CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20240425-RIS318220 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Brasserskade 2023

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzakeVaststelling bestemmingsplan Brasserskade 2023 (RIS318220)17.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Juist dieper bouwen, met onderwaterbeton, zou geen schade aan de bomen aanrichten, terwijl het huidige plan, met de hoogten, 8 meter schietbaan en 4 en 12 meter hoofdgebouw, juist wel schade kunnen aanrichten. Wat is dan onvolledige informatie? • Aantal te kappen bomen: Tijdens de commissievergadering Ruimte, de Raadvergadering van 1 juli maar ook tijdens de zittingen bij de Raad van State is steeds de vraag gesteld ‘hoeveel bomen moeten wijken voor dit plan?’. Daarop is nooit antwoord gegeven. Altijd een antwoord als ‘dat weten we niet precies’. Wij hebben steeds aangegeven dat het om honderden bomen moest gaan. Nu is dan eindelijk duidelijk dat het om 311 bomen gaat die gekapt moeten worden. En er zijn inmiddels al ook circa 60 bomen illegaal gekapt. • Bomen-effect Rapportage (BER): tijdens de besluitvorming in de Raad was er geen Bomeneffect Rapportage. Een dergelijke rapportage is echter wel vereist om besluiten te nemen, maar daar is dus geen aandacht aan geschonken. De gemeente heeft daarmee zijn eigen regels niet nageleefd. Een BER heeft onder meer als doel om na te gaan of er alternatieven zijn voor bestemmingsplanwijzigingen die minder bomen zouden treffen. Zou er een BER geweest zijn dan had men een alternatieve locatie zoals de Binckhorst kunnen meenemen. Daar hoeven geen bomen te worden gekapt.

Deze suggestie – voor de Binckhorst – is overigens al gedaan tijdens de behandeling in de Commissie Ruimte en wel door een raadslid van het CDA. Daar is dus niets mee gedaan. Maatschappelijk belang vestiging DKDB: Wij begrijpen zeer wel het maatschappelijk belang van een goede beveiliging van Ambassades en andere gebouwen en instellingen in Den Haag en omgeving door de DKDB. Daarvoor is een locatie nodig met een aantal vereisten. De belangrijkste punten zijn dat men in Den Haag moet worden gehuisvest en dat men snel moet kunnen uitrukken. Daarvoor moet er een goede aansluiting zijn op het hoofdwegennet. Verder moet er ruimte zijn voor training van personeel en wil men een speciale schietbaan. Wij zijn van mening dat de Binckhorst net zo goed scoort als de locatie Brasserskade en op een aantal punten beter. Snel uitrukken locatie Brasserskade: Het is inderdaad zo dat met vlakbij de A13 zit, maar de lokale verkeerssituatie om op de uitvalsweg richting de A13 te komen is nu al kritisch (met Defensie). Bovendien is de locatie slecht bereikbaar met het OV. Er maar één buslijn en er is geen tram of trein in de buurt. Schietbaan locatie Brasserskade: de DKDB beschikt nu níet over een schietbaan. Toen de eerste plannen werden gepresenteerd ging het over een kantoorgebouw met stalling voor voertuigen en 20/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

mogelijk een schietbaan. Maar nu lijkt het of de DKDB alleen zijn werk kan uitvoeren met een schietbaan op het terrein. Dat was tot dusver dus nooit het geval. De bedoelde schietbaan wordt gelokaliseerd pal tegenover onze woningen. Net als bij bijvoorbeeld Padelbanen wordt uitgegaan van een gemiddeld geluidsniveau. Men mag een bepaalde hoeveelheid geluid (in Decibels) maken op de gevel. Het is daarom helemaal niet zeker dat de knallen als gevolg van de schietoefeningen te horen zijn op straat. We vinden dit een groot risico. En daarbij komt dat de schietbaan helemaal geen relatie heeft met de ‘uitrukfunctie’. Daarom hebben we ook meerdere malen naar voren gebracht om de schietbaan dan in ieder geval niet hier onder te brengen, maar bijvoorbeeld op de Binckhorst. Hij kan daar misschien zelfs gecombineerd worden met een schietbaan van een andere politiedienst. De afstand van de ingang van Defensie tot de Binckhorst is 5,7 kilometer of 5 minuten (volgens Maps). Als je het terrein door moet komt er misschien 1 minuut bij. Ook de RvS heeft gevraagd naar de noodzaak van de schietbaan op deze locatie en de mogelijkheid om die te combineren met een andere politiedienst op de Binckhorst.

De reactie van de Nationale Politie was daarop dat het toch wel erg handig was om snel naar de schietbaan te kunnen, en dat men misschien wel ging combineren met Defensie (pas bij de Raad van State werd dat gezegd, eerder nooit). Eerder is juist gezegd dat men niet wilde combineren met andere politiediensten (maar opeens dus wel met Defensie?). Gezien het voorgaande maken wij bezwaar tegen het Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023 en tevens tegen het daaraan gekoppelde Ontwerpbesluit voor de bouw van een politiekantoor en schietbaan op de locatie waar het bestemmingsplan over gaat. Wij verzoeken u om niet in te stemmen met het Ontwerp Bestemmingsplan en het daaraan gekoppelde Ontwerpbesluit voor de bouw van een politiekantoor en schietbaan. De belangrijkste redenen voor ons bezwaar zijn: 1. Het gaat om een Ontwerp Bestemmingsplan dat eerder door de Raad van State is vernietigd op grond van de Provinciale Omgevingsverordening. Het artikel 6.34 op grond waarvan het College dit plan toch weer aan de raad voorlegt is ons inziens geen houdbare grond hiervoor. Het gaat niet om een relatief beperkte afwijking van de regels van de verordening, maar om een compleet nieuwe ontwikkeling. Indien de raad toch zou instemmen met dit plan dan zullen we weer beroep aantekenen bij de Raad van State.

Daarbij maken we de volgende opmerking: De vorige keer heeft de RvS de zaak met grote voorrang behandeld gezien het maatschappelijk belang. Het is de vraag of ze dat nu weer zouden doen. 2. Onjuiste en onvolledige informatie: Bij de besluitvorming van de raad over het vorige (nagenoeg identieke) Ontwerp Bestemmingsplan heeft de raad geoordeeld op grond van deels onjuiste en onvolledige informatie. Er werd toen niet aangegeven hoeveel bomen moesten wijken, te weten 311, er werd gezegd dat bij dieper bouwen de bestaande bomen dood zouden gaan, terwijl juist bij het voorliggende plan er een risico bestaat van schade aan de bomen en er was geen Bomen Effect Rapportage die er wel had moeten zijn. 3. Locatie Brasserskade: wij zijn van mening dat er andere locaties geschikter zijn dan de locatie Brasserkade. Lokaties op een terrein met bestemming ‘bedrijven en/of kantoren’. Dat geldt zeker voor de schietbaan. Die is nu tegenover woningen geprojecteerd met een risico op geluidhinder (zoals ook voorkomt bij padelbanen). En daarbij is voor de schietbaan de zogenaamde uitrukfunctie helemaal niet relevant. Als men de schietbaan bijvoorbeeld op de Binckhorst zou projecteren dat is dat een reisafstand van circa 6 minuten vanaf de Brasserskade, dat is dus prima te combineren.”

