Bijlage - Eindrapport technische-financiële haalbaarheid warmteconcessiegebieden DH
Tekst van het document
Leeswijzer Haalbaarheidsstudie De gemeente Den Haag is aan het bezien of zij enkele warmteconcessies kan aanbesteden om grote stappen te zetten in de verduurzaming van de Haagse warmtevraag. Daarbij zal dan een concessiehouder gecontracteerd kunnen worden voor het ontwerp, financiering, realisatie, beheeren exploitatie van nieuwe warmtenetten. Zo wordt warmtevraag ontsloten die nodig is voor de ontwikkeling van twee lokale duurzame warmtebronnen op het De Constant Rebecqueplein (geothermie en aquatermie) naast WarmtelinQ. In de voorbereiding daarvan is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. De haalbaarheidsstudie bestaat uit verschillende elementen, te weten een technische/economische haalbaarheidsstudie, een juridische haalbaarheidsstudie en een marktconsultatie. De technische/economische haalbaarheidsstudie Bureau RHDHV heeft in kaart gebracht wat de warmtevraag per gebied is, welke gebieden potentieel het meest aantrekkelijk zijn om een warmtenet te realiseren en wat de belangrijkste invloedsfactoren zijn op de kosten en opbrengsten in dat gebied. Het onderzoek leidt tot een overzicht van de verwachte investeringen, exploitatiekosten en opbrengsten uit vastrecht en variabele tarieven per gebied. Ook levert het een eerste inzicht op naar in het inzetten van de meest geschikte bron per gebied vanuit kosteneffectiviteit.
De uitkomsten van de financiële analyse zijn uitgedrukt in de Bijdrage Aansluitkosten (BAK). Dit is het bedrag dat aanvullend nodig is voor een rendabele businesscase. Daarnaast zijn verschillende gevoeligheden onderzocht zoals de gevoeligheid van de concessieduur, vollooppercentage en afwijkingen in de investeringen. Dit leidt tot een bandbreedte van de berekende BAK die per gebied anders is. Dit is niet de bijdrage die van gebouweigenaren wordt gevraagd. In de eerste plaats is het aan de marktpartijen om een zo goed mogelijk aanbod te doen dat in concurrentie tot stand is gekomen. Woningeigenaren kunnen op vrijwillige basis hiermee instemmen. Dit aanbod zal zeker afwijken van de modeluitkomst. Vervolgens zijn er verschillende dekkingsmogelijkheden. Zo zijn er subsidiemogelijkheden bij de rijksoverheid die de benodigde bijdrage verlagen en kan overwogen worden dat de gemeente een bijdrage doet om de kosten voor woningeigenaren te verlagen. Het restbedrag de eenmalige aansluitbijdrage genoemd zal in rekening worden gebracht bij bewoners. De analyse leidt tot een advies voor de meest kansrijke concessiegebieden voor deze aanbesteding.
De juridische haalbaarheidsstudie Op basis van de bevindingen van deze haalbaarheidsstudie wordt duidelijk onder welke voorwaarden de aanbesteding mogelijk is, welke zaken nog verder moeten worden onderzocht en/of moeten worden opgesteld en welke aandachtspunten en risico’s in de nog op te stellen concessieovereenkomsten en/of andere aanbestedingsproducten moeten worden ondervangen. De schriftelijke ronde van de marktconsultatie heeft plaatsgevonden. Tien partijen hebben schriftelijk of mondeling gereageerd. Op basis van de schriftelijk ontvangen reacties worden deze zomer nog individuele gesprekken gevoerd. Van de reacties wordt een consultatieverslag gemaakt. Dit is later beschikbaar en wordt nagezonden. De eerste voorlopige conclusies uit de schriftelijke ronde zijn: - Vanuit de markt is er, onder voorwaarden, interesse in aanbesteding concessies - Vanuit de markt is er is veel minder interesse in gebieden waar al een stadswarmtenet ligt. In het geval dat er geen belangstelling in de markt blijkt te zijn, dan wordt uitgeweken naar andere manieren om onze duurzaamheidsopgaaf te realiseren. Dat kan bijvoorbeeld door met de huidige in het gebied actieve aanbieder een apart onderhandelingstraject in te gaan.
RAPPORT Eindrapport technisch/ financiële haalbaarheid Warmteconcessiegebieden Den Haag Resultaten techno-economische studie Klant:
Gemeente Den Haag
Referentie: BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status:
Definitief/0001
Datum:
7 juli 2023
Vertrouwelijk
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen Netherlands Industry & Buildings +31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Eindrapport technisch/ financiële haalbaarheid Warmteconcessiegebieden Den
Haag
Sub titel: Resultaten techno-economische studie Referentie: BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Uw kenmerk Click or tap here to enter text. Status: Definitief/0001 Datum: 7 juli 2023 Projectnaam: BJ2655-101-101 Projectnummer: BJ2655-101-101 Classificatie Vertrouwelijk
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
ii
Vertrouwelijk
Versie
Datum
Omschrijving
0.1
24-7-2023
Eerste concept
0.2
27-6-2023
Verbeterd concept
1.0
7-7-2023
Definitief
7 juli 2023
Opgesteld
Gecontroleerd
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
Goedgekeurd
iii
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Methode
2
2.1
Haalbaarheidsonderzoek op hoofdlijnen
2
2.2
Uitganspunten Business Case
4
2.3
BAK als sluitpost
6
3
Resultaten
7
3.1
Voorbeeld Schildersbuurt
7
3.1.1 3.1.2 3.1.3
Schets warmtenet Doorrekening businesscase Gevoeligheidsanalyse
7 8 11
3.2
Overige brokken
12
3.3
Voorlopige concessiegebieden
16
3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6
Transitievisie warmte Lokale duurzame bronnen Aansluiten bij lokale initiatieven en kansen Financiële haalbaarheid Bestaande warmtenet Vaststellen gebieden
17 17 18 19 19 20
3.4
Beschrijving concessiegebieden
22
3.4.1 3.4.2 3.4.3
Samenvatting van de potentiële concessiegebieden Beschikbaarheid warmtebronnen Kansen en risico’s per gebied
28 29 30
4
Conclusie
31
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
iv
Managementsamenvatting Om haar duurzaamheidsambities te verwezenlijken heeft de gemeente Den Haag zich als doel gesteld om de duurzame warmtebronnen op het De Constant Rebecqueplein te ontwikkelen. Hiervoor wenst zij een of meerdere concessiegebieden binnen de bestaande bouw aan te wijzen, waar warmtebedrijven een warmtenet kunnen aanleggen of inbreiden en exploiteren, zodat de duurzame warmte wordt benut. RHDHV heeft, door middel van het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, de gemeente ondersteund bij het maken van deze keuze. De haalbaarheidsstudie betreft een techno-economische analyse, die de gemeente helpt om te bepalen welke concessies in de markt kunnen worden gezet en geeft inzicht in de voorwaarden, onder welke een goed bod vanuit de markt te verwachten is. Het uiteindelijk bod van marktpartijen zal afwijken van deze berekeningen en bepalend zijn voor de daadwerkelijke realisatie. Methodiek Het haalbaarheidsonderzoek volgde de volgende stappen: 1. Identificeren van de juiste geografische bouwstenen, ‘brokken’ genaamd; 2. Verzamelen van de relevante data per brok, zoals warmtevraag en woningcorporatiebezit; 3. Doorrekenen van de impact van isolatiemaatregelen op de warmtevraag; 4. Schetsontwerp warmtenet per brok om dimensionering leidingwerk te inventariseren; 5. Doorrekenen businesscase per brok, met als uitkomst bijdrage aansluitkosten (BAK) per aansluiting; 6.
Voorlopige identificatie concessiegebieden; 7. Inventarisatie kansen en risico’s per concessiegebied en overige overwegingen; 8. Aanbeveling voor start concessiegebieden. Bij de keuze voor de voorlopige concessiegebieden, stap 6, zijn o.a. de volgende aspecten meegenomen: • De Transitievisie Warmte (januari 2023); • De ontwikkeling van lokale duurzame warmtebronnen, die warmte op minimaal middentemperatuur-niveau (70 graden Celsius) leveren; • Aansluiting bij lokale initiatieven en kansen; • Financiële haalbaarheid op basis van businesscase berekeningen, inclusief gevoeligheidsanalyse; • Natuurlijke grenzen met betrekking tot bestaande warmtenetten; Resultaten Door de businesscase en gevoeligheidsanalyse voor alle 41 brokken uit te voeren, ontstaat een totaalbeeld. Voor elke brok is de basecase, op basis van dezelfde uitgangspunten doorgerekend, om vervolgens een gevoeligheidsanalyse door te rekenen ten opzichte van de basecase. Op enkele uitschieters na is de uitkomst dat voor de meeste brokken geldt, dat de BAK ongeveer tussen de € 4.000 en € 10.000 varieert. Deze berekening heeft echter een grote onzekerheid en dient alleen als ingrediënt voor het bepalen van de technische haalbaarheid. Er zijn een groot aantal parameters die de BAK sterk kunnen beïnvloeden.
