CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Toegezegde informatie tijdens IenO BIJLAGE 5 22.141 Stec Groep - Ruimteclaims 's-Hertogenbosch - Werken & Voorzieningen DEF

Commissie BEDRIJVIGHEID 12 januari 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Discussienotitie scope en rolneming gemeente in ruimtelijk economisch beleid12.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bron: Stec Groep, 2023. De aanbodcijfers van 2019 komen rechtstreeks uit de horecavisie (welke locatus als bron hanteert). De aanbodcijfers van 2023 zijn afkomstig van Locatus. De laatste meting door Locatus vond plaats in februari 2023.

De kwantitatieve uitbreidingsruimte voor horeca moet nadrukkelijk als indicatief worden gezien. Het geeft een indicatie van het functioneren van de markt en de ruimte die ontstaat in de toekomst op basis van aannames in de vraagontwikkeling. Leidend in de horeca is de kwaliteit van het concept en het bereiken van specifieke (nieuwe) doelgroepen. Voor innovatieve concepten die initiële aantrekkingskracht hebben op nieuwe doelgroepen biedt de gemeente ’s-Hertogenbosch graag ruimte, omdat zij inspelen op een autonome vraag en verbreding van het aanbod betekenen. Het fors overschrijden van de uitbreidingsruimte kan echter wel betekenen dat locaties met minder traffic de deuren moeten sluiten vanwege bedrijfseconomische redenen. Met het oog op het versterken van specifieke gebieden kan dit een bewuste keuze zijn. Ruimtelijke visie deelgebieden In de horecavisie wordt een ruimtelijke visie gegeven op ontwikkeling van horeca. De horecavisie is leidend en nemen we over, ook voor de periode na 2030.

De volgende aspecten zijn relevant: • Brede Binnenstad: consolideren, verbeteren en beperkte uitbreiding o Bestaande horecaclusters: consolideren, verbeteren en beperkte uitbreiding o Routes: beperkte toename ter versterking van routevorming en samenbrengen diverse onderdelen Brede Binnenstad o Dwaalgebieden en secundaire straten: behoud rust en diversiteit, geringe aanvullingen op strategische plekken o Ontwikkellocaties: groei ter ondersteuning van gebiedsontwikkeling en andere functies • Rosmalen bebouwde kom: beperkte aanvulling mogelijk, mits passend en op de juiste plek. Het horecacluster aan de Driesprong is daarbij het uitgangspunt. • Dorpen: beperkte versterking ter ondersteuning van dorpscentra als huiskamer

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

• • •

•

24

Buitengebied: open staan voor passende horecaconcepten die inspelen op wandelaars en fietsers en gebruik maken van bijzondere plekken, objecten en locaties Plassen en parken: groei mogelijk ter ondersteuning van de verblijfsfunctie en de beleving van parken en plassen indien de doelstelling en ambitie voor het gebied dit vraagt. Wijken en buurten: bij de winkelconcentraties zijn meer dan voldoende horecamogelijkheden. In de woonwijken zelf is het terugdringen van (overlastgevende) horeca het uitgangspunt. Ter versterking van het buurtgevoel kunnen bij plassen en parken aanvullende horecaconcepten een rol spelen. Trafficlocaties en bedrijventerrein: hier is een groei voorstelbaar, vooral ter ondersteuning van het werkklimaat.

3.3 Leisure ONTWIKKELPERSPECTIEF LEISURE ’S-HERTOGENBOSCH (2023) Momenteel is de gemeente ’s-Hertogenbosch bezig met het Ontwikkelperspectief Leisure ’sHertogenbosch. De analyses uit het concept (versie mei 2023) nemen we over. Huidig aanbod leisure In het Ontwikkelperspectief Leisure ’s-Hertogenbosch wordt de volgende definitie gehanteerd voor leisure voorzieningen: “alle permanent toegankelijke, commerciële vrijetijdsvoorzieningen met een bovenwijkse functie exclusief openluchttheater”. In de gemeente ’s-Hertogenbosch bevinden zich 94 leisurevoorzieningen. Er wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën: 25 vestigingen • Cultuur (commercieel en gesubsidieerd): 19 vestigingen • Attracties & entertainment (‘vermaak’): 37 vestigingen • Sport & recreatie (‘beweging’): 10 vestigingen • Wellness: 3 vestigingen • Zakelijk (alleen grootschalig): 94 vestigingen Totaal Onderstaand figuur laat de spreiding van het leisureaanbod in de gemeente zien. Figuur 15: Leisurevoorzieningen gemeente ‘s-Hertogenbosch

Bron: Ontwikkelperspectief Leisure ‘s-Hertogenbosch (2023).

