Transitievisie Warmte 2.0
Tekst van het document
Onderzoek Voordat we een communicatieplan opstellen, doen we eerst onderzoek naar onze doelgroep en maken we gebruik van beschikbare data. Hoe beter inzicht we hebben in de doelgroep, hoe beter we deze kunnen bereiken en een gedragsverandering teweeg kunnen brengen. Dit onderzoek bestaat uit vier onderdelen: Stakeholder analyse : bij het ontwikkelen van een communicatiestrategie is het belangrijk om de omgeving en alle stakeholders in kaart te brengen. Zo krijgen we beter inzicht in wie er bij deze opgave betrokken zijn, wat hun beweegredenen zijn en wat er nodig is om een gedragsverandering teweeg te brengen. Evaluatie communicatie Bossche Bespaarteam : vanuit het project Bossche Bespaarteam wordt er deels naar dezelfde doelgroep gecommuniceerd en over hetzelfde thema. De communicatieaanpak van dit project wordt medio 2023 geëvalueerd: welke communicatieboodschappen en ‑middelen werkten wel, en welke niet?
33
Analyses Motivaction : om een beter inzicht te krijgen in onze doelgroepen maken we gebruik van Motivaction (zie ook: H7 – Data in de TVW 2.0). Eind 2023 wordt datatool Motivaction binnen gemeente ’s-Hertogenbosch geïmplementeerd. Evaluatie communicatie proeftuin ’t Zand: In de proeftuin ’t Zand zijn we bezig met het aardgasvrij maken van (een deel van) ’t Zand. Hiervoor is een communicatiestrategie ontwikkeld, die op dit moment wordt uitgevoerd. In het derde kwartaal van 2023 wordt deze geëvalueerd.
Inhoud communicatieplan Belangrijke onderdelen van het communicatieplan zijn: Persona’s In deze TVW 2.0 staan verschillende doelgroepen beschreven. Door deze doelgroepen te vertalen naar zogenaamde persona’s creëren we echte mensen in plaats van algemene, in ‘beleidstaal’ beschreven doelgroepen. Een persona is een gedetailleerde omschrijving van een doelgroep op basis van kenmerken als persoonlijke achtergrond, demografische gegevens en uitdagingen of zorgen die deze persona heeft ten aanzien van verduurzaming. Om deze persona’s te kunnen bepalen, maken we gebruik van bestaande data en/of diepte-interviews. Klantreizen Per persona maken we een klantreis. Hierin beschrijven we de verschillende activiteiten die een persona ervaart als hij/zij gebruik maakt van een instrument. Een klantreis begint op het eerste moment dat een persona zich bewust wordt van het aanbod van de gemeente en eindigt bij de eventuele nazorg. Boodschap Contact met bewoners valt of staat met een boodschap die aanspreekt en perspectief geeft. Het is een manier om te borgen dat de belangen en zorgen van doelgroepen een plek hebben in het (beleids)proces. Er wordt daarom een kernboodschap gemaakt waarmee we als gemeente naar buiten treden. Hierbij worden er verschillende deelboodschappen geformuleerd, afgestemd op de verschillende persona’s.
Middelen en kanalen Er zijn verschillende communicatiemiddelen en kanalen die we in kunnen zetten om de bewoners en gebouweigenaren te bereiken. Afhankelijk van het vooronderzoek en de opgestelde persona’s gaan we bepalen welke middelen en kanalen het meest geschikt zijn om de doelgroep(en) te bereiken.
34
Aansluiten bij landelijke campagnes Met onze communicatie willen we zoveel mogelijk aansluiten bij landelijke campagnes rondom de energietransitie. Hiermee kunnen we onze eigen communicatieboodschap versterken.
Algemene communicatielijnen Per 1-1-2024 starten we met een drietal algemene communicatielijnen gericht op het bieden van een handelingsperspectief op hoofdlijnen voor: zakelijke gebouweigenaren (particuliere verhuurders van woningen en utiliteitsgebouwen); MKB-ondernemers; i nwoners in buurten die (mogelijk) op een warmtenet kunnen worden aangesloten; inwoners van buurten die niet op een warmtenet kunnen worden aangesloten.