Inzichtelijk is gemaakt dat wijzigingen in de looptijd van de concessie, het vollooppercentage, de investeringskosten, de tarieven en WACC, een grote impact hebben op de BAK. De gemeente heeft op haar beurt per parameter een verschillende mate van invloed: • Hoewel een langere concessieduur de BAK zou reduceren, is een periode van meer dan 30 jaar volgens de Wcw waarschijnlijk niet toegestaan. • De gemeente kan door inwoners vroegtijdig te betrekken draagvlak en vollooppercentage positief beïnvloeden.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
v
• • •
Een groot deel van de investeringen zit in de kosten voor het warmtenet, die van materiaal- en loonkosten afhankelijk zijn, op hetgeen de gemeente weinig invloed kan uitoefenen. Lagere GJ-tarieven kunnen positieve invloed op de medewerking van inwoners hebben, maar betekenen ook een hogere BAK, wat resulteert in lagere aansluitbereidheid van de gebouweigenaren. Via bijvoorbeeld garantstellingen zou de gemeente de WACC kunnen verlagen, hetgeen de hoogte van de BAK sterk drukt.
Na de analyse zijn er 6 voorlopige concessiegebieden (zie Figuur 1) aangewezen, die in twee typen te verdelen zijn: 1. Type 1: Dit zijn gebieden waar al een warmtenet ligt. Bestaande bouw kan ‘ingebreid’ worden in dit bestaande warmtenet. Te weten: a. Gebied 1: Centrum (HT-net) b. Gebied 4a: HAL (MT-net) c. Gebied 4b: Rosenburg/Leyenburg (HT-net) 2. Type 2: Dit zijn gebieden met bestaande bouw, waar nog geen warmtenet ligt. De concessienemer zorgt voor de aanleg en exploitatie van een nieuw warmtenet. Te weten: a. Gebied 2: Rond de Schildersbuurt b. Gebied 3: Zuidwest c. Gebied 5: Mariahoeve d. Gebied 6: Loosduinen
Figuur 1 De 6 aangewezen voorlopige concessiegebieden
De resultaten van technische en financiële analyse per concessiegebied zijn samengevat in Tabel 2, aan het einde van deze samenvatting.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
vi
Niet-technische risico’s en kansen Uit de inventarisatie van de risico’s en kansen kwamen de volgende belangrijkste punten naar voren: • Loosduinen is afgevallen in de ‘Routekaart Energietransitie’ die in samenwerkingen met de woningcorporaties opgesteld, vanwege gebrek aan vastgoedplannen vanuit de woningcorporaties. • Op Loosduinen en Rond de Schildersbuurt na, zijn er in alle gebieden burgerinitiatieven en/of participatieprojecten gestart. • In het centrum is de ruimtelijk inpassing van een warmtenet een risico. • In Zuidwest zijn er koppelkansen vanwege rioolwerkzaamheden in Moerwijk-West en de aanleg van het WarmtelinQ overdracht station. • Voor het Centrum, HAL en Rosenburg/Leyenburg geldt dat er juridische risico’s bestaan, vanwege de beperkte mogelijkheden voor de gemeente om een inbreiding van een warmtenet aan te besteden. • Voor Mariahoeve en Loosduinen geldt dat er risico’s zijn m.b.t. de ingroeisnelheid en de ontsluiting van de lokale duurzame warmtebron, aangezien hier alleen een geothermie zoekgebied is die nog niet verder ontwikkeld wordt. Conclusie In de gebieden die genoemd waren in de transitievisie warmte zijn geen grote technische-, en economische knelpunten gevonden. De hoogte van de BAK blijft in bestaande bouw echter onzeker, maar met subsidiemogelijkheden zoals de warmtenetten investeringssubsidie (WIS) is dit waarschijnlijk goed op te vangen.
Voor de beoogde concessiegebieden zijn voor de basislast voldoende duurzame warmtebronnen beschikbaar. Er kunnen in de geselecteerde gebieden circa 90 duizend aansluitingen van duurzame lokale warmte worden voorzien. Gegeven de complexiteit van de verduurzaming van bestaande bouw, zullen de volgende punten de inhoud van de aanbesteding zeker beïnvloeden: - Marktpartijen zullen pas willen investeren in een volwaardig warmtenet voor een wijk als de investeringen gedekt worden door een haalbare businesscase. Daarvoor zal de gemeente gevraagd worden zekerheden en/of financiële arrangementen te bieden. - De praktische risico's van volloop is, naast woningcorporaties, sterk afhankelijk van particulieren. Een nieuw stukje warmtenet zal dus lokaal een hoog percentage deelnemers moeten hebben. Aangezien nieuwe aansluitingen ook dicht bij de bron of het bestaande net zullen moeten zijn beperkt dit sterk de mogelijkheden om aan te sluiten en daarmee de snelheid waarmee een net uitgerold kan worden. - De complexiteit van de ondergrond en verschil in inpandige installaties levert een groot financieel risico op. Er zal een methode moeten komen waarin flexibel met mee en tegenvallers wordt omgegaan, daarmee wordt voorkomen dat de risico’s vooraf worden ingeprijsd.
Aanbeveling: Waar te starten? Uit het onderzoek zijn 6 potentiële concessiegebieden gekomen, maar voor de gebieden Mariahoeve en Loosduinen (5 en 6) geldt dat de beoogde warmtebron nog niet ontwikkeld wordt. Dit zijn beide nog geothermie zoekgebieden waarvan nog geen haalbaarheid is onderzocht en waarvoor er nog geen exploitant is die zich aan de ontwikkeling gecommitteerd heeft. Dit maakt het lastig om op korte termijn hier al een concessie uit te schrijven. Op het gebied Loosduinen ligt nu ook niet de focus van de woningcorporaties. Voor een geslaagde aanbesteding zal er eerst meer zekerheid over de warmtebron en de ambities van de woningbouwcorporaties moeten zijn. Het ligt daarom voor de hand om te starten met concessiegebied 1, 2, 3 en 4a en 4b.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
vii
Tabel 1 Samenvatting gegevens technische en financiële analyse van de geïdentificeerde gebieden
Aantal aansluitingen Warmtevraag (TJ/jaar) Labels (% A+B) Basislast Beoogde warmtebron Woning corporatiebezit Utiliteiten (warmtevraag) Al op bestaand warmtenet Extra aansluitingen uit routekaart 2030
7 juli 2023
1: Centrum
2: Rond de Schildersbuurt
3: Zuidwest
4a: HAL
4b: Rosenburg/ Leyenburg
5: Mariahoeve
6: Loosduinen
36.013
21.479
27.190
8.721
9.255
15.402
21.948
2.000
572
710
223
350
427
618
44%
52%
32%
29%
31%
16%
20%
79 MW HT WarmtelinQ CR-plein
32 MW
28 MW
Geothermie CR plein
WOSZuidwest
9 MW MT Geothermie Leyweg
14 MW HT WarmtelinQ CR plein
17 MW Nieuw te ontwikkelen geothermie
24 MW Zoekgebieden voor geothermie
30%
57%
~50%
~60%
~20%
30%
38%
61%
21%
17%
16%
35%
19%
16%
60% van warmtevraag
Geen
Enkele gebouwen
14% (van vbo)
19% (van vbo)
Geen
Geen
2250
4500
5350
4150
-
2000
1000
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
viii
1
Inleiding
De gemeente Den Haag (hierna gemeente) stuurt actief op de warmtetransitie binnen de gemeente. In nieuwbouwgebieden is de gemeente al actief met het aanbesteden van aardgasvrije warmteconcessies. Het op een duurzame manier aardgasvrij maken van de bestaande bouw is de volgende uitdaging. Om dit te realiseren heeft de gemeente de ambitie om de duurzame warmtebronnen op het De Constant Rebecqueplein (hierna CR-plein) te ontwikkelen. Het gaat hierbij specifiek om een geothermiebron die door Haagse Aardwarmte BV ontwikkeld wordt, een TEO aquathermiebron die door Uniper ontwikkeld wordt en uitkoppeling van industriële restwarmte uit de haven van Rotterdam via de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag, ontwikkeld door Gasunie. Naast de ontwikkelingen op het CR-plein is er een uitkoppeling van warmte via deze WarmtelinQ transportleiding in Den Haag Zuidwest voorzien, wat kansen biedt voor een concessiegebied in dit gedeelte van de stad. Het doel van de gemeente is om deze ontwikkelingen te stimuleren door het aanwijzen van een of meerdere geschikte concessiegebieden, waar deze warmte kan worden afgenomen. Het aardgasvrij maken van de bestaande bouw is echter niet eenvoudig, hier komen extra uitdagingen bij kijken ten opzichte van nieuwbouw.