25

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

Ontwikkelingen, vooruitzichten en specifieke kenmerken leisureaanbod ‘s-Hertogenbosch De sector leisure is relatief zwaar getroffen door de coronapandemie. De zestien belangrijkste leisurevoorzieningen in ’s-Hertogenbosch zagen de bezoekersaantallen in deze periode met maar liefst 65% teruglopen. De vooruitzichten in de sector zijn daarentegen gunstig. Door onder andere de goede uitgangspositie van ’s-Hertogenbosch, de toenemende vrijetijdsbestedingen en een verwachte groei van de bevolking en de werkgelegenheid in ’s-Hertogenbosch en regio. Het leisureaanbod in ’s-Hertogenbosch is vergeleken met landelijke kengetallen, benchmarksteden en andere grote Brabantse steden. Hierbij valt op: • ’s-Hertogenbosch kent een omvangrijk en aantrekkelijk aanbod aan cultuur (commercieel en nietcommercieel) als ook bioscopen als Kinepolis, filmhuizen en podia (zoals de Verkadefabriek). • Op een aantrekkelijk grootschalig wellnessconcept (Devarana) zijn er geen grote attracties/entertainment van naam en faam in de stad gevestigd, maar deze zijn wel sterk vertegenwoordigd in de regio en provincie. • Qua sport en recreatie en wellness loopt ’s-Hertogenbosch iets achter. Het aantal fitnesscentra is gemiddeld; het aantal zwembaden en wellnesscentra is lager dan in soortgelijke steden.

• ’s-Hertogenbosch heeft veel (zakelijke) evenementlocaties zoals de Brabanthallen, 1931 Congrescentrum en de Autotron. Verwachte ruimtevraag leisurevoorzieningen ’s-Hertogenbosch In het Ontwikkelperspectief leisure ’s-Hertogenbosch (2023) is de marktruimte voor extra leisurevoorzieningen in ’s-Hertogenbosch geraamd. Door het uiteenlopende karakter van de sector, de diverse verschijningsvormen en productformules en het ontbreken van eenduidige normcijfers is de raming nadrukkelijk indicatief. De ontwikkelkansen voor leisure zijn in praktijk sterk afhankelijk van trends, bevolkingsgroei en economische conjunctuur. Daarnaast zijn ook de gemeentelijke ambities, beleid, citymarketing en de wijze van bedrijvenacquisitie van groot belang. Uit de raming blijkt een indicatieve extra marktruimte voor leisure van circa 30.200 m2 bvo gebouwde voorzieningen in de periode tot 2035. Met name in de categorie Sport en recreatie wordt extra marktruimte aan leisurevoorzieningen verwacht. Onderstaande tabel laat de indicatieve verdeling van de uitbreidingsruimte voor leisure per categorie voor de gemeente ’s-Hertogenbosch zien. Tabel 9: Indicatieve ruimtevraag extra leisurevoorzieningen in ’s-Hertogenbosch tot 2035 Categorie

Aantal voorzieningen in maart 2023

Extra potentie gemeente cf. benchmark

Ontwikkeling inwonertal tot 2035

Extra potentie vanuit ambities gemeente, trends, etc.

Marktruimte totaal in aantal zaken in 2035

Marktruimte totaal in bvo m²

Norm omvang m2 per zaak

Commerciële cultuur

25

n.v.t.

+9%

+10%

2,5

4.950

2.000

Attracties & entertainment

19

n.v.t.

+9%

+20%

2,1

3.078

1.500

37

+10%

+9%

+20%

8,8

17.671

2.000

10

n.v.t.

