CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen van het verslag van 22 februari 2021

Commissie BEDRIJVIGHEID 22 maart 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van 22 februari 202114.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Commissie BEDRIJVIGHEID Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

22 februari 2021 Maaspoort Sports & Events

mw. J.P.M. Welten-van Doremalen mr. drs. R. van der Meer M.M.J. Dingemans, E.R.F. Esser, mw. J.M.C. van Gool, ing. A.J.G. de Groot, mw. W. de Groot MSc, mw. A. Hernández, W.B.G. Hoeben, drs. P.E. Kagie, mw. drs. H.M. Mees-Huibers, W.J.B. Meijer, M.C.J.M. Ploegmakers, A.P.R.G.M. van Rosmalen, A.M. Rotman, P. Slikker, O.R. Thelissen, mw. mr. drs. I.E.C. Visschedijk en W.A.M. Vugs, mr. J.W.F. Hoskam en mr. H.C. van Olden

Afwezig:

L.A.J. van Griensven, mw. R.F. van der Kallen-van der Donk, J.N. Kieft, H.J.M. Mees, D.J.G. Peters, G.J.I.J. Smeets MBA, mw. C.K.J. Visscher, P.H. Wiggers

Verslaglegging:

C. Hilhorst

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet allen welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van de heer Peters van D66 en de heer Wiggers van Bosch Belang. De heer Kagie vervangt de heren Kieft en Mees. Het presidium heeft besloten de komende tijd extra aandacht te besteden aan de kwaliteit van de besluitvorming maar dat gaat niet alleen het presidium aan. Zij daagt de commissieleden uit, naast hun politieke oordeel ook naar het voorstel te kijken qua kwaliteit. Is het conceptbesluit helder? Is het zo geformuleerd dat het achteraf kan worden gecontroleerd? Is het uitgevoerd? Bevat het de relevante politieke keuze? Zij is ervan overtuigd dat een betere besluitvorming in het belang van iedereen is. Daarbij mag vaker worden stilgestaan.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter heeft geen rondvragen ontvangen. De agenda wordt vastgesteld.

3.

Vaststellen van het verslag van de vergadering van de commissie Bedrijvigheid van 29 oktober 2020 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en lijst met openstaande moties Lijst met openstaande moties De voorzitter meldt dat het college voorstelt als afgedaan te beschouwen motie 5: Een zachtere landing voor scouting Tarcisius Rosmalen, motie 9: Clubkracht: steun de amateurkunst en motie 10: Sportcomplexen: investeren is reserveren. De heer De Groot (Rosmalens Belang) complimenteert het college voor de afdoening van motie 5: Een zachtere landing voor scouting Tarcisius Rosmalen. Het college werd gevraagd in gesprek te gaan en de oplossing is uitstekend, waarvoor hij het college bedankt. De commissie stemt hiermee in.

5.

Economisch perspectief Brede Binnenstad | Visie en actieplan De heer Ploegmakers (CDA) memoreert dat het CDA bijna vijf jaar geleden een themabijeen1

komst organiseerde: De Bossche binnenstad in balans. De slotconclusie van alle deskundigen uit verschillende disciplines aan het einde daarvan was eensluidend: "'s-Hertogenbosch let op uw zaak, anders wordt u ingehaald door Tilburg of Eindhoven". Daaropvolgend heeft het CDA in november 2016 een motie ingediend waarin werd gevraagd om een integrale visie op de binnenstad. Deze motie werd raadsbreed aangenomen. Nu – ruim vier jaar later – ligt er eindelijk een visie, maar niet de door de raad gevraagde integrale visie. Er was veel druk van buitenaf nodig om tot het voorliggende voorstel te komen, zoals de door vele partijen ondertekende brandbrief van de zomer van 2020. Het voorliggende voorstel is geen uitgebalanceerde visie of uitgewerkt plan. Het is een eenzijdige visie, geschreven vanuit het economisch perspectief dat het CDA meer ziet als een startnotitie/een eerste stap. Het plan gaat niet in op de leefomgeving, vergroening, mobiliteit, autoluwe binnenstad et cetera. Dit zijn zaken die in een visie moeten worden opgenomen. Daarnaast ontbreekt de uitvoeringsagenda en over de financiën wordt niet gesproken. De heer Vugs (SP) interrumpeert en wijst op de titel: Economisch perspectief. Dat is geen algehele visie voor de binnenstad.

Vanwaar de opmerkingen van de heer Ploegmakers? De heer Ploegmakers (CDA) heeft het breder gezien dan wat voor lag, zoals hij in zijn inleiding heeft aangegeven. Hij heeft de volgende vragen aan de wethouder: Waarom is geen uitvoering gegeven aan de door de raad aangenomen motie inzake de integrale visie? Waarom heeft het zo lang moeten duren? Waarom was er geen urgentie? Is niet te lang achterover geleund? Het CDA blijft van mening dat deze integrale visie er moet komen en komt hiertoe met een amendement. Een uitvoeringsagenda ontbreekt en er zijn geen budgetten vastgesteld of opgenomen. Het is meer een startnotitie/een stip op de horizon richting 2030. Nu zijn rijks- of provinciale middelen beschikbaar of deze komen op korte termijn beschikbaar voor de transformatie van binnensteden. Hoe denkt de wethouder op basis van de voorliggende visie, geld binnen te halen? In de visie wordt gesproken over het aanstellen van een binnenstadmanager.

Het CDA heeft de volgende vragen aan de wethouder: Is al een profielschets opgesteld? Is al budget vastgesteld? Is al zicht op wie dit gaat betalen? Wordt de binnenstadmanager alleen aangesteld met oog voor de economische belangen of ook met oog voor de belangen van 14.000 binnenstadbewoners, onderwijs en de culturele sector? Hoe ziet de wethouder dit? Hoe gaat hij de belangen van deze partijen borgen? Wordt dit meegenomen in de voorwaarden voor de eventuele bijdrage die wordt geleverd? In het voorliggende voorstel staat dat er vanuit de gemeentelijke organisatie als aanspreekpunt van de binnenstadmanager een zogenaamde contramal moet komen. Het CDA is hier geen voorstander van. De heer Rotman (VVD) constateert dat de heer Ploegmakers allerlei technische vragen stelt. Gaat hij nog in op de visie die er ligt, los van het feit of deze wel of niet integraal is? De heer Ploegmakers (CDA) komt op een aantal zaken terug en vindt zijn vragen niet allemaal technisch. Het CDA wil geen tussenlaag creëren en ziet meer in een binnenstadteam vanuit verschillende gemeentelijke disciplines en gestructureerd overleg met de binnenstadmanager en dit team. Hoe ziet de wethouder dit? Het CDA overweegt ook op dit punt met een amendement te komen.

De Bossche binnenstad is van groot economisch en maatschappelijk belang met een omzet van circa € 400 miljoen in 2019 en ruim 22.000 arbeidsplaatsen, bijna een vijfde van het totaal aantal arbeidsplaatsen, waarvan deels laagopgeleiden. Er staat een stip op de horizon richting 2030, maar door corona en het snel veranderende consumentengedrag ligt er vandaag al een grote uitdaging. Het CDA gaf al eerder aan dat de binnenstad van een place to buy naar een place to be gaat. Het gaat dan niet alleen om het economisch belang, maar ook om het woonen leefklimaat, mobiliteit et cetera. Het gaat in de toekomst om een totaalbeleving. Daarop moet nu worden geacteerd. Nu moeten de eerste plannen worden gesmeed en tot uitvoering worden gebracht, gezorgd worden dat de winkelleegstand beperkt blijft, dat waar nodig een alternatieve invulling komt en dat de horecaondernemers weer gastvrij hun deuren kunnen openen. Dit alles vraagt niet alleen om een Bossche zomer maar om meer. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil een interveniëren. 2

Volgens de heer Ploegmakers is het onvoldoende integraal of breed. Vijf jaar geleden heeft oud-raadslid Wagemakers een spoor getrokken – de wethouder zal er wellicht nog iets over zeggen – maar nu ligt er een document. Hoe weegt de heer Ploegmakers de lijnen die worden getrokken en de kansen die worden geschetst om de binnenstad naar de toekomst te brengen? Hoe weegt de heer Ploegmakers dit document? De heer Ploegmakers (CDA) heeft al gezegd dat de binnenstad van een place to buy een place to be moet worden. Het CDA is blij dat alle partijen in de binnenstad vanuit het centrummanagement zijn betrokken en heeft daar grote waardering voor. Het CDA hoopt dat dit een begin is van wat allen wensen. Mevrouw Visschedijk (D66) kan goed uit de voeten met het voorliggende economisch perspectief voor de brede binnenstad met de beschrijving van sfeergebieden die kunnen dienen als kompas voor ontwikkelingen op korte en langere termijn. Veel Bossche binnenstadondernemers hebben het heel zwaar en hebben behoefte aan perspectief, aan een stip op de horizon zoals ook bleek tijdens Informeren & Ontmoeten. D66 ziet mogelijkheden voor het ontwikkelen van sfeergebieden die op een goede manier met elkaar verbonden zijn. Op het einde van de Vughterstraat gebeurt dit al met een aantrekkelijke mix van winkels, ambachten, horeca, wonen en recreatie op het water.

