tot 6.500 woningen per deelgebied per jaar. Dit is in de huidige markt een onrealistisch uitgangspunt. Uitgangspunt Fakton Energy: Uitgangspunt binnen een deelgebied is het aansluiten van alle gestapelde woningen in maximaal vijftien jaar en alle grondgebonden woningen in maximaal tien jaar. Aanvullend hanteren wij een ondergrens van respectievelijk 1.000 gestapelde woningen en 300 grondgebonden woningen per jaar. Dit resulteert in de volgende fasering van jaarlijkse aansluitingen per deelgebied: Fasering
1
2
3
4a
4b
5
6
Grondgebonden woningen
300
400
300
300
300
300
450
Gestapelde woningen
1.950
1.650
1.650
1.000
1.000
1.000
1.050
Totaal
2.250
2.050
1.950
1.300
1.300
1.300
1.500
Rendementseis – Van 5,5% naar 7,0% In het kader van een realistische inschatting van de rendementseis hanteren wij een rendement van 7,0% gebaseerd op langjarige staatsobligaties als risicovrije basis en een redelijke risico-opslag. Hoewel de 5,5% rendementseis die RHDHV hanteerde overeenkomt met de historische trend die de ACM rapporteert, is in de huidige praktijk een hoger rendement nodig om een gezonde businesscase te realiseren.
21
Hoofdstuk 3: Uitgangspunten verdiepende analyse
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Disclaimers bij gehanteerde uitgangspunten
27-11-2023
Wij hielden de uitgangspunten van RHDHV. Op hoofdlijnen beoordelen wij de uitgangspunten als solide. Wij geven enkele disclaimers mee aan de lezers van dit rapport. Wij hielden de uitgangspunten uit de haalbaarheidsstudie van RHDHV aan. Dit zijn in enkele gevallen uitgangspunten die wij niet kunnen valideren door de aard van de uitgangspunten. Op hoofdlijnen zijn de uitgangspunten echter solide en herkenbaar. Wij geven de volgende disclaimers mee aan de lezers van dit rapport: • RHDHV ging in haar netontwerp uit van een greenfield situatie. Dat wil zeggen dat het bestaand net en bestaande aansluitingen opnieuw zijn ontworpen. De reden hiervoor is dat er onvoldoende data beschikbaar was om een betrouwbaar netontwerp te maken van een uitbreiding op het bestaande net. De businesscase uitkomsten van de gebieden waar reeds een bestaand net ligt zijn hierdoor minder accuraat. Wij staan echter achter deze benadering in deze fase van het onderzoeken van de haalbaarheid: bij een uitbreiding van het bestaande net in de mate waarin dit in de netontwerpen is voorzien, dient waarschijnlijk een groot deel van het bestaande net vervangen te worden. De kosteninschattingen zijn hierdoor in onze optiek reëel. • RHDHV ging uit van een integraal inkooptarief voor warmte.
Dit tarief bevat de kosten voor bronnen (WLQ, geothermie, aquathermie), transport (van uitkoppeling bij CR-plein/WOS WLQ tot grens warmtekavel) en piek/back-up (voorzieningen die per warmtecluster te realiseren zijn). Dit tarief is deels afhankelijk van prijsschommelingen in de energiemarkt en de businesscase is gevoelig voor dit tarief. Dit betekent dat de businesscase beter of slechter kan worden als het inkooptarief hoger of lager wordt. Dit komt in het volgende hoofdstuk terug in de risicoparagraaf. • Wij rekenden in onze verdieping op de businesscase enkel met (financiële) instrumenten die de gemeente Den Haag kan inzetten. Woningcorporaties kunnen (deels) vergelijkbare instrumenten inzetten. Aangezien zij in deze gebieden ongeveer de helft van de woningen bezitten, kan dit de businesscase verder optimaliseren. Andersom geldt: als de woningcorporaties niet meedoen, verlaagt het aansluitpercentage en verslechtert de businesscase. • RHDHV ging uit van een aansluitpercentage van 70% in het basisscenario. Dit is een gebruikelijke ondergrens die warmtebedrijven hanteren voordat zij bereid zijn om te investeren in de aanleg van een warmtenet. Als in de beoordeelde gebieden in Den Haag 90% van de woningcorporatiewoningen aansluiten, is een gemiddeld aansluitpercentage van 55% van de particuliere woningeigenaren gevraagd om in totaal op 70% uit te komen.
