Verslag Commissie Sociaal 29.11.2023 (v2)
Tekst van het document
16
kantoren in de stad nodig zijn. Afgelopen week werd de mkb-nota besproken, omdat ondernemers meer ruimte nodig hebben. Als commerciële bedrijven dreigen uit de gemeente te vertrekken, wordt er alles aan gedaan om hen te behouden en wordt er meer ruimte geboden. Als het om kunstenaars gaat, zet de gemeente echter niet in op meer ruimte, maar op doorstroming. De heer Elders (D66) vraagt of de PvdD het met hem eens is dat het twee heel verschillende doelgroepen zijn met verschillende impact. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) antwoordt dat dit klopt. Kunstenaars hebben een cruciale rol in de samenleving en die zou de gemeente juist niet moeten laten wegvloeien. De PvdD wil niet de ene doelgroep voor de andere ruilen, maar wil meer ruimte maken voor iedereen. Het is goed om jonge makers meer ruimte te bieden, maar dat moet wel op een duurzame manier gebeuren. Alleen tijdelijke placemaking is daar niet voldoende voor. De heer Van Silfhout (Volt) verwijst naar de motie, waarin staat dat er permanente plekken bij komen. Hij benadrukt dat er nog een situatie ligt tussen de twee uitersten die de PvdD noemt: ruimte maken voor iedereen versus nietsdoen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) kent de motie, maar gaat er niet vanuit dat de uitvoering van de motie tot meer plekken leidt. In het raadsvoorstel wordt bovendien dat er een tekort aan ateliers is en dat er niet meer plekken gecreëerd kunnen worden.
Er is echter te weinig aandacht voor het tekort. De heer Van Silfhout (Volt) stelt voor om samen te strijden voor meer permanente plekken. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) is realistisch en blijft uitspreken dat ze wil dat er voldoende plek is. Ze wil niet een beetje extra ruimte creëren, want daarmee is het probleem nog niet opgelost. De PvdD roept de gemeenteraad op om de ambitie om Cultuurstad van het Zuiden te zijn waar te maken door samen met kunstenaars meer atelierruimte te creëren. Mevrouw Hoekstra (PvdA) hoort de hele tijd dat Den Bosch geen Cultuurstad van het Zuiden zou zijn als er geen atelierruimten worden aangeboden. Amsterdam is een stad met veel cultuur, maar ook daar werkt men met tijdelijke contracten voor ateliers. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt het interessant om te kijken of dat beleid werkt, maar ze blijft erbij dat er eerst voldoende plekken moeten zijn. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) sluit zich aan bij eerdere sprekers en kan instemmen met het voorstel. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt aandacht voor participatie en communicatie. Op basis van het voorstel leek dit goed geregeld, maar uit de brief van de kunstenaars blijkt heel iets anders. Leefbaar 's-Hertogenbosch hoort graag een reactie van de wethouder op deze brief.
De heer Plasmeijer (50PLUS) neigt ernaar om het collegevoorstel te steunen, maar neemt een definitief standpunt in na de beantwoording van het college. Reactie college Wethouder Van der Geld ziet een enorme behoefte aan ruimte in de stad: voor ateliers, bedrijven, woningen, scholen, zorgplekken en voor opvangplekken voor statushouders en vluchtelingen. Ondanks de enorme schaarste wil de gemeente voor kunstenaars nieuwe plekken creëren. Het EKP-terrein, de Bossche Stadsdelta, een schoolgebouw in Maaspoort, en de Ridderstraat worden nieuw plekken waar kunstenaars zich kunnen vestigen. Ook bij Wener XL komt waarschijnlijk een tijdelijke locatie. Ondanks alle toevoegingen blijft er schaarste. Het college wil dus én ruimte toevoegen én beleidskeuzes maken. Veel andere steden hebben al beleid om om te gaan met de schaarse ruimte en Den Bosch zet het nu op. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of de wethouder wat concreter kan zijn over de ruimtes die erbij komen, met name die in de Bossche Stadsdelta.
17
Wethouder Van der Geld antwoordt dat de EKP-locatie concreter is dan de Bossche Stadsdelta. Uniek in Den Bosch is dat er een substantieel aandeel niet-commerciële ruimte wordt toegevoegd aan het gebied. Die ruimte kan onder andere worden ingevuld door makers. De broedplaatsen kunnen echter ook ingevuld worden door sociale initiatieven, zoals Copernikkel. In de Bossche Stadsdelta zal echter ook zeker extra plek komen voor makers, mede om invulling te geven aan de motie van Volt. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt om hoeveel extra atelierruimten het ongeveer gaat. Wethouder Van der Geld antwoordt dat de plannen nog ingevuld moeten worden, maar dat het een flink aantal zal zijn. De gemeente is nu bezig met het opstellen van gebiedspaspoorten. Voor Tramkade en Citadelpoort zijn deze begin 2024 klaar. Dan wordt iets concreter waar er ruimte komt in de Bossche Stadsdelta. Met EKP is de gemeente al wat verder. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) stelt voor om een inventarisatie te maken, zodat de raad exact weet hoeveel mensen permanente of tijdelijke atelierruimte zoeken. Daarna kan overlegd worden over de ruimte die aan deze groep besteed kan worden. Wethouder Van der Geld vindt dat niet zinvol, omdat het aantal varieert. Elk jaar komen er mensen van de Kunstacademie, die om atelierruimte vragen. Er blijft dus altijd schaarste, tenzij kunstenaars de stad verlaten.