Te denken valt aan de diversiteit binnen de bestaande bouw, de boven- en ondergrondse drukte ten gevolge van de bestaande infrastructuur en het belang van bewonersparticipatie om genoeg aansluitingen te bewerkstelligen. Deze en nog vele andere uitdagingen zullen aangegaan moeten worden om een succesvolle aanbesteding, aanleg en exploitatie van een warmtenet voor elkaar te krijgen. Wij, Royal HaskoningDHV, hebben de gemeente op basis van techno-economische inzichten geholpen bij het in kaart brengen van kansrijke concessiegebieden voor de bestaande bouw. Dit is gedaan door in nauwe samenwerking met de gemeente een technische en economische haalbaarheidsanalyse van het zoekgebied te maken. Daarnaast is er een inventarisatie van de kansen en risico’s per gebied gemaakt om tot een weloverwogen beslissing te komen. Onder de ‘technische haalbaarheid’ van een concessiegebied verstaan wij in de context van dit onderzoek dat een warmtenet in een gebied een gezonde businesscase heeft. Aangezien we alleen naar de technische haalbaarheid kijken nemen we hiervoor een aantal niet technische aannames of randvoorwaarden aan zoals het volloop percentage.
De ‘haalbaarheid’ van een succesvolle concessie aanbesteding is naast de technische analyse ook van de juridische en commerciële analyse (aansluitbereidheid) afhankelijk, maar natuurlijk ook via de verplichtingen die met de aanbesteding voor de concessie worden meegegeven. Het voorliggende rapport beschrijft de resultaten van de haalbaarheidsstudie, waarin ook de overwegingen die tijdens de overleggen naar voren kwamen, zijn meegenomen.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
1
2
Methode
Om tot een gedegen onderbouwing van de selectie van concessiegebieden te komen is het belangrijk dat de methodologie navolgbaar en transparant is. Dit draagt bij aan het draagvlak voor de uiteindelijke beslissing en daarmee aan het behalen van de gemeentelijk doelstellingen. Het doel van dit hoofdstuk is om uitleg te geven over de methodiek van het haalbaarheidsonderzoek, de uitgangspunten m.b.t. de business case en de BAK (bijdrage aansluitkosten) als sluitpost van de business case.
2.1
Haalbaarheidsonderzoek op hoofdlijnen
Op hoofdlijnen bestaat de methodologie voor de haalbaarheidsstudie uit de volgende stappen. Een nadere toelichting volgt onder de figuur. •
Vaststellen Brokken
•
•
Typering per brok •
Impact isolatie
Per brok is de impact van de isolatie op de warmtevraag bepaald Warmtebesparingspotentieel is in kaart gebracht Uitgangspunt is Midden-Temperatuur-ready (hoewel dit ook van afgifte systeem, de radiatoren, afhangt)
•
Met ‘SETuP’- tool schets warmtenet per brok om schatting leidinglengtes en diameters te bepalen
•
Op basis van, in overleg afgestemde, uitgangspunten wordt per brok de businesscase doorgerekend Uitkomst op basis van uitgangspunten die voor elk brok gelijk zijn, resulteert in indicatie voor bijdrage aansluitkosten (BAK) Op basis daarvan eerste identificatie voorlopige concessiegebieden Uitgangspunten businesscase concessiegebied-specifieker maken Businesscase doorreken per concessiegebied
• • • •
7 juli 2023
Per brok zijn de volgende data verzameld: o CBS-data, zoals: percentage woningcorporatiebezit, aantal verblijfsobjecten o BAG-data, zoals: warmtevraag, bouwjaar, woningtype, energielabel Per brok is complexiteit openbare ruimte in kaart gebracht op basis van de ‘Ruimte in de ondergrond’ kaart [bron weergeven]
• • •
Schetsontwerp Warmtenet
Businesscase
Brokken vormen de bouwstenen voor de concessiegebieden. Een brok is een afgebakend gebied, qua grootte vergelijkbaar met een buurt, maar met grenzen die logisch zijn voor warmtenetten. Brokken zijn gebaseerd op o Transitievisie Warmte Den Haag 2022 f C
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
2
In de haalbaarheidsstudie richtten we ons allereerst op de identificatie van verschillende geografische deelgebieden, brokken genaamd. De brokken bestaan uit samenstellingen van wijken en buurten, die in nauw overleg met de gemeente en op basis van de TVW Den Haag 2022 en afstand tot het CR-plein aangemerkt zijn als gebieden die bij de analyse betrokken dienen te worden. Ook zijn bestaande nieuwbouwplannen en aanbesteedde concessiegebieden in de uiteindelijke vaststelling van de brokken meegenomen. Deze brokken vormen de mogelijke bouwstenen van de toekomstige concessiegebieden, zie Figuur 1.
Figuur 2 Deze 41 brokken vormen de bouwstenen van de te vormen concessiegebieden. Het CR-plein in brok 3 is met een rode stip gemarkeerd.
Met behulp van ons intern ontwikkelde platform SETuP brachten wij vervolgens de benodigde data van deze brokken in kaart en maakten wij per brok een schetsontwerp van het warmtenet. Dit diende als input voor de op te stellen businesscase, welke per brok resulteerde in een gemiddelde BAK (bijdrage aansluitkosten) per aansluiting (zie 2.3). Op basis van gebouwtypering is de impact van basisisolatiemaatregelen 1 op de warmtevraag berekend. Ook dit is belangrijke informatie voor de concessienemer, want dit heeft impact op de financiële haalbaarheid.
1
Onder basis isolatiemaatregelen verstaan we in dit model, indien van toepassing op het specifieke gebouw, maatregelen die betrekking hebben op de isolatie van de spouwmuur, binnenmuur, kruipruimte (bodem), glas HR++ en kierdichting. (en bijbehorende vantilatie?)
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
3
De BAK per brok vormt een eerste indicator om deze brok als bouwsteen van een potentieel concessiegebied te identificeren. Om de financiële risico’s in kaart te brengen, hebben wij vervolgens gekeken naar de parameters die de grootste impact op de BAK hebben, door een gevoeligheidsanalyse uit te voeren. De BAK is echter niet doorslaggevend, naast financiële overwegingen zijn er ook praktische overwegingen en kansen en risico’s van andere aard die er samen toe hebben geleid om een brok wel of niet als bouwsteen aan te merken. Dit wordt verder toegelicht in 3.3.
2.2
Uitganspunten Business Case
Voor een juiste interpretatie van de uitkomsten van de businesscase per brok, zijn de uitgangspunten doorslaggevend. De gemeente en wij hebben deze dan ook uitgebreid besproken. We herhalen hier nog eens dat het hier berekeningen betreft die per brok gedaan worden, gebaseerd op uitgangspunten die gelijk zijn voor elke brok. Het doel van deze berekening is om de brokken op economische gronden te kunnen vergelijken. Het geeft inzicht in de kostenefficiëntie van de investeringen per brok. In onderstaand overzicht zijn de uitgangspunten voor het doorrekenen van de basecase, de basis doorrekening van de businesscase waartegen varianten kunnen worden afgezet, weergegeven. Categorie
Input parameter
Waarde
Omschrijving en onzekerheid
€23,76
TTF- year ahead +20% Grote onzekerheid maar weinig invloed op de businesscase omdat warmteprijzen meebewegen
Energiebelasting aardgas
49 ct/m3
Waardes 2023 Worden door de politiek bepaald, verwachting is dat de belasting op aardgas blijft stijgen om alternatieven te stimuleren
Diameterprijs per strekkende meter
Varieert per diameter
o.b.v. rapport CE-Delft, t.b.v Vesta Mais Sterk afhankelijk van staalprijzen maar ook aannemerskosten
WOS
€150.000
Warmte-overdracht station 5 MW Gevoelig voor materiaalprijzen maar ook eisen aan architectuur
Afleverset
€1.500
Aanschaf gesplitst afleverset Gevoelig voor schommelingen door beperkt aantal leveranciers
Aansluiten CV en tapwater
€1.000
Muurdoorvoer en stijgleidingen
€5.000
Inkoopprijs Energiekosten
Investeringskosten warmtenet
Inpandige aansluiting
Volloop en Concessieduur
7 juli 2023
Vollooppercentage
70%
Installatiekosten Zeer afhankelijk van de specifieke situatie. Plaatsen achter de voordeur kan voor €1.000, buiten de gevel om of in flatgebouwen kunnen de kosten veel hoger uitvallen €7.500 is ook realistisch. Erg onzeker, betrekken bewoners, afspraken met woningcorporaties en einddatum aan aardgas vaststellen beïnvloeden deze waarde positief
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
4
Onderhoudskosten
Beheer-, organisatie-, Ontwikkelkosten
Kapitaalkosten en Prijsontwikkeling
Subsidies
Gebruikskosten
Technische aannames
Volloop lineair
5 jaar
Ingroeiperiode
5 jaar
Exploitatieperiode
30 jaar
Bij invoering WCW wordt deze periode verkort met de ingroeiperiode.
