CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20240425-RIS318220 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Brasserskade 2023

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzakeVaststelling bestemmingsplan Brasserskade 2023 (RIS318220)17.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Datum

Registratienummer

12 maart 2024

DSO/10703708 RIS318220

Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Brasserskade 2023 Inleiding Bij raadsmededeling van 29 augustus 2023 (DSO/10506277 - RIS316341) is aan de raad toegezonden het ontwerp-bestemmingsplan Brasserskade 2023. Doel van het bestemmingsplan Het doel van het bestemmingsplan Brasserskade 2023 is medewerking te kunnen verlenen aan het vestigen van de landelijke eenheid van de Nationale Politie, die belast is met het bewaken en beveiligen van leden van het Koninklijk Huis, politici en vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen. In het voorgaande bestemmingsplan Ypenburg heeft het gehele perceel een maatschappelijke bestemming met de functieaanduiding 'militaire zaken'. Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt op het defensieterrein aan de Brasserskade. De locatie van Defensie ligt aan de zuidzijde van Den Haag, tegen de grens met de gemeente Delft. Ten noorden en oosten ligt de woonwijk Ypenburg, ten zuiden het sportpark Brasserskade. Aanleiding voor het bestemmingsplan De aanleiding voor het bestemmingsplan Brasserskade 2023 is de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 augustus 2022 (nr. 202105899/1/R3) waarbij het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Brasserskade van 1 juli 2021 is vernietigd.

De vernietiging was enkel gebaseerd op de overwegingen van de Afdeling dat het bestemmingsplan in strijd zou zijn met het in artikel 6.11 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland opgenomen kantorenbeleid. De overige beroepsgronden zijn ongegrond verklaard. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden met de provincie. Dit overleg heeft tot de volgende uitkomst geleid. Het in hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland opgenomen kantorenbeleid kent in artikel 6.34 de mogelijkheid daarvan af te wijken, mits daardoor geen onevenredige afbreuk aan de doelstelling van dit beleid wordt gedaan. Van belang is hierbij, dat de betreffende bebouwing niet strekt tot het realiseren van 'reguliere kantoren' en als zodanig daar niet mee concurreren dan wel afbreuk aan doen in de regio. De bestemming Maatschappelijk maakt dat hier niet zondermeer reguliere kantoren mogelijk zijn wanneer de politie-eenheid zou verhuizen. Voorts zijn in voorliggend bestemmingsplan de gebruiksmogelijkheden aangescherpt, waartoe onder meer in de regels de omvang van de kantooractiviteiten qua oppervlak is begrensd op maximaal 40% van de te realiseren bebouwing, waardoor deze activiteiten ook ondergeschikt zijn aan de operationele taken van de gebruiker.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Het voorliggend bestemmingsplan wijkt daarmede zowel wat betreft de toelichting als de regels op onderdelen af van het bestemmingsplan Brasserskade zoals eerder in 2021 is vastgesteld. Coördinatieregeling Om de herontwikkeling planologisch mogelijk te maken zal, met toepassing van de Coördinatieverordening Den Haag 2018 (RIS300137), een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld onder gelijktijdige afstemming met de af te geven omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Geldende planologische regelingen Het bestemmingsplan Brasserskade vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Ypenburg, vastgesteld op 17 oktober 2013. Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: - Parapluherziening (fiets)parkeren, vastgesteld 20 september 2018. Dit bestemmingsplan regelt, dat overal in de stad bij nieuwbouwplannen of wijzigingen van het gebruik dezelfde eisen voor het (fiets)parkeren kunnen worden gesteld. - Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld 20 december 2018. Dit bestemmingsplan regelt, dat functies, waarvan de vestiging op een bedrijfsterrein niet gewenst is, daarvan ook daadwerkelijk worden uitgesloten.

Participatieproces Bij het hieraan voorafgaande bestemmingsplan heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden, waartoe meerdere informatieavonden, alsmede ook (individuele) gesprekken met omwonenden hebben plaatsgevonden. Deze participatie heeft ertoe geleid, dat ten opzichte van het oorspronkelijke plan aanpassingen zijn doorgevoerd. Deze aanpassingen hebben zowel betrekking op het verlagen van bouwhoogtes, als op het wijzigen van de situering van het bouwvlak, waarbinnen de bebouwing gerealiseerd zal worden. Tevens zijn toezeggingen gedaan omtrent het betrekken van de omwonenden bij de inrichting van de groenstroken. Deze toezeggingen zijn in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de vestiging van een operationele eenheid van de Landelijke politie, alsmede in de aanleg van de daarvoor benodigde parkeergelegenheid én landschappelijke inpassing. Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. De gemeente Den Haag heeft daarvoor een anterieure overeenkomst gesloten als bedoeld in Afdeling 6.2 Grondexploitatie, artikel 6.2.1 Bro met de initiatiefnemer, waarin de gemeentelijke kosten van medewerking volledig ten laste komen van de initiatiefnemer. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht.

PROCEDURE Vooroverleg Op 1 april 2019 is het voorgaande ontwerp-bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat en overige bij het plan betrokken instanties. Aangezien het inrichtingsplan voor het plangebied en de mate van bebouwing daaraan grotendeels gelijk is, heeft voor het voorliggend ontwerp nu geen vooroverleg plaatsgevonden, behalve met de provincie Zuid-Holland over de toetsing van de met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkeling aan de provinciale omgevingsverordening.

Inspraak Bij besluit van burgemeester en wethouders, d.d. 29 augustus 2023, RIS316341, heeft het college besloten het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage te leggen zoals voorgeschreven in artikel 3.8 Wro en

2/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Terinzagelegging ontwerp-bestemmingsplan Op 6 september 2023 is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland, de bewonersorganisatie en overige bij het plan betrokken instanties. Het ontwerp-bestemmingsplan en ontwerp- omgevingsvergunning hebben van 7 september tot en met 18 oktober 2023 ter inzage gelegen. Naast de gebruikelijke publicatie hierover zijn de directomwonenden hierover per afzonderlijke brief geïnformeerd. Het ontwerp-bestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning waren in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op woensdag 4 oktober 2023 is een inloopbijeenkomst gehouden voor het bestemmingsplan. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. Het college biedt de raad hierbij het ontwerp-bestemmingsplan ter vaststelling aan. Het plan bestaat uit de plankaart met kenmerk NL.IMRO.0518.BP0378HBras23-40ON en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. INGEKOMEN ZIENSWIJZEN Nr. 01. 02. 03. 04. 05.

Ra-nr. 10625132 10625949 10625982 10628254 10632595*

Indiener zienswijze Belanghebbenden Belanghebbenden Belanghebbenden Belanghebbenden Belanghebbenden

* De met * gemerkte zienswijze is gelijkluidend aan de zienswijze nr. 3 Ra 10625982 en nr.4 Ra 10628254 en derhalve niet opgenomen. Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en voldoen aan de wettelijke eisen. Behandeling zienswijzen Vanwege de overwegend inhoudelijke gelijkheid van de zienswijzen wordt na de citering daarvan de reactie gegeven. 1.

Ra 10625132

Belanghebbenden

De volgende zienswijze is geciteerd: “Hierbij onze zienswijze op het ontwerp-omgevingsvergunning Brasserskade 227A d1. Het recht hebben om een zienswijze in te dienen. Het recht hebben om in beroep te gaan. Het recht hebben om in het gelijk te worden gesteld. Het recht en het onrecht... Het onrecht om opnieuw een zienswijze te moeten indienen. Het onrecht om opnieuw in beroep te moeten gaan. Het onrecht om door de hoogste rechterlijke macht in het gelijk te worden gesteld, in het belang van onze mooie gemeente, maar toch weer te kunnen verliezen... Het verliezen van ons woongenot. 3/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Het verliezen van die mooie bomen en het groen. Het verliezen van rust door een schietbaan. Het verliezen van vertrouwen... Het vertrouwen dat onze gemeente wettelijk goedgekeurde beslissingen neemt, in het belang van onze stad. Het vertrouwen dat de politie de wet en rechterlijke uitspraken respecteert. Het vertrouwen dat wij gehoord worden als bewoners en kiezers. Het vertrouwen op eerlijkheid, veiligheid en zekerheid... Zekerheid op een eerlijke rechtstaat. Zekerheid van een juiste belangen afweging voor alle bewoners van Den Haag (dus niet voor een eventuele evacuatie van belangrijke personen). Zekerheid op inspraak en gehoord worden. Zekerheid dat een zienswijze en in beroep gaan zin heeft... Onze zienswijze is onveranderd, het gehele plan is nagenoeg onveranderd. Bent u onveranderd? Dan zullen wij opnieuw in beroep gaan, in de hoop dat het recht onveranderd zal zegevieren. 2.

