Verslag Commissie Sociaal 11.02.2026
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL VERSLAG Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
11 februari 2026 Raadzaal J.J.M. Gersjes drs. E.A.A. Kerkhoff N.H. Burg, O. Çifçi, J.J.E.L. van Creij (vanaf 20.15 uur), S.J.A. Elders BA, F.J. van Haren, A.W.J.A. van Hattem LLB, drs. J. Hendrickx, F. Hoekstra-Wittebol, R.F. van der Kallen-van der Donk, J.M. Klerks, M.A.J.T. Korver-van Weegberg, H.J.M. Mees, ir. V.P.T. MullerLaumans, M.C.J.M. Ploegmakers, P.J. Romijn, A.C. van Silfhout, N.R. Verreijt, C.K.J. Visscher, mr. C.H.A. van den Wildenberg M. Craste bc, P. Slikker, mr. M.A.B. van der Sloot, H.M.M. Vermin
Afwezig:
M. Claessen, mr. Y. Doǧan, T.A.J. Heijmans, L. Holterman, B.B.G.M. van den Hoven, W.M. van de Leemput, W.J. Plasmeijer, E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans
Verslaglegging
I. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter heet allen, in de zaal en thuis, welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 11 februari 2026, de laatste commissievergadering voor de gemeenteraadsverkiezingen. Mevrouw Claessen wordt vervangen door mevrouw Hendrickx. Mevrouw Samshuijzen wordt vervangen door de heer Romijn. Mevrouw Klerks is aanwezig namens Volt. Mevrouw Doǧan, mevrouw Van de Leemput en de heer Van den Hoven hebben zich afgemeld. De heer Van Creij komt een uurtje later. Mevrouw Verreijt van Rosmalens Belang is vanavond aanwezig om haar discussienotitie toe te lichten.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter constateert dat de agenda goed gevuld is met: 4 raadsvoorstellen, 3 discussienotities en 2 rondvragen. Hij inventariseert over welke raadsvoorstellen de commissie het woord wenst te voeren. Dit zijn: Het raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp gemeente 's-Hertogenbosch 2026 Het raadsvoorstel Zienswijze kaderbrief 2027 GGD Hart voor Brabant Het raadsvoorstel Uitbreiding Rendabel krediet blaashal Het raadsvoorstel “Toestemming tot het vaststellen van de centrumregeling regio Meierij Wmo 2026” behoeft geen bespreking en kan als A-stuk naar de raad. De voorzitter meldt dat verder de volgende discussienotities worden behandeld: de discussienotitie Financiële Kaders Uitbreiding Dierentehuis van de heer Bos, mevrouw Hoekstra en mevrouw Samshuijzen. de discussienotitie Preventie en ondersteuning bij scheidingen met kinderen van mevrouw Verreijt. de discussienotitie Draai het nieuwe atelierbeleid terug van mevrouw Hendrickx. De voorzitter meldt dat wordt afgesloten met twee rondvragen: van de Mees over het Design Museum van mevrouw Visscher over het Noordbrabants Museum. Daarmee is de agenda vastgesteld en gaat hij over tot de vaststelling van het verslag.
1
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 14 januari 2026 Het verslag van de commissie Sociaal van 14 januari 2026 wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van openstaande moties en de lijst van openstaande toezeggingen De commissie is akkoord met het voorstel is om als afgedaan te beschouwen: Toezegging 7: Weerbaarheid Toezegging 9: Voortgangsrapportage TAP Motie 11: Meer betrokkenheid raad bij WeenerXL Motie 17: Extra voorwaarde subsidie Theater aan de Parade
5.
Werkplanning Niemand wenst het woord over de werkplanning.
6.
Verordening Jeugdhulp gemeente 's-Hertogenbosch 2026 De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad wordt gevraagd om de Verordening Jeugdhulp gemeente 's-Hertogenbosch 2026 vast te stellen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat de wijzigingen grotendeels technisch zijn en dat adviesraad Wmo en jeugd ermee instemt. Hij vraagt of het met de nieuwe verordening mogelijk is om het proces minder bureaucratisch in te richten. De heer Van Haren (VVD) merkt op dat de VVD zeer tevreden is dat de regionale afspraken over toezicht en handhaving worden vastgelegd in de verordening. Mevrouw Visscher (SP) vindt het niet heel duidelijk wat er gaat veranderen. De SP vraagt wat er gebeurt met de aandachtspunten van de adviesraad Wmo en jeugd. Mevrouw Korver (GroenLinks) beschouwt de verordening als een hamerstuk. Met de wijzigingen is de lokale regelgeving weer in lijn met landelijke wetgeving, jurisprudentie en de dagelijkse praktijk. Het is goed dat de Adviesraad instemt met de wijzigingen. Men geeft wel aandachtspunten mee, met name over het moeizame traject van indiceren en toekenningen van maatwerkvoorzieningen. Daar zou bij de uitvoering extra aandacht voor moeten zijn. Ook wordt een evaluatie geadviseerd. GroenLinks-PvdA onderschrijft het uitgangspunt dat het belang van de jeugdige altijd vooropstaat, ook als ouders niet willen meewerken.
De verordening sluit naadloos aan bij de wens om kinderen zoveel mogelijk thuis te laten opgroeien, eventueel geholpen met passende ondersteuning. De fractie hoopt dat de verordening niet alleen op papier goed geregeld is, maar ook in de praktijk merkbaar is voor de jongeren. Mevrouw Muller (D66) is het eens met de aanpassingen aan de verordening. De meest kwetsbare kinderen moeten de hulp krijgen die zij nodig hebben. D66 maakt zich zorgen over de enorme kostenstijging in de jeugdzorg. Daarom had zij vorige keer gevraagd naar prestatieindicatoren. Ze vraagt een formele toezegging dat deze er komen. D66 vraagt tot slot om een duiding van de commerciële belangen en de winstmarges binnen het jeugdzorgaanbod. De heer Romijn (PvdD) steunt het voorstel, maar sluit zich aan bij de oproep van de Adviesraad om nooit uit het oog te verliezen dat het belang van het kind altijd voorop moet staan, ook als ouders niet willen meewerken. De PvdD ziet graag dat getoetst wordt of de nieuwe maatregelen effectief zijn. De heer Van Silfhout (Volt) sluit zich aan bij de woorden van de SP en is benieuwd wat er gebeurt met het advies van de Adviesraad. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) is het eens met de voorgaande sprekers. Misschien kan er bespaard worden op jeugdzorg door eerst de ouders op te voeden.
Kinderen moeten de hulp krijgen die zij nodig hebben, ook als dit gespecialiseerde jeugdhulp is. Nu moeten ze vaak een lang traject met allerlei hulpverleners doorlopen. De heer Ploegmakers (CDA) kan zich vinden in het voorstel. Jeugdzorg is en blijft belangrijk, maar hopelijk hoeven in de toekomst minder kinderen gebruik ervan te maken.
2
De heer Van Hattem (PVV) hoort graag in hoeverre de vestiging van een azc in de gemeente meespeelt bij de druk op de jeugdzorg, aangezien gemeenten sinds 2019 verantwoordelijk voor jeugdhulp aan asielzoekers. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Slikker bevestigt dat de wijzigingen vooral technisch van aard zijn en dat een aantal vragen in eerste termijn niet over deze wijzigingen gaan, maar over de beweging richting preventieve zorg. De verordening speelt hier al op in, maar er komt nog een raadsvoorstel over de nieuwe werkwijze met het inrichten van lokale teams. De adviesraad adviseert drie zaken: evalueer het beleid, zorg dat maatwerk altijd beschikbaar blijft en laat kinderen niet de dupe worden als ouders niet willen meewerken. Dat komt exact overeen met de uitgangspunten van het beleid, hoewel het best ingewikkeld is in de jeugdzorgsector. Gevraagd werd hoe de gemeente kijkt naar de commerciële belangen van jeugdzorgaanbieders. Door samen voorliggend aanbod te organiseren, is de gemeente minder afhankelijk van specialistische-zorgaanbieders. Met name voor zware zorg lopen de kosten sterk op en spelen commerciële motieven soms een rol, terwijl de kwaliteit soms te wensen overlaat.