Warmtenet
1% CAPEX
Voor leidingcomponenten is 1% gebruikelijk.
Broncomponenten
2% CAPEX
Kan sterk verschillen tussen technieken, tussen de 2% en 4% is gebruikelijk. De onderkant is gekozen omdat het hier om transportpompen gaat met beperkte onderhoudskosten.
Beheerkosten
€0,25/ aansluiting/ dag
Kosten voor facturatie, klantenservice en organisatie. Exacte kosten afhankelijk van het warmtebedrijf.
Verzekeringen
0,25% CAPEX
Standaard opslag, geen verdere onderbouwing
Ontwikkelkosten
15% CAPEX
Kosten die gemaakt worden vanaf de tender tot operatie, dus inclusief ontwerpkosten en projectbegeleiding. Tussen 10-20% gebruikelijk
WACC
5,6%
Dit getal is het resultaat van 4% bankrente (60%) en een “equity” rendementseis van 8% (40%)
Indexatie kosten
2%
Indexatie inkomsten
2%
Diverse
-
SDE++, WIS, niet in deze businesscase meegenomen.
GJ-prijs
€34,40
Gebaseerd op de gasprijs en fluctueert hierdoor mee met de gebruikte inkoopprijs voor warmte.
Vastrecht ACM
€454,20/ jaar
Meettarief ACM
€25,41/jaar
Huur afleverset ACM
€116,43/ jaar
COP Warmtenet
100
Duur afhankelijk van grootte gebied, logistieke uitvoerbaarheid en beschikbaarheid aannemers
Door de Europese bank wordt gestuurd op een inflatie van 2%. Dit kan jaar op jaar variëren van 0 tot 15%. Over 30 jaar gemiddeld is deze onzekerheid kleiner.
Vastgesteld door de ACM, verwachting is een stijging gelijk aan de inflatie. Een kostprijs-plus model kan grote verandering brengen tussen de vaste en variabele kosten, het totaal zal gelijk ongeveer gelijk blijven. Hiermee wordt een post opgenomen voor de transportpompen, sterk afhankelijk van de dimensionering van het net.
Aan de energiekostenkant is dit uitgangspunt gebaseerd op het feit dat de meeste warmte direct of indirect, bijvoorbeeld via de SDE++ systematiek, aan de aardgasprijs gekoppeld is. Aan de gebruikskostenkant is dit uitgangspunt gestoeld op het feit dat vooralsnog de ACM-tarieven, die een maximum aan gebruikskosten weergeven, gekoppeld zijn aan de gasprijs. In het wetsvoorstel voor de Wet collectieve warmtevoorziening wordt deze koppeling losgelaten en gebaseerd op de kostprijs van de warmte. Welke impact dit op de haalbaarheid kan hebben is niet meegenomen in dit onderzoek.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
5
2.3
BAK als sluitpost
De uitkomst van het doorrekenen van de businesscase is de Bijdrage Aansluitkosten (BAK). Dit is het bedrag dat eenmalig van de gebouweigenaar gevraagd wordt om op het warmtenet aangesloten te worden. In het gebruikte model is de BAK het resterende bedrag, dat gevraagd moet worden om investeringskosten en inkomsten gelijk te trekken, oftewel de sluitpost van het model. Hierbij is nog geen gebruik gemaakt van subsidiemogelijkheden, de uiteindelijk kosten voor de eigenaar kunnen hierdoor lager uitvallen.
Figuur 3 De (Bijdrage) Aansluitkosten (BAK) vormt de sluitpost voor de berekening. Dit bedrag is nodig om investeringskosten en inkomsten overeen te laten komen.
Met het oog op de resultaten van de gevoeligheidsanalyse is het goed om in het achterhoofd te houden dat de BAK slechts het ‘tipje van de ijsberg’ vormt. Daarmee willen we zeggen dat relatief kleine procentuele variaties in investeringskosten en inkomsten uit de tarieven, die de ‘bulk van de ijsberg’ vormen, zoals bijvoorbeeld de totale warmtenet investeringen, kunnen resulteren in relatief grote procentuele variaties van de BAK, dit zorgt voor een grote onzekerheid in de BAK.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
6
3
Resultaten
De resultaten van het haalbaarheidsonderzoek worden in dit hoofdstuk gepresenteerd. We doen dit aan de hand van een voorbeeldberekening, voor een bepaalde brok, de Schildersbuurt. De methode is vervolgens op alle brokken toegepast, om zo tot een integraal beeld te komen. Dit alles lag, naast overige niet techno-economische overwegingen, ten grondslag aan de identificatie van de voorlopige concessiegebieden.
3.1
Voorbeeld Schildersbuurt
Om inzicht te geven in de werkwijze, nemen we een representatieve wijk als voorbeeld, de Schildersbuurt.
3.1.1
Schets warmtenet
In onderstaande Figuur 4 is een schets te zien van een warmtenet in de Schildersbuurt van Den Haag. Door een schets van een warmtenet in te tekenen, gebaseerd op relevante data van de gebouwen zijn de indicatieve leidinglengtes en -diameters voor deze wijk te achterhalen. Op basis hiervan worden de investeringskosten voor het warmtenet berekend die onderdeel van de businesscase voor deze wijk vormen.
Figuur 4 Schets warmtenet Schildersbuurt. De transport- (groen), distributie- (oranje) en aansluitleidingen (geel) zijn ingetekend. De grijze blokjes geven de warmtedistributie-onderverdeelstations (WOS) aan, die elk een apart gekleurd gebied met een warmtevraag van ca. 5 MW bedienen. NB. Dit is een schets om een indicatie van leidinglengte en diameter te krijgen voor dit gebied, er mogen geen conclusies voor een eventueel uiteindelijk tracé aan verbonden worden. Ook is bij de plaatsing van de WOS-en geen rekening met ruimtelijke inpassing gehouden. Dit zou mogelijk onderdeel kunnen zijn van de volgende verdiepingsslag.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
7
In Figuur 5 hiernaast zijn de cumulatieve leidinglengtes voor de aansluiting van de gehele Schildersbuurt af te lezen. Deze worden meegenomen, per diameter gesorteerd, om een indicatie van de investeringen voor het warmtenet te kunnen geven. Verder is uit deze gegevens af te leiden dat een procentuele warmtebesparingspotentieel voor deze wijk van zo’n 9% is berekend. Dat houdt in dat er in totaal 9% aan warmte bespaard kan worden, mits de gebouwen van basis isolatiemaatregelen worden voorzien. Uit de warmtevraag is verder af te leiden dat deze wijk zo’n 69 MW aan thermisch piekvermogen nodig heeft voor de warmtevoorziening. Uitgaande van de inzet van een duurzame warmtebron als basislast, goed voor zo’n 30% van de totale warmtevraag, en een volloop van 70%, correspondeert dit met een duurzame warmtebron van zo’n 14 MW. Dit voorbeeld geeft in grote lijnen aan hoe de analyse per brok uitgevoerd is.