35
H7 - Data in de TVW In lijn met onze ambitie om Toonaangevende Datastad te worden, werken we ook datagedreven in de warmtetransitie. We beseffen dat het gebruik van data ons kan helpen om de warmtetransitie vorm te geven. Bijvoorbeeld bij het bepalen van onze opgave, het identificeren van geschikte warmtebronnen en het vinden en begrijpen van groepen inwoners. Daarom hebben we ook bij het opstellen van de TVW 2.0 gebruik gemaakt van een groot aantal data(bronnen). In dit hoofdstuk over data geven we antwoord op drie vragen: Welke data hebben we gebruikt? Welke data ontbreekt en hoe gaan we daarmee om? Hoe gaan we om met privacygevoelige informatie?
Welke data hebben we gebruikt? Doelgroepen Bij het bepalen van de zes verschillende doelgroepen in de besparingsaanpak hebben we gebruik gemaakt van verschillende databronnen. De belangrijkste zijn: toegekende energietoeslagen en openbare informatie m.b.t. energielabels van woningen, Woz-waarde van woningen en woningbezit (particulier eigendom, eigendom woningcorporatie of eigendom particuliere verhuurder). Mentality-/Vijf-tinten-groener-model (Motivaction) Bij het bepalen van de boodschap en tone-of voice, en de keuze voor communicatiekanalen maken we gebruik van de waardenprofielen uit het Mentality-model van Motivaction. Deze zogenaamde leefstijlprofielen zijn gebaseerd op persoonlijke opvattingen, houdingen en waarden van groepen inwoners in onze gemeente. Binnen een profiel hebben mensen sterk overeenkomstige waarden en meningen ten aanzien van onder andere werk, vrije tijd en duurzaamheid. Het Vijf-tinten-groener-model is een verbijzondering van het Mentality-model.
Hiermee kunnen we antwoorden vinden op vragen als: Hoe staan inwoners in een buurt ten opzichte van duurzaamheid? Hoe kunnen we daar het beste op inspelen? Met welke boodschap bereik ik de inwoners van een buurt het beste? Welke kanalen kan ik daar het beste voor inzetten? Warmtebronnen In het bronnenonderzoek is veel data gebruik uit openbare bronnen, zoals bouwjaar van woningen, woningbezit, opbouw buurt, energielabels en energieverbruik woningen en
36
energiepotentie warmtebronnen. Daarnaast is door middel van interviews aanvullende data verzameld bij bedrijven (potentie restwarmte), Energiebeheer Nederland en TNO (potentie geothermie) en Waterschap Aa en Maas (potentie oppervlaktewater en afvalwater uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie). Energiearmoede Bij het bepalen van de mate van energiearmoede op buurtniveau, hebben we gebruik gemaakt van het onderzoek naar energiearmoede van TNO uit 2023 ( Energiearmoede voorkomen ). Om individuele huishoudens te identificeren zijn deze gegevens echter niet bruikbaar. Hiervoor hebben we aangesloten bij de doelgroepdefinitie van het Rijk voor de Lokale Aanpak NIP: woningen met DEFG-label (of vergelijkbare energetische staat) en een benedengemiddelde Woz-waarde, recht op energietoeslag of problematische schuldensituatie. Het voordeel van deze aanpak is dat we geen gegevens over inkomens op het niveau van huishoudens hoeven te verzamelen (zie paragraaf: Data & privacy).