Het was daar gisteren 'met de benen buiten' op een mooie zonnige dag. Dat is wat zij voor ogen heeft: een verbinding naar het Wilhelminaplein dat wordt opgeknapt, de mooie paleisbrug, naar een steeds levendiger Paleiskwartier waar een mix is van wonen en onderwijs: veel werkgelegenheid, maar ook recreatie. Het werkt om op deze manier aandacht te geven aan een fysieke inrichting van scharnierpunten in de stad bij de herontwikkeling van gebieden. Wat D66 betreft, zijn scharnierpunten en verbindingen zo groen en autoluw mogelijk. Eigenlijk geldt dat voor de hele binnenstad. Zij vraagt aandacht voor een plan dat in juni 2020 is aangenomen om de Hinthamerstraat autoluw te maken. Groen is niet alleen een stukje gras en meer dan meer groene daken die zorgen voor een gezond leefklimaat. Groen is ook een plek om te sporten, te recreëren of pop-upactiviteiten en kunst en cultuur. Het verbreden van de binnenstad met aandacht voor de diversiteit van functies en het eigen karakter van de gebieden van de binnenstad, maken de stad aantrekkelijker voor een langer verblijf, er is meer te zien en meer te beleven. Door de stad en de belevingsmogelijkheden te verbreden, wordt de druk op de historische binnenstad verlicht. Door het integraal ontwikkelen van de sfeergebieden wordt een aantrekkelijke stad gecreëerd die mensen trekt en waarnaar mensen willen terugkeren.

Dit kan de gemeente doen om de Bossche ondernemers in de brede binnenstad te ondersteunen, te behouden en te versterken. Kortom: om ze economisch perspectief te bieden in deze uiterst onzekere tijden. De heer De Groot (Rosmalens Belang) vindt het een uitstekend raadsvoorstel, een visie die verder kijkt dan de dag van vandaag. De visie moet nog verder worden uitgewerkt. Hem spreekt aan dat wordt gedacht in sfeergebieden om de omvangrijke binnenstad in beeld te brengen. Het is vanzelfsprekend dat er nog veel moet worden uitgewerkt, maar dit is een uitstekende start omdat alle stakeholders in dit proces zijn betrokken. Gezorgd moet worden dat ze bij de verdere uitwerking betrokken blijven. Dat zal het succes uiteindelijk garanderen. Bij de verdere ontwikkeling van de visie moet ook worden gekeken naar goede en logische aanrijdroutes vanuit de dorpen en wijken naar de binnenstad. Als Den Bosch zich meer wil profileren als datastad, kunnen data ook daarbij helpen. In de visie mist hij de verhouding van de binnenstad ten opzichte van de andere stadsdeelcentra. Hij is zelfs een beetje jaloers dat een dergelijke visie voor het stadsdeel centrum Rosmalen ontbreekt. Hij hoopt dat daar op andere momenten meer aandacht voor is, wat ook geldt voor de andere stadsdeelcentra. Een binnenstad kan alleen floreren als de relatie met de stadsdeelcentra optimaal is.

De vraag wie de binnenstadmanager betaalt, is op dit moment niet te beantwoorden. Kan in de voorjaarsnota al iets van een financiële consequentie van de nadere invulling van de binnenstadvisie worden verwacht? De heer Vugs (SP) kan instemmen met voorliggend plan. Het is een goed idee om van de binnenstad een eenheid te maken. Door sfeer-, zwerf- en dwaalgebieden aan elkaar te koppelen, ontstaan flexibele in elkaar overgaande gebieden met elk hun eigen kracht en eigenheid. Dat bezoekers hierdoor meer worden uitgenodigd om hier een of meer dagen door te brengen is 3

een goede zaak. Of dit ook 25% meer bezoekers oplevert blijkt in 2030. Om hiervoor nu al een persbericht op te stellen, gaat de SP te ver. Meerdere betrokken partijen in de binnenstad kunnen zich vinden in het voorstel. Dat een en ander mogelijk is zonder daarvoor extra financiële middelen in te hoeven zetten, geeft vooral in de huidige tijd voldoening. In het stuk is te lezen dat het met de huidige budgetten kan worden uitgevoerd. De heer Ploegmakers (CDA) interrumpeert en wijst op de ambities om van alles uit te voeren. Denkt de heer Vugs dat het binnen de bestaande budgetten kan? Het staat in het stuk, maar hoe ziet de heer Vugs dat? De heer Vugs (SP) gelooft niet dat het college de raad met een fabeltje het bos in kan sturen. Vooralsnog gaat hij ervan uit dat het college de raad oprecht meedeelt dat het uit bestaande budgetten kan. Wie is hij om dit niet te geloven? Door dit plan is ook de aanstelling van de binnenstadmanager mogelijk. SP hoopt dat dit snel kan worden gerealiseerd. Gezorgd moet worden dat ook de andere delen van de gemeente niet worden vergeten. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) is blij dat er eindelijk een visie en actieplan ligt. Al voor de gemeenteraadsverkiezingen presenteerden de binnenstadpartijen zelf hun visie op de gewenste ontwikkelingen in de binnenstad en deden dat na de verkiezingen nogmaals aan de nieuwe raads- en commissieleden.

Van de kant van het college leek daar niet veel mee te gebeuren. Een voordeel van dit uitstel is dat nu een visie is geformuleerd voor de brede binnenstad waarmee dat concept steeds meer inhoud krijgt. GroenLinks kan zich vinden in de opgave, de visie en de actiepunten. Wie wil immers geen goed functionerende, vitale en dynamische binnenstad? Het aspect gastvrijheid uit de opgaven ziet GroenLinks graag verbonden aan het begrip inclusie uit de nota, niet alleen gastvrij voor bezoekers, maar ook voor alle inwoners van de gemeente, ook voor die stads- en dorpsgenoten die weinig te besteden hebben of hen met een beperking. Het behoort tot de taken van het centrummanagement en de verantwoordelijke ambtenaren om ervoor te zorgen dat ook aan dit aspect van gastvrijheid wordt gewerkt op een manier die aantoonbaar resultaten gaat opleveren. Het beschrijven van de sfeergebieden maakt het mogelijk de sterke kanten van de verschillende gebieden in de toekomst te vergroten. Het verbinden daarvan maakt de binnenstad aantrekkelijker en groter. Hij realiseert zich dat de rol van de gemeente hierbij zeer beperkt is. Ondernemers, organisaties en bewoners maken hun eigen afwegingen die niet per se in het nu geschetste beeld van de sfeergebieden passen.