4.

Ra 10628254

Belanghebbenden

De volgende zienswijze is geciteerd: “Inleiding

21/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

In verband met een plan voor de bouw van een nieuw kantoorpand en schietbaan voor een landelijke eenheid van de Nationale Politie, Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) op een deel van het terrein van Defensie aan de Brasserskade te Den Haag is op 6 september 2023 een 'Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023' gepubliceerd, hierna te noemen 'plan'. Tevens is gekoppeld aan het plan een ontwerp-omgevingsvergunning/ ontwerpbesluit voor de bouw van het politiekantoor voor de Nationale Politie afgegeven. Verwezen wordt naar de websites: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0518.BP0378HBras2340ON/t_NL.IMRO.0518.BP0378HBras23-40ON.html en https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0518.OV20231606240ON/d_NL.IMRO.0518.OV202316062-40ON.pdf Naar aanleiding van het plan en een ontwerp-omgevingsvergunning/ontwerpbesluit wordt met dit document bezwarenpunten/zienswijze aangetekend en alternatieven gegeven. De bezwaarpunten betreffen: 1. Negeren van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2. Misbruik maken van de afwijkingsbevoegdheid (artikel 6.34). 3. Gebrek aan proactieve houding Nationale Politie. In de onderliggende paragrafen worden de genoemde bezwaarpunten uitgewerkt en Het recht blijft behouden om op latere termijn aanvullende argumenten en alternatieven te geven. 1.

Negeren van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State De plan initiatiefnemer, de Nationale Politie, heeft al eens eerder geprobeerd haar plan dat gewoonweg in strijd is met het vigerende gemeentelijk beleid (bestemmingsplan en daarin gegeven bestemming) er toch 'doorheen te krijgen'. Daarbij heeft ze al eens eerder de gemeente zover gekregen om daaraan medewerking te willen verlenen en een daarvoor opgesteld voor het betreffende gebied nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen. Daar zijn wij als bewoners van de Henricuskade toen ook al vanaf het begin tegen in het geweer gekomen. De tegen het (voorontwerp ingediende inspraakreactie) en tegen het ontwerp ingediende zienswijzen kon niet tegenhouden dat het plan aan de gemeenteraad werd voorgelegd. De gemeenteraad, althans de raad in de toenmalige (politieke) samenstelling, heeft zich toen - ondanks voldoende kritische tegengeluiden - laten bewegen om het plan vast te stellen (besluit van 1 juli 2021). De bewoners van de Henricuskade zijn daar toen direct hun wettelijke toegekende rechtsmiddelen tegen gaan aanwenden. Zij hebben toen beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ingediend. Maar parallel daaraan hebben zij toen ook bij de Voorzieningenrechter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een schorsingsverzoek ingediend.

Dat verzoek werd gehonoreerd bij uitspraak van 7 december 2021 waarbij het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad werd geschorst. En wel omdat enkele van de beroepsgronden al aanleiding gaven voor twijfel of het bestemmingsplan in de bodemprocedure wel in stand zou blijven.

22/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

De Voorzieningenrechter oordeelde dat het plan niet in overeenstemming maar in strijd was met de Omgevingsverordening Zuid-Holland. En ook dat het ook niet zonder twijfel was of het op eerder toegelichte beoogde gebruik van het voorziene kantoor wel door de planregels wordt gedekt. Een daarna, hangende de procedure, in de aanloop naar behandeling van zaak in de bodemprocedure werd door de Nationale Politie (gesteund door de gemeente) nog een poging gedaan om die schorsing op te heffen door hiertoe een wijzigingsverzoek in te dienen, maar dat verzoek is vóór de daartoe geplande zitting weer ingetrokken. Uiteindelijk heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de bodemzaak op 10 augustus 2022 uitspraak gedaan. Daarbij is het tegen het plan ingediende beroep gegrond verklaard en is het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad vernietigd. De reden daarvoor was dat het plan in strijd kwam met het provinciale kantorenbeleid. De Afdeling gaf ook nog te kennen dat (een beroep op) het relativiteitsvereiste de initiatiefnemer ook niet kon baten en niet aan vernietiging in de weg staat en geen aanleiding te zien om – gelet op het belang van het behoud van een goed woon- en leefklimaat - te oordelen dat artikel 6.11 kennelijk niet (ook) strekt tot bescherming van de belangen van de omwonenden (beroepsinstellers/appellanten).

De Afdeling oordeelde o.a.: - dat het plan voorziet in het gebruik van een kantoor zonder baliefunctie t.b.v. van openbare dienstverlening waaronder handhaving van de openbare orde; - dat het plangebied niet behoort tot de locaties opgenomen op kaart 10 in de bijlage II bij de provinciale Omgevingsverordening; - dat uit artikel 6.11 eerste lid van die Verordening niet kan worden afgeleid dat die bepaling alleen betrekking heeft op zelfstandige kantoren van (commerciële) bedrijven en onzelfstandige kantoren, behorende bij (commerciële) bedrijven; - dat gelet op de tekst en toelichting van lid 2 juist het tegendeel het geval is; - dat artikel 6.11 van die Verordening niet alleen betrekking heeft op zelfstandige en onzelfstandige kantoren van, respectievelijk behorende bij (niet-commerciële) instelling of dienst, zoals het voorziene politiekantoor; - dat gelet daarop het voorziene politiekantoor valt onder het toepassingsbereik van artikel 6.11, eerste lid van die Verordening (wat concreet inhoudt een verbod voor kantoren op die locatie); - dat het voorziene kantoor niet kan worden bestempelt tot c.q. geschaard worden onder de uitzondering van lid 2 sub d omdat het voorziene kantoor niet kan worden aangemerkt als een bedrijfsgebonden kantoor; - dat daarnaast het (zoals Nationale Politie en gemeente hadden erkend) ook niet valt c.q.

kan worden geschaard onder een van de overige uitzonderingssituaties uit lid 2 van artikel 6.11 (want geen kantoor in overeenstemming met actuele regionale visie, geen kleinschalig zelfstandig kantoor (tot 1.000 m3 per vestiging) en geen kantoor met een lokaal verzorgingsgebied (bijv, gemeentehuis) en ook geen functie-gebonden kantoor bij een luchthaven, een haven of een veiling. Bezwaar: Hoewel o.a. de bewoners hierover zeer positief en opgetogen waren over de uitspraak, zijn zo blijkt de Nationale Politie in samenspraak met de gemeente achter de schermen op zoek gegaan naar een manier/mogelijkheid om via een alternatief spoor het plan er alsnog doorheen te krijgen. Hiertoe is ook contact gezocht en overleg geweest met (medewerkers van) de Provincie, dit om daar hun wensen en voornemen te polsen. Blijkbaar hebben ze daar voor die gedachtegang en redenering voeten aan de grond gekregen, althans in die zin dat de Provincie niet (pro-actief) die strategie (op voorhand) zal afsnijden maar die toestaat. En dat heeft geleid tot onderhavig in ontwerp procedure gebracht plan. Totaal respectloos hoe de Nationale Politie samen met de gemeente Den Haag omgaat 23/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

met de bewoners en respectloos naar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die het plan heeft vernietigd. 2. Misbruik maken van de afwijkingsbevoegdheid (artikel 6.34) Inhoudelijk is het nieuwe plan eigenlijk hetzelfde als het oude plan. Het belangrijkste wat nieuw en anders is, is dat daarin nu niet meer wordt gesteld dat het plan voldoet aan de hoofdregel uit het provinciale beleid, meer concreet artikel 6.11. (Dat kan ook niet want daarover heeft de Afdeling zich duidelijk uitgelaten).