CO2-reductie In deze TVW bepalen we de CO2-reductiedoelstelling voor de komende vijf jaar. Om vooraf te kunnen inschatten welke en hoeveel maatregelen noodzakelijk zijn om deze doelstellingen te kunnen realiseren, moeten we weten wat de te verwachten CO2-reductie per maatregel is. Voor de besparingsaanpak hebben we een rekenmethodiek op basis van energielabels ontwikkeld. Deze methodiek kan voor de meeste instrumenten worden
37
gebruikt. Voor de effecten van het aardgasvrij maken van een buurt, maken we gebruik van een extern ontwikkelde rekenmethode. Hiermee sluiten we aan bij de systematiek van de CO2-Monitor voor onze gemeente waarover de raad in de tweede helft van 2023 wordt geïnformeerd. VvE’s Analyse op basis van gegevens Kadaster, Kamer van Koophandel en Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Gespikkeld bezit Analyse op basis van Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Hierbij is al het bezit van woningcorporaties zichtbaar gemaakt op een kaart. Vervolgens zijn de particuliere woningen die zich tussen het corporatiebezit bevinden – voor zover zichtbaar – handmatig bepaald.
Welke data ontbreekt? Energielabels In deze TVW spelen energielabels een belangrijke rol. Onder andere bij het bepalen welke huishoudens in welke doelgroep vallen en van welke regeling een huishouden gebruik kan maken. Zo is de Landelijke Aanpak Nationaal Isolatieprogramma (NIP) vooral gericht op ondersteuning van woningeigenaren met een DEFG-label en zijn landelijke afspraken met woningcorporaties en regelgeving voor verhuurders vooral gericht op woningen met een EFG-label. Tegelijkertijd is de kwaliteit van deze data nog verre van optimaal. Zo heeft 1 op de 3 woningen in ’s‑Hertogenbosch geen geldig energielabel. Van de twee derde die een geldig energielabel heeft, is een deel (welk deel weten we niet) vóór 1 januari 2021 zonder onderzoek aan de woning vastgesteld. Deze woningen hebben een zogenaamd Vereenvoudigd Energielabel (VEL) dat minder betrouwbaar is dan een label dat is vastgesteld op basis van een onderzoek aan de woning. Op termijn beschikken alle woningen over een geldig energielabel, dat is vastgesteld op basis van een onderzoek aan de woning. Immers, eigenaren zijn verplicht om bij verkoop en verhuur een energielabel beschikbaar te stellen aan de koper of huurder en een VEL is maximaal 10 jaar geldig. Gemeenten kunnen dit proces niet versnellen, aangezien wij geen invloed hebben op (de kwaliteit van) energielabels.
Tot die tijd gaan we er in onze beleidsanalyses van uit dat woningen zonder geldig energielabel een vergelijkbare energetische staat hebben als een woning met een DEFGlabel. Het recht op een voorziening bepalen we vervolgens aan de hand van onderzoek door een energieadviseur. Als blijkt dat een woning zonder energielabel niet of slecht geïsoleerd is in ten minste twee bouwdelen (vloer, gevel, dak en ramen), dan behandelen we het huishouden alsof zij een geldig DEFG-label hebben.
38
VvE’s De via analyse verkregen data over VvE’s zijn niet volledig. Deels omdat een centrale registratie ontbreekt. Zo is slechts twee derde van de VvE’s ingeschreven bij de KvK. Daarnaast ontbreekt informatie over de omvang en samenstelling van VvE’s. We onderzoeken hoe we deze data kunnen verbeteren. Gespikkeld bezit De via visuele analyse verkregen data over gespikkeld bezit zijn niet volledig. Hierdoor weten we niet wat de totale omvang van het gespikkeld bezit is, waar het zich bevindt en welk deel al is verduurzaamd. We onderzoeken samen met de woningcorporaties hoe we deze data kunnen verbeteren. Data & privacy Bij het verzamelen en gebruik van data vinden we privacy zeer belangrijk. Tegelijkertijd is het belangrijk dat we huishoudens die niet in staat zijn om hun woning zelfstandig te verduurzamen kunnen identificeren. Dit is met name het geval bij huishoudens met energiearmoede. De belangrijkste privacygevoelige informatie die wij gebruiken zijn data die ons (direct of indirect) informatie verschaft over deze laatste doelgroep. Het gaat hierbij om data over toekenning van een energietoeslag, signalen van Eerste Hulp Bij Geldzaken (EHBG) en het Bossche Bespaarteam (BBT). Wij zorgen voor een verantwoord gebruik van persoonsgegevens. Bij het gebruik van privacygevoelige informatie hanteren we daarom altijd de volgende spelregels: 1 .
