210616 Rapportage Evaluatie Permanente Winteropvang eindconcept
Tekst van het document
23
geen onderscheid te maken tussen cliënten die vallen onder de reguliere regeling en cliënten die vallen onder de permanente winteropvang. Daarnaast vinden zij dat de drempel om naar de opvang te komen niet verlaagd is door het instellen van de permanente winteropvang en dat men op deze manier niet de doelgroep bereikt die men graag had willen bereiken. De grootste drempel is dat cliënten zich moeten melden bij het Daklozenloket en zich moeten legitimeren. Dit in tegenstelling tot de koudweerregeling waar legitimatie niet is vereist en cliënten anoniem kunnen blijven. Tijdens de koudweerregeling komen de notoire buitenslapers en zorgmijders daarom vaak wel naar de nachtopvang. Volgens de professionals is de OGGZ-problematiek van de groep cliënten die naar de Zilverstraat komt complexer geworden. De lichamelijke problematiek en multiproblematiek is tevens toegenomen. Daarnaast wordt er door de professionals een toename gezien in het aantal incidenten en de inzet van beveiliging. Deze ontwikkelingen speelden al voor de invoer van de permanente winteropvang, maar geven wel aan dat er een andere doelgroep binnenkomt dan voorheen. Het grootschalige karakter van de Zilverstraat zorgt er voor dat er weinig tijd is voor het personeel om contact te leggen met de cliënten.
Er wordt gezien dat bezoekers soms niet begeleid willen worden naar een zorgtraject, maar juist anoniem willen blijven. Voor degenen die wel begeleid willen worden, is er te weinig begeleiding en zijn er te weinig door-en uitstroommogelijkheden. Tot slot, de professionals zijn niet negatief over de permanente winteropvang. De gedachte achter de permanente winteropvang is goed, maar met de huidige eisen die aan de cliënten worden gesteld (o.a. legitimatieplicht) wordt niet de doelgroep bereikt die men wil bereiken. Bij een nieuwe regeling zou er meer rekening gehouden moeten worden met de praktijk. Daarnaast spreken de professionals een voorkeur uit voor een kleinschalige, 24-uursopvang waar er ruimte is voor een gesprek, het vertrouwen gewonnen kan worden en er een stap kan worden gezet richting hulpverlening.
4.3 CONCLUSIES Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de permanente winteropvang voor de locatie Wenckebach is geslaagd en dat de gestelde doelen zijn behaald. De conclusie voor de locatie Zilverstraat is echter complexer. Uit de registraties van het Daklozenloket en de gehouden focusgroepen, komt naar voren dat er door de permanente winteropvang een groep daklozen is bereikt die eerst niet in beeld was. Dit lijken met name mensen met een Midden- en Oost-Europese achtergrond te zijn. Daarnaast gaven medewerkers van Barka aan meer daklozen met een Poolse achtergrond gesproken te hebben. Dit is een positieve uitwerking van de permanente winteropvang. De voornaamste doelgroep die door de permanente winteropvang beter in beeld gebracht moest worden waren echter de zorgwekkende zorgmijders en buitenslapers. Zorgprofessionals zijn van mening dat deze groep nu juist niet wordt bereikt door de ingevoerde identificatieplicht; deze wordt door de cliënt als drempel ervaren. Daarnaast geven de professionals aan dat de faciliteiten en mogelijkheden voor hulp op de Zilverstraat schaars zijn en dat dit beperkend werkt voor de doorstroom of positieve uitstroom van de cliënten. Ook wordt aangegeven dat voor bepaalde cliënten de huidige inrichting van de Zilverstraat de bestaande problematiek wellicht eerder zal verergeren dan verbeteren.
Evaluatie permanente winteropvang 2018/2019
24
BIJLAGE 1 BESLISBOOM DAKLOZENLOKET
Evaluatie permanente winteropvang 2018/2019
25
BIJLAGE 2 VRAGENLIJST/TOPIC LIJST Locatie Wenckebach Vraag 1 (korte introductie van de deelnemers): Kun je kort 1) je naam noemen 2) de organisatie waar je voor werkt 3) hoe lang je al betrokken bent bij de populatie daklozen, en 4) wat je betrokkenheid is bij de permanente winteropvang? Vraag 2 Zouden jullie, voor onze beeldvorming, ons kort door het proces heen kunnen praten 1) hoe een dakloze zich aanmeldt bij het daklozenloket, 2) hoe wordt besloten dat hij / zij in aanmerking komt voor de permanente winteropvang (en niet voor regulier) en 3) hoe wordt besloten naar welke locatie deze persoon gestuurd zal worden (Zilverstraat, Wenckebach, anders?) Een van de doelen van de permanente winteropvang is om ervoor te zorgen dat er minder daklozen op straat hoeven te slapen. Over dit doel zullen de eerste paar vragen gaan.
