CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Sociaal 30.11.22

Commissie SOCIAAL 18 januari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 30 november 202210.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Commissie SOCIAAL VERSLAG Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

30 november 2022 Raadzaal

F.J. van Haren (agendapunt 1 tot en met 5) J.J.M. Gersjes (vanaf agendapunt 5) drs. E.A.A. Kerkhoff mw. A.M.W. van der Aa, mw. I.E.F.M. van Beers, O. Çifçi, mw. M. Craste bc, J.J.E.L. van Creij, mw. mr. Y. Doǧan, S.J.A. Elders BA, mw. N.I. Hamerslag, F.J. van Haren, S.C. van Hasselt, A.W.J.A. van Hattem LLB, mw. R.F. van der Kallen-van der Donk, ing. J.N. Kieft, , mw. drs. E.W.M. van Opdorp, mw. W.A.M.H. Parijs, A.P.R.G.M van Rosmalen, ir. P.K. Schuurmans, A.C. van Silfhout, mw. C.K.J. Visscher, K.M. Vossen, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg, mw. dr. Y. van Zaalen M.J.J. van der Geld MSc, P. Slikker

Afwezig:

F.G.F. van Genugten, C.E.J.J. Koningstein, H.J.M. Mees, W.J. Plasmeijer, mw. E. Samshuijzen

Verslaglegging

DemiSec

1.

Opening en mededelingen In afwachting van de komst van de heer Gersjes neemt de heer Van Haren de rol van voorzitter op zich. De voorzitter heet allen van harte welkom, de heer Çifçi in het bijzonder, omdat hij voor de eerste keer deelneemt aan de vergadering van de commissie Sociaal. Mevrouw Samshuijzen, de heer Plasmeijer en de heer Mees hebben laten weten dat zij verhinderd zijn. De heer Koningstein laat zich vervangen door mevrouw Parijs.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter geeft aan dat er drie raadsvoorstellen en vier punten voor de rondvraag op de agenda staan. Hij inventariseert welke fracties het woord willen voeren over de verschillende agendapunten en constateert dat de commissie over alle raadsvoorstellen aan de orde zullen worden gesteld. De agenda wordt overeenkomstig vastgesteld.

3.

Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 19 oktober 2022 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van openstaande moties en de lijst van bestuurlijke toezeggingen De voorzitter legt het voorstel van het college voor om motie 3 en 12 als afgedaan te beschouwen. Motie 3 betreft de ontschotting van budgetten en motie 12 betreft de steun voor het burgerinitiatief Graafse Akker. De commissie stemt hiermee in.

Raadsvoorstellen 5.

Verbouwing vrouwenopvang De voorzitter licht toe dat het college voorstelt om € 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de extra kosten vanwege de verbouwing van de vrouwenopvang. De commissie Sociaal heeft inmiddels een werkbezoek op de locatie afgelegd.

1

[De heer Gersjes neemt het voorzitterschap over.] Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) verwijst naar de inbreng van Rosmalens Belang tijdens de vorige commissievergadering. De fractie heeft reeds laten weten hoe geschokt de fractie was gedurende het werkbezoek. De fractie zag ter plaatse een totaal gebrek aan privacy voor de vrouwen en kinderen. Rosmalens Belang acht voorliggend voorstel dan ook een hamerstuk, steunt dit en pleit ervoor om zo snel mogelijk met de uitvoering te starten. Mevrouw Visscher (SP) bevestigt de dringende noodzaak. Wanneer dit wordt aangepakt moet het goed gebeuren. De SP ziet dat een deel van de kosten wordt gedekt uit het surplus 2020 op de reserve Sociaal en Zorgfonds. Zij vragen zich af of dit gevolgen heeft voor de toekomstige financiële situatie. Mevrouw Craste (D66) verwijst eveneens naar het werkbezoek aan de vrouwenopvang. In potentie is sprake van een prachtig pand en het is mooi om te zien dat de medewerkers hier met hart en ziel werken en zich inzetten voor belangrijke zorg en een plek waar vrouwen en kinderen samen herstellen van ernstig huiselijk geweld. Het gaat hierbij ook over de waarden die een kind in het normale dagelijks leven meekrijgt. Een moeder in de vrouwenopvang vertelde dat het in de vrouwenopvang altijd een kwestie van aanpassen is. Het is alsof de opvoeding even stil wordt gezet.

De vrouwen en kinderen verblijven gemiddeld een jaar in de vrouwenopvang. Volgens D66 is een dergelijke periode te lang om de opvoeding stil te zetten. De fractie juicht het dan ook toe om in de vrouwenopvang meer herstelgericht te gaan werken door zelfstandige units te creëren. D66 steunt voorliggend raadsvoorstel. Het raadsvoorstel vraagt een extra investering van ruim € 2,5 miljoen. Zeker in deze tijd is het belangrijk om kritisch naar de uitgaven te kijken. In het raadsvoorstel van 2021 is het realiseren van zelfstandige units reeds genoemd als reden voor het starten van de verbouwing. In 2021 is uitgegaan van een programma van eisen en was het ook al duidelijk dat er hele kleine raampjes waren en dat er middelen nodig waren voor een architect, projectadvies en management. De gehele verbouwing kostte aanvankelijk € 1,5 miljoen. Nu wordt een extra krediet gevraagd van € 2,5 miljoen, waarvan € 260.000 naar herhuisvesting gaat en ongeveer € 500.000 te maken heeft met de extra bouwkosten. Er blijft dan nog bijna € 2 miljoen aan kosten over, wat meer dan het dubbele is van de oorspronkelijke inschatting. Kan de wethouder dit toelichten? D66 is blij met het normenkader dat uitgaat van het welzijn van het kind. Hierin staat dat de opvang zoveel mogelijk moet lijken op de thuissituatie.

Tegelijkertijd ziet D66 dat kinderen in verband met hun veiligheid soms langere tijd geen school bezoeken, noch digitaal onderwijs volgen. Bovendien worden elektronische apparaten in de eerste maanden afgenomen. Voor kinderen speelt een belangrijk deel van hun contact zich online af. D66 vindt absoluut dat veiligheid voorop staat, maar ziet dat andere regio’s andere mogelijkheden toepassen, waardoor kinderen nog wel toegang hebben tot de onlinewereld. Kinderen houden elders op een veilige manier toegang tot het internet. De fractie zou graag zien of dit op een veilige manier kan worden gerealiseerd voor de vrouwenopvang en zo ja, hoe kan dit dan worden vormgegeven. De fractie zou zich kunnen voorstellen dat samengewerkt kan worden met partijen in de stad om bijvoorbeeld een ‘onlinegebied’ te kunnen vormgeven binnen de opvang. De fractie beraadt zich op een motie hieromtrent. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stemt in met het raadsvoorstel. Het betreft hier een verouderd pand en de verbouwing is hard nodig. VOOR Den Bosch heeft navraag gedaan bij een aantal ambtenaren naar de tijdelijke opvang voor de vrouwen en kinderen op het Reinier van Arkel-terrein. Het is bekend dat vrouwen vaak worden lastiggevallen op en rond dit terrein. VOOR Den Bosch benadrukt dat het heel belangrijk is dat de vrouwen en kinderen daar goed worden beschermd.

