Verslag Commissie Omgeving 26 september 2022 - vastgesteld
Tekst van het document
Hij denkt dat het beter is om te snoeien in bijvoorbeeld archeologie, flora, fauna, water, lucht en geluid waar veel papierwerk, tijd en geld aan wordt besteed. De heer Vossen (PvdA) begrijpt de zorgen van een deel van de raad en geeft mee dat kan worden gekeken naar een tussenweg. Hij denkt dat met de geest van het voorliggende stuk de woningnood kan worden aangepakt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt welke versnelling de heer Vossen ziet. De heer Vossen (PvdA) antwoordt dat niet alle woningbouwprojecten in de raad behandeld hoeven te worden als de raadsleden de raadsinformatiebrieven goed lezen. Reactie college Wethouder Geers merkt op dat in de vorige raadsperiode adviesrecht voor veertig woningen is voorgelegd en dat het nu gaat om een aangepast voorstel waarin dit aantal wordt verhoogd naar 100 vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Het is nog niet zeker dat deze wet al op 1 januari 2023 in werking treedt en daarom is de verklaring van geen bedenkingen in dit voorstel meegenomen om ervoor te zorgen dat de woningbouwopgave kan worden versneld met inachtneming van de door de raad gestelde kaders. Als het nodig is om van het bestemmingsplan af te wijken dan gebeurt dat op basis van de door de raad gestelde kaders zoals de nota Parkeren en het groen en klimaatbestendig beleid.
Alle door de raad vastgestelde beleidsstukken blijven het uitgangspunt voor het beoordelen van de plannen en het maken van een goede ruimtelijke onderbouwing. Wat betreft de 100 woningen geeft hij aan dat iedere 16
grens arbitrair is en dat met een grens van 100 woningen een substantiële versnelling in de woningbouw kan worden gerealiseerd. De heer Van Silfhout (Volt) denk dat vijftig of zeventig woningen ook voor een versnelling zorgen. Wethouder Geers zegt dat dit ook een versnelling is, maar dat vanuit de coalitie het getal 100 is genoemd. Iedere woning kan impact op de omgeving hebben en daarom moet de gemeente haar bevoegdheden zorgvuldig afwegen en daar wordt ook de omgeving bij betrokken om te voorkomen dat de gang naar de rechter wordt gemaakt, dat geldt voor een woning, tien woningen, 100 woningen of 2000 woningen. Als een plan ter inzage wordt gelegd, wordt de raad daar via een raadsinformatiebrief over geïnformeerd. Mevrouw Muller (D66) vraagt of dit gebeurt voordat de vergunning wordt verleend. Wethouder Geers geeft aan dat een ontwerp inderdaad voor de vergunningverlening ter inzage wordt gelegd. Dan hebben alle belanghebbenden de gelegenheid om erop te reageren en kan de raad aangeven een raadsinformatiebrief te willen agenderen. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) heeft geen antwoord gekregen op zijn vraag over de bouwaanvragen. Wethouder Geers legt uit dat er een versnelling mogelijk is als er geen raadsvoorstel hoeft te worden gemaakt, dan kan die ambtelijke capaciteit voor kleinere plannen worden ingezet.
Er is ook een uitvraag gedaan voor extra capaciteit zoals dat in het bestuursakkoord is opgenomen. Tweede termijn De heer Van Silfhout (Volt) maakt zich nog steeds zorgen over de getallen die in het voorstel staan en daarom stemt Volt tegen dit voorstel. Volt weet niet hoe het coalitieakkoord tot stand is gekomen en weet niet hoe het aantal van 100 woningen tot stand is gekomen. De heer Van de Pol (Partij voor de Dieren) is niet van overtuigd dat dit voorstel tot een versnelling van de woningbouw leidt. Dit onderwerp gaat als hamerstuk naar de raad. Overige onderwerpen ter bespreking 13.