Ra 10625949

Belanghebbenden

De volgende zienswijze is geciteerd: “Graag uw aandacht voor de twee bijgesloten documenten: 1. Zienswijze/ Bezwaar betreffende ‘Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023’; 2. Een begeleidende brief.

Met verbijstering hebben we kennisgenomen van het ontwerp bestemmingsplan en het gekoppelde ontwerpbesluit voor de bouw van het politiekantoor en schietbaan, een en ander onder van toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag. Het van toepassing verklaren van de Coördinatieverordening wordt door het college van B&W niet onderbouwd. Ook wordt niet duidelijk gemaakt op grond waarvan de Crisis en Herstelwet van toepassing is. Een respectloze actie van de gemeente Den Haag hoofdzakelijk richting de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die het eerdere ontwerpbestemmingsplan (2021) heeft vernietigd. Het toepassen van artikel 6.34 van de Omgevingsverordening van de Provincie ZuidHolland is een gezochte geknutselde alternatieve wijze om toch het door de Raad van State vernietigde ontwerp bestemmingsplan voor de bouw van het politiekantoor er doorheen te drukken. Het misbruiken van artikel 6.34 houdt geen stand! Met een losstaand nieuw gebouw van 5000m 2, een schietbaan van 70m lang en 9m hoog, het gebruik van 40% kantoorruimten en het stationeren van een operationele eenheid van de Nationale Politie, wordt niet in relatief beperkte mate afgeweken van de regels. Er wordt weldegelijk afbreuk gedaan aan de doelstelling, die de regels van artikel 6.11 beogen te behartigen.

Het is niet gerechtvaardigd om met de oneigenlijke toepassing van artikel 6.34 hiervan af te wijken. Bovendien is het met de voorgestelde alternatieve bouwlocaties, zoals de Binckhorst, ook niet gerechtvaardigd om artikel 6.34 toe te passen op artikel 6.11. Met de begeleidende brief en zienswijze maken wij bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan en het gekoppelde ontwerpbesluit en ik verzoek u vriendelijk het plan en besluit af te wijzen en beroepsprocedures bij de Raad van State te voorkomen.

4/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Indien u het ontwerp bestemmingsplan en het gekoppelde ontwerpbesluit toch bekrachtigd toont u ook geen respect voor de uitspraak van de Raad van State en handelt de gemeenteraad in strijd met de eigen geloofwaardigheid. De begeleidende brief en de zienswijze/ bezwaar zijn niet ondertekend. De originele ondertekende documenten heb ik persoonlijk ingeleverd op het gemeente kantoor Den Haag. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.” Begeleidend schrijven “Met verbijstering hebben we kennisgenomen van het ‘Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023’, gepubliceerd op 6 september 2023 en het gekoppelde ‘Ontwerpbesluit’ voor de bouw van het politiekantoor en schietbaan, een en ander onder van toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag. Het van toepassing verklaren van de Coördinatieverordening wordt door het college van B&W niet onderbouwd. Ook wordt niet duidelijk gemaakt op grond waarvan de Crisis en Herstelwet van toepassing is. Een respectloze actie van de gemeente Den Haag. Respectloos richting de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en respectloos richting de omwonenden. Een zinloze actie die veel tijd en energie kost en waarmee veel geld nodeloos is en wordt uitgegeven.

Bizar! Het ontwerp bestemmingsplan is namelijk op een paar kleine technische aanpassingen na identiek aan het ontwerp bestemmingsplan welke door de gemeente Den Haag op 21 november 2019 is gepubliceerd en op 1 juli 2021 door de gemeenteraad Den Haag is aangenomen (kenmerk/ registratienummer DSO/126132 en RIS308935). Tegen dit laatstgenoemde ontwerp bestemmingsplan hebben omwonenden beroep aangetekend bij de Raad van State. De Raad van State heeft op 10 augustus 2022 geoordeeld dat het beroep gegrond was en het ontwerp bestemmingsplan vernietigd, omdat het ontwerp bestemmingsplan in strijd was aan de Omgevingsverordening Zuid-Holland, specifiek betreffende het provinciaal kantorenbeleid. Blijkbaar heeft de gemeente Den Haag lak aan deze uitspraak. Vanwege deze uitspraak van de Raad van State wordt de toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag ter discussie gesteld. Het misbruiken van artikel 6.34 van de Omgevingsverordening van de Provincie ZuidHolland houdt geen stand! Met een losstaand nieuw gebouw van 5000m2, een schietbaan van 70m lang en 9m hoog, het gebruik van 40% kantoorruimten en het stationeren van een operationele eenheid van de Nationale Politie, wordt niet in relatief beperkte mate afgeweken van de regels. Er wordt weldegelijk afbreuk gedaan aan de doelstelling, die de regels van artikel 6.11 beogen te behartigen.

Het is niet gerechtvaardigd om met de oneigenlijke toepassing van artikel 6.34 hiervan af te wijken. Bovendien is het met de voorgestelde alternatieve bouwlocaties, zoals de Binckhorst, ook niet gerechtvaardigd om artikel 6.34 toe te passen op artikel 6.11. Het toepassen van artikel 6.34 is een gezochte geknutselde alternatieve wijze om toch het door de Raad van State vernietigde ontwerp bestemmingsplan voor de bouw van het politiekantoor er doorheen te drukken. Door het aannemen van het ontwerp bestemmingsplan en het gekoppelde ontwerpbesluit, onder van toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag, toont de gemeenteraad ook geen respect voor de uitspraak van de Raad van State en handelt de gemeenteraad in strijd met de eigen geloofwaardigheid. Met deze brief maken wij bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan en het gekoppelde ontwerpbesluit en ik verzoek u vriendelijk het plan en besluit af te wijzen en beroepsprocedures bij de Raad van State te voorkomen. Onze zienswijze/ bezwaarschrift betreffende de drie genoemde onderwerpen heb ik bijgesloten bij deze brief. Wij willen onze zienswijze/ bezwaar toelichten en wensen te spreken tijdens of vlak voor die gemeenteraadsvergadering waar dit ontwerp bestemmingsplan en ontwerpbesluit behandeld wordt.

5/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Wij verzoeken u om ons tijdig in kennis te stellen van de betreffende gemeenteraadsvergadering. Bomenkap 311 bomen en illegale bomenkap Vooruitlopend op de aanvraag tot bomenkap van 311 bomen op het defensieterrein Brasserskade 227A, d1, maken wij met deze brief alvast kenbaar bezwaar te hebben tegen de bomenkap. De kap van 311 bomen is in strijd met de plannen van de gemeente om de stad groener te maken, zoals de ‘Agenda groen’ en het ‘Bomenbeleid’. Bij de gemeente Den Haag is navraag gedaan over de kap van deze 311 bomen. Een email van de gemeente laat weten dat er geen antwoord kan worden gegeven omdat de documenten ‘geheim’ zijn. Vreemd! Meerdere bomen zijn inmiddels illegaal gekapt. Ik verzoek u mij op de hoogte te stellen van de aanvraag kapvergunning voor die bomenkap, zodat ik ook hiertegen bezwaar kan aantekenen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.” “Bezwaarschrift/Zienswijze A) Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023; B) Ontwerp-omgevingsvergunning/ Ontwerpbesluit; C) Vooruitlopend bezwaar tegen de kap van 311 bomen.