De Verwersstraat telde jarenlang een groot aantal galeries, maar deze hebben allemaal plaatsgemaakt voor luxe winkels zonder de garantie dat deze er in de toekomst blijven. Uit recent verleende bouwvergunningen blijkt dat in de aanloopstraten winkels worden omgezet in woningen, sfeergebied of niet. De constatering dat werkwijze en actiepunten een flexibel richtsnoer vormen, is daarom juist. Ontwikkelen in een gebied dat zo veel functies kent en waarbij zo veel mensen zijn betrokken, vraagt een optimale samenwerking tussen alle partijen. Dat maakt het werk van de binnenstadmanager en zijn of haar tegenpool binnen de gemeentelijke organisatie belangrijk en moeilijk gezien de uiteenlopende belangen die partijen vaak hebben. Het succes van het actieplan staat of valt met de kwaliteit van deze samenwerking. Deze is voor het succes op langere termijn belangrijker dan het nu investeren van grote bedragen. Ten slotte wijst hij op een klein, maar zeer storende kwestie in dit document die niet veel te maken heeft met het actieplan. Als hij vertelt dat twee jaar geleden wereldwijd de succesvolle lancering van de Saturnusraket V nummer 6 werd gevierd, is de kans groot dat men hem beleefd maar niet begrijpend aankijkt.

Als hij daarna vertelt dat deze raket werd gebruikt bij de eerste geslaagde landing van astronauten op de maan, zal men minstens vinden dat dit geen handige omschrijving is van een belangrijk historisch feit en mogelijk aan zijn verstandelijke vermogens twijfelen. Een terechte reactie, die hij ook had toen hij in de persberichtennota las dat de gemeente in 2029 in het teken stond van de herdenking 400 jaar Linie 1629. Deze verzameling slootjes, dijkjes en molens was een gedurfd plan: een kostbaar middel om uiteindelijk het beleg van 's-Hertogenbosch succesvol te kunnen afronden met de verovering van de stad. Dat beleg en die verovering worden herdacht en niet een aantal slootjes en dijkjes. Het was een gebeurtenis die in het gehele toenmalige Europa de aandacht trok. Niet het middel de Linie, niet de logeerpartij van stadhouder Frederik Hendrik in kasteel Maurik worden herdacht, maar het beleg en de verovering. Hij hoopt dat dit een eenmalige verschrijving betreft en dat de portefeuille4

houder dit met hem eens is. Hij hoort dit graag, want het zou lachwekkend zijn als hiervoor een motie vreemd moeten worden ingediend. Wethouder Hoskam zegt toe dat dit punt wordt bijgesteld. Het is dan de vraag of wordt gesproken over de verovering of de bevrijding van de 's-Hertogenbosch. Het zal worden aangepast. Hij twijfelt geenszins aan de verstandelijke vermogens van de heer Van Rosmalen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) memoreert dat in het economisch perspectief een ambitieuze groei staat van maar liefst 25%. Is dat het ideaalbeeld? Wil men dat werkelijk gezien de huidige crisis of moet ergens anders op worden ingezet? Past dat bij een duurzame en leefbare binnenstad, waarvoor hij verwijst naar de inspraak van de heer Bijl. Het document gaat niet in op de vraag met welke functies Den Bosch 25% meer mensen naar de stad wil halen. In bijlage 2 staan de actiepunten en de randvoorwaarden. Hij begrijpt de kritiek van het CDA en kan daarin deels meegaan. Wie gaat de binnenstadmanager bekostigen? En er moet een bijdrage worden geleverd aan organisaties als VOLOP. Volgens hem hadden de punten op deze lijst al aan de gang moeten zijn. De heer De Groot (Rosmalens Belang) hoort dat de heer Hoeben twijfels heeft bij de geschetste groei van 25% die men voor ogen heeft met deze visie.

Wat zijn economisch gezien de bezwaren van De Bossche Groenen ten aanzien van een verdere groei van de binnenstad? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) doelt niet zozeer op de economische groei. Gezien de huidige crisis moet het eerst weer stabiel zijn. Het is goed om ambitie te hebben en een tip neer te zetten. Met de huidige crisis is het goed om ook een lichtpuntje te hebben. Hoe wordt deze groei gerealiseerd? Als dat allemaal op de postzegel historische binnenstad is, dan heeft hij daar moeite mee en wordt tegen grenzen aangelopen, zeker met de wetenschap van nu. Hij kan zich voorstellen dat men een groei voor ogen houdt die meer in de sfeergebieden plaatsvindt, maar daarop gaat het document niet in. De heer De Groot (Rosmalens Belang) stelt dat aan de orde is de visie op de brede Bossche binnenstad met de sfeergebieden. Met de groei wordt ook bedoeld de verbreding van de binnenstad. Hij heeft in zijn betoog gewezen op de afhankelijkheid en de rol van de stadsdeelgebieden daarbij. Hij begrijpt dat de heer Hoeben in de groei als brede binnenstad wel mogelijkheden ziet. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) hoopt dat als deze visie over een aantal jaren zijn vruchten moet afwerpen en er sprake is van een behoorlijke groei ten opzichte van 2019, dan is hij daarmee best gelukkig want dan gaat het Den Bosch economisch voor de wind.

Hij hoopt wel dat dan de groei voornamelijk heeft plaatsgevonden in de brede binnenstad en de aansluitende kernen en dat het niet alleen maar drukker wordt gemaakt. Hoe wordt mobiliteit in de grotere binnenstad gerealiseerd? Er moet lef worden getoond, worden gekeken wat er nu is en worden gezorgd voor een goed modern OV – verbindingen in die grote brede binnenstad – en er moet lering worden getrokken uit de fouten uit het verleden. De infrastructuur moet daar klaar voor worden gemaakt. De infrastructuur moet niet pas worden aangepakt als er een grote vraag is, als auto's klem staan en mensen zich niet meer kunnen verplaatsen. Dat moet vooraf worden gedaan. Die visie mist hij en dat zou hij graag hebben teruggelezen. De provincie Utrecht heeft een tien minuten filosofie: alle belangrijke punten in de stad moeten goed kunnen worden bereikt met OV. Dat wordt gedaan door de auto-infra en het parkeren voor een deel weg te halen en ruimte te bieden aan de fiets, de voetganger en groen. De visie is niet geheel volledig. Hij verwijst naar andere visiedocumenten als die voor het Zuid-Willemspark en de Stadsdelta. Deze plannen kosten allemaal geld. Hij daagt het college uit in de aanloop naar de voorjaarsnota te komen met een planvolgorde en bijbehorende kosten.

De Bossche Groenen onderschrijft het versterken van de hoekpunten (scharnierpunten) richting de binnenstad, maar daarbij is men afhankelijk van ondernemers die zich daar willen vestigen. Gekeken moet worden naar de kosten die daar worden gevraagd en doorbelast. Het moet aantrekkelijker worden gemaakt. Het verdient aandacht hoe in de toekomst met de kalverslachterij en de asfaltcentrale wordt omgegaan. In de laatste raad is daarvoor kort aandacht geweest. Nagedacht moet worden hoe wordt omgegaan met de uitstoot van zo een centrale in de sfeergebieden van de brede 5

Bossche binnenstad. Mevrouw Van Gool (PvdA) vindt het fijn een lange termijn doorkijk te hebben op de brede Bossche binnenstad om perspectief te bieden aan de ondernemers en de stad met haar inwoners. Dat is in deze barre crisistijd geen overbodige luxe. PvdA heeft ook kanttekeningen bij dit economisch perspectief en het actieplan. Met dit perspectief wordt naar de lange termijn gekeken, helemaal tot een prijs die men in 2030 voor de dynamische binnenstad wil ontvangen. Is het college goed bekend met de situatie van de ondernemers in de binnenstad nu? Hoeveel staan er op omvallen na deze tweede golf? Kan de gemeente niet meer helpen met maatregelen voor starters die buiten de landelijke regelingen vallen, zoals bijvoorbeeld met het verstrekken van een lening? Hoe ziet het college dit? In september 2020 heeft PvdA in schriftelijke vragen aan het college zorgen geuit over de trend van leegstand in het winkelgebied in de binnenstad. Momenteel is de leegstand in de binnenstad 6,1% en in 2019 was dat 4,3%. Het percentage stijgt, maar niet in de goede richting. Wat is de stand van zaken van de gesprekken met VOLOP dat op korte termijn kan helpen met een oplossing voor de leegstand.