Dat laatste is iets waar het college nu iets probeert te doen. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) zou toch echt graag willen weten om hoeveel mensen en hoeveel ateliers het gaat. Vervolgens kan ook ingeschat worden hoeveel mensen jaarlijks afstuderen. Wethouder Van der Geld kan best wat cijfers opleveren. Punt is echter dat er keuzes gemaakt moeten worden. Nu kunnen nieuwe afgestudeerden geen plek vinden in Den Bosch. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) wil graag een inventarisatie ontvangen, omdat het beleid wordt gebaseerd op bepaalde aantallen. Wethouder Van der Geld weet niet waar mevrouw Van Opdorp naartoe wil, want hij verwacht niet dat De Bossche Groenen het beleid ineens gaat steunen als de cijfers worden opgeleverd. Hij benadrukt nogmaals dat de gemeente keuzes moet maken. Het alternatief is om niets te doen, zoals De Bossche Groenen suggereert. Hij verwacht niet dat een inventarisatie deze twee dichter bij elkaar gaat brengen. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) vraagt of de wethouder het ermee eens is dat beleid altijd gebaseerd moet zijn op feiten en cijfers. Wethouder Van der Geld is het daarmee eens en verwijst naar het onderzoek van het STIPO. Het doembeeld dat er in de toekomst geen plek meer is voor bestaande makers klopt niet. Er moeten echter ook keuzes worden gemaakt om doorstroom te realiseren.
Mevrouw Visscher (SP) vraagt wat de wethouder daarmee bedoelt. Wethouder Van der Geld antwoordt dat dit een startpunt van beleid is. Er moet doorstroming komen, maar het is niet zo dat er in de ateliers alleen nog maar jonge kunstenaars worden gevestigd. Er blijft ook ruimte voor midcareer kunstenaars. Mevrouw Visscher (SP) concludeert dat de wethouder bedoelt dat er ruimte blijft voor een paar van die mensen. Wethouder Van der Geld geeft aan dat de gemeente ook veel ruimte gaat toevoegen. Mevrouw Visscher (SP) wil graag meer duidelijkheid en vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de huidige kunstenaars niet zonder atelierruimte komen te zitten. Wethouder Van der Geld kan dat niet zeggen voor individuele situaties. Er gaat iets veranderen voor de huidige kunstenaars. De gemeente kiest echter voor een zorgvuldig proces met een
18
beoordelingscommissie en neemt daar de tijd voor, zodat mensen zich erop kunnen voorbereiden. Het college zal het beleid na verloop van tijd evalueren. Als blijkt dat de commissie veel te veel ruimte pakt, zoals door de VVD werd gesuggereerd, dan moet die situatie aangepakt worden. Het college is daar echter niet zo bang voor. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt de wethouder om een indicatie te geven van het aantal plekken dat er bij gaat komen. Wethouder Van der Geld verwacht bij Maaspoort circa 20 klaslokalen plus enkele andere ruimtes toe te voegen. Het aantal plekken in het EKP weet hij niet. In de Ridderstraat komt een maakplek voor meerdere gezelschappen. In de Bossche Stadsdelta komt veel ruimte, maar er zijn nog geen aantallen te noemen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of er een bepaalde continuïteit kan worden geboden in tijdelijke plekken, zodat er wat meer duidelijkheid komt in de beschikbaarheid. Wethouder Van der Geld benadrukt dat EKP en Bossche Stadsdelta om permanente plekken gaan. Een permanente plek betekent echter niet dat kunstenaars daar voor eeuwig kunnen blijven, want de gemeente wil wel wat doorstroming. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) verduidelijkt haar vraag. Als Maaspoort na enkele jaren weer moet sluiten, zou zij graag zien dat de kunstenaars van daar ergens anders gevestigd kunnen worden.