Samenvatting De gemeente Den Haag heeft op 6 september 2023 een ‘Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023’ gepubliceerd, gekoppeld aan, in combinatie met, een ontwerpomgevingsvergunning/ ontwerpbesluit, een en ander voor een nieuw te bouwen kantoorpand met schietbaan voor de Nationale Politie, op een deel van het defensieterrein aan de Brasserskade 227A d1, te Den Haag, een en ander onder van toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag. Het van toepassing verklaren van de Coördinatieverordening wordt door het college van B&W niet onderbouwd. Bovendien wordt niet duidelijk gemaakt op grond waarvan de Crisis en Herstelwet van toepassing is. Ook ligt er een blijkbaar geheim plan klaar om 311 bomen op dit stuk terrein te kappen in verband met de bouw van het politiekantoor met schietbaan. Dit ‘Ontwerp Bestemmingsplan’ is op een paar kleine technische aanpassingen na identiek aan het ontwerp bestemmingsplan welke door de gemeente Den Haag op 21 november 2019 is gepubliceerd en op 1 juli 2021 door de gemeenteraad Den Haag is aangenomen (kenmerk/ registratienummer DSO/126132 en RIS308935). Tegen dit laatst genoemde ontwerp bestemmingsplan hebben omwonenden beroep aangetekend bij de Raad van State.

Op 10 augustus 2022 heeft de Raad van State geoordeeld dat het beroep gegrond was en het ontwerp bestemmingsplan vernietigd, omdat het ontwerp bestemmingsplan in strijd was aan de Omgevingsverordening Zuid-Holland, specifiek betreffende het provinciaal kantorenbeleid. Vanwege deze uitspraak van de Raad van State wordt de toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag ter discussie gesteld. In dit bezwaarschrift/ zienswijze worden bezwarenpunten en alternatieven gegeven, waaronder: 1) In strijd met Omgevingsverordening Zuid-Holland, specifiek gericht op Artikel 6.34 en het misbruik ervan en; 2) Alternatieve bouwlocaties voor het politiekantoor, met effectievere aanrijtijden voor de taken van de Nationale Politie en delen van de schietbaan; 3) Onder druk zetten vanwege de tijdsdruk; en 4) De aankondiging tot de kap van 311 bomen, met de illegale bomenkap. Het bezwaarschrift sluit af met ‘Redenen van bezwaar op rij’. 1. Het ontwerp bestemmingsplan Brasserskade 2023 ten behoeve van het politiekantoor van de Nationale Politie is niet in overeenstemming met de Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland. Het gebied rond de Brasserskade behoort niet tot de zogenoemde kantorenlocaties, die de provincie Zuid-Holland heeft aangewezen; 2. Het betreft géén uitbreiding/ aanpassing van bestaande bebouwing.

De uitzonderingsregels op artikel 6.11 lid 1, volgens artikel 6.11 lid 2 zijn niet van toepassing. Immers, met een losstaand nieuw gebouw van 5000m2, een schietbaan van 70m lang en 9m hoog, het gebruik van 40% kantoorruimten 6/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

en het stationeren van een operationele eenheid van de Nationale Politie, wordt niet in relatief beperkte mate afgeweken van de regels. Er wordt weldegelijk afbreuk gedaan aan de doelstelling, die de regels van artikel 6.11 beogen te behartigen. Het is niet gerechtvaardigd om met toepassing van artikel 6.34 hiervan af te wijken; 3. Het toepassen van artikel 6.34 van de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland is een gezochte geknutselde alternatieve wijze om toch het door de Raad van State vernietigde ontwerp bestemmingsplan voor de bouw van het politiekantoor er doorheen te drukken; 4. De provincie Zuid-Holland laat weten dat het de verantwoordelijkheid van de gemeente Den Haag is, dat het bestemmingsplan aan de omgevingsverordening voldoet. De provincie Zuid-Holland maakt geen bezwaar en laat dat over aan de omwonenden; 5. Met de alternatieve bouwlocatie ‘De Binckhorst’ is het ook niet gerechtvaardigd om artikel 6.34 toe te passen op artikel 6.11; 6. De maatschappelijke functie van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging hoeft niet specifiek in de omgeving ‘Brasserskade’ plaats te vinden. De maatschappelijke functie is ook uitvoerbaar met exact dezelfde functionaliteit op een andere locatie, zoals ‘De Binkhorst’, dit geldt zeker voor de schietbaan; 7.

De Staatsveiligheid kan in vergelijking met de locatie ‘Brasserskade’ in ieder geval vanuit ‘De Binckhorst’ sneller, effectiever en efficiënter worden gewaarborgd; 8. Op de kantorenlocatie ‘De Binckhorst’ hoeven géén bomen te worden gekapt en géén dieren te worden verjaagd en worden omwonenden beschermd tegen hinder van het politiekantoor en schietbaan en het aan en afrijden van de vele werknemers; 9. Op de kantoren locatie ‘De Binckhorst’ kan worden opgetrokken met de nieuwbouw van het Hoofdkantoor Politie Haaglanden, de benodigde faciliteiten kunnen dan worden samengevoegd en/ of gedeeld; 10. De zogenaamde tijdsdruk voor het realiseren van de nieuwe huisvesting van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging mag niet worden gebruikt voor het doordrukken van de bouwplannen op de locatie ‘Defensieterrein Brasserskade’. De tijdsdruk heeft de Nationale Politie over zichzelf afgeroepen; 11. Het hoorbare ‘tikken’ van de schietoefeningen met speciale zware wapens zal vast binnen de geluidsnorm vallen, echter dit geluid kan absoluut irriterend zijn en zal van invloed zijn op het woongenot; 12. Voor het vellen van de houtopstand geldt een kapverbod. Een kapvergunning is nodig. Een email van de gemeente Den Haag laat weten dat er geen antwoord kan worden gegeven omdat de documenten ‘geheim’ zijn. Vreemd! Meerdere bomen zijn inmiddels illegaal gekapt; 13.

Een uniek stukje natuur wordt met de bouw van het politiekantoor opgeofferd. Verschillende rapporten over dit stukje natuur beschrijven niet de werkelijkheid, het bewijs liegt er niet om. Het gehele Ontwerp Bestemmingsplan 2023 en de gehele ontwerpomgevingsvergunning/ ontwerpbesluit worden afgewezen. Vooruitlopend op de aanvraag tot bomenkap op dit terrein wordt tevens alvast bezwaar tegen een de toekomstige aanvraag voor de kap. Het recht blijft behouden om op latere termijn, bijvoorbeeld bij de behandeling van het beroep bij de Raad van State, aanvullende argumenten en alternatieven te geven. Inleiding De ‘Gemeente Den Haag’, hierna ‘GDH’, heeft op 6 september 2023 een ‘Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023’, hierna te noemen ‘OBB23’ gepubliceerd, in verband met een plan voor de bouw van een nieuw kantoorpand voor de landelijke eenheid van de ‘Nationale Politie’, hierna ‘NP’, ‘Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging’, hierna ‘DKDB’, op een deel het terrein van Defensie aan de Brasserskade 227A d1, te Den Haag. Tevens is gekoppeld aan, in combinatie met, OBB23 een ontwerp-omgevingsvergunning/ ontwerpbesluit voor de bouw van het politiekantoor voor de NP afgegeven, een en ander onder van toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag. Het van toepassing verklaren van de 7/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Coördinatieverordening wordt door het college van B&W niet onderbouwd. Bovendien wordt niet duidelijk gemaakt op grond waarvan de Crisis en Herstelwet van toepassing is. Ook ligt er een blijkbaar geheim plan klaar om 311 bomen op dit stuk terrein te kappen in verband met de bouw van het politiekantoor met schietbaan. OBB23 en de ontwerp-omgevingsvergunning/ ontwerpbesluit zijn op grond van artikel 3.8 en 3.31 Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voor eenieder van 7 september tot en met 18 oktober 2023 ter inzage gelegd, beschikbaar gesteld en raadpleegbaar gemaakt. Verwezen wordt naar onderstaande links: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0518.BP0378HBras2340ON/t_NL.IMRO.0518.BP0378HBras23-40ON.html en https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0518.OV20231606240ON/d_NL.IMRO.0518.OV202316062-40ON.pdf OBB23 is inhoudelijk identiek aan het ‘Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade van 1 juli 2021, met kenmerk/ registratienummer DSO/126132 en RIS308935’, hierna ‘OBB21’. Tegen OBB21 hebben omwonenden beroep aangetekend bij de Raad van State. De ‘Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, hierna ‘RVS’, heeft op 10 augustus 2022 uitspraak gedaan (nr.