Heeft het college al gehandeld op de laatste vraag in de set met vragen van een halfjaar geleden? Is bij de provincie nagegaan of de hele brede Bossche binnenstad gebruik kan maken van het provinciale investeringspakket dat beschikbaar is voor zo een binnenstedelijke transformatieopgave? Er zijn middelen om de transformatie naar een dynamische binnenstad te faciliteren, ook bij het rijk. Is het college daarmee bekend? Handelt het college hierop? Er worden nogal wat ambities uitgesproken, echter geheel zonder extra budget. Wat PvdA betreft, gaat de gemeente snel achter middelen van de provincie en het rijk aan voor deze nieuwe binnenstadplannen. Anders blijft Den Bosch niet in de top tien van bezochte steden staan en treedt de wet van de remmende voorsprong in werking. Wat PvdA betreft, is de binnenstad een enorme economische motor en goed voor de werkgelegenheid. Een initiatief als VOLOP biedt gelegenheid voor start-ups, maar er moet verder worden gekeken. De binnenstad is de grootste werkgever van Den Bosch. Het investeren erin is de moeite waard voor het creëren van banen. Het is twee voor twaalf om te gaan investeren in de brede Bossche binnenstad. Dat kan niet zonder een centrummanager. Daarin loopt Den Bosch ver achter. Dat kan niet zonder een regierol van de gemeente. Dat kan niet zonder vooruitgang en keuzes.

Den Bosch kan niet achterover blijven leunen op de historische binnenstad met de gezellige winkeliers en kroegbazen en dat wat opplussen. Een mix van functies heeft meer toekomst, dat er gewinkeld, geborreld, gewoond, beleefd en geleefd wordt. Een proactieve rol is noodzaak. Het verdient aandacht van de gemeente, keuzes, een regievoerdersrol, lef en geld. Kortom: het gepraat hierover is stoer, maar het is tijd voor actie. Acties in de brede Bossche binnenstad met de stevige alliantie die er nu is, maar met de gemeente als absolute regievoerder. En op korte termijn graag actie op de leegstand via bijvoorbeeld VOLOP. Actie op aanvragen van de provinciale middelen en van het rijk om een gezonde mix van functies in de stad te hebben. Volgens de heer Rotman (VVD) komt dit raadsvoorstel op een goed moment. Er moet worden geïnvesteerd in de toekomst van de stad en van het leven. Discussies dat er al langer op wordt gewacht en waarom het niet eerder is, zijn zinloos. VVD wil vooruitkijken en vooral doen! VVD is in beginsel positief over de visie en de ideeën die zijn verwoord en extra positief over het uitgangspunt dat wordt gebouwd vanuit wat de stad al is en niet wat deze moet worden. Het is goed te constateren dat veel partijen betrokken zijn en dat deze positief zijn over het resultaat.

Hij gaat ervan uit dat alle partijen die aan dit voorstel hebben meegewerkt, hun inhoudelijke en financiële bijdrage leveren om deze visie tot een succes te maken. De binnenstad gaat van een place to buy naar een place to be door te werken aan de diverse gebieden die binnen de brede binnenstad zijn te herkennen, de zogenaamde sfeergebieden. Het is belangrijk dat ieder gebied een drager heeft of krijgt die als trekpleister functioneert. Daarnaast is het van belang dat er goede en herkenbare routes tussen de gebieden komen. Dit is essentieel voor het succes. Voor de inwoners en bezoekers moet herkenbaar zijn waar ze zijn en hoe ze in een ander gebied kunnen komen door middel van aankleding van het gebied, routestenen, gevelaanduiding et cetera. Bij de sfeergebieden moet niet alleen worden gedacht in functies, maar ook in de openbare ruimte. Men mag niet vergeten de inhoud nader te variëren. De aantrekkelijkheid wordt niet gestimuleerd als men blijft steken in horeca, schoenen en kleding. Er moet ook worden gedacht aan bijvoorbeeld ambachten en kunst. 6

Een aantrekkelijke binnenstad heeft een prikkelende openbare ruimte. VVD verwacht meer aandacht voor groen, water, sport en spel. Dit wordt genoemd in het voorstel, maar een visie daarop staat er niet in. Dit is een tweeledig raadsvoorstel, visie en acties met een woord dat het afgelopen jaar een belangrijke betekenis heeft gekregen: perspectief. Het woord perspectief kent de volgende randvoorwaarden: daadkracht, goede planning, goede logistiek, duidelijke acties en communicatie, risico's inschatten en goed kunnen inspelen op veranderingen en financiën. Hierover maakt VVD zich ernstige zorgen. Natuurlijk kan men bij een visie zeggen dat financiën later aan de orde komen, maar dit is een tweeledig document. Bij acties horen ook financiën. Het is erg kort door de bocht bij de financien te stellen dat gebruik wordt gemaakt van bestaande budgetten en dat wordt gekeken naar subsidies en stimuleringsregelingen. Gezien de geformuleerde acties waarin een centrummanager een belangrijke rol heeft en continu door het voorstel terugkomt, is dat vreemd te noemen. Dit kan niet. Men kan zeggen dat dit bij de voorjaarsnota wordt gedaan, maar dat is niet nodig. Hij heeft vorige week via een artikel in de krant vernomen dat er € 1,5 miljoen ruimte is in de Begroting 2021. Daarin zit wellicht een mogelijkheid voor de benodigde financiën voor dit plan.

Hij vraagt de wethouder toe te lichten waarom is gekozen voor de bestaande budgetten. Waarom is geen gebruik gemaakt van het bedrag van € 1,5 miljoen om dit vorm te geven? Of, als dat niet kan, waarom zijn niet andere financiële mogelijkheden voorgelegd? Welke ruimte is er in de genoemde bestaande budgetten? Welke activiteiten zouden vervallen bij het gebruik daarvan? Zoals het college in het raadsvoorstel aangeeft, is het geen integrale visie van economie, wonen, cultuur, sport, gezondheid et cetera. Verwezen wordt naar al vastgestelde visies en binnenkort op de agenda staande raadsvoorstellen. Daarnaast mondt de voorliggende visie uit in een actielijst met daarin veel overleg, veel afhankelijkheden van derden en acties door derden. De heer De Groot (Rosmalens Belang) verifieert of de heer Rotman het eens is dat dergelijke financiële afwegingen bij de voorjaarsnota meer integraal moeten worden gedaan. Ook andere zaken bij de voorjaarsnota zullen, ook op andere terreinen, nodig zijn met betrekking tot financieel te dichten gaten. Moet dit bij de voorjaarsnota een integrale afweging worden? De heer Rotman (VVD) is het daarmee niet eens. Nu wordt gediscussieerd over het voorliggende raadsvoorstel. Bij elk raadsvoorstel kunnen de financiën worden doorgeschoven naar de voorjaarsnota, maar dat is geen goede zaak. Bij plannen hoort geld en moet er een financiering zijn.

Hij wil de reactie van de wethouder afwachten. De heer De Groot (Rosmalens Belang) vraagt of de heer Rotman het eens is dat ook op andere terreinen als de coronaeffecten en het sociale terrein, geld nodig zal zijn. De heer Rotman (VVD) bevestigt dit. De heer Vugs (SP) vraagt zich af of de heer Rotman vertrouwen heeft in de wethouder van Financiën, omdat hij niet gelooft dat het met bestaande financiële middelen kan. Het gaat de heer Rotman (VVD) niet om geloof of vertrouwen. Hij vertrouwt de wethouder volkomen. Het vele overleg, de afhankelijkheid van derden en de acties door derden bieden veel ruimte om zich achter te verschuilen als de gestelde doelen niet worden behaald. Daadkrachtplanning, communicatie en dergelijke komen in gevaar. VVD mist een aanjager: iemand die zorgt dat de nodige verbanden met andere visies worden gelegd en die aanjaagt, aanstuurt en aanschopt zodat acties worden uitgevoerd en gerealiseerd. VVD is benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of het wenselijk is dat de gemeente in de toekomst een wethouder krijgt die zich meer met binnenstadzaken bezighoudt, gezien de huidige problemen en uitvoeringen die zich aandienen. De heer Rotman (VVD) heeft daaraan vooralsnog geen behoefte. Hij wil eerst dit behandelen.