Privacygevoelige informatie gebruiken we uitsluitend voor het doel waarvoor ze zijn verzameld en met toestemming van de betrokkene. Toestemming is niet nodig wanneer een wettelijke verplichting of publiekrechtelijke taak gebruik van deze data toestaat. 2 . Binnen de energietransitie werken we samen met verschillende partners. We delen data om samen tot inzichten te komen en te kunnen leren. Data op persoonsniveau wordt alleen gedeeld na toestemming van de betrokkene. 3 . Als we toestemming vragen om persoonsgegevens te gebruiken, geven we duidelijk aan welke gegevens worden verzameld, met welk doel en hoe deze worden opgeslagen. Persoonsgegevens slaan we op voor de duur van het project waarvoor deze worden gebruikt. Na afronding van het project worden deze gegevens gewist.
39
B1 - Relevante uitkomsten Digipanelonderzoek De respondenten De vragenlijst is ingevuld door 5.017 leden van het gemeentelijk Digipanel, dit is een relatief hoge response. De inwoners die deze vragenlijst hebben ingevuld, zijn niet representatief voor de hele bevolking van de gemeente ’s‑Hertogenbosch. Zo is het aandeel woningeigenaren dat de vragenlijst heeft ingevuld (77%) oververtegenwoordigd in vergelijking met de populatie. Daarnaast is het volgens de onderzoekers aannemelijk dat de leden van het Digipanel ook op een aantal andere kenmerken verschillen van de bevolking, bijvoorbeeld in betrokkenheid bij de buurt, wijk of gemeente. De resultaten moeten daarom met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
Ongeveer de helft wil samen verduurzamen 51% van de respondenten wil samen met de buurt of straat verduurzamen. 19% verduurzaamt liever alleen. Opvallend zijn de verschillen tussen wijken. Zo wil in Vinkel minder dan een kwart samen verduurzamen, in Nuland gaat het om 38% en in Muntel/Vliert wil bijna 7 op de 10 respondenten samen verduurzamen (Muntel/Vliert: zie ook hierna). Relevantie voor TVW 2.0: In sommige buurten zitten grote kansen voor een isolatieaanpak samen met buren.
Ruim 40% vindt zijn woning (heel) energiezuinig 43% van de respondenten vindt dat hun woning (heel) zuinig is; volgens 17% is hun woning (helemaal) niet zuinig. Met name respondenten in een huurwoning geven aan dat hun woning niet energiezuinig is (30%). Hierbij is geen verschil tussen corporatie- en particuliere huurders. Relevantie voor TVW 2.0: Nieuwe prestatieafspraken met woningcorporaties sluiten hierop aan. Extra maatregelen nodig voor particuliere (ver)huurders.
40
Een kwart wil grote energiebesparende maatregelen nemen Logischerwijs zijn respondenten in een koopwoning vaker van plan om in de komende 12 maanden grotere energiebesparende maatregelen (zoals zonnepanelen en isolatie) te nemen dan huurders. Die laatste groep is vaker dan gemiddeld van plan om kleinere maatregelen nemen. Relevantie voor TVW 2.0: Woningeigenaren die grotere energiebesparende maatregelen willen nemen ontzorgen via een Isolatieaanpak.