Dat is des te meer van belang bij deze specifieke doelgroep. Ambtelijk is gemeld dat er bewaking geregeld wordt voor genoemde tijdelijke opvanglocatie. Daarnaast wordt aangegeven dat er langere tijd geen incidenten zijn voorgevallen, met uitzondering van afgelopen week. Ook wordt de wijkagent ingezet. VOOR Den Bosch vraagt met nadruk om zodanige maatregelen te treffen dat de veiligheid geborgd wordt. De heer Çifçi (PvdA) geeft aan dat er steeds vaker sprake is van 'code rood', hetgeen staat voor een casus met huiselijk geweld. Het beschikken over een vrouwenopvang, waar getraumatiseerde moeders met hun kinderen terechtkunnen, is van groot belang. Het is nog belangrijker dat het een plek is waar zij tot rust kunnen komen en waar zij afstand kunnen nemen van de vaak

2

gevaarlijke situaties. De vrouwenopvang in ‘s-Hertogenbosch is echter niet meer van deze tijd. Daarom is het belangrijk dat er zo snel mogelijk gestart wordt met de verbouwing. De PvdA is van mening dat de politiek een grote verantwoordelijkheid draagt om deze kwetsbare groep een veilige plek te kunnen bieden waar tot rust gekomen kan worden, meer privacy is en eigen woonvoorzieningen zijn zoals een keuken, een douche en een woonkamer. Het moet een plek zijn die meer lijkt op een normale thuissituatie, een plek die de basis moet vormen voor de terugkeer naar een veilig en normaal leven. De PvdA is het de gevraagde extra investering meer dan waard. Mevrouw Hamerslag (PvdD) is in grote lijnen zeer te spreken over het voorstel. Het is vervelend wanneer het budget wordt overschreden, maar de fractie kan zich vinden in de motivering. De gemeente beschikt over nieuwe inzichten en heeft geoordeeld dat deze inzichten moeten worden toegepast. Dit komt de bewoners van de opvang ten goede. Zij wijst op de redenen om in de opvang terecht te komen en concludeert dat de bewoners het persoonlijk heel zwaar hebben. De PvdD hoopt dat de privacy die de nieuwe verbouwing met zich zal meebrengen, de mensen in de vrouwenopvang rust oplevert en bijdraagt aan herstel. De PvdD vindt dat met de realisatie van een dergelijke goede doelstelling de investering te verantwoorden is.

De PvdD vraagt aandacht voor de verduurzaming van het gebouw. Er wordt toegewerkt naar energielabel B (minimaal). Er is echter geen concreet doel gesteld om het gebouw klimaatneutraal te maken. Ook bestaat er nog geen zekerheid ten aanzien van de materialen die gebruikt worden voor de verbouwing. Bio-based materialen, zoals hout, slaan CO2 op en zijn belangrijk in een duurzaam bouwproces. De PvdD vraagt de portefeuillehouder waarom nog niet is gekozen voor een volledig klimaatneutrale verbouwing van de opvang. Uiteindelijk zijn ze daar naar op weg en het lijkt een logische stap om daar nu al mee te beginnen. De heer Van Haren (VVD) sluit zich voor het grootste deel aan bij de inhoudelijke punten die reeds zijn genoemd wat betreft de vrouwenopvang. Aan de andere kant vindt de VVD dit een grote investering. De goede financiële dekking van het voorstel maakt dat er nu een kans ligt om op verantwoorde wijze een extra stapje te zetten en te investeren vanuit het Sociale en Zorgfonds. Zo wordt deze vorm van opvang meteen goed aangepakt. De VVD steunt dan ook het raadsvoorstel. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) meldt dat de fractie volledig achter het voorstel staat en ontzettend blij is met deze belangrijke stap. De fractie spreekt steun uit voor de eventuele motie van D66, voor wat betreft het gebruik van internet op een veilige manier.

De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) acht voorliggend voorstel een hamerstuk en zal dit steunen. De fractie sluit zich aan bij de punten die reeds zijn genoemd door de andere fracties. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) staat achter het voorstel en hoopt dat de plannen zo snel mogelijk ten uitvoer komen. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) stemt met het voorstel in. Mevrouw Van Beers (Volt) stemt eveneens met het voorstel in. Mevrouw Van Zaalen (CDA) stemt met het voorstel in en spreekt uit er trots op te zijn dat ‘s-Hertogenbosch dit als stad kan realiseren. Ook het CDA hoopt dat de uitvoering snel van start kan gaan. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) kwalificeert het voorstel als een hamerstuk. Wethouder Slikker geeft aan dat de veiligheid en rust voor de vrouwen en kinderen te allen tijde geborgd moet kunnen worden. Vervolgens dient te worden gewerkt aan herstel, zodat ze uiteindelijk weer op eigen benen kunnen staan. De oude verbouwing zag toe op een heel ander programma, gericht op ‘opknappen’ en een betere inrichting van de bestaande kleinere ruimtes zodat meer privacy mogelijk is. In het nieuwe plan wordt uitgegaan van schakelbare kamers die verschoven kunnen worden, afhankelijk van de populatie vrouwen en kinderen die er verblijft. Zo kunnen ze voor alle vrouwen en kinderen een eigen thuislocatie creëren waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen.

3

Het Zorgfonds van ‘s-Hertogenbosch is zeer gezond. Er wordt dan ook niet verwacht dat in de toekomst grote tekorten gaan ontstaan. Het surplus is uitstekend geschikt om de kosten te dekken. Hij bevestigt dat elektronische apparaten van moeders en kinderen in beslag worden afgenomen met het oog op de persoonlijke veiligheid. Wanneer er een code rood is, is het noodzakelijk om alle factoren in acht te nemen die kunnen leiden tot contact met de buitenwereld. Mevrouw Craste (D66) benadrukt nogmaals dat in andere steden op een andere manier met veiligheid wordt omgegaan. Wethouder Slikker vertrouwt op de professionaliteit van de medewerkers van de opvang die nadrukkelijk stellen dat dit nodig is. Ieder kind verdient uiteraard een zo normaal mogelijke setting, met goed onderwijs en de mogelijkheid om met andere kinderen te kunnen spelen. De wethouder wil met de vrouwenopvang in gesprek gaan om te kijken wat er mogelijk is, maar waarbij wel het uitgangspunt veiligheid en rust vooropstaat. Hij geeft aan dat er uiteraard met de locatie Reinier van Arkel goede afspraken zijn gemaakt. Er wordt inderdaad ter plaatse beveiliging ingezet. De verbouwing zal zo duurzaam mogelijk worden uitgevoerd. Label B is hierin, technisch gezien voor het huidige pand, het hoogst haalbare. Wanneer ze verdergaan dan dat worden de kosten exorbitant hoog.

Mevrouw Parijs (Bosch Belang) wijst erop dat ook de situatie voorkomt dat mannen dit soort opvang nodig hebben. Zij vraagt of deze mannen ook in deze opvang terechtkunnen. Wethouder Slikker bevestigt dat deze behoefte ook bij mannen speelt. Het gebeurt minder, maar het gebeurt wel. De maatschappelijke opvang in ‘s-Hertogenbosch werkt samen met diverse opvangmogelijkheden in en buiten de regio. De mannenopvang bevindt zich in de vier grote steden. Zo nodig, wordt hiermee geschakeld. Ook kan de situatie zich voordoen dat het niet wenselijk is om een bepaalde vrouw in een opvang in ‘s-Hertogenbosch te plaatsen. Ook dan wordt op basis van een bestaand samenwerkingsprogramma met andere regio’s geschakeld. Mevrouw Hamerslag (PvdD) vraagt nogmaals aandacht voor duurzaamheidsaspecten. De vraag is of de duurzaamheidsdoelen worden meegenomen in de meerjarenonderhoudsplanning, in geval dit nu nog niet mogelijk is. Wethouder Slikker geeft aan dat dit uiteraard geldt voor geheel ‘s-Hertogenbosch en dus ook voor dit pand. De insteek is om nu zo snel mogelijk aan de slag te gaan met het verbeteren van de huidige opvang in het belang van de vrouwen en kinderen die daar verblijven. Mevrouw Craste (D66) heeft twee vragen. In het vorige raadsvoorstel is het gegaan over het realiseren van een groter aantal opvangplekken, door deze verbouwing. In het huidige raadsvoorstel is dit niet benoemd.

D66 vraagt zich af of dit wel nog steeds de bedoeling is. Daarnaast heeft D66 geen duidelijk antwoord gekregen op de vraag waarom een verbouwing plotseling twee keer zo duur wordt, terwijl er al een programma van eisen was opgesteld en toen ook al de argumentatie werd gebruikt om naar geheel zelfstandige woonunits te gaan. Wethouder Slikker geeft aan dat dit komt doordat schakelbare units gebruikt zullen gaan worden. Dit is iets anders dan het slechts openbreken van de bestaande kamers. De schakelbare units kunnen worden aangepast op basis van de populatie die erin verblijft. Dat is een heel ander programma dan werd omschreven in het eerste voorstel. Met dit plan kunnen ze de opvang ontwikkelen naar hoogwaardigere gezinsopvang. Daarnaast geeft hij aan dat er momenteel geen tekort aan plekken bestaat. Dit wil men zo houden en daar is in het huidige plan ook in voorzien. De schakelbare units dragen hierin bij, omdat dit aanpasbaar is op basis van de populatie die instroomt. De voorzitter dankt de wethouder voor reactie op de gestelde vragen. Hij inventariseert welke fracties deel willen nemen aan de motie, geïnitieerd door D66. Er is steun voor de motie vanuit De Bossche Groenen.