Toezicht en handhaving worden op regionaal niveau geprofessionaliseerd, zodat de regio meer controle heeft op de aanbieders. De PVV vroeg of er extra uitgaven zichtbaar zijn door de vestiging van het azc. In Nederland krijgt bijna 15% van de kinderen jeugdzorg. Het percentage vluchtelingenkinderen daarin is bijzonder klein. In 's-Hertogenbosch wordt de meeste jeugdhulp geboden in de wijken Engelen en De Groote Wielen en daar woont niet de populatie van het azc. Tweede termijn De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) is benieuwd naar het antwoord op de vraag van D66. Ze vond de suggestie om een set prestatie-indicatoren op te stellen interessant om meer grip te krijgen op de materie. Vervolgens kan ook de voortgang beter gemonitord worden. Mevrouw Visscher (SP) had nog niet gehoord wat het college gaat doen met de adviezen en aandachtspunten van de adviesraad. Volgens mevrouw Muller (D66) was vorige keer al toegezegd dat er prestatie-indicatoren komen. Haar vraag nu is om deze op de officiële lijst van toezeggingen te plaatsen. De heer Van Hattem (PVV) las dat er jonge vluchtelingen meer specialistische jeugdzorg nodig hebben. Hij vraagt om cijfers hiervan voor de situatie in 's-Hertogenbosch, want hij kan zich niet voorstellen dat deze landelijke tendens aan Den Bosch voorbijgaat.
De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de tweede termijn. Wethouder Slikker zal de toezegging voor prestatie-indicatoren op de lijst van toezeggingen laten plaatsen. Er komen prestatie-indicatoren op kosten en op de verhouding tussen beschikte jeugdzorg en voorliggende voorzieningen. Zo wordt de slag gemaakt naar meer preventieve en lichte zorg om zware, specialistische zorg zoveel mogelijk te voorkomen. De gemeente overlegt elk kwartaal met de Adviesraad over de verhouding tussen voorliggende voorzieningen, specialistische hulp en maatwerk. Met de lokale teams moet dit traject soepel gaan lopen. Er zijn geen cijfers beschikbaar over de inzet van jeugdzorg op een azc-locatie of onder jongeren die in pleeggezinnen zitten. Dat een op de zeven jongeren in Nederland jeugdzorg krijgt, is echter niet te wijten aan mensen die naar Nederland gevlucht zijn. Het heeft meer te maken met de toenemende complexiteit van de samenleving. De heer Van Hattem (PVV) verwijst naar nieuwsberichten over gespecialiseerde jeugdzorg voor amv'ers. Daarvoor zouden wachtlijsten zijn. Ondertussen ontstaan in de samenleving problemen door die groepen. Het gaat misschien niet om veel mensen, maar wel om grote problemen. Hij vraagt de wethouder om aan te geven of die problemen in Den Bosch ook aan de orde zijn.
3
Wethouder Slikker antwoordt dat de wachtlijst voor specialistische jeugd-ggz voor alle jongeren gemiddeld 26 weken bedraagt. De gemeente voert voortdurend gesprekken met de ISK, het Koning Willem I College en jongerenwerk over een goed ondersteuningsaanbod in wijken waar dat nodig is. Voor alle jongeren geldt dat de periode dat ze op de wachtlijst staan al hulp beschikbaar moet zijn. De voorzitter concludeert dat het voorstel als A-stuk naar de gemeenteraad kan. 7.
Zienswijze kaderbrief 2027 GGD Hart voor Brabant De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad wordt gevraagd om de zienswijze kaderbrief 2027 van de GGD Hart voor Brabant vast te stellen. De heer Van Hattem (PVV) constateert opnieuw een stijging van de vaste bijdrage, terwijl al jaren wordt geprobeerd om op de kosten te besparen. Hij vraagt de wethouder wat hij heeft gedaan om een stijging te voorkomen. Volgens de kaderbrief gaat de GGD stappen zetten op het gebied van duurzaamheid. Dat lijkt de PVV geen kerntaak van de GGD, terwijl het wel geld kost. De fractie zou graag zien dat de GGD niet inzet op duurzaamheid, zodat de kosten voor de inwoners omlaag kunnen. De aanpak van verwarde personen is een taak waar de GGD zich meer op zou moeten richten. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) onderschrijft de kritische kanttekening dat de gemeenteraad weinig inzicht heeft in de financiële huishouding van de GGD. Het is dus zaak om goede afspraken te maken op financieel gebied en manieren te hebben om die afspraken goed te volgen. De heer Elders (D66) heeft zich de laatste jaren sterk gemaakt voor aandacht bij de GGD voor seksuele gezondheid. D66 is blij dat dit nu goed in het document is opgenomen. De heer Van Haren (VVD) heeft geen vragen over de inhoud van de kaderbrief. Wel heeft de VVD twee zorgen.
Voorgesteld wordt om een pm-post op te nemen voor een mogelijke bezuiniging bij het verplaatsen van rijksbudget naar het Gemeentefonds. De VVD vindt dat deze onzekerheid geen vrijbrief mag zijn om de inwonersbijdrage te verhogen. Als het bestuur van de GGD duidelijkheid krijgt over het rijksbudget en besluit tot een begrotingswijziging, dan zou het logisch zijn dat de gemeenteraden daarin worden gehoord en een nieuw zienswijzevoorstel ontvangen. De VVD vraagt of de wethouder bereid is om dit punt in te brengen in het algemeen bestuur van de GGD. Recent ontving de VVD een brief over de 'voortgang toekomstbestendige GGD', waarin staat dat de samenwerking met de GGD West-Brabant steeds intensiever wordt. Dat klinkt als eenrichtingsverkeer richting een fusie. Voor samenwerking is echter geen fusie nodig. Consultatiebureaus, gezondheidsmedewerkers en de inwoners schieten er niets mee op als de GGD zich uitstrekt van Bergen op Zoom tot Boxmeer. De VVD hoort graag een reflectie hierop. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Vermin beantwoordt de vragen. De vaste bijdrage stijgt als gevolg van indexatie en van een cao-wijziging. Over nut en noodzaak van duurzaamheid kunnen de meningen verschillen, maar de gemeente moet in 2045 klimaatneutraal zijn, dus er ligt een opgave voor de GGD.
Hij is het met de PVV eens dat men prudent moet omgaan met de kosten voor duurzaamheidsmaatregelen. Een nieuw meldpunt voor verwarde personen raadt hij af, omdat dit weer extra kosten met zich meebrengt, terwijl de aanpak nu goed geborgd is. De heer Van Hattem (PVV) denkt dat zo'n meldpunt juist kosten kan besparen. Nu wordt de politie vaak ingezet bij dergelijke meldingen, terwijl ze beter door specialistische zorgmedewerkers opgepakt kunnen worden.
4
Wethouder Vermin blijft bij zijn standpunt over een meldpunt. Gevraagd werd hoe de financiële stand van zaken goed gevolgd kan worden. Er komt regelmatige een update over financiële gezondheid en over de samenwerking. Hij vraagt wat de commissie verder nog nodig heeft. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt het vervelend dat de gemeenteraad soms pas na een jaar ziet dat bepaalde taken niet zijn uitgevoerd. Hij zou liever sneller overleggen met de GGD over mogelijke oplossingen. Wethouder Vermin concludeert dat de gemeenteraad vaker een terugkoppeling wil. Hij is bereid om dit te bespreken, maar wil wel voorkomen dat er wekelijkse rapportages moeten komen, wat ook weer personeelscapaciteit kost. De pm-post is opgenomen omdat de kosten nog onduidelijk zijn. Een eventuele begrotingswijziging zal via de normale zienswijzeprocedure worden doorgevoerd. Voor een samenwerking met West-Brabant worden de mogelijkheden nu uitgewerkt. Er is afgesproken om het proces iets te temperen, zodat de nieuwe gemeenteraden niet meteen worden geconfronteerd met dit dossier. Intensiever samenwerken kan helpen om het groeiende personeelstekort beter op te vangen. Tweede termijn De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Van Hattem (PVV) overweegt om namens de PVV een amendement in te dienen om de kostenbijdrage te verlagen.