Niet voor elk onderdeel kan een aparte wethouder worden aangesteld, want dan zit er een college van twintig wethouders.

7

Mevrouw Van Gool (PvdA) hoorde de heer Rotman spreken over een aanjager. Ziet hij daarbij een rol voor de gemeente? Het lijkt veel op haar suggestie van regievoeren door de gemeente. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) hoort de heer Rotman wat smalend doen over overleg en uitspreken dat dat tot niets leidt. In het plan staan actiepunten die nog niet helemaal zijn uitgewerkt. Het kost moeite om de vele betrokkenen op een lijn te krijgen. Het klinkt daadkrachtig en stoer om te zeggen dat er actie moet zijn en dat er veel geld in moet, maar het is hem volstrekt onduidelijk waaraan dat geld besteed zou moeten worden zonder dat er is overlegd met alle betrokkenen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) reageert dat de inspreker van de kant van het Centrummanagement, mevrouw Gerritzen, nadrukkelijk kenbaar heeft gemaakt achter de actiepunten en daaraan voorafgaand achter de visie staat. Er wordt nu toch niet gezocht naar draagvlak voor die 48 actiepunten? De heer Van Rosmalen (GroenLinks) vindt het uitermate prettig dat deze visie tot stand is gekomen in goed overleg met alle betrokkenen. De uitwerking zal meer vragen dan het draagvlak dat er nu is. Om tot concrete plannen of acties te komen is meer overleg nodig. Hij stoorde zich aan de wijze waarop de heer Rotman daarover sprak.

De heer Rotman (VVD) reageert richting mevrouw Van Gool: "als regie hetzelfde is als aanjagen, what's in a name?" Het maakt hem niet uit wie dat gaat doen, als het maar gebeurt. Hij heeft niets tegen overleg, maar overleg voert langzamerhand de boventoon met het risico dat er niets gebeurt. Een aanjager is nodig opdat er daadwerkelijk iets gaat gebeuren. Met deze constructie loopt men het risico van te veel overleg en wijzen naar elkaar zonder dat iemand de regie voert of aanjaagt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) spreekt complimenten uit: visie, 48 concrete actiepunten en draagvlak bij de partners. Dat is gebleken bij de inspraak en signalen die hem hebben bereikt. De actiepunten moeten de komende jaren hard worden gemaakt. Het omkatten van leegstaande panden gebeurt niet 'op de groene ogen van een makelaar of een vastgoedeigenaar'. Daarvoor moet men indringend met elkaar aan de slag gaan. Hij proeft dat in dit stuk en bij de partners en de insprekers. Hij spreekt complimenten uit voor visie en actie. Hij is blij dat dit document niet nog breder is getrokken. Het raakt aan allerlei zaken als groen, verkeer, mobiliteit en andere zaken die de binnenstad en de directe omgeving betreffen. Als dit nog breder was getrokken, had het er pas over anderhalf/twee jaar gelegen en was er geen antwoord op de urgente problematiek van de binnenstad en zijn ondernemers.

De binnenstad op een hoger plan brengen, de potentie van de binnenstad en omgeving in beeld brengen en verzilveren. Hij herkent het document. Er zijn veel kansen voor de binnenstad: van Sluis 0 tot de camping op het Heetmanplein, van de Bossche Stadsdelta tot de Verwersstraat/ Vughterstraat, van het innovatiedistrict tot en met de Parade. Dadelijk wordt gediscussieerd over een theater waarvan de rode loper de Parade opgaat en niet een theater dat in zichzelf is gekeerd. Het college heeft een document neergelegd om nadrukkelijker kansen te verzilveren. Het is een aansprekend stuk, maar het gaat over de condities waarop de actiepunten kansen gaan maken. Dan is een binnenstadmanager/een aanjager nodig. Hij is dan ook voorstander van een binnenstadwethouder. Volgens hem stond dat ergens, in een persbericht of een juryrapport… wat een creatieve manier is om zaken in beeld te brengen en ambities gestalte te geven. De coördinerend wethouder binnenstadzaken is de binnenstadwethouder. Die is nodig. Voor zware projecten als het theater, is er een projectwethouder en moet men niet met zijn zessen allerlei dingen doen. Die combinatie/tandem moet met de partners dingen hardmaken. Daarvoor is geld nodig. In het voorstel staat dat voor de inzet van gemeentelijk geld vooralsnog gebruik zal worden gemaakt van bestaande budgetten.

Als hij de aandrang ziet van collega-woordvoerders, dan wordt de komende twee maanden indringend gesproken of deze urgente maatregelen door de gemeente van budget worden voorzien. Men kan de vastgoedeigenaren glazig aankijken en vragen of zij een pand willen vrijspelen zodat mensen daar hun boodschappen kunnen stallen en hun jas ophangen om de rest van de binnenstad te kunnen bezoeken, maar een dergelijk pand wordt niet zomaar beschikbaar gesteld. De gemeente moet daar middelen tegenover stellen. Leefbaar 's-Hertogenbosch is een groot voorstander van een investeringsfonds – een soort 8

structuurfonds – ter verheffing van de binnenstad en voor het realiseren van de actiepunten en een stimuleringsfonds om dingen mogelijk te maken. Sinds Knillis bestaat wordt gesproken over de watertaxi's… De heer Rotman (VVD) is enigszins in twijfel. De heer Kagie zegt eerst dat de financiën bij de voorjaarsnota aan de orde komen en nu spreekt hij ineens over een of ander structuurfonds. Mag hieruit worden opgemaakt dat de heer Kagie ook de financiën mist? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft herhaald wat het college heeft voorgelegd. Vooralsnog wordt het gedaan met bestaande budgetten, want de begroting is nog niet vertimmerd. Over tweeëneenhalf/drie maanden wordt de voorjaarsnota besproken. Dat is een logisch moment om slagen te maken. Collega Van Genugten heeft gevraagd of het dienstig zou zijn om eerder een tussenstap te maken (over twee/drie weken) en te kijken waar schuifmogelijkheden zitten binnen de bestaande begroting. Die uitdaging moet ook worden opgepakt. De gemeente heeft de dure plicht richting de partners, als dit document wordt gepresenteerd met deze actiepunten met dik draagvlak in de samenleving op dit urgente vraagstuk, om financiële middelen beschikbaar te stellen. Dan kan tegen vastgoedeigenaren worden gezegd dat zij aan zet zijn. Ergens staat heel subtiel dat de verkeersvisie binnenstad wordt geüpgraded.

Een belemmerende factor voor de ontwikkeling van de brede binnenstad is de Binnenstadsring. Dat is een strop om de nek van het breder uitpakken. Hierop komt hij later zeker nog terug. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) begrijpt niet waarom de heer Kagie denkt dat veel geld besteed zou moeten worden aan vastgoedeigenaren voor het stallen van boodschappen. De gemeente beschikt over vele gebouwen die, net als de buurtcentra, gemeenschappelijk zouden kunnen worden gebruikt. Ligt het niet voor de hand om fietsenstallingen daarvoor te gebruiken in plaats van geld naar vastgoedeigenaren te brengen? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) onderschrijft dat de gemeente haar eigen panden moet inbrengen, maar bij verschillende projecten zal ook naar de vastgoedeigenaren moeten worden gekeken. Het gaat er niet om geld te brengen naar de vastgoedeigenaren, maar om het samen zaken doen. Mevrouw Hernández (50PLUS) is positief over deze visie die op een goed moment komt. Door corona is een extra stimulatie nodig voor het economisch perspectief van de stad, een economisch perspectief met een ambitieuze groei van 25%. De stad aantrekkelijk maken voor ondernemers als onder andere datastad, maar ook als Cultuurstad van het Zuiden. Zo wil Den Bosch zich profileren en dat is zeer ambitieus. De uitbreiding van de binnenstad komt goed van pas, vooral in verband met de sfeergebieden.