Energieloket Brabant Woont Slim is bekend bij 12% van de respondenten Meer dan de helft van de respondenten (57%) weet niet waar ze terecht kunnen voor advies over of ondersteuning bij het nemen van energiebesparende maatregelen, maar heeft dit ook niet nodig. Daar staat tegenover dat een vijfde (21%) niet weet waar ze terecht kunnen, maar wel advies of ondersteuning nodig heeft. 12% van de respondenten kent ons energieloket Brabant Woont Slim. Relevantie voor TVW 2.0: BWS is HET loket voor vragen over verduurzaming, subsidie en advies. In de communicatieaanpak aandacht besteden aan het beter bekend maken van dit loket.
Hulp van de gemeente nodig bij verduurzaming woning? Gemiddeld wil 39% dat de gemeente helpt bij het verduurzamen van de woning. Uit de toelichting op het antwoord, blijkt dat er vooral behoefte is aan subsidie en advies. Een derde (33%) wil geen hulp van de gemeente. Relevantie voor TVW 2.0: Die hulp is er, maar wordt niet altijd gevonden (zie hierboven: Energieloket Brabant Woont Slim).
14% heeft moeite met rondkomen vanwege de energiekosten Respondenten in een huurwoning hebben vaker dan gemiddeld moeite met rondkomen. Van de respondenten in een corporatiewoning bedraagt dit aandeel zelfs 30%. Respondenten in een koopwoning hebben minder vaak moeite om rond te komen (10%). In de open antwoorden geven veel huurders aan dat ze afhankelijk zijn van de verhuurder en dat ze graag willen dat hun verhuurder de woning verduurzaamt. Relevantie voor TVW 2.0: Nieuwe prestatieafspraken met woningcorporaties sluiten hierop aan. Extra aandacht voor ondersteuning eigenaren in koopwoningen met energiearmoede.
41
Betrekken bij plannen voor collectieve warmte Respondenten die betrokken willen worden als de buurt een onderzoeksbuurt wordt, is gevraagd op welke manier zij betrokken zouden willen worden. De meeste respondenten hebben een voorkeur voor een (digitale) nieuwsbrief (68%), gevolgd door een (digitale) bewonersavond (44%) en per post (41%). Relevantie voor TVW 2.0: Niet iedereen wil ‘fysiek’ meepraten en betrokken worden. Goede, schriftelijke informatie is voor veel mensen voldoende.
In wijk Muntel/Vliert mogelijk meer draagvlak voor collectieve verduurzaming De woningen in deze wijk worden relatief vaak als niet zuinig ervaren. Ook is hier bovengemiddeld veel interesse in ondersteuning bij verduurzaming, al dan niet van de gemeente. Er wordt vaker aangegeven dat de energiekosten de afgelopen 12 maanden gestegen zijn en er is hier meer dan gemiddeld (69%) interesse in samen met de buurt of straat verduurzamen van de woning. Relevantie voor TVW 2.0: Ook uit de gebiedsanalyse van Motivaction valt Muntel/De Vliert op: er wonen significant meer zogenaamde ‘Verantwoordelijken’. Deze groep maakt zich zorgen om het klimaat en vindt dat de verduurzaming veel te langzaam gaat. In deze buurt zitten grote kansen voor een isolatieaanpak samen met buren.
42
B2 - Rode draden bijeenkomst buurtinitiatieven 12 mei Op 12 mei hebben vertegenwoordigers van buurtinitiatieven met medewerkers van het Team Energie van de gemeente ’s-Hertogenbosch gesproken over de Transitievisie Warmte 2.0. Zo'n 45 deelnemers van 15 beginnende en meer ervaren buurtinitiatieven hebben aan de bijeenkomst deelgenomen. Na een korte inleidende presentatie is de groep in vijf thematafels uiteengegaan. In twee rondes is gesproken over de hoofdlijnen per thema binnen de TVW 2.0. De deelnemers hebben hierbij wensen en suggesties kenbaar gemaakt.