De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de gemeenteraad kan. 8.
Toestemming tot het vaststellen van de centrumregeling regio Meierij Wmo 2026 De voorzitter concludeert bij het vaststellen van de agenda (agendapunt 2) dat het voorstel als Astuk naar de gemeenteraad kan.
9.
Uitbreiding rendabel krediet blaashal De voorzitter licht toe dat het college voorstelt om een extra krediet van € 290.000 beschikbaar te stellen voor de aanschaf van een blaashal. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het CDA kan instemmen met het extra krediet voor de blaashal, omdat het een rendabele investering is die wordt teruggevorderd in de vorm van huur. Dat de hockeyclub op het eigen complex wil blijven spelen, omarmt het CDA. Zo blijft er in de sportzalen meer ruimte vrij voor andere sportverenigingen. Het CDA vraagt of het opzetten van een blaashal ook op andere locaties tot een (tijdelijke) oplossing leidt. Mevrouw Muller (D66) is voorstander van het uitbreiden van het krediet voor de blaashal, zodat er drie velden gerealiseerd kunnen worden. De hockeyclub betaalt de investering terug via huur en neemt de exploitatie voor zijn rekening. Bij eventuele overcapaciteit kan de ruimte wellicht benut worden via de afdeling Sport en Recreatie. D66 ondersteunt het goede en doordachte voorstel van harte. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) stelt dat € 290.000 een grote uitgave is, maar dat de kosten beperkt worden door het bedrag in vijftien jaar af te lossen. Door de investering kan de hockeyclub al zijn activiteiten op eigen terrein organiseren, wat andere verenigingen ook wel zouden willen.
Rosmalens Belang hoort graag of de vrijkomende capaciteit voldoende is om de andere binnensportverenigingen in 2026/2027 een volwaardig schema aan te bieden. Afgelopen jaren was het lastig om het accommodatieschema rond te krijgen. Veel verenigingen moeten op verschillende locaties hun sport bedrijven. Rosmalens Belang vraagt of het zalentekort nu wordt opgelost door de blaashal en of er alvast een conceptzalenschema kan worden gemaakt, rekening houdend met de groei van verenigingen. Ook hoort men graag of er al een overzicht is van groei en krimp van sportverenigingen en of dit wordt meegenomen in de capaciteitsberekening voor de komende jaren. De heer Burg (De Bossche Groenen) gaat ervan uit dat het faciliteren van de sportclubs in hun accommodatie de belangrijkste reden is om het krediet aan te passen. De Bossche Groenen
5
vraagt of er zalen leeg komen te staan nu de hockeyclub in de blaashal gaat sporten en zo ja, hoe daar dan mee wordt omgegaan. Het verlengen van de afschrijvingstermijn naar vijftien jaar leidt tot lagere afschrijvingslasten. De gemeente had echter ook kunnen besluiten om het oorspronkelijke bedrag in vijftien jaar af te schrijven. De Bossche Groenen hoort graag of er richtlijnen zijn voor afschrijvingstermijnen en zo ja, hoe de verlenging naar vijftien jaar zich hiertoe verhoudt. Gesproken wordt over een rendabel krediet. De Bossche Groenen vraagt of zij de richtlijnen kan ontvangen op basis waarvan de gemeente beoordeelt of een investering rendabel is. De voorzitter merkt op dat de vragen erg technisch van aard zijn en voorafgaand aan de vergadering gesteld hadden moeten worden. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft uit de stukken begrepen dat de hockeyclub alle kosten betaalt. Leefbaar 's-Hertogenbosch wil wel graag zien dat het college erop toeziet dat de huur wordt betaald en dat er geen schulden ontstaan. Uit de beantwoording bleek ook dat de gemeente geen leegstand verwacht nu de hockeyclub in de blaashal gaat sporten, omdat er nog veel clubs zijn die in de overige accommodaties willen sporten. De huurinkomsten voor de gemeente zullen dus gelijk blijven. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) juicht het voorstel van harte toe.
De vragen die VOOR Den Bosch had, zijn al beantwoord door Leefbaar 's-Hertogenbosch. Mevrouw Klerks (Volt) is blij dat de motie Sportaccommodaties doorklinkt in het voorstel. Volt zal instemmen met het voorstel. Het is een flink bedrag, maar het faciliteren van sportvoorzieningen is belangrijk voor de inwoners en draagt bij aan fysieke, mentale en sociale gezondheid. In combinatie met het oprekken van de afschrijvingstermijn is het voorstel ook financieel te verantwoorden. Volt heeft nog wel wat vragen. Volgens het raadsvoorstel is er in de winterperiode een nijpend tekort aan sportvoorzieningen. Volt vraagt of met het oprekken naar drie hockeyvelden in de hele behoefte van de vereniging is voorzien. De gemeente heeft meer verenigingen die een binnen- en buitenseizoen kennen en waarbij de sport meer gericht is op het binnenseizoen. Volt hoort graag hoe ervoor wordt gezorgd dat deze verenigingen niet over allerlei locaties worden verspreid en of bij de verdeling van de zaalcapaciteit de focus op het binnen- of buitenseizoen expliciet kan worden meegenomen. De heer Çifçi (PvdA) stelt dat de druk op zaalruimte voor sportverenigingen al jaren groot is. Dit voorstel pakt de problemen bij de bron aan door te kiezen voor een grotere blaashal. GroenLinksPvdA stemt in met het voorstel. De heer Romijn (PvdD) steunt het voorstel.
Wel hoort de fractie graag hoeveel ruimte er nu nog tekort is en of er nog een blaashal nodig is. De heer Van Haren (VVD) steunt het voorstel, omdat het een mooie kans is voor alle binnensport in de gemeente tijdens de wintermaanden. De heer Van Hattem (PVV) vindt het voorstel technisch goed in elkaar steken. De PVV hoort wel nog graag wat er gebeurt als andere sportverenigingen een beroep willen doen op een dergelijke voorziening en vraagt waarom de hockeyclub deze voorziening van de gemeente krijgt, terwijl andere verzoeken om een blaashal eerder werden afgewezen. Tot slot vraagt de PVV aandacht voor de commerciële verhuur van sporthallen. De ruimte aanbieden aan verenigingen heeft voor de fractie de voorkeur boven commerciële verhuur. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Van der Sloot betoogt dat het voorstel een uitbreiding is op een eerder genomen besluit. Toen bij de aanbesteding bleek dat leveranciers twintig jaar garantie geven op een blaashal, kon de afschrijvingstermijn worden aangepast. Daardoor werd het financieel mogelijk voor de hockeyclub om een derde veld te realiseren. Dit besluit staat los van het onderzoek naar het vergroten van de zaalcapaciteit voor binnensportverenigingen. Het vergroten van de blaashal lost niet het hele capaciteitsprobleem op.
Dat onderwerp komt terug bij de verdere uitwerking van
6
de motie over zaalcapaciteit. Het risico dat er leegstand optreedt schat zij bijzonder klein in. Er is nog steeds heel veel vraag naar sportaccommodaties. In het voorjaar wordt een nieuw schema gemaakt van de zaalcapaciteit en kunnen verenigingen zich inschrijven op uren en locaties. De vraag over rendabel krediet was nogal technisch. Zij zegt toe om de nieuwe gemeenteraad te informeren over rendabele kredieten. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of een extra blaashal een oplossing biedt voor andere sportverenigingen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat een blaashal wel een oplossing kan zijn, maar dat het veel geld kost en verenigingen deze kosten moeten opbrengen. De suggestie zal meegenomen worden in de uitwerking van de motie. De heer Van Hattem (PVV) bedoelde vooral aan te geven dat de gemeente geen ad-hocbeleid moet voeren, waardoor het verzoek van de hockeyclub wordt gehonoreerd en voorstellen van andere verenigingen niet. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat een blaashal een van de opties is om zaalcapaciteit te vergroten. Een blaashal kan niet overal worden geplaatst en gaat ook niet zo lang mee als een vast gebouw. In deze situatie was het de beste oplossing. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of met deze drie velden de capaciteit van de hockeyclub voor de korte en middellange termijn voldoende is.
Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de hockeyclub zijn hele competitie kan uitvoeren op de drie velden. De voorzitter concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn dat het voorstel als Astuk naar gemeenteraad kan. 10.
Financiële kaders uitbreiding dierentehuis De voorzitter licht toe dat GroenLinks, PvdA en de PvdD een discussienotitie hebben opgesteld over de financiële kaders voor de uitbreiding van het dierentehuis. Hij geeft mevrouw Korver het woord voor een toelichting. Mevrouw Korver (GroenLinks) betoogt dat het groeiende aantal Bosschenaren ertoe leidt dat er meer dieren worden gedumpt of afgestaan. Dat vergroot de vraag naar opvang en stagneert de doorstroom van met name honden en katten. Inmiddels is er een wachtlijst van maanden om een hond af te staan. Dat heeft gevolgen voor de dieren en voor huishoudens die een oplossing voor hun dier proberen te vinden. Het bestuur van het dierentehuis heeft inmiddels grote stappen gezet, maar de rek is eruit. Het college erkent de problematiek, maar de gesprekken tussen gemeente en dierentehuis zijn vastgelopen, doordat er geen financieel kader is voor uitbreiding en verbouwing. GroenLinks, PvdA en PvdD vragen de commissie om zich hierover uit te spreken. De fracties willen het dierentehuis helpen om een veilige en toekomstbestendige plek te worden voor mens en dier. Andere gemeenten kiezen voor verschillende oplossingen, zoals het verhogen van de regionale bijdrage of het actief stimuleren en faciliteren van donaties. De indieners zijn benieuwd welke financiële kaders de commissie wil meegeven.
De indieners zouden daarbij graag een uitkomst zien die zoveel mogelijk zekerheid geeft. Mevrouw Visscher (SP) erkent dat meer inwoners automatisch leidt tot meer (asiel)dieren. De SP is van mening dat de huidige opvang en huisvesting niet passend is en is bereid om een gemeentelijke of regionale bijdrage te onderzoeken. Dat zou een bedrag per inwoner kunnen zijn. De SP vraagt zich wel af wat de gemeente aan financiële middelen kan toevoegen, tenzij er sprake is van cofinanciering. Het lijkt de fractie goed om te bekijken wat het dierentehuis allemaal doet en in hoeverre de gemeente dat kan faciliteren. Voorlichting over het houden van dieren is daarbij een belangrijke taak om het aantal afgestane dieren te verkleinen. De SP is er voorstander van om het college te vragen om een oplossing en zou een motie hierover steunen. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vindt dat de overheid niet alleen een verantwoordelijkheid heeft voor mensen, maar ook voor dieren in Den Bosch. De Bossche
7
Groenen is blij met de notitie, want het knelt al jaren bij het dierentehuis. Na corona zijn er veel dieren gedumpt bij het dierentehuis, waardoor het huisvestingsprobleem nog urgenter is geworden. Op basis van de jaarrekening concludeert ze dat de gemeente best wat geld kan vinden om fatsoenlijke huisvesting voor het dierentehuis te vinden. Veel Bosschenaren werken er als vrijwilliger en er wordt hard gewerkt aan het vinden van sponsoren. De gemeente zou ook een bijdrage moeten leveren. De Bossche Groenen beantwoordt daarom alle vragen in de discussienotitie bevestigend. De heer Ploegmakers (CDA) dankt de opstellers voor de discussienotitie. Het dierentehuis neemt een belangrijke plaats in de opvang van dieren in de gemeente. Het CDA vindt echter dat het voorstel in de volgende bestuursperiode moet worden behandeld. Er wordt namelijk gevraagd om een brede visie en een forse investering. Het voorstel zou meegenomen kunnen worden in de onderhandelingen tijdens het formatieproces. De heer Romijn (PvdD) merkt op dat er nu niet veel geld wordt gevraagd. In de discussienotitie wordt het college gevraagd om een onderzoek te starten naar de mogelijkheden. Het investeringsbesluit kan door het volgende college worden genomen. De heer Ploegmakers (CDA) blijft bij zijn standpunt.
Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) stelt dat het CDA zich wel kan uitspreken over hoe het aankijkt tegen het verzoek van een aantal partijen om iets extra's te gaan doen voor het dierentehuis. De heer Ploegmakers (CDA) benadrukt dat hij al had gezegd dat het CDA het dierentehuis belangrijk vindt. De fractie staat dus niet afwijzend tegenover het voorstel, maar zou het na de gemeenteraadsverkiezingen willen bespreken. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat het voorstel voortkomt uit vragen die eerder door verschillende fracties zijn gesteld. Nu wordt het college gevraagd om met een voorstel te komen, waarover de volgende raad een besluit kan nemen. Ze veronderstelt dat daar niets op tegen kan zijn. De heer Ploegmakers (CDA) blijft bij zijn standpunt. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) kan geen antwoord geven op de vraag of de dierenopvang passend is bij het groeiende inwonersaantal. Het is niet bekend of er ondercapaciteit is. Rosmalens Belang vindt niet dat de gemeentelijke bijdrage moet meegroeien met het stijgende inwonersaantal, maar vindt dat eerst de behoefte uitgevraagd moet worden. Vervolgens kan de gemeente bepalen in hoeverre ze het dierentehuis kan steunen. De gemeente moet het dierentehuis niet actief faciliteren bij het aantrekken van financiering door externe partners. Dit vindt Rosmalens Belang een taak van het dierentehuis zelf.
De heer Romijn (PvdD) vraagt of Rosmalens Belang zich realiseert dat dierenopvang een wettelijke taak van de gemeente is. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) weet dat niet. Ze vraagt de indieners wat zij zich voorstellen bij een gemeentelijke financiële bijdrage en hoe beoordeeld wordt of het geld goed besteed wordt. Financiering schept ook verwachtingen en verplichtingen. Rosmalens Belang vraagt of de medewerkers en vrijwilligers dit kunnen waarmaken. Het lijkt de fractie een goed uitgangspunt dat de randvoorwaarden hetzelfde zijn als waar de randvoorwaarden van kinderboerderijen aan moeten voldoen. Als uitbreiding noodzakelijk is, staat de fractie open voor het verkennen van scenario's, maar ze vindt het niet nodig om er nu al budget voor uit te trekken. Rosmalens Belang laat dat graag aan de nieuwe gemeenteraad over. De heer Van Silfhout (Volt) sluit zich aan bij de opmerking dat de gemeente de rechten van dieren niet mag vergeten. De discussienotitie is een goede aanleiding om daar met elkaar over te spreken. In de verkenning zou Volt wel graag meenemen of er ook een afvlakking van het aantal opgevangen dieren merkbaar is, na de hoge piek die na corona is opgetreden. Net als bij de
8
blaashal beschouwt Volt het voorstel als voorbereiding voor de nieuwe gemeenteraad, zodat die meteen aan de slag kan met de besluitvorming over dit onderwerp. De heer Van Hattem (PVV) zegt dat de groei van het inwonersaantal naar 200.000 voor de PVV geen vaststaand gegeven is, zeker niet als dat door buitenlandse migratie komt. De asieldieren wil de PVV wel een goede plek bieden. De fractie vindt het een prima voorstel, maar heeft nog wel enkele vragen en opmerkingen. In de vorige raadsperiode kende het dierentehuis financiële en bestuurlijke problemen. Nu lijkt alles op orde te zijn, maar de PVV zou hier nog wel een bevestiging van willen hebben, voordat er over financiële ondersteuning wordt gesproken. Het dierentehuis vangt ook inheems wild op. De PVV vraagt in hoeverre wordt samengewerkt met wildopvang in onder andere Zundert en Someren, die mede door de provincie Noord-Brabant gefinancierd worden. De heer Van Haren (VVD) zegt dat de VVD grotendeels positief kan antwoorden op de vragen in de notitie. Ook vindt de fractie het een goed moment om de vragen te bespreken. Het is logisch dat een dierentehuis past bij de omvang van de gemeente. De VVD vindt het daarom vanzelfsprekend dat de voorziening meegroeit met het inwonersaantal in gemeente en regio. De VVD heeft wel twee randvoorwaarden voor financiering. Het dierentehuis is een regionale voorziening.