Komt de leefbaarheid niet in het geding? Welke maatregelen heeft de wethouder in gedachten om aan de voorkant van dit voorstel de leefbaarheid te garanderen? 50PLUS wil een stad die van de Bosschenaren blijft en waar leefbaarheid een prioriteit is. Het is belangrijk dat de stad inclusief blijft voor iedereen, ook voor de bewoners van de gemeente die de routes vanuit de dorpen en kernen alvast uitstippelen. Er moet een manier worden gevonden waarop de dorpen en de kernen zich verbonden voelen met deze sfeergebieden. Het is goed dat de brede stad economisch gaat groeien, maar het is ook belangrijk dat de rest van de kernen en dorpen van de gemeente voelen dat zij erbij horen en betrokken worden bij deze economische groei. Zij moeten er ook van kunnen profiteren. De behoefte aan een stadsmanager wordt steeds groter. 50PLUS hoopt dat deze binnenkort kan worden aangesteld en dat niet te lang wordt gewacht met het uitwerken van deze visie. Het is een ambitieus project en 50PLUS wenst dat dit zo snel mogelijk werkelijkheid wordt. De heer Meijer (gewoon ge-DREVEN) las de visie met plezier. De verschillende sfeergebieden deden hem deugd, maar riepen ook vragen op.

Wat wordt gedaan in de sfeergebieden? Hoe flexibel kan worden omgegaan met de bestaande regelgeving? Hij las vandaag in het Brabants Dagblad over de Bossche horeca die weer op de vingers is getikt door coronawet- en regelgeving en wetgeving. Men moet voldoen aan de regels, maar toch was men teleurgesteld. Met mooi weer is heel Den Bosch een groot café, maar de Bossche horeca had pijn. De winkeliers hebben pijn. Een mooie visie vraagt om actie. Veel collega's hebben al uitgesproken dat er zo snel mogelijk een binnenstadmanager moet komen. Daarop moeten concrete plannen worden gemaakt. 9

Den Bosch was ooit groot en trots op zijn kleine ondernemers. Nu zijn het de grootgrutters die de boventoon voeren, omdat zij de panden kunnen betalen. De gemeente moet met vastgoedpartijen in overleg en zorgen dat kleine ondernemers weer aan de slag kunnen. Dan ontstaat een binnenstad die meer biedt dan andere steden. De gemeente moet niet alleen in de behoefte voorzien, maar ook zorgen dat kan worden ondernomen. De binnenstad moet niet alleen een place to be worden, maar ook een place to buy. Een plaats om te zijn, is voor een ondernemer niet voldoende. Het gaat ondernemers ook om de harde knikkers. De kernen zijn belangrijk. Het dorp Rosmalen valt onder de gemeente Den Bosch met een eigen dorpskern met winkelgebieden. De kernen moeten worden betrokken bij dergelijke plannen. Zij kunnen een toeloop zijn van de buitengebieden. Gewoon ge-DREVEN juicht de visie toe, hoopt op concrete en snelle acties en vraagt de wethouder zo snel mogelijk te komen met een binnenstadmanager. Geen woorden maar daden. Volgens de heer Esser (PVV) is een gastvrije binnenstad ook wel een gastronomische binnenstad. Een hoge kwaliteit van restaurants en andere horecazaken is erg nodig. De kennis en het vaardigheidsniveau van het personeel moeten hoog zijn voor een goede uitstraling naar de rest van het land, zoals bier, wijnsommeliers, chef-koks et cetera.

Als de horeca nog langer gesloten blijft en daarmee nog langer onder druk blijft staan, dreigt deze vakkennis verloren te gaan. Daarmee komt de goodwill van de horecazaken onder druk te staan, terwijl deze juist van groot belang is voor de waarde van de horecaondernemingen. Alle mooie horecastraatjes in de stad zijn nu leeg. Zijn opmerking over vakkennis geldt ook voor veel winkels. De regering bepaalt wanneer men weer open mag gaan. Hij hoopt dat dit zo snel mogelijk is op een verantwoorde manier. Als zaken continu open en dicht gaan, heeft dit ook effect op de kwaliteit van de horeca. Het is belangrijk de vakkennis en goodwill voor de binnenstad te behouden. Ziet het college dat ook zo? Wethouder Hoskam herinnert zich de interpellatie van het CDA in 2014 over de toenmalige economische crisis waarbij hij, nadat hij ongeveer 26 punten had opgenoemd en nog 54 punten had te gaan, werd onderbroken door de voorzitter. Hij herinnert zich ook de discussie in de commissie daarna over de CDA-motie over de visie die werd gevraagd. Hij heeft toen al de nuancering aangebracht dat een volledige binnenstadvisie heel veel tijd, geld en moeite zou kosten. Daarom is nu, naar aanleiding van het pamflet dat hij in het najaar mocht ontvangen, deze brede economische binnenstadvisie gepresenteerd. Dat was beleidsmatig het streven nadat de horecavisie was afgerond.

Toen hieraan werd begonnen was Wuhan een onbekende stad in China en Corona een biermerk dat men in de goede horeca van 's-Hertogenbosch kon krijgen. Hoe anders is het nu? In het een plan wordt een gedragen perspectief geschetst. Een gedragen perspectief door alle partijen in de binnenstad, waarin ook de bewoners en de ambulante handel zich kunnen herkennen en zich aan verbinden, niet alleen in de zin dat ze het ondersteunen, maar ook dat ze actie willen ondernemen. Dan is men er nog lang niet. In het plan zitten wel degelijk nog uitdagingen, maar er is een perspectief/een nota. De kennis kan op economisch gebied een onderlegger zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling. Daar komen nog andere ontwikkelingen bij op het gebied van verkeer en wonen en daar moeten nog allerlei integrale afwegingen plaatsvinden. Een groei van 25% gaat niet op de 4 km2 van de huidige binnenstad. De brede binnenstad is nodig waarbij ook moet worden gekeken naar de ontwikkelingen als de Stadsdelta en achter het station. Ook dat perspectief wordt hier geboden. De stakeholders blijven betrokken. De vastgoedpartijen willen ook financieel betrokken zijn. In november 2020 is bij de begroting een motie ingediend over de binnenstadmanager waarin staat: "met een minimale bijdrage van de gemeente". Dat is met de partijen gecommuniceerd. Samen met de partijen wordt een profiel opgesteld voor de binnenstadmanager.

De binnenstadmanager is niet de panacee voor alle problemen. Op het moment dat deze er is, zullen partijen elkaar nog vaker tegenkomen, want de binnenstadmanager zal dingen willen. Dat is goed, want hij proeft het perspectief om die ambitie voor de binnenstad uit te dragen. De infrastructuur is een essentieel onderdeel, niet alleen om vanuit de kernen en de verdere omgeving naar de binnenstad te komen, maar ook om de binnenstad bereikbaar te houden voor alle groepen: bewoners, bezoekers en anderen. Dat moet op verschillende manieren worden gedaan. Daarop wordt teruggekomen bij het binnenstaddossier Verkeer en vervoer. De leegstand neemt toe, maar is nog steeds beheersbaar. Dit stuk dient ervoor om de aantrekkelijkheid van de Bossche binnenstad te waarborgen. Een grote vastgoedpartij is nog steeds 10

positief over 's-Hertogenbosch. Hij is blij dat bijvoorbeeld een leegkomend pand zoals van de Blokker toch weer wordt ingevuld door een internationale partij die graag naar 's-Hertogenbosch wil komen. Dat neemt de zorgen echter niet weg. Mevrouw Van Gool (PvdA) interrumpeert. Ziet de wethouder de leegstand als frictieleegstand? Veel mensen in de raad en de stad zijn ervan overtuigd dat er sprake is van structurele leegstand. Wethouder Hoskam heeft in eerdere discussies aangegeven dat er sprake is van verschillende soorten leegstand: herontwikkelingsleegstand, frictieleegstand en een ander soort leegstand. Daarom is contact opgenomen met VOLOP. Wie gaat het betalen? De grote projectontwikkelaars zijn al genoemd. Hij wil zijn verantwoording nemen, maar vindt dat dingen in gezamenlijkheid moeten worden gedaan. Daarom is hij in overleg met VOLOP. Voor middelen vanuit het rijk en de provincie zijn aanvragen ingediend. Hij weet niet of de middelen die het rijk en de provincie beschikbaar hebben voor de transformatie van binnensteden aansluiten op de Bossche binnenstad omdat daar een ander programma achter ligt. Vooralsnog wordt het gedaan met de middelen die er zijn. Mochten deze middelen ontoereikend zijn, dan zal de collega van Economische Zaken bij zijn collega van Financiën ruimte vragen om middelen vrij te maken.