Tafel Warmtenet-aanpak Geef buurten zoveel mogelijk perspectief/duidelijkheid: Kan collectieve warmte in onze buurt? Zo ja, wanneer? Zo niet, wees daar dan ook duidelijk over. TVW 2.0 : Nemen we op in de TVW 2.0. Blijf de technologische ontwikkelingen volgen. Bronnen die nu nog niet relevant zijn (zoals geothermie), kunnen dat straks wel worden. TVW 2.0 : Nemen we op in de TVW 2.0. Onderzoek samen met buurten die niet op een collectief warmtenet aangesloten kunnen worden of er wel kleinschalige warmteoplossingen (bijvoorbeeld op niveau van een straat) mogelijk zijn. TVW 2.0 : Nemen we niet op in TVW 2.0. Hier zijn meerdere redenen voor: Deze suggestie past niet bij de kaders die de raad heeft vastgesteld in Bouwstenen TVW 2.0. Onderzoek naar de mogelijkheid van kleinschalige warmteoplossingen is arbeidsintensief en vraagt om een langdurige betrokkenheid van de gemeente. Zo’n regierol is alleen aan de orde in buurten die aangesloten worden op een collectief warmtenet. Het creëren van kleinschalige warmteoplossingen past niet bij de ontwikkeling van een gemeentebreed warmtenet waar (middel)grote bronnen op aangesloten kunnen worden. Door met kleinschalige oplossingen te werken ontstaat een ‘hagelslag’ aan warmteoplossingen in de gemeente. Dit is niet efficiënt qua ontwikkeling en beheer door een warmtebedrijf.
43
Kleinschalige, stand-alone warmteoplossingen zonder terugvalmogelijkheid (‘back-up’) leiden tot risico’s m.b.t. de leveringszekerheid van warmte voor inwoners. Maak met buurten die niet op een collectief warmtenet aangesloten kunnen worden toch een buurtuitvoeringsplan samen met de buurt. TVW 2.0 : Niet opnemen in TVW 2.0. Deze suggestie past niet bij de kaders die de raad heeft vastgesteld in Bouwstenen TVW 2.0. Het opstellen van een buurtuitvoeringsplan is arbeidsintensief en vraagt om een langdurige betrokkenheid van de gemeente. Zo’n regierol is alleen aan de orde in (start)buurten die aangesloten worden op een collectief warmtenet. Wel kunnen buurtinitiatieven zelfstandig een verduurzamingsplan/aanpak gericht op isolatie/aardgasvrijgereed samen met de buurt opstellen. Hierbij kunnen zij gebruik maken van alle instrumenten die het Rijk en de gemeente aanbiedt.
Tafel isolatieprogramma Er worden al veel acties (bv isolatie) georganiseerd, ook energy party's. Buurten op de hoogte houden (betrekken) bij isolatie-acties en subsidies/vouchers, etc. TVW 2.0 : Expliciet opnemen in de TVW 2.0 dat we bekende buurtinitiatieven gericht en tijdig informeren over subsidie- en voucherregelingen, collectieve inkoopacties en dergelijke. Zorg dat er niet twee loketten (of meer) ontstaan. Eens. Is ook niet de bedoeling. Het Energieloket BWS is het loket voor de hele Besparingsaanpak. TVW 2.0 : Dit expliciet opnemen in TVW 2.0. Isolatiesubsidie bewoners aanvragen met terugwerkende kracht (mogelijk maken). TVW 2.0 : Niet opnemen in TVW 2.0. Ligt bij het Rijk. Bij nieuwere panden is soms ook na-isolatie nodig. TVW 2.0 : Rijks- en gemeentelijk beleid sluit na-isolatie van nieuwere panden niet uit. Alle inwoners kunnen volgend jaar een beroep doen op de gemeentelijke isolatieaanpak en kunnen ISDE- en (als zij tot de doelgroep behoren) aanvullende NIP-subsidie krijgen. Energiebesparing promoten bij te koop staande panden. TVW 2.0 : Niet in TVW 2.0 opnemen, maar wel onderzoeken of de “Nu of Nooit”-aanpak van makelaars en het Convenant verduurzaming in de koopketen (Klimaatakkoord) weer nieuw leven ingeblazen kunnen worden.