Investeringen moeten dus naar rato verdeeld worden over de deelnemende gemeenten. Het dierentehuis moet zich bovendien blijven richten op zijn kerntaak: opvang, verzorging en adoptie van gevonden of afgestane dieren op een veilige manier voor mens en dier. De VVD proeft in de notitie de wens tot uitbreiding van het takenpakket. Een plan voor een natuur- en milieueducatiecentrum steunt de fractie niet. De heer Romijn (PvdD) benadrukt dat de educatie met name gaat om het bewust maken van mensen, voordat zij een huisdier nemen. Hij vraagt of dat wel in lijn ligt met wat de VVD verwacht. De heer Van Haren (VVD) erkent dat dit meer klinkt als passend bij de kerntaak. De VVD hoopt dat dit duidelijker geformuleerd wordt in het voorstel. De VVD denkt graag mee over een signaal vanuit de raad over de toekomst van het dierentehuis. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stelt dat de situatie van het dierentehuis nu al schrijnend is en niet pas als de gemeente verder is gegroeid. VOOR Den Bosch vraagt zich af hoe het zover heeft kunnen komen, aangezien dierenopvang een wettelijke taak is. VOOR Den Bosch is voorstander van een onderzoek en wil graag weten met welk budget dat onderzoek gefinancierd wordt. Om de Bosschenaren niet extra te belasten, ziet de fractie graag dat de regio gaat meefinancieren om de schrijnende situatie op te lossen.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) erkent de wettelijke taak van de gemeente om dieren op te vangen. Leefbaar 's-Hertogenbosch denkt graag mee over de financieringsmogelijkheden van het dierentehuis, maar de gemeente moet het niet helemaal naar zich toe trekken. Volgens het voorstel zijn de gesprekken over uitbreiding tussen college en dierentehuis gestagneerd. Daarom zou de fractie graag zien dat het college de opdracht krijgt om een doorbraak te forceren. Dan zal inzicht ontstaan in wat er precies moet gebeuren en waar de mogelijkheden liggen om andere partijen erbij te betrekken. De heer Romijn (PvdD) stelt dat het probleem van het dierentehuis niet nieuw is. Den Bosch groeit naar 200.000 inwoners, waardoor er meer huisdieren zijn en dus ook meer dieren worden afgestaan of gedumpt. In vier jaar tijd zijn er 54% meer honden en katten in de opvang terechtgekomen. Toch zit het dierentehuis sinds 2002 in hetzelfde gebouw en ontvangt men weinig geld van de gemeenten. Het meeste geld wordt opgebracht door donateurs en andere partners, terwijl het dierentehuis een wettelijke taak voor de gemeente uitvoert. Ondertussen werken vrijwilligers en medewerkers onder steeds zwaardere omstandigheden, is de werkdruk hoog, staat de veiligheid onder druk en is de huisvesting niet meer passend. Bovendien doet het dierentehuis meer dan de wettelijke opvang van dieren.
Men verzorgt educatie en laat mensen met dementie of een afstand tot de arbeidsmarkt hun dag zinvol besteden. Die maatschappelijke functie wordt erkend, maar niet financieel ondersteund. Het dierentehuis heeft een grotere locatie nodig. Als regiogemeente zou Den Bosch het voortouw moeten nemen, bijvoorbeeld door het verkennen van financieringsmogelijkheden. De PvdD wil
9
het college vragen om een uitgebreide verkenning te doen naar uitbreiding van het dierentehuis, met financiële kaders en mogelijkheden voor regionale samenwerking. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt wat de gemeente nu kan doen, omdat het niet mogelijk is om op korte termijn structureel budget beschikbaar te stellen. De heer Romijn (PvdD) denkt dat het nu juist een mooi moment is om een plan voor te bereiden, zodat het nieuwe college meteen kan doorpakken. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of dit niet gewoon onderdeel moet worden van het bestuursakkoord voor de volgende coalitie. De heer Romijn (PvdD) denkt dat dit zou kunnen, maar hij zou wel nu aan de slag willen met het voorbereidende onderzoek. Mevrouw Muller (D66) vindt het belangrijk dat er een oplossing komt voor het ruimtetekort in het dierentehuis. Uit navraag bleek dat het bestuur van het dierentehuis vorig jaar al aan de gemeente heeft gevraagd om mee te denken over de huisvesting. De gemeente heeft dit toegezegd, maar gaf aan dat daarvoor een integrale verkenning nodig is. Dat traject is echter nog niet opgepakt. D66 is benieuwd hoe de indieners van de discussienotitie deze eerdere toezegging zien. De fractie vertrouwt erop dat het college op een redelijke termijn met het dierentehuis gaat werken aan een oplossing.
De heer Romijn (PvdD) vraagt wat mevrouw Muller verstaat onder een redelijke termijn, want er wordt al lange tijd over huisvesting en uitbreiding gesproken. Mevrouw Muller (D66) gaat ervan uit dat dit niet een hele bestuursperiode gaat duren. Ze heeft de indruk dat er al is afgesproken dat er een integrale verkenning komt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij het betoog van Leefbaar 'sHertogenbosch. De voorzitter geeft de indieners de gelegenheid om te reageren op de inbreng van de commissie. Mevrouw Korver (GroenLinks) dankt de commissie voor de overwegend positieve reacties. Het CDA wil het onderwerp doorschuiven naar de volgende bestuursperiode, maar er zijn voldoende partijen die liever alvast voorbereidend werk doen voor de nieuwe coalitie. De PVV noemde de opvang van inheems wild. Een dierentehuis vangt alle dieren op voor maximaal 24 uur. Eens per dag wordt inheems wild naar de regionale wildopvang gebracht. De randvoorwaarden die de VVD noemde, vindt GroenLinks de moeite waard om te verwerken. De maatschappelijke taken die het dierentehuis uitvoert, zijn ook bedoeld om vrijwilligers te trekken die men nodig heeft voor het werk. Het is dus geen kerntaak, maar wel belangrijk voor de integrale bedrijfsvoering. Dat er op regionaal niveau naar rato financieel moet worden bijgedragen, vindt het dierentehuis zelf ook.
De gemeente Den Bosch doet meer dan omliggende gemeenten. Uit welk budget een bijdrage betaald kan worden, moet nog worden onderzocht. Al met al geven de reacties veel mogelijkheden om mee verder te gaan. Ze verwacht dat de raad nog goede kaders kan meegeven en vaart kan zetten achter het traject. De voorzitter sluit daarmee de discussie af. 11.