Dat komt dan in de integrale afweging naar de raad, want de raad heeft het budgetrecht. Hij wil de suggestie dat de gemeente geld heeft vrij liggen, wegnemen. De hele begroting is gealloceerd. De discussie in de commissie ging over het feit dat budgetten als gevolg van de coronacrisis niet kunnen worden toegewezen. Deze budgetten worden gebruikt voor maatregelen om de coronacrisis te bestrijden. Daarover komt de raad nog te spreken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat het vooralsnog met de bestaande middelen moet worden gedaan. Een aantal projecten lijkt zo voor het oppakken te zijn. Deze worden genoemd in de lijst van 48, zoals de boodschappendienst en dergelijke maar ook het verknippen van panden. Is de wethouder bereid, in de oriëntatie naar beschikbare middelen, een verkenning aan de raad voor te leggen van de middelen die kunnen worden voorgesorteerd op bepaalde actiepunten (uitgaande van bestaande middelenstromen) en van de middelen die extra zouden moeten worden ingezet. Het zou een slechte zaak zijn als hiertegen 'ja' wordt gezegd en het dan stil valt. Papier is geduldig. Als de heer Rotman (VVD) het goed heeft begrepen wordt doorgegaan met de bestaande budgetten en de daarbinnen geplande acties. Dit voorstel komt daar bij. Als de budgetten op dreigen te raken, komt de wethouder bij de raad terug.

Wethouder Hoskam zegt dat geld wordt vrijgespeeld binnen bestaande budgetten om dit te volgen. Uiteindelijk hoeft een beleidsintensivering niet altijd te leiden tot extra middelen. Gezien de gegeven omstandigheden is een beleidsintensivering vooralsnog te bewerkstelligen binnen het bestaande budget. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt de wethouder de raad in die exercitie om te kijken naar bestaande middelenstromen, mee te nemen. Wethouder Hoskam heeft met de commissie Bestuurszaken een afspraak over de opmerking van het CDA. Hij gaat niet via een achterdeur die discussie hier naar binnenhalen. Het gaat erom dat in de zuiverheid van die context wordt gehandeld, want ook uit andere commissies komen punten naar voren. Uiteindelijk komt de integrale afweging bij de raad terecht. Het minieme budget dat de raad bij de begroting vroeg, is gevonden. Er is ook werkbudget gevonden. Daarmee kan van start worden gegaan. Hij komt ook nog bij de raad terug over andere wensen, want hier volgt wel degelijk nog een andere context uit. Er moet worden gesproken over de reclamebelasting en dergelijke en de integrale afweging moet worden gemaakt of alle projecten (binnenstadmanager, 's-Hertogenbosch Centraal, citymarketing) in context moeten worden gebracht. Hij kan zich voorstellen dat over de diverse projecten moet worden gesproken met dezelfde mensen.

Dat is ook een afweging die moet worden gemaakt. Mevrouw Van Gool (PvdA) maakt uit de opmerking van de wethouder over een integrale visie op dat hij het eens is met het CDA. Alle partners willen acteren op de centrale integrale visie. 11

Wethouder Hoskam noemt de binnenstadmanager, het centrummanagement, Den Bosch Partners, Hartje 's-Hertogenbosch en de horeca. Het risico bestaat dat drie circussen worden opgetuigd die allemaal over hetzelfde gaan. Besproken moet worden hoe de verhoudingen zijn en of niet hetzelfde wordt gedaan. Dan is hij het helemaal eens met de heer Rotman omdat er dan veel met elkaar wordt gepraat zonder dingen te doen. De heer Ploegmakers (CDA) hoort de wethouder verwijzen naar Den Bosch Partners en het binnenstadmanagement et cetera. In feite spreekt de wethouder met zeven partijen in de binnenstad. Kan het centrummanagement dan niet het podium zijn bij wie dergelijke zaken worden besproken? De Vereniging Hoteloverleg zit ook in het centrummanagement en ziet ook graag dat de citypromotie van de grond komt. Er is dus eigenlijk al een platform waarbinnen dat kan worden besproken? Mevrouw Van Gool (PvdA) is verbaasd dat de wethouder spreekt over de centrummanager en Den Bosch Partners, maar beide zijn nog niet erg actief. Er zijn veel partijen. Is het geen noodzaak dat iemand de regie neemt? Volgens wethouder Hoskam is er een overleg. Dit is samengesteld met het centrummanagement. Het centrummanagement is de aanspreekpartner voor de economische ontwikkeling van de binnenstad. Daarnaast heeft de raad besloten citymarketing op te tuigen. Dat is Den Bosch Partners.

Bij Den Bosch Partners zitten ongeveer dezelfde mensen als bij het centrummanagement. Hij gaf aan dat hij met zijn collega-wethouder en met de raad moet overleggen, omdat aan de ene kant wordt gevraagd om citymarketing te organiseren en aan de andere kant is er het centrummanagement. Hij vraagt zich af of dit handiger kan worden gedaan door minder met elkaar te spreken en het centrummanagement een rol daarin te laten spelen. De voorzitter informeert of de vragen hiermee zijn beantwoord. De heer Ploegmakers (CDA) heeft behoefte aan een tweede termijn omdat hij nog vragen heeft aan de wethouder. Wethouder Hoskam stelt dat de gemeente afhankelijk is van derden. Een boodschappendienst is leuk, maar de dienst die er was heeft het niet gered. Er wordt naar andere mogelijkheden gekeken voor boodschappen, bijvoorbeeld op transferia of digitaal. Er is gezegd dat de binnenstad een groot café is. Hij onderschrijft dat de kleine zaken 's-Hertogenbosch verder brengen, maar daar zit een economische dynamiek achter. Het meest betekenende verhaal van de binnenstad was dat in 1986 bij zijn vader de deur openging en er iemand binnenkwam die zei ik kan je pand voor ƒ 100.000 per jaar verhuren. Daarmee werd een kleine zaak omgezet. Voor veel kleine ondernemers is vastgoed hun oudedagvoorziening. Dat is een economische realiteit die hij niet kan ontkennen.

De voorzitter gaat over tot de tweede termijn. De heer Ploegmakers (CDA) vindt het voorliggende stuk een prima startstuk en is blij dat het breedgedragen is. Alle partijen van het centrummanagement zijn actief betrokken geweest bij het opstellen van dit stuk. Nu moet worden doorgepakt. Zijn vragen over citymanagement zijn niet beantwoord. De wethouder sprak over minimale middelen, dat nog van alles moet worden geregeld zoals reclamebelasting, en over de BIZ. Hoe moet dat worden gezien? Is het dadelijk zo dat allen een binnenstadmanager willen en dat er geld komt vanuit de ondernemers, de vastgoedsector, het SOCH et cetera, maar dat er nog een gat is? Hoe wordt dat opgelost? Hoe worden op korte termijn met de reclamebelasting extra middelen opgehaald eventueel met de BIZ? Een aantal partijen kan of gaat niet meebetalen aan de binnenstadmanager. Hoe worden de belangen van die partijen geborgd? Wordt alleen vanuit economisch perspectief gekeken of wordt ook rekening gehouden met de inwoners, de onderwijsinstellingen en de culturele sector? Mevrouw Van Gool (PvdA) is verbaasd. Zowel de heer Ploegmakers als wethouder Hoskam gaven aan dat al eerder een motie is aangenomen voor een integrale visie voor de binnenstad. Hoelang moet het allemaal duren? In dictum 2d. staat dat de gemeente een van de uitvoerings12

partners is, maar zij denkt dat de gemeente in deze crisistijden een grotere rol moet pakken voor de economie. Twee vragen zijn niet beantwoord. Heeft de wethouder zicht op ondernemers die dreigen om te vallen? Kunnen deze worden geholpen met het verstrekken van een lening? Met betrekking tot VOLOP zei de wethouder dat zij hun ding kunnen gaan doen en dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Wat wordt daarmee concreet bedoeld? Wat is het tijdpad? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) hoort de wethouder spreken over een aantal uitdagingen waaronder mobiliteit en wonen. Kan de wethouder bevestigen dat deze hoog op het prioriteitenlijstje staan? 's-Hertogenbosch wordt gemaakt door de speciaalzaakjes, de niche markt en de bijzondere zaakjes en de eenheidsworsten. Het is goed en nodig dat er een internationale keten komt, maar de kleine zaakjes dreigen weg te vallen. Het woord binnenstadmanager is vaak gevallen. Kan de gemeente niet de regie nemen en zorgen dat deze er komt? Misschien moet ruimer worden gekeken naar het budget en moet de motie nogmaals ter tafel komen en worden herschreven. De heer Rotman (VVD) heeft een vraag gesteld over de aanjager. Het is geen integraal stuk, dus moeten verbanden worden gelegd met bestaande en aankomende visies. Daarnaast moet de uitvoering worden gerealiseerd en moet men niet verzanden in onnodig overleg.

