CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Commissie Sociaal 11.02.2026

Commissie SOCIAAL 27 mei 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 11 februari 202611.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

D66 benadrukt dat de situatie in Den Bosch niet vergelijkbaar is met die van Amsterdam: in Den Bosch is de doorstroom nog nauwelijks 5%. Doorstroom is dus als een breekijzer nodig om de schaarse ruimte eerlijker te verdelen. De Bossche Groenen was nooit voorstander van het atelierbeleid en zegt nu opnieuw dat de gemeente mensen op straat zou duwen. D66 houdt niet van deze terminologie en verwijt De Bossche Groenen dat het een verkiezingsstunt betreft. D66 ziet geen enkele aanleiding om recent aangenomen beleid open te breken naar aanleiding van een onderzoek dat niet op Den Bosch gebaseerd is. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) merkt op dat het atelierbeleid net is ingezet. VOOR Den Bosch wil het de tijd geven, dan evalueren en eventueel bijstellen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) noemt de discussienotitie een vergelijking van appels met peren. Het atelierbeleid is per 1 januari 2025 in werking getreden. Om het beleid nu ineens om te gooien omdat men in Amsterdam andere keuzes maakt, vindt Leefbaar 's-Hertogenbosch onverstandig. De fractie wil eerst de ontwikkelingen volgen en horen wat de Bosschenaren van het beleid vinden. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vindt het goed om het atelierbeleid kritisch te volgen en te onderzoeken of het uitpakt zoals het bedoeld was. In de gemeenteraad wordt vaak gesproken over gebrek aan fysieke ruimte voor allerlei doelgroepen.

Daarom werd bewust gekozen voor het atelierbeleid, waarmee werd ingezet op het vergroten van atelierplekken en waarmee nieuwe kunstenaars in de stad de kans krijgen om toe te treden tot de gesubsidieerde ateliers. Dat is bedoeld om net afgestudeerde makers te behouden in de stad. GroenLinks-PvdA vindt dat belangrijk. Tijdelijkheid is daarbij een belangrijk aspect om ook de nieuwkomers een kans te geven. Die groep heeft weinig stem in het debat, dus de gemeente moet voor hen opkomen. De situatie in Amsterdam is op een aantal essentiële punten heel anders dan in Den Bosch. Daarom is de evaluatie geen argument om het atelierbeleid te wijzigen. GroenLinks-PvdA vindt het verstandig om een vinger aan de pols te houden en zou de wethouder willen vragen om de raad tussentijds te informeren over de stand van zaken. De gemeente moet echter geen onbetrouwbare overheid zijn door het beleid na één jaar compleet om te gooien op basis van één evaluatie in een heel andere stad, waar het beleid negen jaar is gevoerd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij vorige sprekers. Amsterdam en Den Bosch kunnen niet met elkaar vergeleken worden. Het atelierbeleid is net ingezet en mensen moeten ervan uit kunnen gaan dat de gemeente het beleid uitvoert, evalueert en eventueel bijstelt. De heer Romijn (PvdD) zegt dat de PvdD eerder haar zorgen heeft uitgesproken over het atelierbeleid.

Doorstroming in een stad met te weinig betaalbare ateliers leidt niet tot vernieuwing, maar tot uitstroom van kunstenaars. Het beleid biedt geen perspectief, maar creëert onzekerheid. Nu Amsterdam het doorstroombeleid terugdraait, is het logisch dat ook Den Bosch kritisch naar

16

het atelierbeleid kijkt en aanpassingen overweegt. De PvdD is voorstander van het schrappen van de tijdelijkheid en van beleid dat meer gericht is op instroom door meer betaalbare ruimten aan te bieden. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of Den Bosch voortaan elke keer haar beleid gaat heroverwegen als een andere stad een aanpassing doorvoert. De heer Romijn (PvdD) vindt Amsterdam een goed voorbeeld voor het atelierbeleid. Als geconstateerd wordt dat daar iets niet werkt, kan Den Bosch daarvan leren. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt om een voorbeeld waar 'kunstenaars worden weggestuurd uit ateliers'. De heer Romijn (PvdD) bedoelde het niet zo letterlijk. Als een kunstenaar zijn atelier moet verlaten en hij geen andere, betaalbare plek kan vinden, komt het erop neer dat hij weg moet. Amsterdam laat zien dat verplichte doorstroom in een krappe markt niet werkt. De situatie in Den Bosch is op dat punt vergelijkbaar. Daarom vindt de PvdD het verstandig om dit mee te nemen in de heroverweging van het Bossche atelierbeleid. Tijdelijkheid werkt alleen als er voldoende ruimtes beschikbaar zijn. In een overvraagde markt leidt het tot onzekerheid en uitstroom. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt op welke plek in Den Bosch de PvdD permanente atelierruimte zou willen aanbieden. De heer Romijn (PvdD) antwoordt dat de raad niet gaat over de uitvoering van het beleid.