Preventie en ondersteuning bij scheidingen met kinderen De voorzitter licht toe dat mevrouw Verreijt van Rosmalens Belang een discussienotitie heeft opgesteld over de preventie en ondersteuning bij scheidingen met kinderen. Zij krijgt het woord voor een toelichting. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) betoogt dat een scheiding altijd het hele gezin raakt, waarbij van alles tegelijk verandert: de woonplek, de sociale omgeving en de financiële situatie. Voor kinderen is dat heel heftig: wat vanzelfsprekend was, staat ineens op losse schroeven. In Den Bosch zijn meer dan 200 kinderen thuisloos. Bij bijna de helft is een relatiebreuk de oorzaak. In Den Bosch worden gezinnen die het moeilijk hebben, ondersteund. En er wordt ingezet op de
10
aanpak 'Wonen Eerst'. Dat is echter niet genoeg. Daarom wil Rosmalens Belang met de commissie bespreken wat er gedaan kan worden om deze problemen te voorkomen en sneller in te grijpen als het toch gebeurt. Mevrouw Hoekstra (PvdA) weet hoeveel impact een scheiding heeft op kinderen. Vroegtijdig hulp bieden en het onderwerp bespreekbaar maken helpt. Het is goed dat de gemeente de gezinsadvocaat heeft ingezet. Door tijdig in te grijpen wordt escalatie voorkomen en zijn kinderen beter beschermd. Dat scheelt ook geld, want in de jeugdzorg zitten veel kinderen die een vechtscheiding hebben meegemaakt. Vroegtijdige hulp bieden, betekent ook dat kinderen minder de dupe worden en dat ouders beter blijven functioneren. De PvdA steunt de preventieve insteek van harte. Farent heeft in zijn aanbod al aandacht voor ouderschap en scheiden. Daar kan men terecht voor ondersteuning en gesprekken, maar het aanbod mag meer bekendheid krijgen. Van een separaat loket is de PvdA geen voorstander omdat aan relatieproblemen vaak andere problemen ten grondslag liggen. De lokale teams die binnenkort worden ingezet, kijken naar alle problemen. Dan is het niet verstandig om alles weer via losse loketten te regelen. De overheid is er primair als vangnet voor mensen die het niet zelf redden. Dat betekent dat de inzet gericht moet worden op inwoners in kwetsbare situaties.
Van andere mensen mag de gemeente verwachten dat zij zelf oplossingen organiseren en dat zij de gevolgen van hun keuzes zelf dragen. Niet elke scheiding vraagt om overheidsingrijpen. Sommige mensen hebben zelf de financiële en sociale middelen om dit goed te kunnen regelen. Kinderen mogen nooit de dupe worden van het handelen van hun ouders. Er is echter grote schaarste op de woningmarkt. Daarom is de PvdA er niet voor om alle inwoners in een scheiding voorrang te geven bij het vinden van woonruimte. De woningnood raakt iedereen en voorrang moet behouden blijven aan de meest kwetsbaren. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt of de PvdA het woonhotel een geschikte locatie vindt om ouders met hun kinderen op te vangen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vindt dat juist geen geschikte locatie. De PvdA ziet wel kansen om dergelijke voorzieningen te creëren voor gescheiden ouders en kinderen. 'Wonen Eerst' zou de beste oplossing zijn, maar daarvoor is de woningnood te hoog. Een woonhotel, dat geschikt is voor kinderen, zou een tijdelijke oplossing kunnen zijn. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt of het klopt dat de PvdA voor de groep gescheiden ouders met hun kinderen een speciale voorziening wil creëren. Mevrouw Hoekstra (PvdA) had begrepen dat er volgens landelijk beleid een voorrangsregeling moet komen om gescheiden ouders en hun kinderen te huisvesten.
Dat zou de beste oplossing zijn, want daarmee worden mensen meteen duurzaam geholpen. Zolang er nog geen permanente oplossing is, ziet de PvdA een woonhotel als mogelijke oplossing. De heer Van Silfhout (Volt) denkt ook dat 'Wonen Eerst' een goede tijdelijke oplossing zou zijn. De voorziening moet dan wel uitgebreid worden. Volt erkent dat het een schrijnend probleem is en dat een echtscheiding veel impact kan hebben. De gemeente heeft daar zeker een rol in, maar Volt vindt niet dat zij als taak heeft dat scheidingen voorkomen moeten worden. Soms is het juist goed om uit elkaar te gaan, voordat de situatie escaleert. Ook daar kan de gemeente een goede rol in spelen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) legt uit dat het niet de bedoeling is om scheidingen tegen te houden. Soms kan relatietherapie echter helpen om een scheiding te voorkomen. Ze vraagt of Volt dat wel een goed idee vindt. De heer Van Silfhout (Volt) zou het breder willen trekken. De gemeente moet niet voor elk probleem een afzonderlijke oplossing zoeken. Als het gaat om huiselijk geweld of andere lastige situaties moet de gemeente beschikbaar zijn voor hulp en ondersteuning. Volt ziet dus graag een bredere aanpak, waarin scheidingen met prioriteit opgepakt kunnen worden, maar niet de enige focus zijn. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich grotendeels aan bij de woorden van de vorige sprekers.
De gezinsadvocaat lijkt hem een sterk instrument. Gewoon ge-DREVEN vraagt de indieners of de gemeente daar financieel aan moet bijdragen.
11
De fractie betwijfelt in hoeverre gescheiden ouders voorrang moeten krijgen bij het vinden van een woning. Mevrouw Visscher (SP) kan zich voorstellen dat de gemeente financiële middelen beschikbaar stelt voor relatietherapie als mensen er zelf de middelen niet voor hebben. Standaard aanbieden vindt de SP echter geen gemeentelijke taak. De SP vindt het goed nieuws dat er door de landelijke overheid weer urgentie wordt toegekend aan gescheiden ouders die een woning zoeken. Als de gemeente hier iets aan kan doen, moet ze dat zeker niet laten. De notitie is goedbedoeld, maar men wil meer dan de gemeente kan bieden. De SP is het eens met de PvdA dat mensen ook hun eigen verantwoordelijkheid hierin hebben. De heer Van Haren (VVD) stelt dat de probleemanalyse van mevrouw Verreijt klopt. Echtscheiding is een grote bron van jeugdhulp. De gemeente speelt hier al goed op in, onder andere door inzet van de gezinsadvocaat. De wens van Rosmalens Belang is nobel, maar de gemeente mag zich niet bemoeien met de vraag of en hoe mensen willen scheiden. Het voorkomen van scheidingen door middel van relatietherapie gaat de VVD te ver. De rol van de gemeente ligt bij de veiligheid en het welzijn van kinderen. De-escaleren helpt, net als aandacht voor en ondersteuning van de kinderen. Farent, de maatschappelijk werkers en de lokale teams kunnen hiervoor zorgen.
De VVD hoort graag hoever Rosmalens Belang wil gaan in het versterken van preventieve relatieondersteuning. Het idee van een loket vindt de VVD goed, maar dan wel geïntegreerd in de wijkpleinen en dicht bij de lokale teams. Over passende woonoplossingen heeft de VVD nog veel vragen en kanttekeningen. Er is eerst meer informatie vanuit de woningcorporaties nodig om hierover een oordeel te vellen. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt hoe de VVD het dilemma ziet dat (v)echtscheidingen vaak leiden tot hoge jeugdzorgkosten, maar dat de gemeente niet tot taak heeft om echtscheidingen te voorkomen. De heer Van Haren (VVD) herkent de worsteling. Als mensen aangeven dat zij hulp willen krijgen tijdens een moeilijke fase van hun leven, kan de gemeente die ondersteuning bieden maar de overheid mag nooit sturend zijn in het voorkomen van scheidingen en dat lijkt een beetje de lijn in de notitie. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vindt het een sympathiek voorstel. Ze is het niet eens met de VVD die wijst op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners. De rekening voor jeugdzorg komt immers bij de gemeente terecht. Door meer te doen aan de voorkant, zijn de kosten achteraf beter te dragen. Mevrouw Visscher (SP) vraagt hoe De Bossche Groenen de preventieve taken voor zich ziet. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) zegt dat via het gedrag van de kinderen al signalen zichtbaar zijn.