Nu wordt aangehaakt, althans meent men te kunnen aanhaken, bij een bepaling in de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland, waarmee wordt gesteld dat die kan worden gebruikt en waarmee het in onderhavige geval duidelijke verbod op het ter plekke kunnen realiseren van kantoren zou kunnen worden omzeild, althans daarvan zou kunnen worden afgeweken. Wij vinden dit een gezochte geconstrueerde alternatieve wijze om alsnog hetzelfde te bereiken. Wij zijn van mening dat de afwijkingsmogelijkheid daarvoor niet is geschreven daarvoor niet is bedoeld en dat ook tekst alsook de daaraan verbonden voorwaarde niet is en kan worden voldaan. Dat is ook de reden waarom wij via deze zienswijze u verzoeken het plan niet verder in procedure te brengen. De regel met het provinciale kantorenbeleid staat doelbewust en met reden geplaatst in hoofdstuk 6 en zijn daarmee gemaakt tot en hebben te gelden als 'instructieregels'. In de Toelichting bij dat beleid en dat hoofdstuk staat ook dat die regels zijn gemaakt en bedoeld om provinciaal beleid te laten doorwerken naar andere bestuursorganen en het oogmerk hebben dat beleid te laten doorwerken in o.a. bestemmingsplannen van gemeenten.

Van belang is op te merken dat de Provincie, naast de duidelijke hoofdregel dat kantoren alleen in bepaalde aangeduide gebieden en voor bepaalde gronden gelden, zelf toch nog heel goed heeft nagedacht of van die hoofdregel niet toch onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden niet toch wat kan worden afgeweken. Dat heeft haar er toe gebracht om een reeks van uitzonderingen op te stellen die in lid 2 van artikel 6.11 zijn opgenomen. Dus de Provincie heeft ondanks de regels toch ruimte gegeven voor het maken van uitzonderingen. In de Toelichting staat ook, na bespreking van de hoofdregel uit lid 1 van artikel 6.11, onder het kopje 'uitzonderingen' "Buiten de hierboven bedoelde [zijnde die uit lid 1] locaties is kantoorvestiging alleen bij uitzondering toegestaan." Hier(mee) geeft de Provincie in haar beleid dus duidelijk aan dat lid 2 al de mogelijke en dus limitatieve uitzonderingen zijn. Naar onze mening moet het daarbij dan blijven zeker als de belangen van anderen daarmee betrokken raken en in het geding zijn en geschaad worden, zoals in dit geval burgers en bewoners van een woonwijk, zijnde o.a. de belangen van en recht op een goed woon- en leefklimaat. Wij zijn van mening dat de toevlucht in het voorgestelde plan naar de afwijkingsbevoegdheid niet mogelijk is en niet kan worden toegestaan.

24/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

De bepaling waar de Nationale Politie en de gemeente naar verwijzen luidt als volgt: "Artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk Een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in deze afdeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels."

Wij zijn van mening dat die niet geschreven en niet bedoeld is om op deze wijze alsnog een dergelijk plan met een kantoor met een dergelijke omvang en dergelijke onderlinge verhouding tot de overige bebouwing/functies toe te staan. Het is niet, nauwelijks, slecht maar in ieder geval onvoldoende onderbouwd en geen rechtvaardiging om hetzelfde plan nu op deze manier via een omweg alsnog toch onherroepelijk te laten worden. Alleen al niet omdat er na/in de hoofdregel (van lid 1) zelf al (in lid 2) is voorzien in voldoende inherente uitzonderingen. Om dan daar, zonder enige duidelijke afbakening maar enkel met een als ultimum vangnet opererende, open, weinig concrete normstelling, een nog verdere (haast ongelimiteerde) afwijking op mogelijk te maken is onwenselijk en voert ook te ver weg van de zo duidelijk door de Provincie in haar beleid vastgelegde wil en zou dat helemaal of te veel (doen) afkalven/verdunnen/verwateren. Dat komt de rechtszekerheid niet ten goede. Het provinciaal beleid bevat een Toelichting. En als die goed wordt bezien, moet worden geconstateerd/geconcludeerd dat de afwijkingsbepaling en daartoe geschreven tekst verkeerd wordt gebruikt en uitgelegd, althans dat die voor onderhavige plan en daarin opgenomen kantoor niet kan worden ingezet.

De Toelichting bij de Verordening zegt over deze bepaling het volgende: "Deze afwijkingsmogelijkheid biedt gemeenten enige nadere afwegingsruimte, omdat het in concrete gevallen onredelijk kan zijn functies geheel op slot te zetten of verplaatsing van functies of gebouwen ónmogelijk te maken. Een beperkte uitbreiding van bestaande bebouwing en bestaand gebruik van gronden die niet in overeenstemming zijn met deze verordening kan bijvoorbeeld een reden zijn om deze afwijkingsmogelijkheid te hanteren. De gemeente moet het gebruik van deze afwijkingsmogelijkheid voldoende motiveren en de provincie vertrouwt erop dat de toepassing geschiedt in goed overleg. Een gemeente kan gebruik maken van de mogelijkheid om in beperkte mate af te wijken van de maten en normen die zijn voorgeschreven in deze verordening en kan beperkte uitbreiding mogelijk maken van bestaande bebouwing en bestaand gebruik van gronden die niet in overeenstemming zijn met deze verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende bepaling. Deze mogelijkheid wordt geboden omdat het onredelijk kan zijn deze functies geheel op slot te zetten. Omdat het gaat om een beperkte uitbreiding zal eventuele aantasting van de in het geding zijnde provinciale belangen in het algemeen nihil zijn. De gemeente moet dit wel motiveren bij de toepassing van de afwijkingsmogelijkheid.

De bepaling biedt bovendien de ruimte om tot een beter eindresultaat te komen, voor zowel de 25/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

betrokken provinciale belangen als de betrokken gemeentelijke belangen." Met name wordt aandacht gevraagd voor de onderstreepte delen.