De tijdelijkheid die in het beleid is opgenomen, werkt echter belemmerend voor kunstenaars. Mevrouw Hoekstra (PvdA) merkt op dat geen enkele kunstenaar gedwongen is te vertrekken, omdat de huurcontracten vijf jaar lopen. De PvdA stelt dat het een angst is dat kunstenaars moeten vertrekken, maar geen feit. De heer Romijn (PvdD) merkt op dat de gemeente problemen probeert te voorkomen voordat ze ontstaan. Hij zou graag voorkomen dat kunstenaars van de markt worden geduwd als hun huurcontract afloopt. De heer Elders (D66) benadrukt dat de gemeente ook beginnende kunstenaars van de markt duwt als die geen atelier kunnen vinden. De heer Romijn (PvdD) zegt dat hij graag zou inzetten op meer instroom door het aanbieden van meer betaalbare ruimten. De heer Elders (D66) merkt op dat de commissie iedereen alle ruimte wil geven, maar dat het geen reële optie is dat elke kunstenaar in Den Bosch atelierruimte krijgt. De heer Romijn (PvdD) vraagt zich dat af. De heer Elders (D66) vraagt de PvdD naar een concreet voorstel om elke kunstenaar een atelier te geven. De heer Romijn (PvdD) antwoordt dat de PvdD wil afzien van de tijdelijkheid. De fractie wil goed luisteren naar de kunstenaars en leren van andere steden die hun beleid hebben moeten bijstellen. Zo kan het atelierbeleid worden doorontwikkeld tot een haalbaar en toekomstbestendig beleid.

Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) zegt dat Rosmalens Belang het eigen atelierbeleid over een tijdje wil evalueren om te beoordelen of dat voor verbetering vatbaar is. De doorstroming moet echter op gang gebracht worden en dat kan niet als het beleid helemaal wordt teruggedraaid. De heer Ploegmakers (CDA) is geen voorstander van het terugdraaien van het atelierbeleid. Een betrouwbare overheid vraagt om betrouwbaar bestuur en consequent beleid. In 2023 is ook afgesproken dat het atelier- en broedplaatsenbeleid niet het sluitstuk is, maar dat het als

17

beginpunt wordt beschouwd. Het CDA wil doorgaan met het uitvoeren van het beleid, in overleg blijven met de kunstenaars en het beleid te zijner tijd eventueel bijstellen. De heer Van Haren (VVD) zegt dat de VVD achter het vastgestelde atelier blijft staan en geen aanleiding ziet tot heroverweging. De voorzitter geeft mevrouw Hendrickx het woord om een conclusie te trekken. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) benadrukt dat zij de discussienotitie heeft gebaseerd op signalen van Bossche kunstenaars. Dat de notitie een maand voor de verkiezingen is geagendeerd, is geen bewuste keuze. Amsterdam heeft negen jaar ellende gekend met het atelierbeleid en die periode zou De Bossche Groenen de Bosschenaren willen besparen. Ze heeft het onderwerp geagendeerd omdat de steden van elkaar kunnen leren. De Bossche Groenen is teleurgesteld over de uitkomst, waarbij alleen de PvdD het voorstel steunt. De voorzitter sluit daarmee de discussie af. 13.

Rondvraag en sluiting De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat voor het eerste kwartaal 2026 een discussie over de doorontwikkeling van het Design Museum gepland. Omdat de raadsperiode bijna afloopt, zou Leefbaar 's-Hertogenbosch graag een terugkoppeling van het college ontvangen. Wethouder Craste zegt dat het verzoek van Leefbaar 's-Hertogenbosch eigenlijk iets te vroeg komt. Ze had onlangs een afspraak met de stuurgroep. Er is een intentieovereenkomst met vier partijen gesloten. De verkenner is nu bezig met zijn verslag en daarna zal erover worden gecommuniceerd. Eind februari/begin maart is het verslag beschikbaar en wordt het met de gemeenteraad gedeeld. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de wethouder denkt dat het verslag beschikbaar komt voordat de laatste raadsvergadering van de huidige bestuursperiode plaatsvindt. Wethouder Craste zegt dit toe. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt waarom de optie terugkopen van De Mortel niet is opgenomen in het takenpakket van de verkenner. Wethouder Craste antwoordt dat een dergelijke vraag om vastgoed altijd aan het einde van een proces zit. De optie om De Mortel voor hetzelfde bedrag terug te kopen, blijft bestaan. Dat staat los van de vraag of het Design Museum erin gevestigd wordt.