Ze vraagt of de gemeente daarvoor weer nieuwe tijdelijke plekken op het oog heeft. Wethouder Van der Geld verwijst naar het broedplaatsenbeleid, dat fundamenteel is voor hoe de stad wil omgaan met gebiedsontwikkelingen. Zeker in tijden van schaarste kan men zich niet veroorloven om plekken te laten leegstaan. Bij toekomstige gebiedsontwikkelingen worden de plekken tijdelijk of permanent ingevuld voor onder andere makers. Het atelierbeleid is van toepassing op de huurders van de AtelierBeheerStichting en op de tijdelijke beheerplekken van BIM. De gemeente gaat in gesprek met reguliere vastgoedbeheerders om midcareer kunstenaars een plek aan te bieden. Als er initiatieven ontstaan, ondersteunt de gemeente ook om nieuwe plekken te creëren. Elders in Nederland gebeurt dat al en daaruit blijkt dat er veel meer mogelijk is dan in Den Bosch gebeurt. STIPO constateerde dat de gemeente Den Bosch relatief veel doet voor kunstenaars. Leefbaar vroeg naar de participatie. Er zijn veel bijeenkomsten geweest met makers. Daarin kwam naar voren dat er meer plekken moeten komen, juist ook voor jonge makers. De gemeente heeft vervolgens toegezegd om daarmee aan de slag te gaan, wat geleid heeft tot het broedplaatsenbeleid. Het beleid komt dus niet als een verrassing voor de kunstenaars. STIPO heeft gesprekken gevoerd met de AtelierBeheerStichting en met makers.
Probleem is echter dat de kunstenaars zich niet georganiseerd hebben, waardoor de gemeente hen niet als één partij bij het beleid heeft kunnen betrekken. Het beleid is echter een startpunt en wordt de komende tijd uitgewerkt in samenwerking met de sector. De heer Elders (D66) vraagt of het mogelijk is om naast werkruimten ook expositieruimten te faciliteren. Wethouder Van der Geld antwoordt dat er wel te weinig plekken in de stad zijn voor exposities. Hij hoopt dat EKP en de Bossche Stadsdelta hierin een rol kunnen spelen. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) stelt dat de AtelierBeheerStichting een brandbrief heeft geschreven, waarin wordt aangegeven dat de aanbesteding gevolgen kan hebben voor de betaalbaarheid van ateliers. Ze vraagt de wethouder om te heroverwegen om de AtelierBeheerStichting in stand te houden. Wethouder Van der Geld antwoordt dat hij dat niet wil. De betaalbaarheid is een belangrijke voorwaarde in de aanbesteding. Vanuit het gelijkheidsbeginsel moeten alle partijen, dus ook de AtelierBeheerStichting, de gelegenheid krijgen om de opdracht te krijgen. De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en inventariseert de standpunten.
19
Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) gaat akkoord met het voorstel. De heer Elders (D66) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. De heer Van Silfhout (Volt) meldt dat Volt met het voorstel zal instemmen, mits er voldoende permanente plekken bij komen. Mevrouw Van Zaalen (CDA) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. Mevrouw Visscher (SP) overweegt een motie in te dienen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) overweegt ook een motie. De heer Plasmeijer (50PLUS) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. De heer Van Haren (VVD) is voor het voorstel, maar wil het antwoord van de wethouder nog in de fractie bespreken. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) gaat een motie indienen. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) wil het voorstel als hamerstuk agenderen. De voorzitter concludeert dat het raadsvoorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd en dat diverse fracties een motie of amendement overwegen. 9.
Cultuurbegroting 2025-2028 Mevrouw Van Zaalen (CDA) zegt dat het CDA veel belang hecht aan kunst- en cultuureducatie. De fractie is van mening dat door bundeling van amateurkunst en topcultuur tot een brede en solide basis voor cultuuruitingen in 's-Hertogenbosch kan worden gekomen. Het is belangrijk dat kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen en dat de focus wordt gelegd op de combinatie van jeugd, muziekverenigingen en scholen. Het CDA hecht veel belang aan cultuureducatie, muziekscholen en bibliotheken en vraagt de wethouder waarom de bibliotheek niet expliciet is opgenomen in de cultuurbegroting. Voorgesteld wordt om bij aanvragen prominenter gebruik te maken van de governancecode cultuur, de fair practice code en de code diversiteit en inclusie. Dat is goed, maar moet wel verstandig gebeuren. Voorkomen moet worden dat kleine gezelschappen worden overvraagd. Het CDA hoort graag hoe gemonitord wordt of deze drie codes goed worden gebruikt en hoe besloten wordt als men zaken tegenkomt die in strijd zijn met een van de codes. De heer Van Haren (VVD) stelt dat de VVD de huidige raadsperiode is gestart met de ambitie om de culturele parels te behouden en ook ruimte te maken voor nieuw aanbod en een betere toegankelijkheid. Het voorliggende voorstel draagt daaraan bij.