De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt zich af of deze motie nog wel overeind staat, aangezien de wethouder heeft uitgelegd dat het volgens de professionals van de opvang hoognodig is om deze elektronische apparatuur in beslag te nemen.

4

Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) vindt het een mooi initiatief. Echter, Rosmalens Belang vreest dat de kinderen met beschikbaarheid van hun devices toch in contact kunnen komen met de vader. Dergelijk contact kan tot gevaarlijke situaties leiden. Mevrouw Craste (D66) geeft aan dat het beraad voor de motie blijft staan. Er is meermaals benadrukt dat veiligheid zeker vooropstaat, maar de gedachte leeft bij D66 dat er meerdere mogelijkheden zijn op technisch gebied om dit op een andere manier te regelen. Er zou een hub gemaakt kunnen worden, waarin de kinderen veilig gebruik kunnen maken van het internet en de onlinewereld. De kinderen kunnen dan zoveel mogelijk leven zoals ze thuis zijn gewend; op deze wijze kunnen ze ook digitaal deelnemen aan onderwijs. De motie blijft dus staan. De voorzitter concludeert dat het raadsvoorstel als bespreekstuk zal worden doorgeleid naar de raadsvergadering, rekening houdend met de motie van D66/De Bossche Groenen. 6.

Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen De voorzitter licht toe dat het voorstel erop is gericht om de verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen vast te stellen. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) vindt het hanteren van een zo ruimhartig mogelijk kwijtscheldingsbeleid een goede zaak voor het kwijtschelden van de gemeentelijke belastingen. GroenLinks hoopt dat dankzij voorliggende verordening meer burgers in aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding in deze moeilijke tijd. De fractie vraagt zich af of de beleidsmatige aanpassing ook via sociale media gecommuniceerd wordt, bijvoorbeeld via Facebook, Instagram en LinkedIn. In het raadsvoorstel is slechts aangegeven dat dit breed gecommuniceerd zal worden, waarbij wordt verwezen naar de achterzijde van het aanslagbiljet, de gemeentelijke website en de wijkteams. Op dit punt krijgt GroenLinks graag een nadere toelichting door de wethouder. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) staat achter het raadsvoorstel. Dit biedt meer inzicht en duidelijkheid voor zowel de raad als voor de burgers. Expliciet wordt genoemd dat er geen kwijtschelding verleend zal worden voor de hondenbelasting. De fractie overweegt hiertoe een motie of amendement in te dienen om dit wel te regelen voor de eerste hond. Een hond draagt bij aan maatschappelijke participatie en het tegengaan van eenzaamheid.

Leefbaar ’s-Hertogenbosch hoort graag van de andere fracties of zij deze motie of dit amendement kunnen steunen. De heer Van Hasselt (SP) staat voor een ruimer kwijtscheldingsbeleid, maar de SP vindt het jammer dat het sociaal minimum niet naar 130% wordt verhoogd. Een dergelijke verhoging zou pas echt als ruimhartig kunnen worden beschouwd. De SP steunt voorliggend voorstel. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) meldt dat de fractie achter het voorstel ruimhartig kwijtscheldingsbeleid staat en steunt de motie voor kwijtschelding van de hondenbelasting voor de eerste hond. Daarnaast geeft de fractie aan dat de BIZ op de lijst staat in het voorstel, terwijl deze nog niet bestaat. Hij vraagt een toelichting van de wethouder hierop. Het rijk staat toe dat de kwijtscheldingsregeling vanaf 1 januari 2022 met terugwerkende kracht wordt ingevoerd. De gemeente ‘s-Hertogenbosch kiest er echter voor om dit pas vanaf 1 januari 2023 in te voeren. Gewoon ge-DREVEN vraagt een toelichting op deze keuze. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stemt in met voorliggend voorstel. De hondenbelasting acht de fractie een aandachtspunt en de fractie is voornemens op dit punt een amendement in te dienen. De heer Çifçi (PvdA) geeft aan dat de Bosschenaren de afgelopen jaren te maken hebben gehad met grote prijsstijgingen.

Het betreft kostenstijgingen voor onder andere energie en voedingsmiddelen. Het gevolg is dat een groeiend aantal inwoners steeds meer moeite heeft om financieel rond te komen. Dit raadsvoorstel is dan ook om een stukje tegemoetkoming voor de stijgende lasten te bieden. De PvdA steunt het raadsvoorstel.

5

Mevrouw Hamerslag (PvdD) is blij met voorliggend voorstel en stemt hiermee in. Mensen hebben graag wat reservegeld op hun rekening staan met het oog op onvoorziene kosten. Daarnaast wordt de motie gevolgd die zich richt op kwijtschelding van de hondenbelasting. De heer Van Haren (VVD) geeft aan dat kwijtschelding van gemeentelijke belastingen al heel lang onderdeel vormt van het armoede- en schuldenbeleid. Hieronder ligt een goede reden, namelijk het voorkomen dat deze mensen een beroep gaan doen op andere regelingen. Vanuit deze preventieve gedachte kan de VVD voorliggend voorstel steunen. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) staat achter het voorstel. Ze pleit ervoor om hierover actief te communiceren zodat belanghebbenden worden bereikt. Daarnaast sluit de fractie zich aan bij de opmerking van de SP wat betreft de 130%. Mevrouw Van Zaalen (CDA) meldt dat ook het CDA achter voorliggend voorstel staat, maar zich ook kan vinden in de inbreng van De Bossche Groenen wat betreft het duidelijk en goed communiceren. Gesuggereerd wordt om bijvoorbeeld ambtenaren op de markt in te zetten om bezoekers van de markt te attenderen op de kwijtscheldingsregeling. In bepaalde gevallen is dit een betere manier van communiceren dan schriftelijk. Met een gesprek worden ook de laaggeletterden in de samenleving bereikt. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) is het eens met het raadsvoorstel.

Ook gaat de fractie graag mee met het amendement van VOOR ‘s-Hertogenbosch inzake de kwijtschelding van de hondenbelasting en met VOOR Den Bosch op ditzelfde punt. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) sluit zich aan bij de inbreng van de overige fracties. De fractie gaat akkoord met het voorstel. De heer Van Hattem (PVV) spreekt waardering uit voor het voorstel, zeker nu veel inwoners hard in hun portemonnee worden getroffen. De PVV vindt echter wel dat het paard achter de wagen wordt gespannen. Het zou beter zijn om de gemeentelijke heffingen te verlagen en sommige heffingen volledig af te schaffen. Het is dus het verkeerde middel voor dit doel. Desalniettemin zal de PVV-fractie het voorstel steunen. Er wordt een aantal belastingen uitgesloten in het voorstel, zoals de hondenbelasting en de begraafplaatsrechten. De PVV vraagt het college of het denkbaar is om op een bepaalde manier daarin tegemoet te komen. Bijvoorbeeld wordt gedacht aan het opnemen van een hardheidsclausule in de verordening, rekening houdend met schrijnende situaties. Ook zou de kwijtscheldingsregeling geboden kunnen worden voor bijvoorbeeld de verlengingskosten voor een rijbewijs. Zo wordt voorkomen dat mensen nog verder in de problemen komen. De PVV steunt daarnaast alle voorstellen inzake de kwijtschelding van de hondenbelasting.