202105899/1/R3), het raadsbesluit tot vaststelling van het OBB21 moest worden vernietigd met de conclusie dat het OBB21 in strijd was aan de ‘Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland’, hierna ‘OPZH’, specifiek betreffende het provinciaal kantorenbeleid. In dit bezwaarschrift/ zienswijze worden bezwaarpunten en alternatieven gegeven betreffende OBB23 in vier hoofdstukken: 1) In strijd met Omgevingsverordening Zuid-Holland, specifiek gericht op Artikel 6.34 en het misbruik ervan en Artikel 6.11; 2) Alternatieve bouwlocaties voor het politiekantoor, met effectievere aanrijtijden voor de taken van de Nationale Politie en delen van de schietbaan; 3) Onder druk zetten vanwege de tijdsdruk; en 4) De aankondiging tot de kap van 311 bomen, met de illegale bomenkap. Het bezwaarschrift sluit af met ‘Redenen van bezwaar op rij’. Figuur 1. is bij alle bezwaarpunten ter referentie te gebruiken.

8/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Afbeelding: Ruimtelijke opbouw defensieterrein met in de noordoostzijde van het defensieterrein het plangebied Figuur 1: Plankaart, kopie uit het gepubliceerde OBB23. In strijd met Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland Het enige en wezenlijke verschil van OBB23 met OBB21 is het misbruiken van artikel 6.34 van de OPZH. 9/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Misbruik afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk; Artikel 6.34 Wat de GDH in OBB23 aanvoert is dat het specifieke karakter, de beperking van de omvang van het kantoordeel (40% van de op te richten bebouwing) en de maatschappelijke bestemming in artikel 6.34 van de OPZH van toepassing is. Artikel 6.34 geeft aan: “Een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in deze afdeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels.” Toelichting bij artikel 6.34: …… Een beperkte uitbreiding van bestaande bebouwing en bestaand gebruik van gronden die niet in overeenstemming zijn met deze verordening kan bijvoorbeeld een reden zijn om deze afwijkingsmogelijkheid te hanteren. ……. ……. De gemeente moet het gebruik van deze afwijkingsmogelijkheid voldoende motiveren en de provincie vertrouwt erop dat de toepassing geschiedt in goed overleg. …….. ……. Een gemeente kan gebruik maken van de mogelijkheid om in beperkte mate af te wijken van de maten en normen die zijn voorgeschreven in deze verordening en kan beperkte uitbreiding mogelijk maken van bestaande bebouwing ……… die niet in overeenstemming zijn met deze verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende bepaling. …….

Het gaat dus om slechts kleine afwijkingen, kleine/ beperkte uitbreidingen, van al bestaande bebouwing en bestaand gebruik, kleine afwijkingen in maten en normen van een bestaande bestaand bestemmingsplan. In OBB23 is dit niet het geval. Artikel 6.34 wordt oneigenlijk toegepast! Het artikel is niet bedoeld om daarmee vanuit het niets ondanks de hoofdregel uit artikel 6.11 lid 1 en over de uitzonderingen volgens artikel 6.11 lid 2 heen toch ergens kantoren toe te laten. Mocht worden vastgesteld dat in weerwil van de hoofdregel en over de uitzondering heen, toch wel onder die voorbeelden zou vallen, dan nog geldt er een belangrijke voorwaarde die staat achter de ‘mits’: mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels.” Bovendien heeft GDH geen duidelijke motivatie gegeven waarom artikel 6.34 van OPZH is toegepast. Substantiële afwijking en onevenredige afbreuk van artikel 6.11 Zoals eerder gemeld werd bij de behandeling van het beroep OBB21 bij de RVS ook duidelijk ingebracht dat het kantoor 40% van de op te richten bebouwing betrof. Tevens wordt een schietbaan gebouwd van 70m lang en 9m hoog. Het betreft géén uitbreiding/ aanpassing van bestaande bebouwing. In het bestaande bestemmingsplan Ypenburg heeft het gehele perceel een Maatschappelijke bestemming met de functieaanduiding 'Militaire zaken'.

De defensie-eenheid dat nu gebruik maakt van dit defensieterrein is de ‘Civil Military Cooperation Centre of Excellence’, ook wel ‘Defensie Leergangen’ genoemd. Hier worden defensiestrategieën bestudeerd en gedoceerd, d.w.z. er vinden géén operationele activiteiten plaats. De activiteiten van de NP en de Defensie Leergangen verschillen enorm. De NP/ DKDB wil op dit perceel een operationele eenheid plaatsen met een kantoor voor administratie, zelfs met een speciale schietbaan met een lengte van 70m en hoogte van 9m voor schietoefeningen en om die reden moet er een nieuw bestemmingsplan komen. De schietbaan staat dicht bij de woningen. Het hoorbare ‘tikken’ van de schietoefeningen met speciale zware wapens zal vast binnen de geluidsnorm vallen, echter dit geluid kan absoluut irriterend zijn en zal van invloed zijn op het woongenot. Verwezen wordt naar de eerder genoemde

10/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

‘instructieregel uit de omgevingsverordening’ om woonomgevingen te beschermen tegen storende elementen van kantoren en deze buiten woongebieden te houden. Met een losstaand nieuw gebouw van 5000m2, een schietbaan van 70m lang en 9m hoog, 40% kantoorruimten en gebruik door een operationele eenheid van de NP, wordt NIET in relatief beperkte mate afgeweken van de regels. Er wordt WELDEGELIJK afbreuk gedaan aan de doelstelling, die de regels van artikel 6.11 beogen te behartigen en is het NIET GERECHTVAARDIGD om met toepassing van artikel 6.34 hiervan af te wijken. Bovendien is het met de alternatieve bouwlocaties (zie onder) niet gerechtvaardigd om artikel 6.34 toe te passen op artikel 6.11. Het toepassen van artikel 6.34 is een gezochte geknutselde alternatieve wijze om toch het door de Raad van State vernietigde ontwerp bestemmingsplan voor de bouw van het politiekantoor er doorheen te drukken. Toetsing van OBB23 aan de uitspraak van de RVS betreffende OBB21 OBB23 wordt getoetst aan de uitspraak van RVS op 10 augustus 2022 (nr. 202105899/1/R3), specifiek met betrekking tot kantorenfunctie en OPZH, aangehaald in Punt 4 (4.1 – 4.5) van de uitspraak.

Bij de behandeling van het beroep tegen OBB21 voerden de omwonenden ook aan dat het plan in strijd was met artikel 6.11 van de OPZH, ‘Kantoren kunnen alleen worden gevestigd op daartoe zogenoemde kantorenlocaties’, verwezen wordt naar: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/view?planidn=NL.IMRO.9928.OVerordening2019-GC10 Ook voor OBB23 geldt dat het voorziene politiekantoor ten behoeve van de NP/ DKDB nog steeds niet op de aangegeven locatie/ plangebied is voorzien.