Het biedt een goede basis tussen meerjarige zekerheid en flexibiliteit binnen de financiële kaders van de gemeente. Die leiden tot scherpe keuzes en vernieuwing in de culturele sector. Ook is het goed om aandacht te hebben voor de maatschappelijke en economische impact van cultuur. Er wordt een basis gelegd voor de impactmonitor, die hopelijk dit jaar al kan worden uitgevoerd. Cultuur is immers een goed middel voor vele sociale doelen. De VVD wil specifieke aandacht voor de regeling volksfeesten. Deze vorm van cultuur heeft grote meerwaarde en daarom is het goed dat er een aparte regeling voor is. Terecht onderzoekt het college hoe Sinterklaas, Carnaval en Koningsdag beter gefaciliteerd kunnen worden door de
20
gemeente, want de vrijwilligers moeten tegenwoordig bijna beveiligingsexpert zijn om een dergelijk feest te mogen organiseren. De Bossche VVD wil dat de gemeente hen helpt met financiële ondersteuning en expertise. De fractie vraagt of ze de resultaten van het onderzoek kan ontvangen. Tot slot vindt de VVD dat er een stevige basis wordt neergelegd met de voorgestelde aanpassingen in de cultuursubsidies. De heer Van Silfhout (Volt) is positief over de cultuurbegroting, maar vraagt aandacht voor het nachtleven in de stad. Volgens het STIPO-onderzoek verlaten jongeren Den Bosch als gevolg van te weinig studentenwoningen, betaalbare werkruimte en de afwezigheid van een aantrekkelijk uitgaansleven. Het nachtbeleid dat de gemeente voert, is volgens Volt onlosmakelijk verbonden met het cultuurbeleid. Volgens het cultuurbeleid moet er ruimte zijn voor experimenten. Daarbinnen past de oproep dat er meer geïnvesteerd moet worden in het nachtleven en in de cultuur die daar wordt gemaakt. Volt wil graag dat er een visie komt op het nachtleven en zal daarvoor een motie indienen. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) veronderstelt dat Volt doelt op het handvest waarvoor vorige week insprekers zijn geweest en vraagt of Volt enig idee heeft hoe groot de groep is die behoefte heeft aan een bruisend nachtleven.
De heer Van Silfhout (Volt) erkent dat de groep die cultuur in de nacht wenst beperkt is. Bij de inspraak waren 100 tot 200 mensen betrokken. De motie wordt echter verbreed, omdat Volt niet voor een niche het hele nachtleven op de kop wil zetten. Een levendiger en bruisender nachtleven in Den Bosch is echter waar het momenteel aan ontbreekt en op dat gebied heeft de gemeente de afgelopen tijd niets bereikt. Volt wil dat er voor alle jongeren in Den Bosch iets te beleven is. Sommigen zijn heel blij met De Taveerne, maar anderen hebben het gevoel dat er voor hen geen plek is. Ook is er een groep die zich tot 02.00 uur goed vermaakt, maar daarna naar huis gaat omdat er niets meer te beleven is. Volt wil met al deze groepen overleggen om tot een nachtvisie te komen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of dit onderwerp niet beter past bij de horecavisie. De heer Van Silfhout (Volt) antwoordt dat het in dat geval zeer zakelijk wordt aangevlogen, terwijl Volt juist vindt dat er een visie moet komen vanwege de culturele waarde van het nachtleven. Vervolgens komen er aspecten bij als veiligheid en financiën. Volt is verbaasd dat de frase om meer studentenwoningen te zoeken in overleg met studenten is geschrapt. De fractie vraagt hierop een toelichting van de wethouder.
Huis73 gaf bij de I&O-bijeenkomst aan dat het niet duidelijk te vinden wat de gemeente bedoelde met de uitspraak dat er ruimte is voor verbetering van cultuureducatie. Hij vraagt de wethouder om een toelichting hierop. De heer Elders (D66) was benieuwd hoe lang Den Bosch zich al Cultuurstad van het Zuiden noemt en ontdekte dat hier sinds 1931 al over wordt gesproken in het kader van de bouw van een schouwburg. Wat wel of geen cultuur is, was toen al onderwerp van discussie. Met name over Carnaval was er discussie, terwijl dit nu als volksfeest is opgenomen in de Bossche culturele basis. Dat laat zien dat cultuurbeleid altijd in ontwikkeling is. Die ontwikkeling trekt D66 graag nog iets verder. In het voorstel mist de fractie namelijk nog twee zaken. De eerste betreft het nachtleven, waarvoor Huis73, de nachtburgemeester en studentenverenigingen aandacht vragen. D66 beschouwt dit als meer dan een biertje drinken: het nachtleven draagt eraan bij dat mensen zichzelf en anderen ontdekken en het zorgt voor identiteitsvorming, ontmoeting en zelfontplooiing. Het nachtleven is een broedplaats voor nieuwe culturele fenomenen. In Den Bosch ontbreekt een brede visie op het nachtleven. Daarom zal D66 samen met Volt met een motie komen over een visie op het nachtleven. Een tweede gemis is beleid op kunst en cultuur in de openbare ruimte.