Mevrouw Van Beers (Volt) stemt eveneens in met het voorliggende voorstel. Reactie college Wethouder Van der Geld dankt de raad voor de brede steun voor voorliggend voorstel. De hondenbelasting valt binnen een integrale afweging en past daarom bij de behandeling van de voorjaarsnota of begroting. Hij attendeert erop dat kwijtschelding van de hondenbelasting de gemeente minimaal € 50.000 per jaar zal kosten. De opmerking over actieve communicatie wordt zeker meegenomen. Dit is een terecht punt. Hij sluit niet uit dat de vermelde communicatie als een ondergrens moet worden gezien en dat er al voornemens zijn om de sociale media in te zetten. Hij gaat dit na. De gemeente kiest ervoor om aan de bovenkant te zitten van de kwijtschelding. De gemeente heeft simpelweg de keuze tussen 90% en 100%. De hardheidsclausule gaat verder dan de scope van voorliggend voorstel. Het is op zich een interessante gedachte, maar hij kan momenteel niet overzien wat hier de mogelijkheden in zijn. Hij zal hiernaar gaan kijken. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) attendeert erop dat de vragen van de fractie nog niet zijn beantwoord; dit betreft de invoering per 1 januari 2023 in plaats van op 1 januari 2022 en de BIZ. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) heeft een vervolgvraag inzake de hondenbelasting. De wethouder gaf aan dat de afschaffing van de hondenbelasting € 50.000 gaat kosten

6

en dat een dergelijk voorstel betrokken dient te worden bij de behandeling van de voorjaarsnota. Echter, VOOR Den Bosch spreekt specifiek over de kwijtschelding van de hondenbelasting. Zij vragen zich daarom af of de genoemde € 50.000 daarop ook van toepassing is. De heer Van Hattem (PVV) dankt de wethouder voor diens bereidheid om naar de hardheidsclausule te kijken. De fractie vraagt wanneer een reactie mag worden verwacht. Wethouder Van der Geld gaat in op de vraag van de PVV. Hij legt uit dat hij niet kan overzien of een volledige beantwoording voor de raadsvergadering haalbaar is. Hij gaat hier wel z’n best voor doen, maar mocht dit niet lukken, dan volgt een reactie na de raadsvergadering. De BIZ staat op het lijstje, mogelijk omdat deze wordt voorzien en de hoop bestaat dat die er snel komt. Er is bewust gekozen voor invoering vanaf 2023.Bij invoering vanaf 2022 zouden personen benadeeld kunnen worden. Het betreft dan personen die zich nu nog niet voor kwijtschelding hebben aangemeld, wetende dat zij de gestelde norm niet halen. Wanneer het wel met terugwerkende kracht zou ingaan, zouden degenen die zich hebben aangemeld in de wetenschap dat ze de norm toch niet zouden halen, nu bevoordeeld worden. Het college vindt het dus eerlijker om de regeling vanaf 2023 te laten ingaan. Tot slot gaat de wethouder in op het debat rondom de hondenbelasting.

De hondenbelasting is een belasting die momenteel is uitgesloten voor kwijtschelding. Wanneer hier kwijtschelding voor wordt geboden, dan kost dit de gemeente € 50.000 in de begroting. Hij zal deze informatie toesturen aan de raadsleden. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) benadrukt dat zij niet tegen de hondenbelasting op zich is, maar voor de kwijtschelding van de hondenbelasting. Wethouder Van der Geld geeft aan dat hij zich versprak. Het gaat hier inderdaad om een kleiner deel dan de totale hondenbelasting, omdat ze een kleiner deel willen kwijtschelden. Zijn informatie is echter dat dit dan € 50.000 betreft. Mocht dit bedrag lager zijn, dan is dit mooi meegenomen. De heer Van Hasselt (SP) geeft aan dat de SP de voorstellen tot kwijtschelding van de hondenbelasting zal steunen. Mevrouw Hamerslag (PvdD) acht het van groot belang is om de eventuele € 50.000 niet te halen bij de meest kwetsbare burgers, die in aanmerking komen voor kwijtschelding van belasting. Deze groep heeft het al zwaar genoeg. De PvdD zal het amendement hiertoe steunen. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt het een bespreekstuk en overweegt te komen met een motie of amendement. De heer Van Hattem (PVV) vindt het een bespreekstuk en overweegt een amendement. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) steunt een eventuele motie.

De heer Van Haren (VVD) vindt het een hamerstuk, maar de fractie zal iedere motie of amendement met veel aandacht lezen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) gaat akkoord met het voorstel. Hij wacht een motie of amendement over de hondenbelasting met spanning af. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) vindt het een hamerstuk en ziet eventuele moties en/of amendementen tegemoet. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) vindt het een hamerstuk en wacht het amendement over de hondenbelasting af. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) komt met een amendement inzake de hondenbelasting. Mevrouw Van Zaalen (CDA) geeft aan dat het wat het CDA betreft een hamerstuk is en ziet de amendementen tegemoet.

7

Mevrouw Van Beers (Volt) stemt in met het raadsvoorstel en het amendement met betrekking tot de kwijtschelding. Mevrouw Hamerslag (PvdD) ziet de aangekondigde moties en amendementen tegemoet. De heer Çifçi (PvdA) vindt het een hamerstuk en ziet het amendement graag tegemoet. Mevrouw Craste (D66) sluit zich aan bij de PvdA. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) sluit zich ook hierbij aan. De heer Van Hasselt (SP) verwacht de motie te kunnen steunen. De commissie kan instemmen met het voorstel. Hamerstuk in de raad, met belangstelling voor een mogelijk amendement over de kwijtschelding hondenbelasting. 7.

Impact cultuurbeleid De voorzitter geeft een korte toelichting op het voorliggende voorstel. Het college pleit voor meer inzicht in de effecten van het cultuurbeleid en stelt voor om een aantal uitgangspunten vast te stellen voor de verdere uitwerking. Mevrouw Van Zaalen (CDA) is ontgoocheld dat er in dit stuk de stelling is verwoord "dat impactonderzoek een onontgonnen terrein is". Wellicht is dit binnen het cultuurdomein van toepassing, maar er zijn zeker domeinen waar impactonderzoek - via sociaalwetenschappelijk onderzoek zeer goed kan worden opgezet. Het CDA juicht toe dat er wordt gesproken over diepte-interviews en participatieve observaties, in plaats van alleen over het gebruik van vragenlijsten. Hierbij denkt CDA ook aan begrippen zoals zingeving, sociale contacten et cetera. De fractie raadt aan om in aanpalende domeinen te kijken hoe impact gemeten wordt. De heer Vossen (PvdA) spreekt uit dat hij trots is op alle verschillende soorten van cultuur in ‘sHertogenbosch. Met voorliggend voorstel kan de impact van het cultuurbeleid beter inzichtelijk worden gemaakt. De PvdA mist echter de urban culture van ’s-Hertogenbosch die een grote groep aanhangers kent. De Bossche raad heeft uitgesproken dit belangrijk te vinden, maar het lijkt erop dat urban culture beleidsmatig niet wordt erkend.

Dit zou als een extra indicator toegevoegd moeten worden aan het voorstel naast de indicatoren de professionele cultuur, volkscultuur et cetera. Mevrouw Visscher (SP) geeft aan dat zij niet heeft gelezen dat urban culture in het voorstel wordt uitgesloten en vraagt of PvdA dit wel ergens expliciet heeft gelezen. De heer Vossen (PvdA) geeft aan dat dit inderdaad niet wordt uitgesloten, maar de fractie is van mening dat urban culture expliciet benoemd dient te worden om dit te erkennen en deze vorm van cultuur beter zichtbaar te maken. Aan deze groep mag meer aandacht besteed worden. Mevrouw Visscher (SP) acht dit onnodig. Wanneer urban culture expliciet benoemd wordt, dan zouden eigenlijk alle afzonderlijke onderdelen van cultuur ook expliciet moeten worden benoemd. De SP benadrukt dat hiermee het risico wordt gelopen dat alle cultuuruitingen benoemd moeten worden. De heer Vossen (PvdA) ziet er heil in wanneer urban culture expliciet wordt genoemd om beleidsmatig niet het ondergeschoven kind te zijn. Dit verwijt wordt vaak gehoord. De heer Van Haren (VVD) geeft aan dat uitgangspunt 3 van het voorstel ertoe dient om een onderscheid te maken tussen amateurorganisaties, volkskunst en professionele organisaties. Dat staat los van wat de organisaties inhoudelijk doen. De fractie vraagt of de PvdA het ermee eens is dat dit de beste manier is om het culturele veld in te delen.