Bij deze aanpak informeren makelaars de kopers van een woning expliciet over de voordelen, mogelijkheden en financiering van verduurzaming.
44
Betrek de Buurtinitiatieven bij het communiceren naar de bewoners. TVW 2.0 : zie eerste bullit.
Tafel straten(blok)aanpak Richt je niet alleen op de grote dure maatregelen, maar ook op kleinere goedkopere maatregelen, zodat meer mensen kunnen instappen. TVW 2.0: In TVW 2.0 opnemen. Geef ook de straten de mogelijkheid waarbij de woningen niet 100% identiek zijn. Kijk ook naar overeenkomsten op een ander gebied (denk aan energielabel, hoge rekening, vochtproblematiek, monumentaal, etc.). TVW 2.0: In TVW 2.0 opnemen. Maak het aantrekkelijk voor de initiatiefnemer om de kar te trekken. TVW 2.0 : Niet in TVW 2.0 opnemen (te veel detail), maar wel onderdeel maken van de Stratenblokaanpak. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een (duurzame) cadeaubon o.i.d. Ondersteun ook bij stap 1, de mobilisatie van de bewoners uit de straten. TVW 2.0 : Zit in TVW2.0/Stratenblokaanpak, geen verdere actie nodig. Wees als gemeente je ervan bewust dat velen niet direct kiezen voor grote stappen na deelname van straten(blok)aanpak, maar dat de aanpak daarmee nog altijd een succes kan zijn (bijvoorbeeld omdat bewoners ze op een later moment actie ondernemen als ze resultaat zien bij buren). TVW 2.0 : Geen. Zijn we ons van bewust. Het is de bedoeling van deze aanpak om mensen grote(re) stappen te laten zetten, maar het is geen verplichting.
Rode draad Tafel Versterking beginnende buurtinitiatieven Beginnende buurtinitiatieven hebben vooral behoefte aan ondersteuning op het gebied van: Samenwerking met de gemeente en begeleiding bij het opstarten van een buurtinitiatief en de te doorlopen stappen. Informatie over (Rijks- en gemeentelijke) regelingen, zodat zij die ook in hun buurten kunnen delen/toepassen. Data over energetische staat van woningen in de buurt. Technische kennis over verduurzaming (training, opleiding).
45
Ze kijken graag naar en leren het liefste van andere initiatieven (via platform). Ondersteuning kan komen van zowel de gemeente, professionele begeleiders als andere buurtinitiatieven. TVW 2.0 : Gebruiken bij uitwerken Aanpak versterking beginnende buurtinitiatieven. NB: Data over de energetische staat van woningen zijn online te vinden. Belangrijke openbare bronnen zijn https://dego.vng.nl en Zoeken naar 'zonnepanelen' | GeoPortaal 'sHertogenbosch (arcgis.com) . Interne bronnen op woningniveau kunnen – op grond van de AVG – niet met de buurt worden gedeeld. Hierover via het Platform de buurtinitiatieven informeren.
Tafel Maatwerkaanpak energiearmoede Deze tafel werd nauwelijks bezocht. De buurtinitiatieven hebben weinig interesse in (praten over) de maatwerkaanpak energiearmoede. Mede omdat dit naar verwachting niet veel speelt in hun buurten. Twee bewoners gaven aan het wel fijn vinden als ze iets konden bieden aan de buurtgenoten waarvan ze zien dat die aan energiearmoede lijden. Zij gaven aan een rol te willen spelen in het "vinden" van huishoudens voor de maatwerkaanpak energiearmoede. TVW 2.0 : In de TVW 2.0 opnemen dat dit ook duidelijk maakt dat een belangrijk deel van de doelgroep van de TVW 2.0 (te weten niet-zelfredzame inwoners/inwoners met energiearmoede) niet deelneemt aan buurtinitiatieven en dat de belangen van deze groep niet/onvoldoende vertegenwoordigd worden door de buurtinitiatieven.
46
B3 - Bronnenonderzoek
47