Dat Den Bosch een cultuurstad is, moet zichtbaar zijn. D66 vraagt of de wethouder het daarmee eens is en welke mogelijkheden hij ziet om dit te realiseren. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) benadrukt het belang van cultuur: het zet mensen aan het denken over zichzelf en de samenleving, het draagt bij aan een beter sociaal milieu, betere omgangsvormen en beter begrip tussen culturen. VOOR Den Bosch maakt uit de
21
cultuurbegroting op dat het cultureel ondernemerschap nog te weinig rendement oplevert. Van de gesubsidieerde organisaties is er nog niet een die een winstgevende exploitatie heeft. De fractie begrijpt dat dit mede komt door de grote impact die de coronaperiode heeft gehad op de culturele instellingen en gaat ervan uit dat de komende jaren de subsidiebehoefte afneemt. Ze vraagt de wethouder of hij deze aanname terecht vindt. Van culturele instellingen wordt verwacht dat zij programmatisch en thematisch invulling geven aan de Cultuurstad van het Zuiden. De wethouder wordt gevraagd hoe deze samenwerking en afstemming worden gerealiseerd. VOOR Den Bosch vindt het een goede zaak dat de raad binnenkort geïnformeerd wordt over de eerste impactmonitor cultuur. De fractie vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de resultaten nog dit jaar worden verstuurd. Tot slot zou de fractie graag zien dat het college de raad informeert over zijn rol in de samenwerking tussen de culturele sector en maatschappelijke organisaties. Als voorbeelden noemt VOOR Den Bosch een sterkere verbinding op het gebied van publieksbereik, aanbodvernieuwing en maatschappelijke thema's. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt het logisch dat de Bossche culturele basis zekerheid wil over het budget voor de komende jaren.
De bedragen die in de begroting zijn opgenomen, vindt hij wel hoog, waarbij er bovendien een groot verschil zit tussen de bijdragen aan grote instellingen en kleine organisaties die bijvoorbeeld volksfeesten organiseren. Gewoon ge-DREVEN gaat ervan uit dat het Theater aan de Parade geen subsidieverhoging nodig heeft en inmiddels wel wat eigen inkomsten kan genereren. Volgens de LEF-cultuurscan zou Den Bosch museumstad moeten worden. Gewoon ge-DREVEN zou liever de focus blijven leggen bij Cultuurstad van het Zuiden. Bij de amateurverenigingen vindt de fractie het goed dat de nadruk wordt gelegd op muziek en jeugd. Dat kleine aanvragen binnen drie weken kunnen worden afgehandeld, vindt de fractie een pluspunt. Voor volksfeesten die bijdragen aan de sociale cohesie moet de subsidie verhoogd worden vanwege gestegen organisatiekosten. Vorig jaar heeft de gemeente echter alle leges verhoogd. Dat noemt gewoon ge-DREVEN vestzak-broekzakbeleid. Mevrouw Visscher (SP) sluit zich grotendeels aan bij het betoog van D66. Ze is blij met de aandacht die werd gevraagd voor kunst en cultuur in de openbare ruimte. Met de Bossche Zomer kan de gemeente op die manier meer laten zien dat ze Cultuurstad van het Zuiden is. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) is het opgevallen dat de meeste cultuur in de binnenstad plaatsvindt. Ze vraagt aandacht voor amateurverenigingen en kleinkunst.
Ze hoort graag van welke amateurverenigingen de huisvestingssubsidie wordt afgebouwd en of zij daardoor in financiële problemen komen. Het beleid van Huis73 is een goede rol gaan spelen in de cultuurvoorziening in de wijken en dorpen. Er kan echter nog meer samengewerkt worden. Een goed voorbeeld van samenwerking is het bijeenkomen van voorzitters van verenigingen om problemen en knelpunten uit te wisselen en samen oplossingen te zoeken. Apparatuur kan gedeeld worden en vrijwilligers kunnen door verschillende verenigingen worden ingezet. Dergelijke samenwerking zou bij voorkeur in heel Den Bosch uitgerold worden. De heer Plasmeijer (50PLUS) noemt het een prima voorstel met structurele subsidies voor de Bossche culturele basis, professionele kunst en amateurkunst. Het woord 'vernieuwing' komt wel erg vaak voor in het voorstel. 50PLUS veronderstelt dat vernieuwing geen doel op zich is en benadrukt dat alle vernieuwing nog geen verbetering is. De fractie is niet tegen nieuwe initiatieven, maar vraagt om voorzichtig te zijn met de gevestigde culturele instellingen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) stelt dat de gemeente kiest voor versterken, verbinden en vernieuwen. Na een zware coronaperiode is het goed om beleid te bestendigen en koersvast te zijn.