Dit vinden wij een reëel uitgangspunt voor het berekenen van de businesscase in dit stadium van de ontwikkeling. Of dit percentage gehaald wordt is vooraf onzeker, dus partijen hebben samen te sturen op een stapsgewijze procesaanpak met ‘go/no-go’ momenten per investeringsbesluit. Het niet halen van deze percentages leidt tot een verslechtering van de businesscase.
22
Hoofdstuk 3: Uitgangspunten verdiepende analyse
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
27-11-2023
4 Risicoparagraaf bij de in dit rapport gepresenteerde resultaten
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Risicoparagraaf bij deze verdiepende businesscase (1/3)
27-11-2023
De getallen die wij hanteren zijn marktconform en de resultaten zijn voldoende robuust om inzicht te bieden en kaderstellende besluitvorming op te baseren. Bij de verdiepende businesscase die wij hierna presenteren hoort een risicoparagraaf. De getallen die wij hanteerden zijn marktconform en de resultaten zijn zodoende voldoende robuust om inzicht te bieden en kaderstellende besluitvorming op te baseren. De gehanteerde getallen zijn echter ook onderhavig aan veranderingen, waardoor bij verdere concretisering van (deel)projecten de realiteit altijd zal afwijken van de modelmatige berekeningen die wij maakten. De risico’s bij de hierna gepresenteerde businesscase zijn als volgt: • Wij verlaagden de volloopsnelheid per cluster per jaar om het tempo reëler te maken. Het gehanteerde tempo is echter nog steeds hoog: ongeveer 12.000 aansluitingen per jaar als de gemeente in alle gebieden tegelijk start. Dit vraagt veel van alle stakeholders. Ter vergelijking: op dit moment worden jaarlijks ongeveer 10.000 bestaande woningen aangesloten op een warmtenet in heel Nederland. • RHDHV ging bij het bepalen van investeringskosten uit van modelmatig bepaalde kengetallen en wij presenteren de resultaten in gemiddelden. Rondom deze gemiddelden ligt een bandbreedte waarbinnen het resultaat zal liggen.
De gebieden zijn dusdanig groot dat geen van deze uitkomsten gezien kunnen worden als puntschatting. In realiteit zal het warmtenet stapsgewijs uitrollen – de definitieve kostenramingen en daadwerkelijke investeringskosten gaan verschillen per (deel)gebied en per stap in de uitrol. Een definitief investeringsbesluit per deelgebied volgt pas na detaillering van de daadwerkelijke kosten en het treffen van risicobeheersende maatregelen hiervoor. • De Wet collectieve warmte (Wcw) introduceert een nieuw wettelijk kader voor gemeenten en warmtebedrijven. Deze wet heeft veel impact op de bedrijfsvoering van warmtebedrijven – onder meer door de introductie van een kosten gebaseerde tariefregulering. De exacte uitwerking van deze tariefregulering en andere relevante onderdelen van de wet op de businesscase van het warmtebedrijf zijn nog niet volledig in de businesscase in te calculeren. • Bij het doorrekenen van maatregelen voor het bepalen van de ‘best case’ in hoofdstuk 6 gaan we uit van maximale toekenning van de WIS-regeling op basis van de huidige voorwaarden. De regeling is bedoeld voor warmtebedrijven, dus toekenning van deze subsidie aan Den Haag is afhankelijk van een succesvolle aanvraag. Dit hangt onder meer af van de mate van concreetheid van het uitgewerkte plan.
