CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Commissie Sociaal 17 01 2024 (vastgesteld)

Commissie SOCIAAL 17 januari 2024, gemeente 's-Hertogenbosch12.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wel is het belangrijk dat professionele zorg altijd beschikbaar blijft. D66 moedigt nieuwe ideeën en innovaties aan. Het opbouwwerk en jongerenwerk moeten blijvend ontwikkeld worden, zodat de meerwaarde van het werk steeds beter wordt aangetoond. Er moeten eerlijke kansen voor kleine aanbieders zijn om mee te doen. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt of het college voldoende aandacht heeft voor mantelzorgers en vrijwilligers die een belangrijk deel van de zorg moeten leveren. Een ander punt is de complexiteit van de portefeuille, waarvan veel geleerd kan worden. Expertkennis kan opgedaan worden via wetenschappelijk of praktijkgericht onderzoek. Het CDA vraagt of het college de potentie bij de hogescholen van Den Bosch voldoende heeft benut. Het CDA zal, ondanks deze kritische vragen, het voorstel steunen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet in de visie diverse aanknopingspunten om de basisondersteuning te verbeteren, zoals de benadering vanuit de inwoner, een verplaatsing van de systeemwereld naar de leefwereld van de cliënt, vaste contactpersonen die de zorg integraal benaderen, netwerkzorg en eigen keuzes door de cliënt. Voor het jongerenwerk stelt Leefbaar 's-Hertogenbosch om jongeren zelf te betrekken om met initiatieven te komen. Leefbaar 's-Hertogenbosch kan zich in grote lijnen vinden in het voorstel.

In tweede termijn heeft de fractie nog wat kritische kanttekeningen. Wethouder Slikker legt uit dat diverse ontwikkelingen, zoals de verplaatsing van medische zorg naar preventie in het Sociaal Domein, ertoe leiden dat er wat moet veranderen aan de samenwerking tussen zorgaanbieders. Het moet meer gebiedsgericht worden georganiseerd en meer vanuit het perspectief van de inwoner. Daar is de inkoopvisie op gericht. Vervolgens is het noodzakelijk om aan te besteden, omdat de gemeente scherpe eisen stelt aan het product en alle aanbieders dan de gelegenheid moeten krijgen om dit aan te bieden. Er wordt echter aanbesteed op

17

basis van kwaliteit. In de aanbesteding wordt opgenomen dat de aanbieder gebruikmaakt van het huidige personeel, alsook dat het Bossche DNA bekend moet zijn en dat de aanbieder moet samenwerken met lokale organisaties. Daardoor hebben de huidige aanbieders een voorsprong. Ook bij hen moet er echter het een en ander veranderen. Het welzijnswerk moet meer openstaan voor het werk van de vele maatschappelijke initiatieven in de stad. De verplichting om personeel over te nemen is opgenomen in de cao, maar wordt ook meegenomen in de aanbesteding. De inkoopvisie biedt veel mooie kansen voor de medewerkers, want ze kunnen gebiedsgericht gaan werken met meer vrijheid voor de professionals. Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt opnieuw wat de gemeente doet als er onvoldoende vrijwilligers zijn. Wethouder Slikker antwoordt dat de visie erop gericht is om samen met de inwoners een zorgzame samenleving te creëren. Door de vergrijzing en het tekort aan zorgpersoneel zal de samenleving zelf aan de slag moeten met elkaar. De lokale overheid zal met alle professionele partijen die betrokken zijn bij welzijn de schouders eronder zetten, maar mensen moeten ook veel zelf gaan doen. Daar is hij optimistisch over, maar het is wel een van de grootste uitdagingen voor de komende decennia. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vraagt wat er gebeurt als de kwaliteit onbetaalbaar blijkt te zijn.

Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) vraagt of de gemeente meer moet investeren in het vinden van vrijwilligers en in het zichtbaarder worden van de wijkpleinen. De heer Dupuis (SP) hoort ook graag hoe de gemeente denkt om te gaan met de vrijwilligers. Wethouder Slikker antwoordt dat het huidige budget het uitgangspunt is voor de aanbesteding. Vervolgens worden de aanbieders getoetst op kwaliteit. Hij is het ermee eens dat de wijkpleinen en de vrijwilligers heel belangrijk zijn, maar hij wil er niet op vooruitlopen wat hiermee gaat gebeuren. Het doel is juist om gebiedsgerichte plannen te maken. Daardoor kan het zijn dat er per wijk heel verschillende oplossingen worden gekozen. Het behoud van vrijwilligers is een van de doelen in de aanbesteding. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt nogmaals naar het praktijkgerichte onderzoek. Wethouder Slikker vond dit verzoek wat te specifiek voor de visie. Blijven leren is echter zeker belangrijk. De samenwerking met hogescholen is al hecht, maar als er kansen liggen, zal de gemeente daar zeker op inzetten. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) vraagt naar de rol van Humanitas en het ontzorgen van deze zorgverlener en andere kleine organisaties. Wethouder Slikker antwoordt dat de gemeente met Humanitas zal overleggen over de wijze waarop zij kunnen meedoen met de aanbesteding.

De voorzitter inventariseert wie gebruik wil maken van de tweede termijn. Tweede termijn Mevrouw Van Zaalen (CDA) betoogt dat het CDA wil dat alle inwoners van Den Bosch, indien nodig, een beroep kunnen doen op hulp en ondersteuning. De gemeente staat echter voor diverse maatschappelijke uitdagingen, zoals toenemende behoefte aan zorg door vergrijzing en een groter beroep op mantelzorgers. Een fundamentele bezinning op de organisatie van ondersteuning is daarom nodig. Mantelzorgers hebben vanuit de basisondersteuning heel hard zorg nodig, want naast emotionele, financiële en sociale ondersteuning is er ook behoefte aan ondersteuning binnen hun opleidingspad. Meervoudige problematiek vraagt namelijk om passende ondersteuning, maar de inhoudelijke samenwerking is nog onvoldoende. Het CDA hoort graag of de organisaties bij de aanbesteding moeten aangeven op welke onderdelen zij willen gaan samenwerken en of het samenwerkingsproces wordt gemonitord. Met name de samenwerking tussen formele en informele zorgverleners verdient aandacht. Het CDA zal het raadsvoorstel steunen.

18

De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) treft bij de wijkpleinen nooit de welzijnsmedewerkers die hun gezicht laten zien. Als de gemeente op een andere manier wil gaan werken, moet er in de wijken veel meer informatie opgehaald worden. Leefbaar 's-Hertogenbosch heeft zorgen over de werking van de wijkpleinen en KOO. De bekendheid van KOO is nog steeds beperkt en de inrichting van de wijkpleinen varieert sterk per wijk. Volgens de visie wordt de toegang tot maatwerkvoorzieningen beperkt tot het hoogst noodzakelijke. Leefbaar 's-Hertogenbosch vindt het geen goede ontwikkeling dat het mensen moeilijker gemaakt wordt om een voorziening aan te vragen en is benieuwd hoe zich dit gaat ontwikkelen en welke rol de contactpersoon hierbij gaat innemen. Mevrouw Van Diejen (PvdD) sluit zich aan bij het betoog van Leefbaar 's-Hertogenbosch. Doordat veel activiteiten bij vrijwilligers worden neergelegd, vreest zij dat de toegang tot professionele ondersteuning onbereikbaar wordt voor inwoners. De PvdD vindt het goed dat er meer naar de inwoners wordt gekeken en minder naar het systeem en dat er wordt gekeken naar kwaliteit en minder naar geld. Uiteindelijk hoopt de gemeente toch te kunnen besparen op de uitgaven. De heer Van Haren (VVD) vraagt waarom mevrouw Van Diejen denkt dat besparing een doel is.