Het gaat (lees; moet gaan) om slechts kleine afwijkingen, kleine/beperkte uitbreidingen en dan ook nog van al bestaande bebouwing en bestaand gebruik, dus op plekken waar iets (in dit geval: kantoren) al wel mogen, kleine afwijkingen in maten en normen (die dus al wel ter plekke gelden en zijn toegestaan), kleine/beperkte uitbreiding (dus van iets dat er al is en mag zijn). Dat is in onderhavige kwestie niet het geval. Men wil er veel meer mee rechtvaardigen en doen. Het is niet bedoeld om daaruit vanuit het niets ondanks de hoofdregel uit 6.11 lid 1 en over de limitatieve uitzonderingen van lid 2 heen toch ergens kantoren te gaan laten toestaan. Als al zonder meer vast staat dat wat men in weerwil van de hoofdregel en over de uitzondering heen, toch wel onder die voorbeelden zou vallen, dan nog geldt er een belangrijke voorwaarde die staat achter de 'mits': mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels." De tekst, met name de onderstreepte delen, tonen dan ieder voor zich en in onderlinge samenhang bezien aan dat het absoluut niet bedoeld is om kantoren toe te gaan staan waar die niet horen, waar die in het beleid niet zijn toegestaan en waarvan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ook heeft geoordeeld dat die niet kunnen komen.

Bezwaar: Wij zijn van mening dat ook aan deze voorwaarde voor afwijking niet wordt voldaan en het gehele Ontwerp Bestemmingsplan 2023 en de gehele ontwerp-omgevingsvergunning/ontwerpbesluit hierdoor worden afgewezen. Bewust misbruik maken van artikel 6.34 om het plan alsnog er doorheen te drukken is niet waar deze afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk is bedoeld! 3. Gebrek aan proactieve houding Nationale Politie We zijn ons er van bewust dat de Nationale Politie (bij gebrek aan eerdere proactieve houding en uitwerken van alternatieven) nog steeds deze locatie heel graag wil ontwikkelen conform het plan en dat ze daarom zwaar inzetten op het er door krijgen van dit plan. Wij vermoeden dat hier de nodige politieke belangen, krachten en machten kunnen spelen en daardoor inmiddels een bepaalde druk of spanningsveld kan zijn ontstaan. Wij als inwoners van de Henricuskade spreken hier onze hoop uit dat niemand binnen de gemeente als onderdeel van het bevoegd gezag (wethouders/leden van het College van B&W en de raadsleden van de Gemeenteraad) daar een druk van voelt en zich daardoor uit het veld laat slaan en dat zij haar taak en verantwoordelijkheid en zorg, voor een goed planologisch beleid waarmee een goed woon- en leefklimaat voor haar inwoners wordt/blijft gewaarborgd, hoog in het vaandel heeft en houdt.

Bezwaar: De Nationale Politie heeft de druk voor de bouw van een nieuw kantoorgebouw en schietbaan meerdere malen benadrukt. Als de druk groot is dan is het gevolg dat je naar alternatieven gaat zoeken. De maatschappelijke functie van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging hoeft niet specifiek in de omgeving 'Brasserskade' plaats te vinden. De maatschappelijke functie is ook uitvoerbaar met exact dezelfde functionaliteit op een andere locatie, zoals 'De Binckhorst', dit geldt zeker voor de schietbaan. 26/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Functionaliteiten op de 'Binckhorst' kunnen worden gedeeld met het daar te bouwen hoofdbureau van de Politie Haaglanden, zoals het delen van het kantoor, de schietbaan, de facilitaire diensten, parkeerplaatsen etc. Op de kantoren locatie 'De Binckhorst' hoeven géén bomen te worden gekapt en géén dieren te worden verjaagd en worden omwonenden beschermd tegen hinder van het politiekantoor en schietbaan en het aan en afrijden van de vele werknemers. Ten aanzien van de zienswijzen merkt het college het volgende op: Vooropgesteld zij, dat de onder 1 vermelde zienswijze zich in de aanhef richt tegen de ontwerpomgevingsvergunning, maar inhoudelijk tegen het voorliggende bestemmingsplan gericht is. Om die reden wordt deze zienswijze hierbij betrokken. Alvorens inhoudelijk op de zienswijzen in te gaan willen wij stilstaan bij de redenen waarom wij aan het verzoek van de Nationale Politie tot vestiging van deze speciale eenheid medewerking willen verlenen. Het betreft hier een bijzondere eenheid, waarvan de overwegende taken – het bewaken en beveiligen van leden van het Koninklijk Huis, politici en vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen nauw verbonden is met de gemeente Den Haag. -

De noodzaak van nieuwe huisvesting en der keuze voor deze locatie

Voor de dienst Bewaken en Beveiligen is er een grote noodzaak om te komen tot een duurzame, toekomstbestendige nieuwe huisvesting. Het bestaande pand van de betreffende dienst is op dit moment geen eigendomslocatie. De eigenaren van deze locatie willen het pand herontwikkelen naar woningen en hebben de huur opgezegd. Het is van groot maatschappelijk belang voor Nederland, met Den Haag in het bijzonder, dat deze dienst zijn werkzaamheden zo optimaal mogelijk kan blijven uitvoeren. De afgelopen jaren zijn de zaken binnen het stelsel bewaken en beveiligen steeds complexer, langduriger en extremer in omvang en zwaarte geworden. Dit heeft geleid tot een toenemende druk op het stelsel. Recente gebeurtenissen hebben daarnaast aangetoond dat excessief geweld tegen de dragers van onze democratische instituties vanuit criminele netwerken geen taboe meer is. Bescherming van deze personen is een voorwaarde voor het functioneren van de democratische rechtsstaat en het brede offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Hierbij wordt intensief samengewerkt met o.a. medewerkers van Defensie. Deze samenwerking vindt op een aantal terreinen plaats en wordt beoogd verder te worden geïntensiveerd. -

Vestigingseisen

De huisvestingsbehoefte van deze specifieke dienst is ook binnen de Nationale Politie speciaal, dit door het specifieke werkveld (Bewaken & Beveiligen) en de daaraan gekoppelde huisvestingseisen. Bepalend zijn daarbij onder meer eisen als: de omvangrijke beveiligde parkeervoorzieningen, de zeer goede autobereikbaarheid naar het centrum van Den Haag en de luchthavens en de hoge beveiligingseisen. Naast de forse beveiligde parkeervoorziening bestaat de beoogde accommodatie, uit een deel uit administratieve werkplekken, verblijf- en overnachtingsfaciliteiten en omvangrijke trainingsfaciliteiten waaronder een schietbaan. Een fors deel van het werkpakket van de dienst heeft een zeer directe relatie met de binnenstad van Den Haag daarnaast is de aansluiting op het Rijkshoofdwegennet van groot belang door de noodzakelijke snelle verbindingen naar o.a. Rotterdam The Hague Airport en Schiphol. -