De PvdA was altijd voorstander van het gemeentelijk cultuurbeleid, omdat het de cultuur versterkte, ruimte bood aan vernieuwing en bedoeld was voor iedereen. Daarmee werd een duidelijke verbinding met wijken en dorpen gelegd. Er zijn inmiddels veel goede stappen gezet, maar de PvdA heeft ook nog enkele zaken op haar wensenlijstje staan voor de komende jaren. Extra stimulering van jongerencultuur en het verstevigen van volks- en amateurkunst scoren daarbij hoog. Het is goed om organisaties aan elkaar te verbinden en een link te leggen naar jongeren. PowerUp073 is daar een goed voorbeeld van. De PvdA concludeert dat het cultuurbeleid goed is voor makers en voor de amateurverenigingen en bovendien de ambitie uitstraalt dat het beleid bedoeld is voor alle Bosschenaren. Daarmee
22
wordt ook gekozen voor een breed samengestelde adviescommissie die over de subsidietoekenning gaat. De PvdA omarmt dit voorstel. Ook daarmee wordt namelijk een professionaliseringsslag gemaakt die rechtdoet aan de sector en ondersteunt bij de volgende stap naar het zijn van de Cultuurstad van het Zuiden. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) constateert dat de gemeente de afgelopen jaren flink heeft geïnvesteerd in cultuur, met Huis73, Theater aan de Parade en het Design Museum, maar ook ter ondersteuning van kleine verenigingen. Als de subsidiebehoefte van zo'n 40 miljoen in een breder spectrum wordt geplaatst, kan de gemeente niet voorbijgaan aan de veranderende financiële en politieke situatie. De komende jaren zullen de kosten voor onder andere vergrijzing, jeugdzorg en armoedebeleid stijgen. Alle vrijvallende budgetten binnen de cultuursector zullen echter binnen het cultuurdomein blijven. Leefbaar 's-Hertogenbosch vindt dat een brug te ver. De fractie wil dat de huidige gemeentelijke begrotingssystematiek voor de cultuursector blijft gelden. Een ander aspect is het eigen verdienvermogen van grotere organisaties. De gemeente subsidieert activiteiten en gaat niet zo kritisch om met inkomsten die de organisaties zelf verwerven. Leefbaar verwacht dat het eigen verdienvermogen vergroot kan worden, bijvoorbeeld door horeca-inkomsten.
De fractie wil dat organisaties beter hun best gaan doen om zelf middelen te verwerven, zodat ze minder afhankelijk van de gemeente worden. De raad kent geen subsidies meer toe aan individuele organisaties. Leefbaar vraagt of dit betekent dat de raad geen overzicht meer heeft van de toekenningen. De heer Van Silfhout (Volt) benadrukt dat cultuur ook heel veel meerwaarde biedt. De mentale gezondheid van mensen verbetert bijvoorbeeld. Hij vraagt of Leefbaar 's-Hertogenbosch deze waarde ziet. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet zeker de meerwaarde van cultuur. Leefbaar wil cultuur ook niet afschaffen of korten op de subsidies. Wel vindt de fractie dat voor alle gesubsidieerde organisaties kritisch gekeken moet worden of zij ook op andere manieren inkomsten kunnen genereren. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) vindt dat er veel goede dingen in de cultuurbegroting staan. Dat grote instellingen iets moeten doen voor makers en daarover jaarlijks moeten rapporteren, vindt de fractie positief. Ook is De Bossche Groenen trots op Huis73. Het lezen van boeken en het terugdringen van laaggeletterdheid zijn echter ook onderdelen van het cultuurbeleid. De Bossche Groenen vraagt om meer focus te leggen op het muziekonderwijs. Dat is belangrijk voor kinderen om zich te ontwikkelen, maar er wordt nauwelijks aandacht aan besteed in de nota.
De fractie ontvangt graag snel een voorstel over het muziekonderwijs. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) dacht dat muziek wel degelijk als speerpunt is opgenomen in de nota. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) doelde vooral op muziekonderwijs. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) sluit zich op veel punten aan bij de SP, Volt en D66. De PvdD is blij dat wordt onderschreven dat de gemeente moet blijven bouwen aan de krachtige positie van de cultuurstad die Den Bosch wil zijn. De fractie is ook blij te lezen dat de gemeente het makersklimaat wil verbeteren. Juist jonge makers voelen zich onvoldoende ondersteund met subsidies, omdat zij alleen gebruik kunnen maken van projectsubsidies. Structurele subsidie zou een duwtje in de rug kunnen zijn om carrière te maken. Aangezien gevestigde kunstenaars ook niet zonder subsidie kunnen, vindt de PvdD het pijnlijk dat er keuzes gemaakt moeten worden bij de verdeling van het budget. Desondanks roept de fractie de wethouder op om voor de jonge makers structurele subsidie beschikbaar te stellen. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) vindt het een vreemd raadsvoorstel. Het heet 'Cultuurbegroting 2025-2028' maar blijkt vooral een beleidsnotitie te zijn. Hij denkt dat een combinatie van geld en beleid in één raadsvoorstel de besluitvorming niet ten goede komt.