Mevrouw Van Diejen (PvdD) antwoordt dat het een trend is dat specialistische jeugdzorg wordt afgeschaald en dat er meer bij vrijwilligers wordt neergelegd. Ze hoort graag wat er gebeurt als er in een bepaalde wijk onvoldoende vrijwilligers zijn, of als iemands zorgverlener net in een andere wijk werkt. Mevrouw Doğan (GroenLinks) vraagt een reactie van de wethouder op haar verzoek om het jongerenwerk als apart product aan te besteden. Ook hoort ze graag op welke relatie tussen jongerenwerk en basisondersteuning wordt gedoeld in de visie, wat de jongeren merken van die relatie en waarom dat niet gebleken is uit de evaluaties. Mevrouw Hoekstra (PvdA) stelt dat een algemene wens is dat de hulp die iemand nodig kan hebben altijd beschikbaar is op het moment dat het misgaat. In Den Bosch zijn veel voorbeelden te vinden van mensen die zich continu inzetten voor kwetsbare groepen. Met het nieuwe beleid krijgen al deze mensen de kans om elkaars netwerk te benutten en te versterken, zodat het kwetsbare deel van de samenleving optimaal wordt ondersteund: op maat, in de omgeving en met zo min mogelijk last van het systeem erachter. Aan de wethouder vraagt ze of met het nieuwe beleid wordt voorkomen dat kleine Bossche aanbieders door de professionele welzijnsinstellingen als concurrent of lastige partij worden gezien, zoals nu soms het geval is.

Ook vraagt ze of er bij de verantwoording rekening wordt gehouden met het feit dat vrijwilligersorganisaties, zoals Humanitas, en kleine initiatieven anders georganiseerd zijn dan professionele welzijnsinstellingen. De heer Van Haren (VVD) stelt dat Den Bosch de gebiedsgerichte aanpak hard nodig heeft. Verder met de oude opdracht kan namelijk echt niet meer. De aanbesteding ziet hij als kans: laat de huidige aanbieders maar bewijzen dat zij de beste zijn. Het geeft ook de kans om nieuwe ideeën aangereikt te krijgen. Daarvoor is lokale binding uiteraard wel nodig. Ook moet in de inkoopopdracht duidelijk omschreven worden wat de gemeente wil hebben en moet het bestek goed worden opgesteld. In de visie wordt gesproken over een overgangsperiode, maar het is onduidelijk wanneer het nieuwe systeem in werking treedt. De heer Dupuis (SP) vindt het belangrijk om voldoende aandacht te besteden aan de toegankelijkheid van ondersteuning. Mensen moeten weten op welke plek ze moeten zijn. Verder moet de vrijwilliger niet de plek gaan innemen van een professional, maar een eigen plek krijgen in de buurt. Als vrijwilligers goed worden gefaciliteerd, vergt dat uiteindelijk weinig aandacht. De heer Van Hattem (PVV) en mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) hebben geen behoefte aan een tweede termijn.

Wethouder Slikker antwoordt dat een fundament van de inkoopvisie is dat formele en informele partijen gaan samenwerken in de basisondersteuning en het jongerenwerk.

19

Mevrouw Van Zaalen (CDA) merkt op dat de samenwerking niet haar punt was, maar de inhoud van de samenwerking. De gemeente zal hierop moeten sturen en monitoren. Wethouder Slikker antwoordt dat hiervoor de gebiedsgerichte plannen zijn opgesteld. Daarin wordt met formele en informele partners vastgesteld wat er nodig is een wijk. Leefbaar 's-Hertogenbosch vroeg terecht naar de wijkpleinen en KOO. Sommige wijkpleinen zijn maar een dagdeel per week geopend. Met het gebiedsgericht werken moet gekeken worden wat het betekent voor het open zijn van de wijkpleinen en de ondersteuning die men daar kan halen. PvdD en SP vroegen aandacht voor de rol van de vrijwilliger. De huidige arbeidsmarktprognoses laten al enorme tekorten zien en dat wordt de komende jaren alleen maar erger. Er zijn straks nog minder professionals om het werk te doen en daarom moet de gemeente de zorg anders organiseren. Dat is moeilijk en levert grote uitdagingen, maar er is geen alternatief. GroenLinks vroeg naar het apart aanbesteden van het jongerenwerk. Dat vindt het college onverstandig, onder andere omdat de leeftijd geen scherpe scheidslijn is. Bovendien moeten buurtteams en jongerenwerk sterk met elkaar samenwerken. Mevrouw Doğan (GroenLinks) vraagt of de wethouder verwacht dat dit de komende jaren wel gaat lukken, aangezien het de afgelopen jaren niet zo goed verlopen is.