Overigens gebeurt het al dat kinderen met een problematische thuissituatie via het onderwijs ondersteuning krijgen aangeboden. Het idee om mediation aan te bieden aan mensen die dat zelf niet kunnen inkopen, vindt ze het onderzoeken waard. Hoe dat er precies uit moet komen te zien, weet ze niet. Vaak kunnen echtparen niet uit elkaar omdat ze geen woonruimte kunnen vinden. Dat leidt vaak tot huiselijk geweld. Het is goed dat het kabinet daar maatregelen tegen gaat nemen. Een woonhotel voor ouders met hun kinderen kan een goede tijdelijke oplossing zijn, maar het toekennen van urgentie om woonruimte te vinden, verdient de voorkeur. Mevrouw Hoekstra (PvdA) merkt op dat in de prestatieafspraken voor 2026 is vastgelegd dat de gemeente, vooruitlopend op landelijke wetgeving, urgentie gaat geven voor mensen die in scheiding liggen. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) weet uit de praktijk dat de kinderen niet als thuisloos worden beschouwd als een van de ouders een woning heeft. Ze zal de regeling waarop mevrouw Hoekstra doelt, erop naslaan, want daar kan een deel van de oplossing zitten. De heer Van Hattem (PVV) merkt op dat het soms in het belang van het kind is dat ouders uit elkaar gaan. Het is lastig voor de gemeente om zich tussen de ouders te positioneren. Voor de voorgestelde loketfunctie vindt de PVV het verstandig om de mogelijkheden binnen de bestaande
12
instanties te bekijken. Als echtparen kinderen hebben, zijn zij verplicht om een ouderschapsplan met een omgangsregeling op te stellen. Op dat moment kan de gemeente aanbieden om de situatie zo goed mogelijk te maken. Dat kan met een gezinsadvocaat, maar ook met de zorg van Farent of met Eerste Hulp Bij Geldzaken. Op die manier kan voorkomen worden dat kinderen bij jeugdzorg terechtkomen. De PVV vindt het belangrijk dat er voorrang komt op de woningmarkt voor gescheiden ouders. De fractie geeft liever deze groep voorrang in plaats van de statushouders. De heer Ploegmakers (CDA) stelt dat complexe scheidingen grote impact kunnen hebben op het sociale domein. Toch heeft het CDA wat twijfels bij de voorstellen. Er is voldoende onderzoek verricht, waaruit blijkt dat preventieve relatieondersteuning goed werkt om scheidingen te voorkomen of te de-escaleren. Het CDA ziet echter nog niet voor zich wat de rol van de gemeente hierin moet zijn. Het CDA twijfelt over het nut van een scheidingsloket, want de gemeente heeft al veel loketten en een stapeling van diensten moet voorkomen worden. Het realiseren van geschikte woonvormen in combinatie met maatschappelijke opvang voor gescheiden ouders kan onderzocht worden. Het CDA hoort graag welke rol de woningcorporaties daarbij kunnen spelen.
Een gezinshotel kan een oplossing zijn, maar de vraag is wel wat er wordt verstaan onder 'tijdelijk'. Met de krapte op de woningmarkt zal zo'n hotel snel vollopen doordat mensen niet kunnen doorstromen. De heer Romijn (PvdD) noemt het een serieus en schrijnend probleem. De PvdD deelt de analyse over de impact van complexe scheidingen op met name kinderen. De fractie is het niet eens met het uitgangspunt dat mensen beter niet kunnen scheiden. De lange aanloop naar een scheiding zou wel benut kunnen worden om middelen in te zetten om escalatie te voorkomen. Een scheidingsloket zou een goed idee kunnen zijn en is zeker een onderzoek waard. Of het een fysiek loket moet zijn of via de lokale teams kan worden ingericht, laat de PvdD graag over aan de experts. Een passende woonoplossing is nodig, zeker als er sprake is van jonge kinderen. De gemeente zou kunnen kijken naar Parentshouses, maar gezien de krapte van de woningmarkt is prioriteren lastig. Mevrouw Muller (D66) stelt dat de gemeente 's-Hertogenbosch veel doet om ouders en kinderen in kwetsbare situaties te ondersteunen. D66 deelt de analyse dat complexe scheidingen grote impact hebben op de kinderen. Tegelijkertijd vindt de fractie dat relaties en huwelijken behoren tot het persoonlijk domein van inwoners en dat de gemeente zich niet daarin moet mengen met preventieve relatietherapie.
De overheid zou ermee uitdragen dat scheiden ongewenst is, terwijl het in sommige situaties juist een goede keuze is. De lokale teams worden centrale aanspreekpunten in elke wijk. Daarmee lijkt een fysiek scheidingsloket overbodig. Mensen die gaan scheiden hebben last van de krappe woningmarkt, maar dat geldt voor alle burgers die een woning nodig hebben. D66 zou daarom integraal naar de woonbehoefte willen kijken en niet alleen naar oplossingen voor gescheiden ouders. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt of mevrouw Muller bekend is met het recht voor het kind om een veilige verblijfplaats te hebben. De kwetsbaarheid van het kind zou op de woningmarkt een reden moeten zijn om urgentie toe te kennen. Mevrouw Muller (D66) antwoordt dat ze het recht kent. Ze vindt het belangrijk om het kind te beschermen en daar zijn al voorrangsregels voor. Parentshouses vindt D66 echter geen geschikte oplossing. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stelt dat echtscheidingen alleen maar verliezers kennen. Van preventie bij scheidingen is VOOR Den Bosch echter geen voorstander. In de tijd dat scheiding nog een taboe was leefden kinderen vaak in een gespannen sfeer en kregen ze geen liefde meer van hun ouders. VOOR Den Bosch vindt dat de gemeente al voldoende ondersteuning biedt bij scheidingen.
Een scheidingsloket ziet de fractie ook niet zitten omdat het weer extra capaciteit van de gemeente vraagt en de wegen naar ondersteuning over het algemeen wel bekend zijn. VOOR Den Bosch is voorstander van meer doorstroming op de woningmarkt, maar ziet niet in hoe die bevorderd wordt als er weer een nieuwe doelgroep voorrang krijgt bij het zoeken naar een woning. De fractie ziet het liefst dat er meteen een permanente oplossing wordt aangeboden en zou hier graag een onderzoek naar laten doen.
13
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is blij dat het tegenwoordig gemakkelijker is om te scheiden. Als er kinderen in het spel zijn, kan het echter problematisch worden, hoewel dat niet hoeft. Lastig is het om te bepalen waar precies de gaten zitten en hoe de gemeente oplossingen kan bieden. De gezinsadvocaat is een goede inspanning en de komst van de lokale teams zal ook een goede bijdrage leveren. Ook het onderwijs kan een rol spelen in scheidingsproblematiek. De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat problemen al te ver geëscaleerd zijn op het moment dat een school het merkt aan het gedrag van een kind. Hij vraagt hoe Leefbaar 's-Hertogenbosch dat ziet. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat het niet uitmaakt waar de problemen gesignaleerd worden. Het hangt van de situatie af, dus er is maatwerk nodig. De voorzitter geeft mevrouw Verreijt het woord om te reageren op de inbreng van de commissie. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) dankt de commissieleden voor hun input en vragen. Rosmalens Belang wil hulp aanbieden om problemen te voorkomen. Daarvoor moet de gemeente stevige inzet plegen. De insteek is niet dat mensen gedwongen worden om bij elkaar te blijven. Een scheidingsloket zou behulpzaam zijn omdat er veel komt kijken bij een scheiding. Dat gaat verder dan de generalistische zorg die de lokale teams kunnen bieden.
Er lijkt draagvlak te zijn voor een verkennend onderzoek en eventueel voor een pilot. Rosmalens Belang zal deze input gebruiken om een brede motie op te stellen. Als relatieondersteuning aangeboden zou worden moet dit gesubsidieerd worden vanuit de gemeente. In de jeugdhulp kunnen vervolgens kosten bespaard worden. Rosmalens Belang wil aan het woningaanbod mogelijkheden toevoegen om tijdelijke huisvesting te kunnen aanbieden. Gescheiden ouders willen niet langer bij elkaar blijven wonen en urgentie gaat niet altijd zo snel. Een woonhotel is een goede oplossing voor alleenstaanden, maar voor mensen met kinderen zouden Parentshouses een geschikte mogelijkheid zijn. Vaak kan men daar twee jaar blijven wonen en wordt men begeleid in het zoeken naar een permanente woning. De voorzitter sluit daarmee de discussie af. 12.