+9%

0

Sport & recreatie Wellness Totaal

91

0,9

4.500

5.000

14,3

30.199

2.000

Bron: Ontwikkelperspectief Leisure ‘s-Hertogenbosch (2023).

In bovenstaande berekening van de indicatieve ruimtevraag voor extra leisurevoorzieningen wordt onder andere uitgegaan van de ABF-Primos bevolkingsprognose. Het aantal inwoners in januari 2023 zal naar verwachting tot 2035 toenemen tot 173.020 inwoners, een toename van zo’n 9%. Deze prognose verwacht tot en met 2040 een verdere groei met zo’n 5.100 inwoners (+3%). Gelet op onzekerheden in de marktdynamiek en voor de eenduidigheid nemen we voor het benaderen van de ruimteclaims tot en met 2040 de cijfers uit het ontwikkelperspectief voor 2035 over.

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

26

Ruimtelijke mogelijkheden ontwikkeling leisurevoorzieningen In het Ontwikkelperspectief (2023) zijn de ruimtelijke potenties per gebied nader geduid. We vaten samen: • Brede Binnenstad (historische binnenstad, Spoorzone): leisure een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie van ‘place to buy’ naar ‘place to be, live and stay’, gericht op ontspanning, inspiratie, verwondering en ontmoeting. De interactie met horeca, retail, cultuur en werken staat centraal in de binnenstad. Door de fijnmazige historische structuur van de historische binnenstad is deze vooral geschikt voor kleinschalige leisurebedrijven met een grote aanloop van ‘impulsbezoekers’. In de Spoorzone bestaan uitdagende mogelijkheden voor nieuwe, innovatieve leisure, met een grotere maatvoering dan in de historische binnenstad. • Wijken en wijkwinkelcentra: deze worden veelzijdiger in een mix met winkels, dienstverlening, sociaal-maatschappelijke functies en recreatie. Voor leisure ontstaan hier vooral otnwikkelkansen voor wijkgebonden leisure: sportschool, wijkcentrum, dansschool, cursussen, et cetera. • Bedrijventerreinen: deze zijn primair bedoeld voor bedrijven zonder pubileksfunctie (MKB). Deze gebieden zijn veelal ook niet adequaat en veilig ingericht voor publieksfuncties.

De gemeente heeft op bedrijventerreinen wel enige transformatiezones aangewezen, maar niet-bedrijventerreinen-functies als leisure mogelijk zijn. Het betreffen vijf ‘paarse vlekken’, relatief kleinschalig. • Buitengebied: het buitengebied heeft vooral een functie voor ontspanning, wandelen, fietsen, varen en andere ondergeschikte recreatievormen. Er zijn diverse kerngebieden voor leisure benoemd. In onderstaande tabel zijn de potenties hiervan weergegeven.

27

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

3.4 Maatschappelijke voorzieningen Relevante trends en ontwikkelingen Zorg

Onderwijs, kinderopvang & BSO

Cultuur

• Dubbele vergrijzing - Door dubbele vergrijzing (ouderen worden steeds ouder, en er zijn steeds meer ouderen) en een toenemende welvaart (een rijkere samenleving accepteert minder ongemak) stijgt de zorgvraag de komende jaren flink verder. Ruimtelijk vertaalt dit zich in een vraag naar extra zorgvoorzieningen. • Gezondheidsclusters - Het aantal solo- en duo-praktijken neemt af. Steeds vaker zijn er samenwerkingen van branches zoals apotheken, fysiotherapeuten en medisch specialisten in gezondheidsclusters. • Decentralisatie - Er is een tendens vanuit de overheid om meer (zware) zorg thuis en in de buurt (decentralisatie) te organiseren. Dit heeft als gevolg dat de behandeling van medische zorg op termijn elders in de keten plaatsvindt (extramuralisering en substitutie). Bijvoorbeeld bij een focuskliniek, zelfstandig behandelcentrum (zbc) of eerstelijnscentrum. Er is landelijk bovendien groei in zelfstandige klinieken die minder complexe operaties en behandelingen van ziekenhuizen overnemen. • De vraag naar kinderopvang en combinaties van onderwijs met buitenschoolse activiteiten nam de afgelopen jaren toe, maar tegelijk neemt het aantal geboorten per persoon en daarmee het aantal kinderen af. • Het kabinet heeft het plan om de kinderopvang (waar BSO onderdeel van is) in Nederland bijna gratis te maken.