3.1.2
Doorrekening businesscase
Figuur 5 Statistieken verkregen bij gebruik van de SETuP-tool, toegepast op de Schilderswijk
In Figuur 6 is, na doorrekening van de businesscase voor de Schildersbuurt, de onderverdeling van de totale investeringskosten te zien. De DEVEX staan voor de totale ontwikkelkosten, zoals ontwerpkosten en de aanvraag van vergunningen. De CAPEX warmtenet staan voor de totale investeringen in het warmtenet, zoals de leidingen, maar ook WOS-en. De CAPEX woningniveau staat voor de investeringen die achter de voordeur gemaakt moeten worden, zoals de aanschaf en installatie van de afleverset inclusief muurdoorvoer en overige kosten die gemaakt moeten worden. Aangezien de investeringskosten voor de bron voor de broneigenaar zijn en deze businesscase rekent vanaf de uitkoppeling bij de bron, is de CAPEX bron systeem in dit geval 0. Wat opvalt is dat voor deze wijk de totale investeringen aan woningkant groter zijn dan voor het warmtenet. Dit is terug te voeren op de compactheid van de wijk, dit resulteert in een hoge warmtevraagdichtheid, hierdoor is relatief weinig leidinglengte nodig. Daarnaast zijn er relatief veel woningen met een kleine warmtevraag, hetgeen Figuur 6 Onderverdeling investeringskosten Schilderswijk resulteert in relatief hoge aansluitkosten.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
8
Zie ook Tabel 1 op de volgende pagina met de resultaten van de typering van de Schildersbuurt, hier is af te lezen dat het gemiddelde warmtevraag slechts 24 GJ is, wat ruwweg overeenkomt met zo’n 760 kubieke meter aardgas. Ook is het percentage meergezinswoningen relatief hoog. Tabel 2 Resultaten typering Schildersbuurt, op basis van CBS en BAG-data
Aantal aansluitingen Gemiddelde warmtevraag Labels Basislast
13.608 in 3.686 panden 24 GJ per hh (760 m3 a.e.) >50% A + B labels 15 MW
Percentage WOCO
68%
Utiliteiten Meergezinswoningen
5% 45%
Al op bestaand warmtenet
4%
Het is belangrijk om duidelijk te zijn over welke onderdelen van het systeem bij het warmtenet horen en welke onderdelen bij de afnemer of bij de eigenaar van de bron. Dit wordt demarcatie genoemd. In Figuur 7 is een overzicht te vinden van de demarcatiekeuze voor de kostenverdeling tussen warmtenet (oftewel warmteaanbieder) en woningniveau (oftwel vastgoedeigenaar) in dit model.
Figuur 7 Demarcatie kostenverdeling warmtenet (warmteaanbieder) en woningniveau (vastgoedeigenaar)
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
9
Figuur 8 Kostenverdeling Schilderswijk
In Figuur 8 zijn de resultaten te zien van de kostenverdeling voor de Schildersbuurt. De berekende bijdrage aansluitkosten (BAK) voor de Schildersbuurt bedragen zo’n € 5.500. voor een aansluiting <100kW. Hetgeen, na vergelijking met de overige brokken, een vrij gemiddeld bedrag zal blijken te zijn. Let wel, dit is een berekening met vele versimpelingen en aannames, met als doel om een idee te krijgen bij de haalbaarheid, de werkelijke BAK kan flink hoger of lager uitvallen door alle deze onzekerheden, dit wordt in de volgende paragraaf verder toegelicht.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
10
3.1.3
Gevoeligheidsanalyse
Om inzicht te krijgen in de parameters die de meeste impact op de BAK hebben, is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. De resultaten van deze gevoeligheidsanalyse voor de Schildersbuurt staan in Figuur 9. Hier is te zien dat met name concessieduur, volloop, netkosten, GJ-tarief en WACC grote impact hebben op de BAK.
Figuur 9 Resultaten gevoeligheidsanalyse Schildersbuurt. Per gevarieerde parameter is de impact op de BAK doorgerekend.
Per parameter is in Tabel 2 aangegeven of en hoe de gemeente invloed kan uitoefenen om de gerelateerde risico’s en kansen te mitigeren. Tabel 3 Overzicht van Parameters met definitie en bijbehorende invloed door de gemeente Den Haag
Parameter
Definitie
Invloed gemeente Den Haag
Concessieduur
De periode na de ingroeiperiode waarin het warmtenet geëxploiteerd kan worden. Standaard is deze 30 jaar voor warmtenetten.
Een langere concessie duur dan 30 jaar wordt waarschijnlijk niet toegestaan in de Wet Collectieve Warmte (WCW). Verlenging levert wel een gunstiger businesscase op.
Ingroeiperiode
De periode die nodig is om het gewenste volloop percentage te bereiken.
Zowel afhankelijk van aansluitbereidheid als de mogelijkheden om snel aan te leggen. Op beide heeft de gemeente beperkt invloed.
Vollooppercentage
Het percentage van de gebouwen in een gebied die ook daadwerkelijk aansluiten op het warmtenet. Hoe hoger het volloop
De uiteindelijke volloop hangt van vele factoren af die deels buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen. Vroegtijdige participatie van de inwoners kan positieve
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
11
percentage hoe lager de BAK wordt per aansluiting.
invloed hebben, evenals sturen op een lagere bijdrage aansluitkosten voor de gebouweigenaren.
De kosten van de warmteleidingen en het warmteoverdrachtstation.
De netkosten hangen met name van grondstofprijzen en loonkosten af. Hier heeft de gemeente weinig invloed op.
GJ-tarief
Het verkooptarief voor warmte, het maximum wordt vastgesteld door de ACM op basis van de gasreferentie.
Het warmtetarief en de BAK zijn communicerende vaten. Een lagere BAK kan positief uitpakken voor de aansluitbereidheid van de gebouweigenaren, echter de gepaard gaande hogere GJ-tarieven zullen weerstand bij inwoners kunnen opwekken.
WACC
“Weighted average cost of capital”, de gemiddelde kosten voor kapitaal. In de meest simpele situatie is dit een gewogen gemiddelde van de bankrente en het rendement op eigen kapitaal.
De WACC is een maat voor de prijs van vreemd en eigen vermogen. Een lage rendementseis en/of een lage bankrente resulteert in een lagere BAK en vice versa. Via garantstellingen zou de gemeente de rente kunnen drukken.
WCW
Volgens de WCW moet de ingroei meegenomen worden in de totale concessieduur die maximaal 30 jaar is. In een groot gebied is een ingroeiperiode van 15 jaar realistisch.
Beperkte beinvloeding van het wetgevingsproces mogelijk. Als de WCW definitief is kan er gekozen worden voor kleinere deelgebieden die een kortere ingroeiperiode kennen.
Netkosten
Conclusie gevoeligheidsanalyse: Er zijn een groot aantal gevoelige parameters die de BAK sterk kunnen beïnvloeden. Inzichtelijk is gemaakt dat de BAK een resultante is en dat wijzigingen in de looptijd van de concessie, het vollooppercentage, de investeringskosten, de tarieven en WACC, een grote impact heeft op de BAK. Wanneer de keuze gemaakt is voor de concessiegebieden, kan voor die concessiegebieden in de voorbereidingsfase een eigen business case worden uitgewerkt met daarin de keuzes voor deze gevoeligheidsaspecten per gebied waarmee de aanbesteding kan worden gestart. In de aanbestedingsprocedure zal de markt zelf ook eisen stellen aan dit soort aspecten om daarmee het betaalbaarheidsrisico te beperken.
3.2
Overige brokken
Door de analyse uit 3.1 uit te voeren voor alle 41 brokken, ontstaat een totaalbeeld. In Figuur 10 zijn de resultaten te zien van de deze analyse. Voor elke brok is de basecase, op basis van de dezelfde uitgangspunten vermeld in paragraaf 2.2, doorgerekend, om vervolgens een gevoeligheidsanalyse door te rekenen ten opzichte van de basecase. De rode balk geeft de spreiding tussen het scenario met de meeste positieve en meeste negatieve impact op de BAK weer. Op enkele uitschieters na is te zien dat voor de meeste brokken geldt, dat de BAK zo tussen de € 4.000 en € 10.000 varieert. Deze berekening heeft een grote onzekerheid en dient alleen als ingrediënt voor het bepalen van de technische haalbaarheid. Bijvoorbeeld in de Binckhorst (wijk 16) is de gemiddelde BAK (+/- €10.000) erg hoog, maar
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
12
aangezien de wijk veel grote utiliteiten kent is dit niet vreemd en doet het niets af aan de technische haalbaarheid.