Bespreeknotitie 'Verkeersveiligheid Troubadour' De heer Hoeben (De Bossche Groenen) licht toe dat de directie van de Troubadour zich zorgen maakt en dat die samen met de ouders veel heeft gedaan om de situatie veiliger te maken, maar dat de gemeente moet zorgen voor fysieke maatregelen om het aantal ongevallen te verminderen. Hij heeft de volgende vragen: - Vindt u dat de verkeersveiligheid rond scholen een topprioriteit van het gemeentebestuur zou moeten zijn? - Deelt u de zorgen en bent u van mening dat de wethouder alsnog met de school in gesprek moet gaan? - Vindt u ook dat extra inzet van een externe partij met specifieke deskundigheid op het gebied van verkeersveiligheid kan leiden tot een frisse blik op de huidige onveilige situatie? Mevrouw Lipman (CDA) vindt de verkeersveiligheid rond scholen erg belangrijk, maar deze problematiek speelt bij meer scholen, basisscholen en middelbare scholen. Er is al geruime tijd geen nulmeting meer heeft gedaan en ze stelt voor een quickscan of een nulmeting te laten verrichten, dan kunnen de knelpunten die daaruit komen in samenhang worden bekeken. Mevrouw Klerks (Volt) reageert bevestigend op de in de notitie gestelde vragen, ze vindt dat verkeersveiligheid altijd prioriteit moet hebben.
In de schriftelijke beantwoording van door De Bossche Groenen gestelde vragen wordt gesproken over een risicogestuurde aanpak en worden verschillende indicatoren genoemd waarmee wordt gemeten welke verkeerssituaties onveilig zijn. Bij deze indicatoren staat echter niet in hoeverre de aard van de omgeving in het 17
risicoprofiel meeweegt, terwijl een verkeerssituatie in de buurt van een school of bijvoorbeeld een zorginstelling een andere benadering nodig heeft dan een vergelijkbare verkeerssituatie met minder kwetsbare verkeersdeelnemers. Volt heeft de indruk dat dit niet of niet afdoende wordt meegewogen. Volt begrijpt de zorgen over de situatie bij de Troubadour, maar wil een integrale aanpak van de verkeersveiligheid. Zo zijn er rotondes zonder voetpad en een fietssnelweg zonder voorrang en met bochten van 90 graden en ze vraagt of de commissie en de wethouder van mening zijn dat de huidige risicogestuurde aanpak niet afdoende is en wellicht herzien moet worden. Volt juicht het toe als een externe partij met specifieke deskundigheid een frisse blik werpt op de verkeerssituatie bij de Troubadour, maar ook een risicoanalyse maakt over op verkeerssituaties in het algemeen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt veiligheid en ook verkeersveiligheid belangrijk. De bewoners maken zich zorgen over hun eigen veiligheid en die van hun oma of kinderen en in dit geval over de leerlingen van de school. De gemeente kijkt steeds weg als het gaat om het verbeteren van verkeerssituaties met twee argumenten 'er is nog nooit een ongeluk geregistreerd' en 'er is ook een andere route' en met dat laatste wordt de betreffende situatie impliciet als onveilig gekwalificeerd.
In deze situatie proberen ouders al lange tijd een verkeersaanpassing af te dwingen en Leefbaar 's-Hertogenbosch steunt de notitie. Leefbaar 's-Hertogenbosch onderschrijft de zorgen over de verkeersonveiligheid bij de Troubadour en vindt verkeersveiligheid een topprioriteit. Het is ook belangrijk dat de wethouder zich maximaal inspant om met de school tot verbetering te komen. Leefbaar 's-Hertogenbosch steunt ook het inschakelen van een externe partij, al is het maar om een precedent voor de rest van de gemeente te scheppen. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of het inschakelen van een extern bureau impliceert dat de gemeente geen experts op het gebied van verkeerskunde heeft. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) weet dat de gemeente experts in dienst heeft, maar die verschuilen zich achter de net genoemde redenen voor waarom de verkeersveiligheid bij de school niet aangepakt hoeft te worden. Daarom is het waardevol dat een externe partij naar deze situatie kijkt. De heer Broekmeulen (VVD) vindt dat het doel altijd nul verkeersslachtoffers moet zijn, zeker als het om kinderen gaat. De VVD neemt daarom de noodkreet van de Troubadour erg serieus.