Locatie-0nderzoek

27/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Met deze uitgangspunten is in groot Den Haag een zeer omvangrijke zoektocht uitgevoerd naar beschikbare bestaande panden en nieuwbouwlocaties. Daarin zijn ook bestaande panden en nieuwbouw initiatieven zoals de Binckhorst nader getoetst. De locatie Binckhorst is niet geschikt bevonden doordat enerzijds hier niet de beoogde beveiligde parkeeropgave kon worden gerealiseerd en anderzijds er op deze locatie het beveiligingsniveau niet in voldoende mate kon worden gecreëerd. Inmiddels is op die locatie het eenheidsbureau van de politie Den Haag in aanbouw. De te realiserenschietbaan aan de Brasserskade is een zogenaamde 50 meter baan, die geschikt is voor de specifieke wapens en munitie van deze dienst Bewaken en Beveiligen. De banen op bijvoorbeeld de bestaande schietbaan in Ypenburg zijn daartoe niet geschikt en niet geschikt te maken. Bovendien geldt dat het elders oefenen qua reistijd en efficiëntie geen goede en duurzame oplossing is. Deze 50 meter schietbaan en andere trainingsfaciliteiten kunnen, op de Brasserskade, wel op een goede manier ingepast worden en daarbij ingepast worden op de locatie waar ook de dienst zelf gestationeerd is Tussen de operationele handelingen door kan dan worden getraind en geoefend op de schietbaan. -

Specifiek Brasserskade

Deze genoemde en meervoudig ondernomen zoektocht naar alternatieven heeft, door de combinatie van programmaonderdelen en overige zeer specifieke huisvestingseisen, geen passende alternatieven opgeleverd, anders dan de Brasserskade. a. Vanaf deze locatie zijn genoemde bestemmingen goed bereikbaar. b. Tegelijkertijd wordt, door de ligging op een afgesloten defensieterrein, voldaan aan de noodzakelijk veiligheidseisen die ook juist in de afgelopen periode een aanzienlijke verscherping hebben doorgemaakt. c. Ook biedt de locatie ruimte voor de benodigde trainingsfaciliteiten. d. De ligging op het defensieterrein geeft daarbij bovendien de mogelijkheid deze trainingsfaciliteiten te delen met defensie waarmee invulling wordt gegeven aan de samenwerkingsafspraken die hierover met de gelieerde speciale diensten van defensie zijn gemaakt. Opgemerkt wordt, dat deze locatie al een maatschappelijke bestemming heeft onder het huidige bestemmingsplan. Voorts is hierbij van belang, dat adequate stallingsruimte voor het uitzonderlijke materieel van de eenheid beschikbaar is en de locatie optimaal beveiligd kan worden. Het terrein aan de Brasserskade voldoet volledig aan deze eisen. Dit laatste is mede vanwege het feit, dat het terrein thans nog onderdeel uitmaakt van het Majoor Jan Linzel complex van Defensie, waardoor het reeds extra beveiligd is en niet voor publiek toegankelijk.

De bebouwing voorziet met name in de genoemde trainingsruimten, overdekte stalling van het materieel, alsmede slaapgelegenheid en in ondergeschikte mate over vergader- en ingeval van calamiteiten coördinatieruimtes, alsmede administratieve werkplekken ten behoeve van de medewerkers van de eenheid. In de regels zijn hieraan nadere eisen qua omvang verbonden. Bij dit bedrijfspand zijn twee parkeervoorzieningen voorzien. Een inpandige parkeergarage welke is bedoeld voor 115 dienstauto’s en ander inzetbaar materieel. Verder zal in de open lucht een parkeerterrein aanwezig zijn voor reguliere motorvoertuigen. Hier komen circa 130 parkeerplaatsen.

-

Weging algemeen (maatschappelijk) belang versus individuele belangen omwonenden

Gelet op het vorenstaande achten wij het maatschappelijk belang, dat met medewerking aan het verzoek gediend wordt groter dan het individuele belang van de direct omwonenden, dit mede omdat zij, door de maatvoering van de nieuwbouw, de afstand daarvan tot hun woningen en de aan te 28/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

leggen brede groenstrook, slechts in zeer beperkte mate in hun wooncomfort worden beperkt. Los van een veranderend zicht vanuit hun woningen beperkt de aantasting van hun wooncomfort zich tot een gering verlies aan bezonning van hun woningen, uitsluitend in de winterperiode. Wat betreft het uitzicht wordt hierbij aangetekend, dat aan hun zijde van het bedrijfspand een brede, afschermende groenstrook in de vorm van een landschappelijke inpassing zal worden aangelegd. -

Uitspraak AbRvS en nieuw bestemmingsplan Brasserskade 2023

In alle ingekomen zienswijzen wordt verwoord, dat de reclamanten van oordeel zijn, dat de eerdere uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Brasserskade geen ruimte laat voor het opstellen en in procedure brengen van een voorliggend bestemmingsplan Brasserskade 2023. Zij spreken daarbij hun teleurstelling uit over het feit, dat met het in procedure brengen van voorliggend bestemmingsplan de gemeente, vanwege de vernietiging door de Raad van State van het bestemmingsplan Brasserskade, niet afziet van het verlenen van medewerking aan het vestigingsverzoek van de Nationale Politie. Hierover merken wij het volgende op. In het eerdere bestemmingsplan Brasserskade werd beschreven, dat het de realisatie beoogde mogelijk te maken van een politiekantoor. Bij die bestemmingsomschrijving werd onvoldoende tot uitdrukking gebracht dat de bestemming primair voorziet in functies omwille van de feitelijke operationele taak van de hier te vestigen speciale eenheid van de Nationale Politie, te weten het bewaken en beveiligen van de leden van het Koninklijk huis, politici alsmede vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen. Binnen die bestemming zijn weliswaar administratieve werkplekken voor deze medewerkers benodigd, maar deze zijn zowel qua omvang als ook functioneel ondergeschikt aan de operatieve inzet van de eenheid.

In relatie hiertoe kan en moet opgemerkt worden, dat de benaming van het te realiseren bouwplan als politiekantoor feitelijk onjuist was. De uitspraak van de Raad van State op het bestemmingsplan Brasserskade bevat meerdere onderdelen. Voor zover deze de vernietiging van uw vaststellingsbesluit betrof, richtte de uitspraak zich op de daarin opgenomen kantoorfunctie en de strijdigheid, die de Raad van State hieromtrent aannam ten opzichte van de provinciale omgevingsverordening. In deze verordening worden (locatie)regels gesteld ten aanzien van de vestiging van kantoren. Tegelijkertijd maakt de uitspraak duidelijk dat: - Het mogelijk verlies aan bomen en groen als gevolg van de uitvoering van het plan niet onaanvaardbaar is; - Toereikend is gemotiveerd waarom voor de locatie Brasserskade is gekozen en waarom er een noodzaak is voor een schietbaan met een lengte van 50 meter; - Onder verwijzing naar de conclusies in de Flora en faunaonderzoeken de raad zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de Wet natuurbescherming niet op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat; - De in het plan vastgestelde maximum bouwhoogtes vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar zijn. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State heeft overleg plaatsgevonden met de Nationale Politie.