Thema 1: “Minder daklozen op straat” Vraag 3 Is de groep daklozen veranderd die om opvang vraagt sinds de invoering van de permanente winteropvang? Op welke manier? Komen er meer buitenslapers en / of zorgmijders op af? Waaruit blijkt dat? Vraag 4 Heeft de groep daklozen die zich nu aanmeldt andere problemen of motieven dan de groep die zich hiervoor aanmeldde? Melden zich misschien ook mensen voor wie de regeling niet is opgezet (misbruik)? Vraag 5 Hebben jullie het idee dat er minder mensen op straat slapen door de invoering van de permanente winteropvang? En dat daarmee het welzijn van de daklozen is verbeterd? Thema 2: “Kleinschalige opvang, 24 uurs begeleiding” Vraag 6 Wat doet de kleinschaligheid van de opvang op de Wenckebach voor het welzijn van de dakloze? Heeft dit meerwaarde boven de faciliteiten van de reguliere (nacht)opvang? Wat zou een grootschaliger karakter bieden wat een kleinschalige locatie niet heeft? Vraag 7 Wat doet de 24 uursopvang karakter van de Wenckebach met het welzijn van de dakloze (dus dat clienten ’s ochtends niet hoeven te vertrekken)? Wat zijn de voordelen van deze vorm van opvang boven de reguliere nachtopvang? Wat zou een reguliere nachtopvang bieden boven een 24 uurs opvang? Vraag 8 Hoe ervaren daklozen de kleinschaligheid en 24 uurs opvang? Zien ze het als een meerwaarde? Wat doet het met ze? Waar merk je dat aan? Thema 3: Zorgtrajecten
en uitstroom Vraag 9: Hebben jullie het idee dat er door de invoering van de permanente winteropvang daklozen meer openstaan voor zorgtrajecten en begeleiding? Wat mist er eventueel nog? Vraag 10: Hebben jullie het idee dat er door de invoering van de permanente winteropvang daklozen Evaluatie permanente winteropvang 2018/2019
26
makkelijker uitstromen naar eigen woonruimte, en daarmee de dakloosheid beëindigen? Of misschien beter worden voorbereid op wonen in een eigen woonruimte, en daardoor minder snel weer terugvallen in dakloosheid? Wat mist er eventueel nog? Afsluitende vragen: Vraag 11: Wat vinden jullie, als zorgprofessionals, samenvattend, van de permanente winteropvang? Is het welzijn van de daklozen hierdoor verbeterd? Is het een aanvulling op wat er tot nu toe was? Vraag 12: Ontbreekt er nog iets bij de huidige inrichting van de permanente winteropvang? Is er een doelgroep die wellicht niet wordt bereikt, ondanks het permanent openstellen van de opvang? Zijn de huidige faciliteiten (denk ook aan locaties, ruimtes, apparatuur), zoals ze op dit moment zijn ingericht, toereikend? Wat mist er nog? Locatie Zilverstraat Vraag 1 (korte introductie van de deelnemers): Kun je kort 1) je naam noemen 2) de organisatie waar je voor werkt 3) hoe lang je al betrokken bent bij de populatie daklozen, en 4) wat je betrokkenheid is bij de permanente winteropvang? Een van de twee doelen van de permanente winteropvang is om ervoor te zorgen dat er minder daklozen op straat hoeven te slapen. Over dit doel zullen de eerste paar vragen gaan.
Vraag 2 (procesmatige begeleiding daklozen naar opvang) Zouden jullie, voor onze beeldvorming, ons kort door het proces heen kunnen praten 1) hoe een dakloze zich aanmeldt bij het daklozenloket, 2) hoe wordt besloten dat hij / zij in aanmerking komt voor de permanente winteropvang (en niet voor regulier) en 3) hoe wordt besloten naar welke locatie deze persoon gestuurd zal worden (Zilverstraat, Wenckebach, anders?) 4) zijn er nog drempels die ervoor zouden kunnen zorgen dat daklozen worden geweerd van de permanente winteropvang? Een van de doelen van de permanente winteropvang is om ervoor te zorgen dat er minder daklozen op straat hoeven te slapen. Over dit doel zullen de eerste paar vragen gaan.