Hij heeft bij de school gekeken en gesproken met vertegenwoordigers van de school en van de gemeente en geconstateerd dat er alleen nog maar schriftelijk contact tussen de gemeente en de school is geweest ondanks dat deze situatie alleen jaren speelt. Hij vindt het daarom te vroeg om een extern bureau in te schakelen en stelt voor dat de gemeente een afspraak met de school maakt om fysiek te overleggen. Als dan overeenstemming wordt bereikt kan daarover een raadsvoorstel aan de raad worden voorgelegd. Hij wil dat de gemeente de voorstellen van de school over fysieke aanpassingen in de omgeving van de school serieus neemt en dat de school de voorstellen van de gemeente over gedragsaanpassingen serieus neemt. Als dat niet werkt, kan de gemeente met een aantal scenario's komen om de situatie bij de Troubadour aan te passen en dan beslist de gemeenteraad daarover. Hij hoort graag reactie van de wethouder. Mevrouw Samshuijzen (Partij voor de Dieren) deelt de zorgen van de indieners van de bespreeknotitie. Deze situatie is een klassiek voorbeeld van de leefomgeving waar de auto disproportioneel veel gewicht in de schaal legt, zeker gezien het feit dat het hier om een school gaat. Ze kan zich volledig vinden in de woorden van de heer Kagie met betrekking tot de precedentwerking van een onderzoek van een externe partij en ze vindt het verstandig om dit wel te doen. Mevrouw C.H.A.
van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) weet dat dit probleem in haar basisschooltijd ook al speelde en dat het vaak gaat om ouders die hun kinderen met de auto vlak voor de school wilden afzetten en ouders met bakfietsen. Ze denkt dat degene die hier een oplossing voor vindt miljonair of zelfs miljardair kan worden omdat dit bij alle scholen speelt. Ze denkt dat de omwonenden hier de experts zijn en stelt voor dat de gemeente gesprekken aangaat met de omgeving en met alle scholen, niet alleen met de Troubadour, misschien weten die hoe de verkeerssituatie met een kleine oplossing kan worden verbeterd. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of mevrouw Van den Wildenberg het ermee eens is dat het beter is om alleen in gesprek te gaan met scholen die klachten hebben. 18
Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) denkt dat deze situatie bij iedere school aan de orde is. Ze wil wel alle scholen benaderen omdat er misschien een school is die een oplossing heeft waarvan andere gebieden kunnen profiteren. De heer Van Griensven (PVV) vraagt of het een optie is dit als een pilot te zien en daarna ook andere scholen te benaderen. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) herhaalt dat dit probleem al jaren speelt en dat iemand die de oplossing weet miljonair kan worden. Ze wil daarom ook in gesprek met andere scholen dan alleen de Troubadour. De heer Van der Els (Rosmalens Belang) vindt verkeersveiligheid erg belangrijk, zeker bij scholen, ieder ongeluk is er een te veel. Hij deelt de zorgen van de Troubadour en de omwonenden gedeeltelijk omdat het college altijd bereid was om met de school in gesprek te gaan en dat in het verleden al tot enkele aanpassingen heeft geleid. Verkeer is een samenspel van infrastructuur en het gedrag van de verkeersdeelnemers en tijdens een schouw bleek dat vooral gedrag tot onveilige verkeerssituaties leidt. Hij vertrouwt erop dat het college bereid is om in gesprek te gaan om gezamenlijk tot vervolgstappen te komen en vindt verdere inmenging en kaders van de raad op dit moment niet nodig.
De heer Dupuis (SP) wijst erop dat ook kindcentrum De Sprong bij I&O over verkeersveiligheid heeft ingesproken en dat betekent dat het breder speelt. De SP vindt verkeersveiligheid erg belangrijk, zeker rond scholen. Bij basisscholen is het aan het begin en het einde van de schooldag erg druk, aan het begin van de schooldag is er ook de spits en aan het einde van de schooldag komen de kinderen uitgelaten naar buiten. Kinderen hebben minder verkeerservaring en waarschijnlijk ook minder overzicht en dat opgeteld bij de verkeersdrukte maakt het urgent genoeg. Ouders zijn vaak erg bezorgd over de veiligheid van hun kinderen in deze drukte, dit zorgt ook voor stress en hij wil dat niet negeren en wachten tot het misgaat. De SP wil daarom in overleg met ouders, scholen en omwonenden zorgen voor maximale verkeersmaatregelen bij scholen, bijvoorbeeld snelheidsbeperkingen, meer overzicht, voorrang voor kwetsbaren en verkeersgeleiding. Scholen liggen vaak in de buurt van grote lange rechte ontsluitingswegen wat vaak geen 30km-zones zijn. Naast personenauto's rijden er ook veel gehaaste busjes en allerlei soorten gemotoriseerde tweewielers rond wat het nog onoverzichtelijker maakt. Ook de verkeersrichting is vaak niet aangepast op de situatie. Ook handhaving is belangrijk. Het is vaak mogelijk om simpele en goedkope middelen in te zetten om de situatie te verbeteren.