Hierbij is nogmaals vastgesteld, dat een meervoudig onderzoek naar alternatieve vestigingsmogelijkheden in of nabij Den Haag geen adequate alternatieven heeft opgeleverd; feitelijk alleen de locatie aan de Brasserskade voldoet ter realisering van de programmaonderdelen (bereikbaarheid, training en oefening, stalling van noodzakelijk materieel, alsmede beveiliging van de locatie); in het eerdere bestemmingsplan, doordat de te realiseren bebouwing consequent als een politiekantoor aangeduid werd ten onrechte de indruk gevestigd werd, dat het verrichten van administratieve werkzaamheden de hoofdactiviteiten zouden vormen, terwijl deze 29/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

zowel qua aard als ook qua omvang ondergeschikt en ondersteunend zijn aan de operationele inzetbaarheid. De uitkomst van dit overleg heeft ertoe geleid, dat op ambtelijk niveau afstemming met de provincie heeft plaatsgevonden. Dit overleg heeft geresulteerd in een schriftelijke reactie van de Provincie Zuid-Holland, waarvan de tekst is opgenomen in hoofdstuk 6.1 van de toelichting van het bestemmingsplan. Samengevat deelt het provinciaal bestuur ons oordeel dat de met dit bestemmingsplan mogelijk te maken vestiging van de speciale eenheid van de Nationale Politie “niet is te beschouwen als een bestemming dat concurreert met de belangen van concentratielocaties voor reguliere kantoren in de regio, nu deze 'reguliere' kantoren hier niet zondermeer kunnen worden gevestigd op basis van deze bestemming. Voor zover het dan volgens de letter nog steeds niet zou passen binnen de gestelde regels in de Omgevingsverordening, stemmen wij in met afwijking van deze verordening op basis van artikel 6.34 van deze Omgevingsverordening. Het provinciaal belang (sterke kantorenconcentraties) wordt immers niet (onevenredig) benadeeld als gevolg van dit plan.

Daarnaast hebben wij begrip voor de specifieke eisen van deze dienst nabij uitvalswegen richting Den Haag waar de locatie zich goed voor leent.” In hun zienswijzen geven de reclamanten aan dat de toepassing van artikel 6.34 van de provinciale omgevingsverordening slechts betrekking kan hebben op het realiseren van qua omvang geringe bebouwing. Wij delen deze mening niet. De afwijking kan ook op de aard en mate van het voorgestane gebruik van toepassing zijn. De overige bezwaargronden. a.

Bezwaar wordt aangekondigd tegen de ter uitvoering van dit bestemmingsplan benodigde kapvergunning.

Reactie: Vooropgesteld wordt dat de omgevingsvergunning voor het vellen van bomen geen onderdeel uitmaakt van de nu in procedure gebrachte besluiten. Deze wordt in een later stadium aangevraagd c.q. verleend. Vooruitlopend hierop kan hieromtrent reeds het volgende worden medegedeeld. De locatie Brasserskade heeft geen status als natuurgebied. Het terrein is nu in gebruik als Defensieterrein met een parkeerplaats en een tennisbaan. Uit de in de toelichting opgenomen Bomeneffectanalyse blijkt dat de conditie van de bomen op dit moment slecht is door aantasting van essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte, eenzijdige kroonopbouw en scheefstand. Daarnaast maakt het merendeel, 475 van de 495 ingemeten bomen (96%), onderdeel uit van een bosplantsoen of houtwal. De onderlinge afstand is zo klein dat ze onvoldoende ruimte hebben om tot wasdom te komen en elkaar beconcurreren. Voor een gezonde, toekomstbestendige situatie zouden de bomen verder uit elkaar moeten groeien, wat betekent dat het bosplantsoen in de huidige situatie al gedund zou moet worden. Zeker de helft zou verwijderd moeten worden. Mechanische windbelasting vormt daarna een potentieel (veiligheids)risico. Door het creëren van ruimten en open plekken, bestaat de kans dat bomen in directe omgeving stabiliteitsproblemen ontwikkelen en om kunnen vallen.

Met het nieuwe, door de politie opgestelde, landschapsplan wordt de diversiteit en kwaliteit van het groen verbeterd. Er wordt een nieuwe situatie met een gezond en veilig bomenbestand met goede toekomstverwachting verkregen. In onderstaande tabel is een overzicht van het eindoordeel met aantal bomen per groenstructuur weergegeven. In totaal zijn 493 bomen ingemeten en beoordeeld: Voor 311 bomen is een omgevingsvergunning voor de activiteit kap nodig, namelijk: - 143 bomen die niet inpasbaar zijn vanwege de slechte conditie - 164 bomen die niet inpasbaar zijn vanwege het project, waarvan 3 solitaire bomen 30/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

- 4 bomen die verplant moeten worden vanwege het project. Van de genoemde 164 bomen, die niet inpasbaar zijn vanwege de bouw, zijn er 161 (99%) gelegen in een bosplantsoen. Voor die bomen geldt: Het bosplantsoen bestaat uit een relatief dichte begroeiing van ondergroeing, zaaiingen en bomen. De conditie van de bomen is wisselend. Er is veel sprake van opslag en zaailingen en sterke onderlinge concurrentie. Als gevolg van de onderlinge concurrentie is uitgroeien tot duurzaam volwassen bomen niet mogelijk. Samengevat: Het bestaande groen is niet in goede staat en niet toekomstbestendig. De politie heeft toegezegd dat zij de te kappen bomen dubbel compenseert, zoals uw raad dat heeft verzocht in de motie ‘Maak werk van de groenstrook’ d.d. 1 juli 2021. Indien mogelijk op deze locatie aan de Brasserskade of via een bomenfonds op een locatie elders in Den Haag. Onderdeel daarvan is een compensatieplan voor deze locatie. Uitgangspunt blijft dat het groene karakter van de locatie behouden blijft. Anderzijds voor de bomen die niet op de locatie zelf gecompenseerd kunnen worden omdat de ruimte ontbreekt om dit volwaardig en kwalitatief te kunnen realiseren zal dit middels een bomenfonds geschieden. Het compensatieplan een bestaat uit de volgende onderdelen: Ad A).