Thema 1: “Minder daklozen op straat” Vraag 3 Is de groep daklozen veranderd die om opvang vraagt sinds de invoering van de permanente winteropvang? Op welke manier? Komen er meer buitenslapers en / of zorgmijders op af? Waaruit blijkt dat? Vraag 4 Heeft de groep daklozen die zich nu aanmeldt andere problemen of motieven dan de groep die zich hiervoor aanmeldde? Melden zich misschien ook mensen voor wie de regeling niet is opgezet (misbruik)? Vraag 5 Hebben jullie het idee dat er minder mensen op straat slapen door de invoering van de permanente winteropvang? En dat daarmee het welzijn van de daklozen is verbeterd? Thema 2: “Een humane winteropvang biedt ook begeleiding” Evaluatie permanente winteropvang 2018/2019
27
Vraag 6 Als een dakloze naar de Zilverstraat is gestuurd vanuit het daklozenloket, wat voor begeleiding krijgt hij / zij daar regulier dan nog ter plaatse? Wat is daar aan begeleiding door de permanente winteropvang bijgekomen? Wat voegt dit toe? Wat mist er nog? Vraag 7 In hoeverre helpt de grootschalige opzet van de Zilverstraat voor de begeleiding van de daklozen? Wat zijn de voordelen van grootschalige- boven kleinschalige opvang? Wat zou een kleinschaliger karakter bieden wat een grootschalige locatie niet heeft? Vraag 8 Wat doet het nachtopvang karakter van de Zilverstraat met het welzijn van de daklozen (dus dat cliënten ’s ochtends weer moeten vertrekken)? Is alleen de nachtopvang in jullie ogen voldoende om een client te begeleiden? Wat zijn de voordelen van de nachtopvang boven een 24 uurs opvang? Wat zou een 24 uurs opvang bieden boven een reguliere nachtopvang? Vraag 9 Is het welzijn van daklozen verbeterd door de begeleiding die is ingezet vanuit de permanente winteropvang in de Zilverstraat? Wat doet het met ze? Waar merk je dat aan? Thema 3: Zorgtrajecten en uitstroom Vraag 10: Hebben jullie het idee dat er door de invoering van de permanente winteropvang daklozen op de Zilverstraat meer openstaan voor zorgtrajecten en begeleiding? Wat mist er eventueel nog? Vraag 11: Hebben jullie het idee dat er door de aanvullende begeleiding op de Zilverstraat vanuit de
permanente winteropvang daklozen makkelijker uitstromen naar eigen woonruimte, en daarmee de dakloosheid beëindigen? Of misschien beter worden voorbereid op wonen in een eigen woonruimte, en daardoor minder snel weer terugvallen in dakloosheid? Wat mist er eventueel nog? Afsluitende vragen: Vraag 12: Wat vinden jullie, als zorgprofessionals, samenvattend, van de permanente winteropvang, zoals nu uitgewerkt op de locatie Zilverstraat? Is het welzijn van de daklozen hierdoor verbeterd? Is het een aanvulling op wat er tot nu toe was? Vraag 13: Ontbreekt er nog iets bij de huidige inrichting van de permanente winteropvang? Is er een doelgroep die wellicht niet wordt bereikt, ondanks het permanent openstellen van de opvang? Zijn de huidige faciliteiten (denk ook aan locaties, ruimtes, apparatuur), zoals ze op dit moment zijn ingericht, toereikend? Wat mist er nog? Vraag 14: Is er iets wat we nog niet hebben besproken over de permanente winteropvang, maar wat jullie nog wel willen melden of kwijt willen?
Evaluatie permanente winteropvang 2018/2019
28
Colofon Dit rapport is een uitgave van: GGD Haaglanden Productgroep Epidemiologie en Gezondheidsbevordering Afdeling Epidemiologie Postbus 16130 2500 BC Den Haag Tel: 070-353 7266 E-mail: niels.gerrits@ggdhaaglanden.nl Overname van gegevens is toegestaan, mits voorzien van duidelijke bronvermelding
Auteurs: Niels Gerrits Nasra Karamali Ad van Dijk Marjolein Donker Caroline Dekkers
Den Haag, 21 mei 2019