Hij ziet het argument van de gemeente dat dit niet past in een risicogestuurd aanpak als een formele reactie zonder menselijke maat. De heer Van Griensven (PVV) vindt verkeersveiligheid rond scholen erg belangrijk, kinderen zijn speels en daar moeten automobilisten op voorbereid zijn. De PVV deelt de zorgen van de indieners van de bespreeknotitie, zeker gezien het hoge aantal incidenten. Hij vindt dat de wethouder alsnog in gesprek met de school moet gaan, maar hij vraagt zich wel af of het instellen van een 30km-zone helpt omdat die juist voor extra gevaar kan zorgen, zeker als mensen daar harder rijden omdat er dan snelheidsverschillen ontstaan. Hij oppert flitspalen of verkeersdrempels te plaatsen, maar hij kan niet beoordelen of dit juiste maatregelen zijn en daarom is het is nuttig om een expert in te schakelen die kijkt of dat goede oplossingen zijn, als dat zo is dan kan dit ook bij andere scholen worden uitgerold. De heer Van Rens (D66) weet dat het streven in Brabant is om naar nul verkeersdoden te gaan en dat ook Den Bosch zo weinig mogelijk ongelukken wil, zeker met een nare afloop. Kwetsbare groepen zoals kinderen, fietsers en wandelaars hebben aandacht nodig en niet alleen van het gemeentebestuur, maar ook van alle verkeersdeelnemers.
De Troubadour staat aan een drukke doorstroomas in Rosmalen en daar zijn verkeerskundige maatregelen zoals een verkeerslicht, extra oversteekplaatsen en zebrapaden genomen, maar bij deze school worden ook veel leerlingen met de auto gebracht. Mede naar aanleiding van een bezoek aan de Troubadour heeft hij de cijfers over het aantal ongevallen en de snelheid van het verkeer bij deze school opgevraagd en daaruit blijkt dat er relatief weinig ongelukken plaatsvinden, zeker op tijden dat de leerlingen van en naar school gaan. De gemiddelde snelheid van het autoverkeer is niet hoog en dat is
19
waarschijnlijk vanwege de drukte. Dat betekent dat de veiligheidscijfers verschillen van de veiligheidsbeleving. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt of de heer Van Rens ervan overtuigd is dat alle aanrijdingen in de rapportage staan; of overal aangifte van is gedaan of politie bij is geweest. De heer Van Rens (D66) zegt dat er niet altijd aangifte is gedaan of er politie bij is geweest omdat de politie alleen komt bij grote schade en dat hij het verstandig zou vinden als er meer meldingen worden gedaan, zodat er betere cijfers zijn. Het is goed om in gesprek te gaan omdat hierdoor vaak veel meer wordt opgelost dan als eenzijdig eisen worden opgelegd en daarbij is het belangrijk dat beide partijen openstaan voor oplossingen en hij denkt hierbij aan bijvoorbeeld een Lekker Anders Dag of ouders die als verkeersbrigadiers willen helpen. Hij vraagt aan de wethouder of er al zo'n gesprek heeft plaatsgevonden en of de school gebruik wil maken van de Lekker Anders Dag of verkeersbrigadiers. D66 vraagt zich af of het inschakelen van een externe partij meerwaarde heeft omdat de Bossche ambtenaren ook veel verstand van zaken hebben. Verder is de vraag of de paradox tussen de verkeersveiligheidscijfers en de veiligheidsbeleving van verkeersdeelnemers op meer plekken in de gemeente speelt en daarmee integraal onderdeel van de wijkveiligheidsscans moet zijn.
De heer Van Hoek (50PLUS) vindt dat verkeersveiligheid altijd het uitgangspunt van beleid moet zijn, zeker in de buurt van scholen en hij is ervan overtuigd dat het college dit ook zo uitvoert, maar de door de gemeente gehanteerde instrumenten voor het bepalen van risico's zoals ongevallenstatistieken of risico-indicatoren werken niet in iedere situatie. Hij vindt het een goed idee om een extern bureau met kennis van zaken in te schakelen om aan te geven of het onveiligheidsgevoel met fysieke maatregelen is te verhelpen. De heer Broekmeulen (VVD) vindt de timing om nu een extern bureau in te schakelen vreemd omdat er nog niet eens een fysieke ontmoeting tussen de school en de gemeente is geweest. Door een gesprek kan sneller tot een oplossing worden gekomen dan door het inschakelen van een extern bureau. De heer Van Hoek (50PLUS) is het hier niet mee eens omdat dit al jaren speelt. Er werken deskundige mensen bij de gemeente, maar zij houden ook onder andere de ongevallenstatistieken en risico-indicatoren bij waardoor de slager zijn eigen vlees gaat keuren. Ten slotte vraagt hij zich af waarom er scholen aan drukke wegen worden gebouwd. De heer Broekmeulen (VVD) zegt dat er tot nu toe alleen briefwisselingen en schriftelijke vragen zijn geweest en geen fysiek contact.