De heer Vossen (PvdA) denkt dat deze splitsing zou betekenen dat de amateurkunsten er expliciet uit moeten, omdat dit een niet-relevant voorbeeld is. Hier zouden ze elkaar in kunnen vinden.

8

De heer Elders (D66) legt twee vragen aan de wethouder voor. De uitgangspunten voor de evaluatie zijn goed: het is belangrijk om cultuur te evalueren, juist zodat de impact van het beleid uitgedragen kan worden naar de raad en de inwoners. D66 verwijst naar punt 3. Hier wordt het onderscheid gemaakt tussen professionele organisaties en amateurkunst. D66 vraagt zich af of er voldoende inzicht blijft in de impact van de amateurverenigingen en de fractie wil ervoor waken dat de kleinere amateurverenigingen niet worden meegenomen in het impactonderzoek. Daarnaast wordt verwezen naar punt 5. Hier wordt de impact vooral gemeten op cultureel en economisch gebied. De impact van cultuur is echter veel breder, bijvoorbeeld op het onderwijs, op inclusie of op de zorg. De fractie vindt dat ook dit soort factoren in het uitgangspunt moeten worden meegenomen en vraagt de wethouder om hierop te reageren. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat de fractie het voorstel als 'nogal wollig' kwalificeert. Het wordt niet duidelijk welk besluit precies is voorzien. Aan het college wordt de opdracht gegeven om de impact van cultuur nader te onderzoeken, maar in het voorstel ontbreekt de nodige detaillering. Het is belangrijk dat er verschil wordt gemaakt tussen professionele kunst versus amateurkunst en de volksfeesten.

Beslispunt 8 is erg belangrijk, namelijk dat er kort en bondig richting de gemeenteraad wordt gecommuniceerd. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) geeft aan dat voorliggend raadsvoorstel mede naar aanleiding van een reeds aangenomen amendement is opgesteld. Op grond van genoemd amendement wordt het college gevraagd een discussie voor te bereiden om begin 2023 een voorstel aan de gemeenteraad voor te leggen. Ook werd het college gevraagd onderscheid te maken tussen professionele organisaties, de amateurverenigingen en de volksfeesten. Allereerst is de fractie benieuwd wie de betrokken personen van de klankbordgroep en de focusgroep zijn. De fractie vraagt zich af of er ook personen in de focusgroep en de klankbordgroep zitten vanuit de amateurverenigingen en vanuit de organisatie van de volksfeesten. Daarnaast valt het VOOR Den Bosch op dat de uitgangspunten zijn gericht op het verbeteren van de kwalitatieve en kwantitatieve gegevens voor de raad. Het college formuleert daarom in het raadsvoorstel uitgangspunten, die als doel hebben om meer informatie aan de raad te verstrekken. De fractie vindt het lastig om te beoordelen hoe dit moet worden gelezen.

Kortom: aan de hand van welke indicatoren wordt de informatie verkregen? De uitwerking ligt bij het college, en daarom gaat de fractie ervan uit dat naar aanleiding van de gestelde uitgangspunten de monitoringmix zal worden samengesteld. Tot slot vraagt de fractie of het college het komend voorjaar met de presentatie van de monitoringsmix de doelen helder maakt, zodat de raad zijn kaderstellende rol goed kan vervullen De heer Van Haren (VVD) verwijst naar de behandeling van het rekenkamerrapport inzake het subsidiebeleid in de Bossche culturele sector. Dit rapport is met veel aandacht behandeld in de commissie Bedrijvigheid. Het is een belangrijk en herkenbaar rapport en leidt tot het gevoelen dat meer grip op de financiële inzet het cultuurbeleid zou helpen. Om samen met de culturele partners het beste te bereiken voor de stad, is het belangrijk om te weten wat al dan niet werkt. Het doet de VVD goed om te zien dat het rapport ter hand is genomen en opvolging krijgt vanuit het college en het culturele veld. Dat begint met goede uitgangspunten; juist om het 'wat minder wollig' te maken. Allereerst is de fractie blij met het onderscheid tussen de professionele organisaties en de amateurorganisaties en volksfeesten. Het is belangrijk om dat verschil in te maken, zodat de administratie niet boven het hoofd groeit.

In het Bossche cultuurbeleid zou het ondernemerschap, de kwaliteit en de brede maatschappelijke meerwaarde centraal moeten staan. Cultureel gezien, voor de makers en hun publiek, maar ook economisch en sociaal voor de rest van de stad. Dit leest de fractie duidelijk terug in de geformuleerde uitgangspunten. Kunst en cultuur hebben waarden van zichzelf, maar zijn ook een goed middel om economische en sociale doelen te bereiken. De fractie vindt het daarom terecht dat hier gelijkwaardig mee wordt omgegaan in de impactmeting. Een kritisch punt van de Rekenkamer was de term 'cultureel ondernemerschap'. De gemeente, culturele organisaties en de politiek hanteren vaak dit begrip, maar hebben nooit met elkaar gedefinieerd wat ze hieronder verstaan. Het college heeft de definitie gegeven die het zelf hanteert. Echter, het is de vraag of deze definitie wordt gedeeld in het culturele veld. Pas als allen dezelfde taal spreken, kan met de impactmeting iets bereikt worden. De fractie vraagt aandacht voor de belangrijkste conclusie van de Rekenkamer: in de huidige werkwijze kan niet nagegaan worden of de activiteiten van ontvangers van cultuursubsidies wel bijdragen aan de doelen en ambities van de raad. In de huidige verantwoordingsdocumenten staan momenteel voornamelijk veel

9

doelen die niet operationeel zijn, alsmede doelen waarbij meetbare indicatoren ontbreken. Hierdoor is het voor de gemeente en voor de culturele partners moeilijk om bij te sturen. Meer kwalitatieve rapportages helpen daar natuurlijk bij, maar alleen als deze inhoudelijk ook iets zeggen. Het advies van de VVD is dan ook: stel daarom niet alleen strategische ambities, benoem ook tactische doelen en simpele indicatoren en houd dit consequent vast. Tot slot begrijpt de VVD dat de impact van het cultuurbeleid gemeentebreed gemeten wordt, in plaats van per instelling. Daarmee ontstaat een beeld van cultuureffecten op de gehele samenleving. De fractie vraagt zich af hoe dan zichtbaar wordt welke programma’s, instellingen en subsidies precies bijdragen aan de impact. Een goede, kwalitatieve, meetbare verantwoording van BCB-instellingen over hun activiteiten helpen bij het sturen op de gewenst impact. De vraag aan de wethouder is hoe dit geïmplementeerd kan worden in het onderzoek. De heer Van Hattem (PVV) sluit zich voor een groot deel aan bij de inbreng van de VVD. Echter, de fractie heeft nog een aantal specifieke punten. Het raadsvoorstel zet in op de impact van het totale cultuurbeleid. PVV had liever gezien dat er was gekozen voor alternatief scenario 2, waarbij op instellingsniveau de impact gemeten wordt. Het risico is groot dat het nu een wollig verhaal zal worden.

Daarnaast benadrukt de fractie dat het belangrijk is om voornamelijk kwalitatieve gegevens te verzamelen, in plaats van alleen maar kwantitatieve gegevens. Deze gegevens moeten meetbaar worden gemaakt. Hiervoor moet het begrip 'impact' veel duidelijker worden gedefinieerd, omdat het momenteel een zeer rekbaar begrip is dat moeilijk toetsbaar is. De fractie vraagt aan de wethouder hoe met dit begrip omgegaan moet worden en hoe de raad zijn controlerende rol kan uitvoeren. De PVV verwijst naar het onderzoek van de KWINK-groep, zoals in het Rekenkamerrapport genoemd. Het rapport bood een aantal zeer duidelijke conclusies en aanbevelingen en zegt onder meer dat in het Bossche cultuurbeleid een veelheid aan doelen onderscheiden kan worden. Een goed gericht, controleerbaar en navolgbaar beleid heeft helder geformuleerde doelen. De PVV stelt dat te weinig doelen SMART worden gemeten. De fractie pleit voor meer SMART formulering van de doelen en adviseert de impact van de gesubsidieerde instellingen duidelijk in beeld te brengen. De fractie vindt dat dit onderdeel te weinig terugkomt in voorliggend voorstel. Denkbaar is dat bepaalde instellingen weinig impact hebben en eigenlijk te veel subsidie ontvangen. De PVV acht het een gemiste kans, wanneer dit niet in het voorstel wordt opgenomen.