Maatschappelijke bestemming GDH verklaarde zelf bij de behandeling van het beroep betreffende OBB21 dat het huidige plangebied een Maatschappelijke bestemming heeft met functieaanduiding ‘Militaire zaken’ en er werd opgemerkt dat het gebruik ten behoeve van de DKDB hiermee in strijd is. Vandaar dat een wijziging van het bestemmingsplan nodig was. GDH wijst er net als bij de behandeling van het beroep betreffende OBB21 op, dat in het plangebied geen commercieel kantoor mag worden gehuisvest. Het voorziene politiekantoor zou volgens de GDH daarom niet vallen onder het toepassingsbereik van artikel 6.11 van de OPZH, dat volgens de GDH alleen betrekking heeft op commerciële en zelfstandige kantoren. De locatiekeuze van het politiekantoor is volgens de GDH ingegeven door de specifieke functie die het kantoor heeft. RVS ziet dit anders. Provincie Zuid-Holland: Géén bezwaar? De GDH stelde tijdens de behandeling van OBB21 ook al dat de ‘Provincie Zuid Holland’, hierna ‘PZH’, geen belemmering zag in de voorziene ontwikkeling. In OBB23 is een brief van de PZH opgenomen, d.d. 15 maart 2023, met kenmerk PZH-2023-828119813 DOS-2023-0001160 en Onderwerp: ‘Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro inzake het voorontwerp bestemmingsplan Brasserskade 2023. De toegevoegde brief van PZH in OBB23 brengt echter geen nieuws en/of nieuwe feiten.

Ook de omwonenden hebben contact opgenomen met de regio accounthouder Haaglanden van de PZH, in verband met de OPZH en het bouwen van kantoren op ‘Niet-kantoorlocaties’. Gevraagd werd om nadere uitleg betreffende het bouwen van kantoren op ‘niet-kantoorlocaties’. Hierop meldde de regio accounthouder dat er tijdens eerdere contacten duidelijk was gemaakt waaraan moet worden voldaan. De OPZH was duidelijk inclusief de uitzonderingen. De accounthouder meldde, dat het de verantwoordelijkheid van de GDH was zich aan deze regels te houden. Een mening over bestemmingsplannen had de regio accounthouder niet. Het was niet aan PZH om bezwaar te hebben. 11/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Een kantoor zonder baliefunctie ten behoeve van de DKDB is en blijft een kantoor in een niet-kantoren locatie. De gewone burger heeft op dit kantoor van de DKDB niets te zoeken. Er wordt in de OPZH niet gedifferentieerd naar een commercieel en niet-commercieel kantoor. De instructieregel uit de OPZH heeft niet alleen tot doel een goede verdeling van kantorenlocaties te realiseren. Een ander doel is: Kantoren met vaak storende elementen buiten woongebieden te houden en zodoende woonomgevingen te beschermen. Aan het belang van de ‘DKDB’ voor het bewaken en beveiligen van belangrijke personen wordt absoluut niet getwijfeld. Echter, de maatschappelijke functie van de DKDB hoeft niet specifiek op de locatie ‘Defensieterrein Brasserskade’ plaats te vinden. De maatschappelijke dienstverlening kan met exact dezelfde functionaliteit ook op een door de PZH toegewezen kantorenlocatie plaatsvinden. Zie later aangegeven alternatieve locaties. Ook de NP stelde bij de behandeling van het beroep betreffende OBB21 dat het politiekantoor niet zou vallen onder het toepassingsbereik van artikel 6.11 en indien het politiekantoor wel onder dit toepassingsbereik zou vallen, stelde de NP destijds subsidiair dat dit kantoor zou vallen onder de uitzonderingen genoemd in artikel 6.11, tweede lid, van de OPZH.

Daarbij wees de NP erop dat ongeveer 40% van het hoofdgebouw als kantoor zou worden gebruikt en dat gelet daarop de uitzondering als bedoeld in artikel 6.11, tweede lid, onder d, van de OPZH, van toepassing zou zijn. Ook in OBB23 wordt gesteld dat de omvang van de kantooractiviteiten qua oppervlak is begrensd op maximaal 40% van het te realiseren bedrijfspand van 5000m2. Deze notitie brengt niets nieuws, vergeleken met het ingebrachte bij de behandeling van het beroep tegen OBB21. Ook stelde de NP dat het relativiteitsvereiste als bedoeld in artikel 8:69a van de Awb aan een vernietiging van het plan in de weg zou staan, omdat artikel 6:11 van de OPZH niet de belangen van omwonenden beoogt te beschermen. De RVS ging hier niet in mee. Bij de behandeling van het beroep tegen OBB21 beschreef de gemeente Den Haag ook al de toetsing van het plan aan onder andere de OPZH, verwezen wordt naar paragraaf 3.2.2 van de plantoelichting van het OBB21. Onder meer werd vermeld dat het provinciaal beleid ten aanzien van kantoren is verwerkt in de OPZH. De PZH hanteert volgens de gegeven plantoelichting een selectief kantorenbeleid en in principe worden nieuwe kantoren alleen op zogenoemde concentratielocaties toegestaan. Er zijn echter uitzonderingen mogelijk. Het gaat daarbij allereerst om kantoren die zijn gericht op de lokale omgeving, bijvoorbeeld gemeentehuizen.

Volgens de gegeven plantoelichting zou het politiekantoor daar ook onder vallen. Het zou een specifieke kantoorvorm zijn met een maatschappelijke en dienstverlenende functie die centraal en op een goed bereikbare plaats in een verzorgingsgebied zou moeten liggen en past volgens de genoemde plantoelichting binnen het provinciaal beleid. De RVS overwoog bij de behandeling van OBB21 dat het plan op grond van artikel 4.1, aanhef en onder a, in samenhang met artikel 4.3, onder a, van de planregels, zou voorzien in het gebruik van een kantoor zonder baliefunctie ten behoeve van openbare dienstverlening waaronder handhaving van de openbare orde. Het plangebied behoort verder niet tot de locaties opgenomen op kaart 10 in bijlage II bij de OPZH. Waar de GDH en de NP hebben gesteld dat het voorziene politiekantoor als onzelfstandig kantoor ten behoeve van een maatschappelijke functie niet zou vallen onder het toepassingsbereik van artikel 6.11, eerste lid, van de OPZH, heeft de RVS overwogen dat uit genoemd artikel niet kan worden afgeleid dat deze bepaling alleen betrekking heeft op zelfstandige kantoren van (commerciële) bedrijven en onzelfstandige kantoren, behorende bij (commerciële) bedrijven.

Integendeel, in artikel 6.11, tweede lid, van de OPZH zijn uitzonderingen opgenomen voor zelfstandige en onzelfstandige kantoren van, respectievelijk behorende bij (commerciële) bedrijven, maar ook voor kantoren met een lokaal verzorgingsgebied. In de toelichting bij artikel 6.11 van de OPZH wordt met betrekking tot deze laatste categorie vermeld dat daarmee bijvoorbeeld wordt gedoeld op kantoren voor gemeentehuizen. Hieruit leidt de RVS af dat artikel 6.11 van de OPZH niet alleen betrekking heeft 12/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

op zelfstandige en onzelfstandige kantoren van, respectievelijk behorende bij (commerciële) bedrijven, maar ook op zelfstandige en onzelfstandig kantoren, van, respectievelijk behorende bij een (nietcommerciële) instelling of dienst, zoals het voorziene politiekantoor. Gelet daarop is de RVS van oordeel dat het voorziene politiekantoor valt onder het toepassingsbereik van artikel 6.11, eerste lid, van de OPZH. Voor zover de GDH en de NP hebben gesteld dat het voorziene kantoor zou vallen onder één van de uitzonderingen genoemd in artikel 6.11, tweede lid, van de OPZH, waarbij door hen specifiek is gewezen op de uitzondering opgenomen in artikel 6.11, tweede lid, onder d, van de OPZH, heeft de RVS overwogen dat deze uitzondering betrekking heeft op bedrijfsgebonden kantoren. De RVS oordeelde echter dat het voorziene politiekantoor niet kan worden aangemerkt als een bedrijfsgebonden kantoor. De RVS oordeelde verder dat ook de andere genoemde uitzonderingen genoemd in artikel 6.11, tweede lid, van de OPZH niet van toepassing zijn. Het voorziene politiekantoor betreft - zoals ter zitting ook is gebleken - niet een kantoor dat in overeenstemming is met een actuele regionale visie die is aanvaard door gedeputeerde staten of een kleinschalig zelfstandig kantoor tot een bruto vloeroppervlak van 1.000m² per vestiging.