Figuur 10 Resultaten gevoeligheidsanalyse 41 brokken
In Tabel 3 is een overzicht gegeven van de meest relevante parameters voor de selectie van warmtenet kavels: - Voorkeursoptie uit de TVW, geeft het resultaat uit een eerdere analyse ten behoeve van de TVW - Ondergrond score, een analyse uitgevoerd door de gemeente Den Haag om te bepalen hoeveel knelpunten er in de ondergrond te verwachten zijn. Een 100% score geeft aan dat er nauwelijks problemen te verwachten zijn, een laag percentage geeft aan dat er grote drukte is in de ondergrond. - Corporatie bezit, het deel van de gebouwen wat in het bezit is van een woningbouwcorporatie - Warmtevraag t.b.v. utiliteiten, geeft inzicht in welk percentage van de warmtevraag in het gebied gebruikt wordt voor Utiliteiten, het restant wordt gebruikt voor woningen. - Stadsverwarming, geeft het percentage van de gebouwen wat een aansluiting heeft op een warmtenet, dit is dus niet het percentage van de warmtevraag, deze ligt vaak hoger aangezien grote utiliteiten met veel warmtevraag vaak wel zijn aangesloten en huishoudens in mindere maten. - BAK, de eenmalig aansluitkosten berekend uit de financiële analyse - Basislast, geeft het basislast vermogen in MW wat het gebied nodig heeft
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
13
Tabel 4 Technische parameters per brok
2
Leyenburg
Warmtenet buurt na 2030
3
Regentessekwartier
Warmteoptie nader te bepalen
5
Kortenbos, Zuidwal, Uilenbomen
Warmtenet buurt na 2030
7
Voorhout
Warmtenet buurt na 2030
9
Uitloper World Forum
Warmteoptie nader te bepalen
10
Uitloper Benoordenhout
Warmteoptie nader te bepalen
11
Haagse Bos
Warmtepomp
13
Bezuidenhout-West
Warmtenet buurt voor 2030
14
Bezuidenhout-Midden
Warmtenet buurt na 2030
15
Bezuidenhout-Oost
Warmteoptie nader te bepalen
16
Binckhorst
Mix met oa warmtenetten
19
Rivierenbuurt Zuid en Noord
Warmtenet buurt na 2030
20
Huygenspark
Warmtenet buurt na 2030
21
Schildersbuurt
Warmtenet buurt voor 2030
22
Transvaalkwartier
Warmtenet buurt na 2030
23
Bohemen, Meer en Bos
Warmtenet buurt na 2030
24
Waldeck
Warmtenet buurt voor 2030
25
Loosduinen
Warmtenet buurt voor 2030
92%
52%
18%
10%
85%
12%
31%
21%
71%
17%
21%
10%
54%
43%
55%
27%
54%
9%
83%
8%
82%
15%
46%
3%
83%
1%
62%
0%
93%
5%
63%
12%
82%
44%
75%
50%
82%
3%
57%
13%
82%
7%
14%
0%
91%
0%
88%
64%
73%
28%
53%
17%
73%
68%
35%
12%
72%
68%
16%
4%
85%
43%
19%
6%
96%
17%
7%
0%
78%
31%
9%
2%
76%
40%
32%
4%
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
4-11 k€ 2-11 k€ 2-9 k€ 1-10 k€ 0-21 k€ 2-14 k€ 0-19 k€ 1130 k€ 0-20 k€ 0-13 k€ 2-8 k€ 1-26 k€ 1-13 k€ 2-10 k€ 1-8 k€ 2-9 k€ 3-10 k€ 2-9 k€ 6-16 k€ 14
Basislast (MW)
Warmtenet buurt voor 2030
BAK
Venen/Oorden/Raden, Morgenstond West en Zijden/Steden/Zichten
Stadsverwarming
1
Warmtevraag tbv utiliteiten
Voorkeursoptie TVW
Corporatiebezit
7 juli 2023
Gebied
Ondergrond score
Brokje
12 14 11 27 16 43 4 1 8 8 8 5 5 5 14 8 4 4 15
26
Mariahoeve
Warmtenet buurt voor 2030
27
Moerwijk
Warmtenet buurt voor 2030
28
Morgenstond Oost
Warmtenet buurt voor 2030
29
Morgenstond Zuid
Warmtenet buurt voor 2030
30
Dreven en Gaarden en rest Zijden, Steden en Zichten, en Morgenstond-West
Warmtenet buurt voor 2030
31
Groente- en Fruitmarkt
Warmtenet buurt voor 2030
32
Wateringse Veld
Warmtenet buurt voor 2030
33
Hoornwijk en Ypenburg
Mix met oa warmtenetten
34
Overig groen
Warmtenet buurt na 2030
35
Laakhavens ten zuiden van water, Spoorwijk, Laakkwartier Oost/West, Noordpolderbuurt Marlot
Warmteoptie nader te bepalen
36
37 38 39 40
41
7 juli 2023
44%
25%
0%
88%
67%
11%
1%
86%
71%
17%
5%
86%
71%
20%
0%
92%
67%
23%
5%
87%
30%
45%
0%
76%
32%
10%
72%
45%
-
53%
0%
78%
47%
20%
2%
83%
35%
10%
9%
79%
0%
32%
0%
81%
3%
17%
0%
81%
16%
21%
0%
85%
4%
14%
0%
71%
2%
27%
0%
81%
11%
21%
0%
Warmtenet buurt voor 2030
Oostbroek Zuid, Noord, Valkenboskwartier, Bomenbuurt Rustenburg, Heesterbuurt, Bloemenbuurt Oost
Warmteoptie nader te bepalen
Bloemenbuurt West, Vruchtenbuurt, Eykenduinen Vogelwijk
Warmteoptie nader te bepalen
Statenkwartier, Geuzenkwartier
79%
Warmteoptie nader te bepalen
Warmteoptie nader te bepalen
Warmteoptie nader te bepalen
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
4-11 k€ 3-10 k€ 3-10 k€ 2-9 k€ 4-11 k€ 6-17 k€ 9-20 k€ 1942 k€ 5-13 k€ 3-9 k€ 2045 k€ 3-10 k€ 3-10 k€ 4-12 k€ 1432 k€ 3-13 k€
15
12 12 4 4 4 4 5 5 10 20 1 22 15 10 6 15
3.3
Voorlopige concessiegebieden
Voor de keuzes van concessiegebieden zijn een aantal aspecten gebruikt, te weten: 1. Uitkomst Transitie Visie Warmte (TVW), in deze analyse is een conclusie op buurt niveau getrokken of een warmtenet interessant kan zijn. Nieuwe inzichten ten opzichte van deze analyse zijn voornamelijk a. Vermogens van de geplande duurzame bronnen, met de laatste inzichten is gekeken naar de het beschikbare vermogen. b. Er is in de TVW op buurt niveau gekeken, hierdoor zijn grenzen niet altijd zoals deze vanuit een technisch oogpunt zou worden getrokken. Dit lichten we verder toe in het kader “Concessie grenzen”. 2. Het benutten van alle lokale duurzame bronnen op middentemperatuur of hoger (Geschikt voor bestaande bouw). Voor elk gebied is het benodigde vermogen berekend, rekening houdend met toenemende isolatie en het uiteindelijke volloop percentage. 3. Aansluiten bij initiatieven van bewoners en woningbouwcorporaties, onder andere via de “Routekaart Energietransitie” die is opgesteld door woningbouwcorporaties en de gemeente. 4. De financiële haalbaarheid, de verwachting is dat uitgaande van de Warme Infrastructuur Subsidie (WIS) veel gebieden financieel haalbaar zullen worden. De uitschieters laten we wel buiten beschouwing omdat de kansen op subsidie hier afnemen en een warmtenet waarschijnlijk niet de meest kosten efficiënte aardgasvrije oplossing is. 5.
Natuurlijke grenzen van het bestaande warmtenet. Gezien het eigenaarschap is er gekozen om rond de gebieden waar nu een warmtenet ligt én dit ook in de TVW aangewezen is als warmtenetgebied een apart gebied op te nemen. Zo is er in de overige gebieden nauwelijks overlap met het bestaande net. Dit geeft ruimte voor nieuwe partijen om aan te bieden. Om de grenzen te bepalen rond deze bestaande warmtenetten is gekeken naar technische grenzen zoals omschreven in het kader Concessie grenzen “Concessie grenzen” De grens van een warmtenetgebied volgt niet a. Binnen een warmtenet gebied uit altijd de wegenstructuur. Een warmtenet wordt de TVW is gekeken naar bij één- of tweebaansweg weg vaak in het technische grenzen zoals midden van de weg gepositioneerd. De grens omschreven in het kader van een concessiegebied kan daardoor “Concessie grenzen” technisch beter door de achtertuinen getekend b. Buiten een warmtenetgebied uit worden dan op een weg, dit wijkt soms af van de de TVW is een gebied van 10 buurtgrenzen. Maar bovenal zijn fysieke meter rond het warmtenet obstakels het belangrijkste uitgangspunt om genomen. Dit geld ook voor grenzen te definiëren zoals: leidingen die aangemerkt - Watergangen kunnen worden als - Tramlijnen transportleiding, waar dit geen of - Hoofdinfrastructuur alleen enkele gebouwen op aangesloten zijn.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
16
3.3.1
Transitievisie warmte
De gemeenteraad van gemeente Den Haag heeft de Transitievisie warmte d.d. 6 december 2022, vastgesteld op 19 januari 2023 (RIS313867). Hierin zijn de voorkeursopties per buurt bepaald voor 2030 en 2040. Voor het bepalen van concessiegebieden is voornamelijk gekeken naar de buurten waar warmtenetten als goede optie zijn benoemd, dit zijn de groene gebieden uit Figuur 1.