Wat betreft de opmerking 'de slager keurt zijn eigen vlees' merkt hij op dat dan een extern bureau voor het hele verkeersbeleid zou kunnen worden ingeschakeld. De heer Van Hoek (50PLUS) heeft gezegd dat de door de gemeente gehanteerde instrumenten niet voor iedere situatie de juiste uitslag geven. De heer Bos (GroenLinks) vindt verkeersveiligheid een belangrijk onderwerp waar beleid en praktijk kunnen verschillen. Hoewel de huidige verkeerssituatie op papier klopt, hebben omwonenden en ouders een ander gevoel, dat heeft prioriteit en hij deelt de zorg, maar hij wil het onderwerp breder trekken dan alleen autoverkeer. Tijdens de laatste I&O voor het reces spraken ook drie leerlingen van De Sprong in over het autoverkeer, maar ook over de vervlechting van voetgangers en fietsers dat tot onveilige situaties kan leiden. Dat is ook het geval bij de Troubadour waar een smalle oversteekplaats voor voetgangers is en in de bijlage staan verschillende voorstellen om automobilisten op de verschillende oversteekplaatsen te attenderen. Het is goed dat de gemeente met de school in gesprek gaat om tot oplossingen te komen en hij denkt dat er al gesprekken zijn geweest. In 2021 heeft de raad de actualisering Verkeersveiligheid aangenomen en hij vraagt of het daarin vastgestelde maatwerk de zorgen deels kunnen wegnemen.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt wat de heer Bos ervan vindt om een expert naar de situatie te laten kijken.
20
De heer Bos (GroenLinks) weet dat er in 2021 bij het stellen van de kaders al verschillende experts zijn gehoord. Bovendien heeft het ambtelijke apparaat ook veel kennis. Reactie college Wethouder Geers zegt dat verkeersveiligheid bij het college en de ambtelijke organisatie hoog op de agenda staat omdat het een belangrijk onderwerp is en blijft, zeker als het gaat om scholen en kwetsbare groepen. In de vorige raadsperiode is uitgebreid gedebatteerd over hoe dat moet worden vormgegeven en wat prioriteiten zijn en op basis daarvan wordt daarmee aan de slag gegaan. Op het moment dat een school of ouders zorgen uiten, gaat het college gaat met de school in gesprek om te kijken welke zorgen er zijn en hoe kan worden gehandeld, maar verkeersveiligheid vraagt inzet van twee aspecten. De infrastructuur moet goed op orde zijn, maar ook goed gebruikt worden, mensen moeten alert zijn, en dan nog kan er een ongeluk gebeuren. De gemeente heeft in 2012 uitgebreid met de school gesproken en toen zijn diverse maatregelen doorgevoerd, een tweerichtingsfietspad bij een rotonde, een extra fietspad via het kantoor naar de school, een Kiss & Ride en een voetgangersoversteekplaats met verkeerslichten. Sommige van deze maatregelen worden nu ter discussie gesteld terwijl ze destijds op verzoek van de school zijn gerealiseerd.
Het college wil nu weer met de school in gesprek, in 2020 heeft de school de gemeente verzocht om bij een bijeenkomst aanwezig te zijn, maar dat kwam toen agendatechnisch niet uit en toen is aangeboden om op een ander moment het gesprek aan te gaan, maar daar kwam geen reactie op. Het college is bereid om in gesprek te gaan met het schoolbestuur en de ouderraad om te kijken waar de zorgen liggen en welke mogelijkheden er zijn. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt de toezegging dat de gemeente zo snel mogelijk een afspraak met de school maakt. Wethouder Geers zal dat zeker doen. Als de school aangeeft zorgen over de verkeersveiligheid te hebben dan gaat de gemeente met de school in gesprek over de infrastructuur, maar ook over gedragsmaatregelen, bijvoorbeeld het inzetten van brigadiers, de Lekker Anders Dag of het Brabants verkeersveiligheidslabel. De Troubadour heeft dat label en in 2022 nieuwe middelen aangevraagd om dit label te actualiseren. Hiermee wordt verkeersveiligheid in het onderwijs meegenomen en leren kinderen hoe ze veilig naar school kunnen komen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt wat de wethouder vindt van een nulmeting door een externe partij, ook omdat er op meerdere plekken in de gemeente een onveilig verkeersgevoel bestaat. Zo'n expertmeeting kan misschien ook breder worden getrokken.