Toekenning van de subsidie kan als conditie gesteld worden voor een investeringsbesluit – zowel door de gemeente als door het warmtebedrijf. • De businesscase is niet uitgeoptimaliseerd en ook niet uitonderhandeld – hiervoor is samenwerking met een warmtebedrijf nodig. 24
Hoofdstuk 4: Risicoparagraaf
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Risicoparagraaf bij deze verdiepende businesscase (2/3)
27-11-2023
De getallen die wij hanteren zijn marktconform en de resultaten zijn voldoende robuust om inzicht te bieden en kaderstellende besluitvorming op te baseren. De risico’s bij de hierna gepresenteerde businesscase zijn als volgt: • Vanwege het huidige detailniveau, kunnen uitgangspunten bij verdere uitwerking wijzigen en kunnen verschillen ontstaan met de huidige doorrekening en toekomstige verdieping hierop. Dit komt voornamelijk naar voren in toekomstige detaillering van de ontwerpen, waarbij beter rekening gehouden zal worden en moet worden met de ondergrond, ondergrondse infrastructuur, dichtheid van de stad en bovengrondse ruimte, zowel op gebied van locaties voor installaties als werkzaamheden die bovengronds plaatsvinden. • Het behalen van de gegeven aansluitpercentages is een risico dat zowel binnen als buiten de businesscase aandacht vraagt. Het aansluiten van meer of minder gebruikers resulteert in een directe verbetering of verslechtering van de businesscase en daarmee de financiële lasten voor alle anderen die wel aansluiten. Dit kan daarmee een vicieuze cirkel op gang brengen, waarbij minder mensen aansluiten, wat de BAK verhoogt, waardoor minder mensen aansluiten, enzovoorts. Omgekeerd gebeurt hetzelfde.
Het optimaliseren van de resultaten evenals het betrekken van toekomstige eindgebruikers is daarom van belang om de risico’s te mitigeren en de kosten voor iedereen te beperken. • Het warmtebedrijf zal pas een definitief investeringsbesluit nemen als er voldoende zekerheid bestaat over dit vollooprisico. Dit betekent dat vóórdat een investeringsbeslissing wordt genomen, in grote mate duidelijk moet zijn welke woningen op welk moment gaan aansluiten. Dit vraagt nauwe samenwerking en conditioneel commitment van alle betrokken partijen: warmtebedrijf, gemeente, woningcorporaties, andere vastgoedeigenaren en particuliere woningeigenaren. • Warmtebedrijven hanteren een aansluitpercentage van 70% vaak als conditioneel om tot een investeringsbeslissing te komen. We rekenden daarom de gevoeligheid van de businesscase hierop niet door – de businesscase zal immers niet tot stand komen als dit percentage niet wordt gehaald. Wel berekenden we de impact van het verhogen van het aansluitpercentage door toepassen van de WGIW. De resultaten hiervan presenteren we in hoofdstuk 6, onderdeel A (zie p. 36).
25
Hoofdstuk 4: Risicoparagraaf
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Risicoparagraaf bij deze verdiepende businesscase (3/3)
27-11-2023
CAPEX en inkooptarief warmte zijn de belangrijkste gevoeligheden op het resultaat van de businesscase in het basisscenario voor alle deelgebieden. Om nader te bepalen waarvoor de businesscase gevoelig is, brachten wij het effect van vijf algemene aspecten van de businesscase in beeld. Dit deden wij bij zowel een verhoging als verlaging van de indicatoren. De rechts weergegeven grafieken geven het beeld van één deelgebied ‘1. Centrum gebied’ weer, maar alle gebieden kennen een vergelijkbaar effect op het rendement. CAPEX – Het toe- en afnemen van de CAPEX heeft de grootste impact op de businesscase. Het effect van een 10% toe- of afname van de CAPEX is respectievelijk +3,4 en -2,3% op het rendement. De huidige CAPEX-inschatting bevat een onzekerheidsmarge van 20%. Inkooptarief warmte – Het inkooptarief van warmte heeft veel invloed op de businesscase, omdat hiermee de kosten direct toenemen, zonder dat de opbrengsten verhogen. Respectievelijke heeft het verhogen en verlagen van het tarief met 10% een effect van ± 1,6% op het rendement. Fluctuaties in het inkooptarief door energieprijsstijgingen vangt het warmtebedrijf op door aanpassing van de variabele tarieven. Vastrecht – Na de CAPEX en het inkooptarief, heeft het vastrecht het tweede grootste effect van de onderzochte variabelen. Het af- of toenemen met 10% resulteert in een wijziging van het rendement met ± 1,1%.