Voor het behouden van bomen wordt in de BEA een reeks van maatregelen geadviseerd over het ontzien van de bomen tijdens de bouwwerkzaamheden en het verbeteren van de groeiomstandigheden in de nieuwe situatie. De Politie investeert in het behoud van grote waardevolle bomen: Voor een tweetal grote kastanjes zijn in het plan ruime plantplaatsen uitgespaard. Duurdere werkmethoden worden toegepast om het werkterrein te minimaliseren en de bestaande bomen zoveel mogelijk te ontzien. In het bijzonder blijft de groenstrook aan de Henricuskade hierdoor in stand. Ad B). Ook het functioneel in te richten terreindeel ten behoeve van parkeren wordt optimaal groen ingericht. Er wordt op drie niveaus groen ingepast. Om te beginnen worden er bomen geplant, hiermee wordt een deel van dit terrein straks bedekt door groen middels de kroonbedekking van de bomen. Om bomen op parkeerplaatsen duurzaam te kunnen laten groeien worden ondergrondse groeiplaatsvoorzieningen aangebracht. Daarnaast worden de auto’s aan het zicht onttrokken doormiddel van hagen van Spaanse aak. Zo wordt er ook op ooghoogte een groen aanzicht gecreëerd. Ook dragen de hagen bij aan een lijnvormige structuur die voor o.a. fauna interessant is. Tot slot wordt ook op maaiveldniveau een groene inrichting verkozen door het inrichten van parkeervakken middels een ‘groene verharding’. Ad C).

Rondom het terrein wordt nieuw bosplantsoen aangeplant binnen de contouren van het reeds aanwezige bosplantsoen. Het primaire doel van deze aanplant is het creëren van een groene afscherming. Ook over secundaire functies is bij het opstellen van het compensatieplan zorgvuldig nagedacht. Zo is het sortiment afgestemd op de lokale bodemomstandigheden en herbergt het een meerwaarde t.a.v. de biodiversiteit. Om direct na aanplant ook hoge beplanting te hebben worden bomen geplant in een grote maat stamomtrek 16-18 centimeter, circa vijf meter hoog. Daartussen staan 21 kleinere bloeiende bomen die bessen geven met het oog op de vogels en insecten. Deze worden geplant met een stamomtrek van 6-8 centimeter en een hoogte van circa drie meter. De kruidlaag van het bosplantsoen wordt ingezaaid met een inheems kruidmengsel ten behoeve van zoom vegetaties. Hierdoor ontstaat er een bloemrijke vegetatie. Ad D. Om het zicht op het gebouw groener te maken komt aan de noordzijde van het gebouw, en een deel aan de oostzijde een begroeiing met klimplanten. Het sortiment moet nog worden bepaald maar er zal rekening worden gehouden de ligging op het noorden, de groenblijvende klimop en wilde wingerd maken onderdeel uit van de begroeiing. De begroeiing staat in de vollegrond en reikt tot de volledige hoogte van het bouwdeel.

Op de lagere delen van het gebouw komt een extensief groen dak met sedum, in totaal 1231 m². 31/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

b.

Het hoorbare ‘tikken’ van de schietoefeningen met speciale zware wapens zal vast binnen de geluidsnorm vallen, echter dit geluid kan absoluut irriterend zijn en zal van invloed zijn op het woongenot;

Reactie: Vooropgesteld zij, dat het hier om een inpandige schietbaan gaat. Gelet op het feit, dat de schietbaan zich daarbij op een afstand van circa 35 m tot de woningen bevindt, de noordzijde en een deel van de oostzijde van het gebouw zal worden voorzien van een begroeiing met klimplanten (een groene wand) en in de regels onder artikel 4.2.5 strikte geluidsnormen zijn opgenomen achten wij een negatieve invloed op het woongenot niet aannemelijk. Bij de zienswijze is bovendien geen akoestisch rapport overgelegd dat de berekende geluidsbelasting weerlegt en aldus een onderbouwing vormt van de stelling dat het geluid van invloed is op het woongenot. Uit het als bijlage 8 bij de toelichting gevoegde akoestisch rapport volgt dat het maximale geluidniveau als gevolg van schietlawaai op de gevel van woningen in een representatieve bedrijfssituatie 33 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Daarmee is zonder meer sprake van een goed woon- en leefklimaat. Ter vergelijking op grond van het Bouwbesluit moet een binnenwaarde van 35 dB(A) in woningen worden geborgd. c.

De waarnemingen in de onderzoeken over de flora en fauna zijn absoluut niet correct. De waarneming door reclamanten van onder meer Bonte spechten, ijsvogels en vleermuizen nabij zijn woning tonen dit aan.

Reactie: In de conclusies van de onder bijlage 9 van de toelichting opgenomen Quick scan van het Adviesbureau Mertens is het volgende vermeld: “Er is het voornemen voor de realisatie en het gebruik van een politiegebouw aan de Brasserskade te Den Haag. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten planten en dieren die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is in het verleden onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van en effecten op beschermde planten en dieren. Deze onderzoeken zijn enigszins gedateerd. Op grond hiervan is een verkennend actualiserend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde planten en diersoorten. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels in en direct rond het plangebied is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (verwijderen opgaand groen buiten het broedseizoen). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren.

Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde amfibieën en zoogdieren aanwezig. Voor deze algemene nationaal beschermde amfibieën en zoogdieren bestaat een algemene vrijstelling van de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Het voorkomen van en negatieve effecten op broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen en verblijfplaatsen van vleermuizen wordt uitgesloten. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan tevens worden uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de realisatie en het gebruik van een politiegebouw aan de 32/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Brasserskade te Den Haag is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden. Daarom dient er één kant op gewerkt te worden met de start van de werkzaamheden zodat eventueel aanwezige diersoorten het plangebied kunnen verlaten.” Hetgeen reclamant aanvoert geeft ons geen aanleiding aan de uitkomsten van deze Quick scan te twijfelen. De daarin gedane aanbevelingen zullen bij de realisering in acht genomen moeten worden. d.

Betoogd wordt, dat het verdiept bouwen van het gebouw technisch goed uitvoerbaar is en een positief effect zal hebben op de op het terrein aanwezige bomen

Reactie: De bouwgrenzen zijn na uitvoerig stedenbouwkundig en landschappelijk onderzoek in het bestemmingsplan vastgelegd. Op verzoek van de omwonenden zijn deze bouwgrenzen en bouwhoogtes een aantal keren aangepast. Om de bouwhoogtes en het bouwvlak zo minimaal mogelijk te houden is in het bouwplan onder het gebouw een volledige kelder voorzien. Het is vanuit het bouwprogramma en de daarbij behorende daglichteisen niet mogelijk het bouwvolume nog verder ondergronds te maken. Voor de uitvoering van de kelder zijn diverse onderzoeken gedaan naar de verschillende uitvoeringsmethodieken en bijbehorende gevolgen in tijd, geld, kwaliteit en risicoprofiel. Er is bekeken of de bouwput onder talud afgegraven kan worden, waarbij een grondkerende voorziening aan 2 zijden in de vorm van een berliner wand opgenomen moet worden. Deze zogenaamde ‘open bouwput’ geeft de volgende risico’s en bezwaren en is daarom onwenselijk: - Het verlagen van de grondwaterstand leidt tot zettingen in het maaiveld. Dit geeft problemen bij het inklinken van de dijk van het Waterschap aan de Brasserskade alsook bij belendingen in de omgeving, bijvoorbeeld de aangrenzende monumentale boerderij. - Door het ontgraven onder talud kunnen minder bomen worden behouden. Ter voorbereiding op de ontgraving zullen bomen en bosschages eerst moeten worden verwijderd.