Figuur 11 resultaten transitie visie warmte Den Haag met zichtjaar 2030
3.3.2
Lokale duurzame bronnen
Er zijn een aantal lokale duurzame bronnen beschikbaar, die alle als basislast bron kunnen dienen voor een warmtenet. Omdat deze allen economisch het best benut worden in de basislast is een combinatie van deze bronnen in basis- en middenlast niet voordehand liggend. Dit betekent tevens dat er veel meer woningen aangesloten kunnen worden op deze duurzame bronnen dan in het geval de duurzame bronnen ook voor de midden en/of pieklast zouden worden ingezet. De benodigde midden- en pieklast zal via hulpwarmtecentrales moeten worden voorzien, deze worden bij voorkeur in het concessiegebied gepositioneerd. De basislast is gedefinieerd als 30% van het piekvermogen, wat correspondeert met de levering van ~85% van de totale warmtevraag. Een kleine afwijking van deze 30% geeft niet direct problemen in de exploitatie van de bronnen (op basis van de SDE kan op 5000 vollasturen of 3500 vollasturen subsidie aangevraagd worden, dit is respectievelijk, ~25% en ~45% van het piekvermogen). Dit nemen we aan als range waarbinnen de bron ontwikkeld kan worden.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
17
Bron
Vermogen
Temperatuur niveau
Status
WarmtelinQ CR-plein
100 MW
HT
Ontwerp
Geothermie CR-plein
28 MW
MT
Plan
Warmtepompen bij GEO naar hoge temperatuur
17 MW
HT
Optie (minder duurzaam dan MT)
Thermische energie oppervlaktewater (TEO) CR-plein
15 MW
MT
Plan
Geothermie Leyweg
6 MW
MT
Operationeel
WOS Warmtelinq Zuid-West
50 MW
HT
Plan
Zoekgebieden Geothermie
84 MW
MT
Zoekgebied
3.3.3
Aansluiten bij lokale initiatieven en kansen
In een aantal gebieden binnen Den Haag zijn woningcorporaties actief met de omschakelen naar aardgasvrij. Hieronder het overzicht uit de routekaart van kansrijke gebieden: - Zuidwest –Volloop HAL (Venen, Oorden, Raden en Morgenstond west). Hier is het warmtenet aanwezig, vinden renovaties plaats en zijn afspraken met de corporaties gemaakt over een gezamenlijke aanpak voor het aansluiten van corporatie en particulier bezit. -
Zuidwest – Moerwijk: start in West en –Noord. In dit gebied zijn veel renovatieplannen (deels al in uitvoering), op korte termijn riool vervangen. Daarnaast is in dit gebied een Warmte Overdracht Station (WOS) voorzien. Het bundelen van de warmtevraag is noodzakelijk voor het realiseren van de WOS. In dit gebied wordt gestart in Moerwijk west, het gebied wordt mogelijk uitgebreid met heel Moerwijk en deel Morgenstond.
-
Mariahoeve – In deze wijk is vanuit een gebiedsaanpak gestart met de aanpak VvE complexen en zijn afspraken gemaakt met de corporaties over o.a. het mogelijk realiseren van een duurzaam warmtenet en bron. Bron: nog niet bekend, mogelijk Geothermie nabij zwembad Overbosch.
-
Schildersbuurt – Kansrijke buurt vanwege de nabijheid van het warmtenet, grote clustering corporatiewoningen en renovatieplannen.
-
Leyenburg/ Volendamlaan. –In deze buurt sluiten enkele corporaties momenteel vastgoed aan op het bestaande warmtenet.
-
Centrum (Kortenbosch Zuidwal/ Stationsbuurt/ Uilenbomen) –In het centrum zijn verschillende buurten waar kansen liggen om woningen aan te sluiten. Door in deze buurten gezamenlijk op te trekken is de kans op een haalbare cases realistischer.
-
Ypenburg – Verduurzamen van de bron en verbetering uitkoeling staat in deze wijk centraal. Verbeteren van het uitkoelen is noodzakelijk voor een eventuele geothermiebron.
-
Daarnaast is er vanuit de bewoners rond het CR-plein de vraag gekomen of zij gezien de korte afstand ook de mogelijkheid krijgen om op dit warmtenet aan te sluiten.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
18
3.3.4
Financiële haalbaarheid
De resultaten van deze haalbaarheid zijn beschreven in paragraaf 3.2. Ten opzichte van de TVW is er een aantal gebieden die financieel gezien lastig haalbaar te maken zijn: - Marlot is in de TVW als onderdeel van Mariahoeve berekend. Voor Mariahoeve zijn warmtenetten een goede oplossing. Als je op Marlot inzoomt, zie je een buurt met panden die ver uit elkaar liggen en een cluster woningen in de noordoosthoek met voornamelijk twee-onder-een-kap woningen. De aansluitkosten komen erg hoog uit waardoor de businesscase voor een warmtenet lastig haalbaar te maken is. - Loosduinen, aansluitkosten zijn hoger dan gemiddeld, omdat hier ook een industrieterrein is meegenomen kan dit de kosten vertekenen. In een later stadium kan met meer informatie over dit gebied bekeken worden in hoeverre het aansluiten interessant is.
3.3.5
Bestaande warmtenet
Er is een aantal gebieden te onderscheiden waar een bestaand warmtenet aanwezig is: - Centrum, veel grote gebouwen zijn op het hoge temperatuurwarmtenet aangesloten, hierdoor is 60% van de warmtevraag aangesloten, maar slechts 22% van de gebouwen. Er is hier dus wat betreft aansluitingen nog een groot inbreidingspotentieel. - Binckhorst, hier ligt het BinckNet (HT/MT) en er wordt een aanbesteding uitgevoerd voor het een nieuwbouw laagtemperatuur warmtesysteem. - Laakhavens, combinatie van bestaand hoge-temperatuur warmtenet en lage temperatuur voor de nieuwbouw ontwikkeling - Rosenburg en deel Leyenburg, ook hier ligt een hoge-temperatuurnet waar voornamelijk grote gebouwen op aangesloten zijn - Ypenburg, in deze buurt zijn vrijwel alle woningen aangesloten op het hoge-temperatuur warmtenet. - Wateringseveld, ook in deze buurt zijn vrijwel alle woningen aangesloten op het hoge temperatuur warmtenet Aangezien we in deze haalbaarheidsstudie focussen op gebieden waar nog kansen liggen voor nieuwe warmteaansluitingen ter vervanging van aardgas aansluitingen vallen de buurten Ypenburg, Wateringseveld, Laakhavens en Binckhorst buiten de focus voor nieuwe concessiegebieden.
Figuur 12 Bestaande warmtenetten in Den Haag
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
19
3.3.6
Vaststellen gebieden
Via de volgende stappen zijn we tot de concessiegebieden gekomen 1. Gebieden voor bestaande warmtenetten, waar bestaande warmtenetten en inbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn, definiëren we een gebied waar de kern van het netwerk binnen valt. Hieruit volgt: a. Gebied 1: Het centrumgebied, een klein stuk rond het CR-plein is toegevoegd zodat in het gebied waar veel warmteleidingen van WarmtelinQ moeten worden aangelegd ook warmte geleverd kan worden. b. Gebied 4: Richting het zuidwesten liggen gebieden 4a en 4b; gebied 4 is opgedeeld in a en b aangezien deze netten verschillende temperatuurniveaus hebben. 2. Gebieden voor een nieuw warmtenet. Er blijft tussen gebieden 1 en 4 een aaneengesloten “warmtenet gebied” uit de TVW over vanaf de Schildersbuurt tot Zuidwest. Hieruit volgen onderstaande gebieden a. Gebied 2: Het gebied rond de Schildersbuurt. Dit gebied kan ontsloten worden aan de nieuwe duurzame bronnen van het CR-plein. Dit gebied is als warmtenetgebied aangewezen in de TVW, maar heeft op zichzelf nog te weinig warmtevraag om de geothermie en TEO-bron beide te kunnen ontwikkelen. Daarom is de Schilderbuurt uitgebreid met een aangrenzend gebied dat in de toekomst technisch gezien ook bij dit concessiegebied goed aangesloten kan worden.