De invloed van deze variabele heeft te maken met de verlaging van inkomsten, zonder verlaging van kosten. Het verlagen van het vastrecht is een keuze in de verdere uitwerking. Warmtevraag – Het wijzigen van de warmtevraag met ± 20% heeft beperkte invloed op zowel het rendement, met ± 0,7%. Dit heeft te maken met het integrale warmtetarief en gemiddeld reeds beperkte warmtevraag. In basisscenario is de BAK van grotere invloed en heeft een aanpassing van de warmtevraag daarmee beperkte invloed, mede door de evenredig dalende kosten van inkoop. De huidige inschatting van de warmtevraag bevat een onzekerheidsmarge van 10%. OPEX – De minst invloedrijke variabele is de OPEX, met slechts ± 0,4% invloed op het rendement. Dit is echter de oorzaak van de beperkte OPEX opgenomen in de businesscase, als gevolg van het integrale warmtetarief. De huidige OPEX-inschatting bevat een onzekerheidsmarge van 20%.
26
Hoofdstuk 4: Risicoparagraaf
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
27-11-2023
5 Resultaten basis scenario voor vier deelgebieden De resultaten van de businesscase op basis van de uitgangspunten van RHDHV en zonder inzet van maatregelen om deze te optimaliseren.
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Investeringskosten voor het warmtebedrijf
27-11-2023
Op deze pagina presenteren we de investeringskosten (CAPEX) die het warmtebedrijf te maken heeft per deelgebied om de woningen in dat gebied aan te sluiten op een warmtenet.
30.100 won. Totaal €381 mln.
8.000 won. Totaal €124 mln.
RHDHV stelde per deelgebied een netontwerp op en raamde de investeringskosten van dit ontwerp. De totale CAPEX van het warmtebedrijf is €1,26 miljard euro. Deze investeringskosten voor het warmtebedrijf bedragen circa €9.000 tot €13.000 per woning en zijn sterk afhankelijk van de dichtheid van de woningen in de buurt. Zowel deelgebied 4a als 4b kennen een hoger aandeel grondgebonden woningen circa 20% ten opzichte van circa 10% in de andere gebieden. Dit maakt dat deze gebieden ook een lagere dichtheid hebben en het aansluiting van een gemiddelde woning daardoor duurder is dan in de andere buurten.
27.100 won. Totaal €325 mln.
Circa 30% tot 40% van de weergegeven investeringskosten zijn noodzakelijk om de hoofdinfrastructuur in de gebieden aan te leggen en de overige 60% tot 70% is noodzakelijk om de woningen aan te sluiten op het warmtenet en te voorzien van afleversets, inpandig leidingwerk en meters.
26.100 won. Totaal €319 mln. 8.200 won. Totaal €111 mln.
28
Figuur p10: De warmteketen
Totaal CAPEX €1,26 mlj. Hoofdstuk 5: Resultaten basis scenario
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Bijdrage aansluitkosten per woning
27-11-2023
Op pagina 13 lichtten wij toe dat wij de bijdrage aansluitkosten (BAK) berekenen als sluitpost van de businesscase van het warmtebedrijf. Op deze pagina presenteren we dit resultaat per deelgebied.
Figuur p10: De warmteketen
BAK: €11.800
RHDHV hanteerde in haar onderzoek een aansluitpercentage van 70% van alle woningen per deelgebied. Zonder maatregelen van de gemeente vinden wij dit een realistisch uitgangspunt als input voor het basisscenario. Uitgaande van dit aansluitpercentage van 70% van alle woningen, resulteert een gemiddelde BAK voor alle gebieden van €12.000 per woning exclusief BTW. Dit zijn de kosten die de woningeigenaar moet maken om de woning aan te sluiten op het warmtenet.
BAK: €17.300 BAK: €10.900
BAK: €11.400
BAK: €13.400
29
De hoogste BAK resulteert in deelgebied 4b ‘Leijenburg en Vruchtenburg’, met een BAK van €17.300. Dit is de combinatie van de op de vorige slide beschreven hoge investeringskosten per woning en de relatief lage warmtevraag van de woningen. De laagste BAK resulteert in deelgebied 2 ‘Schildersbuurt, Transvaal, Groente- en Fruitmarkt en Rustenbrug en Oostbroek’, met een BAK van €10.900. In deze buurt geldt het tegenoverstelde van gebied 4b: het gebied heeft juist een hoge dichtheid en een gemiddelde warmtevraag per woning. De optelsom van de BAK’s van alle woningen in de vier deelgebieden is €882 miljoen euro, exclusief BTW, overige kosten of subsidies, bij het aansluiten van 70% van de woningen. Dit is de totale onrendabele top voor een warmtebedrijf, toegerekend naar eenmalige aansluitkosten per woning.