Ook heeft GDH aangegeven dat het politiekantoor geen kantoor is met een lokaal verzorgingsgebied. Tot slot is het voorziene politiekantoor niet aan te merken als een functie-gebonden kantoor bij een luchthaven of een haven. Waar de NP nog heeft gesteld dat het relativiteitsvereiste als bedoeld in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht zich verzet tegen de vernietiging van het plan vanwege de mogelijke strijd met artikel 6.11 van de OPZH omdat die bepaling volgens haar niet beoogt de belangen van de omwonenden en anderen te beschermen, overweegt de RVS dat uit de Omgevingsvisie van de PZH volgt dat de concentratie van kantoorontwikkelingen onder andere is ingegeven door de wens om leegstand en het overaanbod aan locaties te beperken. Het belang van de omwonenden en anderen is onder ander gelegen in het behoud van een goed woon- en leefklimaat, waartoe ook het niet onnodig bebouwen van nabij hun woningen gelegen gronden behoort. Leegstand van panden in de nabije omgeving van hun woningen kan een aantasting opleveren van het woon- en leefklimaat. Gelet hierop ziet de RVS geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 6.11 van de OPZH kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van de omwonenden en anderen.

Alternatieve bouwlocaties voor het politiekantoor Tijdens de voorlichtingsavond op 4 oktober 2023 werd gemeld dat het niet aan de GDH is om alternatieve locaties voor het politiekantoor aan de NP voor te stellen/ uit te werken. Aan de omwonenden werd voorgesteld om alternatieve locaties voor het nieuwe politiekantoor van de NP in de zienswijze aan te reiken. Aan het belang van de ‘DKDB’ voor het bewaken en beveiligen van belangrijke personen wordt absoluut niet getwijfeld. De maatschappelijke functie van de DKDB hoeft niet specifiek op de locatie ‘Defensieterrein Brasserskade 227A, d1’ plaats te vinden. De maatschappelijke dienstverlening kan met exact dezelfde functionaliteit ook op een door de PZH toegewezen kantorenlocatie plaatsvinden. Bij de behandeling van het beroep tegen OBB21 stelden de omwonenden al andere/ alternatieve locaties voor van waaruit de DKDB van de NP de taken kan uitvoeren. Locaties waar omwonenden geen last hebben van de uitvoering van deze taken en een goed woon- en leefklimaat van de Henricuskade wordt behouden. Het CDA stelde destijds in de gemeenteraad al voor om het politiekantoor op de kantorenlocatie ‘Binckhorst’ te Den Haag te bouwen, eventueel direct naast of in de nabijheid van het geplande/ nieuw te bouwen regio Hoofdkantoor Politie Haaglanden in de Binckhorst. Met dit advies is niets gedaan. En nu roept de NP dat de tijd dringt.

De NP somt een aantal punten op waaraan de locatie moet voldoen. In onderstaande lijst zijn deze punten getoetst aan de eisen van de NP, gekoppeld aan de locatie ‘De Binckhorst’. Punt van aandacht

Vaststelling 13/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

DKDB’ verzorgt de bescherming van leden Koninklijk huis alsook politici en diplomaten

Locatie ‘De Binckhorst’ ligt ‘centraal’ in Den Haag, nabij: Ambtswoningen; Regeringsgebouwen; Ministeries; en Ambassades, en is daarmee een zeer geschikte locatie voor de effectiviteit van de DKDB.

‘DKDB’ moet in Den Haag worden gehuisvest

Locatie ‘De Binckhorst’ ligt in Den Haag en wel effectiever en efficiënter dan de locatie ‘Brasserskade’. Deze verbinding is beter dan vanuit de locatie Brasserskade. De Binckhorst ligt dichter bij de te beschermen locaties. Via de nieuwe ‘Victory-Boogie-Woogie’ tunnelverbinding is er een uitermate goede en snelle aansluiting met het hoofdwegennet, zoals de A4, A12 en A13, en met meerdere vliegvelden. Overdekte parkeerplekken zijn prima te realiseren op de locatie ‘De Binckhorst’, en eventueel te delen met het hoofdkantoor van het nieuw te bouwen hoofdkantoor van de Politie Haaglanden. Op de locatie ‘De Binckhorst’ zijn uitstekende trainingsfaciliteiten te realiseren en eventueel te delen met het hoofdkantoor van de Politie Haaglanden. Op de locatie ‘De Binckhorst’ is de speciale schietbaan goed te realiseren en eventueel te delen met het hoofdkantoor van de Politie Haaglanden.

Goed ontsloten en aansluiting op hoofdwegennet

‘DKDB’ beschikt over speciale voertuigen die inpandig moeten worden geparkeerd

Agenten van de ‘DKDB’ moet voortdurend worden getraind

Speciale schietbaan

Vastgesteld kan worden dat de Staatsveiligheid uitstekend en mogelijk beter maar in ieder geval met dezelfde functionaliteit kan worden gewaarborgd vanuit de locatie ‘De Binckhorst’. Hieronder zijn de voordelen van de bouw van het politiekantoor en de schietbaan op de kantorenlocatie ‘Binckhorst’ nader uitgewerkt in punten waarom de NP het nieuwe kantoor op de Brasserskade wil hebben. Aanrijtijden, bestrijken werkgebied Door de NP werd destijds aangevoerd dat de aanrijtijden naar gewenste operatielocaties niet zou kunnen worden gehaald. De omwonenden bestrijden dit ten zeerste. Juist met een kantoor als uitval locatie op de centraal gelegen kantorenlocatie ‘Binckhorst’ kan de regeringshoofdstad Den Haag, met al haar ministeries en ambassades en het paleis van de koninklijke familie, veel sneller en adequater worden bediend. Bovendien kan via meerdere snelwegen het hele land sneller en effectiever worden bereikt, inclusief de door de NP genoemde vliegvelden Schiphol en Rotterdam Airport. Met een oprit naar de A12 en via de A12 naar de A4 en A44 naar het noorden, via de A12 naar het oosten, via de ‘Victory-Boogie-Woogie’ tunnel, die de Binckhorst met de A13 en A4 verbindt, naar het zuidoosten en zuiden, verwezen wordt naar Figuur 2.

14/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Figuur 2: Centraal gelegen kantorenlocatie Binckhorst Ten eerste zijn de aanrijtijden naar alle richtingen en voor alle taken veel korter vergeleken met een politiekantoor aan de Brasserskade met slechts één oprit naar de A13, verwezen wordt naar Figuur 3. Ten tweede is de uitrit van het terrein zeer complex met een kruispunt met fietspaden en overig druk verkeer. Het gebruik van de uitrit door defensiemedewerkers die het terrein willen verlaten geeft nu al problemen en lange wachttijden.

Figuur 3: Complex kruispunt Brasserskade (Rode pijl) met enige oprit naar A13 Beveiliging van het terrein Op de kantorenlocatie ‘Binckhorst’ kan de beveiliging (mogelijk samen met het nieuw te bouwen hoofdkantoor van Politie Haaglanden) net zo goed of beter worden geregeld in vergelijking met het Defensieterrein Brasserskade. 15/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

De inrit van het defensieterrein Brasserskade heeft een slagboom en een portier. Verder is het defensieterrein rondom van een hekwerk van ‘eenvoudig’ gaas voorzien. Gesteld wordt dat ‘de beveiliging’ hier niets of nauwelijks iets voorstelt. Af en toe rijdt er een auto van de beveiliging over de Henricuskade. De verbindingsweg tussen de Brasserskade en Henricuskade, achter het defensieterrein wordt niet of nauwelijks bekeken. Het aanwenden dat het terrein aan de Brasserskade goed beveiligd is, is een oneigenlijke reden voor de keuze voor het politiekantoor aldaar. Delen van faciliteiten met gepland Hoofdkantoor Politie Haaglanden in de Binckhorst Schietbaan De NP heeft bij de behandeling van OBB21 aangegeven de schietbaan te willen delen met defensie d.w.z. dat deze schietbaan met overige diensten kan worden gedeeld. Voorgesteld wordt om een gezamenlijk schietbaan met de Politie Haaglanden te bouwen met zowel de 25m en de 50m lengte van de baan. Met enige wil moet de schietbaan te combineren zijn. In de Binckhorst moet dit delen met een politie eenheid van de Politie Haaglanden toch lukken? Bedrijfsrestaurant Het heeft alle voordelen om één bedrijfsrestaurant op te zetten die door beide eenheden kunnen worden gebruikt. Parkeerplaatsen voor personeel Ook de parkeerplaatsen voor het personeel kunnen worden gedeeld.