Wat betreft vollooprisico is deze uitbreiding wel een aandachtspunt omdat er voornamelijk particulier eigendom aanwezig is, dit gaat om de buurten Transvaalkwartier en Rustenburg b. Gebied 3: Het gebied wat nu in Zuidwest overblijft past bij de eerste ontwikkeling van de WOS aan de Warmtelinq in dat gebied. 3. Gebied 5: Ten noordoosten van het centrum warmtenet ligt Mariahoeve waarvan de noordelijke 4 buurten als warmtenetgebied zijn aangewezen in de TVW. Hiervan valt Marlot af vanwege de financiële haalbaarheid en wordt de buurt Bezuidenhout-Oost toegevoegd. Voor deze wijk is een goede financiële haalbaarheid berekend en ligt tussen dit gebied en het bestaande warmtenet. De beoogde warmtebron in dit gebied is een nog niet ontwikkelde geothermie bron. 4. Gebied 6: Het laatste deel wat aangewezen is als warmtenetgebied in de TVW ligt rond Loosduinen. Dit gebied heeft ook één beoogde warmtebron, namelijk nieuw te ontwikkelen geothermie en is daarom als één potentieel concessiegebied aangewezen.
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
20
Figuur 13 Voorlopige concessiegebieden Den Haag
7 juli 2023
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
21
3.4
Beschrijving concessiegebieden
We zullen in deze paragraaf per concessiegebied de belangrijkst eigenschappen beschrijven. 1: Centrumwarmtenet
CR-plein, Kortenbos, Voorhout, Zuidwal, Uilebomen, Huygenspark, Laakhavens noord, RivierenbuurtNoord, Bezuidenhout-West/midden. Voor exacte grenzen, zie kaart.
In dit gebied is het grootste deel van de warmtevraag al aangesloten op het bestaande warmtenet, maar dit is slechts 23% het aantal potentiële aansluitingen. Dit komt omdat voornamelijk de grote gebouwen op het warmtenet zijn aangesloten. De grootste potentie ligt in het aansluiten van woningen en appartementen. Aantal aansluitingen Totale warmtevraag Gemiddelde warmtevraag Labels Basislast Beoogde warmtebron Woning corporatiebezit Utiliteiten (warmtevraag) Meergezinswoningen Al op bestaand warmtenet Extra aansluitingen uit routekaart 2030 Kansen Veel bestaande warmteleidingen waardoor een nieuwe aansluiting relatief makkelijk te realiseren is. Ook hoeft er niet vanuit een kern gewerkt te worden aangezien op heel veel plekken al bestaande leidingen aanwezig zijn In de routekaart is 1/3 van het corporatiebezit opgenomen om aan te sluiten voor 2030, Staedion heeft veel bezit in dit gebied en wil graag stappen zetten. Er is een burgerinitiatief in Centrum noord
7 juli 2023
36.013 in 7.073 panden 1.910.000 GJ/jaar 56 GJ/vbo (1775 m3 a.e.) 44% A + B labels 76 MW WarmtelinQ CR-plein 30% 61% 43% 60% van warmtevraag 23% van de aansluitingen 2250 (+6%) Risico’s Het centrum is compact en heeft een volle ondergrond, nieuwe leidingen aanleggen is hierdoor complex Het merendeel van de aan te sluiten gebouwen is particulier eigendom, dit maakt het complex om in één gang meerdere gebouwen dicht bij elkaar aan te sluiten Er wordt ook veel nieuwbouw gerealiseerd, dit zal op een LT net moeten worden aangesloten Het huidige stadswarmtenet heeft tot nu toe ook veel vastgoed in dit gebied ‘overgeslagen’ met aansluiten op het net. De vraag is waarom dat nu wel zal gebeuren en of de aansluitsnelheid omhoog kan.
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
22
2: Rond de Schildersbuurt
Schildersbuurt, Transvaalkwartier, Groente- en Fruitmarkt, Oostbroek, Rustenburg Voor exacte grenzen, zie kaart.
De Schildersbuurt kenmerkt zich door een zeer hoog percentage woningcorporatiebezit. In de Schilderbuurt-Oost is dit zelfs tegen de 80%. Aangezien de woningcorporaties hier graag de overstap naar een warmtenet maken kan dit het vollooprisico sterk reduceren. De woningen zijn hier al goed geïsoleerd waardoor er per huis een lage warmteafzet is, waardoor er meer woningen kunnen worden aangesloten op dit warmtenet.
Aantal aansluitingen Totale warmtevraag Gemiddelde warmtevraag Labels Basislast Beoogde warmtebron Woning corporatiebezit Utiliteiten (warmtevraag) Meergezinswoningen Al op bestaand warmtenet Extra aansluitingen uit routekaart 2030
Totaal
Start gebied
30.504 in 8.567 panden 806.000 GJ 30 GJ/vbo (882 m3 a.e.) 40% A + B labels 32 MW Geothermie en TEO CR-plein 30% 18% 48% Geen 4500 (15%)
21.479 in 6.199 panden 572.000 GJ 29 GJ per vbo (853 m3 a.e.) 52% A + B labels 23 MW Geothermie CR plein 57% 21% 43% Geen 4500 (21%)
Kansen Hoog percentage woningcorporatiebezit, waarvan een groot deel van Haag Wonen welke graag wil aansluiten op een warmtenet De wijk ligt dicht bij het CR-plein waardoor mogelijk piek en back-up gedeeltelijk met bestaande installaties kan worden voorzien
7 juli 2023
(Schildersbuurt, Transvaalkwartier, Groente- en fruitmarkt)
Risico’s De MT-bronnen zijn nog niet operationeel en zullen pas gerealiseerd worden bij een vrij hoge warmtevraag. Tot die tijd zal hoge temperatuur warmte van het CR-plein waaronder ook de Warmtelinq het gebied moeten voorzien In de buurten Oostbroek en Rustenburg (westelijk deel) is het eigendom grotendeels particulier. Dit geeft grotere uitdagingen in de volloop van het warmtenet. Ruimte in de ondergrond is op een aantal plekken zeer beperkt.
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
23
3: Zuidwest
Dreven en Gaarden, Morgenstond, Leyenburg, Zuiderpark, Moerwijk Voor exacte grenzen, zie kaart.
In dit gebied kan de warmte uit de WarmtelinQ worden benut, er is namelijk een warmte overdrachtstation (WOS) gepland. Dit gebied kan een groot deel van de beoogde capaciteit van deze WOS benutten. Ongeveer de helft van de panden is in het bezit van de woningbouwcorporaties en 20% van de panden is opgenomen in de routekaart. Waardoor de aansluitbereidheid ook in dit gebied relatief hoog zal liggen.
Aantal aansluitingen Totale warmtevraag Gemiddelde warmtevraag Labels Basislast Beoogde warmtebron Woning corporatiebezit Utiliteiten (warmtevraag) Meergezinswoningen Al op bestaand warmtenet Extra aansluitingen uit routekaart 2030
Kansen Ontwikkeling van een WOS in het gebied zorgt voor zekerheid over de warmtebron. Een significant deel van het woningcorporatiebezit is opgenomen in de routekaart. Een globale planning is al bekend. De VvE’s van Morgenstond en Moerwijk Noord worden mogelijk opgenomen in het Volkshuisvestingfonds. Riool vervanging in Moerwijk West
7 juli 2023
27.190 in 6.078 panden 710.000 GJ 30 GJ per vbo (882 m3 a.e.) 32% A + B labels 28 MW WOS-Zuidwest ~50% 17% 48% Enkele gebouwen 5350 (20%)
Risico’s Naast de WOS zal er plek gevonden moeten worden voor de Piek- en back-up installatie in de wijk.
BJ2655-101-101-RHD-XX-XX-RP-X-0001
24
4 (A en B): Leyenburg
Rosenburg, Leyenburg, Venen, Oorden en Raden, Morgenstond-West Voor exacte grenzen, zie kaart.
Ook gebied 4 heeft een bestaand warmtenet, dit is in gebied A een MT-net gevoed door de geothermiebron en gebied B een HT-net wat gevoed wordt vanuit het CR-plein. In gebied A worden veel nieuwe panden aangesloten door de woningbouwcorporaties die vrijwel al het bezit volgens de routekaart aansluiten. In gebied B is bijna 20% van het aantal verblijfsobjecten aangesloten, maar zijn geen initiatieven uit de routekaart in dit gebied. A: Gebied HAL
Aantal aansluitingen Totale warmtevraag Gemiddelde warmtevraag Labels Basislast Warmtebron Woning corporatiebezit Utiliteiten (warmtevraag) Meergezinswoningen Al op bestaand warmtenet Extra aansluitingen uit routekaart 2030
B: Rosenburg/ Leyenburg
Gebied HAL 8.721 in 2.344 panden 223.000 GJ 29 GJ per vbo (853 m3 a.e.) 29% A + B labels 9 MW MT Geothermie Leyweg ~60% 16% 24% 14% (van vbo) 4150 (48%)
Kansen Het bestaande warmtenet geeft de mogelijkheid om snel aansluitingen te realiseren In het HAL gebied is veel woningcorporatiebezit wat vrijwel allemaal is opgenomen in de routekaart Er is een start gemaakt met een participatietraject voor particulier eigendom en VvE’s