Draai het nieuwe atelierbeleid terug Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) geeft een toelichting op de discussienotitie "Draai het nieuwe atelierbeleid terug". Vorig jaar is het atelierbeleid ingevoerd, naar Amsterdams voorbeeld. Kunstenaars kunnen maximaal tien jaar in een atelier blijven werken; daarna moeten zij doorstromen. De doorstroomregeling wordt door veel kunstenaars als onwenselijk ervaren. De Atelierbeheerstichting waarschuwde al herhaaldelijk voor een onwerkbare situatie. Ook de Kunstenbond stelt dat het beleid tot uitstroom van kunstenaars leidt en niet tot doorstroming naar een ander atelier. Als een kunstenaar zijn atelier moet verlaten, kan hij niet altijd in Den Bosch blijven werken. In Amsterdam is de situatie hetzelfde en wordt het beleid nu teruggedraaid. De maximale huurtermijn van tien jaar wordt geschrapt. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of in Den Bosch exact dezelfde signalen worden gegeven als in Amsterdam, waar mevrouw Hendrickx steeds naar verwijst. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) antwoordt dat de situatie in Den Bosch lijkt op die in Amsterdam. Dat is de reden geweest om de notitie op te stellen en voor te stellen om het atelierbeleid terug te draaien. De heer Ploegmakers (CDA) merkt op dat de gemeente amper begonnen is met het atelierbeleid.
Het lijkt hem wel erg snel om het nu alweer af te blazen, maar misschien stelt De Bossche Groenen dat voor omdat de fractie vanaf het begin al tegenstander van het atelierbeleid was. Hij vraagt waarom De Bossche Groenen niet wacht totdat het beleid echt goed geïmplementeerd is. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) reageert dat het beleid in Amsterdam op ongeveer hetzelfde moment is ingevoerd en dat daar nu problemen worden ervaren. Den Bosch ontvangt nu dezelfde signalen. Na tien jaar is er geen alternatieve werkruimte voor kunstenaars en creatievelingen, waardoor ze moeten stoppen met hun werk.
14
Mevrouw Hoekstra (PvdA) had het gewaardeerd als de indieners van de notitie vooraf technische vragen aan het college had gesteld, want dan kon er een compleet beeld worden geschetst. Het beleid in Amsterdam werd namelijk negen jaar eerder ingevoerd. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) merkt op dat men in Amsterdam vrij snel na het opstarten al signalen ontving dat de doorstroom problematisch was. Er ligt nu een evaluatie en de uitkomsten daarvan zijn zorgelijk. Op dit moment zijn er in Den Bosch signalen dat het niet goed gaat. Elders is er al ervaring opgedaan met het beleid. Daar kan de gemeente de ogen voor sluiten, maar er kan ook verder onderzocht worden in hoeverre dat in Den Bosch ook speelt. De heer Ploegmakers (CDA) benadrukt dat er periodiek overleg plaatsvindt tussen de kunstenaars en de gemeente. Hij denkt dat de commissie allang geïnformeerd was geweest door het college als kunstenaars deze signalen hadden afgegeven. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) ziet dat anders. De Bossche Groenen hebben signalen ontvangen dat het niet goed werkt voor kunstenaars en wil de kwaliteit graag op orde houden. Het beleid leidt echter tot onzekerheid en verschraling en dat is ongewenst. Daarom zou de fractie het beleid graag veranderen.
Mevrouw Visscher (SP) vraagt of De Bossche Groenen de ateliers willen teruggeven aan de kunstenaars die ze voorheen hadden of aan de mensen die er nu in werken. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) wil de tijdelijkheid schrappen en meer maatwerk bieden voor de doorstroming. De bedoeling van het beleid was dat jonge kunstenaars de gelegenheid krijgen om een mooi atelier te betrekken, maar in de praktijk worden de ateliers vooral bezet door reeds gearriveerde kunstenaars. De voorzitter geeft de commissie de gelegenheid om te reageren op de discussienotitie. Mevrouw Visscher (SP) heeft destijds niet ingestemd met de invoering van de tijdelijkheid van kunstateliers. Zolang er geen atelierruimte bij komt, is er echter een capaciteitsprobleem. Het voorstel van De Bossche Groenen lost dat niet op. De SP denkt dat het niet verstandig is om het beleid nu alweer in te trekken en ziet de discussienotitie vooral als een verkiezingsstunt. De heer Van Hattem (PVV) is nooit voorstander geweest van het atelierbeleid. In de notitie uit Amsterdam staan allerlei voorbeelden van ongewenste situaties die het gevolg zijn van het Amsterdamse atelierbeleid. Den Bosch kan een aantal lessen trekken uit de Amsterdamse evaluatie. Het lijkt de PVV verstandig om van het huidige atelierbeleid af te stappen, maar om over te gaan op Amsterdamse broedplaatsen, dat lijkt de PVV geen goed idee.
De heer Van Silfhout (Volt) vindt de analyse, de conclusie en het besef van tijdigheid in de discussienotitie matig. Hij is het eens met de SP dat het lijkt op een verkiezingsstunt. Dit is niet het moment om het atelierbeleid te bespreken, omdat het net is opgestart. Met de discussienotitie wil De Bossche Groenen aspecten schrappen, terwijl Volt eerder geneigd zou zijn om aspecten toe te voegen aan het beleid. In de aanpassingen in het Amsterdamse beleid zitten bovendien allerlei aspecten die Den Bosch al in haar beleid heeft opgenomen. Het nu al terugdraaien vindt Volt absurd. Wel kan de ambtelijke organisatie waarschijnlijk iets leren uit de evaluatie van Amsterdam, maar die heeft het dossier vast al met aandacht bestudeerd. Tot slot merkt Volt op dat de situatie in Amsterdam heel anders is dan die in Den Bosch en ook daarom niet zomaar overgenomen kan worden. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) benadrukt dat de omstandigheden in Amsterdam vergelijkbaar zijn met die in Den Bosch. Ook hier zijn langjarige investeringen een probleem, omdat wordt uitgegaan van tijdigheid. Ook hier zijn geen alternatieve ateliers om naar door te stromen en ook hier staan broedplaatsen onder druk. De Bossche Groenen vindt het niet nodig om negen jaar te wachten om tot dezelfde conclusie te komen als Amsterdam en vraagt of Volt de gelijkenissen ziet.
De heer Van Silfhout (Volt) ziet de vergelijking niet. Amsterdam heeft al zijn vastgoed verkocht en er dus geen broedplaatsen van gemaakt. Amsterdam heeft het aantal ateliers niet uitgebreid. Dat is precies wat Den Bosch niet wil en doet dus al dingen anders dan Amsterdam, op de manier
15
zoals staat beschreven in het evaluatierapport. Ook de tienjaarsconclusie werkt in Amsterdam heel anders dan in Den Bosch, onder andere doordat de kunstenaars grotendeels van buiten de stad komen. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) merkt op dat in Den Bosch ook veel kunstenaars van buiten de stad werken, omdat Den Bosch een kunstacademie heeft. Ze vraagt of Volt ziet dat de kunstsector verschraalt en dat de broedplaatsen in Den Bosch dreigen te verdwijnen. De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat hem verweten wordt dat hij bepaalde problemen niet ziet, terwijl Volt van mening is dat deze problemen worden opgelost met het beleid dat een jaar geleden werd ingezet. De heer Elders (D66) stond twee jaar geleden achter het voorstel voor het atelierbeleid en wil het debat niet herhalen. Het onderzoek uit Amsterdam heeft hij met belangstelling gelezen. Het bevatte een aantal belangrijke aanknopingspunten voor het standpunt van D66: verhuurders hebben de indruk dat kunstenaars gemakkelijk ruimte kunnen vinden in Amsterdam, 50% vindt dat broedplaatsen gesloten gemeenschappen zijn waar men moeilijk tussenkomt, het streven naar doorstroming lijkt waardevolle kanten te hebben, het is belangrijk dat de gemeente bewust stuurt op in- en uitstroom, huurders geven aan dat er 10%-15% jaarlijkse doorstroom is. Deze aspecten ontbraken in de discussienotitie.