Bereikbaarheid met openbaar vervoer De kantorenlocatie op de Binckhorst is met diverse vormen van openbaar vervoer veel eenvoudiger bereikbaar voor het personeel dan het defensieterrein aan de Brasserskade. De kantorenlocatie ligt nabij drie treinstations (Centraal Station, Hollands Spoor en Station Voorburg), met veel tram en busverbindingen. Onder druk zetten vanwege de tijdsdruk De zogenaamde tijdsdruk voor het realiseren van de nieuwe huisvesting is een oneigenlijke reden en kan en mag niet worden gebruikt voor het doordrukken van de bouwplannen op de locatie ‘Defensieterrein Brasserskade’. Er is géén sprake van bijzondere omstandigheden waardoor van het provinciale kantorenbeleid moet worden afgeweken. In de behandeling van OBB21 werd duidelijk gemaakt dat er een tijdsdruk lag omdat de huur van de huidige locatie van de DKDB was opgezegd. De tijdsdruk voor de NP is echter niet duidelijk en nergens aangetoond. Wie heeft de huur opgezegd? Wie is de verhuurder? Zijn er pogingen gedaan om een huurperiode te verlengen? Veel onduidelijkheid en onbeantwoorde vragen. De RVS heeft de NP een voorkeursbehandeling gegeven door de werkelijke zittingsdatum van het beroep OBB21 naar voren te halen. Bekend is dat de normale wachttijd voor een beroep bij de RVS anderhalf tot twee jaar bedraagt.

Indien de NP hun bezwaar tegen de uitspraak van de ‘voorlopige voorziening’ (waardoor niet met de bouw kon worden gestart) zou intrekken dan beloofde de rechter het beroep binnen zes maanden te behandelen. En zo geschiede. De omwonenden vinden het dreigen dat de effectiviteit van de bedrijfsvoering van de DKDB in gevaar komt met consequenties voor de operatie en inzet ongepast. Door het blijven focussen en blijven vastbijten op de locatie ‘Brasserskade’ en het doordrukken van de plannen van de NP heeft de NP de tijdsdruk over zichzelf afgeroepen. Als de verantwoordelijke personen hadden geluisterd en de destijds voorgestelde andere locaties hadden opgepakt dan was met de bouw van het nieuwe kantoor aan de Binckhorst zeker al zijn begonnen. Aankondiging tot de kap van 311 bomen 16/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Tijdens de behandeling van OBB21 werd er nauwelijks gerept over de hoeveelheid bomen die voor het plan moesten wijken. Nu ligt er een aankondiging van een plan om 311 kap-plichtige bomen te rooien, met nog overig struikgewas. De kap van 311 bomen is in strijd met de plannen van de gemeente om de stad groener te maken, zoals de ‘Agenda groen’ en het ‘Bomenbeleid’. Bij de GDH is navraag gedaan over de kap van deze 311 bomen. Een email van de GDH laat weten dat er geen antwoord kan worden gegeven omdat de documenten ‘geheim’ zijn. Vreemd! Meerdere bomen zijn inmiddels illegaal gekapt. Waarnemingen onderzoeken flora en fauna Het leefgebied van (beschermde) dieren wordt vernietigd. Vogels en overige dieren moeten het veld ruimen. Uilen en buizerdkoppels leven hier. Aangetoond met foto’s en bevestigd door de gemeente Den Haag. In de tuinen van de woningen aan de Henricuskade zijn ‘Bonte spechten’ waargenomen, ook in de wintermaanden. Ook worden regelmatig IJsvogels vliegend over het water langs de Henricuskade waargenomen. In zomermaanden vliegen veel vleermuizen in de avonduren in de tuinen van de woningen. Deze vogels en vleermuizen moeten absoluut zeker ook in de bossen aan de overkant aanwezig zijn. De waarnemingen in de onderzoeken over de flora en fauna zijn absoluut niet correct. De rapporten beschrijven niet de werkelijkheid, het bewijs liegt er niet om.

En dan toch onherstelbare schade aanbrengen? Het gebied is volgens de gemeente mogelijk géén beschermd natuurgebied. Het is wel een verbindingsgebied tussen de parken in de omgeving. Hoe zit het met de zorgplicht van de GDH voor deze natuur? Het is bizar dat zo’n stuk natuurgebied (ook al heeft het niet die status) wordt opgeofferd terwijl er met een beetje wil op de kantorenlocatie Binckhorst niet hoeft te worden gekapt. Illegale bomenkap Een doorn in het oog is nog steeds de illegale bomenkap op het defensieterrein. In het document ‘Vormvrije m.e.r.-beoordeling Brasserskade, Den Haag, van 20 februari 2019’, in opdracht van de Politie, betreffende de locatie Defensieterrein Brasserskade, staat duidelijk in ‘Paragraaf 3.6. en 3.8: “Voor de te vellen houtopstand geldt een kapverbod. Er dient een kapvergunning te worden aangevraagd bij de gemeente Den Haag.” Nog geen maand later, op 14 maart 2019, de dag voor het algemeen kapverbod in verband met het broedseizoen, zijn vele tientallen bomen gekapt zonder kapvergunning terwijl het over duidelijk was dat er een kapvergunning nodig was. Aangifte van de illegale kap haalt niets uit. Het Functioneel Parket van de Rechtbank behandelt deze zaak niet. De zaak is doorverwezen naar de militaire rechtbank en kan niet worden gevolgd. De Koninklijke Marechaussee schrijft dat ze geen onderzoek gaan doen en de zaak ‘afleggen’.

De bewoners van de Henricuskade zijn ernstig bezorgd dat dit in de doofpot terecht komt. Het kappen van kapplichtige bomen zou een gewone burger niet in zijn hoofd moeten halen. Bizar dat defensie er zo mee wegkomt en dat nu een WOO moet worden ingediend om alle documenten boven water te krijgen en vervolgens een ‘Artikel 12 procedure’ te moeten starten. Redenen van bezwaar op rij 1. OBB23 ten behoeve van het politiekantoor van de NP is niet in overeenstemming met de OPZH. Het gebied rond de Brasserskade behoort niet tot de zogenoemde kantorenlocaties, die de PZH heeft aangewezen; 2. Het betreft géén uitbreiding/ aanpassing van bestaande bebouwing. De uitzonderingsregels op artikel 6.11 lid 1, volgens artikel 6.11 lid 2 zijn niet van toepassing. Immers, met een losstaand nieuw gebouw van 5000m2, een schietbaan van 70m lang en 9m hoog, het gebruik van 40% kantoorruimten en het stationeren van een operationele eenheid van de NP, wordt niet in relatief beperkte mate afgeweken van de regels. Er wordt weldegelijk afbreuk gedaan aan de doelstelling, die de regels van 17/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

artikel 6.11 beogen te behartigen. Het is niet gerechtvaardigd om met toepassing van artikel 6.34 hiervan af te wijken; 3. Het toepassen van artikel 6.34 van de OPZH is een gezochte geknutselde alternatieve wijze om toch het door de RVS vernietigde ontwerp bestemmingsplan voor de bouw van het politiekantoor er doorheen te drukken; 4. PZH laat weten dat het de verantwoordelijkheid van de GDH is, dat het bestemmingsplan aan de omgevingsverordening voldoet. PZH maakt geen bezwaar en laat dat over aan de omwonenden; 5. Met de alternatieve bouwlocatie ‘De Binckhorst’ is het ook niet gerechtvaardigd om artikel 6.34 toe te passen op artikel 6.11; 6. De maatschappelijke functie van de DKDB hoeft niet specifiek in de omgeving ‘Brasserskade’ plaats te vinden. De maatschappelijke functie is ook uitvoerbaar met exact dezelfde functionaliteit op een andere locatie, zoals ‘De Binkhorst’, dit geldt zeker voor de schietbaan; 7. De Staatsveiligheid kan in vergelijking met de locatie ‘Brasserskade’ in ieder geval vanuit ‘De Binckhorst’ sneller, effectiever en efficiënter worden gewaarborgd; 8. Op de kantorenlocatie ‘De Binckhorst’ hoeven géén bomen te worden gekapt en géén dieren te worden verjaagd en worden omwonenden beschermd tegen hinder van het politiekantoor en schietbaan en het aan en afrijden van de vele werknemers; 9.