Wethouder Slikker antwoordt dat de inkoop van het jongerenwerk juist zo georganiseerd is om de problemen op te lossen. Mevrouw Doğan (GroenLinks) vraagt of de wethouder niet vreest voor de onafhankelijkheid van de jongerenwerkers. GroenLinks zou graag voorkomen dat jongeren terughoudend zijn om naar een jongerenwerker te gaan, als deze in hetzelfde team zit als bijvoorbeeld een handhavingsmedewerker. Wethouder Slikker antwoordt dat dit juist van elkaar gescheiden wordt in het nieuwe systeem. Nu is het zo dat er zowel uitvoerders als opdrachtgevers van het jongerenwerk bij de gemeente zitten. In de toekomst wordt alleen het opdrachtgeverschap nog bij de gemeente ondergebracht. De VVD vroeg naar de overgangsperiode. Als er een langere overgangsperiode nodig is om de continuïteit van zorg te waarborgen, neemt de gemeente daar de tijd voor. De heer Van Haren (VVD) vraagt wanneer bepaald wordt dat een overgangsperiode nodig is. Wethouder Slikker kan dat niet voorspellen. Als bij de gunning alleen de huidige partners betrokken zijn, zal de overgangsperiode veel korter zijn, dan wanneer er nieuwe partners bij zitten. Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt nog of de aanpak wordt geëvalueerd en bijgestuurd. Wethouder Slikker antwoordt dat de inkoopvisie vaststaat, nadat de raad deze heeft vastgesteld. Vervolgens is er een aanbestedingsprocedure, waarin partijen hun diensten kunnen aanbieden.

Als er partners zijn gekozen en zij gaan hun werk uitvoeren, wordt er jaarlijks gebiedsgericht besproken wat er extra nodig is. Na vijf jaar loopt de aanbesteding af en kan deze worden geëvalueerd en eventueel voortgezet. Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt of er ook bijgestuurd kan worden. Wethouder Slikker antwoordt dat jaarlijks per gebied een plan wordt opgesteld. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt nogmaals naar de verantwoording door kleine partijen. Wethouder Slikker herhaalt dat de gemeente werkt met jaarlijkse gebiedsgerichte plannen. De voorzitter inventariseert hoe de fracties het voorstel willen agenderen. Mevrouw Doğan (GroenLinks) wil het aspect van aanbesteding nog met haar fractie bespreken. Mevrouw Van Zaalen (CDA) wil de inhoudelijke samenwerking nog met haar fractie bespreken.

20

Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) vindt het een hamerstuk. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vindt het een hamerstuk. Mevrouw Craste (D66) vindt het een hamerstuk. De heer Van Silfhout (Volt) vindt het een hamerstuk. Mevrouw Van Diejen (PvdD) is iets gerustgesteld, maar neemt het voorstel nog mee terug naar de fractie. De heer Van Hattem (PVV) vindt het een hamerstuk, maar wil wel graag horen of andere fracties het als beperkt bespreekstuk of uitgebreid bespreekstuk willen agenderen. De voorzitter stelt dat dit bij het vaststellen van de raadsagenda nog besproken kan worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt het een hamerstuk. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vindt het een hamerstuk. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vindt het een hamerstuk. De heer Van Haren (VVD) wil het voorstel nog met zijn fractie bespreken. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt het een hamerstuk. De heer Dupuis (SP) neemt het mee terug naar de fractie. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) noemt het een hamerstuk. De voorzitter sluit het agendapunt af. Het voorstel wordt als hamerstuk aangeboden aan de raad met de kanttekening dat een aantal fracties het voorstel nog in de fractie willen bespreken. 9.

Rondvraag en sluiting Er zijn geen vragen voor de rondvraag. De voorzitter deelt mee dat de volgende commissievergadering plaatsvindt op 21 februari 2024. Stukken voor deze vergadering kunnen worden aangeleverd tot en met 23 januari 2024. Hij bedankt iedereen voor de aanwezigheid en inbreng, wenst allen een prettige avond en sluit de vergadering om 22.51 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Sociaal op 21 februari 2024.

De secretaris, drs. E.A.A. Kerkhoff

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13835542/1