- Het verlagen van de grondwaterstand in een open bouwput heeft een negatief effect op de omliggende bomen. Het alternatief voor de bovengenoemde open bouwput is een gesloten bouwput met damwanden. Voor een stabiele bouwputbodem dient na ontgraving binnen de damwandkuip de opwaartse waterdruk tegen de onderzijde van de waterremmende lagen, met een voldoende veiligheid lager te zijn dan het gewicht van de bovenliggende bodemlagen. Is dit niet het geval dan bestaat er risico op het openbarsten van de putbodem. In het huidige gebouwontwerp is nog net sprake van een stabiele bouwputbodem. Dieper ontgraven leidt tot het openbarsten van de putbodem. Het openbarsten van de putbodem is uitvoeringstechnisch onwenselijk. De uitvoeringskwaliteit kan in een droge bouwput namelijk beter worden gewaarborgd dan in een ondergelopen bouwput. Het aanbrengen van onderwaterbeton leidt bovendien tot substantieel extra kosten. Als alternatief op onderwaterbeton zou spanningsbemaling onder de waterremmende laag kunnen worden toegepast, maar dit leidt tot de eerdergenoemde risico’s: zettingen van de dijk van het Waterschap en belendingen in de omgeving alsook het negatieve effect op de bestaande bomen.

Omdat een gesloten- en droge bouwput tot mogelijk effecten leidt voor bomen, is onderzocht wat de effecten zijn van een noodzakelijke tijdelijke grondwaterverlaging als gevolg van een dergelijke methodiek op bestaande bomen. Hieruit volgt het volgende: 33/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

De grondwaterstand in de omgeving wordt onder invloed van de bemaling verlaagd. In een bemalingsonderzoek is zowel de actuele als mogelijke verlaging van de grondwaterstand onderzocht. De gemiddeld hoogste grondwaterstand is gelegen op ca. -4,1 meter NAP, de gemiddeld laagste grondwaterstand op ca. -4,7 meter NAP. De gemiddelde grondwaterstand bedraagt ca. -4,3 NAP. Het grondwater ligt daarmee gemiddeld 60 tot 115 centimeter beneden maaiveld. Dat betekent dat de bomen in het projectgebied over een grondwaterprofiel beschikken, dat wil zeggen dat de bomen bij het grondwater kunnen en zich hiermee kunnen voeden. De gevolgen van de bemaling voor de grondwaterstand variëren van 5 cm verlaging (buitenste contouren) tot 30 cm verlaging (directe omgeving van bemaling). De gevolgen van 5 cm verlaging op bomen is beperkt aangezien het grondwater niet te diep (buiten opname capaciteit) zakt. Voor bomen heeft dit geen grote gevolgen, aangezien op locatie sprake is van een grondwaterprofiel. Naarmate de grondwaterdaling meer wordt zullen bomen tijdens het groeiseizoen enige schade ondervinden door beperkte opname capaciteit. De bomen effect analyse en het verplantbaarheidsonderzoek voorzien in specifieke uitvoeringsmaatregelen voor boombehoud en compensatie van deze negatieve effecten.

De voorgeschreven maatregel ter voorkoming van te veel grondwater verlaging is bijvoorbeeld het toepassen van retourbemaling met water dat zuurstofhoudend is. De uitvoerend aannemer heeft de verplichting en verantwoordelijkheid om deze, maar ook de andere, omschreven maatregelen in acht te nemen bij de uitvoering van het werk. Er is, kortom, gekozen voor een uitvoeringsmethodiek op basis van damwanden en een droge bouwput. Uit de inmiddels afgegeven Watervergunning blijkt overigens ook het akkoord van Waterschap op deze methode. In overleg met de aannemer is gekozen voor een duurdere methodiek die als voordeel heeft de werkruimte zo klein mogelijk te houden en daardoor extrabomen te sparen. Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijzen ongegrond te verklaren.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de vestiging van een operationele eenheid van de Landelijke politie, alsmede in de aanleg van de daarvoor benodigde parkeergelegenheid. In dit kader dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan als bedoeld in art.6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor:  de bouw van een of meer woningen;  de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen;  de uitbreiding van een gebouw met ten miste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte met één of meer woningen;  de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen, die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto vloeroppervlakte bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in art. 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is.

Dit kan via: 34/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

 een gemeentelijke grondexplotatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte;  meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon;  een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. Daartoe wordt het volgende overwogen. Voorliggend plan omvat het mogelijk maken van een vestiging van een operationele eenheid van de nationale politie. De gemeente Den Haag heeft een anterieure overeenkomst gesloten als bedoeld in Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro met de initiatiefnemer, waarin de gemeentelijke kosten van medewerking volledig ten laste komen van de initiatiefnemer. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht.

STAAT VAN WIJZIGINGEN Ambtshalve wijzigingen Verbeelding Gebleken is dat de op de Verbeelding aangegeven dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering en de gebiedsaanduiding overige zone waterstaat beschermingszone niet overeenkomen met de aanduidingen daarvan in de legger van het Hoogheemraadschap. Voorgesteld wordt de Verbeelding overeenkomstig de aanduidingen in de legger van het Hoogheemraadschap te wijzigen Regels Aan artikel 4.2.1 toe te voegen: 6. Het bevoegd gezag kan met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie in een gebouw. BESLUITVORMING

Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 12 maart 2024, Gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, besluit: met overneming van de door het college in het hiervoor vermelde voorstel aangegeven overwegingen, welke worden geacht deel uit te maken van dit besluit: I. II.

de zienswijzen, in het bij dit besluit behorende voorstel onder “Ingekomen zienswijzen” opgenomen, ontvankelijk te verklaren en deze ongegrond te verklaren; tot herziening van de op het plangebied Brasserskade 2023 betrekking hebbende regelingen: - Bestemmingsplan Ypenburg, vastgesteld bij raadsbesluit 124, d.d. 17 oktober 2013; - Parapluherziening (fiets)parkeren, vastgesteld bij raadsbesluit RIS300391, d.d. 20 september 2018; 35/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

III.

IV.

- Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld bij raadsbesluit RIS 301205, d.d. 20 december 2018. met in achtneming van de Staat van wijzigingen vast te stellen het bestemmingsplan Brasserskade 2023 bestaande uit de kaart NL.IMRO.0518.BP0378HBras23-40ON.dgn met ondergrond o_ NL.IMRO.0518.BP0378HBras23-ond.dgn en regels, zoals deze bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bescheiden zijn aangegeven, toegelicht en beschreven; dat bij het bestemmingsplan voor Brasserskade 2023 geen exploitatieplan wordt vastgesteld.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 25 april 2024. De griffier,

De voorzitter,

Na vaststelling van het bestemmingsplan Brasserskade 2023 wordt het identificatienummer van het bestemmingsplan gewijzigd van NL.IMRO.0518.BP0378HBras23-40ON in NL.IMRO.0518. BP0378HBras23-50VA.

36/36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14095203/1