Op de kantoren locatie ‘De Binckhorst’ kan worden opgetrokken met de nieuwbouw van het Hoofdkantoor Politie Haaglanden, de benodigde faciliteiten kunnen dan worden samengevoegd en/ of gedeeld; 10. De zogenaamde tijdsdruk voor het realiseren van de nieuwe huisvesting van de DKDB mag niet worden gebruikt voor het doordrukken van de bouwplannen op de locatie ‘Defensieterrein Brasserskade’. De tijdsdruk heeft de NP over zichzelf afgeroepen; 11. Het hoorbare ‘tikken’ van de schietoefeningen met speciale zware wapens zal vast binnen de geluidsnorm vallen, echter dit geluid kan absoluut irriterend zijn en zal van invloed zijn op het woongenot; 12. Voor het vellen van de houtopstand geldt een kapverbod. Een kapvergunning is nodig. Een email van de GDH laat weten dat er geen antwoord kan worden gegeven omdat de documenten ‘geheim’ zijn. Vreemd! Meerdere bomen zijn inmiddels illegaal gekapt; 13. Een uniek stukje natuur wordt met de bouw van het politiekantoor opgeofferd. Verschillende rapporten over dit stukje natuur beschrijven niet de werkelijkheid, het bewijs liegt er niet om. Het gehele Ontwerp Bestemmingsplan 2023 en de gehele ontwerpomgevingsvergunning/ontwerpbesluit worden afgewezen. Vooruitlopend op de aanvraag tot bomenkap op dit terrein wordt tevens alvast bezwaar tegen de toekomstige aanvraag voor de kap.

Het recht blijft behouden om op latere termijn, zoals bij de behandeling van het beroep bij de RVS, aanvullende argumenten en alternatieven te geven. Lijst van namen en afkortingen Naam/ afkorting: Omschrijving CDA Christen Democratisch Appèl ‘DKDB’: Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging ‘GDH’ Gemeente Den Haag ‘NP’: Nationale Politie ‘OBB21’ Ontwerp bestemmingsplan Brasserskade van 1 juli 2021, met kenmerk/ registratienummer DSO/126132 en RIS308935 ‘OBB23’ Ontwerp Bestemmingsplan 2023’ van 6 september 2023 ‘OPZH’ Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland ‘PZH’: Provincie Zuid Holland ‘RVS’ Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State

18/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

3.

Ra 10625982

Belanghebbenden

De volgende zienswijze is geciteerd: “Met verbijstering hebben we kennisgenomen van het ‘Ontwerp Bestemmingsplan Brasserskade 2023’, gepubliceerd op 6 september 2023 en het gekoppelde ‘Ontwerpbesluit’ voor de bouw van het politiekantoor en schietbaan, een en ander onder van toepassingsverklaring van de Coördinatieverordening Den Haag. Het Ontwerp Bestemmingsplan is nagenoeg identiek aan het Ontwerp Bestemmingsplan dat op 1 juli 2021 door de raad was aangenomen. Tegen dat plan zijn wij als omwonenden met succes in beroep gegaan bij de Raad van State (RvS). Waarom dan toch hetzelfde plan weer ingediend door het College? Wij hebben het beroep bij de RvS gewonnen, omdat het plan in strijd was met de Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het gaat hier namelijk over een gebouw met een - niet openbare - kantoorfunctie. Dergelijke gebouwen horen, behoudens bepaalde uitzonderingen, op speciaal daarvoor aangewezen kantorenlocaties. Het terrein waar dit plan overgaat is echter geen kantorenlocatie, maar een terrein van Defensieleergangen. De rechter heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar alle relevante aspecten en is daarbij tot het oordeel gekomen dat het hier inderdaad om een kantoor gaat en dat geen van de uitzonderingen in deze situatie van toepassing is. Daarom is het Ontwerp Bestemmingsplan vernietigd door de RvS.

Het college van Burgemeester en Wethouders is echter van mening dat men gebruik kan maken van artikel 6.34 van de Provinciale Omgevingsverordening. Dat artikel luidt: ‘Een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in deze afdeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels.’ Wat ons betreft is dit artikel niet van toepassing. Het gaat hier namelijk niet om een relatief beperkte afwijking, maar om een compleet nieuw gebouw met een nieuwe eigenaar, namelijk een politiedienst, waarin meer dan 200 auto’s worden gestald, 200 tot 300 mensen gaan werken met daarbij een lange schietbaan (uitwendig 70 meter) en waarvoor 311 bomen moeten wijken. Het betreft dus zeker geen aanbouw of uitbreiding van een bestaand gebouw, zoals in de toelichting op artikel 6.34 wordt vermeld. Eerdere besluitvorming in de gemeenteraad over het vorige Ontwerp Bestemmingsplan (OW) Het OW is eerst in de commissie Ruimte behandeld. Daar besloot de commissie unaniem (!) dat het plan terug moest naar de tekentafel. Het moest volgens de commissie drie meter lager (integraal) en het groen moest veel beter beschermd worden.

Daarop is het plan iets aangepast: De schietbaan werd één meter lager (in plaats van de gevraagde 3 meter), het hoofdgebouw bleef 12 meter hoog en de groenstrook werd verbreed tot 16 meter. Dat waren dus enkele verbeteringen, maar heel beperkt. Dit aangepaste plan is in de raad op 1 juli 2021 met circa 2/3 meerderheid aangenomen, met daarbij een motie t.a.v. de inrichting van de groenstroken. We vinden het belangrijk om op te merken dat bij deze besluitvorming de raad heeft geoordeeld op deels onjuiste en onvolledige informatie. Wij lichten dat graag toe. Het is namelijk belangrijk dat u over de juiste informatie beschikt. Onderstaande is hopelijk aanleiding om nu anders te oordelen dan destijds. Wat is dan de onjuiste informatie? Dit betreft de wens van ons als bewoners en ook vele raadsleden om het gebouw lager te maken door aanzienlijk dieper te bouwen (3 meter lager). Dat was in de periode dat het plan nog in ontwikkeling was. Het kwam eerst aan de orde bij de 19/36

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10703708

Commissievergadering en later in de Raad. Toen raadsleden de wethouder hiernaar vroegen bij de behandeling was zijn antwoord: ‘als we dieper gaan bouwen, dan zijn er damwanden nodig en gaat de grondwaterstand naar beneden. Dan gaan juist de bomen dood die de omwonenden zo graag willen behouden’. Dit is dus aan de raad gezegd, maar het is pertinent onjuist, het tegengestelde is waar. We lichten dit kort toe (ik –[naam]- ben civiel ingenieur). Als men dieper wil bouwen, maar de grondwaterstand niet wil verlagen dan wordt onderwaterbeton toegepast. Men moet dan inderdaad damwanden maken en binnen de damwandkuip wordt dan ontgraven. Maar de grondwaterstand kan daarbij geheel gelijk gehouden worden met de huidige situatie. Bij het ontgraven ontstaat een ‘vijver’ waarbij op de bodem, onder water, beton wordt gestort. De BAM heeft een berekening gemaakt. Het is zelfs nog sterker. Uit de bomeneffectrapportage die inmiddels is gemaakt blijkt dat voor het huidige plan ook damwanden nodig zijn en daarbij mogelijk de grondwaterstand met 40 centimeter zal worden verlaagd. De Bomenstichting geeft desgevraagd aan dat een dergelijke verlaging zeker effect kan hebben op de huidige bomen in de groenstrook die gehandhaafd moet blijven. Het is dus tegengesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14095203/1