De heer Van Hattem (PVV) vraagt of er van het overleg met de stuurgroep en de verkenner een gespreksverslag beschikbaar is en of de gemeenteraad dat kan ontvangen. Als er geen verslag is, hoort hij graag hoe dat zich verhoudt tot de Wet open overheid. Ook vraagt hij in hoeverre de spanningen bij het Noordbrabants Museum een rol spelen in het proces rondom het Design Museum en hoe dat nog kan landen in de gesprekken in het eerste kwartaal van 2026. Wethouder Craste antwoordt dat er geen gespreksverslag komt, maar een afsprakenlijst. De gemeenteraad heeft het recht om die afsprakenlijst in te zien. De uitkomsten van het gesprek worden opgenomen in de rapportage. Ook zijn er afspraken gemaakt over de communicatie, zodat alle betrokken partijen op hetzelfde moment worden geïnformeerd. De commissie ontvangt alle stukken eind februari/begin maart. De spanningen van het Noordbrabants Museum dragen niet bij aan het proces, maar bezoekersaantallen en de ruimtevraag zijn wel meegenomen in de verkenning. Mevrouw Visscher (SP) vraagt naar de spanningen bij het Noordbrabants Museum. Ze hoort graag wat deze voor de gemeente kosten, bijvoorbeeld doordat het ziekteverzuim er hoog is en het personeelsverloop groter is. Ook vraagt de SP in hoeverre de situatie in het Noordbrabants Museum samenhangt met de eerder geconstateerde problemen in de gemeentecultuur.

18

Wethouder Craste antwoordt dat de raad van toezicht van het Noordbrabants Museum het gemeentecollege proactief heeft geïnformeerd over de brief en over de keuze om een onafhankelijk onderzoek in te stellen. Het onderzoek moet uitwijzen wat er precies aan de hand is en welke vervolgstappen nodig zijn. De gemeente heeft een subsidierelatie met het museum, waarbij afspraken worden gemaakt op basis van KPI's, maar speelt verder geen inhoudelijke rol. Een relatie tussen de organisatiecultuur in het museum en bij gemeentelijke diensten ziet de wethouder niet. Het museum en de gemeente zijn twee afzonderlijke werkgevers. De spanningen kosten de gemeente geen extra geld. Het museum ontvangt subsidie en bepaalt zelf hoe het die inzet. Het Noordbrabants Museum is een financieel gezonde organisatie. De heer Van Hattem (PVV) had al schriftelijke vragen gesteld over dit onderwerp. Vandaag stond in het Brabants Dagblad dat de situatie de culturele insteek van het Noordbrabants Museum wel raakt, omdat de directrice zich meer wil richten op elitaire cultuur, terwijl medewerkers juist laagdrempeliger tentoonstellingen willen organiseren voor een breed publiek. Dat raakt ook aan de gemeentelijke cultuuragenda. De PVV vraagt of de gemeente bij dergelijke beleidskeuzes betrokken is geweest. Wethouder Craste antwoordt dat de gemeente niet betrokken wordt bij de inhoudelijke keuzes van het museum.

Het college vindt het wel belangrijk dat de kunst voor iedereen toegankelijk is. Mevrouw Visscher (SP) vindt het vrij onbevredigend dat de gemeente € 3 miljoen per jaar subsidie uitkeert en verder niets te zeggen heeft over de besteding. Wethouder Craste zegt dat in de krant bedragen werden genoemd die uitgekeerd worden over de periode 2025-2029. Ze is het wel eens met de opmerking dat de gemeente moet kunnen aangeven wat zij belangrijk vindt. Dat is de reden dat het college eerst het onderzoek afwacht. De wethouder heeft er alle vertrouwen in dat de raad van toezicht de gemeente daar goed in meeneemt. De voorzitter sluit af en kijkt terug op een prettige samenwerking met de commissiesecretaris, de heer Kerkhoff en de commissie tijdens deze raadsperiode. De commissieleden voerden discussies bevlogen maar wel op de inhoud gericht. Als voorzitter was hij wellicht niet altijd even goed te peilen, maar hij heeft erg genoten van de afgelopen vier jaar en dankt de commissieleden daarvoor. Verder bedankt hij de bodes, de catering en het college voor de prettige samenwerking. Of hij de volgende periode wederom commissievoorzitter zal worden, weet hij nog niet. Hij wenst alle fracties succes met de verkiezingen en sluit de vergadering om 22.08 uur.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16989857/1