Wethouder Geers geeft aan dat er binnen de gemeente veel deskundigheid op het gebied van verkeersveiligheid is en dat daarom niet per definitie een extern bureau nodig is. Het is wel belangrijk dat er een goed gesprek wordt gevoerd waarbij ook wederkerigheid aan de orde moet zijn. Enerzijds moet de infrastructuur op orde zijn en anderzijds moet ook aan het gedrag worden gewerkt, de gemeente kan dat voldoende faciliteren. Mevrouw Klerks (Volt) heeft het idee dat de omgeving niet genoeg wordt meegewogen in de risicogestuurde aanpak. De gemeenteambtenaren hebben genoeg expertise en een externe expert hoeft niet zozeer de gemeente te controleren, maar die kan kijken of de indicatoren goed zijn en ze vraagt of de wethouder vindt dat hier wel een extern bureau voor ingeschakeld kan worden. Wethouder Geers verwacht dat de gemeente ook dit zelf kan oppakken. Het is vanzelfsprekend dat de omgeving wordt meegenomen omdat bijvoorbeeld een oversteek bij een school anders is dan een oversteek in het buitengebied en daarom is dit niet specifiek als indicator genoemd. Ook voorgaande colleges hebben altijd dit beleid gevoerd omdat alle voorgaande gemeenteraden hebben aangegeven dat de verkeersveiligheid bij scholen hoge prioriteit heeft. Mevrouw Lipman (CDA) vraagt of de wethouder wel een nulmeting door de gemeente zelf wil laten doen.
Wethouder Geers zegt dat continu met verschillende partijen naar de verkeersveiligheid wordt gekeken. Na een nulmeting moeten vervolgmetingen worden gedaan en voor een nulmeting in 21
de hele gemeente zijn extra middelen nodig, als de gemeente het zelf doet is capaciteit nodig en als het wordt uitbesteed is er geld nodig. Er wordt gewerkt met leefbaarheidsteams in de verschillende wijken en een schouw door bewonersraden om knelpunten in de verkeersveiligheid te inventariseren. De wijkraad Molenhoek heeft recent nog een schouw bij de Troubadour gedaan en toen is het probleem waar het nu over gaat niet als knelpunt naar voren gekomen. Mevrouw Samshuijzen (Partij voor de Dieren) zegt niet dat de gemeenteambtenaren ondeskundig zijn, maar ze ziet wel toegevoegde waarde in de inzet van een externe partij. Die kan een klap op de discussie geven, zodat die de komende jaren niet steeds wordt gevoerd. Wethouder Geers hoopt dat de raad en het college samen werken aan de verkeersveiligheid en bij vraagstukken waarvoor de gemeente geen deskundigheid of capaciteit heeft, zal wel een extern bureau worden ingeschakeld. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat het ook gaat om een gevoel bij de bevolking en in dit geval bij de Troubadour en een expert kan een bepaald gevoel bij de bevolking wegnemen. Hij vraagt of dit de wethouder niet iets waard is, die heeft hiermee niets te verliezen.
Wethouder Geers wil zijn stinkende best doen om vragen over de verkeersveiligheid goed te beantwoorden, maar dat wil niet zeggen dat er altijd maatregelen in de infrastructuur moeten worden genomen of dat er direct gedragscampagnes moeten komen, maar wel dat er een gesprek nodig is vanuit de expertise en de rol van de overheid om ook goed uit te leggen waarom iets gebeurt. Dat gesprek tussen inwoners, schoolbestuur, ouders en misschien ook kinderen en de provincie moet goed worden gevoerd en het inschakelen van een extern bureau leidt niet tot een ander gesprek of een andere visie. De heer Dupuis (SP) vraagt hoe de wethouder denkt over handhaven. Wethouder Geers zegt dat handhaving een onderdeel is van sturen op gedrag, maar dat de politie niet 's morgens bij alle scholen staat om bekeuringen uit te delen. Er kunnen wel handhavers in campagnes worden betrokken en op enkele momenten worden ingezet om wel te handhaven. De heer Dupuis (SP) zegt dat ook met een flitspaal kan worden gehandhaafd. Wethouder Geers geeft aan dat een flitspaal niet helpt tegen drukte op de rotonde en fietsers die tegen de rijrichting in rijden. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is blij met de brede steun voor de bespreeknotitie. De commissie vindt verkeersveiligheid een topprioriteit en dat zou het ook voor het gemeentebestuur moeten zijn.