Hoofdstuk 5: Resultaten basis scenario
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Netto investeringskosten per woningeigenaar
27-11-2023
Zoals beschreven op pagina 13 is de BAK een onderdeel van de netto investeringskosten per woningeigenaar om volledig aardgasvrij te worden. Hier komen BTW en kosten voor elektrisch koken en het afsluiten van gas bij. Op deze pagina presenteren we de netto investeringskosten per woning die resulteren in het basisscenario – inclusief subsidies die het Rijk ter beschikking stelt om deze kosten te maken.
Per won.: €14.000 Totaal €311 mln.
Per won.: €20.600 Totaal €121 mln.
Per won.: €12.800 Totaal €255 mln.
Per won.: €13.400 Totaal €258 mln. Per won.: €15.800 Totaal €96 mln.
30
Figuur p10: De warmteketen
Een woningeigenaar heeft naast de kosten van aansluiten ook nog andere kosten, zoals het afsluiten van de gasaansluiting, elektrisch koken en BTW, die zij moet betalen. Daarnaast kan een woningeigenaar een subsidie ontvangen voor het aansluiten van haar woning op een warmtenet. In het geval van een particuliere eigenaar is hiervoor de ‘Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing’ (ISDE), die een subsidie versterkt van €3.325 per woning, en voor corporatiebezit bestaat de ‘Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen’ (SAH), die een subsidie versterkt van 30% van de kosten tot een maximum van €3.800 per woning. Wij hanteren in de als uitgangspunt de lagere subsidie van de ISDE voor alle woningen, in verband met aanvullende beperkingen aan de op te vragen subsidie via de SAH. Aanvullend kan vanuit subsidieregelingen een subsidie verkregen worden voor het aardgasvrij koken, waarvoor wij een subsidie van €425 per woning opnemen. Het kaartje hiernaast presenteert de netto investeringskosten per woning per deelgebied. Op de pagina hierna presenteren we de componenten die in deze rekensom zijn meegenomen.
Totaal NIK van €1,04 mlj.
De totale netto investeringskosten voor de 70% van de aan te sluiten woningen in het basisscenario zijn €1,04 miljard euro. De totale maatschappelijke kosten (inclusief Rijkssubsidie) is €1,3 miljard euro.
Hoofdstuk 5: Resultaten basis scenario
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Netto investeringskosten per woningeigenaar
27-11-2023
Deze pagina laat zien hoe wij de netto investeringskosten per woningeigenaar berekenden. In het vervolg van dit rapport rekenen wij steeds terug naar deze netto investeringskosten, om hiermee inzichtelijk te maken hoe instrumenten die de gemeente kan inzetten kunnen bijdragen aan het verlagen van deze kosten voor woningeigenaren van de stad.
Afsluitkosten
€2.800
€3.750 Figuur p10: De warmteketen
Subsidie ISDE of SAH
BTW
€3.100
€14.200 In het basisscenario resulteert een ‘bruto’ BAK van gemiddeld €12.000 exclusief BTW. Hier bovenop komt voor de woningeigenaar de kostenpost voor afsluiten van gas en BTW, waardoor de netto investering exclusief subsidie €17.900 per woning is.
€12.000
31
Inclusief de meegenomen Rijkssubsidies zijn de totale maatschappelijke kosten €1,3 miljard euro.
Netto investering
BAK zonder inzet instrumenten
Na subsidie resulteert een netto investering van €14.200 per woning, of €1,04 miljard voor de vier deelgebieden in totaal.
Hoofdstuk 5: Resultaten basis scenario
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
27-11-2023
6 Instrumentarium en impact per instrument De maatregelen en de individuele impact per maatregel die de gemeente kan inzetten om de businesscase te verbeteren en daarmee de netto investeringskosten voor woningeigenaren te verlagen.