De fractie van de PVV vindt dat de aanbevelingen van de KWINK-groep onvoldoende zijn meegenomen in het voorstel en wil graag een reactie van de wethouder hierop. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt zich af ook de groei- en ontwikkelmogelijkheden in het onderzoek worden beoordeeld, die dienen om minder afhankelijk van subsidies te worden. Het zou kunnen dat de subsidie een soort vast basisinkomen is, waar organisaties min of meer mee beginnen wanneer zij de begroting opstellen. Hij vraagt zich af of inzichtelijk zal worden gemaakt hoeveel de organisaties daadwerkelijk nodig hebben om hun begroting sluitend te krijgen. Ook vindt de fractie dat er wel wat verwacht mag worden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze verwachting richt zich voornamelijk op de grote organisaties waar jaarlijks veel subsidie naartoe gaat. De fractie acht dit een belangrijk vraagstuk. Mevrouw Hamerslag (PvdD) heeft moeite met het woord 'impact'. De fractie heeft het idee dat het college zoveel mogelijk van het cultuurbeleid wil kwantificeren. De PvdD acht dit een onmogelijke taak. Kunst en cultuur moet prikkelend zijn, moet maatschappijkritisch zijn en mag emoties losmaken. Zij vraagt zich af of dit wel te kwantificeren valt. Daarnaast vraagt de fractie zich af wanneer men tevreden is met de gemaakte 'impact' van het cultuurbeleid.

Welke metingen bepalen of het cultuurbeleid succesvol is? De fractie hoort graag van de wethouder wat hij precies beoogt met het onderzoek. Immers, de doelstelling geeft immers ook sturing en focus aan de onderzoekers. Dat maakt de doelstelling iets waar terdege bij stilgestaan dient te worden. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) beschouwt de impact van cultuurbeleid als moeilijk meetbaar. Toch willen ze hier allemaal meer vat op krijgen vanuit de gedachte ‘meten is weten’. In het voorstel wordt gesteld dat de lasten voor de culturele instellingen zo laag mogelijk worden gehouden. Het is ook goed dat er onderscheid wordt gemaakt tussen grote en kleine instellingen. Rosmalens Belang vindt dat de kosten voornamelijk gericht moeten worden op de impactmeting van grote instellingen. Daarnaast moet ervoor worden gewaakt dat er te veel wordt gemeten. Cultuur moet levendig en organisch zijn. Wanneer allerlei administratieve bezigheden uitgevoerd moeten is het beleid misschien wel te stroperig geworden. Het is op zich goed dat dit onderzoek in gang wordt gezet, maar afsluitend dient kritisch geëvalueerd te worden of de inzichten zijn

10

verworven zoals deze tevoren voor ogen stonden en of het niet te remmend werkt voor de organisaties op zich. Mevrouw Visscher (SP) denkt dat de bespreking van dit voorstel goed zichtbaar maakt waar de moeilijkheden zitten. Er kan van alles gemeten worden, maar de echte impact zit in het niet meetbare. Het gevaar zit erin dat het onderzoek in meetbare uitkomsten resulteert, terwijl dat niets zegt over de échte impact op de mensen. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt zich af wat de SP precies bedoelt met 'meetbaar'. Mevrouw Visscher (SP) geeft een voorbeeld: de invloed van een voorstelling in het theater op de keuzes die iemand in het leven maakt, is niet meetbaar. Het zou kunnen dat de onderzoekers een manier vinden om dit meetbaar te maken. De SP is bang dat dit soort metingen niet gedaan wordt en de metingen te sterk kwantitatief gericht zullen zijn. Het college stelt dat het de balans wil behouden en niet wil doorslaan in het meten. De instellingen verantwoorden zich voor wat zij doen met de ontvangen subsidie. Er moet ook een basis van vertrouwen zijn richting de instellingen. De SP wenst het college succes met het invullen van het onderzoek en de metingen. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) heeft moeite met voorliggend stuk. Zij sluit zich aan bij de punten die de SP inbrengt: meten is mooi, maar er gaat ook veel energie en geld in zitten.

De fractie is er dan ook voorstander van om niet te veel te meten. Mevrouw Van der Aa (De Bossche Groenen) vindt het prettig dat het college de commissie in een vroegtijdig stadium meeneemt. Dat helpt om als raad de controlerende rol te kunnen uitvoeren. De fractie vraagt zich af wat er verstaan moet worden onder 'cultureel ondernemerschap' en met name is interessant of zij dezelfde definitie hanteren als het college. Ten tweede vragen zij zich af wanneer zij ’s-Hertogenbosch als 'Cultuurstad van het Zuiden' duiden, dit alleen voortvloeit uit toepassing van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren. Daarom willen zij het college vragen om deze indicatoren op te nemen in een concreet uitvoeringsplan, zodat ze met heldere doelen de impact van het cultuurbeleid kunnen meten. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) memoreert dat de fractie toentertijd niet bijster enthousiast was over de conclusies van de Rekenkamer en over het geamendeerde voorstel. GroenLinks was en is vooral van mening dat dit onderzoek de afdeling Cultuur en de culturele instellingen met heel veel werk opzadelt, terwijl de fractie vindt dat de raad nu ook desgewenst geïnformeerd kan worden. Het beter informeren van de raad is altijd een goede intentie en hier kunnen de fracties niet tegen zijn.

Echter, de fractie is wel benieuwd hoe het college verwacht dit te gaan uitvoeren, omdat het met dit onderzoek een pioniersrol inneemt en de fractie is oprecht benieuwd naar het resultaat. Een aantal problemen rondom het meten zijn reeds geschetst door mevrouw Hamerslag en mevrouw Visscher. De fractie is blij met het uitgangspunt om culturele instellingen en amateurverenigingen zo min mogelijk te belasten, maar ook met het uitgangspunt om vertrouwen en partnerschap voorop te stellen en het gegeven dat de gemeente zelf regelmatig uitgedaagd wordt om contact te zoeken met het culturele veld. GroenLinks deelt het standpunt van het college dat genoemd onderzoek minder prioriteit heeft dan het oplossen van de huidige problemen in de sector, zoals de nasleep van de pandemie die nog steeds tot minder bezoekers leidt, de lagere inkomsten, de inflatie en de energiecrisis. Daarom zal de fractie niet tegen het voorstel stemmen. Wethouder Van der Geld legt uit dat het voorliggende raadsvoorstel een uitvloeisel is van het amendement uit de vorige raadsperiode. Het college voert hiermee nadrukkelijk een wens uit van de raad. Sommige bijdragen van fracties bleken negatief over voorliggend voorstel.

De wethouder onderstreept dat het voorstel moet worden gezien als een tussenstap, met de intentie om eerst de uitgangspunten aan de commissie voor te leggen; op basis hiervan zullen de impactmetingen gedaan kunnen worden. Inderdaad betekent dit pionieren, omdat impactmetingen in de culturele sector relatief nieuw zijn. Dit wil echter niet zeggen dat hiervoor weggelopen wordt. Integendeel, het is juist interessant om in ‘s-Hertogenbosch te gaan kijken of deze hier koploper in kan worden. De wethouder benadrukt dat de nasleep van corona zeker prioriteit heeft. Een aantal fracties stelt dat er gelet moet worden op de uitvoeringslast voor het college, maar ook voor de sector als zodanig. Hier is de wethouder het zeker mee eens. Er moet een basis van vertrouwen zijn en er moet voor gewaakt worden dat er geen overdosis aan verantwoording

11

wordt gevraagd aan de sector. Dit betekent echter ook niet dat ze zich niet zouden hoeven te verantwoorden. De instellingen leveren jaarlijks een jaarverslag aan. De omvang hiervan heeft ook te maken met punt 3 in het voorstel. Dit punt is nadrukkelijk bedoeld om een onderscheid te maken tussen de sectoren, omdat hier niet dezelfde verantwoordingslast tegenover wordt gesteld. Dat betekent niet dat de impact van de amateursector niet inzichtelijk gemaakt wordt. Dit wordt gedaan op een andere manier, bijvoorbeeld middels de cultuurmonitor. Daar kan echter niet dezelfde inzet worden geleverd als voor de professionele sector, vanwege de zojuist geschetste redenen. Wat betreft de betrokkenen bij de klankbordgroep en de focusgroep, geeft de wethouder aan dat het college en de wethouder hier uiteindelijk over gaan. Voor verenigingen wordt geprobeerd juist een lage uitvoeringslast te regelen. Dat is de reden dat de amateursector uitgesloten wordt. De doelen komen voort uit het bestaande cultuurbeleid. Deze staan nog steeds overeind, tenzij de raad voor een ander cultuurbeleid kiest met andere doelen. De doelen zijn ook de punten waarop wordt gelet bij de impactmetingen. De wens is natuurlijk dat cultuurinstellingen en cultuurmakers zoveel mogelijk zelfredzaam kunnen zijn. Desondanks zal er subsidie nodig zijn. Het is onmogelijk om alle over dezelfde kam te scheren.