Kan de raad nog iets veranderen aan het beleid, als de begroting in hetzelfde voorstel verwerkt is? Omdat dit niet duidelijk is, beperkt GroenLinks zich tot het begrotingsgedeelte. De Bossche culturele basis heeft de afgelopen jaren goed gewerkt: de meerjarige financiering op basis van heldere voorwaarden geven rust aan culturele organisaties. Met de voorgestelde
23
aanpassing van de fondsen en de verdeling van het geld kan GroenLinks instemmen, alsook met het toekennen van meer verantwoordelijkheid voor grote instellingen en met de adviescommissie. Dat de gemeenteraad daarmee iets meer op afstand staat, vindt GroenLinks eerder een voordeel van dan een nadeel. Uiteindelijk bepaalt de raad nog steeds de kaders, maar wordt de beoordeling van aanvragen door een deskundige commissie gedaan. Het lijkt de heer Van Rosmalen een werkwijze die leidt tot objectievere keuzes. Hoewel het bibliotheekwerk uitgebreid besproken is bij het voorstel over Huis73 is GroenLinks het ermee eens dat het een volwaardige plek in de cultuurbegroting verdient. De precieze vormgeving van het beleid voor amateurkunst en het tegengaan van versnippering verdient een aparte discussie in de commissie. Huis73 is hiervoor aangewezen, maar mist blijkbaar een helder plan dat haalbaar en betaalbaar is. GroenLinks vraagt of de wethouder een debat hierover wil agenderen of dat hij het overlaat aan de commissie zelf. GroenLinks ziet volgende keer graag raadsvoorstellen, waarin niet sluipenderwijs voor vier jaar beleid wordt vastgesteld, zonder dat de raad de mogelijkheid heeft om dit te amenderen. De fractie stemt wel in met het voorstel. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of GroenLinks een amendement gaat indienen om de beslispunten te scheiden.
De heer Van Rosmalen (GroenLinks) ziet geen mogelijkheid om dit te amenderen en heeft de wethouder daarom gevraagd om dit volgende keer op een andere manier aan te bieden aan de raad. Reactie college Wethouder Van der Geld merkt op dat het een belangrijk voorstel is dat voorligt. Hij is blij met het brede draagvlak in de commissie. Het bibliotheekwerk wordt niet expliciet genoemd in de nota, omdat deze nota vooral gaat om de aanpassingen. Het wordt echter wel genoemd in de originele nota. Hij benadrukt dat Huis73 goed werk doet. Er is echter nog veel meer te doen, zoals het samenbrengen van cultuur en onderwijs. Het primaire onderwijs wordt inmiddels goed bereikt, maar in het voortgezet onderwijs zijn nog verbeterpunten mogelijk. Huis73 gaat hiermee aan de slag. Volksfeesten worden gekoesterd door de gemeente. Door toenemende veiligheidseisen staan ze echter onder druk. Het college komt terug op de knelpunten bij de behandeling van de Voorjaarsnota. De VVD vroeg naar de impactmonitor. Die kan de raad in december verwachten. Het college wil graag aan de slag met een nachtvisie. Dit is niet opgenomen in de cultuurnota, omdat een nachtvisie zich niet beperkt tot cultuur. Er zit zeker een cultureel aspect aan, maar ook horeca- en veiligheidsaspecten. Vanuit die scope zal het college het onderwerp aanvliegen.
Beleid voor cultuur in de openbare ruimte staat bij het college op het netvlies. Medio 2024 verwacht de wethouder een voorstel hiervoor te presenteren. Het staat de commissie natuurlijk vrij om punten mee te geven voor dit beleid. De heer Elders (D66) vraagt of het beleid in een raadsinformatiebrief wordt gepresenteerd of dat de commissie een raadsvoorstel kan verwachten. Wethouder Van der Geld antwoordt dat er waarschijnlijk een raadsvoorstel komt. VOOR Den Bosch hield een vlammend betoog over de culturele sector, maar vroeg vervolgens of het zonder subsidie kan. Hij begrijpt dat elke euro maar één keer kan worden uitgegeven, maar de subsidies aan de culturele sector geven ook aan welke waarde de gemeente hecht aan cultuur. Niet alles kan op commerciële basis worden aangeboden. Veel instellingen doen hun best om additionele middelen te verwerven, want hun begrotingen bestaan nooit voor 100% uit subsidie. De wethouder verwacht niet dat het gaat lukken om de subsidies te verlagen, doordat de exploitatie vaak al onder sterke druk staat. Bovendien moet de sector zich zo ontwikkelen dat zij de kunstenaars eerlijker gaan betalen voor hun werk. Het komt nog te vaak voor dat zij gevraagd worden om gratis te exposeren of op te treden 'om hun bekendheid te vergroten'. Het college ziet geen tegenstelling tussen traditionele en vernieuwende kunstvormen.