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Wij berekenden in dit hoofdstuk de impact van vijf instrumenten die inzetbaar zijn om de businesscase te verbeteren
27-11-2023
Dit deden wij door de individuele impact per maatregel te berekenen. In het volgende hoofdstuk combineren wij de maatregelen om tot een best case te komen. Hieronder beschrijven wij deze vijf instrumenten kort: A: WGIW – Het inzetten van de WGIW verhoogt het aansluitpercentage van met name particuliere woningen in een gebied. Hierdoor worden kosten over meer woningen verdeeld en is de afzet van warmte groter. Dit leidt tot een groter aantal aansluitingen en een BAK-verlaging per woning. B: WIS – De WIS-regeling (Warmte Investeringssubsidie) is bedoeld als investeringssubsidie voor warmtebedrijven. Door een deel van de investeringskosten te compenseren, verlaagt het Rijk hiermee de onrendabele top van het warmtebedrijf en daarmee indirect de BAK die woningeigenaren betalen. C: Voorfinanciering van BAK – Het voorfinancieren van de BAK door de gemeente vervroegt een deel van de BAK-opbrengsten voor het warmtebedrijf en verbetert daarmee de netto contante waarde van de businesscase. De vooruitbetaling vindt plaats voor het aandeel van de woningen dat hoogstwaarschijnlijk zal aansluiten. Zodra de bewoners op het moment van aansluiten de (door deze maatregel verlaagde) BAK betalen, krijgt de gemeente haar voorfinanciering terug van het warmtebedrijf. Deze middelen zijn daardoor revolverend, los van de kapitaallasten die de gemeente maakt om deze kosten voor te financieren.
D: Vollooprisicodekking – Het dekken van het vollooprisico ziet toe op het betalen van het aandeel van de woningen waarop een warmtenet wél ontworpen is, maar waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze woningen aan zullen sluiten. Het dekken van de BAK via deze weg brengt meer risico voor de gemeente met zich mee, want de vollooprisicodekking komt hoogstwaarschijnlijk niet terug richting de gemeente. E: Directe investeringssubsidie woningeigenaar – Het direct subsidiëren van de investeringskosten voor woningeigenaren kent de minste risico’s, omdat er enkel kosten verbonden zijn aan woningen die daadwerkelijk aansluiten. Deze maatregel kan gezien worden als sluitpost om de investeringskosten voor woningeigenaren betaalbaar te maken. N.B. In dit hoofdstuk berekenen wij de individuele impact van iedere maatregel afzonderlijk – zonder hiernaast andere maatregelen in te zetten. Ook houden we nog geen rekening met een onderverdeling tussen woningcorporatiewoningen en particuliere woningeigenaren. In de rekenvoorbeelden in dit hoofdstuk gaan we ervan uit dat de gemeente het instrument inzet voor alle woningen. In het volgende hoofdstuk presenteren wij de best case, waarbij we alle maatregelen stapelen en onderscheid maken tussen eigenaarsverhouding.
33
Hoofdstuk 6: Impact per instrument
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Principe
27-11-2023
A
WGIW Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Effect van inzet WGIW
27-11-2023
Het inzetten van de doorzettingsmacht in de WGIW – het stellen van een einddatum voor het afsluiten van het gasnet in een wijk – vergroot naar verwachting het aansluitpercentage van particuliere woningeigenaren. Dit verlaagt het risicoprofiel van investeren in warmtenetten voor een warmtebedrijf. Ook verlaagt dit de kosten voor de woningeigenaren. Aansluitpercentages zonder WGIW: In de basisscenario gaan wij uit van het aansluiten van 70% van alle woningen in de gebieden. Ons uitgangspunt is dat de corporatiewoningen voor een aanzienlijk deel aan zullen sluiten, waardoor de particuliere woningeigenaren een relatief kleiner aandeel hierin hebben om in totaal tot het uitgangspunt van 70% te komen. Dit ziet er als volgt uit: • Woningcorporaties sluiten aan voor 90% met het corporatiebezit. Dit geldt voor alle gebieden. • Om te komen tot een totaal aansluitpercentage van 70% is een aansluitpercentage van 25% tot 63% van het particuliere eigendom nodig, afhankelijk van de verhouding tussen corporatie- en particulier bezit in de gebieden. Aansluitpercentages met WGIW: Wanneer de gemeente de WGIW inzet en hierdoor particulieren een incentive geeft om aan te sluiten, is ons uitgangspunt dat het aandeel particuliere aansluitingen stijgt. Wij hanteren hiervoor het uitgangspunt van 75% voor particulier bezit. •
Door de verschillende verhoudingen tussen corporatie- en particulier per gebied, varieert het uiteindelijke percentage woningaansluitingen van 79% tot 85%
Aansluitpercentages Totaal percentrage woningaansluitingen (corporatie & particulieren) Woningcorporatie Particulieren
35
Zonder WGIW
Met WGIW
70%
79% - 85%
90%
90%
25% – 63%
75%
Hoofdstuk 6: Impact per instrument
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Impact van inzet WGIW op netto investeringskosten woningeigenaar
27-11-2023
Het inzetten van de doorzettingsmacht in de WGIW verlaagt het risicoprofiel voor het warmtebedrijf door een hoger aansluitpercentage. Dit verlaagt de netto investering per woning met €1.300 euro. De inzet van de WGIW leidt tot 18% meer aansluitingen, tegen een toename van 6% van de totale investeringskosten.