Het bijna gratis maken van de kinderopvang zal tot gevolg hebben dat de behoefte aan kinderopvang en de ruimte hiervoor sterk zal toenemen. Eind april 2023 werd bekend dat het plan met twee jaar wordt uitgesteld en dus per 2027 in zal gaan. Dit omdat het de sector niet lukt om voldoende personeel te vinden als straks de vraag naar kinderopvang nog verder zal stijgen. De daadwerkelijke impact van het plan om de kinderopvang bijna gratis te maken is momenteel nog moeilijk in te schatten maar een forse toename ten opzichte van het huidige aantal meters voor kinderopvang ligt de lijn der verwachting. Door vergrijzing zal naar verwachting de vraag naar culturele voorzieningen toenemen. Ouderen maken gemiddeld meer gebruik van culturele voorzieningen als een bibliotheek of buurthuis/wijkcentrum.

Ruimteclaim Er is een breed scala aan maatschappelijke voorzieningen variërend van gezondheidzorg, onderwijs, kinderopvang & BSO, cultuur en (buiten)sport. ’s-Hertogenbosch heeft een stevige groeiambitie en hierbij past een maatschappelijk voorzieningenprogramma. Om inzicht te geven in deze ruimteclaim gebruiken we het Model Maatschappelijke Voorzieningen 8. We gebruiken daarbij een aantal uitgangspunten: • Het aantal inwoners in ’s-Hertogenbosch in 2022 bedraagt 156.540 (CBS, 2022). Voor het inschatten van de additionele behoefte hanteren we de Primos prognose (2022). Deze gaat uit van 178.120 inwoners in 2040. Dit betekent een groei van circa 21.600 inwoners. • We gaan uit van een ruim aanwezig voorzieningenaanbod op het vlak van kinderdagverblijven en BSO, gezondheidszorg, welzijnszorg en sport/recreatie. Voor kunst en cultuur gaan we uit van een zeer ruim aanwezig voorzieningenaanbod. De totale ruimteclaim voor maatschappelijke voorzieningen komt uit op circa 17.000 tot 21.000 m² wvo 9. In onderstaande tabel wordt de behoefte per segment verder gespecifieerd. Let op: in deze berekening gaan we uit van de huidige kengetallen omtrent kinderopvang en BSO. We houden dus nog geen rekening met het kabinetsplan om deze voorzieningen bijna gratis te maken en de daarop volgende verwachte forse toename van de behoefte.

Tabel 10: Ruimteclaim maatschappelijke voorzieningen Type voorziening Gezondheid

Functies Huisarts Apotheek Fysiotherapeut Tandarts

Aantal 9 3 18 10

Metrages 1.140 tot 1.315 m² 590 tot 885 m² 885 tot 970 m² 1.055 m²

In het model maatschappelijke voorzieningen (Stec Groep, 2023) wordt aan de hand van demografische samenstelling en vraagaanbodconfrontatie een raming gemaakt naar maatschappelijke functies. Hieraan ligt een extensief rekenblad ten grondslag met daarin kengetallen van zorgdashboards en bronnen als Nivel, LINH, CBS, SFK, Vevel, KNMT, KNVO en het BIG-register. 9 Exclusief onderwijshuisvesting, zie tekstbox op de volgende pagina 8

28

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

Verloskundige Kinderdagverblijven BSO Onderwijs Muziek- en creativiteitscentra Bibliotheek Buurthuis / wijkcentrum Sport Indoor – Gymzalen, sporthal, sportzaal Outdoor - Buitensport accommodaties (velden) Totaal (excl. onderwijs en outdoor sport) Onderwijs, kinderopvang & BSO Cultuur

3 125 m² 13-20 3.170 tot 4.670 m² 12-18 2.760 tot 4.140 m² Zie toelichting onderstaand tekstbox 0 m² 1 790 tot 1.015 m² 2 1.015 tot 1.215m² 5.190 tot 5.380 m² 111.150 tot 117.460 m² 17.000 tot 21.000 m²

Bron: Model maatschappelijke voorzieningen, Stec Groep (2023).