Elke cultuurinstelling kent verschillende onderdelen en elke cultuurinstelling heeft een ander businessmodel. Het college drukt de instellingen wel op het hart om ook aan verwerven van eigen inkomsten te werken. Bij impact gaat het niet alleen gaat om kwantitatieve metingen. Het gaat juist ook om kwalitatieve onderdelen. De kwalitatieve vraagstukken zijn lastiger te beantwoorden, maar de insteek is wel om ook wat dit betreft gaande het onderzoek duidelijkheid te vinden. Hij verwijst naar punt 5 van het voorstel, en de vraag of hierbij ook andere invalshoeken worden meegenomen, zoals onderwijs en acceptatie. Bij punt 5 zijn de punten 'economisch' en 'sociaal' genoemd. Natuurlijk zal ook de intrinsieke impact van cultuur worden gemeten. Sociaal is een breed begrip en omvat aspecten zoals gezondheid, mentale gezondheid en ontmoeting. Hij staat ervoor open om het begrip ‘sociaal’ meer expliciet te maken. De heer Van Hattem (PVV) mist een duidelijk antwoord op de vraag betreffende de conclusies en de aanbevelingen van de KWINK-groep en het SMART formuleren van doelen en bevindingen. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) begrijpt het verschil in de businessmodellen dat de wethouder benoemde. Hij vraagt zich af of er wordt gesproken over 'benodigde subsidie' of dat de subsidie een soort basisinkomen is voor de instellingen die deze subsidie ontvangen.

Dit bevordert de zelfredzaamheid niet. De heer Van Haren (VVD) geeft aan dat de vraag inzake het meten van de impact van individuele organisaties onbeantwoord is gebleven. Dit was namelijk een zeer belangrijke pijler van het Rekenkameronderzoek. Daarnaast wil de fractie weten of de wethouder voornemens is de raad te informeren over de tactische en operationele doelen, of dat de raad alleen een rapportage krijgt te zien. De heer Vossen (PvdA) vraagt wat de reden is voor de gebruikte categorisering van de cultuurinstellingen. Er zijn namelijk twee categorieën op basis van organisatiegraad onderscheiden en één categorie op basis van inhoudelijke kenmerken. Wethouder Van der Geld geeft aan dat het rekenkamerrapport reeds uitgebreid is behandeld. Het college heeft toen met de raad gedebatteerd omdat op een flink aantal punten de standpunten van de raad afweken van het advies van de Rekenkamer. Het college wil - conform het bestuursakkoord - handelen vanuit vertrouwen in de culturele instellingen en is er geen voorstander van om de druk bij de instellingen op te voeren, uitsluitend om een en ander meetbaar te maken. De raad stelt eens in de vier jaar de Bossche Culturele Basis vast wat betreft de subsidies. Eerder werd de subsidie in de begroting vastgelegd voor de grote culturele instelling.

Dit gaf weinig rust en daardoor is ervoor gekozen om dit in tranches van vier jaar neer te zetten zodat culturele instellingen ook zekerheid hebben voor een langere periode. Dit wordt in samenspraak met de instellingen vastgesteld en hierbij wordt gekeken naar wat er daadwerkelijk nodig is. De raad kan dit zien als een basisinkomen, maar de wethouder benadrukt dat er wel prestaties tegenover staan. Er moet wel degelijk inzet geleverd worden. Voor wat betreft de vraag van de VVD over de impact van individuele culturele instellingen geeft de wethouder aan dat met dit voorstel primair wordt ingezet op de impact van het cultuurbeleid als geheel en niet op het niveau van individuele instellingen. Wat de individuele instellingen doen, valt te lezen in jaarverslagen. Echter, de wens is wel om een diepgaand onderzoek te gaan uitvoeren gericht op de impact.

12

Wat betreft de gebruikte verdeling onder de instellingen, legt de wethouder uit dat het onderscheid in de uitvoeringslast zit. Amateurverenigingen zijn hierin heel anders geoutilleerd dan professionele cultuurinstellingen. De administratieve lastendruk voor het meten van de impact van cultuur wordt lager gehouden bij de amateurverenigingen. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) benadrukt dat de fractie wil weten wat het doel van de klankbordgroep en de focusgroep is. Deze groepen worden ingesteld om informatie op te halen, volgens VOOR Den Bosch. Een volksfeest hoort ook bij de grotere culturele instellingen. Vandaar was de vraag of vertegenwoordigers van de volksfeesten ook deelnemen aan de klankbordgroep, zodat een bredere invalshoek wordt geborgd. Wethouder Van der Geld legt uit dat er is gehandeld indachtig het amendement van de raad. In dit amendement werd onderscheid gemaakt tussen de professionele kunst en amateurverenigingen. Hierin zit nog een altijd grijs gebied. Volksfeesten hebben een zeer grote maatschappelijke waarde. Echter, deze feesten en achterliggende organisaties zijn wel geschaard onder de amateurverenigingen. De heer Van Haren (VVD) geeft de wethouder alle lof voor het feit dat het college in samenwerking met de culturele partners wil pionieren op het gebied van impactmetingen. De fractie verwijst naar het amendement van februari jl.

Het geamendeerde raadsbesluit stelt dat de raad meer inzicht dient te krijgen in de maatschappelijke impact van culturele subsidies. De VVD zou dit dan ook graag terug willen zien in het uiteindelijke resultaat. De VVD steunt het voorstel omdat het een goede stap in de goede richting is. De VVD zal het voorstel in 2023 toetsen aan de hand van het geamendeerde raadsbesluit. Wethouder Van der Geld spreekt hiervoor begrip uit. Het vraagstuk dat geprobeerd wordt te beantwoorden is of men waar krijgt, vanuit de culturele organisaties, voor de subsidie die de sector krijgt. Echter, hier is het de vraag of helemaal ingezoomd moet worden op de culturele instellingen an sich. Het college denkt dat het eerste belangrijk is om een overzicht over de gehele sector te vormen. Daarna kan worden ingezoomd. Mevrouw Van Zaalen (CDA) dankt de wethouder voor diens uitgebreide uitleg. De fractie stelt vast dat de jaarverslagen altijd allerlei vaste kopjes hebben. Wanneer ze de impact op een andere manier zouden willen meten of andere dingen zouden willen horen, dan is het wellicht een goede gedachte om bij het aanvragen van subsidie door de instelling te laten formuleren welke impact ze hiermee denken te gaan bereiken. Hier kunnen de organisaties vervolgens op worden gecontroleerd en gemonitord. Dit vraagt geen grote werklast. Wethouder Van der Geld lijkt dit een mooi punt om vast te houden.