Het moet er beide zijn en er wordt een heel brede definitie van cultuur gebruikt. De vernieuwingsopgave zit 'm in de ruimte die wordt geboden aan nieuwe spelers. De gemeente wil niet dat het cultuurbestel op slot zit en nieuwe spelers niet kunnen toetreden. Muziekonderwijs zit in de nota. Het college heeft onlangs een raadsinformatiebrief gestuurd over muziekonderwijs. Als de raad daarnaast nog een discussie wil voeren over muziekonderwijs, kan
24
men daartoe zelf het initiatief nemen. Er lopen ook diverse acties van Huis73, zoals Meer muziek in de klas. De wethouder is het er niet mee eens dat er behoefte is aan het oude systeem. Tegen de heer Van Rosmalen zegt hij nog dat de nota eventueel geamendeerd kan worden, zoals ook bij de Transitievisie Warmte is gebeurd. Tot slot benadrukt de wethouder dat de gemeente een makersfonds introduceert, om nog meer aandacht te besteden aan de makers. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) had gevraagd of jonge makers structurele subsidie kunnen krijgen. De heer Van Silfhout (Volt) had gevraagd naar het schrappen van de zin over studentenhuisvesting. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt opnieuw naar de monitoring en eventuele handhaving van de drie codes. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is het niet eens met het overhevelen van overblijvende subsidies en vraagt wat de wethouder daarvan vindt. Daarnaast hoort Leefbaar al tijden dat er vooral subsidie wordt gegeven op projectbasis en het argument van stijgende organisatiekosten dus niet geldt. De fractie hoort bovendien regelmatig dat mensen zich afvragen waarom de gemeente zoveel subsidie verstrekt. Wethouder Van der Geld herkent zich niet in het beeld dat Leefbaar 's-Hertogenbosch schetst. Van het overhevelen van budget binnen de cultuursector is de wethouder voorstander. Het is overigens niet nieuw, want in de vorige nota stond dat ook al.
De PvdD vroeg om structurele subsidie voor jonge makers. De gemeente heeft ontwikkelgelden voor instellingen, waarop men aanspraak kan maken. Het makersfonds is nieuw en ook bedoeld voor starters. Structurele subsidies vinden de makers zelf vaak nog een stap te ver. Zij hebben liever eerst projectsubsidies om later de stap te zetten naar structurele subsidie. Met het makerfonds moet deze sprong vereenvoudigd worden. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat het knelpunt is dat projectsubsidies onvoldoende de kosten dekken van jonge makers. Ze hoort ook graag hoe de wethouder aankijkt tegen de mogelijkheid om tweejarige subsidies toe te kennen. Wethouder Van der Geld benadrukt dat startende makers op alle regelingen kunnen inschrijven. Ze doen het echter niet, omdat ze de sprong naar een structurele organisatie nog niet willen of kunnen maken. De mogelijkheid voor het toekennen van tweejarige subsidies is al in het plan opgenomen. De vraag over studentenhuisvesting kan hij niet beantwoorden, omdat de gemeente daar geen partij in is. Het CDA vroeg naar de drie codes. Dit zijn geen wetten waaraan instellingen zich moeten houden, maar in de gesprekken wordt er aandacht aan besteed. Fair pay is hierbij het meest ingewikkelde aspect. Inclusie hoort daar ook bij. Hoe er gemonitord wordt of men zich aan de codes houdt, kan hij niet beantwoorden.
Afgesproken wordt dat dit schriftelijk wordt teruggekoppeld. De voorzitter inventariseert de standpunten per fractie. Mevrouw Van Zaalen (CDA) overweegt om de motie over de nacht mede in te dienen. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) kan instemmen. De heer Elders (D66) zal een motie over het nachtleven indienen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) wil graag meedoen met de motie over het nachtleven. De heer Van Silfhout (Volt) dient de motie over het nachtleven mede in. Mevrouw Visscher (SP) overweegt ook de motie te steunen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) overweegt ook de motie te steunen.
25
De heer Plasmeijer (50PLUS) kan instemmen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) wil het voorstel in de fractie bespreken. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wil het voorstel in de fractie bespreken. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) wacht de motie af en bespreekt het voorstel nog in de fractie. De heer Van Haren (VVD) neemt het mee naar de fractie. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) bespreekt het voorstel nog in de fractie en komt met een motie. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) bespreekt het voorstel nog in de fractie en komt met een motie. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) stemt in met het voorstel en zal zich nog beraden over de moties. De voorzitter concludeert dat het voorstel een bespreekstuk in de raad wordt. Het kan een licht bespreekstuk zijn waarin de motie over de nacht centraal staat. Omdat de commissie niet de intentie heeft om plafondbedragen te amenderen, meldt wethouder Van der Geld dat in verband met de tijdsdruk de regeling alvast te publiceren vooruitlopend op de besluitvorming in de raadsvergadering. Overige onderwerpen ter bespreking 11.
Rondvraag en sluiting De voorzitter meldt dat de rondvraag schriftelijk zal worden afgedaan. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of dit voor de komende raadsvergadering kan. De voorzitter antwoordt dat het college dit toezegt. Hij deelt mee dat de volgende commissievergadering plaatsvindt op 17 januari 2024. Tot slot bedankt hij iedereen voor de aanwezigheid en inbreng, wenst allen een prettige avond en sluit de vergadering om 23.23 uur.
26