• Dit maakt dat de businesscase van het warmtebedrijf verbetert, wat de BAK verlaagt met gemiddeld €1.100 euro per woning. • Deze BAK-verlaging resulteert in een verlaging van de netto investeringskosten per woning van €1.300 euro – omdat er ook minder BTW afgedragen hoeft te worden.
• Met inzet van de WGIW kost het de maatschappij €1,10 miljard om 86.000 woningen aan te sluiten op een warmtenet en aardgasvrij te maken. • Dat is 6% extra maatschappelijke kosten voor 18% extra woningen aangesloten en aardgasvrij.
36
Hoofdstuk 6: Impact per instrument
Afsluitkosten
€12.800
Netto investering
• In het basisscenario (zonder WGIW) kost het de maatschappij €1,04 miljard (zie pagina 30) om 73.000 woningen aan te sluiten op een warmtenet en aardgasvrij te maken.
€3.750
€10.900
BAK bij inzet WGIW
Per woning nemen de investeringskosten af, maar totale investeringskosten nemen toe omdat er meer woningen aansluiten.
€1.100
Reductie door inzet WGIW
Impact op totale kosten door toename aantal aansluitingen:
€12.000
BAK zonder inzet instrumenten
• Dit maatschappelijke voordeel is het resultaat van enkel het wettelijke instrumentarium dat de WGIW biedt en vraagt, anders dan proceskosten, geen investeringen van de gemeente Den Haag.
€2.800
€2.900
Subsidie ISDE of SAH
Het inzetten van de WGIW resulteert, zoals op de voorgaande pagina beschreven, in een toename van het aantal aangesloten woningen:
BTW
Financiële impact inzet WGIW per woning:
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Principe
27-11-2023
B WIS
Warmtenetten InvesteringsSubsidie
Verdiepende businesscase warmtenetten Den Haag
Benadering maximaal toekenbare WIS
27-11-2023
Op basis van de huidige voorwaarden van de WIS-regeling berekenden wij dat een gemiddelde subsidie van €2.900 euro per woning aan te vragen is – ervan uitgaande dat de deelgebieden worden verkleind tot een omvang die aansluit bij de regeling. Toekenning van de subsidie door het Rijk is geen zekerheid. De Warmte Investeringssubsidie, of kort de WIS, is een subsidie die het Rijk uitkeert aan warmtebedrijven die voornemens zijn een efficiënt warmtenet aan te leggen ten behoeve van het voorzien in de warmtevraag van de bestaande woningvoorraad. Het is hierbij belangrijk dat de plannen in een vergevorderd stadium zijn en het functioneert dus als een versnellingssubsidie, die met het wegnemen van de laatste financiële onrendabele top het proces wenst te versnellen. Aan het verkrijgen van de subsidie zijn verschillende voorwaarden verbonden. Op het moment van schrijven van dit rapport worden deze geactualiseerd voor een nieuwe openstellingsronde in 2024. Omdat er verschillende aspecten meespelen in de hoogte van de WIS per woning, hanteren wij op basis van onderstaande principes een subsidie van circa €2.900 per woning, variërend per gebied.