Hij twijfelt geen moment aan de deskundigheid van de ambtenaren, maar soms is een second opinion goed. Er is in 2012 voor het laatst een gesprek geweest, maar in tien jaar tijd verandert er veel. De heer Broekmeulen (VVD) is het grotendeels met de heer Hoeben eens, ook met een second opinion. Zijn punt was dat er nog niet voldoende is gebeurd om een first opinion te creëren. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) overlegt met zijn fractie en die van gewoon ge-DREVEN over de vervolgstappen. 14.
Werkplanning De voorzitter geeft aan dat het college nog aan de werkplanning werkt. Op 30 september a.s. is er een werkbezoek aan de Bossche woningbouwcorporaties en mensen die zich daar nog niet voor hebben aangemeld, kunnen dat nu nog doen. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt om in de werkplanning niet met kwartalen maar met beoogde raadsdata te werken. De voorzitter legt dit aan het college voor.
22
De heer Dupuis (SP) vraagt wat er gebeurt met de motie over het Gasthuiskwartier waar de heer Hoeben een opmerking over maakte. De voorzitter antwoordt dat die motie op de lijst met openstaande moties blijft staan omdat de heer Hoeben de brief van het college geen voldoende afdoening vindt. Hij vraagt om het in het vervolg van tevoren te mailen als een fractie een motie niet van de lijst wil afhalen terwijl het college dat wel voorstelt. 15.
Rondvraag en sluiting De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat de gemeente begin 2021 samenwerking heeft gezocht met de regiogemeenten, de waterschappen, de provincie en het rijk om een ontwikkelpad voor duurzame verstedelijking van de regio op te stellen en dat moet in het najaar van 2022 leiden tot een verstedelijkingsakkoord. Uit de raadsinformatiebrief blijkt niet of de raad voor die tijd nog aan zet is om te sturen, terwijl dat wel in de brief van 12 juli jl. staat. Hij wil weten of de raad nog kan sturen en belangrijke aandachtspunten kan meegeven. Wethouder Van der Geld geeft aan dat er een verstedelijkingsakkoord komt omdat het rijk daar om vraagt. In het bestuurlijk overleg MIRT in november a.s. worden er miljoenen en waarschijnlijk zelfs miljarden over Nederland verdeeld, Den Bosch wil daar graag in meedelen en daarom is het belangrijk dat er een verstedelijkingsakkoord is. Dat valt in deze regio niet mee, de eerste stappen zijn gezet en het is een flink karwei om samen met de regio tot een akkoord te komen om uiteindelijk in november a.s. een eerste verstedelijkingsstrategie te hebben. Tot dat moment staat er nog geen gesprek met de raad gepland.
Er zal verder over de verstedelijkingsstrategie worden gesproken, die wordt gespecificeerd en concreet gemaakt en wanneer deze strategie echt beslag krijgt in beleid is de raad sowieso aan zet, dat is bij de omgevingsvisie waarin die verstedelijkingsstrategie uiteindelijk landt. Het de bedoeling dat bij het definitieve stuk over de verstedelijkingsstrategie een wensen-en-bedenkingenprocedure aan de orde is en dan is de raad aan zet. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) begrijpt dat het veel moeite heeft gekost om in de omgeving de handen op elkaar te krijgen en hij heeft het gevoel dat er geen hele grote wijzigingen in een definitief document van de regio kunnen worden aangebracht. Wethouder Van der Geld geeft aan dat de colleges met dit stuk akkoord moeten gaan en dat de raad in beeld komt als de verstedelijkingsstrategie in beleid landt en dat is bij de Omgevingsvisie. De voorzitter sluit de vergadering om 23.00 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Omgeving van 18 oktober 2022. De secretaris, mr. G.L. Pijnenburg
De voorzitter, F.J. van Haren
23