ONDERWIJSHUISVESTING In de leerlingenprognoses van de gemeente ’s-Hertogenbosch (2022) voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs wordt richting 2040 een afname van het aantal leerlingen verwacht. Op basis van de prognoses is de kwantitatieve vraag naar onderwijshuisvesting richting 2040 naar verwachting beperkt. Bij nieuwe grootschalige woningbouwontwikkelingen wordt daarentegen op deze specifieke locaties een aanvullende behoefte aan basisonderwijs verwacht. Denk bijvoorbeeld aan de uitbreiding in de noordoost hoek van de Groote Wielen, waar zich een nieuwe basisschool zal vestigen. Ook bij andere grootschalige woningbouwontwikkelingen kunnen nieuwe basisscholen gerealiseerd worden. Dit is uiteraard afhankelijk van de daadwerkelijke realisatie van de woningen en het type woningen dat gerealiseerd wordt. We kunnen de daadwerkelijk verwachte ruimteclaim vanuit het basisonderwijs dus moeilijk kwantificeren. Om deze reden nemen we de ruimteclaims vanuit basisonderwijshuisvesting dus niet mee in de ruimteclaim voor maatschappelijke voorzieningen. Op basis van de huidige leerlingenprognoses voor het voortgezet en speciaal onderwijs wordt geen extra ruimte voor deze type onderhuisvesting verwacht.

3.5 Doorkijk naar keuzenotitie voorzieningen Vanuit voorzieningen komt tot en met 2040 de volgende ruimteclaims op ’s-Hertogenbosch af: Functie Detailhandel Horeca Leisure Maatschappelijke voorzieningen Totaal

0 m² 10.000 tot 11.900 m² 30.200 m² 17.000 tot 21.000 m² 57.200 tot 63.100 m²

De ruimteclaim voor voorzieningen hangt met name sterk samen met de woningbouwprogrammering en gebiedsontwikkelingen. Een belangrijke afweging daarbij is telkens de mate waarin voorzieningen worden geprogrammeerd in nieuwe gebiedsontwikkelingen versus de mate waarin voorzieningen landen in bestaande voorzieningenclusters. Daarbij spelen diverse afwegingen een rol: • Behoud van voorzieningen in de bestaande fijnmazige structuur van binnenstad, stadsdeelcentrum, wijk- en buurtcentra. Dit geldt in het bijzonder voor voorzieningen in de dorpen, gericht op concentratie van voorzieningen en kwalitatieve verrijking van het bestaande aanbod, bijvoorbeeld om te voorzien in toeristische aantrekkingskracht. • Een meer integrale invulling van wijkwinkelcentra als hart van de wijk (met bijpassende mix breder dan boodschappen doen, dus inclusief zorg, maatschappelijke voorzieningen, sport en wijkgerichte horeca). Woningbouw en verdichting op deze locaties bieden kansen voor herontwikkeling en verbreding van de functiemix. In het bijzonder in de Brede Binnenstad zijn keuzes te maken in programmering bij de diverse gebiedsontwikkelingen die plaats gaan vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Innovatiekwartier, Tramkade, Willemspoort en Bossche Stadsdelta. Gelet op het stedelijk karakter van deze gebieden is de

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

29

verwachten dat er veel plinten gerealiseerd zullen worden waarvoor gezocht zal worden naar invulling (zowel wonen als commerciële en maatschappelijke functies). Een belangrijke afweging daarbij is behoud van de economische structuur en trekkracht van de historische binnenstad. Voorzieningen dienen vooral te voorzien in een aanvullend bezoekmotief en gericht op de gebruikers van de verschillende gebiedsontwikkeling zelf. Nadere keuzes en kwalitatieve segmentering (in meters en aantallen) zijn nodig, waarbij bestaande kaders (horecavisie, detailhandelsvisie en leisurevisie) belangrijke input leveren. Het economisch perspectief Brede Binnenstad voorziet in kwalitatieve inkadering van de beoogde sferen in de Brede Binnenstad en levert daarmee een gedegen positionering van de diverse gebieden.