Wanneer dit pionieren wordt aangegaan, wordt het gesprek vooruitlopend op de nieuwe culturele subsidieperiode zeker zo interessant. Dan kan samen worden besproken welke impact wordt nagestreefd. Hij hoopt dat dit tot een verrijking van het debat leidt en tot nieuw cultuurbeleid. De heer Van Hattem (PVV) meent de wethouder hier een grote kans mist. De PVV meent dat de wethouder het Rekenkamerrapport naast zich neerlegt en de adviezen niet ter harte neemt. De fractie vraagt zich af of er een manier is om dit beleid meetbaar te maken. Dit hoeft niet tot grote administratieve lasten te leiden, maar biedt wel de kans om duidelijke doelstellingen neer te zetten en hier meetbare indicatoren aan koppelen. Wethouder Van der Geld geeft aan dat er momenteel ook al veel, kwantitatief, wordt gemeten via jaarverslagen en de cultuurmonitor. Hij denkt dat er niet nog meer kwantitatief gemeten moet worden. Wat dit betreft hebben hij en de heer Van Hattem in politiek opzicht een verschillend standpunt. De voorzitter informeert naar de intenties van de fracties voor wat betreft de raadsbehandeling. De heer Van Hattem (PVV) vindt het geen hamerstuk en overweegt een motie in te dienen. De heer Van Haren (VVD) geeft aan dat de VVD vindt dat het op dit moment als hamerstuk door mag, maar de fractie gaat zich nog wel beraden op wat de wethouder vandaag heeft gezegd.

13

De heer Elders (D66) overweegt een amendement om te komen tot een verbreding van de impactanalyse naar bijvoorbeeld onderwijs, inclusie en gezondheid. De voorzitter concludeert dat het raadsvoorstel als hamerstuk zal worden doorgeleid naar de raadsvergadering en dat er moties kunnen volgen. Overige onderwerpen ter bespreking 8.

Werkplanning De voorzitter geeft aan dat de activiteiten van de commissie Sociaal voor de komende tijd in de werkplanning zijn opgenomen. De voorzitter inventariseert of er verder nog onderwerpen zijn die vanuit de commissie worden ingebracht. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) verwijst naar punt 6 van de werkplanning. In het eerste kwartaal van 2023 is een voorstel vermeld Dat bij commissie Omgeving thuishoort. De voorzitter neemt hier kennis van.

9.

Rondvraag en sluiting De voorzitter meldt dat er een viertal punten voor de rondvraag is ingediend. De eerste vraag is ingediend door de VVD en betreft de gevolgen van de energiecrisis voor maatschappelijke instellingen. De heer Van Haren (VVD) verwijst naar het heldere overzicht dat begin oktober is ontvangen. Dit overzicht bevat alle maatregelen die het rijk en de gemeente hebben genomen vanwege de hoge energieprijzen. De maatregelen voor maatschappelijke, culturele en sportinstellingen moesten toen nog uitgewerkt worden. Voor veel van hen wordt de situatie steeds nijpender. De fractie vraagt of er al meer duidelijkheid kan worden geboden wat betreft de inzet van de gemeente voor genoemde groep, zoals aangekondigd in de brief van 11 oktober jl. De voorzitter geeft aan dat de tweede vraag is ingediend door De Bossche Groenen en hetzelfde onderwerp betreft. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) legt aanvullend op de vraag van de VVD voor dat de fractie niet alleen benieuwd is naar de maatregelen die er eventueel tot nu toe zijn, maar zich ook zorgen maakt over de zestig organisaties aan de Tramkade, die allemaal een ruimte huren bij de gemeente. Deze ruimtes zijn vaak niet goed geïsoleerd en de organisaties redden het financieel niet meer met de huidige hoge energieprijzen. Hier heerst grote onzekerheid.

De stad heeft momenteel ontzettend veel plezier van deze zestig organisaties. In de Gruyter Fabriek zijn drie stichtingen gehuisvest die zich eveneens met hele hoge energiekosten zien geconfronteerd en met het probleem wat betreft de BIM en de marktconforme regeling. Van deze kunstenaars is dertig jaar genoten en de fractie is van mening dat zij nu niet in de kou gezet kunnen worden. De fractie is dus erg benieuwd hoe de wethouder wil omgaan met deze grote organisatie, die overigens geen subsidie ontvangt. Het betreft ondernemende, zelfstandige kunstenaars die allemaal buiten de boot vallen, maar wel het hart van Den Bosch vormen. Wethouder Van der Geld geeft aan dat volgende week in de volle breedte, als het gaat om de energiecrisis, maatregelen worden aangekondigd in de raadsvergadering. Dit is gericht op meerdere sectoren, onder andere op scholen en culturele instellingen. Het rijk heeft hiervoor een regeling aangekondigd. Het ministerie van OCW trekt hier € 400 miljoen voor uit, bedoeld voor het opvangen van de inflatie en de stijgende energiekosten. Het is nog onduidelijk hoe deze regeling precies wordt uitgewerkt. Ook wordt pas op een later moment in 2023 bepaald hoe deze middelen over de verschillende sectoren verdeeld worden Daarnaast wordt het aankomende jaar via het Gemeentefonds € 300 miljoen voor energiecompensatie verstrekt aan gemeenten.

Ook dat geld wordt pas in 2023 uitgekeerd. Het college wil daar niet op wachten, omdat in mei 2023 de winter voorbij is. Het college gaat dus graag eerder aan de slag. De hoop bestond dat deze regeling al eerder duidelijkheid bood, maar dit is helaas niet het geval. Volgende week is het plan nog niet compleet, maar kunnen de maatregelen al wel aangekondigd worden. Deze maatregelen zullen dus ook de culturele instellingen gaan helpen.

14

Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) benadrukt dat het hierbij gaat om de kleinere kunstenaars. Het bedrag vanuit het rijk, ad € 400 miljoen gaat voornamelijk naar de gesubsidieerde instellingen. Zij hoopt dat daar een oplossing voor komt. Daarnaast liggen de problemen ook op andere gebieden dan de energiekosten. Bij de Gruyter Fabriek ligt het probleem vooral bij de opgelegde markconforme prijzen. Hier loopt het spaak. De heer Van Haren (VVD) dankt de wethouder voor diens heldere uitleg. Echter, de VVD is ook benieuwd naar de regelingen voor de andere huurders van gemeentelijk vastgoed. Wethouder Van der Geld geeft aan dat het college de afweging nog dient te maken hoe hiermee om te gaan. Mogelijk is het een raadsbevoegdheid om uiteindelijk ook die afweging te maken. Uiteindelijk zal er waarschijnlijk een voorstel worden voorgelegd aan de raad. Dit is nog niet zeker, maar dit acht hij aannemelijk. Wat betreft de BIM, zijn er twee punten die besproken dienen te worden, namelijk het beleid en de korte termijn. Voor de lange termijn is het vraagstuk voornamelijk hoe meer ruimte gecreëerd kan worden voor makers. Het college is al bezig met het opstellen van aterlierbeleid en beleid specifiek voor makers. Dit is ook de plek om dat te bespreken en daar afwegingen in te maken.

Op de korte termijn gaat de wethouder in gesprek met de BIM en de kunstenaars om een gepaste oplossing te zoeken. Het beleid zal niet alleen zijn gericht op de culturele instellingen. Het gaat ook over andere sectoren die in het maatschappelijk vastgoed van de gemeente zijn gevestigd. Het college komt hier in een brief op terug. De voorzitter geeft aan dat de volgende vraag is ingediend door De Bossche Groenen en Leefbaar ’s-Hertogenbosch. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) wil wooncomplex De Compagnie onder de aandacht brengen omdat de ontmoetingsruimte van dit complex wordt gesloten, aldus een bericht van de verhuurder, Zayaz. De Bossche Groenen is hier erg van geschrokken. Er is door Zayaz een alternatieve ontmoetingsruimte aangeboden. Het gaat hier echter over een ontmoetingsruimte binnen het eigen complex voor personen op hoge leeftijd. Deze laagdrempelige faciliteit is belangrijk om eenzaamheid tegen te gaan, met name ook voor de bewoners met fysieke problemen. De fractie vindt dit een mooie gelegenheid om met een frisse blik naar deze situatie te kijken en na te streven eventuele conflicten op te lossen. Zij pleit ervoor om de ontmoetingsruimte weer tot bloei te laten komen, eventueel met ondersteuning van professionals. Wethouder Slikker erkent het grote belang van nabije ontmoetingsruimtes voor senioren. Zayaz doet dit gelukkig ook.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12224063/1