Hoe kijkt de wethouder aan tegen een aanjager die mensen op hun verantwoordelijkheden aanspreekt en bij elkaar brengt? Hij heeft twee vragen gesteld over de financiën. Gekozen is voor bestaande budgetten, maar een budget is voor een activiteit. Dit komt erbij. Komt de wethouder naar de raad als het geld op is en alle activiteiten doorlopen? De wethouder noemde diverse zaken die alleen geld kosten. Hij is in verwarring en vraagt een nadere toelichting. De heer De Groot (Rosmalens Belang) stelt dat met name over het financiële stuk discussie is geweest. De wethouder heeft benadrukt dat alles nog in goed overleg met de stakeholders moet worden uitgewerkt, maar dat er ruimte is binnen de bestaande budgetten. Heeft hij goed begrepen dat, zodra buiten de bestaande budgetten geld nodig is, dit in een integrale afweging bij de voorjaarsnota terugkomt? De heer Esser (PVV) heeft gewezen op de kwaliteit en de goodwill van de horeca. Blijven deze goed? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat de wethouder zicht heeft op de bestaande middelen en waar eventueel kan worden geschoven. Leefbaar 's-Hertogenbosch wil zicht hebben op de schuifmogelijkheden zodat keuzes kunnen worden gemaakt of bestaande zaken wel of niet worden gedaan en of nieuwe zaken van de grond moeten worden getild.

Dan volgt eventueel de confrontatie met de nodige extra middelen in de investeringssfeer, maar ook in de stimuleringssfeer. Hij doelt daarbij op concrete punten als een fietsenstalling tot en met een afhaalpunt voor boodschappen en dergelijke. Op korte termijn moet inzichtelijk zijn waar de middelen voor concrete zaken ontoereikend zijn. Het is goed als bij de bespreking van dit voorstel in de raad van 9 maart a.s. met een aanscherping wordt gekomen van wat men wil met betrekking tot de financiële paragraaf. De heer De Groot (Rosmalens Belang) begrijpt dat de heer Kagie inzicht wil hebben in de keuzes. Klopt het dat juist het overleg met de stakeholders ertoe zal moeten bijdragen hoe het financiële plaatje er uiteindelijk gaat uitzien? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is het daarmee eens, maar weet zeker dat de wethouder inzicht kan geven in de middelenstromen waaraan hij denkt om eventueel te schuiven. Hij wil de zaak voor wat betreft de financiële paragraaf op 9 maart a.s. niet dichttimmeren. In het stuk staat dat flexibiliteit moet worden betracht en dat kansen moeten worden gepakt. Wethouder Hoskam bevestigt dat de horeca onder druk staat. InBev verwacht dat 25% van de ondernemers het niet gaat halen. Dat is voor de mensen persoonlijk een drama. In het debat met de commissie Bestuurszaken heeft hij aangegeven dat hij niet van iedereen op de hoogte 13

is, maar dat er een wisselend beeld is van de ondernemers in de stad. De gemeente is geen bank en kan de afweging niet maken of een bedrijf levensvatbaar is. Er is geen gratis geld. Ook hij moet verantwoording afleggen. Kleine zaken zijn inderdaad belangrijk, maar ook daarvoor geldt de economische dynamiek. Hij bepaalt de huurprijzen niet. De raad was geen voorstander om de huursuppletie rechtstreeks over te maken naar de grote vastgoedondernemers. De binnenstadmanager moet de aanjager worden. Dat vergt een afweging tussen alle betrokken belangen. De motie van november is de basis geweest van het voorliggende stuk en de gesprekken die worden gevoerd. Zodra dit stuk is vastgesteld, wordt met de partijen overlegd over het type manager. De raad heeft uitspraken daarover gedaan en daarmee het onderscheid tussen de betrokken partijen opgelost. Vervolgens wordt gesproken over de financiering. Hij heeft goed gehoord dat de minimale bijdrage, die de raad in november heeft genoemd, geen punt zal zijn waarop het zou kunnen sneuvelen. De raad heeft ook aangegeven dat de andere partijen in de stad een groot bedrag moeten meenemen voor de binnenstadmanager. Hij komt daarop graag terug. VOLOP is druk bezig in alle Brabantse steden en heeft op dit moment te weinig capaciteit voor de binnenstad. Spreker heeft ze uitgedaagd de vastgoedpartijen te benaderen om invulling te geven aan de panden.

De stad is gebaat bij een diversiteit van functies in de binnenstad. Zoals hij ook heeft aangegeven bij de interpellatie van De Bossche Groenen wordt de gemeente geconfronteerd met een vastgoedprobleem. Huurverlaging leidt tot waardevermindering en dat kan leiden tot het onder water staan van panden. De gemeente heeft niet veel vastgoed in de binnenstad. Volgens de heer Kagie hoeft niet altijd een pand van derden te worden aangewend, maar kan ook worden gekeken naar ontwikkelingen. De gemeente kan kijken hoe een fietsenkelder kan worden gefaciliteerd als de markt dat niet oplost. Hij is blij dat het CDA het een prima startstuk vindt, maar andere partijen zullen echt mee moeten betalen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) neemt aan dat de wethouder bereid is zijn inzichten aan te reiken op de mogelijkheden van de bestaande middelen en de schuifmogelijkheden die zijn te relateren aan dit document en de actiepunten. In bijlage 1 wordt onder 'flexibel en snel aan het werk voor gevulde panden' bij actiepunt 4 verwezen naar flexibiliteit in huurvormen en contractvormen. Vastgoed is primair aan zet.

Ziet de wethouder een rol voor de gemeente in het proces naar andere huurconstructen, maar ook de discussie over de hoogte van de huur/pacht van dergelijke vastgoedpanden? Ziet de wethouder een rol voor de gemeente om in de rondetafelgesprekken te urgeren op een verandering van het doorberekenen van allerlei zaken richting de pandgebruikers. De tijden veranderen de komende jaren. De leegstand is groeiende. Er moet geacteerd worden. Ziet de wethouder een rol voor zichzelf of zijn ambtenaren op dit terrein? De heer Ploegmakers (CDA) heeft een vraag gesteld over de ambtelijke contramal die niet is beantwoord. Wethouder Hoskam reageert op de opmerking van de heer Kagie. De gesprekken lopen al. De vastgoedpartijen zijn zich welbewust van de verandering die op de retailmarkt gaat optreden. Ze vormen ideeën over hoe zij in de stad kunnen en moeten acteren. Ook daaraan zit van hun kant een bedrijfseconomische achtergrond. Hij is niet negatief gestemd over de inzet van de vastgoedpartijen. Hij prijst zich gelukkig dat een aantal grote vastgoedspelers ook in de stad leven en wonen en daardoor anders kijken naar de stad dan de grote vastgoedpartijen uit Amerika. Ook voor het organiseren van een contramal zit het college bij elkaar. Voor een contramal is eerst een mal nodig en deze moet zich nog zetten. De gemeente moet kijken hoe dat beter kan worden georganiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9848984/1