30

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

Bijlage A Trends en ontwikkelingen met ruimtelijke impact op bedrijventerreinen Verschillende trends en ontwikkelingen hebben impact op de aard en omvang van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen. We zoomen hieronder in op de drie meest relevante – en sterk samenhangende – technologisch-maatschappelijke megatrends, waarvan we de grootste ruimtelijke effecten verwachten in de komende jaren 10:  Circulaire economie  Energie & klimaat  Digitalisering

Figuur 16: Drie next economy-megatrends met sterke samenhang en impact op bedrijventerreinen

Circulaire economie Landelijk doel is een 100% circulaire economie in 2050. Tussendoelstelling is 50% circulair in 2030. Er is nog een flinke weg te gaan; uit onderzoek van PBL (ICER 2021) blijkt nog maar 6% van de bedrijven in Nederland circulair. Het merendeel van de Bron: Stec Groep, 2023. Zie ook ons whitepaper. bedrijven richt zich daarbij nu op (down)recycling 11 of claimt zijn product of dienst nog te voorbarig als circulair 12. Om flinke stappen te zetten in circulariteit moeten bedrijven en de samenleving als geheel hoger gaan opereren op de ‘Trap tegen troep’ 13. Al met al staat de circulaire economie nog in de kinderschoenen, al zien we een duidelijke toename in het aantal circulaire activiteiten op bedrijventerreinen afgelopen paar jaar. We zien dat de transitie naar een meer circulaire bedrijfsvoering impact heeft op de ruimtevraag. De drie meest relevante voor de ’s-Hertogenbosch zijn:  Bestaande bedrijven zetten nieuwe activiteiten en productielijnen op en hebben meer ruimte nodig voor het verzamelen, tussentijds opslaan en hoogwaardig scheiden van secundaire materiaalstromen.  Tot en met 2030 is er vooral vraag naar plekken om te experimenteren en op te schalen van bewezen circulaire toepassingen, daarna is er steeds meer ruimte nodig voor volledige circulaire productie en logistiek.

 Steeds meer concentratie van circulaire ruimtevraag gaat plaatsvinden op plekken met een kwalitatief onderscheidend profiel. Denk aan plekken waar stromen (grondstoffen, reststromen, warmte, water) maar ook kennis en innovatie makkelijk kunnen worden uitgewisseld. Circulaire bedrijven werken steeds meer cross sectoraal samen rond een specifiek thema, product of plek met een unieke locatiekwaliteit en hoge milieuruimte.

Zie ook ons whitepaper: https://stec.nl/ruimte-voor-bedrijventerreinen-topprioriteit-voor-next-economy/ Denk aan sloopafval van de bouw dat als fundering onder de weg komt in plaats van in nieuwe huizen. 12 Zie Trouw: https://www.trouw.nl/economie/ondernemers-verkopen-hun-product-vaak-ten-onrechte-als-circulair~bea8411a/ 13 Zie voor meer informatie: https://duurzaamheid.nl/artikelen/trap-tegen-troep-r-ladder-voor-dummies/. De trap tegen troep is gebaseerd op de R-ladder die onder meer door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt wordt. De trap geeft op een begrijpelijke wijze en in ‘gewone mensen taal’ weer wat er precies moet gebeuren in de strijd tegen afval en voor de transitie naar een circulaire economie. 10 11

Ruimteclaims werken en voorzieningen 22.141

31

Digitalisering Robotisering en automatisering nemen de laatste jaren sterk toe in de grote bedrijventerreinsectoren industrie, bouw en logistiek. De krappe arbeidsmarkt geeft daarbij een extra boost. Door investeringen in machines en robots kunnen bedrijven de productie vaak opschroeven zonder extra ‘handjes’. Tegelijkertijd ontstaat nieuwe werkgelegenheid voor technische vakmensen, ICT-ers en programmeurs. We zien tot nu toe dat dit leidt tot meer ruimtevraag op bedrijventerreinen. Voor gemeente ’s-Hertogenbosch zijn de drie meest relevante ontwikkelingen:  We verwachten de komende jaren een sterke groei van robotisering en automatisering in de industrie, logistiek en bouw. Logistiek en bouw kennen nog een lage robotdichtheid in Nederland, terwijl er een enorm potentieel is. Bovendien is krappe arbeidsmarkt een belangrijke versneller van deze trend.  Toenemende robotisering leidt tot verdere schaalvergroting en productiegroei en leidt zeker komende vijf tot tien jaar tot toenemende ruimtevraag. Op langere termijn verwachten we dat er juist minder uitbreidingsruimte nodig is. Na robotisering kunnen bedrijven immers efficiënter de ruimte benutten, bijvoorbeeld door de hoogte in te gaan (mits planologisch mogelijk). Dit verhoogt de effectiviteit per kubieke meter in een pand en daarmee ook de effectiviteit per vierkante meter.

 Een groeiende groep bedrijven overweegt én besluit daadwerkelijk om een deel van hun productieketen terug te halen of dichterbij te organiseren om zo kosten en leveringsrisico’s te reduceren 14. Dit is vooral interessant voor activiteiten die door automatisering en robotisering beter, sneller en goedkoper in Nederland gemaakt kunnen worden en voor kritieke componenten en producten. Uiteindelijk gaat het om relatief kleine volumes en is reshoring een ingrijpende keuze die niet zomaar gerealiseerd is. Het grootste ruimtelijk effect verwachten we door het aanhouden van grotere voorraadbuffers en spreiding van toeleveranciers door bedrijven. Energie & klimaat Het kabinet heeft het klimaatdoel verder aangescherpt. In 2030 moet sprake zijn van tenminste 55% CO2reductie 15. Na 2030 wordt ingezet op verdere reductie oplopend naar 80% in 2040. De industrie speelt een belangrijke rol in het behalen van de doelstellingen. De overstap van fossiele naar duurzame grondstoffen is belangrijk om het vestigingsklimaat voor bedrijven te versterken. Uiteindelijk hebben de energietransitie en klimaatadaptatie over de volle breedte van het bedrijfsleven en bedrijventerreinen impact. De drie meest relevante voor ‘s-Hertogenbosch zijn:  Flinke groei bij het MKB die werk halen uit de energie- en klimaatdoelstellingen.

Zo groeien bestaande en nieuwe installatiebedrijven die zich richten op zonnepanelen, windturbines, warmtepompen, isolatie, airco’s, laadpalen, et cetera.  Komst van nieuwe activiteiten op bedrijventerreinen, zoals waterstof- en/of batterijfabrieken en noodzakelijke ruimte voor de duurzame energie-infrastructuur. Denk hierbij aan de realisatie van nieuwe onderstations (110/150 kV) waarvoor regelmatig bedrijventerreinen in beeld zijn. Maar bijvoorbeeld ook ruimte die nodig is voor grootschalige tijdelijke opslag van duurzaam opgewekte energie. Dit zijn voorbeelden van additionele ruimtevraag die niet in de reguliere raming van de uitbreidingsvraag naar bedrijventerreinen zit.  Klimaatdoelstellingen die vragen om extensivering van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen om zo voor groen, wateropvang, voorkomen hittestress en biodiversiteit te zorgen. Dit kan zorgen voor meer ruimtevraag, maar tegelijkertijd ligt er natuurlijk ook een belangrijke uitdaging in het zo slim mogelijk ruimtelijk combineren van de duurzaamheidsopgaven. Dit kan bijvoorbeeld hand en hand gaan met het intensiveren van bedrijventerreinen. Denk aan groene bedrijfsdaken met zonnepanelen en halfverharding op parkeerplekken.

14 Zie bijvoorbeeld: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/niet-langer-afhankelijk-van-china-bedrijven-willen-door-coronacrisisproductie-terug-naar-nederland-halen/ en https://www.consultancy.nl/nieuws/39555/merendeel-bedrijven-wil-azie-productieterughalen-naar-europa en https://www.re-shoring.nl/nieuws/coronacrisis-is-niet-de-reden-om-productie-naar-nederland-te-halen 15 In lijn met het “Fit for 55”-pakket door de Europese Unie (EU).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16459637/1